Bijlage 3 - Landschappelijke bouwstenen Groenzone Dorgelolaan
Tekst van het document
Bestaande graslanden
Kans: Vergroening platte daken Kans: Verbreding faunacorridor
50
Faunacorridor
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
59
Ontwerpen vanuit gidssoorten Alpenwatersalamander
Ecologische corridor: • Droog, minimale breedte 70m • Maximale onderbreking: 10m
Alpenwatersalamander
• •
Afstand tussen sleutelgebieden*: 500m Oppervlakte sleutelgebieden*: 5ha *Sleutelgebieden zijn kernleefgebieden waar soorten permanent kunnen verblijven, voortplanten en voedsel vinden.
Inrichting corridor • Gradiënt van water naar graslanden en beboste gebieden Barrières • Waterweg steile randen • Spoorlijnen enkel • Provinciale wegen 3.000 - 10.000 • Provinciale wegen > 10.000 • Weg > 4-baans
Leefgebied: Poelen, greppels, moerassige laagten
Inrichting: Geïsoleerde wateren met vlakke oevers
Bron: OpenData Eindhoven (Kansenkaart biodiversiteit, Dierenfactsheets), geraadpleegd op 1/10/24
Het leefgebied van de Alpenwatersalamander varieert gedurende het jaar. In het voorjaar, tijdens de voortplantingsperiode, bevindt de Alpenwatersalamander zich in kleine wateren zoals poelen en sloten. Buiten de paartijd leven de volwassen dieren voornamelijk op het land, waar ze dekking zoeken onder bomen en in vochtig grasland. Een optimaal leefgebied bestaat uit geïsoleerde wateren met zachte oevers en een geleidelijke overgang van water naar beschutting.
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
60
Ontwerpprincipes Alpenwatersalamander
Bestaande situatie spoorsloot
Introduceren van een geleidelijke overgang van water naar bos en grasland, idealiter met een talud van 1:5.
Aanleg van moerassige oevers.
Introduceren van geïsoleerde wateren, zoals poelen.
Minimale waterdiepte om poelen te maken.
Voor elke ecologische gidssoort zijn de habitateisen en hun ruimtelijke implicaties op de locatie in kaart gebracht. Door principes te ontwerpen kunnen bouwstenen worden ontwikkeld. Deze bouwstenen dienen in een latere fase als basis voor het opstellen van de kavelpaspoorten.
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
61
Ontwerpen vanuit gidssoorten Alpenwatersalamander
Voorstel: Natuurvriendeljke dommeloevers Bestaande graslanden Bestaande bosstructuren Bestaande watergangen
De Alpenwatersalamander heeft een leefgebied van minimaal 70 meter nodig, met een geleidelijke overgang van nat naar droog. De bestaande (broek)bossen op het terrein vormen een optimaal leefgebied voor deze gidssoort en doelsoort en moeten moeten daarom worden beschermd en versterkt. Door de watergang ter hoogte van de Dutch Mountains te ontkluizen, kunnen de habitats van de Dommeloevers en het water naast het spoor met elkaar worden verbonden.* * Tekst nader uit te werken.
Voorstel: Ontkluizing watergang Voorstel: Verbreding faunacorridor Kans: Integratie regentuinen of moerasachtige structuren
50
Faunacorridor
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
62
Ontwerpen vanuit gidssoorten Grote Bonte Specht
Grote Bonte Specht Dispersie- en oppervlaktegegevens: • Afstand tussen sleutelgebieden: 20.000m • Oppervlakte sleutelgebieden: 750ha :*Sleutelgebieden zijn kernleefgebieden waar soorten permanent kunnen verblijven, voortplanten en voedsel vinden.
Leefgebied: Brede variatie van bossen
Inrichting: Staand dood hout
Bron: OpenData Eindhoven (Kansenkaart biodiversiteit, Dierenfactsheets), geraadpleegd op 1/10/24
De grote bonte specht leeft in uiteenlopende bosrijke omgevingen, van loof- en naaldbossen tot gemengde bossen, (broek)bossen, stadsparken en tuinen, zolang er maar voldoende bomen aanwezig zijn. Ze geven de voorkeur aan gevarieerde bosstructuren met zowel jonge als oude bomen, open en dichte zones, en vooral een ruime aanwezigheid van staand dood hout, dat essentieel is om in te foerageren. Dit heeft directe gevolgen voor het beheer van de (broek)bossen op het terrein: deze moeten zo min mogelijk worden beheerd en juist worden beschermd bij de (her)ontwikkeling van de kavels langs de Professor Doctor Dorgelolaan Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
63
Ontwerpprincipes Grote Bonte Specht
Behoud van dode stammen waar vogels kunnen foerageren en/of nestelen.
Te overbruggen afstand tussen sleutelgebieden is 20km.
Recreatie op paden is in de stapstenen (75ha) en sleutelgebieden (750ha) toegestaan.
Voor elke ecologische gidssoort zijn de habitateisen en hun ruimtelijke implicaties op de locatie in kaart gebracht. Door principes te ontwerpen kunnen bouwstenen worden ontwikkeld. Deze bouwstenen dienen in een latere fase als basis voor het opstellen van de kavelpaspoorten.
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
64
Ontwerpen vanuit gidssoorten Grote Bonte Specht
Bos van arme zandgronden
Droog bos met productie
(broek)bossen met gradiënt van nat naar droog
Droog bos met productie (bestaand)
Bos van arme zandgronden (bestaand) Droog bos met productie (bestaand)
Om het leefgebied van de Grote Bonte Specht te vergroten, is het vooral belangrijk om de bestaande (broek)bossen te beschermen. Daarnaast moet de groenzone tussen de (broek)bossen en langs het spoor zo groen mogelijk worden ingericht om de groene kamstructuur te versterken. Deze structuur verbindt de groenstructuren van de Dorgelolaan met het Wasven en de Dommeloevers. Op deze manier wordt de locatie ontwikkeld als een groenblauwe schakel groen-blauwe schakelbinnen binnende deWiggenstructuur. Wiggenstructuur.*
Boskamer (droog) Bos van arme zandgronden (bestaand) (broek)bossen met gradiënt van nat naar Boskamer (broekbos) droog Voorstel: Versterken bosstructuren Voorstel: Versterken bosstructuren Beschermingszone broekbos (5m) Beschermingszone (broek)bos (5m)
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
65
Ontwerpprincipes hemelwater
De bergingseis binnen het perceel is 60mm per m2 verhard oppervlak.
Vermijd het afvoeren van hemelwater naar de bestaande (broek)bossen.
Gebruik de bestaande groenbermen en -stroken (aan de noordkant van het plangebied) om op af te wateren (en mogelijk water te bergen in een laagte of wadi). Voor zover mogelijk in relatie tot de ligging van de kabels en leidingen in de groenbermen"
Gebruik daken voor hemelwaterberging. Benut het opgeslagen water voor hergebruik in het gebouw of voor het groendak.
Gebruik zo min mogelijk verharding op het maaiveld. Kies bij gebruik van verharding waterpasserende stenen, grasstenen of halfverharding.
Waterberging op private kavels wordt ingericht volgens het omgevingsplan en de bijbehorende rekentool Klimaatopgave op terrein/kavel. Waar mogelijk wordt gekozen voor groene oplossingen, zoals wadi’s en groenblauwe daken, die bijdragen aan een klimaatadaptieve en leefbare omgeving. Daarnaast wordt een overloopvoorziening naar de spoorsloot ruimtelijk ingepast, om tijdelijk hemelwater te bergen. De precieze invulling daarvan vraagt om verdere afstemming met het waterschap. Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
66
Ontwerpprincipes broekbos
Beschermen van de bestaande bosstructuren op het terrein met een beschermingszone van 5 meter, die ook toegankelijk is voor hulpdiensten.
Het (broek)bos als zelfbeherend systeem: dood hout inzetten voor de verrijking van microorganismen in de bodem.
Beschermen van de natuurlijke grondwaterfluctuaties voor afwisselende verdroging en vernatting van het bos.
Voor elk type beschermd habitat zijn de habitateisen en hun ruimtelijke implicaties op de locatie in kaart gebracht. Door principes te ontwerpen kunnen bouwstenen worden ontwikkeld. Deze bouwstenen dienen in een latere fase als basis voor het opstellen van de kavelpaspoorten.
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
67
Landschappelijke bouwstenen Dorgelolaan Eindhoven
68