CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3c - Toelichting Bp. IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling ‘bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)20.837 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen

6 6 6 7

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 10

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader 3.1 Provinciaal beleid 3.2 Rijksbeleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Archeologie en cultuurhistorie 3.5 Groen 3.6 Volkshuisvesting 3.7 Verkeer en parkeren 3.8 Duurzaamheid 3.9 Horeca 3.10 Kabels, leidingen en straalpaden

15 15 16 21 23 27 30 31 33 36 37

Hoofdstuk 4 Milieuhygiënische en planologische aspecten 4.1 M.e.r.-beoordeling 4.2 Bodem 4.3 Niet gesprongen explosieven 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geluid 4.6 Externe veiligheid 4.7 Flora en Fauna 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Gezondheid

38 38 39 40 40 41 41 43 44 46

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Inleiding 5.2 Beleid 5.3 Watersysteem 5.4 Conclusie

47 47 47 50 52

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Planmethodiek 6.3 Verbeelding 6.4 Planregels

53 53 53 53 53

Hoofdstuk 7

Handhaving

55

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

57

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1 Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro 9.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.3 Samenspraak

2

58 58 58 58

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het noorden van de stad Eindhoven liggen de boerderijen Aanschot 76 en 80. De boerderijen liggen tegen de Groote Beek en de woonwijk Blixembosch. Op nr. 76 werd een varkenshouderij geëxploiteerd en nr. 80 betrof een pluimveehouderij met een boerderijwinkel. De bedrijven zijn niet meer toekomstbestendig en investeren in modernisatie. Hervatting van de agrarische bedirjfsactiviteiten en uitbreiding van de veehouderijen is mede in het licht van de stikstofcrisis niet haalbaar op deze locatie. Beide eigenaren van de locaties hebben daarom in overleg met gemeente Eindhoven besloten hun bedrijven gezamenlijk te saneren en te herontwikkelen naar nieuwe functies. De nieuwe functies zijn gevonden in het ontwikkelen van seniorenwoningen, opslag ten behoeve van de woningen, het gebruik van het gebouw van de huidige boerderijwinkel ten behoeve van dagbesteding voor mensen met een beperking (werkzaam in de boerderijwinkel en voor onderhoud- en beheer van het terrein) en ruimte voor het geven van workshops. Daarnaast wordt bij perceel nummer 80 een horeca-functie gerealiseerd. De boerderijwinkel wordt verplaatst naar een ander al bestaand gebouw op het perceel. In paragraaf 2.2 wordt de nieuwe situatie nader toegelicht. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan.

Derhalve dient de ontwikkeling juridisch-planologisch geborgd te worden door middel van een partiële herziening van het bestemmingsplan. Voorliggende toelichting vormt samen met de bijbehorende set regels en verbeelding de nieuwe planologisch-juridische kaders voor beide locaties.

1.2

Het plangebied

Het plangebied betreft de locaties Aanschot 76 en 80 te Eindhoven en maakt onderdeel uit van de kadastrale percelen sectie W nummers 4576, 4566, 2076, 4076, 4565, 3637, 7115, 7166 en 7200. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven op de afbeeldingen op de volgende pagina. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

1.3

Voorgaande plannen

Het plangebied is bestemd in het bestemmingsplannen ‘VIII Blixembosch (Aanschotse Beemden)’ (vastgesteld 21 januari 2014) van de gemeente Eindhoven, zie figuur 1.2. Hierbinnen is het plangebied bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ waarbinnen bouwvlakken en de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ zijn opgenomen. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – archeologie -1’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Verder gelden tevens de bestemmingsplannen ‘Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021’(vastgesteld op 24 mei 2022) en ‘Paraplubestemmingsplan waterberging’ (vastgesteld op 24 november 2020). Deze bestemmingsplannen stellen specifieke regels over parkeren, kamerverhuur, woningsplitsing en waterberging. Het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023' is vastgesteld op 23 januari 2024. De beoogde nieuwe functies (wonen, horeca en dagbesteding) zijn in strijd met de gebruiks- en bouwregels van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch Bedrijf’. Een herziening van het vigerende bestemmingsplan is noodzakelijk om het initiatief mogelijk te maken.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Huidige situatie

Het plangebied ligt direct tegen de Aanschotse beemden en de wijk Blixembosch. De Aanschotse beemden is een levend stukje geschiedenis. Het betreft een fraai landschapspark dat een overblijfsel is van het kleinschalige boerenland dat in het verleden grote delen van Kempen en Meierij omvatte. Door het gebied loopt de Groote Beek die zijn oorsprong vindt op landgoed de Wielewaal en die bij Breugel uitmondt in de Dommel. Het gebied kent diverse natuurwaarden. Reeds in het begin van de jaartelling vestigden zich Romeinen in deze contreien om handel te drijven. Het gebied rond het riviertje de Groote Beek bleek een vruchtbaar landbouwgebied en werd reeds eeuwen geleden door de bewoners in cultuur gebracht. Ook nu nog kan men in het gebied de inrichting van de oude akkers en weidegronden herkennen. Dat maakt dit gebied uniek, zowel vanwege de cultuurhistorische waarde, als ook de flora en fauna in het gebied. Het is een groene long in de stad Eindhoven. De wijk Blixembosch is vanaf 1995 gebouwd op voormalige akkergronden en bestaat na gefaseerde nieuwbouwplannen van de gemeente Eindhoven uit verschillende buurten. De agrarische bedrijven in het plangebied zijn de enige nog overgebleven agrarische bedrijven in de omgeving.

De directe omgeving is namelijk door de uitdijende stedelijke functies ingericht, zo zijn in de nabij het plangebied de A50, Ekkersrijt, maatschappelijke functies, Blixembosch en een volkstuinencomplex aanwezig. Tussen de twee locaties van het plangebied (Aanschot 76 en80) ligt de burgerwoning Aanschot 78. De eigenaar van Aanschot 80 is enkele jaren geleden gestart met een boerderijwinkel. De winkel is, mede vanwege de gunstige ligging ten opzichte van de omliggende woonwijken, goed bekend. Dit maakt de agrarische locatie in de Aanschotse beemden een plek waar het buitengebied beleefd kan worden. In de huidige situatie zijn de volgende gebouwen in het plangebied aanwezig: Aanschot 76 - Varkensstal 934 m2; - Varkensstal 772 m2; - Bedrijfsgebouw 890 m2; - Bedrijfswoning Aanschot 76. Aanschot 80 - Kippenstal 783 m2; - Kantoor 47 m2; - Winkel 110 m2; - Bedrijfsgebouw 172 m2; - Bedrijfsgebouw 777 m2; - Bedrijfsgebouw 180 m2; - Bedrijfswoning Aanschot 80 - Woning achter bedrijfsgebouw.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

2.2

Toekomstige situatie

De agrarische bedrijven in het plangebied zijn niet meer toekomstbestendig en investeren in modernisatie en uitbreiding van de veehouderijen is niet haalbaar op deze locatie. Beide eigenaren van de locaties hebben daarom in overleg met gemeente Eindhoven besloten hun bedrijven gezamenlijk te saneren en te herontwikkelen naar nieuwe functies. De nieuwe functies zijn gevonden in het ontwikkelen van seniorenwoningen en opslag ten behoeve van de woningen. Daarnaast blijft op Aanschot 80 de bestaande boerderijwinkel behouden. Daarnaast komt dagbesteding en workshopruimte (een ruimte waar er workshops gegeven kunnen worden). Ruimte die ook verhuurd kan worden aan derden. Daarnaast wordt er horeca gerealiseerd, welke ruimte ook gebruikt kan worden voor het geven van workshops en/of cursussen. Navolgend wordt per locatie de toekomstige invulling uiteengezet: Aanschot 76 - Blok van 4 woningen; - Blok van 3 woningen; - Blok van 2 woningen; - Opslagloods ten behoeve van woningen 890 m2; - Voormalige bedrijfswoning Aanschot 76. Aanschot 80 - Blok van 4 en blok van 3 woningen; - 1 woning achter de schuur; - Kantoor 47 m2; - Winkel 110 m2 + opslag 140m2; - Opslag ten behoeve van woningen en fietsparkeren 730 m2; - Opslagloods ten behoeve van woningen 180 m2; - Dagbesteding, workshopruimte, opslag 180 m2; - Horecapaviljoen 150m2; - Voormalige bedrijfswoning Aanschot 80.

- bestaande opslagloods ten behoeve van voormalige bedrijfswoning185m2.

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Met de voorgestane ontwikkeling worden intensieve veehouderijen nabij een woonomgeving en natuurgebied gesaneerd wat op zichzelf al een positieve invloed heeft op de omgeving. Daarbij komt dat gekozen wordt voor functies met een breed maatschappelijke context. De seniorenwoningen worden hier op een prachtige locatie in het groen en nabij de stadse voorzieningen gerealiseerd. Door de (te verplaatsen) boerderijwinkel en het ontwikkelen van een horeca-functie blijft er een verdienmodel voor de ondernemers en blijft de locatie ook een plek waar beleving centraal staat. Zo blijft het plangebied met haar functies en ondernemers een meerwaarde voor de beleving van het buitengebied en de Aanschotse beemden. Uitgangspunt is dat de bebouwde ontwikkelingen zo compact mogelijk op of tegen het boerenerf worden gerealiseerd rondom een gemeenschappelijk boerenerf. Dit om het landschap te sparen. Voor het horecagebouw is een uitzondering gemaakt. Dit staat als marker in het landschap, maar staat in een groene kamer. Deze groene kamer wordt gevormd door de houtwal ter hoogte van Aanschot en het bos achter de woningen aan Briljant. Dit maakt dat het horecapaviljoen vanaf de openbare weg landschappelijk volledig is ingepast. Deze inpassing wordt verder versterkt door kerstbomenteelt op de aansluitende gronden te beëindigen en deze landbouwgronden in te richten als natuurakker.

Door de aanleg van wandelpaden op deze natuurakker kunnen bezoekers optimaal genieten van het landschap. Deze groen met rood ontwikkeling maakt, dat de plaatsing van de horeca als marker in het landschap in voorliggend geval afweegbaar is. De horecafunctie is nauw gerelateerd aan het uitloopgebied van de Groote Beek. De horeca-ontwikkeling versterkt de belevingswaarde van het beekdal, waardoor het verpozen in het gebied wordt veraangenaamd. Mensen kunnen in de horeca terecht voor bijvoorbeeld een kopje thee en koffie met een stuk gebak. Architectonisch wordt het paviljoen uitgevoerd als ‘Marker’. Deze markering wordt vorm gegeven door een paviljoen met een vernieuwende architectonisch en met een eigenzinnige en eigentijdse uitstraling. Dit wordt versterkt door de aansluitende landbouwgronden (waarop o.a.kerstbomen worden geteeld) her in te richten en om te vormen naar een natuurakker. Op de heringerichte natuurakker wordt het paviljoen als een architectonisch pareltje in de natuur opgenomen, door de plaatsing midden in de bloemenweide of vogelakker. Kortom, het paviljoen wordt een ontmoetingsplek voor de wijk en een rustplaats voor de passerende wandelaar en fietser. Door de koppeling met de boerderijwinkel versterken zij elkaar in hun functioneren.

Figuren 2.2 en 2.3 geven een schematische weergave van de toekomstige situatie van het plangebied inclusief de landschappelijke inrichting (tevens opgenomen als bijlage). De initiatiefnemers gaan landschappelijke maatregelen treffen die het plangebied nog beter in de omgeving en de Aanschotse beemden laten passen. Zo worden er fruitbomen, hagen, laanbomen, houtsingels, bloemrijke graslanden en binnentuinen gerealiseerd (zie figuur 2.4). De laanbomen langs Aanschot blijven behouden evenals de bomen binnen het plangebied. Per saldo zal er sprake zijn van een aanzienlijke aanplant/toevoeging van nieuwe bomen. Het plan leidt daarmee tot een duidelijke kwaliteitsverbetering.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Hoofdstuk 3 beleidskader

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

3.1

Provinciaal beleid

3.1.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden.

Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een ontwikkeling in het stedelijk gebied (seniorenwoningen met voorzieningen mogelijk) mogelijk gemaakt. Dit is volledig in lijn met de Omgevingsvisie van provincie Noord-Brabant. 3.1.2

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouwen de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. De locatie is aangewezen als ‘stedelijk gebied’. Op basis daarvan is artikel 3.42 van belang vooronderhavige ontwikkeling. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: 1. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; 2. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: 1. 2. 3. 4.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; 5. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; 6. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plangebied ligt in zijn geheel in het stedelijk gebied. Hierbinnen zijn stedelijke ontwikkelingen, waaronder de woningen, horeca en overige functies, in het beginsel mogelijk. De Interim omgevingsverordening bepaalt dat het initiatief moet voorzien in het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit en bij een stedelijke ontwikkeling de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De ladder voor duurzame verstedelijking is toegelicht in paragraaf 3.1.1. Het plan voldoet daarbij aan de regionale woningbouwafspraken, zie het onderdeel volkshuisvesting.

Verder worden er met dit plan twee intensieve veehouderijen gesaneerd en een nieuwe woonlocatie voor senioren met stedelijke voorzieningen gerealiseerd, waarbij de locatie landschappelijk wordt ingepast en tevens rekening wordt gehouden met nieuwe vormen van energie (aardgasloos en energieopwekking door middel van zonnepanelen). Vanwege de grote landschappelijke investering houdt het plan rekening met klimaatverandering; er wordt namelijk een robuuster ecologisch landschap ontwikkeld wat beter tegen de klimaatverandering is opgewassen en dat ook positief bijdraagt aan hittestress en de berging van hemelwater. Er is derhalve sprake van zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is dit planvoornemen in lijn met de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant. Mocht bij de verdere uitwerking van het plan blijken dat gebruikt gaat worden gemaakt van bodemenergie (WKO) dient rekening te worden gehouden met de maximale boordiepte zoals vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken,sport- en recreatievoorzieningen. Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land. Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. Hightech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's.

In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met o.a. hoogwaardige woonmilieus en stedelijke voorzieningen. Allen moeten voorzien worden en blijven van voldoende drinkwater. Realisatie Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro.

Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6, lid 2 Bro. Daarin staat: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onderhavige ontwikkeling kan geschaard worden onder een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6. lid 2 Bro. Hierna wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Seniorenwoningen In de onderhavige situatie zijn de regionale woningbouwafspraken relevant zoals vastgelegd in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) van Zuidoost-Brabant.

Om in de totale woningbehoefte voor de eerstkomende 10 jaar, exclusief vervangende nieuwbouw door sloop, te kunnen voorzien moeten de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant samen circa 31.000 woningen realiseren. Een goede afstemming van vraag en aanbod is hierbij van blijvend groot belang. In Eindhoven en omgeving is sprake van een (sub)regionale woningmarkt. Daarom werkt de gemeente samen met de 21 andere gemeenten in de

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) regio (MRE) en de provincie. Jaarlijks stelt de gemeente een voortschrijdend 10-jaren woningbouwprogramma vast in het Afsprakenkader Wonen. Daarnaast is er een intensieve samenwerking in het Stedelijk Gebied Eindhoven (Eindhoven, Helmond, Son enBreugel, Nuenen, Best, Oirschot, Geldrop-Mierlo, Waalre en Veldhoven). In december 2013 is het Bestuursconvenant Stedelijk Gebied 2013 ondertekend door de (9) gemeentebesturen, met instemming van de afzonderlijke gemeenteraden. Met betrekking tot het thema wonen wordt met name ingezet op het streven naar evenwicht (terugdringen van scheefheid) tussen stad en randgemeenten voor wat betreft socialewoningvoorraad en vrije sectorwoningen maar ook inhoudelijke afspraken over de bestaande(sociale) voorraad en de (spreiding van) huisvesting van bijzondere doelgroepen. De komende tien jaar groeit de totale woningvraag in Eindhoven sterk, tot circa 133.990 woningen in 2031. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose zal de woningvraag tot 2031 toenemen met circa 19.325 woningen. In Eindhoven biedt de harde plancapaciteit ruimte voor circa 7.750 woningen. Wanneer de woningvraag (19.325 woningen in de periode 2021-2031) wordt geconfronteerd met de harde plancapaciteit (7.750 woningen), dan resteert een woningbehoefte van circa 11.575 woningen.

Onderhavig plan geeft invulling aan de woningbehoefte voor een bijzondere doelgroep in het stedelijk gebied van Eindhoven. Daarnaast betreft het plan herstructurering van een bestaande agrarische bedrijfslocatie waardoor sprake is van een inbreidingslocatie en dus zorgvuldig ruimtegebruik. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de beoogde woningbouwontwikkeling past binnen de kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevraag en behoefte van de gemeente Eindhoven. Horeca Naast woningen voorziet het plan ook in een horecagelegenheid met een oppervlakte van 150 m2. De horecagelegenheid betreft een kleinschalig vraaggestuurd paviljoen/theehuis, dat zich richt op dagjesmensen die willen ontspannen na een heerlijke wandeling door het aansluitende natuurgebied langs de Groote Beek dan wel na een bezoek van de boerderijwinkel. De horeca in de omgeving bestaat in hoofdzaak uit (afhaal)restaurants in een bestaande woonomgeving. De horeca binnen het plangebied betreft een concept dat voortvloeit uit de specifieke context van de plek. De beleving van het landschap staat centraal en zorgt voor rust en ontspanning op de plek. Vanuit diezelfde context is het mogelijk om de horeca tevens te gebruiken als vergaderruimte, of als ruimte voor workshops of cursussen. Kortom, het betreft een uniek concept die zich voegt op deze specifieke plek.

De horeca in de binnenstedelijke omgeving past hier niet en vice versa. Het theehuis past tevens bij de rust en ontspanning van de seniorenwoningen en de boerderijwinkel. Deze subtiele horeca vorm is daarom qua aard en omvang een passende bestemming op deze unieke landschapslocatie. De horeca concurreert daarom niet met andere horeca in de stedelijke omgeving. Boerderijwinkel De bestaande boerderijwinkel is evenals de horeca een kleinschalig bedrijf dat hoort bij deze specifieke plek. De boerderijwinkel is op deze plek ontstaan bij het voormalige agrarische bedrijf. Voortzetting van deze functie past bij het totaalconcept op deze locatie. Met name de setting binnen een natuurinclusieve landbouwvorm in combinatie van de verkoop van (deels) lokaal geteelde producten zijn bepalend voor het imago van deze boerderijwinkel. Omdat er specifieke producten (agrarische producten) worden verbouwd en aangeboden, concurreert de winkel niet met andere levensmiddelenvoorzieningen. 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, en ergietransitie, datum november 2023 pagina 18 van 69 circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een lange termijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten:

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimtegenoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 kV hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Het plangebied ligt niet binnen de zones van deze hoogspanningsleiding. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3) waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Het plangebied ligt niet binnen het NNN.Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. Het plangebied raakt de belangen van de luchthaven Eindhoven niet, zie onderstaande figuur.

3.2.4

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied vanvliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens (zie Figuur 3.2) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen. De maximale bouwhoogten die in dit bestemmingsplan zijn toegestaan, zijn fors lager dan de hoogtebeperkingen die vanuit deze bakens gelden.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied ligt binnen dit radarverstoringsgebied maar de bouwhoogte in het plangebied bedraagt nergens meer dan 65 meter.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raadinvulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. Het bestemmingsplangebied ligt buiten een transformatiegebied. Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Het plangebied is op de kaart ‘Structureel groen’ uit de Interimstructuurvisie aangeduid als ‘gebruiksgroen’. Dit zijn groengebieden, veelal behorende tot de Groene Hoofdstructuur, waarin op

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) voorwaarde van het behoud van de natuur- en landschapskwaliteiten uiteenlopende (groen)recreatieve functies kunnen zijn ondergebracht, zoals maneges, golfbanen, uitloopgebieden, parken, volkstuinen. Verder landbouw, kleinschalige aan het buitengebied gebonden bedrijven (incl kleinschalige horeca), extensieve sportgebieden. De nieuwe functies in het plangebied passen goed in de omgeving en visie voor het gebruiksgroen vanwege de uitgebreide landschappelijke inpassing en de recreatieve gebruiksfunctie die dit groen door de functies in het plangebied krijgt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar 3.5.1. Groenbeleidsplan.

3.4

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk en beleidsmatig karakter Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en – nainwerkingtreding van de Omgevingswet – het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingen binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden deze (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde – Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is.

(Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwetijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, te meer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn. Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale en regionale geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. 3.4.1

Archeologie

Doorwerking plangebied Binnen de bestemmingsplangrens bevinden zich op de verwachtingen- en waardenkaart verschillende beleidscategorieën: het bestemmingsplangebied bevindt zich deels in een gebied met een archeologische waarde en deels in een gebied met een hoge archeologische verwachting, vanwege de ligging in een historische kern. Voor terreinen met een archeologische waarde zijn bodemingrepen groter dan 50 m2, waarbij grondverstoring plaatsvindt dieper dan 0,3m onder maaiveld, niet toegestaan zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Voorgebieden met een hoge archeologische verwachting, vanwege de ligging in de historische kern, is de ondergrens 100 m2 en dieper dan 0,3 m onder maaiveld. Voor dit bestemmingsplan geldt dus dat een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is voor/in die gebieden waarbinnen bodemverstoring plaatsvindt en/of mogelijk gemaakt wordt middels het bestemmingsplan. Derhalve is door Econsultancy een archeologisch onderzoek uitgevoerd (IVO, verkennende fase).Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen, in deze paragraaf volgen de belangrijkste resultaten. Volgens het bureauonderzoek is de kans op het aantreffen van sporen en vondsten vanaf het Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen middelhoog en hoog voor de periodes Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO,verkennende fase) blijkt dat in het plangebied een AC-profiel aanwezig is (een plaggendek gelegen op een C-Horizont). In een tweetal boringen is een blauwgrijze laag aangetroffen die als beekeerdgrond geïnterpreteerd is. Dit geeft aan dat de locatie vrij nat is geweest en mindergeschikt voor landbouwers. Het ontbreken van een podzolbodem geeft aan dat vondstlagen met mogelijk Mesolithisch materiaal verstoord zijn geraakt. De archeologische verwachting voor de periodes Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen kan hiermee naar laag bijgesteld worden. De hoge verwachting op het aantreffen van sporen en vondsten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd blijft gehandhaafd. Uit de bestudering van de bouwtekeningen uit het archief blijkt dat er verschillende gebouwen,waaronder kippenstallen en varkensstallen vanaf 1956 zijn gebouwd. Een deel van deze gebouwen heeft de ondergrond tot in de C-Horizont geroerd. Daarmee wordt geadviseerd om dat deel van het plangebied waar de kippenstallen en varkensstallen hebben gestaan vrij te geven.Voor de rest van het plangebied wordt aanbevolen om de dubbelbestemming te behouden.

In de delen van het plangebied die door Econsultancy zijn aangemerkt voor vervolgonderzoek zal een archeologisch proefsleuvenonderzoek (Inventariserend Veld Onderzoek door middel van Proefsleuven [IVO-P]) volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.1) worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerde instantie en op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE), dat aan het bestemmingsplan dient te worden toegevoegd. Op basis van het onderzoek is het plangebied vrijgegeven ter plaatse van de aanwezige stallen, zie onderstaande figuur. Voor het overige gedeelte is de archeologisch dubbelbestemming opgenomen. Daarmee zijn de archeologische waarden in dit bestemmingsplan beschermd.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

3.4.2

Cultuurhistorie

Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenk aart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed. Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijks- en gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven. Doorwerking plangebied Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart.

Het plangebied ligt aan een historische wegenstructuur en in cultuurhistorisch landschap Aanschot. Van oudsher is Aanschot een klein agrarisch buurtschap van enkele verspreide boerderijen dat al eeuwen lang bewoond is. Het

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) buurtschap ligt op de overgang van beekdal naar de hoger gelegen dekzandruggen. De akkers lagen hoger, werden bewerkt en hadden minder perceelsrandbeplantingen. De beemden, de natte gronden langs de beek, werd gebruikt voor grasland en had een smalle percelering haaks op de beek. Het perceel van Aanschot 80 lag/ligt op de hogere en drogere akker. De gronden rondom het erf van Aanschot 76 ligt in het wat lager en natter gelegen beekdal. Ondanks dat er in de jaren veel is veranderd, is de oorspronkelijke karakteristiek nog aanwezig. Zo heeft het beekdallandschap nog altijd de kleinschalige percelering. Daarnaast heeft het veel kleine landschapselementen als houtsingels, de struwelen en kleine bosjes. Met name de randen van de woonbuurten zijn bebost geraakt. Op weinig plekken in Brabant treffen we nog zo goed geconserveerde beekdallandschappen aan, met zelfs goed geconserveerde resten van een relatief laat verkaveld beekdal. De Aanschotse beemden zijn dan ook zeer hoog gewaardeerd. Met dit planvoornemen worden bestaande intensieve veehouderijen gesaneerd. Het uitgangspunt van deze ontwikkeling is het creëren van een hoogwaardige plek om te verblijven en te wonen. De relatie met het achterliggende cultuurhistorisch landschap is derhalve zeer van belang.

Met de transformatie van de bedrijfserven naar woonerven + paviljoen, is er een kans om de landschappelijke uitstraling van het gebied te versterken. De belangrijkste kwaliteitswinst zit in de omvorming van het kerstbomenperceel naar een oude akker met natuurwaarden. Binnen de landschappelijke setting van het agrarisch lint worden de twee erven opgenomen. Daarbij worden de doorzichten vanaf Aanschot naar het beekdal open gehouden. Vandaar dat uitgebreid wordt geïnvesteerd in een landschappelijke inpassing waarmee door o.a. bloemrijk grasland, houtsingels en fruit- en laanbomen de relatie met de Aanschotse beemden wordt gelegd en de hoge cultuurhistorische waarden worden hersteld en beleefbaar gemaakt. Het plan heeft derhalve geen negatieve invloed op het cultuurhistorisch landschap en de historische wegenstructuur maar probeert de laan Aanschot en de oude perceelsgrenzen juist te versterken

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

3.5

Groen

3.5.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstadgedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.

Het behoud van de robuustegroenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeurreikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als multifunctioneel groen. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden: Strategie 5: Multifunctioneel groen.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)

Deze strategie is van toepassing op groengebieden aan de rand van de stad met uiteenlopende groenfuncties die het landschap gebruiken. Het hoofddoel van deze strategie is het contact tussen de stedelingen en het landschap te versterken door verweving van het landschap met recreatieve en voor de stadsrand specifieke functies. In deze gebieden moet je het idee krijgen dat je buiten de stad bent. De nieuwe functies in het plangebied passen binnen de strategie voor het multifunctionele groen. De nieuwe woningen en parkeergelegenheden worden op de bestaande erven gerealiseerd en hebben daarmee geen nieuwe impact in het groen. Daarnaast worden de functies landschappelijk ingepast en vindt er met dit plan een grote verbetering van de groene en landschappelijke buitenruimte plaats. Daarnaast draagt het plan bij aan de beleving en toegankelijkheid van het groen. Het plan versterkt de relatie tussen de stedeling en oude buitengebied. Daarmee is het plan in lijn met de strategie voor multifunctioneel groen. Daarnaast wordt er per woning 4 tot 8 m2 groen toegevoegd (transformatie van de kerstoomkwekerij en landschappelijke inpassing) waardoor wordt voldaan aan de groencompensatie. Met betrekking tot het horecagebouw is er sprake van een toevoeging van nieuwe bebouwing in het overloopgebied van stad naar land. Het gebouw staat als marker in een groene landschapskamer.

Deze groene kamer wordt gevormd door de houtwal ter hoogte van Aanschot en het bos achter de woningen aan Briljant. Dit maakt, dat het horecagebouw vanaf de openbare weg landschappelijk is ingepast en daarmee aan het oog wordt onttrokken. De situering van het gebouw in het landschap gaat tevens gepaard met een aanzienlijke versterking van het landschap. De ontsierende kersbomenteelt op de aansluitende gronden wordt beëindigd en ingericht als natuurakker. Door de aanleg van wandelpaden op deze natuurakker kunnen bezoekers tevens optimaal genieten van het landschap. Deze groen met rood ontwikkeling maakt, dat de plaatsing van de horeca als marker in het groene landschappelijke overloopgebied in voorliggend geval aanvaardbaar is. De horecafunctie is nauw gerelateerd aan het uitloopgebied van de Groote Beek. De horeca-ontwikkeling versterkt de recreatieve belevingswaarde van het beekdal, waardoor het verpozen in het gebied wordt veraangenaamd. Architectonisch wordt het gebouwuitgevoerd als ‘Marker’. Deze markering wordt vorm gegeven door een paviljoen met een vernieuwende architectonisch en met een eigenzinnige en eigentijdse uitstraling. Dit wordt versterkt door de aansluitende landbouwgronden (waarop o.a. kerstbomen worden geteeld) her in te richten en om te vormen naar een natuurakker.

Op de heringerichte natuurakker wordt het paviljoen als een architectonisch pareltje in de natuur opgenomen, door de plaatsing midden in de bloemenweide of vogelakker. Kortom, het paviljoen wordt een ontmoetingsplek voor de wijk en een rustplaats voor de passerende wandelaar en fietser. Vanuit een totaalontwikkeling worden niet alleen twee intensieve veehouderijen in het stedelijk gebied gesaneerd, maar wordt het nieuwe plan landschappelijk ingepast waarbij veel aandacht is voor extra groen en natuuraanleg. Dat past binnen de ambitiekaart die bij het Groenbeleidsplan is opgenomen. Daarnaast geldt dat het plan in overeenstemming is met de Interim Omgevingsverordening van de Provincie, waarin het gebied is aangemerkt als stedelijk gebied. Verder geldt dat de totale hoeveelheid bebouwing die mag worden opgericht als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling afneemt. Ook de maximale toegestane bouwhoogte wordt lager (van 10 naar max. 8 meter). Conform het landschappelijk inpassingsplan worden de thans grotendeels verharde terreinen met groen en halfverharding ingericht en daarmee klimaatadaptief aangelegd, wat aansluit bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Het horeca-gebouw is gericht op kleinschalig recreatief gebruik en is stedenbouwkundig en door de Cie RK voorstelbaar gevonden op de voorgestelde locatie.

Tot slot geldt dat het plangebied wordt omgeven door de bestemming Groen uit het bestemmingsplan VIII Blixembosch. Binnen deze bestemming is extensief recreatief medegebruik toegestaan, dat betekent gebruik gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen. Een horecapunt (koffiehuis) kan positief zijn voor de gebruikswaarde van de omgeving omdat het een toevoeging kan zijn aan het horeca- en recreatieve aanbod in (het buitengebied van) Eindhoven. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld. Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. De Beleidsregel geldt niet voor bomen, want voor bomen is de Bomenverordening bedoeld. Tevens is de beleidsregel niet van toepassing op locaties buiten bestaand stedelijk gebied, zoals aangegeven op de plankaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor onderhavig bestemmingsplan is geen compensatie benodigd.

3.5.2

Beleid bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en de verordening met bijbehorende regels is op 23 april 2021 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regelsvoor compensatie is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wetnatuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: - bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; - alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; - bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021. Voor hetvellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningsvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen.

Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig. Groene k aart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden.

Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) externe gebruikers. Op basis van de groenkaart zijn er binnen het plangebied geen bomen die zijn opgenomen op de groene kaart, dan wel binnen 10 meter van het plangebied, met uitzondering van de laanbomen langs Aanschot. Deze laanbomen blijven gehouden. Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald. In de verdere planvorming zal (indien noodzakelijk) een BEA (boom effect analyse) worden uitgevoerd om inzichtelijk te maken welke bomen kapvergunningsplichtig zijn dan wel de mate waarin de activiteiten sloop/bouw/bouwinrit/bouwplaatsinrichting van invloed kunnen zijn.

3.6

Volkshuisvesting

Inleiding Het bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 17 woningen mogelijk, exclusief de omschakeling van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen en inclusief het positief bestemmen van een bestaande aanleunwoning als zelfstandige woning. Het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de beoogde woningbouw op deze locatie betreft gemeente Eindhoven. Hierbij wordt opgemerkt dat in de gehele regio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de woningvraag groter is dan de totale hardeplancapaciteit. Voor de behoefte aan woningen, zowel naar kwantiteit als naar kwaliteit, baseren we ons op het onderzoek “Marktmechanismen op de Eindhovense woningmarkt 2018” van Companen.De woningbehoefte voor Eindhoven is voor de periode 2019 t/m 2023 berekend op 15.000 woningen. Deze kwantitatieve behoefte van 15.000 woningen voor de periode 2019 t/m 2023 is ook opgenomen in de Woondeal. Op 7 maart 2019 hebben de minister van Binnenlandse Zaken (BZK), de provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de Woondeal ondertekend. Met de ondertekening van de Woondeal zetten partijen zich in om de woonopgave in deze regio aan te pakken. De Woondeal helpt de gewenste versnelling van de woonopgave in Eindhoven en de andere acht gemeenten binnen het SGE te realiseren: meer woningen, op de juiste locatie en voor de goede doelgroep. De versnelling moet in de periode tot 2024 zo’n 27.000 woningen opleveren.

Dit komt in Eindhoven neer op een forse versnelling van de jaarlijkse woningbouwproductie naar ongeveer 3.000 woningen gemiddeld per jaar. De Woondeal gaat daarnaast ook over de werking van de woningmarkt (met name op het gebied van regelgeving), de plancapaciteit (de periode tot 2040) en integrale gebiedsontwikkeling in Eindhoven. De Woondeal is een eerste stap van een langjarig partnerschap met de betrokken partijen. Versnellen woningbouwproductie Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met 2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE hebben hierover het volgende afgesproken in de Woondeal: a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus ligt – zoals vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE 2017 – in de negen prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen West, Meerhoven, Tongelresche Akkers, Waalre Noord en Zilverackers. De minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de Ring. b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende vijf jaar ca.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15538673/2