CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3c - Toelichting Bp. IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling ‘bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)20.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening. Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen. Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergenafvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4

Gemeentelijk beleid

Water- en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) Een goed functionerend rioolstelsel en watersysteem is belangrijk voor een leefbare en gezonde stad. Door klimaatverandering en toenemende extreme situaties (wateroverlast door hevige buien, droogte door lange periode zonder neerslag en hittestress door te veel verharding en te weinig groen) neemt de druk op de stad, het rioolstelsel en het watersysteem toe. Met de nieuwe aanpak wordt uiteengezet hoe gemeente Eindhoven de komende vier jaar aan de slag gaat om aan de drie wettelijke zorgplichten (inzameling en transport van afval-, hemel- en grondwater) te voldoen. Daarnaast zijn in de voorliggende aanpak de taken beschreven voor het oppervlaktewater en de water gerelateerde klimaatadaptatie opgaven. Stimulans klimaatadaptatiebeleid De gemeente Eindhoven draagt met het klimaatbeleid ook bij aan het verbeteren van de kwaliteit van een gezonde leefomgeving en meer biodiversiteit door de voorkeur te geven aan vergroenen als klimaat adaptieve maatregel. Het beleid is zo opgesteld dat vergroening op privaat terrein bij nieuwbouw wordt gestimuleerd en beloond. Hoe groener een plangebied wordt ingericht hoe lager de waterbergingseis in mm wordt. Ook groene ontwikkelingen in groen arme buurten worden op deze manier gestimuleerd.

Toelichting rekentool De gemeente Eindhoven maakt bij de beoordeling van de voor een nieuwe ontwikkeling in een plangebied voorgestelde maatregelen gebruik van een rekentool. Deze rekentool klimaatopgave, beschikbaar op rekentool.eindhovenduurzaam.nl, maakt het een ontwikkeling mogelijk interactief haar plangebied en de te nemen maatregelen te beschrijven en te controleren of aande gemeentelijke eisen wat betreft waterberging en vergroening wordt voldaan. Bovendien kan een afschrift van de beschrijving van het plangebied en de keuze van de maatregelen met voorbeelden voor de verdere uitwerking gedownload worden om bijgevoegd te worden bij de eventuele watertoets of aanvraag van de omgevingsvergunning. De werking van de rekentool kan worden aangepast aan nieuwe inzichten en de uitkomst van de laatste versie van de tool is maatgevend. Principewerking van de rekentool De rekentool klimaatopgave vraagt de klimaatrobuuste maatregelen te specificeren die zijn voorzien in het ontwerp binnen het plangebied en, waar nodig, hoe groot de oppervlakken zijn waar deze worden toegepast. Hieruit berekent de tool welk deel van het regenwater van een bui binnen het plangebied geborgen moet worden (de waterbergingsopgave, het grijze deel) en welk deel de klimaatrobuuste maatregelen zelf voor hun rekening nemen (het groene deel). Daarna kunnen nog extra maatregelen toegevoegd worden.

Het doel is dat alle maatregelen bij elkaar de totale waterbergingsopgave (berging van al het water van een bui) van het plangebied voor hun rekening nemen en aantoonbaar gemaakt wordt dat het planvoornemen ook ruimtelijk inpasbaar is.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

De specificatie van maatregelen en oppervlakken vindt interactief plaats: de tool laat direct het effect van deze specificaties zien op de daaruit afgeleide totale waterbergingsopgave; daarnaast laat de tool op een aantal manieren visueel zien wat de individuele groene en grijze bijdrage van een maatregel is. Vóór elke maatregel staat in de tool een i-symbool; door daarop te klikken wordt meer informatie over die maatregel gegeven zoals specifieke uitvoeringseisen en links naar achtergrondinformatie. De tool doorloopt hierbij vier stappen: Wat zijn de kerngegevens van het project? Welke klimaatrobuuste maatregelen worden binnen het plangebied gerealiseerd? Hoe lost u de resterende waterbergingsopgave op? Download het resultaat. Als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, voeg dit resultaat dan, inclusief uitwerking, bij die aanvraag. De resultaten van de rekentool zijn in de notitie waterhuishouding als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Waterplan Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.

5.3

Watersysteem

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijzigende situatie van het waterhuishoudkundig systeem in het plangebied

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

5.3.1

Huidige situatie watersysteem

Het maaiveld van het plangebied bevindt zich ingevolge het Actueel Hoogte Bestand van Nederland op een hoogte van circa 16,5 meter boven NAP waarbij beide percelen een verschillende maaiveldhoogte kennen, zie figuur 5.1. De maaiveldhoogte in de omgeving loopt sterkt af in het beekdal.

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

De bodem bestaat in de eerste deklaag van 34 meter uit zand, van zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus en met een matige doorlatendheid. De grondwaterstand (ter plaatse van de dichtstbijzijnde peilbuis: Topaasring) schommelt tussen 13.95 en 15.95 m +NAP.

5.3.2

Toekomstige situatie watersysteem

Het bestemmingsplan voorziet in de sanering van huidige intensieve veehouderijen en erfverharding, verder blijven enkele gebouwen gehandhaafd en worden nieuwe woningen gebouwd. Per saldo neemt het verhard oppervlakte op beide locaties in geringe mate toe. Voor het vaststellen van de wateropgave voor het plangebied heeft de gemeente Eindhoven een rekentool ontwikkeld. www.rekentool-ehv.nl. Deze tool is gehanteerd en opgenomen in het waterhuishoudkundig plan in bijlage van het bestemmingsplan. Rekening houdend met de planinrichting geldt voor dit plangebied een bergingsopgave van 106 m3 voor de locatie Aanschot76 en een bergingsopgave van 110 m3 voor de locatie Aanschot 80.

5.4

Conclusie

Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan past binnen het principe hydrologisch neutraal bouwen. De waterparagraaf is voorgelegd aan het Waterschap de Dommel.

52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan "Aanschot 76 en 80" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

6.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven.Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. De bestemming Horeca is toegekend aan de gronden waar de horeca plaats gaat vinden. Alleen activiteiten die onderdeel uitmaken van de activiteit horeca zijn direct toegestaan. Deze gronden zijn bedoeld voor het theehuis en het paviljoen.

De bestemming Wonen is toegekend aan alle woningen met tuinen en opstallen. Deze gronden zijn bedoeld voor de functie wonen. Ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’ zijn de gronden specifiek bedoeld voor detailhandel. Ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – zichtlijn’ en ‘specifieke vorm van wonen – onderdoorgang’ worden nadere regels gesteld aan het bouwen van gebouwen en bouwwerken, met als doel de zichtlijnen van landschappelijke en cultuurhistorische waarden naar het achterliggende gebied Aanschotse Beemden te behouden. De dubbelbestemmingen cultuurhistorie en archeologie bieden juridisch-planologische bescherming voor de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden. In de Algemene regels zijn een viertal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Daarin is bepaald dat

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten er voldoende parkeergelegenheid en voldoende waterberging moet zijn en dat de landschappelijke inpassing gerealiseerd moet zijn. Daarnaast dient de bebouwing die is aangegeven met de 'specifieke bouwaanduiding - slopen' verwijderd moet zijn, voordat met de uitvoering van het bouwplan of een deel daarvan kan worden begonnen. Vanwege het feit dat er nog bebouwing aanwezig is op gronden met archeologische verwachtingswaarden en ten behoeve van dit bestemmingsplan het archeologische vooronderzoek niet is afgerond, wordt een voorwaardelijke verplichting opgelegd ten behoeve van de bescherming van eventuele archeologische waarden. In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.

54

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 7

Handhaving

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.

Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.

Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit –prioriteit – risicoanalyse nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld.

Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij

Toelichting (vastgesteld)

55

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht - Bouwen en Wonen - Openbare leefomgeving - Bedrijven Gebiedsgericht - Pilot Veiligheid en leefbaarheid - Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug. Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst gevennadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.

56

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen, danwel dient het college een anterieure overeenkomst te sluiten. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. De kosten voor de realisatie van de plannen komen voor rekening van de initiatiefnemer, die daarvoor de benodigde budgetten heeft gereserveerd. Met het bestemmingsplan wordt de bouw van de woningen mogelijk gemaakt. Daarmee is sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro. Overeenkomstig artikel 6.24 lid 1 Wro wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin het verhaal van kosten geregeld is.

Toelichting (vastgesteld)

57

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 9 9.1

Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan is geplaatst in Groot Eindhoven op 28 augustus 2020. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In onderhavig geval is het conceptbestemmingsplan voor vooroverleg toegezonden aan de provincie Noord-Brabant en het waterschap De Dommel. Provincie Noord-Brabant geeft in haar reactie aan, dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met provinciale belangen. Het waterschap is positief over de ontwikkeling, maar wijst op het feit dat voor een stukje plangebied de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ ontbreekt. Deze ontbrekende bestemming is naar aanleiding van de reactie van het waterschap alsnog opgenomen in het bestemmingsplan. Daarnaast is het plan in het kader van samenspraak voorgelegd aan Stichting bescherming Wederopbouw Erfgoed Eindhoven, Henri van Abbestichting en Trefpunt Groen Eindhoven. Zowel Trefpunt Groen Eindhoven als de Henri van Abbestichting zijn positief over het plan. Stichting bescherming Wederopbouw Erfgoed Eindhoven heeft geen commentaar op het plan, omdat het geen wederopbouwgebied betreft.

9.3

Samenspraak

Op 1 oktober 2008 trad de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Voor dit bestemmingsplan is binnen dat kader aan participatie gedaan. Inmiddels geldt de Nota Participatiebeleid Omgevingswet. Deze nieuwe nota is echter niet van toepassing op onderhavige procedure omdat de participatie voor inwerkingtreding van deze nota al is gevoerd. Het doel van participatie is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. In het kader van de voorbereiding van het plan is een omgevingsdialoog gevoerd met de omgeving. Naast de beantwoording van diverse vragen van omwonenden door één van de initiatiefnemer in zijn boerderijwinkel, heeft mede op 15 juli 2021 een informatieavond voor omwonenden plaatsgevonden. Een verslag van deze bijeenkomst is als Bijlage 3 bij dit bestemmingsplan opgenomen. Naar aanleiding van de opmerkingen uit de omgeving is het plan op onderdelen aangepast. Zo is het horecapaviljoen (bezien vanuit de weg Aanschot) verder naar achteren geplaatst om eventuele visuele hinder te verkleinen. Ook is in relatie tot het horecapaviljoen door de initiatiefnemer nadrukkelijk aangegeven dat feesten en partijen niet aan de orde zijn. Om dit te borgen is in de regels opgenomen dat het horecapaviljoen niet langer geopend mag zijn dan tot 22:00 uur.

Tot slot werden complimenten gegeven op het plan en het mooie woonmilieu dat ter plaatse wordt gecreëerd.

58

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15538673/2