bijlage 3a - Omgevingsvisie Eindhoven met wijzigingen in geel
Tekst van het document
Bij omgevingsveiligheid kijken we naar risico’s rond gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. In Eindhoven letten we hierbij extra op de gebieden rondom het spoor. Samen met de provincie en de andere Brabantse steden die aan het spoor liggen, dringen we bij het rijk aan op een integrale visie voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Samen met de veiligheidsregio werken we aan het verbeteren van de zelfredzaamheid van inwoners bij calamiteiten, zoals brand of incidenten op het spoor.
Binnen het SGE hebben we in het Afsprakenkader Wonen SGE 2022 afgesproken dat we voor de woonopgave werken alsof we samen één gemeente zijn. We zien het stedelijk gebied als één woningmarkt waarin we een woningaanbod bieden dat elkaar aanvult. We stemmen initiatieven op elkaar af en toetsen deze in een onafhankelijk regionaal coördinatieteam. Plannen worden hier getoetst aan de zeven Brainport Principes: identiteit, innovatie, invloed van bewoners, vraaggerichte ontwikkeling, gevarieerde woonmilieus, benutting van de regiokracht en gezonde verstedelijking.
Verkeersveiligheid verbeteren we door onveilige verkeerssituaties aan te passen. We verlagen daar waar het kan de maximumsnelheid van 50 km/u naar 30 km/u. Meer details hierover staan in paragraaf 5.7 Eindhoven werkt aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. 5.5.4. Aantrekkelijke en fijne openbare ruimte De gemeente zorgt ervoor dat de openbare ruimte er mooi uitziet en dat het fijn is om er te zijn. Dit betekent dat deze schoon, heel, veilig, aantrekkelijk, gezond, toegankelijk en klimaatbestendig is. Of je nu in een bestaande wijk woont of in een nieuwe, we vinden het belangrijk dat de plekken waar mensen samenkomen prettig zijn. We zorgen ook voor genoeg groene plekken in de wijken. In hoofdstuk 6 gaan we dieper in op hoe we de openbare ruimte beheren en onderhouden.
59
De SGE-regio stimuleert herstructurering, transformatie en inbreiding. Nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aan de randen van steden en dorpen (uitbreidingslocaties) zijn niet nodig en niet wenselijk. Dit geldt ook voor kleinere uitbreidingslocaties, tenzij de ontwikkeling een (maatschappelijke) regionale meerwaarde biedt en ze voldoet aan de volgende voorwaarden: • de ontwikkeling past bij de aard en schaal van de locatie; • zij zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied en • zij leidt tot een hoogwaardige landschappelijke aansluiting.
5.6 E indhoven biedt ruimte aan een sterke, concurrerende en duurzame Brainporteconomie
De gemeente Eindhoven werkt via het programma “Eindhoven bouwt door” aan het behoud en versnellen van woningbouwprojecten om de bouwproductie op gang te houden, het woningtekort te verminderen en de bouwdoelstelling van 40.000 woningen in 2040 te halen.
In de technologieregio Brainport Eindhoven werken we als denkers en doeners slim samen. De lijnen tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs zijn kort. Met het unieke Techniek, Design en Kennis (TDK) profiel is Brainport de kennismotor van de Nederlandse economie. De regio is van internationaal belang voor Europa en trekt veel nieuwe bedrijven en inwoners. Tot 2040 komen er binnen de Brainportregio ruim 70.000 nieuwe banen bij, waarvan ongeveer de helft in Eindhoven. Om dit te mogelijk te maken zorgen we voor bereikbare, aantrekkelijke en duurzame campussen, bedrijventerreinen, kantorenlocaties en atelierruimtes. We zetten in op het aantrekken en behouden van talenten en het versterken van het woon-, leef- en vestigingsklimaat. Het centrum van Eindhoven wordt doorontwikkeld tot een levendige internationale hotspot met ruimte voor evenementen en creatief ondernemerschap.
60
5.6.1. Unieke Brainporteconomie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat Het gaat heel goed met de Brainportregio en Eindhoven. De economie is de afgelopen jaren bovengemiddeld hard gegroeid, vooral in de High Tech Systems & Materials sector (HTSM-sector). We verwachten dat deze groei de komende jaren nog doorgaat. De kennisintensieve maakindustrie en sterke positie in sleuteltechnologieën (innovatieve technologieën, die breed toepasbaar zijn en belangrijk zijn voor de wetenschap, maatschappij en economie) zijn van grote waarde voor onze internationale economische positie.
De Brainporteconomie biedt kansen voor iedereen en draagt bij aan brede welvaart8. Er zijn banen op verschillende niveaus in de hele regio, zowel voor mensen die hier al wonen als voor nieuwkomers. Met de groei van het aantal inwoners neemt ook het aantal banen toe in sectoren zoals onderwijs, horeca, cultuur, winkels en vrijetijdsbesteding. Dit is goed voor de stad en de regio. 5.6.2. Bereikbare en duurzame werklocaties We willen bedrijven aantrekken die goed passen bij ons innovatieve profiel, met speciale aandacht voor sociale en duurzame bedrijven. We hebben verschillende goed bereikbare en duurzame werkplekken, zoals de campussen (de High Tech Campus, Brainport Industries Campus, TU/e-campus, Strijp-S en Strijp-T), bedrijventerreinen, kantoor locaties, centrumgebieden, ateliers en creatieve broedplaatsen. In hoofdstuk 6 van het document staat meer over deze werkplekken.
Sinds 2016 heeft Brainport Eindhoven de status van mainport gekregen. Dit betekent dat de regio erkend wordt als een van de drie belangrijkste economische kerngebieden en kennismotoren van de Nederlandse economie. Sinds eind 2021 wordt er samengewerkt aan verdere ontwikkeling van deze status. Dit gebeurt in overleg tussen de overheid, de regio en het bedrijfsleven, aan de hand van de Strategische Agenda Brainport (2021).
We hebben een belangrijke taak om onze werkplekken milieuvriendelijker te maken. Dit betreft onder andere de energietransitie, klimaatadaptatie, slimme mobiliteit, hergebruik van producten, materialen en grondstoffen (circulariteit) en het vergroenen van de omgeving. Zo verminderen we de gevolgen voor het klimaat en dragen we bij aan onze doelen voor een circulaire economie. We ondersteunen de nationale doelstelling om in 2050 een circulaire economie te hebben en streven naar 50% minder gebruik van nieuwe grondstoffen in 2030. We werken aan plannen om bedrijventerreinen duurzamer te maken. De High Tech Campus Eindhoven heeft zelfs de ambitie om de meest duurzame campus van Europa te worden.
Het internationale succes van Brainport en Eindhoven is ontstaan door de combinatie van nabijheid en een nauwe samenwerking tussen internationale topbedrijven en topkennisinstellingen zoals Fontys, TU/e en de Design Academie. Door samenwerking met andere (technologische) regio’s in Nederland en daarbuiten leiden investeringen in technologie uit Brainport tot nieuwe startups en groei in de maakindustrie tot ver buiten de regio. De Brainportregio wordt beschouwd als een belangrijk onderdeel van de technologische ruggengraat van Europa. We zien het als onze taak om deze internationale positie te behouden en versterken.
5.6.3. Versterken campussen, Eindhoven Noordwest en ruimte voor nieuwe werklocaties De werkplekken in onze stad zijn waardevol voor zowel de economie als de samenleving. Door de groeiende economie hebben we behoefte aan verschillende hoogwaardige werklocaties die goed aansluiten bij de behoefte van het bedrijfsleven. We creëren
Om onze economische sleutelpositie te behouden, is een goed vestigingsklimaat van groot belang. We versterken en intensiveren onze unieke campusgebieden en voegen nieuwe kantoor- en werklocaties toe. We investeren in een goed woon-, leef- en vestigingsklimaat door het toevoegen van voldoende betaalbare woningen, een goede bereikbaarheid, leefbaarheid en ruimte op het elektriciteitsnet. De technologische bedrijvigheid in de regio groeit zo snel en is zo specifiek dat we nationaal en internationaal talent moeten aantrekken en behouden. Dit gaat om slimme denkers en bekwame vakmensen.
8 Brede welvaart is alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontwikkeling en (on)veiligheid. (bron planbureau voor de leefomgeving)
61
62
ieuwe hoogwaardige werklocaties door het toevoegen van nieuwe hoogstedelijke n centrumgebieden zoals Internationale KnoopXL. Op de campussen is nog ruimte voor nieuwe bedrijven. Deze worden versterkt en geïntensiveerd. Op bedrijventerreinen wordt ruimte gemaakt voor nieuwe bedrijven door te intensiveren. We onderzoeken mogelijkheden voor een goede functiemenging voor het versterken van alle campussen en werkgebieden. Daarnaast zoeken we, samen met de regio, naar nieuwe vestigingsmogelijkheden voor de bedrijven die belangrijk zijn voor de verdere ontwikkeling van de Brainporteconomie. In Eindhoven zien we geen ruimte meer voor toevoeging van grootschalige logistiek, als de laatste kavels op het GDC zijn verkocht.
Brainport Industries Campus (BIC) ligt naast het Eindhoven Airport District. Het is een plek waar nu vooral de High Tech maakindustrie in een groene omgeving een plek vindt. Het gebied zal in de toekomst nog uitgebreid worden. We zorgen ook in de toekomst voor voldoende werklocaties. Dit doen we door intensivering op bestaande locaties en nieuw te ontwikkelen werklocaties. Deze ontwikkelingen worden verder toegelicht in hoofdstuk 3. Eindhoven is de belangrijkste kantorenstad in Zuid-Nederland. We blijven investeren in het verbeteren van de kwaliteit van de kantorenvoorraad. Dit doen we door het opwaarderen of het transformeren van verouderde kantoren, vaak naar woningen. Gebieden waar alleen kantoren staan zoals Poort van Metz en Flight Forum willen we een gemengde bedrijfsinvulling geven. Nieuwe kantoren worden ontwikkeld op locaties die goed bereikbaar zijn met het (H)OV, zoals Knoop XL en Strijp-S. Ook hier mengen we kantoren met functies als woningen en voorzieningen. Trade Forum is een strategische reservelocatie voor regionale of bovenregionale economische functies.
Bedrijventerrein De Hurk is een van de weinige plekken waar zwaardere bedrijvigheid is toegestaan. Het gebied is uniek voor Eindhoven en belangrijk voor de werkgelegenheid op alle niveaus. Op De Hurk zijn productie- en dienstverlenende bedrijven gevestigd die nodig zijn voor het functioneren van de stad, het stedelijk gebied en de Brainport regio. We sturen op vermindering van overlast van de bedrijvigheid op De Hurk. We gaan stappen zetten om de meest vervuilende en overlastgevende bedrijven op termijn uit te faseren. Dit doen we binnen mogelijkheden die er zijn en binnen de juridische kaders. Hierdoor zal in de toekomst meer ruimte ontstaan voor het toevoegen van andere, lichtere (bedrijfs)functies op De Hurk. Samen met de bedrijven en de bewoners van en rondom De Hurk wordt een perspectief richting 2030 opgesteld. Hierin wordt aandacht besteed aan ondernemersklimaat, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid en overlast. Dit gezamenlijke perspectief moet de aantrekkelijkheid en de balans tussen werken op het terrein en wonen in de omgeving verbeteren. Met de meest overlast gevende bedrijven gaan we in gesprek en maken we afspraken over hun rol en verantwoordelijkheid. Op De Hurk is ook gestart met een pilot voor het verduurzamen van het bedrijventerrein.
5.6.4. Eindhoven ontwikkelt het centrum door als internationale hotspot Eindhoven is het centrum van de regio. Het is een sterke en levendige winkelstad met internationale en innovatieve winkel- en horecaconcepten. Dit willen we verder versterken. Het centrum, inclusief het stationsgebied, wordt doorontwikkeld tot een bruisende internationale plek met ruimte voor evenementen en creatieve ondernemers. We kiezen voor een levendig gemengd centrum met verschillende activiteiten. Naast de winkels en horeca is er ruimte voor grote internationale evenementen zoals GLOW en DDW en voor nieuwe en kleinere evenementen voor diverse doelgroepen. Onze kernwaarden technologie, design en kennis (TDK) zijn zichtbaar in de openbare ruimte en iconische gebouwen.
In Eindhoven Noordwest bevinden zich het Eindhoven Airport District en de Brainport Industries Campus (BIC). Eindhoven Airport District wordt ontwikkeld tot een samenhangend en toekomstbestendig district, met een duidelijke meerwaarde voor de directe omgeving, de stad en de regio als geheel. Deze ontwikkelingen worden verder toegelicht in hoofdstuk 6.2.6.
63
5.7.1. Mobiliteit verbindt ons binnen Eindhoven, regionaal en internationaal We willen mensen en plekken op een duurzame en ruimte-efficiënte manier met elkaar verbinden. Een goed bereikbare stad is één van de voorwaarden voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. We zorgen voor een uitstekende bereikbaarheid binnen de stad, naar economische hotspots in de Brainportregio, en zeer goede (inter)nationale verbindingen met andere economische kerngebieden over de weg, het spoor, het water en door de lucht.
5.7 Eindhoven werkt aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid: vlot, veilig en schoon
Een beter verbonden Eindhoven begint met het versterken van de nabijheid. Dit zorgt er niet alleen voor dat alles dichtbij is, het is ook een belangrijke voorwaarde voor gezonde stedelijke verdichting en de mobiliteitstransitie. Wonen, werken, voorzieningen en recreatie komen dichter bij elkaar. Hierdoor wordt lopen en fietsen aantrekkelijker, wordt de auto minder noodzakelijk en neemt het gebruik ervan af. We streven naar een ‘15 minuten stad’, waar inwoners gemakkelijk de basisvoorzieningen kunnen bereiken. We maken slimme keuzes voor verdichting, vooral rond (H)OV-lijnen en knooppunten. In het centrum en binnen de Ring geven we voorrang aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. Vooral hier moet compacte stedelijke verdichting samengaan met veranderingen in de manier waarop we ons in de stad verplaatsen. We geven ruimte aan voetgangers en fietsers door de wandel- en fietsnetwerken te versterken, zowel binnen de stad als in de regio. Waar mogelijk versterken we deze netwerken met groene en ecologische elementen.
Eindhoven is in beweging en groeit. Mobiliteit zorgt ervoor dat we elkaar kunnen ontmoeten, dat mensen de stad kunnen bezoeken en dat we onze dagelijkse voorzieningen kunnen bereiken. Dit doen we op een veilige, gezonde, schone en ontspannen manier. De wijze waarop we ons nu en in de toekomst verplaatsen in de groeiende stad bepaalt sterk hoe goed de stad bereikbaar blijft. Hierbij hoort niet alleen een veilig, slim, robuust, duurzaam en toekomstvast, maar ook een ruimte-efficiënt mobiliteitssysteem. De stedelijke verdichting helpt ons bij het maken van de mobiliteitstransitie. Stadsbreed werken we aan een stad, waar inwoners de basisvoorzieningen te voet of per fiets snel, gemakkelijk en veilig kunnen bereiken.
Versterken HOV-verbindingen We breiden het bestaande hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk (HOV-netwerk) uit met nieuwe routes naar het noordwesten (HOV3), zuidwesten (HOV4), het z uidoosten (HOV5) en een nieuwe westelijke verbinding met de Brainportlijn. Hierdoor worden belangrijke plekken in de stad beter met elkaar verbonden. Door te investeren in de Multimodale OV-Knoop maken we Eindhoven Centraal een prettige overstaplocatie voor verschillende vormen van openbaar vervoer en deelvervoer. Dit is noodzakelijk om de verwachte toename van reizigers op te vangen en past bij de ontwikkeling van het s tation naar een nieuw, hoogstedelijk woon- en werkmilieu in het hart van de Brainportregio.
Met het oog op duurzaamheid en gezondheid geven we vooral ruimte aan de voetganger, fiets, het openbaar vervoer en slimme mobiliteit. In het centrum en binnen de Ring geven we voorrang aan lopen, fietsen en openbaar (deel) vervoer. De automobiliteit blijft belangrijk, maar wordt vooral gebundeld naar de Ring, de radialen en de Randweg. 64
65
Versterken treinverbindingen Het Rijk verbetert de treinverbindingen rondom Eindhoven met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). Op de routes Eindhoven - Amsterdam (vanaf 2022) en Eindhoven - Breda (vanaf 2024) gaan meer treinen rijden. De treinverbinding in zuidoostelijke richting valt onder de ‘adaptieve ontwikkelstrategie toekomst vast spoor Zuidoost Nederland’. Uit dit plan blijkt dat er aanpassingen nodig zijn op het traject Eindhoven - Helmond - Venlo vanwege de treinverbinding met Duitsland en het belang van Düsseldorf voor internationale treinreizen. Goederenvervoer en luchthaven We moedigen het vervoer van goederen via waterwegen (Wilhelminakanaal-Beatrix kanaal) aan en bevorderen de overslag van goederen naar het spoor. Voor de luchthaven werken we samen aan de doelen uit het proefcasus rapport “Opnieuw Verbonden” (zie paragraaf 6.2.6). Dit doen we in overleg met alle betrokken partijen en met aandacht voor alle belangen. 5.7.2. Eindhoven werkt aan een mobiliteitstransitie Vanwege de groei van de stad, de toenemende verkeersdrukte en de daarbij behorende druk op de openbare ruimte, het klimaat en de luchtkwaliteit moeten we overstappen naar duurzame en schone mobiliteit. Binnen de stad zorgen we voor verschillende vormen van vervoer, waardoor inwoners de keuze hebben om gebruik te maken van verschillende alternatieve vervoermiddelen in plaats van de auto.
Er wordt gewerkt aan een netwerk van overstappunten (hubs) op regionaal, stadsrand-, en stadsniveau. Bijvoorbeeld P+R-voorzieningen aan de rand van de stad, waar je kunt overstappen op OV en deelvervoer naar het centrum. Ook ontwikkelen we Randweghubs aan de rand van de stedelijke regio waar automobilisten over kunnen stappen op snel busvervoer naar de verschillende campussen. We luisteren naar de reizigers en houden rekening met hun behoeften. We zorgen dat de verschillende vervoersvormen goed zichtbaar zijn en zowel fysiek als digitaal goed toegankelijk. De toenemende koppeling van data en de ontwikkeling van gemakkelijke mobiliteitsdiensten voor plannen, boeken en betalen van vervoer dragen daar aan bij.
66
5.7.3. Eindhoven zet in op gezonde en schone mobiliteit We richten ons op duurzaamheid en gezondheid door de nadruk te leggen op lopen, fietsen, openbaar vervoer en slimme mobiliteit. We werken aan het uitvoeren van het stappenplan voor een emissievrije zone binnen de Ring en bouwen een stadswijd netwerk van laadpunten voor elektrische voertuigen. We zoeken naar slimme en schone oplossingen voor de bevoorrading van winkels. In de wijken werken we samen met bewoners om de balans te vinden tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, zoals de ontwikkeling van wijkhubs met aantrekkelijk deelvervoer.
ruimte wordt zo ingericht dat lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit worden aangemoedigd. Hoewel auto’s in de toekomst schoner en stiller zullen zijn, nemen zij nog steeds evenveel ruimte in beslag. Vanwege de groei van de stad is elke meter belangrijk. We gebruiken de ruimte efficiënt en beschouwen grote ruimtegebruikers zoals auto’s, binnen de verblijfsgebieden als gasten en niet als hoofdgebruikers. Door het stimuleren van andere vormen van vervoer dan autogebruik, komt rij- en parkeeruimte vrij voor bijvoorbeeld groen, ontmoeten, wandelen en fietsen. In het centrum benutten we bestaande parkeerplekken optimaal en zorgen we voor extra fietsparkeervoorzieningen.
5.7.4. Mobiliteit is veilig We willen veilige wegen, veilige voertuigen en veilig gedrag van mensen in Eindhoven. We werken aan het veiliger maken van de infrastructuur door herinrichtingen. Omdat dit proces langzaam gaat, focussen we nu meer op het gericht verminderen van de rij snelheid en het verbeteren van het verkeersgedrag. We verlagen de maximumsnelheid binnen de bebouwde van 50 km/u naar 30 km/u, behalve als dit echt niet mogelijk of verantwoord is. Op wegen waar een hogere snelheid nodig is voor de doorstroming of bereikbaarheid van hulpdiensten, blijft de hogere snelheid behouden. Naast snelheidsverlaging werken we aan gedragsbeïnvloeding, omdat 90% van onveilige verkeers situaties komt door het gedrag van weggebruikers.
Autoverkeer wordt geconcentreerd op hoofdwegen en doorgaand verkeer wordt geleid naar de Randweg (A2 / N2). Binnen de stad leiden we doorgaand verkeer naar de Ring en belangrijke uitvalswegen (de hoofdradialen). We bieden goede alternatieven om het centrum en andere belangrijke plekken te bereiken. 5.7.6. Samen werken aan de opgave De bereikbaarheid stopt niet bij de gemeentegrenzen. Het is een opgave op regionaal, provinciaal en nationaal niveau. We werken samen met de Metropoolregio Eindhoven, BrabantStad, de provincie en het rijk om dit aan te pakken. We werken ook steeds vaker samen met het bedrijfsleven en werkgevers aan bereikbaarheidsmaatregelen en mobiliteitspakketten. Voorbeelden zijn het bereikbaarheidspakket voor ASML/De Run en het uitvoeringsprogramma Brainport Bereikbaar, dat zich richt op mobiliteitstransitie via een werkgeversaanpak, gedragsveranderingscampagnes en een specifieke aanpak voor het centrum (mobiliteitsdeal).
Het hoofdwegennetwerk moet naast goede doorstroming ook veilige oversteekmogelijkheden bieden, vooral voor langzaam verkeer. Voor de veiligheid en leefbaarheid is doorgaand verkeer in verblijfsgebieden niet gewenst. In het centrum willen we doorgaand verkeer voorkomen, door de invoering van het sectorenmodel binnen de Ring. We zorgen ervoor dat de stad bereikbaar blijft voor hulpdiensten en logistiek. We hebben hierbij vooral aandacht voor de bereikbaarheid van het gewenste autoluwe centrum en op campussen en bedrijventerreinen.
Samen met partners werken we aan nieuwe en toekomstbestendige mobiliteitsconcepten en zetten we in op een verschuiving van voertuigbezit naar het gebruik op basis van behoeften. Slimme mobiliteit kan bijdragen aan sociale cohesie door gedeelde, schone voorzieningen zoals straatauto’s, autodate, stedelijke distributie en deelfietsen. We werken hierbij samen met partners zoals de TU/e, Automotive Campus en TNO.
5.7.5 Mobiliteit maakt ruimte voor de groei De veranderende manier waarop we ons verplaatsen is ook zichtbaar in de openbare ruimte. We werken aan een stad die zowel bereikbaar als aangenaam is. We verminderen onnodige parkeerplekken en maken rijbanen niet breder dan nodig. De openbare
67
5.8.1. Groei van inwoneraantal vraagt om groei van voorzieningen De groei van de stad legt druk op de bestaande voorzieningen. DDe vraag naar voorzieningen wordt groter dan er nu beschikbaar is. Daarom moeten we het aanbod van voorzieningen beter benutten en uitbreiden. Alleen zo hebben onze inwoners ook in de toekomst toegang tot voldoende en goede voorzieningen.
5.8 Eindhoven werkt aan een levendige stad met goede basis- en topvoorzieningen
Om de stad goed in te kunnen richten, zijn de voorzieningen ingedeeld in drie hoofdgroepen: Basisvoorzieningen Dit zijn dagelijkse voorzieningen die dichtbij huis liggen. Zoals huisartsen, tandartsen, basisscholen, sport- en speelplekken, winkels voor dagelijkse levensbehoeften en horeca. Deze voorzieningen moeten in de hele stad, in elke wijk aanwezig zijn. Stedelijke en regionale voorzieningen Dit zijn voorzieningen waar mensen uit de hele stad en meerdere regiogemeenten gebruik van maken. Denk hierbij aan grote sportparken en landschapsparken, zwembaden, de bibliotheek, uitgaansgebieden, groter winkelaanbod met niet-dagelijkse winkels, ziekenhuizen en middelbare scholen. Bovenregionale en landelijke voorzieningen (topvoorzieningen) Dit zijn voorzieningen met een groot bereik. Zoals musea, grote poppodia, topsportcentra, (technische) universiteit, hogescholen, en ziekenhuizen.
Eindhoven ontwikkelt zich en de bevolking groeit tot 2040 naar ruim 300.000 inwoners. De groei van de stad vraagt om meer dan het stapelen van stenen en het toevoegen van wegen. De ontwikkeling richt zich op alles wat inwoners dagelijks nodig hebben voor een leefbare en aantrekkelijke stad; zoals het park, de winkel om de hoek, het station, de fietsenmaker, de huisarts, crèche, de bibliotheek, de bioscoop en de school.
In de stadsdelen zijn op dit moment meestal genoeg basisvoorzieningen aanwezig. Door de groei van het inwoneraantal is de maximale capaciteit van de voorzieningen op sommige plekken bereikt en is er geen mogelijkheid om uit te breiden. In het centrum zijn de basisvoorzieningen zoals huisartsen en basisscholen beperkt aanwezig. De stedelijke voorzieningen zijn hier wel goed vertegenwoordigd.
We zetten in op een voorzieningenaanbod dat meegroeit en mee verandert met de stad, waarvan bestaande en nieuwe inwoners profiteren. In de hele stad hebben alle inwoners binnen 15 minuten lopen of fietsen toegang tot alle basisvoorzieningen. Nieuwe stedelijke en regionale voorzieningen worden bij voorkeur geconcentreerd in de centra en langs HOV-lijnen.
Vanwege de groei van de stad worden verspreid over de hele stad basisvoorzieningen toegevoegd. We creëren nabijheid door wonen, werken en voorzieningen op korte afstand van elkaar te plaatsen. De buurt- en wijkcentra zijn logische plekken voor extra basisvoorzieningen. Dit draagt bij aan meer sociale cohesie en inclusieve wijken.
68
Naast basisvoorzieningen streven we naar een goede spreiding van stedelijke en regio nale voorzieningen in de stad, bij voorkeur vooral rondom de centrumgebieden, langs HOV-assen en HOV-knooppunten.
Om dit te realiseren, is het nodig dat: dagelijkse voorzieningen binnen 15 minuten fietsen of lopen bereikbaar zijn; er een goede stedelijke dichtheid is zodat de toegang tot diensten en de infrastructuur in stand gehouden wordt; buurten gemengd zijn met een goede mix van woningen, winkels, basis voorzieningen en recreatieve voorzieningen; er voldoende toegang is tot digitale diensten.
5.8.2. Onderweg naar een 15 minuten stad We werken aan een 15 minutenstad in Eindhoven. Dit betekent dat binnen 15 minuten lopen of fietsen alle basisvoorzieningen bereikbaar zijn met als doel de leefkwaliteit te verhogen. Hiervoor zijn nabijheid, de dichtheid van voorzieningen en een uitgebreid aanbod belangrijk.
In een groot deel van Eindhoven zijn de dagelijkse voorzieningen binnen 15 minuten lopen en fietsen bereikbaar. Dit betekent niet dat we overal al een 15 minuten stad zijn. Hiervoor is ook de toegankelijkheid (bijvoorbeeld: neemt de huisarts nog nieuwe patiënten aan?), de optimale functiemix en optimale stedelijke dichtheid van belang. Daarom is het, zeker met de groei van de stad, belangrijk om in de hele stad voorzieningen toe te voegen. 5.8.3. Regionale centrumfunctie voor voorzieningen Eindhoven heeft, als het hart van de Brainportregio, een belangrijke centrumfunctie. Dit stelt eisen aan de voorzieningen in de stad. We hebben regionale topvoorzieningen op het gebied van cultuur, sport en onderwijs, zoals het Muziekgebouw, het Van Abbemuseum en zwemcentrum de Tongelreep. Het is essentieel om deze te behouden en te versterken. 5.8.4. Uitwerken van de opgave Het thema voorzieningen staat hoog op de agenda in de MRE-regio Eindhoven. Eindhoven maakt een nieuw programma stedelijke en maatschappelijke voorzieningen. Hiermee maken we ruimtelijk-programmatische keuzes voor onze (gebieds)ontwikkelingen. Het programma biedt inzicht in vraag en aanbod, locatie, spreiding en kwaliteit van voorzieningen. Daarnaast gaat het in op rollen en verantwoordelijkheden van de overheid en andere partners. We stellen referentienormen op voor bijvoorbeeld scholen, huisartsen en sportfaciliteiten.
Bij de uitwerking zoeken we de samenwerking met partners in de stad en de regio. Deze opgave hangt nauw samen met verdichting, leefbaarheid en economie.
69
6
Gebieden 6.1. Gebieden Eindhoven heeft diverse gebieden met verschillende functies. In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste functies, kenmerken en toekomstige ontwikkelingen van elk gebied. De gebieden zijn nauw verbonden met de stedelijke opgaven en verstedelijkingsprincipes, maar niet elke stedelijke opgave of verstedelijkingsprincipe is in elk gebied even belangrijk. We beschrijven de volgende gebiedstypen: 1. Centrumgebieden 2. Woongebieden 3. Campussen 4. Werklocaties 5. Groengebieden 6. Eindhoven Airport De gebieden in Eindhoven hebben meestal een duidelijke hoofdfunctie, zoals wonen of werken. Er zijn ook gebieden waar niet één duidelijke hoofdfunctie te benoemen is, zoals de centrumgebieden met een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. De hoofdfunctie van een gebied bepaalt welke hoofdkeuzes er in het gebied gemaakt worden. De verdere uitwerking gebeurt in omgevingsprogramma’s zoals het Ontwikkel Perspectief Eindhoven (OPE) en gebiedskaders. Dit zorgt ervoor dat elk gebied eigen accenten krijgt op het gebied van openbare ruimte, nieuwe ontwikkelingen en voorzieningen.
70
71
Voor de openbare ruimte in diverse gebieden is het doel de basis op orde te houden. Dit betekent dat de openbare ruimte schoon, heel en veilig is. Inrichtings- en beheer niveaus beschrijven welke kwaliteit we in het gebied willen bereiken.
op twee stadsdeelcentra, Stads-hart Woensel (WoensXL) en Kastelenplein. WoensXL is nu al een stadsdeelcentrum dat verder versterkt zal worden; Kastelenplein zal in zijn centrumfunctie flink groeien en kan zo ook een stadsdeelcentrum worden.
In het beheer kennen we twee niveaus: het basisniveau en het niveau exclusief. We gebruiken minimaal het basisniveau, dat voldoet aan de wettelijke eisen op het gebied van een schone en veilige openbare ruimte. Het beheerniveau exclusief gebruiken we in gebieden waar het inrichtingsniveau exclusief van toepassing is. Dat is bijvoorbeeld het geval in het centrum (kernwinkelgebied), het Winkelcentrum Woensel en de Dommelzone. Als er goede redenen zijn kan de gemeente afwijken van het basisniveau in een gebied, bijvoorbeeld voor het verbeteren van de biodiversiteit of vanwege de betaalbaarheid. Dit kan alleen als de kwaliteit van de openbare ruimte nog voldoende is. Als dit gebeurt neemt de gemeente hier een apart besluit over.
De centrumgebieden zijn gemengde gebieden met een mix van functies zoals wonen, werken, horeca, winkels, voorzieningen en recreatie. Ze hebben een hoge bebouwingsdichtheid, veel nieuwbouwontwikkelingen en een hoogwaardige uitstraling. Belangrijke voorzieningen, zoals het Muziekgebouw en de Effenaar, willen we behouden en versterken. Deze voorzieningen worden gebruikt door inwoners en bezoekers uit de regio, waardoor ze zowel een stedelijke als regionale functie hebben. De openbare ruimte is van hoge kwaliteit en weerspiegelt het unieke Eindhovense karakter: techniek, design en kennis. Door de verdichting van de stad is de openbare ruimte in de centrumgebieden beperkt, terwijl de vraag naar openbare ruimte groeit vanwege vergroening, de mobiliteitstransitie en energietransitie. Doordat de openbare ruimte in oppervlakte beperkt is, moet de kwaliteit hoog zijn. Dit vraagt om keuzes over gebruik, inrichting en onderhoud van de openbare ruimte.
Ook voor de inrichting van de openbare ruimte gebruiken we verschillende niveaus. Hierbij gaat het over welke materialen mogen worden toegepast bij het inrichten van de openbare ruimte. Afhankelijk van de plek in de stad kennen we vier inrichtings niveaus: standaard, plus, bijzonder en exclusief. We werken met een handboek waar deze niveaus beschreven zijn en waarin is opgenomen welke materialen gebruikt mogen worden.
Ontwikkelgebieden De centrumgebieden zijn de grote ontwikkelgebieden van Eindhoven, of het nu gaat om het stadscentrum of één van de wijkcentra. Hier is de groei van de stad het meest zichtbaar. Er ontstaat een aantrekkelijk, (hoog)stedelijk en levendig gebied met een goede mix van wonen, werken en ontmoeten. Het zijn populaire plekken die veel bezoekers trekken om te winkelen, recreëren en werken.
In de openbare ruimte staat de gebruiker centraal. De gemeente gebruikt inwonersparticipatie om de openbare ruimte te laten meegroeien met veranderende sociaal-culturele en economische behoeften en ambities van de stad en de samenleving.
In deze gebieden bouwen we veel nieuwe woningen in gebouwen van verschillende hoogtes. We voegen ook nieuwe basisvoorzieningen toe, zoals huisartsen en basisscholen. De gemeente speelt een belangrijke rol bij het begeleiden van de groei en het waarborgen van de kwaliteit van de ruimte in deze gebieden. Dit sluit aan bij de stedelijk opgave: Eindhoven bouwt aan een vitale stad met ruimte voor iedereen en meerdere centra.
6.2. Gebiedsuitwerking 6.2.1. Centrumgebieden Eindhoven heeft één hoofdcentrumgebied. Dit bestaat uit: het vergrote Centrum (Knoop XL, het Stationsgebied, de Binnenstad en het Emmasingelkwadrant), het Stadionkwartier en Strijp-S. In de toekomst zet Eindhoven naast een gezond hoofdcentrum sterk in
72
Voor de Binnenstad en Knoop XL zijn de groeivoorwaarden uitgewerkt in de verdichtingsvisie Binnenstad (2020) en ontwikkelvisie Fellenoord (2021). Het tactisch ontwikkelperspectief Centrum (OPC) legt randvoorwaarden vast voor Eindhoven binnen de Ring. Het OPC wordt vervangen door het Ontwikkelperspectief Eindhoven (OPE), dat de tactische randvoorwaarden voor de hele stad beschrijft. Voorkeursrechtgebieden In een aantal belangrijke gebieden heeft de gemeente een voorkeursrecht gevestigd. Dit geldt voor de Spoorzone/Fellenoord/Internationale Knoop XL, de Kanaalzone Zuid, het Stads-hart Woensel (WoensXL), Kastelenplein, de Woenselse Markt en BIC Noord. We verwachten dat deze gebieden zich over een lange periode sterk zullen ontwikkelen met een grote invloed op de samenleving. Het voorkeursrecht versterkt de positie van de gemeente bij de grondverwerving, dit is het proces dat de gemeente doorloopt om gronden in bezit te krijgen voor het realiseren van toekomstige ontwikkelingen in deze gebieden. Het voorkeursrecht voorkomt speculatie, waarbij gronden door partijen gekocht worden met als doel er winst op te maken waardoor er prijsopdrijving ontstaat. Het zorgt er daarnaast voor dat ongewenste verkopen kunnen worden voorkomen. Het betekent dat, wanneer iemand zijn grond in deze gebieden wil verkopen, het eerst aan de gemeente moet worden aangeboden.
Zo krijgt de gemeente de eerste kans om de gronden te kopen. In de toekomst kunnen we ook op andere plaatsen een voorkeursrecht vestigen om te zorgen dat belangrijke stedelijke opgaven uitgevoerd kunnen worden. Sommige centrumgebieden veranderen van een gebied met één duidelijke hoofdfunctie naar een gebied met een mix van verschillende functies. Winkelcentrum WoensXL heeft als stadsdeelcentrum voornamelijk winkels, maar groeit sterk met de komst van veel woningen, voorzieningen en groen; Stads-hart Woensel. Ook het Kastelenplein zal, vanwege de ligging in Groots Gestel, een gemengd gebied worden met woningen, winkels en voorzieningen.
Onderstaande gebieden worden in de omgevingsvisie opgenomen als ontwikkelgebied, waarmee het voorkeursrecht wordt voortgezet.
73
Knoop XL Het gebied rondom station Eindhoven Centraal verandert van een gebied waar gewerkt en gereisd wordt in een hoogstedelijk centrumgebied met ruimte voor wonen, werken, ontmoeten en verblijven en een hoogwaardige openbare ruimte. In de komende 20 jaar komen hier 9.000 woningen bij voor ongeveer 16.000 nieuwe inwoners. Het station Eindhoven centraal ontwikkelt zich naar een multimodaal knooppunt waar overgestapt kan worden op verschillende vormen van duurzaam (openbaar) vervoer.
Stads-hart Woensel (WoensXL) Winkelcentrum WoensXL verandert van een gebied met vooral winkels naar een levendig stadsdeelcentrum met een mix van winkels, woningen, voorzieningen, horeca en recreatie. In de openbare ruimte komt meer ruimte voor groen en water. Het gebied wordt vooral ingericht voor de voetganger en de fiets. Er worden ongeveer 3.000 woningen gebouwd. De ontwikkelvisie Woensel, vastgesteld in 2022, vormt de basis voor verdere ontwikkeling.
De ontwikkelvisie Fellenoord, vastgesteld in 2021, is de leidraad voor de ontwikkeling van dit gebied.
74
Kanaalzone Zuid Op het voormalige Campina-terrein (een deel van de Kanaalzone Zuid) wordt vanaf 2021 al gebouwd aan een gemengd gebied (de Caai) met wonen, werken, voorzieningen en horeca. De hele Kanaalzone Zuid ondergaat een vergelijkbare ontwikkeling. De bestaande functie bedrijven verandert in een gemengd gebied met ongeveer 2000 woningen, werkplekken en voorzieningen. De visieontwikkeling voor het gehele gebied gebeurt in overleg met belanghebbenden.
Visualisatie Campinaterrein-LEVS
75
Woenselse Markt In de Woondeal is Woensel Zuid benoemd als gebied voor integrale stedelijke vernieuwing. We werken in het (deel)gebied van de Woenselse Markt; Van Brakelstraat, Kloosterdreef, Trompstraat en Kortenaerstraat aan een toekomstbestendige, duurzame, leefbare, veilige en prettige plek om te wonen en werken. Dit doen we door het verbeteren van de woon- en bedrijfskwaliteit door middel van sloop-nieuwbouw, transformatie en renovatie. En door het bouwen van woningen en appartementen om de inwonersgroei op te vangen.
Kastelenplein Het Kastelenplein ligt aan de toekomstige HOV4 as en maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Groots Gestel. Het gebied ontwikkelt zich tot een hoogstedelijk gebied met een mix van wonen, werken, winkels, horeca en voorzieningen. Er worden ongeveer 800 woningen toegevoegd. De gebiedsvisie Groots Gestel, die op dit moment ontwikkeld wordt, vormt de basis voor de verdere ontwikkeling.
76
BIC Noord In Brainport regio Eindhoven werken we aan het versterken van het internationaal vestigingsklimaat waarmee bijgedragen wordt aan de internationale concurrentie positie van Nederland. Een noodzakelijke stap daarin is de ontwikkeling van Eindhoven Noordwest met daarin de Brainport Industries Campus (BIC). Het gebied is ongeveer 200 hectare groot en ligt tussen het Beatrixkanaal, de A2/N2 en de Anthony Fokkerweg.
GDC-Noord In de logistieke sector is veel vraag naar grootschalige bedrijfsgebouwen. Het afgebeelde deel van GDC-Noord is als bedrijventerrein aangewezen voor grootschalige logistiek. Dit is conform de regionale afspraken in de SGE regio voor bedrijventerreinen. In de metropoolregio Eindhoven (MRE) hebben we verdere afspraken gemaakt over logistiek. We hebben afgesproken om bij nieuwe te vestigen logistieke bedrijven alleen nog in te zetten op Brainport gerelateerde logistiek voor grootschalige logistieke locaties. Op GDC-Noord is nog één nieuw kavel beschikbaar voor deze functie. In paragraaf 3.2.5 wordt dieper ingegaan op het gemeentelijke beleid rondom grootschalige logistiek, grootschalige warehousing (opslag van goederen voor verkoop of distributie) en datacenters.
BIC is een duurzame internationale campusontwikkeling voor kennisintensieve bedrijven in de toeleverindustrie en maakindustrie in een groene parkachtige omgeving. In het gebied streven we naar een verhouding met 60% landschap en 40% uit te geven grond.
Voor dit deel van het bedrijventerrein GDC-Noord is een bestemmingsplan opgesteld, waarin de voorwaarde voor Brainport gerelateerde logistiek is vastgelegd. Het voorkeursrecht is gevestigd via het bestemmingsplan ‘III Bedrijventerrein GDC-Noord (De Schakel)’ dat is vastgesteld op 24-01-2023. Dit voorkeursrecht hoeft daarom niet bestendigd te worden door vaststelling van deze omgevingsvisie maar wordt voor de volledigheid wel benoemd.
77
6.2.2.Woongebieden In Eindhoven zijn de woongebieden niet alleen plekken om te wonen, maar ook om te sporten, leren, werken en ontspannen. Er zijn basisvoorzieningen zoals huisartsen, scholen, sportfaciliteiten, groene gebieden, werkplekken, winkels, recreatie en cultuur. We zorgen ervoor dat er voldoende voorzieningen in de woongebieden zijn en deze, indien nodig, worden uitgebreid. Zo houden we ook in de toekomst onze woongebieden aantrekkelijk en leefbaar. De sportvoorzieningen zijn goed verspreid over verschillende woongebieden. Bestaande sportplekken willen we behouden en efficiënter gebruiken. Bijvoorbeeld door het vervangen van natuurgras door hybride kunstgrasvelden. Naast kleinere sportvoorzieningen heeft Eindhoven twee grote stedelijke sportparken, Genneper Parken en Sportpark Eindhoven Noord. Op deze sportparken liggen veel verschillende binnen- en buitensportvoorzieningen, zoals zwembaden de Tongelreep en het Ir. Ottenbad en het IJssportcentrum Eindhoven. Ook zijn er verschillende onderwijsinstellingen aanwezig zoals de sporthogeschool en het Summa college. Hierdoor hebben de grote sportparken zowel een functie voor het stadsdeel als voor de stad. Om de groei van de stad en sportontwikkelingen te begeleiden, werkt Eindhoven aan een Integraal Huisvestingsplan (IHP) Sport.
Dit plan geeft inzicht in de verhouding tussen benodigde en beschikbare ruimte voor sport in de stad. Het IHP Sport wordt gebruikt als basis voor strategische stedelijke ontwikkelingsplannen en praktische investeringen in sportfaciliteiten. Stadsdeel
De stadsdelen van Eindhoven Eindhoven heeft zes stadsdelen. Ze zijn ontstaan uit de oude kernen van Groot-Eindhoven: Tongelre, Stratum, Gestel, Strijp (inclusief Meerhoven), Woensel en het historische Eindhoven (het huidige stadscentrum). De stadsdelen liggen als bloembladen rond het centrum, waarbij de oude dorpskernen nog deels herkenbaar zijn. Deze dorpskernen zijn vaak verzamelplaatsen van winkels en voorzieningen, zoals het Trudoplein in Strijp. Zo heeft elk stadsdeel zijn eigen karakter en charme, waardoor de diversiteit van de stad goed tot uiting komt.
Woensel Strijp (inclusief Meerhoven) Stratum Gestel Tongelre Centrum Totaal Eindhoven Overzicht inwoners per stadsdeel (15 juni 2023) 78
Inwoners
106.960 39.231 35.665 28.595 23.109 10.160 243.720
Centrum Het stadscentrum is het bruisende hart van de stad met veel voorzieningen voor cultuur, winkelen, werken, horeca en ontspanning. Het gebied heeft een stedelijke en regionale functie. In het huidige stadscentrum staan relatief weinig woningen.
groen. De gebiedsontwikkeling Groots Gestel vormt een belangrijke verbinding tussen de binnenstad, de Randweg A2/N2 en Veldhoven zuid. Strijp Strijp is in oppervlakte het grootste stadsdeel. Het verbindt oud en nieuw door de transformatie van oude Philipsfabrieken op Strijp-S en Strijp-R naar woonlofts, werkplekken en ruimte voor horeca en detailhandel. Aan de westzijde ligt het grote uitbreidings gebied Meerhoven, met veel wonen, groen en basisvoorzieningen. Het ontwikkelgebied Eindhoven Noordwest richt zich op werken, mobiliteit, sport en groen. In Eindhoven Noordwest bevindt zich ook het Lichtbos Eindhoven, de Brainport Industries Campus en Eindhoven Airport.
Het centrum maakt in de komende jaren een grote ontwikkeling door waarbij het aantal woningen flink wordt verhoogd. Tongelre Tongelre is een rustig stadsdeel waarbij de nadruk ligt op wonen. De Tongelresestraat, de Wolvendijk en het cultuurhistorische oude dorpshart ‘t Hofke vormen een belangrijke historische structuur in de wijk. Deze oude radiaal behouden en versterken we. In het oosten van het stadsdeel is de nieuwe woonwijk Tongelresche Akkers (Berckelbosch) toegevoegd. Deze nieuwe wijk biedt ruimte aan grondgebonden woningen en voorzieningen. In het noorden liggen groene en ruim opgezette wijken zoals De Karpen en Koudenhoven. Het stadsdeel grenst aan het uitloopgebied Urkhovense Zeggen.
Woensel Woensel is met ruim 100.000 mensen het stadsdeel met het hoogste inwoneraantal. Het biedt ruimte aan gezinnen en eenpersoonshuishoudens. Het stadsdeel heeft veel woningen, groen, werkgebieden en voorzieningen. Daaronder zijn voorzieningen met stedelijke en regionale functies, zoals het Catharinaziekenhuis en Sportpark Eindhoven Noord. In het stadsdeel liggen meerdere winkelcentra die ontwikkeld worden, met als grootste ontwikkeling Stads-hart Woensel.
Stratum Stratum heeft een historisch karakter. Het is een stadsdeel waar vooral gewoond wordt. We behouden en versterken de kenmerkende historische structuur, zoals de radialen Aalsterweg en Leenderweg en pleinen. Stratum herbergt een deel van het sport- en recreatiegebied Genneper Parken, met sportvoorzieningen voor de stad en regio. In het zuiden van Stratum ligt het groene uitloopgebied, de Stratumse Heide (ook wel Leenderheide genoemd).
Woensel Zuid kenmerkt zich onder meer door het winkelcluster Kruisstraat/Woenselse Markt. Met een grote variatie aan winkels en horeca van diverse culturen fungeert het als ontmoetingsplek voor inwoners uit het stadsdeel en daarbuiten, vooral op zaterdag tijdens de levendige Woenselse Markt. Het gebied maakt onderdeel uit van het landelijke Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
Gestel Gestel is een groen stadsdeel met het Genderpark, de Genneper Parken (deels) en uitloopgebied Klotputten. In de Genneper parken ligt een economische toplocatie: de High Tech Campus Eindhoven. Daarnaast is het een stadsdeel waar vooral gewoond wordt.
6.2.3 Campussen Eindhoven kent vijf campussen: de TU/e campus in het centrum, de High Tech Campus Eindhoven (HTCE) in het zuidwesten, de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven Noordwest, Strijp-S en Strijp-T. Deze campussen zijn de bruisende centra voor innovatie in onze regio. Ze bieden ruimte voor onderzoek en ontwikkeling, innovatie en high tech maakactiviteiten. Bedrijven, de overheid en onderwijsinstellingen werken hier samen in een groene omgeving aan de uitvindingen van de toekomst.
De gebiedsontwikkeling Groots Gestel zorgt langs de Karel de Grotelaan voor een grote ontwikkeling. Hier combineren we de HOV4-as met veel woningen, voorzieningen en
79
Bij BIC is er nog flink wat ruimte beschikbaar voor uitbreiding in noordelijke richting. De verwachting is dat ASML zich op een groot deel van dit terrein zal vestigen. De gemeente speelt hier, samen met initiatiefnemers, een stimulerende rol. Op de andere campussen is er voorlopig nog genoeg ruimte om de bestaande locaties verder te optimaliseren en intensiveren. 6.2.4. Werklocaties Naast de campussen zijn er ook andere werkplekken in de stad. Op grote bedrijventerreinen zoals De Hurk, GDC, Esp en Flight Forum, vinden zowel HTSM-bedrijven als het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) hun plek. Deze bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de Brainporteconomie. Omdat de ruimte in de stad en op de bedrijventerreinen beperkt is, willen we deze locaties versterken en behouden. Dit doen we door de bestaande bedrijventerreinen beter te benutten en intensiever te gebruiken. Naast de grotere bedrijventerreinen hebben we ook kleinschalige bedrijventerreinen verspreid over de stad, vaak in of bij woongebieden. Hier vind je meestal bedrijven met een lagere milieucategorie. Alle bedrijventerreinen zijn opgenomen in de Nota Bedrijventerreinen. Hierin staat meer informatie over het beleid van de gemeente Eindhoven voor deze terreinen. Voor de creatieve industrie is er plek op de verschillende broedplaatsen in de stad, zoals Strijp-S, Strijp T+R, Sectie C en individuele ateliers.
Omdat het moeilijk is in een groeiende stad betaalbare werkplekken te vinden voor (jonge) creatieve ondernemers heeft de gemeente Atelierbeleid vastgesteld. Daarin is opgenomen dat de gemeente samen met partners in de stad creatieve werkruimten wil realiseren, het liefst voor alle creatieve makers, in welke fase van hun carrière dan ook. Soms kunnen we op verouderde en kleine werklocaties die minder in trek zijn extra functies toevoegen, zoals een sportschool. Ook is het mogelijk dat ze helemaal veranderen naar een andere functie. Of dit gebeurt hangt af van ontwikkelingen in de markt.
De campussen hebben een zakelijke en groene uitstraling, waarbij de gebouwen in een parkachtige omgeving zijn geplaatst. Naast bedrijven is er ruimte voor extra voorzieningen zoals ondersteunende horeca en winkels. Deze extra functies zorgen ervoor dat de campussen levendig en aantrekkelijk zijn en er ruimte voor ontmoeting en beweging in de buitenlucht gecreëerd wordt. Op de campussen is permanent wonen niet toegestaan, behalve op de TU/e campus en Strijp-S. Deze laatste vormt een bijzondere campus omdat dit gebied ook een centrumfunctie heeft.
Bij alle werklocaties gaan we in de openbare ruimte vooral aan de slag met veranderingen in mobiliteit en meer groen. Ook komen er plekken om elkaar te ontmoeten en te bewegen. 80
In Eindhoven is een aantal mogelijke plekken aangewezen voor toekomstige duurzame bedrijventerreinen: Brainport Industries Campus (BIC), Esp Noord en Park Forum Oost. De gebieden zijn opgenomen in de regionale programmering en fasering bedrijventerreinen. Deze werkt met een stoplichtmodel. Groen betekent: regionaal akkoord; oranje: grond is op termijn (onder voorwaarden) beschikbaar; rood: grond niet uit te geven. Centrumgebieden en kantoorlocaties Eindhoven heeft drie grote kantorengebieden: Flight Forum, Strijp-S en Knoop XL. De laatste twee liggen in het centrumgebied. Hier is ruimte voor een hoogstedelijke mix van wonen, werken, kantoren, horeca en voorzieningen. Naast grote kantorenlocaties heeft Eindhoven een aantal kleinere plekken waar vooral kantoren staan. We moedigen ondernemers aan om bestaande kantoren een multifunctionele invulling te geven, bijvoorbeeld door de begane grond (plint) te gebruiken voor een levendige invulling. Nieuwe kantoren mogen alleen worden gebouwd op plekken die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, zoals Knoop XL, Strijp-S en Flight Forum. Hier willen we een creatief gebied maken met kantoren, wonen, creatieve industrie en voorzieningen. Daarnaast verwachten we dat kantoorgebouwen waar minder vraag naar is, bijvoorbeeld doordat ze wat ouder zijn of op een ongunstige plek liggen, worden omgezet naar andere functies zoals woningen.
Overzicht bedrijventerreinen en campussen Eindhoven (bron: gemeente Eindhoven)
Nieuwe werklocaties In de toekomst zijn er meer werkplekken nodig, vanwege de groei van de Brainport- economie. Volgens de voorspellingen van de provincie is er tussen de 82 en 170 hectare aan bedrijventerreinen nodig in het Stedelijk Gebied Eindhoven9. We maken binnen de regio afspraken over hoe en wanneer we bedrijventerreinen in het Stedelijk Gebied gaan ontwikkelen10. Het doel is om de vraag naar en het aanbod van werklocaties in evenwicht te houden.
Bij kantoor- en werklocaties speelt de gemeente een kaderstellende en verbindende rol. Dat betekent bijvoorbeeld dat we het omgevingsplan kunnen wijzigen en creatieve ondernemers koppelen aan ontwikkelaars en investeerders.
9 Behoefteraming bedrijventerreinen Noord Brabant (2022) 10 Programmering nieuwe werklocaties SGE 2021
81
Het groen in Eindhoven is niet gelijk verdeeld. Binnen de Ring is maar 18% groen. Hier zijn de Dommel, het aangrenzende Stadswandelpark en de TU/e-campus de belangrijkste groengebieden. De gemeente speelt een belangrijke rol in het aanleggen, beschermen en onderhouden van groengebieden. Het groenbeleid heeft als doel bestaande groene gebieden te behouden en in groenarme gebieden groen toe te voegen. Hoe we extra groen toevoegen, staat beschreven in hoofdstuk 5.2. Sommige delen van het groen hebben niet alleen een natuurlijke functie, maar worden ook gebruikt voor sport en recreatie, zoals het sportpark in de Genneper Parken. De openbare ruimte in groengebieden is een natuurlijk systeem dat kansen biedt om de biodiversiteit te vergroten en klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Het is belangrijk dat groengebieden op een duurzame manier bereikbaar zijn. In het groenbeleid van de gemeente staat beschreven welke functies het groen heeft en welke ruimtelijke strategie daarbij hoort. Dit is te vinden op de ruimtelijke strategieënkaart van het groenbeleidsplan. Drie campussen liggen in de groene wiggen. De bebouwing ligt in een parkachtige groene omgeving waardoor er ruimte is voor natuur en ontmoeting in het groen. In de groene wiggen is geen grootschalige bouw van woningen of bedrijventerreinen mogelijk.
Indien hier een uitzondering op gemaakt wordt, zoals bijvoorbeeld voor Brainport Industries Campus (BIC) en een eventuele uitbreiding van Esp moet een goede balans tussen bebouwing en groen worden gerealiseerd.
Overzicht kantoorlocaties in Eindhoven
6.2.5. Groengebieden De belangrijkste functies van de groengebieden zijn: gezondheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en identiteit. Eindhoven is een groene stad. Maar liefst 44% van het grondgebied heeft een groene functie. Het grootste deel van het groen bevindt zich in de groene wiggen, Genneper Parken, het Lichtbos Eindhoven en De Karpen. Dit zijn de grote groene structuren die vanuit het omliggende landschap diep de stad in snijden. De groene wiggen zijn zeer belangrijk voor onze groenstructuur. Ze kunnen gezien worden als de longen van de stad. Hierdoor zijn ze belangrijk voor een gezonde, groene en leefbare stad.
In alle groene gebieden zorgen we ervoor dat de openbare ruimte goed wordt onderhouden. Groenbeheer gebeurt vooral op een ecologisch verantwoorde manier. Sommige gebieden mogen wat wilder worden, wat goed is voor planten en dieren. Denk bijvoorbeeld aan het laten liggen van omgevallen bomen.
82
83
Ruimtelijke strategie kaart Groenbeleidsplan (bron: gemeente Eindhoven)
84
6.2.6. Eindhoven Airport Eindhoven Airport is na Schiphol de grootste luchthaven van Nederland. Anno 2023 vlogen bijna 7 miljoen mensen naar meer dan 80 bestemmingen in Europa en Noord-Afrika. De luchthaven is een militaire basis die ook voor de burgerluchtvaart wordt gebruikt. Eindhoven Airport draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven in de Brainportregio en maakt de regio internationaal bereikbaar. Maar er zijn ook nadelen, zoals milieubelasting en geluidshinder.
v oorzieningen toe te voegen aan het kantorencluster Flight Forum, zoals locaties voor short stay, wordt het district een veelzijdig en levendig gebied om te werken en te verblijven. Eindhoven Airport District wordt duurzaam, groen en klimaatadaptief ingericht, met een uitstekende bereikbaarheid via verschillende vervoersmiddelen. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de doelen uit het rapport ‘Opnieuw Verbonden’. Het district biedt kansen om de doelen uit het rapport te bereiken, zoals verduurzaming, het vergroten van de meerwaarde van de luchthaven voor de regio en het versterken van de relatie met omwonenden en inwoners uit de regio.
In 2019 heeft Pieter van Geel het proefcasusrapport ‘Opnieuw Verbonden’ opgesteld, met als belangrijkste doel 30% minder geluidsoverlast in 2030 vergeleken met 2019. Het rapport richt zich daarnaast op het bijdragen aan klimaatdoelen, het verbeteren van de luchtkwaliteit, meerwaarde bieden voor de regio en het opbouwen van vertrouwen vanuit de omgeving. Rijk, provincie, regio, Eindhoven Airport, de luchtmachtbasis, luchtvaartmaatschappijen, belangenorganisaties en omwonenden werken samen aan het bereiken van deze doelen in het Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO). Waar mogelijk stimuleren we het Rijk om zo snel mogelijk meer duidelijkheid te geven rondom de uitvoering van het rapport Van Geel. Eindhoven Airport bevindt zich in het Eindhoven Airport District, waar ook het bedrijventerrein Eindhoven Airport en Flight Forum deel van uitmaken. Dit district grenst aan de Brainport Industries Campus en heeft als hoofdfuncties mobiliteit en werken. Voor Eindhoven Airport District is een gebiedsvisie opgesteld in 2022. Deze visie bekijkt de huidige en toekomstige kansen voor het hele luchthavengebied. Het doel is om het gebied te ontwikkelen tot een samenhangend en toekomstbestendig district, met een duidelijke meerwaarde voor de directe omgeving, de stad en de regio als geheel.
Dit wordt bereikt door te investeren in de ruimtelijke kwaliteit, waarbij de luchthaven een waardige entree wordt voor Brainport Eindhoven. En door het gebied verder te ontwikkelen tot internationale en ondersteunende hub. Een bloeiende werklocatie met internationaal georiënteerde (handels)bedrijvigheid en voorzieningen. Door extra
85
Rollen, uitvoering en monitoring 7.1 Inleiding De omgevingsvisie is het overkoepelend strategische kader voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming van de fysieke leefomgeving. De fysieke leef omgeving is de omgeving waarin we leven. Zij bestaat uit bouwwerken, infrastructuur, water, bodem en ondergrond, lucht, natuur, landbouw, landschappen en cultureel erfgoed. Het doel van de omgevingsvisie is om ervoor te zorgen dat Eindhoven een aangename en leefbare stad is voor de inwoners, ondernemers en bezoekers. Hierbij is het noodzakelijk dat nieuwe ontwikkelingen en het behouden en versterken van de bestaande kwaliteiten van de stad in balans zijn. De omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich verbindt aan de ambities en opgaven die in de omgevingsvisie zijn beschreven. Om dit te realiseren, verwerkt de gemeente het beleid en de keuzes uit de omgevingsvisie in verschillende beleidsstukken zoals omgevingsprogramma’s, gebiedsontwikkelingen en het omgevingsplan. De gemeente vervult verschillende rollen en maakt gebruik van diverse instrumenten om de ontwikkeling uit te voeren. Tegelijkertijd houdt de gemeente de doelen en ambities uit de omgevingsvisie goed in de gaten door ontwikkelingen te monitoren.
7
7.2. S amen werken aan de uitvoering: rollen en instrumenten De gemeente heeft verschillende rollen bij het uitvoeren van de visie. Welke rol ze kiest, hangt af van verschillende factoren. Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met het uitvoeren van wettelijke taken, wie eigenaar is van de grond, de opgave in het gebied en de hoeveelheid invloed die de gemeente heeft.
86
We onderscheiden de volgende rollen: • De regisserende gemeente De gemeente vindt samenwerking met andere partijen belangrijk, maar houdt wel de regie. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een specifiek gebied zoals Knoop XL. • De faciliterende gemeente De gemeente maakt ontwikkelingen mogelijk voor inwoners en bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld door het wijzigen van het omgevingsplan, het verstrekken van vergun ningen, het geven van subsidies en het meedenken in de beginfase van projecten. • De kaderstellende gemeente De gemeente stelt regels en kaders op, bijvoorbeeld via het omgevingsplan of verordeningen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het beschermen van bomen (via een bomen verordening) of het beschermen van monumenten. • De uitvoerende gemeente De gemeente zorgt ervoor dat de basis in de openbare ruimte op orde is. Dit betekent aanleggen, beheren en onderhouden van bijvoorbeeld wegen, openbare ruimtes, parken en (fiets)parkeervoorzieningen.
Omgevingsprogramma Het is mogelijk om voor een specifiek gebied of thema een omgevingsprogramma te maken. Een programma bevat concrete stappen die de gemeente neemt om haar doelen te bereiken. Het bevat maatregelen, een planning en de benodigde capaciteit. In de Omgevingswet zijn een aantal verplichte programma’s benoemd. Daarnaast mag de gemeente vrijwillige omgevingsprogramma’s vaststellen. Naast thematische programma’s, zoals bijvoorbeeld een programma voor de luchtkwaliteit of voorzieningen, maakt de gemeente gebruik van gebiedsprogramma’s voor specifieke gebieden waar grotere ontwikkelingen worden verwacht. In deze programma’s zorgen we voor gebiedsgericht maatwerk, een integrale benadering en het verbinden van sociale en ruimtelijke opgaven. Bij het opstellen van de programma’s worden de verstedelijkingsprincipes en de ontwikkellocaties die in hoofdstuk 3 zijn beschreven verder uitgewerkt. Het omgevingsprogramma is een instrument van het college van burgemeester en wethouders. Het opstellen van een programma is vormvrij.
7.2.1 Instrumenten De gemeente gebruikt verschillende instrumenten om haar taken uit te voeren. Onder de Omgevingswet kan de gemeente gebruik maken van omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen.
Ontwikkelperspectief Eindhoven Het Ontwikkelperspectief Eindhoven (OPE) is een belangrijk instrument voor het uitwerken van de omgevingsvisie. Het vormt het tactisch kader voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de stad en biedt voorwaarden voor de verdichting van de stad. In het OPE zijn opgaven, maatregelen en indicatoren opgenomen. Bijvoorbeeld maatregelen op de infrastructuur, groen, water, energie en voorzieningen en indicatoren zoals bebouwingsdichtheden, hoeveel voorzieningen er aanwezig moeten zijn, hoeveel groen aangelegd moet worden en de mate waarin functies in gebieden gemengd kunnen worden. Als blijkt dat de maatregelen en indicatoren niet allemaal in een gebied passen moeten keuzes worden gemaakt. Dankzij het OPE kunnen ruimtelijke spanningsvelden en oplossingsrichtingen in beeld worden gebracht, die vervolgens ter besluitvorming aan het college van burgemeester en wethouders worden voorgelegd. We zorgen er dan wel voor dat de maatregelen en indicatoren op een andere plek in de stad gerealiseerd