Bijlage 5 - Bijlagen SOK Huis van Intussen
Tekst van het document
←
←
2.2 participatie staat of valt met een bewust esprek g
8 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
←
Inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties, andere overheden, bezoekers en gemeente: samen maken wij Eindhoven. Het is belangrijk om ons blijvend in te spannen om aan iedereen gelijkwaar dige kansen te bieden om mee te praten en mee te doen. We hebben de diversiteit aan meningen en inzichten nodig om tot een goede besluitvorming te komen. Het gaat bijvoorbeeld niet alleen om omwonenden die zijn georga niseerd in de bewonersvereniging, maar ook om niet georganiseerde inwo ners die ook een mening hebben, om toekomstige inwoners of bezoekers, om mensen met een andere culturele achtergrond, of om mensen die zich vaak niet laten horen (het zogenaamde ‘stille midden’). Ook werken we veel samen met belangengroepen zoals de Fietsersbond, Trefpunt Groen, en de Van Abbestichting. We zien echter steeds vaker dat ook andere groepen zich melden, of dat bepaalde thema’s om andere of aanvullende inbreng vragen. We moeten ons daarom inzetten om meer en andere doelgroepen te ver leiden hun stem te laten horen en een bijdrage te leveren. Dit vraagt om vernieuwende manieren hen te bereiken en een andere vormgeving van het participatietraject. In ieder traject is het van belang om alle gewenste deelnemers zo vroeg mo gelijk in kaart te brengen en de uitnodiging tot deelname voldoende kenbaar te maken.
Wanneer het niet lukt om alle beoogde partijen aan tafel te krijgen, leggen we dit vast in de verslaglegging over de aanpak en uitkomsten van het participatie traject. Voor veel ontwikkelingen in de stad geldt dat de participatie niet door de gemeente maar door externe initiatiefnemers (zoals projectontwikkelaars) wordt georganiseerd. De gemeente onderstreept ook richting hen het belang van dit uitgangspunt. Dit doen we via onze website, maar ook in gesprekken met hen.
9 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
2.3 participatie draait om energie en vernieuwing ←
Participatie is voor iedereen en iedereen moet mee kunnen doen
←
We vinden het niet alleen belangrijk dat participatietrajecten goed en zorg vuldig worden georganiseerd maar ook toegankelijk, leuk en inspirerend zijn. Ze moeten passen bij het doel en ze moeten passen bij de doelgroep(en). Voor sommige doelgroepen is de drempel relatief hoog om deel te nemen. Bijvoorbeeld jongeren, mensen met een andere culturele achtergrond of met een lager inkomens- of opleidingsniveau. Bij het innovatieve karakter van Eindhoven horen ook innovatieve participa tiewerkvormen en samenwerking met creatieve partijen. Zo willen we een extra impuls geven aan participatietrajecten. Ook zoeken we naar manieren om participatie effectiever en efficiënter in te richten. Om niet voor elk initiatief opnieuw doelgroepen te benaderen, kijken we naar mogelijkheden om bijv. klankbordgroepen te formeren die op bepaal de thema’s, zoals energietransitie, inzetbaar zijn voor meerdere initiatieven. We spannen ons in om in het participatieproces de onderwerpen voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk te maken door het gebruik van beelden, heldere taal, participatie op locatie, digitale participatie-instrumenten en de gemeentelijke design aanpak. We stimuleren externe initiatiefnemers om hier ook aandacht voor te hebben in hun participatieaanpak. De gemeente biedt hiertoe op haar website diverse handreikingen aan.
Ook stimuleren wij partijen in de stad om kennis en erva ringen uit te wisselen.
We evalueren en motiveren Evalueren houdt ons scherp op de uitvoering van het participatiebeleid. Zo le ren we en kunnen we toekomstige trajecten beter vormgeven en ons partici patiebeleid aanscherpen. We evalueren daarom regelmatig participatietrajecten samen met de betrok ken partijen. Voorop staat hoe de deelnemers het participatietraject hebben ervaren. We evalueren met hen de manier waarop we de participatie hebben georganiseerd voor wat betreft tijdigheid, zorgvuldigheid, communicatie,
10 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
‘werkvormen’, gelegenheid en toegankelijkheid, en hoe de uitkomsten zich verhouden tot het vooraf beoogde doel. Daarnaast maken we inzichtelijk wat er gedaan is met de inbreng en welke rol deze heeft gespeeld in de besluit vorming. Indien daar aanleiding voor is kunnen aanvullende evaluatiepunten worden opgesteld. Voor de Omgevingswet-instrumenten omgevingsvisie, programma’s en om gevingsplan geldt een motiveringsplicht over hoe de participatie is aangepakt en wat er met de inbreng is gedaan (hoofdstuk 3).
←
We zetten passende participatie instrumenten in
3
Participatie bij de instrumenten van de mgevingswet O Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren heeft de gemeente vier kerninstrumenten tot haar beschikking: de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning.
11 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
←
←
Met deze instrumenten kan de gemeente beleid schrijven en uitvoeren, regels stellen aan de uitvoering van activiteiten en projecten en vergunningen hier voor verlenen. De ontwikkeling van de kerninstrumenten omgevingsvisie en programma’s moet eind 2024 gereed zijn en aan alle eisen van de Omgevings wet voldoen. In de transitie hiernaartoe zal moeten blijken of er nog andere type beleids(-ondersteunende) instrumenten nodig zijn. Zo ja, dan wordt deze nota hierop aangepast.
3.1
←
12 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
←
participatie bij de omgevingsvisie
Instrument
Regels
Omgevingsvisie
Motiveringsplicht
Programma Omgevingsplan Omgevings vergunning
←
Waar staat het?
Omgevingsbesluit (art. 10.7) Motiveringsplicht Omgevingsbesluit (art. 10.8) Kennisgeving + Omgevingsbesluit Motiveringsplicht (art. 10.2 1e lid + 10.2 2e lid) Aanvraagvereiste Omgevingswet (art. (aangeven OF en zo 16.55). Aanvraagve ja hoe participatie is reiste is uitgewerkt uitgevoerd) in de Omgevingsre geling
Wie is bevoegd?
Raad College van B&W Raad College van B&W
Motiveringsplicht De gemeente moet aangeven hoe derden3 zijn betrokken bij het voorberei den van een omgevingsvisie, programma, en het omgevingsplan: de moti veringsplicht. We maken hierbij inzichtelijk hoe we ze hebben betrokken bij de voorbereidingen, wat er met de resultaten van de inbreng is gedaan en op welke wijze er invulling is gegeven aan het participatiebeleid. Voor het omgevingsplan geldt dat niet alleen de gemeente maar ook externe initiatief nemers een wijziging van het omgevingsplan kunnen voorbereiden. Ook aan hen vragen we om deze motivering aan te leveren. Kennisgeving De gemeente moet voorafgaand aan het wijzigen van het omgevingsplan een kennisgeving doen. In die kennisgeving staat hoe de participatie zal worden vormgegeven. Naast de gemeente kunnen ook externe initiatiefnemers een
3
(toekomstige) inwoners, bedrijven, partners, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen
13 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
wijziging van het omgevingsplan voorbereiden. De gemeente is verantwoor delijk voor de kennisgeving. De gemeente kan geen kennisgeving publiceren als de aanpak van het participatietraject niet bekend is. Aanvraagvereiste Aanvraagvereisten beschrijven welke gegevens bij een aanvraag van een om gevingsvergunning moeten zitten. Het bevoegd gezag toetst deze gegevens bij het beoordelen van de aanvraag. Voor het beoordelen van de aanvraag gelden beoordelingsregels. Om vroegtijdige participatie te stimuleren geldt er een aanvraagvereiste voor participatie. De initiatiefnemer moet in de aan vraag voor een omgevingsvergunning aangeven of, en zo ja, hoe er overleg is geweest met belanghebbenden. Ook moet dan worden aangegeven wat er met het resultaat van de participatie is gedaan. De initiatiefnemer moet hier toe een verslag van de participatie toevoegen aan de vergunningaanvraag. De gemeente betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging.
←
In de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit, de Omgevingsregeling en bijbe horende Nota’s van Toelichting zijn regels over participatie opgenomen die van toepassing zijn op de omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen voor projecten in de fysieke leefomgeving.
De omgevingsvisie bevat op strategisch (hoofdlijnen) niveau een integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling, het beheer, het gebruik, de bescher ming en het behoud van de fysieke leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen o.a. ruimte, water, milieu, natuur, landschap, gezondheid, mobiliteit en cultureel erfgoed. Elke gemeente is verplicht om een omgevingsvisie op te stellen onder de Omgevingswet. De raad stelt deze omgevingsvisie vast. Bij de ontwikkeling of wijziging van de omgevingsvisie hoort een passend participatietraject. We toetsen in het participatietraject of eerder geformuleerde ambities en stedelijke opgaven in de vigerende omgevings visie herkenbaar en (nog steeds) actueel zijn, en of deze nog aanscherping of aanvulling behoeven. De Nota IOP en de vereisten van de Omgevingswet vormen hierbij de basis van ons handelen.
3.1 participatie bij de omge vingsvisie
14 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
←
←
Aanvullend op hoofdstuk 2 hanteren we de volgende uitgangspunten 1. We maken een plan van aanpak voor de participatie (participatieplan) en betrekken hierbij de raad vanaf het begin. 2. De raad geeft een commissieadvies over de kaders voor participatie op basis van een commissienotitie. 3. We roepen mensen op om mee te denken, maar de omgevingsvisie is omvangrijk, op hoofdlijnen en vaak abstract. Het animo om te participeren in de dialoog met de gemeente is op basis van de ervaringen in het par ticipatietraject voor de eerste versie van de omgevingsvisie wisselend. Daarom kiezen we voor een getrapte participatieaanpak om alle belangen en ideeën in kaart te brengen: a. We gaan eerst de dialoog aan met een goede mix van (semi-) professionele ketenpartners, grote bedrijven, kennis- en onder wijsinstellingen, woningcorporaties, andere overheden, vertegen woordigers van ondernemersverenigingen, bewonersvertegen woordigers en belangenorganisaties. b. Daarna raadplegen we inwoners van de stad, die een goede afspie geling vormen van de samenleving, om hen te laten reflecteren op de uitkomsten van de dialoog met genoemde (semi-)professionele partijen. Met als inzet de inhoud nog verder te verrijken.
←
15 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
3.2 participatie bij rogramma’s p
←
c. Zo nodig brengen we de (semi-)professionele partijen en de inwo ners in een derde ronde bij elkaar om majeure afwijkende inzichten verder te bespreken. 4. Het voor de omgevingsvisie wordt afgestemd met het proces voor een eventuele plan-milieurapportage (m.e.r.). We gebruiken informatie uit de m.e.r. om participanten inzicht te geven in effecten van beleid, alternatieve oplossingen en de te maken afwegingen bij beleidskeuzen en gebruiken omgekeerd participatie als bron voor de m.e.r. 5. Het integrale karakter van de omgevingsvisie vraagt ook om het integraal organiseren van de participatie. Dat vraagt om een bijdrage van alle domei nen van de gemeente. 6. We nemen een verslag van de participatie in de besluitvorming over de omgevingsvisie op. 7. We evalueren het participatietraject met de deelnemers en (daarna) met de raad.
←
De Omgevingswet kent diverse soorten programma’s ▪ Vrijwillige (onverplichte) programma’s: Hier zijn in de Omgevingswet wei nig regels aan gesteld en zijn grotendeels vormvrij. Hier vallen de meeste thematische en gebiedsprogramma’s onder waar Eindhoven al mee werkt. Dit is de meest voorkomende categorie. ▪ Verplichte programma’s: landelijk is hier een programma voor aangewezen, namelijk het actieplan Geluid. Niet iedere gemeente heeft met dit program ma te maken, dat hangt ervan af of er zich een knelpunt op dit terrein voor doet. Eindhoven heeft hiervoor een aanpak ingericht. ▪ Programma’s met een programmatische aanpak: dit soort programma’s worden opgesteld om in een gebied waar veel doelstellingen bij elkaar ko men en onder druk staan, de realisatie van deze doelstellingen mogelijk te maken. Knooppunt XL zou als zodanig bestempeld kunnen worden. ▪ Programma’s bij een dreigende overschrijding van een omgevingswaarde: voor Eindhoven is dit bijvoorbeeld het programma Luchtkwaliteit. Dat programma geeft invulling aan de plicht om maatregelen te nemen om (dreigende) overschrijding van de Richtlijn luchtkwaliteit op te heffen.
Het doel van participatie voor programma’s is het onderzoeken welke maat regelen mogelijk en/of nodig zijn, wat de voor- en nadelen zijn van verschil lende maatregelen vanuit het perspectief van verschillende deelnemers en hoe deze worden gewogen en gekozen. Daarnaast kijken we naar de rol van de gemeente bij de uitvoering van de maatregelen en wat er eventueel wordt
verwacht van bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. Wanneer we programma’s opstellen of wijzigen conform de eisen van de Omgevingswet is participatie verplicht (motiveringsplicht). Het college is het bevoegd gezag voor de besluitvorming over programma’s. Bij het opstellen of wijzigen van programma’s vormen de Nota IOP en de vereis ten van de Omgevingswet de basis van ons handelen. Aanvullend op hoofdstuk 2 hanteren we de volgende uitgangspunten 1. We maken een participatieplan en betrekken het college4 hierin vanaf het begin. Het college kan besluiten ook de raad te betrekken. 2. Het college stelt het participatieplan separaat vast en informeert de raad hierover. 3. We inventariseren de dilemma’s, uitdagingen en kansen die er liggen met betrekking tot de stedelijke opgaven en bespreken de afwegingen en te maken keuzes en hoe deze hun vertaling krijgen in het programma. Dit doen we met de voor het thema of het gebied relevante doelgroepen. 4. We motiveren hoe de realisatie van de maatregelen in dit programma bij dragen aan de opgaven uit de omgevingsvisie. 5. We onderzoeken nadrukkelijk of de door de gemeente beoogde maat regelen te koppelen zijn aan wensen die participanten zelf hebben (koppelkansen) of maatregelen die ze zelf kunnen nemen. 6. We nemen een verslag van de participatie in de besluitvorming over een programma op. 7.
We evalueren het participatietraject met de deelnemers en (daarna) op verzoek met het college en/of de raad. In Eindhoven werken we met thematische en gebiedsprogramma’s. Voor deze (vrijwillige onverplichte) programma’s zijn hieronder nog een aantal aanvullende uitgangspunten voor participatie opgenomen.
4
16 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
Afhankelijk van omvang, aard van het programma kan besloten worden dat de verantwoordelijk wethouder i.p.v. het college de participatie aanpak, uitvoering en evaluatie bestuurlijk richting geeft.
←
Wat is een Programma onder de Omgevingswet? In een programma werkt de gemeente het beleid voor (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving uit. Het college formuleert in programma’s HOE zij de in de omgevingsvisie opgenomen strategische ambities en opgaven wil gaan realiseren, en welke nadere uitwerking in maatregelen hier dan voor nodig is. Een programma kan bijvoorbeeld gericht zijn op een beleidsthema (zoals een Woonprogramma), een gebied/project (zoals een Centrumvisie) of een ilieuwaarde (Veiligheidsplan). m
←
8. We bepalen op basis van het onderwerp van het programma wie we actief benaderen voor participatie: a. W e gaan eerst de dialoog aan met een voor het thema relevante mix van (semi-) professionele ketenpartners, grote bedrijven, kennis- en onderwijs instellingen, woningcorporaties, vertegen woordigers van ondernemersverenigingen, bewonersvertegen woordigers en belangenorganisaties. b. Daarna raadplegen we doelgroepgericht inwoners van de stad. Denk bijvoorbeeld aan het uitnodigen van starters, senioren of woningzoekenden met urgentie voor het Woonprogramma. We laten hen reflecteren op de uitkomsten van de dialoog met ge noemde (semi-)professionele partijen. Met als inzet de inhoud nog verder te verrijken en te streven naar een breder draagvlak c. Zo nodig brengen we de (semi-)professionele partijen en de inwo ners in een derde ronde bij elkaar om majeure afwijkende inzichten nader te bespreken. 9. Het participatieproces voor het opstellen van een thematisch programma wordt afgestemd met het proces voor een eventuele plan-milieurapportage (m.e.r.). We gebruiken informatie uit de m.e.r. om participanten inzicht te geven in effecten van beleid, alternatieve oplossingen en de te maken af wegingen bij beleidskeuzen en gebruiken omgekeerd participatie als bron voor de m.e.r.
17 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
Gebiedsprogramma’s De kenmerken en dynamiek van de verschillende gebieden in onze stad ver schillen. Denk aan woonwijken, groengebieden, campussen, centrumgebied etc. Er zijn gebieden waar veel ontwikkelingen spelen zoals in het centrum, en gebieden die stabiel zijn en waar relatief weinig verandert. De gebieds programma’s hebben de insteek om integraal te zijn. Maatregelen die zijn opgenomen in de diverse thematische programma’s krijgen een vertaling in de gebiedsprogramma’s. Daarnaast spelen ook sociaal maatschappelijke vraagstukken, zoals jeugd en gezondheid een rol in een gebiedsprogramma. En we nodigen inwoners regelmatig uit om van gedachten te wisselen over knelpunten, wensen, ideeën en zorgen en bespreken de mogelijkheden om deze op te nemen in het gebiedsprogramma. Samengevat is het doel van de participatie voor het opstellen of wijzigen van een gebiedsprogramma is het breed betrekken, deelgenoot maken en consulteren van externe (semi-)pro fessionele partners, maatschappelijke instellingen en de bewoners. Voor inwoners van een gebied is het van belang om altijd kennis te kunnen nemen van de actuele stand van zaken over de ontwikkelingen in het gebied. Dit doen we op onze gemeentelijke website en via andere communicatie kanalen dat bij het gebied passen (wijkinfo, nieuwsbrieven, sociale media, relevante bijeenkomsten).
Dit kan digitaal, in bijeenkomsten of andere wijze. Gebiedsprogramma’s worden minimaal elke vier jaar aangepast.
←
Thematische programma’s Een thematisch programma omvat de beleidsuitwerking op onderwerpniveau. Denk aan mobiliteit, energietransitie, wonen of onderwijs. Hierin worden de strategische doelstellingen uit de omgevingsvisie zo concreet mogelijk uitgewerkt. Bijvoorbeeld in het Woonprogramma wordt uitgewerkt hoeveel woningen, van welke soort, in welke prijsklassen, waar ze moeten komen, in welk tempo, met welke partijen wordt samengewerkt etc.
participatie bij het omge vingsplan ←
Aanpassing van de regels in het omgevingsplan vindt vrijwel altijd plaats als gevolg van nieuw beleid, het mogelijk maken van door de gemeente geïniti eerde gebiedsontwikkelingen of van plannen van (externe) initiatiefnemers. Hiervoor worden al participatietrajecten doorlopen. Bij het opstellen of aan passen van de omgevingsvisie (zie 3.1), programma’s (zie 3.2) of andere type beleidsnota’s is de beleidsadviseur aan zet om de participatie te organiseren en voor gemeentelijke gebiedsontwikkelingen de projectleider. Wanneer een externe initiatiefnemer een concept omgevingsplan wijziging indient vloeit dit voort uit het participatietraject dat hij voor het plan heeft georganiseerd. Uitgangspunt is daarom dat voor een omgevingsplan wijziging in principe niet opnieuw participatie wordt georganiseerd, omdat dit in genoemde gevallen al heeft plaatsgevonden. Voorwaarde is wel dat de door de Omgevingswet verplichte kennisgeving en motivatieplicht meegenomen wordt in de partici patie aanpak. Soms moeten door nieuwe wetgeving op rijks- of provinciaal niveau de regels in een omgevingsplan worden gewijzigd. Dan is de jurist Omgevingsrecht ver antwoordelijk om een participatieplan op te stellen en de participatie verder vorm te geven. Bij het wijzigen van het omgevingsplan vormt de Nota IOP en de vereisten van de Omgevingswet de basis van ons handelen als gemeente.
18 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
←
3.3
Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Het omgevingsplan zorgt dat de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s in de vorm van juridische regels doorwerken naar initiatiefnemers. Participa tie over het omgevingsplan heeft als doel de kwaliteit van de regels (nut en noodzaak, toepasbaarheid, duidelijkheid) te verbeteren, de gevolgen van wij zigingen in de regels in kaart te brengen en de omgeving goed te informeren. Voor het opstellen en wijzigen van het omgevingsplan is participatie verplicht (kennisgeving en motivatieplicht).
←
←
Aanvullend op voorgaande en op hoofdstuk 2 de volgende itgangspunten u 1. De raad wordt betrokken als er voor het wijzigen van het omgevingsplan een apart participatieplan nodig is, 2. De raad geeft dan een commissie advies over de kaders voor participatie op basis van een commissienotitie 3. Bij het opstellen en wijzigen van het omgevingsplan maakt de gemeente conform de vereisten voor kennisgeving en publicatie bekend dat er ge legenheid is om te participeren over het omgevingsplan. We geven bij de kennisgeving aan hoe de gemeente, dan wel de initiatiefnemer de partici patie gaat vormgeven en hoe belanghebbenden kunnen participeren. 4. De gemeente, dan wel de initiatiefnemer stemt het proces voor een even tuele plan-milieueffectrapportage af met het participatieproces van een omgevingsplan wijziging. Ze gebruikt informatie uit de m.e.r. om partici panten inzicht te geven in effecten van regels en ze gebruikt omgekeerd participatie als bron voor de m.e.r. 5. We nemen een verslag van de participatie in de besluitvorming over een wijziging van het omgevingsplan op. 6. We evalueren het participatietraject op verzoek van de raad.
3.4 participatie bij de omgevings vergunning
19 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
←
Bewoners, bedrijven, overheden en (belangen-)organisaties die een om gevingsvergunning aanvragen, moeten bij het indienen van de vergunning aanvraag aangeven OF, en zo ja, hoe zij hun omgeving hebben betrokken bij de plannen en wat er met de resultaten is gedaan (verslag). We mogen als gemeente geen aanvullende (vorm-)eisen stellen aan hoe initiatienemers de participatie moeten organiseren. De initiatiefnemer kan het doel en het proces van participatie zelf bepalen. We stimuleren de initiatiefnemers wel om ons participatiebeleid en kaders te gebruiken. Hiermee wordt het voor de initiatiefnemer zelf makkelijker om de kwaliteit van het traject te waarborgen en voor ons als gemeente om het participatietraject af te wegen als deel van de aanvraag. Hiervoor bieden wij instrumenten zoals een leidraad en helpen waar nodig bijvoorbeeld door onze de kennis en netwerk in de stad, wijken en buurten beschikbaar te stellen aan de initiatiefnemers (zie ook 3.4.3). Soms is het niet nodig om participatie te organiseren, omdat een initiatief geen consequenties heeft voor de omgeving, maar wel vergunningplichtig is. Bijvoorbeeld het van binnen verbouwen van een monument. Om deze reden is participatie niet per definitie verplicht gesteld, tenzij de raad gevallen heeft aangewezen waarvoor wel verplicht participatie geldt (zie paragraaf 3.4.1).
20 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
3.4.1 Categorieën verplichte participatie De gemeenteraad kan in een algemeen besluit gevallen aanwijzen waar bij participatie wél verplicht is. Verplichte participatie bij een aanvraag omgevingsvergunning kan alleen opgelegd worden voor een buitenplan se omgevingsplanactiviteit, waarbij het college het bevoegd gezag is. Het college kan een dergelijke aanvraag buiten behandeling laten indien er geen participatie is georganiseerd met de omgeving. Voor de aangewezen gevallen moet de initiatiefnemer aantonen dat participatie heeft plaatsgevonden en hierover verslag doen. Ook in dit geval geldt de vormvrijheid. Gemeente Eindhoven stelt participatie verplicht voor alle vergunningaan vragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van gebouwen en/of activiteiten met betrekking tot wijziging van het gebruik hiervan. Het belangrijkste argument is dat hierdoor voor zowel wijzigingen van het omgevingsplan als voor aanvragen voor omgevingsvergunningen die niet passen in het omgevingsplan voor bovengenoemde bouw- en gebruiks activiteiten, participatie verplicht wordt gesteld. Er zijn in de praktijk namelijk twee routes om van de gemeente akkoord op een initiatief te krijgen dat niet past in het omgevingsplan.
De eerste ma nier is om een procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan te door lopen waarbij participatie verplicht is (zie ook paragraaf 3.3), de tweede manier is om een omgevingsvergunning aan te vragen voor een buitenplanse mgevingsplanactiviteit. o Met het verplicht stellen van participatie bij dit soort vergunningaanvragen, trekken we de participatieverplichting gelijk voor beide routes. Daarmee zijn we eenduidig in proces en boodschap over het belang van participatie.
←
Iemand die een omgevingsvergunning aanvraagt voor een activiteit die hij of zij wil doen, is initiatiefnemer. Hij of zij heeft zelf de verantwoordelijkheid om belanghebbenden zo vroeg mogelijk te betrekken. We stimuleren initia tiefnemers om deelnemers aan de participatie goed te informeren, met hen af te stemmen en samen te werken zodat alle belangen, meningen, kennis en ideeën op tafel komen. Doel is om betere plannen te maken, met meer kans op draagvlak, snellere besluitvorming en mogelijk minder het bezwaren later in het traject.
←
1. Bij het organiseren van participatie voor een omgevingsvergunning hande len we in lijn met het participatiebeleid van de gemeente en de vereisten van de Omgevingswet. 2. Wanneer we een omgevingsvergunning aanvragen voor eigen gemeente lijke projecten organiseren we altijd participatie, ongeacht of dit een buitenplanse of binnenplanse aanvraag betreft. Tenzij het college van B&W expliciet anders besluit of de Verordening Samenspraak en Inspraak (of de opvolger hiervan) hiervoor een uitzondering heeft bepaald. Denk bijvoor beeld aan een calamiteit waarvoor er met spoed bepaalde voorzieningen moeten worden getroffen, zoals een vaccinatielocatie inrichten. 3. Het college kan zo nodig aanvullende participatiekaders formuleren. 4. We stemmen het proces voor een eventuele project-milieueffectrappor tage af met het participatietraject. We gebruiken informatie uit de m.e.r. om participanten inzicht te geven in effecten van het project, alternatieve locaties en manieren van uitvoering en de te maken afwegingen bij keuze voor uitvoering en gebruik omgekeerd participatie als bron voor de m.e.r. 5. We leggen de resultaten van de participatie vast: wie zijn er betrokken, hoe was de participatie georganiseerd en wat is er met de inbreng gedaan.
3.4.3 De gemeente als toetser van de aanvraag omgevings vergunning Een vergunningaanvraag wordt door de gemeente beoordeeld op basis van beoordelingsregels. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de verschil lende belangen van de omgeving. Een initiatiefnemer geeft bij de aanvraag aan of er participatie is georganiseerd en zo ja, hoe er overleg is geweest met belanghebbenden en wat er met de resultaten van de participatie is gedaan. Het ontbreken van een participatietraject is dus niet per definitie reden om een vergunning te weigeren. Voor buitenplanse vergunningaanvragen voor bouwen en wijzigen van gebruik is participatie verplicht (zie 3.4.1).
21 - PARTICIATIEBELEID OMGEVINGSWET
De gemeente weegt bij het toetsen van de vergunningaanvraag de wijze waarop de participatie is uitgevoerd dus mee. In de kern gaat het om de af weging of belanghebbenden nadelige gevolgen ondervinden die onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de aanvraag. We gaan op basis van informatie van de initiatiefnemer en eigen beschik bare informatie na of alle belangen voldoende inzichtelijk zijn en wat er met de inbreng van de deelnemers is gedaan. Wanneer we onvoldoende informa tie hebben om tot een zorgvuldige belangenafweging en besluit te komen, vragen we om meer informatie. Dit kan op drie manieren: ▪ In overleg met een aanvrager legt de gemeente de ontwerpaanvraag ter inzage. Daarna kan de aanvrager de eventuele nieuwe informatie verwerken in de aanvraag. ▪ De gemeente kan de aanvraag ter inzage leggen voor zienswijzen. Die zienswijzen wegen dan mee in de besluitvorming. ▪ De gemeente kan zelf rechtstreeks contact opnemen met de belang hebbenden. Hiervoor gelden verschillende procedures en behandeltermijnen. Kortom: de gemeente weigert de aanvraag in die gevallen niet, maar biedt belanghebbenden met procedurele ingrepen alsnog de kans om hun inbreng te geven, alvorens ze een besluit neemt.
Er is een leidraad voor initiatiefnemers beschikbaar op de gemeentelijke web site om initiatiefnemers te stimuleren en te adviseren bij het organiseren van een passend participatie traject. Deze is te vinden op www.eindhoven.nl/participatieomgevingswet. Daar naast is er gelegenheid om vooroverleg met de gemeente te voeren voor vergunningaanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan.
←
3.4.2 De gemeente als aanvrager van een omgevings vergunning
←
Gemeente Eindhoven | Omgevingswet | Participatiebeleid | oktober 2021
Wegwijzer participatie alle hulpmiddelen
vind alle ulpmiddelen op h eindhoven.nl/ participatie omgevingswet
Om initiatiefnemers te helpen een goed participatieproces te organiseren, hebben we een aantal hulpmiddelen gemaakt. Hieronder een kort overzicht van de stappen die je als initiatiefnemer zet en welke hulpmiddelen je daarbij kunt gebruiken.
Stap 1 Voorbereiden van je participatieproces • Lees de Tips voor een helder participatieproces. • Doe de Quickscan Participatie om de impact van je initiatief in beeld te brengen en ga (bijvoorbeeld met je collega’s) in gesprek over wat dat betekent voor je participatieproces.
Stap 2 Ontwerpen van je participatieproces • Ontwerp een participatieproces met Participatieplan - alle ingrediënten. • Maak gebruik van aanwezige informatie over de omgeving. Raadpleeg bijvoorbeeld de Buurtkijker op onderzoek.eindhoven.nl of neem contact op met een van de gebiedscoördinatoren die te vinden zijn via onze stadsdeelpagina’s.
Stap 3 Aan de slag met je participatieproces • Begin op tijd met het betrekken van belanghebbenden. Zorg dat je ruimte hebt om goede ideeën in je initiatief te verwerken en aanpassingen aan je plan te doen, bijvoorbeeld op basis van zorgen die spelen. • Informeer de gebiedscoördinator over belangrijke stappen in het participatieproces, zoals een bijeenkomst voor de directe omgeving. • Zorg bij elke stap voor goede verslaglegging en deel die ook met de betrokkenen. Zorg dat iedereen goed op de hoogte is van vervolgstappen in het proces en van wat er al is gedaan. Laat het ook weten als een stap wat langer op zich laat wachten dan gepland.
Stap 4 Verslag doen van je participatieproces • Maak ter afronding van het participatieproces een Participatieverslag. Hierin doe je verslag van alle stappen in het participatieproces en wat ze hebben opgeleverd: wie zijn er betrokken? Wat was hun inbreng? Wat is er wel/niet mee gedaan en waarom wel/niet? En hoe heb je dit teruggekoppeld aan de deelnemers?
Tip Gebruik de resultaten voor het vervolg
Zet de resultaten van je participatieproces ook in als basis van een vervolgfase, bijvoorbeeld ter voorbereiding op de uitvoering.
Tip Evalueer
Blik – als het kan samen met deelnemers en partners - terug op het proces. Wat ging goed en wat zou je een volgende keer anders doen?
BIJLAGE 14
Nadeelcompensa,eovereenkomst De ondergetekenden:
1. [naam], [ves0gingsplaats] handelend als [hoedanigheid], hierna te noemen: “Ini0a0efnemer”; en 2. De [publiekrechtelijke rechtspersoon], te dezen op grond van het bepaalde in ar0kel [weEelijke handelingsgrondslag/171, tweede lid, van de Gemeentewet] rechtsgeldig vertegenwoordigd door [0tel gemandateerde] [naam gemandateerde], hierna te noemen: “de [Publiekrechtelijke rechtspersoon]”;
Ini0a0efnemer en de [publiekrechtelijke rechtspersoon] worden hierna gezamenlijk aangeduid als “Par0jen”.
Overwegende: a. dat Ini0a0efnemer op [datum] een [verzoek/aanvraag/&c.] heeL ingediend om [beschrijving van relevant schadeveroorzakend besluit ex ar0kel 15.1 van de Omgevingswet] [te nemen/vast te stellen/ te verlenen/ &c.] (hierna: “[Verzoek/Aanvraag/&c.]”) ten behoeve van de verwezenlijking van [omschrijving of naam project] te [adres project], kadastraal bekend als [kadastrale gegevens project] (hierna: “Project”); b. dat de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] in beginsel bereid is om aan het [Verzoek/Aanvraag/&c.] van Ini0a0efnemer ter realisa0e van het Project medewerking te verlenen door [beschrijving van de inhoud en strekking van het relevante schadeveroorzakende besluit ex ar0kel 15.1 van de Omgevingswet inclusief specifieke weEelijke grondslag op basis waarvan het besluit wordt genomen] (hierna: “Schadeveroorzakende Besluit”); c. dat het Schadeveroorzakende Besluit een besluit betreL zoals genoemd in ar0kel 15.1, eerste lid, [onder a-o], van de Omgevingswet; d. dat de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] en Ini0a0efnemer op grond van ar0kel 13.3c van de Omgevingswet overeen kunnen komen dat de door de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] toe
Pagina 1 van 3
te kennen schadevergoeding op grond van de ar0kelen 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht juncto 15.1, eerste lid, van de Omgevingswet (hierna: “Nadeelcompensa0e”) voor rekening komt van Ini0a0efnemer voor zover de Nadeelcompensa0e haar grondslag vindt in het naar aanleiding van het [Verzoek/Aanvraag/&c.] genomen Schadeveroorzakende Besluit ter realisa0e van het Project. e. dat de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] het plan slechts economisch uitvoerbaar acht indien het risico op Nadeelcompensa0e voldoende is ondervangen; Verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
Ar0kel 1: Planologische inspanning De [Publiekrechtelijke rechtspersoon] spant zich in om het/de [Verzoek/Aanvraag/&c.] van Ini0a0efnemer tot het nemen van het Schadeveroorzakende Besluit [eventueel: opnemen termijn ] in procedure te brengen. Deze inspanningsverplich0ng laat de uitoefening van alle publiekrechtelijke bevoegdheden door de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] en haar (bestuurs)organen onverlet.
Ar0kel 2: Verhaalsbeding Ini0a0efnemer verplicht zich om de kosten [volledig/gedeeltelijk (neem verdeelsleutel op)] te vergoeden die de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] maakt ten gevolge van het toekennen van Nadeelcompensa0e voortkomend uit het Schadeveroorzakende Besluit. Daarnaast vergoedt de Ini0a0efnemer alle met deze Nadeelcompensa0e samenhangende kosten in de zin van ar0kel 4:129 van de Algemene wet bestuursrecht.
Ar0kel 3: Informa0e over aanvraag Nadeelcompensa0e De [Publiekrechtelijke rechtspersoon] zal Ini0a0efnemer als belanghebbende op grond van ar0kel 13c, tweede lid, van de Omgevingswet schriLelijk in kennis stellen van een aanvraag om Nadeelcompensa0e die voortvloeit uit het Schadeveroorzakende Besluit zoals dit naar aanleiding van [het/de/&c.] door Ini0a0efnemer ingediende [Verzoek/Aanvraag/&c.] door de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] is vastgesteld. [Daarbij neemt de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] ar0kelen […] uit de Verordening nadeelcompensa0e en/of de procedurebepalingen uit ar0kelen […] van het Omgevingsplan in acht].
Pagina 2 van 3
Ar0kel 4: Vergoeding Nadeelcompensa0e Zodra de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] een verzoek om Nadeelcompensa0e geheel of gedeeltelijk toewijst, is Ini0a0efnemer gehouden om de in ar0kel 2 genoemde kosten aan de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] op haar eerste verzoek te vergoeden. Betaling dient te geschieden binnen [termijn] na dagtekening van de desbetreffende factuur en op de daarin vermelde wijze.
Ar0kel 5: Vervallen overeenkomst Deze overeenkomst vervalt zodra onherroepelijk vast komt te staan dat het Schadeveroorzakende Besluit niet onherroepelijk wordt vastgesteld.
Ar0kel 6: Overdraagbaarheid van deze overeenkomst Het is de ini0a0efnemer zonder voorafgaande schriLelijke toestemming van de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] niet toegestaan rechten en verplich0ngen uit deze overeenkomst over te dragen aan derden. Aan eventueel te verlenen toestemming kan de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] voorwaarden verbinden.
Ar0kel 7: Toepasselijk recht en geschillenbeslech0ng Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing en geschillen tussen Par0jen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter in het arrondissement waarbinnen het grondgebied van de [Publiekrechtelijke rechtspersoon] is gelegen.
Aldus overeengekomen en getekend te,
[Publiekrechtelijke rechtspersoon]
Ini0a0efnemer
[Naam gemandateerde]
[Naam Ini0a0efnemer]
[datum, plaats]
[datum, plaats]
Pagina 3 van 3
BIJLAGE 16
BIJLAGE 16 OUTLINE HUUROVEREENKOMST GEMEENTE EINDHOVEN In deze bijlage worden de afspraken met betrekking tot de huur door gemeente van Trudo vastgelegd. Deze afspraken zullen later verwerkt worden in de nog op te stellen huurovereenkomst tussen gemeente Eindhoven en Trudo. Looptijd huurperiode 15 jaar Oppervlakte 500 m² bruto vloeroppervlak op de begane grond en 336 m² bruto vloeroppervlak in de kelder. Zie voor specificering bijlage 4 van deze SOK. In deze bijlage zijn de door de gemeente gehuurde meters in groen gearceerd welke in legenda met beschrijving participatie wordt aangeduid. Huurprijs € 85,- /m² bruto vloeroppervlak voor de begane grond € 35,- /m² bruto vloeroppervlak voor de kelder Prijspeil 01-01-2024. Jaarhuur totaal € 54.260,-. Prijspeil 01-01-2024. Indexering huurprijs Index huurprijs vanaf 01-01-2024
CPI
Restwaarde na 15 jaar € 0,Afbouw Gemeente huurt van Trudo een verduurzaamd casco. Gemeente bouwt voor eigen rekening en risico de door haar gehuurde metrages af. Ingangsdatum Wordt vastgesteld na verkrijgen omgevingsvergunning en sluiten aannemingsovereenkomsten.
BIJLAGE 17
BIJLAGE 17 OUTLINE AFSTEMMINGSOVEREENKOMST In deze bijlage worden de afspraken beschreven die zullen landen in de nog gezamenlijk op te stellen exploitatie overeenkomst tussen COA, gemeente en Trudo. Deze afspraken zijn een resultaat van de overleggen die gevoerd zijn en de besluitvorming die reeds heeft plaatsgevonden. Belangrijk voor het slagen van het project met bewoners en doelgroepen met een uiteenlopende achtergrond is een goed en zorgvuldig community-management. Hierbij gaat het onder meer om de samenstelling van de bewonersgroepen en de manier waarop zij samenleven. Daarin speelt de programmering op de begane grond en de kelder een belangrijke rol. Daarnaast js ook de verbinding met de wijk een belangrijke doelstelling. Cruciaal voor het welslagen van het project is een nauwe samenwerking tussen partijen in het community-management. Het zal soms noodzakelijk zijn om in deze samenwerking buiten de gebaande paden te treden om successen te realiseren..
Verdeling verantwoordelijkheden COA Beveiliging, dagelijks beheer en onderhoud gehuurde ruimten Aanspreekpunt voor bewoners azc Communicatie met omwonenden commissies i.v.m. veiligheid en azc Gemeente
Beveiliging, dagelijks beheer en onderhoud gehuurde ruimten inclusief de installaties in hun ruimtes Aanspreekpunt voor gebruikers deel gemeente Deelnemer aan veiligheid overleggen.
Trudo
Onderhoud casco en basisinstallaties tot aan het gehuurde Dagelijks beheer en onderhoud reguliere woonverdiepingen Trudo Trekker community-management Aanspreekpunt voor bewoners Trudo Deelnemer aan veiligheid overleggen
Nadere afspraken te maken over exacte demarcatie en rolverdeling bij community-management, communicatie, beheer en onderhoud. Participatie bewoners Doelstelling van de gezamenlijke activiteiten in het gebouw is om de bewoners te laten participeren in het gebouw (samen leven) en de maatschappij (mee doen). COA, gemeente en Trudo ontwikkelen hiervoor samen een programma of laten dit gezamenlijk invullen door een derden.