Bijlage 3 - Motivering BOPA Uitbreiding Mariënhage Eindhoven
Tekst van het document
Parkeren
De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit eisen gesteld aan het aantal parkeerplaatsen. Een bouwplan voor nieuwe gebouwen is echter bij dit voornemen niet aan de orde, het gaat om een vervangende functie in bestaande gebouwen van het voormalige kloostercomplex Mariënhage. Volgens de Nota parkeernormen 2024 wordt een parkeernorm van 1,1 pp per 10 hotelkamers in een centrum gebied gehanteerd voor autoparkeren. Voor een toevoeging van 54 kamers geldt een parkeerbehoefte voor autoparkeren van 5,94 pp. (afgerond 6 pp). In de huidige situatie is rekening gehouden met de parkeerbehoefte van 23 zorgappartementen (voor de paters). Dit gaat om 9,2 parkeerplaatsen. In het planvoornemen zijn de zorgappartementen niet aanwezig. Dit betekent dat het aantal parkeerplaatsen vereist voor de hotelkamers passend is binnen het aantal parkeerplaatsen voor de zorgappartementen (6 - 9,2 = -3,2 parkeerplaatsen). Er is door het planvoornemen geen toename in de parkeerbehoefte. Bij het complex zijn meerdere parkeerplaatsen beschikbaar; aan de westzijde van de noordelijke vleugel/voorzijde van het klooster (25), aan de oostzijde van de noordelijke vleugel 34.
De benodigde 6 parkeerplaatsen zijn hierbij ook beschikbaar voor de uitbreiding van het hotel nu tot op heden de 6 parkeerplaatsen exclusief voor de zorgappartementen in gebruik waren. Voor fietsparkeren geldt in een centrumgebied per 10 hotelkamers een norm van 2 fietsparkeerplekken. De totale fietsparkeerbehoefte komt hiermee op 10,8 fietsparkeerplaatsen (afgerond 11 fietsparkeerplaatsen). In het souterrain is een fietsenstalling die voorziet in de fietsparkeerplaatsen. 4.10.4 Conclusie De aspecten ‘verkeer en parkeren’ vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van het bovenstaande is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.11
Archeologie en Cultuurhistorie
De gemeente moet bij het vaststellen van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Archeologie De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het Omgevingsplan over
52
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
archeologisch onderzoek. Deze regels hebben betrekking op beschadiging, het conserven en in stand houden van archeologische monument. Voor archeologie dient de gemeente projecten kleiner dan 100 m2 in beginsel vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht (artikel 5.130 lid 4 Bkl). De gemeente kan in een Omgevingsplan echter grotere of kleinere vrijstellingsgrenzen vastleggen, bijvoorbeeld in historische binnensteden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is. Archeologisch onderzoek kan in dergelijke gevallen ook al bij projecten kleiner dan 100 m2 vondsten opleveren. In gebieden met een lage verwachtingswaarde kan de gemeente kiezen om een grotere vrijgestelde oppervlakte vast te leggen in het Omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat de gemeente een initiatiefnemer belast met het doen van archeologisch onderzoek dat naar verwachting niet of nauwelijks zinvol is. Cultuurhistorie Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het Omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels. Hieronder wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologie en cultuurhistorische waarden. 4.11.1
Archeologie
4.11.1.1 Beleid Rijksbeleid Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de beleidsmatige zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden dienen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed te worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Mocht bescherming onvoldoende mogelijk zijn dan dient, volgens dit verdrag, de informatie te worden onttrokken aan de bodem via archeologisch onderzoek. Inmiddels zijn de uitgangspunten van het Verdrag in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Omgevingswet. Provinciaalbeleid In het kader van het cultuurbeleid van Noord-Brabant zet de provincie in op versterking van de Brabantse identiteit. Onderdeel hiervan is het behoud van het Brabantse ruimtelijk erfgoed, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving wordt vergroot en dit erfgoed met Noord-Brabant en haar inwoners wordt verbonden. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld.
De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
53
De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2022. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. De gemeente Eindhoven beschikt daarnaast over de 'Erfgoedverordening gemeente Eindhoven' (2022). In de verordening wordt onder andere ingegaan op de aanwijzing en bescherming van gemeentelijke monumenten en gemeentelijk archeologische monumenten.
Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart gemeente Eindhoven 2022 (met bewerking PouderoyenTonnaer voor globale duiding locatie voornemen) Het kloostercomplex Mariënhage is aangewezen als gemeentelijk archeologisch monument. Het is verboden de archeologische waarden te verstoren. Voor een gemeentelijk archeologisch monument geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen. De gemeente Eindhoven heeft de geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart doorvertaald in een 'Paraplubestemmingsplan archeologie 2023' waarmee voor het gehele ambtsgebied Eindhoven een planologische borging plaatsvindt van de bescherming van archeologische waarden en verwachtingsgebieden. Dit paraplubestemmingsplan geldt voor alle gebieden van de gemeente waar een onherroepelijk bestemmingsplan geldt. Het vult de geldende bestemmingsplannen aan en, waar sprake is van strijdigheid, wijzigt het de planregels.
54
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Afbeelding: paraplubestemmingsplan archeologie 2023 Op grond van het 'Paraplubestemmingsplan archeologie 2023' geldt ter plaatse van de locatie van het voornemen de functietoedeling 'Waarde - Archeologie 1'. De voor 'Waarde - Archeologie 1' (gemeentelijk archeologisch monument) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan, tenzij uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat. Daarnaast geldt er een aanlegvergunningstelsel voor bodemingrepen waarbij géén ondergrens in oppervlakte en diepte aan de orde is. Het aanlegvergunningstelsel bevat wel enkele uitzonderingen. Het verlenen van een aanlegvergunning is aanvaardbaar indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. 4.11.1.2 Beoordeling Voor de realisatie van het voornemen worden géén nieuwe gebouwen opgericht.
Verband houdend met de inpandige hoteluitbreiding, wordt op grond van het gemeenteljike groenbeleidsplan voorzien in de realisatie van een groenplan op het westelijk tuindeel van de voormalige kloostertuin. Voor de aanleg zijn de regels uit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan, zoals bedoeld in het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023', van toepassing. Deze regels bevatten een onderzoeksverplichting voor bodemingrepen. In dit verband is het groenplan voorgelegd aan de archeologische dienst van de gemeente Eindhoven. Naar aanleiding hiervan heeft de archeologische dienst van de gemeente Eindhoven laten weten dat zij aanbeveelt om de aanlegactiviteiten door de dienst te laten begeleiden. Door hier op voorhand vanuit te gaan is tussentijds nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Door de begeleiding van deze werkzaamheden door de archeologische dienst als uitgangspunt te nemen, zonder nader tussentijds onderzoek, wordt afgeweken van de beoordelingsregels van het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023'. Op basis van de samenhang van de onderlinge activiteiten en de aanbevelingen vanuit de archeologische dienst van de gemeente Eindhoven wordt ervoor gekozen om af te wijken van de beoordelingsregels van het 'Parapluplan Archeologie 2023' en de aanlegactiviteiten te betrekken in de buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
55
Rekening houdend met het uitgangspunt van begeleiding door de archeologische dienst van de gemeente Eindhoven van de werkzaamheden voor de realisatie van het groenplan, geldt als conclusie dat de archeologische waarden ten gevolge van het voornemen niet worden aangetast. 4.11.2 Cultuurhistorie Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met cultureel erfgoed. De verplichting om ook cultuurhistorische waarden te beschermen is in de Omgevingswet meegenomen. De instructieregels uit artikel 5.130 lid 2 van het Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is. In de Omgevingswet wordt cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving als volgt afgebakend: 'monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het Omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet'. Onder 'ander cultureel erfgoed' gaat het zowel om roerend erfgoed ('cultuurgoederen') als om immaterieel cultureel erfgoed voor zover dat aan een specifieke plek gebonden is.
De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het Omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze regels gaan over: ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten verplaatsing van beschermde monumenten gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand aantasting van de omgeving van een beschermd monument aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen Cultuurhistorische waardenkaart Op grond van de 'Erfgoedverordening gemeente Eindhoven' (2022) is een overzichtskaart samengesteld van de ‘cultuurhistorische waarden’. Hierop kan worden geraadpleegd welke cultuurhistorische waarden Eindhoven heeft. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stads- en dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.
56
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Afbeelding: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven ter plaatse van Mariënhage (bron: Eindhoven.nl) Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat het gebouwencomplex van voormalig kloostercomplex Mariënhage de status van rijksmonument heeft. Het directe bij het gebouwencomplex aanpalende terrein heeft voor wat betreft het historisch cultuurlandschap grotendeels de waardering 'stedelijk gebied, hoog' vanwege nederzettingen. 4.11.2.1 Beleid en beoordeling Het aspect ‘cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Voor de realisatie van het voornemen worden géén nieuwe gebouwen opgericht. Voor de realisatie van het groenplan geldt de beschrijving als opgenomen in 4.11.1.2. Met een inpandige verbouwing worden bestaande gebouwen geschikt gemaakt voor de uitbreiding van het bestaande boutique kloosterhotel Mariënhage. 4.11.3 Conclusie Uit bovenstaande toetsing is gebleken dat het cultureel erfgoed niet wordt aangetast en geen belemmering oplevert voor de verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.12
Leidingen
Zoals omschreven in 4.7 Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) lopen door het projectgebied geen bovenen/of ondergrondse leidingen die een planologische bescherming genieten. Er is dus op dat gebied geen sprake van (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden. Het aspect leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen activiteiten.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
57
4.13
Duurzaamheid en klimaat
4.13.1
Duurzaamheid
4.13.1.1 Algemeen Uit de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet vloeit voort dat deze onder meer is gericht op een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in, dat de wet voorziet in een ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling is een breed begrip waar een veelheid aan onderwerpen onder kan vallen, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. In de NOVI is daarom 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' als prioriteit opgenomen. Daarnaast vallen onder het begrip duurzaamheid ook onderwerpen als mobiliteit, duurzaam bouwen en biodiversiteit. Het beleid ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptatie vloeit voort uit nationale programma's die vervolgens regionaal zijn uitgewerkt (Regionale Energiestrategie, Nationale Klimaatadaptatiestrategie). De doelstellingen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens integraal opgenomen in het gemeentelijk beleid, met name de Omgevingsvisie. Deze is weer uitgewerkt in programma's. In het Omgevingsplan worden de beleidsdoelstellingen voor zover noodzakelijk vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties uitgewerkt in juridisch bindende regels.
4.13.1.2 Raadsprogrammaduurzaamheid De ambities van de gemeente Eindhoven op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat Eindhoven als stad (in onderstaande in de 'we' vorm geformuleerd) wil en waar dat op gebaseerd is. 1) CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.
1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers - woningen, winkels, kantoren - mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en
58
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. 1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. 1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.
1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven. 2) Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. 2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.
2B) geen afval In 2050 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. 2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw. 2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
59
Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier. 3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen. 4) Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften.
We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2021-2025 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.
4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte 4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen. Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en
60
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 4.13.1.3 Beoordeling Bij duurzaam bouwen en verbouwen wordt er rekening gehouden met de effecten op het milieu. Binnen het kader van de Omgevingswet worden al de nodige regels voorgeschreven met betrekking tot duurzaam (ver)bouwen. Verbeteren energieprestatie: Zo zijn in het Bbl eisen ten aanzien van Bijna energieneutrale gebouwen (BENG) opgenomen. Stimuleren milieuvriendelijk en circulair bouwen: de milieuprestatie van gebouwen (MPG) opgenomen. Natuurinclusief bouwen.
Om de energiehuishoudeing van het pand op orde te brengen wordt voorzien in warmtepompen nabij de locatie. HIerdoor wordt met het initiatief een optimale invulling gegeven aan het gebruik en productie van duurzame energie. Voor de goede orde moet overigens worden vermeld dat de effecten van de te realiseren warmtepompen wel zijn beschouwd in het akoestisch onderzoek, maar dat de bouw van de warmtepompen geen onderdeel vormt van deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De warmtepompen zijn als overige bouwwerken te beschouwen en binnen de bestemming 'Gemengd - 3' rechtstreeks (de bouwhoogte is ruim minder dan het toegestane maximem van 3 meter) vergunningbaar als omgevingsplanactiviteit op grond van het bestemmingsplan 'I Binnenstad (Mariënhage Dommeltuin e.o.)'. Het aanpalende terrein is reeds zeer groen ingericht en geschikt voor waterberging. Met de ontwikkeling worden geen aanvullende verhardingen gerealiseerd. Aanvullend wordt voorzien in de realisatie van een groenplan. De ontwikkeling gaat hiermee op in een reeds gerealiseerde klimaatbestendige omgeving die bijdraagt aan het voorkomen van hittestress. Een pluspunt op het gebied van duurzaamheid is de herbruikbaarheid van de bestaande rijksmonumentale gebouwen voor de beoogde gebruiksfunctie. 4.13.2
Klimaat
4.13.2.1 Klimaat(adaptatie)algemeen Om invulling te geven aan de in de NOVI beschreven prioriteit 'Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' dient bij de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten rekening te worden gehouden met maatregelen ten aanzien van klimaatadaptatie. Onder klimaatadaptatie wordt verstaan: het tijdig en effectief aanpassen aan het actuele of verwachte klimaat. Daardoor kan schade door klimaatverandering beperkt worden. Voor klimaatadaptatie is het belangrijk om integraal te werken en meekoppelkansen met andere ruimtelijke ontwikkelingen te benutten. Er zijn veel mogelijkheden om de aanpak en maatregelen uit de verschillende transities te combineren. Hierbij kan gedacht worden aan waterberging in natuurgebieden, groen in de stad en vermindering van hitte in de bebouwde omgeving. Ten behoeve van deze omgevingsvergunning voor een
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
61
buitenplans omgevingsplan activiteit zijn mogelijke meekoppelkansen geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid ten aanzien van het aspect 'klimaatadaptatie' beoordeeld. 4.13.2.2 Beoordeling Via de kaarten van Atlas Leefomgeving is de kaart 'Klimaatrisico' geraadpleegd. Op de kaart wordt weergegeven waar de risico’s van klimaatverandering hoog zijn. Hoe groener de kleur, hoe hoger het risico. Het klimaatrisico op deze kaart laat zien waar men last kan hebben van een hoge gevoelstemperatuur (hittestress) én waar wateroverlast kan ontstaan na een hevige regenbui. Dat zijn vooral buurten met veel stenen.
Afbeelding: Atlas leefomgeving deelkaart 'klimaatrisico'
Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat het voormalige kloostercomplex Mariënhage is gelegen in een gebied met een verhoogd klimaatrisico. Lokaal is vanwege de groen ingerichte omgeving het risico op hittestress beperkt. Wel is het mogelijk dat wateroverlast in het betreffende gebied aan de orde kan zijn. Hiervoor zijn in de dommeltuin van het complex in het nabije verleden al maatregelen getroffen die ervoor zorgen dat de groene ruimte deels als waterbergend gebied kan fungeren. Met de inpandige functiewijziging van de monumentale bebouwing zijn geen aanvullende maatregelen aan de orde. In aanvulling hierop geldt dat in het westelijk tuingedeelte wordt voorzien in de realisatie van een groenplan. 4.13.3 Conclusie Het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie vormt geen beletsel voor het voornemen waarin het bestaande boutique kloosterhotel inpandig wordt uitgebreid. In aanvulling hierop geldt dat voorzien wordt in de realisatie van een groenplan. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
62
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
4.14
Gezondheid
4.14.1 Algemeen Als onderdeel van de afweging in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet in een Omgevingsplan ook rekening worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, vierde lid, Omgevingswet). Het belang van gezondheidsbescherming speelt dus een belangrijke rol bij een wijzigingsbesluit en moet zorgvuldig worden afgewogen tegen andere onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. 4.14.2 Beoordeling gezondheid algemeen Bij het beschermen van de gezondheid spelen veel verschillende aspecten een rol. Ter plaatse van het het besluitvakgebied is er geen sprake van geurhinder (paragraaf 4.5). De luchtkwaliteit ter plaatse van het besluitvakgebied voldoet aan de normen en zal naar verwachting de komende jaren verbeteren (paragraaf 4.4). Verder is er ter plaatse van de nieuw te ontwikkelen vleugel van het hotel, onder voorwaarden sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat (paragraaf 4.3). Het plangebied ligt niet binnen risicocontouren van risicovolle inrichtingen, transportroutes van gevaarlijke stoffen of buisleidingen (paragraaf 4.6). Gezien de locatie zijn gezondheidseffecten van agrarische activiteiten zoals het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, endotoxine emissies en het houden van geiten of pluimvee niet van toepassing voor het besluitvakgebied.
Ook bovengrondse hoogspanningsverbindingen liggen op grote afstand van het plangebied. Ter plaatse van het besluitvakgebied is er daarom sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor zowel de hotelgasten als de werknemers. De werknemers van het hotel vallen onder de Arbeidsomstandighedenwet (ARBO), waarin een veilige en gezonde werkplek wordt gewaarborgd. De gezondheid wordt in het planvoornemen voldoende beschermt. 4.14.3
Positieve gezondheid
4.14.3.1 Positieve gezondheid als stimulans Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met het belang van het bevorderen van de gezondheid. Gezondheidsbevordering wordt veelal geassocieerd met het verminderen van de druk van de leefomgeving op de gezondheid, bijvoorbeeld door geluid en luchtverontreiniging te beperken. Bij positieve gezondheid staat een brede kijk op gezondheid centraal: een fysieke leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten, wordt als een leefomgeving met positieve gezondheidseffecten beschouwd. Een concreet wettelijk kader waarin wordt geduid waaraan een leefomgeving met positieve gezondheidseffecten minimaal aan dient te voldoen ontbreekt. Wel wordt gestimuleerd om de leefomgeving zo in te richten dat positieve gezondheidseffecten worden bevorderd. De GGD GHOR Nederland heeft in samenwerking met het RIVM kernwaarden opgesteld die de basis vormen voor de uitwerking en borging van het thema positieve gezondheid in het Omgevingsplan. De kernwaarden zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk: woonomgeving, mobiliteit en gebouwen.
Ten behoeve van deze Buitenplanse omgevingsplanacitviteit (BOPA) zijn de relevante bijdragen aan positieve gezondheid geïnventariseerd en is de aanvaardbaarheid van de verlening van een omgevingsvergunning voor afwijking van het Omgevingsplan beoordeeld.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
63
4.14.3.2 Beoordeling positieve gezondheid Het voornemen geeft invulling aan de kernwaarden van positieve gezondheid. Omdat het voornemen de realisatie van hotelkamers betreft, zijn voor gasten gezondheidsaspecten die betrekking hebben op een relatief kort verblijf relevant. Daarnaast brengen werknemers van het hotel tijd door op de locatie. Kernwaarden die van toepassing zijn op prettige en geschikt wonen zijn daarom niet van toepassing. De planlocatie is een aantrekkelijke plek in het stadscentrum van Eindhoven. De locatie betreft een historisch gebouw met relatief veel groen. Er bevinden zich meerdere oude bomen op de locatie en open gebieden met gras. Aantrekkelijk ingerichte plekken dragen bij aan het verminderen van de kans op eenzaamheid en stressgerelateerde klachten en dragen bij aan de fysieke fitheid, sociale cohesie en kwaliteit van leven. Omdat de planlocatie zich bevindt in het stadscentrum van Eindhoven zijn voorzieningen dichtbij. Er is een gevarieerd aanbod van voorzieningen in het centrum op het gebied van winkelen, ontspanning en zorg. Ook zijn er goede fiets- en ov-verbindingen. In het centrum is een goede functiemenging wat bijdraagt aan levendigheid, het ontmoeten van buurtgenoten en meer bewegen (voorzieningen zijn lopend of op de fiets bereikbaar). In aanvulling hierop geldt dat met het plan wordt voorzien in de realisatie van een groenplan.
4.14.4 Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen beletsel voor het voornemen waarin het bestaande boutique kloosterhotel wordt uitgebreid. Met het initiatief wordt daarnaast mede invulling gegeven aan kernwaarden van een positieve gezondheid. Vanuit het oogpunt van gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.15
MER-beoordeling
4.15.1
Algemeen
Milieueffectrapportage Een BOPA is geen plan of programma, dus er gelden geen plan-mer verplichtingen. Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan project-mer(-beoordelings)plichtig zijn. Dit is afhankelijk van de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Bij een bepaalde grootte van een project moet het bevoegd gezag een mer-beoordelingsbesluit nemen of moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. In een project-mer-beoordeling toetst het bevoegd gezag of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden waarvoor een mer nodig is. milieueffectrapportage (mer) = de procedure milieueffectrapport (MER) = het rapport De projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, staan in het Omgevingsbesluit bijlage V. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een mer-beoordeling (kolom 3) waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een mer nodig is en een verplicht mer (kolom 2). Om te bepalen in welke categorie een besluit valt is er een lijst met projecten opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit (kolom 1). Hierin zijn ook de drempelwaardes in opgenomen, die aangeven welke procedure er doorlopen moet worden (kolom 2 en 3).
Als een project voorkomt in de lijst met mer-(beoordelings)plichtige projecten (kolom 1), maar niet voldoet aan de voorwaarden in kolom 2 (mer-plicht), dan moet een project-mer-beoordeling worden uitgevoerd. In kolom 3 van bijlage V van het Omgevingsbesluit kunnen nog voorwaarden worden gesteld voor de mer-beoordelingsplicht. Het besluit dient in kolom 4 van bijlage V van het Omgevingsbesluit te staan.
64
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
In een project-mer-beoordeling (artikel 16.43, lid 2 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke uitkomsten: Het is uitgesloten dat er aanzienlijke milieueffecten voor het milieu optreden; er is geen mer nodig en er wordt geen MER opgesteld. Dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten moet in het besluit worden gemotiveerd. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten; in dit geval moet er een mer worden doorlopen en een MER worden gemaakt. Er zijn eisen aan de inhoud van de project-mer-beoordeling. De eisen in bijlage III bij de mer-richtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Een mer-beoordelingsnotitie moet een beschrijving bevatten van: het project: de fysieke kenmerken en de locatie; de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; wanneer die informatie beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke effecten door verwachte residuen, emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In de mer-beoordelingsnotitie mag ook een beschrijving opgenomen worden van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke effecten te beperken of te voorkomen. Een mer is dan niet nodig, zie artikel 11.10, lid 3, van het Omgevingsbesluit. De initiatiefnemer levert deze informatie aan bij het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag beoordeelt de informatie en houdt rekening met de criteria uit Bijlage III van de Europese mer-richtlijn (2011/92/EU). Er zijn 3 hoofdcriteria in een mer-beoordeling: 1. 2. 3.
de kenmerken van het project de plaats van het project de kenmerken van de potentiële effecten
1.
Kenmerkenvan het project
Bij dit criterium moet het bevoegd gezag kijken naar het volgende: de omvang en het ontwerp van het gehele project de opstapeling van effecten (cumulatie) met andere projecten het gebruik van natuurlijke hulpbronnen de productie van afvalstoffen verontreiniging en hinder het risico van zware ongevallen of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering de risico's voor de menselijke gezondheid 2.
Plaats van het project
Bij dit criterium kijkt het bevoegd gezag naar de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project invloed heeft. Het gaat dan over: het bestaande (en goedgekeurde) grondgebruik de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en de ondergrond ervan het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met aandacht voor:
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
65
wetlands, oeverformatie en riviermondingen, kustgebieden en het mariene milieu berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken gebieden die in de Nederlandse wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) gebieden waar de Europese milieukwaliteitsnormen al niet worden gehaald gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang 3.
Kenmerkenvan potentiële effecten
Voor dit criterium kijkt het bevoegd gezag naar de mogelijke aanzienlijke effecten op het milieu door het project. Het gaat dan om: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten. Bijvoorbeeld hoe groot het gebied is waar effecten optreden en hoeveel mensen daar wonen. de aard van het effect het grensoverschrijdend karakter van het effect de intensiteit en de complexiteit van het effect de waarschijnlijkheid van het effect de verwachte aanvang, de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen 4.15.2
Vrijwillige project-mer beoordeling
In kolom 1 van Bijlage V van het Omgevingsbesluit staan de projecten 'J11 Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' en 'M3 Vakantiedorpen of hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen'. Het project betreft een binnenstedelijk hotelcomplex en valt daardoor niet onder de reikwijdte van categorie M3. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject categorie J11 is afhankelijk van de aard en de omvang van de voorziene wijziging en de situatie rondom de projectlocatie. Er is veel jurisprudentie over een stedelijk ontwikkelingsproject onder het voormalige Besluit mer: De Raad van State oordeelde in 2019 bij de uitbreiding van een bestaand hotel met 53 kamers en van een bestaand parkeerterrein met een smalle strook grond in Breda dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van een milieueffectrapportage (ECLI:NL:RVS:2019:1668). De Raad van State oordeelde in 2021 dat een functiewijziging van een voormalige kerk naar hotel, theater en café die gepaard gaat met enige uitbreiding van de bebouwing (realisatie van een nieuwbouwvleugel met daarin 39 hotelkamers en serre) niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject in het kader van een milieueffectrapportage (ECLI:NL:RVS:2021:386).
De Raad van State oordeelde in 2022 dat functiewijziging binnen stedelijk gebied van een woonfunctie naar een horecafunctie met de realisatie van een 5-sterren-plus hotel met 56 kamers waarbij er een aanzienlijke toename van bouwmassa plaatsvindt, wel een stedelijk ontwikkelingsproject is in het kader van een milieueffectrapportage (ECLI:NL:RVS:2022:3898). Aangenomen kan worden dat de lijn in jurisprudentie onder de Omgevingswet wordt voortgezet.
66
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Gezien de omvang van de beoogde hoteluitbreiding waar deze BOPA op toeziet en gezien het gegeven dat de uitbreiding zal plaatsvinden binnen reeds bestaande bebouwing, is het project niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject bedoeld onder categorie J11. Conclusie De BOPA waar deze mer-beoordelingsnotitie op toeziet is geen mer-(beoordelings)plichtig project, omdat het voornemen niet overeenkomt met de omschrijving van projecten genoemd in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voorliggende project-mer-beoordeling is vrijwillig opgesteld om de milieueffecten van het project inzichtelijk te krijgen. En dient om de onderbouwing van de BOPA volledig te maken. 4.15.3
Resultaten beoordeling milieueffecten
In onderstaande tabel zijn de conclusies per milieu aspect weergegeven waarbij is aangegeven of een significant effect kan worden uitgesloten.
Aspect Natuurgebieden
Flora&Fauna
Stikstof
Fijnstof en NO2
Geur
Geluid
Externe veiligheid
Bodem Water
Conclusie Significant effect? Gezien de afstand tot de natuurgebieden en de aard van Nee de het planvoornemen is het uit te sluiten dat het planvoornemen een negatief effect heeft op omliggende natuurgebieden. Vogels, vleermuizen, de algemene spits-, woel- en ware Onder muizen kunnen worden verstoord door het voorwaarden planvoornemen. Door genoemde mitigerende maatregelen kan dit voorkomen worden voor de muizen en vogels. Met nader onderzoek kan worden bepaald wat de effecten op de vleermuizen zijn. Het planvoornemen leidt niet tot een toename van Nee depositie op voor stikstofgevoelige habitats. Er is geen sprake van een Natura 2000-activiteit. Het planvoornemen is niet in betekende mate (NIBM). Het Nee woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtverontreiniging is aanvaardbaar. Het planvoornemen veroorzaakt daarom geen relevante Nee toename van geur ter plaatse van geurgevoelige objecten in de omgeving. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geur. Het plan is vanuit akoestisch oogpunt mogelijk. Om een Onder aanvaardbaar binnenniveau ter plaatse van de nieuw te voorwaarden ontwikkelen hotelkamers te garanderen moeten de achterzetramen moderne kozijnen met HR++ glas betreffen Het plangebied ligt niet binnen risicocontouren of Nee aandachtsgebieden van risicovolle inrichtingen, transportroutes of buisleidingen.
Het planvoornemen voorziet niet in de realisatie van een risicovolle inrichting Het planvoornemen voorziet niet in grondverzet. Nee Er is geen sprake van een toename van verhardingen. Nee
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
67
Archeologie en cultuurhistorie
Gezondheid
Voor de realisatie van het planvoornemen zijn geen Onder bodemingrepen nodig. Er geldt daarom geen voorwaarden onderzoeksplicht. Het planvoornemen moet worden goedgekeurd door de commissie. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Nee Het planvoornemen geeft invulling aan de kernwaarden van positieve gezondheid
4.15.4 Conclusie Het aspect milieueffecten staat niet in de weg aan het voornemen. Vanuit het aspect milieueffecten is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
68
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Inleiding
Vanaf 1 januari 2024 wordt waar nodig het Omgevingsplan gewijzigd. Via het Omgevingsloket is op termijn daarom nog maar één, geconsolideerd Omgevingsplan te vinden, waarin alle wijzigingen integraal zijn verwerkt. Uiterlijk 2032 moet het gebiedsdekkend Omgevingsplan 'nieuwe stijl' gereed zijn.
5.2
Juridische systematiek
Een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het Omgevingsplan en niet vergunningvrij is met betrekking tot de activiteit bouwen. Burgers, bedrijven en overheden kunnen toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren door een omgevingsvergunning aan te vragen. Als de activiteit in strijd is met het Omgevingsplan, is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het afwijken van het Omgevingsplan middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is mogelijk wanneer er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.3
Werkingsbereik/ toepassingsbereik
Voorliggende initiatief betreft uitsluitend een vergunningsaanvraag voor een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit. Bij deze activiteit wordt het Omgevingsplan gemeente Eindhoven niet aangepast.
5.4
Beschrijving per functie
Er wordt afgeweken van de functie 'Gemengd - 3' zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Eindhoven zoals vastgesteld in het wijzigingsplan '1e wijziging Binnenstad Mariënhage'. De beoogde activiteit die bestaat uit een inpandige uitbreiding van het bestaande boutique kloosterhotel Mariënhage met 54 hotelkamers (waarmee het aantal hotelkamers wordt vergroot tot een maximum van 132 kamers) is in strijd met de geldende planregels. Op basis van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de inpandige uitbreiding van het aantal hotelkamers mogelijk gemaakt. Om het pand te voorzien van voldoende energie worden warmtepompen nabij de locatie geplaatst waardoor het initiatief een optimale invulling geeft voor het gebruik en productie van duurzame energie. Voor de goede orde moet worden vermeld dat de effecten van de te realiseren warmtepompen wel zijn beschouwd in het akoestisch onderzoek, maar dat de bouw van de warmtepompen geen onderdeel vormt van deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De warmtepompen zijn als overige bouwwerken te beschouwen en binnen de bestemming 'Gemengd - 3' rechtstreeks (de bouwhoogte is ruim minder dan het toegestane maximem van 3 meter) vergunningbaar als omgevingsplanactiviteit op grond van het bestemmingsplan 'I Binnenstad (Mariënhage Dommeltuin e.o.)'.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
69
70
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Algemeen
In tegenstelling tot de Wet (en het Besluit) ruimtelijke ordening geldt onder de Omgevingswet dat een gemeenteraad bij het toekennen van functies aan locaties niet meer aannemelijk hoeft te maken dat die ontwikkeling (financieel) uitvoerbaar is. In haar Omgevingsplan wordt door de gemeente aangegeven dat een functie op een bepaalde locatie kan komen, wat minder verstrekkend is. Enkel behoeft te worden gemotiveerd dat een ontwikkeling in beginsel mogelijk is ('niet evident onuitvoerbaar'). Pas als zich een concreet initiatief aandient dat past binnen de in het Omgevingsplan toebedeelde functie, moet worden onderzocht hoe dat op een aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd.
6.2
Kostenverhaal
De gemeente kan kosten van werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Indien sprake is van een ontwikkeling op eigendomsgronden van de overheid zelf, is het kostenverhaal verzekerd en zijn daartoe geen overeenkomst of kostenverhaalsregeling aan de orde.
Anterieure overeenkomst Als sprake van een ontwikkeling die op eigendomsgronden van de overheid is gelegen, dan is het uitgangspunt van de overheid om middels het sluiten van een anterieure overeenkomst het kostenverhaal te verzekeren. Dit is mogelijk op grond van artikel 13.13 Ow. Indien een toereikende overeenkomst wordt gesloten, kan overgegaan worden tot het wijzigen van het Omgevingsplan en vinden betalingen plaats op grond van de gemaakte afspraken.
Publiekrechtelijk kostenverhaal Naast het privaatrechtelijke spoor van het sluiten van een anterieure overeenkomst, kan het kostenverhaal ook via het publiekrechtelijke spoor worden verzekerd in het Omgevingsplan, in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) of een projectbesluit (paragraaf 13.6.3 Ow). Dit spoor is aan de orde indien geen overeenkomst wordt bereikt bij de onderhandelingen over de anterieure overeenkomst. In het publiekrechtelijke spoor mag de overheid de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan de criteria profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Daarnaast mogen er niet meer kosten worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn. Het kostenverhaal van voorliggende planontwikkeling is verzekerd in het privaatrechtelijke spoor.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
71
72
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Hoofdstuk 7 7.1
Proces en participatie
Participatie & Procedure
Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure en soms de uitgebreide procedure. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van de Omgevingswet dat bij de verlening van omgevingsvergunningen zoveel mogelijk de reguliere procedure wordt gevolgd. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. In onderhavig geval is naast de BOPA ook nog sprake van monumentenactiviteiten. Indien deze monumentenactiviteiten worden aangemerkt als een ingrijpende wijziging, dan geldt de uitgebreide procedure. Bij het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt op grond van artikel 16.55 Omgevingswet de verplichting om aan te geven OF en en zo ja HOE participatie is uitgevoerd. Dit aanvraagvereiste is verder uitgewerkt in de omgevingsregeling. In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling is bepaald dat: 1. 2.
Bij de aanvraag wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Als burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
De gemeente Eindhoven heeft in het verlengde van het in de Omgevingswet vastgelegde instrumentarium de 'Nota Participatiebeleid Omgevingswet' vastgesteld. De gemeente Eindhoven stelt participatie verplicht voor alle vergunningaanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot het bouwen van gebouwen en/of activiteiten met betrekking tot wijziging van het gebruik hiervan. Gelet op het feit dat van een dergelijke vergunningaanvraag sprake is, is onderhavig voornemen onderwerp geweest van participatie. In onderstaande wordt de voor het voornemen uitgevoerde participatie beschreven.
7.2
Participatie
Inleiding Vamuit het oogpunt van participatie zijn inwoners, een vaste gesprekpartner en vooroverlegpartners benaderd om de beoogde ontwikkeling te bespreken: Op woensdagmiddag 22 mei 2024 en donderdagavond 23 mei 2024 zijn door bureau Franken namens initiatiefnemer inloopmomenten georganiseerd waarbij de bewoners van de wijk aan de Augustijnendreef zijn uitgenodigd. Het betreft inwoners van de straten: Aert Roelofsstraat, Johanna van Rochefortstraat, Nicolaas Clopperstraat en de Willem Dicbierstraat (alles binnen de gele omlijning op onderstaande foto). Daarnaast heeft op 14 mei 2024 een gesprek plaatsgevonden met het Pullman Hotel, die bij de eerdere herontwikkeling van voormalige kloostercomplex Mariënhage ook gesprekspartner was. Tenslotte is op 1 november 2024 een speciale excursie georganiseerd, voor vooroverlegpartners zoals de Van Abbe-stichting, Werkgroep AVKP, en Stichting Wederopbouw. Trefpunt Groen is ook uitgenodigd maar heeft afgezien van deelname, gezien de aard van de inpandige functieverandering en verbouwing. In onderstaande wordt verder ingegaan op de hierboven aangehaalde participatie.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
73
Afbeelding: participatie met inwoners uit aangrenzende woonwijk (bron: verslag participatie Bureau Franken) Centrale thema's tijdens participatie inwoners Tijdens de bijeenkomsten met inwoners op 22 en 23 mei 2024 stonden drie zaken centraal: 1.
Reflecteren op 5 jaar DomusDELA. Aanwezigen werd gevraagd hoe zij het wonen in de binnenstad en bij de DomusDELA in de buurt ervaren. Ook werd de bewoners gevraagd of zij zelf ooit gebruik maken van het gebouw of het terrein en wat zij van de eerste ontwikkelingen hebben meegekregen. 2. De plannen werden toegelicht door de projectleider aan de hand een presentatie die geprint beschikbaar was. 3. Als laatste werden de bezoekers gevraagd om hun boodschap achter te laten en de zin “Het zou zo mooi zijn als…” aan te vullen. Daarnaast was er tijd voor een rondleiding door de bouwdelen voor de geïnteresseerden. Hier waren de bewoners erg benieuwd naar. De reflectie op 5 jaar DomusDela is samengebracht in onderstaande afbeelding en uitgebreider beschreven in het participatieverslag.
74
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Afbeelding: reflectie 5 jaar DomusDela (bron: participatieverslag DomusDela) De bezoekers van de participatiebijeenkomsten hebben inbreng geleverd wat volgens hun mooi zou zijn als daar invulling aan kan worden gegeveb. In onderstaande afbeelding en uitreider in het participatieverslag is dit beschreven.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
75
Afbeelding: achtergelaten boodschap (bron: participatieverslag DomusDela) Vervolg op gevoerde participatie met inwoners: Met een aantal praktische opmerkingen vanuit de buurt kan meteen iets worden gedaan zoals meer communiceren over de bouwplannen en activiteiten. In een volgende fase kan de buurt weer worden uitgenodigd en er kan een openingsevenement voor de buurt worden georganiseerd. De buurtbewoners hebben ook aangegeven meer contact met elkaar te willen en een plek voor initiatieven en maatschappelijke functie(s). Deze inzichten zullen met de gemeente worden gedeeld en het projectteam gaat kijken hoe zij met het project hierin kunnen faciliteren. Tot de start van de bouw kan er in ieder geval letterlijk en figuurlijk ruimte gegeven worden aan initiatieven vanuit de buurt of de stad. Overleg Pullman: Op 14 mei 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden met het Pullman Hotel, die bij de eerdere herontwikkeling van voormalige kloostercomplex Mariënhage ook gesprekspartner was. Pullman Hotel heeft naar aanleiding van een presentatie van het voornemen aangegeven geen opmerkingen te hebben. Excursie vooroverlegpartners: Op 1 november 2024 is een speciale excursie georganiseerd, voor vooroverlegpartners zoals de Van Abbe-stichting, Werkgroep AVKP, en Stichting Wederopbouw.
Trefpunt Groen is ook uitgenodigd maar heeft afgezien van deelname, gezien de aard van de inpandige functieverandering en verbouwing.
76
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
Tijdens de excursie werd het project nader toegelicht door de projectleider (FRANKEN). Er was ruimte voor vragen en opmerkingen, en aan het begin van de bijeenkomst is duidelijk aangegeven dat de excursie was georganiseerd om de groepen te informeren over de plannen en om een interessante rondleiding te verzorgen langs locaties in de panden waar men normaal gesproken niet komt. De bijeenkomst/ rondgang met deze vooroverlegpartners is door de vooroverlegpartners zeer gewaardeerd en is door hen zeer waardevol geacht . Gevraagd is om eventuele reacties schriftelijk in te dienen. Tot op heden zijn er géén reacties ontvangen met eventuele input ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Uitgebreid verslag participatie; Een uitgebreid verslag van de participatie is toegevoegd als Bijlage 7 aan deze motivering.
7.3
Indienen aanvraag, begin beslistermijn
De initiatiefnemer kan de aanvraag indienen via het DSO. De beslistermijn begint te lopen vanaf het moment van ontvangst van de aanvraag. Als het bevoegd gezag de beslissing op de aanvraag aanhoudt, begint de termijn te lopen op de dag waarop de aanhouding eindigt. De beslistermijn is normaliter 8 weken. Hieronder vindt u gevallen waarvoor een langere beslistermijn geldt. Zie de artikelen 16.61 en 16.64, lid 1, Omgevingswet, en artikel 14.1 Omgevingsbesluit.
omgevingsvergunning BOPA Uitbreiding hotel Mariënhage Eindhoven
77