Bijlage 3b - TAM-omgevingsplan Gendertoren - Bijlagen bij de motivering
Tekst van het document
57
Moment B | 20 mei 18:00 tot 20:00
fase 1
Inloopbijeenkomsten 1: Stemming
De vragen die zijn gesteld tijdens de inloopmomenten worden beantwoord in
Dit idee werd echter met gemengde gevoelens ontvangen. Bewoners gaven
de Veelgestelde vragen en geüpdate op de website. Daarnaast ontvangen
aan dat zij niet per se op een open verbinding zitten te wachten, vooral
abonnees de nieuwsbrief met een update over de resultaten en een link naar
vanwege zorgen over fietsoverlast en ongewenste bezoekers. Daarnaast
de informatiepanelen en het participatieverslag.
ervaren zij het park op dit moment als onvoldoende uitnodigend, omdat de
Naast de vragen zijn er ook aandachtspunten opgehaald waar het
paden niet goed toegankelijk zijn. Nu deze zorgen bekend zijn, worden ze
projectteam opvolging aan geeft. Deze punten zijn:
meegenomen in de ontwerp afwegingen voor de buitenruimte. Dit gebeurt in samenwerking met het civieltechnisch bureau en gemeente Eindhoven.
Inschrijving, woningtoewijzing en doorstroming
Daarnaast is deze zorg gedeeld met de projectleider van de gemeente, die
Tijdens de bijeenkomsten gaven veel bezoekers aan geïnteresseerd te zijn in
verantwoordelijk is voor de aanpak van het Genderpark. Zodra hier meer
een woning in de Gendertoren. De wijze van toewijzing - en andere praktische
informatie over te delen is, doen we dat op wooninc.nl/gendertoren.
zaken zoals huurprijs - worden in een later stadium bepaald. Zodra hier meer over bekend is, delen we dit op wooninc.nl/gendertoren. We verwachten
Verplaatsing van de speeltoestellen
ongeveer een half jaar voor oplevering meer duidelijkheid te hebben. We
De speeltoestellen van ‘speeltuin Nellie’ staan op een tijdelijke locatie, die qua
raden geïnteresseerden aan om zich alvast in te schrijven als
bestemming niet bedoeld is als speelplek. Dit terrein was altijd in afwachting
woningzoekende op Wooniezie.
van verdere ontwikkeling. We begrijpen dat bewoners en omwonenden zich zorgen maken over het behoud van deze toestellen, omdat ze een
58
Verbindingspad naar het Genderpark
waardevolle aanvulling zijn op het schoolplein, vooral voor oudere kinderen.
Tijdens de inloopavonden presenteerde het projectteam de plannen om het
Daarom onderzoeken we of de speeltoestellen elders in de omgeving
Genderpark beter te verbinden met de gebouwen op Parc Gender.
geplaatst kunnen worden. Dit willen we graag in samenspraak met de buurt oppakken.
fase 1
Conclusie: wat doen we met de opbrengst?
Bezoekers hebben tijdens de bijeenkomsten op 20 mei gewenste locaties voor
●
De speeltuin wordt intensief gebruikt tijdens de twee pauzes, daarom is
de speeltoestellen aangeven (zie slide 53). Deze voorkeursplekken en
herplaatsing dichtbij de school wenselijk. Niet vanwege het lopen zelf,
bijhorende onderbouwingen worden meegenomen in het gesprek met de
maar omwille van veiligheid en bereikbaarheid: snel terug kunnen naar
gemeente. Ook basisschool De Troubadour is vooraf actief betrokken bij het
school of hulp kunnen halen is belangrijk. Een locatie verder weg, zoals bij
meedenken over de herplaatsing van de speeltoestellen. De schooldirecteur,
het Tiny Forest, blijkt in de praktijk nauwelijks gebruikt te worden.
ouders en vrijwilligers noemen het volgende voorkeursgebied en bijbehorende
●
Hoe verder weg de speeltuin, hoe meer tijd verloren gaat van de pauze aan verplaatsen met de klas samen met twee leerkrachten.
onderbouwing: ●
Een alternatief is het toevoegen van de speeltoestellen aan het schoolplein, zeker gezien de uitbreiding van de school en het groeiend aantal leerlingen.
●
Het schoolplein is ook buiten schooltijd toegankelijk voor buurtgezinnen. Dus een grotere schoolplein is voor de buurt ook gewenst.
●
Als de speeltuin langs de Gender komt te liggen, is een hek voor de veiligheid essentieel.
Deze onderbouwingen, samen met de voorkeuren tijdens de inloopbijeenkomsten, worden meegenomen door de gemeente.
59
fase 1
Conclusie: wat doen we met de opbrengst?
60
fase 1
Sfeerbeelden bijeenkomst
Terugkoppeling Verslag van het terugkoppelen van fase 1
61
Om onbeantwoorde vragen uit de bijeenkomsten alsnog te beantwoorden en een overzicht te geven van alle beschikbare informatie, koppelen we deze terug via de website. Op de wooninc.nl/gendertoren plaatsen we: ●
Het participatieverslag.
●
De informatiepanelen die tijdens de bijeenkomsten tentoongesteld werden samen met de gesprekswolken.
●
Veelgestelde vragen en antwoorden in een FAQ.
Website
62
fase 1
Terugkoppeling: Inloopbijeenkomsten 2
Groep A en B ontvangen geen brief meer, omdat tijdens de bijeenkomsten
Alle abonnees van de nieuwsbrief en de partijen uit groep D ontvangen een
duidelijk is gecommuniceerd dat updates via de website en nieuwsbrief
bericht met een link naar de website, zodat ook zij toegang hebben tot alle
worden gedeeld. Op de website staat ook een inschrijfmogelijkheid voor
beschikbare informatie. In deze mailing wordt medegedeeld dat de plannen
de nieuwsbrief, zodat geïnteresseerden zich eenvoudig kunnen aanmelden
worden ingediend.
voor verdere updates. Aangezien Parc Gender voornamelijk bewoond wordt door senioren waaronder ook bewoners met geen of beperkte digitale vaardigheid - leggen we een aantal kopietjes van de nieuwsbrief in het folderrek bij de ingang van Engelsbergen.
Landingspagina website
63
Nieuwsbrief naar mailinglijst
fase 1
Terugkoppeling: Inloopbijeenkomsten 2
Aanpak vervolg fase 2 t/m 4 Een vooruitblik op de aanpak
64
Planning in grote lijnen Formele indiening proces Het definitieve ontwerp voor de Gendertoren is af. Dat betekent dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning en de wijziging van het omgevingsplan eind mei openbaar gemaakt, zodat omwonenden en andere belanghebbenden ze kunnen inzien en eventueel kunnen reageren. Hierna neemt het college een definitief besluit, waarbij de eventuele reacties worden meegewogen. Vervolgens neemt de gemeenteraad het laatste definitieve besluit over de plannen. Mensen die het niet eens zijn met het besluit kunnen officieel bezwaar maken. Bekijk voor meer informatie hierover de informatiepanelen op de website. Op paneel 5.1 staat de complete planning en op paneel 5.2 staat uitgelegd hoe dit proces in zijn werk gaat en hoe men een zienswijze of bezwaar kan indienen. U wordt in deze periode op de hoogte gehouden via de projectwebsite en de nieuwsbrief. Zorg daarom dat u zich hiervoor inschrijft. Heeft u tussentijds vragen? Mail dan naar gendertoren@wooninc.nl. Voorlopig zijn er geen nieuwe informatiebijeenkomsten gepland. Mocht dat alsnog nodig blijken, dan ontvangen direct omwonenden hierover schriftelijk bericht.
65
Fase 2
worden ingediend bij de gemeente. Het college van burgemeester en wethouders beslist of de plannen verder in procedure kunnen. Hierna worden de plannen
Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie m.e.r.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Gendertoren Gemeente Eindhoven
77
AANMELDNOTITIE M.E.R. GENDERTOREN 7 november 2025
1/23
DATUM KENMERK
7 november 2025 20240595/207576/GvdE
PROJECT PROJECTLEIDER
Gendertoren R. Kerstens
OPDRACHTGEVER WoonInc. PROJECTNUMMER 20240595 AUTEUR
2/23
G.T.A.M. van den Eijnde
DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.
3/23
INHOUD 1.
2.
3.
4.
4/23
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
5 5 6
Aanleiding Mer-beoordeling Leeswijzer
Plaats en kenmerken van het project
7
2.1 2.2
Plaats van het project Kenmerken van het project 2.2.1 Beoogde ontwikkeling 2.2.2 Bijzondere kenmerken
7 10 10 12
2.3
Cumulatie
12
Kenmerken van de milieueffecten
13
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
13 13 15 16 17 18 19 20 21 21
Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Windhinder en bezonning Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Aanlegwerkzaamheden Maatregelen
Conclusie
23
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Aan de zuidzijde van het Genderpark, aan de Maria van Bourgondiëlaan, bevindt zich diverse bebouwing ten behoeve van (woon)zorgfuncties. Tussen deze bebouwing en het Genderpark bevindt zich een open terrein wat momenteel is ingericht als grasveld met een speeltuintje. Eerder heeft de gemeente al voorzien om op deze locatie een gebouw van maximaal 50 meter hoog te ontwikkelen voor maatschappelijke voorzieningen met de daarbij behorende ondergeschikte functies. Dit is tot op heden nog niet gerealiseerd. Initiatiefnemer is nu voornemens om op deze locatie een gebouw te realiseren met 92 appartementen waarvan 76 appartementen in het segment sociale huur en 16 appartementen in het segment (betaalbare) koop. Het initiatief past niet binnen het tijdelijke omgevingsplan, aangezien de beoogde woonfunctie niet is toegestaan. Het initiatief kan ook niet middels een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) worden gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan opgesteld waarin wordt gemotiveerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locaties. Het plan valt onder categorie J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen' van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Daarom moet er voor het wijzigingsbesluit een mer-beoordelingsbesluit worden genomen.
Op basis van een aanmeldnotitie mer-beoordeling kan een mer-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit document bevat deze aanmeldnotitie mer-beoordeling.
1.2
Mer-beoordeling
In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 van deze bijlage zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3 bij besluiten genoemd in kolom 4. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.) zie Figuur 1-1. Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.
5/23
Figuur 1-1 Criteria m.e.r.-beoordeling
De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (vormvrij, meestal een aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project en de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt de motivatie van dit besluit op in de motivering van het wijzigingsbesluit/omgevingsplan/de vergunning. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk.
1.3
Leeswijzer
Deze aanmeldingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de mer-beoordeling.
6/23
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1
Plaats van het project
Het projectgebied ligt ten westen van de Maria van Bourgondiëlaan. Het sluit aan op het binnenterrein tussen de bestaande (woon)zorggebouwen, welke ten zuiden van het projectgebied zijn gelegen. Ten noorden van het projectgebied bevindt zich het Genderpark. Ten oosten bevindt zich een kindcentrum en een basisschool. In het bijzonder heeft deze ontwikkeling betrekking op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Gestel, sectie D, nummers 5366, 4213, 4212, 5929 (allen deels).
Figuur 2-1 Luchtfoto met projectgebied (globaal rood omlijnd) (bron: https://app.pdok.nl/viewer)
De omgeving van het projectgebied, aan de westzijde van de Maria van Bourgondiëlaan bestaat uit hoogbouw met verschillende woongebouwen. Te midden van de woongebouwen is woonzorgcomplex Engelsbergen gerealiseerd. In hetzelfde pand zijn daarnaast enkele maatschappelijke functies aanwezig in een gezondheidscentrum. Aan de noordzijde van het projectgebied zijn aan de Maria van Bourgondiëlaan enkele maatschappelijke functies aanwezig in de vorm van een school en een kindcentrum. Het projectgebied zelf wordt ontsloten via de Maria van Bourgondiëlaan. Het projectgebied ligt niet direct aan deze weg, maar wordt ontsloten via een toegang richting het binnenterrein. Parkeren vindt in de huidige situatie plaats in parkeerkelders, op de parkeerplaatsen op het binnenterrein, of op het parkeerterrein aan de Maria van Bourgondiëlaan. Huidige situatie Het projectgebied ligt aan de rand van het Genderpark. Dit park loopt van de Limburglaan tot aan de Willem de Rijkelaan. Het park kent haar oorsprong begin jaren ’60. Het kenmerkt zich door een langgerekte vijver die gevoed wordt door het water uit het Afwateringskanaal Eindhoven waar de Gender in uitstroomt. In het park zijn veel omvangrijke bomen aanwezig.
7/23
In de huidige invulling is het projectgebied min of meer een uitloper van het Genderpark. Het betreft een grasveld met speeltuin met aan de zuidwestzijde opgaande beplanting in de vorm van bomen en struiken. Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het plangebied is niet gelegen in een stiltegebied (zie figuur 2.2). Ook bevindt het plangebied zich niet in een kwetsbaar gebied en/of een gebied met beschermde status zoals grondwaterbeschermingsgebieden (zie figuur 2.3). Het projectgebied ligt niet binnen een natuurgebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde natuur die onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-netwerk is het gebied “Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux ” dat op circa 4,4 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied is gelegen. Op ongeveer 630 meter ten westen van het projectgebied is het dichtstbijzijnde stukje Natuur Netwerk Nederland (zie figuur 2.4).
Figuur 2-2 Stiltegebieden ten opzichte van projectgebied (blauwe marker) (bron: Atlas Leefomgeving)
8/23
Figuur 2-3 Grondwaterbeschermings- en waterwingebieden en nabij de planlocatie (blauwe marker) (bron: Atlas Leefomgeving)
Figuur 2-4 Natura 2000 en NNB nabij de planlocatie (blauwe marker) (bron: Atlas Leefomgeving)
9/23
2.2
Kenmerken van het project
2.2.1 Beoogde ontwikkeling De ontwikkeling voorziet in de bouw van één appartementengebouw met 16 bouwlagen en een kelderlaag. Het gebouw heeft een hoogte van 50 meter. Het gebouw wordt vrij gepositioneerd van het verharde binnenterrein en wordt onderdeel van het park. In het complex zijn 76 appartementen in het segment sociale huur en 16 appartementen in het segment (betaalbare) koop voorzien welke allemaal geschikt zijn voor senioren. Onder het gebouw zijn in een kelder 71 bergingen aanwezig. Deze dienen ook als fietsenstalling voor de bewoners. Op de begane grond bevinden zich de entree, gezamenlijke huiskamer, algemene voorzieningen, gemeenschappelijke fietsenstalling, stalling voor scootmobiels en 2 appartementen. Boven de begane grond bevinden zich 15 gestapelde woonlagen met 6 appartementen per laag. Bij de indeling van de appartementen is rekening gehouden met Woonkeur en toegankelijkheidseisen, om de woningen geschikt te maken voor senioren met een eventuele lichte of toekomstige zorgvraag.
Figuur 2-5 Impressie ontwikkeling (Bron: Pauwert architectuur)
10/23
Figuur 2-6 Indicatieve plattegrond van de beoogde ontwikkeling (bron: Pauwert architectuur)
Verkeer De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 92 sociale huurappartementen. Daarbij geldt een verdeling van 31 woningen onder de functie ‘huur, appartement, sociale huur, <75 m² bvo’ en 45 woningen onder de functie ‘huur, appartement, sociale huur, 75 m² bvo - 100 m² bvo’ en 16 woningen onder de functie ‘koop, appartement, 75-100 m². Voor de appartementen gelden als kencijfers 1,8 (sociale huur, <75 m² bvo), 1,9 (sociale huur, 75-100 m² bvo) en 4,1 (koop, 75-100 m²), wat leidt tot een verkeersgeneratie van 206,9 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag. Voor het omrekenen van weekdag naar werkdag wordt conform CROW-744 voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een verkeerstoename van 229,7 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Vanaf de aansluiting van de projectlocatie wordt 70% (161 mvt/etmaal) van het gegenereerde verkeer in zuidwes-telijke richting ontsloten naar de parallelweg van de Limburglaan. Op de parallelweg geldt een eenrichtingsregime in noordwestelijke richting. Daarom wordt aangehouden dat 35% (80 mvt/etmaal) wordt afgewikkeld op de noordelijke helft van de parallelweg vanaf de Maria van Bourgondiëlaan naar de Limburglaan en 35% (80 mvt/etmaal) op de zuidelij-ke helft van de parallelweg vanaf de Limburglaan naar de Maria van Bourgondiëlaan toe.
De resterende 30% (69 mvt/etmaal) van het gegenereerde verkeer wordt vanaf de projectlocatie in oostelijke richting ontsloten over de Maria van Bourgondiëlaan en via de Louise de Colignystraat en de Solmsweg naar de Karel de Grotelaan. In de onderstaande figuur is de beoogde verkeerstoedeling weergegeven. Parkeren De maatgevende autoparkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt (na toepassing HOV reductie) 43 parkeerplaatsen. Er wordt een nieuwe parkeerweg aangelegd met 27 haakse parkeerplaatsen. Op het terrein van initiatiefnemer wordt een nieuwe parkeerstrook aangelegd voor 8 parkeerplaatsen. De al aanwezige parkeerstrook (met 6 parkeerplaatsen voor Wooninc.) wordt opnieuw ingericht, vanwege de benodigde keerlus voor de vuilniswagen. Dit gaat ten koste van 2 parkeerplaatsen. In totaal worden er zo 33 nieuwe parkeerplaatsen op het terrein gerealiseerd. Indien noodzakelijk kan het parkeerterrein van maximiliaan I & II worden uitgebreid met 1 parkeerplaats t.b.v. de Gendertoren. Deze parkeerplaatsen worden onder de uitzonderingssituatie ‘van norm naar nodig’ geschaard zoals beschreven in artikel 3.3. van de nota parkeernomen 2024 Eindhoven. Verwachting is namelijk dat het autobezit bij de beoogde doelgroep
11/23
lager zal zijn dan gemiddeld. Als de bezetting boven de 90% ligt en/of er duidelijke signalen van parkeeroverlast uit de omgeving zijn als gevolg van het plan, dan wordt het parkeerterrein van Maximiliaan I & II (in eigendom van Wooninc.) uitgebreid aan de zuidzijde. Bewoners van de Gendertoren kunnen dan een extra auto kwijt direct gelegen aan de ontsluitingsweg van Parc Gender. Uit een parkeertelling uitgevoerd door Goudappel en afgestemd met de gemeente Eindhoven op diverse dagen en tijdstippen, blijkt dat er nog een restcapaciteit bestaat van 9 parkeerplaatsen in de wijk. 9 parkeerplaatsen van deze restcapaciteit wordt ingezet voor het benodigde bezoekersparkeren. Naast de autoparkeerplaatsen wordt voorzien in voldoende stallingsplaatsen voor het opvangen van de fietsparkeerbehoefte. De reguliere fietsparkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt 279 stallingsplaatsen. Voor de Gendertoren is ten aanzien van de stalling van alle fietsen, gekozen voor twee deeloplossingen. Voor 2/3 deel van de appartementen wordt dit opgelost met individuele bergingen in de kelder. De 21 woningen die geen eigen berging hebben in de kelder maken gebruik van de gezamenlijke fietsenberging op begane grond niveau. Voor de 21 appartementen dienen 63 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Er worden in totaal 69 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd.
Buiten het gebouw bevinden zich daarnaast 10 fietsnietjes voor het bezoekers fietsparkeren, conform de parkeereisen. Er wordt ruimte gereserveerd voor eventuele uitbreiding van de fietsnietjes mocht dit in de toekomst nodig zijn. 2.2.2 Bijzondere kenmerken De voorgenomen activiteit kan kenmerken hebben die in het bijzonder in overweging genomen moeten worden. Onderstaand is per aspect weergegeven welke kenmerken de ontwikkeling heeft: Natuurlijke hulpbronnen van het gebied Er worden geen natuurlijke hulpbronnen van het gebied gebruikt om de ontwikkeling te realiseren. Het gebied heeft ook geen natuurlijke hulpbronnen die eventueel gebruikt kunnen worden. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. De productie van afvalstoffen Bij de bouw van de beoogde ontwikkeling wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van duurzame en waar mogelijk circulaire materialen. Hiermee wordt de productie van afval zoveel mogelijk voorkomen. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect. Verontreiniging en hinder Om verontreiniging van het grondwater en de bodem te voorkomen worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Hinder wordt voorkomen door de bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk gedurende kantoortijden plaats te laten vinden. De omgeving zal hierdoor minimale hinder ondervinden van geluid en trillingenoverlast, dit wordt verder beschreven in paragraaf 3.9.
Risico van zware ongevallen of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering en de risico's voor de menselijke gezondheid Er wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen of technologieën voor de bouw of tijdens het gebruik van de woningen. Er zijn daarom geen bijzondere kenmerken over dit aspect wel worden woningen mogelijk gemaakt dat kwetsbare objecten zijn, daarom wordt dit aspect verder behandelt in de kenmerken van de milieueffecten.
2.3
Cumulatie
In de omgeving van het plangebied komen geen concrete ontwikkelingen voor.
12/23
3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige feitelijke, legale situatie (dus passend binnen het planologisch kader) en autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid, projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, andere redelijk zekere ontwikkelingen en bijvoorbeeld de autonome groei van het verkeer. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op expert judgement/diverse onderzoeksrapporten/de informatie uit de motivering van de omgevingsplanwijziging die voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.
3.1
Verkeer en parkeren
In hoofdstuk 2 is reeds beschreven dat ten behoeve van de beoogde ontwikkeling voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er worden 33 parkeerplaatsen op het terrein gerealiseerd. Uit de resultaten van het parkeerdrukonderzoek blijkt dat in de omliggende openbare ruimte er een restcapaciteit beschikbaar is van 9 parkeerplaatsen. Deze 9 parkeerplaatsen worden ingezet voor het benodigde bezoekersparkeren. Indien noodzakelijk kan het parkeerterrein van maximiliaan I & II worden uitgebreid met 1 parkeerplaats t.b.v. de Gendertoren. Ook is beschreven dat de beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 230 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Op basis van de autonome verkeersintensiteiten en de verkeerstoename is de capaciteit van de omliggende wegen voldoende om het verkeer op een goede manier te kunnen afwikkelen. Gezien de beperkte verkeerstoename is het effect van de beoogde ontwikkeling op de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling van het omliggende wegennet verwaarloosbaar. Vanuit het aspect verkeer is geen sprake van een significant milieueffect.
3.2
Geluid
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor de beoordeling van geluid, dit betreft standaardwaarden, grenswaarden op de gevel en grenswaarden voor het binnengeluid. In de bruidsschat zijn regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten. Geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen De nieuw te realiseren appartementen worden aangemerkt als geluidgevoelig gebouwen omdat er sprake is van gebouwen of gedeeltes van gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. De beoogde ontwikkeling ligt binnen het geluidaandachtsgebied van 350 meter breed langs de Limburglaan. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 70 km/uur. Daarnaast ligt het plangebied in het geluidaandachtsgebied van 350 meter van de Karel de Grotelaan. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Tot slot ligt het projectgebied in het geluidaandachtsgebied van 100 meter van de Maria van Bourgondiëlaan. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Al deze wegen vallen onder de bronsoort gemeentewegen. Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai1. Uit het onderzoek komt naar voren dat voor appartementen aan de zuidwestzijde van het gebouw vanaf de 10e bouwlaag de standaardwaarde wordt overschreden.
Conform de beleidsregel ‘Geluidbeleid – Geluid in geluidaandachtsgebieden’ dient elke woning tenminste één geluidluwe gevel te hebben als de standaardwaarde van Lden = 53 dB wordt overschreden. Het gemeentelijk geluidbeleid heeft de eis dat er minimaal één geluidluwe gevel aanwezig moet zijn per woning indien de standaardwaarde wordt overschreden. Appartementen 3 t/m 6 kunnen voldoen aan de eis van minimaal één geluidluwe gevel uit het geluidbeleid van de gemeente Eindhoven. Bij de appartementen 1 en 2 zal nader naar ontvangermaatregelen gekeken moeten worden om ook aan deze eis te kunnen voldoen. Het is mogelijk om met balkons een geluidluwe gevel te creëren. In het ontwerp is voor de appartementen 1 en 2 1 Rho Adviseurs (april, 2025), Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Gendertoren, Eindhoven, kenmerk: 20240595.004/205479/ARKo
13/23
al rekening gehouden met buitenruimten in de vorm van balkons. Met het toepassen van een dichte (deels verhoogde) borstwering kan een reductie van circa 3 tot 9 dB worden bereikt. Met het realiseren van een (gedeeltelijk) afsluitbaar balkon/loggia kan een geluidreductie van 10 tot 15 dB worden bereikt. Indien deze ontvanger maatregelen worden toegepast kan bij alle appartementen worden voldaan aan de eis van minimaal één geluidluwe gevel. Omdat de standaardwaarde voor gemeentewegen wordt overschreden is het nodig om het gecumuleerde en het gezamenlijke geluid te bepalen. Geluid vanwege gemeentewegen is de enige relevante geluidbron voor dit project. Het gecumuleerde en gezamenlijke geluid is daarom ten hoogste Lden = 57,4 dB. De geluidkwaliteit op de hoogst belaste gevel wordt daarmee geclassificeerd als matig. Omdat de grenswaarde niet wordt overschreden kunnen de geluidbelastingen aanvaardbaar worden geacht. De geluidwering dient te worden bepaald (toets Bbl) op basis van het gezamenlijk geluid en dient minimaal GA;k = 57-33 = 24 dB(A) te bedragen. Door middel van het toepassen van maatregelen (bijvoorbeeld een verhoogde borstwering en/of afsluitbaar en/of het toepassen van een geluidswerend rooster in de gevel) zal voldaan worden aan het gemeentelijk beleid. Geconcludeerd wordt dat voor de woningen een goed akoestisch binnenklimaat wordt gerealiseerd.
Geluid door activiteiten Direct ten noordoosten van het projectgebied waarbinnen de nieuwbouw wordt gerealiseerd is een basisschool gelegen. Deze basisschool kan van invloed zijn op de optredende geluidbelastingen ter plaatse van de beoogde woningen. Beoordelingskader In de bruidsschat die onderdeel is van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en in het Bkl zijn standaardwaarden voor geluid op een geluidgevoelig gebouw opgenomen. Voor scholen zijn met name de optredende geluidbelastingen tijdens de dagperiode van belang (07.00u – 19.00u) en in beperkte mate de avondperiode (19.00u-23.00u). Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau dient tijdens de dagperiode te worden uitgegaan van een geluidbelasting van ten hoogste 50 dB(A) en voor maximale geluidniveaus 70 dB(A). Tijdens de avondperiode geldt voor het langtijdgemiddelde een standaardbeschermingsniveau van 45 dB(A) en voor de maximale geluidniveaus 65 dB(A). Daarbij is van belang dat het stemgeluid bij de toetsing aan deze normen buiten beschouwing dient te worden gelaten.
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient het stemgeluid echter te worden betrokken bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de akoestische situatie Onderzoek en conclusie Ter plaatse van de school is sprake van verschillende geluidbronnen: de luchtbehandelingsinstallatie op het dak van de school, het parkeren, de vervoersbewegingen van en naar de school (indirecte hinder) en de spelende kinderen op het schoolterrein. Gezien de ligging van het beoogde woongebouw ten opzichte van de school en de afstand tot de verschillende geluidbronnen, kan mogelijk het gebruik van het westelijke schoolplein/speelplaats van invloed zijn op de akoestische situatie ter plaatse van de toekomstige woningen. Voor de overige geluidbronnen kan door de afstand (en deels ook aanwezige afscherming) een relevante bijdrage aan de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen op voorhand worden uitgesloten. In het kader van de nieuwbouw van de school is in 2015 akoestisch onderzoek uitgevoerd2. In het akoestisch onderzoek is onder andere de geluidbelasting ter plaatse van het bestaande bouwblok op korte afstand van hetzelfde schoolplein berekend (paars aangeduid op de navolgende uitsnede).
2 Tritium Advies (mei, 2015), Akoestisch onderzoek industrielawaai Maria van Bourgondiëlaan 2 Eindhoven, kenmerk: 1503/065/RV-02, versie 1
14/23
Figuur 3-1 Uitsnede met geluidbronnen en toetspunten akoestisch onderzoek 2015
Ter plaatse van de toetspunten aan de zijde van het schoolplein (toetspunt 30 t/m 36) bedraagt het berekende langtijdgemiddelde geluidniveau tijdens de dagperiode ten hoogste 49 dB(A) en tijdens de avondperiode < 40 dB(A). De maximale geluidniveaus respectievelijk 62 dB(A) en < 55 dB(A). Dit betreft de geluidbelasting door alle bronnen, inclusief het stemgeluid van de spelende kinderen. De afstand van de toekomstige woningen ten opzichte van het schoolplein zal niet kleiner (en in de meeste gevallen aanzienlijk groter) zijn dan de hiervoor genoemde toetspunten ter plaatse van het bestaande bouwblok. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de akoestische situatie door de school ten opzichte van de situatie zoals die in 2015 onderzocht relevant is gewijzigd. Op basis van het voorgaande concluderen wij dat:
Ter plaatse van de nieuwe woningen wordt voldaan aan de geluidwaarden zoals die gelden op grond van Bruidsschat en Bkl (exclusief stemgeluid); Het stemgeluid door spelende kinderen op het schoolplein akoestisch aanvaardbaar is. In overweging nemende dat het schoolplein voornamelijk tijdens de dagperiode wordt gebruikt en rekening houdend met de minimaal benodigde geluidwering van de gevels van de woningen (en de daarmee samenhangende binnenniveaus) is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Conclusie Er zijn geen negatieve geluidseffecten te verwachten van de planontwikkeling. Om ter plaatse van de woningen te voldoen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat dienen maatregelen genomen te worden bij de woningen waar de standaardwaarde op de gevel wordt overschreden.
3.3
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling voorziet in gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan. Gelet op het bepaalde in artikel 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de beoogde ontwikkeling dusdanig kleinschalig van aard en omvang dat deze ‘Niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtkwaliteit. Daarmee heeft het plan geen significante milieueffecten. Uit zowel gegevens uit de CIMLK viewer als de kaarten ‘Fijn stof’ en ‘Stikstofdioxide’ van de Atlas Leefomgeving blijkt dat niet voldaan wordt aan de WHO advieswaarden, maar dat ruimschoots voldaan wordt aan de in het Bkl vastgestelde
15/23
omgevingswaarden. Zodoende is het gelet op gezondheid aanvaardbaar de functie wonen aan de planlocatie toe te delen. Significante negatieve effecten kunnen uitgesloten worden.
3.4
Bodem en water
Bodem Op de projectlocatie wordt een nieuwe woongebouw ontwikkeld. Dit is een bodemgevoelig gebouw, omdat personen er meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Om aan te tonen dat de bodemkwaliteit geschikt is voor deze verblijfsfunctie, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd3. De locatie betreft een voormalige stortplaats. Uit het onderzoek komt naar voren dat in de deklaag/bovengrond uitsluitend lichte verontreinigingen zijn aangetroffen boven de achtergrondwaarde voor de parameters cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen, zink en PAK. In de ondergrond zijn in het traject 0,5 - 2,0 m -mv bij een groot aantal boringen sterke verontreinigingen aangetroffen met zware metalen en PAK. Aangenomen kan worden dat de ondergrond heterogeen verontreinigd is met zware metalen of PAK. Op de locatie is op zowel het maaiveld als in de contactzone visueel geen asbest aangetroffen. In de ondergrond is slechts een zeer klein asbestgehalte aangetroffen. De hypothese 'verdacht, diffuse belasting, heterogene verspreiding' is correct gebleken. De onderzoekslocatie is integraal vanaf 0,5 m -mv heterogeen verontreinigd met de verwachte stoffen (zware metalen en PAK). Om de verontreinigingen beter in kaart te brengen, is een nader bodemonderzoek uitgevoerd4.
Op basis van de HXRF-metingen en de analyseresultaten kan gesteld worden dat de bovengrond (tot 1,0 m -mv) heterogeen verontreinigd is. De kwaliteitsklasse varieert van sterk verontreinigd tot industrie. De verontreinigingssituatie dieper dan 1,0 m -mv is niet volledig in beeld gebracht. De analyseresultaten corresponderen niet met de zintuiglijke waarnemingen. Op basis van de zintuiglijke bijmengingen kan derhalve geen onderscheid gemaakt worden in kwaliteit.
De locatie betreft een deel van een voormalige stortplaats met grond die sterk verontreinigd is met zware metalen en PAK. De stortplaats was afgedekt met een deklaag van grond. Deze deklaag was plaatselijk te dun. Om die reden is een sanering uitgevoerd met als doel om de risico’s weg te nemen door aanbrengen van een gesloten verhardingslaag of een leeflaag met een dikte van minimaal 0,5 meter. Met de sanering (met het saneringsplan en de saneringsevaluatie) is ingestemd door de Omgevingsdienst in een beschikking 17-07-2017, kenmerk Z.71061/D.247545). Hierin is ook vastgelegd dat er gebruiksbeperkingen gelden. Omdat sprake is van een restsanering, is voor de bodemverontreiniging de Wet bodembescherming nog van toepassing. Voor graafwerkzaamheden moet een deelsaneringsplan worden opgesteld. Voor start van de ontwikkeling zal daarom een goedgekeurd deelsaneringsplan worden aangeleverd. Zonder toestemming van het bevoegd gezag mag niet in de sterk verontreinigde grond worden gegraven. De werkzaamheden in sterk verontreinigde grond dienen uitgevoerd te worden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerde aannemer. Tot slot heeft ook nog een aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden in het kader van de voorgenomen bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie (bijlage 8). Ook uit dit onderzoek blijkt dat de bovengrond sterk verontreinigd is.
Zoals tijdens het eerder uitgevoerde nader bodemonderzoek reeds geadviseerd is dienen er in het kader van de nieuwbouw maatregelen getroffen te worden om blootstelling aan de sterke verontreinigingen te voorkomen. Dit kan door de bodemverontreiniging weg te nemen door de grond te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerkingslocatie of door het wegnemen van de contactmogelijkheden door het aanbrengen van een afdeklaag (verhardingslaag of schone grond) op de verontreinigde bodemlaag. 3 BK Ingenieurs B.V. (januari 2023), Verkennend bodemonderzoek Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven, kenmerk: ROHA/224967/1.0/MLJA 4 Sweco (april 2025), Rapport nader bodemonderzoek Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven, kenmerk: 25689.003
16/23
Naast deze sterk verontreinigde grond is er sprake van bodemlagen die niet elders herbruikbaar zijn of enkel beperkt herbruikbaar zijn. De diepe ongeroerde bodemlagen (> 2,2 m -mv) zijn niet verontreinigd en voldoen aan de klasse ‘Landbouw/natuur’. Water Door de bouw van een gebouw met 92 appartementen zal het aanbod aan huishoudelijk water (afvalwater) toenemen. Het vuilwater wordt vanuit het gebouw verzameld en middels een gezamenlijke aansluiting aangeboden op het nog aan te leggen gemeentelijke rioolstelsel in het Genderpark. Vanaf deze streng stroomt het water onder vrijverval richting de riolering in de Maria van Bourgondiëlaan. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van een watergang of waterkering en heeft geen effect op de waterveiligheid. Omdat nieuwe bebouwing en verharding wordt gerealiseerd, is sprake van een waterbergingsopgave van 118 m³. Vanwege de relatief lage hoogteligging van het plangebied in de directe nabijheid van openwater met de opbollende grondwaterstand, maakt dat de waterhuishouding een belangrijk thema binnen dit project is. De grond biedt daarmee weinig mogelijkheden voor de buffering van water middels wadi of andere ondergrondse ingrepen. Daarom wordt op verschillende plekken boven maaiveld niveau, ruimte geboden aan water.
Door grasbetonelementen aan te leggen in plaats van volledige verharding (27,2 m³), openbaar groen aan te leggen (11,3 m³) en natuurvoorzieningen toe te passen (4,4 m³), wordt de totale waterbergingsopgave verminderd (zoals uitgewerkt in bijgevoegde klimaattool). Het restant van de waterbergingsopgave wordt opgelost door het nemen van enkele maatregelen. Een groot deel van het regenwater wordt gebufferd op het dak van de gendertoren (53 m3), om vervolgens vertraagd afgevoerd te worden op de Gendervijver. Aanvullend hierop wordt water ondergronds opgevangen middels over gedimensioneerde buizen die onder het parkeerterrein en deels rondom de toren wordt gelegd naar het gemeentelijk riool. In deze buis wordt regenwater opgevangen en vertraagd geloosd op een nog te realiseren Gemeentelijk HWA-riool, welke weer uitmond in de noordelijk gelegen Gender. De buizen dienen 30,8 m3 water te bergen (wordt in de klimaattool maar voor 24,6 m3 meegeteld. Met een natte doorsnede van +/-0,385 m3/m en een lengte van 80 m kunnen we daaraan voldoen. De buis ligt met een BOB van 15,50 ca. 0,20m boven het peil van de Gender.
3.5
Ecologie
Gebiedsbescherming In paragraaf 2.1 is de ligging ten opzichte van beschermde natuurgebieden beschreven. Het dichtstbijzijnde Natura2000gebied ligt op ongeveer 4,4 km van het plangebied. Op ongeveer 630 meter ten westen van het projectgebied is het dichtstbijzijnde stukje Natuur Netwerk Nederland gelegen. Verder is het plangebied niet gelegen binnen of in de nabijheid van een belangrijk weidevogelgebied. Directe negatieve effecten van dit plan op bovengenoemde beschermde natuurgebieden zijn vooral gelet op aard en omvang van het plan in combinatie met de afstand van het plangebied tot aan deze natuurgebieden niet te verwachten. Indirecte negatieve effecten zoals stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten, omdat effecten op natuurgebieden door stikstofdepositie nog op een grote afstand van een bepaalde ontwikkeling kan plaatsvinden. Om die reden is voor dit plan een stikstofberekening5 uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn gerapporteerd en als bijlage bij de motivering gevoegd van de wijziging van het omgevingsplan. Uit de berekening blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr voor de realisatie- en gebruiksfase van de ontwikkeling. Belangrijke negatieve effecten kunnen uitgesloten worden. Bomen De nieuwbouw binnen het plangebied kan gevolgen hebben voor bestaande bomen binnen en rondom het plangebied.
Daarom is een bomen effect analyse6 (BEA) uitgevoerd. In het onderzoek zijn 23 bomen geïnventariseerd bestaande uit zeven soorten. Alle bomen verkeren in een redelijke tot goede conditie en er zijn geen bijzonderheden aangetroffen tijdens de 5 Rho Adviseurs (november, 2025), Stikstofonderzoek Gendertoren, Kenmerk: 20240595/167295/ 6 Van Helvoirt Groenprojecten (april, 2025), Bomen effect analyse Gendertoren, Eindhoven – versie 2.0, Projectnummer: 70190.25.01
17/23
visuele inspectie die de toekomstverwachting negatief beïnvloeden. Alle bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Zeven bomen zijn niet duurzaam te behouden als gevolg van ruimtelijk beslag. Drie bomen zijn niet duurzaam te behouden vanwege werkzaamheden binnen of nabij de stabiliteitskluit. Alle overige bomen zijn duurzaam te behouden met algemene randvoorwaarden en bij de bomen in de houtwal en één andere boom gelden aanvullende specifieke voorwaarden. In het ontwerp van de openbare ruimte zal rekening worden gehouden met de geadviseerde voorwaarden voor het duurzaam behouden van de te behouden bomen. Hiermee worden de effecten op de bomen beperkt. Belangrijke negatieve effecten op beschermde bomen kunnen uitgesloten worden. De niet te behouden bomen worden gecompenseerd in de vorm van nieuwe aanplant. Soortenbescherming Voor dit plan is een quickscan flora en fauna7 uitgevoerd, die als bijlage bij de motivering van de wijziging omgevingsplan is opgenomen. Uit de quickscan volgt dat het plan geen onevenredig nadelige effecten op beschermde soorten heeft.
Nader onderzoek of een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is niet nodig als bij de realisatie wordt rekening gehouden met het volgende: Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door bomen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Vogels kunnen sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden. Als dat het geval is mogen deze broedende vogels niet worden verstoord en ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen worden verstoord zonder dat daar vooraf een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 11.27 Bal), wat inhoudt dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Conclusie Het plan heeft geen aanzienlijke nadelige effecten op beschermde soorten en natuurgebieden als volgens de hierboven genoemde voorwaarden wordt gehandeld.
3.6
Cultuurhistorie en archeologie
Toetsingskader Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen, die zijn opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Beoordeling effecten Voor dit projectgebied is een archeologisch bureauonderzoek8 en een verkennend booronderzoek9 uitgevoerd om mogelijk in de bodem aanwezige archeologische waarden vast te stellen. Op basis van deze onderzoeken kan niet worden uitgesloten dat archeologische resten aanwezig zijn in de bodem. Om deze reden wordt geadviseerd nader onderzoek uit te voeren in
7 Faunaconsult (augustus, 2024), Quickscan natuurwetgeving Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven 8 ODZOB (februari, 2023), Archeologisch Bureauonderzoek project ‘verplaatsbare woningen’ locatie Maria van Bourgondiëlaan, gemeente Eindhoven, kenmerk:
299744 9 RAAP (april, 2025), Plangebied Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven, gemeente Eindhoven (Archeologisch vooronderzoek: een verkennend booronderzoek), ISSN: 0925-6229
18/23
de vorm van een proefsleuvenonderzoek en/of archeologische begeleiding. In het TAM-omgevingsplan is geborgd dat eerst nader onderzoek plaats dient te vinden voordat eventuele werkzaamheden in de ondergrond plaatsvinden. Cultuurhistorie Binnen het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. De Gender aan de noordzijde van het projectgebied is aangeduid als historische waterloop en het omliggende landschap (Genderplantsoen) als historisch landschap. De ontwikkeling tast deze waarden niet aan. De te realiseren nieuwbouw markeert de rand van het park en gaat tegelijkertijd een relatie aan met de omliggende bebouwing. Het is het schakelstuk tussen het ‘open’ park en de meer ‘besloten’, ‘ingerichte’ ruimte tussen de gebouwen aansluitend op het terras van woonzorgcomplex Engelsbergen. Conclusie Er dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de aanwezigheid van archeologische resten voordat werkzaamheden binnen het projectgebied plaatsvinden. Binnen, of in de omgeving van het projectgebied, zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig welke worden aangetast.
3.7
Windhinder en bezonning
Met de beoogde ontwikkeling wordt een appartementengebouw mogelijk gemaat met een maximale bouwhoogte van 22 meter en plaatselijk een maximale bouwhoogte van 40 meter. Gezien de hoogte van het gebouw is onderzoek gedaan naar mogelijke negatieve effecten ten aanzien van windhinder en bezonning. Windhinder Voor de beoogde ontwikkeling is windhinder onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek10 is uitgevoerd op basis van de Nederlandse norm “NEN 8100:2006: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving”. Hierbij is een geometrisch model van het gebouw en zijn omgeving opgesteld. Een rekenrooster met hoge resolutie is rond deze geometrie opgetrokken als basis voor Computational Fluid Dynamics (CFD)-simulaties van de windstroming. De conclusie uit het onderzoek is als volgt:
Het heersende windklimaat in het projectgebied varieert van windhinderklasse A (geschikt voor alle activiteiten) tot D (matig geschikt voor de activiteit "doorlopen"). In de zones met windhinderklasse C heerst een matig klimaat voor de voetgangersactiviteit "slenteren" en een goed klimaat voor "doorlopen". Wanneer enkel deze voetgangersactiviteiten worden voorzien in deze zones, voldoet het windklimaat aan het gemeentelijk beleid. Verder is de zone met windhinderklasse D verwaarloosbaar klein. Langs de gevels heerst windhinderklasse A en deels B. Hier ondervinden de gebouw-entrees een geschikte windhinderklasse voor het comfortabel gebruiken van de entrees of het plaatsen van zitgelegenheden. Er is geen risico of beperkt risico op windgevaar gevonden in het plangebied.
De invloed van de nieuwbouw op het windklimaat is beperkt en na realisatie zal er een acceptabel windklimaat heersen. Bezonning Voor dit plan is een bezonningstudie11 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat vanwege de positie van het woongebouw de invloed op de bestaande woningen qua schaduwwerking beperkt blijft. Er is minimaal 2 uur zon per dag bij de woningen aanwezig in de referentieperiode. Hiermee zijn aanzienlijke negatieve effecten op het gebied van bezonning uitgesloten.
10 Actiflow (augustus, 2024), Gendertoren te Eindhoven CFD-onderzoek naar windhinder en windgevaar, Projectnummer: 7549 11 Pauwert Architectuur (april, 2025), Impact van de bebouwing op het woonklimaat qua bezonning
19/23
3.8
Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid
Omgevingsveiligheid Met behulp van de kaartlaag ‘Externe Veiligheid’ van Atlas Leefomgeving kan in beeld worden gebracht welke risicobronnen zich in de omgeving van het plangebied bevinden. Daarbij wordt gekeken naar risicovolle inrichtingen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en transportroutes over land (wegen, spoorwegen en vaarwegen) waarover gevaarlijke stofen worden vervoerd. De beoogde ontwikkeling maakt zelf geen risicobron mogelijk, maar is wel een kwetsbaar gebouw.
Figuur 3-2 Uitsnede kaarten Milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico, Aandachtsgebieden en Plaatsgebonden risico van Atlas Leefomgeving (Bron: Ministerie IenW – Register externe veiligheid, 2024). Plangebied met blauwe marker aangeduid.
Risicovolle inrichtingen Op een afstand van circa 1,2 kilometer is een risicovolle inrichting gelegen met een gifwolkaandachtsgebied. Een gifwolk heeft een groot invloedsgebied en drijft af met de wind. Het invloedsgebied van een gifwolk kan daarmee meerdere kilometers strekken. Buiten dit gebied kunnen nog gewonden vallen, waardoor hier ook hulpverlening nodig kan zijn. Afhankelijk van de eigenschappen van de toxische stoffen, kan een persoon bij inademen van de gifwolk komen te overlijden of schade aan de luchtwegen ondervinden. Er dient aandacht te zijn voor de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Als de voorschriftengebieden (nog) niet in het omgevingsplan zijn aangewezen, gelden binnen het aandachtsgebied geen aanvullende bouweisen, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen. Het gaat hier niet om een zeer kwetsbaar gebouw. Om te komen tot passende bescherming tegen gifwolken gelden voor nieuwbouw generieke bouweisen zoals het meest geschikte ventilatiesysteem, zoals deze gelden vanuit het Bbl. In artikel 4.124 van het Bbl is de verplichting opgenomen om een mechanische ventilatie toe te passen waarbij het mogelijk is om deze bij een externe calamiteit handmatig uit te schakelen. Aanvullend kan bij realisatie van het gebouw aandacht uitgaan naar een goede kierdichtheid. Een goede kierdichtheid vertraagt het binnendringen van een gifwolk in een gebouw.
Hoe meer vertraging, hoe trager de opbouw van een giftige concentratie in het gebouw. Maar ook: hoe groter de vertraging, hoe groter de kans dat de gifwolk overwaait, waarna geventileerd kan worden met schone lucht.
20/23
Binnen het projectgebied worden geen woningen mogelijk gemaakt voor verminderd zelfredzame personen. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert of het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) te handelen. Vanwege de ligging is het goed mogelijk om in iedere windrichting te vluchten, weg van de calamiteit. De locatie ligt in bestaand stedelijk gebied waar reeds voldoende bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn. Het beoogde woongebouw is toegankelijk voor hulpdiensten. Deze kunnen dezelfde route nemen als de auto's. Op die manier kunnen ze direct bij de hoofdentree tot het woongebouw opstellen. Het woongebouw is toegankelijk middels een tweede calamiteitenroute over het fietspad in het achterliggende park. Buisleidingen Het projectgebied is niet gelegen binnen plaatsgebonden risicocontouren of brandaandachtsgebieden van buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Transport gevaarlijke stoffen over land Het projectgebied ligt op 1,3 kilometer van het spoor, het ligt daarmee niet binnen het invloedsgebied van het spoor. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid.
In het omgevingsplan is aangetoond en geborgd dat een goed woon- en leefklimaat wordt gecreëerd. Een significant effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten. Andersom vormen de nieuwe woningen geen veiligheidsrisico voor de omgeving.
3.9
Aanlegwerkzaamheden
Bij de de aanlegwerkzaamheden van de beoogde ontwikkeling kunnen tijdens de werkzaamheden milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Zo nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de locatie, aard en omvang van het plan kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden.
3.10 Maatregelen Uit de kenmerken van de milieueffecten blijkt dat rekening gehouden moet worden met de volgende maatregelen: Geluid ● Elk appartement dient te beschikken over een geluidluwe gevel. De gevel is geluidluw als deze voldoet aan de standaardwaarde vanwege de geluidbronsoort gemeentewegen en hoofdspoorwegen tegelijkertijd. Door middel van het toepassen van maatregelen (bijvoorbeeld een verhoogde borstwering en/of afsluitbaar en/of het toepassen van een geluidswerend rooster in de gevel) zal voldaan worden aan het gemeentelijk beleid. Bodem ● Er dienen in het kader van de nieuwbouw maatregelen getroffen te worden om blootstelling aan de aanwezige bodemverontreiniging te voorkomen. Dit kan door de bodemverontreiniging weg te nemen door de grond te ontgraven en af te voeren naar een erkende verwerkingslocatie of door het wegnemen van de contactmogelijkheden door het aanbrengen van een afdeklaag (verhardingslaag of schone grond) op de verontreinigde bodemlaag. Ecologie ● Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door bomen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Vogels kunnen sporadisch ook buiten de periode
21/23