Bijlage 4e - Cumulatienotitie milieu stationsgebied zuidoost geactualiseerd jan 2022
Tekst van het document
Stationslocatie Zuid-Oost Eindhoven Cumulatienotitie geactualiseerd
Gemeente Eindhoven 24 januari 2022
Project Opdrachtgever
Stationslocatie Zuid-Oost Eindhoven Gemeente Eindhoven
Referentie
Cumulatienotitie geactualiseerd Definitief 02 24 januari 2022 129469/22-000.953
Projectcode
129469
Document Status Datum
Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
0
SAMENVATTING
5
1
INLEIDING
10
1.1
Transformatie van Stationsgebied Eindhoven
10
1.2
Wat is eerder besloten en afgewogen?
12
1.3
Aanleiding voor de cumulatienotitie en de actualisatie
15
1.4
Doel van de cumulatienotitie
15
2
KENMERKEN VAN HET PROJECT
17
2.1
Analyse relevante kenmerken van het project
17
2.2
Omvang en het ontwerp van het gehele project
18
2.3
Cumulatie met andere ruimtelijke ontwikkelingen
20
2.4
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen (met name land, bodem, water en biodiversiteit)
21
2.5
Productie van afvalstoffen
21
2.6
Verontreiniging en hinder
21
2.7
Risico’s van zware ongevallen en/of rampen
22
2.8
Conclusie kenmerken project
22
3
KENMERKEN VAN DE LOCATIE VAN HET PROJECT
23
3.1
Analyse relevante aspecten locatie van het project
23
3.2
Bestaand en goedgekeurd landgebruik
24
3.3
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu
26
3.3.1 3.3.2 3.3.3
26 28 30
Natuur Milieukwaliteit Landschap en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang
3.4
Conclusie locatie van het project
31
4
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
32
4.1
Relevante potentiële effecten
32
4.2
Verkeer en parkeren
32
4.3
Geluid
35
4.4
Luchtkwaliteit
38
4.5
Externe veiligheid
39
4.6
Bodem
43
4.7
Water
45
4.8
Ecologie (inclusief effecten stikstofdepositie)
49
4.9
Cultuurhistorie en archeologie
53
4.10
Trillingen
54
4.11
Bezonning en hittestress
55
4.12
Windhinder
58
4.13
Sloop- en aanlegwerkzaamheden
62
4.14
Niet-Gesprongen Explosieven
63
4.15
Bodemenergiesystemen
65
4.16
Conclusie soort en kenmerken van het potentiële effect
67
5
CONCLUSIE
71
6
REFERENTIES
75
Laatste pagina
76
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Verschillen in programma’s voor de zes ontwikkelingen
1
II
Stedenbouwkundige programma’s over de jaren
2
III
Wijziging Interim omgevingsverordening i.v.m. Lichthoven fase 2, Eindhoven
3
0 SAMENVATTING Wat is het doel van deze cumulatienotitie? Voor u ligt de geactualiseerde versie van de cumulatienotitie voor Eindhoven Stationslocatie Zuid-Oost. Dit rapport brengt in beeld wat de mogelijke cumulatieve milieueffecten zijn van een zestal ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied direct ten zuiden van station Eindhoven. Voor de zes ontwikkelingen zijn eerder afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen opgesteld. Daarin is ook ingegaan op de onderlinge cumulatieve gevolgen zover mogelijk bekend op het moment van opstellen van de desbetreffende m.e.r.-beoordeling. Inmiddels bestaat er meer concreet zicht op de zes ontwikkelingen en zijn de resultaten van deze recente onderzoeken (windhinder, hittestress, grondwater) verwerkt in de cumulatienotitie. Om die reden is er in deze notitie nogmaals ingezoomd op de cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten. De cumulatienotitie vormt aldus een aanvulling op de m.e.r.-beoordelingen die eerder zijn uitgevoerd voor elk van de zes ontwikkelingen afzonderlijk. Doel van deze cumulatienotitie is vast te stellen of er door de combinatie van de zes ontwikkelingen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden bij de transformatie van de Stationslocatie Zuid-Oost.
Vragen daarbij zijn: - wat zijn de te verwachten cumulatieve effecten? - onder welke randvoorwaarden en met welke maatregelen zijn negatieve effecten en risico’s te beperken en kansen en positieve effecten te vergroten? Deze cumulatienotitie is opgebouwd en uitgevoerd volgens de systematiek van een m.e.r.-beoordeling. Aanleiding voor de cumulatienotitie en de actualisatie De raadscommissie heeft tijdens de meningsvormende raadscommissie van 9 maart 2021 het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van Lichthoven fase 2 en District-E niet willen behandelen vanwege het gebrek aan inzicht op cumulatie van de milieueffecten. Naar aanleiding hiervan is de Cumulatienotitie opgesteld voor de zes plannen in het Stationsgebied Zuid-Oost [Witteveen+Bos, 4 mei 2021]. Op 22 juni 2021 heeft de gemeenteraad de bestemmingsplannen voor Lichthoven fase 1, Lichthoven fase 2 en District-E vastgesteld. In de zomer zijn de vastgestelde bestemmingsplannen ter inzage gelegd voor beroep. Er zijn beroepen ingesteld tegen alle drie de bestemmingsplannen. Mede naar aanleiding hiervan zijn de relevante onderzoeksrapporten aangepast en is ook de Cumulatienotitie geactualiseerd. Die actualisatie is ook ingegeven door wijzigingen in het plan voor District-E die hierna worden besproken.
Wijzigingen District-E Vanwege ingediende zienswijzen en beroepsschriften wenst de gemeente de ruimte voor ontwikkeling binnen het plan voor District-E in te perken. Tevens wil de gemeente tegemoet komen op het aspect windhinder door de beoogde maatregelen juridisch te borgen in de regels. De sterk verslechterde hotelmarkt als gevolg van de COVID-19-crisis is verder aanleiding dat de functie hotel vervalt in zijn totaal. De bouwhoogte van de hoogste toren gaat omlaag naar maximaal 155 m en hiermee worden kosten bespaard, omdat het bouwen boven de 155 m naar verhouding veel duurder is. Concreet gaat het om de volgende wijzigingen in programma en vormgeving: - hotelfunctie vervalt in zijn geheel; - het aantal woningen gaat van 510 naar 800 (waarvan maximaal 150 shortstay); - de maximum bouwhoogte van de hoogste toren gaat omlaag van 170 naar 155 m; - fysieke windmaatregelen aan het pand worden verankerd in het bestemmingsplan;
5 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
-
het aantal shortstay eenheden daalt van maximaal 200 naar 150 en maakt onderdeel uit van het maximum aantal wooneenheden van 800.
Welke ontwikkelingen vinden plaats in Stationsgebied Zuid-Oost? Ten zuiden van het stationsgebied in Eindhoven worden in diverse ruimtelijke procedures een zestal ruimtelijke ontwikkelingen voorbereid met in totaal ongeveer 1.350 woningen, 550 eenheden shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 kantoren. Het gaat om de volgende ruimtelijke ontwikkelingen: 1 Lichthoven fase 1 kavel A; 2 Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel, dat reeds gerealiseerd is); 3 Lichthoven fase 1 kavel C+D; 4 Lichthoven fase 2 (Edge); 5 District E; 6 fietsenstalling ondergronds. Om deze ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken wordt de Stationsweg, het stationsplein en de openbare ruimte tussen de gebouwen heringericht.
Afbeelding 0.1 Locatie van de zes ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost (begrenzing is indicatief)
Welke effecten treden op? In de afzonderlijke plannen en bijbehorende m.e.r.-beoordelingen zijn de effecten op milieu- en leefomgeving al beschreven. Uit deze stukken blijkt dat er op tal van thema’s effecten optreden. Het gaat daarbij om effecten op verkeer en parkeren, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, water, ecologie, cultuurhistorie en archeologie, trillingen, bezonning, windhinder, sloop- en bouwwerkzaamheden en niet-gesprongen explosieven (NGE). Om belangrijke nadelige milieugevolgen uit te sluiten zijn randvoorwaarden gesteld en worden in de plannen diverse mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Deze informatie is op hoofdlijnen weergegeven in deze cumulatienotitie en is in detail terug te vinden in de onderliggende stukken. Welke cumulatieve effecten treden op wanneer de ontwikkelingen in samenhang worden beschouwd? Wanneer specifiek gekeken wordt naar de potentiële cumulatieve effecten van de ontwikkelingen dient met name acht te worden geslagen op de aanlegeffecten, effecten door hittestress, effecten door windhinder, de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000 en de effecten op grondwater. Voor enkele van deze vijf onderwerpen dienen aanvullende maatregelen getroffen te worden om belangrijke nadelige milieugevolgen als gevolg van cumulatie te voorkomen. Hieronder volgt een korte toelichting per onderwerp.
6 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Aanlegeffecten vormen een aandachtspunt en vragen om coördinatie tussen de diverse ontwikkelingen Vanwege de hoogbouw en ondergrondse functies zoals fietsenstallingen en parkeergarages vinden omvangrijke sloop- en bouwactiviteiten plaats. De bouwfasering en -methode is niet voor alle ontwikkelingen bekend. Vanwege de te verwachten milieugevolgen tijdens de aanlegfase is het van belang om de werkzaamheden te coördineren, onder meer met betrekking tot de omvang, duur en de cumulatie van de (tijdelijke) effecten. Daarbij zal acht geslagen moeten worden op bouwlogistiek, verkeersveiligheid, trillingen, geluid, (grond)water en ecologie (soorten en NNB). Door de sloop- en bouwactiviteiten tussen de ontwikkelingen te coördineren kunnen belangrijke nadelige (cumulatieve) milieugevolgen vermeden worden. In het kader daarvan is een integraal BLVC-team opgericht welke op basis van bereikbaarheid (B), leefbaarheid (L), veiligheid (V) en communicatie (C) afwegingen maakt met betrekking tot de bouwlogistiek. Er is een ontwerp voor de tijdelijke inrichting met aparte routing ten behoeve van bouwverkeer die de Fuutlaan en het drukke fietspad richting TU vermijdt. Ook worden bouwplaatsinrichtingen op elkaar afgestemd om de veiligheid en goed gebruik van de openbare ruimte te regelen.
Daarnaast is er een integraal communicatieplan en strategie opgezet om te zorgen voor heldere en duidelijke gebiedsgerichte communicatie. Dit is geborgd via de regiegroep. In de regiegroep zitten de gemeente, ontwikkelaars/aannemers en belanghebbenden uit de omgeving. Stikstofdepositie op Natura 2000 Voor de ontwikkelingen afzonderlijk zijn zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase stikstofdepositieberekeningen gemaakt. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege tijdelijke stikstofdepositie door de aanlegfase van het planvoornemen zijn uitgesloten vanwege de partiële vrijstelling (Wet stikstofreductie en natuurverbetering van 1 juli 2021). Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden vanwege permanente stikstofdepositie door de gebruiksfase van het planvoornemen zijn voor alle projecten afzonderlijk uitgesloten (geen bijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar). Een afname van hittestress binnen het projectgebied en een beperkt effect op hittegerelateerde gezondheidsrisico’s door langdurige blootstelling aan hitte door de herinrichting Uit het hittestress onderzoek kan geconcludeerd worden dat de herinrichting over het algemeen zorgt voor een afname van hittestress op een hete zomerdag en beperkt effect heeft op hittegerelateerde gezondheidsrisico’s door langdurige blootstelling aan hitte.
De methode voor het berekenen van de gevoelstemperatuur is gestandaardiseerd voor heel Nederland en gaat uit van 1 juli 2015. Dit is een hete zomerdag die 1 op de 1.000 zomerdagen (in de maanden april tot en met september) voorkomt. Het gaat dus om een extreme situatie. Gevoelstemperatuur daalt in het projectgebied met 6 tot 12 °C, waaronder op het stationsplein en de Stationsweg, maar stijgt in de directe omgeving van het projectgebied tot 3 °C. Bij het spoor en de perrons van Eindhoven Centraal Station en het gebied rond Piazza Center ter hoogte van de Vestdijktunnel stijgt de gevoelstemperatuur tot 6 °C. De oorzaak van de stijging is de windreductie. Doordat de wind in het model oostelijk is, heeft dit effect op het gebied ten westen van het projectgebied. Het langdurig gezondheidseffect blijft binnen dezelfde categorie als de huidige situatie voor hitte gerelateerde gezondheidsrisico’s, namelijk categorie II risicovol: extra risico door bebouwingsinvloed voor gevoelige doelgroepen. De beoogde nieuwbouw leidt derhalve op deze plekken niet tot een verslechtering in categorie, terwijl binnen het projectgebied hittestress juist afneemt. Windhinder Door het realiseren van de beoogde nieuwbouw in het projectgebied zal in de toekomstige situatie een meer gevarieerd windklimaat optreden.
Een windrijk klimaat wordt gezien in de relatief smalle doorgangen tussen de torens, rondom de gebouwhoeken en ter plaatse van het Stationsplein, welke gekenmerkt wordt door klassen C t/m E . De doorgangen (oost- en westtoren, en oost- en zuidtoren) en ter plaatse van de noordwestelijke hoek van westtoren van District-E wordt in het windonderzoek gekenmerkt door windhinderklasse E. Om deze effecten te voorkomen worden aanvullende mitigerende maatregelen (vegetatie en luifels dienende als windschermen) getroffen, die in artikel 3.3.1 en 3.3.2 van het bestemmingsplan District-E zijn geborgd. Daarnaast bevatten de bestemmingsplannen voor Lichthoven fase 1 kavel A en kavels C en D een verplichting tot inrichting van de openbare ruimte die rekening houdt met het aanbrengen van voldoende vegetatie.
7 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Door optimalisering van de fasering of ontwerpaanpassingen kunnen nadelige cumulatieve milieueffecten op het aspect water vermijden De diverse ontwikkelingen hebben allen een ondergrondse parkeervoorziening/fietsenstalling. Voor de aanleg van deze voorzieningen dienen bemalingen geplaatst te worden. Deze beïnvloeden de grondwaterstand in het gebied. Hierdoor dienen de ontwikkelingen gefaseerd te worden gerealiseerd en dient bij iedere omgevingsvergunning te worden aangetoond dat er geen onevenredige beïnvloeding is van de waterhuishouding. Op verkeer en gezondheid zijn de effecten beperkt en kan gezondheidswinst optreden De ontwikkelingen in het gebied genereren gezamenlijk veel nieuwe mobiliteit door de nieuwe inwoners en arbeidsplaatsen. Vanwege de ligging nabij het station, de inrichting van het gebied en het stimuleren van duurzame vormen van vervoer als lopen, OV, fiets en deelmobiliteit neemt de hoeveelheid wegverkeer slechts beperkt toe. Deze toename van het wegverkeer wordt ruim gecompenseerd door de autonome afname van het wegverkeer in het gebied en de wijdere omgeving vanwege het gevoerde beleid van de gemeente. Als gevolg hiervan leiden de ontwikkelingen gezamenlijk niet of nauwelijks tot extra geluid of emissies door het wegverkeer in het gebied. De gezondheidseffecten zijn hiermee beperkt.
Door het stimuleren van lopen en fietsen wordt bewegen en gezond gedrag bevorderd, waardoor zowel in het gebied als daarbuiten ook positieve gezondheidseffecten optreden. Externe veiligheid vormt een aandachtspunt vanwege de sterke toename van het zogeheten groepsrisico Met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen nemen de personendichtheden langs het spoor sterk toe. De gevolgen van een calamiteit met het vervoer van gevaarlijke stoffen op het spoor worden hiermee groter omdat potentieel meer personen getroffen kunnen worden. In de afzonderlijke ontwikkelingen is reeds een verantwoording van deze toename van het groepsrisico in het gebied opgenomen en zijn in samenwerking met de veiligheidsregio diverse maatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Bij het bepalen van deze risico’s en het treffen van maatregelen is al rekening gehouden met de ontwikkelingen in het gebied in samenhang. Vanwege de wijziging van het plan voor District-E (met name wegvallen hotelfunctie) verblijven er minder mensen in het gebied, waardoor het groepsrisico licht daalt. Andere effecten op verkeer en gezondheid en externe veiligheid Voor andere effecten op verkeer en gezondheid en externe veiligheid zijn geen aanvullende maatregelen nodig om cumulatieve effecten te voorkomen of te beperken.
Wel wordt stilgestaan bij de effecten omdat ze relevant zijn voor de besluitvorming over de Stationslocatie Zuid-Oost. Kunnen belangrijke cumulatieve milieueffecten worden uitgesloten? De zes ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost zijn volledigheidshalve opnieuw in samenhang beschouwd in deze cumulatienotitie. De voorwaarden uit de onderliggende m.e.r.-beoordelingen en de aanvullende voorwaarden uit deze cumulatienotitie zijn gewaarborgd en daarmee kan geconcludeerd worden dat belangrijke cumulatieve milieueffecten uit te sluiten zijn. Het gaat om de volgende gewaarborgde voorwaarden: - hinder en overlast tijdens de sloop- en aanlegfase: tijdens de bouw wordt gewerkt met een integraal BLVC-team en per project worden de gebruikelijke BLVC-plannen gesteld en daarnaast bevat het Bouwbesluit regels ter voorkoming van overlast (verkeer, parkeren, geluid en trillingen); - geluid: de in het ontwerp geprojecteerde balkons moeten voldoende afscherming hebben om een voldoende goed leefklimaat te bereiken. Dit is gewaarborgd in artikel 3.2.2.
van het ontwerpbestemmingsplan Lichthoven fase 1 (kavels C en D) en in artikel 3.4.1 sub a van het bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E); - water: de fasering van de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen is zodanig, dat gelijktijdige bronbemalingen geen ongewenste cumulatieve grondwaterstandsdalingen (of effecten op aanwezige WKO’s) tot gevolg hebben en zonodig retourbemaling wordt toegepast. Dit is geborgd in de bestemmingsplannen. Per bestemmingsplan is een regel opgenomen dat het grondwater met niet meer dan 0,05 meter opgestuwd mag worden (op grond van artikel 3.2.4 van de vastgestelde bestemmingsplannen); - externe veiligheid: de voet van toren west en toren oost van de ontwikkeling District-E liggen voor ongeveer 10 m binnen het PAG van de spoorlijn. Alle geplande ontwikkelingen zorgen samen voor een
8 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
-
verdere verdichting langs het spoor en daarmee voor een verdere stijging van het groepsrisico. Om het groepsrisico te beperken zijn maatregelen in het bestemmingsplan voor District-E opgenomen, namelijk het uitsluiten van woningen en andere gevoelige functies binnen de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone - plasbrand aandachtsgebied; en 'veiligheidszone - groepsrisico', het hanteren van explosiebestendige trappenhuizen en draaiende constructies en de realisatie en instandhouding van een vloeistofgoot. Dit is geborgd in het bestemmingsplan Stationsplein Zuid (District-E) in de bouwregels in artikel 3.2.1 onder d, artikel 4.1 sub i, en de artikelen 6.1 en 6.2; windhinder: het windklimaat voldoet aan minimaal windklasse D op grond van NEN 8100. Het enige gedeelte waar windklasse E kan voorkomen, is direct langs de torens van District-E. Om dit te voorkomen worden aanvullende mitigerende maatregelen (zoals vegetatie en luifels dienende als windschermen) getroffen, die in artikel 3.3.1 en 3.3.2 van het bestemmingsplan District-E zijn geborgd. Daarnaast bevatten de bestemmingsplannen voor Lichthoven fase 1 kavel A en kavels C en D een verplichting tot inrichting van de openbare ruimte die rekening houdt met het aanbrengen van voldoende vegetatie.
Kanttekeningen bij het onderzoek Voorliggende cumulatienotitie is opgesteld op basis van de informatie die beschikbaar was uit de diverse onderliggende m.e.r.-beoordelingen voor de afzonderlijke projecten, alsmede actualisaties van eerder uitgevoerde onderzoeken, die voldoende actueel en representatief zijn. Het is daarmee een kwalitatieve beschouwing van cumulatieve effecten waarvoor geen aanvullende berekeningen of verdiepende analyses zijn uitgevoerd, met uitzondering van de koepelnotitie voor het thema verkeer en parkeren; het windonderzoek [Actiflow. 2021]; het hittestress onderzoek [Witteveen+Bos, 2021] en de integrale grondwateranalyse [Movares, 2021]. Deze onderzoeken zijn meegenomen in de Actualisatie van de Cumulatienotitie en in de geactualiseerde conclusies. De effecten zijn met zorg beschreven op basis van de informatie uit de aanmeldingsnotities m.e.r.beoordeling van de zes ruimtelijke ontwikkelingen met de achterliggende bijlagen en de toelichting van de verschillende bestemmingsplannen. Als effecten of maatregelen om effecten te verkleinen of te vermijden afwijken ten opzichte van de achterliggende stukken (onder andere afzonderlijke m.er.-beoordelingsnotities), prevaleert de inhoud van de achterliggende stukken met uitzondering van de aanvullende maatregelen die in deze notitie worden voorgesteld.
9 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
1 INLEIDING Korte introductie Voor u ligt de geactualiseerde versie van de cumulatienotitie voor Eindhoven Stationslocatie Zuid-Oost. Dit rapport brengt in beeld wat de mogelijke cumulatieve milieueffecten zijn van een zestal ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied direct ten zuiden van station Eindhoven. Voor de zes ontwikkelingen zijn eerder afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen opgesteld. Daarin is ook ingegaan op de onderlinge cumulatieve gevolgen, voor zover mogelijk bekend op het moment van opstellen van de desbetreffende m.e.r.beoordeling. Inmiddels bestaat er meer concreet zicht op de zes ontwikkelingen en is er voor District E een programmawijziging opgetreden. Om die reden is er in deze notitie nogmaals ingezoomd op mogelijke cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten. De cumulatienotitie vormt aldus een aanvulling op de m.e.r.beoordelingen die eerder zijn uitgevoerd voor elk van de zes ontwikkelingen afzonderlijk. Doel van deze cumulatienotitie is vast te stellen of er door de combinatie van de zes ontwikkelingen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden bij de transformatie van de Stationslocatie Zuid-Oost.
Vragen daarbij zijn: - wat zijn eventueel te verwachten cumulatieve effecten? - onder welke randvoorwaarden en met welke maatregelen zijn eventuele negatieve effecten en risico’s te beperken en kansen en positieve effecten te vergroten? Deze cumulatienotitie is opgebouwd en uitgevoerd volgens de systematiek van een m.e.r.-beoordeling. Leeswijzer De cumulatienotitie begint met een inleiding in hoofdstuk 1 waarin de aanleiding en het doel van de cumulatienotitie worden beschreven. Hoofdstuk 2 gaat in op de kenmerken van het project. Hoofdstuk 3, kenmerken van de omgeving, geeft een analyse van de bestaande toestand van de leefomgeving. Hoofdstuk 4, soort en kenmerken van het potentiële effect, beschrijft de mogelijke (gezamenlijke) effecten van het realiseren van de zes voorgenomen ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 bevat de conclusie over cumulatieve effecten en een advies voor vervolgstappen. Aan het einde van de notitie is een literatuurlijst opgenomen.
1.1
Transformatie van Stationsgebied Eindhoven
Het gebied rondom station Eindhoven Centraal wordt getransformeerd naar een gemengd hoogstedelijk woon-werkgebied onder de vlag van Internationale Knooppunt XL. In het gebied is een gemengd programma voorzien van wonen, werken en voorzieningen en een openbare ruimte gericht op interactie en ontmoetingen. De transformatie ten zuiden van het station Eindhoven Centraal betreft het ‘Stationsgebied Zuid’. Binnen dit gebied worden onder andere zes ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt: ‘Stationslocatie Zuid-Oost’. In de voorliggende cumulatienotitie zijn de zes ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Stationslocatie Zuid-Oost, aanvullend op hetgeen daarover is opgemerkt in de afzonderlijke m.e.r-beoordelingen, in samenhang onderzocht op cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten.
10 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Ruimtelijke ontwikkelingen Stationslocatie Zuid-Oost Ten zuiden van het stationsgebied in Eindhoven worden in diverse ruimtelijke procedures een zestal ruimtelijke ontwikkelingen voorbereid met in totaal ongeveer 1.350 woningen, 550 eenheden hotel/shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 bvo-kantoren. Het gaat om de volgende ruimtelijke ontwikkelingen: 1 Lichthoven fase 1 kavel A; 2 Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel); 3 Lichthoven fase 1 kavel C+D; 4 Lichthoven fase 2 (Edge); 5 District E; 6 fietsenstalling ondergronds. Om deze ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken wordt de Stationsweg, het stationsplein en de (semi) openbare ruimte tussen de gebouwen heringericht.
Afbeelding 1.1 Locatie van de ontwikkelingen in stationslocatie Zuid-Oost (begrenzing is indicatief)
In tabel 1.1 is het programma weergegeven op basis van de maximale planologische invulling. In bijlage I zijn de andere twee programma’s weergegeven die als voornemen hebben gediend voor het projectMER Stationsgebied en de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingsnotities. Het voornemen voor de voorliggende cumulatienotitie gaat uit van de maximale planologische mogelijkheden van de gezamenlijke projecten en ontwikkelingen in het gebied.
Tabel 1.1 Het programma op basis van maximale planologische invulling en de aanmeldingsnotities m.e.r-beoordelingen Ruimtelijke ontwikkeling District E Lichthoven fase 1 Kavel A
Kantoren m2 bvo
Horeca/detailhandel m2 bvo
Shortstay eenheid
Wonen eenheid
12.515*)
3.870*)
150
650
13.650
500
Lichthoven fase 1 Kavel B (The Student Hotel) Lichthoven fase 1 Kavel C en D
11 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
400 1.000
250
Ruimtelijke ontwikkeling Lichthoven fase 2 - Edge
Kantoren m2 bvo
Horeca/detailhandel m2 bvo
27.500
500
53.700
5.900
Shortstay eenheid
Wonen eenheid 300
ondergrondse fietsenstalling totaal (afgerond)*)
*)
550
1.350
het oppervlak kantoren en horeca/detailhandel in District E mag in totaal niet meer zijn dan 15.500 m 2
1.2
Wat is eerder besloten en afgewogen?
Door de intensivering van het gebied met nieuwe functies (zoals wonen) is het nodig om de milieugevolgen van de beoogde transformatie inzichtelijk te maken. De transformatie van de Stationslocatie Zuid-Oost wordt stap voor stap planologisch mogelijk gemaakt aan de hand van individuele bestemmingsplannen voor de zes ontwikkelingen. Ruimtelijke visie voor het Stationsgebied (2005) De gemeente Eindhoven heeft in de ruimtelijke visie (2005)1 al voornemens vastgesteld om een investeringsprogramma uit te voeren voor het intensiever gebruiken van het huidige Stationsgebied. Het voornemen voor het gehele Stationsgebied betreft nieuwbouw van woningen, uitbreiding van kantoren en winkels en het versterken van de functie als uitgaansgebied. Om dit voornemen mogelijk te maken wordt er ook geïnvesteerd in de openbare ruimte en wordt nieuwe infrastructuur aangelegd.
Afbeelding 1.2 Voorgenomen bebouwing Stationsgebied onderzocht in het projectMER uit 2011, bron: ruimtelijke visie ‘verbinden en verblijven’, gemeente Eindhoven, vastgesteld december 2005
* 1. Stationslocatie Zuid-Oost, 2. kleine Blob en 3. = OV-stationspassage
1
Stationsgebied Eindhoven verbinden en verblijven. Ruimtelijke visie en haalbaarheidsstudie voor de verdere ontwikkeling van het Stationsgebied, vastgesteld door de gemeenteraad, december 2005.
12 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
MER Stationsgebied (2011) Een deel van het stationsgebied en centrum is in een projectMER uit 20111 nader onderzocht en afgewogen. Daarbij zijn de ontwikkelingen onderzocht in drie verschillende sub ontwikkelingen: (afbeelding 1.2): 1 stationslocatie Zuid-Oost (kantoren, woningen, commerciële functies); 2 de kleine Blob bestemd voor de detailhandel; 3 de OV-stationspassage: een verbreding en verlaging van de voetgangerstunnel onder het station. Ontwikkeling 2 en 3, De kleine Blob en de OV stationspassage, zijn inmiddels al gerealiseerd. Ontwikkeling 1, Stationslocatie Zuid-Oost, wordt in deze cumulatienotitie beschouwd. In het projectMER zijn voor Stationslocatie Zuid-Oost ook varianten op het gebied van een bouwprogramma ontwikkeld en beoordeeld. Van de eerste ontwikkeling Stationslocatie Zuid-Oost is alleen het studenthotel (Lichthoven fase 1, kavel B) inmiddels gerealiseerd. Verantwoorde keuze voor het intensiveren rondom station Eindhoven Centraal vanuit milieuperspectief Het projectMER Stationsgebied bevat de milieuonderbouwing voor het besluit onder andere het bestemmingsplan Stationslocatie Zuid-Oost, alsmede voor de op te stellen projectomgevingsvergunningen en bestemmingsplannen voor het totale Stationsgebied.
Het projectMER heeft integraal de milieueffecten in beeld gebracht van de transformatie van het Stationsgebied en heeft aangegeven welke mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen en wat daarvan de effecten zijn. In het projectMER zijn de effecten beoordeeld van drie varianten voor de invulling van het stedenbouwkundig programma voor Stationslocatie Zuid-Oost. Een deel van de te realiseren woningen op Zuid-Oost kan desgewenst een invulling krijgen met een hotel (variant 1) of met kantoorruimten (variant 2). Daarmee bevat het projectMER vanuit de m.e.r.-systematiek een verantwoorde keuze voor het intensiveren rondom station Eindhoven Centraal. De zes ontwikkelingen aan de zuidzijde van het Stationsgebied Eindhoven vallen hiermee binnen de kaders van dat projectMER. Wijzigingen ten opzichte van het voornemen uit het projectMER In het projectMER Stationsgebied (Witteveen+Bos, 2011) zijn de effecten van de combinatie van de zes ontwikkelingen al beschreven. Dit projectMER Stationsgebied gaat wel over een groter gebied: het deel over het Stationsgebied Zuid-Oost is relevant. De ontwikkelingen Kleine Blob en OV-stationspassage uit het MER Stationsgebied zijn inmiddels uitgevoerd.
Ten opzichte van de ontwikkeling Stationslocatie Zuid-Oost zijn de volgende (beperkte) veranderingen opgetreden door wijzigingen in de planvorming: - Student Hotel (Lichthoven fase 1 kavel B) is gerealiseerd; - de kavel Edge (Lichthoven fase 2) is iets dichter naar het spooremplacement opgeschoven; - het programma komt in hoofdlijnen met elkaar overeen. Het programma bestond uit meer kantoren en winkels en minder wonen ten opzichte van de maximale planologische invulling die wordt gehanteerd in deze cumulatienotitie. Daarmee is er sprake van een verschuiving van kantoren en winkels naar wonen. In bijlage I zijn de verschillende programma’s opgenomen; - de huidige bouwblokken voor Lichthoven fase 1 en 2 verschillen met het oorspronkelijk stedenbouwkundige plan voor de locatie Lichthoven (2007). District-E is een invulling geworden met drie torens in plaats van de aangegeven bouwblokken. In bijlage II zijn de stedenbouwkundige plannen opgenomen die vastgesteld zijn in 2007, 2014 en 2019.
Afzonderlijke m.e.r.-beoordelingsnotities Voor elk van de zes ontwikkelingen binnen Stationslocatie Zuid-Oost zijn m.e.r.-beoordelingsnotities opgesteld: - District E: m.e.r.-beoordeling District E Eindhoven opgesteld door Royal HaskoningDHV, 2020 en Addendum opgesteld door Witteveen+Bos, januari 2022; - Lichthoven fase 1 Kavel A: Eindhoven Lichthoven fase 1A aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling opgesteld door RHO adviseurs, 2020; - Lichthoven fase 1 Kavel C en D: LICHTHOVEN FASE 1 (KAVELS C EN D) Eindhoven Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling door RHO adviseurs, 25 maart 2021; 2
MER Stationsgebied opgesteld door Witteveen+Bos, 2011.
13 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
-
Lichthoven fase 2: Edge m.e.r.-beoordeling Edge Eindhoven opgesteld door Royal HaskoningDHV, 2020 ondergrondse fietsenstalling: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling, Bestemmingsplan Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling), 2021.
Afzonderlijke ontwikkelingen leiden niet tot belangrijke nadelige milieueffecten Voor de zes ruimtelijke ontwikkelingen zijn afzonderlijke bestemmingsplannen opgesteld en/of in voorbereiding. De afzonderlijke ontwikkelingen zijn activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage en vallen onder categorie D11.2. Daarmee geldt een verplichting om een m.e.r.-beoordeling te doen. Deze procedure is per ontwikkeling afzonderlijk doorlopen. Alle zes afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen concluderen dat de voorgenomen activiteiten niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Op grond van het Besluit m.e.r. wordt er in de afzonderlijke m.e.r.-beoordeling geconcludeerd dat er geen verplichting geldt om voor de vaststelling van de bestemmingsplannen een m.e.r.-procedure op te starten. Tabel 1.2 is een overzicht van de besluiten van de zes ruimtelijke ontwikkelingen en de huidige status. Lichthoven fase 1 kavel A is in procedure. Het Student Hotel (Lichthoven fase 1 kavel B) is al gerealiseerd. De andere gebouwen van Lichthoven zullen gefaseerd mogelijk gemaakt worden.
Tabel 1.2 Per ruimtelijke ontwikkeling het besluit, status van het plan en de conclusie van de afzonderlijke m.e.r.Beoordelingsnotities Ruimtelijke ontwikkeling
Besluiten
Status
Vaststelling
District-E
het bestemmingsplan ‘Stationsplein Zuid (District-E)’
ontwerp (20 februari 2020)
als ontwerp ter inzage gelegen, vaststelling juni 2021 Gewijzigd vaststellingsbesluit volgens art 6:19 AWB in januari 2022
Lichthoven fase 1 Kavel A
het bestemmingsplan ‘Lichthoven fase 1 (kavel A)’
ontwerp (14 januari 2021)
als ontwerp ter inzage gelegen, vaststelling juni 2021
Lichthoven fase 1 Kavel B (The Student Hotel)
het bestemmingsplan ‘Lichthoven (The Student Hotel)’
onherroepelijk
vastgesteld 23 september 2014
Lichthoven fase 1 Kavel C en D
het bestemmingsplan ‘Lichthoven fase 1 (kavel C en D)’
ontwerp (13 januari 2022)
het ontwerpplan ligt ter inzage in januari 2022
Lichthoven fase 2 - Edge
het bestemmingsplan ‘Lichthoven fase 2’
ontwerp (4 maart 2021)
als ontwerp ter inzage gelegen, vaststelling juni 2021
ondergrondse fietsenstalling
het bestemmingsplan ‘Stationsplein Zuid (ondergrondse fietsenstalling)’
voorontwerp
gaat ter inzage 1e kwartaal 2022
14 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Conclusie m.e.r.beoordelingsnotitie
geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu het doorlopen van een volledige m.e.r.‐ procedure is niet noodzakelijk
1.3
Aanleiding voor de cumulatienotitie en de actualisatie
Onderzoek naar de cumulatieve effecten van de zes ontwikkelingen/actualisatie cumulatienotitie Deze cumulatienotitie wordt uitgevoerd om beter in beeld te brengen of de zes ontwikkelingen in Stationsgebied Zuid-Oost gecombineerd leiden tot cumulatieve effecten. De focus in deze cumulatienotitie ligt daarbij op die cumulatie van effecten van de optelsom van de individuele ontwikkelingen. De raadscommissie heeft tijdens de meningsvormende raadscommissie van 9 maart 2021 het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van Lichthoven fase 2 en District-E niet willen behandelen vanwege het gebrek aan inzicht op cumulatie van de milieueffecten. Naar aanleiding hiervan is de Cumulatienotitie opgesteld voor de zes plannen in het Stationsgebied Zuid-Oost [Witteveen+Bos, 4 mei 2021]. Op 22 juni 2021 heeft de gemeenteraad de bestemmingsplannen voor Lichthoven fase 1, Lichthoven fase 2 en District E vastgesteld. In de zomer van 2021 zijn de vastgestelde bestemmingsplannen ter inzage gelegd voor beroep. Er zijn beroepen ingesteld tegen alle drie de bestemmingsplannen. Mede naar aanleiding hiervan zijn de relevante onderzoeksrapporten aangepast en is ook de Cumulatienotitie geactualiseerd. Die actualisatie is ook ingegeven door wijzigingen in het plan voor District-E die hierna worden besproken.
District-E Vanwege ingediende zienswijzen en beroepsschriften wenst de gemeente de ruimte voor ontwikkeling binnen het plan voor District E in te perken. Tevens wil de gemeente tegemoet komen op het aspect windhinder door de beoogde maatregelen juridisch te borgen in de regels. De sterk verslechterde hotelmarkt als gevolg van de COVID-19-crisis is verder aanleiding dat de functie hotel vervalt in zijn totaal. De bouwhoogte van de hoogste toren gaat omlaag naar maximaal 155 m en hiermee worden kosten bespaard, omdat het bouwen boven de 155 m naar verhouding veel duurder is. Concreet gaat het om de volgende wijzigingen in programma en vormgeving: - hotelfunctie vervalt in zijn geheel; - het aantal woningen gaat van 510 naar 800 (waarvan 150 shortstay); - de maximum bouwhoogte van de hoogste toren gaat omlaag van 170 naar 155 m; - fysieke windmaatregelen aan het pand worden verankerd in het bestemmingsplan; - het aantal shortstay eenheden daalt van maximaal 200 naar 150 en maakt onderdeel uit van het maximum aantal wooneenheden van 800. Voortbouwend op de milieueffecten Stationslocatie Zuid-Oost Bij het beoordelen van de effecten van de zes ontwikkelingen is ook het eerder uitgevoerde projectMER van belang. In 2011 is voor het Stationsgebied een projectMER uitgevoerd (Witteveen+Bos, 2011) voor het gehele Stationsgebied.
Deze bevat een globale beoordeling van de milieueffecten van het totale plan voor de ontwikkeling van het Stationsgebied waaronder een beoordeling van de Stationslocatie Zuid-Oost en Lichthoven fase 1 en 2. De locatie van District E (VVV-terrein) is alleen op de thema’s geluid en trillingen onderzocht. Het stedenbouwkundige programma dat voor de Stationslocatie Zuid-Oost in het projectMER beschouwd is, is qua aard en omvang vergelijkbaar met de huidige plannen beschreven in de afzonderlijke bestemmingsplannen (bijlage I). Het aantal m2 kantoren en winkels is kleiner dan destijds onderzocht, maar het aantal woningen in combinatie met hotel/shortstay is groter. De milieueffecten van het Stationsgebied Zuid zijn in opdracht van de gemeente Eindhoven al integraal onderzocht als onderdeel van het projectMER Stationsgebied 2011. In deze cumulatienotitie beschrijven wij per milieuaspect wat de effecten zijn van alle nog uit te voeren projecten. De aanleiding hiervoor ligt in de vraag van de gemeenteraad om de cumulatieve milieueffecten van de zes afzonderlijke projecten in samenhang te beschouwen.
1.4
Doel van de cumulatienotitie
In deze cumulatienotitie is voor de zes aan de orde zijnde ontwikkelingen (aanvullend) inzicht geboden in de cumulatieve effecten. Daarbij worden kansen en aandachtspunten benoemd, wordt door de gemeente Eindhoven een uitspraak gedaan of de cumulatieve effecten belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben en of de conclusies in de afzonderlijke mer-beoordelingen bijstelling behoeven.
15 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Deze cumulatienotitie heeft als doel: - het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van de plannen voor de Stationslocatie Zuid-Oost; - (aanvullend) inzicht te geven in de cumulatieve milieueffecten van de verschillende ontwikkelingen in de Stationslocatie Zuid-Oost; - de raad te informeren over de cumulatieve effecten van de zes ontwikkelingen in samenhang; het gedeeltelijk actualiseren van het projectMER Stationsgebied voor de Stationslocatie Zuid-Oost. Voor de beoordeling van de cumulatieve effecten is aansluiting gezocht met de criteria uit activiteiten die belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben in de zin van de Europese-richtlijn: 1
Kenmerken van de projecten
De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name: -
de omvang en het ontwerp van het gehele project;
-
de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;
-
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit;
-
de productie van afvalstoffen;
-
verontreiniging en hinder;
-
het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis;
-
de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
2
Locatie van de projecten
De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: -
het bestaande en goedgekeurde landgebruik;
-
de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan: ·
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, oeverformaties, riviermondingen;
·
kustgebieden en het mariene milieu;
·
berg- en bosgebieden;
·
natuurreservaten en -parken;
·
gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG;
·
gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen;
3
·
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid;
·
landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Soort en kenmerken van het potentiële effect
De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de (samenhang tussen) bevolking en menselijke gezondheid, biodiversiteit, land, bodem, water, lucht, klimaat, materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap, met inachtneming van: -
de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);
-
de aard van het effect;
-
het grensoverschrijdend karakter van het effect;
-
de intensiteit en de complexiteit van het effect;
-
de waarschijnlijkheid van het effect;
-
de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;
-
de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;
-
de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
16 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
2 KENMERKEN VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk beschrijft de eisen en voorwaarden waaraan de ruimtelijke ontwikkelingen (en de aanleg daarvan) in de gemeente Eindhoven beleidsmatig moeten gaan voldoen. De kenmerken worden beschreven aan de hand van de punten die zijn gevraagd in bijlage III van de Europese m.e.r. richtlijn (zie kader in paragraaf 1.4).
2.1
Analyse relevante kenmerken van het project
In bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn waarbij in deze cumulatienotitie wordt aangesloten staan een aantal kenmerken van het project die relevant kunnen zijn. Voor deze cumulatienotitie blijken de volgende kenmerken uit tabel 2.1 relevant te zijn: - omvang en ontwerp van het gehele ontwerp; - verontreiniging en hinder; - risico’s voor de menselijke gezondheid.
Tabel 2.1 Kenmerken van het project Kenmerk
Toelichting
omvang en het ontwerp van het gehele project
het gebied heeft een omvang van circa 3 hectare. Een stedelijke transformatie van het Stationsgebied Zuid-Oost met de intensivering van het gebied met nieuwe functies (zoals wonen). Het voornemen betreft zes ontwikkelingen met de realisatie van in totaal ongeveer 1.350 woningen, 550 eenheden shortstay, 5.900 m2 commerciële functies (horeca/detailhandel) en 53.700 m2 bvo-kantoren tot 2030
cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
in de omgeving van het gebied zijn de komende jaren meerdere afzonderlijke (woningbouw)projecten gepland. De meeste projecten bevinden zich nog in een visiefase, waardoor de mate van concreetheid (aanzienlijk) achterop loopt op de in deze notitie beschouwde ontwikkelingen. Deze plannen zijn nog niet concreet genoeg om in relatie met de zes ontwikkelingen te beschouwen. Daarom kunnen de plannen in de nabije omgeving niet meegenomen worden in deze beoordeling
gebruik van natuurlijke hulpbronnen
vanwege transformatie geen aanvullend ruimtegebruik. Wel grootschalige functiewijziging en intensivering van ruimtegebruik. Het gebruik van hulpbronnen kan hiermee toenemen (materiaalgebruik, energie, water, bodem)
productie van afvalstoffen
naast het reguliere afval behorende bij de zes ontwikkelingen zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen
verontreiniging en hinder
deze paragraaf beschrijft de productie van verontreiniging en hinder vanuit het project. Hoofdstuk 4 gaat in op de daadwerkelijke (resterende) effecten de ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied
17 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Kenmerk
Toelichting
sloop en aanleg tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. De transformatie gaat gepaard met een scala van sloop- en bouwwerkzaamheden die tot hinder en verontreiniging kunnen leiden. Denk aan trillingen, geluidhinder, stof, luchtverontreiniging en stikstofemissie door bouwverkeer en inzet van materieel. Dit kan invloed hebben op mens en milieu. In dit stadium is de aard en omvang van deze verontreiniging en hinder in de aanlegfase niet goed in te schatten. Dit zal worden meegenomen door het integrale BLVC-team en in de fasering van de werkzaamheden. gebruik de transformatie leidt tot intensivering van ruimtegebruik en extra gevoelige woon- en verblijffuncties. Bestaande en nieuwe bronnen van hinder kunnen toenemen, net als het aantal personen dat aan deze hinder kan worden blootgesteld risico van zware ongevallen en/of rampen
er is met de realisatie van de zes ontwikkelingen geen sprake van een nieuwe risicobron. Hogere personendichtheden in het gebied kunnen leiden tot een grotere impact van bestaande risicobronnen op het gebied van externe veiligheid. Ook klimaatverandering kan impact hebben op wateroverlast en hittestress in het gebied
risico's voor de menselijke gezondheid
door het groter aantal personen in het gebied kunnen bestaande en nieuwe gezondheidsrisico’s toenemen (zie hierboven) het gebied met de zes ontwikkelingen ligt in een gebied dat verdacht is op het aantreffen van Conventionele Explosieven (CE) verder gelden voor het project de wettelijke regels voor bouwveiligheid
2.2
Omvang en het ontwerp van het gehele project
Het voornemen De omvang en het ontwerp van de zes ruimtelijke ontwikkelingen is weergegeven in afbeelding 2.1. De ontwikkelingen zijn één voor één hieronder verder toegelicht. In tabel 1.1. (hoofdstuk 1) is het voornemen weergegeven: het totale programma op basis van de maximale planologische invulling.
18 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Afbeelding 2.1 Omvang en het ontwerp van het gehele project
Lichthoven fase 1 kavel A Het bestemmingsplan heeft betrekking op het realiseren van een kantoorgebouw met een hoogte van circa 51 m naast het station Eindhoven Centraal. Bij het kantoorgebouw zijn op de begane grond eventueel horeca en/of detailhandel (plintfuncties) toegelaten. Het programma met betrekking tot het voorgenomen plan (gebouw A) bestaat uit een multifunctioneel gebouw met kantoren. Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel) (gerealiseerd) Het bestemmingsplan ‘The Student Hotel’ voorziet in een gebouw (23 bouwlagen) dat dienst doet als 'The Student Hotel' met de functie horeca in de vorm van een 'Student Hotel' (400 kamers). Dit hotel is een horecabedrijf dat gericht is op het bieden van logies aan, maar niet beperkt tot, aan onderwijs verbonden personen met bijbehorende en daaraan ondergeschikte voorzieningen (zoals fitness-, studeer- en ontmoetingsfaciliteiten) met - al dan niet - als nevenactiviteit de exploitatie van een restaurant. Het gebouw heeft een footprint (op maaiveldniveau) van circa 630 m2 bruto vloeroppervlak en een bouwhoogte van maximaal 72 m (exclusief voorzieningen op het dak). Het gebouw is geprojecteerd op de hoek van het Stationsplein en de Stationsweg. The Student Hotel is in 2017 opgeleverd en in gebruik genomen. Lichthoven fase 1 kavel C en D Lichthoven (C en D) voorziet globaal in twee woongebouwen met woningen en commerciële functie.
Gebouw C heeft een footprint van circa 49 bij 21 en een hoogte van circa 75 m. Gebouw D heeft een footprint van circa 44 bij 18 m en een hoogte van circa 28 m. Daarnaast komt er een ondergrondse parkeergarage voor gebruikers. Lichthoven fase 2 (Edge) Het projectgebied Lichthoven fase 2 ligt in het centrum van de gemeente en wordt in grote lijnen begrensd door het spoorwegcomplex (noordzijde), de Stationsweg (zuidzijde), de Dommel (oostzijde) en het parkeerterrein bij het Student Hotel (westzijde). Op deze locatie mag Edge een integraal en mixed-use plan ontwerpen van kantoor en wonen, inclusief in de eerste bouwlaag enkele niet-woonfuncties. Daarnaast komt er een ondergrondse parkeervoorziening voor
19 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
de gebruikers. De separate gebouwen worden gescheiden door een passage en staan op een gezamenlijke parkeergarage. Stationsplein Zuid (District E) District-E is de herontwikkeling van een deel van het Stationsplein (Zuid). Het betreft drie torens van circa 155, circa 120 en circa 90 m hoogte naast het station. Het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan maakt een flexibel programma mogelijk met maximaal 800 woningen, waarvan maximaal 150 shortstay units en werkgerelateerde en publieksgerichte functies. De fysieke windmaatregelen in het plan zijn verankerd in het bestemmingsplan District-E in artikel 3.2.2. Tevens is in het voorliggend bestemmingsplan het gemeentelijk beleid in het kader van klimaatadaptief bouwen verankerd door in de regels op te nemen dat er moet worden voorzien in voldoende waterberging. Fietsenstalling ondergronds De gemeente Eindhoven stelt een bestemmingsplan Stationsplein Zuid op ten behoeve van de ontwikkeling van een ondergrondse fietsenstalling aan de centrumzijde van het station Eindhoven Centraal. Deze behoefte komt voornamelijk voort uit de ontwikkeling van District E en het al gerealiseerde Student Hotel.
De fietsenstalling heeft de volgende kenmerken: - in totaal is ruimte voor circa 5.700 fietsen; - het gaat om drie typen fietsen 'reguliere fietsen', 'buitenmodelfietsen' en 'leenfietsen'; - in het noorden wordt de ondergrondse fietsenstalling aangesloten op de bestaande fietsenstalling onder de stationshal van Eindhoven Centraal; - aan de overzijde van de Stationsweg wordt een nieuwe aansluiting gerealiseerd op de ondergrondse fietsenstalling in de vorm van een fietshelling. De hellingbaan heeft een lengte van circa 28 m, waarvan circa 18 m bovengronds. De entree van de stalling sluit direct aan op de nieuwe te realiseren fietsroute aan de zuidzijde van de Stationsweg; - de ondergrondse fietsenstalling ligt aan de onderzijde op circa 5 m onder maaiveld; - de lengte van de ondergrondse fietsenstalling (inclusief bestaande stalling onder de stationshal) bedraagt circa 115 m; - in de ondergrondse fietsenstalling zal op verschillende punten sprake zijn van daglichttoetreding.
2.3
Cumulatie met andere ruimtelijke ontwikkelingen
Samenhang tussen de zes ontwikkelingen In de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingsnotities is aangegeven dat er geen sprake is van projectmatige, organisatorische, fysieke en/of functionele samenhang tussen de zes ontwikkelingen. De ontwikkelingen liggen wel in elkaars nabijheid waardoor ook naar de cumulatie van (milieu)effecten wordt gekeken. In de afzonderlijke m.e.r.-beoordelingen is ingegaan op de onderlinge cumulatieve gevolgen zover mogelijk bekend op het moment van opstellen van de desbetreffende m.e.r.-beoordeling. Inmiddels bestaat er meer concreet zicht op de zes ontwikkelingen. Om die reden is er in deze notitie nogmaals ingezoomd op de cumulatieve milieu- en leefomgevingseffecten. Samenhang met andere ontwikkelingen In de omgeving van het gebied met de zes ontwikkelingen zijn de komende jaren meerdere (woningbouw)projecten gepland waaronder het Internationale Knooppunt XL, zijnde het gebied rondom het station Eindhoven Centraal. De meeste projecten binnen Knooppunt XL zijn nog niet concreet genoeg om in relatie met de zes ontwikkelingen te beschouwen. Het Stationsgebied Zuidoost omvat plannen die al heel lang voorzien waren. Hiervoor is een MER in 2011 uitgevoerd. Voor Fellenoord (een groot deel van Knoop XL ten noorden van het station) wordt een apart plan-/projectMER opgesteld.
Inmiddels ligt er een ‘Ontwikkelvisie & ontwikkelkader Fellenoord’ en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Fellenoord. Stationsgebied Zuid-Oost maakt nadrukkelijk geen onderdeel uit van dit nieuwe MER.
20 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
De (zes) ontwikkelingen binnen het Stationsgebied Zuid-Oost liggen allen in het gebied dat is aangeduid als ’Knooppunt XL’ (waarvoor ook de benaming Eindhoven Internationale Knoop XL wordt gebruikt), maar niet in het gebied dat te gelden heeft als Fellenoord en waarvoor de Notitie Reikwijdte en Detailniveau Fellenoord (hierna NRD Fellenoord) is opgesteld. In de NRD Fellenoord is gemotiveerd uiteengezet dat het op te stellen MER uitsluitend zal zien op Fellenoord, het gebied ten noorden van het station. Er is nog geen concrete ruimtelijke ordeningsbesluitvorming opgestart ter zake van projecten binnen Fellenoord.
2.4
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen (met name land, bodem, water en biodiversiteit)
De transformatie eist geen aanvullend ruimtegebruik, maar betreft een grootschalige functiewijziging en intensivering van ruimtegebruik. Het gebruik van hulpbronnen (buiten het gebied) kan hiermee toenemen (materiaalgebruik, energie, water, bodem). Voor de ruimtelijke ontwikkelingen worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt uit het gebied. Deze ontwikkelingen behoren niet tot het gebied waar grondstoffen voor materialen of energie worden gewonnen. Dit kenmerk leidt daarom niet tot aanzienlijke milieueffecten.
2.5
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval behorende bij de zes ontwikkelingen zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. Het reguliere afval kan bestaan uit materialen die vrijkomen door de sloop van (een deel) van de gebouwde omgeving en openbare ruimte.
2.6
Verontreiniging en hinder
Deze paragraaf beschrijft de productie van verontreiniging en hinder vanuit de ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 4.13 gaat in op de daadwerkelijke (resterende) effecten. Sloop en aanleg De transformatie gaat gepaard met een scala van sloop- en bouwwerkzaamheden die tot hinder en verontreiniging kunnen leiden. De bouwfasering en -methode is niet voor alle ontwikkelingen bekend. Vanwege de te verwachten milieugevolgen tijdens de aanlegfase is het van belang om de werkzaamheden te coördineren, onder meer met betrekking tot de omvang, duur en de cumulatie van de (tijdelijke) effecten. Daarbij zal acht geslagen moeten worden op bouwlogistiek, verkeersveiligheid, trillingen, geluid, (grond)water en ecologie (soorten en NNB). Door de sloop- en bouwactiviteiten tussen de ontwikkelingen te coördineren kunnen belangrijke nadelige (cumulatieve) milieugevolgen vermeden worden. In het kader daarvan is een integraal BLVC-team opgericht welke op basis van bereikbaarheid (B), leefbaarheid (L), veiligheid (V) en communicatie (C) afwegingen maakt met betrekking tot de bouwlogistiek. Er is een ontwerp voor de tijdelijke inrichting met aparte routing ten behoeve van bouwverkeer, waarbij het bouwverkeer via de Vestdijktunnel het gebied in- en uitrijdt en daarmee onder andere de Fuutlaan en het drukke fietspad richting TU Eindhoven vermijdt.
Ook worden bouwplaatsinrichtingen op elkaar afgestemd om de veiligheid en goed gebruik van de openbare ruimte te regelen. Daarnaast is er een integraal communicatieplan en strategie opgezet om te zorgen voor heldere en duidelijke gebiedsgerichte communicatie. Dit is geborgd via de regiegroep. In de regiegroep zitten de gemeente, ontwikkelaars/aannemers en belanghebbenden uit de omgeving. Om de bouw van Lichthoven fase 1 kavel B (The Student Hotel) mogelijk te maken is het postkantoor al eerder gesloopt.
21 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
Gebruik De transformatie leidt tot intensivering van ruimtegebruik en extra gevoelige woon- en verblijffuncties. Bestaande en nieuwe bronnen van hinder kunnen toenemen, net als het aantal personen dat aan deze hinder kan worden blootgesteld.
2.7
Risico’s van zware ongevallen en/of rampen
Er is met de realisatie van de zes ontwikkelingen geen sprake van een nieuwe risicobron. Hogere personendichtheden in het gebied kunnen leiden tot een grotere impact van bestaande risicobronnen. Ook klimaatverandering kan impact hebben op wateroverlast en hittestress in het gebied. Conventionele explosieven De gemeente Eindhoven is tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) zwaar getroffen door bombardementen en beschietingen. Bij grondroerende werkzaamheden worden nog steeds conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen. Gezien de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Stationslocatie ZuidOost heeft de gemeente Eindhoven een vooronderzoek Conventionele Explosieven (vooronderzoek CE) uitgevoerd. In paragraaf 4.14 zijn de effecten nader uitgewerkt. Externe veiligheid De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron vanuit externe veiligheid en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. In paragraaf 4.5 zijn de milieueffecten nader uitgewerkt. Op basis van de risicokaart is gebleken dat er in de omgeving van het gebied enkele risicobronnen aanwezig zijn. Het doorgaande spoor Eindhoven-Roermond, het spooremplacement en de campus van de TU/e zijn relevant in het kader van externe veiligheid. De gemeente Eindhoven heeft aanvullend op het landelijke beleid een eigen beleidsvisie externe veiligheid ontwikkeld.
Voor ontwikkelingen binnen 100 m van het spoor (Zone I) geldt: binnen deze zone moet rekening worden gehouden met extra veiligheid verhogende maatregelen om zelfredzaamheid en beheersbaarheid te garanderen (bovenwettelijke plusmaatregelen en beter dan het basisbeschermingsniveau). Bouwveiligheid Voor het project gelden de wettelijke regels voor bouwveiligheid.
2.8
Conclusie kenmerken project
Op basis van de beschreven kenmerken zijn effecten op de fysieke leefomgeving niet uit te sluiten. Het gaat om een breed palet van effecten als gevolg van functieverandering, ruimtebeslag, ingrepen in de ondergrond, wijzigende verkeersstromen en daarmee samenhangende emissie. Er treden zowel tijdelijke effecten (in de aanlegfase) als langdurige of permanente effecten (toename verkeer of aantasting functies of waarden) op. Het is daarom nodig om te kijken naar de locatie van de voorgenomen activiteit en de aanwezige waarden (hoofdstuk 3), om daarna de effecten en de waarden te kunnen koppelen en beoordelen (hoofdstuk 4).
22 | 76
Witteveen+Bos | 129469/22-000.953| Definitief 02
3 KENMERKEN VAN DE LOCATIE VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk gaat in op kenmerken van de omgeving waarin de ontwikkelingen in Stationslocatie Zuid-Oost plaatsvinden. Doel is het in beeld brengen van de staat en de gevoeligheid van het milieu in de gebieden waarop de zes ruimtelijke ontwikkelingen van invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 vat dit kort samen. De kenmerken van de omgeving (dit hoofdstuk) in combinatie met de kenmerken van het project (hoofdstuk 2) leiden tot de effectbeschrijving en -beoordeling in hoofdstuk 4.
3.1
Analyse relevante aspecten locatie van het project
In bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn waarbij in deze cumulatienotitie wordt aangesloten staan een aantal kenmerken van de omgeving van het project relevant kunnen zijn. Uit tabel 3.1 blijkt dat volgende aspecten van de locatie van het project aan bod moeten komen in deze cumulatienotie: - bestaand en goedgekeurd landgebruik; - opnamevermogen van het natuurlijk milieu, op het gebied van: · natuur; · milieukwaliteit (bodem en water); · landschap en cultuurhistorie; · hoge bevolkingsdichtheid (gezondheidseffecten door verkeer en effecten nieuwe bebouwing).
Tabel 3.1 Locatie van het project Aspect
Locatiebeschrijving
bestaand en goedgekeurde landgebruik
het gebied met de zes ontwikkelingen betreft bebouwd gebied met parkeerfuncties (een onbewaakte fietsenstalling en parkeerterreinen), een stationsplein bestaande uit trottoir, ontsluitingsweg, een klein parkje, enkele kleine horecagelegenheden met terras en een VVV-informatiecentrum
relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan)