Bijlage 6 - Ontwerp hoofdrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 2026
Tekst van het document
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) Gemeente Eindhoven 2023 – 2026 Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 2
Voorwoord
Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA)
Het rioleringsbeleid van de gemeente ligt tot nu toe vast in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In het plan staat een overzicht van de ontwikkelingen die zich nu en in de toekomst afspelen op het gebied van het opvangen en afvoeren van water in Eindhoven. Ook geven we aan wat dit betekent voor de rioolheffing. Het is nu tijd om ons huidige GRP te actualiseren voor de periode 2023 tot en met 2026. Omdat het plan meer bevat dan riool, is er een nieuwe titel die meer de lading dekt, namelijk ‘Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) Gemeente Eindhoven 2023 – 2026’, met als ondertitel ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’
Naast de aanpak van riool is ook vergroenen van de stad belangrijk. Het beste is als regenwater niet in het riool terecht komt, maar juist in de bodem. Planten en bomen nemen dan het water op en bomen zorgen ook nog eens voor verkoelen. We gaan daarom ook de binnenstad en de wijken verder vergroenen.
Het watersysteem in Eindhoven bestaat uit een geheel van het rioolstelsel, de buitenruimte en het oppervlaktewater- en grondwatersysteem. Het verzamelt, transporteert en verwerkt vooral huishoudelijk afvalwater, grondwater en afstromend hemelwater. Het is een uitgebreid geheel waaraan in vele projecten gewerkt wordt. Samen met partners in de stad willen we verder bouwen aan het stedelijk watersysteem van de toekomst.
Wij kunnen veel doen en onze inwoners ook. Laten we in actie komen en met zijn allen de komende jaren de schouders eronder zetten om onze stad klimaatrobuuster te maken.
Dat is de rode draad in de aanpak van water en klimaatadaptatie. Hier is de gemeente voor verantwoordelijk. De aanleg van meer en grotere rioolbuizen is niet meer voldoende om het stedelijk watersysteem van Eindhoven robuust en klimaatbestendig te houden. Door de klimaatverandering neemt de kans op overlast en schade door hevige neerslag, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat kan in Eindhoven risico’s opleveren voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Er kan bijvoorbeeld schade optreden aan gebouwen en infrastructuur door bijvoorbeeld wateroverlast, maar ook door lage grondwaterstanden als gevolg van langdurige droogte. Extreme langdurige hitte zoals de zomer van 2022, kan negatieve gevolgen hebben voor de maatschappij door bijvoorbeeld gezondheidsproblemen en een verminderde arbeidsproductiviteit.
Ook krijgen alle Eindhovenaren een grotere eigen rol in het verwerken van het hemelwater op eigen terrein. Het afkoppelen van de dakafvoer en het aanleggen van een waterberging op eigen terrein spelen daarin een belangrijke rol.
Rik Thijs Wethouder klimaat, energie, grond en vergroening
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 3
Samenvatting Een Eindhovense aanpak voor water en klimaatadaptatie Een goed functionerend rioolstelsel en watersysteem is belangrijk voor een leefbare en gezonde stad. Door klimaatverandering en toenemende extreme situaties (wateroverlast door hevige buien, droogte door lange periode zonder neerslag en hittestress door te veel verharding en te weinig groen) neemt de druk op de stad, het rioolstelsel en het watersysteem toe. Met de voorliggende aanpak wordt uiteengezet hoe gemeente Eindhoven de komende vier jaar aan de slag gaat om aan de drie wettelijke zorgplichten (inzameling en transport van afval-, hemel- en grondwater) te voldoen. Daarnaast zijn in de voorliggende aanpak de taken beschreven voor het oppervlaktewater en de water gerelateerde klimaatadaptatie opgaven. De voorliggende aanpak is een actualisatie van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 en geeft het beleidsmatig en financieel kader voor het uitvoeren van de hiervoor beschreven zorgplichten en taken. De titel ‘Gemeentelijk Rioleringsplan’ (GRP) dekt niet meer de lading. Vandaar de nieuwe titel en ondertitel:
hoofdstukken water en klimaatadaptatie aanpak
instrumenten omgevingswet
§ 2.2 en § 2.3 Watervisie Hoofdstuk 2: Visie
Omgevingsvisie 2.0 § 2.4 Strategische doelen
Hoofdstuk 3: Plan
‘Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) Gemeente Eindhoven 2023 – 2026’ ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’ Bij ingang van de omgevingswet is het GRP niet langer een wettelijke verplichting. Elementen van het GRP moeten opgaan in de omgevingsvisie, - plan, en -programma. Met de opzet van deze aanpak sorteren we al zo veel als mogelijk voor op de transitie naar de omgevingswet. Figuur 1 geeft aan hoe de Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) is opgebouwd en input geeft voor de omgevingswetinstrumenten.
verplichtingen watertaken
§ 3.1 Water en klimaatadaptatie regels
Omgevingsplan
§ 4.1 Beleidsuitgangspunten §4.2 Maatregelen Hoofdstuk 4: Programma
§ 4.3 Personele middelen §4.4 Kostendekkingsplan §4.5 Risico’s
Figuur 1: Vertaling ambitie en stedelijke opgaven uit Omgevingsvisie 1.0 naar het Water en Klimaatadaptatie plan.
Omgevingsprogramma
SAMENVATTING
Visie Op een duurzame manier (!) bijdragen aan de stedelijke opgaven uit de omgevingsvisie 1.0: het behouden en realiseren van een gezonde, aantrekkelijke en leefbare stad; ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’.
De bovenstaande Watervisie is voor 2050. Op hoofdlijnen is de Watervisie als volgt uitgewerkt: In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend afvalen hemelwaterstelsel en oppervlaktewatersysteem (zowel kwantitatief als kwalitatief). Wij handelen water- en klimaatrobuust bij elke ruimtelijke (her)inrichting en stimuleren inwoners en ondernemers (met subsidies en een gerichte communicatiestrategie) om dat ook te doen. De openbare ruimte is in 2050 zodanig ingericht dat schade aan gebouw en maatschappelijke overlast, door een regenbui van 60 mm in een uur, zoveel mogelijk wordt voorkomen. Wij verwerken hemelwater, waar mogelijk, volgens de trits: inzamelen, lokaal vasthouden, infiltreren in de bodem en vertraagd afvoeren naar oppervlaktewater of het riool. Voor het voorkomen van structurele nadelige gevolgen van grondwater, hebben en houden wij inzicht in het freatisch grondwater en werken wij aan verbeteringsmaatregelen. Wij werken met onze (water)partners samen als ‘één overheid’ om de doelen te behalen en voor een duidelijk verhaal naar inwoners en bedrijven.
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 4
De waterregels worden gecontroleerd met de toets omgevingsvergunning en de watertoets. Een omgevingsvergunningaanvraag voor bouwwerken (woningen, panden, etc.) wordt getoetst op diverse waterhuishoudkundige aspecten, zoals de waterbergingsopgave en de huisaansluitingen van afval- en hemelwaterriool. De watertoets is een proces waarbij initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan om de waterhuishoudkundige belangen mee te laten wegen bij het uitwerken van de ruimtelijke ontwikkeling in de ruimtelijke plannen en besluiten.
Programma Het programma geeft de beleidsuitgangspunten, de maatregelen (investerings- en exploitatie activiteiten), personele middelen, het kostendekkingsplan en de risico’s die wij voor de planperiode 2023-2026 voorzien.
Beleidsuitgangspunten De beleidsuitgangspunten zijn van toepassing bij onderhoud van voorzieningen, water- en herinrichtingsprojecten en nieuwbouwprojecten. Voor de afvalwaterzorgplicht, hemelwaterzorgplicht, grondwaterzorgplicht, oppervlaktewater, klimaatadaptatie en voor de interactie bomen en riolering zijn beleidsuitgangspunten opgesteld.
Maatregelen Plan De waterregels zijn een doorwerking van het water- en klimaatadaptatiebeleid en binden derden aan de doelen van dit beleid. De bestaande Eindhovense water- en klimaatadaptatieregels zijn opgenomen in het Paraplu bestemmingsplan waterberging 2020 en de Algemene plaatselijke verordening (APV). Voor opvolging van regels voor waterberging heeft gemeente Eindhoven een rekentool ontwikkeld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de klimaatadaptatie maatregelen moet zijn. In de planperiode 2023-2026 worden verplichten vergroeningsopgaven bij bouwontwikkelingen geïmplementeerd in de rekentool. Met deze toevoeging dragen wij beter bij aan de doelen uit de Water en Klimaatadapatie aanpak en het Groenbeleidsplan van gemeente Eindhoven.
Ongeveer 80% van onze inzet plegen we in reguliere exploitatie activiteiten (zoals rioolreiniging en kolken zuigen) en investeringsmaatregelen (zoals rioolvervanging en relining). De meeste (politieke) aandacht in de Water en Klimaatadaptatie aanpak gaat echter uit naar de 20% van onze inzet speciaal gericht op het bereiken van onze Visie en Strategische Doelen. Denk hierbij aan maatregelen zoals: optimalisatie studies, inventarisaties voor beheer, onderzoeken, meet- en monitoringsprogramma’s, uitwerken van een droogteplan, opstellen van een watervisie voor een specifiek gebied, ontwikkelen van een communicatiestrategie etc.
Personele middelen De personele consequenties van het beleid in dit WKA zijn geïnventariseerd en opnieuw ingeschat op basis van het exploitatieoverzicht en investeringsoverzicht, op basis van de huidige bezetting (praktijk van de afgelopen jaren) en op basis van de behoefte voor de nieuwe taken die in dit WKA zijn opgenomen. Hieruit resulteert dat er 4,5 fte extra nodig is voor uitvoering van het WKA.
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 5
Kostendekkingsplan
Risico’s
Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten, staan is een kostendekkingsplan opgesteld. Het doel van het kostendekkingsplan is de tariefontwikkeling van de rioolheffing voor de planperiode van het GRP te onderbouwen met een doorkijk naar de langere termijn. De kosten voor het uitvoeren van de taken in dit WKA bestaan uit vervangings- en verbeteringsinvesteringen en jaarlijks terugkerende exploitatiekosten. De directe en indirecte exploitatiekosten omvatten de kosten voor het beheer en onderhoud van de rioolstelsels. Voorts wordt rekening gehouden met de BTW op zowel goederen als diensten en investeringen, die in het riooltarief mogen worden meegenomen. Daarnaast zijn er kapitaallasten (rente en afschrijvingen) van vervangings- en verbeteringsinvesteringen en personele lasten. Via de aan burgers en bedrijven opgelegde rioolheffing worden de exploitatie- en investeringskosten betaald. De gemeente streeft daarbij naar een volledig kostendekkende heffing (zijnde 100%). Tabel 1 geeft een overzicht van de ontwikkeling van de rioolheffing voor zowel eigenaren als gebruikers voor de planperiode van dit GRP. De ontwikkeling van de rioolheffing voor gebruikers is evenredig met de ontwikkeling van de rioolheffing voor eigenaren.
Op dit moment worden een aantal risico’s voorzien die mogelijk komende planperiode, maar ook daarna, tot wijziging van het WKA kunnen leiden. Wij voorzien de volgende risico’s: de vergroeningsopgave (boomwortels zorgen mogelijk voor een versnelde achteruitgang van de kwaliteit van het riool en daardoor een minder lange levensduur. Dit betekent dat we de riolen eerder moeten vervangen dan gepland), hittestress (dit klimaatadaptatie thema is nog niet goed belegd in de gemeentelijke organisatie), personele capaciteit (krappe arbeidsmarkt kan er toe leiden dat functies niet ingevuld worden) en- hoge energiekosten en inflatiecorrectie.
Jaar
Eigenaren
Gebruikers
2023
€ 187
€ 259
2024
€ 212
€ 294
2025
€ 222
€ 308
2026
€ 226
€ 314
Tabel 1 Ontwikkeling rioolheffing eigenaren en gebruikers planperiode.
Met deze ontwikkeling van de rioolheffing is het mogelijk het ambitieniveau voor een water- en klimaat robuuste stad gelijk te houden aan het beleid in het GRP 2019 – 2022: ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’. We kunnen tevens starten met de opgave rondom het Eindhovense kanaal om de waterkwaliteit te herstellen en achterstanden in beheer en onderhoud weg te werken. Ook volgen er de komende jaren een aantal grote (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen welke klimaat robuust gerealiseerd dienen te worden.
1 INLEIDING
1.1 Aanleiding 1.2 Het GRP krijgt een nieuwe vorm en naam 1.3 Leeswijzer 1.4 Gewenste uitwerkingsrichtingen commissie Ruimte december 2021
2 VISIE
2.1 De Omgevingsvisie (1.0) vormt het vertrekpunt 2.2 Algemene watervisie 2050 2.3 Visie per ‘zorgplicht’ 2050 2.4 Strategische doelen per ‘zorgplicht’ 2050
7 7 7 8 8
9 9 10 12 14
3 PLAN
16
4 PROGRAMMA
19
3.1 Water- en klimaatadaptatieregels onder de omgevingswet 16 3.2 Eindhovense water- en klimaatadaptatieregels 17 3.3 Toets omgevingsvergunning 18 3.4 Watertoets in de Omgevingswet 18
4.2 Maatregelen 4.3 Personele middelen 4.4 Kostendekkingsplan 4.5 Risico’s
inhoud
25 34 35 37
1
HOOFDSTUK 1 | INLEIDING
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 7
1.1 Aanleiding Het GRP is het beleidsmatig en financieel kader voor het uitvoeren van de taken die nodig zijn om de drie wettelijke zorgplichten (afval-, hemel- en grondwater) in te vullen. Deze drie wettelijke zorgplichten vormen samen met de gemeentelijke taken voor het stedelijke oppervlaktewater en de watergerelateerde klimaatadaptatie opgave de basis voor de aanpak welke voor u ligt. De drie wettelijke zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater van de gemeente zijn beschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet. Conform artikel 4.22 van de Wet milieubeheer is iedere gemeente verplicht om de invulling van deze zorgplichten te beschrijven in een gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Met het verstrijken van de planperiode 2019 tot en met 2022 is het tijd ons huidige GRP te actualiseren voor de planperiode 2023 tot en met 2026. Een evaluatie van de planperiode 2019 – 2022 leest u terug in bijlage 2. Daarnaast geeft het bijlagen rapport alle overige beschikbare achtergrondinformatie.
1.2 Het GRP krijgt een nieuwe vorm en naam Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Deze wet heeft gevolgen voor het GRP. De Omgevingswet integreert namelijk veel van de bestaande wet- en regelgeving, waaronder de Waterwet, maar wijzigt de verdeling van taken en verantwoordelijkheden niet. De drie zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven bestaan, evenals de taken voor het stedelijke oppervlaktewater en de klimaatadaptatie opgave. De hierboven genoemde wettelijke verplichting om een GRP te hebben, komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wel te vervallen. De verantwoording van het beleid zal op termijn worden geïntegreerd in de Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Omgevingsprogramma’s, zie paragraaf 2.1.
inleiding
De verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen blijft bestaan en ook de separate financiële positie voor water- en rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing. Het gebruik van voorzieningen en reserves in relatie tot de rioolheffing moet ook met de komst van de Omgevingswet onderbouwd zijn in een actueel kostendekkingsplan.
HOOFDSTUK 1 | INLEIDING
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 8
In de huidige Omgevingsvisie 1.0 is al een goed haakje gelegd met de opgaven uit het GRP. De wateropgave valt onder de stedelijke opgave ‘gezonde groei en leefbare wijken’. Nieuwe visie onderdelen uit dit rapport krijgen een plek in de Omgevingsvisie 2.0, die in 2022 van start gaat (vaststelling voorzien eind 2024), zie paragraaf 2.1. De doorvertaling van het GRP naar alle nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet loopt tot 2029. De daadwerkelijke vertaling van de huidige GRP-structuur naar de Omgevingswet-documenten zal in de volgende planperiode (2027 – 2030) definitief vorm krijgen. Wel sorteren we met de opzet van deze aanpak al zo veel als mogelijk voor op deze transitie. De titel ‘Gemeentelijk Rioleringsplan’ (GRP) dekt niet meer de lading. Naast de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater, hebben we de taken voor het oppervlaktewater en de water gerelateerde klimaatadaptatie opgave ook in deze aanpak beschreven. Vandaar de nieuwe titel en ondertitel: ‘Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) Gemeente Eindhoven 2023 – 2026’ ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’
1.3 Leeswijzer
belangrijkste thema’s die onder het WKA vallen: afvalwater, hemelwater, grondwater, oppervlaktewater, klimaatadaptatie, samenwerking met waterpartners en communicatie naar en bewustwording van inwoners, bedrijven, etc. Bijlage 13 bevat een korte samenvatting van het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW). Bijlage 14 bevat de klimaatimpactanalyse die afgelopen periode is uitgevoerd. In bijlage 15 is de kostendekking voor komende planperiode beschreven. Bijlage 16 bevat de raadsnota die gepaard gaat met dit WKA.
1.4 Gewenste uitwerkingsrichtingen commissie Ruimte december 2021 Het WKA 2023 – 2026 continueert het beleid uit het GRP 2019 – 2022. Tijdens de meningsvormende vergadering op 14 december 2021 is aangegeven wat de gewenste uitwerkingsrichtingen (en bijbehorende financiële consequenties) zijn conform ‘de commissie notitie GRP’ voor de onderwerpen: 1. Opgave klimaatadaptatie 2. Opgave Eindhovens Kanaal 3. Opgaven Knoop XL
Ad1
Hoofdstuk 2 beschrijft de water en klimaatadaptatie visie en vertaalt deze visie door in langjarige strategische doelen. In hoofdstuk 3 hebben we de waterregels uitgewerkt. Hoofdstuk 4 beschrijft de beleidsuitgangspunten, maatregelen, benodigde personele middelen, het kostendekkingsplan en de risico’s.
Tijdens de meningsvormende vergadering is aangegeven: het ambitieniveau voor een water- en klimaat robuuste stad gelijk te houden aan het vastgestelde beleid in het GRP 2019 – 2022.
Ad2 Hoofdstuk 2: Visie
Hoofdstuk 3: Plan
Hoofdstuk 4: Programma
Daarnaast hebben we een bijlagenrapport opgesteld. Bijlage 1 bevat een link naar de kaartenatlas op de website van Eindhoven. Hierin staan alle kaarten die relevant zijn voor dit WKA. Bijlage 2 bevat een evaluatie van afgelopen planperiode 2019-2022. In bijlage 3 staan de visie en strategische doelen voor 2050 beschreven. In bijlage 4 staat de operationele doelen en opgaven voorkomende planperiode 2023-2026 beschreven. Bijlage 5 bevat de commissie notitie GRP. In bijlage 6 t/m 12 gaan we in op de
Tijdens de meningsvormende vergadering is aangegeven: het herstel van de chemische en ecologische waterkwaliteit van het Eindhovens Kanaal opstarten tijdens de komende planperiode (2023 – 2026) en de opgelopen achterstanden in beheer en onderhoud, inclusief baggeropgave, oevers / damwanden, etc. geleidelijk weg te werken.
Ad3 Tijdens de meningsvormende vergadering is aangegeven: De verplaatsing van de afvalwatertransportleidingen (t.b.v. de realisatie van een nieuw busstation) moeten betaald worden vanuit het project / de ontwikkeling Knoop XL. Deze keuze betreft een principe uitspraak: kosten voor ‘riolering’ en klimaatadaptatie als gevolg van ontwikkelingen die buiten de reguliere kosten voor programmalijn Water omgaan, worden gefinancierd vanuit de ontwikkeling zelf.
2
HOOFDSTUK 2 | VISIE
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 9
In dit hoofdstuk verwoorden we onze visie. Paragraaf 2.1 brengt de relatie met de omgevingsvisie (1.0) in beeld. In de paragrafen 2.2 en 2.3 hebben we de watervisie uitgewerkt op basis van de ambitie en stedelijke opgaven uit de Omgevingsvisie 1.0, de ontwikkelingen rond het Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio Eindhoven, het Bestuursakkoord 2022 en overige bestaande ‘afspraken’, zoals het Duurzaamheidspact. Deze Watervisie hebben we in paragraaf 2.4 vertaald naar Strategische doelen. De Watervisie en Strategische doelen vormen de input vanuit het programma water en klimaatadaptatie voor de Omgevingsvisie 2.0. De strategische doelen in paragraaf 2.4 behalen wij via een drietal sporen: 1. De geldende Water en Klimaatadaptatieregels, uitgewerkt in hoofdstuk 3; 2. De geldende beleidsuitgangspunten voor Water en Klimaatadaptatie, uitgewerkt in paragraaf 4.1; 3. De uitwerking van de strategische doelen tot zo concreet mogelijke operationele doelen voor de komende planperiode, uitgewerkt in bijlage 4 en doorvertaald in maatregelen in paragraaf 4.2.
2.1 De Omgevingsvisie (1.0) vormt het vertrekpunt Het onderstaande kader geeft de ambitie uit de Omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Eindhoven weer. De voor deze Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) meest relevante passage uit deze ambitie is onderstreept en vet gedrukt.
Ambitie omgevingsvisie 1.0 van de gemeente Eindhoven
visie
Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom randvoorwaardelijk in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden.
HOOFDSTUK 2 | VISIE
De ambitie in de Omgevingsvisie 1.0 is vertaald in zes concrete stedelijke opgaven (zie ook intermezzo 1): 1. Werken aan een gezonde groei van de stad: Een goede verwerking van het afvalwater; hoofdreden voor de aanleg van riolering is de volksgezondheid; 2. Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum: Realiseren van blauwgroene maatregelen op het maaiveld en een aantrekkelijk oppervlaktewatersysteem; 3. Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit: Realiseren van blauwgroene maatregelen op het maaiveld en het minimaliseren van de negatieve impact door intensieve regenbuien, perioden van droogte en hittestress; 4. Werken aan een duurzame en concurrerende economie: De projecten en werkzaamheden op een duurzame wijze uitvoeren en gebruik maken van duurzame materialen; 5. Werken aan de energietransitie van de stad: Energie uit oppervlaktewater, rioolwater, grondwater en drinkwater; afkoppelen waardoor er minder regenwater naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd en goed onderhoud aan gemalen, waardoor ze minder energie vragen. Regenwater gebruiken voor koeling van gebouwen. Zie ook intermezzo 2; 6. Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid: Realiseren van zo min mogelijk regenwater overlast op ontsluitingswegen en tunnels.
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 10
hoofdstukken water en klimaatadaptatie aanpak
De ambitie en zes concrete stedelijke opgaven uit de Omgevingsvisie 1.0 resulteren in de volgende algemene Watervisie:
Op een duurzame manier (!) bijdragen aan de stedelijke opgaven uit de omgevingsvisie 1.0: het behouden en realiseren van een gezonde, aantrekkelijke en leefbare stad; ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’.
instrumenten omgevingswet
§ 2.2 en § 2.3 Watervisie Hoofdstuk 2: Visie
Omgevingsvisie 2.0 § 2.4 Strategische doelen
Hoofdstuk 3: Plan
§ 3.1 Water en klimaatadaptatie regels
Omgevingsplan
§ 4.1 Beleidsuitgangspunten §4.2 Maatregelen Hoofdstuk 4: Programma
2.2 Algemene watervisie 2050
verplichtingen watertaken
§ 4.3 Personele middelen §4.4 Kostendekkingsplan §4.5 Risico’s
Figuur 1: Vertaling ambitie en stedelijke opgaven uit Omgevingsvisie 1.0 naar het Water en Klimaatadaptatie plan.
Omgevingsprogramma
HOOFDSTUK 2 | VISIE
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 11
In de Omgevingsvisie 1.0 is onder de stedelijke opgave ‘gezonde groei en leefbare wijken’ een duidelijke link met de water en klimaatadaptatie opgave gelegd. Er staat: “door hittestress en stijgende temperaturen staat het leefklimaat in de stad onder druk. Door het versterken van het bodemen watersysteem spelen we in op de veranderende weersomstandigheden. Hiermee wordt de sponswerking van de bodem beter benut. Bij nieuwe ontwikkelingen vragen we meer ruimte voor het vasthouden van water. We zorgen voor schaduw op trottoirs en voldoende koele plekken in de stad. Daarnaast passen we de keuze van beplanting aan op het veranderende klimaat. Zo ontstaat een klimaatadaptieve leefomgeving.”
Wettelijk kader water
De bijdrage aan deze opgave in de dagelijkse praktijk leveren wij vanuit onze verantwoordelijkheden voor de afval-, hemel-, grondwaterzorgplicht, oppervlaktewatertaken en de watergerelateerde klimaatadaptatie-opgave, zoals omschreven in de wetgeving en beleidskaders van hogere overheden en onze waterpartners, zie Figuur 2.
Beleidskader water
Europees
Kaderrichtlijn Water Richtlijn Overstromingsrisico’s
Europees
Nationaal
Wet Milieubeheer, Waterwet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO), Omgevingswet, Activiteiten besluit Lozingenbesluiten, Bouwbesluit
Nationaal Nationaal Bestuursakkoord Water
Provinciaal (interim) Omgevingsverordening Waterschap Waterschapswet Keur
Gemeente Paraplu bestemmingsplan
Stroomgebiedsbeheersplan Maas 2022 - 2027
Deltaplan Ruimtelijke adaptatie Deltaplan Hoge Zandgronden
Provinciaal Regionaal Water en Bodem Programma 2022 - 2027
Waterschap Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 Beleidsnota’s en protocollen Beheer en Onderhoud Stedelijk Water Zuiveringsplannen, etc.
Gemeente Stedelijk Water- en Klimaat adaptatieplan Gemeente Eindhoven 2023 – 2026, Eindhovense Klimaattoets / watertoets
Figuur 2 Wettelijk en beleidskader water
HOOFDSTUK 2 | VISIE
Wij doen dit met betrokken en kundige mensen van Team Water en samen met de overige programmalijnen en gebiedsmanagement binnen het Ruimtelijk domein, onze waterpartners, inwoners, ondernemers en belanghebbenden. Altijd redenerend vanuit het algemeen belang binnen de complexiteit van de stad en maatschappelijk aanvaardbare kosten (doelmatig). Hiervoor is nauwe samenwerking nodig met alle programmalijnen en gebiedsmanagement binnen het ruimtelijk domein en de overige domeinen binnen onze gemeente, gericht op gewenste effecten die bijdragen aan de onder 2.1 genoemde 6 concrete stedelijke opgaven. Gebiedsgerichte integrale programma’s zijn nodig waarin slimme ingrepen vanuit verschillende thema’s elkaar versterken met merkbare positieve effecten voor de leefomgeving. Gebiedsgerichte aanpak gevuld vanuit de betrokken programmalijnen zorgt er bovendien voor dat we efficiënter onze middelen (menskracht en financiën) inzetten.
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 12
In 2050 hebben we de sponswerking van de stad in beeld en zoveel mogelijk geoptimaliseerd door, waar mogelijk en wenselijk, het hemelwater op te vangen, te infiltreren en in de bodem vast te houden.
4. Visie oppervlaktewater(zorgplicht) 2050 In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend oppervlaktewatersysteem. Het oppervlaktewatersysteem is zodanig ingericht dat de risico’s op kwantitatieve overlast door extreme regenbuien of kwalitatieve overlast zoals blauwalgen of botulisme zoveel mogelijke worden voorkomen. De inrichting draagt optimaal bij aan ecologische waarden en biodiversiteit conform de doelen die we voor de verschillende oppervlaktewateren gaan opstellen. In 2050 is het recreatieve gebruik van het oppervlaktewater afgestemd op de gewenste ecologische en biodiversiteitwaarden.
5. Visie klimaatadaptatie 2050
2.3 Visie per ‘zorgplicht’ 2050 Voor elke ‘zorgplicht’ is er een visie opgesteld voor 2050. Bijlage 3 geeft een nadere toelichting en onderbouwing van de in deze paragraaf beschreven visie per ‘zorgplicht’ voor 2050.
1. Visie afvalwaterzorgplicht 2050 In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend rioolstelsel en is de negatieve impact van overstortend afvalwater op de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater verder geminimaliseerd.
2. Visie hemelwaterzorgplicht 2050 In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend hemelwaterstelsel. De openbare ruimte is in 2050 zodanig ingericht dat schade aan gebouw en maatschappelijke overlast, door een regenbui van 60 mm in een uur, zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en zoveel mogelijk lokaal verwerkt.
3. Visie grondwaterzorgplicht 2050 We hebben en houden inzicht in de freatische grondwaterstanden in stedelijk gebied en de relatie daarvan met structureel nadelige gevolgen voor de aan de grond gegeven bestemming. Waar nodig blijven we vanuit de bestemming van de grond werken aan verbeteringsmaatregelen.
Sinds 2019 handelen we water- en klimaatrobuust bij elke ruimtelijke (her)inrichting, zowel voor privaat als openbaar terrein. Gemiddeld gaat de openbare ruimte eens in de 25 – 40 jaar ‘op de schop’. Als we bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte deze water- en klimaatrobuust uitvoeren, werken we aan de doelstelling van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om in 2050 een water- en klimaatrobuuste stad (openbare ruimte) te hebben. Hier gaan we dan ook voor! Ondertussen stimuleren we onze inwoners en ondernemers (onder meer via subsidieregelingen) om hun eigen perceel ook water- en klimaatrobuust in te richten. Alle nieuwe bouwontwikkelingen voldoen aan ‘de rekentool’. Hierdoor zullen veel particuliere gebouwen en percelen in onze stad in 2050 water- en klimaatrobuust zijn. Klimaatimpactanalyse In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor zeven ambities, waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen, moesten alle overheden uiterlijk in 2019 een klimaatstresstest uitvoeren. Ook wij als gemeente Eindhoven hebben een klimaatstresstest uitgevoerd. Deze is te vinden in onze klimaatatlas.
HOOFDSTUK 2 | VISIE
De uitkomsten van deze klimaatstresstest zijn niet voor iedereen even duidelijk: Wat betekent klimaatverandering nu echt voor Eindhoven? Stel dat Eindhoven dezelfde regenbui krijgt te verwerken als Valkenburg vorig jaar, welke schade treedt dan op? Waar is de impact het grootst? Welke locaties in onze stad moeten prioriteit krijgen? Bovendien geeft ons Bestuursakkoord 2022 – 2026 ‘Samen morgen mooier maken’ ons een duidelijke opdracht mee: “We gaan de komende periode werken aan een stad die stevig bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering, én die klaar is voor de weersveranderingen die daarbij horen. Tegelijk biedt het kansen om de stad groener en gezonder te maken en de openbare ruimte zo in te richten dat iedereen er graag gebruik van maakt om te spelen, te bewegen of te ontmoeten.” “We pakken de problemen in de stad stevig aan, én zien de kansen die dit biedt voor onze inwoners en regio. De aanpak van klimaatverandering draagt namelijk bij aan een groene, fijne stad om in te wonen en te leven.” Daarom hebben wij de uitkomsten van de klimaatstresstest door vertaald naar een klimaatimpactanalyse: het nulaternatief, verwachte schade bij niets doen. De resultaten hiervan kunt u bekijken in bijlage 14.
De weergegeven (jaarlijkse) schadekosten door het veranderende klimaat in bijlage 14 ‘bij niets doen’ zijn niet absoluut, maar moeten gezien worden met een betrouwbaarheidsmarge: Een zogenaamde bandbreedte. De komende jaren zullen de input gegevens, door metingen, monitoring en verbeterde analyses verbeteren. Ook de betrouwbaarheid van de te gebruiken kentallen zal de komende jaren (sterk) verbeteren op basis van ervaringen. Bij de herziening van dit plan zullen we daarom opnieuw een klimaatstresstest en aanvullend een klimaatimpact analyse uitvoeren. Wel geven deze (jaarlijkse) schadekosten een indicatieve inschatting van de orde grootte van de te verwachten schadekosten door een veranderend klimaat en kunnen we gebieden onderling- relatief met elkaar vergelijken.
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 13
Samenvatting schadekosten bij ‘niets doen’ Hemelwateroverlast Bij een bui van 60 mm/u wordt de potentiële schade geschat op 88 miljoen euro. Dit zijn eenmalige kosten van de totale schade als een dergelijke bui valt. Deze bui komt anno 2022 eens per 100 jaar voor. Door klimaatverandering neemt de kans op extreme neerslag toe. Eenzelfde bui komt in 2050 eens per 50 jaar voor. De gemiddelde jaarlijkse schadekosten door wateroverlast worden op basis van de beschikbare gegevens en kentallen geschat op 13 miljoen euro. Bij een hevige regenbui (60 mm/u) wordt 6% van de belangrijke hulproutes onbegaanbaar voor hulpdiensten. Daarnaast zorgt wateroverlast voor mogelijke risico’s voor de gezondheid door de gezondheidsklachten door vervuild water op straat. Droogte Voor Eindhoven is het geschatte risico voor zettingsschade 4.5 miljoen euro; dit kan oplopen tot 30 miljoen euro. In de binnenstad, Witte dame, Lakerlopen en Villapark is een verhoogd risico voor verzakkingsschade. Langere periode van droogte hebben in Eindhoven een grote invloed op de waterbeschikbaarheid en vormen een risico voor grondwaterdaling met mogelijke schade aan groen (en sportaccommodaties). Een permanente kostenverhogende factor in het beheer van de buitenruimte voor Eindhoven is zorgen voor voldoende water voor groen in periode van droogte. De droogteschade aan groen bedroeg in 2018 900.000 euro.
Hitte Het wordt gemiddeld 1 tot 2.5 °Celsius warmer in Eindhoven t.o.v. het huidige klimaat. Gevoelstemperaturen van boven de 46 °Celsius komen op meerdere locaties in Eindhoven voor, met name in het centrum en omliggende wijken. Op hete dagen is het voor inwoners belangrijk om verkoeling te kunnen vinden op een plek met een relatief lagere gevoelstemperatuur. Voor één op de zes huishoudens is de afstand tot een koele plek meer dan 5 minuten lopen. Tijdens het slapen moet je lichaam herstellen en door warme temperaturen lukt dat slechter. Het heeft ook invloed op je werk. Je kunt je moeilijker concentreren en je hebt minder energie. Bij een hittegolf kan het ziekteverzuim oplopen tot 12%. De meest kwetsbare wijk voor effecten van warme nachten op slecht slapen is het centrum, Woensel-Noord en Woensel-Zuid.
HOOFDSTUK 2 | VISIE
Juist in tijden van hitte zoeken inwoners naar verkoeling bij (zwem)water. Blauwalg groeit veel beter bij temperaturen boven 20°C. Ook andere ziekteverwekkers groeien vaak makkelijker in warm water en de verspreiding van ziektes kan door klimaatverandering veranderen. Naar verwachting hebben alle oppervlaktewateren (< 3m waterdiepte) in de gemeente Eindhoven risico op meer dan 20 achtereenvolgende dagen waarop de watertemperatuur meer dan 20 graden is. Zwemwaterlocatie de IJzeren man is een aandachtspunt waar door klimaatverandering de kans op blauwalg toeneemt. In de warme zomer van 2018 is er bij de IJzeren man blauwalg aangetroffen. Watervisiekaarten Peter Glas, Deltacommissaris: “We moeten alles op alles zetten om een ramp voor te blijven, de gevolgen van extreem weer zoveel mogelijk te beperken en te zorgen dat elke investering, ‘iedere schop in de grond’, ook voor woningbouw, klimaatbestendig wordt uitgevoerd. Dit geldt voor de keuze waar gebouwd gaat worden én de manier waarop gebouwd gaat worden. Hiermee kunnen we voorkomen dat we nu investeringen doen waar we later spijt van krijgen en waarbij we veel kosten in de toekomst moeten maken om schades en gevolgen te compenseren.” Onlangs publiceerde Hugo de Jonge zijn ambitieuze Nationale Woon- en Bouwagenda.
De kern: 900 duizend woningen tot 2030 waarvan tweederde betaalbaar om een eigen woning weer voor iedereen bereikbaar te maken. De focus ligt op versnelling en grootschalige woningbouw waarvoor 15 grootschalige gebieden zijn aangewezen. En, niet onbelangrijk in deze opgave, bodem en water zijn sturend voor de plannen. Een harde afspraak in deze agenda én in het regeerakkoord. Zo voorkomen we dat toekomstige generaties worden opgezadeld met schade die we nu kunnen voorkomen. Maar wat betekent dat eigenlijk om bodem en water sturend te maken?
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 14
6. Visie samenwerking met waterpartners We werken met onze (water)partners samen als ‘één overheid’. Dit betekent dat onze inwoners en ondernemers ‘er geen last van hebben’ dat de taken en verantwoordelijk heden voor het stedelijke waterbeheer en klimaatadaptatie over verschillende overheidsinstanties zijn verdeeld.
7. Visie communicatie naar en bewustwording van inwoners, ondernemers, etc. Via een gerichte communicatiestrategie zorgen we ervoor dat onze inwoners en ondernemers zichzelf verantwoordelijk voelen voor het water- en klimaatrobuust inrichten van hun eigen perceel.
2.4 Strategische doelen per ‘zorgplicht’ 2050 Per ‘zorgplicht’ zijn er strategische doelen opgesteld voor 2050. Bijlage 3 geeft een nadere toelichting en onderbouwing van de in deze paragraaf beschreven strategische doelen per ‘zorgplicht’ voor 2050. Bijlage 4 geeft een overzicht van de doorvertaling van de strategische doelen naar operationele doelen voor de planperiode 2023 – 2026. Deze indeling in 7 ‘zorgplichten’ hebben we ook aangehouden in hoofdstuk 4.
1. Strategische doel(en) afvalwaterzorgplicht Zorgdragen voor de inzameling en het transport van afvalwater.
2. Strategische doel(en) hemelwaterzorgplicht Zorgdragen voor de verwerking van hemelwater als gevolg van neerslag in het stedelijk gebied; Verminderen hoeveelheid hemelwater op het rioolsysteem.
3. Strategische doel(en) grondwaterzorgplicht In Eindhoven hebben we deze vraag beantwoord door Watervisiekaarten uit te werken. Deze watervisiekaarten zijn richtinggevend bij elke ruimtelijke transitie binnen de gemeente Eindhoven en vormen een onderlegger voor het Omgevingsplan. De Watervisiekaarten zijn dynamisch: ze zijn continu in ontwikkeling en we passen de Watervisiekaarten voortdurend aan op de laatste inzichten, meetresultaten, etc. De laatste versie van de Watervisiekaarten zijn te raadplegen via de klimaatatlas.
Inzicht hebben in, en delen van actuele grondwaterstanden en trends in de gemeente met waterpartners, inwoners en ondernemers; Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk voorkomen, mits deze maatregelen doelmatig en noodzakelijk zijn; Optimaal bijdragen aan de sponswerking van de stad en zo de negatieve effecten van verdroging door een veranderend klimaat zo veel als mogelijk mitigeren; Regie voeren op bronneringen; Zoeken naar nuttige toepassing van het grondwater wat we onttrekken.
HOOFDSTUK 2 | VISIE
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 15
4. Strategische doel(en) oppervlaktewater
6. Strategische doelen samenwerking met waterpartners
Streven naar een robuust functionerend oppervlaktewatersysteem; Zorgdragen voor voldoende bergings- en afvoercapaciteit om hemelwater en grondwater te kunnen verwerken (een veilige en droge leefomgeving); Bijdrage leveren aan een ecologisch en chemisch gezond oppervlaktewatersysteem (een schoon en natuurlijk oppervlaktewatersysteem); Vergroten van de bekendheid en het verbeteren van gebruiksmogelijkheden (een mooi oppervlaktewatersysteem); We nemen geen watersystemen over in beheer en onderhoud welke niet klimaatrobuust zijn gerealiseerd.
Voortzetten samenwerking Klimaatportaal Zuidoost Brabant; Voortzetten samenwerking De Groote Heide en Beekdal Tongelreep; Voortzetten samenwerking in Zuid-Nederland (Limburg en Brabant); Voortzetten samenwerkingen met partners in de stad.
5. Strategische doel(en) klimaatadaptatie Van bergingsnorm naar overlastnormering; Voorkomen van wateroverlast door een veranderend klimaat en een klimaatadaptieve verwerking van hemelwater; Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt klimaatrobuust ingericht; Uitbreiden en versterken van waterstructuren en realiseren van waterbergingslocaties; Optimaal bijdragen aan het in stand houden en versterken van Groen; Continueren van de subsidieregelingen voor groene daken, afkoppelen (incl. waterberging) en ontharden (stoeptegels eruit) / vergroenen. Uitbreiden met een subsidieregeling voor gevelgroen / geveltuinen /regentonnen met overloop; Realiseren van zo veel mogelijk duurzame en groene daken; Doelmatig watergebruik bij gemeentelijke voorzieningen waaronder het realiseren van water neutrale sportaccommodaties; Bestand zijn tegen droogte; Bestand zijn tegen hitte; Innovatie stimuleren.
7. Strategische doelen communicatie naar en bewustwording van inwoners, ondernemers, etc. Weten, willen en werken: Van bewustwording via handelingsperspectief naar eigenaarschap; Informeren en stimuleren inwoners en ondernemers; Natuur en Duurzaamheidseducatie geven.
3
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 16
Dit hoofdstuk geeft een uitwerking van de waterregels. In paragraaf 3.1 en 3.2 gaan we in op de water- en klimaatadaptatieregels, respectievelijk onder de omgevingswet en voor Eindhoven specifiek. In paragraaf 3.3 gaan we in op de toets omgevingsvergunning en paragraaf 3.4 beschrijft de watertoets in de omgevingswet.
3.1 Water- en klimaatadaptatieregels onder de omgevingswet Tijdens de planperiode treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Onder de Omgevingswet heeft iedere gemeente één Omgevingsplan. Het Omgevingsplan bevat de juridisch bindende regels voor burgers en bedrijven die de gemeente nodig acht om de ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving te realiseren. De gemeente zorgt dat de regels in het Omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, Ow). Het Omgevingsplan vervangt in 2023 de geldende bestemmingsplannen en de verordeningen uit de Wet ruimtelijke ordening. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op 1 januari 2023, ontstaat automatisch een tijdelijk Omgevingsplan. Met de komst van deze wet vervallen een aantal regels op rijksniveau. Deze regels vallen onder de zogenaamde bruidsschat. Tijdens de overgangsfase, die duurt tot 2029, zet de gemeente het tijdelijke Omgevingsplan om naar een definitief Omgevingsplan. De gemeente beslist in die tijd om regels die zijn opgenomen in de bruidsschat te bestendigen, aan te passen of te laten vervallen. Ook kan de gemeente nieuwe regels opnemen in het definitieve Omgevingsplan. Voor het waterbeheer zijn met name de regels over aansluiten op de riolering en over afvalwaterlozingen in de bruidsschat relevant.
Dit betreft onder andere de lozing van grondwater, afstromend hemelwater en huishoudelijk afvalwater in de bodem, de riolering en het oppervlaktewater. Daarnaast zijn er specifieke lozingsregels voor bedrijfstakken opgenomen in de bruidsschat. Voorbeelden hiervan zijn het lozen bij kleinschalige voedselbereiding (zoals de vetafscheider bij de horeca), lozen bij telen en kweken van gewassen (zoals spoelwater van biologisch geteeld fruit), lozen van afvalwater bij het maken van beton, lozen van afvalwater bij het wassen van motorvoertuigen en lozen van afvalwater bij het opslaan van mest of kuilvoer.
plan
HOOFDSTUK 3 | PLAN
Momenteel worden landelijk bouwstenen gemaakt die als basis kunnen dienen voor regelgeving op watergebied. De bouwstenen bieden mogelijkheden om onderwerpen op verschillende wijze te regelen. De bouwstenen gaan onder andere over: Aansluiten op de riolering; Lozen van afvalwater; Bedrijfsafvalwater in het buitengebied; Vloerpeilen en maximaal percentage verharding; Waterberging; Afkoppelen en infiltreren; Bodemenergiesystemen in intrekgebieden (regenwater dat binnen het intrekgebied in de bodem zakt zal ‘ooit’ bij de drinkwaterbron terechtkomen, bij bodemenergiesystemen zijn er verhoogde risico’s).
3.2 Eindhovense water- en klimaatadaptatieregels In deze paragraaf zijn de bestaande Eindhovense water- en klimaatadaptatieregels op hoofdlijnen toegelicht. De waterregels zijn een doorwerking van het water- en klimaatadaptatiebeleid en binden derden aan de doelen van dit beleid. De regels voor waterberging zijn zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in millimeters wordt. Ook ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd.
Paraplu bestemmingsplan waterberging 2020 Overtollig hemelwater afkomstig van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op privaat terrein dient, na de eventuele stappen hergebruiken en vasthouden, tijdelijk te worden geborgen voordat het vertraagd afgevoerd mag worden naar open water of het gemeentelijke rioolstelsel. Voor iedere m2 verharding in het plangebied dient in basis maximaal 75 mm waterberging binnen datzelfde plangebied te worden gecreëerd. De waterbergingsvoorziening moet in 10 tot 72 uur weer leeg zijn om een volgende bui te kunnen bergen. De ledigingstijd wordt door de gemeente aangegeven op basis van de grootte van het te ontwikkelen plangebied. De gemeente kan, mits gemotiveerd, afwijkingen hierop toestaan. Bij zeer grote neerslaghoeveelheden zal de waterbergingsvoorziening het aangeboden water mogelijk onvoldoende kunnen
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 17
verwerken. Een noodoverlaat moet er dan voor zorgen dat het overtollige water gecontroleerd naar een plek binnen het plangebied wordt afgevoerd waar het geen schade of overlast bij derden kan veroorzaken. In het paraplu bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt naar ontwikkelingen met 150 m2 of meer verharding binnen het plangebied of kleinere ontwikkelingen tot 150 m2 verharding binnen het plangebied. Voor de eerste groep geldt de eis van max. 75 mm waterberging per m2 aanwezige verharding. De tweede groep betreft kleine ontwikkeling waar aanleg van grote waterbergingen in de praktijk niet realistisch zijn. Daarom is voor de tweede groep is de waterbergingseis max. 25 mm. Dit komt overeen met 25 liter waterberging per m2 of voor een woning met 100 m2 verhard oppervlak 2,5 m3 waterberging. Om administratieve redenen is er gekozen om voor kleinere ruimtelijke ontwikkelingen onder 50 m2 toename verharding (bijvoorbeeld een kleine aanbouw of verbouw) geen eisen te stellen.
Uitwerking Paraplu bestemmingsplan: Rekentool klimaatadaptatie opgave De gemeente heeft een rekentool ontwikkeld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de klimaatadaptatie maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen rekentool.eindhovenduurzaam.nl. De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. In groenarme gebieden geldt bijvoorbeeld een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt. Ook kan een deel van de vereiste waterberging worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in bijlage 10. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en schaduw) of het aanleggen van gevelgroen. Ondergrondse waterbergende voorzieningen dragen niet bij aan een groenere leefomgeving. De rekentool ontmoedigt deze vorm van waterberging omdat je er meer van moet aanleggen om te voldoen aan de opgave. De rekentool klimaatadaptatie opgave is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze regelmatig wordt verbeterd.
Het moment van toetsing aan het parapluplan (of aan de voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan) is bepalend voor de versie van de rekentool die gebruikt moet worden. Deze versie is altijd op onze website te vinden.
HOOFDSTUK 3 | PLAN
We zoeken nadrukkelijk de verbinding met Groen De plannen van de gemeente Eindhoven om het klimaat te verbeteren hebben meer doelen dan alleen die van programma Water. Voor programma Groen zijn twee van deze doelen: Het groter maken van het aantal soorten planten en dieren; Het verbeteren van de kwaliteit van het groen. Deze twee doelen samen zorgen ook voor een gezondere leefomgeving en betere leefbaarheid van onze stad. De huidige versie van de rekentool klimaatadaptatie ‘beloont’ het toepassen van een groene waterberging door het verkleinen van de waterbergingsopgave bij deze ‘groene keuze’. In nieuw bouwontwikkelingen valt de keuze daardoor vaker op groene oplossingen. Ervaring leert dat dit nog niet direct een hogere kwaliteit van groen oplevert, waardoor deze groene oplossingen nog weinig bijdragen aan de hiervoor genoemde doelen van programma Groen. Daarom gaan we voor deze beide doelen expliciet vergroeningsopgaven implementeren in de rekentool klimaatadaptatie: Realisatie van 8m2 groen voor iedere woning; 10% groen van het bruto vloeroppervlak (bvo) van het niet-woonprogramma; Compensatie van bomen als er in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling structureel groen of bomen worden verwijderd. De gebruiker krijgt daarmee één rekentool die inzicht geeft in de te nemen groenblauwe maatregelen.
Algemene plaatselijke verordening (APV) De APV bevat algemene regels die voor iedereen in Eindhoven gelden. Het doel van de APV is Eindhoven netjes en leefbaar te houden. De APV bevat ook enkele water gerelateerde regels. Deze zijn hieronder samengevat: Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen: Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen oplevert; Afdeling 6 (Artikel 5:24 t/m 5:31) Openbaar en waterstaatswerken: samengevat staan hier de regels die gelden voor het openbaar water zoals veiligheid op het water en de verbodsbepaling voor:
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 18
Het plaatsen van voorwerpen op, in of boven openbaar water; Motorvaartuigen; Ligplaatsen woonschepen en overige vaartuigen; Beschadigen van waterstaatswerken; Overlast aan vaartuigen.
3.3 Toets omgevingsvergunning Een omgevingsvergunningaanvraag voor bouwwerken (woningen, panden, etc.) wordt getoetst op diverse waterhuishoudkundige aspecten. In eerste instantie toetsen we op de juiste en volledige invulling van de Eindhovense rekentool klimaatadaptatie voor de waterbergingsopgave. De gekozen maatregelen en eventuele extra maatregelen toetsen we op inpassing, haalbaarheid en functioneren. We beoordelen tevens de huisaansluitingen op het afval- en hemelwaterriool en geven advies (een rioolaansluiting dient afzonderlijk online te worden aangevraagd via de gemeente website). Uiteraard dient de binnen riolering en buiten riolering tot aan de perceelsgrens standaard te voldoen aan de NEN3215. Bouwtoezicht ziet er op toe dat de invulling van de klimaatopgave buiten ook daadwerkelijk gemaakt wordt.
3.4 Watertoets in de Omgevingswet De watertoets is een proces waarbij initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan om de waterhuishoudkundige belangen mee te laten wegen bij het uitwerken van de ruimtelijke ontwikkeling in de ruimtelijke plannen en besluiten. Met de komst van de Omgevingswet wordt de watertoets vervangen door het begrip ‘weging van het waterbelang’. Dit houdt in dat de initiatiefnemer bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen van de ontwikkeling voor het beheer van het watersysteem. Nauwe samenwerking met het waterschap is nodig, de opvattingen van de waterbeheerder moeten worden betrokken om de gevolgen voor het waterbeheer in te schatten. Via een instructieregel van het Rijk (artikel 5.37 Bkl) is de gemeente verplicht om de waterbelangen mee te nemen in de regels voor het Omgevingsplan.
4
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 19
In dit hoofdstuk is het programma voor de komende planperiode uitgewerkt voor de in hoofdstuk 2 benoemde zeven hoofdthema’s waarvoor een visie is gepresenteerd. Voor elk hoofdthema zijn de belangrijkste beleidsuitgangspunten in paragraaf 4.1 uitgewerkt, een verdere uitwerking van deze uitgangspunten is te vinden in het bijlagenrapport. Paragraaf 4.2 gaat in op maatregelen die vanuit de operationele doelen voor de komende planperiode zijn bepaald. In deze paragraaf richten we ons hoofdzakelijk op nieuwe en bijzondere maatregelen en activiteiten voor de komende planperiode en geven we beknopte toelichting op meer reguliere maatregelen en activiteiten die we in de planperiode zullen voortzetten vanuit in het verleden gevoerde beleid. De paragrafen 4.3 en 4.4 gaan in op de personele en financiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering van het beleid. Enkele belangrijke risico’s bij paragraaf 4.4. zijn benoemd in paragraaf 4.5.
4.1 Beleidsuitgangspunten De beleidsuitgangspunten zijn van toepassing bij onderhoud van voorzieningen, wateren herinrichtingsprojecten en nieuwbouwprojecten.
Beleidsuitgangspunten Afvalwaterzorgplicht
programma
Rioolaansluitingen Afvalwater van alle panden is aangesloten op openbare riolering. Dit betekent dat er geen ongezuiverde huishoudelijke lozingen meer mogen plaatsvinden naar bodem of oppervlaktewater; Bij nieuwbouw en grootschalige renovatie wordt een apart afval- en hemelwaterriool aangelegd waarbij het afvalwater separaat van het hemelwater wordt afgevoerd naar het openbaar riool. Voor nieuwe bebouwing geldt dat conform het bouwbesluit afvalwater en hemelwater gescheiden blijven; Huisaansluitingen voor afvalwater op het hoofdriool, zijn ondergronds met rioolbuizen. Huisaansluitingen voor hemelwater op het hoofdriool zijn ondergronds met rioolbuizen of het hemelwater afkomstig van particuliere percelen wordt bovengronds afgevoerd naar het openbaar gebied. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft de voorkeur. In het buitengebied wordt het afvalwater van eventuele nieuwbouw aangesloten op drukriolering. Het is verboden hemelwater (en grondwater) hierop aan te sluiten. Hemelwater (en grondwater) moet ter plaatse worden verwerkt; Ingeval van een verstopte of defecte huisaansluiting geldt dat de gemeente
HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA
verantwoordelijk is voor herstel van het functioneren van de huisaansluitleiding onder openbaar terrein en de eigenaar voor herstel van het functioneren van de huisaansluitleiding op particulier terrein tenzij sprake is van onrechtmatig rioolgebruik. In het laatste geval kan de particulier of de gemeente de herstel- of ontstoppingskosten verhalen op de veroorzakende partij; Decentrale zuiveringen zijn altijd voorzien van een noodvoorziening voor het geval de zuivering niet functioneert. Beheer en onderhoud Het huidige rioolstelsel wordt in stand gehouden en waar mogelijk worden verbeteringen, zoals het opheffen van foutieve aansluitingen, of het voorkomen van terugstroming van oppervlaktewater, doorgevoerd; De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de riolering, gemalen, bergingskelders, kolken, hemelwaterbergingsvoorzieningen en bijzondere voorzieningen (zoals zinkers, overstortputten, spindelschuiven, terugslagkleppen, wervelventielen etc.) en voor het curatief onderhoud (maatregelen die volgen uit binnengekomen meldingen, zoals herstellen van kapotte riooldeksels en verstopte huis- en kolkaansluitingen of verstopte openbare riolering); De reinigingsfrequentie van voorgaande assets is opgenomen in subbijlage 6A; De gemeente brengt de kwaliteitstoestand van het openbare rioolstelsel in beeld via inspecties.
Hierbij wordt de NEN-EN 13508-2 gehanteerd. Uitvoering van reparaties en renovaties is gebaseerd op de kwaliteitstoestand; Binnen de gemeente Eindhoven worden niet automatisch riolen met schade vervangen, waar mogelijk worden kleinschalige reparaties of renovaties via relinen uitgevoerd; Aan de inspectie gaan reinigingswerkzaamheden vooraf, zodat een goed inzicht ontstaat in het functioneren van het riool en een inschatting kan worden gemaakt van de restlevensduur. Het reinigen en inspecteren van riolering is gericht op kritische locaties (risico gestuurd); Een deel van de kosten voor het vegen van de straten wordt ten laste gebracht van het onderhoud van de kolken. Dit omdat straatvegen voorkomt dat kolken snel gevuld worden met straatvuil; De huis- en kolkaansluitingen die voor 1978 zijn gemaakt van het materiaal gres en hebben in veel gevallen kwalitatieve gebreken. Bij rioolvervanging of herinrichting van wegen worden deze aansluitingen in het openbaargebied vervangen. Rioolvervanging
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 20
Waar mogelijk liften we met de rioolvervanging mee met projecten van andere programmalijnen (werk-met-werk). Indien het riool onder te vernieuwen verhardingen ligt wordt de volgende vervangingscriteria aangehouden: Onder hoofdwegen en winkelgebieden vervangen of relinen we het riool als de restlevensduur van het riool minder dan 20 jaar is; Onder asfaltverhardingen vervangen of relinen we het riool als de restlevensduur van het riool minder dan 10 jaar is; Onder open verhardingen vervangen of relinen we het riool als de restlevensduur van het riool minder dan 5 jaar is. Ingeval de restlevensduur langer is dan hierboven beschreven kan worden volstaan met een lokale reparatie, relinen of is er geen maatregel nodig. Ingeval er géén kans op meeliftvoordelen bestaat, geldt het volgende voor rioolvervanging: Vervanging / relining is urgent bij een restlevensduur tussen 0 – 2 jaar. De vervangingsmaatregel wordt uitgevoerd vanuit veiligheidsoogpunt; Vervanging / relining is niet urgent bij een restlevensduur tussen 2 – 5 jaar. Kostenafweging en technische mogelijkheden bepalen de maatregel; Vervanging / relining is niet urgent bij een restlevensduur langer dan 5 jaar. Gemeente wacht alsnog kansrijke ruimtelijke ontwikkelingen af, totdat de vervanging urgent wordt of blijkt dat een vervanging doelmatig is.
HOOFDSTUK 4 | PROGRAMMA
Water- en Klimaatadaptatie Aanpak gemeente Eindhoven | 21
Beleidsuitgangspunten Hemelwaterzorgplicht Voor de modelmatige toetsing en ontwerp van het stedelijk watersysteem hanteren we de uitgangspunten uit Tabel 1 Doel
Maatstaaf
Toepassing
Bestaande situatie toetsen
Bui 8
Streven is geen water op straat.
Bui 9
Voor modeloptimalisatie en inzicht waar water op straat staat.
Werkelijk functioneren toetsen
Werkelijk gemeten buien
Voor modeloptimalisatie.
Extreme pieksituatie toetsen (stresstest)
Bui 60 mm in 1 uur
Voor inzicht waar water op straat staat en knelpunten ontstaan.
Ontwerp nieuw rioolsysteem
T=2
Streven is geen water op straat.
T=5/T=10
Voor modeloptimalisatie en inzicht waar water op straat staat.
Tabel 1 Uitgangspunten voor modelmatige toetsing en ontwerp van het stedelijk watersysteem.
Deze uitgangspunten zijn gebruikt bij het opstellen van het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW). In het SSW worden van alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen beschreven. Zie bijlage 13 voor de resultaten, conclusies en aanbevelingen van het SSW. Voor de verwerking van hemelwater hanteren we de volgende uitgangspunten: Minimaliseren van de hoeveelheid (afval)water (door afkoppelen, vergroenen en beperken hoeveelheid (aangesloten) verharding); Hemelwater zoveel als mogelijk (her)gebruiken; Schoonhouden en scheiden (waterkwaliteit). Zuiveren van hemelwater (bijvoorbeeld met een speciaal screen of filter (put of als substraat) als vuilscheiding of valfuik) is in sommige gevallen nodig voordat wordt geloosd op oppervlaktewater. Dit is afhankelijk van de functie en de doelafleiding van het betreffend oppervlaktewater;
Géén gebruik maken van uitlogende materialen zoals zink, koper en lood. Dit om de kwaliteit van bodem en het oppervlaktewater te beschermen; Vasthouden, bergen, infiltreren (waar dat gezien de grondwaterstand en infiltratiecapaciteit kan) en vertraagd afvoeren naar de ondergrond of oppervlaktewater (waterkwantiteit): – Hemelwater wordt bovengronds geborgen (bijvoorbeeld in een wadi) en in de bodem geïnfiltreerd en afgevoerd naar de ondergrond. Tenzij de gemeente integraal de afweging maakt de waterberging niet bovengronds te realiseren t.b.v. ruimtegebruik en andere functies. Dan wordt een ondergrondse berging gerealiseerd van waaruit infiltratie en afvoer naar de ondergrond plaatsvindt of vertraagde leegloop op de gemeentelijke hemelwaterriolering of het oppervlaktewatersysteem; – Bij de inrichting van bovengrondse waterberging wordt in afstemming met programmalijn Groen gezocht naar een optimale ecologische, biologische en recreatieve inrichting, incl. beheer en onderhoud. Ook de ondergrond maken we geschikt om zoveel mogelijk te infiltreren; – Indien infiltratie en afvoer naar de ondergrond niet mogelijk of wenselijk is, vindt na vasthouden en bergen bij voorkeur een vertraagde afvoer naar oppervlaktewater plaats.