CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4d - TAM-omgevingsplan bijlagen bij de motivering

Raadsvergadering 25 november 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven-Zuid14.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

blad 1 van 6

datum 24 oktober 2024 projectnummer 0493783.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstatoin Eindhoven Zuid

A2/N2

Afbeelding 2: Ligging van de uitbreidingsgronden aan de noord- en zuidzijde (rode kaders) van het bestaande station (paars gearceerd). In het kader van de ontwikkeling van de uitbreiding van het hoogspanningsstation aan de Genneperweg 170 te Eindhoven is een mer-beoordeling opgesteld. Deze beoordeling maakt onderdeel uit van de ruimtelijke procedure. In deze memo wordt beoordeeld of de ontwikkeling mogelijk kan leiden tot aanzienlijke milieueffecten.

1.2

Waarom een mer-beoordeling? Op grond van de Omgevingswet (artikel 16.43 lid 1 onder b alsmede lid 2 en 3) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11 en bijlage V) dient voor verschillende soorten projecten te worden bepaald of er ten gevolge van het desbetreffende project sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Afhankelijk van deze eventuele aanzienlijke milieueffecten is een milieueffectrapportage (mer, de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling van het bevoegd gezag. Ter voorbereiding van dat besluit is voor de voorgenomen ontwikkeling deze mer-beoordeling opgesteld. Er bestaan inhoudelijke vereisten voor het toetsen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. De notitie dient in te gaan op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de soort en kenmerken van het potentiële effect. Deze aspecten zijn verwoord in hoofdstuk 2 van deze mer-beoordeling. Deze aanmeldingsnotitie betreft de onderbouwing van het mer-beoordelingsbesluit en gaat in op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten. Met deze informatie zal het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dient te worden opgesteld.

blad 2 van 6

datum 24 oktober 2024 projectnummer 0493783.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstatoin Eindhoven Zuid

2.

Beoordeling

2.1

Kenmerken en locatie van de ontwikkeling Locatie In de omgeving van het plangebied bevinden zich agrarische gebieden en graslanden. De Genneper parken op circa 800 meter ten noorden van het plangebied is een recreatief uitloopgebied. Een aantal functies die zich rondom het gebied bevinden zijn recreatie gerelateerd zoals een golfbaan, een volkstuincomplex en diverse sportgelegenheden. Op 50 meter ten westen van het plangebied bevindt zich een woning. In het plangebied bevindt zich het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid 150-10 kV gelegen, deze wordt door de ontwikkeling uitgebreid richting het noorden en zuiden. Verder bevinden zich in het plangebied twee bedrijfswoningen. De begrenzing en het plangebied wordt hieronder weergegeven.

Volkstuincomplex

Golfclub

A2/N2

Afbeelding 3: Luchtfoto van het plangebied. Ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling omvat de uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation Eindhoven Zuid. De capaciteit van de 150kV-hoogspanningsverbinding in Eindhoven Zuid is niet meer toereikend om aan de transportbehoefte te voldoen. Enexis is voornemens het hoogspanningsstation uit te breiden met extra transformatorvermogen. De uitbreiding omvat: het vervangen van Trafo 2 door een nieuwe 100 MVA transformator, het bijplaatsen van drie nieuwe 100 MVA transformatoren (Tr5, Tr6 en Tr7), twee modulaire blokken (MB’s) en een Separaat Secundair Installatie (SSI) gebouw.

blad 3 van 6

datum 24 oktober 2024 projectnummer 0493783.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstatoin Eindhoven Zuid

Afbeelding 4: Impressie van de uitbreiding. Bron: TenneT en Enexis. Kenmerken De uitbreiding van het hoogspanningsstation heeft geen bijzondere kenmerken ten aanzien van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen en het risico op ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. De ligging ten opzichte van gevoelige gebieden is als volgt: • Het plangebied ligt niet in of grenst niet direct aan een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux op circa 2,8 km en Stabrechtse Heide & Beuven op 7,5 km van het plangebied. • Het plangebied ligt niet in Natuur Netwerk Nederland. Het plangebied is wel op een afstand van circa 200 m gelegen van Natuur Netwerk Nederland. • In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is aangewezen dat het plangebied deel uitmaakt van het grondwaterbeschermingsgebied. Cumulatie In de omgeving van het plangebied zijn voor zover bekend geen andere ontwikkelingen welke zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten voor de (milieu)aspecten.

2.2

Kenmerken van het potentiële effect De kenmerken van het potentiële effect worden per milieuaspect geanalyseerd in onderstaande tabel met indien relevant een verwijzing naar het betreffende milieuonderzoek. Aspecten Verkeer en parkeren

Onderzoek De uitbreiding leidt niet tot een toename van de verkeersgeneratie. Er zal alleen verkeer zijn ten behoeve van onderhoud en werk (realisatie van nieuwe voorzieningen) aan het hoogspanningsstation. Dit is reeds aanwezig. Tijdens de realisatie van de uitbreiding zal het verkeer beperkt toenemen. Gezien de ligging op het bedrijventerrein en de beperkte toename van het verkeer worden voor het aspect verkeer en parkeren geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Geluid

Uit het akoestisch onderzoek van Peutz (maart 2024) volgt dat er sprake is van een akoestisch aanvaardbare situatie. Daarnaast worden geluidproductieplafonds vastgesteld. Deze geluidproductieplafonds zijn omgevingswaarden die op bepaalde geluidreferentiepunten gelden. Vanuit het hoogspanningsstation mag de

blad 4 van 6

datum 24 oktober 2024 projectnummer 0493783.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstatoin Eindhoven Zuid

geluidbelasting ter plaatse van deze geluidreferentiepunten niet hoger zijn dan de vastgelegde omgevingswaarde. Hiermee wordt verzekerd dat de geluidbelasting vanuit het industrieterrein (het hoogspanningsstation) niet hoger is dan deze omgevingswaarden. Gelet op de geluidbelasting op omliggende gevoelige objecten en het feit dat er gpp’s worden vastgesteld als omgevingswaarden die het geluid vanuit het industrieterrein beperken, kan gesteld worden dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Luchtkwaliteit

De uitbreiding van het hoogspanningsstation leidt niet tot een verkeerstoename en leidt niet op een andere manier tot een significante toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er worden derhalve geen milieueffecten verwacht voor het aspect luchtkwaliteit.

Omgevingsveiligheid

Het plangebied ligt in het gifwolkaandachtsgebied van de opslag van gevaarlijke stoffen van de CVM High Tech Campus Eindhoven, net als het bestaande station. Het zuidelijke deel van het plangebied is deels gelegen in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de A2/A67. Vitale infrastructuur valt over het algemeen niet meer in de categorie ‘beperkt kwetsbare gebouwen’ en derhalve worden er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht als gevolg van bovenstaande risicobronnen.

Natuur

Beschermde soorten Brabant Eco heeft in 2023 een ecologische QuickScan uitgevoerd op de planlocatie. De ruigte aan de zuidzijde van het afgerasterde terrein met de aanwezige houtrails zouden schuilplaatsen of foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen. Deze houtrails zal bij de uitbreiding verwijderd dienen te worden waardoor het niet uit te sluiten is dat er marterachtigen verstoord zullen worden omdat dit deel een belangrijk onderdeel van het leefgebied van marterachtigen is. Tijdens het terreinbezoek is een hagedis waargenomen. Deze schoot echter weg voordat deze gedetermineerd kon worden. Mogelijk betrof dit een levendbarende hagedis maar het kan ook een zandhagedis geweest zijn. Gezien de biotoop voorkeur en verspreiding van de zandhagedis is dit echter als onwaarschijnlijk ingeschat. Negatieve effecten op de levendbarende hagedis met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden kunnen niet worden uitgesloten. Bij het aantasten van waterstructuren is ook nader onderzoek noodzakelijk. Het benodigde nader onderzoek wordt uitgevoerd, wat mogelijk kan leiden tot de noodzaak tot het nemen van maatregelen, wat reeds geborgd is door het onderdeel flora en fauna in de Omgevingswet. Er worden dan ook geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Beschermde gebieden In de eerdergenoemde QuickScan is aangegeven dat er geen negatieve effecten op het NNB verwacht worden. In de QuickScan is tevens aangeven dat er voor Natura 2000gebieden geen directe effecten verwacht worden. Uit de AERIUS-berekening (Enexis, 2024) volgt geen bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar en dus zijn significante effecten als gevolg van stikstofdepositie uit te sluiten. Ook voor het aspect beschermde gebieden worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Bodemkwaliteit

Om de bodemkwaliteit van het plangebied in kaart te brengen is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (Antea Group, 2024). Uit dit onderzoek zijn geen aanwijzingen voor (een geval van ernstige) bodemverontreiniging, wel wordt nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbest en PFAS. Eventuele verontreinigingen worden gesaneerd en dit levert een positief effect op de bodemkwaliteit. Vanuit het aspect bodemkwaliteit worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

blad 5 van 6

datum 24 oktober 2024 projectnummer 0493783.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstatoin Eindhoven Zuid

Water en klimaatadaptatie

In het kader van de ontwikkeling is een weging van het waterbelang (Antea Group, 2024) opgesteld. Vanuit het waterschap De Dommel volgt een bergingseis van 650 m2 en vanuit de gemeente 813 m3. Door deze waterberging wordt wateroverlast voorkomen en wordt bijgedragen aan een klimaatadaptieve inrichting. De waterberging wordt geborgd in de regels. Gezien de ligging van het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied, kan (afvloeiend) hemelwater niet zondermeer geïnfiltreerd worden. In de toekomstige situatie mag de waterkwaliteit niet verslechteren. Derhalve dient bij voorkeur te worden gewerkt met niet-uitlogende materialen. Ook moet afstromend hemelwater zoveel mogelijk gescheiden afgevoerd worden om vervuiling te voorkomen. Indien nodig dient er een voldoende zuiverende voorziening gerealiseerd te worden. Mits aan de eisen met betrekking tot waterberging en het grondwaterbeschermingsgebied wordt voldaan, worden er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

3.

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

Op de gronden van het plangebied geldt een hoge verwachting voor archeologische waarde. Hiervoor wordt vervolgonderzoek uitgevoerd. De waarden worden beschermd middels een dubbelbestemming. Er wordt rekening gehouden met omliggende landschappelijke en cultuurhistorische waarden middels een landschapsplan dat wordt geborgd in de regels. Op basis van het voorgaande worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Duurzaamheid

Om duurzaam opgewekte energie op het net te kunnen aansluiten is het van belang dat er voldoende netcapaciteit is. Om mogelijkheden tot opwekking van duurzame energie mogelijk te maken is de ontwikkeling dan ook noodzakelijk en daarmee is er sprake van een positief milieueffect.

Gezondheid

Er is reeds ingegaan op de aspecten geluid en luchtkwaliteit. Er is sprake van een akoestisch aanvaardbare situatie en een hoogspanningsstation zorgt niet voor een significante toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Voor modulaire blokken geldt dat de 0,4 µT contour niet verder reikt dan circa 8 meter vanaf de buitenzijde van de gebouwen. Voor transformatoren geldt dat deze afstand circa 3 meter bedraagt. De magneetveldcontour van 0,4 µT ligt bij de voorgenomen uitbreiding binnen het plangebied. Binnen deze contour liggen geen gevoelige bestemmingen. Er kan worden gesteld dat er geen wezenlijk nadelige gezondheidseffecten optreden.

Conclusie Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en de locatie van het plan zijn, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse van de ontwikkeling. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden. Er wordt geconcludeerd dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een mer-procedure en het opstellen van een MER voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 6 van 6

46 uid

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z

Gemeente Eindhoven

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 47 Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16039759/1