CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6.3 - MRE - Overzicht Gemeenschappelijke Regeling MRE 2021 (WAS) met voorgestelde wijzigingen (WORDT)

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze wijzigingsvoorstellen gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD BZO, ODZOB, VRBZO en GRWRE17.578 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Overzicht GR MRE 2021 (WAS) met voorgestelde wijzigingen (WORDT) In dit overzicht wordt per artikel van de GR MRE weergegeven: WAS: de tekst van het artikel, zoals opgenomen in de GR MRE 2021 AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen (groene arcering) Toelichting waarom het artikel word aangepast (oranjebruine arcering) TOELICHTING UIT DE WET: Relevante bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn herhaald met als doel de toelichting bij aan te brengen wijzigingen aan te vullen. WORDT: Het artikel blijft ongewijzigd (groene arcering) Het gewijzigde artikel met de gewijzigde teksten geel gearceerd.

100195-2969/SVE/HLE/-1

CONSIDERANS WAS In aanmerking nemende dat, •

• •

• • • • • •

De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in ZuidoostBrabant hun onderlinge samenwerking vastgelegd hebben in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 (gewijzigd in november 2017 in verband met het schrappen van taken op het gebied van de Centrale leerlingen registratie); de samenwerking gericht is op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. de voorgestane wijze van samenwerken in de regio om een bestuurlijk arrangement vraagt dat enerzijds snel aangepast kan worden aan de inhoud van de samenwerking c.q.

de regionale opgaven waar de gemeenten voor staan en anderzijds recht doet aan de eisen van democratische legitimatie; om die reden in de gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio Eindhoven een hoofdstuk is opgenomen over het instellen van overlegorganen, dat nader wordt uitgewerkt in een door het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven vast te stellen statuut; de raden en de colleges hun onderlinge samenwerking in 2017 hebben geëvalueerd; op basis van de evaluatie een Samenwerkingsakkoord 2019-2022 is opgesteld; het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 als uitgangspunt dient voor een aangepaste werkwijze van samenwerken binnen de contouren van het eerder ingestelde openbaar lichaam; met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling de uitgangspunten van de aangepaste werkwijze juridisch worden verankerd waarbij tevens een actualisatie van het takenpakket van de Metropoolregio wordt doorgevoerd. De aangepaste werkwijze nader wordt uitgewerkt in een nieuw statuut Overlegorganen Metropoolregio Eindhoven, dat als zodanig een onverbrekelijk geheel vormt met deze gemeenschappelijke regeling.

Besluiten: De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 te wijzigen zodat deze komt te luiden als volgt: AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Considerans wordt aangepast op de actuele reden van wijziging. WORDT: In aanmerking nemende dat, •

• •

• • • •

De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in ZuidoostBrabant hun onderlinge samenwerking vastgelegd hebben in de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 (gewijzigd in november 2017 in verband met het schrappen van taken op het gebied van de Centrale leerlingenregistratie); de samenwerking gericht is op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. de voorgestane wijze van samenwerken in de regio om een bestuurlijk arrangement vraagt dat enerzijds snel aangepast kan worden aan de inhoud van de samenwerking c.q.

de regionale opgaven waar de gemeenten voor staan en anderzijds recht doet aan de eisen van democratische legitimatie; om die reden in de gemeenschappelijke regeling van de Metropoolregio Eindhoven een hoofdstuk is opgenomen over het instellen van overlegorganen, dat nader wordt uitgewerkt in een door het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven vast te stellen statuut; de raden en de colleges hun onderlinge samenwerking in 2017 hebben geëvalueerd; op basis van de evaluatie een Samenwerkingsakkoord 2019-2022 is opgesteld; het Samenwerkingsakkoord 2019-2022 als uitgangspunt dient voor een aangepaste werkwijze van samenwerken binnen de contouren van het eerder ingestelde openbaar lichaam;

100195-2969/SVE/HLE/-2

• • •

met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling de uitgangspunten van de aangepaste werkwijze juridisch worden verankerd waarbij tevens een actualisatie van het takenpakket van de Metropoolregio wordt doorgevoerd. De aangepaste werkwijze nader wordt uitgewerkt in een nieuw statuut Overlegorganen Metropoolregio Eindhoven, dat als zodanig een onverbrekelijk geheel vormt met deze gemeenschappelijke regeling. het noodzakelijk is de gemeenschappelijke regeling te actualiseren in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 en daarnaast enkele actualisaties naar aanleiding van recente ontwikkelingen zijn doorgevoerd.

Besluiten: De Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven 2015 te wijzigen zodat deze komt te luiden als volgt:

100195-2969/SVE/HLE/-3

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsbepalingen WAS: Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. b. Regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. c. Metropoolregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze gemeenschappelijke regeling. d. Gemeenten: de raden en colleges van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. e. Colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. f. Raden: de gemeenteraden van de gemeenten. g. Bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet. h. regionale agenda: het periodiek vast te stellen strategische beleidsdocument dat de inhoud van de samenwerking bepaalt. i. Thema: de in de regionale agenda door de gemeenten benoemde maatschappelijke thema’s waarop structureel wordt samengewerkt. j. Regionale opgave: de beleidsinspanningen die gemeenten in het kader van de regeling leveren met het oog op het bereiken van de doelstellingen op de thema’s van de regionale agenda. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen (m.u.v. typefout) WORDT: Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.

Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. b. Regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. c. Metropoolregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze gemeenschappelijke regeling. d. Gemeenten: de raden en colleges van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. e. Colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. f. Raden: de gemeenteraden van de gemeenten. g. Bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet. h. Regionale agenda: het periodiek vast te stellen strategische beleidsdocument dat de inhoud van de samenwerking bepaalt. i. Thema: de in de regionale agenda door de gemeenten benoemde maatschappelijke thema’s waarop structureel wordt samengewerkt. j. Regionale opgave: de beleidsinspanningen die gemeenten in het kader van de regeling leveren met het oog op het bereiken van de doelstellingen op de thema’s van de regionale agenda.

100195-2969/SVE/HLE/-4

Openbaar lichaam WAS: Artikel 2 Er is een openbaar lichaam, genaamd: ‘Metropoolregio Eindhoven’. Het is gevestigd te Eindhoven. 2. Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in de verschillende deelnemende gemeenten gehuisvest zijn. 3. Het bestuur van de Metropoolregio bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. 4. De bestuursorganen laten zich in hun taakuitoefening bijstaan door commissies van advies en andere overlegorganen. 5. Samenstelling en werkwijze van deze overlegorganen is geregeld in een onderliggend statuut. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 2 blijft ongewijzigd 1.

100195-2969/SVE/HLE/-5

HOOFDSTUK 2 BELANGEN, DOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Belangen en doelen WAS: Artikel 3 1. De regeling is getroffen met het oog op het handhaven en uitbouwen van het kenmerkende economische profiel van de regio, om op die manier het vestigings- en verblijfsklimaat voor onze inwoners en bedrijven te stimuleren. Daartoe organiseert de Metropoolregio een adequate vorm van samenwerking tussen gemeenten onderling en tussen overheid en maatschappelijke partners ter behartiging van de gezamenlijke belangen op de thema’s zoals nader uitgewerkt in een regionale agenda. 2. Als voortzetting van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven behartigt de Metropoolregio tevens het belang van de gemeenten bij een zorgvuldig beheer van de taken van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, zoals die na datum van inwerkingtreding van deze wijziging van de regeling nog bestaan. 3. Zolang het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (hierna: het RHCe) deel blijft uitmaken van de Metropoolregio, treffen de raden en colleges deze regeling eveneens met het oog op het behartigen van de gemeentelijke belangen op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Het Algemeen Bestuur heeft op 1 maart 2023 besloten geen wijziging aan te brengen in de relatie MRE-RHCE. In het derde lid kan het voorbehoud (zolang…van de Metropoolregio) vervallen. 3.1 en 3.2 blijven ongewijzigd Artikel 3, lid 3 WORDT: 3.

De raden en colleges treffen deze regeling eveneens met het oog op het behartigen van de gemeentelijke belangen op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer.

Taken WAS: Artikel 4 1. Ter bereiking van het doel waartoe zij is opgericht, richt de Metropoolregio zich op de navolgende taken: a. Het opstellen van een regionale agenda. b. Het organiseren van de inzet van gemeenten op de thema’s van de regionale agenda. c. Het gezamenlijk optrekken van gemeenten, op de thema’s van de regionale agenda , naar provincie, rijksoverheid, Europese en internationale instellingen, -bedrijven en overheden. d. Het inzetten van regionale investerings- en stimuleringsfondsen binnen de thema’s van de regionale agenda. 2. De taken die bij de belangenbehartiging als bedoeld in artikel 3, tweede lid, horen, luiden als volgt: a. Het beheer van de fondsen en voorzieningen, verkregen uit de verkoop van de NV RAZOB ter dekking van de verplichtingen ten aanzien van de eindafwerking en de nazorg van de stortplaats en de ontwikkeling van het Landgoed Gulbergen alsmede het optreden als grondeigenaar van het landgoed dat uit het beheer voortvloeit. b. Optreden als contractspartij namens de gemeenten, in de rechtsverhouding tussen de Vereniging van Contractanten, Afvalsturing Brabant en Attero N.V. c.q. de rechtsopvolgers, inzake de verwerking van restafval en GFT-afval, alsmede het beheren van dat contract. 3. De taken die bij de belangenbehartiging als bedoeld in artikel 3, derde lid, horen, luiden als volgt: a.

Het initiëren en stimuleren van en participeren in initiatieven op het gebied van cultuurhistorie en erfgoedbeheer. b. De zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden welke krachtens de Archiefwet 1995 naar de archiefbewaarplaats(en) van de Metropoolregio zijn overgebracht.

100195-2969/SVE/HLE/-6

c. Het toezicht op de niet-overgebrachte archiefbescheiden van de gemeenten en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. d. Het adviseren van de gemeenten en de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden op het gebied van de inrichting van de documentaire informatiehuishouding. 4. Het bepaalde in lid 3, is niet van toepassing op de gemeente Gemert-Bakel. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 4 blijft ongewijzigd

Bevoegdheden WAS; Artikel 5 1.

Onverminderd de rechtstreeks door de wet aan haar toegekende bevoegdheden, is het bestuur van de Metropoolregio ter uitoefening van haar taken, genoemd in artikel 4, eerste lid, bevoegd: a. Algemeen verbindende voorschriften te geven omtrent: - het instellen en beheren van regionale investerings- en stimuleringsfondsen; - de eigen organisatie en bedrijfsvoering. b. Een regionale agenda vast te stellen. c. Het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daarvan, onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de wet. d. Een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling. e. Met één of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening. 2. De bevoegdheden die het bestuur van de Metropoolregio heeft ter uitoefening van de taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, luiden als volgt: a. Landgoed Gulbergen: het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen als grondeigenaar van het landgoed en het doen van uitgaven uit het fonds en de voorzieningen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a. b.

Vereniging van contractanten: het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, genoemd in de onderliggende overeenkomst met de gemeenten en afvalorganisaties. 3. De bevoegdheden van het bestuur behorende bij de taken als bedoeld in artikel 4, derde lid, zijn; a. Het vaststellen van een verordening als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Archiefwet 1995 voor de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van alle bestuursorganen van de gemeenten die naar de regionale archiefbewaarplaats(en) zijn overgebracht. b. Het aanwijzen van de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) als bedoeld in artikel 31 van de Archiefwet 1995. Aan deze bevoegdheid wordt uitvoering gegeven door het aanwijzen van één of meer regionale archiefbewaarplaatsen. c. Het benoemen, schorsen en ontslaan van een gemeentearchivaris als bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995, in de persoon van een streekarchivaris. d. Het vaststellen van een verordening als bedoeld in de Archiefwet, met betrekking tot het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten door de streekarchivaris. Onder het toezicht valt ook het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van gemeenschappelijke organen en/of de organen van openbare lichamen, voor zover dat toezicht door een voorziening of het ontbreken daarvan bij een deelnemende gemeente berust. e.

Het heffen van rechten ter zake van het genot van door of vanwege het RHCe geleverde diensten aan particulieren. 4. Het bepaalde in het derde lid, is niet van toepassing op de gemeente Gemert-Bakel. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 5 blijft ongewijzigd

100195-2969/SVE/HLE/-7

HOOFDSTUK 3 NADERE UITWERKING TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Regionale agenda WAS; Artikel 6 1. Het algemeen bestuur stelt na aanvang van een nieuwe bestuursperiode een regionale agenda vast voor een periode van vier jaren, waarin wordt vastgelegd: - het gezamenlijke toekomstbeeld van de regio; - de thema’s waarop wordt samengewerkt alsmede de van het toekomstbeeld afgeleide strategie op de thema’s; - de regionale opgaven die op de thema’s in gezamenlijkheid worden opgepakt en door de gemeenten worden uitgevoerd; 2. De regionale agenda werkt in zoverre door in het beleid van gemeenten dat zij richtinggevend is bij het maken van bindende afspraken tussen de betrokken gemeenten over de thema’s onderscheidenlijk de regionale opgaven, via bijvoorbeeld convenanten, uitvoeringsarrangementen of businesscases. 3. De regionale agenda is voorts richtinggevend bij het bovenregionaal positioneren van de regio door de bestuursorganen van de Metropoolregio. 4. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de regionale agenda en de daarop gebaseerde voortgangsrapportages ligt bij de gemeenten. Voor zover bindende afspraken worden gemaakt, worden die vastgelegd in convenanten of beleidsovereenkomsten. De Metropoolregio heeft geen bevoegdheden aangaande de uitvoering van de regionale opgaven die uit de regionale agenda voortkomen, anders dan in de regeling genoemd. Uitvoering van de Regionale opgaven is een verantwoordelijkheid van de gemeenten.

De Metropoolregio is niet bevoegd hierover rechtens bindende besluiten te nemen, behoudens expliciet overeengekomen afspraken over het uitvoeren van bestuursbevoegdheden tussen de colleges. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Een bepaling wordt toegevoegd dat in de regionale agenda ook aandacht wordt besteed aan de wijze waarop aan de benoemde thema’s wordt samengewerkt. Dit als een lichte vorm van evaluatie (zelfevaluatie / reflectie). De evaluatiebepaling zoals verplicht in de Wgr, is een nieuw artikel 48 is de gewijzigde regeling. WORDT: Artikel 6 1.

2.

3.

4.

Het algemeen bestuur stelt na aanvang van een nieuwe bestuursperiode een regionale agenda vast voor een periode van vier jaren, waarin wordt vastgelegd: het gezamenlijke toekomstbeeld van de regio; de thema’s waarop wordt samengewerkt alsmede de van het toekomstbeeld afgeleide strategie op de thema’s; de regionale opgaven die op de thema’s in gezamenlijkheid worden opgepakt en door de gemeenten worden uitgevoerd; In de voorbereiding van de regionale agenda wordt gereflecteerd op de kwaliteit en de vorm van de samenwerking op grond van de regeling. De bevindingen hieromtrent worden opgenomen in de regionale agenda. Indien van toepassing worden gewenste wijzigingen in de vorm van de samenwerking opgenomen in de regionale agenda. Indien de gewenste wijzigingen in de vorm van de samenwerking moeten leiden tot een wijziging van de regeling, dan brengt het algemeen bestuur, na vaststelling van de regionale agenda, een voorstel tot wijziging in procedure volgens deze regeling. Artikel 48, eerste lid is van toepassing. De regionale agenda werkt in zoverre door in het beleid van gemeenten dat zij richtinggevend is bij het maken van bindende afspraken tussen de betrokken gemeenten over de thema’s onderscheidenlijk de regionale opgaven, via bijvoorbeeld convenanten, uitvoeringsarrangementen of businesscases.

De regionale agenda is voorts richtinggevend bij het bovenregionaal positioneren van de regio door de bestuursorganen van de Metropoolregio.

100195-2969/SVE/HLE/-8

5.

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de regionale agenda en de daarop gebaseerde voortgangsrapportages ligt bij de gemeenten. Voor zover bindende afspraken worden gemaakt, worden die vastgelegd in convenanten of beleidsovereenkomsten. De Metropoolregio heeft geen bevoegdheden aangaande de uitvoering van de regionale opgaven die uit de regionale agenda voortkomen, anders dan in de regeling genoemd. Uitvoering van de Regionale opgaven is een verantwoordelijkheid van de gemeenten. De Metropoolregio is niet bevoegd hierover rechtens bindende besluiten te nemen, behoudens expliciet overeengekomen afspraken over het uitvoeren van bestuursbevoegdheden tussen de colleges.

Regionaal Stimuleringsfonds wordt Stimuleringsfonds en investeringsfondsen Artikel 7 1. Het Regionaal stimuleringsfonds strekt tot cofinanciering van projecten die bijdragen aan de economische structuurversterking van de regio en die passen binnen de kaders van de regionale agenda. 2. Het Regionaal stimuleringsfonds kan behalve als projectfinanciering in voorkomende gevallen ook ingezet worden als programmafinanciering. 3. Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen voorschriften op. 4. Het regionale stimuleringsfonds wordt gevoed door een verplichte gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de gemeenten en door eventuele bijdragen van derde partijen. Artikel 1 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 5. De bijdrage wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar vastgesteld door de algemeen bestuur. 6. Het bedrag per inwoner is voor iedere gemeente gelijk. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: • De titel van het artikel wordt gewijzigd in stimuleringsfonds en investeringsfondsen. • De bepalingen in lid 1 tot en met 6, die allen specifiek betrekking hebben op het Stimuleringsfonds, worden ondergebracht in een nieuw lid 1, onder a t/m f. • Een nieuw lid 2 wordt toegevoegd met bepalingen over investeringsfondsen. WORDT: Artikel 7 1.

2.

Omtrent het regionaal Stimuleringsfonds geldt het volgende: a. Het regionaal stimuleringsfonds strekt tot cofinanciering van projecten die bijdragen aan de economische structuurversterking van de regio en die passen binnen de kaders van de regionale agenda. b. Het regionaal stimuleringsfonds kan behalve als projectfinanciering in voorkomende gevallen ook ingezet worden als programmafinanciering. c. Het algemeen bestuur stelt voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen voorschriften op. d. Het regionale stimuleringsfonds wordt gevoed door een verplichte gemeentelijke bijdrage op basis van het inwonertal van de gemeenten en door eventuele bijdragen van derde partijen. Artikel 1 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. e. De bijdrage wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar vastgesteld door de algemeen bestuur. f. Het bedrag per inwoner is voor iedere gemeente gelijk. Omtrent investeringsfondsen geldt, in afwijking van lid 1, het volgende: a. Het algemeen bestuur stelt voor de inrichting, beheer en voor de wijze van verdeling van de beschikbare middelen van een fonds voorschriften op. b.

Onverminderd de bevoegdheid om voor de voeding van een fonds jaarlijks de bijdrage vast te stellen bij de vaststelling van de begroting voor het daaropvolgende begrotingsjaar, is het bestuur bevoegd voor de voeding van het fonds samenwerkingsovereenkomsten met de gemeenten en derden te sluiten.

100195-2969/SVE/HLE/-9

HOOFDSTUK 4 BESTUURSORGANEN

Organen WAS: Artikel 8 Het openbaar lichaam kent de volgende organen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter; d. de door het bestuur ingestelde bestuurscommissies en commissies van advies. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 8 blijft ongewijzigd

100195-2969/SVE/HLE/-10

HOOFDSTUK 5 HET ALGEMEEN BESTUUR

Samenstelling WAS: Artikel 9 1. De raden van de deelnemende gemeenten wijzen ieder één lid van het algemeen bestuur aan. De raad van de gemeente Eindhoven en van de gemeente Helmond wijzen voorts hun burgemeester aan als lid van het algemeen bestuur. Bovendien wijst de raad van de gemeente wiens lid door het algemeen bestuur wordt aangewezen als lid van het dagelijks bestuur ook een tweede lid aan. 2. De raden wijzen voor ieder lid van het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid aan. Waar in dit artikel wordt gesproken over leden worden daarmee tevens de plaatsvervangende leden bedoeld. 3. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode de raad een besluit neemt tot aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 4. Wanneer het lidmaatschap van de raad of het college van burgemeester en wethouders eindigt, eindigt ook het lidmaatschap van het algemeen bestuur. 5. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het algemeen bestuur en aan de raad die het lid heeft aangewezen. 6. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde raad zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 7.

Een lid van het algemeen bestuur dat op basis van het vijfde lid van dit artikel zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. 8. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 9. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der gemeenten dan wel door of vanwege het bestuur van de Metropoolregio aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die in dienst van één der gemeenten dan wel van de Metropoolregio op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 9 blijft ongewijzigd

Werkwijze WAS: Artikel 10 1.

2. 3.

4. 5.

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de raden gezonden. De artikelen 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet is afgeweken. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid van digitaal vergaderen. Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar. Vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, of wanneer tenminste een vijfde gedeelte van de leden van het algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden hierom verzoeken en het algemeen bestuur hiertoe besluit of de voorzitter dit nodig acht. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening;

100195-2969/SVE/HLE/-11

c. de vaststelling en actualisering van de regionale agenda; d. de vaststelling van het liquidatieplan; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; f. de vaststelling of wijziging van gemeenschappelijke regelingen tussen de Metropoolregio en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, waarbij het algemeen bestuur deelnemer is; g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. 6. Derden kunnen worden uitgenodigd aan de beraadslagingen van het algemeen bestuur deel te nemen. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Een bepaling over het opnemen van inspreekrecht in het reglement van orde wordt toegevoegd. Dit past bij het mogelijk maken participatie met een nieuw artikel in de regeling. Het algemeen bestuur bepaalt hoe hieraan invulling wordt gegeven. WORDT: Artikel 10 1.

2. 3.

4.

5.

6.

f.

g.

7.

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de raden gezonden. De artikelen 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 32 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet is afgeweken. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid van digitaal vergaderen. Het reglement van orde bevat bepalingen over de mogelijkheid voor ingezetenen en andere belanghebbenden om hun mening kenbaar te maken over een voorstel op de agenda van de vergadering van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar. Vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, of wanneer tenminste een vijfde gedeelte van de leden van het algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden hierom verzoeken en het algemeen bestuur hiertoe besluit of de voorzitter dit nodig acht. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening; c.

de vaststelling en actualisering van de regionale agenda; d. de vaststelling van het liquidatieplan; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; de vaststelling of wijziging van gemeenschappelijke regelingen tussen de Metropoolregio en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, waarbij het algemeen bestuur deelnemer is; de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan. Derden kunnen worden uitgenodigd aan de beraadslagingen van het algemeen bestuur deel te nemen.

Taken en bevoegdheden WAS: Artikel 11 De taken en bevoegdheden die de Metropoolregio bij of krachtens de wet en deze regeling toegekend heeft gekregen, berusten bij het algemeen bestuur tenzij bij wet of in deze regeling anders is bepaald. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen

100195-2969/SVE/HLE/-12

Artikel 11 blijft ongewijzigd

Besluitvorming WAS: Artikel 12 1. Bij het nemen van besluiten heeft ieder lid van het algemeen bestuur in de vergadering twee stemmen. 2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, hebben de leden, aangewezen door de raden van Eindhoven en Helmond en door de raad van de gemeente die een extra lid mag aanwijzen op grond van het bepaalde in artikel 9, eerste lid, laatste volzin, ieder één stem. 3. De besluitvorming vindt met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid plaats bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. 4. Voor het tot stand komen van een beslissing over vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen, jaarrekening en regionale agenda is een gekwalificeerde meerderheid vereist van drie/vierde van hen die een stem uitbrengen. 5. Het algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het totale aantal stemgerechtigde leden van het algemeen bestuur aanwezig is. 6. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en jaarrekening worden behandeld. 7. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vijfde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. 8.

Het algemeen bestuur kan bij toepassing van het zevende lid over alle onderwerpen met uitzondering van de begroting, een begrotingswijziging, jaarrekening en de regionale agenda, beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 12 blijft ongewijzigd

Geheimhouding WAS: Artikel 13 Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: De verwijzing naar de WOB worden aangepast vanwege de inwerkingtreding van de Wet open overheid. WORDT: Artikel 13 Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.

100195-2969/SVE/HLE/-13

HOOFDSTUK 6 HET DAGELIJKS BESTUUR

Samenstelling WAS: Artikel 14 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit: a. De voorzitter, zijnde de burgemeester van Eindhoven. b. De vicevoorzitter, zijnde de burgemeester van Helmond. c. Ten minste één uit het algemeen bestuur afkomstige lid, dat door het algemeen bestuur is aangewezen om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. 2. Verdere uit het algemeen bestuur afkomstige leden die door het algemeen bestuur kunnen worden aangewezen om zitting te nemen in het dagelijks bestuur. 3. Bij samenstelling van het dagelijks bestuur wordt gestreefd naar zo veel mogelijk regionale spreiding (De Peel, De Kempen, het Stedelijk Gebied Eindhoven en de A2-gemeenten). AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 14 blijft ongewijzigd

Zittingsduur WAS: Artikel 15 1. Het algemeen bestuur wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de 3 leden van het dagelijks bestuur aan, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c. 2. Eventuele overige leden van het dagelijks bestuur kunnen door het algemeen bestuur worden aangewezen in iedere andere vergadering dan die bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 3. De leden van het dagelijks bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van het algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 4. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, wijst het algemeen bestuur, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, een nieuw lid aan. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 15 blijft ongewijzigd.

Werkwijze WAS: Artikel 16 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 2. De artikelen 53, 54 en 56 tot en met 59, van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur wordt gezonden. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelen de leden van het dagelijks bestuur onderling de werkzaamheden, onverminderd het bepaalde in artikel 33c van de wet. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen

100195-2969/SVE/HLE/-14

Artikel 16 blijft ongewijzigd.

Taken en Bevoegdheden WAS: Artikel 17 1. Het dagelijks bestuur is in elk geval belast met: a. het voeren van het dagelijks bestuur van de Metropoolregio, voor zover niet bij of krachtens de wet of deze regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. een voortdurend toezicht op al wat de Metropoolregio aangaat, waaronder in het bijzonder het bewaken van de regionale strategie op thema’s die zijn genoemd in de vigerende regionale agenda en het borgen van de kwaliteit van de samenwerking; c. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en, voor zover van toepassing, ter beslissing zal worden voorgelegd; d. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; e. het voorstaan van de belangen van de Metropoolregio bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de Metropoolregio van belang is; f. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Metropoolregio; g. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; h. het houden van toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten en de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten die naar de regionale archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 2. Het dagelijks bestuur is bij zijn taakuitoefening in elk geval bevoegd: a.

regels vast te stellen over de organisatie en bedrijfsvoering van de Metropoolregio, met uitzondering van het statuut, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid juncto artikel 21, derde lid van deze regeling; b. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover die bevoegdheid niet is voorbehouden aan het algemeen bestuur; c. het benoemen, schorsen, ontslaan van de streekarchivaris; d. privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, waaronder met een of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening op contractbasis voor taken waarmee het bestuur van de Metropoolregio belast is. e. een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, voor zover het collegebevoegdheden betreft; f. rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop verrichten, tenzij het algemeen bestuur voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. 3.

Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van de regionale agenda; d. het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften; e. het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatie en vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan; f. het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris; g. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing; h. het vaststellen van het statuut als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, juncto artikel 21, derde lid van deze regeling. 4. Voor zover de privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d, verandering brengen in eigendomsrechten van registergoederen alsmede verandering brengen in beperkte rechten daarop, behoeven zij uitdrukkelijk de voorafgaande instemming van het algemeen bestuur. Uitgezonderd van die instemming zijn rechtshandelingen ten aanzien van beperkte rechten die worden gevestigd, overgedragen of waarvan afstand wordt gedaan ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN:

100195-2969/SVE/HLE/-15

Onder lid 1 wordt een bepaling toegevoegd, die het dagelijks bestuur ermee belast om voorgenomen besluiten vrij te geven voor reacties, zienswijzen of wensen en bedenkingen door de colleges en raden van de gemeenten die de regelingen hebben getroffen, indien de wet of de regeling voorschrijft dat colleges en raden daartoe gelegenheid moet worden geboden. Het is een procedurele taak, die logisch volgt uit lid 1, sub c, maar in de huidige regeling is dat onduidelijk. Het vrijgeven van een voorgenomen besluit kan ook betrekking hebben op een voorgenomen besluit van het dagelijks bestuur als het dagelijks bestuur dat nodig vindt. Derhalve is de term bestuur opgenomen. Zie ook artikel 25. Ook wordt een bepaling toegevoegd dat het dagelijks bestuur belast is met het toepassen van het artikel over participatie (nieuw artikel 24). WORDT: Artikel 17 1. a. b. c. d. e.

f. g. h. i. j. 2. a. b. c. d. e. f. g. 3. a. b. c. d. e. f. g.

Het dagelijks bestuur is in elk geval belast met: het voeren van het dagelijks bestuur van de Metropoolregio, voor zover niet bij of krachtens de wet of deze regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; een voortdurend toezicht op al wat de Metropoolregio aangaat, waaronder in het bijzonder het bewaken van de regionale strategie op thema’s die zijn genoemd in de vigerende regionale agenda en het borgen van de kwaliteit van de samenwerking; het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en, voor zover van toepassing, ter beslissing zal worden voorgelegd; het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; het vrijgeven van voorgenomen besluiten van het bestuur voor zienswijzen, wensen en bedenkingen of reacties, door de colleges, respectievelijk de raden, indien wetgeving of deze regeling voorschrijft dat colleges respectievelijk de raden daartoe gelegenheid moeten hebben, of het bestuur dat nodig acht. het uitvoeren van het bepaalde in artikel 24 van de regeling.

het voorstaan van de belangen van de Metropoolregio bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de Metropoolregio van belang is; de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Metropoolregio; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het houden van toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten en de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenten die naar de regionale archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Het dagelijks bestuur is bij zijn taakuitoefening in elk geval bevoegd: regels vast te stellen over de organisatie en bedrijfsvoering van de Metropoolregio, met uitzondering van het statuut, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid juncto artikel 21, derde lid van deze regeling; ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover die bevoegdheid niet is voorbehouden aan het algemeen bestuur; het benoemen, schorsen, ontslaan van de streekarchivaris; privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, waaronder met een of meer gemeenten samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening op contractbasis voor taken waarmee het bestuur van de Metropoolregio belast is.

een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen vast te stellen en te wijzigen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling, voor zover het collegebevoegdheden betreft; rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop verrichten, tenzij het algemeen bestuur voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, met uitzondering van: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van de regionale agenda; het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften; het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatie en vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan; het benoemen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris; het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing;

100195-2969/SVE/HLE/-16

h. 4.

het vaststellen van het statuut als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, juncto artikel 21, derde lid van deze regeling. Voor zover de privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder d, verandering brengen in eigendomsrechten van registergoederen alsmede verandering brengen in beperkte rechten daarop, behoeven zij uitdrukkelijk de voorafgaande instemming van het algemeen bestuur. Uitgezonderd van die instemming zijn rechtshandelingen ten aanzien van beperkte rechten die worden gevestigd, overgedragen of waarvan afstand wordt gedaan ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen.

100195-2969/SVE/HLE/-17

Geheimhouding WAS: Artikel 18 1. Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het algemeen bestuur haar opheft. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: De verwijzing naar de WOB worden aangepast vanwege de inwerkingtreding van de Wet open overheid. WORDT: Artikel 18 1.

Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het algemeen bestuur haar opheft.

100195-2969/SVE/HLE/-18

HOOFDSTUK 7 VOORZITTER

Aanwijzing WAS: Artikel 19 1. De burgemeester van Eindhoven is de voorzitter van de Metropoolregio. 2. Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter of bij verhindering of ontstentenis van de vicevoorzitter door de tweede vicevoorzitter. 3. Het bepaalde in artikel 15, derde lid en vierde lid, is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 19 blijft ongewijzigd

Rol en Taken WAS: Artikel 20 1

De voorzitter is het nationale en internationale boegbeeld van de regio. In het kader van deze taak brengt de voorzitter de regionale agenda in op (inter)nationale en regionale podia. 2 De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 3 De voorzitter draagt zorg voor een spoedige afdoening van zaken. Alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 4 De voorzitter vertegenwoordigt de Metropoolregio in en buiten rechte. 5 De voorzitter kan de vertegenwoordiging aan de vicevoorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dan wel, met instemming van het dagelijks bestuur, een andere gemachtigde opdragen. In rechtsgedingen tussen de Metropoolregio en de gemeente, waarvan de voorzitter lid van het bestuur is, wordt de voorzitter vervangen door de vicevoorzitter. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 20 blijft ongewijzigd

100195-2969/SVE/HLE/-19

HOOFDSTUK 8 OVERLEGORGANEN, BESTUURSCOMMISSIES, ADVIESCOMMISSIES

Overlegorganen WAS: Artikel 21 1. Het algemeen bestuur kan overlegorganen instellen. 2. Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden in ieder geval een Raadstafel21 in. 3. Werkwijze en samenstelling van overlegorganen worden geregeld in een statuut. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Artikel 21 lid 2 wordt gewijzigd om te verduidelijken dat de Raadstafel21 een gemeenschappelijke adviescommissie is als bedoeld in Wgr art. 24a. TOELICHTING UIT DE WET: Wgr art.24a.1 Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. Wgr art. 24a.2 Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam regelt de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. WORDT: Artikel 21 1. 2. 3.

Het algemeen bestuur kan overlegorganen instellen. Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden in ieder geval een Raadstafel21 in. Artikel 24a van de wet is van toepassing op de Raadstafel 21. Werkwijze en samenstelling van overlegorganen worden geregeld in een statuut.

Bestuurscommissies WAS: Artikel 22 1.

Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, onverminderd het bepaalde in artikel 25 van de wet. 2. Een lid van het dagelijks bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid. AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 22 blijft ongewijzigd

Commissies van advies WAS: Artikel 23 1. 2.

Het algemeen bestuur kan besluiten commissies van advies in te stellen, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet. De instelling van commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter, geschiedt door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk van de voorzitter, onverminderd het bepaalde in artikel 24, derde lid, van de wet.

100195-2969/SVE/HLE/-20

AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Geen Artikel 23 blijft ongewijzigd

100195-2969/SVE/HLE/-21

HOOFDSTUK 9 VOORHANGPROCEDURE, REGIONALE BIJEENKOMST wordt INSPRAAK, VOORHANGPROCEDURE, REGIONALE BIJEENKOMST

Betrokkenheid van ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling WAS: Geen bepaling in de huidige regeling OVERWEGINGEN BIJ AAN TE BRENGEN WIJZIGINGEN: Bij het uitvoeren van de taken genoemd in artikel 4.1 tm 4.3 van de regeling kan sprake zijn van voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid dat direct effect heeft op de belangen van ingezetenen en anderen. Denk hierbij aan economische belangen (welvaart) maar ook sociale, maatschappelijke en culturele belangen (welzijn) alsook ecologische belangen. Het dagelijks bestuur dient daarom bij de start van een dossier waar daarvan sprake kan zijn, een afweging te maken of die belangen van dien aard zijn dat ze rechtvaardigen dat ingezetenen en andere belanghebbenden worden betrokken in het proces. Andere belangen (zoals commerciële belangen of urgentie) moeten in die afweging worden betrokken en kunnen een argument zijn om ingezetenen en andere belanghebbenden niet te betrekken. De voorbereiding uitvoering en evaluatie van beleid vindt vaak primair plaats via een bestuurscommissie, adviescommissie of ander overlegorgaan (de poho’s). Zij dienen bij de start van dossiers het dagelijks bestuur te adviseren of in dat stadium al ingezetenen en andere belanghebbenden moeten worden betrokken.

In dat advies wordt betrokken of er sprake is van voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid dat door de gemeenten wordt vastgesteld en\of uitgevoerd (indirect effect). Er kan echter toch al sprake zijn van een inperking van de mate waarin ingezetenen en anderen via de lokale inspraakprocedures nog invloed kunnen hebben op dat beleid. Denk aan afspraken over zoekgebieden voor windenergie. Een relatief grote inperking kan een reden zijn voor een participatieproces voor de hele regio of een deel ervan. Een relatief beperkte inperking is een argument om ingezetenen en andere belanghebbenden in dat stadium niet te betrekken. Gemeenten kunnen lokaal zelf dan de afweging maken of voor de besluitvorming participatie nodig is. De regionale agenda en voorstellen tot vaststelling van de begroting worden uitgezonderd van deze bepalingen omdat hierop altijd de voorhangprocedure van toepassing is. Afdeling 3.4 AWB is van toepassing tenzij in de regeling iets anders wordt bepaald. Er wordt (nog) niet voorgesteld een andere procedure voor te stellen. Voor de hand ligt dat het dagelijks bestuur de leden van het algemeen bestuur steeds schriftelijk informeert van haar afwegingen. Indien het algemeen bestuur leden de gemaakte afweging bezwaarlijk vinden, kunnen ze dat aangeven en wordt bij een meerderheid de afweging aan het algemeen bestuur voorgelegd.

Als het een bevoegdheid van het algemeen bestuur betreft, dan bereidt het dagelijks bestuur de afweging door het algemeen bestuur voor. Kijkend naar de rol van MRE in de regionale samenwerking zal de invloed veelal indirect zijn. Om die reden zou participatie op grond van dit artikel beperkt zijn. Het kan echter gewenst zijn om ook bij indirecte effecten een vorm van participatie toe te passen. Op die manier krijgt het bestuur inzicht hoe de belangen van ingezetenen en andere belanghebbenden beïnvloed worden en kan hier bij de nadere besluitvorming door colleges en raden van de gemeenten al rekening mee worden gehouden. Met een “kan”-bepaling wordt ruimte geboden hiervoor, en om te bepalen op welke wijze de participatie dan plaatsvindt. TOELICHTING UIT DE WET: Wgr art.10.7 Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden. Wgr art. 10.8 De in het zevende lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de regeling niet anders is bepaald.

100195-2969/SVE/HLE/-22

Awb art.3:11 1 Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage, met uitzondering van stukken waarvoor bij wettelijk voorschrift mededeling op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze is voorgeschreven. 2 Artikel 5.1 van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan. 3 De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn. Awb art.3:12 1 Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in het in artikel 12 van de Bekendmakingswet voor het bestuursorgaan aangewezen publicatieblad op de in dat artikel bepaalde wijze kennis van het ontwerp. 2 In de kennisgeving wordt vermeld: a. wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen; b. op welke wijze dit kan geschieden; c. indien toepassing is gegeven aan artikel 3:18, tweede lid: de termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen. Awb art.3:13 1 Indien het besluit tot een of meer belanghebbenden zal zijn gericht, zendt het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. 2 Artikel 3:12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Awb art.

3:14 1 Het bestuursorgaan vult de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en gegevens. 2 Artikel 3:11, tweede tot en met derde lid, is van toepassing. Awb art. 3:15 1 Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. 2 Bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar voren te brengen. 3 Indien het een besluit op aanvraag betreft, stelt het bestuursorgaan de aanvrager zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. 4 Indien het een besluit tot wijziging of intrekking van een besluit betreft, stelt het bestuursorgaan degene tot wie het te wijzigen of in te trekken besluit is gericht zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. Awb art. 3:16 1 De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als bedoeld in afdeling 3.3, bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. 2 De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd en daarvan kennis is gegeven. 3 Op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen zijn de artikelen 6:9, 6:10 en 6:15 van overeenkomstige toepassing. Awb art.

3:17 Van hetgeen overeenkomstig artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt. Awb art. 3:18 1 Indien het een besluit op aanvraag betreft, neemt het bestuursorgaan het besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 2 Indien de aanvraag een zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het bestuursorgaan, alvorens een ontwerp ter inzage te leggen, binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag de in het eerste lid bedoelde termijn met een redelijke termijn verlengen. Voordat het

100195-2969/SVE/HLE/-23

bestuursorgaan een besluit tot verlenging neemt, stelt het de aanvrager in de gelegenheid zijn zienswijze daarover naar voren te brengen. 3 In afwijking van het eerste lid neemt het bestuursorgaan het besluit uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp, indien het een besluit betreft: a. inzake intrekking van een besluit; b. inzake wijziging van een besluit en de aanvraag is gedaan door een ander dan degene tot wie het te wijzigen besluit is gericht. 4 Indien geen zienswijzen naar voren zijn gebracht, doet het bestuursorgaan daarvan zo spoedig mogelijk nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, mededeling op de wijze, bedoeld in artikel 3:12, eerste lid. In afwijking van het eerste of derde lid neemt het bestuursorgaan het besluit in dat geval binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. WORDT: Artikel 24 1. Ingezetenen en andere belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling indien sprake is van een direct effect op hun belangen. 2. Er is sprake van een direct effect indien voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid geen besluitvorming door de colleges, respectievelijk de raden vereist is of mogelijk is. 3.

Belangen van ingezetenen en andere belanghebbenden kunnen bestaan uit, maar zijn niet beperkt tot, economische, culturele, maatschappelijke en ecologische belangen. 4. Lid 1 is niet van toepassing indien de urgentie, of een belang, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, dit vordert. 5. De in dit artikel bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht 6. Het dagelijks bestuur is belast met de toepassing en uitvoering van dit artikel. 7. Het dagelijks bestuur informeert de leden van het algemeen bestuur schriftelijk over een voornemen om inspraak te verlenen, en schriftelijk over besluiten om geen inspraak te verlenen. 8. De leden van algemeen bestuur geven uiterlijk 28 dagen na dagtekening van de informatie op grond van lid 7 aan, of zij bezwaar hebben tegen het voornemen, respectievelijk een genomen besluit. Indien een meerderheid van de leden van het algemeen bestuur aangeeft een bezwaar te hebben, dan legt het dagelijks bestuur het voornemen, respectievelijk het besluit voor aan het algemeen bestuur. 9. Indien het beleid betreft waarvoor de bevoegdheid op grond van de wet of deze regeling bij het algemeen bestuur ligt, dan bereidt het dagelijks bestuur een voorstel aan het algemeen bestuur voor. 10.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, kan het bestuur, indien geen sprake is van een direct effect als bedoeld in het tweede lid, toch besluiten ingezetenen en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling. In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid, bepaalt het bestuur op welke wijze deze betrokkenheid plaats vindt. 11. Dit artikel is niet van toepassing op de vaststelling van de regionale agenda en de vaststelling van de begroting.

De raden WAS: Artikel 24 1.

Het algemeen bestuur maakt van de bevoegdheid tot vaststellen van de regionale agenda en van de bevoegdheden als neergelegd in artikel 5 eerst lid, onder c en d, geen gebruik dan nadat de raden een ontwerp besluit of een voornemen tot vaststelling is toegezonden en zij gedurende een periode van ten minste twee maanden in de gelegenheid zijn gesteld wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13322679/2