Bijlage 4c - TAM-omgevingsplan Motivering
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
TAMomgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven-Zuid
September 2025
TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven-Zuid
Inhoudsopgave Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Besluitgebied
7
1.3
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
9
2.1
Ruimtelijk
9
2.2
Functioneel
9
Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie
11
3.1
Ruimtelijk
11
3.2
Functioneel
13
Hoofdstuk 4 Toetsing aan omgevingsplan
15
4.1
Geldend ruimtelijk kader
15
4.2
Strijdigheden met omgevingsplan
16
4.3
Overige verordeningen
16
Hoofdstuk 5 Voorbereiding en participatie
17
5.1
Voorbereiding en vooroverleg
17
5.2
Participatie
19
5.3
Zienswijze
19
Hoofdstuk 6 Visie en beleid op de locatie
21
6.1
Rijksbeleid
21
6.2
Provinciaal beleid
25
6.3
Gemeentelijk beleid
31
Hoofdstuk 7 Fysieke leefomgeving en milieu
35
7.1
Ladder van duurzame verstedelijking
35
7.2
Mer-beoordeling
36
7.3
Geluid
37
7.4
Luchtkwaliteit
40
7.5
Geur
44
7.6
Bodem
45
7.7
Omgevingsveiligheid
46
7.8
Verkeer en parkeren
51
7.9
Groen en landschappelijke inpassing
51
7.10
Natuur
58
7.11
Weging van het waterbelang
60
7.12
Archeologie
67
7.13
Cultuurhistorie
70
2 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
7.14
Duurzaamheid
72
7.15
Privaatrechtelijke verhoudingen
75
7.16
Kabels, leidingen en straalpaden
75
7.17
Niet gesprongen explosieven
76
7.18
Mageetvelden
77
7.19
Bedrijven en milieuzonering
78
Hoofdstuk 8 Financiële haalbaarheid
79
Hoofdstuk 9 Artikelsgewijze toelichting
81
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 3 Gemeente Eindhoven
4 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Motivering
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 5 Gemeente Eindhoven
6 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
TenneT en Enexis zijn, als respectievelijk landelijke netbeheerder van het hoogspanningsnet en regionale netbeheerder van het middenspanningsnet in Zuid-Nederland, verantwoordelijk voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Om die nu en in de toekomst te kunnen garanderen, zijn aanpassingen en uitbreidingen van het hoogspanningsnet noodzakelijk. TenneT werkt samen met regionale netbeheerders zoals Enexis, aan het versterken van het elektriciteitsnet in Noord-Brabant. Dat is nodig om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie op het netwerk te kunnen aansluiten en op termijn ook te kunnen voldoen aan de verwachte groei van de vraag naar elektriciteit. De versterking van het netwerk vindt onder meer plaats door nieuwe hoogspanningsstations te bouwen en bestaande hoogspanningsstations uit te breiden. Enexis en TenneT zijn voornemens om het hoogspanningsstation aan de Genneperweg 170 in Eindhoven uit te breiden. De problematiek in en rond het 150/10kV-station Eindhoven Zuid is meerledig. De beoogde uitbreidingen van klanten kunnen niet door de bestaande bedrijfsmiddelen worden opgevangen. Daarnaast is er vraag naar een aansluiting van zonen/of windparken.
De beoogde uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation past niet binnen het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Eindhoven. Het doel van het voorliggende wijzigingsplan is een passend juridisch-planologisch kader te scheppen op basis waarvan de gewenste ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
1.2
Besluitgebied
Het plangebied is gelegen in Eindhoven Zuid en grenst aan de Genneperweg. Het plangebied bevindt zich tussen de Genneperweg, Laarstraat, Velddoornweg en de N2. De ligging van het plangebied is weergegeven in onderstaande afbeeldingen en kent de volgende kadastrale percelen: GTL01-E-2929 GTL01-E-2897 Het plangebied bestaat uit het bestaande station en de gewenste uitbreidingen aan de noorden zuidzijde.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 7 Gemeente Eindhoven
Figuur 1.1: Ligging plangebied met paars gearceerd het bestaande station en in de rode kaders de gewenste uitbreidingen (Bron luchtfoto: PDOK).
1.3
Leeswijzer
Deze motivering bestaat uit negen hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk vormt een inleiding op de omgevingsplanwijziging. In hoofdstuk 2 en 3 van deze motivering is de visie op het plangebied gegeven. In deze hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt het omgevingsplan getoetst. In hoofdstuk 5 komt de voorbereiding en participatie aan bod. De hoofdstukken 6 en 7 geven de achtergronden en motivering op de gemaakte keuzes weer. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de beleidskaders van Rijk, provincie, regio en gemeente. In hoofdstuk 7 komen de omgevingsaspecten aan bod. In hoofdstuk 8 wordt de financiële haalbaarheid getoetst. In hoofdstuk 9 staat een artikelsgewijze toelichting.
8 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Ruimtelijk
De huidige situatie van de gronden van het plangebied bestaat uit een golfterrein van Golf & Country Club de Tongelreep. In het plangebied is het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid gelegen. In de omgeving van het plangebied bevinden agrarische gebieden en graslanden. De Genneper parken ten noorden van het plangebied is een recreatief uitloopgebied. Een aantal functies dat zich in dit gebied bevindt zijn recreatie gerelateerd zoals een golfbaan, een volkstuincomplex en diverse sportgelegenheden. Historisch perspectief Op historisch kaartmateriaal wordt duidelijk dat het plangebied in het midden van de 19e eeuw bestaat uit heide. Ondanks de komst van kunstmest rond 1900 waardoor vele heidevelden werden omgevormd tot landbouwgronden, bleef het plangebied uit heide bestaan. Pas rond 1930 is een deel van het gebied in gebruik geraakt voor de opslag van loofhout. Vervolgens wordt het in de naoorlogse periode ingericht als bouwland, waarna eind jaren '50 en begin jaren '60 een trafostation met drie losse bebouwingen aan de zijde gebouwd wordt. Dit hoogspanningsstation is door de tijd in bescheiden zin uitgebreid. Binnen het plangebied heeft voor zover op te maken uit historisch kaartmateriaal geen bewoning plaatsgevonden; slechts ten westen van het plangebied bestaat sinds 1920 een 'hoeve'. Verkeersstructuur/ontsluitingen Het plangebied is gelegen in het zuiden van Eindhoven.
Het plangebied is gelegen ten oosten van de Genneperweg en de Laarstraat. Ten zuiden van het plangebied is de N2 gelegen. Ten westen van het plangebied ligt de Velddoornweg. Het bestemd verkeer voor de voorgenomen ontwikkeling wordt ontsloten door de Genneperweg richting de Velddoornweg en vervolgens richting de Antoon Coolenlaan of de Gestelsestraat.
2.2
Functioneel
In de huidige situatie bestaan er zes hoogspanningstracés in Eindhoven, zie figuur 2.1 en 2.2. Deze tracés zijn gelegen rondom het buitengebied van Eindhoven. Het bestaande hoogspanningsstation in Eindhoven Zuid bestaat uit een 150-10 kV hoogspanningsstation. Vanuit het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid is er een verbinding met Hapert en met Aftak Rul. Op het huidige station zijn vier transformatoren (Tr1 t/m Tr4) aanwezig. Hier worden Tr2, Tr3 en Tr4 belast en Tr1 is een wisseltrafo en staat uit. Daarnaast bevinden zich er een C-bank, een bedrijfsgebouw en een schakelveld met vermogensschakelaars. In het noorden van het plangebied liggen agrarische gronden met waarden en in het zuiden een golfterrein van de Golf & Countryclub de Tongelreep. Tussen deze twee gronden is een hoogspanningsstation Eindhoven Zuid gelegen aan de Genneperweg.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 9 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.1: Hoogspanningsstations Eindhoven (bron: HoogspanningsNet Netkaart).
Figuur 2.2: Netkaart Eindhoven (Bron: Tennet Netkaart 2020).
10 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
3.1
Toekomstige situatie
Ruimtelijk
Aan de Genneperweg te Eindhoven is het 150 kV-hoogspanningsstation Eindhoven Zuid gelegen. De 150kV installatie op station Eindhoven Zuid 150kV (EHVO150) wordt uitgebreid en vervangen. De uitbreidingen van het hoogspanningsstation zullen in twee fases worden uitgevoerd. De uitbreiding in fase 1 betreft het vervangen van Tr2 door een nieuwe 100 MVA transformator. De uitbreidingen in fase 2 betreffen het bijplaatsen van drie nieuwe 100 MVA transformatoren (Tr5, Tr6 en Tr7), twee modulaire blokken (MB's) en een SSI gebouw. In de toekomstige situatie kunnen maximaal Tr2, Tr3, Tr4, Tr5 en Tr7 gelijktijdig op vollast in bedrijf zijn. Tr1 en Tr6 zijn wisseltrafo en staan uit. De verwachte uitbreiding aan de Noordzijde betreft een stuk grond agrarisch met waarden. De uitbreidingen in fase 2 zullen ten zuiden van het huidige station worden gesitueerd. Ter plaatse van dit perceel geldt momenteel nog de enkelbestemming 'Sport' (Golf & Countryclub de Tongelreep). Landschappelijke uitgangspunten Het feit dat de uitbreiding van het hoogspanningsstation valt onder huidige agrarische gronden met waarden en tevens gelegen is in een groene omgeving van een golfbaan, zal het hoogspanningsstation landschappelijk worden ingepast in deze omgeving. Daarom is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, deze is bijgevoegd in bijlage 1.
Een impressie van de toekomstige situatie is weergegeven in onderstaande afbeeldingen.
Figuur 3.1 Verwachtte uitbreiding Noordzijde (Bron: Enexis Netbeheer).
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 11 Gemeente Eindhoven
Figuur 3.2: Verwachtte uitbreiding Zuidzijde (Bron: Enexis Netbeheer).
Figuur 3.3: Verwacht ontwerp (Bron: Tennet).
12 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Figuur 3.4: Impressie van de landschappelijke structuren in de toekomstige situatie (Bron: CB5).
3.2
Functioneel
De voorgenomen ontwikkeling omvat de uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven Zuid, gelegen in de gemeente Eindhoven. De capaciteit van de 150kV-hoogspanningsverbinding in Eindhoven Zuid is niet meer toereikend om aan de transportbehoefte te voldoen. We gebruiken namelijk steeds meer energie. De vraag naar elektriciteit zal ook alleen maar blijven toenemen. Enexis is voornemens het hoogspanningsstation uit te breiden met extra transformatorvermogen. De uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid 150 kV is bedoeld om de transportcapaciteit in verschillende delen van het 150kV-net te vergroten. De beoogde uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid omvat het volgende: Het vervangen van Trafo 2 door een nieuwe 100 MVA transformator; Het bijplaatsen van drie nieuwe 100 MVA transformatoren (Tr5, Tr6 en Tr7); Twee modulaire blokken (MB's); Een Separaat Secundair Installatie (SSI) gebouw. In de toekomstige situatie kunnen maximaal Tr2, Tr3, Tr4, Tr5 en Tr7 gelijktijdig op vollast in bedrijf zijn. Tr1 en Tr6 zijn wisseltrafo's en staan uit. Het totaal gelijktijdig te schakelen transformatorvermogen komt hiermee boven de 200 MVA.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 13 Gemeente Eindhoven
14 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
4.1
Toetsing aan omgevingsplan
Geldend ruimtelijk kader
Hoogspanningsstation Eindhoven Zuid is gesitueerd aan de Genneperweg 170 te Eindhoven. Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het tijdelijke omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder plaatselijke verordeningen en bestemmingsplannen. Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. Bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 Op 25 maart 2025 is het bestemmingsplan 'Buitengebied Eindhoven 2023' vastgesteld en inmiddels ook in werking getreden, waardoor het te gelden heeft als de vigerende planologische regeling. Figuur 2 toont een uitsnede van het ter plaatse geldend ruimtelijk kader. Op grond van het bestemmingsplan 'Buitengebied Eindhoven 2023' is het plangebied bestemd met de volgende bestemmingen en aanduidingen: De enkelbestemming 'Bedrijf' in combinatie met de aanduiding 'nutsbedrijf' voor het bestaande station. De enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden' en 'Sport – golfbaan' voor de uitbreidingsgronden.
De dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 5', 'Waarde – Cultuurhistorie -2', 'Leiding – Hoogspanning bovengronds' en 'Leiding – Hoogspanning ondergronds'. De aanduidingen 'milieuzone: boringsvrije zone', 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied', 'gebiedsaanduiding – overige zone – beperking veehouderij', 'overige zone – stalderingsgebied' , 'veiligheidszone – hoogspanningsverbinding' en 'geluidzone-industrie'.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 15 Gemeente Eindhoven
Figuur 4.2: Uitsnede van de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023. Bron: ruimtelijkeplannen.nl.
4.2
Strijdigheden met omgevingsplan
De beoogde uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation past niet binnen het omgevingsplan (van rechtswege) van de gemeente Eindhoven. De uitbreiding is gelegen binnen de functie 'Golfbaan', waar een hoogspanningsstation niet is toegestaan. De voorliggende motivering biedt de juridisch planologische basis voor de realisatie van de uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid.
4.3
Overige verordeningen
In hoofdstuk 6 wordt getoetst aan de provinciale verordening. In hoofdstuk 7 worden bij de toetsing per milieuaspect getoetst het de relevante regelgeving (o.a. instructieregels Bkl, Bruidsschat en lokale verordeningen binnen het tijdelijke deel van het omgevingsplan).
16 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
5.1
Voorbereiding en participatie
Voorbereiding en vooroverleg
Het onderhavige plan is in onderling overleg tussen de gemeente en Enexis tot stand gekomen. Het conceptplan is voor advies toegestuurd aan de vooroverlegpartners die zijn betrokken bij de zorg voor de ruimtelijke ordening, of belast met behartiging van belangen die in dit plan in het geding zijn. Alle benaderde vooroverlegpartners, waaronder de Provincie Noord-Brabant, het waterschap De Dommel, de Veiligheidsregio en Trefpunt Groen Eindhoven hebben gereageerd. hebben een reactie gegeven. Hieronder is een samenvatting gegeven en de gemeentelijke reactie daarop weergegeven.
Provincie Noord-Brabant Tweemaal heeft een overleg met de provincie plaats gevonden. De inhoudelijke verbeterpunten, die hieruit zijn voortgekomen, zijn verwerkt en opgenomen in het definitieve ontwerp. Waterschap De Dommel Op 13 maart 2025 heeft het waterschap een reactie gegeven op het eerste concept. Er wordt een aantal bijzonderheden opgemerkt over het te ontwikkelen gebied zoals de laagte van de omgeving, de grondwaterstanden, het ophogen van het terrein en de ontwateringsdiepte. Het waterschap vraagt zich af of er voldoende waterberging plaatsvindt en ook de infiltratiecapaciteit en de waterkwaliteit behoeven nog aandacht. Verder wordt aandacht gevraagd voor de ligging in de boringsvrije zone en het grondwaterbeschermingsgebied. Tot slot worden er opmerkingen gemaakt over de toelichting die onderdeel uitmaakt van het TAM-omgevingsplan, waarvan de tekst deels verouderd is. Dit tweede concept, waarin de reactie van het waterschap van 13 maart 2025 in is verwerkt, is opnieuw voorgelegd aan het waterschap. Op 29 april 2025 heeft het waterschap gereageerd en aangegeven dat met het tweede concept het plan is geoptimaliseerd. Vermeld wordt dat in de toelichting van het TAM-omgevingsplan terecht is aangegeven dat bij de verlening van een omgevingsvergunning nog een nadere uitwerking en onderzoek nodig. Dit sluit aan bij de eerdere opmerking van het waterschap.
Ten aanzien van de regels wordt voorgesteld om de naam van artikel 23 aan te passen door het woord 'waterberging' weg halen, omdat waterberging niet afkoopbaar is en daarmee niet kan worden gewacht. Ook wordt een opmerking gemaakt over de formulering van artikel 23.3. Deze opmerkingen van het waterschap hebben ertoe geleid dat de naam van artikel 23 en de naam en formulering van artikel 23.3 zijn aangepast. De Veiligheidsregio De Veiligheidsregio heeft aangegeven dat er een bluswatervoorziening gemaakt moet worden op eigen terrein met een capaciteit van minimaal 60 m3/uur gedurende 4 uur. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een geboorde put. Op het gebied van bereikbaarheid merkt de Veiligheidsregio op dat de bereikbaarheid van het terrein op dit moment voldoende mits op het terrein zelf ook rekening wordt gehouden met de vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 17 Gemeente Eindhoven
geschiktheid van de weg voor brandweervoertuigen. Het advies van de Veiligheidsregio is gedeeld met de initiatiefnemer en speelt een rol bij de uiteindelijke verlening van een omgevingsvergunning. In die procedure zal de Veiligheidsregio opnieuw om advies worden gevraagd. Het TAM- omgevingsplan is hiervoor niet bedoeld. Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) Op 17 maart 2025 heeft TGE een eerste reactie gegeven op het eerste concept, waarbij is gerefereerd aan een gesprek met Tennet en Enexis over de geplande ontwikkeling en met name het landschapsplan. TGE heeft om verduidelijking gevraagd van enkele punten met betrekking tot het verwijderen van groen en bomen en de voorziene compensatie. In haar advies van 30 april 2025, ontvangen op 6 mei 2025, heeft zij een reactie gegeven op het tweede concept. Daaruit blijkt dat TGE, ondanks het ruimtebeslag de redenen begrijpt van deze uitbreiding, die wordt aangemerkt als een project van groot maatschappelijk belang. Ook stelt TGE vast dat het landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid voor groen en natuur gevolgd. TGE gaat akkoord met deze omgevingsplanwijziging (TAM-procedure). TGE stelt daarbij als voorwaarden dat zij en de gemeente betrokken worden bij het compensatieplan voor de te kappen 49 bomen.
Daarbij wordt de voorkeur uitgesproken dat deze compensatie plaatsvindt in de omgeving van de planlocatie, in ieder geval binnen de grenzen van gemeente Eindhoven. TGE wil ook betrokken zijn bij en meedenken over de maatregelen voor kwaliteitsverbetering van het landschap, waarvoor een bedrag van € 59.233,30 in het gemeentelijk groencompensatiefonds wordt gestort. Ook wil zij graag de rapporten van het aanvullende soortenonderzoek ontvangen als deze klaar zijn. Tot slot merkt TGE op dat twee afbeeldingen, die onderdeel uitmaken van het TAM-omgevingsplan, niet overeenkomen met de afbeeldingen in het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1 bij TAM-omgevingsplan). De slotopmerking van TGE heeft geleid tot aanpassing van de conceptstukken. Met de gestelde voorwaarden zal in de vervolgprocedures, waaronder die van de vergunningverlening, zoveel mogelijk rekening worden gehouden. Het ontwerp van het wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Uitbreiding HS-station Eindhoven Zuid heeft ter inzage gelegen van 29 mei 2025 tot en met 9 juli 2025. Gedurende deze periode is een zienswijze ingediend. De zienswijze is ingediend namens het bestuur van Golf- en Countryclub De Tongelreep (GCCDT).
De zienswijze is samengevat en voorzien van een gemeentelijk standpunt en in de bijgevoegde 'Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' opgenomen.
ing van de ontvangen vooroverlegreacties weergegeven met het gemeentelijk standpunt op die reacties.
18 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
5.2
Participatie
In de Omgevingswet staat het actief laten meebeslissen, meedenken, adviseren en informeren van de omgeving centraal. De gemeente Eindhoven heeft voor participatie de Nota Participatiebeleid Omgevingswet en de Nota Inwoners en overheidsparticipatie van de gemeente Eindhoven opgesteld waarin de volgende uitgangspunten centraal staan: 1. Doelgericht maatwerk; 2. Bewust gesprek, 3. Energie & Vernieuwing. De mate en frequentie van participatie verschilt per project. Het project Eindhoven Zuid is qua fysieke omvang vrij beperkt en betreffen hoofdzakelijk een verbouwing en een aantal ingrepen aan elektrotechnische installaties. Participatie zal vooral betrekking hebben de directe omgeving en op de landschappelijk inpassing en visuele aankleding van het hoogspanningsstation. De participatiestrategie van Enexis is gebaseerd op drie participatieniveaus: informeren, raadplegen en adviseren. Afhankelijk van het project wordt de communicatie afgestemd op de mate waarin stakeholders betrokken worden. De kernboodschap, die altijd begint met het nut en de noodzaak van de werkzaamheden, vormt de basis van de communicatieaanpak. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de belangen van stakeholders als de vereisten van het project.
Voor ieder participatieniveau worden specifieke communicatiemiddelen ingezet, variërend van informeren tot meer interactieve communicatie bij raadplegen en adviseren. Zo zorgt Enexis ervoor dat stakeholders op de juiste manier betrokken worden, met een focus op dialoog waar mogelijk. De uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven-Zuid is een relatief beperkte uitbreiding. Hierdoor zal met uitzondering van de Golfclub de impact van de uitbreiding op de omgeving gering zijn. In de directe omgeving van het hoogspanningsstation zijn enkele woningen en drie verenigingen aanwezig (golf, manege en volkstuin). Daarnaast zijn overheidsinstanties een stakeholder, dan gaat het met name om de gemeente, provincie en het waterschap. Gedurende 2024 hebben diverse participatiemomenten plaatsgevonden over met name de landschappelijke inpassing en uitvoering. De participatie heeft plaatsgevonden bij de volgende betrokkenen de golfclub, gemeente Eindhoven, provincie Noord-Brabant, TenneT, omwonenden en verenigingen. Door de gevoerde participatie is in samenspraak met gemeente Eindhoven het landschapsplan aangepast en verwerkt in de motivering. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt voornamelijk gebruik gemaakt van het informeren van de partijen. Het participatieproces is in meer detail beschreven in bijlage 11.
5.3
Zienswijze
Het ontwerp van het wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Uitbreiding HS-station Eindhoven Zuid heeft van 29 mei 2025 tot en met 9 juli 2025 ter inzage gelegen en is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in de editie van het Gemeenteblad van 28 mei 2025 en 3 juni 2025 gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerpwijzigingsbesluit via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Naar aanleiding van de tervisielegging is een zienswijze ontvangen. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen van het ontwerp. Er zijn wel ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 19 Gemeente Eindhoven
In de 'Nota van zienswijzen en ambtshalve zienswijzen' is de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Ook zijn de ambtshalve wijzigingen weergegeven en nader toegelicht. Deze nota is als bijlage 12 'Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' bij deze motivering opgenomen.
20 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
Visie en beleid op de locatie
6.1
Rijksbeleid
6.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet heeft een aantal wetten gebundeld over de leefomgeving. Daarbij behoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toets De ontwikkeling draagt bij aan de prioriteit van ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Daarnaast draagt het bij aan een duurzaam economisch groeipotentieel. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de NOVI. 6.1.2
Luchthavenbesluit
Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 21 Gemeente Eindhoven
Figuur 6.1: Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF.
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt.
22 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Figuur 6.2: Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.
Outer-horizontal Met de "outer-horizontal" moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de "outer-horizontal" kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze "outer-horizontal" heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 23 Gemeente Eindhoven
Figuur 6.3: Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstak el. Ster = plangebied.
Toetsing De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties. Onderhavig plangebied ligt niet binnen het radarverstoringsgebied. De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in het rode gebied van de kaart 'Outer horizontals luchthavens Oost Brabant'. Dit betekent dat het gebied ongeschikt is voor hoge obstakels. Hoogbouw en windturbines zijn niet toegestaan in het rode gebied. De uitbreiding van een hoogspanningsstation is geschikt voor dit gebied.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het luchthavenbesluit.
24 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
6.2
Provinciaal beleid
6.2.1
Brabantse Omgevingsvisie
De provincie Brabant geeft in haar Omgevingsvisie haar wensbeeld weer dat richting geeft in het formuleren van doelstellingen. Dit zo gehete Panorama is een toekomstbeeld waaraan de provincie met alle partijen wil werken. Het Panorama en de opgave om Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproef te laten zijn wordt in vier hoofdopgaven onderscheid. Deze hoofdopgaven zijn met elkaar verbonden en werken op elkaar in. De vier hoofdopgaven betreffen: 1. 2. 3. 4.
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; en Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave en zijn daarmee ook verankerd. Deze basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Elke ontwikkeling in Brabant moet bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit. Werken aan de Brabantse energietransitie Het doel binnen de provincie Brabant is het 100% verduurzamen van energie tot 2050. Tot 2030 is het doel om broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 ten minste met 50% te reduceren en ten minste 50% duurzame energie te gebruiken. Om het doel te behalen wordt een tweesporenbeleid door de provincie gehanteerd, namelijk: Verminderen energieverbruik; en Verduurzaming energie Werken aan een klimaatproof Brabant Het doel binnen de provincie is om Brabant klimaatbestendig en waterrobuust in te richten tot 2050. Het doel is om tot 2030 de eerste grote gebiedsopgaven ten behoeve hiervan te realiseren. Werken aan de slimme netwerkstad Het doel van de provincie tot 2050 is het stedelijk netwerk van Brabant te laten functioneren als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-west-Europese metropool. Het doel tot 2030 is voor Brabantse partijen om te werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied.
Werken aan een concurrerende en duurzame economie Het doel tot 2050 is voor de provincie op Brabant het top kennis- en innovatieregio in Europa te maken. Tot 2030 streeft de provincie er ook naar om Brabant de top-kennis en innovatieregio in Europa te maken.
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling maakt een uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid mogelijk. De uitbreiding van een hoogspanningsstation draagt bij aan het versterken van het elektriciteitsnet. Hierdoor kan het stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie op het netwerk worden aangesloten. Het zorgt voor het transport en de aansluiting van duurzame energie op het net. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de energietransitie opgave voor Brabant. De omgevingsvisie is vertaald in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hieraan wordt getoetst in de volgende paragraaf.
Conclusie vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 25 Gemeente Eindhoven
De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Brabantse Omgevingsvisie. 6.2.2
(TAM-)-omgevingsverordening Noord-Brabant
Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt, dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Inmiddels is de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. In de omgevingsverordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. 2. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. 3. DDe aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. 4. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. 5. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. In de omgevingsverordening staan regels voor: 1.
Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. 2. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.
Instructieregels voor het omgevingsplan Alle regels van de Omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. In Hoofdstuk 5 van de verordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Op het plangebied zijn de volgende werkingsgebieden gelegen: Beperkingen veehouderij. Stalderingsgebied. Beperking grootschalige logistiek. Waterwinning voor menselijke consumptie. ? Grondwaterbeschermingsgebied. Diep grondwaterlichaam. Geen attentiezone waterhuishouding. 26 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied. ? Groenblauwe waarden. Landelijk gebied. Toetsing Algemene maatwerkbepaling Een omgevingsplan kan conform artikel 5.5 van de Omgevingsverordening een bouw-of gebruiksactiviteit mogelijk maken buiten bestaand ruimtebeslag als dit vanuit het algemeen belang nodig is voor: het transporteren en leveren van energie, gas of water; communicatiedoeleinden; de bouw van waterstaatwerken. Het onderhavige TAM-omgevingsplan voorziet in de uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid en landschappelijke inpassing van het station. Hoogspanningsstations zijn knooppunten in de elektriciteitsvoorziening en sluiten hoogspanningsverbindingen op elkaar aan en transformeren de spanning naar een ander niveau. Energie wordt getransporteerd via het hoogspanningsstation. De voorgenomen ontwikkeling valt daarmee onder de "Algemene maatwerkbepaling" in artikel 5.5 van de Omgevingsverordening. Het onderhavige TAM-omgevingsplan kan hierdoor een bouw- en gebruiksactiviteit mogelijk maken buiten bestaand ruimtebeslag.
Basisprincipes Binnen de instructieregels van de omgevingsverordening voor het omgevingsplan van de gemeente zijn basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. De zorgplicht in artikel 5.7 houdt in dat voor het realiseren van een veilige gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8). Toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9). Meerwaardecreatie (artikel 5.10). Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) Het onderhavige TAM-omgevingsplan voorziet in de uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid. Het hoogspanningsstation in Eindhoven Zuid is één van de vier energieknooppunten rondom Eindhoven (zie ook paragraaf 2.2). De uitbreiding is essentieel voor het transporteren en leveren van duurzame energie. Deze uitbreiding vindt plaats buiten bestaand ruimtebeslag, wat toegestaan is conform de reeds behandelde algemene maatwerkbepaling. Daarnaast worden niet alle gronden in het plan gebruikt als nutvoorziening. Een deel van de uitbreiding is ook bestemd voor groen en landschappelijke inpassing. Dit zorgt voor zorgvuldig ruimtegebruik. In paragraaf 7.1 wordt toegelicht dat de voorgenomen ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling betreft. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is hierdoor niet benodigd.
Toepassing van de lagenbenadering (Artikel 5.9) De ontwikkeling houdt rekening met archeologische waarden (zie paragraaf 7.13) en voorkomt negatieve waterhuishoudkundige effecten (zie paragraaf 7.11). Er zijn geen negatieve effecten op de ondergrond.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 27 Gemeente Eindhoven
De uitbreiding is benodigd om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie te kunnen aansluiten en op termijn ook te kunnen voldoen aan de verwachte groei van de vraag naar elektriciteit. De uitbreiding is essentieel voor de functionaliteit van de netwerklaag. Het functioneren van het hoogspanningsstation (de gebruikswaarde) is essentieel voor een toekomstbestendig energienetwerk (de toekomstwaarde). Het hoogspanningsstation wordt landschappelijk ingepast en er wordt een kwaliteitsverbetering van het landschap doorgevoerd conform artikel 5.11. Op de aspecten geluid, lucht en veiligheid heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten, deze worden nader beschreven in hoofdstuk 7. In de directe omgeving van het hoogspanningsstation zijn enkele woningen en drie verenigingen aanwezig (golf, manege en volkstuin). Vanwege de aanwezigheid en de ligging van het huidige hoogspanningsstation Eindhoven-Zuid zal de impact van de uitbreiding op de omgeving beperkt zijn. Uitzondering hierop is de golfclub, aangezien de uitbreiding gesitueerd is op een gedeelte van de golfbaan (de herkomstwaarde). Enexis en de golfclub zijn, in samenspraak met de gemeente, in overleg over een herstructurering van de lay-out van de golfbaan. Hierdoor worden effecten op de bovenste laag gemitigeerd en wordt rekening gehouden met de belevingswaarde.
Meerwaardecreatie (artikel 5.10) Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt een kwaliteitsverbetering doorgevoerd, zoals bedoeld in artikel 5.11 ("kwaliteitsverbetering landschap"). De beoogde kwaliteitsverbetering wordt beschreven verderop in de onderhavige toetsing. De uitbreiding van het hoogspanningsstation is noodzakelijk omdat het huidige station niet meer toereikend is om aan de transportbehoefte van energie te voldoen. De uitbreiding is noodzakelijk voor het functioneren van het elektriciteitsnet en het faciliteren van de energietransitie, wat van groot economisch, sociaal en maatschappelijk belang is.
Instructieregels voor gemeenten Onderstaand wordt de voorgenomen ontwikkeling per werkingsgebied getoetst aan de relevante instructieregels voor gemeenten uit Hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening.
Beperkingen veehouderij (artikel 5.65) en stalderingsgebied (artikel 5.66) In het onderhavige TAM-omgevingsplan worden geen nieuwe veehouderijen toegevoegd of uitgebreid.
Beperking grootschalige logistiek (artikel 5.56a) In het onderhavige TAM-omgevingsplan wordt de ontwikkeling van grootschalige logistiek niet mogelijk gemaakt.
Waterwinning voor menselijke consumptie (paragraaf 5.2.1), grondwaterbeschermingsgebied (artikel 5.17), diep grondwaterlichaam en geen attentiezone waterhuishouding Binnen het werkingsgebied "Waterwinning voor menselijke consumptie ligt het plangebied binnen het werkingsgebied "Grondwaterbeschermingsgebied". De bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem zijn geborgd in de regels van het onderhavige TAM-omgevingsplan middels de aanduiding "milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied". In paragraaf 7.11 (weging van het waterbelang) is nader beschreven hoe negatieve effecten op het grondwaterlichaam voorkomen worden. 28 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Aan het werkingsgebied "Diep grondwaterlichaam" zijn direct werkende regels gekoppeld en geen instructieregels voor gemeenten. Binnen het betreffende werkingsgebied geldt een verbod op de onconventionele winning van koolwaterstoffen, wat geen onderdeel is van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Het werkingsgebied "Geen attentiezone waterhuishouding" signaleert dat het gebied niet is gelegen binnen een attentiezone voor waterhuishouding. Dit werkingsgebied heeft dan ook geen gevolgen voor het onderhavige TAM-omgevingsplan.
Groenblauwe waarden (artikel 5.46) Gronden met deze aanduiding vormen de overgang tussen het Natuurnetwerk Brabant en het landelijk en stedelijk gebied. De gebieden met de aanduiding 'Groenblauwe waarde' beschermen het Natuurnetwerk en zorgen voor de verbinding tussen de omliggende gebieden. Het beleid is gericht op het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden, het watersysteem en het landschap. Op gronden met deze aanduiding wordt ruimte geboden voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties mits deze gebruiksfuncties bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. Om de 'Groenblauwe waarden' van het plangebied te behouden en te versterken wordt het station landschappelijk ingepast. Hierin is ruimte voor waterretentie door middel van wadi's, afscherming van het station door middel van struweelranden met takkenrillen aan de zuidzijde en bloemrijk grasland rondom het hele station. Ook de te kappen bomen worden volledig gecompenseerd. Er is daarmee sprake van behoud en versterking van de ecologische en landschappelijke waarden ter plaatse. De inpassing van aanwezige groenblauwe waarden wordt tevens beschreven in de paragraaf 7.9 (groen en landschappelijke inpassing) aan de hand van het opgestelde landschapsplan (bijlage 1). De uitvoering van de inpassing is geborgd in een voorwaardelijke verplichting in de planregels van het onderhavige TAM-omgevingsplan.
De bescherming van groenblauwe waarden zijn geborgd in de regels van het onderhavige TAM-omgevingsplan middels de aanduiding "overige zone – groenblauwe waarde". Er bestaan daarmee geen belemmeringen voor de ontwikkeling die met dit omgevingsplan mogelijk worden gemaakt.
Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied Dit werkingsgebied is gekoppeld aan instructieregels voor waterschappen en bevat geen instructieregel voor gemeenten. In paragraaf 7.11 (weging van het waterbelang) wordt wel ingegaan op de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de waterhuishouding en wordt getoetst aan de relevante normen vanuit het waterschap (en gemeente) voor het voorkomen van wateroverlast.
Landelijk gebied (artikelen 5.11, 5.12, 5.31 en 5.78) De ontwikkeling vindt plaats in het landelijk gebied. Maatregelen zijn benodigd om de kwaliteit van het landschap te versterken conform artikel 5.11 ("Kwaliteitsverbetering landschap"). In de onderstaande tabel wordt de huidige bestemmingswaarde en de berekende bestemmingswaarde van de toekomstige situatie getoond, hieruit volgt de benodigde kwaliteitsinvestering.
Tabel 6.1: Benodigde investering in kwaliteitsverbetering op basis van de bestemmingswaarde in de bestaande en toekomstige situatie. Bron: CB5.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 29 Gemeente Eindhoven
Binnen de grenzen van het plangebied zijn geen mogelijkheden om het bedrag fysiek te investeren. Het gehele bedrag wordt geïnvesteerd in het gemeentelijke groenfonds. Enexis is voornemens de bijdrage van het groenfonds in te zetten voor de landschappelijke versterking van het manegeterrein gelegen ten noorden van de Genneperweg. De kwaliteitsverbetering is geborgd in het onderhavige TAM-omgevingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. Conform artikel 5.12 ("Ontwikkelingsrichting) moet de ontwikkeling passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Eindhoven Zuid is één van de vier energieknooppunten rondom Eindhoven (zie ook paragraaf 2.2). De uitbreiding van het hoogspanningsstation is essentieel voor het functioneren van de netwerklaag. Er is reeds beschreven dat de ontwikkeling in lijn is met de basisprincipes en dat voorzien wordt in een kwaliteitsverbetering van het landschap. De uitbreiding garandeert de toekomstbestendigheid van het hoogspanningsstation Eindhoven Zuid en daarmee het energienetwerk. Bij de toetsing aan de basisprincipes is reeds aangegeven hoe de ontwikkeling aansluit bij de omliggende lagen en functies in de omgeving. Het plangebied valt binnen de gebiedsvisie voor de Genneper Parken, waarin rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van een hoogspanningsstation.
Het station wordt landschappelijk ingepast in de directe omgeving en Enexis is voornemens de kwaliteitsverbetering door te voeren binnen de Genneper Parken. Hierdoor past het onderhavige TAM-omgevingsplan binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Artik el 5.31 ("Externe werking Natuurnetwerking Brabant") bevat een instructieregel voor de omgang met eventuele aantasting van ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) door ontwikkeling in het Landelijk Gebied die niet gelegen zijn in het NNB. Het plangebied is geen onderdeel van het NNB en in de uitgevoerde ecologische QuickScan ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt aangegeven dat aantasting via externe werking op voorhand kan worden uitgesloten. De uitkomsten van de QuickScan worden in meer detail behandeld in paragraaf 7.10 (natuur). Een hoogspanningsstation valt onder een "niet-agrarische activiteit" zoals opgenomen in artik el 5.78 in de verordening. Dit artikel ziet in lid 1 toe op ontwikkelingen binnen bestaande bouwpercelen in Landelijk Gebied. Een niet-agrarische activiteiten mag geen betrekking hebben op: een kantoor met baliefunctie; het toelaten van nieuwe lawaaisport; en een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor mestbehandeling, mestvergisting en mestbewerking. 30 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Het onderhavige TAM-omgevingsplan maakt geen van de bovengenoemde activiteiten mogelijk. Het bestaande hoogspanningsstation wordt conserverend bestemd. In lid 4 is opgenomen dat een omgevingsplan kan voorzien in een redelijke uitbreiding van een bestaande niet-agrarische activiteit. Er is reeds aangetoond dat de voorgenomen uitbreiding past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, tevens wordt de uitbreiding landschappelijk ingepast. Hiermee is de uitbreiding passend binnen de omgeving en wordt voldaan aan lid 4.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het gestelde in de (TAM-)omgevingsverordening Noord-Brabant.
6.3
Gemeentelijk beleid
6.3.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Eindhoven staat voor grote ambities en opgaven. De regio trekt mensen uit binnen- en buitenland die hier graag komen wonen en werken. Tussen 2022 en 2040 komen er in Eindhoven 40.000 woningen en 36.000 arbeidsplaatsen bij. Een stad die groeit, heeft ruimte nodig voor woningen, voorzieningen, groen, verkeer, klimaatmaatregelen en de energietransitie. De ruimte in Eindhoven is beperkt. Daarom moeten we goede keuzes maken en slim met de ruimte omgaan. Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven de omgevingsvisie Eindhoven opgesteld. De omgevingsvisie Eindhoven helpt te bepalen hoe we de ambities en opgaven een plaats kunnen geven binnen Eindhoven. Het is een integrale visie die de hoofdrichting van de ruimtelijke ontwikkeling van Eindhoven voor de lange termijn bepaalt en die doorwerking krijgt in diverse omgevingsprogramma's en het omgevingsplan. De omgevingsvisie richt zich op het jaar 2040. De omgevingsvisie beschrijft in de ambitie wat we bereikt willen hebben voor 2040. Daarnaast beschrijft de omgevingsvisie in de opgaven aan welke opgaven we moeten werken om de ambitie te bereiken. Als laatste beschrijft de omgevingsvisie door middel van verstedelijkingsprincipes hoe we de ambitie gaan bereiken. Op 26 november 2024 is de omgevingsvisie Eindhoven vastgesteld door de gemeenteraad.
Ambitie In 2040 is Eindhoven, binnen haar stadsgrenzen, gegroeid naar een compacte, gezonde, groene stad met een wereldse uitstraling. Het is plezierig om er te wonen, met veel groen, goede voorzieningen en prettige wijken. De stad is slim ingedeeld, met verdichting rondom (H)OV-knooppunten en omgeven door parken en groene ruimtes voor ontmoeting, beweging en ontspanning. Ondanks de verdichting voelt de stad aangenaam en natuurlijk aan. Eindhoven heeft zich ontwikkeld naar een slimme, gezonde duurzame stad voor iedereen. Stevig verbonden met de Brainportregio en de verdere omgeving. Dit vertaalt zich in de volgende integrale ambitie: Eindhoven is de stad waar de toekomst gemaakt wordt, met een goede balans tussen onze unieke economie, ecologie en welzijn.
De integrale ambitie is opgedeeld in vier deelambities, die niet los van elkaar kunnen worden gezien. De vier deelambities zijn in evenwicht en vullen elkaar aan en vormen samen de integrale ambitie. Ze zijn: vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 31 Gemeente Eindhoven
Eindhoven als toekomstbestendige stad: een klimaatadaptieve, gezonde, biodiverse en duurzame stad. Eindhoven als stad voor iedereen: een sociale, inclusieve en gastvrije stad. Eindhoven als hart van de Brainportregio: een innovatieve economische wereldspeler waar iedereen mee doet. Eindhoven als stad in ontwikkeling: een veranderende stad met oog voor eigenheid en historie. Hoe werken we aan de ambitie? Eindhoven is in trek om in te wonen en te werken. Het is een prettige, compacte, groene, leefbare en innovatieve stad die steeds in verandering is. De Brainporteconomie zorgt voor een prettig werkklimaat, met een goede samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid. Bedrijven willen zich hier graag vestigen, huidige bewoners willen hier blijven wonen en nieuwe inwoners willen hier graag komen wonen. Door de groei van de stad is er meer behoefte aan woningen, ruimte om je door de stad te verplaatsen, groen, water, voorzieningen, energie en ruimte om te werken. Maar de ruimte in de stad is schaars. Dit zorgt ervoor dat we slim om moeten gaan met de ruimte die we hebben. Het combineren van verschillende functies in één gebied, zoals wonen, werken, groen en voorzieningen heeft veel voordelen. We behalen ruimtewinst en verbeteren de kwaliteit en levendigheid van die gebieden. Dit vraagt om randvoorwaarden voor de verstedelijking.
Deze randvoorwaarden zijn uitgewerkt in zes verstedelijkingsprincipes. De verstedelijkingsprincipes zijn integraal en geven inzicht in de wijze waarop de verschillende stedelijke opgaven in samenhang tot elkaar opgepakt worden. Ze zijn noodzakelijk om de ruimtelijke ambities van Eindhoven waar te maken. De verstedelijkingsprincipes zijn: De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad. Voldoende ruimte voor energievoorziening is noodzakelijk. Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. De mobiliteit zorgt voor een verbonden, ruimte-efficiënte en gezonde stad. De Brainporteconomie krijgt ruimte op bestaande en nieuwe economische toplocaties. De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe. Welke opgave hebben we om de ambitie te bereiken? De kenmerken van de bestaande stad, de ambitie van Eindhoven en trends en ontwikkelingen leiden samen tot een aantal stedelijke opgaven. Deze opgaven ontstaan uit het verschil tussen de stad van nu en de stad die we in 2040 willen zijn. De opgaven zijn stadsbreed, langjarig en dragen bij aan het realiseren van de ambitie. Ze geven richting aan de ontwikkeling van onze stad. De stedelijke opgaven zijn allemaal even belangrijk en moeten in samenhang met elkaar worden opgepakt.
De stedelijke opgaven zijn: Eindhoven wordt klimaatneutraal. Eindhoven vergroent en wordt gezonder met oog voor mens en dier. Eindhoven bouwt door aan een vitale stad met ruimte voor iedereen en meerdere centra. Eindhoven investeert in leefbare, sociale en veilige wijken; Eindhoven biedt ruimte aan een sterke, concurrerende en duurzame Brainporteconomie. Eindhoven werkt aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid: vlot, veilig en schoon. Eindhoven werkt aan een levendige stad met goede basis- en topvoorzieningen.
32 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Samen met de stad werken wij aan de stedelijke opgaven. We zoeken de samenwerking op met onze ketenpartners (bijvoorbeeld Waterschap, ODZOB, Veiligheidsregio en GGD), bedrijfsleven, overheden (rijk, provincie, SGE en MRE), inwoners, ondernemers, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, ontwikkelaars en belangenorganisaties.
Toetsing Het uitbreiden van hoogspanningsstation Eindhoven Zuid leidt tot een versterking van het elektriciteitsnet. De uitbreiding is benodigd om aan snelle groei van elektriciteitsaanbod via wind- en zonne-energie, de verduurzaming en de verwachte toename van de vraag te voldoen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de energietransitie van Eindhoven.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Eindhoven.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 33 Gemeente Eindhoven
34 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
Fysieke leefomgeving en milieu
7.1
Ladder van duurzame verstedelijking
7.1.1
Algemeen
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4.
Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
7.1.2
Toetsing
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een hoogspanningsstation. Op basis van de uitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465 (Inpassingsplan DW380 Doetinchem – Voorst) en de uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon) worden een hoogspanningsverbinding en transformatorstation niet onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien. Een toetsing aan de Ladder is derhalve niet benodigd.
7.1.3
Conclusie
De ladder vormt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling. vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Zuid 35 Gemeente Eindhoven
7.2
Mer-beoordeling
7.2.1
Algemeen
De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor mer-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De planmer-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 7.2.2
Toetsing
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd. Deze mer-beoordeling is opgenomen als bijlage 2 bij deze motivering. Hieronder wordt ingegaan op de conclusie van de beoordeling. Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse van de ontwikkeling. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen aanzienlijke milieueffecten optreden, dan wel dat effecten met mitigerende maatregelen en nader onderzoek worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. 7.2.3
Conclusie
Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
36 uid
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven-Z
Gemeente Eindhoven
7.3
Geluid
7.3.1
Algemeen
Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen, en industrieterreinen en activiteiten enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. Geluid door (spoor) wegen en industrieterreinen De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen de omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Daarom moet bij nieuwe ontwikkelingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de voornoemde bronnen, het geluid van deze bronnen op geluidgevoelige gebouwen altijd beoordeeld worden (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan de onderstaande waarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.