Clusterpaspoort Cluster 2 Fellenoord
Tekst van het document
Clusterpaspoort Cluster 2 Fellenoord Waar Eindhoven groeit, leeft Fellenoord Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
1
Na kennisname door het college van gedeputeerde staten van Noord Brabant en het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven, vastgesteld door de aandeelhoudersvergadering van de Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V. d.d. xx-xx-2026
Inhoudsopgave 1. Introductie
5
2. Programma en functies
10
3. Stedenbouw
13
4. Mobiliteit
27
5. Klimaat(bestendigheid), gezondheid en circulariteit
30
6. Energie
34
7. Milieuaspecten
36
8. Techniek, condities en ondergrond
37
9. Samenwerking, communicatie, participatie en placemaking
40
10. Instrumenten planuitwerking en planproces anterieure overeenkomst
41
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
3
Pastoor Peterstr aat
Montgomerylaan
Kruiss t
raat
↗
Cluster 2 in Fellenoord
2
d noor Felle Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Bebouwingsgrens / rooilijn 4
1. Introductie
Factsheet Cluster 2 Indicatief bouwprogramma bovengronds: max. 77.800 m² bvo
Alle clusterpaspoorten voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord worden vastgesteld door de aandeelhoudersvergadering van Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V. Vooraf worden deze in de raadscommissie Knoop XL gepresenteerd, in aanwezigheid van de verantwoordelijk wethouder, conform Amendement Raad in Positie.
Oppervlak Cluster 2: ca. 6.750 m² Dichtheid Cluster 2: FSI 11,53 Ontwikkelbaarheid / randvoorwaarden: Direct beginnen is mogelijk. Aandachtspunten zijn de ondergrond (kabels, leidingen en grondwater), de verlegging van het stamriool, de inpassing van het SPIL-centrum, het voorsorteren op verdwijnen van Kruisstraattunnel en de benodigde ruimte voor realisatie van de MMK (Multi Modale Knoop).
F Ken
Veldmaarschalk
nedyl
aan
Montgomerylaan
A. Het clusterpaspoort voor cluster 2 In maart 2021 is de Ontwikkelvisie Fellenoord (hierna: ontwikkelvisie) vastgesteld door de gemeenteraad. Deze ontwikkelvisie is de basis voor de verdere ontwikkeling van dit gebied en geeft uitgangspunten mee voor de verschillende thema’s die van belang zijn in de planuitwerking. In dit clusterpaspoort zijn deze uitgangspunten en doelstellingen vertaald naar cluster 2 van Fellenoord en de openbare en semi-openbare ruimte binnen dit cluster.
John
Een aandachtspunt buiten de directe invloedsfeer van de gemeente en Fellenoord 2040 is de beschikbaarheid van transportcapaciteit op het elektriciteitsnet. De gemeente en Fellenoord 2040 kunnen ontwikkelaars/ eigenaren geen garanties geven dat er een aansluiting op het elektriciteitsnet komt, of aangeven wanneer er ruimte op het net komt.
Kruisstraat
Vincent van Den Heuvellaan
Deelgebied Noord
3b
3
ijk chd
Bos
t straa
eters
or P
Pasto
10
3a
11
2
gelolaan
Pr. Doctor Dor
3d
9
3c
7a
1
8
1b
7
1a (1c)
5b
noord
Felle
Lim
bee
kpa
rk
4a
5a
4 4d
ne un tht
7b
Aantal partijen met grondeigendom: Gemeente en één private partij
6c
MMK
Type initiatiefnemer: private partij
nnel
Deelgebied Zuid
5d
5c
nnel
be
Deelgebied Oost
ijktu Vestd
sa
9a
6b
tu hdijk Bosc
Eli
6a
5
4b
l
4c
6
9c
9b
Uitwerking: eigenaar/initiatiefnemer maakt stedenbouwkundig plan Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
5 0m
100m
300m
Omwille van de leesbaarheid wordt in dit clusterpaspoort waar mogelijk via dynamische verwijzingen verwezen naar de ontwikkelvisie en andere toepasselijke wet- en regelgeving. Hierbij wordt verwezen naar de betreffende regeling, opvolgende regelingen gelden bij de toetsing van het plan.
Invulling geven aan de Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s)
Planontwikkeling Voor de voorbereiding, uitvoering en gebruiksfase van de ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de actuele gemeentelijke verordeningen, gemeentelijk beleid, gemeentelijke handboeken en geldende weten regelgeving. De ontwikkelvisie, dit clusterpaspoort en de door de gemeenteraad vastgestelde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord en het op te stellen Ruimtelijk Raamwerk (actualisatie van de Ontwikkelvisie Fellenoord) en de kwaliteitsuitgangspunten voor de openbare ruimte en binnengebied vormen de basis voor de verdere planuitwerking voor dit cluster. Deze documenten zijn daarmee het kader voor de eigenaar / initiatiefnemer om in samenspraak met de Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V. (hierna: Fellenoord 2040) tot uitvoering en realisatie van het plan voor dit cluster te komen.
Voor de ontwikkeling van het cluster zijn een aantal kerndoelstellingen: • Bijdragen aan de (her)definitie van de beoogde structuur van Fellenoord als geheel. • Op een optimale wijze invulling geven aan de beoogde stedelijkheid en positionering en vertaling daarvan naar een rijke, stedelijke programmatische mix, passend bij deze unieke locatie in de stad en wijk. • Het realiseren van een stedelijke plek voor ontmoeting en verblijf, als ‘adres’ in de luwte van de dynamische stedelijke omgeving. • Een hoogkwalitatieve ruimtelijke ontwikkeling. • Ontwikkeling vanuit sociale duurzaamheid en gezondheid. • Alles tezamen draagt bij aan het realiseren van een omgeving dichtbij het station, die verwelkomend is en bijdraagt aan de stad en brainport
Bij de voorbereiding van het oprichten van Fellenoord 2040 zijn zogenaamde Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) opgesteld. De kaders en uitgangspunten zoals opgenomen in dit clusterpaspoort zijn getoetst aan de KPI’s.
De eigenaar of initiatiefnemer is er zelf verantwoordelijk voor zich te informeren over welk beleid of wet- en regelgeving vigerend is.
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
6
Montgomerylaa n
John
Kruisstraat
Veldmaarscha lk
F Ken nedyla
an
Plangebied 40ha
Dommel
↗
Clusterkaart Fellenoord
ad
bop
Lim
k
hdij
c Bos
Vincent van Den Heuvellaan
elolaan
rg Pr. Doctor Do
oor Past
aat
rsstr
Pete
9c
2
Legenda bee
Projectgebied Fellenoord
kpa
Clustergrens
rk noord
Felle
Infrastructuur Weg
PS
V-L a
Voetpad
an
eth tun ab Eli s
eg erw
el
el tunn hdijk
ktunn
ij Vestd
Bosc
ne l
Fietspad
Von d
Lim
Spoor eg
nsw Statio
Landschap en openbare ruimte Groen
Mathildelaan
Water
Stedenbouw Bebouwing
N 0m
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
100m
300m
7
B. Ontwikkelvisie Fellenoord De spoorzone in Eindhoven speelt een sleutelrol in de groei van de stad en het versterken van haar positie als hart van de high-tech maakindustrie van Brainport Eindhoven. Het stationsgebied transformeert van een monofunctioneel gebied, gekarakteriseerd door verkeersruimte en kantoren, naar een levendig en gemengd stadsdistrict met bebouwing van hoge dichtheid. In de ontwikkelvisie komen verschillende ambities en thema’s bij elkaar zoals gezonde verstedelijking, klimaatadaptatie, maatschappelijke opgaven, de implementatie van een stedelijke mobiliteitsstrategie en de ontwikkeling van een nieuw busstation. De Fellenoord transformeert van hoofdweg voor autoverkeer naar een autoluwere stadsboulevard. Door de overmaat aan verkeersruimte terug te brengen tot 45 meter ontstaat enerzijds een prettige, oversteekbare boulevard en anderzijds veel nieuwe ontwikkelruimte. Deze ruimte wordt aangewend voor een verdichtingsstrategie met als resultaat een stedelijk milieu dat bestaat uit een typologie van (half)open bouwblokken bestaande uit individuele gebouwen. Torens kunnen gebruikt worden om openbare ruimtes in te kaderen, waarbij bezonning en wind altijd meegenomen worden in het ontwerp. Daarmee biedt de ontwikkelvisie ruimte aan diverse toekomstige initiatieven.
Bovendien scheppen deze ingrepen condities voor een nieuw type stedelijk gebied met een nieuw vestigingsklimaat als onderdeel van het stadscentrum. De ontwikkeling van een nieuw busstation en de transformatie naar multimodale hub maakt station Eindhoven een belangrijk internationaal knooppunt. Dat biedt bovendien kansen om te werken aan het visitekaartje van Brainport Eindhoven met een fraai, nieuw stationsplein.
Voor Fellenoord ligt de ambitie om een levendig en stedelijk woon-werkmilieu te creëren met bijhorend (maatschappelijk) voorzieningenniveau. Een inclusief gebied waar iedereen een plek kan hebben, waar de woonbeleving centraal staat en mensen zich thuis voelen. Fellenoord wordt daarnaast een knooppunt van vervoermiddelen, wandel- en fietsroutes en een gebied met (inter)nationale allure. Het plangebied van de gebiedsontwikkeling Fellenoord is onderverdeeld in 11 ontwikkelclusters. De kaders voor elk ontwikkelcluster dienen in relatie tot elkaar uitgewerkt te worden om de hoge ambities van Fellenoord te kunnen waarmaken.
Doelstelling wonen Fellenoord biedt ruimte voor zo’n 6.000 – 7.000 woningen. Een van de ontwikkelprincipes is dat Fellenoord een wijk voor iedereen is. Dat uit zich ook in het programma. De woonladder voor Fellenoord is daarbij het uitgangspunt: in aanvulling op de Ontwikkelvisie Fellenoord heeft de gemeenteraad op 21 juli 2022 besloten dat in dit gebied op hoofdlijnen wordt uitgegaan van een verdeling in wooncategorieën in aantallen van 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop en 15% vrije sector woningen. Woningbouwcorporaties zijn in de lead om woningbouwontwikkeling in de gebiedsontwikkeling Fellenoord mogelijk te maken, behoudens mogelijke juridische beperkingen (zoals ten gevolge van het Didamarrest).
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Indicatieve verkaveling uit de Ontwikkelvisie Fellenoord
Er worden in Fellenoord woningen ontwikkeld voor mensen met een grote en kleine beurs, studenten, Eindhovenaren, expats, kwetsbare doelgroepen, gezinnen, ouderen, jongeren, kenniswerkers. Het is daarbij belangrijk om een diverse mix te bieden van woninggrootte en woning typologieën. Ook om met het aanbod van woningen bij te dragen aan de doorstroom op de woningmarkt van (regio) Eindhoven. 8
Doelstelling (maatschappelijke) voorzieningen en plintenprogramma Het voorzieningenniveau moet bijdragen aan de ontwikkeling en het aanbod van de stad als geheel en geëquipeerd zijn op de toename van bewoners en gebruikers. Daarbij gaat een wisselwerking plaatsvinden tussen nieuw te ontwikkelen (maatschappelijke) voorzieningen en bestaande voorzieningen in de omgeving van Fellenoord. Hierbij hoort ook onderwijs. De huisvesting van onderwijs is bovendien een wettelijke taak van de gemeente.
Fellenoord is een etalage waar technologie, design en kennis samenkomen en voelbaar zijn in de programmering en de openbare ruimte. Dit vraagt om bijzondere en zichtbare functies met een TDK-profiel in de plinten en openbare ruimte. Dit kan tot uiting komen door bijvoorbeeld studenten van de TU/e, Fontys, Summa of Design Academy te betrekken bij de planontwikkeling. Inzet is een gebied met kenmerken van een ‘metropolitaan woonmilieu’ en ‘innovatiedistrict’. Daarbij hoort een hoge dichtheid, een menging van functies en een bijpassende uitstraling.
Doelstelling werken Een gebied voor iedereen uit zich ook in het werk(ruimte) aanbod in Fellenoord. Het is belangrijk werkruimte te bieden aan zowel startende bedrijven in de maakindustrie, als aan kantoorruimte voor grotere, gevestigde bedrijven. Voor Fellenoord wordt ingezet op toevoeging van zo’n 5% (27.500 – 32.500 m²) aan Eindhovense werkvloer: kantoorruimte met evt. ruimte voor een ondergeschikte bedrijfsvloer, waar in een werkplaats geëxperimenteerd kan worden.
10
3 1
2
4
5
11 6
7
8
9
C. Ruimtelijk Raamwerk Het nog op te stellen Ruimtelijk Raamwerk is een uitwerking van de ontwikkelvisie voor de inrichting van openbare ruimte als het vastgoed. Dit clusterpaspoort en de vastgestelde clusterpaspoorten worden in deze uitwerking meegenomen. Voor de overige clusters volgen ook eigen clusterpaspoorten voor verdere kaderstelling, op basis van het Ruimtelijk Raamwerk. In het Ruimtelijk Raamwerk worden de kaders voor programmering, volumetrie en beeldkwaliteit gedefinieerd en worden de uitgangspunten voor de herinrichting en ontwikkeling van de openbare ruimte opgenomen. Het raamwerk biedt daarmee een kader op basis waarvan de openbare ruimte verder wordt uitgewerkt in inrichtingsplannen. Het Ruimtelijk Raamwerk wordt vastgesteld door de Gemeenteraad (besluitvorming naar verwachting december 2026). Voor het binnengebied, de semi-openbare ruimte, van Cluster 2 worden in dit clusterpaspoort kaders meegegeven. Deze kaders worden vervolgens opgenomen in het Ruimtelijk Raamwerk. Legenda
De ambitie is om een levendige bedrijfsomgeving te creëren waar samenwerking met externe organisaties, dienstverleners en klanten wordt gestimuleerd. Het plintenprogramma levert hier een bijdrage aan. De programmamix uit de ontwikkelvisie geeft aan welke doelstellingen er liggen voor de verschillende plintruimtes. De combinatie van werken en (maatschappelijke) voorzieningen draagt bij aan het versterken van het TDKprofiel van de stad (Technologie, Design en Kennis).
Ontwikkelgebied Bijzonder verblijfsgebied waarmee Knoop XL verbonden is Hoofdroute voetganger Semi-openbare route voetganger Begeleidende bebouwing stadssboulevard Clusters Huidige percelen Hoofdstructuur groen Ruimtelijke uitgangspunten
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Groene verbinding op niveau
9
2. Programma en functies 2.1 Positionering en doelstellingen programma cluster 2 Insteek voor de ontwikkeling van de clusters is een vertaling van zijn positie in de hiërarchie van het stedelijk systeem naar programmering en een optimale inbedding in de stedelijke structuur. De hiervoor beschreven kaders vanuit de bredere context (van Fellenoord en de stad) geven de basis voor de positionering en daarmee de programmering van het cluster. Cluster 2 heeft een markante positie aan de Fellenoord en een duidelijk relatie en gezicht naar het stationsplein, waarmee het echt onderdeel van het stadscentrum is. Daarnaast is het gelegen aan de Kruisstraat, waarmee het tegelijkertijd de verbinding vormt met de naastgelegen wijk Woensel. Het vormt daarmee een belangrijke schakel in het hart van Fellenoord, een plek tussen de stedelijkheid van het nieuwe station en het bestaande aanbod aan de Kruisstraat Woenselse Markt. Dit maakt het een strategische bouwsteen voor de ontwikkeling van de levendige stadswijk met een grote maatschappelijke betekenis. Dat biedt kansen voor het toevoegen van de combinatie van maatschappelijk en commercieel programma, gericht op aanbod dat de stad hard nodig heeft. Het is dus van cruciaal belang dat de programmering van het cluster op een passende wijze invulling geeft aan deze positie.
Een echt stedelijk blok, dat bijdraagt aan de stad en een trots en verwelkomend karakter duitstraalt bij het station. Tegelijkertijd met een passende aansluiting op de bestaande buurt aan de noordzijde. Vanuit de positionering van het cluster in de bredere gebiedsontwikkeling en stad wordt hier een stedelijke
Samengevat als uitgangspunten voor het cluster: programmering beoogd, met een hoge mate van niet-woonprogramma, en een hoge dichtheid en bouwhoogte (toegelicht onder stedenbouw). Dit draagt bij aan de beoogde identiteit, stedelijkheid, dynamiek op straatniveau, stimuleert ontmoeting en creëert een aantrekkelijk vestigingsmilieu. Tegelijkertijd is het organiseren van een goede overgang tussen stedelijke dynamiek en buurt vereist. En binnen het blok om leefkwaliteit te borgen in programmatische relaties, groenkwaliteit en het realiseren van een sociale omgeving, waarvoor specifieke aandacht voor collectiviteit wordt gevraagd.
• Een écht stedelijk blok, met een menselijke schaal. • Passende combinatie van hoogstedelijkheid en goede overgang naar de buurt. • Opbouw volgens panden voor differentiatie (in programma en vormgeving), alzijdigheid en flexibiliteit. • Openbaar toegankelijk binnengebied, ter ondersteuning van en aanvulling op de beoogde stedelijkheid. • Voldoende samenhang als ensemble én voldoende openheid in structuur. • Publiek programma aan de zuidzijde (Fellenoord) en westzijde (Kruisstraat), met specifieke aandacht begane grond dat de plint activeert Veldmaarschalk Montgomerylaan. • SPIL-centrum: basisschool inclusief buitenruimte, kinderopvang, buitenschoolse opvang en een gymzaal aan de noordzijde. • ‘Slim stedelijk blok’ aan de Kruistraat met combinatie commercieel programma.
Het programma sluit aan op de hiërarchie van de omliggende zijden: • Een duidelijk stedelijke oriëntatie aan de zuidzijde, met een publieke en mogelijk commercieel karakter, en een nader te definiëren stedelijke invulling aan de oostzijde. • Een deels stedelijk en deels buurtgerichte karakter richting de westzijde, om de overgang tussen stedelijke dynamiek en buurt te organiseren, waar zowel publieke functies, werkfuncties als woonprogramma mogelijk zijn. • En een luwer karakter aan de noordzijde, met een SPIL-centrum als specifieke programmatische drager.
De ontwikkeling van een (deels) publiek toegankelijk binnengebied ter verrijking van- en in aanvulling op de omliggende publieke ruimte wordt voorzien. Zo wordt een verblijfsplek gecreëerd binnen een dynamische stedelijke omgeving.
Wonen, werken, commerciële en maatschappelijke voorzieningen worden pandsgewijs georganiseerd (zie onder stedenbouw). Specifieke programmatische onderdelen vereisen meer samenhang / een samengesteld blok, bijvoorbeeld alle ondergrondse delen, het binnengebied en het SPIL-centrum.
Sociale veiligheid is een punt van aandacht in al zijn facetten (optimale programmatische relaties en ‘zien en gezien worden’). Parkeren moet ondergronds worden georganiseerd en techniek zoveel als mogelijk, tenzij uit onderzoek naar de effecten op de grondwatersituatie blijkt dat dit niet mogelijk is.
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
10
2.2 Invulling en verdeling programma Programmatische doelstellingen vertaald naar concrete programmatische kaders: • Een totaal volume van maximaal 77.800 m² BVO bovengronds (dus exclusief ondergrondse bouwmogelijkheid). Op het bepalen van de brutovloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing. • Hoog aandeel niet-woonprogramma met een duidelijke gebruikswaarde voor het gebied: minimaal 20%, met de inzet voor ontwikkeling richting 30% volgens: ○ 10-20% primair publiek programma (bijv. maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs, commerciële voorzieningen zoals horeca, sport, ondergeschikte detailhandel) om bij te dragen aan de stedelijkheid, waarde voor de buurt en identiteit. ○ o 10-20% ‘secundaire’ voorzieningen (bijv. hotel, kantoorfuncties, functies met een TDK-profiel, creatieve industrie zoals ateliers, makerspaces), ter ondersteuning en versterking van het primaire publieke programma met draagkracht en wisselwerking tussen dag- en avondgebruik, als aanjager van levendigheid. ○ Overige functies die bij kunnen dragen aan de identiteit van het gebied zijn bijvoorbeeld een zwembad en sportvoorzieningen als onderdeel van een hotel. ○ Tijdens het proces en/of gebruiksfase is groei binnen de aangegeven bandbreedtes mogelijk door middel van flexibele casco’s, of strategische/ creatieve invulling op een andere wijze.
• Maximaal 4.000 m² BVO SPIL-centrum (exclusief buitenruimte; hieronder meer in detail uitgewerkt), meegeteld binnen het programma nietwonen, als sterke bijdrage aan de vraag naar onderwijshuisvesting en de verbinding met Woensel.
10-20% primaire voorzieningen
min. 20% niet-wonen
10-20% secundaire voorzieningen
met ambitie tot 30%
85% betaalbaar
70% wonen
15% vrije sector
70% wonen
totaal 77.800m² BVO bovengronds programma (incl. SPIL-centrum, excl. parkeren)
• Wonen 70-80%, als ‘spiegel’ van bovenstaande. ○ In cluster 2 zal de nadruk liggen op appartementen voor jongeren, ouderen, gezinnen en cruciale beroepsgroepen. ○ Het woonprogramma in cluster 2 gaat uit van een verdeling op basis van woningaantallen conform vigerend beleid: bij publicatie van dit clusterpaspoort 85% betaalbaar (waarvan 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop) en 15% vrije sector. ○ Voor het woonprogramma is nadrukkelijk aandacht voor de ontwikkeling van collectiviteit (samen-leven) als bijdrage aan het optimaliseren van leefkwaliteit voorzien; ook in relatie tot ander programma. Hierin worden praktische voorzieningen en collectieve ruimtes voor dagelijks gebruik als bouwstenen gezien (post, pakketpunt, fietsenstalling, deelplekken, etc.).
2.3 Programma SPIL-centrum Een van de nieuwe SPIL-centra die nodig zijn voor de ontwikkeling van een complete stadswijk wordt gepositioneerd op de hoek Kruisstraat–Pastoor Petersstraat. Hiermee ontstaat een natuurlijke aansluiting tussen de nieuwe ontwikkeling en de bestaande wijk. Dit biedt ook aanleiding voor de ontwikkeling van gedeelde functies en een gezamenlijk speelplein op dit belangrijke snijpunt. Het SPIL-centrum is beoogd als een ontmoetingsplek met een open en toegankelijk karakter, waarbij het realiseren van een zorgvuldige overgang naar de omliggende woonfuncties essentieel is (zoals routing, buitenruimte(n) en geluid). Gezien de specifieke functie en doelgroep, vooral in relatie tot de dynamiek en stedelijkheid van de omgeving en dit cluster, vereist de inpassing van het SPIL-centrum specifieke aandacht en zorgvuldigheid in relatie met 11
andere programma's, bouwdelen, logistiek en aansluiting openbare ruimte. Aan de noordzijde krijgt het SPIL-centrum een plek die logisch aansluit op de buurt (Pastoor Petersstraat) en het binnengebied. Het schoolplein en de exacte inpassing in de buitenruimte aan de Pastoor Petersstraat, incl. afbakening, zijn onderwerp van nader uitwerking in het Ruimtelijk Raamwerk, waarbij de ambitie is een vanzelfsprekende verweving van SPIL-centrum, buurt en groene verblijfskwaliteit. Door de positie van het SPILcentrum zorgvuldig te verweven in stedelijke routes en het groene netwerk, ontstaat verbinding tussen leren, spelen en verblijven. Met het SPIL-centrum wordt bijgedragen aan de beoogde stedelijkheid en bijdrage aan de buurt, en wordt het cluster een plek waar leerlingen het gebied in beweging zetten, ouders elkaar toevallig ontmoeten en binnen- en buitenruimte verweven zijn met de publieke domeinen eromheen.
Het fietsparkeren voor de school wordt getoetst aan het vigerend beleid: : Nota Parkeernormen 2024 en de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen 2021. In afwijking van dit laatste document kan fietsparkeren voor het SPIL-centrum niet ondergronds of tweelaags worden georganiseerd en is volledig inpandig op beganegrondniveau voorzien. De benodigde footprint voor het SPIL-centrum is in totaal 1.300 m² BVO. Met als buitenruimte voor verschillende leeftijdscategorieën een KDV-plein, onderbouw-, middenen bovenbouwplein (mogelijke locaties beschreven in 3.5 stedenbouw; SPIL-centrum).
2.4 Programma maaiveld Met het beoogde stedelijke karakter van het cluster is de juiste programmering van de begane grond cruciaal. Hiervoor zijn de volgende bouwstenen voorzien:
Fellenoord: Publiek programma Hier geldt een maximale footprint van 50 × 30 meter, met een intern flexibel inzetbare maatvoering. De toren die hierop wordt geplaatst krijgt een slanke verschijningsvorm: de hoogte en de volumes worden zo ontworpen dat zij het binnengebied maximaal openen en van licht en lucht voorzien.
De Pastoor Petersstraat wordt opnieuw ingericht, waardoor ruimte ontstaat voor deels gebruik als schoolplein. In het ontwerp van dit schoolplein moet expliciet aandacht worden besteed aan dubbelgebruik, zodat kinderen uit het blok en de buurt het plein buiten schooluren kunnen gebruiken.
Kruising Pastoor Petersstraat – Veldmaarschalk Montgomerylaan Op deze hoek ligt de basis van een woontoren die een sterke relatie aangaat met het binnengebied. Hier worden ook de noodzakelijke logistieke onderdelen ingepast, waaronder de toegang tot de ondergrondse parkeergarage, voorzieningen voor bevoorrading en technische ruimtes. Verder dient de ontsluiting voor pakket- en vuilnisdiensten via de Veldmaarschalk Montgomerylaan te verlopen. De plint aan deze zijde ondersteunt zo zowel de stedelijke dynamiek als de functionele werking van het blok.
Voor het SPIL-centrum is voor nu in totaal maximaal 4.000 m² BVO als programma voorzien, exclusief buitenruimte. De gymzaal dient minimaal 550 m² te zijn, met mogelijkheid tot verdubbeling tot een sportzaal. Het programma van eisen wordt in de planuitwerking gespecificeerd en moet voldoen aan het Kwaliteitshandboek waarin de technische kwaliteit van een SPIL-centrum is beschreven.
Kruisstraat Langs de Kruisstraat krijgt de plint een actief en uitnodigend programma, zoals commerciële functies, makersspaces of andere levendige publieksgerichte invullingen. Transparante gevels en doorzichten zorgen voor een visuele verbinding tussen de straat en het binnengebied, waardoor het blok zich open en toegankelijk toont.
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
12
3. Stedenbouw 3.1. Stedenbouwkundige positionering cluster Cluster 2 vormt een uitgesproken stedelijk blok in het kernstedelijk gebied van Fellenoord en Eindhoven. Het cluster ligt op een karakteristieke plek aan de Fellenoord waardoor de knik in de zuidelijke clustergrens een bepalend element is dat de richting van de Fellenoord markeert; binnen de clustergrens kan deze in de uitwerking op verschillende manieren worden vormgegeven.
Programma maaiveld
Legenda Zoekgebied SPIL-centrum Voorzieningen
De ligging in de centrale zone en op het kruispunt van belangrijke stedelijke routes vraagt om een hoogstedelijk programma met een hoge dichtheid, met een ruimtelijke structuur en uitdrukking die daarbij hoort, mét een menselijke maat. Concreet een hogere dichtheid en hoogte aan de Fellenoord, gecombineerd met een zorgvuldige overgang naar de aangrenzende buurten met een fijnmazigere schaal en een groter aandeel wonen aan de westzijde. Rooilijnen en programma dragen bij aan (her)definitie van belangrijke (historische) structuren en openbare ruimte.
Zoekruimte inpassing logistiek
SPIL-centrum aan de Pastoor Petersstraat: Aan de noordzijde wordt het SPIL-centrum gepositioneerd, met een duidelijke aansluiting op zowel de Pastoor Petersstraat als het binnengebied. De mogelijke locaties van het schoolplein/en is onderwerp van onderzoek (locaties beschreven in 3.5 stedenbouw; SPIL-centrum). De mogelijke inpassing van het plein in de Pastor Peterstraat vereist verdere uitwerking in nauwe afstemming met het ruimtelijk raamwerk om tot een optimale integratie te komen.
Hiervoor zijn de overkoepelende doelstellingen en de beoogde positionering/karakter en vertaling daarvan naar programma beschreven. Vanuit dit beoogde karakter zijn stedenbouwkundige uitgangspunten: • Kwalitatieve stedelijke leefomgeving: hoge dichtheid met goede (collectieve) voorzieningen én woonkwaliteit, waarvoor groenkwaliteit essentieel is. • Programma mix: hoog aandeel niet-wonen, met diversiteit aan woningtypen en werkvormen, draagt bij aan stedelijkheid en collectiviteit (beschreven in hoofdstuk 2)
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
• Dichtheid en hoogte: hoge dichtheid met ruimte voor 2 torens • Publiek: voorgaande 2 punten samengebracht als een plek met publieke waarde, binnen en buiten, als ‘adres’ in de stad en de wijk, naast het station. • Doorwaadbaarheid: publiek toegankelijk binnengebied, op maaiveldniveau in directe aansluiting omliggend openbaar gebied, met logische en zorgvuldige overgangen tussen publieke en nietpublieke zones waar benodigd. De structuur van het cluster bestaat uit panden met verschillende korrelgroottes die differentiatie en herkenbaarheid in het programma en architectonische verschijningsvorm mogelijk maken. Het blok krijgt een alzijdig karakter dat bijdraagt aan de definiëring van de openbare ruimte. Daarbij is de ontwikkeling van een (deels) publiek toegankelijk binnengebied voorzien, in aanvulling op en ter verrijking van de omliggende publieke ruimte, in de luwte van de dynamische stedelijke omgeving. Het geheel is daarmee voorzien als een samenhangend ensemble, met voldoende openheid in de structuur. Het binnengebied sluit aan op de voetgangersstroom tussen de binnenstad, het station/de multimodale knoop en Kruisstraat, en – in mindere mate – op de informele oost-westverbinding (naar cluster 1 en 11), gericht op het stimuleren van stedelijke dynamiek, ontmoeting en verblijf. De aansluiting op de te verbreden Kruisstraat is hierbij een aandachtspunt.
Met deze verbindingen ontstaat een gebruiksruimte, waarmee het cluster zich kan ontwikkelen tot een ankerpunt / adres binnen het 13
stedelijke netwerk. Dit draagt bij aan de bredere aanpak om met de ontwikkeling van levendige, stedelijke, sociaal veilige en goed met elkaar verbonden plekken, Fellenoord te ontwikkelen als dynamisch stedelijk gebied. De plinten vereisen activering door middel van programma met een publieke uitstraling, met name aan de Fellenoord, op de hoek Fellenoord–Veldmaarschalk Montgomerylaan en langs de Kruisstraat. Aan de noordzijde wordt plek gegeven aan een SPIL-centrum. Dit draagt bij aan de benodigde voorzieningen voor een complete stadswijk. Door de situering op een prominente en passende plek wordt een betekenisvolle verbinding gelegd naar de naastgelegen (woon)buurt. Bij het ontwerp is bijzondere aandacht nodig voor het realiseren van passende en kwalitatieve overgangen tussen de bouwblokken en de omliggende openbare ruimte, zodat een evenwichtige combinatie en relatie ontstaat van hoogstedelijkheid, verblijfskwaliteit en leefkwaliteit. Daarnaast moet worden ingezet op een duurzame programmering van de plinten, afgestemd op de doelgroepen van dit cluster, met specifieke aandacht voor ouderen en kinderen. Dit alles zorgt ervoor dat cluster 2 een waardevol onderdeel van het stedelijk weefsel kan vormen, met plek voor optimale gebruiks- en leefkwaliteit. 3.2.
Straatprofielen en bouwvlak Als genoemd is de insteek voor de ontwikkeling een optimale inbedding in de stedelijke omgeving. Het cluster heeft vier zijden met elk een duidelijk eigen karakter en een specifieke relatie tot de toekomstige stedelijke structuren. De Kruisstraat is de oudste straat van Eindhoven, de historische verbinding tussen Luik en Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Vogelperspectief vanaf Veldmaarschalk Montgomerylaan (voorbeelduitwerking 3D volume)
Voorbeelduitwerking 3D volume met 3D-bouwenvelop
14
relatie met het nieuwe stationsplein en is daarmee echt onderdeel van Fellenoord.
Hoek Fellenoord en Veldmaarschalk
noordkant
Montgomerylaan
21
35
45
°
45° 34°
Kruisstraat 14,3
45°
Kruisstraat 20
22
4,5
10,2
Kruisstraat profiel Ontwikkelvisie: 14m
Aangepaste Kruisstraat profiel: 20m
24
Aan de noordzijde sluiten de bouwhoogtes aan op de schaal van Woensel-Zuid. Door smallere straatprofielen kan hier een menselijke maat worden gerealiseerd. Ter a nd b s ta continuïteit van de westelijke Pastoor Petersstraat is Pde straatbreedte daar vastgesteld op 24m.
Clustergrens: 7.934 m2
700 45m
14 20
1 8m 1 2, 5
1B
Min. 1 0m
1 8m
ca +1 9.5 NAP
PP-1 -1
Bouwvlek: 6.750 m2
1 5m
ga ng door iti e nt pos
1 6m b
16
De Kruisstraat is beoogd zich te ontwikkelen ? 1A tot een Eindhovense stadsstraat en kwalitatieve langzaamverkeersroute met levendige plinten, kleinschalige voorzieningen en entrees. Voor de Kruisstraat is een verbreding naar 20 m voorzien. Dit draagt bij aan de veiligheid voor de gebruikers en creëert continuïteit in de route zuid- en noordwaarts en waarborgt voldoende ruimte voor zowel bovengrondse functies zoals fiets- en voetgangersstromen als een kwalitatieve groene inrichting i.r.t. ondergrondse functies. De rooilijn aan de westzijde
650 1 00m
,6
Min. 1 0m
21 m
ca +1 9.5 NAP
ca +118,5 8.5 NAP
re ns
750 1 07m
340 42m
1 0, 5
bebouwing Voormalige rooilijn (ontwikkelvisie)
terg
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
ca +1 8.5 NAP
10
Legenda Rooilijn bestaande
1 5m
cl us
‘s-Hertogenbosch. Binnen de stad vormt de straat een belangrijke verbinding tussen Eindhoven en Woensel. In de toekomst verdwijnen de huidige tunnels en komt deze verbinding weer op het maaiveld te liggen. Cluster 2 vormt hierin een stepping stone om de route tussen de Kruisstraat en binnenstad te versterken. De Veldmaarschalk Montgomerylaan is onderdeel van de naoorlogse wegenstructuur in Fellenoord. Vanwege het nieuwe verkeerscirculatieplan en de mobiliteitstransitie, worden de Veldmaarschalk Montgomerylaan en de Fellenoord getransformeerd van brede autogerichte parkways naar groene, voetgangersvriendelijke stadsruimten. De functie van de parkway als doorgaande autoverbinding stopt bij cluster 2. De noordoostelijke toren volgt de rooilijn van de Montgomerylaan en vormt daarmee een bijzonder kenmerk als begin/einde van de parkway. De zuidoostelijke toren heeft vooral een
45 Richting de oostzijde sluit het bouwvolume langs de Kruisstraat Veldmaarschalk Montgomerylaan aan op de bestaande 20 bebouwing, zowel in hoogte als in visuele articulatie. De rooilijn sluit aan op de bestaande rooilijn van de Veldmaarschalk Montgomerylaan, waarmee een 10,2 goede overgang tussen het groene karakter van de Veldmaarschalk Montgomerylaan, het stedelijke profiel van de Fellenoord en de zuidwaartse lijn van de Vestdijk gelegd wordt en het profiel doorgezet kan worden.
24
Veldmaarschalk Montgomerylaan
21
Petersstraat
21
Kruising Kruisstraat en Pastoor
Cluster 2 markeert de hoek en vormt richting de zuidzijde een stedelijk front aan de Fellenoord, met actieve functies op straatniveau en een bijpassende vormgeving van plinten en aansluiting openbare ruimte. 35
Zicht vanuit het stationsplein
begeleidt de verbinding tussen de Kruisstraat en Cluster 1 en zorgt voor een zachte overgang tussen binnenstad, centrum en naar de woonwijk.
Rooilijn
21 m
Min. 1 2m
Aangepaste Clustergrenzen met bouwvlek
ca +18,5 8.5 NAP NAP
Alle bebouwing, constructieve elementen en f ic a tie f P ind ic a tie P ind bouwkundigeen technische voorzieningen dienen zoveel 13 als mogelijk gerealiseerd te worden binnen dit bouwvlak; ook in de ondergrond. 15
an John
F Ken
Dommel
nedyla
Bisschopsmolen
Montgomerylaa n Veldmaarschalk
Kruistraat
en lrijk me He
3.3. Morfologie en principes volumeopbouw Vanwege de ligging en opgaven van het blok, is het realiseren van goede verbindingen en passende hoogtes naar de verschillende zijdes vereist. Het cluster wordt pandgewijs opgebouwd, waardoor een duidelijke structuur van afzonderlijke bouweenheden ontstaat. Verschillende korrelgroottes en architectonische eenheden, gecombineerd met setbacks, zorgen voor een menselijke schaal en verfijning van het bouwvolume in aansluiting op de (cultuurhistorische) karakteristieken van Lim bee de stedelijke context. kpa
ad
ch Bos
bop
Lim
Vincent van Den Heuvellaan
dijk rgelolaan
Pr. Doctor Do
toor
Pas
raat
rsst
Pete
rk
Bunkertoren 103m
noord
Felle
Dutch Mountains 100 / 130m
PS
Eli
sa
an
hdijk
be
V-L a
Bosc
70m
tht un
ne
l
Eindhoven tower 58m
el
Vestd
tunn
ijktun
45m
WONEN
weg
Stations
21m
eg
WONEN
nel
35m
21m
erw
Multifunctionele verdiepingen
Von d
Mathildelaan
Horizontale organisatie met
Ontspannen stadsblok met een mix
een duidelijke scheiding tussen
van functies die direct verbonden
onderbouw en bovenbouw
zijn met de straat voor meer levendigheid en ruimtelijke diversiteit
traat
mels
Dom
The Student hotel 76m District E 147m
Demer
Plint
Onyx 84m Lichttoren 46m
Victoriapark
Strategische positionering van hoogbouw: Concentratie en markering van stationsgebied met een goede aansluiting op de omliggende buurten Rec
hoogte van de bestaande buurt. Aan de Fellenoord en richting het station wordt een duidelijk front gerealiseerd, met een toren als accent, als bijdrage aan definitie van het kernstedelijk gebied (beschreven in paragraaf 3.4 Hoogtes). Langs de Veldmaarschalk Montgomerylaan is een tweede lagere toren voor een trapsgewijze hoogteopbouw gesitueerd die aansluit op het karakter van de parkway– stedelijk, maar niet té. Aan de zijde van Fellenoord, en mogelijk ook langs de Kruisstraat, ondersteunt een tussenlaag de overgang tussen lagere delen en de torens. t
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
traa
De verdeling van panden reageert op de invloeden van de stedenbouwkundige context: groter aan de zuid- en oostzijde en kleiner aan de west- en noordzijde. Hetzelfde geldt voor hoogtes (in detail beschreven onder 3.4 Hoogtes): aan de noordzijde en Kruisstraat wordt de Eindhovense laag gevolgd, aansluitend op structuur en
s hte
Het bouwblok bestaat uit gebouwen met verschillende korrelgroottes. Dit zorgt voor meer variatie, een menselijke schaal en meer flexibiliteit in ontwikkeling en gebruik.
3.4.Hoogtes De volumeopbouw, aansluiting op de omgeving en de specifieke ruimtevraag van de verschillende functies hebben een duidelijke relatie. Hogere en lagere bouwdelen wisselen elkaar af, waardoor een optimale aansluiting op de stedelijke omgeving en kwaliteit van binnen- en buitenruimte gerealiseerd wordt. Hierin dragen setbacks bij aan het realiseren van optimalisatie leefkwaliteit (zon, licht, wind) en het realiseren van een passende schaal en overgangen. 16
Toren 2 Regionale landmarks
150m
Eindhovense lagen 150m Toren 2 Regionale 150m landmarks
150m
150m Toren 2 Regionale landmarks
150m
100m
Toren 1 Stedelijke oriëntatiepunt
Legenda 75m
75m Toren 1 Stedelijke oriëntatiepunt70m
75m Toren 1 Stedelijke oriëntatiepunt
75m
75m
Brainport laag 105 - 150 m 75 - 105 m
50m 45m
45m Tussen laag
Tussenlaag
Eindhovense laag
35m
21m
45m
45m
35m
35m
35m
21m
21m
21m
45m Tussen laag
35m
21m 20m Eindhovense laag
Eindhovense laag
45 - 75 m Tussenlaag/ structuurdrager 35 - 45 m Eindhovense laag
13m
12 - 21 m
3.4.1. Hoogtes algemeen De hoogtes in Cluster 2 worden afgestemd op de stedelijke context, functiedifferentiatie en klimatologische kwaliteit en volgen een opbouw volgens een onder-, tussen- en bovenbouw. Voor alle dakniveaus, exclusief bovenste niveau torens, is de insteek gebruik als collectieve buitenruimte. Er is aandacht voor zon, wind en verblijfscomfort op maaiveld en op de dakniveaus.
3.4.2. De Eindhovense laag De naam Eindhovense laag komt uit de Verdichtingsvisie Binnenstad Eindhoven (2020) en wordt omschreven als “de laag die je op ooghoogte ziet en ervaart als je door de binnenstad loopt”, als ook gevolgd in de ontwikkelvisie. Deze hoogte waarborgt de menselijke maat van de ontwikkeling en zorgt voor eenheid met andere projecten. Dit is vooral belangrijk langs de Kruisstraat en op de hoek van Kruisstraat en de Pastoor Petersstraat
Alle hierna genoemde hoogtes te lezen als bruto hoogtes; inclusief constructie, dakpakket en –randen en alle benodigde opbouwen en technische doorvoeren en installaties. Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
17
De toren op de hoek van de Pastoor Petersstraat en Veldmaarschalk Montgomerylaan (75 m) wordt verder uitgewerkt in samenhang met de positionering van het SPIL-centrum en de randen van het blok. De maximale hoogte voor gebruiksgebied is 75m (bovenzijde vloerniveau). Mogelijke setbacks en terugzetten in het hogere deel van de torens zijn voorzien in verband met de menselijke maat, de geleding en uitstraling van de torens en het verminderen van windhinder.
Legenda Eindhovense laag 21m
3.4.3. Torens Cluster 2 geeft plek aan twee torens om invulling te geven aan de beoogde dichtheid en die het stedelijk profiel versterken en de relatie met de omgeving vormgeven. Voor de torens is een voldoende grote footprint voorzien, met het oog op functionaliteit, flexibiliteit en haalbaarheid. Voor torens is voorzien: • Een geleding in volume volgens setbacks in hoogte, om aan te sluiten op de niveaus als onder algemeen benoemd en volgens de blokopbouw volgens heldere panden (maatvoering in kaart clusterpaspoort). • Een verbijzondering van de top in volume (vergelijkbare vertrapping) en vormgeving / materialisering. • Alle benodigde techniek geïntegreerd met minimale impact op gebruiks- en ruimtelijke kwaliteit. • Bovenstaande punten zullen verder gedetailleerd worden in het nader op te stellen Beeldkwaliteitplan.
De toren op de kruising van Fellenoord en Veldmaarschalk Montgomerylaan (150m) heeft een oriëntatie met de langste zijde langs de Veldmaarschalk Montgomerylaan. Op de begane grond geldt een minimale setback van 5 meter vanaf de boulevard. Setbacks en terugzetten in het hogere deel van de toren zijn voorzien aan de westnoord- en zuidzijde om het binnengebied te openen, terwijl de oostzijde in het doorgaand vlak gepositioneerd kan worden, maar wel een duidelijke geleding heeft.
van de stedelijke laag en het binnenterrein behouden blijft. De toegestane programmaomvang is rechtstreeks gekoppeld aan de hoogtes van de torens.
Legenda Zoekgebied hoogbouw 75m
De afstand tussen de torens boven de Eindhovense laag bedraagt minimaal 20 meter, aansluitend op de Verdichtingsvisie Binnenstad Eindhoven. De footprint van de torens op de verdiepingen is gedefinieerd om voldoende ruimte voor functionaliteit en haalbaarheid te geven, met behoud van een compacte footprint: • Toren van 150m hoog: maximaal 1000m². • Toren van 75m hoog: maximaal 750m²; 25 x 30m. • Verhouding 2:3 of compacter. Het is wenselijk het maximale bouwvolume tot 150m binnen de toren te benutten, zodat het bijhorende programma daar kan worden gerealiseerd en de kwaliteit
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Zoekgebied hoogbouw 150m
3.4.4. Tussenlaag Langs de Fellenoord is een tussenlaag met een hoogte van 35 tot 45 meter voorzien om een passende overgang te creëren van de toren naar de lagere bebouwing aan de Kruisstraat. Een accent in de Kruisstraat met eenzelfde hoogte kan optioneel worden toegevoegd om de stedelijkheid van Fellenoord te introduceren en een duidelijke overgang naar de buurt te realiseren. Nadere studie in de planuitwerking en een beoordeling aan de hand van bovengenoemde doelstelling is nodig om te bepalen of beide tussenhoogtes samen kunnen worden toegepast, of dat één variant passend is (alles binnen maximum totaalvolume). 18
Wanneer het SPIL-centrum verder naar de noordzijde wordt gepositioneerd, ontstaat voor de aansluiting op de Kruisstraat meer lucht en doorzicht. Deze positionering dwingt de toren op de noordoosthoek tot een meer oosterlijke oriëntatie, waarbij de langste gevel (30 m) langs de Veldmaarschalk Montgomerylaan komt te liggen. Hierdoor krijgt het binnengebied meer zon en ontstaat een duidelijke scheiding tussen schoolprogramma en stedelijke programma.
Legenda Zoekgebied hoogbouw tussen 35-45m
3.5. SPIL-centrum en buitenruimtes Binnen de ontwikkeling vereist de inpassing van het SPIL-centrum en bijbehorende buitenruimtes specifieke aandacht. Het SPIL-centrum met alles wat daarbij hoort dient binnen het zoekgebied aan de noord(west)zijde van het cluster gerealiseerd te worden. Zie paragraaf 2.3 Programma SPIL-centrum. Dit zoekgebied is ruimer dan de maximale footprint aangegeven en hangt samen met de programmering van het blok, aansluiting op de buurt en de benodigde doorgang aan de Kruisstraat en de plaatsing van de toren aan de noordoostzijde. Binnen deze bandbreedte zijn twee ruimtelijke varianten denkbaar, elk met een andere impact op de relatie tussen het SPIL-centrum, buitenruimte en toren. A. SPIL-centrum aan noordzijde – afstand houden tot doorgang Kruisstraat
B. SPIL-centrum in de noordwesthoek – tot aan de doorgang Kruisstraat Wanneer het SPIL-centrum in de noordwesthoek geplaatst wordt en doorgetrokken tot aan de doorgang aan de Kruisstraat ontstaat een sterkere relatie met het binnengebied en krijgt de toren een meer noordelijke oriëntatie, met de langste zijde 44 m langs de Pastoor Petersstraat . De buitenruimtes van het SPIL-centrum — van KDV-plein tot speelhof voor midden- en bovenbouw — kunnen in deze variant logischer in de luwere binnenzijde worden gepositioneerd. Gevellengte voor het borgen van voldoende daglichttoetreding is hierbij punt van aandacht. In beide varianten is de insteek een SPIL-centrum die op een kwalitatieve wijze in het cluster verankerd is, met goed verbonden buitenruimtes die de relatie tussen straat, doorgang en binnengebied versterken. Voor de buitenruimte zijn verschillende locaties mogelijk, gekoppeld aan de verschillende leeftijdscategorieën: • KDV-plein ca. 200 m² - locatie ‘A’ in clusterpaspoort tekening) • Onderbouwplein ca. 350 m² - locatie ‘A’ of ‘B’) • Midden- en bovenbouwplein ca. 850 m² - locatie ‘B’ en/of ‘C’.
Voor de buitenruimte is een kwalitatieve, groene inrichting voorzien; nadrukkelijk te versterking van de kwaliteit van een gezonde leeromgeving. Voor alle mogelijke locaties is het realiseren van een kwalitatieve, veilige en te beheren afbakening (ook van de verschillende gebruiksdelen (school, KDV en sport) vereist. Voor inpassing in de Pastoor Peterstraat is een kwalitatieve inpassing i.r.t. het profiel, bestaande bomen, doorgaande langzaam verkeersstromen en kaders onderhoud kabels en leidingen (waaronder stamriool) punt van aandacht.
B K&R
C A
B
Legenda
K&R
Zoekgebied SPIL-centrum
C
B
Zoekgebied entree
A
C
K&R
Zoekgebied schoolplein B: dubbelgebruik met de buurt B
CZoekgebied schoolplein K&R C: op de dak van het gebouw A
C Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
K&R
B Zoekgebied schoolplein A: Kinderdagverblijf
A A
19
3.6. Aansluiting omgeving 3.6.1. Begane grond en overgangszone openbare ruimte Cluster 2 is voorzien als alzijdig gebouwensemble. De begane grond krijgt een organisatie en programmering met een open en actieve uitstraling, om bij te dragen aan de beoogde stedelijkheid en aan te sluiten op het karakter van de omliggende openbare ruimte. Het publieke programma is nadrukkelijk aanwezig en afleesbaar. Transparante gevels, zichtlijnen en uitnodigende entrees versterken de interactie tussen binnen en buiten. Dit vraagt om een zorgvuldig ontworpen functionele en ruimtelijke overgang(szone) tussen plint en straat. Vooral langs de Fellenoord en Kruisstraat is het realiseren van een passende overgang essentieel: hier moet de overgang tussen gebouw en openbare ruimte zowel functioneel als ruimtelijk helder worden vormgegeven, zodat de plinten tegelijkertijd bijdragen aan de activering van de straat én het goed functioneren van programma borgen. Daarnaast is het tot leven brengen en het binnengebied visueel en ruimtelijk verbinden met de stad nadrukkelijk aandachtspunt.
3.6.2. Plinten Om bij te dragen aan de beoogde stedelijkheid en alzijdigheid, zijn de plinten de belangrijkste schakel tussen gebouw en openbare ruimte. Door transparantie, duidelijke entrees en een hoogte van minimaal 7m (eventueel met mezzanine) ontstaat een levendige, toegankelijke stedelijke basis. Door middel van een optimale vormgeving van de plint wordt op een passende wijze de overgang naar de directe omgeving georganiseerd.
geplaatst om interactie met de straat te versterken. • Ruime entrees en lobby’s krijgen een semipubliek karakter, zowel in uitstraling als programmering, waardoor ze uitnodigend werken voor bewoners, bezoekers en gebruikers. • Naast publiek(er) programma wordt nadrukkelijk invulling en concreet plek gegeven aan programma ter ondersteuning van collectiviteit, in functie en kwalitatieve routing door het blok,
Legenda Openbare ruimte Actieve overgang (privé grond, openbaar, actief in vorm van het terras: café of andere functie) Binnengebied semipubliek (privé, publiek toegankelijk) Zoekgebied schoolplein
Uitgangspunten: • Elk pand heeft minimaal één eigen entree. Publieke functies hebben ook hun eigen entree (zoals bijvoorbeeld bij de gymzaal). • Entrees worden rondom gepositioneerd voor het realiseren van een alzijdige oriëntatie. • Het realiseren van optimale pandbreedtes en het aantal entrees is punt van onderzoek (vast te leggen in (Beeld)kwaliteits principes Ruimtelijk Raamwerk). • Ramen, deuren en leefruimtes worden strategisch
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Programma invulling en (netto vrije) plinthoogtes: • Aan de zuidzijde, op de hoek van Fellenoord en Veldmaarschalk Montgomerylaan, wordt minimaal twee lagen hoogstedelijk programma gevraagd als publieke primaire voorzieningen, aangevuld tot twaalf lagen met secundaire voorzieningen. Een grote footprint, met flexibele maatvoering binnen deze contour, maakt dit mogelijk. De totale plinthoogte bedraagt minimaal 7 meter vrije hoogte, wat realisatie van een entresol als 2e laag mogelijk maakt. • Aan de westzijde (Kruisstraat) geldt een minimale invulling met niet-woonprogramma van één laag, eventueel aangevuld met meer lagen, bestemd voor commerciële functies of makerspaces. Er moet een duidelijke visuele relatie tussen de straat en het binnengebied worden gerealiseerd. De minimale vrije hoogte van de begane grond is 4 meter. Alle programma's aan de Kruisstraat dienen ook een toegang te hebben vanaf het binnengebied voor het organiseren van bevoorrading vanaf de oostzijde (beschreven onder mobiliteit, logisitiek). • Aan de west- en noordzijde wordt één tot twee lagen actieve plint voorzien voor het SPIL-centrum. De plinthoogtes voor het SPIL-centrum bedraagt 20
150m
3m
3m
75m
7m
4m
45m 35m
21m
Legenda Levende plint (geen dicht plinten) min. 7m actieve plint (toegankelijk) min. 4m semi-publiek - open voor publiek (met publieke uitstraling en toegankelijk voor diensten) Plint SPIL-centrum afhankelijk van centrumontwerp Relatie schoolplein
minimaal 4 meter en voldoet aan de technische vereisten voor basisscholen. De verschillende programma’s van het SPIL-centrum zijn herkenbaar in de entrees en het gevelontwerp. • Aan de noordoosthoek is ruimte voor aanvullende woonondersteunende voorzieningen, een ruime entree en lobby van de toren, mobiliteit en logistiek (entree van de parkeergarage, fietsparkeren, afvalverzameling, nutsaansluitingen, etc.). De minimale hoogte van de begane grond bedraagt 4 meter om een representatieve en veilige uitstraling te waarborgen. Daarbij ligt de focus op het voorkomen van een ‘achterkant-gevoel’. • Aan de zuidoosthoek is een minimale plinthoogte van 7 meter, eventueel aangevuld met meer lagen, met commerciële functies of werkruimten/makerspaces, en een duidelijke visuele verbinding tussen straat en binnengebied. De zuidoosthoek is onderdeel van de afbakening van het stationsplein en de Fellenoord.
3.6.3. Setbacks voor realiseren overgangen De dichtheid van het cluster vraagt om slimme posities van setbacks en insnijdingen. Hierdoor ontstaat er voldoende licht en lucht in het blok. Daarnaast creëren setbacks ruimte voor dakterrassen en stedelijk leven. Volgens de definitie van de hoofdrooilijnen legt dit clusterpaspoort op enkele hoeken de rooilijn vast om de vorm van het bouwblok te markeren. Voor realisatie van een menselijk schaal en differentiatie is het definieren van de optimale setbacks binnen het bouwvlak punt van onderzoek. Naast de vrijheid om extra insnijdingen te creëren, worden er twee verplichte setbacks op de begane grond gesteld:
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Setback zuidoostzijde aan Fellenoord: Er wordt een minimale diepte van 5 meter aangehouden voor het realiseren van terrassen en/of entrees, met een minimale hoogte van 10 meter. Deze ingreep draagt bij aan het karakter van de Fellenoord en vervult de behoefte aan activering en verblijfsruimte binnen de stedelijke kwaliteit. Setback entree SPIL-centrum: Setback met een hoogte van één of twee verdiepingen exacte positie en diepte onderwerp van onderzoek. De entree markeert de toegang tot het SPIL-centrum en realiseert een passende overgang naar het openbaar gebied.
Legenda Vaste rooilijn Setback vaste diepte 5m Zoekgebied setback entree SPIL-centrum
21
3.7. Semi-Openbare ruimte en binnengebied 3.7.1. Karakter en gebruik Het binnengebied van het cluster is publiek toegankelijk – doorwaadbaar – voor voetgangers, als aanvulling op en als onderdeel van de omliggende publieke ruimte en routes. Het binnengebied heeft een hoogwaardig groen, publiek en gemeenschappelijk karakter om maximaal invulling te gevenaan de eerder beschreven beoogde rol en karakter, als voorwaarde voor het realiseren van leefkwaliteit of deze dichte plek, en als bijdrage aan klimaatadaptiviteit/wateropgave en ecologie (voor allen eisen volgens gemeentelijk beleid).
Het binnengebied krijgt een maximaal groen karakter met waarde voor leefkwaliteit en biodiversiteit als een kwalitatieve, robuuste groene omgeving en aandacht voor de (potentie van de) wateropgave. Je hebt overal zicht op groen. Het landschapsontwerp maakt maximaal gebruik van zonlicht, met bewust gelokaliseerde gebruiksplekken voor verschillende momenten van de dag.
De rooilijnen aan de binnenzijde zijn aangegeven in de clusterkaart, waarmee de minimale vrije ruimte voor het binnengebied en de maximale diepte van panden is bepaald. In de uitwerking vereist het realiseren van een optimale gebruikskwaliteit in oppervlak, samenhang, routes en microklimaat aandacht. Hierbij is het van belang dat verspringingen en doorsnedes voorkomen dat er een lange, rechte wand aan het binnenhof ontstaat.
Het binnengebied is optimaal aangesloten op omliggende panden, waarin elk pand zijn directe toegang heeft zodat alle gebruikers en bewoners er gebruik van kunnen maken. Functies met entrees aan de buitenzijde van het cluster moeten zowel visueel als functioneel verbonden zijn met het binnengebied, bijvoorbeeld in de vorm van een terras, een zitplek of een buitenwerkplek. Gesloten wanden aan de binnenzijde zijn niet toegestaan.
Het binnengebied krijgt een publiek karakter, met de nadruk op verblijfswaarde. De programmering van het binnengebied (vast en flexibel) is cruciaal en vereist verdere verdieping. Het binnengebied krijgt een collectief karakter.
Bij de inrichting ligt de nadruk op gebruikskwaliteit en wordt speciale aandacht besteed aan het microklimaat, met name de bezonning, en aan de menselijke maat in de indeling, materialisering (met nadruk op groen) en de aansluiting en overgangen van de bouwblokken.
Het ontwerp streeft naar een optimale gebruikskwaliteit voor zowel het bredere publiek als voor de gebruikers en bewoners van het blok. Bij de uitwerking is het onderscheid tussen publiek en niet-publiek toegankelijke zones aandachtspunt. Inpassing van het SPIL-centrum en bijbehorende buitenruimte is daarbij punt van aandacht (zie hieronder).
Type ruimten en groen wordt gedefinieerd en vormgegeven in relatie bebouwing en daarin de potentie van gelaagdheid buitenruimtes en groen dakterrassen ((semi)publiek, collectief en privé).
Het schoolplein wordt als integraal onderdeel van het ontwerp van het volledige blok beschouwd. Het plein zal waarschijnlijk niet volledig open en toegankelijk zijn, maar het moet visueel verbonden zijn met de omgeving en bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in plaats van afgesloten te worden door een hek.
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
Nadrukkelijk aandachtspunt is de sociale veiligheid (zien en gezien worden) tijdens de avond en nacht, waarvoor aandacht voor optimale programmering en materialisering/verlichting.
3.7.2. Specifieke kwaliteitsprincipes Om invulling te geven aan bovenstaande is voorzien: • Maximaal groenoppervlak, minimale verharding (geen harde ratio); volgens een robuuste uitwerking (aandacht routes, aansluitingen entrees, verblijfsplekken). • Invulling in aansluiting gemeentelijk beleid, met minimaal één boom uit de 1e categorie (6-15 m) gecombineerd met bomen uit de 2de of 3de categorie (<6 meter), met een voldoende robuuste en kwalitatieve onderbeplanting voor de realisatie van een voldoende robuuste en samenhangende kwalitatieve binnentuin. • Strategische positionering bomen en herkenbare beplanting in zichtlijnen vanuit omgeving en doorgangen. • Voldoende gronddekking voor het realiseren van een kwalitatieve, robuuste beplanting: Basispakket voor onderbeplanting en heester minimaal 70cm, met 150cm hoogte (mogelijk als heuvels) voor bomen (excl. pakket voor riolering/kabels/leidingen en waterbergend pakket). • In het binnengebied wordt voorzien in kwalitatieve, collectieve gebruiksplekken. Het biedt plek voor verblijf, ontmoeten en –voorzieningen jaarrond gebruik om bij te dragen aan leefbaarheid, gezondheid en sociale cohesie. Preciezere invulling (zit, speel, sport, events, …) is punt van onderzoek en uitwerking door initiatiefnemer. • Materialisering in aansluiting omliggende openbare ruimte volgens het later uit te werken Inrichtingsplan. 22
3.7.3. Aansluiting openbare ruimte In geval van terugspringende rooilijnen / open delen in aansluiting op de openbare ruimte worden deze uitgevoerd volgens principes Ruimtelijk Raamwerk, (Beeld)Kwaliteitsplan en Inrichtingsplan openbare ruimte. Dit geldt ook voor aansluitingen op de doorgangen (zie onder). Hierbij is de insteek een vlakke en naadloze aansluiting en doorzetting materialisering (eigendomsgrenzen niet leesbaar). Het is hierbij wel wenselijk om op subtiele wijze kenbaar te maken waar een grens ligt tussen particulier eigendom en gemeentelijk eigendom i.v.m. verantwoordelijkheden handhaving en beheer.
3.7.4. Doorgangen Het binnengebied is toegankelijk middels drie doorgangen in het gebouwensemble. en maken het binnengebied toegankelijk als kwalitatieve, geborgen verblijfsplek. • De toegang vanaf Fellenoord: vormt een informele, stedelijke verbinding met MMK. • Om het stedelijke front langs Fellenoord te behouden, wordt deze doorgang uitgevoerd als passage (opening in bouwvolume). • Voor zichtbaarheid en veiligheid is een minimale breedte van 10 meter en een minimale hoogte van 12 meter voorzien. • De exacte positie is onderwerp van onderzoek. • Toegang vanaf Montgomery en Kruisstraat: informele verbinding met cluster 1B en richting cluster 11. • Om het informele karakter te behouden, is de route niet rechtlijnig (maar hebben wel heldere zichtlijnen).
• De doorgangen zijn volledig open exacte positie onderwerp van uitwerking in nauwe samenhang omliggende ontwikkelingen. Minimale breedte aan Kruisstraat en Veldmaarschalk Montgomerylaan minimaal 10 m. De doorgangen zijn voorzien als aantrekkelijke en sociaal veilige voetgangsverbindingen, met specifieke aandacht voor programmering in de plinten, een hoogkwalitatieve materialisering en verlichting.
3.7.5. Sociale veiligheid, gezondheid en inclusiviteit Het binnengebied draagt, in samenhang met de voorgaande uitgangspunten bij aan sociale binding, gezondheid en veiligheid. Het ontwerp is gericht op een inclusieve en toegankelijke inrichting die uitnodigt tot gebruik door verschillende leeftijden en doelgroepen en die ontmoeting, informele interactie en dagelijks bewegen ondersteunt.
Bovenstaande principes voor de verschillende onderdelen, zullen verder worden gedetailleerd in het (Beeld)kwaliteitplan ((B)KP) op hoofdlijnen.
3.8. Architectonische vormgeving Architectonische diversiteit Voor de architectonische vormgeving is differentiatie in karakter, uitstraling en materialisering voorzien. Hierbij worden de panden als verschillende eenheden (met samenhang) vormgegeven, vanuit verschillen in programma en doelgroepen; een kleinere stedelijke korrel, wat bijdraagt aan de beoogde stedelijkheid en dynamiek. In alles is een hoogkwalitatief niveau voorzien, passend bij de plek en rol in de stad en wijk. Principes voor de architectonische uitwerking, met beoogde atmosfeer, kwaliteit en kaders zullen beschreven worden in het BKP 150m
Sociale veiligheid wordt integraal benaderd, waarbij ruimtelijke opzet, zichtbaarheid, actieve randen en passende verlichting bijdragen aan een gevoel van veiligheid en sociale controle gedurende de dag en avond. Het binnengebied functioneert daarmee als een plek waar gebruik en verblijf vanzelfsprekend zijn en waar zien en gezien worden wordt ondersteund. Bij verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met duurzaam beheer, onderhoud en het collectieve karakter van het binnengebied, zodat de kwaliteit, veiligheid en levendigheid ook op lange termijn kan worden geborgd voor de buurt, bewoners en gebruikers.
Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.
75m
45m 35m
21m
23
3.9 Bezonning, hittestress en wind Bezonning en schaduw Voor de ontwikkeling van de wijk en het ensemble als geheel staat het realiseren van een optimale gebruikskwaliteit staat voorop. Het realiseren van een optimale bezonning en (micro)klimaat is hierbij nadrukkelijk punt van aandacht. Voor alle clusters dient een bezonnings- en schaduwstudie in een vroeg stadium (SO en verdere toetsing in VO) te worden uitgevoerd, waarbij ook de effecten door de bebouwing in de omgeving worden meegenomen. De effecten op de nabijgelegen Sunspot aan de Houtstraat dienen ook in deze studie in beeld gebracht te worden. In Bijlage 3 van het bezonningsbeleid (2024) zijn de regels voor deze Sunspot opgenomen.