Bijlage 3 - Notitie Kansrijke Oplossingen SKE
Tekst van het document
[12] „Participatieverantwoording deel 1,” Status Concept, Versie 1.0, Onbekend. [13] „Participatieverantwoording deel 2,” Status Concept, 5-12-2024. [14] „Topeisendocument,” Versie 1.2, 20-03-2024. [15] „Zeef-0-rapport,” Status Definitief, Versie 3.0, E74-FB-HS-RAP-24004047, 12-09-2024.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
81
Appendix A: Proces van lange lijst tot 12 families
38 oplossingen geïnventariseerd, waarvan 25 voldoen aan randvoorwaarden conform zeef 0 In totaal zijn 38 oplossingen aangedragen om te onderzoeken in deze verkenning. Deze oplossingen zijn verzameld op de zogenaamde ‘lange lijst’ van oplossingen, met daarop: - Voor Emplacement westzijde: 8 oplossingen (Tabel 31) Voor een vrije kruising ten oosten van Eindhoven Centraal: 11 oplossingen (Tabel 32) Voor een keervoorziening nabij Helmond / Deurne: 5 oplossingen (Tabel 33) Voor perronaanpassingen bij station Eindhoven Centraal: 7 oplossingen (Tabel 34) - Overige: 7 oplossingen, om op een andere wijze de doelstellingen te bereiken (Tabel 35) Vervolgens zijn deze oplossingen getoetst aan de randvoorwaarden van het project, zoals is vastgelegd in het beoordelingskader. Oplossingen die niet aan de randvoorwaarden voldoen worden niet verder beschouwd in deze verkenning. Dit wordt ‘zeef 0’ genoemd en is beschreven in het beoordelingskader. Volgens Zeef 0 voldoet een oplossing niet aan de randvoorwaarden indien één van de volgende punten van toepassing is: 1) Voldoet niet aan wet- en regelgeving. • Is niet ruimtelijk inpasbaar. • Ligt buiten het scopegebied16. • Voldoet niet aan de doelstellingen van het project en aan de Startbeslissing. Dat is het geval als: a. het de capaciteit of robuustheid niet verhoogt, of b.
de oplossing niet toekomstvast is, bijvoorbeeld doordat het doorgroei naar het ambitienetwerk onmogelijk maakt, of c. het geen treinoplossing is. • Voor het westelijk Emplacement: indien het evident is dat een oplossing méér dan twee keer het budget van € 125 miljoen kost. De resterende oplossingen die wel aan de randvoorwaarden voldoen, komen op de zogenaamde ‘korte lijst’ van oplossingen. Tabel 31 t/m Tabel 35 beschrijven alle oplossingen op de lange lijst, waarbij is aangegeven welke oplossingen na toepassen van Zeef 0 ook op de korte lijst zijn terecht gekomen. In totaal staan er 28 oplossingen op de korte lijst, die verder worden beschouwd in deze verkenning. De niet-beschouwde oplossingen worden kort geadresseerd in paragraaf 0. Een uitgebreidere beschrijving van de lange lijst en de toepassing van zeef 0 wordt gegeven in de Zeef 0 rapportage.
16 Dit geldt niet voor eventuele compensatiemaatregelen.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
82
Nr
Beknopte beschrijving van de oplossing voor het Westelijk Emplacement
Geschikt voor zij- of eilandperron
Korte lijst
W1
Ontwerp uit eerdere studie: voorbereid op extra zijperrons, maar ontbrekende spoorverbindingen
Zijperrons
✓
W2
Nul-plus-variant: Minimale verbeteringen aan het Emplacement
Beiden mogelijk
✓
W3
Maximaal doelbereik: aan alle eisen voldoen
Niet mogelijk
W4
Budgetvariant: Emplacement versimpelen om deels aan de eisen te voldoen, met het beschikbare budget als randvoorwaarde
Zijperrons
✓
W5
Optimale oplossing voorbereid op zijperrons: compromis om aan bijna alle eisen te voldoen binnen de beschikbare ruimte
Zijperrons
✓
W6
Universele oplossing voor twee extra perronsporen: aansluiten op huidige perrons, later uit te breiden met een extra eilandperron
Beiden mogelijk
✓
W7
Keerspoor 40 uitplaatsen: aan meer eisen voldoen door extra ruimte voor sporen en wissels te creëren
Zijperrons
W8
Optimale oplossing i.c.m. directe realisatie van een extra zuidelijk eilandperron
Eilandperron
✓
Tabel 31: Lange lijst met oplossingen voor het westelijk Emplacement
Korte lijst
Nr
Beknopte beschrijving van de oplossing
Locatie
Type
VK1
Fly-over uit Weert
Tongelre
F
VK2
Extra fly-over Liempde
Liempde
F
VK3
Fly-over naar Helmond
Tongelre
F
VK4
Fly-over naar Helmond voor reizigerstreinen
Tongelre
F
VK5
Fly-over van en naar Weert
Tongelre
F
✓
VK6
Dive-under oostelijk Emplacement bij zijperrons
Emplacement Oostzijde
D
✓
VK7
Dive-under naar Helmond
Tongelre
D
✓
VK8
Dive-under van en naar Weert
Tongelre
D
✓
VK9
Sporen op niveaus +1 en -1, Insulindelaan naar maaiveld
Tongelre
F+D
✓
VK10 Fly-over op oostelijk Emplacement
Emplacement Oostzijde
F
✓
VK11 Dive-under oostelijk Emplacement bij eilandperron
Emplacement Oostzijde
D
✓
✓
Tabel 32: Lange lijst met oplossingen voor een Vrije Kruising ten oosten van Eindhoven Centraal.
Nr
Beknopte beschrijving van de oplossing
Locatie
Korte lijst
HD1
Keerspoor in station Helmond
Helmond
✓
HD2
Keerspoor ten oosten van station Helmond
Helmond
✓
HD3
Keerspoor ten oosten van Station Helmond Brouwhuis
Helmond Brouwhuis
✓
HD4
Station Deurne driesporig en tailtrackspoor
Deurne
✓
HD5
Station Deurne met twee eilandperrons
Deurne
✓
Tabel 33: Lange lijst met oplossingen voor een keervoorziening bij Helmond / Deurne
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
83
Nr
Beknopte beschrijving van de oplossing
Type perronuitbreiding
Korte lijst
P1
Twee extra zijperrons, zoals ontworpen in eerdere studie
2 zijperrons
✓
P2
Twee extra zijperrons volgens huidige eisen
2 zijperrons
✓
P3
Twee extra zijperrons met harde randvoorwaarde: spoor max. 5m naar het zuiden verleggen
2 zijperrons
✓
P4
Extra eilandperron, zoals ontworpen in eerdere studie
Zuidelijk eilandperron
✓
P5
Extra zuidelijk eilandperron volgens huidige eisen
Zuidelijk eilandperron
✓
P6
Extra zuidelijk eilandperron met harde randvoorwaarde: spoor max. 5m naar het zuiden uitbuigen
Zuidelijk eilandperron
✓
P7
Extra noordelijk eilandperron
Noordelijk eilandperron
Tabel 34: Lange lijst met oplossingen voor perronaanpassingen op Eindhoven Centraal
Nr
Beknopte beschrijving van de oplossing
Type
O1
Hoofdsporen verhogen/verlagen
Spoor
O2
Andere route goederentreinen
Niet-spoorse oplossing
O3
Vrije kruising ten westen van Eindhoven
Spoor
O4
HOV-busverbinding Eindhoven-Helmond
Niet-spoorse oplossing
O5
Station Acht
Spoor
O6
Spoorlijn Eindhoven-Geldrop verplaatsen
Spoor
O7
Station Tongelre
Spoor
Korte lijst
Tabel 35: Lange lijst met overige oplossingen
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
84
Vergelijkbare oplossingen zijn gegroepeerd in 12 ‘families van oplossingen’ met elk één familiehoofd Een deel van de oplossingen op de korte lijst heeft slechts kleine onderlinge verschillen, die in deze fase van de verkenning niet doorslaggevend zijn voor de besluitvorming. Daarom worden oplossingen die belangrijke overeenkomsten vertonen voor nu samen bekeken. Hiertoe zijn deze oplossingen geclusterd tot 12 ‘families van oplossingen’. De familie-indeling is weergegeven in Tabel 36. Op basis van een globale haalbaarheidstoets is per familie één oplossing aangewezen die de familie het beste representeert. Deze oplossing wordt het familiehoofd genoemd. Het aangewezen familiehoofd is weergegeven in Tabel 36. In de analytische fase dient het familiehoofd als maat voor de familie. Het familiehoofd is nader uitgewerkt en getoetst op de criteria van Zeef 1 uit het beoordelingskader. Voor de families die kansrijk zijn, worden bij de verdere uitwerking álle oplossingen uit die familie meegenomen.
Familiehoofd
Stap Familie beschrijving
Oplossingen
1
Westelijk Emplacement met doorgroei naar zijperrons
W1, W2, W4, W5
W5
Westelijk Emplacement met doorgroei naar zuidelijk eilandperron
W6
W6
Westelijk Emplacement i.c.m. directe realisatie zuidelijk eilandperron
W8
W8
Fly-over naar Helmond
VK3
VK3
Fly-over van en naar Weert
VK5
VK5
Vrije kruising op oostelijk Emplacement
VK6, VK10, VK11
VK6
Dive-under bij Tongelre
VK7, VK8, VK9
VK7
Keervoorziening bij Helmond
HD1, HD2
HD1
Keervoorziening bij Helmond Brouwhuis
HD3
HD3
Keervoorziening bij Deurne
HD4, HD5
HD4
Uitbreiding Eindhoven Centraal met twee zijperrons
P1, P2, P3
P2
Uitbreiding Eindhoven Centraal met één eilandperron
P4, P5, P6
P5
2a
2b
3
Tabel 36: Clustering van 25 oplossingen die voldoen aan de randvoorwaarden in 12 families Overwegingen bij de keuze voor het ‘familiehoofd’ Voor de families die meerdere oplossingen bevatten wordt hieronder de keuze voor het familiehoofd toegelicht. Deze keuze is gemaakt aan het begin van het proces, op basis van expert judgement en een globale toets op haalbaarheid en maakbaarheid. Vervolgens zijn van de familiehoofden gedetailleerdere ontwerpen uitgewerkt. F-W5: Westelijk Emplacement met doorgroei naar zijperrons Het familiehoofd is W5 omdat deze oplossing t.o.v. de andere familieleden meer bijdraagt aan het doelbereik en meer knelpunten oplost. Er waren voldoende indicaties dat W5 betaalbaar kon zijn. De andere oplossingen dragen minder bij aan het doelbereik, maar kunnen in het vervolg van de verkenning mogelijk nog relevant worden: - W1: De oplossing uit een eerdere studie. Hiervan is al een ontwerp beschikbaar, maar de oplossing lost het probleem van gelijktijdig gebruik van spoor 4 en 5 niet op. - W2: Een ontwerp met minimale aanpassingen aan het Emplacement om tegen minimale kosten enkele verbeteringen door te voeren en de opties voor de toekomst van Eindhoven Centraal open te houden (extra zij- of eilandperron). W2 draagt zeer weinig bij aan het doelbereik en is om die reden geen familiehoofd.
- W4: Een oplossing die budget en beschikbare ruimte als harde randvoorwaarde neemt, en daarbinnen zo goed mogelijk aan de doelstellingen probeert te voldoen (maar niet volledig zal voldoen). Indien blijkt dat W5 niet betaalbaar is of andere complicaties kent, wordt het relevant om W4 uit te werken. A priori lijkt W5 echter meer bij te dragen aan de doelen van de verkenning. In de analytische fase is het belangrijk om eerst W5 verder uit te werken als familiehoofd, en in de beoordelingsfase nader te bekijken of W4 nog relevant kan zijn.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
85
F-VK6: Vrije kruising op oostelijk Emplacement Het familiehoofd is VK6, met een dive-under naar Helmond. De kruising komt dicht op Eindhoven Centraal te liggen. Daarvoor lijkt een dive-under beter in te passen dan een fly-over, omdat een zware goederentrein uit stilstand dan makkelijker kan vertrekken. Goederentreinen moeten namelijk kunnen stilstaan op de spoorknoop Eindhoven, en vervolgens uit stilstand over de kruising kunnen rijden. Met een dive-under rijdt de trein eerst naar beneden, waarbij de zwaartekracht meehelpt. Bij een fly-over moet een trein uit stilstand meteen omhoog rijden. In dat geval mag de trein niet te zwaar zijn, want dan komt hij de helling niet op. Deze beperking leidt ertoe dat dive-under VK6 kansrijker wordt geacht dan fly-over VK10. Bovendien is VK6 beter te faseren dan VK11. Oplossing VK11 sluit aan op een extra eilandperron op Eindhoven Centraal. Het is onmogelijk gebleken om een eilandperron stapsgewijs aan te leggen en aan de eisen voor het westelijk Emplacement te voldoen. In het geval van een eilandperron zouden dan zowel stap 1, stap 2a als stap 3 tegelijkertijd moeten worden gerealiseerd om aan alle eisen te voldoen (bijv. in de combinatie W8, P5, VK11). Dat past niet bij de wens om een stapsgewijze uitbreiding van de infrastructuur te onderzoeken, en het past niet bij de beschikbare financiële middelen.
Daarom is VK6 een logischer familiehoofd dan VK11. F-VK7: Dive-unders bij Tongelre Het familiehoofd voor deze familie is VK7. Deze oplossingsrichting is een enkelsporige dive-under naar Helmond, die onder de andere sporen en onder de Insulindelaan doorgaat. VK7 is gekozen als familiehoofd omdat deze oplossing naar verwachting minder hinder voor treinreizigers veroorzaakt en lagere investeringskosten heeft dan andere diveunders. Voor VK8 is bijvoorbeeld geconstateerd dat het nodig is om jarenlang de spoorverbinding met Weert buitendienst te stellen, waardoor er geen treinverkeer Eindhoven-Weert mogelijk. VK9 lijkt weinig voordelen te bieden t.o.v. de andere kruisingen, omdat hiervoor een dive-under, fly-over én aanpassing van de Insulindelaan nodig is, met veel hinder en hoge kosten tot gevolg. F-HD1: Keervoorziening bij station Helmond HD1 is gekozen als familiehoofd. Bij HD1 wordt het bestaande zuidelijke spoor omgebouwd tot keerspoor. Het andere familielid (HD2) vereist dat er ten oosten van station Helmond een nieuw tailtrack-spoor wordt gerealiseerd tussen de twee bestaande sporen in. Dit vereist dat de doorgaande sporen moeten worden uitgebogen naar buiten. Dat lijkt moeilijker inpasbaar dan HD1, waardoor HD1 als familiehoofd is aangewezen. F-HD4: Keervoorziening bij station Deurne HD4 is gekozen als familiehoofd.
Bij het andere familielid (HD5) wordt de keervoorziening gerealiseerd met twee sporen in middenligging. Daarvoor moeten de doorgaande sporen verder naar buiten worden gebracht dan voor een keervoorziening met één spoor in middenligging (HD4). Hoe verder de sporen naar buiten worden gebracht, hoe langer het traject waar aanpassingen nodig zijn. Daarom is de inschatting dat HD4 makkelijker inpasbaar is in de omgeving, wat zal resulteren in lagere realisatiekosten en minder grote impact op de bestaande bebouwing. Daarom is HD4 hier als familiehoofd gekozen. F-P2: Twee extra zijperrons Het familiehoofd binnen deze familie is P2, met zijperrons die maximaal aan doelbereik voldoen. P1 bevat een ontwerp uit een eerdere studie, maar voldoet niet aan alle eisen die in de verkenning gesteld zijn en is daarom geen logische keuze als familiehoofd. P3 is vergelijkbaar met P2, maar heeft als harde randvoorwaarde dat het spoor niet meer dan 5m naar het zuiden mag worden uitgebogen. Deze randvoorwaarde is een wens uit het convenant Rijk en Regio [3], die relevant wordt indien het spoor in P2 verder dan 5m naar het zuiden moet worden verplaatst om aan alle eisen te voldoen. Voor de analytische fase wordt eerst P2 ontworpen; P3 kan relevant worden indien blijkt dat P2 te ver naar het zuiden komt.
F-P5: Extra eilandperron zuidzijde Het familiehoofd binnen deze familie is P5, met een eilandperron, dat maximaal aan doelbereik voldoet. P4 bevat een ontwerp uit een eerdere studie, maar voldoet niet aan alle eisen die in de verkenning gesteld zijn en is daarom geen logische keuze als familiehoofd. P6 is vergelijkbaar met P5, maar heeft als harde randvoorwaarde dat het spoor niet meer dan 5m naar het zuiden mag worden uitgebogen. Deze randvoorwaarde is een wens uit het convenant Rijk en Regio [3], die relevant wordt indien het spoor in P5 verder dan 5m naar het zuiden moet worden verplaatst om aan alle eisen te voldoen. Voor de analytische fase wordt eerst P5 ontworpen; P6 kan relevant worden indien blijkt dat P2 te ver naar het zuiden komt.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
86
Niet-beschouwde oplossingsrichtingen (conform Zeef 0) 13 oplossingen worden na toepassing van zeef 0 niet verder beschouwd in deze verkenning. In deze paragraaf wordt beknopt beschreven waarom deze oplossingen zijn afgevallen. De zeef 0-rapportage beschrijft voor ieder van deze oplossingen in meer detail om welke reden hij niet voldeed. Emplacement Westzijde Van de oplossingen voor het Emplacement westzijde zijn twee oplossingen afgevallen in zeef 0: - W3 ‘Maximaal doelbereik’: valt af omdat deze oplossing zeer ingrijpend is en daardoor op voorhand afvalt op kosten (meer dan 2x het beschikbare budget); - W7 ‘Keerspoor naar Best’: Valt af, omdat deze oplossing niet in het scope-gebied ligt en niet voldoende bij kan dragen aan het doelbereik Vrije Kruising Voor de vrije kruising ten oosten van Eindhoven Centraal zijn drie oplossingen afgevallen in zeef 0: -
-
-
VK1 ‘Fly-over uit Weert’ en VK4 ‘Fly-over naar Helmond voor reizigerstreinen’: vallen af omdat deze niet voldoen aan de projectdoelstellingen en startbeslissing. De oplossingen genereren niet genoeg capaciteit op het spoor om het voorziene verkeer in de ambitievariant te kunnen bedienen. VK2 ‘Extra fly-over Liempde’: valt af omdat deze niet binnen het scopegebied van SKE valt en omdat deze niet valt binnen de projectdoelstellingen. De oplossing genereert niet genoeg capaciteit op het spoor om het voorziene verkeer in de ambitievariant te kunnen bedienen. Ook voldoet de oplossing niet aan de eis dat de (goederen)treinen van Eindhoven naar Helmond elkaar ongelijkvloers kruisen. VK4 ‘Fly-over naar Helmond voor reizigerstreinen’: valt af omdat deze niet valt binnen de projectdoelstellingen. De oplossing genereert niet genoeg capaciteit op het spoor om het voorziene verkeer in de ambitievariant te kunnen bedienen.
Perronuitbreiding Van de perronuitbreidingen valt één oplossing af: - P7 ‘Noordelijk Eilandperron’: valt af omdat deze oplossing niet ruimtelijk inpasbaar is aan de noordzijde van het station. Overige oplossingen De oplossingen in de categorie Overig zijn allemaal afgevallen omdat ze niet bijdragen aan de doelstellingen van het project (zoals nieuwe stations) en/of niet inpasbaar zijn binnen de scope van de opgave.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
87
Appendix B: Verificatie van familieleden
De drie families F-HD1, F-HD4 en F-P5 zijn op basis van de beoordeling van hun familiehoofden aangewezen als nietkansrijk. Zij hebben echter ook andere familieleden. Voor deze families is op basis van expert judgement nagegaan of een ander familielid mogelijk de nadelen van het familiehoofd kan mitigeren. Dat zou tot een andere conclusie over de niet-kansrijkheid van de familie kunnen leiden. Dit blijkt niet het geval. Hieronder wordt de redenatie per niet-kansrijke familie toegelicht.
Familie F-HD1: Niet aannemelijk dat HD2 kansrijk is, familie valt af De familie F-HD1 bevat oplossingen voor een keervoorziening in Helmond t.b.v. extra Sprinters uit/in de richting Eindhoven. Naast familiehoofd HD1 bevat deze ook de oplossing HD2.
Helmond Helmond ‘t Hout
Deurne
Ten oosten van station Helmond
Deze oplossing HD2 vereist een keerspoor oostelijk van het station in middenligging. Om dit mogelijk te maken moet komt een nieuw tailtrackspoor ruimte worden gemaakt tussen de bestaande sporen en de doorgaande sporen moeten hier langs worden geleid. De tussen de bij beide hoofdsporen hiermee vergelijkbare oplossing HD3 voor een keervoorziening Helmond Brouwhuis leert dat dit uitbuigen van sporen ca. 1,2 km lengte vraagt. Oostelijk van station Helmond is deze vrije lengte niet beschikbaar, vanwege de aanwezigheid van een overweg, een viaduct en een brug. Pas na Helmond Brouwhuis ontstaan goede mogelijkheden om sporen uit te buigen. Hiervoor is keervoorziening HD3 ontworpen. HD2 zou dan vragen om het ongelijkvloers maken van de overweg Churchilllaan of het verbreden van een viaduct of brug. Dit is ingrijpend en kostbaar, waarbij het de vraag is of er voldoende ruimte in de breedte is binnen de bestaande stedelijke bebouwing. HD2 is hiermee niet kansrijker dan HD1.
Familie F-HD4: Niet aannemelijk dat HD5 kansrijk is, familie valt af De familie F-HD4 bevat oplossingen voor een keervoorziening in Deurne. Naast familiehoofd HD4 bevat deze ook de oplossing HD5.
Deurne
Helmond Brouwhuis
Horst-Sevenum
Complete ombouw van station Deurne waarbij er twee keersporen in het midden en twee Het bestaande keerspoor aan de zuidzijde Deze oplossing kent twee keersporen naast elkaar in de middenligging. doorgaande daarbuiten worden gerealiseerd wordt een doorgaand spoor. Dat heeft impactsporen op de Fabriekstraat, maar deze is minder dan bij HD4. Aan de noordzijde dient een nieuw doorgaand spoor te worden gerealiseerd. Dit raakt de bebouwing aan de Tramstraat en hiervoor moet het stationsgebouw en bijbehorende voorzieningen worden verplaatst. Dit is ingrijpend en kostbaar. Bovendien komen goederentreinen dichter op de (woon-)bebouwing te rijden. HD5 is hiermee niet kansrijker dan HD4.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
88
Familie F-P5: Niet aannemelijk dat P4 of P6 kansrijk is, familie valt af De familie F-P5 bevat oplossingen voor een extra eilandperron op station Eindhoven Centraal. Naast familiehoofd P5 bevat deze ook de oplossingen P4 en P6. P4 is een oplossingsrichting voor een zuidelijk eilandperron die is uitgewerkt in een vorige fase (pre-verkenning). P4 vraagt aanpassingen aan het bestemmingsplan District E en vraagt kostbare aanpassingen aan directe spoorstaafbevestigingen op het onderliggende kunstwerk van de reizigerstunnel. Dat is aanleiding geweest om naar betere oplossingen dan P4 te zoeken. Net als P5 is ook P4 niet stapsgewijs te realiseren. In P5 is het ontwerp van P4 geoptimaliseerd, waarbij de directe bevestigingen kunnen worden behouden en het spoorontwerp aan de zuidzijde binnen de 5 metercontour voor District-E blijft. P4 is hiermee minder kansrijk dan familiehoofd P5. P6 is een oplossingsrichting voor het zuidelijke eilandperron gericht op het zekerstellen van de inpasbaarheid van het ontwerp aan de zuidzijde binnen de 5 metercontour van District-E. Dit levert beperkingen op voor o.a. de behandel- en opstelfuncties van het oostelijke spoor Emplacement. In P5 is inpassing binnen de 5 metercontour mogelijk gebleken, waardoor deze beperkingen in P6 kunnen worden voorkomen. P6 is hiermee minder kansrijk dan familiehoofd P5.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
89
Appendix C: Planning participatiemomenten gebied A en B
Planning participatiegebied A
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
90
Planning participatiegebied B
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
91
Appendix D: Afkortingen en begrippenlijst
De begrippen en afkortingen die in de tekst worden gebruikt, zijn schuingedrukt en worden gedefinieerd in deze afkortingen- en begrippenlijst. Afkorting/begrip
Definitie
Analytische fase
In deze fase van de MIRT-verkenning (ook wel zeef 1 genoemd) worden de mogelijke oplossingsrichtingen onderzocht, uitgewerkt en vergeleken. Behandelen en opstellen van treinen
B&O Behandelen en opstellen
Beoordelingsfase
Beoordelingskader
BO Convenant Rijk en Regio
Doelen
Eisen
Emplacement
Behandelen en opstellen houden de werkzaamheden in die nodig zijn om treinen klaar te maken voor hun volgende rit en het rangeren en parkeren van treinen op het opstelterrein. In de beoordelingsfase van de MIRT-verkenning – ook wel zeef 2 genoemd- wordt de selectie aan kansrijke oplossingen die uit de analysefase zijn gekomen verder onderzocht. Uit de kansrijke oplossingen kunnen nieuwe, samengestelde oplossingen naar voren komen. Deze noemen we alternatieven. Alternatieven kunnen dus bestaan uit een combinatie van de overgebleven goed scorende onderdelen uit de analytische fase – zeef 1. In de beoordelingsfase worden de alternatieven verder in detail onderzocht, samen met experts en participanten. Alle alternatieven worden beoordeeld op basis van het beoordelingskader zeef 2. Een set van criteria en richtlijnen die wordt gebruikt om de kwaliteit, effectiviteit of naleving van een oplossingsrichting te evalueren. Het beoordelingskader helpt bij het systematisch en objectief beoordelen. Bestuurlijke overleggen Een convenant is een specifieke vorm van een overeenkomst. Het wordt vaak gebruikt om afspraken vast te leggen tussen overheden onderling, of tussen een overheid en andere partijen zoals bedrijven of maatschappelijke organisaties.
Het doel van een convenant is om bepaalde beleidsdoelstellingen te realiseren door middel van samenwerking en het maken van schriftelijke afspraken. ‘Doelen’ gebruiken we om algemeen wenselijke toekomstige situatie of toestand te beschrijven (als wijziging ten opzichte van een bestaande situatie of toestand). Dit kunnen doelen zijn die voortkomen uit beleidsdocumenten of vastgestelde plannen. In het project hanteren we met name de projectdoelen, dit zijn de (vastgestelde) doelen die het project nastreeft. ‘Eisen’ zijn concreet en aan ‘eisen’ moet in principe altijd voldaan worden. Fysieke en functionele eisen vormen input voor het ontwerpproces.
ERTMS
Een Emplacement is een terrein dat speciaal is ingericht voor het opstellen van spoorwegmaterieel, zoals treinen en wagons. Dit terrein bevat meestal meerdere sporen en wissels en wordt gebruikt voor verschillende activiteiten zoals het rangeren, parkeren, laden en lossen van goederen. Een Engelse Wissel is in feite een dubbele wissel en maakt de uitwisseling van treinen in drie of vier richtingen mogelijk European Rail Traffic Management System
IC Düsseldorf
Intercity trein die naar Düsseldorf rijdt.
IMA
Integrale Mobiliteitsanalyse. Dit is een 4-jaarlijkse analyse van de autonome ontwikkeling van de mobiliteit en het effect daarvan op aspecten van de brede welvaart.
Engelse Wissels
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
92
Kansrijke oplossingen
Lange lijst Meekoppelkans
MIRT MIRT-spelregels
Kansrijke oplossingen zijn een maatregel of een combinatie van maatregelen die naar verwachting een grote bijdrage kan/kunnen leveren aan het realiseren van de doelstelling van de MIRTverkenning. Groot aantal globaal uitgewerkte oplossingsrichtingen die nog niet verder beoordeeld zijn. Ontwikkelingen of wensen die eventueel (en onder voorwaarden) meegenomen zouden kunnen worden in het project en dan tot meerwaarde of efficiëntie leiden. Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport
MKI
De MIRT-spelregels beschrijven een proces met vier fasen, die steeds afgesloten worden met een bestuurlijke beslissing: 1. De voorbereidingsfase, die kan uitmonden in een startbeslissing. 2. De verkenningsfase, die kan uitmonden in een voorkeursbeslissing. 3. De planning- en studiefase, die kan uitmonden in een projectbeslissing. 4. De aanlegfase, uitmondend in een opleveringsbeslissing Een MIRT-verkenning is een onderzoek waarin partijen (afhankelijk van de opgave) op basis van een grondige probleemanalyse breed naar mogelijke acties en maatregelen om een (set) opgave(n) te realiseren. Dit gaat om projecten in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Milieukostenindicator
MMK
Multimodale Knoop Eindhoven
NKO
Notitie Kansrijke Oplossingen
Opstelterrein
OV-knoop
Een opstelterrein is een speciaal ingericht spoorwegterrein waar treinen geplaatst worden wanneer ze niet in dienst zijn. Op deze plek kunnen de treinstellen worden gewassen, onderhouden en gerangeerd om de samenstelling van treinen te wijzigen. MMK en SKE
PHS
Programma Hoogfrequent Spoor
SGE
Stedelijk Gebied Eindhoven
SKE
Spoorknoop Eindhoven
Stijgpunten
TBOV
Voorzieningen die reizigers helpen om van het ene niveau naar het andere te gaan. Dit omvat bijvoorbeeld trappen, roltrappen en liften die toegang bieden tot perrons, tunnels of andere delen van het station. Tailtrack is een spoor dat voorbij de perrons ligt en waarop je zonder het overige verkeer te sturen, kunt kopmaken (omkeren). Toekomstbeeld OV
TDK
Technologie, Design en Kennis
TEN-T
Netwerken voor vervoer en transport
TVS-ZON
Toekomstvast Spoor Zuidoost Nederland
Vrije kruising
Een situatie waarin spoorlijnen elkaar op verschillende niveaus kruisen zodat treinen niet hoeven te kruisen op hetzelfde niveau. Dit helpt om de doorstroming van het treinverkeer te verbeteren. Het maximale aantal reizigers dat kan worden vervoerd op de infrastructuur. Om te toetsen of er voldoende capaciteit is, wordt als basis de methodiek van de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) gehanteerd. Eerste grove trechter voor oplossingsrichtingen die niet aan belangrijke randvoorwaarden van het project voldoen. Alle oplossingen van de lange lijst worden beoordeeld. Enkel realistische en haalbare oplossingen gaan door zeef 0 heen. Een zijlandperron is een perron gelegen tussen twee sporen, maar wat slechts aan één spoor reizigers laat in- en uitstappen. Bij het spoor aan de andere zijde van het perron staat een hekwerk om reizigers te beschermen en de suggestie dat daar kan worden in- en uitgestapt te voorkomen
MIRT-verkenning
Tailtrack-spoor
Vervoerscapaciteit
Zeef 0
Zijlandperron
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
93
Appendix E: Tabel beoordelingskader voor zeef 1
Categorie
Aspect
Definitie(s)
Beoordelingscriteria
Doelbereik
Capaciteit #
* De mate waarin het beoogde aantal reizigers-
* Verificatie van de mate waarin wordt
en goederentreinen volgens 6-basis en de
voldaan aan de voor vervoerscapaciteit
doorgroeireferentie kunnen worden
relevante topeisen [14].
gefaciliteerd.
* Verificatie van de mate waarin doorgroei na
* De mate waarin extra nationale en
6-basis mogelijk is o.b.v. de doorgroei-
internationale treinverbindingen uit het
referentie en het ambitienetwerk [14].
ambitienetwerk kunnen worden gefaciliteerd.
* Indien niet aan de topeisen voldaan wordt: i)
* De mate waarin het beoogde aantal reizigers
verificatie dat 6-basis en de doorgroei-
en de ruimte voor transfer worden
referentie kunnen worden gereden op de
gefaciliteerd.
infrastructuur, ii) inschatting van het aantal
* De beschikbare behandel- en opstelcapaciteit
treinverbindingen uit het ambitienetwerk dat
en de wacht- en buffercapaciteit voor
kan worden geboden, en iii) verificatie van de
goederentreinen.
mate waarin er ruimte is voor goederenwachten buffersporen. * Kwalitatieve toets van de mate waarin voldaan wordt aan ambities voor de internationale bereikbaarheid. * Transfertoets van station Eindhoven. * Opgave van de te compenseren capaciteit voor behandelen en opstellen en wachten en bufferen.
Robuustheid, flexibiliteit,
De mate waarin een oplossing bijdraagt aan
* Verwachte vermindering van het aantal
betrouwbaarheid #
een betrouwbaar, flexibel en punctueel uit te
wisselstoringen.
voeren dienstregeling.
* Toename van de bijsturingsmogelijkheden: het vermogen om vertragingen in de dienstregeling op te vangen.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
94
Categorie
Aspect
Definitie(s)
Beoordelingscriteria * Mogelijkheden om binnen de bedieningsmodellen 6-basis/ doorgroeireferentie andere tijdliggingen te faciliteren.
Stapsgewijs richting
* De mate waarin investeringen in een
* Inschatting van desinvestering om een
eindbeeld #
oplossing niet worden tenietgedaan bij een
volgende stap richting het eindbeeld te
stap richting het eindbeeld.
kunnen zetten.
* De mate waarin een oplossing in het
* De mate waarin voldoende milieuruimte is
eindbeeld past, en er adaptief naartoe te
om de treinen in het ambitienetwerk te
bouwen is.
kunnen rijden. * De mate waarin de oplossing bijdraagt aan een eindbeeld dat het ambitienetwerk kan faciliteren.
Samenhang met de overige
* De mate waarin een goede balans wordt
* Het ruimtebeslag (m2) van een oplossing
ruimtelijke ontwikkelingen
bereikt tussen de fysieke ruimte én
buiten de huidige spoorzone nabij bestaande
en opgaven in de stad #
gebruiksruimte van het spoor enerzijds en de
en beoogde verstedelijkingslocaties
beoogde verstedelijking anderzijds.
* Kwalitatieve beoordeling van de mate
* Raakvlakken met de MIRT-verkenning MMK.
waarin de ambities van SKE en MMK
* Bijdrage aan het convenant rijk/regio.
realiseerbaar zijn.
* De mate waarin ruimte voor vastgoed-
* Ontwerptoets of de sporen meer dan
ontwikkeling op de beoogde locaties wordt
5 meter naar buiten komen aan de zuidzijde
geboden.
van het station tussen het stationsgebouw en de Vestdijktunnel.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
95
Categorie
Aspect
Definitie(s)
Beoordelingscriteria
Kwaliteit #
De mate waarin een goede reiskwaliteit wordt
* Impact op de rijsnelheid.
geboden: reissnelheid en in/uit/overstap.
* Inschatting van de mogelijkheden voor cross-platform overstap. * Gemak voor de reiziger om zich te oriënteren binnen het reisdomein trein. * Hoe goed kan nationale op regionale / internationale treinen worden overgestapt en v.v. * Fysieke inpasbaarheid van de stijgpunten conform de configuratie van de bestaande stijgpunten. * Wachtkwaliteit op perrons (beschutting en ruimtelijke beleving).
Duurzaamheid #
De mate waarin er onderscheidende kansen
* Benoemen van onderscheidende gevolgen
zijn voor een duurzame en klimaatadaptieve
voor duurzaamheid tijdens de bouw en in het
ontwikkeling in aanleg en gebruik.
gebruik. * Kwantificering van het gebruik van bouwmateriaal met een grote CO2-uitstoot (m3 beton, kg staal).
Betaalbaarheid
Voor de verkenning geldt dat het financiële
Toetsing van de investeringskosten van
kader van het MIRT-besluit leidend is. Dat wil
oplossingsrichtingen aan het afgesproken
zeggen dat tenminste één van de kansrijke
budget.
oplossingen binnen het afgesproken budget moet passen. Externe effecten
Luchtkwaliteit
De mate waarin er impact is op de
Inschatting van de positieve of negatieve
luchtkwaliteit.
impact op stikstof en fijnstof in de omgeving.
Geluid en trillingen
De mate waarin er impact is voor wat betreft
* Kwalitatieve beoordeling, met gebruik van
(# voor stap Vrije kruising)
geluid en trillingen.
de eerdere quickscan, om het aantal
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
96
Categorie
Aspect
Definitie(s)
Beoordelingscriteria bestemmingen (zoals woningen) te schatten waar de geluidsplafonds zouden kunnen worden overschreden. * Kwalitatieve beoordeling om te schatten waar het trillingsniveau in gebouwen belangrijk toeneemt.
Water en bodem
De mate waarin er impact is op water en
Toename van het verhard oppervlak (m2).
bodem.
Impact op grondwater voor oplossingen waar de grond geroerd wordt.
Impact op de stedelijke
De mate waarin bebouwing wordt geraakt door
* Het ruimtebeslag (m2) van een oplossing
omgeving #
nieuwe infra.
buiten de huidige spoorzone nabij beoogde verstedelijkingslocaties en bestaande bebouwing. * Concreet inzicht in woningen en gebouwen die gesaneerd moeten worden voor de oplossing. * Toets op grondeigendom en bouwhoogte van de beoogde oplossing. * Bereikbaarheid van de wijk i.r.t. overwegen. * Impact op uitzicht voor omwonenden van een te ontwerpen vrije kruising.
Natuur & landschap
De mate waarin er impact is op natuur &
* Het ruimtebeslag (m2) van een oplossing
landschap in de omgeving van de nieuwe
buiten de huidige spoorzone nabij natuur- en
infrastructuur
landschapslocaties. * Impact op bestaand groen in de omgeving.
Archeologie en cultuur-
* De mate waarin er impact is op archeologie
In het geval van archeologische
historie
en cultuurhistorie.
aandachtslocaties: de mate waarin de
* De mate waarin het culturele erfgoed wordt
ondergrond wordt geroerd.
gerespecteerd en waar mogelijk versterkt.
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
97
Categorie
Aspect
Definitie(s)
Beoordelingscriteria * Ontwerptoets m.b.t. impact op het culturele erfgoed van het stationsgebouw en de colonnade. * Inschatting van de mate waarin het stationsgebouw en de colonnade als rijksmonument wordt verbeterd c.q. aangetast.
Gezondheid
Externe veiligheid #
* De mate waarin de leefomgeving een
* Inschatting van de mate waarin de
positieve invloed op de gezondheid heeft en
leefomgeving wordt verbeterd c.q. aangetast
gezond gedrag stimuleert.
en gezond gedrag wordt gestimuleerd.
De mate waarin er impact is op de externe
* De mate waarin goederentreinen met
veiligheid.
gevaarlijke stoffen in aantal en locatie dichter op woningbouwlocaties zullen rijden.
Haalbaarheid
Uitvoerbaarheid #
Uitvoeringshinder #
Realisatiekosten #
De mate waarin een oplossing bouwbaar en
* Toets op bouwbaarheid van de oplossing.
faseerbaar is.
* Toets op faseerbaarheid van de oplossing.
De mate waarin de realisatie hinder oplevert
* Inschatting van de bouwhinder voor de
voor de directe omgeving en de gebruikers van
directe omgeving en de gebruikers van het
het spoor.
spoor
Raming van realisatiekosten van oplossingen.
* Probabilistische raming van investeringskosten (+/- 40%).
Exploitatiekosten #
De mate waarin er impact is op de
* Raming van de toename van de beheer- en
exploitatiekosten van de spoorinfrastructuur.
onderhoudskosten van de spoorinfra. * Impact op exploitatiekosten van de vervoerder voor oplossingen waar dit onderscheidend is (bijv: afweging tussen keervoorziening in Helmond of Deurne).
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
98
Categorie
Aspect
Definitie(s)
Beoordelingscriteria
Risico’s #
De mate waarin risico’s ontstaan die de
Analyse van haalbaarheidsrisico’s en
haalbaarheid in gevaar kunnen brengen.
mogelijke showstoppers, o.b.v. nader te maken ontwerpen van het spoor en station.
Draagvlak #
Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven
De mate waarin er draagvlak vanuit de
Inbreng vanuit het participatieproces en
omgeving van een oplossing is voor de
analyse van het draagvlak in de Rapportage
realisatie ervan.
Opbrengst Omgevingsparticipatie.
99