CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - Bestemmingsplan ‘IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (Vonderpark Kwartier)

Raadsvergadering 10 september 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord 2013 (Vonderpark Kwartier)’32.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Belangrijke constatering is dat de toevoeging dusdanig kleinschalig is, dat deze niet concurrerend is met het bestaande aanbod in de binnenstad. 3.9.2

Horeca

In het plangebied wordt in beperkte mate horeca op de begane grond mogelijk gemaakt. De toegestane horeca in het plangebied is beperkt tot 400 m² en omvat uitsluitend horecabedrijven in de subcategorie 1a en 2b zoals genoemd in de `Lijst van horeca-activiteiten´ die als bijlage bij de regels wordt toegevoegd. Het betreft navolgende categorieën:

Op 11 maart 2014 heeft de gemeenteraad het nieuwe horecabeleidsplan 'Kennis maken met een gastvrije stad' vastgesteld. Eindhoven wil aantrekkelijk zijn om er te komen, verblijven, studeren, wonen en werken. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Het horecabeleidsplan bevat een aantal speerpunten om ervoor te zorgen dat de horeca in Eindhoven kan meebewegen met de ontwikkelingen in de stad. De gemeente wil de vestiging van kwalitatief goede horecabedrijven stimuleren. Daarbij is een wederzijdse versterking van de nabije andere functies belangrijk. Om dit bewerkstelligen maakt het horecabeleidsplan onderscheid in de volgende drie gebiedstypen: Stimuleringsgebied: Gebieden waar uitbouw van de horecasector mogelijk is. Toelatingsgebied: Gebieden waar per aanvraag wordt bezien of nieuwe horeca of uitbreiding vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

83

van bestaande horeca inpasbaar is. Dit is afhankelijk van onder andere infrastructuur, woonbelangen, levendigheid, leefbaarheid en milieuaspecten. Restrictiegebied: Gebieden waar (vanuit leefbaarheid) een vermindering van het aantal horecavestigingen wordt nagestreefd. Per deelgebied of cluster in Eindhoven wordt aangegeven welk gebiedstype van toepassing is. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt in type horeca: Nat & Droog: Het al dan niet schenken van alcohol is vanuit de taken van de overheid zeer bepalend. Om die reden is een eerste onderscheid naar nat en droog logisch. Indien een horecabedrijf geen alcoholische dranken verstrekt, wordt deze gerekend tot de droge horeca. Natte horeca verstrekt alcoholische dranken. Dag, Avond & Nacht: Naast de indeling op basis van het schenken van alcoholhoudende dranken moeten we echter ook kijken naar de exploitatietijden. Op basis hiervan kan worden gekeken naar de tijden waarop een horecabedrijf invloed heeft op zijn omgeving. Ook dit heeft weer een verband met wanneer de overheid welke taak heeft. Hierin kunnen in beginsel drie typen worden onderscheiden: dag-, avond en nachthoreca. Van belang is hierbij de combinatie met nat of droog. Regels over het schenken van alcohol en openingstijden zijn opgenomen in de drank- en horecawet en in de APV. In het bestemmingsplan worden hierover geen regels opgenomen.

Wel wordt in het bestemmingsplan opgenomen welke vorm van horeca is toegestaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de lijst van Horeca-activiteiten. Toetsing Binnen het horecabeleidsplan is het Emmasingelkwadrant aangeduid als toelatingsgebied. Hier is fysiek ruimte en decor voor horecaontwikkelingen. Het Emmasingelkwadrant wordt beschreven als een wijk in Eindhoven waar wonen een belangrijker onderdeel wordt dan het nu nog is. Het doel is een bijzonder stuk Eindhoven te ontwikkelen waar niet alleen gewoond, maar ook gewerkt, gewinkeld en gerecreëerd kan worden. In die zin moet het gebied een bijdrage leveren aan het door Eindhoven gewenste imago: een moderne stad, die nieuwe functies als de creatieve industrie onderbrengt in herontwikkelde industriële gebouwen. In de plint is in beperkte mate horeca mogelijk. Dit past binnen de vastgestelde en nieuwe ontwikkelingsvisie zoals opgesteld voor het Emmasingelkwadrant en versterkt bovendien de leefbaarheid van dit gedeelte van het centrumgebied. 3.9.3

Bedrijvigheid

Op 15 maart 2016 heeft de gemeenteraad de Bedrijventerreinennota met de titel 'Aan de slag voor waardevolle locaties' vastgesteld. Deze is gepubliceerd op 13 mei 2016. Met deze nota wordt richting gegeven aan het beleid voor en de ontwikkelingsrichting van de bedrijventerreinen. De nota heeft betrekking op de 16 grootste (>5 ha) bedrijventerreinen van Eindhoven, inclusief campussen. De helft van de werkgelegenheid in Eindhoven en de regio hangt samen met deze 16 bedrijventerreinen. Daarmee zijn de terreinen een heel belangrijke pijler onder Brainport, de tweede economische motor van Nederland en een van de meest prominente hightech centra van Europa. Veel Brainport (gerelateerde) bedrijvigheid en economische clusters zijn op deze bedrijventerreinen - en die in de regio - gevestigd. Doel van de nota is de grote waarde die de terreinen hebben naar de toekomst toe te borgen en verder te vergroten. Dit in het belang van het functioneren van de bedrijven en de welvaart en het welzijn van de inwoners in Eindhoven en Brainport. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het brede palet aan economische activiteiten en daarmee samenhangende wensen en eisen die aan de bedrijventerreinen in Eindhoven worden gesteld.

Toetsing De eventueel te vestigen bedrijvigheid in de plinten is kleinschalig van omvang, behoort tot milieucategorie 1 qua milieubelasting en is daarnaast van dienstverlenende aard. 84

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

Van grootschalige bedrijvigheid qua omvang en milieubelasting is in het plangebied geen sprake. Bedrijven waar het accent ligt op het bewerken, installeren en vervoeren van goederen worden binnen het plangebied niet voorzien. 3.9.4

Conclusie

De toename van het aantal inwoners biedt kansen om de aantrekkelijkheid, verblijfskwaliteit, diversiteit van het totale centrumgebied van Eindhoven te verbeteren. Hoewel voor dit gebied geen substantiële toevoegingen van detailhandel, horeca en overige plintfuncties zijn gewenst, wordt een beperkte toevoeging hiervan als wenselijk gezien. Er komt in deze ontwikkeling ruimte voor diverse op de lokale (en soms zelfs buurt) markt gerichte (kleinschalige) functies als detailhandel, horeca, dienstverlening, maatschappelijk en kantoor. De aanwezigheid van dit type voorzieningen zorgt voor levendigheid / veiligheid (en daarmee leefbaarheid) en de woonkwaliteit van het stedelijk gebied en Victoriapark met de Gender. Dit is in lijn met de vastgestelde en nieuwe ontwikkelingsvisie Emmasingelkwadrant waarin ruimte (circa 5%) van de gerealiseerde oppervlakte (door nieuwbouw en transformatie) is voorzien voor overige functies, zoals cultuur, maatschappelijk, horeca, winkels of een logiesfunctie (hotel). Dit is ook in lijn met het gemeentelijke en (sub)regionale detailhandelsen horecabeleid.

3.10

Kabels, leidingen

Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. Tevens moeten relevante zones worden aangegeven, waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgas; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Daarnaast moeten optisch vrije paden in het bestemmingsplan worden opgenomen. Binnen het plangebied liggen geen hoofdtransportleidingen en straalpaden die vanuit ruimtelijk oogpunt relevant zijn voor verwerking in het bestemmingsplan. Binnen het plangebied bevinden zich geen onder- of bovengrondse hoogspanningsleidingen. Ook in de nabijheid van het plangebied ontbreken dergelijke leidingen.

3.11

Windhinder, privacy en bezonning

3.11.1

Windhinder

In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening echter bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. In 2006 is de privaatrechtelijke norm NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ uitgekomen. Deze norm geeft richtlijnen (methodes) voor het uitvoeren van windtunnel- en CFD onderzoek. Daarnaast wordt een beoordelingsmethodiek van windhinder en windgevaar. Hierbij wordt gewerkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In een tabel is voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) een beoordeling van het windklimaat gegeven (slecht, matig, goed). Daarnaast is een toetsingskader ten aanzien van vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

85

windgevaar uitgewerkt. Door Actiflow BV is voor het plan op basis van voormelde NEN 8100 een theoretische beschouwing van het windklimaat opgesteld d.d. 15-06-2022, welke als bijlage 4 bij de toelichting is opgenomen. Onderhavige rapportage omschrijft een windstudie uitgevoerd waarin het effect van de beoogde bouwmassa’s inzichtelijk is gemaakt op het windklimaat nabij het plangebied. Deze studie is uitgevoerd conform NEN 8100:2006. Het berekende windklimaat wordt vervolgens getoetst aan de beleidsregel gemeentelijke normen windhinder van de gemeente Eindhoven Hierin worden een aantal punten genoemd, welke hieronder zijn samengevat: Hoofdentree moet voldoen aan de kwalificatie goed voor activiteit slenteren Openbare ruimten moeten voldoen aan de kwalificatie goed Kwalificatie matig kan eventueel na bestuurlijke afweging worden geaccepteerd Slecht is niet toegestaan, maar hiervan kan door B&W worden afgeweken Bij windgevaar moet de kwalificatie gevaarlijk te allen tijde worden vermeden Als conclusie wordt vermeld: Het windklimaat nabij de nieuwbouw kan als gevarieerd worden omschreven met de aanwezigheid van windhinderklassen A t/m D. De hoogste windhinderklassen treden op in de doorsteken tussen de Vonderstraat en de Lichtstraat. Hier ontstaat lokaal windhinderklasse D aan de zuidzijde van veld Ba en de zuidzijde van veld Ac.

De voetpaden kennen met uitzondering van bovengenoemde zones een acceptabel windklimaat. Rondom blok B is ruime mogelijkheid om entrees te plaatsen. Slechts wanneer hier een entree aan de zuidzijde van veld Ba is gepland dienen maatregelen te worden genomen. Aan de zuidzijde van veld Ac zijn maatregelen benodigd om entrees bruikbaar te maken. • Het windklimaat in het park of op terrassen is acceptabel om een voldoende comfortniveau te bereiken. In het plangebied geldt geen enkel risico op windgevaar. Geconcludeerd wordt dat er twee zones zijn die aandacht verdienen. Deze zones worden veroorzaakt door een samenspel tussen alle aanwezige bouwvolumes. Voorgesteld wordt om mitigerende maatregelen toe te passen in de vorm van interventies in de stroomlijnen, zoals aanvullende vegetatie, welke de stroomlijnen kunnen breken en de stroming kunnen remmen. In de regels van dit bestemmingsplan wordt - gezien de in het plangebied mogelijk gemaakte bouwhoogte - het aspect “windklimaat” geregeld middels een voorwaardelijke verplichting, zodat na vaststelling van het bestemmingsplan en voorafgaand aan aanvraag c.q. beoordeling omgevingsvergunning(en) bouw dit aspect voldoende is geborgd aanvullend aan de vaststelling zoals gedaan in voormelde onderzoeksrapportage. 3.2.3 Voorwaardelijke verplichting windklimaat a.

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast, dat sprake is van een acceptabel windk limaat, overeenkomstig de beleidsregel 'gemeentelijke normen windhinder'; b. De eventueel te treffen maatregelen om tot om tot het in lid a. bedoelde resultaat te komen dienen in stand gehouden te worden; c. Als de onder sub a. bedoelde (beleids)regeling wordt gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden Conclusie is dat het aspect windhinder de totstandkoming van dit bestemmingsplan niet in de weg staat. 3.11.2

Privacy en bezonning

Privacy en uitzicht In een hoogstedelijk gebied als waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt is een beperking van privacy en vrij uitzicht als gevolg van nieuwe ontwikkelingen inherent aan verdichting. 86

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

Door toevoeging van het woongebouw, waarmee de ontwikkeling in het Emmasingelkwadrant verder vorm wordt gegeven, is voor bepaalde bestaande woonappartementen sprake van minder privacy en minder uitkijk. De afronding van dit gebied met woningen in plaats van het HCZ kantoorgebouw sluit goed aan op het bestaande woongebied zowel qua functie alsook qua gebouwvolumes. Van privaatrechtelijke belemmeringen is geen sprake en afrondende woonbebouwing ten opzichte van hetgeen ter plaatse is gerealiseerd is evenmin een onverwachte ontwikkeling. Gelet op de afstanden tussen nieuwbouw en bestaande bebouwing en gezien de aard van de centrum stedelijke omgeving zal geen sprake zijn van een onaanvaardbare aantasting van de privacy. Bezonning Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning. De schaduwwerking is over het algemeen het grootst op 19 februari en 21 oktober vanwege de lage stand van de zon. Na 19 februari zal de situatie elke dag verbeteren tot en met 21 juni, wanneer de zon op haar hoogst staat en er dus nauwelijks schaduwwerking is. Daarna wordt de schaduwwerking weer elke dag een beetje groter, tot het einde van de onderzoeksperiode op 21 oktober. In het kader van de planontwikkeling is onderzoek gedaan inzake de bezonning.

In het bezonningsonderzoek van Peutz van 7 juni 2022 (opgenomen als Bijlage 5 bij deze toelichting) wordt uitgegaan van de gemeentelijke “beleidsregels voor bezonning woningen” zoals vastgesteld door het College van B&W op 10 januari 2017. Gemeentelijk beleid is dat bij omliggende woningen minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer. Per woning mag de bezonning op voor-, achter- en zijgevels worden opgeteld. Dit komt overeen met de zogenaamde ‘lichte’ TNO norm. Het onderzoek is gebaseerd op de rekenkundige bezonning van een 3D-model van de bestaande en de geplande bebouwingssituatie. Het onderzoek is gebaseerd op door Peutz ontwikkelde programmatuur binnen het softwarepakket Radiance. Hiermee is de potentiële bezonningsduur, de afname van de bezonning alsmede de schaduwwerking op grafische wijze inzichtelijk gemaakt op de data 21 juni (langste dag), 21 juli, 21 augustus, 21 september en 21 oktober, hetgeen tevens representatief is voor de maanden februari, maart, april en mei. De onderzoeksresultaten geven met een interval van 1 maand een beeld van de bezonningssituatie gedurende een groot deel van het jaar, overeenkomend met de periode volgens de eisen van de gemeente Eindhoven.

In het onderzoek is navolgende conclusie opgenomen : Uit de rekenresultaten blijkt dat het grootste deel van de bestaande woningen ruimschoots voldoet aan de eisen van de gemeente Eindhoven. Voor een deel van de omliggende bebouwing neemt de bezonningsduur ten gevolge van de geplande nieuwbouw dermate af dat er minder dan 2 uur zon wordt behaald. Een deel van deze bebouwing betreft bedrijfspanden, waardoor deze niet getoetst hoeven te worden. Bij woningen aan het Victoriahof en in de Ventoseflat is een afname van de bezonningsduur te verwachten waardoor niet aan de eisen van de gemeente Eindhoven wordt voldaan. Hierbij wordt opgemerkt dat voor een groot deel van de woningen in de bestaande situatie ook al sprake is van een bezonningsduur van minder dan 2 uur. De bezonning op de balkons en in de tuinen van alle bestaande woningen voldoet eveneens ruimschoots aan de eisen van de gemeente Eindhoven. Met inachtneming van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat grotendeels aan gemeentelijk beleid wordt voldaan en wordt de afweging gemaakt dat vanwege de bestaande feitelijke situatie het aspect bezonning de totstandkoming van dit bestemmingsplan niet in de vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

87

weg staat.

3.12

Explosieven

Eindhoven Aan de hand van uitgebreid historisch archiefonderzoek is voor Eindhoven geïnventariseerd welke locaties mogelijk kans hebben op de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven (zogenaamde blindgangers). Doordat de geallieerden dwars door Eindhoven zijn getrokken naar Son en er over en weer is geschoten met artillerie, is het nooit helemaal uit te sluiten dat er explosieven worden aangetroffen bij de grondwerkzaamheden. Aldus is in het kader van dit bestemmingsplan gekeken naar de mogelijk om te komen tot een onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van CE of delen daarvan binnen het projectgebied. Vanwege de aanwezige verhardingen en obstakels in het onderzoeksgebied is het echter ten tijde van de totstandkoming van het bestemmingsplan niet mogelijk om een onderzoek in het veld te doen naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Vastgesteld kan worden dat de locatie verdacht is voor het aantreffen van niet gesprongen explosieven. Voorafgaand aan graaf- en bouwwerkzaamheden zal (in eerste instantie) een vlakdekkend detectieonderzoek worden uitgevoerd. Hierbij wordt de locatie middels een meersonde gradiometer en een grondradar ingemeten. Op grond van de analyse worden op een locatiekaart de vrijgegeven gebieden en eventueel aanwezige verdachte objecten aangegeven met een uniek identificatienummer.

Aan de hand van de uitkomsten zal worden bezien of en zo ja welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.

Afbeelding: Atlas van Eindhoven, onderdeel explosievenkaart Emmasingelkwadrant Voor het plangebied van het Emmasingelkwadrant is een Risicoanalyse Conventionele Explosieven uitgevoerd, hier opgenomen als bijlage 6. Uit het historisch vooronderzoek CE is naar voren gekomen dat de projectlocatie in een gebied ligt dat verdacht is op het aantreffen 88

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

van Conventionele Explosieven (CE). Uit de analyse van het vooronderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied verdacht is op het voorkomen van CE, in de vorm van Duitse en Britse afwerpmunitie van diverse kalibers en Duitse submunitie. Dit betekent dat er tijdens de uitvoering van de geplande civieltechnische werkzaamheden een risico is op het aantreffen van CE en mogelijke detonatie hiervan. De te verwachten CE kunnen tijdens de geplande werkzaamheden middels toucheren of verplaatsen geïnitieerd worden. Wanneer één van de mogelijk aan te treffen CE tot uitwerking komt, zijn er verschillende uitwerkingsfactoren, zoals luchtdruk- en/of scherfwerking.

De geplande civieltechnische werkzaamheden hebben betrekking op herinrichting van de projectlocatie Emmasingelkwadrant. Het betreft hierbij de volgende werkzaamheden: Het plaatsen van straatverlichting. Het aanleggen van kabels, leidingen, riool. Het aanleggen van de Gender als oppervlaktewater. Het (ondergronds) slopen van de bestaande bebouwing. vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

89

Het (ondergronds) funderen van nieuwbouw. Het uitvoeren van een milieukundige sanering. De te nemen maatregelen die in relatie met CE-opsporingswerkzaamheden tijdens de uit te voeren werkzaamheden toegepast kunnen worden zijn opgenomen in onderstaande tabel. De locaties van bovenstaande werkzaamheden kunnen gedurende het werk worden vrijgegeven middels detectie en (eventueel) benaderen. Hiertoe kan het ongewenst aantreffen en daarbij mogelijk detoneren van CE worden voorkomen. Bij dit opsporingsadvies is onderstaande kaart toegevoegd:

Afbeelding: Opsporingsadvieskaart Emmasingelkwadrant Conclusie is dat het aspect CE de totstandkoming van dit bestemmingsplan niet in de weg staat, maar wel aanvullende aandacht behoeft.

90

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

4.1

Milieuparagraaf

M.e.r.-beoordeling

Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden; plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale verordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland).

Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Op 7 juli 2017 is opnieuw een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat het bevoegd gezag dient te beoordelen of het noodzakelijk is om een milieueffectrapportage op te stellen.

De effecten van de onderhavige bestemmingswijziging dienen door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld te worden gebracht. Beoordeling planontwik keling bestemmingsplan Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De in het kader van dit bestemmingsplan aan de orde zijnde planinvulling valt onder een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Het aantal woningen ligt echter ruim onder de drempelwaarde van 2.000 woningen. De voorgestane ontwikkeling binnen het plangebied past aldus ruimschoots binnen de genoemde drempelwaarden. vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

91

Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Er is dus geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Beoordeling planontwik keling Emmasingelkwadrant In 2022 is reeds een aanmeldingsnotitie gemaakt voor de nieuwe ontwikkelingen in het Emmasingelkwadrant Westveld inclusief Victoriapark. In deze notitie is aldus ook het plangebied van onderhavige bestemmingsplan meegenomen in de beoordeling. Deze notitie (hier als bijlage 8 opgenomen) bevat navolgende conclusie : Op basis van voorliggende aanmeldnotitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de realisatie van Emmasingelkwadrant Westveld.

Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat de realisatie van de Emmasingelkwadrant Westveld niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’ Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure o.g.v. het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Uit de - hier als bijlage 7 opgenomen - vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. De beslissing op de vormvrije m.e.r.-beoordeling is voorafgaand aan het vrijgeven van het ontwerpbestemmingsplan genomen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied.

92

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

4.2.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG - brochure. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied worden toegestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.

bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. Deze indeling loopt van categorie 1 met aan te houden afstand 10 meter tot categorie 6 met als afstand 1.500 meter. 4.2.2

Het plangebied

Het plangebied maakt onderdeel uit van het stadscentrum van Eindhoven. Kenmerkend aan een stadscentrum is de grote diversiteit aan functies. Het plangebied wordt daarom aangemerkt als een gebied waar duidelijk sprake is van een functiemenging.

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

93

Afbeelding: Bedrijvenopdekaart.nl

Op een afstand van circa 120 meter van het plangebied ligt het Philips Stadion. In het stadion vinden zowel wedstrijden alsook in beperkte mate evenementen plaats, die in het kader van het aspect zonering relevant zijn. Het stadion heeft geactualiseerde geluidsnormen, waartoe door bureau DGMR recent akoestisch onderzoek is verricht. In paragraaf 4.3 zal nader worden ingegaan op dit akoestisch onderzoek. In de omgeving van het plangebied is geen bedrijf gelegen die een mogelijke beperking met zich mee kunnen brengen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de woonbestemming en/of waarvoor de toevoeging van woningen een belemmering zou opleveren in de bedrijfsvoering ten opzichte van de bestaande situatie. Voor het plangebied zelf wordt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging als uitgangspunt genomen voor milieuzonering. De activiteiten in de in de VNG-brochure opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging bestaan uit de categorieën A, B of C met de volgende betekenis voor de toelaatbaarheid: Categorie A : Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen - in gebieden met functiemenging - kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend.

Categorie B : Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C : De activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Bij de samenstelling van de “Lijst van bedrijfsactiviteiten" is primair als uitgangspunt genomen, dat daarin slechts dienen te worden opgenomen "bedrijven in enge zin". Activiteiten zoals detailhandel, horeca, kantoren, sport-/recreatie-inrichtingen (zoals een sportschool, een zwembad etc.), onderwijs- en andere maatschappelijke instellingen, alsmede dienstverlenende instellingen/beroepen, zoals kapsalons, artsenpraktijken advocatenkantoren etc. zijn van deze lijst geschrapt. De reden hiervan is dat dergelijke functies in de bestemmingsplannen anders dan voor "bedrijfsactiviteiten" worden bestemd. Verder zijn uitgezonderd bedrijven die niet in het plangebied zijn gewenst. Vervolgens is een selectie gemaakt van de bedrijven behorende tot de voor het plangebied al dan niet met vergunning voor het afwijken toelaatbaar geachte milieucategorieën. Met deze selecties is uiteindelijk voor het onderhavige bestemmingsplan een “Lijst van bedrijfsactiviteiten" op maat samengesteld.

Deze Lijst van bedrijfsactiviteiten' is als bijlage 1 bij de planregels opgenomen. Binnen het onderhavige plangebied zijn bedrijven c.q. bedrijfsmatige activiteiten zoals in deze paragraaf bedoeld toegelaten bij de woonfunctie als ondergeschikte nevenactiviteit. Onder meer ambachtelijke bedrijven worden daartoe gerekend. Bedrijfsfuncties zijn niet specifiek bestemd. 4.2.3

Conclusie

In het plangebied zijn bedrijven c.q. bedrijfsmatige activiteiten zoals in deze paragraaf bedoeld uitsluitend toegelaten bij de woonfunctie als ondergeschikte nevenactiviteit. Onder meer ambachtelijke bedrijven worden daartoe gerekend. Bedrijfsfuncties zijn niet specifiek bestemd.

4.3

Geluid

4.3.1

Weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai, normstelling en beleid

Wettelijke regeling 94

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan met ontheffing tot een bepaald maximum in een aantal gevallen mag worden afgeweken. Railverkeerslawaai Overeenkomstig artikel 87e van de Wet geluidhinder geldt op de gevel van woningen binnen een zone van spoorweglawaai een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Indien hieraan niet kan worden voldaan, kunnen - indien maatregelen gericht op terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard - Burgemeester en Wethouders een hogere toelaatbare waarde vaststellen tot maximaal 68 dB. Wegverkeerslawaai Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijde van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving. In onderstaande tabel zijn de zonebreedten weergegeven.

Overeenkomstig artikel 82, lid 1 van de Wgh geldt voor woningen binnen een zone qua geluidbelasting op de gevel een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hieraan niet kan worden voldaan, kunnen - indien maatregelen gericht op terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn dan wel op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard - Burgemeester en Wethouders een hogere toelaatbare waarde vaststellen voor een nieuw te bouwen woning in binnenstedelijk gebied tot maximaal 63 dB. Luchtvaartlawaai Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 5,5 km van de luchthaven Eindhoven. Het plangebied ligt niet binnen de vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Luchtvaartlawaai werkt derhalve niet belemmerend voor onderhavig plangebied en is onderzoek op dit onderdeel niet aan de orde. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft geluidbeleid (Hogere Waarden Beleid Geluid, kenmerk svs/LD10002448, d.d. maart 2010) vastgesteld met een aanvullende uitleg voor de voorwaarde ‘geluidluwe zijde’ in de Beleidsregels hogere waardenbeleid geluid (Gemeenteblad 2018, 153767, d.d. 17 juli 2018).

De hoofdlijn van het geluidbeleid is dat: eerst maatregelen aan de bron worden onderzocht, en als deze (gemotiveerd) niet mogelijk blijken; overdrachtsmaatregelen worden onderzocht, en als deze (gemotiveerd) niet mogelijk blijken; maatregelen bij de ontvanger worden onderzocht. Voor de afweging en onderbouwing waaruit blijkt dat onvoldoende bron- of overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen is aangesloten op artikel 110a, lid 5 Wgh.

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

95

Dit zijn de overwegingen van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke en financiële aard. De voorwaarden voor het toestaan van een hogere waarde zijn navolgende : bij een geluidbelasting van meer dan 53 dB vanwege wegverkeerslawaai en/of 55 dB vanwege spoorweglawaai geldt een verplichting van tenminste één geluidluwe zijde waaraan verblijfsruimte is gesitueerd; wanneer de bestemming binnen de zone van meerdere bronnen ligt dan geldt dat de gecumuleerde geluidbelasting de maximaal toelaatbare grenswaarde niet mag overschrijden. 4.3.2

Weg- en railverkeerslawaai, onderzoek

Onderzoek Peutz 31 mei 2022 Door bureau Peutz Is in het kader van dit bestemmingsplan gekomen tot een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai “Akoestisch onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling van woningbouw bouwveld A en bouwveld B aan de Vonderweg te Eindhoven”. De rapportage betreffende dit onderzoek (d.d. 31 mei 2022, ref. EdB/RP/D v d H/H 78 04-2-RA-00) is als bijlage 9 bij deze toelichting opgenomen.

Afbeelding: Onderzoek gebied Railverkeerslawaai Het plangebied alwaar wordt voorzien in nieuwe woningen ligt in de zone van de spoorlijn Eindhoven-Boxtel, met een zonebreedte van 600 meter en dus moet het aspect railverkeerslawaai worden onderzocht. Door bureau Peutz wordt aangegeven dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen als gevolg van de spoorweg in bouwveld A maximaal 54 dB en bouwveld B maximaal 55 dB bedraagt en aldus niet hoger is dan de voorkeurswaarde van 55 dB. 96

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

Wegverkeer De Mathildelaan, de Vonderweg en de Willemstraat zijn binnenstedelijk gelegen en hebben een zone van 200 meter, waarbinnen zich het plangebied bevindt alwaar wordt voorzien nieuwe geluidgevoelige bestemmingen / woningen, zodat akoestisch onderzoek naar geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeerslawaai noodzakelijk is. Door bureau Peutz wordt aangegeven dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen als gevolg van wegverkeerslawaai op de Vonderweg in bouwveld A maximaal 59 dB en in bouwveld B maximaal 63 dB bedraagt en aldus de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt niet overschreden. De overige onderzochte wegen leiden niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Geluidreducerende wegdekverharding levert een reductie op van ten hoogste 3 dB, waarmee de voorkeurswaarde niet wordt gehaald. Het beperken van de rijsnelheid en omvang van het verkeer wordt op korte termijn niet haalbaar geacht vanwege het doorgaande karakter van deze weg. Het is vanwege de beperkte ruimte niet mogelijk om een effectief geluidscherm te projecteren om het geluid van deze weg te reduceren. Daarnaast is een geluidscherm niet effectief door de hoogte van het gebouw en er op hogere bouwlagen geen afscherming meer kan plaatsvinden.

Aldus stuit vanuit verkeerskundige en financiële overwegingen het toepassen van bronmaatregelen op overwegende bezwaren en stuit vanuit stedenbouwkundige overwegingen, het toepassen van overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren. Aldus is een aanvraag beschikking hogere waarde mogelijk. Peutz vermeld hiertoe onderstaande tabellen :

Bij een geluidbelasting van meer dan 53 dB vanwege wegverkeerslawaai en/of 55 dB vanwege spoorweglawaai geldt een verplichting van tenminste één geluidluwe zijde waaraan een verblijfsruimte is gesitueerd. Peutz geeft aan dat in de aanvullende uitleg door de gemeente voor de voorwaarde ‘geluidluwe zijde’ is aangegeven dat ook in minimale zin aan de eis van een geluidluwe zijde wordt voldaan wanneer per woning ten minste één geluidgevoelige ruimte beschikt over een raam waar de geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en dit raam over zodanige spuiventilatiemogelijkheden beschikt dat voldaan wordt aan de desbetreffende eisen van het Bouwbesluit. Wanneer de geluidbelasting op de te openen delen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kunnen in/op en/of aan de gevel maatregelen worden getroffen waardoor alsnog een stille zijde gerealiseerd wordt. Minimaal moeten deze maatregelen de te openen delen afdoende afschermen zodat aldaar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan Ten aanzien van bouwveld A en bouwveld B wordt aangegeven dat alle appartementen, dus ook de appartementen met een geluidbelasting hoger dan 53 dB, beschikken over een balkon. vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

97

Een mogelijke geluidluwe zijde kan gerealiseerd worden door de geluidafschermende werking van de gesloten borstwering op het balkon. \ Uit berekeningen van Peutz blijkt dat voor wat betreft bouwveld A de geluidbelasting ter hoogte van de balkons inachtneming van geluidafschermend effect van de gesloten borstwering voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Hiermee wordt voldaan aan de eis van ten minste één geluidluwe gevel uit het hogere waarde beleid. Voor de appartementen is er aldus de mogelijkheid om via de balkons geluidluwe te kunnen spuien. Uit berekeningen van Peutz blijkt dat voor wat betreft bouwveld B aan de westzijde en de zuidzijde vanaf de 7e etage en hoger de geluidbelasting ter hoogte van de balkons inachtneming van geluidafschermend effect van de gesloten borstwering voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Voor de appartementen met een geluidbelasting hoger dan 48 dB op de balkons (voor de west- en zuidgevel lager dan 21 m worden door Peutz diverse oplossingsrichtingen voorgesteld en aannemelijk gemaakt dat op een technisch haalbare wijze voldaan kan worden aan de eis van een geluidluwe zijde. Railverkeer Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogst berekende geluidbelasting ten gevolge van het railverkeer 54 en 55 dB ter plaatse van respectievelijk bouwveld A en B bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

Gecumuleerde geluidbelasting De hoogst berekende gecumuleerde geluidbelasting bedraagt voor bouwveld A 59 dB en voor bouwveld B 68 dB. Met een gevelopbouw met een geluidisolatiewaarde van ten minste 25 dB is een goed akoestisch woon- en leefklimaat binnen te realiseren. Aangezien de minimale geluidwering van de gevel 20 dB dient te bedragen conform het Bouwbesluit 2012 is het noodzakelijk om een geluidwering van de gevel onderzoek uit te voeren. E.e.a. zal in de fase van de aanvraag omgevingsvergunning worden uitgewerkt. In de regels van dit bestemmingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting deze uitwerking genoegzaam geborgd.

Conclusie Peutz Als conclusie wordt in voormelde rapportage van 13 mei 2022 aangegeven: Geconcludeerd wordt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de realisatie van de woningbouw aan de Vonderweg, mits rekening wordt gehouden met het volgende: er dienen hogere waarden te worden aangevraagd ten gevolge van het wegverkeer; woningen met een geluidbelasting (inclusief aftrek) hoger dan 53 dB ten gevolge van de Vonderweg dienen voorzien te worden van voorzieningen zoals omschreven in hoofdstuk 5; voor de woningen met een gecumuleerde geluidbelasting (railverkeer en wegverkeer (zonder aftrek) tezamen) van meer dan 53 dB dient een onderzoek naar de geluidwering van de gevel uitgevoerd te worden Op grond van het vorenstaande is aldus aan de orde om voor de nieuwe woningen een hogere waarde vast te stellen, aanvullend onderzoek te doen naar de geluidwering van de gevel en de concrete invulling van de geluidluwe zijde te worden uitgewerkt. E.e.a. zal in de fase van de aanvraag omgevingsvergunning worden uitgewerkt. In de regels van dit bestemmingsplan is middels een voorwaardelijke verplichting deze uitwerking genoegzaam geborgd.

Bij de aanvraag Omgevingsvergunning (aspect bouwen) dient te worden aangetoond dat elke woning een geluidluwe zijde heeft en dient te worden aangetoond dat de geluidwering van de gevels voldoende is om de binnenwaarde van 33 dB te waarborgen. Onderzoek Peutz 30 juni 2022

98

vastgesteld IV Emmasingelkwadrant-Fellenoord2013 (Vonderpark Kwartier) Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14380742/2