Bijlage 3a - Regels Bp IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Tekst van het document
IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Cultuurhistorie - 2 Waterstaat - Waterbergingsgebied
13 13 16 19 21 23 25 27
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Samenloop Algemene afwijkingsregels Overige regels
28 28 29 30 31
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
33 33 34
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Regels
Regels (vastgesteld)
3
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan ‘IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)’ met identificatienummer NL.IMRO.0772.80455-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-verbonden-beroep
een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Bijvoorbeeld gastouderopvang; detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis; of het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf. Onder vrije beroepen worden verstaan: (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerp-technische, administratieve, sociaal-maatschappelijke, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen. 1.4
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
Nota parkeernormen 2024
parkeernormen gepubliceerd op 19 maart 2024 en in werking getreden op 20 april 2024. 1.8
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.9
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.10
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
4
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.12
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.13
bedrijfsvloeroppervlak
de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.14
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein wenselijk is. 1.15
behoud ex situ
behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving. 1.16
behoud in situ
behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen).
1.17
beperkt kwetsbaar object
a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een bevi- inrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.18
bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen)
Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.19
bestaande situatie
bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.20
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
Regels (vastgesteld)
5
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.21
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.22
bijgebouw
een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.23
bodemingreep
alle grondwerkzaamheden/activiteiten die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologisch bodemarchief. 1.24
boerderijwinkel
productiegebonden detailhandel en detailhandel in streek eigen producten alsmede excursie en demonstratieruimte van be- en verwerking van agrarische producten. 1.25
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.26
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.27
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.28
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.29
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.30
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.31
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.32
café
horeca, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.33
cafetaria/snackbar/afhaalservice
een bedrijf gericht op het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak-alcoholische en niet-alcoholische dranken.
6
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.34
coffeeshop
een bedrijf gericht op het verstrekken van niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met eventueel als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid, en van verdovende en/of hallucinerende stoffen. 1.35
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied. 1.36
dagbesteding
Locatie waar voor zorgbehoevenden activiteiten worden georganiseerd ten behoeve van een bepaalde dagstructuur. 1.37
dagrecreatie
Een vorm van recreëren die zich beperkt tot één dag (zonder overnachting), dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld kamperen en dergelijke waarbij men zich voor meerdere dagen van huis begeeft. 1.38
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.39
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt. 1.40
dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaken, belwinkels, internetcafé, schoonheidsinstituten, fotostudio´s en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting. 1.41
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. 1.42
eengezinswoningen
als type eengezinswoning wordt beschouwd: elke woning welke tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen. 1.43
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal. 1.44
evenementen
een evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).. 1.45
extensief recreatief medegebruik
die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.
Regels (vastgesteld)
7
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.46
garagebox
gebouwen voor de stalling van auto´s en andere voertuigen. 1.47
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.48
gebruiken
het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken. 1.49
groothandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of afleveren van goederen aan wederverkopers, dan wel instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.50
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.51
hotel
een bedrijf hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van logies (per nacht) met - al dan niet - als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en dranken voor consumptie ter plaatse. 1.52
huishouden
een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is, die duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voeren. 1.53
internetwinkel
Internetwinkels worden in het kader van dit bestemmingsplan aangemerkt als een specifieke vorm van detailhandel waarbij: de transactie via internet of andere media tot stand komt, en; de goederen ter plaatse kunnen worden afgehaald; en/of de goederen ter plaatse kunnen worden afgerekend; en/of de goederen ter plaatse kunnen worden bekeken of geprobeerd. 1.54
kamerverhuur
woonvorm waarbij sprake is van woonruimte die geen eigen afzonderlijke toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche/bad en/of toilet) buiten die onzelfstandige woonruimte. 1.55
kantoor
een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor het bestuurlijk/ambtelijk of bedrijfsmatig uitoefenen van juridische, financiële, administratieve en naar de aard daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, zoals sociaal wetenschappelijke onderzoek of een architectenbureau. 1.56
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend (niet zijnde prostitutie).
8
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.57
koffie-/theehuis
een bedrijf gericht op het verstrekken van zwak-alcoholische en niet-alcoholische dranken, met als nevenactiviteit het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide etenswaren. 1.58
landschappelijke waarden
het geheel van waarden in verband met bijzondere waarneembare landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden die wordt bepaald door de onderliggende samenhang en beïnvloeding van levende en niet levende (abiotische) natuur. 1.59
lijst van horeca-activiteiten
lijst met een onderverdeling van horeca-activiteiten naar de mate van mogelijke overlast voor de omgeving zoals opgenomen in Bijlage 1 Lijst van horeca-activiteiten behorende bij deze regels. 1.60
lunchroom
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren en niet-alcoholische dranken. 1.61
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, wooneenheden voor beschermd en/of verzorgd wonen en daarbij behorende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en openbaar bestuur. Onder maatschappelijke voorzieningen zijn tevens begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang. 1.62
mantelzorg
het op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak. 1.63
meergezinswoningen
als meergezinswoning wordt beschouwd: elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voorzover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur. 1.64
natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.65
nevenactiviteiten
het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwvlak die niet rechtstreeks de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering betreffen. 1.66
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.
Regels (vastgesteld)
9
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.67
onevenredige verstoring archeologische waarden
Van een onevenredige verstoring is in ieder geval sprake als naar het oordeel van het college archeologische resten in de bodem behouden moeten worden en het treffen van technische maatregelen niet mogelijk is om verstoring te voorkomen. 1.68
onzelfstandige woonruimte
woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.69
parkeerbalans
met een parkeerbalans wordt de (on)balans berekend tussen parkeervraag en parkeeraanbod binnen een bepaald gebied. Vaak valt de parkeervraag van functies niet samen in de tijd. Gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen is dan mogelijk (dubbelgebruik). 1.70
peil
30 cm boven de kruin van de weg. 1.71
pension
een bedrijf hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van logies voor langere tijd met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten. 1.72
productiegebonden detailhandel
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, bewerkt of hersteld, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.73
prostitutiebedrijf
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht. 1.74
restaurant
een bedrijf uitsluitend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken. 1.75
showroom
een uitstallingsruimte van groothandels - of productiebedrijven ten behoeve van wederverkopers of afnemers voor het gebruik in eigen bedrijf of instelling. 1.76
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.77
uitbouw
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.78
verdieping
de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is/zijn.
10
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
1.79
verkoopvloeroppervlakte
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel. 1.80
voorgevel
de naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.81
voorgevelrooilijn
De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.82
water
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.83
waterberging
voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk. 1.84
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, sloten, greppels en vijvers, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen etc.). 1.85
winkel
een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel. 1.86
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal twee personen die een gezamenlijk huishouden voeren. Een woonwagen wordt niet tot een woning gerekend. 1.87
woongebouw
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
Regels (vastgesteld)
11
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Bebouwingspercentage
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 2.2
Dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3
Goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4
Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
Bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6
Ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevelen kroonlijsten, gevelisolatie, ventilatiekanalen, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken e.d. buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouwgrens niet meer dan 1 meter bedraagt.
12
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Hoofdstuk 2 Artikel 3
3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
agrarisch grondgebruik; horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - horeca’; ondergeschikte verharde en onverharde paden en wegen; extensief recreatief medegebruik; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de nadere aanduiding 'parkeerterrein'.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'; 3.2.2
Voorzieningen voor duurzame energie
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duur-zame energie gelden de volgende regels: a. gebouwen voor het opwekken van duurzame energie mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – horeca’ worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte is 3 m; c. de maximum oppervlakte is 15 m². 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. Op de voor Agrarisch aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de onder 3.1 genoemde bestemming worden gebouwd, niet zijnde gebouwen, niet zijnde teeltondersteunende voorzieningen en niet zijnde (mest)silo's tot een hoogte van maximaal 6 m, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen maximaal 2 m. mag bedragen; b. Het aantal bouwwerken ten behoeve van speelvoorzieningen dient beperkt te blijven tot maximaal 3, met een maximale bouwhoogte van 2 meter en een maximale gezamenlijke oppervlakte van 10 m2. 3.2.4
Schuilgelegenheden
Voor het bouwen van schuilgelegenheden gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen van schuilgelegenheden is uitsluitend toegestaan ten dienste van de bestemming als genoemd in artikel 3.1 onder a; b. op deze gronden mogen schuilgelegenheden worden gebouwd, waarbij moet voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aantal schuilgelegenheden mag niet meer bedragen dan 1 per 1,5 ha agrarisch gebied; 2. de oppervlakte mag per schuilgelegenheid niet meer bedragen dan 20 m2; 3. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
Regels (vastgesteld)
13
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Horeca
a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - horeca' is uitsluitend toegestaan een horeca, genoemd in Bijlage 2 `Lijst van horeca-activiteiten´ behorende tot categorie 1a uitsluitend zijnde een lunchroom of categorie 2b met een openingstijd van 8.00 uur tot maximaal 22:00 uur; b. Ter plaatse van de nadere aanduiding 'terras' mogen de gronden worden gebruikt voor een horecaterras ten behoeve van maximaal 50 personen; c. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van agrarisch - horeca' mogen tevens worden gebruikt ten behoeve van het organiseren van cursussen, workshops en buurtgerelateerde activiteiten. De openingstijden als hiervoor genoemd onder a. zijn hierop van toepassing. 3.3.2
Parkeren
Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mogen de gronden worden ingericht en gebruikt voor parkeervoorzieningen ten behoeve van de horeca, alsmede voor parkeerplaatsen ten behoeve van de woningen in het aangrenzende bestemmingsvlak 'Wonen', zoals opgenomen in het landschappelijke inrichtingsplan dat als Bijlage 3 bij deze regels is opgenomen.
3.3.3
Strijdig gebruik
Als strijdig gebruik geldt het volgende: a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1
Afwijken voor categorie horeca-activiteiten
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 1, en tevens horeca toestaan die niet wordt vermeld onder categorie 1 in de `Lijst van horeca-activiteiten´ in Bijlage 2 en/of wordt vermeld in een hogere categorie, doch die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de horeca die is genoemd onder categorie 1 van de `Lijst van horeca-activiteiten´.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1
Werk en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen. 3.5.2
Uitzonderingen
Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
14
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
3.5.3
Toelaatbaarheid
De in lid 3.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. het aanbrengen van leidingen niet leidt tot onevenredige aantasting van de agrarische bestemming; b. het aanbrengen van verhardingen noodzakelijk is in het kader van de agrarische be-drijfsvoering en/of het recreatief medegebruik.
Regels (vastgesteld)
15
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor `Wonen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden-beroep; b. aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen; c. detailhandel ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - detailhandel’, met dien verstande dat een boerderijwinkel met een winkelvloeroppervlakte tot maximaal 110 m² is toegestaan; d. opslag ten behoeve van de woningen ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - opslag’; e. dagbesteding ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – dagbesteding', met dien verstande dat binnen deze functieaanduiding tevens is toegestaan een workshopruimte; f. ondergeschikt kantoor ten behoeve van de boerderijwinkel ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – kantoor’, met een bruto vloeroppervlak van maximaal 47 m2; met de daarbij behorende: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
erven en terreinen; wegen, paden: (ondergrondse) parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; nutsvoorzieningen; gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
met dien verstande dat: a. een woning en/of kamersgewijs verhuurde woning niet mag worden gewijzigd naar twee of meerdere woningen; b. kamerverhuur niet is toegestaan; c. de vloeroppervlakte ten behoeve van een aan-huis-verbonden-beroep niet meer dan 50 m² mag bedragen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven; c. de maximale goot- en bouwhoogte, respectievelijk de maximale bouwhoogte bedraagt de hoogte zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)', respectievelijk 'maximum bouwhoogte (m)'; d. ter plaatse van de nadere aanduiding 'Onderdoorgang' mag uitsluitend de kapbeëindiging tussen de twee bouwvlakken boven de eerste bouwlaag doorlopen en dient het bepaalde in artikel 8 'Waarde Cultuurhistorie' in acht genomen te worden. 4.2.2
Dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding hoofdgebouw
a. In afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.1 onder b mag een dakopbouw of een gelijksoortige uitbreiding van een woning op een hellend dakvlak worden gerealiseerd, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden: 1. aan de achterzijde van het hoofdgebouw;
16
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) 2. de bouwhoogte van de dakopbouw verticaal gemeten minstens 1 meter onder de nok van het hoofdgebouw blijft; 3. de hellingshoek van een eventuele kap van de dakopbouw gelijk is aan de hellingshoek van het bestaande dakvlak waarop wordt gebouwd en; 4. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 1 meter is. b. het bepaalde onder sub a geldt niet voor een bungalow en/of patiowoning. 4.2.3
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen minimaal drie meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd wanneer de zijzijde aan openbaar toegankelijk gebied grenst, in andere gevallen geldt een afstand van minimaal 1 meter; b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen buiten het bouw-vlak mag niet meer bedragen dan 75 m2 met dien verstande dat de gezamenlijke op-pervlakte van de bebouwing (inclusief hoofdgebouw) niet meer bedraagt dan 65% van de oppervlakte van het bouwperceel; voor patiowoningen geldt in deze een percentage van 80%; c. in afwijking van het gestelde onder sub b. geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen buiten het bouwvlak, bij een bouwperceel groter dan 750 m² maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 3,5 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan de goothoogte van het bijbehorende hoofdgebouw; indien het dak is/wordt uitgevoerd in de vorm van een kap mag de maximum bouwhoogte 4,5 m bedragen; e.
voor de voorgevel van de woning mag een aanbouw worden gerealiseerd tot een maximum diepte van 1,5 m en een maximum goothoogte van 3,5 m, mits tenminste 1 m tuindiepte resteert; f. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a. t/m e., gelden die maten als maxima; g. ter plaatse van de ‘specifieke vorm van wonen – zichtlijn’ zijn geen gebouwen toege-staan; h. ter plaatse van de nadere aanduiding “Onderdoorgang” mag de kapbeëindiging tussen de twee bouwvlakken boven de eerste bouwlaag doorlopen. 4.2.4
Voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duur-zame energie gelden de volgende regels: a. gebouwen voor het opwekken van duurzame energie mogen zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. de maximum bouwhoogte is 3 m; c. de maximum oppervlakte is 15 m2. 4.2.5
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn 1 m; de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn 2 m; de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 m; voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a. t/m c., gelden die maten als maxima; e. ter plaatse van de ‘specifieke vorm van wonen – zichtlijn’ zijn geen bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan.
Regels (vastgesteld)
17
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
4.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken voor wat betreft de maximum goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien dat wenselijk is uit een oogpunt van een goede constructieve en/of bouwkundige aansluiting van het bijbehorende bouwwerk bij de hoogte van de verdiepingsvloer van het hoofdgebouw; 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Aan-huis-verbonden-beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Het gebruik van een gedeelte van de woning voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten tot een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 30 m2 en/of voor een aan-huis-verbonden beroep met een vloeroppervlakte van meer dan 50 m2 met een maximum van 75 m2, is toegestaan mits: a. de totale oppervlakte voor kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en een aan-huis-verbonden beroep gezamenlijk niet meer dan 75 m2 bedraagt; b. de verkeersaantrekkende werking niet zodanig is, dat ten gevolge daarvan extra ver-keersmaatregelen, waaronder extra parkeervoorzieningen op de openbare weg, nood-zakelijk worden; c. het niet betreft detailhandel met uitzondering van detailhandel in ter plaatse vervaardig-de en/of bewerkte producten; d. het niet betreft vervaardiging van voedsel; e. deze activiteiten door ten hoogste twee personen worden uitgeoefend, waarvan min-stens één persoon woonachtig is in het betreffende pand; voor kapsalons geldt dat deze activiteit door maximaal één persoon, die tevens in het pand woonachtig is, mag worden uitgeoefend; f. de bedrijfsactiviteiten vallen onder de in Bijlage 1 opgenomen 'Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen' behorende tot de categorie 1, alsmede bedrijfsactiviteiten die niet in deze lijst zijn opgenomen, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in categorie 1 van deze lijst; g.
het een dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling betreft die niet valt onder de sub f genoemde lijst, maar naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder sub f. 4.4.2
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige woonruimte; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - opslag' voor bedrijfsmatige doeleinden;
18
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' (terrein van archeologische waarde) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Bouwverbod
Op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 50 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 50 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Voorwaarden
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebou-wen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning tot afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeolo-gische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouw-werken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 50 m2 uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, zoals boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; Regels (vastgesteld)
19
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 5.4.2
Uitzonderingen
a. Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 5.3 sub b. 5.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in lid 5.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werk-zaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ont-staan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwer-ken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor arecheolo-gische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.
20
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' (hoge verwachting, historische kern) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Bouwverbod
Op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 100 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Voorwaarden
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebou-wen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenre-dige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeolo-gische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning tot afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeolo-gische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouw-werken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m2 uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, zoals boomteelt en
Regels (vastgesteld)
21
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 6.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale on-derhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 6.3 sub b.
6.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in lid 6.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werk-zaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ont-staan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken geen bouwwer-ken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor arecheolo-gische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.
22
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' (hoge archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Bouwverbod
Op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bou-wen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1
Voorwaarden
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebou-wen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenre-dige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeolo-gische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning tot afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeolo-gische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouw-werken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2 uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, zoals boomteelt en Regels (vastgesteld)
23
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 7.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 7.3 sub b. 7.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werk-zaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ont-staan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwer-ken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor arecheolo-gische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.
24
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 8 8.1
Waarde - Cultuurhistorie - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie-2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en het bevorderen van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van het aangewezen gebied en/of de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle en kenmerkende (landschaps)elementen. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 8.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. het bouwen van bouwwerken is mogelijk krachtens de onderliggende andere bestemming(en), met dien verstande dat: 1. advies is ingewonnen bij de gemeentelijk cultuurhistorisch adviseur en/of commissie ruimtelijke kwaliteit waaruit blijkt dat met het bouwen van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen; 2. als blijkt dat het bouwen van het bouwwerk leidt tot onevenredige verstoring van die cultuurhistorische waarden en kenmerken, aan de omgevingsvergunning de verplichting kan worden verbonden tot het treffen van maatregelen waardoor cultuurhistorische waardevolle en kenmerkende elementen kunnen worden behouden; 3. ter plaatse van de nadere aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zichtlijn' mogen geen bouwwerken worden opgericht. 8.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan met het oog op het belang van het behoud van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen, nadere eisen stellen aan het materiaalgebruik voor bouwwerken, alsmede aan de situering ervan. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Werk en werkzaamheden
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden) op of in de gronden met de bestemming ''Waarde - Cultuurhistorie - 2' de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van (half)verhardingen, het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het wijzigen van de perceelindeling zoals die door sloten, greppels, reliëfverschillen en beplantingselementen is aangegeven; c. het diepwoelen of diepploegen; d. het aanleggen, verharden of opheffen van wegen of paden; e. het graven, verbreden, verdiepen of dempen van waterlopen zoals rivieren, beken, stromen, kanalen, grachten, sloten en greppels; f. het verwijderen van houtgewas, perceelrandbegroeiing of opgaande beplanting; g. het aanbrengen van beplanting anders dan het herplanten van gerooide/gevelde houtopstanden. 8.4.2
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden : a. die het normale beheer en onderhoud betreffen;
Regels (vastgesteld)
25
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80) b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en niet strijdig waren met het hieraan voorafgaande bestemmingsplan; c. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden is verleend. 8.4.3
Toelaatbaarheid
De in lid 8.4.1 genoemde werken en werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen als bedoeld in lid 8.1 tot gevolg hebben. Ter beoordeling of daarvan sprake is: a. wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke cultuurhistorisch adviseur en/of op grond van een cultuurhistorisch onderzoek is vastgesteld dat met het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheden, geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen. b. als blijkt dat het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid, leidt tot onevenredige verstoring van die cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen, aan de omgevingsvergunning de verplichting kan worden verbonden tot het treffen van maatregelen waardoor de cultuurhistorische waarden en kenmerkende elementen van het gebied kunnen worden behouden. 8.5
Specifieke gebruiksregels
Gronden ter plaatse van de aanduidingen 'onderdoorgang' en 'specifieke vorm van wonen – zichtlijn’ worden niet aangemerkt als ‘erf’ zoals bedoeld in artikel 1 bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht, zoals dat luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
26
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 9
9.1
Waterstaat - Waterbergingsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het tot standbrengen en in standhouden van een waterbergende functie. 9.2
Bouwregels
Op de tot 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' bestemde gronden mogen uitsluitend worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemmingsomschrijving omschreven in 9.1, alsmede het bouwen conform de bouwregels als opgenomen in de onderliggende bestemmingen.
9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1
Werk en werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaam-heden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzienin-gen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen. 9.3.2
Uitzonderingen
Het in lid 9.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. de aanleg van ecologische oevers betreft; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 9.3.3
Toelaatbaarheid
De in lid 9.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien er geen sprake is van een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwantiteit en de waterkwaliteit. 9.3.4
Advies
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden slechts nadat advies is ingewonnen bij de waterbeheerder met betrekking tot de vraag of door de ingreep het waterhuishoudkundig belang niet onevenredig wordt aangetast.
Regels (vastgesteld)
27
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
28
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 11
Samenloop
Indien een bodemingreep plaats vindt op één of meerdere bouwpercelen, welke in meerdere dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie (Waarde - Archeologie 3, 4 of 5) is of zijn gelegen, geldt de dubbelbestemming met het hoogste beschermingsniveau als beoordelingskader voor het geheel, tenzij de gronden met het hoogste beschermingsniveau voor minder dan 10% deel uitmaken van de gronden waar het gehele project betrekking op heeft.
Regels (vastgesteld)
29
bestemmingsplan IX Blixembosch (Aanschot 76 en 80)
Artikel 12
12.1
Algemene afwijkingsregels
Binnenplans afwijken
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en be-bouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages; b. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toe-staan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt ver-groot tot 10 m, met dien verstande dat de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen 2 m is; c. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toe-staan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten be-hoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 m is. d. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de aanduiding 'bouwvlak' wordt over-schreden met maximaal 40 cm ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen; e. de regels ten aanzien van de realisatie van gebouwen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en toestaan dat de maximum oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 100 m2.