Bijlage 4c - TAM-omgevingsplan Motivering
Tekst van het document
Toetsing
Het proces van de weging van het waterbelang is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (in dit geval Waterschap De Dommel en gemeente Eindhoven) in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Door Antea Group is een weging van het waterbelang opgesteld. Deze is bijgevoegd in bijlage 7. In de weging worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling. Bij de weging heeft reeds afstemming plaatsgevonden met het waterschap.
Oppervlakteverdeling vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 63 Gemeente Eindhoven
De noordelijk uitbreidingslocatie heeft een oppervlak van circa 5.294 m². Het zuidelijk deel heeft een oppervlak van circa 23.525 m². Het volledige plangebied, exclusief het bestaande hoogspanningsstation, heeft een totale oppervlakte van circa 28.820 m². In de huidige situatie is het plangebied vrijwel volledig onverhard. In de toekomstige situatie bestaat circa 12.622 m² uit verhard/bebouwd oppervlak (noordelijk deel 1.353 m² bebouwing en zuidelijk deel 11.269 m² verhard oppervlak). Het overige deel (circa 16.200 m²) blijft onverhard oppervlak. Op basis van het ontwerp bestaat in de toekomstige situatie 7.994 m² van de totale verharding uit een waterdoorlatende verharding (grasbetonelementen). Hiernaast is ruimte gereserveerd voor en wadi met een oppervlakte van 510 m².
Wateropgave Wanneer er sprake is van toename verhard oppervlakte, veranderd de hemelwaterafvoer. Neerslag op verhard oppervlak komt sneller tot afstroming naar nabijgelegen oppervlaktewater, dan neerslag op onverhard oppervlak. Het oppervlaktewatersysteem wordt hierdoor zwaarder belast, hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Om de waterbergingsopgave te bepalen, is gekeken naar de opgaves vanuit het beleid van het waterschap de Dommel en de gemeente Eindhoven. Op basis hiervan is bepaald welk beleid voor deze planontwikkeling maatgevend is. Waterschap de Dommel: Op basis van het meest recente ontwerp is de totale toename in verhard oppervlak is circa 12.622 m². Om aan de gestelde 60-mm regel van het waterschap te voldoen moet er een bergingscapaciteit van circa 760 m³ (12.622 x 0,06) gerealiseerd worden. Gemeente Eindhoven: Uit de rekentool volgt voor de noordelijke uitbreidingslocatie een bergingsopgave van 52,1 m³. Voor de zuidelijke uitbreidingslocatie volgt uit de rekentool een bergingsopgave van 676,1 m³. In totaal is de bergingsopgave voor de voorgenomen uitbreiding 728,2 m³. De waterbergingsopgave vanuit de gemeente Eindhoven is maatgevend. Door te voldoen aan de berekende waterberging voldoet de ontwikkeling tevens aan de eisen van het waterschap voor waterberging.
Hiermee wordt ook voldaan aan de wens om het water binnen het plangebied vast te houden en wateroverlast te voorkomen. In totaal is de bergingsopgave voor de voorgenomen uitbreiding 728,2 m³. In de onderstaande tabel is de invulling van de wateropgave op basis van het huidige ontwerp weergegeven.
Invulling w ateropgave
Oppervlakte in m ²
Volum e in m ³
Waterdoorlatende verharding
7.994
285,6
Wadi
510
428,8
Totaal
8.504
714,4
Tabel 7.4: Invulling van de wateropgave in huidige ontwerp.
De totale mate van waterberging is 714,4 m³ op basis van het huidige ontwerp. Er dient nog 14,1 m³ aan berging gerealiseerd te worden om aan de opgave vanuit de gemeente Eindhoven te voldoen. Dit kan worden gedaan door groene daken toe te passen op de aanwezige gebouwen. Op basis van een totaal dakoppervlak van 1.124 m³ zorgt dit voor 19,1 m³ berging. Dit brengt het totaal op 733,5 m³ aan beschikbare berging en wordt er voldaan aan de bepaalde wateropgave. Indien dit niet gewenst is kan er een diepere wadi worden gerealiseerd voor het invullen van de benodigde berging. Hierbij is het uitgangspunt dat oppervlakten waarvoor de voorzieningen zijn bedoeld ook hierop afwateren. Op aangeven van de gemeente moet er een infiltratieonderzoek uitgevoerd worden om te bepalen of de bodem voldoende 64 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
infiltratiecapaciteit heeft voor het infiltreren van hemelwater. Gezien het terrein naar alle waarschijnlijkheid wordt opgehoogd kan bij de realisatie van de wadi en waterdoorlatend verharding, goed doorlatend zand of bodemverbetering worden toegepast. Indien noodzakelijk kunnen ook grindkokers ter plaatse van de wadi worden toegepast. De exacte dimensionering en capaciteit van de voorzieningen dienen nader uitgewerkt te worden bij de omgevingsvergunning.
Grondwater Ontwatering Als uitgangspunt voor de minimale ontwateringsdiepte wordt conform vigerend beleid, gehanteerd dat in de gebieden waar de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ondieper is dan 0,7 meter onder het maaiveld ter plaatse van een woning er sprake is van een onvoldoende ontwateringsdiepte. Indien dit het geval is kan er mogelijk wateroverlast optreden. Op basis van zowel de grondwaterstanden beschikbaar uit DINOloket, de gegevens afkomstig uit de rekentool van de gemeente Eindhoven en de waarschijnlijke ophoging van het terrein (NAP + 19,2m) is het niet de verwachting dat de GHG op minder dan 0,7 m-mv gesitueerd is ter plaatse van het plangebied.
Infiltratie Vooralsnog zijn er geen lokale gegevens beschikbaar van de doorlatendheid van de bodem ter plaatse van het plangebied. Zoals eerder benoemd moet ter plaatse van het plangebied waar hemelwater geïnfiltreerd gaat worden, op aangeven van de gemeente Eindhoven, een infiltratieonderzoek noodzakelijk uitgevoerd worden. Gelet op de bodemopbouw (overwegend zand) wordt niet verwacht dat dit een probleem is. Bij de aanwezigheid van storende lagen kan indien nodig bodemverbetering worden toegepast om de doorlatendheid van de bodem te verbeteren. Hiernaast dient ten aanzien van het infiltreren van afvloeiend hemelwater een melding worden gedaan bij de provincie. Ook dient zorg te worden gedragen dat het infiltrerend hemelwater schoon is en daar waar nodig zuiverende voorzieningen worden gerealiseerd. Dit omdat het plangebied gesitueerd is in een grondwaterbeschermingsgebied.
Watersystemen Ter plaatse van of nabij het plangebied zijn geen oppervlaktewateren aanwezig welke zijn aangemerkt op de legger van waterschap de Dommel. De ontwikkeling heeft derhalve geen negatieve effecten op het oppervlaktewatersysteem van waterschap de Dommel. Echter zijn er wel diverse oppervlaktewateren (vijver) en sloten aanwezig binnen het plangebied of direct grenzend hieraan. Deze oppervlaktewateren zijn momenteel in privaat beheer. Het is onbekend wat de functie van de sloten/greppels zijn ter plaatse van het plangebied. De functie hiervan dient nader beschouwd te worden om de bepalen welke invloed de eventuele demping van de sloten en/of vijver heeft op het watersysteem ter plaatse van het plangebied en naastgelegen percelen. Dit kan eventueel worden opgenomen in de nadere uitwerking van de waterhuishoudkundige inrichting van het plangebied.
Waterkwaliteit Gezien de ligging van het plangebied in een grondwaterbeschermingsgebied, kan (afvloeiend) hemelwater niet zondermeer zonder melding geïnfiltreerd worden. In de toekomstige situatie mag de waterkwaliteit niet verslechteren. Dit houdt in dat er geen negatieve gevolgen zijn op het omliggende grond en/of oppervlaktewatersysteem. Derhalve dient bij voorkeur te worden vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 65 Gemeente Eindhoven
gewerkt met niet-uitlogende materialen. Ook moet afstromend hemelwater zoveel mogelijk gescheiden afgevoerd worden om vervuiling te voorkomen. Indien nodig dient er een voldoende zuiverende voorziening gerealiseerd te worden voordat het water geïnfiltreerd wordt. Geadviseerd wordt om het (waterhuishoudkundig)plan af te stemmen en te toetsen bij de provincie Noord-Brabant. In het omgevingsplan worden de regels met betrekking tot het grondwaterbeschermingsgebied en waterkwaliteit geborgd.
Waterveiligheid Het plangebied bevindt zich niet nabij een dijk of binnen een dijkring. Hierdoor heeft de ontwikkeling geen invloed op de waterveiligheid.
Wateroverlast Binnen het zuidelijk deel van het plangebied kan tijdens extreme neerslag (140 mm in 2 uur) in het oosten een waterdiepte ontstaan van >30 cm. Het plangebied zal naar alle waarschijnlijkheid worden opgehoogd waardoor dit water mogelijk verdrongen wordt richting de omgeving. Met de realisatie van de wadi en aanwezigheid van waterdoorlatende verharding wordt het overgrote deel van het hemelwater binnen het plangebied afgevoerd richting de voorziening of lokaal geïnfiltreerd. Dit betreft water wat voorheen richting de laagtes binnen het plangebied zou stromen. Met de ophoging van het terrein wordt het maaiveld geëgaliseerd en is er geen sprake meer van deze laagtes. Het hemelwater wat dus binnen het plangebied valt, watert af op de daarvoor bedoelde voorzieningen. Het is de verwachting dat in de praktijk het hemelwater wat buiten het plangebied valt richting het al aanwezige oppervlaktewater ter plaatse van de golfbaan zal afstromen. In eerste instantie zal moeten worden nagegaan gegaan of er momenteel ook daadwerkelijk sprake is van wateroverlast door in gesprek te gaan met de exploitanten/eigenaren van omliggende percelen (met name de golfbaan). Indien noodzakelijk kan, ter voorkoming van de afwenteling van hemelwater bij extreme neerslag, een ring-/zaksloot gerealiseerd rondom de zuid-, oost- en noordzijde van het plangebied.
In de huidige situatie is rondom het station momenteel ook een sloot aanwezig. Deze kan worden uitgebreid zodat het ook de voorgenomen uitbreidingen omvat. De exacte dimensionering en manier van afwatering (indien noodzakelijk) dient nader uitgewerkt te worden in de vergunningsfase.
Vuil- en hemelwater Het vuilwater en hemelwater dienen apart te worden afgevoerd. Het vuilwater dient op het vuilwaterriool van de gemeente te worden afgevoerd en kan mogelijk worden aangesloten op het bestaande rioolsysteem gesitueerd ten westen van het plangebied.
Waterhuishouding natuurgebieden Het plangebied bevindt zich niet binnen Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000- gebied. De ontwikkeling heeft geen effect op de waterhuishoudkundige situatie in de nabijgelegen natuurgebieden. 7.11.3
Conclusie
De waterbergingsopgave wordt geborgd in de regels en nader uitgewerkt bij het ontwerp. Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
66 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
7.12
Archeologie
7.12.1
Algemeen
Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In het omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie. Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn.
Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding opgenomen als Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.
Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 67 Gemeente Eindhoven
Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.
Meldingsplicht toevalsvondsten De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden. 7.12.2
Toetsing
Voor het plangebied is door Arcadis een bureauonderzoek uitgevoerd, deze is meegenomen in bijlage 8. Vervolgens is door Antea Group een booronderzoek uitgevoerd, deze is meegenomen in bijlage 10. Hieronder zijn de uitkomsten en vervolgstappen beschreven.
Verwachting De gemeente Eindhoven heeft haar archeologiebeleid verwerkt in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Eindhoven'. Er bevinden zich geen archeologische monumenten binnen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het overgrote deel van het plangebied valt in de hoge verwachtingszone (categorie 5), met daaroverheen een mogelijke verstoring geprojecteerd. Voor 'Waarde – Archeologie 5' geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld. Een klein deel van het plangebied ligt op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart in een zone met 'geen archeologisch verwachting' (categorie 8). Dit gaat om de waterplas ten zuiden van het plangebied. Voor 'Waarde – Archeologie 8' geldt geen onderzoeksplicht (zie onderstaand figuur). De verwachting is dat de ingrepen in oppervlakte en diepte de vrijstellingsgrenzen overschrijden en daarmee onderzoeksplichtig zijn. In het plangebied zijn vanwege de landschappelijke opbouw archeologische resten te verwachten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Deze verwachting hangt sterk af van de mate van verstoring binnen het plangebied. Voor de periode van het Paleolithicum – Mesolithicum geldt een hoge verwachting doordat het een hoger gelegen gebied betreft met dekzandwelvingen tussen de beekdalen van de Dommel en de Tongelreep in.
Voor het Neolithicum – Middeleeuwen geldt tevens een hoge verwachting, gebaseerd op de landschappelijke ligging en de nabijgelegen vindplaatsen (o.m. een opgraving met resten uit de Romeinse tijd). Bovengenoemde verwachtingen gelden met name voor het zuidelijk deel van het plangebied. Op basis van de resultaten van eerder uitgevoerd archeologisch proefsleuvenonderzoek in het noordelijk deel van het plangebied (de aanwezigheid van een verstoorde veldpodzolgrond) geldt voor dit deel een lage verwachting op de aanwezigheid van intacte vindplaatsen uit de perioden Paleolithicum-Middeleeuwen. Voor 68 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
de Nieuwe Tijd geldt voor het gehele plangebied een lage verwachting vanwege de lange functie die het gebied had als heide. Ook voor de Tweede Wereldoorlog is de verwachting laag; ondanks dat het plangebied onderdeel uitmaakte van het operatieterrein Market Garden, zijn op basis van luchtfoto's en overige informatiebronnen geen aanwijzingen voor militaire activiteiten in dit gebied.
Figuur 7.10a: Het plangebied op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart gemeente Eindhoven (2022). Bron: Bureauonderzoek Arcadis
Archeologisch vervolgonderzoek wordt na overleg met het bevoegd gezag in het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied aanbevolen in de vorm van verkennend booronderzoek ter plekke van de werkzaamheden om het verwachtingsmodel aan te vullen. Dit verkennend booronderzoek heeft als doel de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen.
Vervolgonderzoeken In opdracht van Enexis heeft Antea Group in oktober en december 2024 een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd in het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied. Op basis van dit booronderzoek kan worden vastgesteld dat er in de bodem sprake is van verstoringen van recente aard. Deze hangen waarschijnlijk samen met de aanleg van het huidige golfterrein op locatie. In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt in het noordelijk deel van het plangebied en het zuidelijk deel.
Noordelijk deel In het noordelijk deel van het plangebied zijn uitsluitend A-C profielen aanwezig. Deze profielen zijn het gevolg van de verstoringen die samenhangen met de inrichting van het vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 69 Gemeente Eindhoven
terrein. Hierdoor is de bodem in het noordelijk deelgebied op grote schaal verstoord. In de bureaustudie werd verwacht dat er hier sprake zou zijn van een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Deze verwachting bleek echter de ingrepen die geassocieerd zijn met de golfbaan te onderschatten. De verstoringen lijken dieper en ingrijpender dan in eerste instantie verwacht. In het overgrote deel van het plangebied is er geen reden voor vervolgonderzoek. De grootschalige verstoringen in het plangebied hebben de archeologische resten in een eerder stadium waarschijnlijk al vernietigd.
Zuidelijk deel Binnen het plangebied zijn voor het overgrote deel AC-profielen aanwezig. Dit is het gevolg van de verstoringen die samenhangen met de inrichting van het golfterrein en het daarbij behorende reliëf. Op basis van het bureauonderzoek bleek dat het plangebied mogelijk verstoord was. Het uitgevoerde booronderzoek bevestigt dit beeld. Er is sprake van een verstoorde bodem in het overgrote deel van het plangebied. Alleen ter plaatse twee boringen in het eerdere onderzoek bleek de bodem (deels) intact te zijn. Het booronderzoek toont verder aan dat het plangebied in een zeer natte omgeving ligt. Het water heeft bewoning bemoeilijkt en zeer waarschijnlijk onmogelijk gemaakt. Vanwege de natte bodem en grootschalige verstoringen adviseert Antea Group vrijgave voor het gehele plangebied, hier is mee ingestemd door het bevoegd gezag. Er is daarom geen dubbelbestemming opgenomen op het zuidelijke uitbreidingsdeel. 7.12.3
Conclusie
Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.
7.13
Cultuurhistorie
7.13.1
Algemeen
Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. 7.13.2
Toetsing
Beschermingsregime rijk en provincie Binnen het plangebied bevinden zich geen rijksmonumenten, ook is het niet onderdeel van een beschermd stads- of dorpsgezicht. 70 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Op de "Cultuurhistorische Waardenkaart herziening 2024" van de provincie Noord-Brabant bevinden er zich geen cultuurhistorische waarden van provinciaal belang in het plangebied.
Gemeentelijke waardenkaarten In onderstaand figuur wordt de historische stedenbouw en erfgoed getoond. Het plangebied bevat geen cultuurhistorische stedenbouw en of erfgoed, wel ligt het naast een 'historisch landschap'. Het plangebied is geen onderdeel van een cultuurhistorisch landschap, maar ligt wel naast een buitengebied met deels een hoge waarde en deels een middenwaarde.
Figuur 7.11: Historische stedenbouw en erfgoed (Bron: gemeente Eindhoven).
Figuur 7:12 Historische cultuurlandschap (Bron: gemeente Eindhoven).
De voorgenomen ontwikkeling wordt ingepast in de omgeving door landschapselementen. In vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 71 Gemeente Eindhoven
het ontwerp, die getoond is in het landschapsplan, wordt beschreven dat er een struweelhaag wordt toegevoegd. Een struweelhaag dient als culturele waarden voor het plangebied. Het voornemen wordt cultureel ingepast op de omgeving. 7.13.3
Conclusie
Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.
7.14
Duurzaamheid
7.14.1
Algemeen
De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is.
1) CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt. 1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten.
Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.
1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom 72 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
rijden en slimme openbaar vervoerconcepten.
1C) Warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
1D) Duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.
2) Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. 2A) Duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.
2B) Geen afval In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.
2C) Flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.
2D) Deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier. vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 73 Gemeente Eindhoven
3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 3A) Biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 3B) Oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.
4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.
4B) Gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte
4C) participatieve stad, betrok kenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.
Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat 74 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan.
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 7.14.2
Toetsing
Het uitbreiden van een hoogspanningsstation is benodigd om de energietransitie mogelijk te maken en het aanbod van duurzame elektriciteitsproductie op te vangen. Door het uitbreiden van een hoogspanningsstation wordt het elektriciteitsnet versterkt. De ontwikkeling draagt bij aan de energietransitie één van de duurzame pijlers, CO2 reductie, van gemeente Eindhoven. 7.14.3
Conclusie
Het aspect duurzaamheid levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.
7.15
Privaatrechtelijke verhoudingen
7.15.1
Algemeen
Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van de ontwikkeling niet aannemelijk is. 7.15.2
Toetsing
De ontwikkeling vindt plaats op gronden die in eigendom zijn van Enexis. 7.15.3
Conclusie
Privaatrechtelijke verhoudingen vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.
7.16
Kabels, leidingen en straalpaden
7.16.1
Algemeen
Kabels en leidingen vervullen verschillende functies. De omvang en inhoud, en daarmee het risico bij beschadiging, verschilt hierdoor ook. Daarnaast kunnen kabels en leidingen in zowel openbare als privé-gronden gelegen zijn, waardoor verschillende belangen geraakt worden. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn de bestaande regels met betrekking tot de bescherming van kabels en leidingen opgenomen. Dit bestaat uit de ruimtelijke regels (beheersverordeningen en bestemmingsplannen) en de bruidsschat.
Ruimtelijke regels In het tijdelijk deel van het omgevingsplan staan regels voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Deze regels richten zich op de ligging en het type leiding (aard van de stof en bij gas, de maximale druk). In het tijdelijk deel van het omgevingsplan kunnen ook regels over ondergrondse hoogspanningsverbindingen staan. Deze regels richten zich op de afstand van bepaalde gebouwen tot magneetvelden. Daarnaast kunnen ook voor andere kabels en vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 75 Gemeente Eindhoven
leidingen regels staan in de ruimtelijke regels van het tijdelijk deel, omdat ze naar het oordeel van het bevoegd gezag ruimtelijk relevant zijn.
Bruidsschat De regels uit de bruidsschat zijn relevant bij aanvragen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. 7.16.2
Toetsing
De planologisch relevante kabels en leidingen zijn opgenomen op de verbeelding. 7.16.3
Conclusie
Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
7.17
Niet gesprongen explosieven
7.17.1
Algemeen
De term ontplofbare oorlogsresten (OO) is per 2021 van kracht geworden en vervangt de term conventionele explosieven (CE). In de praktijk worden OO en CE soms ook wel niet gesprongen explosieven (NGE) genoemd. NGE is een overkoepelende term. In artikel 4.10 van het Arbeidsomstandighedenbesluit is ten aanzien van OO vastgelegd dat in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van OO, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar oriënterend onderzoek moet worden ingesteld. De gemeente Eindhoven beschikt over kaarten met de gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van NGE's. In deze gebieden dient voorafgaand aan grondverzet explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) of een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek NGE's worden aangetroffen worden deze geruimd. 7.17.2
Toetsing
Het oriënterend onderzoek (zie bijlage 9) heeft uitsluitend betrekking op OO, ofwel explosieven die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het heeft als doel te bepalen of er (aanvullend) OO-onderzoek uitgevoerd dien te worden voorafgaande aan het uitvoeren van de voorgenomen bodemingrepen. Het plangebied is reeds onderzocht in het Vooronderzoek OO door Bombs Away/IDDS. Dit onderzoek is uitgevoerd conform het WSCS-OCE. Ten aanzien van het plangebied wordt in het Vooronderzoek OO geconcludeerd dat het gebied volledig onverdacht is op de aanwezigheid van OO in de (water)bodem. In de omgeving van het plangebied zijn wel enige verdachte gebieden afgebakend (zie onderstaand figuur).
76 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Figuur 7.13: OO-Bodembelastingkaart van het Vooronderzoek van Bombs Away/IDDS en het huidige plangebied (oranje lijn). De rode gebieden zijn verdachte gebieden, de zwarte lijn is de gemeentegrens. Bron: Gemeente Eindhoven. 7.17.3
Conclusie
Uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat het huidige plangebied volledig in onverdacht gebied gelegen is. Er hoeven geen aanvullende maatregelen getroffen te worden en de bodemingrepen kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd. Het aspect niet gesprongen explosieven levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.
7.18
Mageetvelden
7.18.1
Algemeen
Sinds 2005 geldt een voorzorgbeleid vanuit het Rijk voor magnetische velden bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Het voorzorgbeleid is door het rijk in 2008 verduidelijkt. Bij brief van 21 april 2023 (kenmerk DGKE-DRE / 26746813) heeft het rijk het beleid uit 2005, inclusief de verduidelijking in 2008, herijkt. De brief van 21 april 2023 met het herijkte voorzorgbeleid vervangt het voorzorgbeleid uit 2005/2008. Het herijkte voorzorgbeleid is van toepassing op alle netcomponenten (van TenneT en regionale netbeheerders), dus niet alleen op bovengrondse hoogspanningsverbindingen maar ook op ondergrondse kabelverbindingen en hoogspanningsstations van TenneT en Enexis. In het herijkte voorzorgbeleid adviseert de Minister van Klimaat en Energie (Economische Zaken en Klimaat) in samenspraak met de staatssecretaris van VWS en op aanbeveling van de Gezondheidsraad om de blootstelling aan magneetvelden van alle netcomponenten (hoogspanningsverbindingen, -kabels en -stations), waar mogelijk en proportioneel, beperkt te houden. Dit moet bereikt worden door het nemen van proportionele bronmaatregelen bij de aanleg van nieuwe netcomponenten of het wijzigen van bestaande netcomponenten, waardoor de magneetvelden van deze netcomponenten zo klein mogelijk worden gehouden dan wel worden verminderd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 77 Gemeente Eindhoven
7.18.2
Toetsing
Voor modulaire blokken geldt dat de 0,4 µT contour niet verder reikt dan circa 8 meter vanaf de buitenzijde van de gebouwen. Voor transformatoren geldt dat deze afstand circa 3 meter bedraagt. De magneetveldcontour van 0,4 µT ligt bij de voorgenomen uitbreiding binnen het plangebied. Binnen deze contour liggen geen gevoelige bestemmingen. De magneetveldcontour blijft hiermee binnen het huidige hoogspanningsstation terrein. 7.18.3
Conclusie
Er zijn vanuit het aspect magneetvelden gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie.water
7.19
Bedrijven en milieuzonering
7.19.1
Algemeen
Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 7.19.2
Toetsing
Het voornemen valt onder de categorie "elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatievermogen 200 – 1.000 MVA". Deze is ingeschaald als milieucategorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter voor geluid en 50 meter voor gevaar. Het aspect geluid is reeds behandeld in paragraaf 7.3. Het aspect gevaar heeft betrekking op de magneetveldzone, deze is reeds behandeld in paragraaf 7.19. 7.19.3
Conclusie
Er zijn vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie.
78 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 8
Financiële haalbaarheid
De Omgevingswet verplicht overheden in een aantal specifiek in de wet aangewezen bouwactiviteiten om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers. Het onderhavige project bevat geen van de in de wet aangewezen bouwactiviteiten en daarom kunnen de kosten niet op basis van de Omgevingswet worden verhaald. Er is sprake van een legesplan. De kosten worden verhaald op basis van het tarief dat staat vermeld in de gemeentelijke legesverordening.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 79 Gemeente Eindhoven
80 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 9
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 - Vanwege instructieregels aangewezen gebieden en locaties Hoofdstuk 3 - Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken Hoofdstuk 4 - Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken Hoofdstuk 5 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Hoofdstuk 6 – Ruimtelijke regels over bouwwerken Hoofdstuk 7 - Aanlegactiviteiten Hoofdstuk 8 - Algemene regels Hoofdstuk 9 - Overgangsregels
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 81 Gemeente Eindhoven