CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Accountantsverslag 2025 gemeente Eindhoven

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 202517.956 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Accountantsverslag 2025 Gemeente Eindhoven, 2 juni 2026

Deloitte Accountants B.V. Flight Forum 1 5657 DA Eindhoven Postbus 376 5600 AJ Eindhoven Nederland Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl

Aan de gemeenteraad van de gemeente Eindhoven Postbus 90150 5600 RB EINDHOVEN Onderwerp Accountantsverslag 2025 Datum 2 juni 2026 Ons kenmerk 2605B956CD/RM Behandeld door B. Blomjous MSc RA 06 5261 5738 bblomjous@deloitte.nl D. Leus RA 06 5261 5083 dleus@deloitte.nl

Geachte leden van de raad, Graag bieden wij u hierbij ons accountantsverslag aan met betrekking tot de controle van de jaarrekening 2025 van de gemeente Eindhoven. Deze rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening 2025 van de gemeente Eindhoven. De jaarrekening 2025 is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven. Wij hebben separaat van dit accountantsverslag op 2 juni 2026 een goedkeurende controleverklaring verstrekt voor het getrouwe beeld van deze jaarrekening.

Onze controle is uitgevoerd in overeenstemming met onze opdrachtbevestiging d.d. 12 september 2025 en het met uw auditcommissie afgestemde auditplan d.d. 10 september 2025. Wij hebben het concept van dit accountantsverslag besproken met het college, uw portefeuillehouder financiën, de directie, en de betrokken medewerkers van de sector Control. Graag lichten wij deze rapportage ook toe aan de gemeenteraad en de auditcommissie tijdens de raadsbijeenkomsten op 9 en 16 juni 2026. Hoogachtend, Deloitte Accountants B.V. Was getekend: B. Blomjous MSc RA

Op alle opdrachten verricht door Deloitte, behoudens M&A Diensten, zijn de Algemene Voorwaarden Dienstverlening Deloitte Nederland, januari 2020 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel van toepassing. Deloitte Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24362853. Deloitte Accountants B.V. is een zogenoemde affiliate van Deloitte NSE LLP en maakt onderdeel uit van het internationale netwerk van Deloitte Touche Tohmatsu Limited.

Inhoudsopgave Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

4

•

5

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

6

•

7

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen

Bevindingen jaarrekening

15

•

De financiële positie van de gemeente

16

•

Belangrijkste bevindingen uit onze controle

22

Interne beheersing •

Belangrijkste bevindingen interne beheersing vanuit de jaarrekeningcontrole 2025

28 29

Bijlagen

30

•

Bijlage A - Niet-gecorrigeerde controleverschillen

31

•

Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2025

32

•

Bijlage C - Bevindingen bijlage Bereikbaarheidsakkoord 2025

37

•

Bijlage D - Onafhankelijkheidsbevestiging

38

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Accountantsverslag 2025

2605B956CD/RM/3

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Accountantsverslag 2025

2605B956CD/RM/4

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole Onderwerp

Boodschap

Overall beeld opstelen controleproces jaarrekening 2025

Wij hebben de jaarrekeningcontrole 2025 van de gemeente Eindhoven uitgevoerd en hebben separaat van dit accountantsverslag op 2 juni 2026 een goedkeurende controleverklaring verstrekt voor het getrouwe beeld van deze jaarrekening. Het opstel- en controleproces is op een vrijwel vergelijkbare wijze verlopen als over 2024. Dit resultaat is mede te danken aan de inspanningen en de betrokkenheid van uw organisatie en medewerkers, en het wederzijds commitment aan de planning en de afspraken. Wij vinden dit gezien alle uitdagingen en ontwikkelingen, en een eerste jaar(afsluiting) en jaarrekening met ERPx een uitstekende prestatie. Ook constateren wij dat uw gemeente ultimo 2025 nog steeds beschikt over een solide financiële positie, waarop wij verderop meer gedetailleerd ingaan.

Voldoende gestroomlijnd proces, waarin verdere verbeteringen mogelijk en op onderdelen nodig zijn. Belangrijkste aandachtspunten blijven de voorspellende waarde van de begroting (incl. realisatiekracht), beheersing van de kosten Jeugd/Wmo, en kwaliteit van de verslaggeving.

De controle van de qua aard, omvang en complexiteit belangrijkste onderdelen van de jaarrekeningcontrole - waaronder de grondexploitatie en Jeugd en Wmo - is goed en volgens afspraak verlopen: • Voor de grondexploitatie hebben wij op basis van de ons overlegde onderbouwingen en berekeningen geconcludeerd dat de waardering van het onderhanden werk ultimo 2025 juist is. • Wij hebben voor Jeugd en Wmo mede op basis van de dossiervorming op cliëntniveau c.q. het niveau van zorgverlener vastgesteld dat de in de jaarrekening verantwoorde lasten getrouw zijn weergegeven. Zowel uw als ons team streeft altijd naar doorontwikkeling, en dus zijn er altijd zaken die (nog) beter kunnen of (blijvend) aandacht vragen. Wij lichten deze zaken hier beknopt en verderop meer in detail toelichten: •

Voorspellende waarde van uw begroting: De gerealiseerde lasten vallen jaarlijks lager uit dan de geraamde lasten. Dit verschil is ondanks de toegenomen opgaven en uitdagingen de afgelopen jaren wel kleiner geworden. Een belangrijke oorzaak van de lagere lasten is de systematische vertraging van projecten: in 2025 is slechts 51% van de geraamde investeringen van € 398 miljoen gerealiseerd. Een van de meest fundamentele en terugkerende oorzaken ervan is de krapte op de arbeidsmarkt en als gevolg daarvan beperkte in- en externe personele capaciteit, en ook is sprake van andere knelpunten zoals netcongestie en stikstofruimte. Daarnaast zien wij dat u de begroting gedurende het jaar ophoogt met niet-bestede budgetten uit voorgaand jaar en gedurende het jaar beschikbaar gekomen nieuwe middelen. Kernprobleem lijkt te zijn dat de gemeente de stromen optelt bij de bestaande begroting, waardoor een 'gestapelde' raming ontstaat die de financiële armslag en ambitie van de gemeente weerspiegelt, maar die (verder) losraakt van de daadwerkelijke uitvoeringscapaciteit in één boekjaar. Het is daarom raadzaam tussentijdse rapportages te gebruiken voor een kritischer herbeoordeling.

In plaats van overgehevelde budgetten en nieuwe middelen louter administratief toe te voegen, zou een expliciete toetsing moeten plaatsvinden of het aannemelijk is dat de organisatie zowel het reguliere als additionele budget in het lopende jaar kan besteden. Indien de bestaande knelpunten nog aanwezig zijn, moet u overwegen een deel van de budgetten direct door te faseren naar latere jaren. Daarbij geven wij ook in overweging nogmaals de noodzaak te bezien van de verrekening van resultaten in de exploitatie met hiervoor gevormde bestemmingsreserves. Deze ‘binnenslijnse’ verrekeningen komen naar onze mening het inzicht in en de beheersing van de lasten en baten niet ten goede omdat de voor- en nadelen na verrekening met de reserves niet meer expliciet zichtbaar zijn. Voorgaande zaken transformeren de bijgestelde begroting van een optelsom van ambities naar een meer betrouwbaar sturingsinstrument.

•

Beheersing kosten Jeugd en Wmo: De interne beheersing voor Jeugd en Wmo is op orde. Er staat wel onverminderd druk op de budgetten, wat zich uit in financiële tekorten voor zowel Jeugd als Wmo. De gemeente blijft inspanningen leveren de kosten te beheersen, maar de volumegroei en toenemende zorgzwaarte, versterkt door het ‘open-einde’ karakter van veel regelingen, maken dit in combinatie met de onzekere Rijksfinanciering een zeer complexe opgave. Wij signaleren daarbij een significant risico in de meerjarenbegroting. Voor de jaren vanaf 2027 is een aanzienlijke afname van de uitgaven ingeboekt. Deze besparing is destijds rekenkundig bepaald om de budgetten aan te sluiten op de verwachte lagere rijksmiddelen, maar is nog onvoldoende onderbouwd met concrete, doorberekende maatregelen. Dit vormt een risico voor de structurele houdbaarheid van de begroting voor het sociaal domein. Wij adviseren het college de impact van de verbetermaatregelen en de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen zodat indien nodig tijdige bijstelling van de begroting kan plaatsvinden.

•

Kwaliteit verslaggeving: De qua omvang belangrijkste verschillen tussen de begroting en realisatie zijn in de programmaverantwoording cijfermatig verklaard. In lijn met eerdere jaren vragen wij aandacht voor een kwaliteitsimpuls door bij majeure afwijkingen (> € 1 miljoen) een echte oorzaakanalyse toe te voegen die aangeeft waardoor de afwijking is ontstaan en waarom deze al dan niet eerder was te voorzien. Die analyses dragen ook bij aan de verdere ontwikkeling van het voorspellende vermogen en realiteitsgehalte van de begroting en tussentijdse informatie, die daardoor qua verwachtingen nog beter gaan aansluiten bij de realisatie én de uitvoeringkracht van de organisatie. Dit aandachtspunt geldt vooral voor de lasten waarin een structureel te hoog (politiek) ambitieniveau lijkt te zitten. Op basis van de beantwoording van onze vragen over de toelichtingen en analyses blijkt dat de benodigde inzichten en informatie veelal wel beschikbaar zijn binnen de organisatie, wat betekent dat een verdere kwaliteitsimpuls in de toelichtingen en analyses relatief eenvoudig mogelijk moet zijn.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/5

Bestuurlijke samenvatting Bestuurlijk relevante bevindingen en aanbevelingen jaarrekeningcontrole

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Accountantsverslag 2025

2605B956CD/RM/6

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Getrouwheid

Rechtmatigheid

Positieve punten

Aandachtspunten

•

Wij hebben separaat van dit accountantsverslag op 2 juni 2026 een goedkeurende controleverklaring verstrekt voor het getrouwe beeld van de jaarrekening, inclusief rechtmatigheidsverantwoording van het college. De bij onze controle gehanteerde materialiteit bedraagt afgerond € 26,8 miljoen (vanaf 2025 is sprake van één materialiteit voor het totaal van fouten en onzekerheden). Na afronding van onze controle resteren een doorlopende fout vanuit de jaarrekening 2024 van € 1,5 miljoen, een fout in de waardering van de vorderingen van € 2,5 miljoen (deze vordering is oninbaar en had ultimo 2025 voorzien moeten zijn, maar is pas in 2026 afgewaardeerd), en zowel een fout als onzekerheid in de Jeugd en Wmo van in totaal € 4,0 miljoen respectievelijk € 5,3 miljoen (die wij in het vervolg van dit accountantsverslag nader toelichten bij Jeugd en Wmo). Het bruto totaal van de fouten en onzekerheden van € 13,3 miljoen is kleiner dan de hiervoor genoemde materialiteit en heeft daardoor geen invloed op de strekking van ons oordeel. Per saldo is de impact van de fouten dat het resultaat 2025 voor € 3,0 miljoen te laag is verantwoord.

•

Wij hebben tijdens onze controle van de WNT geen niet-gecorrigeerde feitelijke afwijkingen geïdentificeerd.

•

De door het college gehanteerde verantwoordings- en rapportagegrens bedraagt € 26,8 miljoen respectievelijk € 1 miljoen. Het college heeft in haar rechtmatigheidsverantwoording geen fouten vermeld die groter zijn dan de verantwoordingsgrens. In de paragraaf bedrijfsvoering zijn in overeenstemming met de financiële verordening wel de bevindingen toegelicht die groter zijn dan de rapporteringstolerantie.

•

Wij hebben geen fouten en/of onzekerheden geconstateerd ten aanzien van zowel de SiSa-bijlage als bijlage Bereikbaarheidsakkoord, die als bijlagen bij de jaarstukken zijn opgenomen. In Bijlage B Bevindingen controle SiSa-bijlage 2025 en Bijlage C - Bevindingen bijlage Bereikbaarheidsakkoord 2025 zijn de voorgeschreven tabellen met fouten en onzekerheden opgenomen.

•

De jaarrekeningcontrole is op een vergelijkbare prettige en constructieve wijze verlopen als over 2024. Gezien de werkdruk in de organisatie en de implementatie van ERPx begin 2025 vinden wij dit een knappe prestatie. Vanuit de evaluatie van de jaarrekening 2024 zijn in het proces een aantal ‘puntjes op de i’ gezet, en was er geen aanleiding belangrijke aanpassingen door te voeren. De gemaakte werkafspraken en het opgeleverde opstel- en controledossier hebben geleid tot een toereikend controleproces, waarin wij nog enkele aandachtspunten zien die wij hierna nader toelichten.

•

Wij hebben opnieuw een gedegen analyse en onderbouwing van de kosten voor Jeugd en Wmo ontvangen inclusief de daarbij verkregen productieverantwoordingen. Dit was een adequate basis voor onze controle, waaruit geen bijzonderheden zijn gebleken. Vanwege de eerder ontstane en nog steeds aanwezige druk op de financiële positie van zorgaanbieders en het tekort aan zorgpersoneel om aan alle zorgvraag te kunnen voldoen, behoeft dit onderwerp blijvende aandacht van de organisatie. Bij Jeugd en Wmo lichten wij dit meer in detail toe.

•

De periodieke actualisatie van de grondexploitaties - als basis voor het MPG 2026 - heeft opnieuw op een gedegen wijze plaatsgevonden, waarbij tevens is voorzien in toereikende dossiervorming inclusief voldoende onderbouwingen van uitgangspunten en aannames. Mede hierdoor zijn uit onze controle van de grondexploitatie geen belangrijke observaties of aanbevelingen gebleken.

•

De verantwoording over, dossiervorming voor en interne controle van de SiSa-bijlage is over het algemeen van goede kwaliteit. Ondanks een beperkte toename van het aantal regelingen is de controle op een constructieve wijze verlopen.

•

De gemeente Eindhoven besteedt op een goede manier aandacht aan de thema’s fraude en integriteit, en treedt daarover waar nodig tijdig met ons in contact.

•

Met de (afstemming vooraf van de) werkafspraken en lijst van op te leveren stukken proberen we met elkaar te borgen dat het opstel- en controledossier zo accuraat en compleet mogelijk is, zodat het controleproces op een zo efficiënt mogelijke wijze kan plaatsvinden. Vragen over de opgeleverde stukken en naar aanleiding van de controle zijn uiteraard nooit volledig te voorkomen. Het is dan belangrijk dat de organisatie onze vragen zo snel en goed mogelijk beantwoord, inclusief het opleveren van eventueel benodigde (aanvullende) onderbouwingen. Wij verwachten normaliter binnen 48 uur een toereikend antwoord. In de praktijk blijkt de beantwoording in veel gevallen (veel) langer te duren, en is de beantwoording ook nog te vaak onjuist en/of onvolledig. Het is belangrijk organisatiebreed meer aandacht te hebben voor het ‘vraag-en-antwoord spel’ in het jaarrekeningproces, en ook een centrale kwaliteitscontrole implementeert op de toereikende beantwoording (inclusief onderbouwing) van onze vragen door de organisatie. Medio 2026 gaan wij in overleg met de organisatie het controleproces evalueren, en bezien welke aanpassingen in de werkafspraken, op te leveren stukken lijst en onze vraagstelling mogelijk/nodig zijn om een bijdrage te leveren aan de opvolging van deze aandachtspunten.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/7

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Aandachtspunten

•

Bij de jaarrekeningcontrole hebben wij vooral bijzonderheden geconstateerd bij en vragen gesteld over de kortlopende vorderingen en schulden (inclusief transitorische posten). Wij constateren dat bij deze posten gedurende het jaar en bij de jaarafsluiting veel correcties zijn doorgevoerd. De correcties lijken enerzijds te maken te hebben met de implementatie van ERPx. Zo kent ERPx geen debet en credit boekingen, maar positieve (debet) en negatieve (credit) bedragen, waardoor in meerdere gevallen abusievelijk bedragen verkeerd (om) zijn geboekt. Anderzijds hebben de correcties te maken met onnauwkeurigheden in het boekingsproces (zo zijn bepaalde correcties verkeerd geboekt, waardoor de organisatie die correcties ook weer moest corrigeren). Voorgaande zaken hebben er ook toe geleid dat specificaties van deze posten ‘vervuild’ zijn met allerlei correcties, waardoor het lastig bleek te zijn de juiste en op de jaarrekening aansluitende specificaties op te leveren. Wij vragen in dit kader aandacht voor een initieel juiste boekingsgang (‘first time right’). Positief om te vermelden is dat uit onze controlewerkzaamheden voor de betreffende posten uiteindelijk geen noemenswaardige bijzonderheden zijn gebleken.

Vanwege deze observaties adviseren wij in de organisatie meer aandacht te vragen voor een juiste boekingsgang en een stringente(re) kwaliteitscontrole daarop te implementeren, zodat een juiste boekingsgang is geborgd en zo min mogelijk correcties benodigd zijn.

Financiële positie

Realiteitsgehalte begroting

•

Het opstel- en controleproces van de SiSa-bijlage is over het algemeen goed verlopen. Op twee punten zien wij mogelijkheden om dit proces verder te verbeteren. Enerzijds duurt ook voor de SiSabijlage de beantwoording van vragen vaak (te) lang; de beantwoording van vragen duurt soms meer dan een week (of langer). Anderzijds is het dossier per SiSa-regeling soms te compleet, waarmee we bedoelen dat hierin veel voor onze controle overbodige informatie is opgenomen. De bestandsgrootte van de digitale dossiers is hierdoor te omvangrijk, en het zorgt ook voor onnodig zoekwerk naar de juiste documenten en aansluitingen. Het opstel- en controleproces van de SiSa-bijlage gaan wij separaat van de jaarrekening evalueren, om met elkaar te bepalen welke verbeteringen hierin mogelijk zijn.

•

De relatieve omvang van het eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal is - ondanks een toename van het eigen vermogen in 2025 met € 28 miljoen - fors afgenomen ten opzichte van 2024: het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 circa 37% en ultimo 2024 circa 44% van het balanstotaal. De verklaring hiervoor is hoofdzakelijk dat vanwege de verwerving van de deelneming BIC (waarop wij later in de rapportage meer gedetailleerd ingaan) externe financiering is aangetrokken, waardoor de vaste schulden in 2025 met € 164 miljoen zijn toegenomen. Het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal is hierdoor naar verhouding fors gedaald.

•

De beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2025 bedraagt € 190 miljoen (2024: € 168 miljoen). Deze weerstandscapaciteit ligt daarmee ruim boven de door gemeente Eindhoven onderkende risico’s van € 117 miljoen (2024: € 113 miljoen). Door de toename van de weerstandscapaciteit en de vrijwel gelijk gebleven risico’s is de weerstandsratio (= weerstandscapaciteit/risico’s) ten opzichte van 2024 licht verbeterd: de weerstandsratio is toegenomen van 1,5 ultimo 2024 naar 1,6 ultimo 2025, en als ruim voldoende te kwalificeren.

•

Uit de jaarrekening blijkt een verschil tussen de begrote en werkelijke baten en lasten, wat resulteert in een voordelig rekeningresultaat 2025 van € 36,1 miljoen (2024: voordelig € 20,6 miljoen).

•

Het voordelig totaal saldo van baten en lasten (rekeningsaldo vóór mutaties in reserves) over 2025 bedraagt € 27,9 miljoen (2024: voordelig € 46,7 miljoen). Wel constateren wij dat ten opzichte van het begroot nadelig totaal saldo van € 49,7 miljoen sprake is van een in absolute zin forse afwijking van € 77,6 miljoen. Genoemd verschil is te verklaren door de in absolute zin forse afwijking van de lasten (exclusief mutaties in reserves): begroot (na wijziging) bedroegen de lasten € 1.424,3 miljoen ten opzichte van een realisatie van € 1.341,1 miljoen. De relatieve afwijking is wel fors lager ten opzichte van 2024: de afwijking vorig jaar bedroeg 12% en bedraagt over 2025 circa 6%. De begrote baten van € 1.374,6 miljoen sluiten goed aan op de realisatie van € 1.369,0 miljoen (afgerond verschil: 0% ten opzichte van vorig jaar 6%).

•

Uit bovenstaande beknopte analyse is voorzichtig af te leiden dat het realiteitsgehalte van de begroting is verbeterd, maar tegelijk nog verdere verbeteringen mogelijk lijken te zijn in de raming van de lasten. De afwijking in de lasten lijkt te zijn veroorzaakt door een combinatie van een hoog ambitieniveau dat niet altijd binnen het geplande tijdsbestek is te realiseren, en het te voorzichtig ramen en tussentijds bijstellen van de lasten (‘angst’ om budget vrij te geven, en mogelijk later het budget te overschrijden of extra budget te moeten vragen).

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/8

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Realiteitsgehalte begroting (vervolg)

•

Een goede oorzaakanalyse van het verschil tussen het verwachte en werkelijke resultaat moet antwoord geven op de vraag waardoor de afwijkingen zijn ontstaan én waarom deze afwijkingen niet eerder waren te voorzien. De uitkomsten uit deze analyse dragen bij aan het verder ontwikkelen van het realiteitsgehalte (‘voorspelbaarheid’) van de begroting en tussentijdse informatievoorziening. Die analyse is sowieso complex, maar is voor uw gemeente extra gecompliceerd door de diverse verrekeningen die jaarlijks plaatsvinden met reserves. Eindhoven kent namelijk relatief veel reserves met een egalisatie- of systeemfunctie, waarbij de gemeente de werkelijke lasten of saldi van lasten en baten met reserves verrekent. Dergelijke ‘binnenslijnse’ verrekeningen bemoeilijken het inzicht in en de beheersing van lasten en baten, omdat de feitelijke voor- en nadelen na verrekening met de reserves niet meer expliciet zichtbaar zijn. Het aantal en de saldi van die reserves roepen in combinatie met de beschreven problematiek de vraag op of de gemeente niet te veel geld vastzet (‘oppot’) voor het dekken van toekomstige lasten of exploitatieresultaten. De betreffende middelen kan de gemeente vanwege het geoormerkte karakter namelijk niet inzetten voor nieuwe ambities.

Ook is het voor de gemeenteraad - mede door de afwijkingen tussen de begrote en werkelijke lasten en saldi - lastig om meerjarig de voortgang en de resultaten van de aan die reserves ten grondslag liggende meerjarige bestedingsplannen te volgen, en te bepalen in hoeverre alle gevormde reserves nog steeds strikt noodzakelijk zijn. In het accountantsverslag 2024 hebben wij daarom geadviseerd de noodzaak te bezien van de verrekening van bepaalde exploitatieresultaten met hiervoor gevormde bestemmingsreserves. Ondanks eerder ondernomen acties constateren wij dat deze verrekeningen nog veelvuldig voorkomen, en daarom adviseren wij hierop verdere actie te ondernemen. Dit onderwerp staat al geagendeerd om medio 2026 te bespreken met de auditcommissie. Wel hebben wij vastgesteld dat de verrekeningen en mutaties in reserves hebben plaatsgevonden in overeenstemming met (raads)besluiten en daarmee getrouw en rechtmatig zijn.

Kwaliteit verslaggeving

•

Wij hebben de jaarstukken integraal gelezen en vastgesteld dat deze voldoen aan de vereisten uit het BBV. Bij het lezen van de jaarstukken hebben wij - naast de verenigbaarheid van jaarverslag en jaarrekening - vanuit het belang en begrip van de gemeenteraad als belangrijk(st)e gebruiker ervan vooral gelet op de toereikendheid, toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de toelichtingen en analyses. Onze belangrijkste observatie is nog steeds dat de afwijkingen ten opzichte van de begroting en tussentijdse informatievoorziening cijfermatig veelal toereikend zijn verklaard, maar in diverse gevallen een inhoudelijke oorzaakanalyse ontbreekt die antwoord geeft op de vragen waardoor de afwijking is ontstaan en waarom de afwijking al dan niet eerder was te voorzien. Wij vragen daarom opnieuw uw blijvende aandacht voor deze oorzaakanalyses, omdat wij van mening zijn dat deze analyses waardevolle inzichten opleveren die bijdragen aan het verder ontwikkelen van de kwaliteit en transparantie van de jaarstukken, maar ook aan het verbeteren van de voorspellende waarde van de begroting en tussentijdse informatievoorziening.

•

Bij de beantwoording van onze vragen over de toelichtingen en analyses valt ons al enkele jaren op dat in de respons van de organisatie vaak betere en meer begrijpelijke toelichtingen en analyses zijn overlegd, die deels zijn verwerkt in de definitieve jaarstukken. Bovendien blijkt dat bij de interne kwaliteitsreview door de afdeling Concernfinanciën deels dezelfde en vergelijkbare vragen aan de vakafdelingen zijn gesteld. Ons is verteld dat de vakafdelingen ervoor hebben gekozen een groot deel van de beantwoording niet te verwerken in kwalitatief betere toelichtingen en analyses in de jaarrekening. Wij vinden dit een gemiste kans, en adviseren het college heldere richtlijnen vast te stellen over de opvolging van de observaties vanuit de interne kwaliteitsreview. Naar onze mening kunt u hiermee de toelichtingen en analyses in de jaarrekening 2026 op een vrij eenvoudige wijze een kwaliteitsimpuls geven.

•

Het college heeft eerder de keus gemaakt om naar aanleiding van de 2e turap geen begrotingswijziging te maken, en daarmee de begroting en realisatie ‘kunstmatig’ bij elkaar te brengen. In de turap volstaat het college met de aard, omvang en de oorzaken van de afwijkingen en de resultaatverwachting. Het gevolg hiervan is dat een (groot) deel van de cijfermatige afwijkingen tussen begroting en realisatie tekstueel is gemeld in de turap, maar niet cijfermatig in de begroting na wijziging tot uitdrukking komt. In de jaarstukken zijn de toelichtingen en analyses primair gericht op de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de realisatie. In die gevallen waarbij (een groot deel van) de afwijking bij de 2e turap is gesignaleerd en gerapporteerd, is het belangrijk in de analyses te vermelden welk deel van de afwijking bij de 2e turap is gesignaleerd en gerapporteerd, en wat de oorzaak is van een eventueel hogere/lagere afwijking dan bij de turap was verwacht. Deze toelichtingen ontbreken vooralsnog (alleen bij de analyse van het resultaat in het financieel beeld is een dergelijke analyse op hoofdlijnen opgenomen). Wij geven u in overweging om bijvoorbeeld na de 2e turap een laatste begrotingswijziging voor het betreffende boekjaar te maken, zodat de tussentijds gesignaleerde afwijkingen ook cijfermatig in de begroting na wijziging tot uitdrukking komen.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/9

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Accountantsverslag 2025

2605B956CD/RM/10

//10

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Interne beheersing en ITomgeving

Jeugd en Wmo

•

Memoriaalboekingen zijn (correctie)boekingen die niet via de reguliere boekingsgang plaatsvinden. Deze boekingen zijn hierdoor in opzet meer risicovol en daarom besteden wij bij onze controle extra aandacht aan deze boekingen. Om de controle zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren, en toe te spitsen op het specifieke risico en karakter van memoriaalboekingen, hebben wij onder andere gebruikgemaakt van een data-analyse tool. Uit onze werkzaamheden zijn geen onjuistheden, onrechtmatigheden of anderszins bijzonderheden gebleken.

•

Bij de interim-controle 2025 hebben wij een aantal aandachtspunten geïdentificeerd voor de financiële verslaggeving. Onze belangrijkste bevindingen zijn via de managementletter 2025 met u gedeeld en besproken. In het voorliggende accountantsverslag vindt u onze bevindingen naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole. Op basis van onze werkzaamheden concluderen wij samengevat dat uw interne beheersing als basis voor de financiële beheersing en verantwoording - bezien vanuit de opdracht en materialiteit voor de jaarrekeningcontrole - van een goed niveau is.

•

Als onderdeel van de jaarrekeningcontrole 2025 hebben wij een IT-audit uitgevoerd. Over de voorlopige uitkomsten daarvan hebben wij gerapporteerd in de managementletter 2025. Kortheidshalve verwijzen wij hiernaar. Op basis van de uitkomsten van de IT-audit en de gesprekken die wij in dat kader met de betrokken medewerkers hebben gevoerd, concluderen wij dat in 2025 - mede door de implementatie van ERPx - weinig vooruitgang is geboekt met de opvolging van onze eerdere bevindingen en aanbevelingen. Bij de interim-controle 2026 gaan wij de actuele status hiervan na.

•

De controle van de kosten Jeugd en Wmo is voorspoedig verlopen en opnieuw is voor het grootste deel van de zorguitgaven tijdig een productieverantwoording ontvangen. Op basis van de beoordeling van deze productieverantwoordingen heeft de gemeente beoordeeld en geconcludeerd dat de uitgaven getrouw zijn verantwoord en op een rechtmatige wijze tot stand zijn gekomen, met uitzondering van bestedingen Jeugd en Wmo waarvoor nog geen productieverantwoording of een productieverantwoording met een afwijkend bedrag aan bestedingen is ontvangen: - Van een deel van de zorginstellingen is op dit moment nog geen productieverantwoording ontvangen, waardoor nog geen zekerheid bestaat over bestedingen van € 5,3 miljoen voor Jeugd en slechts € 34.000 voor Wmo (2024: € 3,0 miljoen voor Jeugd en € 0,4 miljoen voor Wmo). De hogere onzekerheid voor Jeugd is vooral te verklaren door een zorginstelling die door de implementatie van een nieuw financieel pakket vertraging heeft opgelopen in het opstel- en controleproces van de productieverantwoording. De terugkerende uitdaging om tijdig alle productieverantwoordingen te ontvangen en inhoudelijk te beoordelen, heeft ook een relatie met de kwetsbaarheid van de gemeente op dit terrein doordat sprake is van een groot aantal zorgaanbieders, wat een tijdige afronding bemoeilijkt.

Ook is Eindhoven in dit kader nog in hoge mate afhankelijk van de productieverantwoordingen. Mogelijk komt hierin verandering na de aanbesteding van de zorg in 2027, als de gemeente besluiten om overeenkomsten te sluiten met een (veel) kleiner aantal aanbieders. Daarbij adviseren wij dan ook te zien hoe uw gemeente haar zekerheid kan verkrijgen over de getrouw- en rechtmatigheid van de bestedingen op een wijze waarbij u minder of niet meer afhankelijk bent van de (tijdige ontvangst van de) productieverantwoordingen. - Uit de ontvangen productieverantwoordingen blijken bestedingen die voor Jeugd en Wmo samen circa € 4,0 miljoen lager zijn dan de bestedingen die de gemeente op basis van de eerder beschikbare informatie in de jaarrekening heeft verwerkt. Vanwege de omvang van het bedrag is hiervoor geen correctie doorgevoerd in de jaarrekening. De bestedingen Jeugd en Wmo zijn hierdoor € 4,0 miljoen te hoog verantwoord. De onzekerheid en fout voor Jeugd en Wmo (samen € 9,3 miljoen) hebben wij opgenomen in onze foutenevaluatie (zie Bijlage A) maar heeft geen invloed op de strekking van ons oordeel.

•

Een positieve ontwikkeling is dat de gemeente de in onze managementletter genoemde veelheid aan plannen heeft geconsolideerd. De vaststelling van de Koers (2)040 en het Transformatieprogramma Sociaal, ondersteund door het Transformatiefonds, bundelt ambities en creëert een overzichtelijk, programmatisch kader voor nodig geachte veranderingen; een belangrijke stap naar betere beheersing en sturing. Ondanks de beleidsmatige voortgang staat het sociaal domein financieel onverminderd onder druk, wat heeft geresulteerd in nadelige exploitatieresultaten voor Jeugd (nadeel € 3,0 miljoen) en Wmo (nadeel € 0,7 miljoen). De gemeente blijft inspanningen leveren om kosten te beheersen, maar de volumegroei en toenemende zorgzwaarte, versterkt door het ‘openeinde’ karakter van veel regelingen, maken dit een zeer complexe opgave. De genoemde resultaten maskeren bovendien enkele forse en structurele tekorten in het sociaal domein (specifiek Jeugd en Wmo), die een meer duurzaam karakter lijken te hebben. Zo laten de uitgaven voor Jeugd een onderliggend nadeel zien van € 14,8 miljoen, dat in dit jaar grotendeels is gecompenseerd door een incidentele nabetaling van het Rijk. Zonder die eenmalige bate was het resultaat aanzienlijk negatiever geweest. Voor een nadere duiding hiervan wij naar het onderdeel Jeugd en Wmo.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/11

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Jeugd en Wmo (vervolg)

Aankoop deelneming Brainport Industries Campus (BIC)

Omslagrente

•

De druk op Jeugd en Wmo is een landelijk fenomeen, gedreven door demografische ontwikkelingen, een groeiende zorgvraag en de onzekere Rijksfinanciering op de lange termijn. In lijn met onze managementletter signaleren wij een significant risico in de meerjarenbegroting. Voor de jaren vanaf 2027 is een aanzienlijke afname van de uitgaven ingeboekt (voor Jeugd bijvoorbeeld een besparing van ruim 10%). Deze besparing is destijds rekenkundig bepaald om de budgetten aan te sluiten op de verwachte lagere rijksmiddelen, maar is nog onvoldoende onderbouwd met concrete, doorberekende maatregelen vanuit het nieuwe Transformatieprogramma. Gezien de korte tijdspanne tot 2027 en het feit dat de financiële effecten van de transformatie nog onzeker zijn, is het de vraag in hoeverre het realistisch is deze ombuigingen volledig te realiseren. Dit vormt een risico voor de structurele houdbaarheid van de begroting voor het sociaal domein.

•

De financiële gezondheid van het sociaal domein op de middellange termijn is sterk afhankelijk van het succes van het ingezette Transformatieprogramma. Vanwege de geïdentificeerde risico’s adviseren wij het college de financiële en maatschappelijke impact van de maatregelen uit het Transformatieprogramma nauwgezet te monitoren, een fundamenteel onderzoek te starten naar de reikwijdte van het zorgbeleid, en bij de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding voor zorgaanbieders (vanaf 2027) de impact van inkoopkeuzes op de financiële risico’s én de interne beheersing nadrukkelijk mee te wegen. In het hoofdstuk Jeugd en Wmo gaan wij meer gedetailleerd in op de bovenstaande observaties en de genoemde aanbevelingen voor Jeugd en Wmo.

•

In 2025 heeft uw gemeente de aandelen BIC aangekocht, die een waarde vertegenwoordigt van circa € 218 miljoen en als deelneming verwerkt onder de financiële vaste activa. Gezien de omvang en het strategisch belang van deze transactie, hebben wij deze als een kernpunt in onze controle opgenomen. Wij hebben vastgesteld dat de gemeente een zorgvuldig en professioneel aankoopproces heeft doorlopen. Zo is de aankoopprijs deugdelijk onderbouwd door een taxatie van een onafhankelijke, deskundige partij. Tevens is de transactie onderworpen aan een grondige externe juridische, fiscale, technische en financiële toetsing (‘due dilligence’), waarmee contractuele aspecten, aansprakelijkheden, eigendomsoverdracht, technische aspecten, et cetera zijn zeker gesteld.

•

Voor de aankoop van BIC en het beperken van risico’s door ‘onvoorziene gebreken’ heeft de gemeente een zogenaamde ‘Warranty & Indemnity Insurance’ afgesloten, een gespecialiseerde verzekering bij bedrijfsovernames die onder voorwaarden financiële risico’s dekt. Dit is het belangrijkste risicobeperkende mechanisme in de koopovereenkomst. Op dit moment hebben zich nog geen mogelijke gebreken of concrete risico’s gemanifesteerd. Het is belangrijk te blijven volgen of sprake is van mogelijke gebreken, zodat indien nodig tijdig onderzoek kan plaatsvinden wat het potentiële risico is, of dat risico wel of niet onder deze verzekering valt, en wat de mogelijke (financiële) gevolgen zijn als sprake is van resterende, ongedekte risico’s.

•

De prijs die de gemeente voor de verwerving van BIC heeft betaald, ligt beperkt beneden de getaxeerde waarde. Hieruit leiden wij af dat een marktconforme prijs is betaald. In combinatie met de operationele winst die BIC in haar concept jaarcijfers over 2025 rapporteert, is de waardering van de deelneming ultimo 2025 tegen verkrijgingsprijs adequaat. Gezien de waarde van de deelneming is het belangrijk de (financiële) ontwikkeling bij BIC nauwgezet te blijven volgen, en minimaal jaarlijks de waardering te toetsen op mogelijke indicatoren voor een duurzame waardevermindering.

Onder andere voor de aankoop van BIC en gronden/panden voor Fellenoord heeft de gemeente € 161 miljoen geleend. De gemeenteraad heeft besloten de rentelasten van deze leningen niet apart aan deze specifieke, majeure projecten toe te rekenen, maar mee te nemen in de algemene 'omslagrente’ (een gemiddelde rente die de gemeente aan al haar investeringen doorberekent). Door de rente van de nieuwe leningen aan de ‘totaalpot’ rentelasten toe te voegen, stijgt het gemiddelde percentage van de omslagrente voor de hele gemeente. Deze keuze heeft twee belangrijke gevolgen: • De financieringslast van onder andere BIC en Fellenoord wordt 'verdund’: De aankoop van BIC en Fellenoord zelf wordt niet belast met de volledige rentekosten van de hiervoor aangetrokken leningen, maar met de lagere, gemiddelde omslagrente. Hierdoor lijken de rentelasten van BIC lager dan ze in werkelijkheid zijn. • Andere investeringen 'subsidiëren’ de aankopen van BIC en Fellenoord: Alle andere gemeentelijke bezittingen en projecten (zoals scholen, wegen of een sporthal) worden juist geconfronteerd met een hogere omslagrente. Hun jaarlasten stijgen, omdat zij in feite meebetalen aan de financiering van de aankoop van BIC. In de praktijk kan dit de financiële afweging voor toekomstige investeringen beïnvloeden.

Een nieuw zwembad of een andere voorziening lijkt hierdoor namelijk op papier duurder, deels omdat het een stukje van de rentelasten van andere aankopen/investeringen draagt. Voor het boekjaar 2025 is het effect van een hogere renteomslag voorkomen, doordat ervoor is gekozen de rente die Eindhoven toerekent aan haar reserves zo ver te verlagen, totdat de werkelijke omslagrente ongewijzigd kon blijven (het verschil tussen de op basis van het BBV maximaal toe te rekenen en de werkelijk toegerekende rente was hierdoor kleiner dan 25%, waardoor het BBV geen aanpassing van de omslagrente vereist). Het effect van deze keuze is dat de gemeente in 2025 minder rente heeft toegevoegd aan haar reserves, en dus minder heeft gespaard voor toekomstige andere uitgaven. Ook deze verwerking van de rente op de leningen heeft de gemeente dus geld gekost. Wij geven daarom in overweging bij toekomstige vergelijkbare transacties te kiezen voor projectfinanciering, zodat de rentelasten terechtkomen bij de investering(en) waardoor de financiering is aangetrokken.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/12

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Toenemend gebruik van deelnemingen voor realisatie maatschappelijke doelen

Knoop XL en Fellenoord

•

Wij constateren dat de gemeente Eindhoven in toenemende mate afzonderlijke vennootschappen opricht, en daarin strategische activiteiten/investeringen onderbrengt om van daaruit bepaalde maatschappelijke doelen te realiseren. Recente voorbeelden hiervan zijn de oprichting van Fellenoord B.V., de voorbereidingen voor het gemeentelijk warmtebedrijf, en de aankoop van BIC. De beweegredenen voor de keuze van het oprichten van nieuwe of aankopen van deelnemingen (veelal in een vennootschapsstructuur) zijn per geval verschillend en kennen valide argumenten: - Fellenoord B.V.: De structuur is primair ingegeven door de wens om risico’s te delen met de provincie Noord-Brabant. - Warmtebedrijf: De oprichting van een aparte entiteit vloeit voort uit een wettelijke verplichting. - Brainport Industries Campus: Dit betreft de aankoop van een bestaande vennootschapsstructuur, met als doel dat de gemeente zicht en grip houdt op wat er met en op deze campus gebeurt.

•

Ondanks de uiteenlopende redenen is de gemeenschappelijke noemer ervan dat de gemeente een steeds actievere rol als aandeelhouder op zich neemt, waarbij zij deelnemingen bewust inzet als instrument om bredere, maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Deze ontwikkeling creëert een hybride rol die een zorgvuldige balans vereist tussen het borgen van het publieke belang (de gemeente als ‘hoeder’ van het publiek belang) enerzijds en een zakelijke bedrijfsvoering (de gemeente als aandeelhouder die de waarde van haar bezit wenst te behouden) anderzijds. De dubbelrol kan een spanningsveld creëren omdat die belangen tegenstijdig kunnen zijn, en vereist daarom een continue, bewuste afweging.

•

Een risico dat wij in dit kader op de lange termijn zien, is de uitholling van de commerciële waarde van de deelnemingen door het nastreven van maatschappelijke doelstellingen. Als fictief voorbeeld: de gemeente verleent een huurkorting bij BIC om start-ups of onderwijsinstellingen te ondersteunen. Hoewel dit vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijk kan zijn, leidt een dergelijke ingreep tot lagere inkomende kasstromen bij BIC en kan dit de waarde van de onderneming reduceren (met een mogelijke afwaardering van het aandelenbelang tot gevolg). Ook roept dit de vraag op welke mate van handelingsvrijheid de directies van de vennootschappen behoren te hebben ten opzichte van de door de gemeente nagestreefde maatschappelijke doelen, en of in het voorbeeld een huurkorting het geëigende instrument is of dat een subsidie van de gemeente aan de start-ups of onderwijsinstellingen passender is.

•

Gezien de complexiteit van de dubbelrol, de inherente financiële risico’s en toenemende grote investeringen in/via vennootschappen, adviseren wij hierover heldere, kaderstellende afspraken te maken met de gemeenteraad. Het is essentieel een duidelijke strategie te formuleren voor de wijze waarop de gemeente haar rol als actieve aandeelhouder invult, en op welke wijze de raad invloed kan blijven uitoefenen om haar maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Belangrijk is daarin de grenzen tussen commercieel en maatschappelijk rendement expliciet vast te leggen.

De ontwikkeling van Knoop XL en Fellenoord is één van de grote opgaven uit de Brainportdeal en het project Beethoven. In onze voorgaande rapportages (zoals de managementletter 2025) hebben wij hierover gerapporteerd; kortheidshalve verwijzen wij hiernaar. Deze opgave is van strategisch belang voor de verdere ontwikkeling en groei van de stad, complex door het binnenstedelijke karakter ervan, en is van financieel belang vanwege de omvang van de budgetten en de veelheid aan geldstromen (waaronder rijksbijdragen). Wij hebben daarom periodiek overleg met de betrokken medewerkers over de voortgang, beheersing en verantwoording van Knoop XL en Fellenoord. Op basis van de door ons gevoerde gesprekken, benoemen wij de volgende relevante ontwikkelingen en aandachtspunten: •

Er is sprake van een veelheid aan in- en externe geldstromen, zoals omvangrijke rijksbijdragen. Vanwege de inherente complexiteit ervan, is het belangrijk de geraamde en werkelijke geldstromen periodiek in kaart te blijven brengen, zodat duidelijk is wie welke bijdrage levert, waarvoor bijdragen zijn bedoeld, welke eisen zijn gesteld aan de besteding en verantwoording, etc.

•

In dit kader is het ook van essentieel belang om besproken zaken en mondelinge afspraken met onder andere het Rijk ‘op papier te krijgen’. Dat zorgt ook voor duidelijkheid over de wijze waarop het Rijk omgaat met mogelijke indexeringen van toegezegde bijdragen. Hierin schuilt namelijk een groot financieel risico aangezien het wel of niet indexeren van de bijdragen - door de omvang en de tijd tussen toekenning en inzet/realisatie ervan - grote impact heeft op de uiteindelijk beschikbare middelen. Het (deels) niet indexeren van bijdragen heeft grote nadelige gevolgen voor de beschikbare budgetten, en kan daarmee leiden tot heroverweging en mogelijk aanpassing van eerdere keuzes over de inhoud en het kwaliteitsniveau van de plannen.

•

De gebiedsontwikkeling Fellenoord (noordzijde station) vindt plaats in de met de provincie Noord-Brabant opgerichte entiteit Fellenoord B.V., waarin gemeente en provincie ieder 50% aandeelhouder zijn (OV Knoop Eindhoven en ontwikkeling zuidzijde station vallen hier buiten). De gemeente en provincie moeten eerder gemaakte afspraken over taken, rollen, verantwoordelijkheden, (tussentijdse) informatievoorziening, etc. verder uitwerken, optimaliseren en (opnieuw) formaliseren omdat uit voortschrijdend inzicht is gebleken dat bepaalde (administratieve) zaken anders (moeten) lopen dan voorafgaand aan de oprichting is bedacht. Vanwege het eerder genoemde belang van Knoop XL en Fellenoord is het van belang hierin op korte termijn zoveel mogelijk te voorzien.

•

Ten slotte is het belangrijk om de gemeenteraad periodiek te blijven informeren over de inhoudelijke en financiële voortgang en risico’s van Knoop XL en Fellenoord. Wij adviseren een structuur op te zetten die hierin voorziet en daarmee invulling geeft aan de behoeften van de gemeenteraad.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/13

Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Grondexploitatie

Frauderisicoanalyse

•

Het management heeft als onderdeel van het MPG 2026 de grondexploitaties en daaraan ten grondslag liggende schattingen geactualiseerd. Bij de controle van de waardering van de grondexploitatie hebben wij dat proces, de dossiervorming en de onderbouwingen beoordeeld en kritisch ‘gechallenged’. In dit kader hebben wij onder andere de realisatie in en de geactualiseerde schattingen ultimo 2025 geanalyseerd en geëvalueerd ten opzichte van de schattingen in het MPG 2025 en de jaarrekening 2024 (‘backtesting’). Op basis van de uitkomsten van onze werkzaamheden zijn wij van mening dat de waardering van de grondexploitatie ultimo 2025 een getrouw beeld geeft.

•

Het activiteitenniveau in de grondexploitatie is de afgelopen jaren toegenomen, en heeft in 2025 een verdere vlucht genomen door de omvangrijke projecten BIC Noord en Stadshart Woensel. De omvang van de geraamde lasten en baten is hierdoor logischerwijs ook sterk toegenomen: van € 277 miljoen lasten en € 355 miljoen baten ultimo 2024 tot € 461 miljoen lasten en € 579 miljoen baten ultimo 2025. Door deze ontwikkelingen is het van essentieel belang te blijven voorzien in een adequate schatting en onderbouwing van de prognose van lasten en baten, en de bij de actualisatie van de grondexploitaties gehanteerde parameters. In dat kader adviseren wij de gemeente de nog te bepalen parameters voor het MPG 2027 jaarlijks extern te laten verifiëren, als extra waarborg dat sprake is van betrouwbare en marktconforme uitgangspunten.

•

Het college heeft in 2025 besloten om de rijksbijdrage van € 2 miljoen uit de woningbouwimpuls (WBI) voor het project VDMA in te zetten voor de verlaging van de grondprijs die de ontwikkelaar aan de gemeente moet betalen. Dit is ook als zodanig in de overeenkomst met de ontwikkelaar afgesproken. Aangezien de WBI in de grondexploitatie was ingerekend als reguliere dekking/opbrengst, leidt de grondprijsverlaging tot een afname van het verwachte resultaat voor VDMA met eveneens € 2 miljoen. Het is een wijziging met een budgettaire impact groter dan € 1 miljoen, en dus was op basis van de financiële verordening een raadsbesluit nodig. In de overeenkomst was geen voorbehoud voor dit raadsbesluit opgenomen, waardoor de gemeenteraad feitelijk niet anders kon dan instemmen met het voorstel. Uit het raadsvoorstel blijken die feiten niet. Wij adviseren in voorkomende gevallen alle feiten juist en volledig te beschrijven, zodat de gemeenteraad weet waarover ze besluit en wat de mogelijke gevolgen zijn van een eventueel afwijkend besluit (in dit geval had een afwijkend besluit kunnen resulteren in een juridische procedure met de ontwikkelaar over de overeenkomst).

•

Wij hebben - vanuit het perspectief van en met inachtneming van de materialiteit voor de jaarrekeningcontrole - kennisgenomen van de geactualiseerde, gemeentebrede frauderisicoanalyse. Op basis hiervan concluderen wij dat sprake is van een gedegen proces en analyse, die een toereikende basis vormen voor (het in kaart brengen van) de frauderisico’s en het treffen van toereikende interne beheersmaatregelen om deze risico’s te mitigeren dan wel te beheersen. Ook hebben wij als onderdeel van onze werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole ook vastgesteld dat binnen uw organisatie waar nodig op een adequate wijze opvolging is gegeven aan de ontvangen integriteitsmeldingen.

•

Tijdens onze controle over 2025 hebben wij één melding van een fraudegeval van uw organisatie ontvangen. Kortheidshalve verwijzen wij naar Fraude, integriteit, en naleving wet- en regelgeving. Bij de door ons uitgevoerde controlewerkzaamheden hebben wij geen (signalen voor mogelijke) andere fraudegevallen geconstateerd.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/14

Bevindingen jaarrekening

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Accountantsverslag 2025

2605B956CD/RM/15

De financiële positie van de gemeente Gerealiseerd totaal saldo baten en lasten (x € 1 miljoen)

Gerealiseerd resultaat 2025

Analyse op hoofdlijnen

Het BBV kent een expliciet onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming.

Het overzicht van baten en lasten over het boekjaar 2025 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 27,9 miljoen zien, ten opzichte van een begroot nadelig saldo van € 49,7 miljoen (begroting na wijziging). De jaarrekening 2025 sluit - na verwerking van de mutaties in reserves - met een voordelig gerealiseerd resultaat van € 36,1 miljoen, ten opzichte van een begroot voordelig saldo van € 5,6 miljoen (begroting na wijziging).

Het feitelijke saldo van baten en lasten is weergegeven als het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent het BBV een gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemming, wat bestaat uit de onttrekkingen aan en stortingen in reserves gedurende het jaar. De mutaties in reserves vinden plaats op basis van raadsbesluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de eerdere politieke besluitvorming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten over 2025 bedraagt € 27,9 miljoen voordelig. Per saldo is tussentijds € 8,2 miljoen aan reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde voordelige resultaat over 2025 circa € 36,1 miljoen bedraagt. Dit resultaat is in overeenstemming met het BBV afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans.

In de programmaverantwoording geeft het college per programma op hoofdlijnen een verklaring voor de gerealiseerde afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging. In de rechtmatigheidsparagraaf in de jaarrekening heeft het college de rechtmatigheid van begrotingsafwijkingen nader toegelicht. Verderop in dit accountantsverslag gaan wij hierop in. Op basis van de realisatie in 2025 ten opzichte van 2024 - zoals hiernaast is weergegeven - concluderen wij dat: •

In absolute zin sprake is van een groot voordelig totaal saldo van baten en lasten van € 27,9 miljoen (2024: voordelig € 46,7 miljoen), dat wel fors lager is dan over 2024.

Wat het voorgaande concreet betekent voor uw gemeente hebben wij in het overzicht hieronder weergegeven.

•

Per saldo sprake is van een onttrekking aan de reserves van € 8,2 miljoen (2024: dotatie € 26,1 miljoen).

Exploitatieresultaat (x € 1 miljoen)

•

Het gerealiseerd resultaat - door een lager totaal saldo van baten en lasten, en per saldo een beperkte onttrekking in plaats van forse dotatie aan reserves - is toegenomen van € 20,6 miljoen naar € 36,1 miljoen.

Totale baten

1.369,0

Totale lasten

-/- 1.341,1

Gerealiseerd totaal saldo baten en lasten Af: stortingen in reserves Bij: onttrekkingen aan reserves

27,9 -/- 166,1 174,3

Saldo mutaties reserves

8,2

Gerealiseerd resultaat

36,1

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Samengevat zien wij een aantal verbeteringen (zoals baten die in lijn liggen met de begroting en een lager totaal saldo van baten en lasten), maar zien wij ook mogelijkheden om de voorspellende waarde van de begroting en tussentijdse informatie verder te ontwikkelen (vooral wat betreft de raming en realisatie van de lasten). Wij vragen dan ook uw blijvende aandacht voor het monitoren van en rapporteren over de realisatie ten opzichte van de begroting, en het op basis daarvan blijvend doorontwikkelen van de voorspellende waarde c.q. het realiteitsgehalte van de begroting en tussentijdse informatievoorziening.

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

100

80 60 40 20 2022

2023

2024

2025

Saldo mutaties in reserves (x € 1 miljoen) 40 30 20 10 (10) (20) 2022

2023

2024

2025

Gerealiseerd resultaat (x € 1 miljoen) 60 50 40 30 20 10 2022

Interne beheersing

2023

2024

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2025

2605B956CD/RM/16

De financiële positie van de gemeente Totaal saldo baten en lasten | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen)

Realiteitsgehalte begroting Inleiding De jaarrekening 2025 sluit met een positief gerealiseerd resultaat van € 36,1 miljoen, wat fors hoger is dan het begroot voordelig resultaat van € 5,6 miljoen en het voordelig resultaat over 2024 van € 20,6 miljoen. Uit de hiernaast weergegeven cijfers blijkt dat het verschil ten opzichte van de begroting 2025 vooral te herleiden is naar drie afwijkingen: •

•

•

Het totaal saldo van baten en lasten is € 27,9 miljoen voordelig ten opzichte van een begroot nadelig saldo van € 49,7 miljoen (ook in 2023 en 2024 was sprake van een negatief begroot en voordelig werkelijk totaal saldo). De werkelijke lasten zijn € 1.341,1 miljoen ten opzichte van begrote lasten van € 1.424,3 miljoen (ook in 2023 en 2024 waren de werkelijke lasten fors lager dan de begrote lasten). De gemeente had verwacht in 2025 per saldo € 55,4 miljoen aan reserves te onttrekken, terwijl in werkelijkheid € 8,2 miljoen aan reserves is onttrokken (in 2023 en 2024 was ook begroot per saldo aan reserves te onttrekken, maar was in werkelijkheid per saldo zelfs sprake van een dotatie aan reserves).

Samengevat verwacht Eindhoven jaarlijks meer uit te geven dan aan dekking beschikbaar is (waardoor een nadelig totaal saldo van baten en lasten is geraamd). De gemeente verwacht daarom in de begroting jaarlijks een deel van de reserves in te zetten voor een sluitende exploitatie. De cijfers laten zien dat de geraamde lasten jaarlijks meevallen en/of te ambitieus geraamd zijn, waardoor de lasten lager uitvallen dan begroot (wat de belangrijkste verklaring is voor een werkelijk voordelig totaal saldo van baten en lasten). Mede hierdoor is ook minder inzet van reserves nodig. Wij adviseren het realiteitsgehalte van vooral de geraamde lasten kritisch te blijven monitoren, zodat u de begroting en realisatie (net als bij de baten) dichter bij elkaar kunt brengen. Hierna gaan wij meer gedetailleerd in op onze observaties en aanbevelingen daarbij.

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

50 30 10 (10) (30) (50)

Onttrekkingen reserves | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen) 200 180 160 140 120 100

Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2024 2024 2025 2025

Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2024 2024 2025 2025

Baten | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen, excl. mutaties reserves) 1.400

Dotaties reserves | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen) 200 180 160 140 120 100

1.300 1.200 1.100 1.000 Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2024 2024 2025 2025

Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2024 2024 2025 2025

Lasten | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen, excl. mutaties reserves) 1.450

Gerealiseerd resultaat | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen) 40 30 20 10 (10)

1.350 1.250 1.150 1.050 Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2024 2024 2025 2025

Bestuurlijke samenvatting

Bevindingen jaarrekening

Begroting Realisatie Begroting Realisatie Begroting Realisatie 2023 2023 2024 2024 2025 2025

Interne beheersing

Accountantsverslag Bijlagen 2025

2605B956CD/RM/17

De financiële positie van de gemeente Analyse van begrotingsafwijkingen Zoals hiervoor is vermeld, sluit de jaarrekening 2025 met een positief resultaat van € 35,6 miljoen. Dit is een voordeel van € 29,9 miljoen ten opzichte van de begroting na wijziging. Het verschil tussen het begrote saldo van baten lasten en de realisatie is nog groter: waar een negatief saldo van € 49,7 miljoen werd begroot, is een positief saldo van € 32,2 miljoen gerealiseerd. Hoewel dit op het eerste gezicht wijst op een uitzonderlijk gunstig jaar, is dit resultaat het gevolg van een complex samenspel tussen omvangrijke, vaak vertraagde projecten, incidentele meevallers en dieperliggende structurele oorzaken. Een belangrijke oorzaak voor de afwijkingen is de systematische vertraging van grote projecten. Budgetten voor 2025 zijn niet volledig besteed omdat de uitvoering is doorgeschoven naar volgende jaren. Dit is geen besparing, maar uitstel van uitgaven. Dit patroon is bijvoorbeeld zichtbaar bij: •

•

Parkeervoorzieningen: De bouw van de fietsenstalling aan de zuidzijde van het station is vertraagd door procedures bij de Raad van State, waardoor € 13,2 miljoen aan geplande lasten en € 6,5 miljoen aan baten niet zijn gerealiseerd in 2025.

Woningbouwprojecten: De subsidieregeling voor sociale woningbouw is minder benut dan verwacht, waardoor een aanzienlijk deel van het budget van € 7,8 miljoen is doorgeschoven.

De algehele onderbesteding op geraamde investeringen, waar slechts 51% van de geraamde uitgaven van € 398 miljoen is gerealiseerd, wijst op een brede trend van uitstel. Een direct gevolg hiervan is het 'papieren' effect van gekoppelde subsidies. Doordat uitgaven niet zijn gedaan, kunt u de bijdrage van het Rijk of de EU eveneens niet als bate boeken, wat leidt tot een daling aan zowel de lasten- als de batenkant. Los van deze projectverschuivingen werd het positieve resultaat gedreven door een aantal grote, eenmalige meevallers: Een fors hogere uitkering uit het gemeentefonds door aanpassingen in de landelijke verdeelsystematiek (€ 10,3 miljoen), een aanzienlijk hogere opbrengst uit het BUIG-budget voor bijstandsuitkeringen (€ 8,8 miljoen) en hogere opbrengsten gemeentelijke belastingen, vooral parkeerbelasting (€ 6,7 miljoen).

© 2026. Neem voor informatie contact op met Deloitte Nederland.

Kernboodschappen jaarrekeningcontrole

Deze voordelen maskeren echter enkele forse en structurele tekorten in het sociaal domein (specifiek Jeugd en Wmo), die een meer duurzaam karakter lijken te hebben. De uitgaven voor Jeugd laten een onderliggend nadeel zien van € 14,8 miljoen, dat in dit jaar grotendeels is gecompenseerd door een incidentele nabetaling van het Rijk. Zonder deze eenmalige bate was het resultaat aanzienlijk negatiever geweest. Voor een nadere duiding van dit verschil verwijzen wij naar het onderdeel Jeugd en Wmo. Nadere duiding van de oorzaken van projectvertragingen Een van de meest fundamentele en terugkerende oorzaken voor het uitstellen van projecten is de krapte op de arbeidsmarkt en de beperkte personele capaciteit, zowel intern als bij externe partners. Dit blijft een structurele uitdaging die op meerdere plekken de realisatiekracht van de organisatie onder druk zet. De jaarstukken illustreren dit met concrete voorbeelden, zoals aanbieders in de Wmo die niet volledig aan de toegenomen vraag kunnen voldoen door een tekort aan personeel, en het niet tijdig kunnen invullen van cruciale vacatures voor klimaatprojecten, waardoor de uitwerking van beleid stagneert. Daarnaast is de voortgang sterk beïnvloed door externe factoren en afhankelijkheden. De gemeente opereert in een complex ecosysteem en is voor de realisatie van haar ambities vaak afhankelijk van ketenpartners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17055461/1