bijlage 3a - Omgevingsvisie Eindhoven met wijzigingen in geel
Tekst van het document
28
Eindhoven als hart van de Brainportregio: een innovatieve economische wereldspeler waar iedereen mee doet
Daken worden gebruikt Ook bij bedrijven worden daken gebruikt voor groen en energieopwekking.
Brainporteconomie We voegen nieuwe complementaire werkgebieden toe. Werklocaties zijn goed bereikbaar Werklocaties zijn goed ontsloten en bereikbaar via randweg, kanaal, airport, HOV en spoor. Tussen verschillende locaties wordt de Brainportlijn aangelegd.
Ruimte voor energie We reserveren onder en boven de grond ruimte om energie op te wekken, op te slaan en te transporteren.
Brainporteconomie In een aantal gebieden werken we aan een goede mix van werken en wonen. Hoogwaardige architectuur Eindhoven is een aantrekkelijke stad. Zowel in de werkgebieden als in het overig stedelijk gebied.
Versterken stedelijke en landschappelijke kwaliteiten De ontwikkeling van bebouwing en groen is in balans. Groenarme gebieden worden groener. De campussen zijn werkgebieden in het groen.
Brainporteconomie We behouden en versterken werkgebieden en benutten deze efficiënt.
29
3.3.4. Deelambitie: Eindhoven als stad in ontwikkeling: een veranderende stad met oog voor eigenheid en historie Het verleden, het heden en de toekomst zijn op een respectvolle manier verweven in onze stad. De unieke geschiedenis van de stad blijft herkenbaar en versterkt het karakter van de stad. Om dit te bereiken maken we in ieder geval gebruik van de volgende verstedelijkingsprincipes:
De exacte invulling van de principes is voor ieder gebied in de stad anders, maar de onderstaande afbeelding geeft een beeld hoe de verstedelijkingsprincipes vorm kunnen krijgen om de deelambitie te bereiken. Een uitgebreide beschrijving van de verstedelijkingsprincipes staat eerder in dit hoofdstuk.
▪ De groene hoofdstructuur is leidend voor de gezonde ontwikkeling van de stad. Het groen draagt bij aan de identiteit van de stad, buurten en wijken. Verdichten gaat daarom hand in hand met het aanleggen en versterken van groen. ▪ Eindhoven is een compacte stad waar nabijheid en meervoudig ruimtegebruik het uitgangspunt zijn. Door het verdichten rondom voorzieningen en HOV behouden en versterken we het karakter en de identiteit van buurten en wijken en verhoogt de sociale cohesie. Daarnaast zorgt nabijheid van voorzieningen er voor dat mensen sneller lopen, fietsen of met het (H)OV reizen. ▪ De ruimtelijke structuur van de stad blijft herkenbaar en we voegen hoogwaardige architectuur toe. Eindhoven heeft een sterke ruimtelijke structuur waar de historische gelaagdheid duidelijk te herkennen is. De ontwikkeling van de stad mag, net zoals eerder gebeurd is, zichtbaar blijven in de stad. We vervlechten zorgvuldig het nieuwe in het bestaande. De verstedelijking gebeurt met respect voor de stad en de identiteit van wijken en buurten, waarbij de openbare ruimte van wezenlijk belang is. Bij verdichting is het uiterlijk van de gebouwen van belang. Eindhoven is een aantrekkelijke stad waar ook ruimte is voor nieuwe iconen. Bestaand erfgoed en kenmerkende gebieden worden behouden door nieuwe ontwikkelingen of functies toe te voegen.
30
Eindhoven als stad in ontwikkeling: een veranderende stad met oog voor eigenheid en historie
Verdichten en vergroenen gaan hand in hand Bij verdichting voegen we nieuw groen toe. Dit kan op maaiveld, op de gevel of op een dak. We introduceren de ‘Eindhovense laag’.
Eindhoven is compact We verdichten bij centra, voorzieningen en (H)OV. Hierdoor zorgen we voor nabijheid en versterken we buurten en wijken.
Versterken stedelijke en landschappelijke kwaliteiten We kiezen voor hoogwaardig groen en versterken dat. Verstedelijking en groen zijn in balans.
De identiteit blijft behouden De stad verdicht, maar wel zo dat de identiteit en het karakter van wijken en buurten behouden blijven. Hoogbouw mag, maar we hanteren de menselijke maat.
Hoogwaardige architectuur We zorgen ervoor dat Eindhoven een aantrekkelijke stad is en blijft. Gebouwen die toegevoegd worden zien er aantrekkelijk uit.
Versterken groene hoofdstructuur We verbinden de groene wiggen. De kanaalzone wordt een groen-blauwe verbinding en we brengen de Gender bovengronds.
Eindhoven blijft herkenbaar Eindhoven heeft een sterke ruimtelijke opbouw. Deze blijft herkenbaar bij de ontwikkeling van de stad. Zij verandert maar de gelaagdheid van de stad blijft zichtbaar.
31
4
Eindhoven de verbonden stad 4.1 Inleiding Eindhoven is een stad met een rijke geschiedenis die grote veranderingen doormaakte door de tijd heen. De historische ontwikkeling is zichtbaar in de stedelijke opbouw, het erfgoed en de historische landschappen.
4.2 Oude stad, gekenmerkt door grote transformaties Eindhoven ontstond in de middeleeuwen op de plek waar de Gender en de Dommel samenkomen. Rondom Eindhoven ontstonden kleine dorpen die we nu kennen als onze stadsdelen. De dorpsstructuren zijn nu nog zichtbaar in de oude lintstructuren door onze stad. Tussen 1800 en 1900 worden Eindhoven en de dorpen steeds beter bereikbaar door de aanleg van het kanaal, de spoorlijnen en de wegen. Fabrieken vestigen zich aan de randen van Eindhoven, langs de Dommel en bij de haven. Ook langs de dorpslinten komt meer bebouwing. Stad en dorpen groeien zo steeds meer aan elkaar vast. In 1891 sticht Gerard Philips uit Zaltbommel een gloeilampenfabriek aan de Emmasingel. Deze gloeilampenfabriek groeide in enkele tientallen jaren uit tot een bedrijf met tienduizenden werkEerste kaart van Eindhoven door Jacob van Deventer (1560) 32
4.3 Tweede Wereldoorlog en wederopbouw
nemers. Dit zorgt voor een grote druk op de stad en de omliggende dorpen. Vanaf 1910 bouwt Philips mee aan de stad in de vorm van fabrieken, woonwijken, (bedrijf)scholen, parken en sport- en ontspanningsvoorzieningen. Op deze manier werd Eindhoven een ‘company town’.
De Tweede Wereldoorlog laat zijn sporen na in Eindhoven. Bombardementen van zowel de Duitsers als de geallieerden richten veel schade aan in de stad. Tijdens de wederopbouw van de stad verandert de stad op sommige plekken totaal. Een aantal van deze veranderingen zien we nu nog duidelijk terug in de stad zoals in het verhoogde spoor, de rondweg en een aantal woonwijken. De stad ontwikkelt zich daarna verder, waarbij het bedrijfsleven met name bloeit op het gebied van de technologie. Vooral dankzij bedrijven als Philips en DAF wordt de Technische Hogeschool, nu Technische universiteit Eindhoven (TU/e) gesticht.
De sterke groei van Eindhoven en de omliggende dorpen zorgt samen met de industriële ontwikkeling voor grote woningnood, verkeersproblemen en een tekort aan voor zieningen. Uiteindelijk zorgt dit ervoor dat in 1920 Eindhoven en de omliggende dorpen samengevoegd worden tot één gemeente, het huidige Eindhoven. Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP, 1918) van Jos Cuypers en stadsarchitect Louis Kooken moet de verdere ontwikkeling van de nieuwe gemeente in goede banen leiden.
Eindhoven staat bekend als groene stad, met groene structuren die teruggaan naar de oorsprong tussen beekdalen en dorpen. Ze vormen de groene landschapsparken in de stad. De Dommel stroomt als groen en blauw lint dwars door de stad en fungeert als ecologische verbindingszone. Eindhoven wordt trots genoemd als de groenste stad onder de vijf grote steden in Nederland, wat bijdraagt aan het leef- en vestigingsklimaat en de identiteit van de stad.
4.4 Economische wereldspeler Eind jaren tachtig en begin jaren negentig slaat een economische crisis in Nederland toe. In Eindhoven zijn de gevolgen stevig merkbaar, met de inkrimping van Philips en het faillissement van DAF. De stad en regio komen er weer bovenop door een sterke samenwerking, tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en de 21 gemeenten uit de Metropool Regio Eindhoven (MRE). Uit deze samenwerking ontstaat Brainport Eindhoven. Deze regio geldt binnen Europa als één van de meest toonaangevende kennis- en innovatieregio’s en is met de aanduiding Brainport in 2004 door het kabinet aangewezen als sleutelgebied voor de nationale economie. Eindhoven vormt het hart van deze regio. Brainport is een wereldwijd succes en verbonden met technologische hotspots in Nederland, Europa, Azië en Amerika. Ongeveer 6.000 technologiebedrijven, waaronder Het Algemeen Uitbreidingsplan, 1918 33
Metropoolregio Eindhoven en Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE)
grote spelers zoals ASML, ThermoFisher Scientific, DAF, VDL, NXP en Philips, dragen bij aan het internationale succes van de regio. Het (inter)nationale succes van Brainport en Eindhoven is gebaseerd op nabijheid, korte lijnen tussen industriële wereldspelers en hoogstaande kennis- en onderwijsinstellingen in combinatie met een focus op hightech ondernemerschap. Het rijk en de regio werken samen via de Brainport Nationale Actieagenda (BNA). Dit is een belangrijk meerjarenplan van Stichting Brainport waarin de Triple Helix samenwerking van bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en, overheden bestuurlijk samenwerken om strategische doelen te bereiken. Sinds 2016 heeft Brainport Eindhoven de mainportstatus en is daarmee erkend als één van de drie economische kerngebieden van de Nederlandse economie. Daarnaast is Eindhoven één van de vijf metropoolregio’s van Nederland, samen met Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Deze regio’s hebben de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. Eindhoven werkt samen met het rijk, de vijf metropoolregio’s, de betrokken provincies en Stichting Brainport aan het versterken van de internationale concurrentiekracht van Nederland.
Zij werken bijvoorbeeld aan het versterken van de verbinding tussen de verschillende toplocaties, het verbeteren van de infrastructuur en het transformeren van de (binnen)stedelijke gebieden. Dit is beschreven in de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de uitwerking van de NOVI in programma NOVEX (2022).
34
Nationale Omgevingsvisie en programma NOVEX De Rijksoverheid heeft in 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2020 vastgesteld. De NOVI vertelt hoe de fysieke leefomgeving van Nederland er uit zou moeten zien, wat de uitdagingen zijn en welke richting het rijk meegeeft aan de verschillende p rovincies, waterschappen en gemeenten (de decentrale overheden). Eindhoven wordt in de NOVI genoemd als één van de motoren van de Nederlandse economie vanwege haar sterke HTSM-sector. De rijksoverheid heeft vier prioriteiten in de NOVI vastgesteld, gericht op economie, klimaat, stedelijke ontwikkeling en natuur. Op dit moment werkt de rijksoverheid aan een aanscherping van de NOVI, die naar verwachting in 2024 wordt vastgesteld. In het programma NOVEX (2022) werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland waarin zij de ambities van de NOVI uit werken. Het programma richt zich op zestien gebieden waar grote veranderingen plaats vinden die vragen om een apart ontwikkelperspectief. Voor de zeven regio’s met de hoogste verstedelijkingsdruk zijn strategieën opgesteld. Deze strategieën kijken niet alleen naar woningbouw, maar ook naar mobiliteit, economie, natuur, energie en water. Eindhoven valt binnen de verstedelijkingsstrategie Stedelijk Brabant.
Provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft een provinciale omgevingsvisie en provinciale omgevingsverordening vastgesteld. Hierin geeft ze aan wat de hoofdlijn van het provinciale beleid is. De provincie richt zich in de omgevingsvisie op de volgende hoofdopgaven: Duurzame Verstedelijking, Vitaal Platteland, Mobiliteit en Duurzame en concurrerende economie. Zorgvuldig ruimtegebruik is hierbij een randvoorwaarde voor ontwikkeling. Bij het opstellen van de Eindhovense omgevingsvisie hebben we deze opgaven mee genomen. Daarnaast sluit Eindhoven aan bij diverse regionale overleggen zoals de transitie van het landelijk gebied.
Gebieden uit het programma NOVEX 35
4.5 Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven
Concreet zijn voor het Stedelijk Gebied Eindhoven de volgende afspraken vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord. We realiseren 62.000 woningen en 72.000 nieuwe arbeidsplaatsen tussen 2018 en 2040 in de regio, waarvan 40.000 woningen en 36.000 nieuwe arbeidsplaatsen in Eindhoven. We zorgen voor voldoende betaalbare woningen, zoals afgesproken in de Woondeal. We kiezen zo veel mogelijk voor binnenstedelijke groei, en duurzaam vervoer. Duurzame stedelijke ontwikkeling wordt ondersteund met ruimte voor (H)OV, mobiliteitstransitie, verbetering van hoofdwegen en versterking van groenen landschapsstructuren, met aandacht voor klimaatadaptatie en energietransitie.
De afspraken voor de verstedelijkingsstrategie Stedelijk Brabant zijn uitgewerkt in het Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven (juni 2022). Hierin zijn afspraken opgenomen om de grote groei van de regio op te vangen. Er staan doelen in voor woningbouw, arbeidsplaatsen, mobiliteitstransitie, groen en klimaatadaptatie. Daarnaast zijn in het verstedelijkingsakkoord zes principes voor verstedelijking vastgesteld. Dit zijn: Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond; Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen; Vitale kernen en afronding uitleglocaties; Brainport Eindhoven als slimme economische topregio; Mobiliteitstransitie is nodig om in beweging te blijven; Gezond leven in het landschap van de toekomst.
4.6 Verbonden met een sterke regio Eindhoven vormt samen met de 20 gemeenten die om Eindhoven heen liggen de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Dit is een aantrekkelijke regio met diverse landschappen en een hecht netwerk van steden, dorpen en bewoond landelijk gebied. De regio groeit hard en trekt mensen uit binnen- en buitenland die hier willen wonen en werken. Om de regio aantrekkelijk te houden werkt Eindhoven samen met de MRE aan regionale vraagstukken, zoals economische versterking, duurzame mobiliteit, energietransitie, transitie landelijk gebied en een duurzame schaalsprong op het gebied van ruimte en wonen. Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), bestaande uit negen gemeenten, vormt het bruisende hart van de Metropoolregio. Ze werken samen aan ruimte, wonen, economie en voorzieningen door campussen te (door)ontwikkelen, bereikbaarheid te verbeteren en een nieuw internationaal knooppunt, Knoop XL, in het centrum van Eindhoven te creëren. De focus ligt op een prettige leefomgeving, innovatie, groen, klimaatadaptatie en (inter)nationale verbindingen. De regio heeft steeds meer banen in innovatieve bedrijven, waardoor mensen uit heel Nederland en daarbuiten hier willen werken. Het SGE biedt banen op verschillende niveaus, voor zowel huidige als nieuwe bewoners.
De groei van het aantal inwoners zorgt ook voor meer werk in sectoren zoals horeca, cultuur, winkels en vrijetijdsbesteding. We streven naar inclusiviteit, waarbij iedereen profiteert van deze groei.
Schematische verbeelding 6 principes (SITE) 36
De groei van de regio breidt zich uit tot buiten de regiogrenzen. De omliggende gebieden zoals Weert en Meierijstad willen een bijdrage leveren aan oplossingen voor de grote behoefte aan ruimte en wonen.
4.7.2 Wonen en zorg Het aantal ouderen en inwoners in een kwetsbare positie neemt toe. Ouderen blijven zolang mogelijk thuis wonen. Deels omdat ze dat zelf willen, maar ook om de zorg beschikbaar en betaalbaar te houden. Het aantal plaatsen in bijvoorbeeld verpleegtehuizen, verzorgingshuizen en instellingen voor gehandicapten en mensen met psychische problemen, neemt af. Dit wordt extramuralisering genoemd. Dit heeft gevolgen voor de woningmarkt. Inwoners met een zorgvraag hebben behoefte aan een passende woning bij hun zorgvraag. Door de druk op de woningmarkt is het steeds moeilijker om een passende woning voor hen te vinden.
4.7 Trends en ontwikkelingen De wereld is in verandering en wij veranderen mee. Trends en ontwikkelingen beïnvloeden de fysieke leefomgeving en stadsontwikkeling. 4.7.1 Woningmarkt In 2022 had Eindhoven 115.698 woningen, waarvan 46% koopwoningen en 54% huurwoningen. Ongeveer 40% van deze woningen zijn meergezinswoningen (flats, appartementen, etagewoningen) en de rest zijn eengezinswoningen (vrijstaande, half-vrijstaande, geschakelde of tussenwoningen).
4.7.3 Sociaal-economische verschillen Ongelijkheid in de samenleving is een hardnekkig probleem. Dit gaat niet alleen om geld en werk, maar ook om gezondheid, digitalisering, sociale netwerken (bijvoorbeeld toegang tot mantelzorg) en eenzaamheid. In maart 2023 heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) het rapport ‘Eigentijdse ongelijkheid’ uitgebracht. Hierin staat dat het verbeteren van inkomen, opleidingsniveau en arbeidsmarktpositie niet genoeg is om sociale ongelijkheid te verbeteren. Ook andere hulpbronnen zoals ‘wie je kent’ (sociaal kapitaal), ‘waar je bij past’ (cultureel kapitaal) en “wie je bent’ (persoonskapitaal: gezondheid en aantrekkelijkheid) moeten worden verbeterd om sociale ongelijkheid te verminderen.
Het inwoneraantal van Nederland groeit. De vraag naar woningen in Nederland is hoog, maar de vraag naar woningen is niet in heel Nederland gelijk verdeeld. Onze regio ervaart na de Randstad de hoogste woondruk. Daarnaast neemt het aantal huishoudens sneller toe dan het aantal inwoners. Dit komt doordat de huishoudens gemiddeld steeds kleiner worden. In 1962 woonde er gemiddeld 3,53 personen in één huishouden. Nu wonen er gemiddeld in Nederland 2,13 mensen in één huishouden3. In Eindhoven wonen zelfs maar 1,9 personen in één huishouden4. Dit komt omdat Eindhoven een studentenstad is. Hierdoor neemt de vraag naar woningen in deze regio toe. Volgens de Woondeal zijn tot 2040 ongeveer 62.000 extra woningen nodig, waarvan 40.000 in Eindhoven.
Omdat de omgevingsvisie zich alleen richt op de fysieke leefomgeving, heeft ze beperkte invloed op het verbeteren van sociale ongelijkheid. De visie heeft geen invloed op alle genoemde hulpbronnen. De omgevingsvisie kan wel bijdragen aan het verminderen van sociale ongelijkheid door te streven naar een leefbare, gezonde, schone, veilige en betaalbare woonomgeving met toegang tot voldoende voorzieningen en mogelijkheden voor ontmoeting in de openbare ruimte.
De wachtlijsten bij woningcorporaties nemen toe. En ook de huizenprijzen in de regio blijven stijgen.
De focus verschuift van alleen economische groei naar het verbeteren van de algehele levenskwaliteit (brede welvaart). Eindhoven heeft de afgelopen jaren vooropgelopen in het wegen van alle aspecten die belangrijk zijn in het leven, zoals gezondheid, vrije tijd, werk, veiligheid, onderwijs, zorg, wonen, natuur, leefomgeving en materiële welvaart.
3 Bron Centraal Bureau voor de Statistiek 4 Bron Eindhoven in cijfers
37
4.7.4 Diversiteit In Eindhoven is er een mix van culturen, nationaliteiten, religies, waarden en normen, opinies en politieke voorkeuren. Door de aantrekkende werking van Eindhoven neemt deze diversiteit toe. Meer diversiteit en verschillende levensstijlen zorgen voor aandacht voor verschillen. Daarnaast neemt in de samenleving het individualisme toe. Samen zorgt dit voor een grotere behoefte aan verbinding.
Ondanks een kleine dip in 2020 door corona, herstelde de economie in Eindhoven en Nederland snel in 2021 en 2022. Het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt dat de economie van Nederland groeit tot 2025. Wel wordt verwacht dat de stijging van het Bruto Binnenlands Product (BBP) minder hard zal gaan. Een belangrijk punt is de omvang van de beroepsbevolking en de beschikbaarheid van personeel. Eindhoven heeft nu al meer vraag dan aanbod op de arbeidsmarkt, vooral in sectoren als techniek, ict, onderwijs en zorg. De verwachting is dat er in de regio de komende jaren 72.000 banen bijkomen, waarvan ongeveer de helft in Eindhoven. Dit terwijl de Nederlandse beroepsbevolking tot 2050 naar verwachting met 1 tot 3% zal afnemen, vooral door vergrijzing. Door de universiteit en de grote hoeveelheid hbo en mbo-instellingen trekt Eindhoven veel jonge mensen aan die vaak ook na hun studie in de regio blijven wonen en werken. Daarnaast trekt Brainport Eindhoven nieuwe arbeidskrachten aan uit binnen- en buitenland. Hierdoor ervaart Eindhoven zowel vergrijzing als vergroening.
4.7.5 Economie en Arbeidsmarkt Sinds 2010 groeit de economie van Brainport gemiddeld jaarlijks 50% sneller dan de rest van Nederland5. In 2022 behoorde de economische groei van Brainport tot de top 3 van Nederland met 6% groei. De topsector High tech systemen en materialen (HTSM) creëert veel banen in Eindhoven en de regio.
Bruto regionaal product Brainport afgezet tegen Nederland. Bron: Economie (brainporteindhoven.com)
4.7.6 Klimaat Het klimaat verandert door zowel natuurlijke als menselijke invloeden. Sinds de industriële revolutie is de invloed van de mens op het klimaat snel groter geworden. Dit komt vooral door het uitstoten van broeikasgassen, wat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Als de uitstoot van broeikasgassen blijft toenemen, zal de aarde teveel opwarmen, met ernstige gevolgen voor mens, natuur en milieu. In 2022 was de wereldgemiddelde temperatuur al 1,2°C hoger dan in het pre-industriële tijdperk (1850-1900). Als deze trend doorzet, kunnen we meer hittegolven, extreme neerslag en droogtes verwachten6. Dit kan leiden tot hittestress en wateroverlast binnen de stad.
5 De gemiddelde economische groei van Brainport Eindhoven bedroeg 3,4% per jaar tussen 2013 en 2022. Het landelijke gemiddelde ligt op 1,8% per jaar en Europees was dat 1,5%. Bron: Brainport Monitor
6 KNMI, 2023: KNMI’23-klimaatscenario’s voor Nederland, KNMI, De Bilt, KNMI-Publicatie 23-03
38
Om deze klimaatverandering tegen te gaan, wordt wereldwijd gewerkt aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en maatregelen voor het leven met klimaatverandering. Dit gebeurt op verschillende niveaus: wereldwijd, Europees, landelijk, provinciaal en gemeentelijk. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Brabantse omgevingsvisie erkennen de klimaatopgave als een prioriteit. 4.7.7 Biodiversiteit Wereldwijd gaat het erg slecht met de biodiversiteit. Volgens internationale natuurbeschermingsorganisaties wordt 40% van alle bekende dier- en plantensoorten met uitsterven bedreigd. In Nederland is de biodiversiteit lager dan in Europa en de rest van de wereld, maar de snelheid van het verlies neemt nu af. Belangrijke oorzaken van de achteruitgang van biodiversiteit zijn veranderingen in landgebruik, milieu-invloeden en versnippering van ecosystemen. Steden spelen een belangrijke rol bij het verbeteren van de biodiversiteit. Bij de stad denken we vaak vooral aan een plek waar mensen wonen en werken. Maar in de stad leven heel erg veel planten en dieren. Ongeveer 10-12% van Nederland is stedelijk gebied, waar 10-12% van de soorten afhankelijk van is. Dit in vergelijking met 40-50% agrarisch gebied, met slechts 4% afhankelijke soorten. Om de biodiversiteit te herstellen heeft Eindhoven een aantal uitdagingen.
We moeten de kwaliteit en hoeveelheid van het leefgebied verbeteren en de verschillende gebieden met elkaar verbinden. Ook moeten we de verdroging stoppen en de uitstoot van stikstof- en broeikasgassen terugdringen.
39
stedelijke opgaven 5.1 Inleiding De kenmerken van de bestaande stad, de ambitie van Eindhoven en trends en ontwikkelingen leiden samen tot een aantal stedelijke opgaven. Deze opgaven ontstaan uit het verschil tussen de stad van nu en de stad die we in 2040 willen zijn. De opgaven zijn stadsbreed, langjarig en dragen bij aan het realiseren van de ambitie, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Ze geven richting aan de ontwikkeling van onze stad. De stedelijke opgaven zijn allemaal even belangrijk en moeten in samenhang met elkaar worden opgepakt. De opgaven kunnen worden uitgewerkt in programma’s. Deze programma’s kunnen thematisch (bijvoorbeeld het programma ondergrond) of gebiedsgericht zijn. Er zijn verplichte en niet-verplichte programma’s. In de Omgevingswet is bepaald welke programma’s verplicht zijn.
De stedelijke opgaven zijn: Eindhoven wordt klimaatneutraal; Eindhoven vergroent en wordt gezonder met oog voor mens en dier; Eindhoven bouwt door aan een vitale stad met ruimte voor iedereen en meerdere centra; Eindhoven investeert in leefbare, sociale en veilige wijken; Eindhoven biedt ruimte aan een sterke, concurrerende en duurzame Brainport economie; Eindhoven werkt aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid: vlot, veilig en schoon; Eindhoven werkt aan een levendige stad met goede basis- en topvoorzieningen.
5
Samen met de stad werken wij aan de stedelijke opgaven. We zoeken de samenwerking op met onze ketenpartners (bijvoorbeeld Waterschap, ODZOB, Veiligheidsregio en GGD), bedrijfsleven, overheden (rijk, provincie, SGE en MRE), inwoners, ondernemers, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, woningcorporaties, ontwikkelaars en belangenorganisaties.
40
5.2 Eindhoven wordt klimaatneutraal
5.2.1. Nationale en mondiale aanpak De klimaatcrisis is één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Het aanpakken van de klimaatcrisis is dringend en noodzakelijk voor de bescherming van mens, dier, natuur en milieu. Eindhoven neemt haar verantwoordelijkheid en is vastbesloten om haar bijdrage te leveren aan het bereiken van de wereldwijde klimaatdoelen zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs, de klimaatwet en het nationale Klimaatakkoord. Om de klimaatverandering aan te pakken zijn er twee grote uitdagingen. We moeten ons leren aanpassen aan de veranderende klimaatomstandigheden (klimaatadaptatie) en we moeten zorgen dat de wereldwijde opwarming van het klimaat zoveel mogelijk beperkt blijft tot 1,5 graden Celsius. De klimaatadaptatie dwingt ons de stad zowel boven als onder de grond anders in te richten. In plaats van de bodem en het water aan te passen aan onze wensen moeten wij ons aanpassen aan de grenzen van bodem en water. Om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan moeten we zorgen voor het verminderen van onze uitstoot (klimaatmitigatie). Een essentieel onderdeel van de aanpak hiervoor is de energietransitie, die moet bijdragen aan het verminderen van de CO2-uitstoot (zie paragraaf 5.1.3). Voor een succesvolle uitvoering van deze transitie is samenwerking op nationaal, provinciaal en regionaal niveau noodzakelijk.
Ons klimaat verandert. Zomers worden warmer en droger, winters worden natter en het aantal weersextremen neemt toe. Eindhoven werkt aan een stad die stevig bijdraagt aan het tegengaan van de klimaatverandering én bestand is tegen de weersveranderingen. De aanpak van klimaatverandering draagt bij aan een groene, fijne stad om in te wonen en te leven. We houden bij nieuwe ontwikkelingen rekening met het veranderende klimaat en richten de stad klimaatadaptief en klimaatrobuust in. Water en bodem zijn hierbij leidend.
5.2.2. Eindhoven klimaatneutraal Eindhoven streeft naar een klimaatneutrale stad in 2050. Daarom is in de Klimaatverordening 2016 vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van de uitstoot van broeikasgassen in het jaar 1990. Eindhoven beschouwt deze jaartallen als absolute ondergrens en wil deze doelen het liefst sneller bereiken. De opgave “Eindhoven wordt klimaatneutraal” wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma. Dankzij onze ligging in de Brainportregio kunnen we innovatieve oplossingen ontwikkelen, die wereldwijd een rol
Eindhoven streeft ernaar om in 2050 klimaatneutraal te zijn. We zetten stevig in op de energie- en warmtetransitie. Daarnaast zetten we in op een circulaire economie.
41
kunnen spelen in het tegenhouden van klimaatverandering. Om dit te bereiken hebben we betrokkenheid van en samenwerking met de rijksoverheid en Europa nodig op het gebied van financiën, experimenteerruimte en ambitieuze wet- en regelgeving.
Een groot deel van de CO₂-uitstoot komt door energieverbruik. Het gaat dan vooral om elektriciteit, het verwarmen van huis en bedrijf en brandstoffen voor voertuigen. Om uitstoot te verminderen, beginnen we met besparing, want wat we niet gebruiken, hoeven we niet groen te maken of te compenseren. Daarnaast investeren we in duurzame warmtebronnen en wekken zoveel mogelijk energie zelf op. De grafiek hieronder laat zien dat het aandeel hernieuwbare (groene) energie groeit. Deze ontwikkeling willen we verder doorzetten. De uitdaging is groot, dus we pakken dit stap voor stap aan, samen met de regio, bewoners, bedrijven en andere partners in de stad.
5.2.3. Energietransitie De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie naar hernieuwbare energie. We willen meer duurzaam opgewekte elektriciteit, aardgas vervangen door duurzame warmte, schone mobiliteit bevorderen en efficiënte systemen voor energieopslag inzetten. Doel is om de CO₂-uitstoot te verminderen om verdere opwarming van de aarde zo veel mogelijk te beperken. Om de energietransitie te laten slagen, moeten elektriciteits- en warmtenetwerken worden uitgebreid, aangepast en verduurzaamd. Hiervoor is ruimte boven en onder de grond nodig voor verschillende netwerken (zoals energienetwerken, warmtenetten en waterstofnetwerken), opwekking en opslag van energie. Om dit te bereiken werkt Eindhoven aan het ontwikkelen van een betrouwbaar en toekomstbestendig, klimaatneutraal energiesysteem dat betaalbaar en inclusief is.
Het klimaatakkoord geeft gemeenten de regie in de energietransitie. Via de Regionale Energiestrategie (RES) werken we aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving (de gebouwen, netwerken en infrastructuur van de stad). Eindhoven valt onder de RES van de Metropoolregio Eindhoven. De RES richt zich op de thema’s gebouwde omgeving en elektriciteit. Voor het opwekken van elektriciteit kijkt de RES naar zonne-energie en windenergie. Daarnaast Houdt de RES ook rekening met nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. 5.2.4. Energie opwekken in de stad Eindhoven wil zoveel mogelijk energie in de stad opwekken. We kijken vooral naar zonnepanelen op daken en innovatieve toepassingen zoals het PowerNest In Eindhoven is bijna geen ruimte voor grootschalige opwek van zonne-energie. Daarom kijken we extra goed naar wat er wel mogelijk is, bijvoorbeeld langs grootschalige infrastructuur en op tijdelijk braakliggende terreinen. Grootschalige zonneparken zijn niet toegestaan in gebieden die liggen in het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Voor grootschalige opwek van energie door windturbines is ook weinig ruimte. Dit komt door ruimtegebrek in de stad, het beperkte buitengebied en veiligheidsbeperkingen rondom Eindhoven Airport. De Regionale Energiestrategie zoekt naar locaties binnen de Metropoolregio Eindhoven waar grootschalige opwek wel mogelijk is.
Dit is een opgave die we regionaal en provinciaal oppakken.
Aandeel hernieuwbare energie (duurzame of groene energie) neemt toe. Bron: gemeente Eindhoven
42
Uit onderzoek blijkt dat we binnen Eind hoven niet genoeg energie kunnen opwekken voor de energiebehoefte van nu en in de toekomst. Zelfs niet als we alle daken gebruiken voor het opwekken van energie. Daarnaast willen we daken niet alleen voor energie gebruiken, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie, waterberging en ontmoeting. Dit gaat niet altijd samen. Daarom zoeken we met de regio naar kansen voor andere vormen van duurzame opwek en inkoop van energie.
Zoekgebieden voor de opwek van zonne-energie. Bron: Zonneladder
43
44
5.2.5. Warmtetransitie We werken toe naar het duurzaam, zonder CO₂-uitstoot, verwarmen van onze gebouwen in 2050. Dit is beschreven in onze Transitievisie Warmte. In Eindhoven hebben we diverse duurzame warmtebronnen, zoals: zon, oppervlaktewater, restwarmte uit (industriële) processen, afvalwater en warmte uit de lucht. We onderzoeken ook ondiepe geothermie en innovatieve warmteoplossingen. Biomassa voor warmte zien we niet als duurzaam en wordt daarom afgebouwd.
Naast grote waterlopen heeft Eindhoven veel kleinere stadswateren. Deze zijn belangrijk voor het bergen en afvoeren van regenwater, als koele verblijfplekken, voor sport en recreatie, ecologie en biodiversiteit en voor de beleving van onze stad. Door klimaatverandering neemt de behoefte aan koele verblijfsplekken en waterberging toe en staat de biodiversiteit en ecologie van de stadswateren onder druk. Het principe van ‘water en bodem sturend’ passen we ook toe op stadswateren. Nieuwe stadswateren worden alleen aangelegd op plaatsen waar ze van nature kunnen voorkomen.
5.2.6. Klimaat- en toekomstbestendige stad De veranderende klimaatomstandigheden dwingen ons de stad zowel boven als onder de grond anders in te richten. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte en droogte toe. Dit levert extra risico op voor de economie, gezondheid en veiligheid.
De Europese Kaderrichtlijn Water (KWR) verplicht lidstaten oppervlaktewater schoner te maken. Eindhoven draagt hieraan bij door het aantal rioolwateroverstorten te verminderen (afkoppelen regenwater), het beekdal rond de Dommel te vergroenen en stads wateren ecologisch te verbeteren. Hogere temperaturen verhogen de hittestress en langere perioden zonder neerslag zorgen voor een lagere grondwaterstand (verdroging). Dit heeft invloed op de water kwaliteit. We beschouwen water als een schaarse grondstof die we vasthouden bij regen en gebruiken bij droogte. Sinds 2019 zijn al onze ruimtelijke (her)inrichtingsprojecten water- en klimaatrobuust. We stimuleren inwoners en ondernemers om hun terreinen op dezelfde manier in te richten.
Om Eindhoven klimaatadaptief te maken, moeten we: ruimte creëren om extreme buien tijdelijk op te vangen en langzaam af te voeren; droogte voorkomen door regenwater zoveel mogelijk te laten infiltreren, waar mogelijk op de plek waar het valt (en het liefst hoog in het watersysteem); zorgen dat de straat niet onnodig opwarmt en voldoende plekken voor verkoeling heeft op het heetst van de dag.
5.2.8. Vitale ondergrond Door het versterken van het bodem- en watersysteem spelen we in op de veranderende weersomstandigheden. Hiermee wordt beter gebruik gemaakt van de sponswerking van de bodem. Daarnaast is er, ook in de ondergrond, ruimte nodig voor groen. Het groen zorgt voor schaduw en verkoeling in de stad. Het programma Ondergrond (2023) zorgt voor een goede afweging van het gebruik van de ondergrond.
Dit doen we onder andere door de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten, vooral door minder verharding en meer groen. Ook vergroten we zoveel mogelijk de waterbergende capaciteit van de openbare ruimte en bodem. 5.2.7. Bodem en water sturend Eindhoven is gebouwd in en rond de beekdalen van de Dommel, Tongelreep en Gender en heeft daardoor hoge grondwaterstanden en slecht doorlaatbare bodems. We maken water en bodem sturend voor de stad. Nieuwe ontwikkellocaties moeten zo worden ontworpen dat grondwaterstanden niet verlaagd hoeven te worden, grondwater zo weinig mogelijk wordt afgevoerd én er geen schade ontstaat aan nieuwe en bestaande gebouwen.
De ondergrond is niet alleen belangrijk voor klimaatadaptatie, maar ook voor infrastructuur zoals drinkwater en riolering. Ook duurzame energie vraagt om meer ruimte (boven en onder de grond) voor transport, distributie, conversie en opslag. We werken samen met partners zoals TenneT en Enexis om het netwerk te verzwaren en versterken. De ondergrond van Eindhoven biedt mogelijkheden om duurzame energie te winnen en op te
45
slaan via WKO (Warmte-Koude-Opslag) en mogelijk in de toekomst geothermie. Verder zijn en worden delen van Eindhoven aangesloten op een warmtenet. 5.2.9. Stimuleren van een duurzame economie Duurzame materialen zijn (grond)stoffen, materialen en producten die geen negatieve effecten hebben op mens en milieu. Niet bij winning of productie, transport en gebruik, maar ook niet aan het einde van de levensduur. Onze ambitie is dat we 50% minder niet-hernieuwbare grondstoffen gebruiken in 2030. In 2050 willen we een volledig circulaire economie hebben. Dit sluit aan bij de doelstelling uit het rijksbrede programma circulaire economie. Door een circulaire economie zorgen we dat we minder afhankelijk zijn van zeldzame materialen uit het buitenland, die vaak zo gedolven worden dat mens en milieu onder druk staan. Ook verminderen we onze (indirecte) CO2-uitstoot. Door het lokaal verwerken en hergebruiken van grondstoffen zorgen we voor minder transport, houden we waardevolle materialen binnen onze eigen economie en stimuleren we werkgelegenheid in onze eigen stad. In onze openbare ruimte gebruiken we duurzame, natuurlijke, circulaire en hergebruikte materialen. We passen duurzame energie toe bij aanleg en beheer en proberen energieverbruik te verminderen.
46
5.3 Eindhoven vergroent en wordt gezonder met oog voor mens en dier
5.3.1. Eindhoven de groenste Meer groen maakt Eindhoven gezond en aantrekkelijk. Het helpt bij het aanpakken van de klimaatcrisis en bevordert de biodiversiteit. Groen geeft identiteit aan de stad. Eindhoven is de groenste stad van de vijf grote steden in Nederland7. Dat is een goede start, maar toch zijn er delen van Eindhoven minder groen. Dit komt doordat het groen in Eindhoven niet gelijk verdeeld is. Eindhoven is vooral zo groen door de groene wiggen. Dit zijn de Genneper Parken, Lichtbos Eindhoven en de Karpen - die het omliggende landschap diep de stad in brengen. Ze vormen de verbinding met het groene buitengebied. Om deze verbinding te versterken werkt Eindhoven samen met de regio aan het Van Gogh Nationaal Park. De groene wiggen liggen voor het grootste deel buiten de ring. Daardoor is het binnen de ring minder groen met alleen de Dommel, het Stadswandelpark en de TU/e-campus als grotere groengebieden.
Eindhoven is de groenste stad van de vijf grote steden. Het groen draagt bij aan identiteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Eindhoven zet in op een gezonde en groene woon- en leefomgeving met groene gebieden, meer biodiversiteit, ruimte voor klimaatadaptatie, voldoende sportvoorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte die uitnodigt om te ontmoeten en bewegen. We benutten de stedelijke verdichting om de stad voor mens, dier en natuur gezonder te maken. Verdichten en vergroenen gaan hand in hand. Voor iedere nieuwe woning voegen we nieuw groen toe. Dit doen we gezondheidsbevorderend én gezondheidsbeschermend. We zorgen voor een sterk groen-blauw netwerk waarbij bodem en water sturend zijn. We versterken de bestaande groenstructuren en leggen nieuw groen aan. Hierbij leggen we de nadruk op het versterken en verbinden van de bestaande groenstructuren en het vergroenen binnen de ring en in groenarme gebieden.
7 Bron: Ruimtelijk expertisecentrum van de Rijksuniversiteit Groningen(RUG).
47
48
49
5.3.2 Ruimte voor nieuw groen Door de groei van de stad komt het stedelijk groen onder druk te staan. Meer mensen maken gebruik van de groene plekken in de stad. Daarnaast zorgt de verdichting voor meer mensen, meer gebouwen en meer voertuigen op een beperkt oppervlak. Ook in de huidige stad zijn er plekken waar het groen kan worden verbeterd en uitgebreid. Daarom zorgen we dat verdichten en vergroenen in balans zijn. Om de stad prettig, groen en leefbaar te houden, leggen we een stevig groen-blauw netwerk aan, waarbij bodem en water sturend zijn voor de ontwikkeling van de stad. Ons doel is dat elke bewoner vanaf zijn woning binnen vijf minuten fietsen in een park en binnen vijf minuten lopen op een groene, koele plek kan zijn. De groene gebieden zorgen voor meer verkoeling en ontspanning en gaan hittestress tegen. Sommige stadsdelen, zoals Woensel, hebben dit al. In andere gebieden, zoals het centrum en de Kanaalzone, is er nog een opgave. Voor iedere nieuwe woning voegen we 8m² groen toe. Voor andere nieuwe gebouwen zoals kantoren, bedrijven en voorzieningen voegen we 10% groen toe op basis van de bruto vloeroppervlakte. Nieuw groen proberen we zo veel mogelijk op de kavel zelf te plaatsen, op de grond, het dak, of de gevel.
Als dat niet kan, zoeken we andere oplossingen, bijvoorbeeld door het groen op een andere plek in de omgeving aan te leggen of door een bijdrage aan het groencompensatiefonds. Dat geld gebruiken we voor het verbeteren van bestaande groene plekken en het aanleggen van nieuwe groene plekken. Bij het vernieuwen van openbare ruimte zoeken we kansen voor meer groen en ten minste 10% minder verharding.
Eindhoven binnen de ring
In het Groenplan Centrum heeft de gemeente een aantal plekken aangewezen waar we meer groen willen realiseren. Zoals het vergroenen van straten en pleinen, uitbreiden van de Dommelzone, en het vergroenen en toegankelijk maken van daken. Bij het Emmasingelkwadrant wordt het Victoriapark aangelegd. Daarnaast dagen we inwoners en ontwikkelaars uit om met creatieve ideeën te komen voor extra groen in de stad.
Een belangrijke opgave is het toevoegen van nieuw groen binnen de ring en in andere gebieden met weinig groen. In het centrum zijn de Dommel, het Stadswandelpark en de TU/e-campus de enige grote groene plekken. Met meer inwoners worden deze gebieden steeds drukker. We leggen nieuwe groene plekken en parken aan om voldoende groene en koele ruimte te bieden aan alle inwoners.
De verdichting in het centrum vraagt om een stadspark binnen de ring. We onderzoeken welke plek hiervoor het meest geschikt is. Het Eindhovensch kanaal kan ontwikkeld worden als een groen-blauwe stad-landverbinding richting recreatiegebied Gulbergen in Nuenen.
50
In Eindhoven Noordwest wordt Landgoed De Wielewaal, als onderdeel van het Lichtbos Eindhoven, opengesteld voor het publiek. Dit voegt 145 hectare (deels) publiek toegankelijk groen toe.
vergroten we de biodiversiteit met ecologisch beheer en klimaatrobuustheid. Eindhoven sluit hierbij aan bij regionale overleggen over de transitie van het landelijk gebied. Slimme vergroening staat hierbij centraal, met zowel intelligent groen als groene intelli gentie. Intelligent groen omvat natuurinclusief bouwen, meervoudig grondgebruik, groeiplaatsverbetering en technologie voor monitoring. Groene intelligentie gaat over leren van de natuur voor duurzame ontwikkeling.
Naast groen op straatniveau, onderzoeken we ook groenvoorzieningen op daken, vooral in het centrum. Een dakpark in de binnenstad zorgt voor meer ruimte voor groen en recreatie. Het groene landschap in de stad verbindt ons met het landschap om de stad heen. En ook binnen de stad vinden we de verbinding tussen de verschillende groenstructuren, groot en klein, belangrijk.
5.3.3. Gezonde stad Eindhoven wil de stedelijke verdichting gebruiken om de stad gezonder te maken. We stimuleren een gezonde leefstijl en zorgen voor een gezonde fysieke leefomgeving. Dit doen we gezondheidsbevorderend én gezondheidsbeschermend. Gezondheidsbevorderend houdt in dat we de fysieke en mentale gezondheid verbeteren door een gezonde, groene omgeving te creëren, die uitnodigt tot buiten zijn, ontmoeten en meedoen. Daarom werken we aan een groene stad en een gezonde leefomgeving. Gezondheidsbeschermend betekent dat we schadelijke invloeden verminderen. Schadelijke invloeden, zoals ongezonde lucht en teveel geluid, kunnen zich opstapelen en de gezondheid beïnvloeden. We meten dit in het milieugezondheidsrisico (MGR) en maken gebruik van de Brabantse Omgevingsscan van de GGD. We hebben ons aangesloten bij het schone lucht akkoord en zetten ons in voor schonere lucht en het voorkomen van geur- en geluidhinder. De gemeente zorgt voor goede openbare ruimte. De openbare ruimte wordt intensief gebruikt en door de groei van de stad neemt de behoefte aan meer openbare leefruimte toe. Bodem en water zijn sturend voor de inrichting van deze ruimte.
We verbeteren de kwaliteit van groen in de groene wiggen en beschermen ze door geen woningen in de groene wiggen te bouwen. De Dommel, als ecologische verbindings zone, wordt versterkt met meer natuurlijke oevers en een verbreding van de groenzone. Deze verbreding is vooral gericht op beleefbaarheid en toegankelijkheid. In de wijken zorgen we voor groene verbindingen, kwaliteit en toegankelijkheid van groen. Hierdoor ontstaat een sterke groenstructuur die de hele stad bestrijkt. In het buitengebied
We richten de openbare ruimte groen en veilig in en proberen geluidshinder, luchten lichtvervuiling zoveel mogelijk te verminderen. Bij het vernieuwen van openbare ruimte zoeken we kansen voor meer groen en minder verharding. De openbare ruimte is ontworpen om mensen uit te nodigen tot sporten, spelen, ontmoeten en recreëren, en biedt ook ruimte voor kunst, cultuur en design.
51
Het stenige Clausplein is opnieuw ingericht en is nu een aantrekkelijke en groene plek midden in het centrum, waar je even verkoeleing en rust kan opzoeken.
Kaart Milieugezondheidsrisico (MGR) Bron: Kaarten | Atlas Leefomgeving Op de kaart zie je de geschatte opeengestapelde invloed van geluid en luchtkwaliteit op de gezondheid over het jaar 2020. Het milieugezondheidsrisico geeft in procenten aan hoeveel van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling komt.
52
5.3.4. Eindhoven sportstad Eindhoven is echt een sportstad! Overal in de stad vind je sportplekken en speelveldjes. We hebben twee grote stedelijke sportparken, Genneper Parken en Eindhoven Noord, met veel binnen- en buitensportmogelijkheden. En we organiseren verschillende nationale en internationale sportevenementen.
5.4 E indhoven bouwt aan een vitale stad met ruimte voor iedereen en meerdere centra
We behouden en intensiveren de bestaande grote en kleine sportparken en sportplekken. Omdat de stad groeit voegen we nieuwe sportaccommodaties toe. We gebruiken de ruimte die we hebben slim en, als dat mogelijk is, dubbel. Bijvoorbeeld door het combineren van sport en onderwijs waardoor sportvelden en zalen ook buiten schooltijd gebruikt worden. Of door het aanleggen van sportvelden op daken. We beheren de sportvelden op een duurzame manier. Ook worden sportvelden in de stad ingezet bij het aanpakken van de klimaatopgaven. Bijvoorbeeld door het opvangen en vasthouden van water en het opwekken van warmte om woningen te verwarmen. Een mooi voorbeeld is het korfbalveld in Strijp dat warmte produceert.
Eindhoven is in trek. De stad ontwikkelt zich en de bevolking groeit. We hebben een stevige bouwopgave. Tot 2040 bouwen we 40.000 nieuwe woningen en voegen we extra arbeidsplaatsen toe. Betaalbaarheid van woningen is een belangrijke voorwaarde voor brede welvaart en economische groei. Voor iedere levensfase en portemonnee moet binnen Eindhoven een passende woning te vinden zijn. We verdichten vooral rondom bestaande en vernieuwde centrumgebieden, (H)OV-knooppunten en –assen en in de wijken rondom (buurt) centra. We bouwen aan een stad met meerdere levendige centra met een slimme mix van woningen, werken, horeca, voorzieningen, groen en duurzame mobiliteit. Eindhoven blijft op deze manier een fijne en leefbare stad met een goede balans tussen wonen, bedrijvigheid, recreëren en voorzieningen. Een stad waar iedereen zich thuis voelt.
Duurzaam sportveld met zonnecollectoren.
We willen ook bijzondere plekken creëren in de stad waar mensen worden aangemoedigd om meer te bewegen. Het Urban Sportpark in Strijp en speelpark de Splinter in Woensel zijn geweldige voorbeelden. Ze worden zeer gewaardeerd en trekken bezoekers uit de hele regio.
53
5.4.1. Behoefte aan woningen en voorzieningen Eindhoven is in trek. Mensen komen voor studie of werk naar de stad, waardoor de bevolking toeneemt. Tegelijkertijd worden huishoudens kleiner, doordat meer woningen door één persoon worden bewoond. Dit zorgt ervoor dat de vraag naar woningen toeneemt. We willen dat Eindhoven een aantrekkelijke en inclusieve stad is, waar iedereen mee kan doen en bestaande inwoners en nieuw talent willen wonen en werken.
De verdichting zal in de hele stad zichtbaar zijn. We bouwen vooral in en rondom centrumgebieden, (H)OV-knooppunten en (H)OV-assen. Daar is de bereikbaarheid het best en kunnen we aansluiten op bestaande voorzieningen. Ook zorgen we zo voor voldoende open ruimte in de stad en behouden we het groene karakter in de wijken. In de wijken bouwen we vooral rondom buurt- en wijkcentra. Dit versterkt het buurt- of wijkcentrum en zorgt ervoor dat voorzieningen dichtbij zijn. In de wijken en buurten is ruimte voor menging van functies waaronder passende bedrijvigheid.
Wij willen zorgen voor voldoende betaalbare woningen van een goede kwaliteit. Voor mensen in iedere levensfase en voor elke portemonnee moet een passende woning te vinden zijn. Dit betekent dat er extra woningen gebouwd moeten worden, van luxe appartementen tot betaalbare huurwoningen. We werken samen met partners in de stad, zoals ontwikkelaars en corporaties, om deze woonopgave aan te pakken. Ook voor mensen die tijdelijk in Eindhoven verblijven, of een tijdelijke woon oplossing nodig hebben, werken we aan passende woonconcepten.
Door de groei van de stad neemt de druk op de openbare ruimte toe. Daarom is het systeem van bodem, water en groen de basis voor de verstedelijking. De groei van de stad vraagt dat we slim en zuinig met de ruimte omgaan. We combineren verschillende functies en gebruiken de daken in de stad voor bijvoorbeeld energieopwekking, groen, waterberging en ontmoetingsplekken. Bij de bouwplannen is aandacht voor toegankelijkheid, een prettig verblijfsklimaat en aangename openbare ruimte.
Om deze uitdaging aan te gaan, hebben we samen met het rijk, provincie, waterschappen en regio afspraken gemaakt in het Verstedelijkingsakkoord Stedelijk Gebied Eindhoven (2022). Hierin staan afspraken over woningbouw, werkgelegenheid, mobili teit, klimaat, water en energie. In het Stedelijk Gebied Eindhoven SGE wonen op dit moment ruim 520.000 inwoners. We verwachten dat dit tot 2050 groeit naar ruim 620.000 inwoners. Vanwege deze groei hebben we in het verstedelijkingsakkoord afspraken gemaakt over de bouw van 62.000 nieuwe woningen en de realisatie van 72.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Voor Eindhoven betekent dit een groei van 40.000 woningen en circa 36.000 arbeidsplaatsen.
Verdichting heeft effect op de zon, schaduw en wind (microklimaat) in de omgeving. We letten goed op de veranderingen in het microklimaat van een gebied als verdichting plaats vindt. Om te blijven zorgen voor een aangenaam verblijfsklimaat voegen we sunspots toe. Dit zijn plekken in het centrum waar we het extra belangrijk vinden dat er voldoende zon is. Op dit moment zijn de volgende pleinen tot sunspot benoemd; de Markt, Catharinaplein, Stadhuisplein en Wilheminaplein. Eindhoven werkt aan een bezonningsbeleid waarin het aantal sunspots wordt uitgebreid met daaraan verbonden voorwaarden. 5.4.3. Aantrekkelijke centrumgebieden We zien de mogelijkheid om in Eindhoven meerdere aantrekkelijke (stadsdeel)centrumgebieden te creëren. Een centrumgebied is een plek met een hoogstedelijke uitstraling, veel verdichting en een slimme mix van verschillende functies. Hier vind je woningen, werkplekken, basisvoorzieningen, stedelijke voorzieningen en winkels. De openbare ruimte in deze (stadsdeel)centrumgebieden is belangrijk voor de beleving van de stad. Er is ruimte om mensen te ontmoeten, voor groen, evenementen en design, kunst en cultuur. We werken toe naar een autoluw gebied binnen de ring met meer ruimte voor voetgangers, fietsers, en openbaar (deel)vervoer.
5.4.2. Compacte stad Eindhoven kiest voor een compacte stad waarbij we verdichten binnen de bestaande stadsgrenzen. Als de uitbreidingsgebieden Meerhoven, Tongelresche Akkers, Blixembosch Buiten en Buurtschap Te Veld af zijn, is er geen ruimte meer voor nieuwe uitbreidingswijken aan de randen van de stad. Om de stad leefbaar en groen te houden, bouwen we zo min mogelijk in de groene hoofdstructuur.
54
Het centrumgebied bestaat uit het vergrote centrum (met Knoop XL, binnenstad, en Emmasingel-kwadrant), Stadionkwartier en Strijp-S. Stads-hart Woensel en Kastelenplein zijn stadsdeelcentra. Gezien de ontwikkelingen rondom Sectie C en de mogelijke komst van een sprinterstation, zien we ook hier in de toekomst kansen voor een centrumfunctie voor Tongelre
55
Een belangrijk nieuw centrumgebied is Knoop XL, waar de transformatie naar een internationale hotspot zichtbaar wordt. Rondom station Eindhoven Centraal werken we aan een internationaal openbaar vervoersknooppunt. Hier ontwikkelen we een hoogstedelijk centrumgebied met woningen, werkplekken, ontmoetingsplekken en verblijfsruimtes. In het gebied komen ongeveer 9.000 woningen voor ongeveer 16.000 inwoners. Het busstation wordt ondergronds aangelegd en de natuurfunctie van de Dommel wordt sterker gemaakt. Dit gebied wordt het visitekaartje van Brainport Eindhoven. De gebiedsontwikkeling wordt uitgevoerd in samenwerking met de rijksoverheid, provincie en regio. De opgave vraagt om een integrale, langjarige en brede aanpak, waarbij alle zeven stedelijke opgaven worden geïntegreerd in één gebied.
De binnenstad en Strijp-S worden verder ontwikkeld tot aantrekkelijke plekken om te wonen ontmoeten, leven en werken. Er worden verschillende woningbouwlocaties ontwikkeld en er wordt extra groen en voorzieningen toegevoegd. WoensXL en het Kastelenplein (onderdeel van de ontwikkel-as Eindhoven Zuidwest) worden ontwikkeld tot hoogstedelijke stadsdeelcentra. Hier worden veel woningen en (stedelijke) voorzieningen toegevoegd rondom het bestaande winkelgebied. Tijdens gebiedsontwikkeling kan leegstand ontstaan. Om deze tijdelijke ruimte goed te gebruiken, stimuleren we ‘placemaking’. Zo kunnen we de kwaliteit van het gebied verbeteren, de toekomstige identiteit van het gebied zichtbaar maken en bewoners en ondernemers bij het ontwikkelproces betrekken. Placemaking verbindt gebouwen, openbare ruimte en gebruikers, waardoor we ontdekken wat wel en niet werkt in een gebied. Leegstaande gebouwen kunnen ook dienen als creatieve broedplaatsen, atelierruimtes, of voor maatschappelijke doelen.
Impressie van KnoopXL
56
5.5 Eindhoven investeert in leefbare, sociale en veilige wijken
5.5.1. Leefbare, gezonde en veilige wijken We werken aan fijne wijken waar het goed wonen en leven is. We vinden het belangrijk dat mensen zich thuis voelen en dat de buurt veilig, gezond en leefbaar is. Daarom zorgen we dat er in de wijk een mix is van verschillende soorten woningen en maatschappelijke, recreatieve en commerciële voorzieningen, zoals scholen, buurthuizen, gezondheidscentra, sportaccommodaties, speelplekken en winkels. Door extra woningen in een wijk te bouwen verkleinen we niet alleen het woningtekort, maar zorgen we er ook voor dat bijvoorbeeld (buurt)winkels kunnen blijven bestaan. We houden hierbij rekening met de verschillende karakters van de buurten en wijken in Eindhoven. De gemeente biedt ruimte aan ideeën die zorgen voor meer levendigheid in de wijken. We moedigen kleine bedrijfjes aan en ondersteunen creatieve ondernemers, samen met de verschillende partners die in de wijk actief zijn, zoals woningcorporaties. De openbare ruimte is zo ingericht dat iedereen hier gebruik van kan maken. Zij dient als ontmoetingsplaats, afgestemd op de behoeftes van de bewoners. Het is een prettige en veilige plek, zowel overdag als ‘s avonds.
Eindhoven werkt aan fijne wijken met een sterke identiteit waar het prettig wonen, werken en leven is. Leefbare en sociale wijken zijn belangrijk voor het welzijn van inwoners. Mensen hechten zich aan hun buurt en de mensen in de omgeving. Binnen de wijken zijn er verschillende woonvormen beschikbaar zodat inwoners, als ze dit willen, de hele wooncarrière binnen hun wijk kunnen doormaken. Dit vraagt om een gemengd woningaanbod voor iedere levensfase en portemonnee.
We onderzoeken samen met bewoners of er op centrale plekken in de wijk nieuwe mobiliteitshubs kunnen komen. Hierdoor kan het aantal parkeerplaatsen in de wijk omlaag, in ruil voor meer groen of speelplekken. Draagvlak en maatwerk zijn hierbij een belangrijke voorwaarde.
We zorgen voor wijken met een sterke identiteit. Verdichting en transformatie gaan hand in hand met het behouden en versterken van de erfgoedwaarden. Nieuwe ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de sociale cohesie, ruimtelijke kwaliteit, inclusiviteit en leefbaarheid.
In sommige wijken zijn er wat meer uitdagingen op het gebied van de leefbaarheid. Dat pakken we integraal aan door middel van zowel sociale als fysieke wijkvernieuwing. Dit noemen we de integrale wijkaanpak. Een goed voorbeeld hiervan is het pact Woensel Zuid. Hierin werken we samen met inwoners, ondernemers, woningcorporaties, zorginstellingen, scholen en belangenverenigingen om de leefbaarheid in de wijk te verbeteren.
57
De energietransitie in de wijken is een grote uitdaging. We gaan hier in fases mee aan de slag, samen met inwoners, ondernemers, energiebedrijven en woningcorporaties. Meer details hierover staan in paragraaf 5.1 Eindhoven wordt klimaatneutraal.
HOV-lijnen en buurt- en wijkwinkelcentra. In de wijken kunnen extra woningen worden gemaakt door het splitsen of optoppen van bestaande woningen, het invullen van open plekken of het vervangen van een huizenblok of buurt door een nieuwe opzet meer woningen. Ook het gebruiken van leegstaande gebouwen voor nieuwe woningen biedt oplossingen.
5.5.2. Wonen en identiteit Eindhoven heeft verschillende wijken met elk haar eigen karakter. Mensen voelen zich verbonden met hun buurt en de mensen in hun omgeving. We willen dat inwoners, als ze dit willen, heel hun leven in de eigen wijk kunnen blijven wonen. Dit vraagt om een gemengd aanbod van woningen binnen de wijk, zodat voor iedere levensfase en portemonnee een woning beschikbaar is. We hebben extra aandacht voor specifieke groepen, zoals studenten, senioren en kwetsbare mensen. Als levendige studentenstad reserveren we ruimte voor extra studentenwoningen, voornamelijk binnen de Ring.
Erfgoed is belangrijk voor de identiteit van Eindhoven. Het is zichtbaar in de vele monumenten, historische radialen, historisch groen en de historische stedenbouwkundige opbouw van de stad. We zorgen dat de historische ontwikkeling van de stad herkenbaar blijft. Bij verdichting en transformatie houden we rekening met erfgoedwaarden en versterken ze. Op sommige plekken maken we verdwenen erfgoed weer zichtbaar en wijzen we nieuwe monumenten aan. We willen waardevolle gebouwen bewaren en geven ze een nieuwe functie, zoals te zien is bij Strijp-S en DomusDela.
In de groeiende stad is het een uitdaging om genoeg ruimte te vinden voor alle doelgroepen en woonwensen. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan sociale samenhang, ruimtelijke kwaliteit, inclusiviteit en leefbaarheid. We geven hierbij ruimte aan duurzame en innovatieve woonconcepten. Verdichting in woonwijken gebeurt vooral dicht bij
De Uitvoeringsagenda Erfgoed bevat concrete doelen voor het behoud en gebruik van erfgoed. Cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed zijn in kaart gebracht op de cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
58
5.5.3. Veilige wijken en basis op orde We vinden het belangrijk dat mensen een veilige leefomgeving hebben, zowel fysiek als sociaal. Daarom houden we bij het inrichten van wijken rekening met de gezondheid, omgevingsveiligheid, verkeersveiligheid en het algemene veiligheidsgevoel. Dit doen we door wijken veilig in te richten met voldoende verlichting, genoeg groen en een aangename openbare ruimte. We verbeteren de sociale veiligheid door High Impact Crimes (strafbare feiten met een groot effect op het slachtoffer) zoals woninginbraken, overvallen, jeugdoverlast, radicalisering, woonoverlast en ondermijning aan te pakken. Hiervoor stellen we speciale programma’s op. Voor andere veiligheidsthema’s leveren we maatwerk.
5.5.5. Samenwerken in de buurt en regio De gemeente werkt in de wijken samen met diverse partners, zoals inwoners, ondernemers, WIJEindhoven, zorg- en welzijnsinstellingen, woningcorporaties, veiligheids regio en de politie. Via de Buurtkijker houden we in de gaten hoe het met de wijken gaat, hoeveel voorzieningen er in de wijken zijn en hoe vol deze voorzieningen zijn. Als het nodig is gebruiken we de aanpak ‘Samenleven in verscheidenheid’ om samen met de buurtbewoners en maatschappelijke organisaties in de wijk te werken aan gerichte oplossingen. Op het gebied van wonen werkt Eindhoven intensief samen met de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Binnen de MRE zijn afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de regio in het samenwerkingsakkoord MRE, de woondeal, de Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant en de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Deze afspraken gaan onder andere over de manier van verstedelijking, het aantal woningen dat wordt gebouwd en volgens welke principes ze worden ontwikkeld.