Bijlage 3 - Rapportage online raadpleging
Tekst van het document
Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in de gemeente Eindhoven
Datum: December 2023 (definitief)
Dit onderzoek is uitgevoerd door Populytics, een spin-off van de TU Delft, in opdracht van de gemeente Eindhoven.
Tom Geijsen Shannon Spruit Aylin Munyasya Mark Beumer
populytics.nl
2 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Management samenvatting Tussen 16 september en 23 oktober 2023 hebben 3.213 inwoners van de gemeente Eindhoven deelgenomen aan een raadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’. Wat zijn de belangrijkste resultaten? AANLEIDING •
In heel Nederland vangt de overheid vluchtelingen op, ook in Eindhoven. De gemeente vindt het belangrijk om te helpen bij de goede opvang voor mensen die bescherming zoeken. En te zorgen dat zij direct mee kunnen doen in onze stad. De gemeente noemt dit ‘Samenleven vanaf dag één’. De gemeente heeft Populytics en OnMigration gevraagd een raadpleging te houden volgens de methode Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). De essentie van een PWE-raadpleging is dat deelnemers 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker, bestuurder of politicus plaatsnemen en het beleidsdilemma ervaren. De methode PWE is ontwikkeld aan de TU Delft.
•
•
Het onderzoek kende twee hoofdvragen: 1.
Welke doelen vinden inwoners belangrijk bij ‘samenleven vanaf dag één’? (Adviespagina A)
2.
Wat zou de gemeente op en rond opvanglocaties moeten regelen? (Adviespagina B)
In de raadpleging is deelnemers ook gevraagd hoe zij aankijken tegen vluchtelingen in de samenleving op een schaal tussen 0 (negatief) en 100 (positief). 67% van de Eindhovenaren heeft een (licht) positieve houding ten aanzien van vluchtelingen in de samenleving. Daarmee lijkt de gemiddelde Eindhovenaar wat positiever tegenover vluchtelingen te staan dan het landelijke gemiddelde.
•
Alle hiernavolgende resultaten zijn representatief voor de gemeente Eindhoven op de kenmerken geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en woonwijk.
ADVIESPAGINA A: WAT VIND JIJ BELANGRIJK BIJ ‘SAMENLEVEN IN EINDHOVEN VANAF DAG ÉÉN’? •
Bij het verdelen van 30 punten over acht doelen krijgen drie opties gemiddeld genomen de meeste punten: ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur kennen’ (5,6 punten), ‘Dat het in en rond opvanglocaties veilig is’ (5,2 punten), ‘Dat vluchtelingen werken. Of een opleiding volgen’ (5,0 punten). Dit zijn de drie belangrijkste doelen voor Eindhovenaren om op een goede manier samen te leven met vluchtelingen.
•
Deze prioriteiten zijn consistent als we het gemiddelde voor de hele gemeente uitsplitsen naar verschillende inwoners: o
Bij inwoners van verschillende leeftijden, geslacht en opleidingsniveaus zien we dezelfde prioriteiten in dezelfde volgorde. Dit zien we ook tussen de verschillende stadsdelen.
o
Ook inwoners met verschillende waardenoriëntaties op dit thema hebben dezelfde, gedeelde prioriteiten. We zien vier grondhoudingen: variërend van positief-empathisch naar vluchtelingen tot afstandelijk-kritisch.
3 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
•
De verschillen die overblijven zijn accentverschillen. Inwoners met een (licht) negatieve houding jegens vluchtelingen hechten er relatief veel waarde aan dat opvang geen extra geld kost. Inwoners met een (licht) positieve houding hechten er relatief veel waarde aan dat vluchtelingen zich welkom voelen.
•
Een dergelijke brede basis zien we zelden bij PWE-raadplegingen. Het wijst erop dat er geen polarisatie is op de vraag hoe Eindhovenaren en vluchtelingen moeten samenleven vanaf dag één. Adviespagina A uit deze PWE-raadpleging laat zien dat verschillende inwoners dezelfde prioriteiten hebben – ook de inwoners met een negatieve of juist positieve houding tegenover vluchtelingen.
ADVIESPAGINA B: WAT ZOU DE GEMEENTE OP EN ROND OPVANGLOCATIES MOETEN REGELEN ? •
Bij het verdelen van 30 punten over tien voorwaarden waar opvanglocaties aan moeten voldoen krijgen twee opties gemiddeld genomen de meeste punten: ‘Dat het in en rond opvanglocaties veilig is’ (5,9 punten) en ‘Dat er aandacht is voor de leefbaarheid van iedereen in de buurt’ (5,0 punten). Vooral veiligheid zien veel inwoners als een randvoorwaarde: iets wat nooit in het geding mag komen en wat een kerntaak is van de overheid. Voor veel deelnemers zijn veiligheid en leefbaarheid sterk verbonden.
•
Net als bij adviespagina A zien we consistente voorkeuren over verschillende inwoners van Eindhoven. De twee prioriteiten veiligheid en leefbaarheid zijn consistent over leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en stadsdeel. In de overige acht opties zien we wel wat variatie tussen verschillende inwoners.
•
Inwoners met een (licht) negatieve houding jegens vluchtelingen en die met een (licht) positieve houding delen dezelfde topprioriteiten (leefbaarheid en veiligheid). Maar: de eerste groep geeft deze twee opties gezamenlijk meer dan twee keer zo veel punten. Anders gezegd, de zorgen zijn gedeeld, maar bij de groep met een (licht) negatieve houding aanmerkelijk meer uitgesproken.
CONCLUSIE •
In deze PWE-raadpleging schetsen inwoners van Eindhoven een duidelijk en consistent narratief hoe zij samen willen leven met vluchtelingen. De overeenkomsten tussen verschillende inwoners zijn daarbij sterker dan de verschillen. o
Doel: Volgens de inwoners van Eindhoven moet opvang erop gericht zijn om vluchtelingen zelfstandig mee te laten doen met de maatschappij, zodat ze een positieve bijdrage daaraan kunnen leveren.
o
Middelen: Dit kan de gemeenschap primair bereiken door, ten eerste, vluchtelingen de mogelijkheid te bieden de taal en cultuur eigen te maken (incl. nadrukkelijk de Nederlandse normen en waarden), en, ten tweede, de mogelijkheid te bieden dat zij aan het werk kunnen of een opleiding kunnen volgen. Vluchtelingen moeten volgens de inwoners deze mogelijkheden ook benutten.
o
Randvoorwaarde: De verantwoordelijke instanties moeten te allen tijde de veiligheid en leefbaarheid voor met name inwoners, maar ook vluchtelingen borgen.
4 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Inhoud Management samenvatting ________________________________________________________________ 3 1.
Introductie ________________________________________________________________________ 6
2.
Wat is de houding van Eindhovenaren ten aanzien van vluchtelingen? ____________________ 11
3.
Welke doelen vinden inwoners belangrijk bij samenleven vanaf dag één? _________________ 14
4.
Wat zou de gemeente op en rond opvanglocaties moeten regelen? _______________________ 30
5.
Over het onderzoek ________________________________________________________________ 43
6.
Methodologie & Verantwoording ____________________________________________________ 45
7.
Appendix: Kwalitatieve analyse adviespagina A ________________________________________ 57
8.
Appendix: Kwalitatieve analyse adviespagina B ________________________________________ 66
9.
Referenties _______________________________________________________________________ 77
5 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
1. Introductie Wat is belangrijk bij samenleven vanaf dag één? Het thema vluchtelingen is actueel in Eindhoven, net als in de rest van het land. De gemeente heeft eind mei 2023 besloten om 900 asielzoekers te gaan opvangen. Daarnaast zijn er in Eindhoven al ruim 1.000 opvangplekken beschikbaar voor vluchtelingen uit Oekraïne. De gemeente is daarom in de hele stad op zoek naar nieuwe locaties om vluchtelingen op te vangen en te huisvesten. Bij de opvang van vluchtelingen hanteert de gemeente de visie ‘Samenleven vanaf dag één’. Deze visie krijgt in de komende periode een concretere invulling. Daarover wil de gemeente advies van haar inwoners. Wat vinden zij belangrijk als het gaat om samenleven vanaf dag één? En: als inwoners een opvanglocatie in de buurt krijgen, wat vinden zij dat de gemeente moet regelen? Daarom heeft de gemeente Populytics en OnMigration gevraagd om een raadpleging te houden onder inwoners van de gemeente volgens de methode Participatieve Waarde Evaluatie (PWE). De essentie van een PWE-raadpleging is dat deelnemers 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker, bestuurder of politicus plaatsnemen en het beleidsdilemma ervaren. In een PWE-raadpleging ervaren deelnemers het keuzevraagstuk van een overheid in een online omgeving.
In diverse stappen beantwoorden deelnemers de vraag wat zij zouden adviseren als zij in de schoenen van de gemeenteraad of het College van Burgemeester en Wethouders zouden staan. Het doel van de PWE is om ‘de tekentafel’ en ‘de keukentafel’ met elkaar te verbinden. Zo zien inwoners (de keukentafel) welke afwegingen de beleidsmakers moeten maken. Vanuit dit perspectief laten inwoners in hun advies weten aan de beleidsmakers wat zij het meest belangrijk vinden. Na het deelnemen aan een PWEraadpleging begrijpen zij de situatie van de beleidsmaker beter. Daarnaast krijgen beleidsmakers (de tekentafel) overzichtelijke adviezen die vanuit duizenden keukentafels zijn gegeven. Een PWE-raadpleging stelt beleidsmakers in staat om hun keuzes zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de waarden, voorkeuren en zorgen van inwoners. De grote kracht van deze methode boven een simpele ja-nee-vraag is dat er ruimte is voor allerlei middenposities (bijvoorbeeld ‘ja, mits’ of ‘nee, tenzij’), dat opties in samenhang worden afgewogen (‘ik vind dit belangrijk, maar óók dat’) en deelnemers ervaren dat er altijd meerdere kanten aan een vraag zitten. Er zijn namelijk meer relevante en legitieme ideeën over de invulling van het samenleven tussen Eindhovenaren en vluchtelingen.
De PWE-methode is in Nederland al eerder toegepast voor onder meer het opstellen van coronabeleid op de lange termijn (Geijsen et al., 2022; Mouter et al., 2021c) de evaluatie van transportbeleid (Mouter et al., 2021a), het ontwerptraject van de Lelylijn (Mouter et al., 2023b), het betrekken van inwoners bij klimaatbeleid (Mouter et al., 2021b) en de energietransitie (Mouter et al., 2021c; 2023a), en het betrekken van burgers bij aanpassingen aan het stelsel medische rijgeschiktheid (Spruit et al., 2021). Een grote en diverse groep burgers deed mee aan deze PWE-raadplegingen. Een ruime meerderheid van de deelnemers is positief over deze participatievorm. Meer informatie over de PWE-methode is te vinden op: www.tudelft.nl/pwe en www.populytics.nl.
6 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Opzet van de PWE-raadpleging ‘Samenleven vanaf dag één’ Opbouw raadpleging Deze PWE-raadpleging onderzocht welke voorkeuren inwoners van de gemeente Eindhoven hebben voor verschillende doelen voor het Eindhovense beleid voor vluchtelingen. De PWE-raadpleging bestond uit vier delen: 1.
Adviespagina A: Samenleven vanaf dag één. Welke doelen vind jij daarbij belangrijk? (zie Figuur 1);
2.
Adviespagina B: Wat moet de gemeente regelen in en rond opvanglocaties? (zie Figuur 2);
3.
Vragen over de deelnemer 1;
4.
Vragen over de raadpleging. FIGUUR 1 – ADVIESPAGINA A
1
Een deel van deze vragen stelden we aan het begin, en een deel aan het einde van de raadpleging. Voor de overzichtelijkheid beschouwen we dat als één onderdeel.
7 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
FIGUUR 2 – ADVIESPAGINA B
Een inclusieve en representatieve raadpleging Deelname aan de raadpleging was mogelijk tussen 16 september en 23 oktober 2023. In die periode hebben 3.213 inwoners meegedaan aan één van de drie varianten:
8 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
1.
DigiPanel2: Alle vaste leden van het DigiPanel van de gemeente Eindhoven zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de raadpleging. Via deze route deden 2.042 inwoners mee.
2.
Open raadpleging: Alle inwoners van 16 jaar of ouder konden meedoen aan de open raadpleging. Dit hebben 766 inwoners gedaan.
3.
Deelname met uitnodiging via een brief: Een representatieve groep van 10.000 adressen is willekeurig geloot uit de gemeentelijke administratie en heeft een brief met een unieke code ontvangen, waarmee iemand in het huishouden kon deelnemen de raadpleging. Zo hebben 565 inwoners meegedaan.
Naast deze reguliere raadpleging heeft de gemeente Studio Anne Ligtenberg gevraagd een ‘fysieke’ versie van de raadpleging te ontwikkelen. Deze raadpleging is tijdens verschillende groepssessies uitgevoerd, waarbij specifiek asielzoekers en statushouders, inwoners met een migratieachtergrond en inwoners met een laag opleidingsniveau zijn uitgenodigd. De resultaten van deze raadpleging worden in een losstaande rapportage gepubliceerd. Door deze verschillende manieren aan te bieden om deel te nemen aan de raadpleging, borgen we zowel inclusiviteit als representativiteit: •
De open raadpleging vergroot de inclusiviteit, omdat iedereen die mee wil doen mee kan doen. Deze versie staat open voor iedereen. Om de raadpleging echt voor zo veel mogelijk mensen toegankelijk te maken, hebben we daarbovenop de volgende dingen gedaan: o
De raadpleging is op taalniveau B1 geschreven, zodat deze ook te begrijpen is voor laaggeletterden;
o
De raadpleging kon worden ingevuld in het Nederlands, Engels, Arabisch en Oekraïens;
o
Inwoners die daar behoefte aan hadden, konden telefonisch een papieren versie van de raadpleging opvragen of hulp krijgen bij het invullen via een helpdesk van Populytics.
Een open raadpleging trekt normaal gezien meer deelnemers met een uitgesproken mening en/of een expliciet belang bij het onderwerp. Dit effect zien we overigens in dit onderzoek nauwelijks. •
De raadpleging is representatief, doordat we een groep deelnemers hebben bereikt die een goede afspiegeling vormt van de Eindhovense samenleving. Dat biedt een basis om representatieve uitspraken te doen over alle inwoners van Eindhoven. Met de combinatie van het DigiPanel en de uitnodigingen per brief hebben we deelnemers actief benaderd. Dat heeft de kans vergroot dat inwoners hebben meegedaan die niet uit zichzelf meegedaan zouden hebben. Bijvoorbeeld omdat ze een minder sterke mening hebben of omdat ze denken dat hun mening niet van belang is (zelfselectie). Of omdat ze simpelweg niet wisten dat ze mee konden doen aan deze raadpleging. We passen weging toe op de resultaten van de deelnemers uit deze twee groepen. 3 Zo zorgen we ervoor dat de resultaten representatief zijn op de kenmerken leeftijd, gender, opleidingsniveau en
2
Het DigiPanel bestaat uit een groep inwoners van Eindhoven die periodiek haar mening geeft aan de gemeente door middel van een vragenlijst.
3
Hoe we de weging precies hebben uitgevoerd, lichten we aan het eind van het rapport verder toe.
9 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
stadsdeel. We leggen de focus in dit rapport op de representatieve resultaten van de raadpleging. Dat zijn de gewogen resultaten van de briefraadpleging en het DigiPanel samen. Voor de volledigheid laten we bij de resultaten van de vraag over houding ten aanzien van vluchtelingen en van de twee keuzetaken ook de resultaten van de open raadpleging zien. Zowel de deelnemers aan de open raadpleging als deelnemers die met een brief zijn benaderd konden kiezen uit een korte en een lange versie van de raadpleging. In de korte versie kregen deelnemers alleen de eerste adviespagina te zien, in de lange versie kregen deelnemers beide adviespagina’s te zien. Van de deelnemers aan de open raadpleging koos 40% voor de korte versie en van de briefdeelnemers was dat 34%. De deelnemers uit het DigiPanel kregen allemaal de lange versie. Bij alle resultaten in dit rapport die gaan over de adviespagina’s zijn de korte en de lange versie gecombineerd.
Resultaten en opbouw van dit rapport We volgen in dit rapport de opbouw van de raadpleging. •
Ten eerste geven wij in hoofdstuk 2 inzicht in de antwoorden die deelnemers hebben gegeven op de vraag naar hun houding ten aanzien van vluchtelingen. We onderzoeken daarbij welke factoren bepalend zijn voor die houding.
•
In hoofdstuk 3 gaan we in op de resultaten van de eerste adviespagina. Wat vinden Eindhovenaren belangrijk bij ‘Samenleven vanaf dag één’? We geven eerst een overzicht van de keuzes die deelnemers hebben gemaakt en welke overeenkomsten en verschillen we zien tussen groepen. Daarnaast hebben we de geschreven motivaties van deelnemers systematisch geanalyseerd om beter te begrijpen waarom inwoners een voorkeur hebben voor een bepaalde waarde. Of waarover zich zij juist zorgen maken. Daarna laten we de uitkomsten zien van een geavanceerde analyse met een latente klasse clustermodel. Deze methode laat zien welke verschillende groepen Eindhovenaren er te onderscheiden zijn die vergelijkbare waardes en prioriteiten delen.
•
In hoofdstuk 4 doen we nog eens hetzelfde voor de tweede adviespagina: Waarmee moet de gemeente rekening houden in en rond opvanglocaties?
•
Dit rapport besluit met de ervaringen van deelnemers over de PWE-raadpleging in hoofdstuk 5. Ook verantwoorden we uitgebreid de ontwerpkeuzes van de PWE-raadpleging en de verzameling van data in hoofdstuk 6.
10 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
2. Wat is de houding van Eindhovenaren ten aanzien van vluchtelingen? SAMENVATTING •
We hebben deelnemers gevraagd hoe zij aankijken tegen vluchtelingen in de samenleving op een schaal tussen 0 (negatief) en 100 (positief).
•
67% van Eindhovenaren heeft een (licht) positieve houding ten aanzien van vluchtelingen in de samenleving. Daarmee lijken relatief veel Eindhovenaren positief te staan tegenover vluchtelingen in de samenleving.
•
Deze houding hangt samen met een paar kenmerken, zoals gender, opleidingsniveau en de mate van contact met vluchtelingen. Maar: hoewel de verschillen significant zijn, zijn ze klein en niet eenduidig. Andere kenmerken verschillen niet significant.
Hoe kijk jij aan tegen vluchtelingen in onze samenleving? Aan de start van de raadpleging hebben we deelnemers enkele vragen over henzelf gesteld. Daaronder de vraag hoe zij aankijken tegen vluchtelingen in onze samenleving. Deze houding ten aanzien van vluchtelingen blijkt een bepalende factor voor het advies dat Eindhovenaren aan de gemeente geven. Dat lichten we verder toe in de navolgende hoofdstukken. Maar wat bepaalt de houding van Eindhovenaren tegenover vluchtelingen? In dit hoofdstuk proberen we daar (een deel van het) antwoord op te geven. In de raadpleging hebben we aan deelnemers het volgende gevraagd: “Hoe kijk je aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?” Deelnemers konden antwoord geven door het kiezen van een positie op een slider met een score van 0 tot 100. Daarbij is de score 0 negatief en score 100 positief.
FIGUUR 3
11 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Het merendeel van de deelnemers geeft aan een positieve houding te hebben ten aanzien van vluchtelingen (zie FIGUUR 4). De representatieve resultaten laten zien dat ongeveer 67% van de Eindhovenaren (licht) positief is. Deze houding verschilt niet veel tussen de deelnemers die aan de open raadpleging meededen en de deelnemers van het panel of die via een uitnodigingsbrief hebben deelgenomen. Hoewel het niet veel verschilt, zien we wel dat de paneldeelnemers significant vaker een (licht) positieve houding hebben.
FIGUUR 4
Begin 2023 heeft Cordaid een landelijk onderzoek laten uitvoeren waarin deelnemers dezelfde vraag kregen. 4 In dat onderzoek gaf 54% van de deelnemers aan een (licht) positieve houding te hebben ten aanzien van vluchtelingen. Daarmee vergeleken lijken relatief veel Eindhovenaren positief te staan tegenover vluchtelingen in de samenleving.
Verschillen in houding zijn niet simpel te verklaren
4
Dit onderzoek is te raadplegen via deze link: https://onmigration.nl/wp-content/uploads/2023/05/Cordaid_Onderzoek_Migratie-en-ontwikkeling-NL.pdf
12 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
We zien in de resultaten geen duidelijke factoren die de houding ten aanzien van vluchtelingen kunnen verklaren. We zien bijvoorbeeld dat de houding significant verschilt tussen mannen en vrouwen, naar opleidingsniveau en naar de mate waarin mensen contact hebben met vluchtelingen (zie FIGUUR 5). Maar zoals in de figuur ook te zien is, zijn de verschillen niet groot en niet consistent. Zo zien we dat mensen met een middelbare opleiding minder vaak positief denken over vluchtelingen, maar dat de houding van lager en hoger opgeleiden niet significant van elkaar verschilt. En mensen die aangeven soms contact te hebben met vluchtelingen hebben een positievere houding dan mensen die vaak of juist geen contact hebben met vluchtelingen. Een duidelijker verschil zien we tussen mannen en vrouwen: vrouwen geven significant vaker aan een positieve houding te hebben ten aanzien van vluchtelingen in de samenleving. Verder is het ook zinvol te kijken naar welke factoren blijkbaar niet bepalend zijn voor de houding ten aanzien van vluchtelingen. Zo zien we geen duidelijke verschillen tussen leeftijdsgroepen in hun houding. Ook hebben mensen die aangeven in de buurt te wonen van vluchtelingen en mensen die (veel) werken met vluchtelingen geen andere houding ten aanzien van vluchtelingen dan anderen.
FIGUUR 5
13 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
3. Welke doelen vinden inwoners belangrijk bij samenleven vanaf dag één? In het eerste deel van de raadpleging (‘adviespagina A’) beantwoordden deelnemers de vraag wat zij belangrijk vinden bij samenleven vanaf dag 1. SAMENVATTING •
Bij het verdelen van 30 punten over acht ideeën krijgen drie opties gemiddeld genomen de meeste punten: ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur kennen’ (5,6 punten), ‘Dat het in en rond opvanglocaties veilig is’ (5,2 punten), ‘Dat vluchtelingen werken. Of een opleiding volgen’ (5,0 punten). Dit zijn de drie belangrijkste doelen voor Eindhovenaren bij ‘Samenleven vanaf dag één’.
•
We zien meer overeenkomsten dan verschillen tussen de inwoners van Eindhoven. Bij inwoners van verschillende leeftijden, geslacht en opleidingsniveaus zien we dezelfde prioriteiten in dezelfde volgorde. Dit zien we ook tussen de verschillende stadsdelen. Ook tussen de open raadpleging en de twee andere varianten (DigiPanel en brief) zien we geen substantiële verschillen.
•
Wel zien we accentverschillen. Inwoners met een (licht) negatieve houding jegens vluchtelingen hechten relatief veel waarde aan de kosten van opvang. Inwoners met een (licht) positieve houding hechten relatief veel waarde aan dat vluchtelingen zich welkom voelen.
•
We zien verder vier groepen Eindhovenaren die vergelijkbare waardes en prioriteiten delen over samenleven vanaf dag één. Dit noemen we ook wel waardenoriëntaties op dit thema. Ze variëren van positief-empathisch tot afstandelijk-kritisch.
•
De overeenkomsten tussen de vier groepen zijn echter sterker dan de verschillen. We zien vier waarden die gedeeld zijn door alle vier groepen. Het gaat om de waarden die ook gemiddeld genomen het belangrijkste zijn: taal en cultuur, veiligheid, werk en opleiding, en zelfstandigheid. Dit zijn verbindende waarden. Niet alleen komen deze vier waarden in alle vier de groepen terug, elke groep geeft deze vier gezamenlijk ruim de helft van de punten. Ze zijn dus ook voor alle vier groepen belangrijk.
•
Een dergelijke brede basis zien we zelden bij PWE-raadplegingen. Het wijst erop dat er geen polarisatie is op de vraag hoe Eindhovenaren en vluchtelingen moeten samenleven vanaf dag één.
14 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
3.1Wat vindt de gemiddelde inwoner van Eindhoven? Algemene resultaten De resultaten van de eerste adviespagina laten zien dat inwoners van de gemeente Eindhoven drie duidelijke prioriteiten hebben (zie FIGUUR 6). De representatieve uitkomsten laten zien dat inwoners 5,6 punten toekennen aan ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur kennen’ en 5,2 punten aan ‘Dat het in en rond opvanglocaties veilig is’. Aan de optie ‘Dat vluchtelingen werken. Of een opleiding volgen’ kennen ze gemiddeld genomen 5,0 punten toe. Dit zijn de drie belangrijkste waarden voor inwoners van de gemeente als het gaat om samenleven vanaf dag één. Het verschil in waardering tussen deze drie opties is statistisch significant: inwoners hechten meer waarde aan dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur kennen dan aan de andere twee doelen. De overige vijf doelen volgen op enige afstand, maar hebben een duidelijke volgorde. ‘Dat vluchtelingen zo snel mogelijk zelfstandig zijn’ is de enige van deze vijf doelen die hoger scoort dan gemiddeld. ‘Dat vluchtelingen zich makkelijk kunnen verplaatsen in de stad’ scoort het laagst, met 1,5 punt gemiddeld.
FIGUUR 6
15 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
WANNEER IS EEN WAARDE ‘BELANGRIJK’? FIGUUR 6 bevat drie verticale referentielijnen. Als deelnemers aan alle acht opties evenveel punten toekennen (en dus alles even belangrijk vinden), dan zou elke optie 3,75 punten krijgen (30 gedeeld door 8). De lijn noemen we de uitgangswaarde. Om te onthouden: •
Opties die meer dan 1,9 punten scoren (50% onder de uitgangswaarde 3,75) zijn enigszins belangrijk
•
Opties op of rond de uitgangswaarde zijn belangrijk.
•
Opties boven 5,7 punten (50% boven de uitgangswaarde 3,75) zijn bijzonder belangrijk.
We zien dat de volgorde en de waarde die deelnemers aan de opties toekennen sterk overeenkomen bij zowel de deelnemers via het panel, via de brief en de open raadpleging. Dat is opvallend, want over het algemeen is dit anders. Meestal zien we dat de deelnemers die deelnemen aan de open raadpleging meer uitgesproken voorkeuren hebben dan deelnemers via een panel of via een briefuitnodiging. Open raadplegingen trekken gemiddeld vaker deelnemers die een duidelijke mening en/of een expliciet belang hebben bij het onderwerp.
FIGUUR 7
16 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Inzicht: bijna alle groepen hebben dezelfde prioriteiten Achter de gemiddelden kunnen verschillen tussen groepen inwoners schuilgaan. Het kan zo zijn dat prioriteiten die voor alle inwoners samen gemiddeld scoren voor sommige groepen juist heel belangrijk zijn, of juist heel onbelangrijk. Wat zien we als we kijken naar de belangrijkste prioriteiten van verschillen groepen in de populatie? Het antwoord daarop is simpel: voor mensen die verschillen in gender, opleidingsniveau, leeftijd, stadsdeel, hoeveelheid contact met vluchtelingen en of ze in de buurt wonen van vluchtelingen zijn de bovenste drie prioriteiten hetzelfde.
Inzicht: houding ten aanzien van vluchtelingen bepaalt accentverschillen We zien dus dat er veel eensgezindheid is onder Eindhovenaren. Als we op zoek gaan waar de verschillen dan wel zitten, dan zien we dat die er zijn tussen mensen met een negatieve en mensen met een positieve houding ten aanzien van vluchtelingen (zie FIGUUR 8). •
Er zijn drie doelen die voor de gemiddelde Eindhovenaar het belangrijkst zijn. Dezelfde drie doelen zijn voor zowel mensen met een negatieve houding als mensen met een positieve houding ten aanzien van vluchtelingen belangrijk.
•
Mensen met een negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen hechten daarnaast veel waarde aan dat de opvang van vluchtelingen de gemeente geen extra geld kost. Dit doel staat bij deze groep in de top drie.
•
Mensen met een positieve houding ten aanzien van vluchtelingen hechten juist veel waarde aan dat vluchtelingen zich welkom voelen. Bij deze groep staat dit doel in de top drie.
17 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
FIGUUR 8
18 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
3.2Welke argumenten geven deelnemers voor hun keuzes? Werkwijze: motivaties van 800 inwoners Na het verdelen van hun punten konden deelnemers optioneel hun puntenverdeling motiveren. We hebben van 800 willekeurig geselecteerde deelnemers uit de brief, het DigiPanel en de open raadpleging de motivaties gelezen bij hun keuzes. Deze vormen niet noodzakelijk een representatieve dwarsdoorsnede van de Eindhoven, maar het grote aantal geschreven toelichtingen geeft een inzicht in het waarom achter hun keuzes. Verschillende deelnemers noemden daarbij – in verschillende persoonlijke bewoordingen – vaak vergelijkbare argumenten. We hebben de meest voorkomende argumenten een code gegeven. Het betreft typisch tien tot vijftien argumenten voor elk van de acht opties uit de keuzetaak. Vervolgens hebben we voor de 800 willekeurig geselecteerde respondenten uit de brief, DigiPanel en open raadpleging de antwoorden gecodeerd. In Appendix 7 beschrijven we voor elk van de acht opties uit adviespagina A wat de meest gegeven motivaties zijn. We lichten deze ook toe met illustratieve citaten. Als het gaat om ‘samenleven vanaf dag één’, dan zien we uit de duizenden gegeven argumenten twee duidelijke redeneerlijnen of oorzaak-gevolg-ketens ontstaan. Deze lichten we toe in FIGUUR 10.
FIGUUR 9 – NA HET VERDELEN VAN HUN PUNTEN KONDEN DEELNEMERS HUN KEUZES TOELICHTEN
19 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Oorzaak-gevolg-ketens adviespagina A Inwoners schetsen twee duidelijke oorzaak-gevolg-ketens, een positieve en een negatieve; zie FIGUUR 10. De redenering begint vaak met een van de oplossingen of activiteiten uit adviespagina A, zoals het volgen van een opleiding of het leren van de Nederlandse taal en cultuur. In het merendeel van de argumenten drukken respondenten zich vervolgens uit in termen van effecten. Deelnemers benoemen bijvoorbeeld dat het leren van de taal ‘bijdraagt’ aan integratie en inburgering. Dat het volgen van een opleiding ‘een positief effect heeft op’ zelfstandigheid. Dat werken ‘goed is’ voor het mentale welzijn van vluchtelingen. En dat zelfstandigheid een positief effect heeft op integratie en inburgering. Enzovoort. Dit zijn voorbeelden van positieve uitkomsten (in FIGUUR 10 in blauw). Als de samenleving de verschillende oplossingen uit adviespagina A effectief en efficiënt uitvoert, dan volgt een positieve oorzaak-gevolg-keten. Maar er is ook een oorzaak-gevolg-keten met negatieve uitkomsten (in FIGUUR 10 in roze). Vluchtelingen geen uitzicht bieden op een baan leidt tot verveling, passiviteit en depressie. Dat leidt tot criminaliteit en overlast. Dat beïnvloedt de publieke opinie op een negatieve manier. We merken tot slot op dat we bij de optie over veiligheid andere argumenten en taalgebruik zien.
Over veiligheid spreken deelnemers minder vaak in termen van ‘effecten’ en ‘bijdrages’. Er vallen veel meer termen zoals ‘voorwaarde’, ‘basisbehoefte’ of ‘vanzelfsprekendheid’. Veiligheid is daarmee veel eerder een alles-of-niets-term. Deelnemers zien het als een kerntaak van de overheid. We zien bij zo’n alles-of-niets-optie ook vaker dat deelnemers weinig punten geven – juist omdat ze zo’n optie als normaal of vanzelfsprekend ervaren. Dit kan erop wijzen dat veiligheid nog belangrijker is dan het hoge aantal punten (gem. 5,2) al weergeeft.
20 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
FIGUUR 10 – ARGUMENTENSCHEMA ‘SAMENLEVEN VANAF DAG ÉÉN’
21 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Open veld: overige toelichtingen Naast de mogelijkheid voor deelnemers om hun keuze bij elk van de acht opties van adviespagina A te motiveren, heeft een deel van de deelnemers ook de vraag gekregen of ze nog opties misten. Hierin konden deelnemers aangeven of ze nog aanvullende gedachten over ‘samenleven vanaf dag één’ hadden die niet in adviespagina A naar voren kwamen. Dit geeft een indicatie of er nog belangrijke perspectieven op het thema afwezig waren. Ruim 400 deelnemers hebben dit veld ingevuld. In TABEL 1 beschrijven we de meest voorkomende argumenten in dit open veld. Bij adviespagina B zagen we grotendeels dezelfde argumenten, alleen deelargument C3 kwam daar als nieuw naar voren. Om dubbeling te voorkomen combineren we de meest voorkomende argumenten van de open velden van adviespagina’s A en B.
TABEL 1 – MEEST VOORKOMENDE ARGUMENTEN UIT DE ALGEMENE OPEN VELDEN VAN ADVIESPAGINA ’S A EN B
Hoofdargument
Deelargument
Illustratie
A1. Er is spanning tussen het
“Aan de basis van de niet aflatende asielinstroom, zou ik graag zien dat
huisvesten van vluchtelingen en de het taboe er af gaat en dat dus de verdragen en afspraken die gemaakt
A. Deelnemers stellen de
bestaande tekorten op de
zijn ter discussie gesteld worden. Deze afspraken zijn gebaseerd op
woningmarkt
Nederland als welvarend land dat in de basis goed voor de eigen burger kan zorgen. Dit is nu al een hele tijd niet meer zo. Ik ken mensen die al
vraag of we vluchtelingen
jaren bij hun ouders wonen, of nog in een studentenhuis en nog erger:
moeten opvangen
met een ex samen. Omdat er geen betaalbare woonruimte is.” A2. Er is een roep om minder of geen “Beperking migratie vanuit asiel, alleen gaat de plaatselijke politiek vluchtelingen op te vangen.
daar niet over.”
B1. Er is behoefte aan duidelijkheid
“Geef duidelijkheid. De overheid laat mensen nu heel lang bungelen.”
en efficiëntie in het asielproces, met een snellere bepaling van de status van vluchtelingen B. Deelnemers vinden dat de B2. Snelle uitzetting als uit de
“Dat uitgeprocedeerde vluchtelingen niet in de anonimiteit verdwijnen,
asielprocedure beter moet
maar daadwerkelijk teruggaan”
procedure komt dat vluchtelingen niet in Nederland mogen blijven B3. Strenger beleid ten aanzien van
“Strenger beleid. Dus criminaliteit, niet integreren of hier niet mogen
criminaliteit en niet-integratie, met
blijven is ticket naar thuisland.”
snelle uitzetting als consequentie. C1. Er is een wens om meer stabiliteit “Ik vind dat AMV'ers beter begeleid moeten worden. Nu worden ze te voor vluchtelingen te creëren. Hier
vaak ergens geplaatst, waar ze het zelf maar een beetje moeten
hoort bij dat zij niet vaak hoeven te
uitzoeken. Als ze een beetje pech hebben, worden ze vervolgens ook nog
C. Deelnemers hebben
verhuizen. Hierdoor kunnen ze
eens heel NL door verhuisd van opvang naar opvang. Dit is erg
aanvullende ideeën over het
gemakkelijker hun contacten, werk
schadelijk voor hun ontwikkeling.”
verbeteren van de opvang van etc. opbouwen. vluchtelingen C2. Deelnemers vinden dat we ons
“Ja, dat de overheid de wettelijke plicht tot het inrichten van een goede
eigen probleem creëren, door te
opvang ook daadwerkelijk nakomt, en niet iedere keer zelf noodsituaties veroorzaakt door dom te bezuinigen.”
22 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
bezuinigen op opvang en niet over
“We expect them to make the first step to integrate in our society but in
het probleem na te willen denken
reality, we try to lock them away and do not think about the problem, i.e., actively make it harder.”
C3. Kleine, verspreide opvanglocaties “Meerdere kleine plekken in de stad lijkt me beter dan 1 grote zijn eerlijker voor de omwonenden en beter voor integratie dan een paar grote opvanglocaties
opvanglocatie.” “Het lijkt mij niet wenselijk wanneer 1 stadsdeel ineens met een hele grote groep vluchtelingen wordt opgescheept. Beter is het om ze naar rato te verdelen.”
23 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
3.3 Geen gemiddelde inwoner: vier waardenoriëntaties Vier groepen inwoners met verschillende houdingen tegenover het thema Zoals de gemiddelde Nederlander niet bestaat geldt dat ook voor de gemiddelde inwoner van Eindhoven. Welke inwoners delen welke waarden en ideeën? We zien zowel overeenkomsten als verschillen tussen verschillende (groepen van) inwoners. Met de statistische techniek LKCA (zie kader) zien we dat inwoners in vier groepen kunnen worden opgedeeld die de opties over samenleven vanaf dag één verschillend prioriteren (zie Figuur 11). We beschrijven eerst de vier groepen: wat zijn hun voorkeuren en welke inwoners zitten er in elke groep? Lopen de lijnen langs leeftijd, opleidingsniveau of iets heel anders? We beschrijven ook de belangrijkste verschillen en overeenkomsten (gemene delers tussen de vier groepen).
WAT IS EEN LKCA? De resultaten in deze sectie komen voort uit de toepassing van een statistische techniek: een Latente Klasse Cluster Analyse (LKCA). Met deze techniek hebben we de representatieve uitkomsten nader onderzocht. Een LKCA zoekt naar groepen die grotendeels dezelfde antwoorden hebben gegeven. Of die de acht ideeën over ‘samenleven vanaf dag één’ juist heel anders prioriteren dan andere groepen. Ten opzichte van de eerdere analyses draait een LKCA daarmee de volgorde om. Neem bijvoorbeeld de uitkomsten van FIGUUR 8. Hierin hebben we respondenten eerst gegroepeerd op houding en vervolgens gekeken welke punten de groepen toekenden. Een LKCA groepeert juist eerst samenhangende puntenverdelingen, en kijkt vervolgens welke (demografische) kenmerken deelnemers in de resulterende groepen hebben. De samenhangende puntenverdelingen zijn waardenoriëntaties of perspectieven op ‘samenleven vanaf dag één’. Vooraf weten we niet hoeveel groepen (of waardenoriëntaties) aanwezig zijn in de populatie en door de LKCA geïdentificeerd worden.
FIGUUR 11 – VIER WAARDENORIËNTATIES OP ‘SAMENLEVEN VANAF DAG ÉÉN’
24 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Groep 1 (32%): Positief-empathische grondhouding Prioriteiten (waardenoriëntatie) Taal en cultuur (4,8 punten), werk en opleiding (5,7) en veiligheid (4,9) zijn de belangrijkste prioriteiten voor de deelnemers in deze groep. Deze prioriteiten delen zij met de overige drie groepen. Deze deelnemers plaatsen echter een nadrukkelijk accent op de optie dat vluchtelingen zich welkom voelen (4,7 punten). Van alle groepen geven zij het meeste punten aan deze optie. Ze maken ook een uitgesproken keuze door geen punten toe te kennen aan eventuele extra kosten van opvang. Dat is voor deze inwoners niet belangrijk. Profiel Deze inwoners hebben een positieve houding t.a.v. vluchtelingen (74 op 100 punten). Daarmee heeft deze groep van de vier groepen de meest positieve houding. Deze groep bevat relatief veel mensen tussen 35 en 44 jaar oud, en hoogopgeleiden. We zien echter dat de klassieke socio-demografische kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau minder van invloed zijn op de keuze dan de houding van deelnemers. Anders gezegd, in deze groep bevinden zich ook veel mannen en midden- en laagopgeleiden. Interpretatie Deze groep staat positief tegenover vluchtelingen en lijkt erop gericht om vluchtelingen met een zekere mate van empathie te benaderen.
Een warm en menselijk welkom te geven (“Om weer enigszins een beetje een thuisgevoel te krijgen.”) en ze de tijd te gunnen voor aanpassing. Zo zegt deze deelnemer over werk en opleiding: “Pas als ze er klaar voor zijn.” Een andere deelnemer stelt dat vluchtelingen een stressvolle tijd gehad kunnen hebben en (eerst) tijd moeten hebben om tot rust te komen. Deze groep uit zich veelal in positieve termen (“Mensen mogen altijd geld kosten. Investeren in mekaar.”). Als het over veiligheid gaat, dan benoemen ze ook de veiligheid van vluchtelingen zelf (“Belangrijk dat het veilig is zeker als je al uit een onveilige situatie komt”) en de rol van ervaren (on)veiligheid (“als buurtbewoners goed geïnformeerd zijn haal je veel angsten weg”).
25 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Groep 2 (15%): Praktisch-nuchtere grondhouding Prioriteiten (waardenoriëntatie) De deelnemers in deze groep maken een aantal uitgesproken keuzes. We zien dezelfde drie prioriteiten als de andere groepen: taal en cultuur (6,7), werk en opleiding (7,7) en veiligheid (6,0). De inwoners in deze groep geven aan deze drie opties gezamenlijk de meeste punten van de vier groepen. Er zijn meer uitgesproken keuzes. Nog twee andere opties krijgen punten: dat vluchtelingen zelfstandig worden (5,7) en dat vluchtelingen zich welkom voelen (3,9). De overige opties krijgen geen punten, waaronder rekening houden met extra kosten en de vrijwillige bijdrage van vluchtelingen. Profiel Deze inwoners zijn licht positief tegenover vluchtelingen (62 op 100 punten). Deze groep bevat relatief veel mensen tussen 45 en 64 jaar oud. Interpretatie Deze deelnemers staan zeker niet negatief tegenover vluchtelingen en vinden het belangrijk dat zij zich ‘welkom voelen’. Zij lijken er wel op gericht dat vluchtelingen zo snel mogelijk mee gaan doen. Vluchtelingen moeten zelfstandig zijn en bijdragen aan de samenleving. Over vrijwillig bijdragen stelt bijvoorbeeld een deelnemer: “Nuttig om de samenleving te leren kennen.
Maar betaald werk waarmee mensen op eigen voeten kunnen staan lijkt me een eerste prioriteit.” Zelfstandigheid draagt bij aan het mentale welzijn van vluchtelingen en vermindert de druk op de belastingbetaler. Deze groep lijkt te karakteriseren met een praktisch-nuchtere kijk op ‘samenleven vanaf dag één’.
26 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Groep 3 (33%): Gematigde voorkeuren en grondhouding Prioriteiten (waardenoriëntatie) Deze inwoners zijn gematigd in de zin dat alle acht opties punten krijgen. Hierin zijn ze de enige groep. De drie andere groepen kennen allemaal aan één of meerdere opties 0 punten toe en maken daarmee meer uitgesproken keuzes. Met uitzondering van de optie dat vluchtelingen zich makkelijk moeten kunnen verplaatsen vinden zij alle opties ook enigszins belangrijk (>1,9 punten). Ook in deze groep zien we de voorkeur voor de drie prioriteiten taal en cultuur, werk en opleiding, en veiligheid. Profiel Deze inwoners hebben een licht positieve houding jegens vluchtelingen (57 op 100 punten). Deze groep bevat relatief veel jonge mensen tot 34 jaar en 65-plussers, laagopgeleiden en vrouwen. Interpretatie Dit is te zien als een groep van gematigde inwoners. We zien bij veel deelnemers dubbele of gemengde gevoelens (“Het is dubbel voor mij… Ik weet niet hoe het is om te vluchten. Ik weet wel dat het er allemaal niet gezelliger op wordt onder elkaar… Ik zie op het nieuws dingen waar ik niet blij van word. Naast een vriendin van mij wonen vluchtelingen en daar word ik ook niet blij van (wat je allemaal hoort en ziet daar). Naar mijn mening wordt het te multicultureel. Alles leeft en woont met en door elkaar. Teveel verschillende normen en waarden….
Ik ben best wel een beetje bang voor de toekomst… Waar moeten ze allemaal heen? Er zijn niet eens woningen voor de jongeren die hier geboren zijn…”)
27 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Groep 4 (15%): Kritisch-afstandelijke grondhouding Prioriteiten (waardenoriëntatie) Bij deze groep zien we weer als belangrijkste prioriteiten taal en cultuur (7,1), werk en opleiding (4,4), en veiligheid (6,4). De deelnemers in deze groep onderscheiden zich door de waarde die zij toekennen aan de optie dat opvang geen extra geld mag kosten. Van de vier groepen kennen zij hier het meeste punten aan toe (5,9), een duidelijk accent. Een andere uitgesproken keuze is dat zij geen punten toekennen aan de opties dat vluchtelingen zich welkom voelen en zich kunnen verplaatsen. Profiel Deze inwoners hebben als enige groep een (licht) negatieve houding t.a.v. vluchtelingen (31 op 100 punten). Deze groep bevat relatief veel deelnemers tussen de 45 en 55 jaar, mannen, en gemiddeld opgeleiden. Interpretatie Deze groep lijkt gekarakteriseerd te kunnen worden met een kritisch-afstandelijke houding tegenover ‘samenleven vanaf dag één’. Er zijn drie deelposities binnen deze groep te onderscheiden. In deze groep bevinden zich allereerst deelnemers die stellen liever geen vluchtelingen te ontvangen. Een tweede positie is niet zozeer dat vluchtelingen onwelkom zijn, maar wel blij moeten zijn met wat ze krijgen. Als vluchtelingen zich ‘normaal’ gedragen, dan komt het ‘welkom voelen’ vanzelf, stelt een deelnemer bijvoorbeeld.
Een derde positie richt zich op de eigen verantwoordelijkheid van vluchtelingen (“Het is goed voor mensen om te werken, bij te dragen aan de samenleving, en te integreren. Het zou ook de mensen in de omgeving waarschijnlijk positiever over vluchtelingen laten denken als ze zien dat deze vluchtelingen actief meewerken en het beste beentje voor zetten.”)
28 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Inzicht: brede basis voor ‘samenleven vanaf dag één’ Tot slot kijken we naar de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de vier groepen. We zien dat de overeenkomsten sterker zijn dan de verschillen. We zien dat van de acht opties er vier zijn die van alle groepen punten krijgen. Alle groepen hechten hier dus waarde aan. Het zijn de opties ‘taal en cultuur’, ‘veiligheid’, ‘werk en opleiding’ en ‘zelfstandig zijn’. Van elke groep krijgen deze vier opties gezamenlijk ruim meer dan de helft van de punten. Deze vier opties zijn dus een gemene deler; zie FIGUUR 12. Zo’n breed gedeelde basis is zeldzaam in PWE-raadplegingen.
FIGUUR 12 – VIER OPTIES ZIJN GEDEELD OVER ALLE GROEPEN EN VORMEN EEN BREDE BASIS VOOR ‘SAMENLEVEN VANAF DAG ÉÉN’
Adviespagina A over ‘samenleven vanaf dag één’ stelt in essentie een hoe-vraag: hoe leven we samen met vluchtelingen? Deze PWE-raadpleging laat zien dat daarover duidelijke overeenstemming bestaat tussen inwoners met zowel een negatieve als positieve houding tegenover vluchtelingen. Als we samen willen leven met vluchtelingen, dan moet dat erop gericht zijn om ze zelfstandig mee te laten doen met de maatschappij. Om ze te laten integreren, met andere woorden, en de andere positieve uitkomsten te bereiken van het argumentenschema van FIGUUR 10. Dat bereiken we door twee dingen: ten eerste, door vluchtelingen in staat te stellen de taal en cultuur eigen te maken, en ten tweede te zorgen dat zij aan het werk kunnen of een opleiding kunnen volgen. Een strikte randvoorwaarde is daarbij dat de verantwoordelijke instanties te allen tijde de veiligheid voor inwoners én vluchtelingen borgen. De hoe-vraag lijkt volgens deze PWE-raadpleging verre van gepolariseerd, in tegenstelling. Dit inzicht uit de PWE-raadpleging creëert daarbovenop de mogelijkheid om een meer genuanceerde en verfijnde als-vraag te stellen (‘Als we samen willen leven met vluchtelingen…’). Dat is namelijk (ook) geen simpele ja/nee-vraag. De voorwaarden waaronder opvang plaatsvindt kunnen bepalend zijn voor het antwoord van inwoners op die als-vraag.
De meer genuanceerde formulering loopt dan ook langs de lijn: Als we ervoor zorgen dat de veiligheid geborgd is, en dat vluchtelingen taal en cultuur leren, en werk of opleiding genieten, hoe denk je dan over de opvang van vluchtelingen? Het stellen van die vraag aan inwoners van Eindhoven is een stap voor vervolgonderzoek.
29 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
4. Wat zou de gemeente op en rond opvanglocaties moeten regelen? In het tweede deel van het onderzoek (adviespagina B) beantwoordden deelnemers de vraag welke voorwaarden zij belangrijk vinden in en om opvanglocaties. SAMENVATTING •
Bij het verdelen van 30 punten over tien voorwaarden krijgen twee opties gemiddeld genomen de meeste punten: ‘Dat het in en rond opvanglocaties veilig is’ (5,9 punten) en ‘Dat er aandacht is voor de leefbaarheid van iedereen in de buurt’ (5,0 punten). Vooral veiligheid zien veel inwoners als een randvoorwaarde: iets wat nooit in het geding mag komen en wat een kerntaak is van de overheid. Voor veel deelnemers zijn veiligheid en leefbaarheid sterk verbonden.
•
Deze twee prioriteiten zijn consistent over leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en stadsdeel. In de overige acht opties zien we wel wat variatie tussen verschillende inwoners. De consistentie is ook zichtbaar in de verschillende versies van de raadpleging. Normaliter zien we in een open raadpleging een andere volgorde van prioriteiten en een meer uitgesproken puntentoekenning. In deze raadpleging valt op dat de voorkeuren sterk overeenkomen.
•
Inwoners met een (licht) negatieve houding jegens vluchtelingen en die met een (licht) positieve houding hebben dezelfde twee belangrijkste prioriteiten (leefbaarheid en veiligheid). Maar: de eerste groep geeft deze twee opties gezamenlijk meer dan twee keer zo veel punten. Anders gezegd, de zorgen bij de groep met een negatieve houding zijn aanmerkelijk meer uitgesproken.
•
Net als bij adviespagina A zien we vier groepen Eindhovenaren met vergelijkbare perspectieven of waardenoriëntaties over de voorwaarden op en rond opvanglocaties: van positief-empathisch tot afstandelijk-kritisch. De overeenkomsten tussen de vier groepen zijn echter groter dan de verschillen. De vier groepen delen onderling zes van de tien prioriteiten. En elk van de vier groepen geeft minimaal twee derde van de punten aan deze zes prioriteiten. Dat duidt, net als bij adviespagina A, op een breed gedeelde basis.
30 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
4.1Wat vindt de gemiddelde inwoner van Eindhoven? Algemene resultaten Bij de tweede adviespagina zien we dat twee opties duidelijk prioriteit krijgen boven de rest (zie FIGUUR 13). De representatieve uitkomsten laten zien dat inwoners 5,9 punten toekennen aan ‘Dat het in en rond opvanglocaties veilig is’ en 5,0 punten aan zowel ‘Dat er aandacht is de leefbaarheid van iedereen in de buurt’. Dit zijn de twee belangrijkste dingen die de gemeente moet regelen op en rond opvanglocaties. Het verschil in waardering tussen deze twee opties is statistisch significant. De overige acht doelen volgen op enige afstand, maar scoren allemaal boven de grenswaarde van ‘enigszins belangrijk’.
FIGUUR 13
WANNEER IS EEN WAARDE ‘BELANGRIJK’? FIGUUR 13 bevat drie verticale referentielijnen. Als deelnemers aan alle tien opties evenveel punten toekennen (en dus alles even belangrijk vinden), dan zou elke optie 3,0 punten krijgen (30 gedeeld door 10). De lijn noemen we de uitgangswaarde. Alle opties die binnen 50% van deze uitgangswaarde zitten zijn in enige mate belangrijk. Om te onthouden: •
Opties die meer dan 1,5 punten scoren (50% onder de uitgangswaarde 3,0) zijn enigszins belangrijk
31 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
•
Opties op of rond de uitgangswaarde zijn belangrijk.
•
Opties boven 4,5 punten (50% boven de uitgangswaarde 3,0) zijn bijzonder belangrijk.
Net als bij de eerste adviespagina zien we hier dat de volgorde en de waarde die deelnemers aan de opties toekennen sterk overeenkomen bij zowel de deelnemers via het panel, via de brief en de open raadpleging.
FIGUUR 14 – IN ANDERE PWE-RAADPLEGINGEN ZIJN VOORKEUREN IN EEN OPEN RAADPLEGING VAAK MEER UITGESPROKEN. HIER IS CONSISTENTIE
32 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Inzicht: bijna alle groepen hebben dezelfde prioriteiten Achter de gemiddelden kunnen verschillen tussen groepen inwoners schuilgaan. Het kan zo zijn dat prioriteiten die voor alle inwoners samen gemiddeld scoren voor sommige groepen juist heel belangrijk zijn, of juist heel onbelangrijk. Wat zien we als we kijken naar de belangrijkste prioriteiten van verschillen groepen in de populatie? Het antwoord daarop is simpel: voor mensen die verschillen in gender, opleidingsniveau, leeftijd, stadsdeel, hoeveelheid contact met vluchtelingen en of ze in de buurt wonen van vluchtelingen zijn de twee prioriteiten hetzelfde. Ook de rest van de opties scoort redelijk gelijk voor alle groepen.
Inzicht: houding ten aanzien van vluchtelingen bepaalt accentverschillen We zien dus dat ook als het gaat over wat de gemeente moet regelen in en rond opvanglocaties er veel eensgezindheid is onder Eindhovenaren. En ook hier zien we dat er eigenlijk alleen verschillen zijn in voorkeuren tussen mensen met een positieve en negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen (zie FIGUUR 15). Opvallend is dat deze verschillen niet zitten in de prioriteiten die inwoners stellen, maar in de intensiteit ervan. •
De twee dingen die voor de gemiddelde Eindhovenaar het belangrijkst zijn, zijn ook voor mensen met een negatieve houding en voor mensen met een positieve houding ten aanzien van vluchtelingen het belangrijkst;
•
Mensen met een negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen geven meer dan de helft van hun punten aan de twee belangrijkste prioriteiten;
•
Mensen met een positieve houding ten aanzien van vluchtelingen geven iets meer dan een kwart van hun punten aan deze prioriteiten. Zij verdelen hun punten veel meer over de tien opties.
33 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
FIGUUR 15
34 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
4.2 Welke argumenten geven deelnemers voor hun keuzes? Veiligheid en leefbaarheid zijn met elkaar verbonden Ook voor adviespagina B hebben we van 800 willekeurig geselecteerde deelnemers uit de brief, DigiPanel en de open raadpleging de motivaties gelezen bij hun keuzes. We hebben dezelfde werkwijze gevolgd als bij adviespagina A. In hoofdstuk 8 (appendix) zijn uitgebreide overzichten te vinden van argumenten voor elk van de tien opties uit de adviespagina. Uit de kwalitatieve analyse van de tweede adviespagina komt geen samenhangend geheel van oorzaak en gevolg naar voren, zoals dat in de eerste adviespagina wel het geval was. In de analyse van deze adviespagina richten we ons op het duiden van de twee opties die onder alle groepen deelnemers sterk scoorden: ‘Dat het op en rond opvanglocaties veilig is’, en ‘Dat er aandacht is voor de leefbaarheid van iedereen in de buurt’. We kijken daarbij of we kunnen verklaren dat deze opties bij zowel mensen met een (licht) positieve als mensen met een (licht) negatieve houding jegens vluchtelingen goed scoren.
‘Dat het op en rond opvanglocaties veilig is’ •
Veel deelnemers benoemen veiligheid als een basisbehoefte. Het is voor deelnemers vanzelfsprekend dat deze optie bovenaan staat. Deelnemers die hier veel punten gaven, noemen bijvoorbeeld: “Zonder veiligheid hoeft de rest ook niet”. Opvallend is dat een dergelijke redenering ook naar voren komt bij deelnemers die juist geen punten aan deze optie hebben toegekend: “Sorry. Zullen we zorgen dat overal veilig is en dus ja ook hier. Ik vind dit een stupide vraag.”
•
Een groep deelnemers koppelen de aanwezigheid van een opvanglocatie direct aan onveiligheid in de buurt. Deze deelnemers lijken vaker een (licht) negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen te hebben. “Een eerste vereiste. Het kan niet zo zijn dat burgers 's-avonds niet meer over straat durven. Geïmporteerde criminaliteit dient onmiddellijk te worden aangepakt.” En: “Praktijken zoals in Budel en Maarheeze doen het ergste vrezen. Daar wordt ook steeds gezegd dat er oplossingen komen. De realiteit laat zien dat het tegenovergestelde het geval is en de overlast maar toeneemt.”
•
Er zijn ook argumenten die meer passen bij mensen met een positieve(re) houding. Die argumenten gaan over veiligheid als voorwaarde om iets op te kunnen bouwen samen (“Essentieel, zowel voor huidige omwonenden als de vluchtelingen zelf. In een situatie waarin mensen angst hebben komt iets positiefs lastig van de grond.”) of als randvoorwaarde voor draagvlak in de buurt (“Een onveilige omgeving neemt draagvlak weg in buurt.”).
‘Dat er aandacht is voor de leefbaarheid van iedereen in de buurt’ •
Veel argumenten gaan over dat de komst van vluchtelingen geen negatief effect mag hebben op de levenskwaliteit van de huidige bewoners. De argumenten in deze categorie hebben vaak betrekking op veiligheid en overlast, en op dat de cultuur van vluchtelingen niet past bij die van de bewoners. “Omdat het zeer belangrijk is dat een buurt je eigen buurt blijft met dezelfde sfeer, veiligheid en gedachten.”, “De buurt mag nooit overlast hebben van welke locatie dan ook.”, en “(…) Geen rotzooi, geen struinende mensen op straat, geen geloer.”.
35 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
•
Daarnaast zien we een aantal argumenten die leefbaarheid vanuit een meer neutrale of positieve houding tegenover vluchtelingen benaderen. Bijvoorbeeld dat leefbaarheid een doel is voor iedereen die samenleeft: “Samenleven is belangrijk, dat moet in goede harmonie.” En “Waar mensen samen moeten leven zal er oog moeten zijn voor iedereen.”. Net als bij de vorige optie zien we hier regelmatig terugkomen dat de optie een voorwaarde is voor draagvlak in de buurt: “Hoe leefbaarder voor iedereen hoe minder de weerstand zal zijn.”
•
Ook bij deze optie zien we dat een aanzienlijke groep deelnemers geen punten geeft aan de optie, maar in de onderbouwing wel laat merken het belangrijk te vinden. Zij vinden het vanzelfsprekend dat hier aandacht aan wordt besteed. En ze vinden het niet alleen in en rond opvanglocaties belangrijk, maar in de hele stad: “Vanzelfsprekend, zoals voor heel Eindhoven geldt”.
36 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
4.3 Vier perspectieven op voorwaarden van opvanglocaties Vier perspectieven over voorwaarden op en rond opvanglocaties Net als bij adviespagina A hebben we met de statistische techniek LKCA de representatieve uitkomsten van FIGUUR 14 nader onderzocht. We zien dat inwoners wederom in vier groepen kunnen worden opgedeeld die de voorwaarden op en rond opvanglocaties verschillend prioriteren (zie FIGUUR 16). Het is daarbij belangrijk om in gedachten te houden dat we a priori niet weten hoeveel groepen (of waardenoriëntaties) een LKCA zal identificeren. We beschrijven de vier groepen uit adviespagina B in meer detail onder de figuur. We zien dat de vier groepen niet één-op-één te matchen zijn met de vier groepen van adviespagina A. Alleen de groepen 4 (beide met negatieve houding) vertonen veel overeenkomsten. Als uitgangspunt is het dus in belangrijke mate toevallig dat voor beide adviespagina’s vier groepen te onderscheiden zijn. Maar uiteraard is dat niet volledig het geval. Twee factoren spelen mee. Ten eerste, het zijn dezelfde deelnemers in adviespagina A en adviespagina B die vanuit dezelfde waardenoriëntatie beide keuzetaken invullen. Ten tweede zijn de onderwerpen van de twee adviespagina’s nauw verwant. Dat betekent niet dat dezelfde deelnemers altijd met elkaar in dezelfde groep terecht komen.
Maar deze twee factoren vergroten wel de kans dat er een vergelijkbaar aantal groepen of perspectieven uit de twee LKCA’s naar voren komen.
FIGUUR 16 – VIER PERSPECTIEVEN OP DE VRAAG ‘WAT ZOU DE GEMEENTE OP EN ROND OPVANGLOCATIES MOETEN REGELEN?’
37 | Resultaten van een inwonersraadpleging over ‘Samenleven vanaf dag één’ in Eindhoven
Groep 1 (46%): Positieve grondhouding naar alle opties Prioriteiten (waardenoriëntatie) De inwoners in deze groep zijn gematigd in de zin dat zij aan alle opties punten toekennen. Daarbij zijn net als voor de overige groepen de twee belangrijkste prioriteiten veiligheid (4,3 punten) en leefbaarheid (3,8). Het verschil in punten tussen de hoogste en de laagste prioriteit (buurtbewoners kunnen voorzieningen gebruiken op de opvanglocaties; 2,2 punten) is beperkt. Alle opties zijn voor deze groep enigszins belangrijk (> 1,9 punten). Profiel De inwoners in deze groep hebben de meest positieve houding t.a.v. vluchtelingen van de vier groepen (69 op 100 punten). Deze groep bevat relatief veel jonge mensen tot 34 jaar oud en vrouwen. Opleidingsniveau is bij geen enkele groep in deze adviespagina een statistisch significante voorspeller. Interpretatie We zien dat deelnemers in deze groep in alle tien opties iets positiefs weten te zien. Ook in de nieuwere ideeën zien zij kansen. Zo schrijft een deelnemer over woningen voor andere woningzoekers in opvanglocaties: “Zorgt ook voor meer wederzijds begrip”. En dat vluchtelingen mogen meedenken: “Medeverantwoordelijkheid dragen door de vluchtelingen geeft respect, belang, zingeving aan hen”. De gematigde voorkeuren lijken dus niet zozeer voort te komen uit een ambivalent gevoel ten aanzien van de opties, of zelfs onverschilligheid.