Bijlage 4 - Omgevingseffectrapport omgevingsvisie Eindhoven
Tekst van het document
80/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
6.4.1.3
Kantoorlocaties
De meeste woningen en arbeidsplaatsen worden in het centrum (KnoopXL: dit is een gebied waar wonen, werken, voorzieningen en HOV worden gecombineerd) en rond OV-knooppunten toegevoegd. Gezien de vraag naar multifunctionele en multimodale gebieden waar wonen en werken en HOV gecombineerd worden, is dit gunstig voor de mogelijke vraag naar kantoorlocaties en locaties met kantoorachtige functies (bijvoorbeeld een kantoor met een kleine werkruimte of lab – de Eindhovense werkvloer) in deze gebieden. Er worden ook arbeidsplaatsen toegevoegd binnen de Ring, wat een populaire locatie is voor kantoren (centrum/OV-knoop). De aanleg van nieuwe kantoorlocaties (KnoopXL) en doorontwikkeling van Strijp-S en kantoorgebied Eindhoven Airport/Flight Forum tot aantrekkelijke kantoorlocaties is ook positief voor dit criterium. Groen wordt toegevoegd aan het centrum, wat bij kan dragen aan de aantrekkelijkheid voor kantoorlocaties. Daarnaast wordt de Brainportlijn gerealiseerd, wat bijdraagt aan een goede OVverbinding. Versterking van het HOV-netwerk (bijvoorbeeld ook gunstig voor woon-werkverkeer vanuit WoensXL wat wordt doorontwikkeld tot stadsdeelcentrum) en aanleg van hubs, P+R en P+B dragen bij aan de aantrekkelijkheid van kantoorlocaties. Er wordt ook onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van het toevoegen van twee nieuwe treinstations (Acht en Tongelre).
Het is de bedoeling dat kantoorlocaties een flinke boost krijgen en daarom wordt de invloed van het VKA als positief beoordeeld.
6.5
Stad voor iedereen: een sociale, inclusieve en gastvrije stad
Deze paragraaf bevat de kwalitatieve effectbeoordeling en onderbouwing van het VKA voor de indicatoren die vallen onder de stad voor iedereen. 6.5.1
Sociale veiligheid
Tabel 6.21 Effectbeoordeling sociale veiligheid Indicator
Criterium
Sociale veiligheid
Percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt
VKA
Er zijn in de verstedelijkingsprincipes geen directe beleidsuitspraken gedaan over het bevorderen van sociale veiligheid. Wel benoemt de gemeente in de verstedelijkingsprincipes dat nabijheid en verdichting rondom centra (ook wijk- en buurtcentra) zorgt voor een verbetering van kwaliteit, leefbaarheid, gezondheid en levendigheid in gebieden en wijken. Dit kan indirect bijdragen aan sociale veiligheid. Woningen worden verspreid toegevoegd nabij HOV-knopen en -assen en centra (voorzieningen). De verdichting is het grootst binnen de Ring en in Woensel waar nu juist ook buurten zijn waar het gevoel van onveiligheid groter is. Het is echter de verwachting dat meer verdichting ook zorgt voor meer (gevoel van) veiligheid.
81/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Meer verdichting zorgt er immers voor dat er meer mensen zijn, wat kan bijdragen aan een groter gevoel van veiligheid (meer ‘ogen op maaiveld’). De inzet op nieuwe en verbeterde stadsfietsroutes en een loopnetwerk zorgt er ook voor dat men zich veiliger voelt in de stadsdelen, mits deze routes goed verlicht zijn en er geen afschermend groen omheen ligt. Meer lopen en fietsen brengt meer mensen en ogen op straat en zorgt daarmee voor een verhoging van de sociale veiligheid. Verdichting in de wijken vindt plaats rondom wijk- en buurtcentra. Daarnaast wordt detailhandel in wijk- en buurtcentra aangevuld met voorzieningen. Dit zorgt samen met de verdichting voor een impuls in bestaande wijk- en buurtcentra waardoor deze kunnen blijven bestaan. Dit is positief voor de leefbaarheid, saamhorigheid en sociale veiligheid in de wijk. Dagelijkse voorzieningen zoals de huisarts, basisschool, supermarkt en wijkcentra zijn dichtbij. Mensen hoeven hier dus niet hun wijk voor uit. Dit is positief voor het gevoel van sociale veiligheid. Stedelijke en regionale voorzieningen zoals musea, horeca, ziekenhuizen, middelbare scholen en vervolgonderwijs worden verspreid over de stad, bij voorkeur rondom HOV-lijnen, het centrum en stadsdeelcentra. Op deze manier wordt gezorgd voor nabijheid en kortere afstanden. Maatschappelijke opvangvoorzieningen (bijv.
voor daklozen) worden verdeeld over de gemeente geplaatst. Hoewel dit een gevoel van onveiligheid kan creëren zorgt juist spreiding over de stad dat een concentratie van maatschappelijke voorzieningen op één plek wordt voorkomen. Dit draagt bij aan het integreren van de bewoners van de maatschappelijke voorziening in de samenleving en het voorkomen van mogelijke overlast op één plek. Gezien bovenstaande punten wordt de invloed van het VKA als licht positief beoordeeld. 6.5.2
Inclusiviteit
Tabel 6.22 Effectbeoordeling indicatoren inclusiviteit Indicator Kansengelijkheid
Adequate voorzieningen
Criterium
VKA 15
Mate van gemengd woningaanbod (% sociale huur)
Beschikbaarheid van basisvoorzieningen binnen een acceptabele reistijd
6.5.2.1 Kansengelijkheid In de verstedelijkingsprincipes wordt, vanwege het strategische karakter van de visie, geen aandacht besteed aan kansengelijkheid door het benoemen van het aandeel sociale huurwoningen dat er moet komen. Deze uitwerking wordt gedaan in programma's. Toevoegen van woningen gebeurt behoorlijk gespreid over de stad. Daarmee is de meeste kans om sociale huurwoningen toe te voegen en te mengen met koopwoningen. In een aantal wijken zijn de woningen in grote delen van die wijk in eigendom van corporaties. 15
Het mengen van de woningvoorraad in kwetsbare wijken wordt onder andere in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid gezien als een middel om kansengelijkheid te stimuleren en verschillen tussen wijken te verkleinen. Om deze reden is deze indicator gebruikt om de invloed van de omgevingsvisie op kansengelijkheid te beoordelen. Uiteraard is dit niet het enige wat van invloed is op kansengelijkheid, het is echter een factor waar de omgevingsvisie op kan uitoefenen.
82/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Als deze woningen aan renovatie toe zijn kan de corporatie ervoor kiezen om delen van het bezit te slopen en te verdichten. Dit zorgt voor een toename van sociale huurwoningen in de wijken. 6.5.2.2
Adequate voorzieningen
De beoordeling van adequate voorzieningen gaat over de beschikbaarheid van basisvoorzieningen binnen een acceptabele reistijd. Voor deze analyse worden (regulier) basisonderwijs, de huisarts en supermarkt als basisvoorziening beschouwd. Een acceptabele reistijd voor iedereen betreft een looptijd van maximaal 15 minuten. Er is gekozen voor lopen omdat niet iedereen beschikt over een vervoermiddel zoals auto of fiets. In het VKA blijven bestaande locaties van de voorzieningen basisonderwijs, huisarts en supermarkt bestaan. Daar bovenop voorziet het VKA in het toevoegen van extra basisvoorzieningen rondom en in de buurt- en wijkcentra. Ook worden basisvoorzieningen toegevoegd op goed bereikbare plekken zoals langs HOV-lijnen en in (stadsdeel)centra. Het toevoegen van voorzieningen en opplussen van de bestaande voorzieningen biedt kansen om in bestaande gebieden met onvoldoende nabijheid van basisvoorzieningen de kwaliteit en beschikbaarheid van de voorzieningen daar te verbeteren. Wanneer basisvoorzieningen op de juiste plek worden toegevoegd kunnen in de toekomst alle woongebieden de drie bovengenoemde basisvoorzieningen binnen een acceptabele reistijd krijgen. Daarom wordt het VKA als ‘goed’ beoordeeld.
7 Beoordeling doelbereik 7.1
Beoordelingsmethodiek
Dit hoofdstuk beschrijft de haalbaarheid van de door de gemeente beschreven doelen voor 2040 (het doelbereik). Hiervoor wordt gekeken in hoeverre de stedelijke opgaven en de verstedelijkingsprincipes ervoor zorgen dat de doelen van de omgevingsvisie worden behaald. De uitwerking van de omgevingsvisie is gevat in zeven stedelijke opgaven en zes verstedelijkingsprincipes. De doelen van de omgevingsvisie zijn beschreven in één integrale hoofdambitie die is opgedeeld in vier deelambities (WAT wil de gemeente bereiken). De verstedelijkingsprincipes in de omgevingsvisie beschrijven hoe de gemeente deze ambities wil bereiken (het HOE). De stedelijke opgaven beschrijven het verschil tussen de situatie nu en de gewenste situatie op basis van eigen beleid en ambities en bijvoorbeeld nationaal beleid (het GAT). In onderstaande tabel 7.1 worden de vier deelambities benoemd in relatie tot de verstedelijkingsprincipes. De stedelijke opgaven lopen hier parallel aan en beschrijven integraal wat de opgave van de gemeente is om de ambities te bereiken; kolom 3 bestaat dan ook uit één cel met daarin alle stedelijke opgaven.
83/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Tabel 7.1 Deelambities in relatie tot verstedelijkingsprincipes en stedelijke opgaven Deelambitie
Verstedelijkingsprincipes
Eindhoven als toekomstbestendige
1. De groene hoofdstructuur is leidend
stad: een klimaatadaptieve, gezonde,
voor de gezonde ontwikkeling van de
biodiverse en duurzame stad
stad.
Stedelijke opgaven
2. Voldoende ruimte voor energievoorziening is noodzakelijk. 3. Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. 4. De mobiliteit zorgt voor een
- Eindhoven wordt
verbonden, ruimte-efficiënte en
klimaatneutraal
gezonde stad.
- Eindhoven vergroent en
Eindhoven als stad voor iedereen:
1. De groene hoofdstructuur is leidend
wordt gezonder met oog
een sociale, inclusieve en gastvrije
voor de gezonde ontwikkeling van de
voor mens en dier
stad
stad.
- Eindhoven bouwt door aan
3. Eindhoven is een compacte stad
een vitale stad met ruimte
waar nabijheid en meervoudig
voor iedereen en meerdere
ruimtegebruik het uitgangspunt zijn.
centra
4. De mobiliteit zorgt voor een
- Eindhoven investeert in
verbonden, ruimte-efficiënte en
leefbare, sociale en veilige
gezonde stad.
wijken
5. De Brainporteconomie krijgt ruimte
- Eindhoven biedt ruimte
op bestaande en nieuwe economische
aan een sterke,
toplocaties.
concurrerende en duurzame
6. De ruimtelijke structuur van de stad
Brainporteconomie
blijft herkenbaar en we voegen
- Eindhoven werkt aan
hoogwaardige architectuur toe.
duurzame mobiliteit en
Eindhoven als hart van de
1. De groene hoofdstructuur is leidend
bereikbaarheid: vlot, veilig
Brainportregio: een innovatieve,
voor de gezonde ontwikkeling van de
en schoon
economische wereldspeler waar
stad.
- Eindhoven werkt aan een
iedereen meedoet
2. Voldoende ruimte voor
levendige stad met goede
energievoorziening is noodzakelijk.
basis- en topvoorzieningen
4. De mobiliteit zorgt voor een verbonden, ruimte-efficiënte en gezonde stad. 5 De Brainporteconomie krijgt ruimte op bestaande en nieuwe economische toplocaties. 6. De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe. Eindhoven als stad in ontwikkeling:
1. De groene hoofdstructuur is leidend
een veranderende stad met oog voor
voor de gezonde ontwikkeling van de
eigenheid en historie
stad.
84/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Deelambitie
Verstedelijkingsprincipes
Stedelijke opgaven
3. Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. 6. De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe.
In de beoordeling van het doelbereik wordt gekeken hoe de verstedelijkingsprincipes en beleid dat wordt benoemd in de stedelijke opgaven samen het doelbereik beïnvloeden. Daarnaast wordt gekeken of de ambities met het oog op de verwachte milieueffecten haalbaar zijn. Ten slotte wordt gekeken of de doelen in het kader van maatschappelijke trends als realistisch kunnen worden beschouwd. Er kan namelijk ook sprake zijn van onzekerheden. De onzekerheid wordt groter naarmate autonome ontwikkelingen meespelen (bijvoorbeeld: wanneer rijden alle voertuigen emissieloos?) en/of als de gemeente afhankelijk is van andere partijen (denk bijvoorbeeld aan het Rijk, het waterschap, projectontwikkelaars, woningcorporaties en particuliere woningeigenaren). De bandbreedte van onzekerheid geeft dus aan hoeveel de gemeente zelf doet aan het behalen van de gestelde ambities. De figuren in paragrafen 6.2.1 tot en met 6.2.4 geven per ambitie aan in welke mate de ambities naar verwachting gehaald worden. Het doelbereik wordt langs een schaal gelegd die is opgedeeld in de volgende drie maten: 1. Geen tot zeer beperkte kans om de ambitie te behalen 2. Redelijke kans om de ambitie te behalen 3. Reële kans om de ambitie te behalen. In de volgende paragrafen zal per thema een grafiek met de mate van doelbereik worden gepresenteerd, gevolgd door een tekstuele onderbouwing.
Het doelbereik is kwalitatief beoordeeld; de grafieken dienen als visualisering van de uitgeschreven toelichting.
7.2
Beoordeling doelbereik
De beoordeling van het doelbereik wordt uitgevoerd op het niveau van de deelambities. Uit de beschrijving van de deelambities zijn een aantal concrete doelen gedistilleerd die bij moeten dragen aan het behalen van de ambitie en die kunnen worden beoordeeld. Per deelambitie wordt gekeken hoe zeker het is dat de doelen worden bereikt via de verstedelijkingsprincipes en ander beleid. Dit wordt eerst tekstueel toegelicht in de tabellen 6.2 tot en met 6.5, en vervolgens wordt dit per deelambitie in de vorm van een grafiek in de figuren 6.1 tot en met 6.4 gevisualiseerd. 7.2.1
Eindhoven als toekomstbestendige stad: een klimaatadaptieve, gezonde, biodiverse en duurzame stad
Tabel 7.2 Beschrijving doelbereik deelambitie 1 Onderdelen deelambities
Toelichting doelbereik
In 2040 is Eindhoven een […] stad
In verstedelijkingsprincipe 1 (groene hoofdstructuur) wordt
met veel nieuw groen en water.
behoorlijk ingezet op vergroening van de stad: verdichten en vergroenen gaan samen op en de bestaande groenstructuur moet worden uitgebreid. De drie groene wiggen die de stad in komen en de groenblauwe zone aan het kanaal, worden, met name binnen de Ring waar weinig groen is, met elkaar verbonden. Er wordt nieuw groen toegevoegd in de stad, onder meer in groenarme gebieden,
85/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Onderdelen deelambities
Toelichting doelbereik en er komen nieuwe parken. De Dommel en de Gender krijgen bovengronds meer ruimte. Dit alles is ook beschreven in het Groenplan Centrum. Verder is bodem en water sturend voor de stad.
De ruimte binnen de stad is echter beperkt. De hoge mate van verstedelijking brengt een risico met zich mee in het behalen van de ambitie om 'veel nieuw groen’ toe te voegen. Om te zorgen dat bij het toevoegen van bebouwing ook groen toegevoegd wordt heeft de gemeente regels opgesteld. Om te zorgen dat aan deze regels wordt voldaan moet de gemeente deze opnemen in bijvoorbeeld het omgevingsplan.
Er zijn in de omgevingsvisie stevige uitspraken gedaan die vertrouwen wekken over het bereiken van dit doel. De openbare ruimte is aantrekkelijk
Verstedelijkingsprincipes 1, 3 en 6 (groene hoofdstructuur,
voor mensen van alle leeftijden.
compacte stad, ruimtelijke structuur) hebben met dit onderdeel van de deelambitie te maken. Door toevoeging van groen en water (zie hierboven) en bijvoorbeeld toegankelijke oevers voor de Dommel wordt de openbare ruimte aantrekkelijker voor mensen. Zeker wanneer hierdoor wateroverlast en hittestress kan worden verminderd. Toevoeging van veel woningen door verdichting en hoogbouw (meer stenen) kan afdoen aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, maar de gemeente zet ook in op goede inpassing van bebouwing en op toevoeging van groen (bijvoorbeeld op gevels of daken en ook deels toegankelijk!). Een grotere kans op windhinder en bezonningsproblemen door hoogbouw kunnen een minder aantrekkelijke openbare ruimte creëren. De gemeente heeft echter bezonningsbeleid in ontwikkeling waarin staat dat sun spots worden toegevoegd. Ook het dichtbij elkaar plaatsen van hoogbouw kan de kans op windhinder verminderen. De aanleg van nieuwe parken en de aanwezigheid van een goed loop- en fietsnetwerk kunnen bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, mits deze wel veilig voelen en zijn voor fietsers en voetgangers. Met de toename van het aantal mensen en het aantal auto’s is dit een aandachtspunt.
Mede daarom brengt de gemeente de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom omlaag van 50 km/u naar 30 km/u en wordt gewerkt aan gedragsbeïnvloeding om verkeersveiligheid te verbeteren. De gemeente gaat nieuwe en hoogwaardige architectuur toevoegen en beschermt en ontwikkelt erfgoed (oud en nieuw). Nieuwe woningen en stadsdeelcentra die worden toegevoegd hebben ook
86/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Onderdelen deelambities
Toelichting doelbereik als indirect gevolg dat de kwaliteitsniveaus openbare ruimte in delen van de stad opgewaardeerd gaan worden.
Al deze onderdelen en keuzes samen wekken de indruk dat de gemeente een goede slag gaat slaan in het aantrekkelijk maken van de openbare ruimte. Daarbij gaat het wel om de manier van inpassen van een en ander. Verwachting is dat er een redelijke kans is op het behalen van dit doel, want voor veel onderdelen staat de gemeente aan de lat en kan zij zelf keuzes maken.
Of de openbare ruimte ook aantrekkelijk zal zijn voor alle leeftijden is lastig te zeggen, want er zijn geen uitspraken over specifieke doelgroepen in de omgevingsvisie (kinderen, ouderen, etc.). We wekken zo veel mogelijk energie
Verstedelijkingsprincipes 2 en 4 (ruimte voor energievoorziening,
zelf op en gebruiken geen fossiele
mobiliteit) raken aan dit onderdeel, want die gaan over ruimte voor
brandstoffen voor verwarming en
energievoorziening en mobiliteit.
vervoer.
‘Zo veel mogelijk’ is een rekbaar begrip. Duidelijk is in ieder geval dat de gemeente niet in haar eigen energievraag kan voorzien en ook naar andere oplossingen voor warmte en elektriciteit zoekt. Daarvoor is ook ruimte gereserveerd, onder de grond, boven de grond en op een deel van de daken. Voor het energievraagstuk is de gemeente verder afhankelijk van rijk, provincie, regio en energiepartners, maar ook van bewoners en bedrijven. Voor wat betreft fossiele brandstoffen voor vervoer is het de verwachting dat er in de toekomst fors meer elektrische auto’s komen. De gemeente faciliteert de aanleg van openbare laadpalen, wat het aantrekkelijker kan maken voor mensen om de switch naar elektrisch rijden te maken. Mensen worden gestimuleerd om duurzaam te rijden, maar of ze daadwerkelijk zullen doen, valt te bezien. Voor een deel is dit doel ook uitgewerkt in de Klimaatverordening 2016 en in de RES Metropoolregio Eindhoven. De gemeente zoekt ook met de regio naar kansen voor andere vormen van duurzame opwek en inkoop van energie. De overstap naar duurzame verwarming is beschreven in de Transitievisie Warmte.
Rondom dit doel is nog behoorlijk wat onzekerheid over de precieze invulling ervan, mede doordat er veel afhangt van afspraken met andere partijen. We streven naar een volledig
Er is nog geen rekening gehouden met de ruimtevraag in verband
circulaire economie in 2050 en willen
met een circulaire economie. Wel wordt er bedrijfsruimte
het gebruik van primaire abiotische
toegevoegd waar circulariteit een plek moet krijgen.
grondstoffen in 2030 halveren.
87/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Onderdelen deelambities
Toelichting doelbereik De gemeente sluit aan bij het rijksbrede programma circulaire economie en wil lokaal grondstoffen verwerken en hergebruiken. Ook is het de bedoeling dat in de openbare ruimte gebruik wordt gemaakt van duurzame, natuurlijke, circulaire en hergebruikte materialen. Hoe dit alles (praktisch) invulling gaat krijgen of in welk beleid het is vervat blijft onduidelijk.
Omdat er weinig concreet beleid is, is de kans om dit doel te bereiken niet heel groot. Bovendien is de gemeente ook voor dit doel mede afhankelijk van andere partijen. Het vervoer in de stad is schoon en
Hierbij spelen verstedelijkingsprincipes 3 en 4 (compacte stad,
actief.
mobiliteit) een rol, want die gaan over nabijheid en mobiliteit. Berekeningen laten zien dat er een verschuiving gaat plaatsvinden naar actieve, gezonde en schonere vervoerwijzen, zoals wandelen, fietsen en OV. Het feit dat er gewerkt wordt aan een fijnmazig loopen fietsnetwerk, regionale fietsverbindingen en goede en nieuwe OV-verbindingen draagt daar zeker aan bij. Ook de in het Masterplan Mobiliteit opgenomen realisatie van een Zero Emissie Zone binnen de ring voor 2030 en voor de gehele stad in 2038 zal bijdragen aan het schoner en actiever worden van vervoer in de stad. Verstedelijking zal vooral plaatsvinden rond stedelijke knooppunten en HOV-corridors. Nabijheid van voorzieningen, goede OV-verbindingen, mobiliteitshubs en P+R/P+B en een sectorenmodel dragen verder bij aan het ontmoedigen van autogebruik en het stimuleren van actief en schoon vervoer. Vervoer via waterwegen en overslag van goederen naar het spoor worden gestimuleerd.
Omdat het beleid goed uitgedacht is en er duidelijke keuzes zijn gemaakt, is de kans op het behalen van dit doel vrij groot.
De gemeente is wel afhankelijk van de keus van bewoners, bezoekers en ondernemers om ook daadwerkelijk gebruik te maken van schoon vervoer. Eindhoven is goed bereikbaar met
Door de groei van inwoners, bedrijven en bezoekers (uit de regio en
verschillende vervoermiddelen, zowel
het (buiten)land) neemt de druk van de mobiliteit op de stad toe.
regionaal, nationaal als
Binnen de stad zet de gemeente vooral in op goede (H)OV-
internationaal. Ook voor digitaal
verbindingen, mobiliteitshubs, een fijnmazig wandel- en fietsnetwerk
verkeer beschikken we over
en nabijheid (15-minutenstad). Vanuit de regio en verder wordt
hoogwaardige kanalen.
ingezet op autoverkeer via P+R en P+B, bereikbaarheid voor ‘bestemmingsverkeer’ (door een sectorenmodel), de aanleg van nieuwe HOV-assen en de Brainportlijn. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden voor twee nieuwe treinstations. Voor veel van deze ontwikkelingen is de gemeente afhankelijk van de regio (MRE,
88/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Onderdelen deelambities
Toelichting doelbereik BrabantStad), het rijk en vervoersmaatschappijen. Het rijk verbetert treinverbindingen rondom Eindhoven met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) en de Adaptieve ontwikkelstrategie toekomst vast spoor Zuidoost Nederland. Rondom Eindhoven Centraal werkt de gemeente aan een internationaal openbaar vervoersknooppunt. Er wordt een ondergronds busstation aangelegd. Deze ontwikkelingen worden uitgevoerd in samenwerking met rijksoverheid, provincie en regio. Voor de luchthaven werkt de gemeente samen aan de doelen uit het proefcasusrapport Opnieuw Verbonden. Digitaal verkeer komt niet aan de orde in de omgevingsvisie, dus het blijft de vraag hoe de gemeente de doelstelling daaromtrent wil bereiken.
Al met al is het de inschatting dat er een behoorlijke kans is om dit doel te bereiken, gezien het beleid dat ervoor is beschreven in de omgevingsvisie. Met name rondom digitaal verkeer blijft het echter nog onduidelijk wat de gemeente voor ogen heeft en hoe zij dat aspect van dit doel wil gaan bereiken. Wat betreft bereikbaarheid is de gemeente wel afhankelijk van bijvoorbeeld rijk en provincie en vervoermaatschappijen, wat een onzekerheid over het behalen van de ambitie meebrengt.
1. Eindhoven als toekomstbestendige stad In 2040 is Eindhoven een […] stad met veel nieuw groen en water. De openbare ruimte is aantrekkelijk voor mensen van alle leeftijden. We wekken zo veel mogelijk energie zelf op en gebruiken geen fossiele brandstoffen… We streven naar een volledig circulaire economie in 2050 en willen het gebruik van… Het vervoer in de stad is schoon en actief. Eindhoven is goed bereikbaar met verschillende vervoermiddelen, zowel… 0
10
20
30
Mate waarin ambitie naar verwachting behaald wordt
40
50
60
70
80
90 100
Bandbreedte onzekerheid
Figuur 7.1 Doelbereik deelambitie 1
89/125
Kenmerk
7.2.2
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Eindhoven als stad voor iedereen: een sociale, inclusieve en gastvrije stad
Tabel 7.3 Beschrijving doelbereik deelambitie 2 Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik
Er zijn meer woningen gebouwd in
Toename van verkeer zorgt voor een afname van
gezonde en veilige buurten. Deze
verkeersveiligheid. Verlaging van de maximumsnelheid binnen de
woningen zijn betaalbaar […] en voor
bebouwde kom van 50 km/u naar 30 km/u en gedragsbeïnvloeding
iedereen is er een passende woning
kan hier wellicht wel weer positief aan bijdragen.
te vinden.
Door verdichting en een toename van verkeer zullen geluidsniveaus, met name langs (hoofd)wegen, toenemen. Door verduurzaming van vervoer, zal de CO2-uitstoot echter afnemen, wat goed is voor gezonde buurten. Ook is Eindhoven aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord en zet de gemeente zich in voor schonere lucht en het voorkomen van geur- en geluidhinder. De MGRi-score zal toch verslechteren (toenemen) door de beoogde groei van de stad. Door de toename van mobiliteit verslechtert de luchtkwaliteit en nemen geluidsniveaus toe. Doordat juist in deze gebieden (langs wegen waarover de HOV-assen lopen en nabij centra) veel woningen (en daarmee mensen) worden toegevoegd, zullen meer mensen last hebben van die verslechterde gezondheidsscore. Wanneer naar de bronnen gekeken wordt die een bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit in Eindhoven dan blijkt dat mobiliteit het meest bijdraagt aan de concentraties van stoffen. Gezien de algemene trend van het schoner worden van het verkeer en de in het Masterplan Mobiliteit opgenomen realisatie van een Zero Emissie Zone binnen de ring voor 2030 en voor de gehele stad in 2038 wordt voorzien dat de impact op de luchtkwaliteit in Eindhoven kleiner zal worden en er dus sprake zal zijn van een verbeterde gezondheidsscore.
Het toevoegen van woningen binnen aandachtsgebieden (bijvoorbeeld in de spoorzone) of op locaties waar mogelijk waterstofleidingen moeten komen, kan risico’s met zich meebrengen op het gebied van externe veiligheid. De gemeente dringt samen met de provincie en de andere Brabantse steden die aan het spoor liggen bij het rijk aan op een integrale visie voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; dit betekent een afhankelijkheid. Samen met de veiligheidsregio werkt de gemeente aan het verbeteren van de zelfredzaamheid van inwoners bij calamiteiten.
Groen en ruimte om te bewegen en te recreëren dragen bij aan gezonde wijken. Wanneer verdichting en vergroening samen opgaan, worden de buurten waar gebouwd wordt tegelijkertijd ook gezonder.
90/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik Sociale veiligheid (een gevoel van veiligheid) wordt groter met ‘meer ogen op maaiveld’. Door verdichting en concentratie van bebouwing rondom stads(deel)centra en door meer en betere fietsen wandelverbindingen, zal sociale veiligheid toenemen en daarmee bijdragen aan de ambitie van veilige buurten. De gemeente wil de sociale veiligheid bovendien verbeteren door High Impact Crimes aan te pakken; daarvoor worden speciale programma’s opgesteld. Nabijheid van voorzieningen en groen zet aan tot bewegen en het doen van essentiële bewegingen te voet of per fiets. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan de gezondheid van inwoners. Nabijheid van groen en voorzieningen en de score van de belasting van geluid en luchtkwaliteit (MGRI) zijn daarmee belangrijke indicatoren voor het bepalen van de mate of er sprake is van een gezonde fysieke leefomgeving.
Gezien het beleid en de ontwikkelingen die de gemeente voor ogen heeft, is de kans reëel dat dit doel bereikt zal worden. Al blijft het wel de vraag wat de gemeente precies verstaat onder ‘gezonde en veilige buurten’.
In het Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven (2022) en het Afsprakenkader Wonen SGE (2022) zijn afspraken gemaakt over de hoeveelheid en het type te bouwen woningen. Eindhoven werkt ook actief samen met de Metropoolregio Eindhoven (MRE); daarbinnen zijn afspraken over de ontwikkeling van de regio in het Samenwerkingsakkoord MRE, de woondeal, de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant en de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Voor de daadwerkelijke bouw van woningen binnen de gemeente is de gemeente afhankelijk van private partijen en corporaties.
Voor een passend woningaanbod werkt de gemeente samen met partners in de stad, zoals ontwikkelaars en corporaties. Deze afhankelijkheden zorgen voor een bepaalde mate van onzekerheid over het behalen van dit doel. Om te zorgen dat de woningbouw niet stagneert heeft Eindhoven het programma Eindhoven bouwt opgesteld. Hierbinnen kijkt de gemeente actief met partijen uit de stad hoe bouwprojecten voortgang kunnen vinden. In de wijken heerst saamhorigheid,
Door nabijheid van voorzieningen en verdichting rondom wijk- en
mensen kennen elkaar en de
buurtcentra blijven deze levensvatbaar en hoeven mensen hun wijk
openbare ruimte nodigt uit tot
niet uit en kan saamhorigheid ontstaan. Verder dragen ook het
ontmoeting en beweging.
toevoegen van groen voor recreatie, de toegankelijke oevers van de Dommel en (deels) toegankelijke groene daken bij aan ruimte voor ontmoeting en beweging (in bepaalde delen van de stad).
91/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik Er is ruimte voor duurzame en innovatieve woonconcepten die wellicht bij kunnen dragen aan saamhorigheid en sociale samenhang. Ook is er ruimte voor ideeën die zorgen voor meer levendigheid in de wijken, wat kan bijdragen aan saamhorigheid. Saamhorigheid kan echter niet worden afgedwongen en is ook van anders factoren afhankelijk (zoals de samenstelling van wijken) en daarom zal er altijd een bepaalde mate van onzekerheid zijn of dat er daadwerkelijk saamhorigheid zal ontstaan in de wijken.
Voor wat betreft de randvoorwaarden waarin de gemeente zelf de hand heeft is er een matige kans om dit doel te bereiken, maar dit komt vooral vanwege het punt dat hierboven staat over het feit dat saamhorigheid moet ontstaan. De kwaliteit en leefbaarheid van de
Wat de gemeente zelf voor ogen heeft met een ‘hoge’ kwaliteit en
wijken is hoog.
leefbaarheid in wijken kan nog nader gedefinieerd en gekwantificeerd worden. Of dit doel vervolgens bereikt wordt, hangt van meerdere factoren af. Zo heeft kwaliteit niet alleen met de kwaliteit van de openbare ruimte te maken (die zal verbeteren in sommige delen van de stad, zie ook onder deelambitie 1), maar ook met de mate waarin nieuwe bebouwing (en evt. werklocaties) op een goede manier ingepast wordt. Verder moeten er niet alleen voldoende voorzieningen zijn, maar moeten die voorzieningen ook beschikbaar zijn: basisvoorzieningen zijn in het centrum beperkt beschikbaar en vanwege een huisartsentekort is het bijvoorbeeld de vraag of de gemeente voldoende huisartsen kan aantrekken. Wat kwaliteit betreft gaat het ook om geluidsniveaus, luchtkwaliteit, gezondheidsscore (MGRi) en (sociale en verkeers)veiligheid: daarover is onder het eerste onderdeel van deze deelambitie al een en ander beschreven. Er is ruimte voor ideeën die zorgen voor meer levendigheid in de wijken. Daarbij is de gemeente dan wel afhankelijk van bewoners, kleine bedrijfjes en creatieve ondernemers en woningcorporaties. Het omlaag brengen van het aantal parkeerplaatsen in de wijk in ruil voor groen of speelplekken (als bijgevolg van het stimuleren van andere vormen van vervoer) kan bijdragen aan de leefbaarheid van de wijk, maar zal voor bewoners wellicht eerst lastig zijn.
Samen met bewoners wordt gewerkt aan de balans tussen leefbaarheid en bereikbaarheid (door bijvoorbeeld wijkhubs met deelvervoer). In wijken waarin de leefbaarheid een uitdaging is, werkt de gemeente samen met partners aan een integrale wijkaanpak door sociale en fysieke wijkvernieuwing. De aanpak Samenleven in verscheidenheid wordt waar nodig ingezet om samen met buurtbewoners en maatschappelijke
92/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik organisaties te werken aan oplossingen voor maatschappelijke en sociale problemen.
De gemeente toont op een heel aantal punten betrokkenheid om dit doel te faciliteren en te bereiken, ze maakt keuzes over de openbare ruimte en bijvoorbeeld over spreiding en nabijheid van voorzieningen. De kans wordt daarom vrij groot ingeschat dat dit doel bereikt zal worden. Toch blijft er een bepaalde mate van afhankelijkheid van daadwerkelijke beschikbaarheid van voorzieningen en de samenstelling van de wijken, waarop de gemeente weinig invloed heeft. Overal zijn voldoende
Inzet is om alle basisvoorzieningen binnen 15 minuten lopen of
basisvoorzieningen, zoals de
fietsen voor iedereen beschikbaar te hebben. De gemeente voegt
supermarkt, huisarts, scholen en
extra basisvoorzieningen toe rondom wijk- en buurtcentra. Het is
groen.
alleen wel de vraag of er genoeg personeel zal zijn om deze voorzieningen draaiende te houden en daarmee ook daadwerkelijk beschikbaar te hebben voor iedereen. Neemt de huisarts bijvoorbeeld nog nieuwe patiënten aan en is hij/zij dus daadwerkelijk toegankelijk? Voor groen is het de bedoeling dat binnen 5 minuten lopen een koelteplek, binnen 10 minuten lopen een klein park en binnen 15 minuten lopen een groot park beschikbaar is voor inwoners. Eindhoven maakt een nieuw programma Stedelijke en maatschappelijke voorzieningen, waarin ook aandacht is voor de rollen en verantwoordelijkheden van de overheid en andere partners.
Basisvoorzieningen worden voorzien in de omgevingsvisie en doel van de gemeente is een 15-minutenstad. Dit doel lijkt daarom wel behaald te kunnen worden. Zoals hierboven echter beschreven is, blijft er een bepaalde mate van afhankelijkheid en daarmee onzekerheid over de daadwerkelijke beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen.
93/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
2. Eindhoven als stad voor iedereen Er zijn meer woningen gebouwd in gezonde en veilige buurten. Deze woningen zijn betaalbaar […] en voor iedereen is er een passende woning te vinden. In de wijken heerst saamhorigheid, mensen kennen elkaar en de openbare ruimte nodigt uit tot ontmoeting en beweging. De kwaliteit en leefbaarheid van de wijken is hoog. Overal zijn voldoende basisvoorzieningen, zoals de supermarkt, huisarts, scholen en groen. 0
10 20 30 40 50 60 70 80 90 100
Mate waarin ambitie naar verwachting behaald wordt
Bandbreedte onzekerheid
Figuur 7.2 Doelbereik deelambitie 2
7.2.3
Eindhoven als hart van de Brainportregio: een innovatieve, economische wereldspeler waar iedereen meedoet
Tabel 7.4 Beschrijving doelbereik deelambitie 3 Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik
Het vestigingsklimaat in de stad is
De gemeente zet in op toevoegen en behoud van
verbeterd en de werkmilieus […]
bedrijventerreinen, waarbij wordt toegezien op het behoud en de
floreren en vullen elkaar aan.
beschikbaarheid van voldoende ruimte voor MKB. Verder wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van functiemenging op bepaalde bedrijventerreinen (toevoegen van wonen, voorzieningen) en worden bedrijvenlocaties verduurzaamd. Toevoeging van groen en goede bereikbaarheid (bijvoorbeeld door nieuwe OVverbindingen, de Brainportlijn, hubs en P+R/P+B) dragen bij aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en kantoren. Voor bepaalde werklocaties betekent dat een goede autobereikbaarheid. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in kantoorlocaties en campussen en de verdere ontwikkeling daarvan, wat positief werkt voor het vestigingsklimaat. Er wordt met KnoopXL een nieuw hoogstedelijk gebied toegevoegd met een combinatie van wonen, werken en voorzieningen nabij een HOV-knooppunt. Dit gebied vormt de schakel tussen de TU/e campus en het centrum en biedt een aanvullend werkmilieu. Voor De Hurk wordt een perspectief richting 2030 opgesteld, waarin aandacht wordt besteed aan ondernemersklimaat, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid en overlast. Dit is een gezamenlijk
94/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik perspectief en de gemeente is daarin dus ook afhankelijk van andere partijen voor hun bijdrage aan de uitvoering ervan.
De gemeente zet in de visie flink in op zowel hightech, campussen, bedrijven, MKB als kantoren. Deze verschillende locaties voor bedrijvigheid vullen elkaar aan. Aandachtspunt is de beschikbaarheid van voldoende energie voor al deze bedrijven, zowel in opwekking als opslag/transport ervan. Voor bedrijven met een hoge energievraag wordt gekeken naar de mogelijkheid van waterstof. Ook is het vinden van voldoende personeel een aandachtspunt om alle bedrijven draaiende te houden.
De gemeente is erop gericht om een goed vestigingsklimaat te faciliteren en dat is ook terug te zien in de keuzes die gemaakt zijn in de omgevingsvisie. De kans is behoorlijk groot dat dit doel behaald zal worden.
Voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen, kantoorlocaties en campussen is de gemeente echter wel mede afhankelijk van regionale afspraken en samenwerking met bedrijfsleven, onderwijsinstellingen, en andere partners en overheden. Die samenwerking is er ook, en wel aan de hand van de Strategische Agenda Brainport (2021). Regionale afspraken en andere vormen van samenwerking creëren een bepaalde mate van afhankelijkheid en daarmee onzekerheid over het behalen van dit doel. Eindhoven is een plek waar je wilt
Met de aanleg van nieuw groen dat toegankelijk is voor recreatie,
zijn: een levendige stad waar je kunt
toegankelijke groene daken en nieuwe parken en bijvoorbeeld
winkelen, van cultuur genieten,
toegankelijke oevers voor de Dommel wordt de stad aantrekkelijker
ontspannen en recreëren.
om te ontspannen en te recreëren. Ook de toevoeging van stedelijke en regionale voorzieningen vergroten de levendigheid van de stad. De gemeente geeft ruimte voor bestaande en nieuwe, kleinere en grote (internationale) evenementen voor diverse doelgroepen. Toevoeging van woningen rondom stadsdeelcentra kan wijken een boost geven, ook wat betreft de kwaliteit van de openbare ruimte. Verder worden ‘nieuwe iconen’ toegevoegd en wordt gewerkt aan behoud en versterking van cultuurhistorische waarden.
De gemeente beschrijft met het beleid in de omgevingsvisie hoe zij voor zich ziet dat de gemeente er in de toekomst aantrekkelijk uit zal zien en een prettige plek zal zijn voor mensen om te wonen en te verblijven. Daartoe zijn een heel aantal keuzes gemaakt rondom bijvoorbeeld groen, voorzieningen en bereikbaarheid. Die keuzes dragen bij aan het behalen van dit doel.
95/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik
Of bewoners en bezoekers daadwerkelijk blijven (komen) blijft een afhankelijkheid in dit doel van de gemeente. Dit hangt ook weer af van de aantrekkelijkheid voor bijvoorbeeld winkels om er te blijven of zich te vestigen in de gemeente. Er is dus wel een bandbreedte van onzekerheid over het behalen van dit doel.
3. Eindhoven als hart van de Brainportregio
Het vestigingsklimaat in de stad is verbeterd en de werkmilieus […] floreren en vullen elkaar aan.
Eindhoven is een plek waar je wil zijn: een levendige stad waar je kunt winkelen, van cultuur genieten, ontspannen en recreëren.
0
20
Mate waarin ambitie naar verwachting behaald wordt
40
60
80
100
Bandbreedte onzekerheid
Figuur 7.3 Doelbereik deelambitie 3
7.2.4
Eindhoven als stad in ontwikkeling: een veranderende stad met oog voor eigenheid en historie
Tabel 7.5 Beschrijving doelbereik deelambitie 4 Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik
Het verleden, heden en de toekomst
Eindhoven heeft een sterke ruimtelijke structuur. Bij de groei van de
zijn op een respectvolle manier
stad worden nieuw en oud op een goede manier met elkaar
verweven in onze stad.
verweven. Verstedelijking gebeurt met respect voor de stad. De nieuwe toevoegingen in de stad vormen een nieuwe stedelijke laag in de bestaande ruimtelijke structuur. Kenmerkende gebouwen en gebieden krijgen een andere functie, maar blijven herkenbaar als iconen van de stad. Ook komen er nieuwe iconen bij. Bestaand erfgoed wordt beschermd en transformatie wordt gestimuleerd.
Mogelijke bedreigingen voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad is de energietransitie (toevoeging van zonnepanelen of bijvoorbeeld verzwaring of uitbreiding van energiestations of de bouw van
96/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
Verstedelijkingsprincipe
Toelichting doelbereik opslaglocaties voor energie. Eindhoven is een industriestad. Een deel van het erfgoed is industrieel en veel bedrijvigheid ligt op de campussen of in combinatiegebieden. In dat kader is ook een goede inpassing van bedrijven en kantoren een aandachtspunt.
De gemeente stimuleert ook ‘place making’ om tijdelijk leegstaande gebouwen goed te gebruiken. Daardoor worden bewoners en ondernemers betrokken bij de ontwikkeling van de stad. Nieuwe monumenten worden aangewezen en in de Uitvoeringsagenda Erfgoed staan concrete doelen voor het behoud en gebruik van erfgoed. Cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed zijn in kaart gebracht op de cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
De gemeente is zich bewust van de cultuurhistorie en de cultuurhistorische waarden die er zijn, maar ook van wat zij zelf graag toe wil voegen. Er wordt niet alleen vooruit gekeken, maar er is ook oog voor het verleden en voor de bestaande waarden. De omgevingsvisie wekt daarom vertrouwen dat verleden, heden en toekomst op een respectvolle manier verweven zullen worden in de stad.
De gemeente zal voor de verwevenheid van oud en nieuw deels afhankelijk zijn van andere partijen. Zij heeft hier al maatregelen voor getroffen door het aanstellen van supervisors voor verschillende gebieden en door gebruik te maken van de commissie ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast kan de gemeente de verwevenheid, waarborgen door richtlijnen vast te leggen, waaraan ontwikkelingen moeten voldoen. Hierin schuilt een kleine mate van onzekerheid rondom het behalen van dit doel.
97/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
4. Eindhoven als stad in ontwikkeling
Het verleden, heden en de toekomst zijn op een respectvolle manier verweven in onze stad.
0
20
Mate waarin ambitie naar verwachting behaald wordt
40
60
80
100
Bandbreedte onzekerheid
Figuur 7.4 Doelbereik deelambitie 4
In de bovenstaande figuren is te zien dat het verwachte doelbereik voor de vier deelambities over het algemeen behoorlijk is (60% kans of meer). Dit is vrij uitzonderlijk voor een omgevingsvisie, maar komt doordat er relatief veel concreet beleid is opgenomen in de omgevingsvisie. Ook zijn er duidelijke keuzes en optimalisaties gemaakt (mede op basis van de effectbeoordeling van de onderzoeksvarianten en de aanbevelingen daarbij) en is de ruimtevraag integraal bekeken (om botsingen in ruimtevraag te voorkomen), waardoor de omgevingsvisie vertrouwen wekt rondom het realistisch gehalte ervan. Met name op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en saamhorigheid in wijken is de verwachting dat de doelen bereikt worden minder groot. Juist daar is minder concreet beleid opgenomen in de omgevingsvisie en blijft het allemaal onduidelijker hoe de gemeente deze doelen invulling denkt te gaan geven. Verder zijn er altijd onzekerheden, vooral daar waar de gemeente afhankelijk is van (samenwerking met) andere partijen voor het bereiken van de doelen. Die mate van afhankelijkheid bepaalt grotendeels de bandbreedte van onzekerheid.
98/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
8 Gevoeligheidsanalyse De Commissie voor de mer heeft in haar uitgebrachte toetsingsadvies over het OER aangeraden om, naast het voorkeursalternatief, enkele andere scenario’s te onderzoeken in een zogenaamde gevoeligheidsanalyse. Dit omdat de Commissie opmerkt dat “onvoorziene ontwikkelingen op het wereldtoneel van belang (kunnen) zijn voor de regio”. Deze onvoorziene ontwikkelingen kunnen op een uitgebreid scala aan thema’s liggen. Van vraagstukken over stikstofuitstoot tot vraagstukken op het gebied van het mobiliteitsaanbod. Voor de omgevingsvisie van Eindhoven is het tempo en de exacte omvang van de ontwikkelingen (op het gebied van woningbouw en arbeidsplaatsen) het meest van belang. Daarom focussen we ons in deze gevoeligheidsanalyse op deze twee aspecten. De onzekerheid over het tempo en de omvang van de ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en arbeidsplaatsen is een van de redenen geweest om de verstedelijkingsprincipes te ontwikkelen. De verstedelijkingsprincipes bieden de mogelijkheid om te sturen kwaliteit, onafhankelijk van de omvang en snelheid van de ontwikkelingen. Andere mogelijke ontwikkelingen en gevoeligheden zullen in toekomstig beleid, zoals in op te stellen programma’s, worden beschreven, uitgewerkt en getoetst.
Met deze achtergrond zijn binnen de gevoeligheidsanalyse twee aanvullende scenario’s ontwikkeld voor de groei en ontwikkeling van de stad en het aantal arbeidsplaatsen. In paragraaf 8.3 is een omschrijving van deze scenario’s opgenomen. Inmiddels is duidelijk dat de ontwikkelingen sneller gaan dan eerder gedacht. In dit kader hebben het Rijk en de regio, onder de noemer ‘Project Beethoven’, gewerkt aan een omvangrijk pakket maatregelen. Met het maatregelenpakket willen zij de Nederlandse microchipsector en het ecosysteem in de Brainportregio versterken en verdere groei van de activiteiten in Brainport Eindhoven ondersteunen. Zo wordt geïnvesteerd in praktisch en theoretisch geschoold talent en in voldoende ruimte, bereikbaarheid en betaalbare woonruimte in Brainport Eindhoven. Deze ruimtelijke maatregelen sluiten aan bij de ambities, opgaven en stedelijke principes zoals ze in de omgevingsvisie zijn geformuleerd. Daarnaast maakt het kabinet zich hard voor een internationaal gelijk speelveld en meer Europese coördinatie op het gebied van chipmachines en presenteert het kabinet op korte termijn alternatieven voor belastingmaatregelen voor ondernemers. Hiermee is feitelijk zekerheid geboden over de ontwikkelingen die de Commissie voor de mer signaleerde.
8.1
Situatieschets
Zoals in paragraaf 3.1 is beschreven, maakt de gemeente Eindhoven deel uit van de Metropoolregio Eindhoven (MRE), het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en Brainport Eindhoven. Er gebeurt veel in de regio wat mogelijk invloed heeft op de ontwikkeling van de gemeente Eindhoven zelf. In dit hoofdstuk wordt met een zogenaamde gevoeligheidsanalyse kort ingegaan op (internationale) ontwikkelscenario’s die impact kunnen hebben op de keuzes die de gemeente maakt in de omgevingsvisie.
99/125
Kenmerk
R001-1289074RMV-V02-sss-NL
De gemeente is in de scenario’s van de omgevingsvisie uitgegaan van een bevolkingstoename van gemiddeld ongeveer 3000 inwoners per jaar, waar er de afgelopen 100 jaar gemiddeld sprake was van een groei van ongeveer 2300 inwoners per jaar. Uitgaan van een dergelijke groei resulteert dus niet in een extreem scenario. Verwachting is dat de groei in ieder geval niet zal afnemen, maar mogelijk juist sneller en intensiever zal verlopen. Oftewel, de mate en snelheid van groei kan anders zijn dan waar de gemeente nu vanuit is gegaan bij de ontwikkeling van de verstedelijkingsprincipes (VKA).
8.2
Ontwikkeling van de gemeente
Eindhoven maakt onderdeel uit van Brainport Eindhoven. Dit is een toptechnologieregio die voor een groot deel de groei van Eindhoven bepaalt. Daarbij gaat het met name om ASML, maar ook om bedrijven als Prodrive Technologies, NXP, Sioux Technologies, Frenken Group Ltd, Anteryon, NTS, Thermofisher en VDL Groep. Een brede en versnelde groei in de hightech sector zorgt voor een nog grotere groei in de overige bedrijvigheid (bijvoorbeeld toeleveranciers). Om te voorkomen dat toeleveranciers volledig afhankelijk zijn van één bedrijf hebben een aantal bedrijven een beding opgenomen waarin is bepaald voor welk percentage een toeleverancier maximaal van hen afhankelijk mag zijn. Dit geeft met een teruglopende markt in één sector een dempend effect op de toeleveringsindustrie en daarmee op de overige bedrijvigheid. In Eindhoven is sprake van agglomeratiekracht: er is een sterke samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid (de triple helix). Het effect hiervan is dat er in Eindhoven veel kennis is op divers vlak, met een nauwe samenwerking tussen kennisinstituten en productiebedrijven. Hierdoor zijn de Brainportregio en Eindhoven niet geheel afhankelijk van één sector of van één bedrijf. De samenwerking is het meest zichtbaar op de verschillende campussen. Dit zijn de focusgebieden voor Research en Development (R&D), gekoppeld aan het hightech bedrijfsleven.
De diversiteit zorgt voor een dempend effect bij een eventueel vertrek van een van de hierboven genoemde bedrijven. Sinds 2010 groeit de economie van Brainport gemiddeld jaarlijks 50% sneller dan de rest van Nederland. In 2022 behoorde de economische groei van Brainport met 6% groei tot de top 3 van Nederland. De topsector hightech systemen en materialen (HTSM) creëert veel banen in Eindhoven en de regio. Hierbinnen is de chipsector een belangrijke economische speler/factor voor de Brainportregio en daarmee voor de gemeente Eindhoven. Een aantal ontwikkelingen binnen deze sector zijn denkbaar: De chipsector ontwikkelt (satelliet)vestigingen in de regio, in de Benelux of verder weg.
Dit zou een groot verlies aan arbeidsplaatsen (direct en indirect) kunnen betekenen De chipsector plaatst het productieproces naar buiten: dit zal betekenen dat ook toeleveranciers naar buiten zullen trekken Bij groei worden, wanneer dit in Brainport niet mogelijk is, alleen niet-cruciale processen (meer losstaande activiteiten) naar buiten de regio Eindhoven verplaatst
100/125