CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4e - Cumulatienotitie milieu stationsgebied zuidoost geactualiseerd jan 2022

Raadsvergadering 24 mei 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel met twee nadere toelichtingen tot (gewijzigde) vaststelling bestemmingsplan Lichthoven kavels C en D32.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De gemeente coördineert de bouwfasering, zodat de bouwwerkzaamheden zodanig gespreid worden uitgevoerd, dat de sloop- en aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het Bouwbesluit 2012. Hiermee wordt rekening gehouden met de omliggende woningen. Verder worden afvalstoffen vervoerd naar een erkende verwerker. Een integraal BLVC team is opgericht welke op basis van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie afwegingen maakt m.b.t. de bouwlogistiek. Er is een ontwerp voor de tijdelijke inrichting met aparte routing t.b.v. bouwverkeer, waarbij het bouwverkeer via de Vestdijktunnel het gebied in- en uitrijdt en

62 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

daarmee onder andere de Fuutlaan en het drukke fietspad richting TU mijdt. Ook worden bouwplaats inrichtingen op elkaar afgestemd om de veiligheid en goed gebruik van de openbare ruimte te regelen. Daarnaast is er een integraal communicatieplan en strategie opgezet om te zorgen voor heldere en duidelijke gebiedsgerichte communicatie. Belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen met deze maatregelen worden uitgesloten. Conclusie De sloop- en aanleg veroorzaken geen belangrijke negatieve effecten voor het milieu. Hinder en overlast worden voorkomen omdat tijdens de bouw gewerkt wordt met gebruikelijke BLVC-plannen en het Bouwbesluit regels bevat ter voorkoming van overlast tijdens de bouw.

4.14

Niet-Gesprongen Explosieven

Wat is het potentiële effect? Bij de aanleg van de ruimtelijke ontwikkelingen kunnen niet gesprongen explosieven worden aangetroffen. Welke autonome ontwikkelingen spelen er rondom Niet-Gesprongen Explosieven in het gebied? De gemeente Eindhoven is tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen door bombardementen en beschietingen. Bij grondroerende werkzaamheden worden nog steeds conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Gezien de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Stationslocatie ZuidOost heeft de gemeente Eindhoven een vooronderzoek Conventionele Explosieven (vooronderzoek CE) uitgevoerd. Welke effecten treden op door de ontwikkelingen? Welke effecten waren in het projectMER uit 2011 voorzien? Niet-gesprongen explosieven zijn niet onderzocht in het projectMER uit 2011. Welke effecten treden op in samenhang? Onderzoek niet gesprongen explosieven voor District E moet nog plaatsvinden. Lichthoven fase 1 (kavel A, B, C en D) en 2 (EDGE) Op basis van de analyse (Bombsaway) is Lichthoven (fase 1 en 2) gedeeltelijk verdacht op het aantreffen van conventionele explosieven in de bodem (Bobs Away, 2019). Het gebied is verdacht op afwerpmunitie en submunitie afkomstig van de bombardementen op 6 december 1942 en 19 september 1944.

Uit de resultaten van het stadsbrede vooronderzoek van Bombs Away is gebleken dat binnen het in deze PLS weergegeven projectgebied CE in de vorm van diverse gewichten afwerpmunitie van zowel Duitse als geallieerde origine met een maximum van 500 kilogram kunnen zijn achtergebleven. In een PLS-CE (projectleiderssamenvatting CE) is nagegaan in hoeverre op de projectlocatie Lichthoven A, C en D sprake is van de mogelijke aanwezigheid van CE. In 2014 is voor de ontwikkelingslocatie Lichthoven door de firma Expload een projectgebonden risicoanalyse (hierna: PRA) opgesteld. In deze PLS-CE zijn de resultaten van de PRA uit 2014 en het stadsbrede vooronderzoek uit 2019 vergeleken en beoordeeld. Vanuit OCE-oogpunt kunnen voorgenomen werkzaamheden vanaf een diepte van 1,00m-MV niet zonder beperkende maatregelen worden uitgevoerd.

63 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Afbeelding 4.8 CE-Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied Stationsplein Zuid-Oost/Lichthoven. Bron: Bombs Away, 2019)

De ondergrondse fietsenstalling Uit het historisch vooronderzoek CE van Bombs Away B.V./IDDS Explosieven B.V. voor de gemeente Eindhoven, blijkt dat het projectgebied in een gebied ligt dat verdacht is op het aantreffen van Conventionele Explosieven (CE). Na het vaststellen van de verdachte gebieden is een algemene risicoanalyse uitgevoerd voor de ontwikkeling de ondergrondse fietsenstalling. Binnen het proces van de WSCS-OCE volgt de Risicoanalyse CE na het vaststellen van het op CE verdachte gebied middels een vooronderzoek. Volgens de Algemene Risicoanalyse Conventionale Explosieven kunnen de te verwachten CE tijdens de geplande werkzaamheden middels toucheren of verplaatsen geïnitieerd worden. In relatie tot de reeds naoorlogs geroerde gronden vormen de volgende werkzaamheden, met betrekking tot de verdacht afgebakende gebieden, een risico-element: 1 het (eventueel) uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek; 2 het aanleggen van de ondergrondse fietsenstalling ter hoogte van het Stationsplein; 3 het (eventueel) toepassen van bemaling; 4 het toepassen van damwanden voor de ondergrondse (fiets)kelder; 5 het leggen van kabels en leidingen en riolering; 6 het aanleggen van water/de Gender langs de noordkant van de Stationsweg; 7 het herinrichten van het terrein qua bermen, wegwijzerborden en lichtmasten.

64 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Afbeelding 4.9 CE-Bodembelastingkaart van het onderzoeksgebied De ondergrondse fietsenstalling. Bron: Bombs Away, 2020)

In de verdachte gebieden worden de volgende stappen ondernomen om de veiligheid voor de medewerkers te borgen: - (indien nog niet gedaan) het laten uitvoeren van een Projectgebonden Risicoanalyse voor het verdacht gebied door een daarvoor gecertificeerd bureau; - het laten uitvoeren van detectiewerkzaamheden (bijvoorbeeld bodemonderzoek middels Ground Penetrating radar; - het opstellen van een strategie die aangeeft op welke wijze wordt omgegaan met de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven in de ondergrond. Conclusie Uit het historisch vooronderzoek CE, blijkt dat het projectgebied in een gebied ligt dat verdacht is op het aantreffen van Conventionele Explosieven (CE). Om de veiligheid voor de medewerkers te borgen tijdens de aanleg van de ruimtelijke ontwikkelingen zijn er toereikende maatregelen.

4.15

Bodemenergiesystemen

Wat is het potentiële effect? Bij de aanleg van de ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effecten op bestaande bodemenergiesystemen optreden. Welke autonome ontwikkelingen spelen er rondom bodemenergiesystemen in het gebied? Binnen een straal van 1 kilometer van Lichthoven fase 1 zijn 15 open bodemenergiesystemen aanwezig. Deze systemen zijn samengevat in tabel 4.5 hieronder. Binnen het hydrologische invloedgebied van het nog op te richten systeem liggen de open bodemenergiesystemen van EDGE, The Student Hotel, NS-Station en de Kennedy Toren.

65 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Tabel 4.5 Open bodemenergiesystemen binnen een straal van 1 kilometer van Lichthoven fase 1

Welke effecten treden op door de ontwikkelingen? Welke effecten waren in het projectMER uit 2011 voorzien? Effecten op bodemenergiesystemen zijn niet onderzocht in het projectMER uit 2011. Welke effecten treden op in samenhang? Het voornemen bestaat om Lichthoven fase 1 (Kavel A, C en D) en Lichthoven fase 2 (Edge) Eindhoven duurzaam te klimatiseren met een open bodemenergiesysteem. Het doel van de activiteit is om de gebouwen op een zo duurzaam mogelijke manier te voorzien van koeling en verwarming. Indien de koeling en verwarming niet duurzaam uitgevoerd worden, wordt het gebouw gekoeld met bijvoorbeeld conventionele koelsystemen (elektrische koelmachines) en conventioneel verwarmd (verwarmingsketels). Hierbij wordt meer elektriciteit en gas verbruikt en vindt een grotere uitstoot van broeikas- en eutrofiërende gassen plaats. De Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant, namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, heeft besloten (zie besluit m.e.r.-beoordeling Edge 23 januari 2020 bijlage 15) dat er geen sprake is van een activiteit die belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu en dat het opstellen van een m.e.r. voor deze activiteit niet noodzakelijk is. Voor de aanleg van de nieuwe bodemenergiesystemen is voor Lichthoven fase 1 (Kavel A, C en D) een m.e.r.beoordeling uitgevoerd [Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 2021].

Daarin wordt inzicht gegeven in de effecten van de bodemenergiesystemen in de omgeving en wordt gesteld dat er geen sprake zal zijn van cumulatieve nadelige effecten. Door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant is namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 18 augustus 2021 besloten dat voor de voorgenomen grondwateronttrekking en -infiltratie van maximaal 260.400 m3 grondwater per jaar aan de Stationsweg te Eindhoven kadastraal bekend als gemeente Woensel, sectie K, perceelnummer 2310 het opstellen van een m.e.r. niet noodzakelijk is (zie besluit m.e.r.-beoordeling Lichthoven fase 1 blokken A, C en D van 18 augustus 2021). Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling en effectenstudie blijkt dat het beoogde bodemenergiesysteem van Lichthoven fase 1 (Kavel A, C en D) en van Lichthoven fase 2 (Edge) Eindhoven andere belangen niet schaad en er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.

66 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

4.16

Conclusie soort en kenmerken van het potentiële effect

In hoofdstuk 4 zijn de potentiële effecten besproken. Daaruit blijkt dat er op tal van thema’s effecten optreden. In de afzonderlijke plannen met bijbehorende m.e.r.-beoordelingen zijn deze effecten beschreven en zijn de nodige randvoorwaarden opgenomen en diverse mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Wanneer specifiek gekeken wordt naar de potentiële cumulatieve effecten van de ontwikkelingen gezamenlijk vallen de aanlegeffecten, effecten door windhinder, en de effecten op grondwater op. Voor deze drie onderwerpen dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden om belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van cumulatie te voorkomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de potentiële effecten en aanvullende maatregelen die nodig zijn.

Tabel 4.6 Overzicht van effecten en benodigde maatregelen Thema’s

Is er sprake van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen?

Verkeer en parkeren

Nee, de toename van het wegverkeer door de ontwikkelingen wordt ruim gecompenseerd door de autonome afname van wegverkeer in het gebied en omgeving. Daarnaast wordt ingezet op alternatieve duurzame vervoerswijzen als lopen, OV, fiets en deelmobiliteit.

Geluid

Nee, het extra wegverkeer in combinatie met een snelheidsverlaging leidt tot een geringe toename of zelf een afname van wegverkeerslawaai. Bovendien vindt dit plaats tegen een achtergrond van een autonome afname van wegverkeer en daarmee wegverkeerslawaai in het gebied (zie hierboven). Het industrielawaai vanuit het emplacement leidt niet tot relevante cumulatieve effecten. Voor railverkeerslawaai is de geluidbelasting op de west- en oosttoren van district E relevant. Cumulatie met de andere ontwikkelingen door reflectie van gevels van naastgelegen ontwikkelingen is onaannemelijk.

Luchtkwaliteit

Het extra wegverkeer in combinatie met de snelheidsverlaging leidt ten hoogste tot een beperkte toename van luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteit in het gebied en omgeving verbetert afgelopen jaren autonoom sterk en voldoet al ruimschoots aan de grenswaarden.

Externe Veiligheid

Nee, al heeft met name de toename van het groepsrisico potentieel belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze effecten zijn echter reeds gesignaleerd in het projectMER uit 2011 en opnieuw in samenhang met de aangrenzende ontwikkelingen in de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen in beeld gebracht. De verdere stijging van het groepsrisico tot ver boven de oriëntatiewaarde is door een uitgebreide verantwoording in samenwerking met de veiligheidsregio tot stand gekomen. Diverse maatregelen zijn getroffen om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

1 Aanvullend op de maatregelen in de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen.

67 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Welke aanvullende1 maatregelen, randvoorwaarden of stappen zijn nodig of wenselijk?

In het bestemmingsplan District-E, Lichthoven fase 2 en Lichthoven fase 1 kavels C en D zijn voor de woningen in de regels in respectievelijk artikel 3.4.1. sub a,3.4.3. en 3.2.2. regels gesteld zodat wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid: een goed woonklimaat in de te realiseren woningen.

Dit is geborgd in het bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) in de bouwregels in artikel 3.4.1 sub b, 6.1 en 6.2.

Thema’s

Is er sprake van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen?

Bodem

Nee, de aanwezige bodemverontreinigingen worden waar nodig gesaneerd via de daarvoor in de Wbb voorgeschreven procedures.

Water

Nee, de toename van de verharding in het gebied wordt per ontwikkeling gecompenseerd. Door het toepassen van gescheiden hemelwaterafvoer verslechtert de waterkwaliteit niet. In de aanlegfase vormt opstuwing van het grondwater rondom District-E een aandachtspunt dat oplosbaar lijkt. In de aanlegfase bestaat een risico op het verplaatsen van verontreinigd grondwater door bemaling van grondwater tijdens het bouwen van parkeergarages in kelders. In het bestemmingsplan van alle kavels is opgenomen dat ondergronds bouwen mag mits het bouwen niet leidt tot meer dan 0,05 m opstuwing van het grondwater.

Ecologie (inclusief effecten stikstof)

Nee, effecten op Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant en beschermde soorten zijn uitgesloten mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege tijdelijke stikstofdepositie door de aanlegfase van het planvoornemen zijn uitgesloten op grond van de wettelijke generieke vrijstelling. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege permanente stikstofdepositie door de gebruiksfase van het planvoornemen zijn voor alle projecten afzonderlijk uitgesloten.

Cultuurhistorie en archeologie

Nee, er wordt bij de herinrichting van het stationsgebied rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van het station. Archeologische waarden worden niet verwacht, maar wanneer deze bij de graafwerkzaamheden toch onverhoopt worden aangetroffen, worden deze gemeld en afgehandeld volgens de archeologische monumentencyclus.

Trillingen

Nee, alleen voor District-E treedt een licht verhoogde mate van trillinghinder op die de streefwaarden overschrijdt. De duur is echter beperkt en voor een beperkt deel van de woningen. De bewoners/eigenaren worden hierover geïnformeerd. Deze effecten cumuleren niet tussen de ontwikkelingen. Trillinghinder tijdens de aanleg kan wel cumuleren omdat er over meerdere jaren en mogelijk gelijktijdig werkzaamheden plaatsvinden in het gebied. Door coördinatie van bouwwerkzaamheden is van belang op hier acht op te slaan. Daarbij is verder van belang dat wordt voldaan aan de bouwregels in het Bouwbesluit 2012.

Bezonning en hittestress

68 | 76

Nee, het gebied ligt ten noorden van de woningen ten zuiden van de stationsweg. Daardoor treedt schaduwwerking voornamelijk op tussen de ontwikkelingen in het gebied en op het station en het

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Welke aanvullende1 maatregelen, randvoorwaarden of stappen zijn nodig of wenselijk?

Per bestemmingsplan is een regel opgenomen dat het grondwater met niet meer dan 0,05 meter opgestuwd mag worden. Uit het onderzoek van Movares blijkt dat ook voor alle ontwikkelingen er geen sprake is van onevenredige beïnvloeding van de waterhuishouding. Daarnaast hebben al deze voorzieningen ook een permanente invloed op de grondwaterstroming. Het betreft niet alleen de kelders, maar ook eventuele damwanden die achter blijven in de bodem. Door de aanleg van de Gender geldt dat de permanente invloed op de grondwaterstromen beperkt blijft. Naast de nu in de afzonderlijke plannen opgenomen mitigatie wordt aanbevolen de kwaliteit en de staat van de Dommel als ecologische verbindingszone verder te versterken.

Thema’s

Is er sprake van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen?

Welke aanvullende1 maatregelen, randvoorwaarden of stappen zijn nodig of wenselijk?

spoor. De woningen ten zuiden van de stationsweg ondervinden geen verandering aan de huidige situatie door de nieuwe gebouwen ten noorden van de Stationsweg. Nee, de herinrichting zorgt over het algemeen voor een afname van hittestress en heeft een beperkt effect op hittegerelateerde gezondheidsrisico’s door langdurige blootstelling aan hitte. In artikel 3.3.1. van het bestemmingsplan District-E, artikel 3.3.5 van het bestemmingsplan Lichthoven fase 1 (kavel A), artikel 3.2.3 van het bestemmingsplan Lichthoven fase 2 en artikel 3.2.3 van het ontwerp-bestemmingsplan Lichthoven fase 1 (kavel C en D) zijn regels opgenomen met de verplichting om op en aan de gebouwen een groenvoorziening aan te leggen en in stand te houden. Windhinder

Nee, er is geen sprake van risico op windgevaar en windhinder neemt toe maar voldoet in het algemeen aan minimaal windklasse D op grond van NEN 8100. De drie zones met windhinderklasse E moeten worden gemitigeerd.

Sloop- en aanlegwerkzaamheden

Nee, de sloop- en aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het bouwbesluit 2012. Tijdens de bouw wordt gewerkt met gebruikelijke BLVC-plannen ter voorkoming van overlast.

Niet gesprongen explosieven

Nee, de verdachte gebieden worden onderzocht conform de daarvoor geldende procedures. Explosieven worden waar nodig verwijderd.

Bodemenergie

Nee, uit de m.e.r.-beoordeling en effectenstudie blijkt

In het bestemmingsplan District-E is in artikel 3.3.2 geborgd dat sprake is en blijft van minimaal windklasse D.

dat het beoogde bodemenergiesysteem van Lichthoven fase 2 (Edge) Eindhoven en Lichthoven fase 1 (kavel A, C en D) andere belangen niet schaadt.

Kanttekeningen bij het onderzoek Voorliggende cumulatienotitie is opgesteld op basis van de informatie die beschikbaar was uit de diverse onderliggende m.e.r.-beoordelingen voor de afzonderlijke projecten De effecten zijn met zorg beschreven op basis van de informatie uit de aanmeldingsnotities m.e.r.-beoordeling van de zes ruimtelijke ontwikkelingen met de achterliggende bijlagen en de toelichting van de verschillende bestemmingsplannen. Voor de Actualisatie van deze Cumulatienotitie is ook gebruik gemaakt van de uitgevoerde onderzoeken voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in het Stationsgebied (over windhinder, hittestress en grondwater, najaar 2021). Als effecten of maatregelen om effecten te verkleinen of te vermijden afwijken ten opzichte van de achterliggende stukken (onder andere afzonderlijke m.er.-beoordelingsnotities), prevaleert de inhoud van de achterliggende stukken met uitzondering van de aanvullende maatregelen die in deze notitie worden voorgesteld. De cumulatienotitie is een beschouwing op basis van voornoemde informatie van cumulatieve effecten waarvoor geen aanvullende berekeningen of verdiepende analyses zijn uitgevoerd, met uitzondering voor de thema’s verkeer en parkeren.

Voor verkeer en parkeren is gebruik gemaakt van de koepelnotitie mobiliteit en parkeren (gemeente Eindhoven, 2021) die is opgesteld door de gemeente op basis van waarnemingen en prognoses. Dit geeft een goede indicatie van de te verwachten cumulatieve effecten. Er is echter geen overkoepelende verkeersmodelberekening uitgevoerd waarmee de cumulatieve effecten gedetailleerder en

69 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

met een hogere betrouwbaarheid weergeven kunnen worden. Ook voor de thema's luchtkwaliteit en geluid is gebruik gemaakt van de beschouwing uit de koepelnotitie in combinatie met waarnemingen en trendanalyse van geluidsniveaus en concentraties luchtverontreinigende stoffen. Vanwege de nog onbekende fasering tussen de ontwikkelingen zijn de effecten op grondwaterkwaliteit (verplaatsing verontreinigingen in het grondwater) en -kwantiteit (overlast door te hoog grondwater of kans op schade door te lage grondwaterstanden) niet precies bekend. De grondwaterkwaliteit kan ook van invloed zijn op de externe werking van het NNB in de Dommelzone. Vanwege deze kennisleemte is het noodzakelijk om voorafgaand aan de feitelijke bouw grondwatereffecten van District-E in beeld te brengen en waar nodig maatregelen te treffen. Daarnaast is er nader integraal geohydrologisch onderzoek en coördinatie tussen de werkzaamheden in de ondergrond nodig om te voorkomen dat er tijdens de aanleg grondwaterproblematiek ontstaat.

Conclusie De zes ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost zijn zekerheidshalve in samenhang beschouwd in deze cumulatienotitie. De vraag is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Onder de voorwaarden uit de onderliggende m.e.r.-beoordelingen en de aanvullende voorwaarden uit deze cumulatienotitie op het gebied van aanlegeffecten, windhinder en grondwater zijn belangrijke cumulatieve milieueffecten uit te sluiten.

70 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

5 CONCLUSIE De zes ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost zijn volledigheidshalve opnieuw in samenhang beschouwd in deze cumulatienotitie. De vraag is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. De voorwaarden uit de onderliggende m.e.r.-beoordelingen en de aanvullende voorwaarden uit deze cumulatienotitie zijn gewaarborgd (tabel 4.5) en daarmee kan geconcludeerd worden dat belangrijke cumulatieve milieueffecten uit te sluiten zijn. Het gaat om de volgende gewaarborgde voorwaarden: - hinder en overlast tijdens de sloop- en aanlegfase: tijdens de bouw wordt gewerkt met gebruikelijke BLVC-plannen en het Bouwbesluit bevat regels ter voorkoming van overlast (verkeer, parkeren, geluid en trillingen); - geluid: in de bestemmingsplannen District-E, Lichthoven fase 2 en Lichthoven fase 1 kavels C en D zijn voor de woningen in de regels in respectievelijk artikel 3.4.1 sub a, 3.4.3 en 3.2.2 voorschriften gesteld zodat wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid: een goed woonklimaat in de te realiseren woningen; - water: de fasering van de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen zodanig is, dat gelijktijdige bronbemalingen geen ongewenste cumulatieve grondwaterstandsdalingen (of effecten op aanwezige WKO’s) tot gevolg hebben en zonodig retourbemaling wordt toegepast. Dit is geborgd in de bestemmingsplannen.

Per bestemmingsplan is een regel opgenomen dat het grondwater met niet meer dan 0,05 meter opgestuwd mag worden (op grond van artikel 3.2.4 van de vastgestelde bestemmingsplannen); - externe veiligheid: de voet van toren west en toren oost van de ontwikkeling District-E liggen voor ongeveer 10 m binnen het PAG van de spoorlijn. Alle geplande ontwikkelingen zorgen samen voor een verdere verdichting langs het spoor en daarmee voor een verdere stijging van het groepsrisico. Om het groepsrisico te beperken worden maatregelen getroffen, te weten het uitsluiten van woningen en andere gevoelige functies binnen de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone - plasbrand en 'veiligheidszone groepsrisico', het gebruik van explosiebestendige trappenhuizen en draaiende constructies en de realisatie en instandhouding van een vloeistofgoot). Dit is geborgd in het bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) in de bouwregels in artikel 3.2.1, 4.1 sub i, 6.1 en 6.2; - windhinder: het windklimaat voldoet aan minimaal windklasse D op grond van NEN 8100. Het enige gedeelte waar windklasse E kan voorkomen, is direct langs de torens van District-E. Om dit te voorkomen worden aanvullende mitigerende maatregelen (vegetatie en luifels dienende als windschermen) getroffen, die in artikel 3.3.1 en 3.3.2 van het bestemmingsplan District-E zijn geborgd.

Daarnaast bevatten de bestemmingsplannen voor Lichthoven fase 1 kavel A en kavels C en D een verplichting tot inrichting van de (semi) openbare ruimte die rekening houdt met het aanbrengen van voldoende vegetatie. Kenmerken van het project In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het project besproken. Het gaat om zes ontwikkelingen met in totaal ongeveer 1.350 woningen, 550 eenheden shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 kantoren. Door de aard en kenmerken van deze ontwikkelingen zijn effecten op de fysieke leefomgeving niet uit te sluiten. Het gaat om een breed palet van effecten als gevolg van functieverandering, ruimtebeslag, ingrepen in de ondergrond, wijzigende verkeersstromen en daarmee samenhangende emissie. Er kunnen zowel tijdelijke effecten (in de aanlegfase) als langdurige of permanente effecten (toename verkeer of aantasting functies of waarden) optreden. Het is daarom nodig om te kijken naar de locatie van

71 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

de voorgenomen activiteit en de aanwezige waarden (hoofdstuk 3), om daarna de effecten en de waarden te kunnen koppelen en toetsen (hoofdstuk 4). Kenmerken van de locatie van het project In hoofdstuk 3 is de plaats van de ruimtelijke ontwikkelingen besproken. De ontwikkelingen liggen in het centrum van de stad Eindhoven ten zuiden van het station aan de rand van de binnenstad. In de bestaande situatie wordt het gebied benut voor stedelijke functies, hoofdzakelijk als openbare ruimte rond het station en als parkeerterrein. Ook de omgeving is sterk verstedelijkt. De natuurlijke kenmerken, systemen en waarden zijn daarmee veelal reeds verdwenen of aangetast. Ook is de milieubelasting door stedelijke activiteiten in het centrumgebied in de bestaande situatie al matig tot hoog. Enkele kenmerken vragen om bijzondere aandacht bij de beoordeling van de potentiële effecten in hoofdstuk 4: - het riviertje de Dommel aan de oostzijde van het gebied heeft een belangrijke functie als ecologische verbindingszone en maakt daarom onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Daarnaast heeft de Dommelzone een functie in waterberging en -afvoer in het gebied, de Dommelzone kan bovendien bijdragen aan de ambities voor het beperken van hittestress in het gebied; - Natura 2000-gebieden in de regio die gevoelig kunnen zijn voor de stikstofdepositie vanuit het gebied; - cultuurhistorische en archeologische waarden; - gezondheid en veiligheid vanwege het intensieve gebruik van het gebied door bewoners, werknemers en reizigers. Kenmerken van de potentiële effecten In hoofdstuk 4 zijn de potentiële effecten besproken. Daaruit blijkt dat er op tal van thema’s effecten optreden. In de afzonderlijke plannen met bijbehorende m.e.r.-beoordelingen zijn deze effecten beschreven en zijn de nodige randvoorwaarden opgenomen en diverse mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Wanneer specifiek gekeken wordt naar de potentiële cumulatieve effecten van de ontwikkelingen dient met name acht te worden geslagen op de aanlegeffecten, effecten door hittestress, effecten door windhinder, de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000 en de effecten op grondwater op. Voor enkele van deze vijf onderwerpen dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden om belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van cumulatie te voorkomen. Hieronder volgt een korte toelichting per onderwerp.

Voor andere effecten op verkeer en gezondheid en externe veiligheid zijn geen aanvullende maatregelen nodig om cumulatieve effecten te voorkomen of te beperken. Wel wordt stilgestaan bij de effecten omdat ze relevant zijn voor de besluitvorming over de Stationslocaties Zuid-Oost. Aanlegeffecten vormen een aandachtspunt en vragen om coördinatie tussen de diverse ontwikkelingen Vanwege de hoogbouw en ondergrondse functies zoals fietsenstallingen en parkeergarages vinden omvangrijke sloop- en bouwactiviteiten plaats. De bouwfasering en -methode is niet voor alle ontwikkelingen bekend. Vanwege de te verwachten milieugevolgen tijdens de aanlegfase is het van belang om de werkzaamheden te coördineren, onder meer met betrekking tot de omvang, duur en de cumulatie van de (tijdelijke) effecten. Daarbij zal acht geslagen moeten worden op bouwlogistiek, verkeersveiligheid, trillingen, geluid, (grond)water en ecologie (soorten en NNB). Door de sloop- en bouwactiviteiten tussen de ontwikkelingen te coördineren kunnen belangrijke nadelige (cumulatieve) milieugevolgen vermeden worden. In het kader daarvan is een integraal BLVC-team opgericht welke op basis van bereikbaarheid (B), leefbaarheid (L), veiligheid (V) en communicatie (C) afwegingen maakt met betrekking tot de bouwlogistiek.

Er is een ontwerp voor de tijdelijke inrichting met aparte routing ten behoeve van bouwverkeer, waarbij het bouwverkeer via de Vestdijktunnel het gebied in- en uitrijdt en daarmee onder andere de Fuutlaan en het drukke fietspad richting TU vermijdt. Ook worden bouwplaatsinrichtingen op elkaar afgestemd om de veiligheid en goed gebruik van de openbare ruimte te regelen. Daarnaast is er een integraal communicatieplan en strategie opgezet om te zorgen voor heldere en duidelijke gebiedsgerichte communicatie. Dit is geborgd via de regiegroep. In de regiegroep zitten de gemeente, ontwikkelaars/aannemers en belanghebbenden uit de omgeving.

72 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Een afname van hittestress binnen het projectgebied en een beperkt effect op hittegerelateerde gezondheidsrisico’s door langdurige blootstelling aan hitte door de herinrichting Uit het hittestress onderzoek kan geconcludeerd worden dat de herinrichting over het algemeen zorgt voor een afname van hittestress op een hete zomerdag en beperkt effect heeft op hittegerelateerde gezondheidsrisico’s door langdurige blootstelling aan hitte. De methode voor het berekenen van de gevoelstemperatuur is gestandaardiseerd voor heel Nederland en gaat uit van 1 juli 2015. Dit is een hete zomerdag die 1 op de 1.000 zomerdagen (in de maanden april tot en met september) voorkomt. Het gaat dus om een extreme situatie. Gevoelstemperatuur daalt in het projectgebied met 6 tot 12 °C, waaronder op het stationsplein en de Stationsweg maar stijgt in de directe omgeving van het projectgebied tot 3 °C. Bij het spoor en de perrons van Eindhoven Centraal Station en het gebied rond Piazza Center ter hoogte van de Vestdijktunnel stijgt de gevoelstemperatuur tot 6 °C. De oorzaak van de stijging is de windreductie. Doordat de wind in het model oostelijk is, heeft dit effect op het gebied ten westen van het projectgebied.

Het langdurig gezondheidseffect blijft binnen dezelfde categorie als de huidige situatie voor hitte gerelateerde gezondheidsrisico’s, namelijk categorie II risicovol: extra risico door bebouwingsinvloed voor gevoelige doelgroepen. De beoogde nieuwbouw leidt derhalve op deze plekken niet tot een verslechtering in categorie, terwijl binnen het projectgebied hittestress juist afneemt. Windhinder Door het realiseren van de beoogde nieuwbouw in het projectgebied zal in de toekomstige situatie een meer gevarieerd windklimaat optreden. Een windrijk klimaat wordt gezien in de relatief smalle doorgangen tussen de torens, rondom de gebouwhoeken en ter plaatse van het Stationsplein, welke gekenmerkt wordt door klassen C t/m E . De doorgangen (oost- en westtoren, en oost- en zuidtoren) en ter plaatse van de noordwestelijke hoek van westtoren van District-E wordt in het windonderzoek gekenmerkt door windhinderklasse E. Om dit te voorkomen worden aanvullende mitigerende maatregelen (zoals vegetatie en luifels dienende als windschermen) getroffen, die in artikel 3.3.2 van het bestemmingsplan District-E zijn geborgd. Daarnaast bevatten de bestemmingsplannen voor Lichthoven fase 1 kavel A en kavels C en D een verplichting tot inrichting van de openbare ruimte die rekening houdt met het aanbrengen van voldoende vegetatie.

Stikstofdepositie op Natura 2000 Voor de afzonderlijke ontwikkelingen zijn zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase stikstofdepositieberekeningen gemaakt. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege tijdelijke stikstofdepositie door de aanlegfase van het planvoornemen zijn uitgesloten vanwege de partiële vrijstelling (Wet stikstofreductie en natuurverbetering van 1 juli 2021). Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege permanente stikstofdepositie door de gebruiksfase van het planvoornemen zijn voor alle ruimtelijke ontwikkelingen afzonderlijk uitgesloten (geen bijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar). Optimalisering van de fasering of ontwerpaanpassingen kunnen nadelige cumulatieve milieueffecten op het aspect water vermijden De diverse ontwikkelingen hebben allen een ondergrondse parkeervoorziening/fietsenstalling. Voor de aanleg van deze voorzieningen dienen bemalingen geplaatst te worden, deze beïnvloeden de grondwaterstand in het gebied. Hierdoor dienen de ontwikkelingen gefaseerd te worden gerealiseerd en dient bij iedere omgevingsvergunning te worden aangetoond dat er geen onevenredige beïnvloeding is van de waterhuishouding. Op verkeer en gezondheid zijn de effecten beperkt en gezondheidswinst kan optreden De ontwikkelingen in het gebied genereren gezamenlijk veel nieuwe mobiliteit door de nieuwe inwoners en arbeidsplaatsen.

Vanwege de ligging nabij het station, de inrichting van het gebied en het stimuleren van duurzame vormen van vervoer als lopen, OV, fiets en deelmobiliteit neemt de hoeveelheid wegverkeer slechts beperkt toe. Deze toename van het wegverkeer wordt ruim gecompenseerd door de autonome afname van het wegverkeer in het gebied en de wijdere omgeving vanwege het gevoerde beleid van de gemeente. Als gevolg hiervan leiden de ontwikkelingen gezamenlijk niet of nauwelijks tot extra geluid of emissies door het wegverkeer in het gebied. De gezondheidseffecten zijn hiermee beperkt. Door het stimuleren van lopen en fietsen wordt bewegen en gezond gedrag bevorderd, waardoor zowel in het gebied als daarbuiten ook positieve gezondheidseffecten optreden.

73 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Externe veiligheid vormt een aandachtspunt vanwege de sterke toename van het zogeheten groepsrisico Met de voorgenomen ontwikkelingen nemen de personendichtheden langs het spoor sterk toe. De gevolgen van een calamiteit met het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor worden hiermee groter omdat potentieel meer personen getroffen kunnen worden. In de afzonderlijke ontwikkelingen is reeds een verantwoording van deze toename van het groepsrisico in het gebied opgenomen en zijn in samenwerking met de veiligheidsregio diverse maatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Bij het bepalen van deze risico’s en het treffen van maatregelen is al rekening gehouden met de ontwikkelingen in het gebied in samenhang. Vanwege de wijziging van het plan voor District-E (met name wegvallen hotelfunctie) verblijven er minder mensen in het gebied, waardoor het groepsrisico licht daalt.

74 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

6 REFERENTIES MER Stationsgebied Witteveen+Bos, 2011. MER Stationsgebied. Geraadpleegd via https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0772.80215-0301/b_NL.IMRO.0772.80215-0301_tb2.pdf Aanmeldingsnotities m.e.r.-beoordeling BRO, 2021. Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling). Rho, 2020. Lichthoven fase 1 Eindhoven: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Geraadpleegd via: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.0772.80379-0201/pt_NL.IMRO.0772.803790201.xml#NL.IMRO.PT.s1 Rho, 2021. Lichthoven fase 1 (kavels C en D): Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. Royal HaskoningDHV, 2020a. m.e.r.-beoordeling EDGE Eindhoven: Aanmeldingsnotitie. Geraadpleegd via: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.0772.80379-0201/pt_NL.IMRO.0772.803790201.xml#NL.IMRO.PT.s708 Royal HaskoningDHV, 2020b. m.e.r.-beoordeling District E Eindhoven. Geraadpleegd via: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.0772.80327-0201/pt_NL.IMRO.0772.803270201.xml#NL.IMRO.PT.s122 Witteveen+Bos, januari 2022. Addendum bij m.e.r.-beoordeling District E Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 18 augustus 2021. Besluit m.e.r.-beoordeling Lichthoven fase 1 blokken A, C en D. - Aanmeldnotitie m.e.r. open bodemenergiesysteem "Project Lichthoven, Eindhoven", kenmerk 9755/210054/DvH, d'd.

3 augustus 2021 - Effectenstudie Bodemenergiesysteem Lichthoven Blokken A, C & D - Eindhoven, kenmerk 9756/210054/DvH, d.d. 5 augustus 2021 Gebruikte bijlagen van de toelichtingen van de bestemmingsplannen De onderzoeken die ten grondslag liggen van de bestemmingsplannen en de aanmeldingsnotities m.e.r.beoordeling zijn geraadpleegd via Ruimtelijkeplannen.nl: - Identificatie NL.IMRO.0772.80357-0201 - Identificatie NL.IMRO.0772.80379-0201 - Identificatie NL.IMRO.0772.80327-0201 Actiflow, 2020. Lichthoven Blok C en D te Eindhoven. CFD-studie windhinder en windgevaar. AFR - 8032 Actiflow, november 2021. Windhinder en windgevaar. Stationsgebied Zuid 2 versies voor variant 1 en 2

75 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Arcadis, 2019. District-E Eindhoven: Akoestisch onderzoek geluidbelasting. Bombs Away, 2019. Spoedlocatie Stationsplein Zuid-Oost/Lichthoven. 18P204 definitieve memo. Bombs Away, 2020. Algemene Risicoanalyse Conventionele Explosieven Fietsenstalling Stationsgebied Zuid, Eindhoven. P.129-162.PRA011-dl2. Gemeente Eindhoven, 2021. Koepelnotitie mobiliteit, verkeer en parkeren Stationsgebied Zuid. Concept. Movares, 2021. Eindhoven Stationsgebied Zuid Integrale grondwateranalyse Witteveen+Bos, 18 november 2021. Hittestress onderzoek stationsgebied Zuidzijde Eindhoven

76 | 76

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02

Bijlagen

I BIJLAGE: VERSCHILLEN IN PROGRAMMA’S VOOR DE ZES ONTWIKKELINGEN Tabel I.6.1 Het programma op basis van maximale planologische invulling Deelgebied

District E Lichthoven fase 1 Kavel A

Kantoren m2 bvo

Horeca/detailhandel m2 bvo

Hotel/shortstay eenheid

Wonen eenheid

12.515 *)

3.870 *)

150 short stay

5106

13.650

500

Lichthoven fase 1 Kavel B (The Student Hotel)

400

Lichthoven fase 1Kavel C en D Lichthoven fase 2 - Edge

500

250

27.500

500

300

53.665

5.370

ondergrondse fietsenstalling totaal

*)

796

1.060

het oppervlak kantoren en horeca/detailhandel in District E mag in totaal niet meer zijn dan 15.500 m 2

Tabel I.6.2 Het programma op basis van het projectMER, 2011 Deelgebied totaal

Kantoren m2 bvo

Horeca/detailhandel m2 bvo

Hotel/shortstay eenheid

Wonen eenheid

105.000

15.000

20.000

1.000

Tabel I.6.3 Het programma op basis van de afzonderlijke aanmeldnotities m.e.r.-beoordeling Deelgebied

Kantoren m2 bvo

Horeca/detailhandel m2 bvo

Hotel/shortstay eenheid

Wonen eenheid

District E

8.572

3.471

353

587

Lichthoven fase 1 Kavel A

13.650

500

Lichthoven fase 1 Kavel C en D Lichthoven fase 2 - Edge

1.000

242

27.000

230

175

49.222

5.201

ondergrondse fietsenstalling totaal

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953 | Definitief 02

353

1.004

II BIJLAGE: STEDENBOUWKUNDIGE PROGRAMMA’S OVER DE JAREN Afbeelding II.1 Oorspronkelijk stedenbouwkundig plan 2007 (gehanteerd in het projectMER, 2011)

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953 | Definitief 02

Afbeelding II.2 Stedenbouwkundig plan in BVO uit 2014 (Bron: de Architecten Cie B.V.)

Afbeelding II.3 Bouwenvelop stedenbouwkundig plan 2019 (bron: KCAP)

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953 | Definitief 02

III BIJLAGE: WIJZIGING INTERIM OMGEVINGSVERORDENING I.V.M. LICHTHOVEN FASE 2, EINDHOVEN

Witteveen+Bos | 129469/22-000.953 | Definitief 02

Brabantlaan 1

Besluit

Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Datum

15 juni 2021 Onderwerp

Ons kenmerk

Wijziging Interim omgevingsverordening ivm plan Lichthoven fase 2, Eindhoven

C2277863/4890043

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 5.3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; Overwegende dat: -

-

de gemeente Eindhoven heeft verzocht om wijziging van de begrenzing van de werkingsgebieden Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone en Regionale waterberging ter plaatse van de Stationsweg te Eindhoven, ten zuiden van het spoor en ten westen van de Dommel, aangewezen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; met deze wijziging de vaststelling van het bestemmingsplan "Lichthoven fase 2" mogelijk wordt gemaakt; Gedeputeerde Staten bereid zijn dit verzoek in te willigen en daartoe de relevante begrenzingen in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant aan te passen;

Datum

15 juni 2021 Ons kenmerk

C2277863/4890043

Besluiten:

-

-

Wijziging Interim omgevingsverordening ivm plan Lichthoven fase 2, Eindhoven vast te stellen met planidn NL.IMRO.9930.IOVHB0772Lichthov2-va01; deze beschikbaar te stellen op www.ruimtelijkeplannen.nl en via https://noord-brabant.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id= NLIMRO9930IOVHB0772Lichthov2-va01

Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit, namens deze,

programmamanager Wonen, Werken en Leefomgeving In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

Geen beroep

Aangezien sprake is van algemene regelgeving is beroep tegen dit besluit niet mogelijk.

2/3

Datum

15 juni 2021 Ons kenmerk

C2277863/4890043

3/3

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11766553/1