CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A bij ontwerp raadsbesluit

Raadsvergadering 20 mei 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling eerste wijziging Omgevingsplan gemeente Eindhoven40.788 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Vaststelling wijziging Omgevingsplan gemeente Eindhoven deelgebied Woensel Noord en gedeeltelijk hoofdstuk 22 verplaatsen De gemeenteraad van de Gemeente Eindhoven , gelezen de publicatie voor het vrijgeven van het ontwerp van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven voor de terinzageleggening door het college van burgemeester en wethouders op 17 december 2024, gelet op: • dat het ontwerp van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven met inachtneming van het bepaalde in en krachtens afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht is voorbereid; • dat het ontwerp van de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven in digitale vorm gedurende de periode van zes weken voor iedereen ter inzage heeft gelegen van 20 december 2024 tot en met 30 januari 2025 en dat voor iedereen de gelegenheid openstond om tijdens deze periode naar keuze schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; • dat er geen zienswijzen zijn ontvangen; • de wijzigingen die ten opzichte van de ontwerpwijziging zijn aangebracht, zoals opgenomen in de 'Nota van ambtshalve wijzigingen'.

• dat door dit besluit delen van onderliggende bestemmingsplannen Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023, Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021, Paraplubestemmingsplan waterberging en Bestemmingsplan Woensel Noord 202 vervallen die zijn aangegeven in de bij dit besluit behorende Pons. • deze wijziging betreft een beleidsarme overzetting van het gebied Woensel Noord en deels verplaatsing van artikelen uit hoofdstuk 22 naar andere hoofdstukken Wat er gewijzigd is wordt omschreven in de Motivering; • de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

Artikel I Het "Omgevingsplan gemeente Eindhoven" te wijzigen, zoals opgenomen in Bijlage A ;

Artikel II De delen van de bestemmingsplannen behorende bij de pons met identificatie /join/id/regdata/gm0772/2025/6251b9db6da848298c0f7520edeba6ce/nld@2025-03-14;11591683 te laten vervallen. Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Eindhoven, in de openbare vergadering op xxxxx 2025

Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.

1

Bijlage A Bijlage bij artikel I A Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.

2.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij bijlage I bij dit omgevingsplan een afwijkende begripsomschrijving bevat.

3.

In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn ter plaatse van het ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op deze regels.

4.

In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-omgevingsplan.

5.

Als een begripsbepaling in een ter plaatse geldend ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan afwijkt van een begripsbepaling, opgenomen in bijlage I, dan is op de begripsbepaling in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan van toepassing op de desbetreffende regels in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan.

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

2.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

3.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van paragraaf 22.3.7.4 van dit omgevingsplan.

Artikel 1.2 Oogmerk regels omgevingsplan De regels in dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op de maatschappelijke doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, tenzij uit de regels van dit omgevingsplan volgt dat het oogmerk is beperkt.

Artikel 1.3 Waar deze regels gelden

2

1.

De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Eindhoven, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat het geografisch werkingsgebied is beperkt.

2.

Bijlage II geeft een overzicht informatie-objecten bij dit omgevingsplan.

Artikel 1.4 Normadressaat Tenzij elders in dit omgevingsplan specifiek anders is bepaald, wordt aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 1.5 Algemene gegevens bij melding en informatieplicht Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, anders dan in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. de dagtekening.

Artikel 1.6 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat Voor zover gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 1.5 zijn verstrekt, worden: a. voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 1.5, wijzigen, de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag; b. ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 1.7 Melding en kennisgeving Als op grond van dit omgevingsplan voor een activiteit een meldingsplicht of een informatieplicht van toepassing is, dient de melding of kennisgeving uiterlijk 6 maanden na inwerkingtreding van de verplichting te zijn gedaan, tenzij elders in dit omgevingsplan een andere termijn is gesteld.

Artikel 1.8 Meet- en rekenregels

3

1.

Ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking zijn de meet- en rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels over gebruik en bouwwerken.

2.

Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is de NEN 2580 van toepassing.

3.

Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.

4.

Op het bepalen van de geluidsbelasting op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing.

5.

De waarden die in dit omgevingsplan in m of m2 zijn uitgedrukt worden op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht: b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 1 m buiten beschouwing blijven.

6.

Voor de toepassing van het vijfde lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

7.

De goothoogte van een bouwwerk: vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met dien verstande dat de goothoogte van een woonwagen/woonwagenwoning wordt gemeten vanaf aansluitend terrein.

8.

De bouwhoogte van een bouwwerk: de afstand vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimtes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, met dien verstande dat de bouwhoogte van een woonwagen/woonwagenwoning wordt gemeten vanaf het aansluitend terrein.

9.

Dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak.

10.

De oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten, tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

11.

De inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken dakkapellen.

12.

De hoogte van een windturbine: vanaf het straatpeil tot aan de (wieken)as.

B Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 2 VANWEGE INSTRUCTIEREGELS AANGEWEZEN GEBIEDEN EN LOCATIES [Gereserveerd]

Afdeling 2.1 Instructieregels van het Rijk Artikel 2.1 Aanwijzing brandvoorschriftengebied Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 2.2 Aanwijzing explosievoorschriftengebied Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 2.3 Aanwijzing risicogebied externe veiligheid Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 2.4 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 2.5 Aanwijzing bebouwingscontour jacht Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 2.6 Aanwijzing bebouwingscontour geur Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Afdeling 2.2 Instructieregels van de provincie Noord-Brabant Paragraaf 2.2.1 Waterwingebied Artikel 2.7 Aanwijzing waterwingebied Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 2.2.2 Grondwaterbeschermingsgebied Artikel 2.8 Aanwijzing grondwaterbeschermingsgebied Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

4

Paragraaf 2.2.3 Boringsvrije zone Artikel 2.9 Aanwijzing boringsvrije zone Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 2.2.4 Attentiezone waterhuishouding Artikel 2.10 Aanwijzing attentiezone waterhuishouding Ter plaatse van Attentiezone Waterhuishouding geldt dat de gronden zijn aangewezen tot attentiezone waterhuishouding als bedoeld in artikel 5.41 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Paragraaf 2.2.5 Behoud en herstel watersystemen Artikel 2.11 Aanwijzing behoud en herstel watersystemen Ter plaatse van Behoud en Herstel Watersystemen geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud en herstel van watersystemen als bedoeld in artikel 5.42 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Paragraaf 2.2.6 Natuur Netwerk Brabant Artikel 2.12 Aanwijzing Natuur Netwerk Brabant Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 2.2.7 Ecologische verbindingszone Artikel 2.13 Aanwijzing ecologische verbindingszone Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 2.2.8 Aardkundige waarden Artikel 2.14 Aanwijzing aardkundige waarden Ter plaatse van Aardkundige Waarde geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden en kenmerken als bedoeld in artikel 5.43 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Paragraaf 2.2.9 Regionale waterberging Artikel 2.15 Aanwijzing regionale waterberging Ter plaatse van Regionale Waterberging geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud van het waterbergend vermogen als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingsverordening NoordBrabant.

Paragraaf 2.2.10 Groenblauwe waarde Artikel 2.16 Aanwijzing groenblauwe waarde Ter plaatse van Groenblauwe Waarden geldt dat de gronden zijn aangewezen voor het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken, als bedoeld in artikel 5.46 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Paragraaf 2.2.11 Aanwijzing beperking grootschalige logistiek Artikel 2.17 Beperking grootschalige logistiek Ter plaatse van Beperkingen Grootschalige Logistiek geldt dat de gronden zijn aangewezen voor beperkingen van grootschalige logistiek als bedoeld in artikel 5.56a van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

5

C Hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 3 [Gereserveerd] [Vervallen] D Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 4 [Gereserveerd] [Vervallen] E Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 [Gereserveerd] [Vervallen] F Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 [Gereserveerd] [Vervallen] G Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 [Gereserveerd] [Vervallen] H Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 [Gereserveerd] [Vervallen]

6

I Na hoofdstuk 2 worden zes hoofdstukken ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 3 GEBRUIKSDOEL VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN (REGELS OVER GEBRUIK) Afdeling 3.1 Algemeen Artikel 3.1 Toepassingsbereik 1.

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.

2.

Afdeling 3.4 is niet van toepassing ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking. Daar wordt het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken bepaald door de bestemming die op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan geldt.

Afdeling 3.2 Algemeen verbod gebruik gronden en bouwwerken in strijd met regels over gebruik Paragraaf 3.2.1 Strijdig gebruik Artikel 3.2 Strijdig gebruik en voorrangsregel 1.

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in afdeling 3.4 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 4.

2.

In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn.

3.

In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 4, voor zover die van toepassing zijn.

4.

In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het TAM-omgevingsplan opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.

Paragraaf 3.2.2 Inrichten en gebruik van bij een hoofdgebouw behorend erf en erfbebouwing Artikel 3.3 Voorrangsregel over regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan

7

1.

Ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp

bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.4 Inrichting en gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf, erfbebouwing 1.

Het gebruik van het bij een hoofdgebouw behorend erf is in overeenstemming met een in afdeling 3.4 aan een locatie gegeven gebruiksdoel.

2.

Onder het gebruik van een bij een hoofdgebouw behorend erf dat in overeenstemming is met een in afdeling 3.4 aan een locatie gegeven gebruiksdoel wordt verstaan een inrichting en gebruik op een wijze die naar algemene maatstaven als een normale inrichting en gebruik van het bijbehorende erf wordt beschouwd.

Afdeling 3.3 Parkeren Paragraaf 3.3.1 Parkeernormen voor auto's en fietsen Artikel 3.5 Voorrangsbepaling over regels in het tijdelijk deel omgevingsplan of een TAM-omgevingsplan 1.

Ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.6 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aantal parkeerplaatsen voor auto's en fietsen dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken gerealiseerd en in stand gehouden moet worden.

Artikel 3.7 Parkeernormen Voor de toepassing van deze paragraaf gelden de parkeernormen volgens de beleidsregel Nota parkeernormen 2024.

Artikel 3.8 Regels bij het binnenplans wijzigen van bestaand gebruik In aanvulling op het bepaalde in artikel 3.2 is het verboden om de gebruiksactiviteit van gronden en/of gebouwen te wijzigen in een andere gebruiksactiviteit, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, een en ander volgens de beleidsregel Nota parkeernormen 2024, zoals opgenomen in bijlage III.

Artikel 3.9 Maatwerkvoorschrift bij wijzigen bestaand gebruik

8

1.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen waarmee kan worden afgeweken van artikel 3.8, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. sprake is van bijzondere gebieden of bijzondere situaties; en b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid en/of fysieke leefomgeving.

2.

Een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het eerste lid kan inhouden een voorschrift met betrekking tot het behoud van een passend aantal parkeerplaatsen.

3.

Bij het verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt: a. het planologisch gebruik dat plaatsvindt en de omvang daarvan, en het aantal parkeerplaatsen dat daarbij op eigen terrein aanwezig is;

b. c.

een omschrijving van de beoogde wijziging waarop verzoek tot het geven van een maatwerkvoorschrift betrekking heeft; en een motivering van het verzoek.

Afdeling 3.4 Gebruiksdoelen Paragraaf 3.4.1 Gebiedsaanwijzingen Artikel 3.10 Gebiedstype centrum Er is een gebiedstype centrumgebied.

Artikel 3.11 Gebiedstype maatschappelijk gebied Er is een gebiedstype maatschappelijk gebied.

Artikel 3.12 Gebiedstype wonen Er is een gebiedstype woongebied.

Artikel 3.13 Gebiedstype bedrijf Er is een gebiedstype bedrijfsgebied

Artikel 3.14 Gebiedstype cultuur en ontpanningsgebied Er is een gebiedstype cultuur en ontspanningsgebied.

Artikel 3.15 Gebiedstype dienstverleningsgebied Er is een gebiedstype dienstverleningsgebied.

Artikel 3.16 Gebiedstype groengebied Er is een gebiedstype groengebied.

Artikel 3.17 Gebiedstype kantorengebied Er is een gebiedstype kantorengebied.

Artikel 3.18 Gebiedstype dagreactie gebied Er is een gebiedstype dagrecreatie gebied.

Artikel 3.19 Gebiedstype sport gebied Er is een gebiedstype sport gebied.

Artikel 3.20 Gebiedstype verkeersgebied Er is een gebiedstype verkeersgebied.

Artikel 3.21 Gebiedstype verblijfsgebied Er is een gebiedstype verblijfsgebied.

Artikel 3.22 Gebiedstype water gebied Er is een gebiedstype watergebied.

Paragraaf 3.4.2 Algemeen

9

Artikel 3.23 Gebruik in overeenstemming met aan locatie gegeven gebruiksdoel Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel behoren in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. erven en terreinen; b. wegen en paden; c. groenvoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 3.24 Beperking grootschalige logistiek Ter plaatse van beperkingen grootschalige logistiek is nieuwvestiging, vestiging en uitbreiding van grootschalige logistiek verboden.

Artikel 3.25 Beperking veiligheidszone hoogspanningsverbinding Ter plaatse van veiligheidszone hoogspanningsverbinding 150 kv zijn geen nieuwe functies (zoals woningen, scholen, kinderopvangplaatsen en ziekenhuizen) toegestaan waar kinderen langdurig kunnen verblijven.

Artikel 3.26 Verbod hyperscale datacenter 1.

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een hyperscale datacentrum.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een activiteit die op grond van het recht zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit artikel rechtmatig wordt verricht of is toegestaan op grond van een omgevingsvergunning die is aangevraagd op of voor 16 februari 2022.

Paragraaf 3.4.3 Ondergeschikte vormen van gebruik Artikel 3.27 Voorrangsbepaling over regels in het tijdelijk deel omgevingsplan 1.

Ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel nog in werking blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan regels over ondergeschikte detailhandel en/of ondergeschikte horeca bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

2.

Ter plaatse van het besluitgebied van een TAM-omgevingsplan, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is komen te vervallen, blijven de regels in deze paragraaf buiten toepassing voor zover het TAM-omgevingsplan afwijkende regels over hetzelfde onderwerp bevat. In dat geval zijn de regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing.

Artikel 3.28 Ondergeschikte detailhandel Het uitoefenen van ondergeschikte detailhandel is toegestaan als de uitoefening hiervan plaatsvindt binnen en ten dienste van een maatschappelijke voorziening in een maatschappelijk gebied.

Artikel 3.29 Ondergeschikte horeca Het uitoefenen van ondergeschikte horeca is toegestaan als de uitoefening hiervan plaatsvindt ten dienste en/of ter ondersteuning van: a. een dagrecreatieve voorziening en voor zover genoemd in de Lijst van horeca activiteiten tot maximaal categorie 1; b. maatschappelijke voorzieningen; c. sportvoorzieningen.

Artikel 3.30 Ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen Het uitoefenen van ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen is toegestaan als de uitoefening hiervan plaatsvindt ten dienste van een maatschappelijke voorziening.

10

Paragraaf 3.4.4 Agrarisch Artikel 3.31 gereserveerd Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.5 Agrarisch bedrijf Artikel 3.32 gereserveerd Dit onderdeel is gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.6 Bedrijf Subparagraaf 3.4.6.1 Algemene regels Artikel 3.33 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsgebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van bedrijf mogen worden gebruikt voor: a. het exploiteren van een bedrijf; b. productiegebonden detailhandel deel uitmakend van bedrijven vermeld onder a, met uitzondering van detailhandel in voedings – en genotmiddelen.

3.

In deze paragraaf wordt onder de Lijst van bedrijfsactiviteiten verstaan de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage III.

Artikel 3.34 Regels over omvang en situering bedrijf 1.

Ter plaatse van minimum bruto-vloeroppervlak bedrijf is de minimum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van het bedrijf moet worden benut, de daar bepaalde waarde.

2.

gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

3.

gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.35 Specifieke regels over gebruik 1.

Het is verboden bedrijfsgebouwen te gebruiken voor kantoren, anders dan ten dienste van het aldaar gevestigde bedrijf.

2.

Het is verboden de gronden en bouwwerken behorende bij een bedrijf te gebruiken ten behoeve van een seksinrichting.

Subparagraaf 3.4.6.2 Milieuhindercategorieën: toegestane bedrijven Artikel 3.36 Toegestane bedrijven

11

1.

Ter plaatse van milieuhindercategorie 1 zijn bedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in milieuhindercategorie 1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen.

2.

Ter plaatse van milieuhindercategorie 2 zijn bedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in milieuhindercategorie 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen.

3.

Ter plaatse van milieuhindercategorie 3.1 zijn bedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in milieuhindercategorie 3.1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen.

4.

Ter plaatse van milieuhindercategorie 3.2 zijn bedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in milieuhindercategorie 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen.

5.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.37 Bestaande bedrijven 1.

In afwijking van artikel 3.36 zijn ter plaatse van bestaande milieuhindercategorie 1 en 2 bestaande bedrijven, waarvan de activiteiten in milieuhindercategorie 1 of 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen, toegestaan.

2.

In afwijking van artikel 3.36 zijn ter plaatse van bestaande milieuhindercategorie 3.1 en 3.2 bestaande bedrijven, waarvan de activiteiten in milieuhindercategorie 3.1 of 3.2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen, toegestaan.

Artikel 3.38 Maatwerkvoorschrift: toestaan bedrijven 1.

In afwijking van artikel 3.36 kan per maatwerkvoorschrift een bedrijf op een locatie worden toegestaan indien dat bedrijf niet meer geluid, stof en geur uitstoot dan bedrijven die op grond van artikel 3.36 zijn toegestaan.

2.

Bij de aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden de volgende gegevens verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; b. een beschrijving van de te verwachten uitstoot van geluid, stof en geur; en c. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de uitstoot van geluid, geur en stof in de omgeving te beperken.

3.

Om te borgen dat er wordt voldaan aan het eerste lid kan het bevoegd gezag in het maatwerkvoorschrift: a. het treffen van maatregelen of voorzieningen verplicht stellen; b. aan de bedrijfsactiviteit beperkingen stellen; c. aanwijzingen geven.

Subparagraaf 3.4.6.3 Vormen van bedrijf die uitsluitend op aangewezen locaties zijn toegestaan Artikel 3.39 Risicobedrijven 1.

Bedrijven waar een activiteit plaatsvindt die in Bijlage VII t/m X van het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van risicobedrijf.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. bedrijven waar een gasdrukregel- en meetstation staat, voor zover: 1. de afstanden genoemd in tabel 4.421 van het Besluit activiteiten leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en 2. er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X van het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen; b. bedrijven waar een propaantank staat, voor zover: 1. de afstanden genoemd in Tabel 4.899 van het Besluit activiteiten leefomgeving en in Tabel A.7 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en 2. er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X van het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen.

Artikel 3.40 Activiteiten die een aanzienlijke mate van geluid veroorzaken Bedrijven die activiteiten uitoefenen die in artikel 8.75b van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van bedrijf die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken.

Artikel 3.41 Complexe bedrijven Bedrijven die milieubelastende activiteiten uitoefenen die in Afdeling 3.3 ('Complexe bedrijven') van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van complex bedrijf.

12

Artikel 3.42 Rie-bedrijven Bedrijven die in bijlage 1 van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334) zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van Rie-bedrijf.

Subparagraaf 3.4.6.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van bedrijven zijn toegestaan Artikel 3.43 Handel auto's, motorfietsen en scooters In afwijking van het bepaalde in artikel 3.36 is handel in auto's, motorfietsen en scooters uitsluitend ter plaatse van handel in auto's, motorfietsen en scooters toegestaan.

Subparagraaf 3.4.6.5 Andere functies binnen bedrijf Artikel 3.44 Dansschool Een dansschool met zalencentrum uitsluitend ter plaatse van dansschool.

Artikel 3.45 Sportschool Een sportschool uitsluitend ter plaatse van sportschool.

Artikel 3.46 Zwembad Een zwembad uitsluitend ter plaatse van zwembad.

Paragraaf 3.4.7 Bos Artikel 3.47 Toepassingsbereik en gebruiksdoel Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.8 Buisleiding met gevaarlijke stoffen Artikel 3.48 gereserveerd Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.9 Cultuur en ontspanning Subparagraaf 3.4.9.1 Algemene regels cultuur en ontspanning Artikel 3.49 Toepassingsbereik en gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op cultuur en ontspanningsgebied.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor cultuur en ontspanning.

Subparagraaf 3.4.9.2 Beperkende regels waar cultuur en ontspanning is toegestaan Artikel 3.50 Seksinrichting Een seksinrichting (hieronder mede begrepen een erotisch getinte vermaaksfunctie) is uitsluitend toegestaan ter plaatse van seksinrichting.

Artikel 3.51 Casino Een casino is uitsluitend toegestaan ter plaatse van casino.

Paragraaf 3.4.10 Detailhandel Subparagraaf 3.4.10.1 Algemene regels detailhandel

13

Artikel 3.52 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op detailhandelsgebied.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor detailhandel.

Artikel 3.53 Omvang en situering detailhandel 1.

Ter plaatse van maximum bruto-vloeroppervlakte is de maximale bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

In aanvulling op het eerste lid mag, indien ter plaatse van detailhandel - centrum geen maximum bruto-vloeroppervlakte is aangegeven, het verkoopvloeroppervlak niet meer dan 800 m2 per detailhandelsvestiging bedragen.

3.

Ter plaatse van bouwlaag detailhandel is detailhandel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 3.4.10.2 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van detailhandel zijn toegestaan Artikel 3.54 Beperkende regels over verkooppunt motorbrandstoffen 1.

Ter plaatse van verkooppunt motorbrandstoffen, is uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan, waarbij een bijbehorend detailhandelsverkooppunt tot een maximum van 100 m2 en overige bijbehorende voorzieningen zijn toegestaan.

2.

Ter plaatse van verkooppunt motorbrandstoffen is de verkoop van LPG uitsluitend toegestaan ter plaatse van verkooppunt LPG.

Artikel 3.55 Detailhandel volumineus / perifeer 1.

Ter plaatse van volumineuze detailhandel is uitsluitend volumineuze detailhandel toegestaan.

2.

Ter plaatse van perifere detailhandel is uitsluitend perifere detailhandel toegestaan.

Subparagraaf 3.4.10.3 Regels over supermarkten Artikel 3.56 Beperkende regels over supermarkten Detailhandel in de vorm van een supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van supermarkt.

Artikel 3.57 Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.58 Omvang en situering supermarkten Ter plaatse van maximum vloeroppervlakte is de maximale bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van een supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

Subparagraaf 3.4.10.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van detailhandel zijn toegestaan [Gereserveerd]

Paragraaf 3.4.11 Dienstverlening Subparagraaf 3.4.11.1 Algemene regels dienstverlening Artikel 3.59 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

14

Deze paragraaf is van toepassing op dienstverleningsgebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van dienstverlening mogen worden gebruikt voor een dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling.

Artikel 3.60 Omvang en situering dienstverlening Ter plaatse van bouwlaag dienstverlening - 1 is dienstverlening alleen toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag dienstverleningof bouwlagen.

Paragraaf 3.4.12 Evenementen [Gereserveerd]

Paragraaf 3.4.13 Groen Subparagraaf 3.4.13.1 Algemene regels groen Artikel 3.61 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op groengebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van groen mogen worden gebruikt voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. speelvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater; g. kunstobjecten.

Artikel 3.62 Specifieke regels over gebruik [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.4.13.2 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van groen zijn toegestaan Artikel 3.63 Dierenweide Een dierenweide is uitsluitend toegestaan ter plaatse van dierenweide.

Subparagraaf 3.4.13.3 Andere functies binnen groen Artikel 3.64 Cafetaria Een cafetaria is uitsluitend toegestaan ter plaatse van cafetaria.

Paragraaf 3.4.14 Bovengrondse hoogspanningsverbindingen Artikel 3.65 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op de volgende locaties: a. bovengrondse hoogspanningsverbinding 150 kV ; b. gereserveerd voor toekomstige aanvullingen;

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor een hoogspanningsverbinding van 150 kV en hoger en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere voor die hoogspanningsverbinding noodzakelijke hulpmiddelen.

Artikel 3.66 Beperkingen

15

1.

Ter plaatse van bovengrondse hoogspanningsverbinding 150 kV is uitsluitend een tracé voor een bovengrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van 150 kV toegestaan.

2.

gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.15 Horeca Subparagraaf 3.4.15.1 Algemene regels horeca Artikel 3.67 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op horecagebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van horeca mogen worden gebruikt voor horeca.

3.

In deze paragraaf wordt onder de Lijst van horeca-activiteiten verstaan de Lijst van horecaactiviteiten zoals opgenomen in bijlage III.

Subparagraaf 3.4.15.2 Horeca categorieën Artikel 3.68 Horeca categorieën 1.

Ter plaatse van horeca categorie 1a zijn horecabedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in horeca categorie 1a van de Lijst van horeca-activiteiten vallen.

2.

Ter plaatse van horeca categorie 1b zijn horecabedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in horeca categorie 1b van de Lijst van horeca-activiteiten vallen.

3.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.69 Maatwerkvoorschrift: toestaan horeca-bedrijven 1.

In afwijking van artikel 3.68 kan per maatwerkvoorschrift een horecabedrijf op een locatie worden toegestaan indien dat horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de horecabedrijven die op grond van artikel 3.68 op die locatie zijn toegestaan.

2.

Bij de aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden de volgende gegevens verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; b. een beschrijving van de invloed op de omgeving; en c. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de invloed op de omgeving te beperken.

3.

Om te borgen dat er wordt voldaan aan het eerste lid kan het bevoegd gezag in het maatwerkvoorschrift: a. het treffen van maatregelen of voorzieningen verplicht stellen; b. aan de horeca-activiteit beperkingen stellen; c. aanwijzingen geven.

Subparagraaf 3.4.15.3 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van horeca zijn toegestaan [Gereserveerd]

Subparagraaf 3.4.15.4 Regels over omvang en situering horeca Artikel 3.70 Omvang en situering horecabedrijf Ter plaatse van bouwlaag horeca is horeca uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Paragraaf 3.4.16 Kantoor Subparagraaf 3.4.16.1 Algemene regels kantoor Artikel 3.71 Toepassingsbereik gebruikdsoel

16

1.

Deze paragraaf is van toepassing op kantorengebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van kantoor mogen worden gebruikt voor zelfstandige kantoren.

Artikel 3.72 Omvang en situering kantoren 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.17 Maatschappelijk Subparagraaf 3.4.17.1 Educatieve voorzieningen Artikel 3.73 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op educatie.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor educatieve voorzieningen.

Artikel 3.74 Omvang en situering educatieve voorzieningen Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.2 Medische voorzieningen Artikel 3.75 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op medische voorzieningen.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor medische voorzieningen.

Artikel 3.76 Omvang en situering medische voorzieningen Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.3 Sociaal-culturele voorzieningen Artikel 3.77 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op sociaal-culturele voorzieningen.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor sociaal-culturele voorzieningen.

Artikel 3.78 Omvang en situering sociaal-culturele voorzieningen Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.4 Levensbeschouwelijke voorzieningen Artikel 3.79 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op levensbeschouwelijke voorzieningen.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor levensbeschouwelijke voorzieningen.

Artikel 3.80 Omvang en situering levensbeschouwelijke voorzieningen Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.5 Sport en sportieve recreatie Artikel 3.81 Toepassingsbereik gebruiksdoel

17

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op sport en sportieve recreatie.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor sport en sportieve recreatie.

Artikel 3.82 Omvang en situering sport en sportieve recreatie Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.6 Beschermd en/of verzorgd wonen Artikel 3.83 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op beschermd wonen en verzorgd wonen.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor beschermd en/of verzorgd wonen.

Artikel 3.84 Omvang en situering beschermd en/of verzorgd wonen Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.7 Openbare dienstverlening en openbaar bestuur Artikel 3.85 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op openbare dienstverlening en openbaar bestuur.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor openbare dienstverlening en openbaar bestuur.

Artikel 3.86 Omvang en situering openbare dienstverlening en openbaar bestuur Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.8 Kinderopvang Artikel 3.87 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op kinderopvang.

2.

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor kinderopvang.

Artikel 3.88 Omvang en situering kinderopvang Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.17.9 Begraafplaats Artikel 3.89 Begraafplaatsen Ter plaatse van 'begraafplaats' is uitsluitend een begraafplaats toegestaan.

Paragraaf 3.4.18 Nutsvoorzieningen Artikel 3.90 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op nutsvoorziening.

2. De gronden en bouwwerken ter plaatse van nutsvoorziening mogen worden gebruikt voor: a. nutsvoorzieningen; b. en de daarbij behorende: 1. open terreinen, waaronder parkeergelegenheid; 2. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; 3. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Paragraaf 3.4.19 Natuur Subparagraaf 3.4.19.1 Algemene regels natuur

18

Artikel 3.91 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.19.2 Natuur Netwerk Brabant Artikel 3.92 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.19.3 Ecologische verbindingszone Artikel 3.93 Ecologische verbindingszone 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.20 Dagrecreatie Artikel 3.94 Toepassingsbereik en gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op dagrecreatie gebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van dagrecreatie mogen worden gebruikt voor dagrecreatieve voorzieningen.

Paragraaf 3.4.21 Sport Subparagraaf 3.4.21.1 Algemene regels Artikel 3.95 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.96 Omvang en situering sport 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.22 Verkeer Subparagraaf 3.4.22.1 Algemene regels verkeer Artikel 3.97 Toepassingsbereik gebruiksdoel

19

1.

Deze paragraaf is van toepassing op verkeersgebied.

2.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van verkeer mogen worden gebruikt voor: a. wegen en straten; b. voet- en fietspaden; c. kunstwerken, zoals bruggen, tunnels en duikers; d. aanleg en gebruik van groenvoorzieningen; e. aanleg en gebruik (ondergrondse) parkeervoorzieningen; f. nutsvoorzieningen.

Subparagraaf 3.4.22.2 Verblijfsgebied Artikel 3.98 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op verblijfsgebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van verblijf mogen worden gebruikt voor: a. woonstraten; b. pleinen; c. voet- en fietspaden; d. (ondergrondse) parkeervoorzieningen; e. terras ten behoeve van horecabedrijven gesitueerd in de aangrenzende percelen; f. groenvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen.

Subparagraaf 3.4.22.3 Railverkeer Artikel 3.99 Toepassingsbereik en gebruiksdoel 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.23 Volkstuinen Artikel 3.100 Toepassingsbereik en gebruiksdoel 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Paragraaf 3.4.24 Water Subparagraaf 3.4.24.1 Algemene regels water Artikel 3.101 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze paragraaf is van toepassing op watergebied.

2.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van water mogen worden gebruikt voor: a. alle oppervlaktewateren, zoals kanalen, rivieren, beken en andere waterlopen, alsmede sloten, greppels, (infiltratie)vijvers ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; b. waterberging; c. waterhuishouding; d. oevers en taluds; e. andere voorzieningen voor de waterhuishouding.

Artikel 3.102 Specifieke regels over gebruik 1.

Het is verboden de gronden te gebruiken voor het aanleggen van woonschepen.

2.

Het is verboden de gronden te gebruiken voor het opslaan, storten, of bergen van voorwerpen, stoffen, materialen of chemicaliën, en soortgelijke producten, behoudens voor zover zulks nodig is voor het op de gebruiksactiviteit gerichte gebruik.

Subparagraaf 3.4.24.2 Locaties waar specifieke vormen van water zijn toegestaan [Gereserveerd]

Paragraaf 3.4.25 Wonen Subparagraaf 3.4.25.1 Wonen algemeen

20

Artikel 3.103 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op woongebied.

2.

De gronden en bouwwerken mogen ter plaatse van wonen worden gebruikt voor wonen in een woongebouw, waarbij inwoning is toegestaan.

Artikel 3.104 Omvang en situering wonen 1.

Ter plaatse van aantal woningen is het maximum aantal woningen de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van bouwlaag wonen is wonen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3.105 Specifieke regels over gebruik 1.

Het is verboden een bijbehorend bouwwerk en/of garagebox te gebruiken voor zelfstandige woonruimte.

2.

Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een seksinrichting.

Artikel 3.106 Garageboxen 1.

Ter plaatse van garagebox zijn uitsluitend garageboxen toegestaan.

2.

Een garagebox mag niet worden gebruikt voor de uitoefening van enige tak van handel, waaronder mede wordt verstaan een beroep of bedrijf aan huis.

Subparagraaf 3.4.25.2 Wonen in een woonwagen/woonwagenwoning Artikel 3.107 Toepassingsbereik gebruiksdoel 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

3.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.108 Omvang en situering woonwagenstandplaatsen 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Artikel 3.109 Specifieke regels over gebruik 1.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

2.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

3.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

4.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

5.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

6.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

7.

Gereserveerd voor toekomstige aanvullingen.

Subparagraaf 3.4.25.3 Kamerbewoning en woningsplitsing Artikel 3.110 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen: a. een (woonwagen)woning of een bedrijfswoning om te zetten naar kamerbewoning;

21

b.

c. d.

een (woonwagen)woning en/of kamersgewijs bewoonde (woonwagen)woning en/of woonwagen en/of kamersgewijs bewoonde woonwagen te wijzigen naar twee of meer (woonwagen)woningen/woonwagens; een bedrijfswoning en/of kamersgewijs bewoonde bedrijfswoning te wijzigen naar twee of meer bedrijfswoningen; een als (woonwagen)woning, dan wel tot woongebouw bestemde (woonwagen)woning, die legaal in gebruik is voor een andere functie dan wonen, te wijzigen naar twee of meer woningen.

Artikel 3.111 Uitzondering verbod Het verbod zoals opgenomen in artikel 3.110 geldt niet voor kamerbewoning van een (woonwagen)woning of woonwagen in een bestaande situatie.

Artikel 3.112 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. situatietekening met minimaal 2 straten; b. gegevens van de bestaande legale situatie: plattegrondtekeningen met functieaanduidingen van de verschillende ruimtes (zoals: woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer/douche, toilet, berging); c. gegevens van de nieuwe situatie: plattegrondtekeningen met functieaanduidingen van de verschillende ruimtes (zoals: kamer 1, kamer 2, gezamenlijke woonkamer, keuken, badkamer/douche, toilet, berging); d. een tekening van parkeermogelijkheden op eigen terrein, als die aanwezig zijn; e. het resultaat van de rekentool parkeernormen; f. een machtiging als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde.

Artikel 3.113 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.110 wordt alleen verleend als de verkamering of splitsing niet leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat ter plaatse van en in de omgeving van het betreffende gebouw. Of sprake is van een onaanvaardbare negatieve inbreuk op het woon- en leefklimaat wordt beoordeeld aan de hand van de 'Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing 2021', met dien verstande dat, indien deze beleidsregels worden gewijzigd, de gewijzigde beleidsregels gelden.

Subparagraaf 3.4.25.4 Bijzondere woonvormen Subsubparagraaf 3.4.25.4.1 Bedrijfswoningen Artikel 3.114 Bedrijfswoningen 1.

Ter plaatse van bedrijfswoning is woonruimte aangewezen als bedrijfswoning.

2.

Het is verboden woonruimte op een andere wijze in gebruik te hebben dan als bedrijfswoning.

3.

Ter plaatse van bedrijfswoning is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan.

Subsubparagraaf 3.4.25.4.2 Studio's Artikel 3.115 Studio Ter plaatse van woonstudio zijn woonstudio's toegestaan.

Subparagraaf 3.4.25.5 Andere functies binnen wonen Subsubparagraaf 3.4.25.5.1 Beroep en bedrijf aan huis Artikel 3.116 Vergunningplicht beroep en bedrijf aan huis Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van wonen: a. een gedeelte van een woning te gebruiken voor een bedrijf aan huis; b. een gedeelte van een woning te gebruiken voor een beroep aan huis waarbij de vloeroppervlakte groter is dan 50 m2 .

22

Artikel 3.117 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de hoofd- en nevenactiviteiten van het beroep of bedrijf aan huis, zoals: 1. openingstijden; 2. worden er producten gemaakt of ook verkocht; 3. betreft het alleen het afhalen van maaltijden of ook de mogelijkheid om ter plekke te eten; 4. worden producten alleen verkocht of worden ze ook afgehaald; 5. door hoeveel personen wordt de activiteit uitgeoefend; 6. hoeveel m2 BVO per functie.

Artikel 3.118 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.116 wordt alleen verleend als: a. het bedrijf aan huis een bedrijfsvloeroppervlakte heeft van maximaal 30 m2 ; b. het beroep aan huis een vloeroppervlakte heeft van maximaal 75 m2 ; c. de totale oppervlakte voor een bedrijf aan huis en een beroep aan huis gezamenlijk niet meer dan 75 m2 bedraagt; d. de verkeersaantrekkende werking niet zodanig is, dat ten gevolge daarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen op de openbare weg, noodzakelijk worden; e. het niet betreft detailhandel, met uitzondering van detailhandel in ter plaatse vervaardigde en/of bewerkte producten; f. het niet betreft de vervaardiging van voedsel; g. deze activiteiten door ten hoogste twee personen wordt uitgeoefend, waarvan minstens een persoon woonachtig in het betreffende pand; voor kapsalons geldt dat deze activiteit door maximaal een persoon, die tevens in het pand woonachtig is, mag worden uitgeoefend; h. de bedrijfsactiviteiten vallen onder de in bijlage III opgenomen 'Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen' behorende tot de categorie 1, alsmede voor zover het bedrijfsactiviteiten betreft die niet in deze lijst zijn opgenomen maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als genoemd in deze lijst; i.

dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen betreffen die niet vallen onder de in sub h genoemde lijst, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder sub h.

Subsubparagraaf 3.4.25.5.2 Overig Artikel 3.119 Werkplaats Ter plaatse van werkplaats is uitsluitend een werkplaats toegestaan.

Artikel 3.120 Werken bij wonen Ter plaatse van werken bij wonen zijn uitsluitend bedrijven in categorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage III, kantoren, vrije en maatschappelijke beroepen, showrooms en dienstverlening toegestaan.

Hoofdstuk 4 OVERIGE REGELS OVER HET GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN Afdeling 4.1 Algemeen Artikel 4.1 Toepassingsbereik De regels in dit hoofdstuk hebben betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken.

Afdeling 4.2 Algemene ruimtelijke regels over gebruik van gronden en bouwwerken Paragraaf 4.2.1 Het wijzigen van het gebruik van een gebouw naar een geluidgevoelige functie Artikel 4.2 Toepassingsbereik 1.

23

Deze paragraaf geldt ter plaatse van ruimtelijke regels tijdelijk deel vervallen voor de afweging geluid bij wijziging gebruik.

2.

Waar een TAM-omgevingsplan geldt, is deze subparagraaf van overeenkomstige toepassing, voor zover in dat TAM-omgevingsplan een locatie is aangegeven met 'afweging geluid bij wijziging gebruik'.

3. Deze paragraaf is van toepassing op het wijzigen van het gebruik van een gebouw naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan, uitsluitend voor zover het met de wijziging beoogde gebruik niet in strijd is met artikel 3.2. 4.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder geluid uitsluitend verstaan het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen.

5.

Bij de toepassing van deze subparagraaf blijft een beoordeling voor de geluidbronsoort industrieterreinen buiten toepassing voor zover het gaat om industrieterreinen waarvoor nog geen geluidproductieplafonds als bedoeld in artikel 2.11a of 2.12a van de Omgevingswet, zijn vastgesteld.

6.

Deze paragraaf is niet van toepassing als de wijziging van gebruik reeds betrokken is bij een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, of een verleende omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de tot 1 januari 2024 van kracht zijnde Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 4.3 Meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van het geluid op een gevel zijn de meet- en rekenvoorschriften, gesteld bij en krachtens de Omgevingswet, van toepassing.

Artikel 4.4 Waar waarden gelden De waarden voor het geluid gelden: a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel, niet zijnde niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen, met dien verstande dat een balkon niet bij de verblijfsruimte of het verblijfsgebied mag worden getrokken; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in de geluidgevoelige ruimte.

Artikel 4.5 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik naar geluidgevoelige functie Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik van een gebouw te wijzigen naar een: a. woonfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie of nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied of nevengebruiksfuncties daarvan.

Artikel 4.6 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit wijziging gebruik naar geluidgevoelige functie De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 4.5, wordt alleen verleend als: a. het met de wijziging beoogde gebruik niet in strijd is met artikel 3.2; en b. het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is.

24

Artikel 4.7 Aanvaardbaarheid bij wijziging gebruik 1.

Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 4.7: Tabel 4.7 : standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort

Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Provinciale wegen en rijkswegen

50 Lden

Gemeentewegen en waterschapswegen

53 Lden

Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

55 Lden 50 Lden

Industrieterreinen 40 Lnight

2.

Artikel 5.78t, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.

3. Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 4.7 gelezen voor «Lden»: »Lde». 4. Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 4.7 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 4.8 Overschrijding van de standaardwaarde 1.

25

Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 4.7 bedoelde standaardwaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. het gaat om de realisatie van 10 of minder geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen); b. het gaat om de realisatie van 11 of meer geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) en de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt, waarbij de regels met betrekking tot financiële doelmatigheid volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving worden gevolgd, dan wel er met redenen omkleed geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; c. minimaal 1 geluidluwe gevel aanwezig is per woning/studio of er worden compenserende maatregelen getroffen; d. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 4.8: Tabel 4.8: Grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort

Geluidbronsoort

Grenswaarde

Provinciale wegen en rijkswegen

60 Lden

Gemeentewegen en waterschapswegen

70 Lden

Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

65 Lden 55Lden

Industrieterreinen 45 Lnight

2.

Artikel 5.78u, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.

3.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 4.8 gelezen voor «Lden»: »Lde».

4.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 4.8 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 4.9 Overschrijding grenswaarde bij zwaarwegende maatschappelijke belangen Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 4.8 bedoelde grenswaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. sprake is van zwaarwegende maatschappelijke belangen; b. door middel van onderzoek aangetoond wordt dat: 1. het doel in redelijke verhouding staat tot de afwijking van de grenswaarde; 2. het afwijken van de grenswaarde geschikt is om het doel te behalen; 3. het initiatief niet anders uitgevoerd kan worden en maatregelen en compensatie niet mogelijk zijn en monitoring mogelijk noodzakelijk is; 4. maatschappelijk draagvlak voor het afwijken van de grenswaarde aanwezig is; en c. Minimaal 1 geluidluwe gevel aanwezig is of minimaal 1 gedeeltelijk geluidluwe gevel aanwezig is en hierbij compenserende maatregelen worden getroffen.

Artikel 4.10 Overschrijding grenswaarde - niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 4.8 bedoelde grenswaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. de uitwendige scheidingsconstructie van de gevel waarop de grenswaarde wordt overschreden geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van de vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert; of b. aan het gebouw zodanige bouwkundige maatregelen worden getroffen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie niet hoger is dan de grenswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15349436/2