CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Woonzorgbehoefteonderzoek mensen in een kwetsbare positie (BEECKK)

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Woonzorgvisie9.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opdrachtgever:

Gemeente Eindhoven

Titel rapport:

Woonopgave kwetsbare doelgroepen samenhang, samenwerking en vernieuwing

Rapporttype:

Onderzoeksrapport

Datum:

22 juni 2022

Contactpersoon opdrachtgever(s):

Carien van Caam, Hans Freije, Guus Sluiter

Projectteam BEECKK:

Wieteke Hoftijzer Lotte Nieuwschepen Jorn van der Werf

Arnhem Rotterdam Eindhoven Postbus 1113 5602 BC Eindhoven 040 255 63 55 info@beeckk.com www.beeckk.com

2.1 De vraag 2.2 Onderzoek

3 3

3.1 Vraag 3.2 Ex-gedetineerden 3.3 Statushouders 3.4 Dak- en thuislozen 3.5 GGZ en Beschermd wonen 3.6 Totale woonvraag

6 8 10 13 17 20

Thema’s

25

5.1 Inleiding 5.2 Match tussen vraag en aanbod 5.3 Aanbevelingen

29 30 31

Het aandeel kwetsbare inwoners op de woningmarkt stijgt. Steeds meer kwetsbare inwoners kunnen moeilijk een woning vinden die aansluit bij hun woonbehoefte. Er is in Eindhoven, net als in de rest van Nederland, veel vraag naar met name goedkope huur- en koopwoningen. Het aanbod van deze woningen blijft achter. Zo loopt de wachttijd voor een sociale huurwoning steeds verder op. Voor kwetsbare groepen betekent dat bijvoorbeeld dat mensen met een zorgbehoefte in een instelling blijven wonen omdat er geen geschikte zelfstandige woningen beschikbaar zijn. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om haar kwetsbare inwoners een goed thuis te bieden en wil deze verantwoordelijkheid nemen. Op dit moment is er onvoldoende inzicht in de woonopgave voor kwetsbare groepen. Dit onderzoek geeft een beeld van de vraag en het aanbod van vijf specifieke doelgroepen.

Het resultaat van dit onderzoek kan dienen als basis voor een plan van aanpak voor de komende jaren om de woonopgave van vijf kwetsbare groepen op te lossen. We brengen met een kwalitatieve en kwantitatieve analyse de woonopgave in beeld van:

-

Ex-gedetineerden; Statushouders; Dak- en thuislozen; GGZ-cliënten; Beschermd wonen.

We onderzoeken wat de woonvraag is van kwetsbare groepen en op welke wijze gestuurd kan worden op passend aanbod. Daarmee kan het sociaal domein een duidelijke vraag stellen aan de woonagenda en is de ruimtelijke opgave inzichtelijk. We sluiten af met aanbevelingen voor vervolgacties of –onderzoek.

Het onderzoek kent een kwalitatief en een kwantitatief onderdeel. In het kwantitatieve onderdeel wordt de huidige woonvraag van kwetsbare groepen geanalyseerd. Daarnaast worden prognoses gemaakt voor de vraag op middellange en lange termijn. Daarvoor werkten we samen met onderzoeksbureau ABF Research. De prognoses zijn besproken met de beleidsmedewerkers en mensen van de uitvoering om de cijfers zo goed mogelijk te laten aansluiten op de praktijk.

Voor het kwalitatieve onderdeel zijn achttien interviews gehouden met medewerkers van de gemeente Eindhoven, zorgaanbieders en woningcorporaties. Ook zijn beleidsstukken geanalyseerd. Bij de start van het project heeft de opdrachtgever een voorstel gedaan voor de te interviewen partijen. Van de interviews zijn verslagen gemaakt. Om zo betrouwbaar mogelijke informatie te krijgen is de privacy van de geïnterviewden geborgd. De namen zijn bekend bij de opdrachtgever maar worden in deze rapportage niet genoemd. De geïnterviewden zijn aan het begin van het gesprek op de hoogte gebracht van het doel van het onderzoek en hoe de informatie wordt verwerkt. Voor de gesprekken zijn vooraf een aantal thema’s geïdentificeerd die belangrijk zijn. Deze zijn opgenomen in een interviewguide (zie bijlage 4). Het gesprek is open gevoerd zonder daarbij strikt de vragenlijst te volgen. Er is ruimte gelaten voor waardevolle ‘zijpaden’. Op 3 maart en 31 maart 2022 zijn in een tweetal bijeenkomsten de prognoses en conclusies in het rapport verder besproken met medewerkers uit de gemeentelijke organisatie en vanuit de corporaties. Geconcludeerd is dat het onderwerp complex is. Er is veel beweging op het onderwerp, niet alle benodigde informatie is beschikbaar en er is een brug te slaan tussen het ruimtelijk en sociaal domein.

Uiteindelijk hebben de bijeenkomsten geleid tot een getalsmatig uitgangspunt voor de verschillende doelgroepen als vertrekpunt voor het aanpakken van de woonopgave. Dit is verwerkt in deze rapportage.

Op 20 april 2022 is een derde bijeenkomst gepland, waar medewerkers vanuit zorginstellingen, corporaties, gemeentelijke beleidsadviseurs uit het sociale en ruimtelijke domein en adviseurs veiligheid aanwezig waren. De cijfers en conclusies waren voor de aanwezigen herkenbaar. Gezien de enorme aantallen en de uitdagingen op de woningmarkt werd aangegeven dat nog een poging gedaan moest worden de cijfers scherper te krijgen, per doelgroep te werken met bandbreedtes en zaken te nuanceren. Met een aantal deelnemers zijn naderhand nog extra gesprekken gevoerd om het beeld te verscherpen. Deze aanvullingen zijn verwerkt in deze rapportage.

Hoe zijn de prognoses tot stand gekomen? Om een beeld te krijgen van de vraag ontvingen we van de gemeente Eindhoven drie overzichten: indicaties beschermd wonen, dak- en thuislozen en ex-gedetineerden, voor de jaren vanaf 2017. Gegevens over asielmigratie zijn ontleend aan een prognosebestand dat eerder door ABF in 2020 voor de regio is gemaakt in het kader van de studie Opgaven/Middelen van woningcorporaties. De historische cijfers zijn geëxtrapoleerd op basis van verwachte demografische ontwikkelingen (Primos 2021). In deze prognose is rekening gehouden met de verwachte huishoudensgroei en het inlopen van het huidige woningtekort. Deze resultaten zijn vervolgens besproken met professionals om ze te toetsen en te verfijnen zodat de resultaten aansluiten bij de praktijk.

Schaalsprong Met de Woondeal van de regio Eindhoven en het verstedelijkingsakkoord met het Rijk wordt uitgegaan van een meer dan gemiddelde groei tot 2040. De groei is mede afhankelijk van de mogelijkheden om de woningbouw te versnellen en zorgt daarmee voor onzekerheid, ook voor wat betreft de bevolkingssamenstelling en het aandeel kwetsbare groepen. De provincie Noord-Brabant heeft eind 2020 een prognose uitgebracht van bevolking, huishoudens en woningvoorraad in alle gemeenten in NoordBrabant. In deze prognose wordt van een sterkere uitbreiding van het stedelijk gebied uitgegaan dan Primos. Hoewel in beide prognoses rekening wordt gehouden met het inlopen van het woningtekort zet de provincie daar nog steviger op in en wordt voor Eindhoven uitgegaan van een grotere woningvoorraad in de toekomst. Tot 2023 komt de Primos prognose overeen met de provincie. Vanaf 2023 lopen de prognoses uiteen.

In 2040 verwacht de provinciale prognose circa 31.000 inwoners meer dan de Primos prognoses. Als de gemeente Eindhoven inderdaad sterker groeit dan volgens de Primosprognose, dan kunnen de ramingen van de bijzondere doelgroepen als de onderkant van de bandbreedte worden beschouwd. Dat betekent dat het van belang is de ontwikkelingen goed te monitoren. Wat is de status van de prognoses? In de gesprekken met de professionals bleek dat de registratie van cliënten niet altijd zodanig wordt gedaan dat er een exacte voorspelling van de woonvraag mee gedaan kan worden. Dat is begrijpelijk aangezien de registratie niet wordt gedaan met het oog op een voorspelling van de woonvraag. In de conclusies en aanbevelingen komen wij hierop terug. Verder zijn er cliënten met meervoudige problematiek wat de cijfers iets vertekent. Bijvoorbeeld een ex-gedetineerde die ook in een GGZ-traject deelneemt of na detentie in de maatschappelijke opvang (doelgroep beschermd wonen) terecht komt. Deze tellen dubbel. Hoe groot deze groep precies is, is niet bekend omdat de registraties niet gekoppeld zijn. De achterstand die weggewerkt moet worden vanwege tekorten in huisvesting creëert een extra vraag naar woningen. Deze vraag is in dit onderzoek niet meegenomen, maar telt wel mee bij de woonopgave.

Beschut, beschermd en zelfstandig wonen De definities die de gemeente Eindhoven hanteert voor beschut, beschermd en zelfstandig wonen zijn de volgende:

Beschermd wonen = wonen onder begeleiding in een accommodatie van een instelling. Een vorm van (zeer) intensieve zorg en begeleiding, waarbij de aanbieder voorziet in 24-uurs aanwezigheid in een woonaccommodatie. Beschut wonen = wonen in een accommodatie van een instelling waarbij de cliënt zelf huur betaalt. Zelfstandig wonen = wonen na zorg. Zelfstandig in een eigen huur- of koophuis met eigen voordeur.

De prognoses voor de doelgroepen zijn tot stand gekomen door de verwachte bevolkingsgroei te relateren aan de aangeleverde aantallen. Voor exgedetineerden is gekozen om als bovengrens de leeftijd van 59 jaar te gebruiken, zodat de groei van de bevolking van 60+ niet wordt meegenomen Er zit naar verwachting een beperkt aantal ex-gedetineerden in de 60+ groep. Vraagprognose Volgens deze prognose blijft het aantal ex-gedetineerden jonger dan 27 jaar in de toekomst min of meer op hetzelfde niveau als de afgelopen jaren maar gaat het aantal ex-gedetineerden vanaf 27 jaar iets stijgen. Het overzicht in tabel 1 laat het aantal unieke nazorgkandidaten zien.

2021 2025 2030 2035 2040

18-23 jaar 35 37 37 35 35

24-26 jaar 35 37 37 36 35

27-59 jaar 302 313 320 326 331

Totaal 372 388 394 397 400

Tabel 1. Prognose ex-gedetineerden, unieke nazorgkandidaten

De kanttekening over dubbeltellingen bij het maken van de prognoses geldt met name voor ex-gedetineerden. Dit zijn vaak cliënten met meervoudige problematiek, waardoor ze bijvoorbeeld ook in een GGZ-traject terechtkomen. De inschatting is dat circa 10-15% van de ex-gedetineerden ook in de cijfers van andere doelgroepen meegenomen zijn, met name GGZ. In de bandbreedte voor GGZ (zie 3.2) is hier rekening mee gehouden.

Woonvraag Het aantal ex-gedetineerden met een woonvraag is kleiner dan de totale groep ex-gedetineerden omdat een deel terugkeert naar de woning vóór detentie. De aanname is dat ex-gedetineerden met een woningvraag vooral voortkomen uit de groep die meer dan 3 maanden in detentie heeft gezeten; dan gaat het om gemiddeld 30% van de gedetineerden. Wordt dat toegepast op tabel 1 dan leidt dat tot het volgende beeld:

2021 2025 2030 2035 2040

18-23 jaar 11 11 11 11 11

24-26 jaar 11 11 11 11 11

27-59 jaar 90 94 96 98 99

Totaal 112 116 118 120 121

Tabel 2. Woonvraag ex-gedetineerden

Het grootste deel van de ex-gedetineerden met een woonvraag is aangewezen op een sociale huurwoning. Voor deze doelgroep geldt dat zij geen voorrang hebben. Zij komen in aanmerking via de toewijzingsregels van corporaties, zoals wachtlijsten en lotingen. Daardoor moeten zij langer wachten op een huurwoning en zijn aangewezen op particuliere huur. Op basis van inschatting van professionals gaan we ervan uit dat zo’n 60% van de totale groep gebruik maakt van particuliere huur, en zo’n 40% van sociale huur.

Bandbreedtes Voor de vertaling naar de woonvraag is uitgegaan van bovenstaande uitgangspunten. In de hoogste bandbreedte hebben de meeste personen een zelfstandige woning nodig. In de praktijk heeft een klein deel van de exgedetineerden een zorgvraag naar beschermd of beschut wonen. Voor de lage bandbreedte is uitgegaan van minder mensen die een zelfstandige woning nodig hebben (10%), waarbij overige twintig procent een woonvraag heeft in beschut (10%) en beschermd (10%) wonen. Voor de midden bandbreedte is gekozen voor een verdeling van 5% voor beschut en 5% voor beschermd wonen. De overige 20% heeft een vraag naar zelfstandig wonen.

Wat is de opgave? Voor ex-gedetineerden geldt dat er op dit moment onvoldoende woonruimte is. Dat resulteert in wachtlijsten, zowel voor ex-gedetineerden die naar beschermd of beschut wonen gaan als voor mensen die een huurwoning nodig hebben.

De prognose voor statushouders is gemaakt op basis van de verwachte ontwikkelingen van de totale nationale immigrantenstroom volgens het CBS. Een nauwkeurige prognose voor de lange termijn is voor asielmigratie niet mogelijk omdat fluctuaties afhankelijk zijn van geopolitieke factoren zoals de huidige vluchtelingenstroom uit Oekraïne). In de praktijk kennen aantallen statushouders een grillig verloop; ze zijn niet constant, maar kennen pieken. In de prognose wordt wel uitgegaan van een constante stroom. Voor de vertaling naar woonaantallen wordt daarom rekening gehouden met de verwachte pieken (zie 3.2). Vraagprognose Op basis van de verwachte ontwikkeling van de nationale migrantenstroom volgt de prognose in tabel 3. Zodra aan asielmigranten een verblijfsstatus is toegekend worden ze naar rato van het aantal inwoners verdeeld over de gemeenten die vervolgens in huisvesting moeten voorzien. De provincie geeft hiervoor halfjaarlijkse taakstellingen. De feitelijke taakstellingen zijn voor gemeenten voor ieder jaar anders, afhankelijk van de omvang van de totale asielstroom.

Bergeijk Best Bladel Cranendonck Eersel Eindhoven GeldropMierlo HeezeLeende Nuenen, Gerwen en Nederwetten Oirschot Reusel-De Mierden Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Totaal regio

2021 14 23 16 16 15 183 30

2025 14 22 15 15 14 188 31

2030 14 22 14 16 14 190 32

2035 13 23 15 16 14 189 32

2040 13 23 15 16 14 190 32

12

13

13

12

12

19

19

19

19

20

15 11

15 10

14 10

14 10

13 9

14

13

14

13

13

24 39 13 441

24 35 13 441

23 37 13 445

22 37 13 442

22 38 13 443

Tabel 3. Prognose aantallen statushouders regio Eindhoven

Uit gesprekken met de vakdisciplines blijken er in de gemeente Eindhoven in 2021 circa 355 statushouders gehuisvest. Dit is een stuk meer dan de prognose van ABF laat zien. Waarschijnlijk komt dit verschil mede door een inhaalslag naar aanleiding van de coronapandemie. Figuur 21 komt de jaarrapportage van de urgentieregeling. Daaruit blijkt dat er in 2021 zo’n 261 statushouders gehuisvest zijn van de totale taakstelling van 380. Voor deze rapportage gaan we uit van de cijfers van de vakdiscpline: 355 gehuisveste personen in 2021.

Gezinsherenigers hebben naar verwachting een aandeel in deze cijfers. Zij worden herenigd met gezinsleden die al een woning hebben, en hebben daardoor geen eigen woonvraag. Woonvraag Over het algemeen wordt voor asielmigranten een woning in de sociale huursector gezocht. Eerder hadden statushouders vanuit landelijke wetgeving een voorrangspositie voor sociale huurwoningen. Deze wet is vervallen, Eindhoven heeft daarom een huisvestingsverordening vastgesteld met een urgentieregeling. In afspraken tussen provincie, COA en de gemeente is vastgelegd dat de gemeente binnen 10 weken zorgt voor passende huisvesting voor statushouders. In de praktijk is die termijn vaak onhaalbaar omdat het aanbod laag is en omdat het proces van koppelen niet efficiënt is. Op dit moment zitten de COA’s vol. Naast behoefte aan extra COA-opvang is er dus vraag naar versnelde uitstroom. Eindhoven heeft daarom extra tijdelijke opvang geregeld in hotels en in de tussenvoorziening in Veldhoven. Op dit moment wordt onderzocht of asielzoekers met budget vanuit het Rijk2 tijdelijk kunnen worden opgevangen in hotels.

Gerealiseerd corporatie Nog te realiseren 2021

Figuur 1. Realisatie huisvesten vergunninghouders in Stedelijk Gebied Eindhoven, taakstelling 2021 (2022)

Afhankelijk van de persoonlijke situatie wordt een passende woning gezocht Dat betekent dat voor gezinnen wordt gezocht naar een gezinswoning waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele aanvraag voor gezinshereniging. Voor alleenstaanden wordt gezocht naar bijvoorbeeld studio’s.

____________________ 1

Jaarrapportage 2021 Urgentieregeling (2022)

2

https://www.coa.nl/nl/hotel-en-accommodatieregeling-har

Binnen de groep statushouders zijn drie specifieke doelgroepen met een bijzondere woonvraag: • Jongeren tussen 18 en 23 jaar. Zij mogen een maximale huur (de kwaliteitskortingsgrens) hebben om huursubsidie te ontvangen, waardoor het aanbod ontoereikend is. In de particuliere huur is hiervoor meer ruimte; • Alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Tot 18 jaar oud verblijft deze groep via Nidos bij pleeggezinnen. De gemeente is verplicht te zorgen voor niet-tijdelijke huisvesting wanneer een alleenstaande minderjarige vluchteling 18 jaar wordt; • Grote gezinnen. Gezinnen vanaf 5 personen zijn lastig te huisvesten vanwege het lage aanbod grote sociale huurwoningen. Bandbreedtes Voor statushouders geldt dat zij voornamelijk een zelfstandige woning nodig hebben. Het aantal statushouders per jaar kent wisselende cijfers. Uit de praktijk blijkt het aantal van 185 uit de prognose van ABF een minimum. Voor het lage scenario is daarom uitgegaan van 185 personen met een een woonvraag. Het middenscenario is in overleg met experts 275 personen en het hoge scenario 325 personen met een woonvraag.

Wat is de opgave? • Voor statushouders geldt dat zij voornamelijk aangewezen zijn op sociale huurwoningen; • Jongeren van 18-23 jaar vormen de meest urgente groep. Zij hebben een maximaal huurbudget; • Er is een tekort aan huizen voor grote gezinnen.

Voor de prognose van dak- en thuislozen zijn de aantallen vanuit de gemeente gekoppeld aan de uitkomsten van de meest recente Primosbevolkingsprognose, Primos 2021. Deze zijn te onderscheiden naar de leeftijdsgroepen 18-34 jaar en 35-69 jaar. Volgens het CBS is 80% van de daklozen in Nederland jonger dan 50 jaar. Er is daarom gekozen voor een bovengrens van 69 jaar, zodat de groei van de bevolking 70+ niet wordt meegenomen. Vraagprognose 2021 2025 2030 2035 2040

18-34 jaar 171 182 182 179 174

35-69 jaar 208 217 223 226 230

Totaal 379 398 405 405 404

Tabel 4. Actuele vraag uit 2021 naar maatschappelijke opvang in Eindhoven

Doelgroep A B C Totaal

Tot 27 jaar 36 38 11 85

Vanaf 27 jaar 62 124 46 232

Gezinnen

Totaal

18 21

98 162 57 357

39

Tabel 5. Prognose dak- en thuislozen gemeente Eindhoven

De actuele situatie uit 2021 is uitgesplitst in de leeftijdscategorie tot 27 jaar, vanaf 27 jaar en gezinnen. De gezinnen bestaan uit meerdere individuen,

maar zijn voor dit onderzoek niet uitgesplitst omdat ze per gezin één woonvraag hebben. Deze cijfers zijn data van Springplank en komen redelijk overeen met de prognose van ABF. Woonvraag De woonvraag voor dak- en thuislozen kan procesmatig worden opgedeeld in twee fases: basiszorg en maatwerkvoorziening. Basiszorg is kortdurende noodopvang voor maximaal 2 weken. Daarna krijgen dak- en thuislozen maatwerk. Wegens het tekort aan woningen verblijven dak- en thuislozen momenteel vaak tot een aantal maanden in de basisvoorziening voordat zij kunnen doorstromen naar een maatwerkvoorziening

Bij dak- en thuislozen wordt door de gemeente onderscheid gemaakt in drie categorieën1: A

B

C

Motivatie

Motivatie (te stimuleren)

Geen motivatie?

Enkelvoudig

Meervoudig zware

Meervoudig zware

zware

problematiek

problematiek. Complicerende

problematiek

factor is overlast gevend/ extreem gewelddadig gedrag. Hierdoor niet op normale woonplek kunnen wonen

Hulpvraag goed

Hulpvraag redelijk in te

in te schatten

schatten

Problemen op

Problemen op meerdere

Problemen op meerdere

meerdere

leefgebieden

leefgebieden

Housing First De gemeente Eindhoven werkt volgens het principe Housing First 2. De doelstelling van de gemeente is dat 50% van de kandidaten vanaf 2023 direct gehuisvest wordt op een woonplek waar zij ook kunnen blijven na afloop van de maatwerkvoorziening. Housing First wordt toegepast op alle groepen dak- en thuislozen. Voor A en B geldt dat ze voor het merendeel zelfstandig kunnen wonen. Het is verstandig om hen zo snel mogelijk uit de opvang te halen. Voor de C doelgroep geldt ook Housing First, waarbij het vooral belangrijk is om zo snel mogelijk een veilige woonplek buiten de wijk te bieden, liefst ook zelfstandig. Het FIT team begeleidt deze doelgroep hierin. Er zouden meer plekken zoals Skaeve Huse voor deze doelgroep moeten zijn.

Hulpvraag niet aanwezig.

leefgebieden

Per doelgroep (A, B of C) wordt passende begeleiding geboden én een passende woonplek die bijdraagt aan de zelfredzaamheid en het perspectief van de kandidaat. De consequentie van Housing First is dat een grote groep dak- en thuislozen direct doorstroomt naar een zelfstandige (huur)woning.

maar 1 probleem is dominant Problematiek

Problematiek hanteerbaar

hanteerbaar

Problematiek niet hanteerbaar

Figuur 2. Categorieën dak- en thuislozen

Zoals blijkt uit het rapport van Housing First zijn op jaarbasis tussen de 314 en 369 woonplekken nodig voor dak- en thuislozen. Dit komt overeen met de hiervoor genoemde prognose van zo’n 379 dak- en thuislozen in 2021. De woonvraag per categorie wordt in tabel 6 uitgesplitst op basis van de inschatting vanuit Housing First.

____________________ 1

Tabel afkomstig uit ‘Doelgroepen A, B, C aanbestedingsopdracht gemeente Eindhoven en Springplank (2020), pagina 1.

2

Intenties Housing First, Springplank (2021)

2021

Totaal 379

A 122-144

B 179-197

C 50-64

Tabel 6. Woonvraag dak- en thuislozen per categorie

De doorstroom naar woonplekken voor dak- en thuislozen verloopt op dit moment op een aantal manieren. • DOOR!/Housing First: rond de 100 woonplekken met name voor categorie B en C; • Panden van aanbieders (kamerbewoning, groepspanden, zelfstandig wonen); • Via woningcorporaties; • Via zorgaanbieders. De groep van dak- en thuislozen bestaat uit zowel individuen en gezinnen. Bijna 1/3 van de individuen is op dit moment jonger dan 27. Voor deze jongvolwassenen is een ander woonaanbod nodig is (passend bij hun levensfase) dan voor volwassenen. De diversiteit in de begeleidingsbehoefte van de doelgroep vraagt ook om zowel geclusterde woningen als zelfstandige woningen (eventueel met begeleiding). Doelgroepen A en B zijn in staat zelfstandig te wonen, het liefst in een magix mix met ‘gewone doelgroepen’. Voor groep C en een klein deel van groep B is dat eigenlijk geen optie. Zij kunnen vaak in een groepswoning worden gehuisvest, maar hun traject is lang. Dat betekent dat gedurende het traject ook hun woonbehoefte verandert. Met name dak- en thuislozen die vallen binnen categorie C zijn lastig te plaatsen. Een deel van hen kan niet in een groep wonen. Voor deze personen bestaan andere oplossingen, zoals Skaeve Huse Naast individuen zijn er ook dakloze gezinnen met kinderen, in 2021 zo’n 39 in totaal. Het huisvesten in betaalbare woningen is een enorme uitdaging. De

centrale locatie waarin zij (tijdelijk) opgevangen worden zit vaak vol. Voor deze groep is het blijven wonen in eigen wijk belangrijk zodat kinderen in hun vertrouwde netwerk kunnen opgroeien. Voor deze groep geldt ook dat het Housing First principe wenselijk is. Zoals gezegd, een bijzondere categorie binnen dak- en thuislozen zijn jongvolwassenen tot 27 jaar. Het vinden van een goede woning is voor deze groep extra lastig. Zij hebben vaak beperkte middelen om te huren. Daarbij is een zelfstandige woning niet altijd de beste optie. Het samenwonen met leeftijdsgenoten is voor een deel van deze groep gewenst. Een aantal respondenten geeft aan dat steeds meer jongeren uitvallen. Zij geven aan dat de gevolgen van COVID-19 hieraan bij hebben gedragen. Thuiswonende jongeren geven spanning thuis; jongeren zijn zelf vertrokken of door ouders uitgezet. In de huidige 24-uurs opvang is een groot deel van de groep jonger dan 27 jaar. Bandbreedtes Wat betreft woonvraag is de groep dak- en thuislozen diffuus. Een klein deel van de dak- en thuislozen heeft een woonvraag in beschermd of beschut wonen. Het grootste deel gaat na opvang zelfstandig wonen. De bandbreedtes zijn die zijn toegepast leiden tot de volgende woonvraag:

• Er is vraag naar extra winternoodopvang

Wat is de opgave? • Voor dak- en thuislozen geldt dat er met name behoefte is aan kleine zelfstandige betaalbare woningen. Voor doelgroep C vooral buiten woonwijken om overlast te voorkomen; • Voor jongvolwassenen zouden in sommige situaties groepsaccommodaties met kleine zelfstandige eenheden met deels eigen faciliteiten ook een oplossing kunnen zijn. • Voor een deel van de groep is inclusief wonen ook mogelijk, waarbij diverse mensen gezamenlijk wonen (gespikkeld wonen) • Er zijn op dit moment drie locaties met inloopvoorziening voor dak- en thuislozen. Er is de wens om terug te gaan naar twee locaties met een goede spreiding over de stad; • Er is een tekort aan groepspanden voor dak- en thuislozen die maatwerk krijgen. Wat het lastig maakt is dat de buurt vaak weerstand biedt bij de komst van dergelijke locaties;

Vraagprognose Beschermd wonen is een woonvoorziening voor personen met psychische of psychosociale problematiek. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor huisvesting van deze personen en hebben de taak om mensen meer in de wijk te huisvesten en te begeleiden in plaats van in een instelling. Naast Beschermd Wonen zijn er binnen GGZ nog andere categorieën te onderscheiden. De doelgroep GGZ overig (GGZ-ov) bestaat in dit onderzoek uit: • Zvw: curatieve GGZ-zorg die in de eerste drie jaar in een zorginstelling wordt ontvangen; • GGZ-B (Wlz): voorgezet verblijf (ZZP1-7B); • GGZ-sv (Wlz), betreft sectorvreemde pakketten. Door hervormingen in de zorg zullen mensen die nu Beschermd Wonen, in de toekomst beschut wonen of thuis wonen met ambulante begeleiding. Hoe de effecten exact zijn is nog niet duidelijk. Daarom zijn voor de prognose BW drie scenario’s uitgewerkt. Allereerst is er een nul scenario opgesteld, waarbij de totale intramurale GGZ-populatie zich alleen volgens de demografie ontwikkelt. Aanvullend zijn twee scenario’s voor Beschermd Wonen uitgewerkt waarin rekening is gehouden met ambulantisering en wordt aangehaakt bij, en gevarieerd op, de visie van de Commissie Dannenberg.

Nul scenario Scenario 1 Scenario 2

2020 430 430 430

2025 470 315 160

2030 480 325 160

2040 490 330 165

Tabel 7. Vraagprognose beschermd wonen gemeente Eindhoven

Nul scenario Scenario 1 Scenario 2

2020 0 0 0

2025 0 80 160

2030 0 80 160

2040 0 85 165

Tabel 8. Vraagprognose beschut wonen gemeente Eindhoven

Nul scenario Scenario 1 Scenario 2

2020 0 0 0

2025 0 85 165

2030 0 90 170

2040 0 90 170

Tabel 9. Vraagprognose thuis wonen met ambulante begeleiding gemeente Eindhoven

De lokale vraag naar Beschermd Wonen was in 2020 in de gemeente Eindhoven 430 personen. Alleen op basis van de demografische ontwikkeling zou deze vraag in 2040 met zo’n 60 plaatsen zijn toegenomen naar 490 plaatsen. De vraagprognose voor de overige GGZ-categorieën ziet er als volgt uit.

GGZ-ov

2020 240

2040 275

Tabel 10. Vraagprognose overige GGZ-categorieën gemeente Eindhoven

Vanuit de cijfers van de gemeente Eindhoven wordt voor Beschermd Wonen uitgegaan van circa 500 cliënten die jaarlijks door- of uitstromen. Circa 280 daarvan stromen door naar zorg zonder huisvesting. Circa 217 cliënten stromen uit naar een zelfstandige woning. Woonvraag Gemeenten zijn, sinds 1 januari 2015, verantwoordelijk voor (meer zelfstandige) woonvoorzieningen voor GGZ-cliënten en voor Beschermd Wonen-cliënten. De regio Eindhoven gaat aan de slag met het uitwerken van de regiovisie Beschermd Wonen, met als uitgangspunt de adviezen uit de commissie Dannenberg.

Beschermd Wonen, 15% naar Beschut wonen en 70% zelfstandig kan wonen. In overleg met experts is besloten dat er geen bandbreedtes nodig zijn voor GGZ. De cijfers van de totale vraag en de uitsplitsing per woonvorm is in lijn met de praktijk. Wel blijkt dat de dubbelingen in de cijfers van exgedetineerden met name de doelgroep GGZ bevatten. Daarom is een laag scenario voor GGZ toegepast, waarin 10% van de totale vraag is verminderd tot 216.

Ze hebben daarbij de taak om meer mensen in een reguliere woning in de wijk te huisvesten en te begeleiden, in plaats van een verblijf in een instelling: van beschermd wonen naar beschermd thuis. In overeenstemming met het advies ‘Toekomst Beschermd Wonen’ (Commissie Dannenberg) is een afname van 2/3 deel van de totale capaciteit Beschermd Wonen gewenst. Naast ondersteuning en zorg is het beschikbaar hebben van voldoende woningen voor deze kwetsbare doelgroep een essentiële voorwaarde. De uitstroom naar meer zelfstandige inclusieve woonvormen zal in de praktijk doorgaans in de sociale huursector moeten worden ingevuld. Bandbreedtes

Woonvraag GGZ cliënten Voor de groep GGZ-cliënten en Beschermd wonen is voor de uitsplitsing van woonvormen uitgegaan van de percentages zoals beschreven in de rapportage van ABF (bijlage 2). Dat betekent voor GGZ cliënten een ambulantiseringsopgave waarbij het uitgangspunt is dat 15% zal vragen naar

Woonvraag Beschermd Wonen Voor Beschermd Wonen is uitgegaan van het scenario in lijn met de uitgangspunten van commissie Dannenberg; 1/3 blijft permanent in Beschermd Wonen, 1/3 kan beschut wonen en 1/3 kan zelfstandig in de wijk wonen met ambulante begeleiding. Aanvullend moeten de ambities en verwachtingen van de regiovisie worden toegevoegd. Dat betekent voor

Eindhoven meer inzet op zelfstandig wonen met ambulante zorg. De bandbreedtes zijn hierop gebaseerd, waarbij licht wordt afgeweken van de uitgangspunten van de commissie Dannenberg; een uitstroom naar zelfstandig wonen van 30% voor het lage segment, 35% voor het middensegment en 40% bij het hoge segment.

Wat is de opgave? In Eindhoven wordt met beheersmaatregelen op maximalisering van de uitstroom gestuurd. Toch is de uitstroom nog lager dan gewenst. Een groot deel van de cliënten kan niet uitstromen of afschalen omdat ze anders dakloos worden. De doorstroom komt daardoor niet op gang en mensen blijven langer in Beschermd Wonen zitten. Maximalisatie van uitstroom is in lijn met ambities uit de regiovisie, die zich richt op het minimaliseren van instroom en maximaliseren van uitstroom. Bij de verdere uitwerking van de regiovisie Beschermd Wonen zal hier verder op worden ingezet.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van alle inwoners. De ambulantisering van de GGZ en de transformatie Beschermd Wonen zorgen voor een extra opgave voor passende huisvesting voor deze doelgroepen. Uit interviews blijkt dat de opgave voor GGZ en Beschermd Wonen zowel in het aanbod voor wonen met intramurale zorg, beschermd en beschut wonen, als zelfstandige woningen zit. Er is behoefte aan een Beschermd wonen voorziening om de huidige wachtlijst op te lossen. Daarnaast is er veel behoefte aan passende zelfstandige woningen om de door- en uitstroom op gang te laten komen. Mensen die naar zelfstandig wonen uitstromen, komen voornamelijk in aanmerking voor een sociale huurwoning. Dat kan via het DOOR! traject of via de reguliere weg. Daarnaast stromen zorgaanbieders vol met WLZ (Wet langdurige zorg) cliënten. Daardoor is er geen plek voor de reguliere BW (WMO) cliënt. Deze zou in de wijk moeten landen in een doorstroomvoorziening of zelfstandige woning.

De totale jaarlijkse woonvraag voor de vijf doelgroepen is te zien in het schema op pagina’s 21, 22 en 23. In relatie tot de ontwikkeltermijn van het vastgoed richten wij ons op de periode 2025-2030. Zoals eerder vastgesteld onderscheiden we de vraag van de verschillende doelgroepen in drie woonvormen: de instroom op a) de reguliere markt, voornamelijk sociale huur, en de in- en doorstroom in niet-zelfstandige woningen zoals woongroepen in b) beschermd óf c) beschut wonen. Bandbreedtes Cijfers over de woonvraag voor de verschillende doelgroepen zijn onderhevig aan maatschappelijke ontwikkelingen. Om meer nuancering in de cijfers aan te brengen wordt gewerkt met bandbreedtes (laag-midden-hoog). De bandbreedtes zijn bepaald in overleg met de experts en zijn gebaseerd op praktijkervaring uit de afgelopen jaren en verwachtingen voor de toekomst. In onderstaande tabellen zijn de gehanteerde bandbreedtes per doelgroep samengevoegd in drie totaalmatrixen.

Graag lichten wij zes waardevolle thema’s toe uit de interviews. Woonaanbod In de interviews geven de betrokken professionals aan dat het woonaanbod voor de kwetsbare groepen op dit moment te laag is. De doelgroepen concurreren op de woningmarkt met het te lage aantal sociale huurwoningen. Tijdig goede woonruimte vinden is daardoor lastig. Dit geldt voor de mensen die onder één van de kwetsbare groepen vallen, maar geen complexe zorg meer nodig hebben en daardoor zelfstandig kunnen wonen. Hun passende woonruimte is meestal een sociale huurwoning en moet dus via de woningbouwcorporaties gevonden worden. In 2020 heeft de gemeente met de woningcorporaties afspraken gemaakt over het uitbreiden van hun aanbod.

Voor de mensen die wel ondersteuning nodig hebben vanwege complexe problematiek geldt ook dat het aanbod aan woonruimte te laag is. Dat is te zien aan de wachttijden van sommige woon-zorgvormen, zoals Beschermd wonen. De wachtlijst daarvoor kan oplopen tot een jaar. Zorgaanbieders hebben zelf deze woningen in bezit of huren van woningcorporaties. Zij geven aan dat hun aanbod te laag is omdat de doorlooptijden van aankoop van nieuw vastgoed te lang is. Het vinden, kopen en ontwikkelen van nieuwe woningen neemt daardoor meerdere jaren in beslag. Naast individuele huisvesting zijn ook projectpanden, voor zelfstandig wonen met woonbegeleiding, en groepspanden moeilijk te vinden. In particuliere huur kunnen doelgroepen ook niet altijd terecht. Het blijkt in de praktijk lastig om goede afspraken te maken met particulieren en ontwikkelaars over te huisvesten doelgroepen.

Spreiding In de interviews kwam vaak de spreiding van kwetsbare groepen aan de orde. Geïnterviewden gaven aan dat kwetsbare groepen geclusterd voorkomen in de gemeente, met name in de al kwetsbare wijken. Dat kan verklaard worden uit het feit dat woningcorporaties hun bezit geclusterd hebben. Kwetsbare groepen die zelfstandig wonen komen daarmee logischerwijs ook op deze plekken terecht. Instellingen en andere woon-zorgvormen zijn echter ook vaak geclusterd in al kwetsbare wijken. Woensel-Zuid en Gestel zijn nu met name de wijken waar instellingen en wonen geclusterd zijn. Het blijkt dat geclusterde kwetsbaarheid vaak als ongewenst wordt ervaren. Liever zien geïnterviewden dat kwetsbare groepen beter over de stad verspreid worden. Respondenten vinden spreiding dus een belangrijk thema voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Spreiding is een middel, het doel van huisvesting is een goede plek voor iedereen in de gemeente. Daarvoor moet je de vraag stellen hoe je ervoor zorgt dat mensen op een goede plek terechtkomen. In de aanbevelingen gaan we hierop in. Het recent gepubliceerde rapport ‘Een thuis voor iedereen’ gaat in op spreiding. Dit landelijke rapport adviseert een versterking van het beleid van de huisvesting van aandachtsgroepen. Een van de conclusies is dat de leefbaarheid in wijken onder toenemende druk staat. “Een belangrijke

randvoorwaarde is een goede leefbaarheid in wijken. Veel partijen wensen daarom een mix van dragende en vragende bewoners. ____________________ 1

Een thuis voor iedereen, Adviesrapport interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen (2021)

Door het ontbreken van woningen met een lage huurprijs of juist een concentratie van woningen met een lage huurprijs in dezelfde buurten, is deze menging niet altijd mogelijk. In bepaalde wijken staat de leefbaarheid ernstig onder druk.”1 Vermaatschappelijking van de zorg De woonopgave voor kwetsbare inwoners heeft een relatie met het landelijk beleid. De belangrijkste trend van de laatste jaren is die van de vermaatschappelijking van de zorg voor kwetsbare groepen. Dat betekent ontwikkeling naar ambulante begeleiding en lichtere woonvormen, opvang in de wijk en actieve regie van de gemeente. Deze trend kreeg in Nederland beleidsmatig vorm met het rapport van de commissie Dannenberg (2015). Het effect is niet helemaal duidelijk. In de interviews kwam naar voren dat het beleid de afgelopen jaren geschommeld heeft tussen afschalen en opschalen voor de verschillende groepen. Nu blijkt dat voor een aantal kwetsbare groepen deze opvang in de wijk niet haalbaar is. Ondanks investeringen in grootschalig beschermd wonen zijn wachtlijsten ontstaan.

Demografische ontwikkelingen Algemene demografische ontwikkelingen hebben invloed op de woonopgave voor kwetsbare groepen. Individualisering en vergrijzing zijn daarbij de belangrijkste. Vergrijzing heeft daarbij ook effect op de kwetsbare groepen zelf. Ouderenproblematiek kan een extra opgave vormen voor kwetsbare groepen. Individualisering, de verkleining van huishoudens, betekent vooral dat de vraag naar kleine woningen in plaats van eengezinswoningen toeneemt. Beeldvorming

De beeldvorming is een punt dat vaak naar voren komt in de interviews. De respondenten geven aan dat er gewerkt moet worden aan de beeldvorming van de vijf doelgroepen bij de gemeente (bestuurlijk en ambtelijk), corporaties en inwoners van Eindhoven. Sommige respondenten geven aan dat niet iedereen bij de gemeente de doelgroep even goed kent. Wanneer dat wel het geval is werkt dat stigmatisering tegen, niet alleen binnen de gemeente maar ook voor buurtbewoners. Mensen in wijken en buurten hebben handvatten nodig om met kwetsbaarheid om te gaan. Er zijn hiervan al diverse goede voorbeelden uit Eindhoven, zoals mental health first aid, het werken met ambassadeurs of steunpunten in de wijk en het koppelen van mentoren aan statushouders zoals Trudo doet. Zoals aangegeven zijn mensen toleranter als ze elkaar kennen. Investeren hierin loont.

Afstemming tussen de domeinen Uit meerdere interviews komt de wens naar voren voor meer afstemming (zowel bestuurlijk als ambtelijk) tussen de drie domeinen (sociaal, ruimtelijk en veiligheid). De opgave kan alleen opgelost worden als samen doelen worden opgesteld, hiervoor bestuurlijk draagvlak wordt gecreëerd en hier vervolgens samen aan wordt gewerkt.

“De woonvraag van aandachtsgroepen blijkt een complexe opgave. Inhoudelijk complex: de vraag is nooit alleen een woning, maar vaak zijn extra’s nodig zoals begeleiding, een specifieke woonvorm of een prikkelarme omgeving. Dit maakt de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen een integrale opgave: het gaat niet alleen over de juiste woning maar ook over een lage huurprijs, ondersteuning in de buurt, (mantel)zorg in de nabijheid, bestaanszekerheid en meedoen in de maatschappij. Om deze integrale opgave te realiseren, is inspanning van meerdere overheidslagen en maatschappelijke partijen nodig”1. ____________________ 1

Een thuis voor iedereen, Adviesrapport interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen (2021)

Uit de gesprekken voor dit onderzoek is duidelijk geworden dat, naast de inhoudelijke complexiteit, ook de algemene krapte op de woningmarkt de samenwerking tussen de verschillende domeinen extra urgent maakt. In dit hoofdstuk gaan wij in op die woningmarkt en samenwerking.

De vraag naar woningen is groter dan het aanbod. Dat heeft verschillende negatieve effecten. Wachtlijsten lopen op, er is geen doorstroom waardoor mensen in een niet-passende woning of in een instelling moeten blijven. Zoals eerder vastgesteld onderscheiden we de vraag van de verschillende doelgroepen in drie woonvormen: de instroom op a) de reguliere markt, voornamelijk sociale huur, en de in- en doorstroom in niet-zelfstandige woningen zoals woongroepen in b) beschermd óf c) begeleid wonen. Hieronder gaan we nader in op de vraag en het aanbod. 5.2.1 Reguliere markt Volgens ramingen van de gemeente bedraagt de gewenste netto toename van sociale huurwoningen per jaar 725 woningen. Volgens de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties is circa 600 woningen per jaar voor de komende vijf jaar haalbaar. In totaal zijn dat netto 3.160 woningen. Daarover zijn afspraken gemaakt met de corporaties in de prestatieafspraken1. Circa 2600 nieuwbouwwoningen zit in harde plannen van de woningbouwcorporaties, het overige is een ’restopgave’2. Dat betekent dat deze opgave gedekt moet worden uit onder andere de woningbouwversnelling.

woningen die haalbaar worden geacht. Corporaties geven aan dat dat komt omdat zij niet voldoende locaties hebben om extra woningen te bouwen. Dat betekent een behoorlijke opgave voor de planontwikkeling en uitvoering. De gemeente zet de komende jaren in op woningbouwversnelling, ondere met een team van specialisten met de taak om het tempo van de woningbouwontwikkeling te verhogen. 5.2.2 Zelfstandig wonen voor kwetsbare doelgroepen Het totaal aantal mensen uit de kwetsbare doelgroepen dat jaarlijks een vraag heeft naar zelfstandig wonen bedraagt circa 1010 personen op basis van bandbreedte midden. Voor de lage bandbreedte is dat zo’n 802 en voor de hoge bandbreedte circa 1161 personen. Bestaand aanbod Een deel van de kwetsbaren die doorstromen naar een zelfstandige woning doen dat via stichting DOOR!, een samenwerkingsverband dat zelfstandig wonen aanbiedt met woningcorporaties in de regio Eindhoven. In 2021 is aan 225 mensen een zelfstandige woning aangeboden via DOOR!. Het totaal aantal ingebrachte kandidaten was in 2021 2563. Van de onderzochte kwetsbare groepen komen met name dak- en thuislozen en uitstromers uit Beschermd wonen en GGZ via DOOR! aan een woning.

De netto toevoegingen van sociale huurwoningen van de afgelopen drie jaar waren: -1 (2019), 316 (2020) en 431 (2021). Dat is een stuk minder dan de 600 ____________________ 1 2

Prestatieafspraken Eindhoven 2021-2025 (2021) Prestatieafspraken Eindhoven 2022-2026 (2022)

3

DOOR! jaarverslag 2021

Van de statushouders zijn volgens de gemeente Eindhoven zo’n 355 mensen gehuisvest in 2021. Wat betreft ex-gedetineerden vindt zo’n 60% huisvesting via particuliere huur, zo’n 45 van de 76. De overige 40% vindt een sociale huurwoning via de reguliere weg. Bovenstaande cijfers opgeteld maakt dat jaarlijks zo’n 625 mensen uit kwetsbare groepen gehuisvest worden. Dan blijft er nog jaarlijks een individuele vraag naar huisvesting over van 385 zelfstandige woonheden. Daarbij kan ook de kanttekening gemaakt worden dat de vraag naar woningen een individuele vraag is, terwijl er in de doelgroepen ook gezinnen zitten die gezamenlijk gehuisvest kunnen worden. De daadwerkelijke woonvraag ligt waarschijnlijk lager. Beschermd en begeleid wonen Voor 2020 geldt dat vraag en aanbod van beschermd wonen nagenoeg in evenwicht zijn, ruim 400 plaatsen. Toch is de uitstroom nog lager dan gewenst. Een groot deel van de cliënten kan niet uitstromen of afschalen omdat ze anders dakloos worden. De doorstroom komt daardoor niet op gang en mensen blijven langer in Beschermd Wonen zitten. Voor de regio als geheel is er een tekort van ruim 100 plaatsen. De beleidsdoelstelling is Beschermd Wonen verder af te bouwen (Dannenberg) en in plaats daarvan ambulante zorg in een meer zelfstandige woonsituatie aan te bieden. Daarvoor worden verschillende scenario’s gehanteerd.

Afhankelijk van het scenario neemt de vraag naar beschermd wonen af. De totale groep blijft echter gelijk en dat zorgt voor een extra vraag op de reguliere (huur)markt.

Fluctuaties in de vraag Duidelijk is dat de vraag vanuit kwetsbare groepen fluctueert en daarmee voor de lange termijn moeilijk te voorspellen is. Deze fluctuaties ontstaat door politieke keuzes en uitwerking van beleid (intern) en daarnaast door maatschappelijke ontwikkelingen en economische conjunctuur (extern). Daarmee is het van belang uit te gaan van een vast aanbod voor kwetsbare doelgroepen met een flexibele capaciteit om fluctuaties op te vangen. In de aanbevelingen gaan we hier nader op in.

Er is een tekort aan woningen, voor reguliere instroom maar ook voor kwetsbare doelgroepen (beschermd en beschut wonen). Cijfers voor kwetsbaren zijn substantieel in relatie tot de totale woonopgave. Toch kan de opgave voor kwetsbare doelgroepen niet zonder de context van de totale woonopgave bekeken worden. Het woonaanbod voor doelgroepen is namelijk sterk afhankelijk van de problematiek op de reguliere woningmarkt. Ook reguliere woningzoekenden hebben het lastig. In Eindhoven wordt ongeveer de helft (53%) van de sociale huurwoningen via Wooniezie bemiddeld. Dat zijn onder andere statushouders en uitstromers uit instellingen maar ook medisch of maatschappelijk urgenten. Het woningtekort is een breed maatschappelijk probleem en in die brede context wordt op dit moment door de gemeente gewerkt aan de opgave. Zo heeft de gemeente Eindhoven een woningbouwregisseur en wordt een Team woningbouwversnelling geformeerd. Dit team zal zich richten op een aantal aangewezen woningbouwprojecten, waarbij versnelling, verdichting en de

toepassing van nieuwe bouwconcepten belangrijke doelstellingen zijn. Verder worden in de prestatieafspraken 2022-2026 afspraken gemaakt over samenwerking met corporaties en over aantallen te realiseren woningen. Tot slot gaat de gemeente een woonzorgvisie opstellen. De woonzorgvisie geeft aan wat de gemeente wil bereiken en welke rol zij voor zichzelf ziet en voor de andere stakeholders. Op de woningbouwversnelling, de prestatieafspraken en de woonzorgvisie komen we terug in deze aanbevelingen.

Puntsgewijs komen wij tot de onderstaande aanbevelingen voor een nieuwe aanpak: 1.

De registratie van cliënten en producten bij het sociaal domein richten op het verzamelen van informatie om de woonvraag beter te voorspellen;

2.

Registratie van cliënten centraal regelen via bijvoorbeeld DOOR!.

3.

De hulpvraag voor huisvesting komt vanuit de zorgverlener bij DOOR!. De woonopgave zou meer bij de corporaties en andere woningaanbieders moeten liggen. Daarmee wordt wonen en zorg gescheiden. Een wooncontract eerder omklappen tussen zorgverlener en corporatie naar client en corporatie helpt hierbij.

4.

Vanuit DOOR! stromen mensen vooral door naar huisvesting in de centrumgemeente Eindhoven. Doorstroming zou ook veel meer naar de randgemeenten moeten plaatsvinden. DOOR! kan hier een goede rol in spelen.

5.

Verbeteren van de sturing op het aanbod voor kwetsbare doelgroepen door ze specifiek op te nemen in de woningbouwmonitor. Dit vraagt om een integrale benadering bij de gemeente;

6.

Uitwerken van de prestatieafspraken voor wat betreft de toewijzing voor specifieke doelgroepen. Dat gaat in ieder geval over de termijn van toewijzing en de beschikbaarheid van reguliere woningen en flexwoningen. Deze uitwerking is nog niet in de prestatieafspraken geregeld. Dat is, zeker nu de behoefte inzichtelijk is, een belangrijke aanvulling.

Het aanvullen van de woningvoorraad kost tijd omdat vastgoedontwikkeling van initiatief tot realisatie zeker vijf jaar duurt. De vraag is dus: wat doen we op de korte termijn voor de urgente gevallen? En wat is nodig om op de lange termijn vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten? De kern De kern van onze aanbeveling is een aanpak te ontwikkelen gericht op samenhang, samenwerking en vernieuwing. De prestatieafspraken, de Woonzorgvisie en het Team woningbouwversnelling bieden daar aanknopingspunten voor.

Naar verwachting is de mismatch tussen vraag en aanbod circa 350 woningen (deels rekening houdend met gezinshuisvesting). De opgave is dus jaarlijks circa 350 zelfstandige woningen toe te voegen die beschikbaar zijn voor kwetsbare doelgroepen. Om enige flexibiliteit te houden is het raadzaam om zo’n 30% van de 350 woningen als flexwoningen te realiseren.

7.

In de samenwerking met marktpartijen en zorginstellingen in een leeromgeving (proeftuin) een businesscase ontwikkelen voor een aanvullend en innovatief aanbod;

14. Analyse maken van het beschikbare gemeentelijk vastgoed en/of privaat bezit wat in de aanloop naar een definitieve bestemming te gebruiken is voor flexibele, tijdelijke bewoning.

8.

Vanuit de opgave maatschappelijk wonen voor kwetsbare doelgroepen wordt veel druk uitgeoefend voor extra huisvestingsmogelijkheden. Wat bij de ondersteuning aan alle doelgroepen al wel gebeurt maar nog veel beter kan, is meer aandacht voor preventie.

15. Analyse maken van het beschikbare gemeentelijk vastgoed en/of privaat bezit wat te gebruiken is voor vaste bewoning.

9.

Vanuit het bedrijfsleven ligt een stevige claim op het bouwen van woningen in de regio Eindhoven. Probeer gezamenlijk te kijken naar mogelijkheden deze opgave op te pakken en tegelijkertijd ook ruimte te bieden voor de woonvraag vanuit de kwetsbare doelgroepen (gespikkeld wonen bijvoorbeeld).

16. Voor de gemeente Eindhoven is de opgave voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen in beeld gebracht. Doe dit ook voor de regio en kijk naar mogelijkheden de opgave gezamenlijk aan te pakken.

Hieronder lichten we de aanbevelingen nader toe waarbij we onderscheid maken tussen de korte en de lange termijn.

10. In de Woonzorgvisie de interne en externe samenwerking verder uitwerken. Wij denken daarbij aan procesafspraken over registratie van de vraag en monitoring van het aanbod. Ook de gewenste spreiding en de regio opgave van de uitstroom uit Beschermd Wonen kan hierin opgepakt worden;

Korte termijn Om voor de korte termijn extra aanbod te creëren moet gezocht worden naar oplossingen zonder (lange) ontwikkeltijd. Daarbij zijn in ieder geval twee aanknopingspunten.

11. In de Woonzorgvisie voor het onderwerp spreiding de relatie leggen met de omgevingsvisie. Om iedereen op een goede plek te huisvesten is een gebiedsgerichte aanpak nodig. Dit vraagt om een regierol van de gemeente;

In de prestatieafspraken is de ambitie uitgesproken om 1000 ‘flexwoningen’ te hebben die tijdelijk en snel beschikbaar zijn. Uit een evaluatie van 2020 is gebleken dat zo’n 1000 woningen beschikbaar zijn. Deze woningen bieden voor de korte termijn een oplossing. Een belangrijke uitwerking is de regels voor de toewijzing van de woningen, zodat een deel van de woningen wordt gereserveerd voor de doelgroepen. Door fluctuaties in de vraag is het voor deze groep extra van belang een flexibele capaciteit te hebben in het woningaanbod.

12. Vanuit het sociaal domein deelnemen aan het op te richten Team woningbouwversnelling; 13. Verder uitbreiden van de voorraad flexwoningen om de fluctuaties van de vraag bij de doelgroepen op te kunnen vangen;

Een tweede oplossing voor de korte termijn is het tijdelijk gebruik van leegstaand vastgoed dat (nog) geen woonbestemming heeft. Tijdelijke leegstand wordt nu vooral ingevuld met ateliers voor de creatieve sector. Wij adviseren dat te heroverwegen. Om een goed inzicht te krijgen in de mogelijkheden is het van belang een analyse te maken van het beschikbare gemeentelijk vastgoed en/of privaat bezit wat in de aanloop naar een definitieve bestemming te gebruiken is voor flexibele, tijdelijke bewoning. Wij adviseren te onderzoeken of dit ook vanuit de gemeente richting private partijen kan worden vastgelegd. Ook in andere gemeenten worden kortetermijnoplossingen gezocht voor urgente woonnood. Daar zijn voorbeelden van, zoals wordt besproken in de Praktijkreeks Flexwonen van Platform31 (13 januari 2022). Bij uitvoering adviseren wij gebruik te maken van deze voorbeelden en ervaringen. Het is duidelijk dat flexibele, tijdelijke huisvesting geen ideale oplossing is voor kwetsbare groepen, maar een noodoplossing in de huidige overspannen woningmarkt. Het is natuurlijk de bedoeling dat mensen in tijdelijke woningen uiteindelijk in een vaste zelfstandige woning terechtkomen. Lange termijn Voor de lange termijn is van belang de opgave goed aan te laten sluiten bij het aanbod. In zijn algemeenheid moet daarvoor sneller en meer gebouwd worden.

Daartoe zijn er verschillende initiatieven zoals het eerdergenoemde Team woningbouwversnelling. Voor dit onderzoek gaan we specifiek in op aanbevelingen voor de woonopgave van de doelgroepen. De kern van die aanbeveling is het ontwikkelen van een aanpak gericht op samenhang, samenwerking en vernieuwing.

De interne samenwerking tussen de verschillende domeinen is hierin bijzonder belangrijk. De woonopgave van de kwetsbare doelgroepen is een samenspel tussen het sociaal en ruimtelijk domein. Simpel gezegd, het sociaal domein brengt de vraag in beeld en het ruimtelijk domein zorgt voor het aanbod. Ook de samenwerking met zorgaanbieders is belangrijk. De keuzes die je maakt voor meer ambulant wonen, heeft consequenties voor het anders inrichten van je zorg. Bij zowel het sociaal als het ruimtelijk domein zit een belangrijk verbeterpunt. De registratie van cliënten en producten bij het sociaal domein moet erop gericht zijn de woonvraag te voorspellen. Op dit moment ontbreekt in veel gevallen duidelijk inzicht in met name absolute aantallen en doorstroom maar ook dubbeltellingen. Met die data kan een inschatting gemaakt worden van het gewenste aantal woningen. Voor het ruimtelijk domein is het vervolgens van belang dat er meer specifiek gestuurd wordt op de woonbehoefte van kwetsbare doelgroepen. Wij adviseren in een volgende versie van de gemeentelijke woningbouwmonitor specifiek de huisvesting van kwetsbare doelgroepen op te nemen. Dan de externe samenwerking. Deze richt zich in eerste instantie op de samenwerking met de woningbouwcorporaties. Terecht, want de behoefte van de doelgroepen is voor een groot deel gericht op reguliere instroom in de sociale woningbouw.

Er zijn met de corporaties afspraken over de termijn van toewijzing voor specifieke doelgroepen, over aantallen en over flexibele oplossingen. Wij adviseren de prestatieafspraken op deze punten te concretiseren.

Verder zien wij mogelijkheden in de samenwerking met marktpartijen businesscases te onderzoeken waarbij private partijen een aanvullend aanbod kunnen doen op het aanbod van de woningbouwcorporaties. Wij adviseren hiervoor een pilot te starten met een private partij en een zorgverlener. Als er een haalbare businesscase wordt ontwikkeld kunnen afspraken over concrete projecten vervolgens worden vastgelegd in anterieure of samenwerkingsovereenkomsten met ontwikkelende partijen. Betrek het bedrijfsleven bij de opgave. Zij leggen ook een stevige claim op het bouwen van extra woningen in de regio. Wellicht zijn er mogelijkheden elkaar te helpen en te versterken. Naast de interne en externe samenwerking bieden drie lopende initiatieven volgens ons aanknopingspunten voor een nieuwe aanpak: Woonzorgvisie De gemeente is van plan een Woonzorgvisie op te stellen. Voor een gedragen en vernieuwd resultaat is het van belang een breed palet van (mogelijke) samenwerkingspartners te betrekken. In de Woonzorgvisie kan de interne en externe samenwerking verder worden uitgewerkt. Wij denken daarbij aan procesafspraken over registratie en monitoring aanbod. En het bepalen van verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor de gemeente om bij te dragen aan het vraagstuk.

Daarnaast adviseren wij private partijen vanuit de zorg maar ook de bouwers en projectontwikkelaars bij de visie te betrekken bij het onderzoeken van innovatieve en haalbare concepten. Dit kan zorgen voor extra mogelijkheden en slagkracht.

Tot slot adviseren wij in de Woonzorgvisie voor het onderwerp spreiding een relatie te leggen met de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Om iedereen op een goede plek te huisvesten is een gebiedsgerichte aanpak nodig, ook in de regio. De omgevingsvisie is daar een goed instrument voor. In een gebiedsgerichte aanpak onderzoekt de gemeente vanuit typering van wijken welke doelgroepen passend zijn. Veel gemeenten werken met wijkatlassen waarmee elke wijk in beeld wordt gebracht. Dat geeft inzicht in bijvoorbeeld de draagkracht van de wijken en er kan worden gestuurd op de passende locaties, én ongewenste clustering van doelgroepen kan voorkomen worden. De ruimtelijke en sociale kant van de opgave komen hier samen. Een voorbeeld hiervan is de wijkatlas van Leidschendam-Voorburg (https://leidschendam-voorburg.incijfers.nl/). Prestatieafspraken Het grootste deel van de doelgroep is aangewezen op een reguliere sociale huurwoning. In de prestatieafspraken is een aantal vraagstukken benoemd die verder uitgewerkt worden. De gemeente heeft een faciliterende rol om de ontwikkeling van sociale huurwoningen op peil te krijgen. Zo is onlangs een motie aangenomen om woningbouwcorporaties voorrang te geven bij de uitgifte van bouwgrond door de gemeente.

Wij adviseren daarnaast de prestatieafspraken uit te werken voor de toewijzing voor specifieke doelgroepen, van woningaantallen en van flexibele oplossingen. Daarbij is het onder andere van belang dat voor de langere termijn een vast aantal sociale woningen beschikbaar moet zijn voor de kwetsbare groepen.

Team woningbouwversnelling Het team woningbouwversnelling is in oprichting en heeft de opgave het bouwtempo op te voeren. Van belang is het programma voor de kwetsbare doelgroepen mee te nemen in de plannen en contracten. Er ligt een kans om de taakomschrijving van het team te koppelen aan de op te stellen Woonzorgvisie. Concreet kunnen wij ons voorstellen dat een teamlid uit het sociaal domein wordt toegevoegd aan het team Woningbouwversnelling. Tot slot heeft de gemeente een Woningbouwmonitor die inzicht geeft in de lopende projecten. De woningbouwmonitor richtte zich in eerste instantie op de ‘reguliere’ woonvraag. Wij adviseren de specifieke woonvraag van de kwetsbare doelgroepen mee te nemen in de monitor zodat daar gericht op gestuurd kan worden. De input daarvoor komt vanuit het sociaal domein. Wij adviseren iemand vanuit het sociaal domein die zicht heeft op de doelgroepen aan te laten sluiten bij de Woningbouwmonitor. Bij voorkeur dezelfde persoon die aansluit bij het Team woningbouwversnelling.

Notitie Prognose van kwetsbare doelgroepen (Regio) Eindhoven, ABF RESEARCH, 22 december 2021 (separaat bijgevoegd)

Verkenning Beschermd Wonen 2020-2040, ABF RESEARCH, 24 juni 2021 (separaat bijgevoegd)

Uit de interviews blijkt dat er verschillende initiatieven lopen of zijn geweest die positieve ervaringen hebben opgeleverd. De pilot wijk GGD in Woensel en Gestel kwam het meest naar voren. Respondenten gaven aan dat zij daar positieve ervaringen mee hebben. De wijk-GGD’ers hanteren een zogeheten ‘outreachende aanpak’: zij signaleren, gaan op meldingen af en bewegen zich in de woonomgeving.

Een ander initiatief is Platform Hoofdstraat in Gestel. Een netwerk tussen inwoners, maatschappelijke partners en gemeente waarin snel geschakeld kan worden. De ervaring is dat dit onrust vanuit bewoners vermindert. Een landelijk voorbeeld is Kamers met Kansen uit Amsterdam. Zij bieden huisvesting en hulp aan jongeren tussen de 18 en 26 jaar met problemen door voor jongeren een kamer en coaching te regelen, om zo snel mogelijk het leven weer op de rit te krijgen. Professionals uit het werkveld van zorg, onderwijs en welzijn melden jongeren aan bij de GGD voor een toegangsscreening. De GGD meldt vervolgens door. Kamers met Kansen heeft vier eigen locaties met verschillende woonvormen en coaching trajecten. Het doel van Kamers met Kansen is jongeren die in de zorg terecht dreigen te komen of juist uit de zorgsector klauteren een plek te bieden. Daarmee wordt voorkomen dat een jongere verder in de zorg, of zelfs op straat, terecht komt.

Platform31 heeft verschillende rapportages gepubliceerd waar ze ingaan op woonvormen, samenwerking gericht op doorstroming en prestatieafspraken. Deze worden hieronder toegelicht. Daarnaast wordt ingegaan op Kamers met Aandacht, een organisatie die matches maakt tussen particuliere verhuurders en kwetsbare jongeren. Een vijftal rapportages lichten we hieronder toe: • Inspiratiebundel woonvormen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid De commissie Dannenberg stelt in haar advies dat een ‘arsenaal’ aan woonvormen nodig is om tegemoet te komen aan de woonbehoeften van mensen met een verstoorde zelfregulering. Platform31 heeft op basis van gesprekken met experts een inventarisatie gedaan naar deze verschillende woonvormen. In de inspiratiebundel zijn deze verzameld en uitgelegd. Het gaat hierbij met name om de zogenaamde woontussenvoorzieningen: woonvormen tussen het wonen in een intramurale setting en het zelfstandig wonen met ambulante begeleiding in de wijk. Zij lichten daarbij de verschillende woonvormen, zoals genoemd in figuur 3, toe. Daarbij gaan ze onder andere in op de geschiedenis, doelen, doelgroepen, kenmerken en aandachtspunten. Het rapport gaat daarbij ook uitgebreid in op succesvolle voorbeelden uit het land. Deze rapportage kan helpen in het afstemmen van het aanbod aan woningen op de vraag die er ligt in Eindhoven.

• Verbeter je samenwerking: Weer thuis in de wijk. Handreiking voor het ontwikkelen, verbeteren en begeleiden van meerpartijensamenwerking gericht op de doorstroom vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Voor de uitstroom vanuit Beschermd Wonen en de maatschappelijke opvang heeft Plaform31 een handreiking gemaakt hoe meerpartijensamenwerkingen het best ingezet kunnen worden. Aanleiding is het haperen van de uitstroom uit BW en MO naar zelfstandige woningen. Niet enkel het lage aanbod betaalbare woningen is daar de oorzaak van. Ook passende samenwerkingsafspraken zijn noodzakelijk voor goede doorstroming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12778881/4