CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Ontwerp hoofdrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 2026

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2023-202615.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pas als dat niet mogelijk is, vindt afvoer naar een hemelwaterriool of gemengd riool plaats; – Bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte streven we naar minimaal 10% ontharden / vergroenen. ƒ Als de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) minder dan 70 cm beneden maaiveld is, adviseren we hemelwater niet op eigen terrein te infiltreren; ƒ Aandacht voor een voldoende hoog vloerpeil ter voorkoming van wateroverlast en -schade door bovengrondse afstroming. Bij nieuwe ontwikkelingen voor het vloerpeil streven we naar minimaal 30 cm boven de kruin van de weg.

Beleidsuitgangspunten Grondwaterzorgplicht ƒ De gemeente voert maatregelen uit in het gemeentelijke openbaar terrein voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De gemeente heeft in deze een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Essentieel hierbij is een nadere invulling van de begrippen ”structurele grondwateroverlast” en “doelmatig”. Hieronder zijn deze begrippen nader gedefinieerd. ƒ Grondwateroverlast wordt gedefinieerd als “een situatie waarbij er sprake is van aantasting van de gebruiksfunctie van een perceel door een te geringe ontwateringsdiepte ” (Commissie Integraal Waterbeheer 2004). De ontwateringsdiepte is daarbij de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand. Onder aantasting van de gebruiksfunctie wordt verstaan:

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

– overlast van grondwater in woningen en bedrijfspanden (vloeren dienen waterdicht te zijn); – overlast van grondwater in kelders, deze dienen waterdicht te zijn; – overlast van grondwater in kruipruimtes moet voorkomen worden maar is vaak niet ernstig (vloeren moeten waterdicht zijn); – grondwateroverlast dat leidt tot beschadigde wegen en openbaar groen (bijvoorbeel slechte groeiomstandigheden); – bevriezing van uittredend grondwater met gladheid tot gevolg. ƒ Structureel wordt gedefinieerd als een langere periode met een te geringe ontwateringsdiepte. Voor bestaand stedelijk gebied worden geen harde normen toegepast voor de ontwateringsdiepte. Dit omdat het enerzijds moeilijk is om het grondwaterpeil te kunnen sturen en anderzijds omdat een kleine ontwateringsdiepte niet per definitie ook grondwateroverlast tot gevolg heeft. Omgekeerd kan een “goede” ontwateringsdiepte toch nog grondwaterproblemen tot gevolg hebben. Als uitgangspunt wordt conform vigerend beleid, gehanteerd dat in de gebieden waar de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ondieper is dan 0.7 meter onder het maaiveld ter plaatse van een woning er sprake is van een onvoldoende ontwateringsdiepte. Met nadruk wordt gesteld dat dit een richtlijn is en niet een “keiharde”grens. Van geval tot geval zal de gemeente in redelijkheid en billijkheid bepalen hoe met dit uitgangspunt wordt omgegaan.

In de klimaatatlas is een kaart opgenomen die geeft, op basis van metingen verzameld via het grondwatermeetnet, een inschatting van de hoogste grondwaterstanden in Eindhoven in relatie tot de maaiveldhoogtes weer. ƒ Doelmatig heeft betrekking op uit te voeren maatregelen, deze dienen effectief, duurzaam en een reële kosten baten verhouding te hebben. Van geval tot geval zal de gemeente dit beoordelen. Dit impliceert, onder meer, dat er meestal sprake dient te zijn van meerdere gevallen van grondwateroverlast in een bepaald gebied. ƒ Bij vervanging van riolering of aanleg van nieuw riool legt de gemeente drainageleidingen aan bij situaties waar de GHG minder dan 0,9 meter onder het straatpeil staat; ƒ Voor het lozen van bronneringswater op riolering geldt dat schoon bronneringswater in principe niet op het riool wordt geloosd. Dus water wordt teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor ieder initiatief dient de afweging in beeld te worden gebracht. Bijlage 8 geeft de lozingseisen voor lozen van grondwater op riolering bij toepassing van bronnering.

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 22

ƒ Het bouwen van voorzieningen in de ondergrond (zoals een kelder) mag geen negatieve invloed op het grondwater hebben. Het is daarbij mogelijk dat de aanleg van een ondergrondse voorziening effect heeft op de verspreiding of verplaatsing van bodemvervuiling en/of beïnvloed het de groeiplaats van bomen door verdroging of vernatting. Hoe ingrijpend de invloed is van de ondergrondse voorziening ligt aan: ƒ De ligging/afmeting van de ondergrondse voorziening ten opzichte van de grondwaterstromingsrichting en de ligging van andere ondergrondse voorzieningen; ƒ De uitvoeringsduur en hoeveelheid van het op te pompen grondwater tijdens de aanleg; ƒ Het wel of niet achterlaten van damwanden in de ondergrond nadat het project klaar is. Afhankelijk van de nabijheid tot een A-watergangen of de omvang van de ondergrondse voorziening kan de ontwikkeling opgelegd worden een hydrologisch onderzoek op te stellen. In dit onderzoek dient niet enkel de eigen ontwikkeling onderzocht te worden, maar ook de cumulatieve gevolgen van de ondergrondse voorziening met de reeds aanwezige ondergrondse voorzieningen in de omgeving. Als door aanleg van de nieuwe ondergrondse voorziening de grondwaterstand meer of minder dan 5 cm t.o.v. de bestaande situatie afwijkt, dan dient het onderzoek inzichtelijk te maken hoe die negatieve effecten gecompenseerd worden.

Die oplossingen dienen op eigen terrein te worden aangebracht en mogen niet blijvend overtollig grondwater afvoeren via de riolering of oppervlaktewater.

Beleidsuitgangspunten Oppervlaktewater ƒ Voor het bebouwd gebied volgt de gemeente de overstromingsrisico norm van het waterschap. Bebouwd gebied mag daarbij maar 1 keer per 100 jaar overstromen. De norm drukt in wezen het wenselijk geachte beschermingsniveau uit voor het bebouwd gebied. De norm is een inspanningsverplichting en is verankerd in de provinciale waterverordening. De normering bakent de zorgplicht af die het waterschap heeft op het vlak van het voorkomen, of beperken van wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater wegens neerslag. Hierdoor is er helderheid voor burgers en bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid voor de bescherming van eigen percelen, bouwwerken en roerende zaken. In samenspraak met het waterschap kan, voor speciale locaties, voor een zwaardere norm worden gekozen. ƒ Indien een bouwontwikkeling plaatsvindt op gronden met een ander gebruikstype (zoals grasland) dan is aanpassing van de bestemming nodig.

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Beheer en onderhoud ƒ Op hoofdlijnen is het waterschap verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van het primaire watersysteem en voor de waterkwaliteit van al het oppervlaktewater binnen hun beheergebied. Om het ingezamelde water bij het primaire watersysteem te krijgen, zijn vaak secundaire waterstructuren nodig waarvoor de gemeente verantwoordelijk is voor het beleid, beheer en onderhoud; ƒ In Eindhoven komt het voor dat de verantwoordelijkheden voor beheer en onderhoud bij twee verschillende partijen liggen. Bijvoorbeeld voor het Eindhovens kanaal is het waterschap verantwoordelijk voor het beheer en de gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud. Voor de taakverdeling tussen waterschap en gemeente is het van belang dezelfde definities te hanteren voor beheer en onderhoud. Onderstaand de met waterschap De Dommel afgestemde definities: ƒ Beheer: Het verantwoordelijk zijn en zorgen voor het handhaven of bereiken van een vooraf vastgesteld functioneel kwaliteits- en kwantiteitniveau, inclusief de ‘overige keringen’. M.a.w. het stellen van doelen en regels, en toezicht houden of doelen worden gehaald vanuit een afweging van beschikbare middelen en acceptabele risico’s.

Een bekende voorstelling van de beheercyclus is die volgens het theoretische principe “plan, do, check, act” (PDCA); ƒ Onderhoud: Uitvoeren van die maatregelen benodigd om de doelen te behalen binnen de gestelde kaders en regels. Maatregelen om de functionele kwaliteit in stand te houden of te herstellen en dus de levensduur te realiseren c.q. verlengen. M.a.w. de Do-fase van de PDCA waaronder operationele werkzaamheden vallen. Werkzaamheden zijn bijvoorbeeld maaien en baggeren van watergangen, inspecteren van het areaal en periodiek, of na inspectie, verwijderen van (drijf) vuil, bomen, takken, dode waterdieren en overmatige begroeiing. ƒ Het beheer en onderhoud verrichten we planmatig door het bepalen van kwaliteitscriteria (bijvoorbeeld voor ecologie) en afwijkingscriteria, het monitoren van het oppervlaktewater en daarin gelegen assets, het programmeren en uitvoeren van onderhoudsmaatregelen en het vastleggen in een beheerprogramma. Ontwerp ƒ Voor het ontwerp van waterstructuren hanteert de gemeente de volgende criteria: ƒ Waterstructuren worden in open vorm, bovengronds zichtbaar, aangelegd; ƒ Een goede (ecologische)waterkwaliteit en waterkwantiteit. Dit wordt bepaald door aspecten als de waterdiepte, doorstroming, slib op de bodem, inrichting van profiel en oevers en de kwaliteit van de wateraanvoer;

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 23

ƒ Gestreefd wordt naar een functiegerichte inrichting en beheer van gemeentelijke oppervlaktewateren gericht op het behalen en instandhouding van een vastgesteld streefbeeld. Dit streefbeeld komt tot stand na benoeming en afweging van functies en nevenfuncties. Om deze streefbeelden te realiseren, dient de inrichting hierop mogelijk te worden aangepast (bijvoorbeeld het uitdiepen van watergangen, het opheffen van riool overstorten, het aanbrengen van natuurvriendelijke oevers of het maken van verbindingen met andere waterlopen). Aansluitend hoort passend beheer en onderhoud plaats te vinden.

Beleidsuitgangspunten Klimaatadaptatie Waterberging en wateroverlast ƒ We streven ernaar dat een neerslagsituatie van 60 mm in 1 uur, kan worden geborgen en afgevoerd zonder dat er schade aan infrastructuur en in gebouwen optreedt. We toetsen deze kwetsbaarheid periodiek met een klimaatstresstest. De kwetsbaarheid pakken wij gelijktijdig aan met (her)structureringsprojecten of nieuwbouwprojecten. Bijvoorbeeld als het riool moet worden vervangen; ƒ Indien waterberging wordt gerealiseerd wordt onderscheid gemaakt in: ƒ Primaire berging – specifiek voor het (tijdelijk) bergen van water op locaties die daarvoor zijn aangelegd, zoals berging in groenstroken, greppels, wadi’s of waterlopen; ƒ Secundaire berging – berging op het maaiveld, bijvoorbeeld tussen de trottoirbanden op een weg, op een parkeerterrein of in lager gelegen groen; ƒ Waterbergingsvoorzieningen zijn bij voorkeur groene maatregelen (wadi’s, verlaagd uitgevoerde boom en/of beplantingsvakken) of, indien het niet anders kan, civieltechnische maatregelen met vertraagde leegloop; ƒ Na vulling bij een regenbui dient een waterbergingsvoorziening in minimaal 10 en maximaal 72 uur (maatwerk is mogelijk per gebied) leeg te lopen en weer beschikbaar te zijn; ƒ Vanuit een waterbergingsvoorziening mag geen schade worden veroorzaakt en mogen niet ten koste gaan van andere relevante functies, zoals op routes van hulpdiensten,

markt- of evenement locaties, etc. ƒ Een richtlijn is dat hulpdienstroutes ook bij extreme neerslag toegankelijk zijn; ƒ Water vanaf particulier terrein mag niet tot schade of overlast leiden bij omliggende particuliere (niet openbare) percelen.

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Droogte ƒ Gemeente Eindhoven sluit zich aan bij de intentie van het Grondwater convenant 2021-2027: Samen werken aan herstel en bewaking van de grondwaterbalans in Brabant. De planperiode gebruiken we om het convenant door te vertalen naar lokale uitgangspunten voor gemeente Eindhoven. ƒ Bij elk project in de openbare ruimte streven we ernaar minimaal 10% te ontharden en dragen daarbij zorg voor een vitale en optimale standplaats voor bomen en beplanting (voldoende ruimte voor wortelgroei, voldoende bodemleven, sponswerking van de bodem/vasthouden van hemelwater, infiltratie van water en aanvoer van nutriënten in de bodem) . Afwatering naar groen (waar het type groen en de bodemgesteldheid dat toelaat) is belangrijk voor de aanvulling van het grondwater. Openbare verharding infiltreren we in principe niet op particulier terrein. ƒ We streven ernaar droogtestress tegen te gaan door hemelwater te infiltreren waar dat kan. In gebieden met hoge grondwaterstanden en/of een slechte infiltratiecapaciteit ten gevolge van de bodemopbouw kiezen we ervoor om niet te infiltreren maar hemelwater te bergen en vertraagd af te voeren naar het oppervlaktewatersysteem. ƒ Bij de aanleg van nieuwe sportvelden van gras of kunstgras wordt, waar mogelijk, een voorziening gerealiseerd waar hemelwater wordt opgevangen voor het beregenen van de sportvelden.

Het gebruik van leiding- of grondwater voor beregenen bij nieuwe sportvelden is enkel in uitzonderlijke situaties toegestaan. ƒ Particulieren stimuleren we om te infiltreren door ze een subsidie te bieden voor het loskoppelen van bestaande daken. Ook het ontharden van tuinen wordt door de gemeente beloond middels Operatie Steenbreek. Beide dragen bij aan minder verdroging. ƒ Ook de rekentool voor waterberging gebruiken we om infiltratie op privaat terrein te bevorderen. Hitte ƒ Het tegengaan van hittestress is een integrale opgave die samen met andere programma’s wordt opgepakt en bekostigd. Vanuit het programma Water brengen we wél de effecten en impact van hittestress in beeld via de stresstesten. Vanuit de rioolheffing kunnen alleen maatregelen worden bekostigd die gerelateerd zijn aan de zorgplichten.

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 24

ƒ Onderstaande zijn adviespunten tegen hittestress voor ruimtelijke ontwikkelingen: ƒ Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt tenminste 50% schaduw op het gedeelte van de weg gerealiseerd waar gelopen wordt (gemeten op het heetste moment van de dag rekening houdend met de schaduwstand in de zomer). Schaduw wordt natuurlijk gecreëerd door planten en bomen in plaats van bouwkundige constructies (o.a. luifels); ƒ Bij elk project is de keuze van materiaal zo, dat zo min mogelijk warmte wordt geabsorbeerd. Hierdoor straalt er ‘s nachts minder warmte uit; ƒ Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt de afstand tot natuurlijke koele verblijfsplekken gecontroleerd. Deze afstand mag maximaal 300 m uit elkaar liggen op basis van de werkelijke loopafstand. Deze norm is gebaseerd voor de meest kwetsbare groep (beperkt mobiele ouderen). Als de afstand groter is dan 300 m moet er binnen het plangebied een nieuwe natuurlijke koele verblijfsplek gecreëerd worden. Indien daar binnen het plangebied geen ruimte voor is wordt er in de nabijheid een koele verblijfplek gecreëerd. Voorgaande krijgt vorm via bijvoorbeeld de groene plekken kaart centrum Eindhoven. ƒ De ontwikkeling mag de hittestress voor de omgeving niet verergeren. Met andere woorden: de ontwikkeling mag er niet toe leiden dat de hittestress voor de omgeving toeneemt. De initiatiefnemer moet dit in beeld brengen.

Beleidsuitgangspunten interactie bomen en riolering Onze stad heeft een grote vergroeningsopgave (zoals ook zichtbaar in het Bestuursakkoord 2022). Tot nu toe is de ruimte in de directe omgeving van de riolering en de ruimte die nodig is om werkzaamheden aan het riool te verrichten (de zogenaamde werksleuf) niet (of nauwelijks) ingezet voor deze vergroeningsopgave. Dit om schade aan het riool door onder meer ingroei van wortels te voorkomen. Een andere reden is het gemeentelijke kapbeleid. Het kappen van een boom om de noodzakelijke werkzaamheden aan de riolering uit te kunnen voeren, zorgt namelijk voor hoge compensatiekosten. Om de gewenste vergroeningsopgave in te kunnen vullen, moet dit anders. De ruimte boven het riool en de ruimte die nodig is om werkzaamheden aan het riool te verrichten komen daarom, in overleg tussen de programma’s Water en Groen, ook beschikbaar voor het aanplanten van bomen.

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Bij noodzakelijke werkzaamheden aan de riolering zullen we er alles aan doen om de bomen boven het riool en in de werksleuf te sparen. Soms zal dat echter niet lukken. Door bomen boven of in de werksleuf van de riolering te plaatsen, maken we expliciet de keuze dat de kans bestaat dat de levensduur van deze bomen gelijk staat aan de ‘levensduur’ van de daaronder gelegen infrastructuur (in dit geval riolering). Door deze keuze verdwijnt de compensatieplicht voor het kappen van deze bomen nu en in de toekomst bij projecten vanuit het programma Water als de bomen zijn / worden aangeplant boven of in de werk sleuf van een op dat moment bestaand riool. Dit als tegenprestatie van Groen voor het kunnen aanplanten van bomen boven de riolering of in deze werk sleuf voor de riolering. Daar staat tegenover dat Water altijd de maximale groenpotentie binnen projecten terugbrengt en de kosten hiervoor betaalt. Als vanuit programmalijn Water nieuwe ontwikkelingen worden opgestart, waarbij bijvoorbeeld riolering wordt aangelegd onder bomen op een locatie waar nog geen riolering lag, geldt het normale kapbeleid inclusief de compensatieplicht.

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 25

Voorbeelden van enkele reguliere investeringsmaatregelen Uitvoering deelreparaties riolering Meeliften met werkzaamheden van andere programmalijnen via rioolvervangingsen/of klimaatadaptatiemaatregelen: - Landsteinerlaan; - Offenbachlaan; - Florencelaan. Reliningsprojecten in de komende planperiode (herstel van rioolbuizen via het inbrengen van een kous wanneer riolen niet meer goed zijn van kwaliteit en er geen aanleiding is om integraal aan de slag te gaan met de openbare ruimte). Vervanging van riolering in combinatie met klimaatadaptatie: - Omgeving Faunuslaan - Omgeving Aulislaan - Omgeving Tuindorp

4.2 Maatregelen Ongeveer 80 tot 90 % van onze inzet plegen we in reguliere exploitatie activiteiten en investeringsmaatregelen. Een voorbeeld van een reguliere exploitatie activiteit is reiniging en inspectie van en het beheer en onderhoud aan onze assets. Voorbeelden van investeringsmaatregelen zijn onderdeel van het jaarlijkse integrale (met de overige programmalijnen afgestemde) onderhoudsprogramma (OHP). De navolgende twee tabellen geven een beeld van enkele reguliere exploitatie activiteiten en enkele meer reguliere investeringsmaatregelen. Voorbeelden van enkele reguliere exploitatie activiteiten Onderhoud gemalen en bergingskelders. Reiniging en inspectie van bijzondere voorzieningen Curatieve werkzaamheden aan kolken, putten en riolen Ontwerp nieuw rioolsysteem

De meeste aandacht gaat vaak uit naar de 10 tot 20% van onze inzet speciaal gericht op het bereiken van onze Visie en Strategische Doelen (zie hoofdstuk 2). In bijlage 4 hebben we, op basis van onze Visie en Strategische Doelen de Operationele Doelen (opgaven) uitgewerkt voor de komende planperiode. In deze paragraaf hebben we deze Operationele Doelen uitgewerkt naar concrete exploitatie activiteiten en investeringsmaatregelen. Deze activiteiten en maatregelen zijn gekoppeld aan de thema’s die terugkomen in bijlage 6 t/m 10: afvalwater (A), hemelwater (H), grondwater (G), oppervlakte (O) en klimaatadaptatie (K).

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 26

Exploitatie activiteiten

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Optimaliseren rekentool klimaatadaptatie opgave, incl. de gewenste koppeling met de Groen opgaven in de stad.

Hoog

Continu

Stadsbreed

K

x

x

x

x

Up to date houden watervisiekaarten.

Hoog

Continu

Stadsbreed

A, H, K

x

x

x

Continueren subsidieregelingen voor groene daken, afkoppelen en ontharden / vergroenen.

Hoog

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Continueren tegel eruit groen erin (steenbreek en NK Tegelwippen).

Hoog

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Een communicatiestrategie ontwikkelen en uitvoeren (doelgroepenaanpak) om onze inwoners, ondernemers, etc. optimaal te inspireren en te faciliteren- bij het nemen van water-, vergroenings- en klimaatrobuuste maatregelen op hun eigen terrein.

Hoog

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Water- en klimaatadaptatieregels verder uitwerken en opnemen in het Omgevingsplan.

Hoog

Continu

Stadsbreed

H, G, O, K

x

x

x

x

Integreren masterplan Klimaatadaptatie Knoop XL in planvorming Knoop XL en uitwerken uitvoeringsprogramma voor riolerings- en watermaatregelen in de periode na 2026.

Hoog

Continu

Knoop XL

A, H, K

x

x

x

x

Voortzetten samenwerkingsverbanden (Werkregio Waterportaal & Klimaatportaal, OntwerpLab, Embassy of Water, Collectief Duurzame Daken, Natuurlijke Stad / Duurzaamheidspact, UNaLab, De Groote Heide, Beekdal Tongelreep (incl. België), Zuid Nederland en Regionaal Bestuurlijk Overleg Maasstroomgebied (RBOM/DHZ)).

Midden

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringprogramma (gemengde) overstorten.

Midden

Continu

Stadsbreed

A, H

x

x

x

x

Uitwerken van en Invulling geven aan meet- en monitoring programma rioolvreemd water.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

A

x

x

x

x

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 27

Exploitatie activiteiten

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Uitwerken kaart “hemelwaterverwerking op eigen terrein” (waar wel / niet infiltreren) = voorkeurskaart “omgaan met hemelwater” rekening houdend met de grondwaterbeschermingsgebieden en GHG.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

H, G

x

Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringprogramma hemelwaterbergingen en infiltratievoorzieningen.

Midden

Continu

Stadsbreed

H

x

x

x

x

Uitwerken “droogteplan” samen met de overige relevante overheden binnen het Waterportaal (provincie, waterschap en gemeenten). Betreft een soort “calamiteitenplan” voor droogte. Moet onderdeel worden van nieuwe “provinciale grondwaterconvenant”.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

H, G, K

x

x

In de komende planperiode worden baggerwerkzaamheden aan de Laak en Dommelhoef uitgevoerd en zal voor deze watergangen een beheerplan worden opgesteld.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

O

X

X

Onderzoek interactie natuurlijk systeem, afvalwatersysteem en drinkwatersysteem, als basis voor een overkoepelende visie op te stellen samen met waterpartners in de regio.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

A, H, G, O, K

x

x

Uitwerken van en invulling geven aan meet- en monitoringsprogramma grondwater.

Midden

Continu

Stadsbreed

G

x

x

x

x

Inventariseren functionaliteit ontwateringsmiddelen en verbetermaatregelen uitwerken.

Midden

Continu

Stadsbreed

G

x

x

x

x

Beperken lozingen bronnering water

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

G

Inventarisatie van keermuren en wanden.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

O

x

Uitwerken streefbeelden oppervlaktewater (incl. doelafleiding).

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

O

x

x

Uitwerken calamiteitenhandboek oppervlaktewater.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

O

x

x

Exotenbeleid oppervlaktewater vertalen naar concrete werkzaamheden en deze werkzaamheden uitvoeren.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

O

x

x

x

x

x

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 28

Exploitatie activiteiten

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

Visie en uitvoeringsprogramma Oude Gracht opstellen.

Hoog

Incidenteel

Omgeving Oude Gracht

O

x

x

Bijdragen aan uitvoeringsprogramma “verdichtingsvisie Binnenstad”.

Hoog

Incidenteel

Binnenstad

K

x

x

Bijdragen aan uitwerking “recreatie- en sportbeleid” door programmalijnen Groen & Recreatie en Sport. Onder andere leveren randvoorwaarden oppervlaktewater gebruik en kwaliteit.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

O

Bijdragen aan inrichtingsplan bod B5 en de 10 vergroeningslocaties centrum en ecologische verbindingszones door programmalijn Groen.

Midden

Incidenteel

Binnenstad

K

x

x

Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van de ontwikkellocaties in Woensel Zuid (incl. kostenraming) en dit verwerken op de watervisiekaartkaart.

Midden

Incidenteel

Woensel Zuid

K, H

x

x

Samen met gebiedsmanager de ontwikkelingen in Strijp (o.a. in ’t Ven) vertalen naar meekoppelkansen voor een klimaatrobuuste (her)inrichting (incl. kostenraming) en verwerken op de watervisiekaarten.

Midden

Incidenteel

Strijp

K, H

x

x

Samen met gebiedsmanager de ontwikkelingen in Meerhoven vertalen naar meekoppelkansen voor een klimaatrobuuste (her) inrichting (incl. kostenraming) en verwerken op de watervisiekaarten.

Midden

Incidenteel

Meerhoven

K, H

x

x

Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van de ontwikkellocaties in Gestel (Kastelenplein en Keizer Karel V Singel) en de omliggende openbare ruimte (incl. kostenraming) en dit verwerken op de watervisiekaartkaart.

Midden

Incidenteel

Gestel

K, H

x

x

2025

2026

x

x

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 29

Exploitatie activiteiten

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Woensel Noord (incl. problematiek Achtse Barrier). De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.

Midden

Incidenteel

Woensel Noord

K, H

x

x

Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Eindhoven Noord West. De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.

Midden

Incidenteel

Eindhoven Noord West

K, H

x

x

Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Stratum. De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.

Midden

Incidenteel

Stratum

K, H

x

x

Samen met gebiedsmanager een visie uitwerken op een klimaatrobuuste (her)inrichting van Tongelre. De uitkomsten hiervan verwerken op de watervisiekaart.

Midden

Incidenteel

Tongelre

K, H

x

x

Samen met programmalijn Verkeer een studie doen naar de mogelijkheden die (grote) parkeerterreinen bieden voor waterberging in relatie tot nieuwe vormen van mobiliteit.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

K, H

x

x

Samen met programmalijn Maatschappelijk Vastgoed een “klimaat adaptatie paspoort” uitwerken voor de gebouwen van ons maatschappelijk vastgoed.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

K, H

x

x

x

x

Samen met programmalijn Sport en waterschap De Dommel onderzoek doen hoe we de ambitie om in 2030 voor sportcomplexen geen grondwater of leidingwater meer te gebruiken voor besproeiing kunnen realiseren: droogteplannen sportaccommodaties.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

K, G

x

x

Meeliften met onderzoek naar de mogelijkheden om warmte / energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater te halen vanuit Waterportaal.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

A, G, O

x

x

Meeliften met onderzoek naar drugsafval in de riolering vanuit Waterportaal.

Laag

Incidenteel

Stadsbreed

A, O

x

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 30

Exploitatie activiteiten

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Oplossingen voor de 10 meest urgente knelpunten voor klimaatadaptatie uitwerken.

Midden

Incidenteel

Pilot gebieden

K

x

x

Kwaliteitsniveaus openbare ruimte integreren in het waterbeleid.

Midden

Incidenteel

Stadsbreed

A, H, G, O, K

x

Analyse naar de impact van de vergroeningsopgave op de restlevensduur en daarmee de vervangingstermijn van de riolering incl. noodzakelijke verhoging rioolheffing.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

A, K

x

Systeemoverzicht stedelijk water (SSW) uitwerken, zie bijlage 13.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

A, H, G, O, K

x

Uitwerken nieuw GRP / WKA.

Hoog

Incidenteel

Stadsbreed

A, H, G, O, K

x

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 31

Investeringsmaatregelen

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Uitvoering geven aan de projecten in de beheervisie oppervlaktewater.

Hoog

Continu

Stadsbreed

O

x

x

x

x

Bijdragen aan ’herinrichting binnenstad’.

Hoog

Incidenteel

Centrum

A, H, G, O, K

x

x

x

x

· Fase 1 (maart 2022 - najaar 2023): Stratumseind, Oude Stadsgracht, Molenstraat en Catharinaplein.

(‘continu’ gedurende planperiode)

· Fase 2 (najaar 2023 - najaar 2024): Demer, Hooghuisstraat en Rechtestraat. · Fase 3 (najaar 2024 - medio 2025): Wilhelminaplein, Vrijstraat, Hermanus Boexstraat en Nieuwstraat. · Fase 4 (medio 2025 - medio 2026): Jan van Lieshoutstraat, Ten Hagestraat, Markt, Marktstraat en Jan van Hooffstraat. Uitvoering geven aan de watermaatregelen uit het Uitvoeringsprogramma van het Inrichtingsplan Genneper Parken.

Midden

Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)

Genneper-parken

A, H, K

x

x

x

x

Verminderen wateroverlast Geestenberg (analyse / onderzoek EN investering in uitvoeringsprojecten).

Hoog

Incidenteel

Tongelre

A, H, K

x

x

x

x

Woensel Noord

A, H, K

x

x

x

x

(‘continu’ gedurende planperiode) Verminderen wateroverlast Achtse Barrier (analyse / onderzoek EN investering in uitvoeringsprojecten).

Midden

Incidenteel (‘continu’ gedurende planperiode)

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 32

Investeringsmaatregelen

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Inrichten Groenblauwe schoolpleinen (Bezien in brede kader van “Gezonde Stad”.)

Laag

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Laag

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Laag

Continu

Stadsbreed

H, K

x

x

x

x

Actief Ontharden (voorbeeldprojecten / zichtlocaties)

Midden

Continu

Stadsbreed

K

x

x

x

x

Uitvoering Natuurlijke Stad / Duurzaamheidspact

Midden

Continu

Stadsbreed

K

x

x

x

x

Schoolpleinen zijn ‘parels’ binnen onze stad waarmee we goud in handen hebben voor het realiseren van een aantal doelen uit onze Omgevingsvisie. Inrichten Groenblauwe bedrijventerreinen (Bezien in brede kader van “Gezonde Stad”.)

Vanuit bedrijven komen steeds vaker vragen om te gaan vergroenen om een fraaiere, klimaatbestendige en daarmee toekomstbestendig en aantrekkelijk bedrijventerrein te realiseren. Bedrijven kunnen gebruik maken van de subsidieregelingen tegel-eruit-groen-erin, afkoppelen regenwater en groendaken (mogelijk later ook groene gevels). Indien het gaat over grote oppervlakken, wordt het als project opgepakt en worden afspraken met de bedrijven gemaakt over maatregelen en bijdragen. Inrichten Blauwe Sportaccommodaties (Bezien in brede kader van “Gezonde Stad”).

Sportvelden zijn groene ‘parels’ binnen onze stad waarmee we goud in handen hebben voor het realiseren van een aantal doelen uit onze Omgevingsvisie.)

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 33

Investeringsmaatregelen

Prioriteit

Continu / incidenteel

Locatie

Thema

2023

2024

2025

2026

Doelenstraat: voorbeeldstraat voor de meest blauw – groene straat van Eindhoven. Pilotproject: samen met de bewoners van de straat (en eventueel overige stakeholders) een ontwerp maken (2023 – 2024) en realiseren (2025 – 2026).

Midden

Incidenteel

Schoot, Doelenstraat

H, K

x

x

x

x

Antony Moddermanstraat: voorbeeldstraat voor de mogelijkheden van een integrale aanpak verduurzamen woningen van woningbouw corporatie en klimaat robuuste inrichting van de straat. De voortuinen komen bij de openbare ruimte en daarmee beschikbaar voor een robuuste groen – blauwe structuur.

Midden

Incidenteel

Antony Moddermanstraat

H, K

Omkering waterhuishouding Gender. Bij hevige neerslag kan gebruik worden gemaakt van het Beatrixkanaal als extra ontlasting van de Gender. Over een deel van het tracé wordt tijdens deze omstandigheden de stroomrichting omgedraaid.

Midden

Incidenteel

Gestel

O

x

x

De waterhuishouding van het Onderven in Meerland kan worden geoptimaliseerd door met eenvoudige ingrepen extra waterberging en een robuuster watersysteem te creëren.

Midden

Incidenteel

Meerhoven

H, O, G

x

x

De bergingscapaciteit van de Aanschotse Beemden kan met eenvoudige ingrepen worden uitgebreid.

Midden

Incidenteel

Woensel Noord

H, O, G

x

x

Verbeteringsmaatregelen vanuit de inventarisatie van de functionaliteit van ontwateringsmiddellen uitvoeren.

Midden

Incidenteel

x

x

G

x

x

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 34

4.3 Personele middelen De personele consequenties van het beleid in dit WKA zijn geïnventariseerd en opnieuw ingeschat op basis van het exploitatieoverzicht en investeringsoverzicht (zie het kostendekkingsplan subbijlage 15B), op basis van de huidige bezetting (praktijk van de afgelopen jaren) en op basis van de behoefte voor de nieuwe taken die in dit WKA zijn opgenomen. De praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat er bij de afdeling RE.OPR een tekort is. Dit tekort doet zich voor in relatie tot de planvorming voor investeringen, de vele voorbereidende werkzaamheden die in het kader van klimaatadaptatie op de medewerkers afkomen, de nieuwe taken voor het beheer van oppervlaktewater en de controle en handhaving tijdens en na de uitvoering van projecten.

Het voorstel is de formatie als volgt uit te breiden in de komende planperiode: ƒ 1/2 fte vakspecialist aquatische ecologie en waterkwaliteit (oppervlaktewater); ƒ 1/2 fte ontwerpcapaciteit in relatie tot onderzoeksvragen voor onderhoud en investeringen voor het oppervlaktewatersysteem; ƒ 1 fte beleid en advies oppervlaktewater gericht op het uitvoeren van onderzoeken die zijn opgenomen in de tabellen in paragraaf 4.2; ƒ 1 fte inzet in samenwerkingsverbanden zowel intern als extern; ƒ 1 fte projectleiding voor de voorbereidingen van eenvoudige waterprojecten waar weinig integrale aspecten spelen in verband met overdracht naar RU.vpr; ƒ 1/2 fte voor een pro-actieve deelname vanuit water aan alle lopende integrale trajecten t.b.v. “gezonde stad” ƒ 1/8 fte juridische ondersteuning i.r.t. controle en handhaving (via inhuur). Tabel 2 geeft, ingedeeld naar afdeling en functie, een overzicht van de huidige formatie en de gewenste formatie voor uitvoering van het nieuwe beleid. Opgemerkt wordt dat in het overzicht niet de inspanning voor voorbereiding, aanbesteding en toezicht op investeringswerken is meegenomen. Deze inspanningen worden bekostigd vanuit de investeringskredieten. De inspanning voor rioleringstechnische en waterhuis­ houdkundige advisering vanuit RE.OPR voor de investeringen is wel meegenomen in het overzicht.

Afdeling

Functie

Formatie, vorige GRP fte

Gewenste formatie

PG.PROG

Programmaleider Water

1

1

RE.OPR

Senior / coördinerend beleidsadviseur Water

1

2

RE.OPR

Senior Specialist Water

3

4,5

RE.OPR

Medior Specialist Water

3

4

RE.OPR

Junior Specialist Water

1

1

RE.OPR

Projectleider Water

1

2

RU.SB

Senior Beheerder

1

1

RU.SB

Beheerder ondersteuning

1,5

1,5

RU.SB

Directievoerder onderhoudswerkzaamheden (reparatiewerkzaamheden)

4,1

4,1

16,6

21,1

Totaal

Tabel 2 overzicht van de huidige formatie en de gewenste formatie voor uitvoering van het nieuwe beleid.

In het WKA is rekening gehouden met een formatie-uitbreiding van 4,5 fte. Hiervan worden 3 fte gedekt vanuit de exploitatiemiddelen voor riolering en 1,5 fte wordt gedekt vanuit projectgelden.

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

4.4 Kostendekkingsplan De kosten voor het uitvoeren van de taken in dit WKA bestaan uit vervangingsen verbeteringsinvesteringen en jaarlijks terugkerende exploitatiekosten. De exploitatiekosten omvatten de kosten voor het beheer en onderhoud van de rioolstelsels. Voorts wordt rekening gehouden met de BTW op zowel goederen als diensten en investeringen, die in het riooltarief mogen worden meegenomen. Daarnaast zijn er kapitaallasten (rente en afschrijvingen) van vervangings- en verbeteringsinvesteringen en personele lasten. Via de aan burgers en bedrijven opgelegde rioolheffing worden de exploitatie- en investeringskosten betaald. De gemeente streeft daarbij naar een volledig kostendekkende heffing (zijnde 100%). Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten staan is een kostendekkingsplan opgesteld. Het doel van het kostendekkingsplan is de tariefontwikkeling van de rioolheffing voor de planperiode van het GRP te onderbouwen met een doorkijk naar de langere termijn. Het kostendekkingsplan is opgenomen in bijlage 15. Uitgebreide informatie over de onderliggende gegevens, de uitgangspunten voor de kostendekkingsberekening en de berekeningsresultaten treft u in deze bijlage aan. In deze paragraaf worden de belangrijkste kostenposten en de resultaten van de kostendekkingsberekeningen kort besproken.

In het verleden zijn de investeringsramingen altijd als basis gebruikt voor de hoogte van de rioolheffing. Ervaring uit het verleden maakt inzichtelijk dat een deel van de projecten, om verschillende redenen, vertraagt. Daarom is in dit GRP het uitgangspunt dat 15% van de geplande projecten niet plaatsvindt binnen de geplande looptijd tot en met 2026, maar in de jaren daarna. De riooltarieven, zoals opgenomen in dit voorstel, zijn dus afgestemd op een 15% lager investeringsniveau dan opgenomen in tabel 3. De stijging van de rioolheffing past hiermee, in het licht van de huidige onzekere economische situatie, beter binnen de stijging van de overige woonlasten. Het streven is de geplande projecten toch allemaal in de periode tot en met 2026 op te pakken en te realiseren. Dit betekent dat we bij de jaarlijkse vaststelling van de tarieven voor het komende jaar goed blijven monitoren of onze inschatting van 15% vertraging klopt. Op basis van deze monitoring bepalen we of bijstellingen nodig zijn in de riooltarieven of in de prioritering van investeringsprojecten. In het uiterste geval van ontoereikende kredietruimte zal tijdig worden gerapporteerd via de gebruikelijke P&C-momenten (risicoparagraaf) en zal e.e.a. bestuurlijk worden voorgelegd.

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 35

Tabel 3 geeft, voor de planperiode van dit WKA, een overzicht van de investeringskosten ingedeeld naar projecten voor de afvalwater-, hemelwater-, en grondwaterzorgplicht en klimaatadaptatie, projecten voor oppervlaktewater en investeringsbijdragen aan projecten vanuit andere programma’s of gebiedsontwikkelingen. Tabel 4 geeft een overzicht van de directe en indirecte exploitatiekosten ingedeeld naar kosten voor: ƒ De afvalwater-, hemelwater-, en grondwaterzorgplicht en klimaatadaptatie; ƒ Oppervlaktewater; ƒ Communicatie en samenwerking intern en extern; ƒ Personeel en overhead; ƒ Kapitaallasten; ƒ Dotatie aan de voorziening riolen; ƒ BTW. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Projecten afvalwater-, hemelwater, en grondwaterzorgplicht en klimaatadaptatie

€ 10.570.000

€ 14.200.000

€ 12.480.000

€ 12.350.000

Projecten oppervlaktewater

€ 750.000

€ 750.000

€ 1.200.000

€ 1.250.000

Projecten andere programmalijnen of gebieds­ ontwikkelingen.

€ 6.550.000

€ 3.610.000

€ 3.690.000

€ 4.710.000

Totaal

€ 17.870.000

€ 8.560.000

€ 17.370.000

€ 18.310.000

Tabel 3 Overzicht investeringen planperiode in miljoenen euro’s (excl. btw).

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 36

Op basis van de lasten en inkomsten en de uitgangspunten als omschreven in bijlage 15 is de gewenste lange termijn ontwikkeling van de rioolheffing voor eigenaren bepaald en afgebeeld in Figuur 1. De ontwikkeling van de rioolheffing in de voorgaande planperiode (2019-2022) en na de komende planperiode (2027-2030) is eveneens in deze figuren afgebeeld. Tabel 5 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de rioolheffing voor zowel eigenaren als gebruikers voor de planperiode van dit GRP. De ontwikkeling van de rioolheffing voor gebruikers is evenredig met de ontwikkeling van de rioolheffing voor eigenaren.

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

Afvalwater-, hemelwater, en grondwaterzorgplicht en klimaatadaptatie, oppervlaktewater, samenwerking en communicatie.

€ 6.073.000

€ 6.326.000

€ 6.376.000

€ 6.625.000

Totaal personeel en overhead

€ 3.401.000

€ 3.405.000

€ 3.498.000

€ 3.491.000

Kapitaallasten

€ 2.269.000

€ 2.342.000

€ 2.376.000

€ 2.390.000

Storting spaarvoorziening

€ 12.427.000

€ 13.650.000

€ 14.194.000

€ 15.398.000

€ 250

Onttrekking egalisatievoorziening

-€ 700.000

-€ 700.000

€0

€0

€ 200

BTW

€ 1.544.000

€ 1.544.000

€ 1.544.000

€ 1.544.000

Totaal

€ 25.014.000

€ 26.567.000

€ 27.988.000 € 29.448.000

Ontwikkeling rioolheffing

€ 150

Tabel 4 Overzicht jaarlijkse exploitatiekosten in miljoenen euro’s.

De huidige rioolheffing in Eindhoven bestaat uit twee belastbare onderdelen: ƒ Een vaste heffing per rioolaansluiting, deze betreft het hebben van een aansluiting op het rioolstelsel; ƒ Een heffing voor het gebruik van de aansluiting op het rioolstelsel die wordt geheven indien een aansluiting meer dan 500 m³ water per jaar verbruikt. De vaste heffing is een eigenarenheffing en bedraagt in 2023: € 187,- per onroerende zaak. Daarnaast wordt bij waterverbruik van meer dan 500 m³ een verbruiksheffing van € 259,- per 500 m³ geheven. Op dit moment (2022) bedraagt de heffingsgrondslag: 122.535 aansluitingen en 6.000 eenheden van 500 m³. In de berekeningen is op basis van een eerste inschatting rekening gehouden met een stijging met 14.750 aansluitingen in de planperiode (tot 2026), en een verdere stijging tot en met 2040 met 25.178 aansluitingen. Het aantal eenheden van 500 m³ zal naar verwachting niet meer stijgen. Voor 2023 is de opbrengst vanuit de rioolheffing geraamd op €25.014.000,-.

€ 100

€ 50

€0

2018

2020

2022

Figuur 3 Ontwikkeling rioolheffing, in euro’s.

2024

2026

2028

2030

2032

HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 37

Omschrijving

Eigenaren

Gebruikers

2023

€ 187

€ 259

2024

€ 212

€ 294

2025

€ 222

€ 308

2026

€ 226

€ 314

Tabel 5 Ontwikkeling rioolheffing eigenaren en gebruikers planperiode.

4.5 Risico’s

Hittestress Hittestress is een thema binnen klimaatadaptatie. Het is een nieuw thema waarin nog veel onbekend is. In de meeste gemeenten wordt dit thema in relatie tot stedelijk water opgepakt. Uitvoering van maatregelen kan echter niet altijd worden bekostigd uit de rioolheffing. Vanuit programmalijn Water zijn de volgende aspecten opgenomen in dit Water en Klimaatadaptatie Aanpak: inzichten genereren, zoals in de klimaatatlas, en bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte minimaal 10% te ontharden en vergroenen. Ook proberen we zoveel mogelijk hemelwater op de plek waar dit valt te bergen en infiltreren, zodat dit ten goede komt aan het lokale groen en via verdamping voor verkoeling zorgt. Programma Water is echter niet de plaats waar het integrale beleid op hittestress voor de gemeente Eindhoven vorm hoort te krijgen. Dit valt onder “gezonde stad”. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan beleid (en handhaving!) dat een nieuwe ontwikkeling de hittestress voor de bestaande omgeving niet negatief mag beïnvloeden.

Vergroeningsopgave Het Bestuursakkoord voorziet een grote vergroeningsopgave. (In ons beleid hebben we daarom in overleg met programmalijn Groen opgenomen dat bomen ook boven of in de werksleuf van de riolering geplant mogen worden.) Boomwortels tasten het riool echter aan. Boomwortels zijn namelijk altijd op zoek naar de meest eenvoudige manier om aan voedsel en water te komen. De boomwortels ‘ruiken’ het voedsel en water in het riool en zoeken daarom manieren om dit te bereiken. Riolering van bijvoorbeeld 40 – 50 jaar oud kan in Eindhoven, als de riolering ‘met rust gelaten wordt’, nog prima 40 – 50 jaar goed blijven functioneren: de zogenaamde restlevensduur. Als in de buurt van deze riolering bomen aangeplant worden, zullen de boomwortels de zwakke plekken van deze riolering opzoeken en de restlevensduur verkorten naar bijvoorbeeld 20 – 30 jaar. Er zijn niet of nauwelijks mitigerende maatregelen beschikbaar om deze aantasting van de riolering door boomwortels te voorkomen. Dit betekent dat de vergroeningsopgave er direct toe leidt dat de levensduur van de riolering op die locaties wordt verkort. Als we hierdoor het riool eerder moeten vervangen, heeft dit invloed op de hoogte van de rioolheffing. Gedurende de komende planperiode doen we daarom een analyse naar de impact van de vergroeningsopgave op de restlevensduur en daarmee de vervangingstermijn van de riolering.

In het GRP 2027 – 2030 maken we de consequenties voor de noodzakelijke verhoging van de rioolheffing door de vergroeningsopgave inzichtelijk.

Personele capaciteit De afgelopen planperiode is het ons niet gelukt een aantal vacatures structureel in te vullen. We hebben ons moeten richten op het inhuren (detacheren) van vakspecialisten. Ook nu is het de vraag of we onze noodzakelijke capaciteit (zie paragraaf 4.3, Personele Middelen) kunnen waarborgen: er is een ernstig structureel tekort aan vakspecialisten op de arbeidsmarkt. Als we onze capaciteit niet op orde krijgen, zullen we een prioritering moeten maken in de maatregelen (zie paragraaf 4.2) die we deze planperiode uitvoeren.

Energiekosten en inflatiecorrectie We hebben bij het bepalen van de hoogte van de rioolheffing het verwachtte prijspeil voor 2023 aangehouden. Op dit moment is onduidelijk wat de energiekosten en inflatie doen op de langere termijn. Dit kan betekenen dat we gedurende de planperiode met een herziening voor de hoogte van de rioolheffing moeten komen om alle maatregelen uit te kunnen voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12026893/2