Bijlage 3 - Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
BEGROTING 2026 Meerjarenraming 2027 - 2029
Sj
©
a
@
— Eris
L [A
kin
a 7
#,
ee
iN
Ze HEN
me 5 ge} I=
Wi
Bi Bi
< a 59
El
u
MV
‚ en) @
“ ad ed
CP
p= Ln
4
—_
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
U
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOS
BRABANT
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 2029 Versie 13 maart 2025
In opdracht van
Dagelijks bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5.1.2e
Eindhoven
Auteur
5.1.2e
Datum
13 maart 2025
Status
Vastgesteld door het dagelijks bestuur.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
3”
OMGEVINGS ZUIDOOS
BF
3” DIENST BAN
Inhoudsopgave
Inleiding Beleidsbegroting 2.1. Meerjarenvisie 2023-2027 2.2. Meerjaren ontwikkelaanpak naar robuuste omgevingsdienst 2.3. Onderzoek (opstellen businesscase) vereenvoudigde verantwoording en robuuste
financiering 2.4. Schaalsprong Regio Zuidoost-Brabant
Programmaplan 3.1. Programma lokale dienstverlening 3.2. Programma regionale samenwerking 3.3. Algemene dekkingsmiddelen
11
3.4. Kosten overhead
12
3.5. Heffing vennootschapsbelasting
13
3.6. Onvoorzien
13
Paragrafen
14
41. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 42. Financiering 43. Bedrijfsvoering 44. Openbaarheidsparagraaf begroting 2026 45. Verbonden partijen Financiële begroting
14 16 18
20 21
22
5.1. Overzicht baten en lasten
22
5.2. Toelichting op het overzicht van baten en lasten
23
5.3. Opbouw gemiddeld uurtarief
27 29 34
5.4. Uiteenzetting financiële positie en de toelichting 5.5. Meerjarenraming 2027-2029 in de toelichting
Bijlagen 6.1. Specificatie bijdrage per deelnemer 6.2. Specificatie bijdrage per deelnemer meerjarig (2027 t/m 2029) 6.3. Overzicht baten en lasten per taakveld 6.4. Overzicht baten en lasten (exploitatie) 6.5. Risico-inventarisatie 6.6. Lijst met afkortingen
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
36 36 37 39 40 41
42
OMGEVINGSDIENST AN ZUIDOOS nl
[
1
Inleiding
Voor u ligt de (ontwerp)Begroting 2026 met de meerjarenraming 2027-2029 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Deze begroting is gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten uit de Kaderbrief 2026. Daarnaast is rekening gehouden met relevante voortschrijdende (financiële) inzichten.
Kernpunten begroting °
De begroting 2026 laat een stijging van baten en lasten zien ten opzichte van 2025. Een deel daarvan is het gevolg van een hogere omzetraming (€ 0,4 miljoen). De omzetstijging (exclusief de hogere omzetraming) blijft binnen de toegepaste indexering van lonen en prijzen van 4%. Het gemiddeld uurtarief komt uit op € 128,42, zoals werd aangekondigd in de Kaderbrief 2026. Het Programma regionale samenwerking bestaat (in lijn met AB-besluitvorming in maart 2024) vanaf 2025 uit drie pijlers: Samen Sterk in Brabant (SSiB), Omgevingsveiligheid en Collectieve Taken. We presenteren een sluitende begroting, dat wil zeggen dat de geschatte inkomsten en de geschatte uitgaven aan elkaar gelijk zijn.
Opbouw begroting De begroting bestaat uit de volgende onderdelen: °
Het programmaplan dat ingaat op de programma’s /okale dienstverlening en regionale samenwerking en daarnaast een toelichting geeft op ontwikkelingen in de overhead. De presentatie van de verplichte paragrafen, voor zover deze voor de ODZOB van toepassing is. De financiële begroting die nader ingaat op de ontwikkelingen van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie. Ook wordt hier ingegaan op de meerjarenraming. In de Notitie Overhead 2023 van de Commissie Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is aangegeven dat gemeenschappelijke regelingen vanaf de begroting 2026 verplicht zijn om een standaard set van (beleids)indicatoren op te nemen. Deze indicatoren zijn ook in deze begroting toegevoegd aan de paragraaf Bedrijfsvoering. Bijlagen: de gespecificeerde bijdrage per deelnemer, het exploitatieoverzicht van baten en lasten, de geactualiseerde risico-inventarisatie en het overzicht van baten en lasten per taakveld.
De in de diverse tabellen gepresenteerde realisatiecijfers over 2024 zijn afkomstig uit de concept Jaarstukken 2024, die aan het algemeen bestuur op 25 juni 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
|
OMGEVING UIDOUUS
ENST 3 Al
2 Beleidsbegroting 2.1
Meerjarenvisie 2023-2027
Het doel van de ODZOB is samen zorgen voor een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Er zijn verschillende wetten en regels die het milieu en onze fysieke leefomgeving beschermen. De ODZOB voert binnen dat kader VTH (Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving)- en adviestaken uit die gekoppeld zijn aan de landelijke, provinciale en gemeentelijke opgaven (beleid/regelgeving) en de verwachtingen van het VTH-instrumentarium gericht op beperken van emissies en risico’s in de fysieke leefomgeving. We staan niet alleen in dit speelveld en werken samen onder meer met de andere twee Brabantse omgevingsdiensten, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Metropoolregio Eindhoven, Inspectie Leefomgeving & Transport, Functioneel Parket, waterschappen.
De in 2023 door het algemeen bestuur vastgestelde Meerjarenvisie 2023-2027 is het uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB voor de komende jaren. De Meerjarenvisie gaat uit van een brede aanpak gericht op de fysieke leefomgeving. De ODZOB wil werken vanuit de big-8 gedachte, waarbij de operationele cyclus bij de omgevingsdienst verbonden is met het strategische beleid ingevuld door landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. De Meerjarenvisie kent drie thema's: °
‘Fundament op orde’; zet in op het op orde hebben, onderhouden en verstevigen van het fundament (operationele cyclus). “In samenhang’; het verbinden van uitvoering met beleid en het verbinden tussen verschillende beleidsopgaven in de praktijk. ‘Regionaal platform’; gaat om het voeden van het provinciale en gemeentelijke beleidskader met kennis en ervaring vanuit de uitvoering.
In deze visie is gekozen voor het FUNDAMENT OP ORDE (primaire focus) en aanvullende inzet op de niveaus IN SAMENHANG en REGIONAAL PLATFORM daar waar urgentie of bestaande afspraken er specifiek om vragen. Dit speelt vooral bij de pijlers gezond en duurzaam.
2.2 Meerjaren ontwikkelaanpak naar robuuste omgevingsdienst Uiterlijk op 1 april 2026 dient de ODZOB te voldoen aan de robuustheidscriteria die in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) Versterking VTH-stelsel voor alle 28 omgevingsdienstenzijn opgesteld. Op basis van een zelftoets heeft het algemeen bestuur in maart 2024 ingestemd met het plan van aanpak robuustheid. Over de voortgang moet twee keer per jaar aan het ministerie van I&W worden gerapporteerd. Op basis de eerste halfjaar rapportage eind 2024 heeft het ministerie geoordeeld dat de ODZOB voldoet aan de robuustheidscriteria en robuust is. Het voldoen aan de robuustheidscriteria betekent niet dat er geen ontwikkeling nodig is. Op basis van het IBP Versterking VTH-stelsel hebben ministerie, VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL (ODNL) op 16 januari 2025 de Samenwerkingsafspraken ondertekend die ertoe moeten leiden dat de versterking van de VTH wordt doorgezet. De samenwerkingsafspraken regelen dat de verschillende producten uit het IBP in de komende jaren worden opgevolgd en overgenomen in de praktijk van de omgevingsdiensten. Het ministerie bereidt wetgeving voor om deze opvolging op een aantal onderdelen te borgen.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
me
OMGEVINGSDIENST ZUIDO
B
ABAD
Daarnaast is op basis van een reeks onderzoeken naar het functioneren van de ODZOB in beeld gebracht waar verbetering en ontwikkeling nodig is. Dit beeld is bevestigd door de zelfevaluatie en visitatie vanuit ODNL
Al deze ontwikkelingen zijn samengebracht in één ontwikkelaanpak. Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027 vastgesteld en daarbij middelen beschikbaar gesteld voor de structurele versterking van de bedrijfsvoering en de (meerjarig incidenteel (2025 - 2027) versnelling van de ontwikkeling van de informatiehuishouding, Regionaal Operationeel Kader (ROK) en extra versterking van projectmanagement ICT.
Meerjaren ont wikkelaanpak
Structurele versterking van de bedrijfsvoering Ontwikkelagenda: versterken uitvoeren van ontwikkelopgaven uit het ROK VTH informatie huishouding kwantitatie en kwalitatief Buffer voor risico's en actuele ontwikkelingen
* bedragen x 1 €
350.000
350.000
350.000
350.000
350.000
410.000
297.000
192.000
0
0
258.000
40.000
153. a
2.3 Onderzoek vereenvoudigde verantwoording en robuuste financiering Het dagelijks bestuur stemde in oktober 2024 in met het laten uitwerken (door een extern adviesbureau) van de gevolgen van een vereenvoudiging van de verantwoording (naar deelnemers) en de gevolgen van een robuuste financiering worden uitgewerkt. Dit is een van de onderwerpen die onder de eerdergenoemde Samenwerkingsafspraken vallen. Dit onderzoek vergelijkt de huidige financieringssystematiek met de geadviseerde financieringssystematiek uit het IBP Versterking VTH-stelsel. Op basis van deze vergelijking wordt een voorstel tot wijziging uitgewerkt waarin de effecten inzichtelijk worden gemaakt met een realistisch tijdpad om dit mogelijk te realiseren. De planning gaat uit van oplevering medio 2025 In de context van dit onderzoek wordt aan een ontwikkelopgave gewerkt die zich richt op de versterking van de horizontale verantwoording. Met behulp van doel- en activiteitenbomen willen wij raden en staten meer inzicht geven in de relaties tussen de provinciale en gemeentelijke doelen en de activiteiten die de ODZOB daar voor verricht en hoe deze worden gemeten. Beoogd wordt een impuls te geven aan de P&Ccyclus en de sturing en verbinding te vernieuwen en te versterken. Met het Regionaal Operationeel Kader (ROK) VTH is hiermee een begin gemaakt
24 Schaalsprong regio Zuidoost-Brabant De schaalsprong in de regio Zuidoost- Brabant als gevolg van de Regiodeal en het project Beethoven betekent een grote opgave op de beleidsterreinen van wonen, ruimte, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen. De gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD, VRBZO en ODZOB beschouwen het als een gemeenschappelijk opgave, om voor de 21 gemeenten hier hun bijdrage aan te leveren en trekken daar waar mogelijk daar samen in op. Elke gemeenschappelijke regeling zal vanuit haar eigen perspectief en taakuitvoering hier invulling aan geven. Voor de ODZOB zien wij in het belang van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving een vroege betrokkenheid en inzet van onze expertise bij omgevingsplanactiviteiten, het opstellen van omgevingsplannen en programma’s en beleid/visies voor de fysieke leefomgeving
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
3”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
3 Programmaplan De ODZOB streeft naar de succesvolle uitvoering van de opgedragen werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving; zowel voor deelnemers als niet-deelnemende organisaties. In de begroting 2026 worden de volgende programma’s onderscheiden: °
.
Lokale dienstverlening Regionale samenwerking
In onderstaand overzicht zijn de baten, lasten en saldi per programma weergegeven.
Programmaplan
Programma Lokale dienstverlening Programma Regionale samenwerking Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
Toevoeging en onttrekking reserves Mutatie reserves
* bedragen x 1€
zes 5.1.1e
2.102.094 200.000
0 0
20.656.234 1.634.895
0
10.109.309 5.000
9.447.110 467.199 200.000 -10.109.309 -5.000
Totaal toevoeging en onttrekking aan reserves | 0 | 0] 0}
Saldo van baten enlastenma mutatiereserves 32405438 | 32405438 |___ 0]
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
3.1
Programma lokale dienstverlening
Wat willen we bereiken?
De ODZOB wil samen met gemeenten, provincie en samenwerkingspartners bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Wat gaan we daar voor doen? Onder dit programma vallen de werkzaamheden die de ODZOB uitvoert voor zowel zijn deelnemers, als voor overige publieke organisaties. Kenmerkend hierbij is de een-op-een relatie tussen de ODZOB (als opdrachtnemer) en de opdrachtgever. De ODZOB richt zich op vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op inhoudelijke thema’s als milieu, bodem, water, landbouw, duurzaamheid, asbest, bouwen, omgevingskwaliteit en ruimtelijke ordening. Deze werkzaamheden worden verricht op basis van vooraf op te stellen werkprogramma's en op basis van losse opdrachten.
Een actuele ontwikkeling is de nieuwe basistaak registratie- en rapportageverplichting werkgebonden personenvervoer. Werkgevers met minimaal 100 werknemers moeten hun jaarlijkse CO --uitstoot van de werkgebonden personenmobiliteit (WPM) verminderen. Naar verwachting zal er in 2025 meer duidelijkheid komen over de diepgang en reikwijdte van deze nieuwe taak en op welke wijze deze het beste in de werkprogramma's van de deelnemers kan worden ondergebracht.
Wat mag het kosten? In onderstaand overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar basis- en verzoektaken getoond. De inhoudelijke toelichting volgt in paragraaf 5.2.
Raming van baten en lasten; Programma Lokale dienstverlening Omschrijving Baten
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Realisatie 2024
Begroting 2025
* bedragen x I€ Begroting 2026
”
OMGEVINGS ZUIDOOS
BF
3” DIENST BAN
3.2 Programma regionale samenwerking Wat willen we bereiken?
Het uitgangspunt bij dit programma is een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Het gaat vooral om ontwikkelingen die de gemeentegrenzen overstijgen, het bundelen van expertise en het realiseren van schaalvoordelen. Het programma wordt door de deelnemers in gezamenlijkheid opgesteld en vastgesteld door het algemeen bestuur. Wat gaan we daar voor doen? Dit programma bestaat uit de volgende subprogramma’s: ° Omgevingsveiligheid . Collectief programma
.
Samen Sterk in Brabant (SSiB)
De (provincie brede) regie en uitvoering van Samen Sterk in Brabant (SSiB) is belegd bij de collega’s van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). De SSiB-organisatie garandeert het noodzakelijke toezicht in het buitengebied. De financiële bijdrage vanuit de regio Zuidoost-Brabant loopt via de (begroting van de) ODZOB. Het algemeen bestuur van de ODZOB heeft op 7 maart 2024 een besluit genomen over de voortzetting van de deelname aan SSiB. Hierbij is ingestemd met het opnemen van de kosten die voortvloeien uit de SSiB-deelname vanaf 2025, inclusief de van toepassing zijnde jaarlijkse indexering van deze kosten.
De werkzaamheden voor de Omgevingsveiligheid maken vanaf 2022 onderdeel uit van het programma Regionale Samenwerking. Dit zijn taken zoals het uitvoeren/uitrollen van de landelijke ontwikkelingen, actualisatie Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS), ontwikkeling Basisnet en Delta Rhine Corridor. Daarnaast vindt ook afstemming met de Veiligheidsregio en andere veiligheidspartners (RIVM, rijk en andere Omgevingsdiensten) plaats. Ook registreert de ODZOB al jaren de risicovolle activiteiten in het risicoregister gevaarlijke stoffen (RRGS) en de laatste jaren in het register externe veiligheid (REV) voor zijn deelnemers. Met invoering van de Omgevingswet is daar de registratie van de (zeer) kwetsbare gebouwen bijgekomen. Het algemeen bestuur besloot in de vergadering van 7 maart 2024 deze taken op het gebied van omgevingsveiligheid (externe veiligheid), voort te zetten.
Het Collectief programma vormt een belangrijk onderdeel van het Programma regionale samenwerking. Dit programma betreft structurele programmaonderdelen zoals ondersteuning van het GPO en de coördinatie op de consignatiedienst en de uitvoering van het Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving (WAL). Daarnaast bevat het programma eenmalige projecten met een afgebakende eenjarige of meerjarige doorlooptijd. Daarmee spelen wij in op nieuwe wet- en regelgeving en beleidsontwikkelingen. Het programma wordt jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld. De projecten leveren een bijdrage aan het realiseren van de Meerjarenvisie van de ODZOB op de thema's Veilig, Gezond, Duurzaam en Omgeving.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
EE
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Wat mag het kosten? In het volgende overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar de subprogramma’s, getoond
Raming van baten en lasten; Programma Regionale samenwerking
* bedragen x €
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.431.203 593.525
1.488.736 613.358
Overige baten
1.643.867 522.705 279.005
Lasten
1.764.448
1.574.768
1.634.895
Omschrijving
Baten Inzet uren Inzet middelen
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
219. 53
10
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
3.3 Algemene dekkingsmiddelen Onder de algemene dekkingsmiddelen zijn de verwachte rentebaten geraamd Wat mag het kosten?
Algemene dekkingsmiddelen
* bedragen x I€
Omschrijving
Baten
Ee
ee aan reserves Onttrekkingen aan reserves
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
11
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
399.973 nvt
200.000 nvt
200.000 nvt
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
3.4 Kosten overhead Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) hanteert als definitie voor de overhead: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Dit betreft de overheadfuncties van de ODZOB. Het met ingang van 2025 voor 3 jaren beschikbaar gestelde ontwikkelbudget is ook hieronder opgenomen Wat mag het kosten?
Overhead
* bedragen x 1€
ETE EEE Omschrijving
Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
0
0
0
Ee
9.313.536
9.743.483
10.109.309
ee aan reserves
215. 701
Onttrekkingen aan reserves
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
12
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
3.5 Heffing vennootschapsbelasting Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vennootschapsbelastingplicht. Wat mag het kosten?
Heffing Vennootschapsbelasting Omschrijving
* bedragen x I€ Realisatie 2024
Begroting 2025
0
0
0
-5.204
5.000
5.000
Baten Lasten
Begroting 2026
saldo 5204 5000 5000 3.6 Onvoorzien De ODZOB beschikt niet over een post onvoorzien. Onderstaand overzicht is enkel opgenomen voor het volledige beeld. Wat mag het kosten?
Onvoorzien
* bedragen x €
Omschrijving
Realisatie 2024
Baten Lasten
0
Saldo Onvoorzien
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
0
13
eN Begroting 2025
Begroting 2026
0
0
3” OMGEVINGSDIENST AN ZUIDOOS nl
[
4 Paragrafen Het BBV schrijft voor dat in de beleidsbegroting wordt ingegaan op een zevental verplichte paragrafen. De thema's lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid zijn niet van toepassing voor de ODZOB.
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In de financiële verordening is bepaald dat het beleid over risico’s in een nota weerstandsvermogen en risicomanagement wordt vastgelegd. Deze nota is op 19 december 2024 door het algemeen bestuur vastgesteld. Het weerstandsvermogen van de ODZOB is het vermogen om incidentele financiële risico's op te kunnen vangen en daarmee de taken te kunnen voortzetten, zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. We bepalen het weerstandsvermogen door de relatie te leggen tussen de weerstandscapaciteit (de middelen die beschikbaar zijn om niet begrote kosten te dekken) en de risico's die we als ODZOB lopen en waarvoor op onze balans geen voorzieningen zijn getroffen.
In onze financiële verordening hebben wij aangegeven dat onze weerstandscapaciteit bestaat uit de vrije ruimte in onze Algemene reserve. Het deel van de risico’s dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken moet door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen worden afgedekt. De streefwaarde voor het weerstandsvermogen is vastgesteld
op > 1,0. De verwachte weerstandscapaciteit per 01-01-2025 is € 1,5 miljoen, gelijk aan de onder bandbreedte van de Algemene reserve. Risico’s en weerstandsvermogen:
Risicomanagement betreft het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Vandaar dat tweemaal per jaar de risicoinventarisatie wordt geactualiseerd. Deze is opgenomen in bijlage 6.5. Het totaal van de gekwantificeerde risico’s bedraagt € 1,6 miljoen. Ten opzichte van de bestuursrapportage zien we een toename van gekwantificeerde risico’s van ongeveer € 0,1 miljoen dit wordt veroorzaakt door een toenemende druk op de declarabiliteit van onze uren.
De weerstandsratio per eind 2024 komt hiermee, naar verwachting, uit op 0,94. Dat is onder onze streefwaarde van > 1. Bij vaststelling van de jaarstukken 2024 zal dan ook, wanneer mogelijk, worden voorgesteld onze Algemene reserve aan te vullen tot aan de bovenbandbreedte van € 2 miljoen.
Financiële kengetallen:
Om een beeld te presenteren over de financiële positie van de ODZOB worden hier enkele kentallen gepresenteerd. Deze zijn afgeleid van de in paragraaf 5.3 getoonde geprognotiseerde balans.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
14
|
enee ee
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Kengetallen
Realis:
r 20
2024
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
11,1%
-23,3%
-9,3%
-8,7%
-9,2%
-11,1%
23,3%
-9,3%
78,7%
9,2%
8,7%
46,0%
43,9% 0,0%
43,7% 0,0%
43,5% 0,0%
43,2%
1,7%
44,2% 0,0%
nvt.
n.V.t.
n.V.t
n.V.t. nvt
nvt.
N.V.
n.V.t.
nvt.
nvt.
nvt.
nvt.
-8,7%
0,0%
Netto schuldquote (streefwaarde: < 100%) De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (streefwaarde: < 100%) Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio (streefwaarde: > 20%) De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de alle reserves en het exploitatieresultaat.
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. Het huidige beleid waarbij de algemene reserve gemaximeerd wordt op basis van de geraamde baten betekent dat er niet expliciet gestuurd wordt op de solvabiliteit van de ODZOB. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken slechts onder voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
15
3”
en
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOS
BRABANT
4.2 Financiering
In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de begroting heeft de ODZOB geen lange termijn rentevisie opgesteld Rentetoerekening
Onderstaand overzicht toont welke rentelasten en renteresultaat er verwacht wordt en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten Renteschema
b
cl
c2
c3
* bedragen x 1€
De externe rentelast over de korte en lange financiering De externe baten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
1.000 200.000 199.000
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1
d2
en
199.000 0
Rente over eigen vermogen Rente over vreemd vermogen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
199.000
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
199.000
0
Renteresultaat op taakveld Treasury
De rentelasten en de rentebaten worden toegerekend aan de overhead
Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert zijn activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma's moet zelf financiering geregeld worden. Hiervoor beschikt de ODZOB over een kredietfaciliteit tot maximaal € 1,8 mln Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar
Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal Voor de ODZOB komt dit in 2026 neer op een saldo van maximaal ruim € 2,7 min. Uit onderstaande tabel blijkt dat de ODZOB binnen deze norm blijft
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
16
3”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
ee ee Kasgeldlimiet
* bedragen x 1 €
1 Vlottende schuld opgenomen gelden < 1 jaar schuld in rekening-courant door derden gestorte gelden < 1 jaar overige schulden / overlopende passiva
1.880.017 1.880.017
1.880.017 1.880.017
1.880.017 1.880.017
5.364.155 1.092.222 6.456.377
4.913.185 1.092.222 6.005.407
4.699.185 1.092.222 5.791.407
4.576.360 2.508.483
4.125.391 2.555.511
2.657.246
Ruimte (3.2 -/-3.1)
7.084.843
6.680.902
6.568.637
Begrotingstotaal Normpercentage
8,20%
8,20%
8,20%
2.508.483
2.555.511
2.657.246
Totaal
2 Vlottende middelen contante gelden in kas tegoeden rekening courant overige uitstaande tegoeden < 1 jaar Totaal
3 Toets kasgeldlimiet 3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/-2) 3.2 Toegestane kasgeldlimiet
3.911.391
Berekening toegestane kasgeidimiet 30.591.255 31.164.767 32.405.438 Norm
Renterisiconorm
Ter beperking van het renterisico op vaste schuld bestaat er een renterisiconorm. Deze norm schrijft voor welk deel van de leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Bij de ODZOB is in 2026 geen sprake van herfinanciering en daardoor wordt er voldaan aan de norm
Renterisiconorm
* bedragen x 1 €
3
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1+2)
4
Renterisiconorm
6.232.953
6.481.088
6.481.088
6.481.088
Ruimte onder risiconorm (4 > 3)
6.232.953
6.481.088
6.481.088
6.481.088
,
2b Overschrijding r risiconorm (3 > 4)
0
0
0
0
0
0
0
0
n.‚V.t.
n‚V.t,
nvt.
31.164.767 6.232.953 2.500.000
32.405.438 6.481.088 2.500.000
32.405.438 6.481.088 2.500.000
n‚V.t,
Berekening renterisiconorm @ ee ee rr Begrotingstotaal
Percentage 20%
Minimumbedrag conform regeling
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
17
32.405.438 6.481.088 2.500.000
”
OMGEVINGS ZUIDOOS
BF
3” DIENST BAN
4.3 Bedrijfsvoering Op 19 december 2024 heeft het algemeen bestuur de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025-2027 vastgesteld. In deze aanpak wordt langs ontwikkelopgaven gewerkt aan de ontwikkeling van de ODZOB. Het betreft zowel inhoudelijke opgaven als opgaven op het gebied van de bedrijfsvoering. De ontwikkelopgaven zijn voortgekomen uit een reeks onderzoeken die in 2024 zijn uitgevoerd. Met het besluit rondom de meerjaren verbeteraanpak is er voor 2025 - 2027 € 800.000 per jaar beschikbaar gesteld, waarvan een deel structureel (€ 350.000) bestemd is voor structurele versterking van de bedrijfsvoering. De ontwikkelaanpak kent een dynamische programmering waarbij jaarlijks de deelnemers worden betrokken bij de totstandkoming van de ontwikkelagenda van het volgend jaar. In 2025 zal dit proces voor de eerste keer worden doorlopen gericht op de jaarschijf 2026. Door middel van een viermaandelijkse programmarapportage wordt de voortgang bewaakt en kan waar nodig worden bijgestuurd. De ontwikkelopgaven op het gebied van de bedrijfsvoering richten zich vooral op HRM (binden en boeien), de informatiehuishouding en datagericht werken in breedste zin van het woord, het samenspel en horizontale verantwoording met de deelnemers, de kwaliteit van de dienstverlening en het voldoen aan de wettelijke verplichtingen op het brede gebied van open, betrouwbare en veilige overheid.
Veel van onze deelnemers hebben vanaf 2026 te maken met een financiële uitdaging als gevolg van het tekort schieten van het gemeentefonds. Het algemeen bestuur heeft op 19 december 2024 aangegeven dat het ontwikkelbudget beschikbaar moet blijven voor de gewenste ontwikkeling. En dat van de ODZOB in deze context mag worden verwacht dat er waar mogelijk een bijdrage wordt geleverd door te blijven werken aan efficiency.
Bij de vorige (meerjaren) begroting (2025) is op de financiële situatie van de deelnemers destijds ingespeeld door ruimte te creëren in de begroting (0.m. verlagen externe inhuur) en een deel daarvan (700K) terug te geven aan de deelnemers door een verlaging van het tarief. In het kader van het voldoen aan de robuustheidscriteria zijn bij deze begroting geen budgetverhogingen toegepast zoals voor opleidingskosten en een vrij te besteden innovatiebudget. De financiële bijdrage is daarmee iets meer dan 2% van de begroting. In lijn met het advies in het provinciaal efficiencyonderzoek bij de drie omgevingsdiensten in Brabant van 2024 en de financiële strategie in de Meerjaren ontwikkelaanpak wordt daarom in 2025 samen met de deelnemers ingezet op uniformering en digitalisering van de werkprocessen en zal op basis van businesscases de efficiency inzichtelijk worden gemaakt. Met de ontwikkelopgaven ‘Wijziging financiële systematiek! en ‘Horizontale verantwoording (beleids- en P&C-cyclus)’ wordt daarnaast beoogd de deelnemers steeds meer in positie te brengen en samen te werken aan efficiency (slim uitvoeren) en kosteneffectiviteit (kosten afgezet tegen doelen/impact) voor de leefomgeving. Daarnaast zal met een subsidiescan inzicht worden verkregen in wat de kansen van de ODZOB zijn in het verkrijgen van externe middelen voor de Meerjaren ontwikkelaanpak.
Beleidsindicatoren: In de Notitie Overhead 2023 van de Commissie BBV is aangegeven dat gemeenschappelijke regelingen, zoals omgevingsdiensten, vanaf de begroting 2026 verplicht zijn een standaard set van (beleids)indicatoren op te nemen.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
18
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Doel hiervan is de begroting inzichtelijker te maken in het kader van horizontale verantwoording richting de deelnemers en een betere onderlinge vergelijkbaarheid van omgevingsdiensten. Dit is de eerste begroting waarin de (beleids)indicatoren zijn opgenomen.
ee
De berekening van de indicatoren is tot stand gekomen op basis van de volgende eenheden: Eenheden
Gedagenxeroo Aantal bewoners Formatie
en
809.176
809.176
809.176
809.176
238,30
238,30
236,72
236,72
Bezetting
239,86
238,30
236,72
236,72
Loonsom
17.851
18.821
21.318
22.286
9.314
8.913
9.736
10.109
28.915
30.000
30.556
31.787
Lasten overhead
Apparaatskosten Lasten externe inhuur Totale lasten
6.672
6.957
5.478
5.625
30.428.490
30.570.297
31.164.767
32.405.238
* inwoneraantal van de regio Zuidoost-Brabant (bron: CBS peildatum 1-1-2024)
Beleidsindicat oren
Omschrijving
Realisatie 2024 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026
Formatie (aantal per 1.000 inwoners)
0,29
0,29
0,29
0,29
Bezetting (aantal per 1.000 inwoners)
0,30
0,29
0,29
0,29
35,73
37,07
37,76
39,28
27%
27%
20%
20%
32%
30%
32%
32%
Apparaatskosten * Externe inhuur ** Overheadkosten ***
De beleidsindicatoren zijn als volgt tot stand gekomen: ° Formatie: geeft het aantal formatieplakken weer, afgezet tegen het aantal inwoners in onze regio. ° Bezetting: geeft het aantal bezette formatieplekken weer, afgezet tegen het aantal inwoners in onze regio. Apparaatskosten: geeft het bedrag per inwoner weer van alle personele en materiële kosten verband houdende met het functioneren van de organisatie. Externe inhuur: Dit percentage geeft de lasten inhuur externen weer, uitgedrukt als percentage van de totale loonsom vermeerderd met de overige lasten inhuur externen. Het gepresenteerde % komt in deze tabel anders uit dan het % zoals gepresenteerd in de kaderbrief 2026. Het in de kaderbrief genoemde maximale inhuur % wordt weergegeven ten opzicht van het totale aantal fte (18%) Overheadkosten: Dit percentage geeft de lasten van de overhead weer, uitgedrukt als percentage van de totale lasten. Het gepresenteerde % komt in deze tabel anders uit dan het % zoals gepresenteerd in de kaderbrief 2026. Het in de kaderbrief genoemde maximale inhuur % wordt weergegeven ten opzicht van het totale aantal fte (20%)
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
19
3” OMGEVINGSDIENST AN ZUIDOOS nl
[
4.4 Openbaarheidsparagraaf Begroting 2026 Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 3.5 van de Woo kent de verplichting van een openbaarheidsparagraaf. Daarin wordt aandacht besteed aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de wet. Bij de Woo staan de volgende pijlers centraal: °
Actieve openbaarmakingsplicht: de overheid moet sommige informatie uit zichzelf openbaar maken;
.
passieve openbaarmakingsplicht: de overheid maakt informatie openbaar als iemand erom vraagt;
°
informatiehuishoudingsplicht: overheidsinformatie moet goed te vinden zijn.
Actieve openbaarmaking De Woo noemt 17 categorieën van informatie die actief openbaar moeten worden gemaakt De ministeriële regeling “Actieve openbaarmaking Woo” beschrijft de wijze waarop deze openbaar gemaakt moeten worden. Deze regeling is opgedeeld in vier tranches. De eerste tranche, met daarin de uitwerking van de eerste vijf categorieën, is per 1 november 2024 in werking getreden. De overige drie tranches worden uitgewerkt. Bij de verdere implementatie van de Woo en actiepunten wordt de actieve informatieplicht meegenomen.
Passieve openbaarmaking ledereen kan de ODZOB vragen om bepaalde informatie openbaar te maken via een zogenaamd Wooverzoek. Ook bij openbaarmaking op verzoek gaat de Woo ervan uit dat het belang van openbaarheid altijd geldt en alleen in uitzonderingsgevallen een bijzonder belang vóór openbaarmaking kan gaan. Concreet betekent dit dat een Woo-verzoek (of onderdelen daarvan) alleen kan (of kunnen) worden geweigerd wanneer een beschermd belang in het geding is.
Informatiehuishoudingsplicht Eén van de uitgangspunten van de Woo is dat de informatiehuishouding op orde is. De verbetering van de informatiehuishouding is bij de ODZOB niet nieuw. Jaarlijks worden stappen gezet, mede onder invloed van het zaakgericht werken en digitalisering. De Meerjaren ontwikkelaanpak bevat twee majeure projecten die invulling geven aan het geactualiseerde strategische informatiebeleidsplan.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
20
|
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
4.5 Verbonden partijen Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB) Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (BIZOB). Deze stichting heeft zich ontwikkeld tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de BIZOB, vandaar dat BIZOB hier als verbonden partij wordt gepresenteerd.
Resultaat 2025
Vreemd vermogen Vreemd vermogen 1-1-2025 31-12-2025
Eigen vermogen 01-01-2025
Eigen vermogen 31-12-2025
BIZOB (Oirschot) *Voor stichtingen geldt het BBV niet, zij kennen geen wettelijke verplichting om een begroting te presenteren. Daarom zijn deze gegevens niet opgenomen.
Het risico blijft beperkt tot eventuele aanpassing van de tarieven.
Omgevingsdienst NL Omgevingsdienst NL is op dit moment een vereniging van directeuren. Er is een proces gestart om te komen tot een vereniging van omgevingsdiensten met een passende governance. Deze omvorming zal in 2025/2026 plaatsvinden. De verwachting is dat in 2025 een zienswijzeprocedure bij de bevoegde gezagen wordt doorlopen die leidt tot het instellen van de nieuwe vereniging in 2026.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
21
3”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
”
5 Financiële begroting Overzicht van baten en lasten
5.1
Overzicht van baten en lasten Realisatie 2024 sten
Programma Lokale
nstverlening
Deelprogramma Opdrachten Basistaken Verzoektaken’
Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
Toevoeging en onttrekking reserves Mutatie reserves
Baten
Saldo
28.071.695
19.355.710
8.715.985
28.071.695
19.355.710
8.715.985
14.644.202
9.586.236
5.057.966
5.1.1e 5.1.1e
13.719.973
19.841.515
9.098.525
19.841.515
9.098.525
9.406.520
4.313.453
20.656.234
5.1.1e 5.1.1e
14.579.381
9.447.110
20.656.234
9.447.110
10.004.042
4.575.339
13.427.493
9.769.474
3.658.019
15.220.067
10.434.996
4.785.071
15.523.963
10.652.192
4.871.771
2.445.577
1.764.448
681.129
2.024.727
1.574.768
449.959
2.102.094
1.634.895
467.199
399. 973 9.313.536
200. 000
0
0
9.743.483
200. 000 -9.743.483
200. 000
9.313 3e
10.100.309
200. 000 -10.109.309
KH
5, ee
5. ee
KH
5. 000
5, 900
5. 20
5d 00
253.431
219.869
33.562
ee 390. 973
0
0
KH
Feaaroevoegingenonrekking aanrsenes | (3IG4T67 238 | BITE 2198 | a OO OO]| 0 saido van baten en asten na mutatie reserves [31170676 30646,359 | 522317 | 1 32405438 (32405438 De gerealiseerde baten 2024 zijn inclusief €47.554 externe projectkosten ? De gerealiseerde baten 2024 zijn inclusief €948.600 externe projectkosten
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
22
3” OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST BRABAN
5.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de individuele werkprogramma's van de deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast.
De begroting 2026 is, zoals gebruikelijk, gebaseerd op de meest recente ramingen uit werkprogramma's (in dit geval: 2025) en de afzonderlijke onderdelen uit het programma regionale samenwerking (voor zover van toepassing). De werkprogramma's zijn wel geactualiseerd op de reeds bekende ontwikkelingen in 2026. De opgedragen werkprogramma's (voor 2025) kennen de Omgevingswet als uitgangspunt.
a IE
Het volume van de vastgestelde werkprogramma's 2025, geactualiseerd op reeds bekende ontwikkelingen, komt uit op € 24,96 min. Het geraamd volume van opdrachten buiten de werkprogramma's (inclusief nietdeelnemers) komt uit op € 5,14 mln. Het totaal van het programma individuele dienstverlening bedraagt hierdoor € 30,10 miljoen. Het programma regionale samenwerking sluit op een bedrag van € 2,10 miljoen. De totale baten die voortvloeien uit het uitvoeren van werkzaamheden tellen op tot € 32,21 miljoen. Daarnaast wordt rekening gehouden met € 0,20 miljoen aan rentebaten, waardoor de totale baten uitkomen op € 32,41 miljoen. De lasten bestaan voornamelijk uit personeelsgerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten externe inhuur. In de kostenramingen is rekening gehouden met:
°
.
De prijsindexcijfers uit de Macro Economische Verkenning 2025, voor het begrotingsjaar 2026. De benodigde externe inhuur wordt afgeleid van de totale benodigde capaciteitsinzet, rekening houdend met de verwachte inzet van medewerkers met een vast dienstverband.
De overige personele kosten hebben deels een variabel karakter (bewegen mee met de geraamde bezetting) en deels een vast karakter en zijn geactualiseerd op basis van onderliggende contracten en verwachte kostenstijgingen. De afschrijvingen zijn gebaseerd op zowel de lasten die voortvloeien uit eerdere investeringen als uit nieuwe C.q. vervangingsinvesteringen.
De in de begroting 2026 toegepaste indexering sluit aan op de in de Kaderbrief 2026 gepresenteerde indexcijfers. De gemiddelde indexering komt daarmee uit op 4%.
Indexering tarieven
Lonen
Prijzen
4,7%
66%
3,1%
2,7%
34%
0,9%
Het totaal van de lasten sluit op € 32,41 miljoen. Dit komt overeen met het totaal van de baten.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
23
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Onderstaand overzicht toont de verschillende kostenrubrieken op hoofdlijnen en de kostentoerekening aan de programma’s. Tenslotte wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen per kostensoort Lasten naar kostensoort en programma POST
* bedragen x 1€ Programma Regionale samenwerking
Programma Lokale
dienstverlening
EE EEEN EEEN ETEN EESEEETT Personeel
999.964
6.690.911
0
283.700
27.911.682 283.700
0
0
435.465
21.535
312.809 2.100.289
312.809 2.557.289
721.600
721.600
5.1.1e
0
Uitbesteding Kapitaallasten
Organisatiekosten
Ontwikkelingsbudget
613.358
613.358
Externe (door te belasten) kosten
5.000
Overige lasten
5.000
(* pm: externe door te belasten kosten programma okale dienstverlening zijn nu nog niet bekend)
Personeel
Om te komen tot de realisatie van 246.000 declarabele uren moet de ODZOB over een passende hoeveelheid personeel beschikken. Voor 2026 wordt uitgegaan van 1.299 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Deze declarabiliteitsnorm sluit aan bij de Kaderbrief 2026
De benodigde personele inzet komt uit op 236,7 fte, die als volgt zijn verdeeld ° ° °
Primair proces Overhead Totaal
189,4 fte 47,3 fte 236,7 fte
(20% van het totaal)
* aantal in fte's
Gemiddelde bezetting POST
Realisatie
Begroting 2024
2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Dienstverband
185,9
185,0
194,3
194,3
Inhuur / payroll
53,9
53,3
42,4
42,4
Totaal
Voor 2026 wordt gerekend met een flexibele schil van 18% (in formatie-eenheden) De personele kosten (in totaal € 27,91 miljoen) bestaan uit de volgende categorieën
.
Salarissen eigen personeel Externe inhuur
Opleidingen Reis- en verblijfskosten Overige personele kosten
De geraamde salariskosten komen in 2026 uit op €21,02 miljoen. Dat is €0,94 miljoen meer dan in 2025 De geraamde kosten voor externe inhuur stijgen met €0,15 miljoen naar €5,63 miljoen Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
24
OMGEVINGSDIENST AN ZUIDOOS nl
|
[
De salariskosten en de kosten voor externe inhuur hebben een nadelig effect van € 1,09 miljoen. Dat wordt verklaard uit de volgende ontwikkelingen: °
De totale personele inzet (FTE) blijft gelijk, maar de salariskosten zijn geïndexeerd. Hierdoor nemen de personele kosten toe ten opzichte van 2025. Het aandeel van externe inhuur (de flexibele schil) is met 18% gelijk gebleven. De gemiddelde kosten per fte voor inhuur liggen in 2026 iets hoger dan in 2025 waardoor de kosten voor inhuur iets zijn togenomen.
Het budget voor reis- en verblijfskosten is gelijk gebleven op € 320.000 en gaat uit van ongeveer hetzelfde aantal reisbewegingen dan in 2025. De overige personele kosten stijgen naar €524.000. Dit vloeit voort uit geactualiseerde ramingen voor werving & selectie, personeelsbijeenkomsten en Arbo- en thuiswerkfaciliteiten. Uitbestedin
Onder uitbesteding vallen de kosten voor extern onderzoek en advies. Het grootste deel van dit budget betreft advieskosten over inkoop (BIZOB) en kosten voor de externe accountant. De totale raming voor externe advieskosten komt uit op € 284.000 (€ 50.000 meer dan in 2025). Deze ophoging betreft twee van de ontwikkelingen gedekt vanuit de, door het algemeen bestuur beschikbaar gestelde € 0,8 miljoen, voor het Meerjaren ontwikkelaanpak (Toets kwaliteitscriteria en Medewerkersonderzoek). Kapitaallaste
Kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijvingen. Bij de ODZOB gaat het in praktische zin enkel om afschrijvingen omdat er nauwelijks sprake is van een externe financieringsbehoefte (met daaruit voortvloeiende rentekosten) voor deze investeringen. De kapitaallasten zijn in 2026 gedaald ten opzichte van 2025. De raming voor 2026 komt uit op bijna € 313.000 en is gebaseerd op een geactualiseerd investeringsprogramma. Paragraaf 5.4. bevat het geactualiseerde investeringsoverzicht voor 2026. Organisatiekosten De organisatiekosten hebben betrekking op onder andere kantoorkosten, IT-gerelateerde kosten, huur- en servicekosten en aanverwante zaken. De totale raming voor 2026 bedraagt € 2,56 miljoen en dat is hoger dan in 2025 toen de raming uitkwam op € 2,41 min.
Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd in de /T-beheerkosten. Een gedegen beheer is en blijft van groot belang. Vandaar dat deze kosten in 2026 bijna € 130.000 hoger begroot zijn dan in 2025. De verhoogde geraamde kosten hebben betrekking op systeembeheerskosten die vanaf 2024 fors hoger zijn uitvallen. De ophoging bestaat enerzijds uit herschikking binnen de begroting en anderzijds uit budget beschikbaar vanuit het Meerjaren ontwikkelplan. Daarnaast is het budget voor abonnementen en lidmaatschappen met € 20.000 naar beneden bijgesteld, terwijl de budgetten voor leaseauto’s en pandgebonden kosten zijn verhoogd met respectievelijk € 15.000 en € 12.500. Binnen de begroting zijn deze bijstelling budgettair neutraal opgelost. Programmakosten
In de begroting voor 2025 is, zoals besloten in door het algemeen bestuur op 19 december 2024, de raming voor een ontwikkelbudget van € 0,8 miljoen opgenomen. Voor 2026 is dit bedrag geïndexeerd. Daarnaast is voor een bedrag van € 50.000 het budget voor ICT-beheerskosten verhoogd (zie post organisatiekosten) en zijn zowel bij HRM als Dienstverlening Overhead een bedrag van € 25.000 (tezamen € 50.000) opgenomen voor extra geraamde advieskosten voor de uitvoering van de toets op de Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 25
3” OMGEVINGSDIENST ZUIDOOS
BRABAN
kwaliteitscriteria en het uitvoeren van een medewerkersonderzoek. Hiermee komt het totaal voor de
begroting 2026 op € 0,72 miljoen uit. Externe programmakosten
In het programma Regionale Samenwerking zijn externe programmakosten opgenomen die worden bekostigd door de deelnemersbijdragen aan dit programma. Deze zijn als volgt opgebouwd: °
Bijdrage aan SSiB
°
Bijdrage Omgevingsveiligheid Diversen
.
€ 406.628 € 166.543 €_ 40.248 € 613.358
Totaal
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
26
re ee
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
5.3 Opbouw gemiddeld uurtarief
Het gemiddeld uurtarief dat in de voorliggende Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt gepresenteerd kent zijn oorsprong in de Kaderbrief 2026. Daarin werd de volgende opzet vastgesteld: °
Gemiddeld uurtarief 2026
°
°
Loonontwikkeling MEV 2025 (0,9%) Prijsontwikkeling MEV 2025 (3,1%)
°
Gemiddeld uurtarief begroting 2026
€ 123,46 € 1,13 € 3,83 € 128,42
Op basis van de Kaderbrief 2026 zijn de baten én de lasten bijgesteld. Wij hebben als uitgangspunt gehanteerd zoveel als mogelijk binnen de bestaande kaders uitvoering te geven aan onze taken.
Het gemiddeld uurtarief voor 2026 kan daarmee gehandhaafd blijven op € 128,42 en is als volgt opgebouwd:
Berekening gemiddelde uurtarieven
* bedragen x 1€
Totaal lasten?)
Vennootschapsbelasting Storting algemene reverve Totaal lasten
-/- Waarvan gedekt uit externe programmakosten -/- Algemene dekkingsmiddelen Kosten 2026 na dekking uit programmakosten en algemene dekkingsmiddelen
Aantal declarabele uren?
)
Gemiddeld uurtarief
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
27
22.291.129
10.109.309
32.400.438
0
5.000
5.000
0
0
22.291.129
10.114.309
32.405.438
613.358
0
613.358
0
200.000
200.000
21.677.771
9.914.309
31.592.080
246.000
246.000
246.000
88,12
40,30
128,42
ee
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Kengetallen
Uurtarief!) Declarabele uren FTE's direct
Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE Ziekteverzuim FTE's
Direct Overhead Totaal
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
28
ee Realisatie 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
€ 120,66 238.014
€ 123,46 246.000
€ 128,42 246.000
190,90 1.247
189,38 1.299
189,38 1.299
6,6%
6,0%
6,0%
190,90
189,38
189,38
49,00
47,34
47,34
239,90
236,72
236,72
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
5.4 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting De financiële positie wordt toegelicht in de volgende overzichten waarin de verwachte ontwikkelingen op de balans zijn weergegeven. Dit voor zowel het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming.
Geprognotiseerde begin- en eindbalans: activa (Geprognosticeerde) balans per 31-12 ACTIVA
Vaste activa
Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut
KEEN * bedragen x 1 €
Realisatie 2024
0
0
895.045 895.045
0
Financiële vaste activa
0
0
0
0
865.045 865.045
779.045 779.045
802.045 802.045
660.045 660.045
660.045 660.045
0
0
0
0
0
[Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; Overige vorderingen
Liquide middelen Banksaldi
Overlopende activa
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5.531.848
6.204.817
5.768.848
5.704.848
1.092.222
1.092.222
1.092.222
5.523.848
5.373.848
5 1.092.222 4.439.626
1.092.222
1.092.222
5.112.595
4.676.626
4.612.626
0
0
4.431.626
4.281.626
0
0
0
0
251.560 251.560
251.560 251.560
251.560 251.560
251.560 251.560
251.560 251.560
251.560 251.560
1.738.895
1.738.895
1.738.895
1.738.895
1.738.895
1.738.895
De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van:
- Europese overheidslichamen
- het Rijk
- overige Nederlandse overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
0
1.355.247
383.647
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
29
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Geprognotiseerde begin- en eindbalans: passiva (Geprognosticeerde) balans per 31-12 PASSIVA
Vaste passiva
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve nazorg omgevingswet Bestemmingsreserve ISV middelen Bestemmingsreserve verlofdagen Resultaat boekjaar voor bestemming
Voorzieningen Spaarverlof Bovenmatig verlofsaldo
en * bedragen x 1 €
Realisatie 2024
4.182.954 1.500.000 271.335 1.407.761 481.541 522.317
3.739.302 2.000.000
3.589.302 2.000.000
3.439.302 2.000.000
0
0 1.107.761 481.541
0
0
0
1.257.761 481.541
957.761 481.541
807.761 481.541
657.761 481.541
0
0
0
0
0
168.294
168.294
42.070
42.070
126.224
126.224
168.294 42.070 126.224
168.294 42.070 126.224
168.294 42.070 126.224
168.294 42.070 126.224
Vaste schulden Binnenlandse banken en overige financiele instelling
3.289.302 2.000.000
3.139.302 2.000.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
[Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige schulden
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn
opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
1.880.017
2.859.052
2.836.735
2.836.735
2.836.735
2.836.735
2.836.735
403.997
De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende
begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen
- het Rijk
411.106
- overige Nederlandse overheidslichamen
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
2.043.949
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
30
”
OMGEVINGSDIENST
3”
ZUIDOOST-BRABANT
EMU-saldo EMU-saldo
DEE * bedragen x 1 €
Real
2024
iesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 170) 2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd 5. Baten uil ijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 6a. Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) 6b. Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa 7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) 8a. Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) 8b. Boekwinst op grondverkopen 9. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten 1. Exploi
522.317
0
325.000 0 639.000
0
0
0 0
313.000
312.000
290.000
0
0
0
292.000 0
283.000
226.000
313.000
150.000
0
0
0
0
eet ere a Na go0 30000 86000 23000 142000 | Jaarlijkse arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Deze verplichtingen hebben betrekking op de verlofrechten van onze medewerkers. Mede door ruimere verlofregelingen wordt het steeds lastiger om een gedegen onderscheid te maken tussen het al dan niet bovenmatige deel van de verlofrechten van onze medewerkers. Dit kan gevolgen hebben voor de aard en omvang van de bestemmingsreserve en de twee voorzieningen die de ODZOB hiervoor in het leven heeft geroepen wegens de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Investeringen Investeringen worden ook wel materiële vaste activa of kapitaalgoederen genoemd. Kenmerkend zijn de meerjarige gevolgen. Het aanschaffen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Goederen worden geactiveerd indien ze langere tijd meegaan en gedurende deze periode een bepaalde waarde behouden. De materiële vaste activa worden op de balans verantwoord
EE EE
De (jaarlijkse) lasten die voortvloeien uit het investeren in materiële vaste activa maken onderdeel uit van het overzicht van baten en lasten; te weten de kapitaallasten
Investeringen met een economisch nut Type investering bedrijfsgebouwen
machines, apparaten, installatie inventaris hardware
353.000 28.000 143.000 115.000
* bedragen x 1€
55 500 115.000 112.500
63 00
10.000 152.500
28 000 15.000 270.000
30 000 20.000 100.000
353.000 205.000 303.000 750.000
[Totaal 639.000 | 283.000 | 226.000 | 313.000 | 150.000 | L611.000 | Het krediet 2025 is gewijzigd tov vastegestelde Begroting 2025. Besluit is genomen bij de Jaarrekening 2024.
In bovenstaand overzicht is uitgegaan van het naar voren halen van kredieten uit 2026 naar 2025 (voorstel bij jaarstukken 2024 € 110.000). De investeringsbehoefte voor 2026 komt uit op een krediet € 283.000 Deze kredietaanvraag voor 2026 betreft enkel vervangingsinvesteringen Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029 31
|
EE ETE 7
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
Verloop reserves en voorzieningen De ODZOB beschikt naast de algemene reserve in 2026 over twee bestemmingsreserves. Het betreft concreet ° °
Bestemmingsreserve ISV middelen Bestemmingsreserve verlofdagen
De hieronder opgenomen Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet kent een looptijd tot en met 31-122025. In de ontwerpbegroting 2026 is er vanuit gegaan dat deze reserve bij de jaarstukken 2025 wordt
opgeheven
De verwachte, op onderdelen nog indicatieve, ontwikkeling van de reserves wordt Stand van de reserves per 31-12
Algemene reserve
Bestemmingsreserve Nazorg Omgevingswet
* bedragen x 1€
2.022.317
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
271.335
Bestemmingsreserve ISV middelen
1.407.761
1.257.761
1.107.761
957.761
807.761
657.761
Bestemmingsreserve verlofdagen
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
Stand en verloop van de reserves
Saldo per 1-1
bij: Resultaat voorgaand boekjaar
Saldo per 1-1
0
* bedragen x 1€
1.500.000
51.466
2.000.000
2.000.000
0
0
2.000.000
2.000.000
807.761
271.335
219.869
0
271.335
1.407.761
1.257.761
1.107.761
957.761
1.445.401
0
0
0
0
0
37.640
150.000
150.000
150.000
150.000
150.000
Saldo per 1-1
oi
2.000.000
522.317
[gestemmingsreseweverlofdagen ee ee ee ee ee Saldo per 1-1
bij
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
481.541
0
0
0
0
0
0
oraal van DEREsERwes 29 37930 9589023499302] 9209302 3199302
In de gepresenteerde ontwikkeling van de algemene reserve toont bovenstaand overzicht dat een bedrag van €500.000 uit het resultaat over 2024 aan de algemene reserve wordt toegevoegd. Het algemeen bestuur neemt daarover medio 2025 een besluit
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
32
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
De ODZOB beschikt naast de reserves over tweetal voorzieningen. Het betreft concreet: ° °
Voorziening spaarverlof Voorziening bovenmatig verlofsaldo
Stand van de voorzieningen per 31-12
* bedragen x 1€
Spaarverlof
42.070
42.070
42.070
42.070
42.070
42.070
Bovenmatig verlofsaldo
126.224
126.224
126.224
126.224
126.224
126.224
De verwachte, op onderdelen nog indicatieve, ontwikkeling van de voorzieningen wordt:
Stand en verloop van de voorzieningen
Saldo per 1-1
bij:
Saldo per 1-1
bij:
* bedragen x 1€
43.174
42.070
42.070
42.070
42.070
42.070
0
0
0
0
0
0
1.104
0
158.951
126.224
126.224
126.224
126.224
126.224
0
0
0
0
0
0
32.727
0
Hoewel op dit moment niet duidelijk is wat de verwachtingen zijn over het spaarverlof van het ODZOBpersoneel en van de ontwikkeling in het bovenmatig aandeel binnen het verlofsaldo, ligt het in de lijn der verwachting dat hier de komende jaren mutaties in gaan optreden.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
33
”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
”
5.5 Meerjarenraming 2027-2029 en de toelichting De meerjarenraming bij de begroting richt zich op de drie jaren volgend op het begrotingsjaar; in dit geval betreft dat de periode 2027 tot en met 2029 Meerjarenraming van baten en lasten
Overzicht van baten en lasten Baten
Saldo
re ae Programma Lokale dienstverlening Deelprogramma Opdrachten Basistaken
Verzoektaken
20.656.234
9.447.110
20.656.234
9.447.110
14.579,38]
10.004.042
4.575.339
14.579,38]
15.523.963
10.652.192
4.871.771
15.523.963
5.1.1e
5.1.1e
Ee ee 2.102.094
467.199
a ‚634.895
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB
200. 000
200. ‚000
;
10109309
-10.109.309
5
Sl
5.1.1e
5.1.1e
lr 094
20.656.234
9.447.110
20.656.234
9.447.110
10.004.042
4.575.339
10.652.192
4.871.771
1.634.895
467.199
en 000 ;
200, ‚000
10109309 5.
5 ow
ee reserves
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
-10.109.309
34
20.656,234
9.075.510
20.656.234
9.075.510
14.394,38]
10.004.042
4.390.339
15.337.363
10.652.192
4.685.171
5.1.1e 5.1.1e
467.199
ei 102.094
1 Ei De
000
:
200. 000
9.737. 09 5. ow
-9.737.709
5.
5.1.1e
asten
Saldo
20.656.234
9.075.510
20.656.234
9.075.510
14.394,38]
10.004.042
4.390.339
15.337.363
10.652.192
5.1.1e
a 094
Ä ‚634.895
‚000
;
4.685.171
467.199
9.737. 09
200, ‚000 -9.737.709
50
5. 0
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOS
BRABANT
De meerjarenraming is opgesteld in prijzen 2026, er is dus geen indexering toegepast voor de jaren 2027 tot en met 2029. Uit bovenstaande raming blijkt dat ieder jaar de baten en lasten aan elkaar gelijk zijn. Naast de specificatie van de bijdrage per deelnemer voor 2026 (bijlage 6.1) is ook de bijdrage per deelnemer voor de jaren 2027 t/m 2029 gepresenteerd (bijlage 6.2). De bedragen voor de jaren 2027, 2028 en 2029 zijn gelijk aan elkaar. Meerjarenraming incidentele baten en lasten Dit is niet van toepassing. Meerjarenraming structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Dit is niet van toepassing.
Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
35
3”
OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT
6 Bijlagen 6.1
”
Specificatie bijdrage per deelnemer
Baten per deelnemer
* bedragen x 1€
Deelnemer
Gemeente Asten
Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-de Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant
Deelnemers buiten werkprogramma
Overige klanten
2024
WEEWE
Landelijke basistaken
Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonk Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven
Realisatie
Begroting 2025
Begroting 2026
696.946 484.872 459.778 567.979 538.836 1.080.036 413.139 1.544.456 333.852 1.196.363 524.109 829.871 723.757 335.546 62.680 451.341 744.249 348.722 469.839 384.520 186.093 1.702.399 0 0
179.357 74.713 164.278 145.278 59.551