CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A bij ontwerp raadsbesluit

Raadsvergadering 20 mei 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling eerste wijziging Omgevingsplan gemeente Eindhoven40.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

2.

Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax ), blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport-. educatieve of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.

Artikel 10.22 Meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax) zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Subsubparagraaf 10.2.2.3.2 Geluidregels ter bescherming van geluidgevoelige gebouwen

87

Artikel 10.23 Toepassingsbereik geluidnormen 1.

Deze geluidregels in deze subsubparagraaf zijn van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw dat in dit omgevingsplan, of in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten.

2.

In afwijking van het eerste lid is deze subsubparagraaf niet van toepassing: a. op of in een geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar; c. op een niet-geluidgevoelige gevel.

3.

Voor de toepassing van de geluidregels in deze paragraaf wordt als niet-geluidgevoelige gevel ook aangemerkt: a. bouwkundige constructie die op grond van artikel 1b, vierde lid, van de Wet geluidhinder niet als gevel werd beschouwd; b. een gevel waarvoor met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering is afgeweken van de wettelijke normen voor geluid; c. in het tijdelijk deel van het omgevingsplan middels een voorwaardelijke verplichting in de ruimtelijke regels is opgenomen dat een gevel geen te openen delen mag bevatten of “doof” uitgevoerd moet worden.

Artikel 10.24 Eerbiedigende werking tijdelijkheid In afwijking van artikel 10.23, tweede lid, onder b, zijn de geluidregels uit subsubparagraaf 10.2.2.3.2 ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 10.25 Eerbiedigende werking geprojecteerde gevoelige gebouwen In afwijking van artikel 10.23 zijn de geluidregels in deze subsubparagraaf 10.2.2.3.2 niet van toepassing op het geluid door een activiteit op en in een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is als: a. die activiteit die al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en is toegelaten op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 10.26 Eerbiedigende werking drijvende woonschepen Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden zoals genoemd in deze paragraaf als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012: a. voor een woonschip was bestemd; b. in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en: 1. voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of 2. de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit omgevingsplan is toegelaten.

Artikel 10.27 Waar waarden gelden De waarden voor het geluid door een activiteit gelden:

88

a. b. c. d.

als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte.

Artikel 10.28 Functionele binding De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 10.29 Voormalige functionele binding geluid Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een geluidgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn.

Artikel 10.30 Waarde reguliere activiteiten 1.

2.

89

Het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw is niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 10.30.a. Tabel 10.30.a.

07.00–19.00 uur

19.00–23.00 uur

23.00–07.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

-

70 dB(A)

70 dB(A)

LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

-

65 dB(A)

65 dB(A)

Het geluid door een activiteit binnen een in- en of aanpandig geluidgevoelig gebouw, is niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 10.30.b. Tabel 10.30.b.

07.00–19.00 uur

19.00–23.00 uur

23.00–07.00 uur

LAr,LT in de geluidgevoelige ruimte

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

-

55 dB(A)

55 dB(A)

LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

-

45 dB(A)

45 dB(A)

Artikel 10.31 Waarde aangewezen bedrijventerrein 1.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 10.30 eerste lid geldt dat het geluid door een activiteit die wordt verricht ter plaatse van ‘bedrijventerrein – afwijkende geluidwaarde’ op een geluidgevoelig gebouw gelegen ter plaatse van ‘bedrijventerrein – afwijkende geluidwaarde’, niet hoger is dan de waarde, bedoeld in tabel 10.31. Tabel 10.31

07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen

-

75 dB(A)

75 dB(A)

LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

-

70 dB(A)

70 dB(A)

Zolang dit omgevingsplan 'bedrijventerrein – afwijkende geluidwaarde' nog niet bevat geldt in aanvulling op het eerste lid geldt dat het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger is dan de waarde, bedoeld in de in het eerste lid genoemde tabel.

Artikel 10.32 Waarde geluid agrarische activiteiten agrarisch gebied In afwijking van het bepaalde in artikel 10.30, eerste lid, geldt dat het geluid door een activiteit die in hoofdzaak agrarisch is dan wel die daarmee verband houden, de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw niet hoger is dan de waarde in tabel 10.32: Tabel 10.32

90

06.00-0.700 uur

07.00-19.00 uur

19.00-22.00 uur

22.00-06.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

35 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

65 dB(A)

-

65 dB(A)

65 dB(A)

Artikel 10.33 Waarde geluid bestaande tankstations 1.

2.

In afwijking van artikel 10.30 eerste lid is het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken aan motorvoertuigen van derden dat rechtmatig plaatsvond op het moment dat deze bepaling in werking trad, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 10.33. Tabel 10.33

06.00-0.700 uur

07.00-19.00 uur

19.00-22.00 uur

22.00-06.00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen door aandrijfgeluid van transportmiddelen

65 dB(A)

-

70 dB(A)

70 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen door andere piekgeluiden

65 dB(A)

-

65 dB(A)

65 dB(A)

In afwijking van tabel 10.33 geldt voor tankstations die aanwezig waren voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingswet tussen 19:00 en 22:00 een LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen door andere piekgeluiden een waarde van 70 dB(A) en een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van 50 dB(A).

Artikel 10.34 Waarde industrieterrein Als een activiteit wordt verricht op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in artikel 10.30 eerste lid, en artikel 10.33 eerste lid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 10.35 Maatwerkvoorschrift voor niet-representatief geluid 1.

De bevoegdheid om maatwerkvoorschrift te stellen als bedoeld in artikel 10.5 houdt in ieder geval in dat het bevoegd gezag, in afwijking van de waarden, bedoeld in de artikelen 10.30 tot en met 10.33, bij maatwerkvoorschrift voor bepaalde activiteiten, anders dan festiviteiten of andere evenementen bedoeld in artikelen 10.37 en 10.38, andere waarden kan vaststellen.

2.

In afwijking van artikel 10.14 kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift activiteiten aanwijzen waarop de waarden, bedoeld in de artikelen 10.30 tot en met 10.33 niet van toepassing zijn.

3.

Bij de toepassing van het eerste en het tweede lid, kan het bevoegd gezag in ieder geval voorschriften stellen met betrekking tot de duur van de activiteiten, het treffen van maatregelen, de tijdstippen waarop de activiteiten plaatsvinden of het vooraf melden per keer dat de activiteit plaatsvindt.

Artikel 10.36 Uitzondering geluidwaarden op feestdagen (collectieve festiviteiten) Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.37 Maatwerkvoorschriften voor festiviteiten bij horeca Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

91

Artikel 10.38 Maatwerkvoorschrift voor festiviteiten Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.39 Geluid en bedrijfswoningen van derden - overgangsrecht Voor een activiteit waarop artikel 22.69 van dit omgevingsplan, zoals dat op grond van het Invoeringsbesluit Omgevingswet op 1 januari 2024 van toepassing was geworden, blijft dat artikel gelden gedurende drie jaar vanaf het in werking treden van dit artikel, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals die werd verricht direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel.

Subparagraaf 10.2.2.4 Trillingen Artikel 10.40 Toepassingsbereik 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit als bedoeld in artikel 10.9 in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat in dit omgevingsplan, of in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op een locatie is toegelaten.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit: a. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en b. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 10.41 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking In afwijking van artikel 10.40, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 10.42 Functionele binding De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 10.43 Voormalige functionele binding 1.

De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw ter plaatse van voormalige functionele binding - trilling 'voormalige functionele binding - trilling' voor zover het gaat om trilling door een activiteit die eerder met dat trillinggevoelig gebouw functioneel verbonden was.

2.

In aanvulling op het tweede lid zijn bij een agrarische activiteit de waarden voor trilling niet van toepassing op of in een trillinggevoelig gebouw dat op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden.

Artikel 10.44 Meerdere activiteiten beschouwen als 1 activiteit Voor de toepassing van deze subparagraaf worden voor de toepassing van deze paragraaf als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.

92

Artikel 10.45 Termijn overhandigen trilling onderzoek Een trillingonderzoek wordt verstrekt: a. Ten minste vier weken voordat een nieuwe activiteit wordt uitgevoerd waarbij trillinghinder te verwachten valt. b. Ten minste vier weken voordat de activiteit qua trillingen relevant wijzigt en de activiteiten op een andere manier worden verricht dan op grond van een eerder opgesteld onderzoeken bekend was bij het bevoegd gezag.

Artikel 10.46 Meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van de continue trillingen, bedoeld in deze paragraaf, is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 10.47 Waarden voor continue trillingen 1.

Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 10.47.

2.

ls niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 10.47. Tabel 10.47

Soort

07.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

A1 trillingssterkte Vmax

0,1

0,1

A2 trillingssterkte Vmax

0,4

0,2

A3 trillingssterkte Vper

0,05

0,05

Artikel 10.48 Waarden voor herhaald voorkomende trillingen

93

1.

Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax , bedoeld in tabel 10.48.

2.

Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van herhaald voorkomende trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 10.48. Tabel 10.48

Soort

07.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

A1 trillingssterkte Vmax

0,2

0,2

A2 trillingssterkte Vmax

0,8

0,4

A3 trillingssterkte Vper

0,1

0,1

Artikel 10.49 Maatwerk bij trillinghinder In afwijking van de waarden genoemd in artikel 10.47 en 10.48 kan het bevoegd gezag middels het verlenen van een maatwerkvoorschrift een hoger trillingsniveau toestaan in trillinggevoelige ruimten op het moment dat: a. toepassing van artikel 10.47 en artikel 10.48 zal leiden tot het moeten verlangen van verdergaande maatregelen dan het toepassen van de best beschikbare technieken (BBT); b. het gaat om een activiteit die wordt verricht ter plaatse van “bedrijf” en de waarden niet hoger zijn dan de waarden benoemd in artikel 10.47 en artikel 10.48 vermenigvuldigd met 1,8. c. als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen het rechtervaardigen een hogere waarde dan de standaardwaarden of grenswaarde toe te passen.

Subparagraaf 10.2.2.5 Geur Subsubparagraaf 10.2.2.5.1 Algemene bepalingen Artikel 10.50 Toepassingsbereik Deze subsubparagraaf is van toepassing op de geur door een activiteit als bedoeld in artikel 10.9 op een geurgevoelig gebouw, met uitzondering van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. op het trillingen van spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg; c. situaties waarbij sprake is van het opslaan van propaan in tanks bij woningen.

Artikel 10.51 Geurgevoelige gebouwen 1.

Onder een geurgevoelig gebouw wordt verstaan: a. een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat is toegelaten op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met een: 1. woonfunctie en nevenfuncties daarvan; 2. onderwijsfunctie en nevenfuncties daarvan; 3. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; 4. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; b. een ander gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en dat volgens aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en daarvoor permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze, wordt gebruikt.

2.

In afwijking van het eerste lid is deze subparagraaf niet van toepassing op of in een geurgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar.

Artikel 10.52 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking 1. In afwijking van artikel 10.51, tweede lid, is deze subparagraaf ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de wet.

94

2.

In afwijking van artikel 10.51, eerste lid, is deze subparagraaf niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar mag worden gebouwd op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de wet; of b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de wet.

Artikel 10.53 Waar waarden en tot waar afstanden gelden De waarden en de afstanden, bedoeld in deze subparagraaf gelden: a. als het gaat om een geurgevoelig gebouw: op of tot de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.

Artikel 10.54 Functionele binding Deze paragraaf is niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw als het geurgevoelig gebouw een functionele binding heeft met die activiteit.

Artikel 10.55 Voormalige functionele binding geur 1. Bij een activiteit is deze paragraaf niet van toepassing op een geurgevoelig gebouw dat eerder functioneel verbonden was met het gevoelige gebouw in de gevallen dat er sprake is van: a. het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony´s voor het berijden in een dierenverblijf; b. overige agrarische activiteiten; c. een horecagelegenheid. 2.

Het eerste lid is uitsluitend van toepassing op een geurgevoelig gebouw ter plaatse van voormalige functionele binding - geur.

3.

In aanvulling op het tweede lid is deze paragraaf niet van toepassing voor de geurbelasting van het bedrijf waarmee het geurgevoelige object een voormalige functionele binding aangaat bij een activiteit bedoeld in het eerste lid op of in een geurgevoelig gebouw dat op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden.

Artikel 10.56 Meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit Voor de toepassing van deze paragraaf als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.

Artikel 10.57 In welke gevallen geurrapportage

95

1.

Indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige gebouwen voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.

2.

Het bevoegd gezag kan, indien het redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van geurhinder, verzoeken dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd.

Artikel 10.58 Inhoud geurrapportage 1.

Een geuronderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065. Het rapport bevat ook een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels om geurhinder te beperken.

2.

Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder kan onder meer rekening worden gehouden met de volgende aspecten: a. de toetsingskaders voor geur zoals benoemd in dit omgevingsplan; b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen; c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende activiteit; d. de historie van de betreffende activiteit en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder; e. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende activiteit, en f. de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels.

Artikel 10.59 Maatwerkvoorschrift De bevoegdheid om maatwerkvoorschrift te stellen houdt in ieder geval in dat het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift: a. geuremissiewaarden kan vaststellen; b. kan bepalen dat bepaalde geurbelastingen ter plaatse van geurgevoelige gebouwen niet worden overschreden, of c. kan bepalen dat technische voorzieningen worden aangebracht of gedragsregels in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Artikel 10.60 Maatwerk vanwege cumulatie De bevoegdheid om een maatwerkvoorschrift te stellen houdt in ieder geval in dat het bevoegd gezag in afwijking van de waarden en afstanden als bedoeld in deze paragraaf andere waarden en afstanden kan vaststellen vanwege cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.

Subsubparagraaf 10.2.2.5.2 Geurregels bij industriële activiteiten Artikel 10.61 Toepassingsbereik Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.62 Handreiking geur Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.63 Omgevingscategorieën Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.64 Uitgangspunten voor beoordeling Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.65 Ontvankelijkheid geur industriële activiteiten Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.66 Eisen aan de berekening van de geurbelasting Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.67 Beoordeling van de aanvraag Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.68 Bestaande activiteiten Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

96

Artikel 10.69 Nieuwe activiteiten Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.70 Nieuwe en bestaande activiteiten Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 10.71 Maatwerkvoorschriften Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subsubparagraaf 10.2.2.5.3 Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf Artikel 10.72 Toepassingsbereik 1.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het in een dierenverblijf houden van: a. landbouwhuisdieren; b. het hobbymatig houden van dieren; en c. paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.

2.

Deze subsubparagraaf is niet van toepassing op het houden van minder dan 10 schapen, 5 paarden en pony’s, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige dieren.

Artikel 10.73 Vanaf waar afstanden gelden Een afstand als bedoeld in deze subsubparagraaf geldt vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 10.74 Landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden 1.

2.

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor de geur op een geurgevoelig gebouw door de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 10.74. Tabel 10.74

Geurgevoelig gebouw

Waarde

Gelegen binnen de bebouwde kom

3,0 ouE/m3

Gelegen buiten de bebouwde kom

14,0 ouE/m3

Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is artikel 6.14 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Artikel 10.75 Landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden 1. Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in artikel 10.74, eerste lid, mag, in afwijking van artikel 10.74, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: a. het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, en b. de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op die locatie niet toenemen.

97

2.

Voor gevallen als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën met geuremissiefactor alleen toenemen als: a. een geurbelastingreducerende maatregel wordt getroffen; en b. de totale geur na het uitbreiden niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de waarde, bedoeld in artikel 10.74, en de waarde van de geur die de activiteit onmiddellijk voorafgaand aan het treffen van de maatregel rechtmatig mocht veroorzaken.

Artikel 10.76 Landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige gebouwen Artikel 10.74, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 10.76 , tot de volgende geurgevoelige gebouwen: a. een geurgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan; b. een geurgevoelig gebouw dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan; c. een geurgevoelig gebouw met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd: 1. op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf; 2. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en 3. in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; d. een geurgevoelig gebouw dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig gebouw met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd. Tabel 10.76

Geurgevoelig gebouw met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 10.77 Eerbiedigende werking cumulatieve waarden Indien de achtergrondgeurbelasting hoger is dan de beschreven percentagemaatregelen mag een veehouderij met geuremissiefactoren worden gewijzigd indien maatregelen worden getroffen die een daling van de achtergrondgeurbelasting teweeg brengen die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert.

Artikel 10.78 Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: afstand De afstand bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 10.78. Tabel 10.78

98

Geurgevoelig gebouw

Afstand

gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 10.79 Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand 1.

Artikel 10.78 is niet van toepassing als op een locatie waarop onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan aan de afstanden bedoeld in tabel 10.79. Tabel 10.80

Geurgevoelig gebouw

Afstand

gelegen binnen de bebouwde kom

50 m

gelegen buiten de bebouwde kom

25 m

Artikel 10.80 Landbouwhuisdieren en paarden of pony’s voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf 1.

2.

Onverminderd de artikelen 10.74 tot en met 10.79 is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 10.80. Tabel 10.80

Geurgevoelig gebouw

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

50 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

25 m

In afwijking van artikel 10.73 geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf.

Artikel 10.81 Landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 10.80, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: a. die afstand niet afnemen; b. de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw niet toenemen; en c. het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toenemen.

99

Artikel 10.82 Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden of pony’s die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 10.80, eerste lid, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden: a. die afstand niet afnemen; en b. het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen.

Subsubparagraaf 10.2.2.5.4 Geur door andere aangewezen agrarische activiteiten Artikel 10.83 Opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand 1.

Dit artikel is van toepassing op het opslaan van: a. vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden; b. champost; of c. dikke fractie.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op: a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van 3 m3 of minder; b. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op een plek; en c. het opslaan van meer dan 600 m3 vaste mest.

3.

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand bij het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 10.83. Tabel 10.83

Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie

Afstand

gevoelig gebouw gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

gevoelig gebouw gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

Artikel 10.84 Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand

100

1.

Dit artikel is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3.

2.

Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 10.84. Tabel 10.84

Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong

Afstand

gevoelig gebouw gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15349436/2