CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Cultuurhistorisch en tuin historisch onderzoek De Wielewaal, Eindhoven

Raadsvergadering 20 februari 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwikkelingsvisie Stadsbos en Landgoed De Wielewaal18.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het is niet met zekerheid te zeggen of Tersteeg betrokken was bij de aanleg van het rosarium, ‘t nieuwe park, het cederpark, het arboretum en de mall tussen De Wielewaal en het sterrenbos. Wel is bekend dat Tersteeg in de jaren twintig en dertig vaak in Eindhoven was. Na de aanleg van het Philips-De Jongh Wandelpark kreeg hij verschillende opdrachten van de gemeente Eindhoven, zoals voor het villapark Den Elzent (1921), het Dommelplantsoen (1926) en het sportterrein Aalsterweg (1933). Ook bleef hij actief voor de familie Philips, zoals bij de aanleg van het golfterrein en het Philips-De Jongh Wandelpark in Valkenswaard, en het ontwerp van een villa aan de Parklaan 26 in Eindhoven in 1930. Dit laatste was het huis waar Antons jongste dochter Jetty ging wonen met haar man Adriaan Knappert, die twee jaar later met zijn auto zou verongelukken.

38

Pinetum.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

39

40

Frits Philips en de Wielewaal Met de aankoop van Landgoed ‘De Pan’ in 1924 en de aanleg van ‘de golf’ vanaf 1929 kon Anton Philips zijn natuurliefhebberij over verschillende landgoederen verdelen. Zijn kinderen waren inmiddels volwassen en allengs werd de golfbaan in Valkenswaard de favoriete weekendbestemming. Het landgoed aan de Oirschotsedijk kon worden doorgegeven aan de volgende generatie. Antons zoon Frits Philips maakte al tijdens zijn studietijd in Delft plannen om daar een droomhuis te bouwen, dat hij De Wielewaal zou noemen. Frits Philips was in 1923 in Delft Werktuigbouwkunde gaan studeren en ontmoette een jaar later zijn toekomstige vrouw Sylvia van Lennep (1905-1992). Ze trouwden in 1929 en woonden eerst in Bloemendaal, in verband met de dienstplicht van Frits.46 In 1930 volgde de verhuizing naar Parklaan 11 in Eindhoven. Frits startte dat jaar bij het familiebedrijf als chef van de Philitefabriek (bakeliet). Het echtpaar zou zeven kinderen krijgen: Digna (1930-2018), Anton Frederik (1932), Anne Jetje (1933-2007), Sylvia (1936-1988), Warner (1938-2022), Frits jr. (ca. 1939) en Maria H. (ca. 1947). Ook Frits Philips was, volgens zijn zoon Frits, geen verwoed jager. Hij organiseerde jachtpartijen vooral om het sociale aspect. Zijn grote hobby was zijn tin-collectie.

Het echtpaar was zeer actief in de Oxfordgroep en de Morele Herbewapening, een kerkelijke beweging die zich inzette voor de wereldvrede en tegen het communisme en de klassenstrijd. In het voorjaar, wanneer de rododendrons bloeiden, nodigde Philips vaak honderden relaties en personeelsleden uit om in de Wielewaal te wandelen. Speciaal daarvoor werd een wandelkaart vervaardigd.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Frits Philips tijdens een jachtpartij op het landgoed, 1986. [De Wielewaal]

Architect Frans Stam Over de bouw van huis De Wielewaal schreef Frits Philips een gedetailleerd verslag in zijn memoires (zie kader). Kort na hun verloving in 1925 zag het stel in Wassenaar een villa in aanbouw, die hen zeer aansprak. Via de aannemer werd de architect benaderd: Frans Stam (1879-1972). Over deze architect, voluit Franciscus Wenzlaus Stam geheten, is maar weinig bekend. Hij werd geboren en was gevestigd in Dordrecht. Daar trad hij in 1909 in het huwelijk met Gonda Tromer en kreeg hij twee dochters. Zijn bouwkundige oeuvre bleef klein en bestond onder meer uit de verbouwing van het pand Wolwevershaven 46 in Dordrecht (1913). Het ontwerp van een droomhuis Midden jaren twintig zat Stam verlegen om werk en begon hij min of meer voor eigen rekening aan een ontwerp van een villa voor Philips. Van het een kwam het ander en lang voor het paar was getrouwd, hadden zij al uitgebreid met de architect gestudeerd op het huis van hun dromen, met veel kinderkamers, open schouwen om de verzameling Delftse tegels te kunnen etaleren, een leiendak en tal van details. Hoewel het nog jaren zou duren eer het droomhuis gebouwd zou worden, hield Stam het contact warm en kwam hij jaarlijks langs om verder te praten over het huis en de tekeningen aan te passen en verder uit te werken.

Tijdens de crisis stelde Anton Philips zijn zoon voor om te gaan bouwen, omdat de prijzen in de bouw gunstig waren. De bouw van De Wielewaal werd aanbesteed aan NV Ingenieur-Bureau voor de Bouwnijverheid te Oegstgeest, op 18 oktober 1933 voor de prijs van f. 95.350,-, inclusief garage met chauffeurswoning.47 In 1939 zou Stam nog een uitbreiding van De Wielewaal met een nieuwe vleugel ontwerpen, die pas in 1946 tot stand kwam.48 De Wielewaal was het laatste grote werk van Stam. 41

Frits Philips met zijn vader Anton, 1915. [Sotheby]

Frits Philips over de bouw van De Wielewaal:

‘Wij zijn als jonggehuwden in ons huis te Bloemendaal en later in onze ingenieurswoning te Eindhoven dolgelukkig geweest, maar voor ons bracht 1934 nogmaals een grote gebeurtenis, toen wij ons nieuwe huis De Wielewaal konden betrekken. Dat huis had een lange voorgeschiedenis, die voor een deel begon in 1912, toen mijn ouders aan de Oirschotsedijk het bos “Het Zwarte Huis” kochten. Het was een dennenbos, doorkruist met eikenlanen. Het geheel deed wat saai aan. In de loop der jaren hebben mijn ouders daarin allerlei veranderingen aangebracht, met medewerking van de uitstekende tuinarchitect Tersteeg uit Naarden, die met veel fantasie een prachtig pinetum aanlegde en mooie rododendrons aanplantte. Het is nu een lusthof geworden. De geschiedenis van het huis De Wielewaal zelf begon pas veel later, op een dag dat Sylvia van Lennep en ik enige tijd na onze verloving een wandeling door Wassenaar maakten. Daar werd een huis gebouwd, dat ons beiden bijzonder aantrekkelijk voorkwam. Zelfs zozeer dat ik besloot naar de architect te informeren. Ik schreef de aannemer een briefje met het verzoek mij de naam van deze architect mee te delen. Daarop vernam ik taal nog teken, maar enige weken later stond er op de stoep van Oude Delft 170 een meneer, die zich voorstelde als Frans Stam, de architect van dat huis in Wassenaar.

Dadelijk vroeg hij mij, of ik een huis wilde laten bouwen, waarop ik hem zei, dat ik nog niet helemaal getrouwd was.

“Maar als u eenmaal getrouwd bent, zou u dan niet aan een huis denken?” “Denken misschien wel, meneer Stam, maar hoe lang dat bij denken zal blijven weet ik niet.” “Heeft u daar toch niet enige idee over? Want ziet u, blijkbaar heeft u belangstelling voor mijn werk. Nu heb ik toevallig momenteel geen werk omhanden en daarom zou ik willen voorstellen, dat u mij eens een plan voor uw toekomstig huis laat maken.” Ik was een onervaren student, wel geïnteresseerd in de architectuur; ik zei hem, dat ik volkomen vrij wilde blijven en er ook niet aan dacht enige kosten te maken. Maar hij hield aan: “Vertelt u mij dan in elk geval, aan wat voor kamers u voor uw toekomstig huis zou denken.” Ik dacht hardop: “Een woonkamer, een hall, de eetkamer, een kamer voor mijzelf, een kinderkamer…” “En hoeveel slaapkamers?” “Dat hangt van de kinderen af.” “Op hoeveel hoopt u dan?” Daarover had ik met mijn verloofde meermalen gepraat, met ruime verwachtingen. Ik antwoordde grif: “Zes.” “Dat worden dan voor de kinderen drie dubbele slaapkamers,” concludeerde hij, waarop hij na nog enig heen en weer praten weer vertrok. Enkele maanden later stond hij weer voor mijn deur, met een koker onder de arm. Daarin zat het plan van het huis onzer dromen. Natuurlijk wilde ik de tekeningen aan mijn verloofde laten zien en het stond ons wel aan. Voorlopig borgen wij het geval zorgvuldig

op, maar wel gingen wij voortaan meer op huizen letten, op details van woningen van vrienden en kennissen, die wij beslist niet in ons huis wilden hebben, naast zulke die wij aantrekkelijk vonden. Meneer Stam kwam weer eens praten en nu was mijn meisje erbij. Ik kreeg meer en meer het gevoel, dat wij ééns met deze architect in zee zouden gaan. Terwijl wij druk aan het overleggen waren zei ik opeens wat voor soort steen ik wenste, als we gingen bouwen. En dat ik een open schouw wilde, om mijn Delftse tegels, die ik met een ware hartstocht verzamelde, te gebruiken. We praatten over de dakbedekking. De villa in Wassenaar had een rieten dak en dat wilde de architect nu weer toepassen. Ik had met mijn vader over die vasthoudende architect gesproken, of hij waarschuwde mij: “Zo’n dak moeten jullie nooit nemen! Dan zitten jullie altijd in angst voor brand.” Dus ik vertelde de architect, dat ik niet voelde voor een rieten dak. “Goed. dan zou ik voorstellen Limburgse leipannen te nemen.” Geanimeerd fantaseerden wij verder over een toekomstig huis. Wat voor goten moesten het worden? En welke raamindeling was voor ons het meest geschikt? Meneer Stam kwam nog eens met nieuwe tekeningen, maar toen ons huwelijk voor de deur stond, hadden wij nog volstrekt geen haast met dat huis. Wel wilden we

in de toekomst een huis, dat geheel naar onze zin zou zijn. Wij nodigden meneer Stam uit naar Bloemendaal te komen, later kwam hij één keer per jaar naar Eindhoven en telkens werden de tekeningen bijgewerkt. Altijd werden er verbeteringen in aangebracht, voornamelijk op initiatief van mijn vrouw, die de indeling van de ruimte op millimeterpapier overbracht, zodat zij het huis al kende, voordat er iets van stond. Zij wist precies hoe de deuren opengingen, waar de wastafels moesten zijn, waar de meubels zouden staan. Intussen werkte ik aan het ontwerp van de open haarden. Mijn ouders hadden de hele procedure met belangstelling gevolgd en op een dag in 1934 zei mijn vader: “Frits, die crisis zie ik nog niet dadelijk voorbijgaan, maar de prijzen in de bouwerij zijn nu heel gunstig. We moesten maar eens aan dat huis van jullie beginnen. Jullie hebben nu drie kinderen, dus een grotere woning komt wel van pas.” Zo kwam ons huis De Wielewaal tot stand, naar de plannen van de architect F.W. Stam, met onze inbreng van wensen en ideeën en met medewerking van mijn vriend Youk Boissevain uit Delft. Nog altijd vinden wij dat hij voor ons een ideaal huis heeft ontworpen, waarin wij met ons gezin gelukkig hebben geleefd. Jammer genoeg is De Wielewaal het laatste grote werk van deze architect geweest.’49

De Wielewaal in 1943-1944. Met de bouw van De Wielewaal zijn arboretum, cederpark en sterrenbos met elkaar verbonden, via het huis. [NIMH]

Situatietekening van het huis De Wielewaal, 1934. [gemeente Eindhoven]

Zwarthuis

't nieuwe park

Zwarthuis

pinetum

pinetum

cederpark

cederpark arboretum

doolhof De Wielewaal

chauffeurswoning arboretum

rosarium

rotstuin

mall

De Wielewaal

Hut ven sterrenbos

De plek van De Wielewaal Het woonhuis van Frits Philips kreeg een centrale positie op het landgoed, tussen het pinetum en het Sterrenbos in. Door het pand precies op het zuiden te oriënteren, kwam het enigszins scheef ten opzichte van de ontginningsassen te liggen. Vanuit het huis ontstonden lange zichtlijnen naar het oosten (bij het arboretum) en het zuiden (de ‘mall’ tot aan het sterrenbos). Het voorplein sloot aan op het cederpark, zodat ook hier een grote open ruimte kwam. Luchtfoto’s uit de jaren dertig maken duidelijk dat de boskamers van het cederpark, arboretum en het sterrenbos werden vergroot en aan elkaar geschakeld

tot een ruimtelijke structuur met het huis als middelpunt. Deze verandering was bepalend om van het wandelpark een bewoond landgoed te maken. Met uitzondering van het pinetum raakten de overige tuinen in de boskamers geleidelijk in verval. De Wielewaal veranderde in een systeem van aan elkaar geschakelde parktuinen rondom het huis, met zichtlijnen van honderden meters lengte. De in het bos uitgespaarde, verborgen binnenwereld, maakt dat huis De Wielewaal vanuit de omgeving onzichtbaar is. De Wielewaal is wat dat betreft het tegenovergestelde van Huize De Laak, met zijn dominante positie in de stad.

44

Huis De Wielewaal met de chauffeurswoning (boven), ca. 1930-1940. [In de buurt Eindhoven]

Huis De Wielewaal Het complex is opgebouwd rondom een centraal hoofdvolume, in noord-zuidrichting, met aan de oostzijde twee korte zijvleugels aan weerszijden van een terras en aan de westzijde twee grotere zijvleugels die tegen elkaar aan werden gezet. Alle volumes werden van een kap met wolfseinden voorzien, waardoor een gevarieerd en kenmerkende daklandschap ontstond. In het interieur was een belangrijke rol ingeruimd voor een forse centrale hal, met het trappenhuis. Deze hal sloot aan op een groot terras aan de oostzijde, met uitzicht op het arboretum. De eetkamer en de zitkamer waren aan de zijde van het lange gazon richting sterrenbos geprojecteerd.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

45

Plattegronden en foto's van de Wielewaal gepubliceerd in het tijdschrift Het Landhuis. [Het Landhuis, 1935, p. 548]

46

Cederpark ten noorden van De Wielewaal, met een 18e-eeuws beeld van een atleet.

De tuinen om de Wielewaal Aan de voorzijde van het huis werd een voorplein aangelegd: een gazon met enkele bomen en een ovaalvormig voorrijbaan voor het huis langs. In het verlengde van het huis werd het voorplein begeleid door een tuinmuur die met een bocht doorliep tot de garage met chauffeurswoning. Langs het huis en de tuinmuur werden klimplanten en enkele kleinere bomen geplant. Rondom de chauffeurswoning was een tuin met een haag afgeschermd. De tuin van De Wielewaal was via het huis of een poort in de tuinmuur te bereiken. De tuinen ten zuiden en ten oosten van het huis werden ingericht met de voor Tersteeg kenmerkende elementen als tuinmuren, orthogonale paden, gemetselde elementen en vijvers. Er ontstonden enkele tuinkamers rondom het huis, die evenwel niet van de omgeving werden afgeschermd, maar met overgangselementen aansloten op het omringende landgoed. Zo ontstond een duidelijke driedeling van voorgrond, middelzone en achtergrond. De voorgrond bestond uit een erf met tuinkamers, terrassen en plantenborders direct rond het huis. De middelzone was opgebouwd uit gazons, met vijverpartijen, langwerpige borders en enkele solitaire bomen. De overgang naar de achtergrond van het park bestond uit gemetselde tuinmuren en taluds, voorzien van beplanting en hagen.

Tezamen levert het een opeenvolging van buitenruimtes op, die terrasgewijs aftrapten naar de omringende parkaanleg.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

47

Oorlog op De Wielewaal Eind jaren dertig trof het bedrijf grote voorbereidingen voor een mogelijke oorlog. Hoe grondig dit was voorbereid, blijkt wel uit het feit dat in de meidagen van 1940 de staf van Philips naar Engeland uitweek, in dezelfde militaire operatie waarmee ook de regering en de koninklijke familie werd geëvacueerd. Vanuit Londen en later vanuit New York werd het multinationale bedrijf, dat tijdelijk op Curacao werd gevestigd, geleid. Frits Philips bleef als enige directielid in Eindhoven en groeide gedurende de oorlogsjaren uit tot een geliefd boegbeeld van het concern. Vanwege de ligging van De Wielewaal, pal naast het militaire vliegveld Welschap en de Constant Rebecque Kazerne, werd het landgoed al in 1940 door de Duitsers gevorderd. Frits Philips week met zijn gezin uit naar De Laak, waar hij de oorlogsjaren doorbracht. Tijdens de oorlog werden twee oude boerderijen op het Tegenbosch, vlak voorbij het Zwarthuis, afgebroken door de Duitsers.50 Bij de Fruittuin werden manschappenwoningen gebouwd, in een onopvallende, landelijke stijl – maar met zwaar uitgevoerde betonnen constructies. Tijdens bombardementen op het vliegveld sloegen honderden bommen op het terrein van De Wielewaal in. Tot op de dag van vandaag zijn de vele bomkraters in het terrein zichtbaar.

Tijdens de winter van 1944 werd een derde van alle bomen op het landgoed gekapt om als brandstof te dienen.51 Huis De Wielewaal raakte kort na de bevrijding in 1944 zwaar beschadigd tijdens een Duits bombardement. Bij het herstel van de oorlogsschade aan het landhuis vond ook de uitbreiding plaats, zoals die in 1939 door Stam was ontworpen. Deze bestond uit een vleugel ten westen van het hoofdvolume, ter plaatse van de tuinmuur. De uitbreiding bood plaats aan drie extra kinderkamers op de

Op de reliëfkaart zijn de kraters van bominslagen uit de Tweede Wereldoorlog zichtbaar op het terrein van De Wielewaal. [AHN]

Zwarthuis

pinetum

cederpark

doolhof rosarium

Hut De Wielewaal

ven

arboretum sterrenbos

sterrenbos

verdieping en een bijkeuken, speelkamer en dienstruimten op de begane grond. Het bouwdeel kende een zelfde massaopbouw en vormgeving als het bestaande gedeelte. De schetsen van Stam uit 1939 illustreren hoe met deze toevoeging de voorzijde van het huis tot een haast stedelijke gevelwand uitgroeide. 48

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

49

 

Bestektekening van de uitbreiding in 1946. [Gemeente Eindhoven] Wielewaal vanuit de lucht, met de uitbreiding uit 1947. [Eindhoven vanuit de lucht, 2007]

Huis De Wielewaal, tuinzijde. [Familie Warner Philips]

50

 

Het bezit van Warner Philips, met een ven. Portierswoning, Elburglaan 2, 1949. [gemeente Eindhoven]

 

Het bezit van Warner Philips, met een tuin, door zijn vrouw aangelegd. Villa aan de zijde van de Elburglaan.

Naoorlogse ontwikkelingen op De Wielewaal Gedurende de vele decennia die Frits Philips op De Wielewaal doorbracht, vonden tal van grotere en kleinere aanpassingen aan het landgoed en de omgeving plaats. Toch valt vooral op hoe goed het landgoed zijn karakter uit de jaren dertig heeft behouden. Bij het herstel van de oorlogsschade en de uitbreiding van het huis direct na de oorlog, werd besloten de chauffeurswoning naast bij de garage niet terug te bouwen. In 1947 verrees een nieuwe chauffeurswoning aan de Bokkendijk bij de moestuin, ontworpen door Philips’ Woningbouwbureau. Later kwam hier de jachtopziener te wonen. Achter de garage naast De Wielewaal werd een loods voor het terreinbeheer gebouwd. Een tweede dienstwoning volgde in 1949 bij de ingang van De Wielewaal aan de Elburglaan 2. In de omgeving van De Wielewaal kwam een tennisbaan. De aanleg van een zwembad met sauna in 1975 leidde tot commotie in de pers, omdat er geen bouwvergunning was aangevraagd. Hoewel deze bouwactiviteit strijdig was met het (concept) bestemmingsplan Eindhovense natuurgebieden, kwam de vergunning alsnog.52 De meest ingrijpende verandering was de bouw van enkele villa’s op de koppen van het landgoed.

Frits Philips verzocht de gemeente in 1978 om vier villa’s voor familieleden en vrienden te mogen realiseren op het terrein van De Wielewaal, hoewel dat volgens het bestemmingplan onmogelijk was.53 Dit bleek te kunnen. De ontwikkeling aan de oostzijde vond ten zuiden van de Bokkendijk plaats. Hier werden drie percelen afgescheiden. Op het langgerekte perceel langs de Elburglaan werd achter de genoemde portierwoning een villa gebouwd. Het terrein is tegenwoordig ingericht als Voedselbos Eindhoven, een initiatief van Jan Post, een oud Philips-directeur die

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

op De Wielewaal een huis mocht bouwen. Direct ten westen van het voedselbos zijn nog twee villa’s met tuinen afgescheiden. Ook de historische panden van het Zwarthuis en het Withuis aan de Oirschotsedijk zijn afgesplitst. Het Withuis is uitgebreid en wordt door Frits Philips jr. bewoond. De kopse kant aan de westzijde van de Wielewaal, langs de Tegenboschweg, is eveneens ontwikkeld. Hier bouwde Warner Philips een huis. Hij legde de grens van dit perceel

halverwege ‘t Nieuwe Park, zodat wandelaars niet vlak langs zijn tuin zouden lopen.54 Zijn woonhuis werd rond het jaar 2000 ontworpen door Marty van de Ven. De villa wordt ontsloten via een hortensiatuin, naar een ontwerp van Erik van Gelder. Op de zuidwesthoek van het perceel bevindt zich nog een heideveld en een ven, dat mogelijk ontstond voor zandwinning bij de aanleg van de A2.

51

Schets voor de geluidswal langs de A2. [RHCE]

Philips Van Lenneppark.

52

Snelweg Een ingrijpende verandering in de directe omgeving van De Wielewaal vond plaats aan de zuidrand van het terrein, waar de Tilburgseweg en de A2 werden aangelegd. In het Uitbreidingsplan van J.A. Kuiper uit 1943 was de Nieuwe Tilburgseweg opgenomen als nieuwe uitvalsweg. In de naoorlogse jaren ontstond een meningsverschil over hoe de weg uit Tilburg de stad in zou moeten voeren. Rijkswaterstaat hield vast aan het bestaande tracé over de Oirschotsedijk. De gemeente Eindhoven en de familie Philips wilden echter het voorstel van Kuiper volgen en de Nieuwe Tilburgseweg aanleggen. Pas in 1955 werd tot de tweede optie besloten. Het tracé kwam in 1960 in gebruik. Bij de aansluiting van de uitvalsweg op de ringweg (Beukenlaan) zou Philips in 1966 het Evoluon bouwen. In de loop van de jaren is de snelweg sterk verbreed en drukker geworden. Hij is nu onderdeel van de A2, waarbij ter hoogte van De Wielewaal de Nieuwe Tilburgseweg een afslag naar Strijp is geworden. De toenemende overlast was voor Frits Philips in 1977 de reden om een geluidswal van ruim driehonderd meter lengte op te werpen, waarvoor bomen werden gekapt. Omdat hier geen vergunning voor was aangevraagd, ontstond er wederom de nodige commotie.55 Philips bedrijvigheid De naoorlogse ontwikkeling van Philips in Eindhoven vond gedeeltelijk plaats in de nabijheid van De Wielewaal.

Strijp II en III (T en R) werden in gebruik genomen voor de productie van beeldbuizen en de overkoepelende bedrijven, zoals een energiecentrale, waterzuivering en machinefabriek. De Oirschotsedijk werd hiervoor onderbroken, waarbij de doorgaande route via de Zwaanstraat kwam te lopen. Langs de Wielewaal werd

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Villabuurt Tegenbosch. [De Wielewaal]

de Elburglaan aangelegd. Aan de overzijde van het spoor ontstond complex Vredeoord langs de Boschdijk. In Acht opende in 1958 het Philips Export Groepagecentrum, een knooppunt voor de expeditie. De herstructurering van Philips in de jaren negentig, de beruchte operatie Centurion, had grote gevolgen voor Eindhoven. Bij het bedrijf verloren (wereldwijd) 45.000 mensen hun baan, vele productiefaciliteiten in Nederland werden opgedoekt en in 1997 verhuisde het hoofdkantoor zelfs naar Amsterdam. In de omgeving van De Wielewaal veranderden bedrijfsgebouwen van eigenaar en functie (zoals Strijp T en Nieuw Acht). Andere gebieden zouden geleidelijk transformeren naar gemengde stedelijke functies, zoals Strijp S, Strijp R en Vredeoord. Ontwikkelingen in het groen In de jaren vijftig was tussen de kazerne en het wandelpark een sportcomplex ingericht, de Herdgang. Hier traint de selectie van PSV. In navolging van het Philips-De Jongh wandelpark, schonk Frits Philips in 1966 het Philips-Van Lenneppark aan de stad, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het bedrijf. Het park ligt op een driehoekige locatie tussen de Tilburgseweg en de A2, grenzend aan de woonwijk Lievendaal. Het ontwerp was van F.J. Fontaine, landschapsarchitect van de gemeente Eindhoven. De inrichting, met sport- en spelvoorzieningen, een rozentuin en een kinderboerderij sluit aan bij de naoorlogse recreatiebehoefte.

Op grond van Philips zijn sinds lang twee padvinderijclubs ondergebracht. Aan de Oirschotsedijk, iets voorbij de Fruittuin, is de accommodatie van Scouting Wielewaal.

Tegen de Elburglaan ligt, op de hoek van het landgoed, Scouting Sint Rafael. Er tegenover lag sportpark Het Schoot, pal naast het Drents Dorp. Het is enkele jaren geleden omgebouwd tot Urban Sportpark Eindhoven. In een hoek van dit terrein is een kerk uit de wederopbouwperiode, De Bron. Aan de overzijde van de A2, in een groenstrook langs de snelweg, ontstond, op initiatief van Frits Philips, de golfclub Welschap. Het terrein was eerder in gebruik als oefenvelden van de Philips Sport Vereniging. De eerste negen holes van de golfbaan openden in 1986, de uitbreiding naar 18 holes was in 1992 een feit. De baan moest in 2005 worden verlegd, vanwege de verbreding van de A2. Sinds 2020 is de golfclub gesloten. Het terrein is door de familie Van der Leegte gekocht. Ten slotte ontwikkelde Frits Philips direct ten westen van het landgoed, tussen de Tegenboschweg en de Anthony Fokkerweg, een villawijkje in het groen.

53

Recent beeld van De Wielewaal vanuit de lucht.

De Wielewaal na Frits Philips Frits Philips overleed in 2005, op de leeftijd van 100 jaar. Het jaar erop organiseerden de erfgenamen verschillende grote veilingen, waarbij de kunstverzameling en huisraad uit De Wielewaal werden verkocht. Ook de tegeltableaus uit het huis en verschillende beelden en banken uit de tuin gingen onder de hamer. Het huis zelf werd in 2007 verkocht aan Marc Brouwers (1963), oprichter van textielbedrijf Bremtex. Met de komst van deze selfmade zakenman, begon een nieuwe fase in de geschiedenis van het landgoed, en werd De Wielewaal aangepast voor een iets Bourgondischer levensstijl dan Frits Philips er op had nagehouden. Er volgde een zeer ingrijpende verbouwing van het hoofdhuis. Van buiten bleef het beeld redelijk zoals het was; binnenin veranderde de indeling totaal. Op de begane grond verdween de centrale hal en werden veel ruimtes samengevoegd tot grote woonvertrekken, een woonkeuken en een eetkamer. De uitbreiding uit de jaren veertig werd helemaal gesloopt, vernieuwd en verhoogd. De voordeur verschoof naar deze uitbreiding. Onder het pand kwam een oud keldergewelf uit Oostenrijk. Het complex werd, aan de zijde van de chauffeurswoning uitgebreid met een vleugel voor onder meer fitness. De architectuur verhoudt zich tot het oorspronkelijke werk van F.W. Stam, met uitzondering van een doorlopende glaspui op de plint.

De tuinaanleg rondom het huis versoberde. Op de gazons werd een zwembad en jacuzzi toegevoegd. Aanpassingen elders op het landgoed waren onder meer de toevoegingen van entreepoorten op de toegangswegen naar de Wielewaal.

54

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

55

B. Beschrijving en ruimtelijke analyse van de huidige situatie

Beschrijving en ruimtelijke analyse van de huidige situatie Dit hoofdstuk bevat een beschrijving en analyse van De Wielewaal in zijn huidige verschijningsvorm. Daarbij wordt van groot naar klein ingezoomd: van de schaal van de omgeving via de schaal van het landgoed tot aan de verschillende gebouwen daarin. Het cultuurlandschap van Philips Eindhoven is als stad in zijn ontwikkeling gedurende de twintigste eeuw in hoge mate bepaald door de activiteiten van de NV Gloeilampenfabriek Philips en in het bijzonder Anton en Frits Philips. Hun inzet beperkte zich niet tot de bedrijfsgebouwen, maar strekte zich uit tot de realisatie van woonwijken voor arbeiders, villawijken voor het hogere kader, educatieve en culturele voorzieningen, sport- en ontspanfaciliteiten, openbaar groen, natuurgebieden – kortom, het gehele maatschappelijke leven. Het cultuurlandschap van het Philipsimperium bestrijkt grote delen van het grondgebied van de gemeente Eindhoven en ver daarbuiten. Zo ontstond vanaf de Emmasingel naar het noordwesten een kilometers lange scheg met praktisch uitsluitend door Philips geïnitieerde ontwikkelingen: de fabrieken aan de Emmasingel, Strijp S, T en R, het Evoluon, de bedrijfscampus Vredeoord, Philipsdorp, Drents Dorp, het Philips-De Jongh Wandelpark, sportpark

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

De Herdgang, het Philips-Van Lenneppark, de golfclub Welschap, De Wielewaal, Philips Fruittuin en het Philips Export Groepagecentrum in Acht. De Wielewaal ligt op een centrale positie in dit geheel, als het oog in een orkaan. Het is het groene hart, maar tegelijk ook een ‘verborgen’ refuge, die de meeste Eindhovenaren alleen (nog) van buitenaf kennen – fietsend over de Oirschotsedijk of vanuit de auto op de Tilburgseweg of de A2. Landelijk Strijp De Wielewaal is het middelpunt van landelijk Strijp, een groene long die tot ver in Eindhoven doordringt. Het landelijke gebied bestaat aan de zuidkant verder uit golfbaan Welschap en het Philips-Van Lenneppark, en naar het noorden toe het Philips-De Jong Wandelpark, De Herdgang, de Internationale School en de Fruittuin, en over het spoor landgoed De Grote Beek. Tussen de bedrijfsterreinen (Nieuw Acht, Flight Forum, Breeven en Philips Best), het vliegveld en de A2 door bereikt de groene long het buitengebied richting Oirschot. Door zijn grote omvang, de relatieve rust en de rijkdom aan flora en fauna, is De Wielewaal de cruciale groene schakel in het hoogdynamische en verstedelijkte gebied.

57

Poort Oirschotsedijk 1.

Poort Oirschotsedijk 3.

58

Begrenzing van buiten Het landgoed De Wielewaal is samengesteld uit verschillende ontginningen, die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog door Anton Philips werden opgekocht en samengevoegd. Het privé bezit reikte destijds tot aan de tegenwoordige Anthony Fokkerweg, de spoorlijn richting Best en het grondgebied van het huidige Meerhoven. De locatie van de voormalige hoeve Tegenbosch werd niet bij het landgoed getrokken en kreeg een functie als sportpark. Al vanaf de jaren tien was de Oirschotsedijk de noordgrens van het landgoed. Het familiebezit aan de overzijde van de dijk kreeg een openbare of een groene bedrijfsfunctie: wandelpark, sportpark en fruittuin. Met de aanleg van de Tilburgseweg in 1960, die de Oirschotsedijk ontlastte, kreeg het landgoed een duidelijke begrenzing aan de zuidzijde. Strijp R gaf De Wielewaal een oostgrens: de Elburglaan. De toegang tot het landgoed over de Postdijk, de voorganger van de Oirschotsedijk en de Tilburgseweg als uitvalsweg van Eindhoven, is hier met een poort gemarkeerd. Tegenbosch De grond tussen landgoed De Wielewaal en de huidige Anthony Fokkerweg, in het totaal 36 hectare groot, behoorde aan de familie Philips, maar maakte geen deel uit van De Wielewaal. Ooit was hier boerderij Tegenbosch. In de Philips-tijd werd het een sportpark met tennisbanen, een hockeyclub, een clubhuis en een parkeerterrein. Het Frans

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Otten Stadion kwam gereed in 1968 en vormde het decor voor wedstrijden van hockeyclub HTCC en het Nederlands elftal. Na een fusie in 1983 veranderde de naam van de club in PSV Tegenbosch. Het hockeystadion moest rond 1998 wijken, omdat Frits Philips het terrein wilde ontwikkelen tot een villawijk. Het schijnt dat de inkomsten nodig waren voor de instandhouding van De Wielewaal.56 De tribune werd gedemonteerd en in Woensel herbouwd. Op Tegenbosch kwam een slotplaats (een langwerpig gazon) met daaromheen luxe slotplaats- en boswoningen, gebouwd in een landelijke bouwstijl. Cornelis van der Ven (1942) stelde een beeldkwaliteitsplan op en was supervisor, in opdracht van BAM Vastgoed (2005-2010).57 Het wijkje is geleidelijk verder gegroeid met andere ontwikkelaars, eerst Herman Hinze en vervolgens Kero Vastgoed. Na de dood van Frits Philips verwierf Blauwhoed in 2007 een belendend perceel. Het terrein werd deels ontwikkeld, met vrijstaande villa’s op de hoek van de Oirschotsedijk en de Anthony Fokkerweg. De resterende grond, 7,5 hectare in omvang, werd in 2022 door de gemeente Eindhoven aangekocht, met de intentie dit bij het landgoed te voegen.58 Jarenlang was De Wielewaal niet met hekken afgesloten en stonden de poorten open. Het wild kon vrij naar binnen en naar buiten. Of zoals Frits Philips zei: ‘We laten het hek open, dan zijn de reeën niet van ons’ (..

en kunnen we nergens voor aansprakelijk worden gesteld).59 Wel waren er

verschillende sloten en een geluidswal op de terreingrens. Door de maatschappelijke veranderingen zijn er uiteindelijk wel hekken gekomen, de afgelopen jaren zijn ook andere veiligheidsmaatregelen doorgevoerd. De Wielewaal is nu via zes poorten toegankelijk: vanaf de Elburglaan ter hoogte van de Bokkendijk, vier vanaf de Oirschotsedijk (bij huisnummers 1, 3, 5 en voorbij het Zwarthuis) en vanaf Tegenbosch (huisnummer 3D). Begrenzing van binnen Het landgoed heeft een oppervlakte van 232 hectare, verdeeld over zeven eigenaren. Het grootste aaneengesloten geheel is landhuis de Wielewaal met 142 hectare grond, sinds 2022 in bezit van de gemeente Eindhoven. De andere eigendommen betreffen het Withuis, het Zwarthuis, drie percelen bij de Elburglaan en een groot perceel tegen het wijkje Tegenbosch aan. Verschillende kavels waren of zijn nog in het bezit van leden van de familie Philips. Om de interne samenhang van het landgoed te bewaren, gold de ongeschreven regel dat binnen het landgoed eigendommen niet werden omheind en dat iedereen vrij mag wandelen, zolang hij of zij ervoor zorgt de huizen van de anderen niet in het zicht te krijgen – ‘want als jij het huis niet ziet, kan het huis jou ook niet zien’.60 Inmiddels zijn er op verschillende plaatsen op het terrein hekken opgesteld, vanwege de komst van (gretig grazende) schapen en moeflons na 2007.

59

Toegangsroutes.

60

Typering landgoed Op het landgoed De Wielewaal zijn de opeenvolgende ontwikkelingsfases van de ontginning herkenbaar gebleven. Op enkele plaatsen, zoals in de zuidwesthoek, zijn nog fragmenten van de heide bewaard. Ook de beken en het ven (bij de blokhut) waren op de heide reeds aanwezig. De ontginning ten behoeve van de bosbouw, in het midden van de negentiende eeuw, heeft de huidige structuur grotendeels bepaald. Hierbij ontstonden paden evenwijdig aan en haaks op de Oirschotsedijk en de Postdijk. De orthogonale padenstructuur werd hoofdzakelijk met eikenbomen begeleid, de vakken daarachter waren ingevuld met dennen, sparren (‘masthout’) en loofhout. Het Withuis fungeerde na 1874 als jachthuis, het werd slechts sporadisch gebruikt. Het Zwarthuis diende het beheer van de ontginning. De toevoegingen van Anton Philips aan het landgoed richtten zich op het verfraaien van het bos. Het was hem te doen om de afwisseling en het scheppen van onverwachte elementen. Het centrale punt in de beginjaren was de Hut van Oom Ton bij het ven, aan de Hutweg. Hier vandaan waren te voet, per fiets of per auto tochten over het landgoed te maken. De boskamers met bijzondere tuinen vormden de verrassende bestemmingen: rotstuin, doolhof, rosarium, ‘t nieuwe park, pinetum, cederpark, arboretum en sterrenbos.

Ook plaatste Philips beelden, zoals een sokkel met een hoofd, dat de Romeinse keizer werd genoemd.61 Van heinde en verre werden bijzondere bomen naar het

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

landgoed gehaald, die een plek kregen in de bijzondere tuinen zoals het pinetum, het cederpark en het arboretum. Met de komst van Frits Philips op De Wielewaal, die hier met zijn gezin ging wonen, onderging het landgoed een volgende transformatie. Van een wandelpark met bijzondere boskamers en een houten hut, veranderde De Wielewaal in een landgoed dat was georganiseerd rondom het hoofdhuis. Het cederpark, het arboretum en het sterrenbos werden ‘omgebouwd’ van boskamers naar een grote samenhangende ruimtelijke structuur, waarmee het landhuis een centrale positie op het terrein kreeg. Vanuit het huis ontstonden zichtlijnen van vele honderden meters lang. Het verlengde arboretum, het vergrote cederpark en het tot ‘mall’ verbrede pad uit het sterrenbos vormen een ruimtelijke structuur die het orthogonale ontginningspatroon overstijgt. Er ontstond een landschap in het bos, dat in iedere richting anders van opzet en aankleding is. De toegangsweg vanaf de Oirschotsedijk doorkruist dit landschap niet; de weg loopt evenwijdig aan het arboretum, maar is hiervan door een strook bebossing gescheiden. Het huis presenteert zich pas op het laatste moment, met zijn voorzijde, aan de bezoeker. De schuine plaatsing van het huis, precies op de noord-zuidas, versterkt de dynamiek van dit beeld.

Het landhuis manifesteert zich naar zijn omgeving niet als een monumentaal front, maar met een schilderachtig, overhoeks silhouet en een uitbundig daklandschap.

ontginning

kamers in het bos (Anton Philips)

samenhangende ruimtelijke structuur die het orthogonale patroon overstijgt (Frits Philips)

61

Heidegronden op het landgoed.

62

Beken en vennen.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

63

Lange, rechte paden uit de ontginningsperiode.

64

Lange, rechte paden uit de ontginningsperiode.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

65

De Hut van Oom Ton aan de Hutlaan.

66

De Hut van Oom Ton aan het ven.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

67

't Nieuwe Park.

Rosarium.

68

De wildhoek.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

 

De moestuin. Chauffeurswoning.

69

Azalealaantje.

70

Sterrenbos.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

 

Tennisbaan. De plek van het doolhof.

71

72

 

Het sierkerslaantje. Het pinetum.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

73

Het cederpark.

74

Huis de Wielewaal aan de entreezijde, met uitzicht op het cederpark.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

75

76

 

Het arboretum. Terrassen van de tuin van De Wielewaal, met doorzicht naar het arboretum.

Door het opschalen van de boskamers naar een landschap in het bos, heeft de tuin rondom het huis een andere opzet dan de tuinen die Anton Philips liet aanleggen. Met overgangselementen wordt de intimiteit van de tuinkamer verbonden met de grote schaal van het landgoed. Tersteeg (er is weinig reden om aan te nemen dat hij hier niet bij was betrokken) ontwierp de overgang vanuit de voorgrond (het erf rond het huis, met terrassen en borders), via een middelschaal (gazons met vijvers en langgerekte borders) naar de grote schaal van de omliggende structuur (arboretum, cederpark, mall). De overgangen zijn met muurtjes, trappen, hagen, borders en dergelijke gemaakt. Met de tuinen nestelt De Wielewaal zich vanaf een kleine verhoging in zijn omgeving. Er is een duidelijke scheiding tussen de voorzijde (cederpark, voorrijlus, chauffeurswoning) en de achterzijde van het huis (tuinen, arboretum en mall). Vanuit het interieur keek de (nu verdwenen) ‘publieke’ centrale hal uit op een (niet meer aanwezige) plantenborder, die afdaalde naar het arboretum. Afgaande op de veilingcatalogus uit 2006, was een deel hiervan als een Japanse tuin ingericht, compleet met een bronzen Kasuge lantaren uit de Meiji periode.62 De woonkamer keek uit op een vijver met waterloop. De eetkamer grensde aan een overdekt terras, dat aftrapte naar de ‘mall’ richting het sterrenbos.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

77

Tuin bij huis De Wielewaal.

78

Het huis vanuit het arboretum.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

79

De Mall.

Doorzicht op de Mall en het huis vanaf het middelpunt van het sterrenbos.

80

Overhoekse benadering van het huis aan de voorzijde.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Doorkruising van de lange ontginningspaden door het arboretum.

81

De gebouwen op de Wielewaal

Het zwarthuis Rond 1850 liet M.A.J. van der Beken Pasteel, de eigenaar en ontginner van de woeste gronden, boerderijen bouwen met de namen Withuis en Zwarthuis. Het Zwarthuis is altijd voor de bosbouw in gebruik gebleven. Geregeld hielden notarissen uit Eindhoven hier publieke verkopingen van hout uit de omringende bossen. Dit ging door nadat Anton Philips de boerderij met de omringende gronden in 1914 had gekocht. Naast de boerderij bevindt zich een boomgaard. Tegenwoordig is het pand afgesplitst van De Wielewaal. Als gaaf voorbeeld van landelijke bebouwing in het buitengebied is het Zwarthuis aangewezen als gemeentelijk monument. Daar komt natuurlijk nog de betekenis bij die het pand heeft in relatie tot Anton Philips en De Wielewaal. Het Zwarthuis is de belangrijkste herinnering aan de bosontginning op het landgoed en een markant element aan de Oirschotsedijk.

82

Geveltekening van het Withuis, 2002.

Het Withuis Het Withuis dateert in eerste aanleg vermoedelijk uit 1848. Er stond toen een langwerpige stal achter een boerderij. In 1874 werd de inboedel geveild en het pand geheel of gedeeltelijk gesloopt. Er kwam een jachthuis voor terug, met twee verdiepingen en een schilddak. De vensters werden voorzien van spaarnissen en met cordonlijsten en hoeklisenen verrijkt tot een verzorgd gevelbeeld. Na de aankoop van het Withuis door Anton Philips in 1920 kreeg de het huis de naam Villa Anna. Het huis is sindsdien altijd door familieleden bewoond geweest. Er volgden verschillende verbouwingen, waarbij op het terrein ook een karrenloods (garage) werd gebouwd. Het pand werd in 1947 uitgebreid met een plat deel. In 1979 en 1980 ontwierp architect Hubert-Jan Henket een bijkeuken en werd de voordeur naar voren geplaatst in een erker. De laatste verbouwing dateert uit 2002, waarbij architect Marty van de Ven een tuinkamer toevoegde. Het Withuis is nu een gemeentelijk monument, als voorbeeld van een

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Het Withuis.

negentiende-eeuwse villa en vanwege de relatie met de familie Philips. Als jachthuis uit de periode voordat Anton Philips dit perceel aankocht, voegt het een unieke waarde toe aan het landgoed. De bescherming beperkt zich tot de voor- en zijgevels. 83

De Hut van Oom Ton.

De Hut van Oom Ton Enkele jaren na de aankoop van het Zwarthuis liet Anton Philips een blokhut bouwen aan de rand van het ven, dat zijn familie als zwemplas gebruikte. Het ontwerp van K.P.C. de Bazel is simpel, volledig gericht op het zomerse gebruik. De meeste ruimtes konden alleen van buitenaf worden betreden en stonden niet binnendoor met elkaar in verbinding. Aan de voorzijde bevond zich een veranda over de volle breedte van het huis. Daarachter was een centraal vertrek, met een tafel aan de zijgevel en schuine hoekkasten. Deze ruimte was uitsluitend via de veranda te bereiken. Het achterste deel van de hut bestond uit twee kleedkamers, die buitenom werden ontsloten, een gang met WC en daarnaast nog een kleedkamer. Een trap leidde uit de gang naar de zolder, waar mogelijk enkele rustplaatsen waren ingericht. Op de ontwerptekening zijn op de verdieping twee ramen in de kopgevels en twee koekoeken in het rieten dakvlak te onderscheiden. In de jaren dertig brandde de hut af en werd herbouwd. Dat gebeurde met eikenhout en een pannendak. Mogelijk was deze catastrofe de reden waarom Anton Philips zijn zoon Frits sterk afraadde om De Wielewaal van een rieten kap te voorzien. De herbouwde hut had nog steeds de ‘look and feel’ van de eerste hut, met de grote veranda en het uiterlijk van een blokhut, maar was eigenlijk een gerieflijk huis geworden.

Het pand liep verder naar achteren door en kreeg een conventionele inrichting met een entreehal aan de zijkant, een grote woonkamer aan de voorzijde – bij de veranda – en in de achterbouw een keuken en kamers op de verdieping. Naarmate de familie meer tijd besteedde op ‘de golf’ of elders rond Eindhoven, werd de Hut van Oom Ton minder belangrijk als familiebestemming. Het pand kreeg een tweede leven als woonhuis voor familieleden en aanverwanten. 84

De chauffeurswoning

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Bestektekening van de chauffeurswoning, 1947. [Gemeente Eindhoven]

85

Oostgevel van De Wielewaal.

86

De Wielewaal Het landhuis dat naar een ontwerp van Frans Stam in 1934 in gebruik kwam, werd tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog beschadigd. Het dak werd opgetild en raakte ontwricht.63 De reparatie werd aangegrepen om het huis met een vleugel uit te breiden, zoals Stam die in 1939 al had ontworpen. Zo ontstond het ensemble waarin Frits Philips tot zijn dood in 2005 heeft gewoond. Ook de naburige chauffeurswoning was in de oorlog door een bom geraakt. Bij het herstel koos Philips ervoor om alleen de garage te handhaven en een nieuwe chauffeurswoning elders op het landgoed, bij de moestuin te bouwen. Dit pand werd ontworpen door Philips Woningbouwbureau in 1946. Tegenwoordig staat het huis bekend als de woning van de jachtopziener. Na de verkoop van De Wielewaal in 2007 vond een zeer ingrijpende verbouwing plaats. Het ontwerp werd gemaakt door Jacques Courtens te Stekene, ontwerpbureau voor residentiële projecten, en Piet Plasmans Bouwbureau (PBB) uit Diessen. De uitbreiding uit 1946 werd gesloopt en vervangen door een nieuwe vleugel. Bovendien werd schuin naar achteren een extra vleugel toegevoegd, met fitness en logeervertrekken. Dit deel heeft een fors dak, dat over een glazen plint uitkraagt. Op het scharnierpunt van beide nieuwe volumes werd een torentje toegevoegd, als beëindiging van het voorgevelfront.

De nieuwbouw maakte het mogelijk om een nieuwe kelder te graven, met daarin

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

een historische Oostenrijkse wijnkelder van 400 m2. De kelder, die deels onder het terras doorloopt, is gemaakt door wijnkelderbouwer Friedrich Grüber.64 De hoofdentree werd in de nieuwe zijvleugel ondergebracht. Van het oude kernhuis bleven de muren overeind maar werd de indeling geheel gewijzigd. De kappen van de vleugels aan de westzijde kwamen onder een plat dak. Van het oude interieur bleef alleen het herenkamertje van Frits Philips intact. Dit is een uitbouw aan de oostzijde van het complex, dat tegen de zijvleugel is aangebouwd. We zouden het nu een ‘mancave’ noemen, een ruimte waar de heren na het eten cognac dronken en sigaren rookten. Nog steeds worden er verschillende attributen uit de Phillips erfenis bewaard, die deels door Marc Brouwers op de veiling van de Frits Philips Collection werden gekocht. Door de nieuwe indeling van het interieur is de afstemming tussen binnenruimtes, tuinkamers en de omgeving verwaterd. De tuin is slechts op enkele plekken als intermediair tussen interieur en landschap te ervaren. Van de oorspronkelijke tuinen zijn enkele fragmenten bewaard, zoals de vijver en wat muurtjes. Andere keermuren en trappen zijn verdwenen, waardoor de getrapte en verzachte overgang van de tuinkamers naar het landschap is verdwenen. Het huis staat wat ‘naakt’ in zijn omgeving.

Het zwembad en de jacuzzi doorbreken de geleding van sferen die Tersteeg hier had bedacht.

87

Entreezijde De Wielewaal.

88

Zuidzijde van De Wielewaal.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

Interieur: het 'herenkamertje' van Frits Philips.

89

Begane grond en kelder, oude situatie (tekening 2007).

90

Begane grond, nieuwe situatie (tekening 2007).

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

91

Gevels, oude situatie (tekening 2006).

92

Gevels, nieuwe situatie (tekening 2007).

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

93

Oostenrijkse oude kelder onder de uitbreiding (tekening 2007).

94

Begane grond en kelder, nieuwe situatie (tekening 2006).

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

95

96

Deel 3 Cultuurhistorische waardestelling

In dit hoofdstuk wordt de cultuurhistorische waarde van De Wielewaal beschreven. Allereerst worden zes kernwaarden benoemd. Vervolgens wordt de cultuurhistorische waarde geconcretiseerd in algemeen historische waarden, ensemblewaarden, tuinhistorische waarden en waarden vanuit de gebruikshistorie (conform de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek). Zoals gevraagd in het Plan van Onderzoek zijn voor de Hut van Oom Ton en landhuis De Wielewaal de architectuurhistorische waarden van de buitenzijde geformuleerd. Het hoofdstuk sluit af met enkele aanbevelingen vanuit cultuurhistorie.

Kernwaarden Landgoed De Wielewaal heeft een belangrijke cultuurhistorische betekenis, die in zes kernwaarden is te omschrijven. Het gaat hierbij om landschappelijke en architectonische principes die bepalend zijn voor het landgoed, alsmede om (associatieve) waarden die later zijn ontstaan door het gebruik. Waar een waardenstelling met waarderingstekeningen een erfgoed typeert met een nadruk op de materiële verschijningsvorm (onderdelen van ‘hoge waarde’, ‘positieve waarde’ of ‘indifferente waarde’), krijgen in de kernwaarden ook de conceptuele en immateriële waarden een plaats. De kernwaarden duiden het karakter van het landgoed. Ze kunnen in de loop van de tijd anders worden ingevuld of veranderen. Dat kan bij voorbeeld met de kernwaarde ‘besloten binnenwerelden’. Lang uitte dit zich in ontoegankelijkheid. Nu de Wielewaal een publieke plek in de stad wordt, is het de kunst om de beslotenheid en het gevoel van binnenwerelden te koesteren en te programmeren – maar wel in combinatie met een openbare toegankelijkheid.

1. Contramal van de industriestad De Wielewaal getuigt van de snelle expansie van Philips’ Gloeilampenfabriek aan het begin van de twintigste eeuw. Het terrein werd een groene oase, te midden van nieuwe fabriekscomplexen, expeditie centra en arbeiderswijken. Het bosgebied vormde een adempauze tussen al deze drukte en bood er een groen decor aan. Ruim een eeuw lang heeft de groene scheg van landelijk Strijp, met De Wielewaal als kern, de stedelijke dynamiek van Eindhoven gepareerd (Flight Forum, Eindhoven Airport, verbreding A2, Meerhoven, etc). Hoe meer drukte om De Wielewaal, des te krachtiger de contramal van verstilling en groen zich laat gelden.

2. De refuge van Philips De kwaliteit en cultuurhistorische betekenis van De Wielewaal is onlosmakelijk met het bedrijf en de familie Philips verbonden. De Wielewaal vormt een uitzonderlijk onderdeel van het cultuurlandschap van Philips in Eindhoven. De opkomst van het bedrijf, opgericht in 1891, is een belangrijk hoofdstuk in de Nederlandse en internationale industriegeschiedenis. Voor de familie Philips zijn twee woonplekken in Eindhoven van uitzonderlijke betekenis: De Laak en De Wielewaal. Villa De Laak was het woonhuis van Anton Philips, gebouwd in 1906-1907. Met zijn formaat, uitstraling, de tuinen en de prominente plek in de stad is De Laak te zien als een manifest. Het huis maakte de statuur van de eigenaar als tycoon zichtbaar.65 De Wielewaal is in zekere zin tegenovergesteld aan De Laak. Anton Philips kocht het landgoed als een ontspanningsoord vlak buiten de stad, om er met zijn gezin de zondagen door te brengen. Twintig jaar later bouwde Frits Philips, de zoon van Anton, er zijn woonhuis – en werd De Wielewaal een symbool voor de nuchtere en iets meer teruggetrokken levensstijl van het echtpaar Philips-Van Lennep. De inrichting van het landgoed draagt de sporen van Anton, die allerlei tuinen liet aanleggen, en van Frits, die van het landgoed een herbergzaam thuis voor zijn grote gezin maakte.

98

3. Stapeling van landschappen Landgoed De Wielewaal heeft een verleden als heideontginning en die voorgeschiedenis is bepalend voor de structuur en het grondplan van De Wielewaal. Op sommige plekken zijn restanten van de heide nog aanwezig, net als een ven en beken uit die periode. De Postdijk en de Oirschotsedijk waren oude routes over de heide heen. De bosontginning leverde een fijnmazig orthogonaal padenstelsel op, met laanbeplanting van eiken en bospercelen, waarop dennen, sparren (‘masthout’) en loofhout werden geplant. Vanwege de natte omstandigheden stonden de bomen op rabatten, met een afwisselend patroon van greppels en kleine wallen met daarop de bomen. De structuur van de ontginning is herkenbaar en operationeel gebleven. Met de komst van de familie Philips ontstonden er nieuwe landschappen, die in de bosplantage werden uitgespaard. Anton Philips maakte van het landgoed een wandelpark, vol verrassende tuinen. Frits Philips bouwde zijn huis op De Wielewaal en ontwikkelde het landgoed tot zijn thuishaven, waar hij ruim zeventig jaar zou wonen. Ten slotte is er op de Wielewaal ook sprake van een oorlogslandschap. Hoewel de oorlogsschade aan de gebouwen is weggepoetst, zijn er vooral in het westelijk deel van het landgoed nog tientallen bomkraters, als stille getuigen van de bombardementen op het vliegveld.

De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs

4. Besloten binnenwerelden Landgoed De Wielewaal is in het productiebos uitgespaard. Het bestaat uit tuinen en een landschap in het bos. Het zijn binnenwerelden, die geen contact met buiten maken. De randen van De Wielewaal vormen een doorlopende bosrand, een filter naar de buitenwereld. Anton Philips verfraaide het landgoed met tuinen: open plekken in het bos, met een bijzondere inrichting. Hij maakte een doolhof, een rotstuin, een sterrenbos, een pinetum, cederpark, arboretum, ‘t nieuwe werk, een rosarium en nog veel meer. Bijzondere plekken ontstonden door het plaatsen van een stenen bank of een beeld op een sokkel (de Romeinse keizer). Frits Philips transformeerde (waarschijnlijk met de landschapsarchitect Tersteeg) enkele boskamers tot een grote, geschakelde landschappelijke structuur. Hierin kwam huis De Wielewaal te staan. Vanuit het huis zijn er lange zichtlijnen, die allemaal binnen de beslotenheid van het bos blijven. Er ontstond een landschap in het bos, met het arboretum, de ‘mall’ naar het sterrenbos en het cederpark. De tuinen rondom het huis werden met allerlei architectonische en landschappelijke overgangselementen op dit landschap aangesloten.

5. Ingetogen luxe Opvallend aan de Wielewaal is wat er ontbreekt: overdaad, decadentie en opsmuk. De Wielewaal is sober in zijn inrichting, gebouwd zonder balzaal, wijnkelders, oranjerie, grotten of folly’s. De Wielewaal is en blijft een productiebos, maar vol verrassingen – gemaakt om in te wandelen en later om in te wonen. In de soberheid zit ook een voorbeeldfunctie van (met name) Frits Philips en zijn vrouw Sylvia Philips-Van Lennep, zowel naar het gezin als naar de omgeving toe. Jaarlijks werden honderden leveranciers en Philips-medewerkers uitgenodigd om in de bloeitijd van de rododendrons een wandeling te komen maken op het landgoed. 6. Gradueel en organisch Door de stapeling van landschappen en de aanleg van tuinkamers heeft De Wielewaal zich organisch en gradueel ontwikkeld tot het landgoed dat het nu is. Het repertoire van landschapsarchitect Tersteeg was bepalend en dat liet ruimte voor steeds weer nieuwe routes, andere boskamers of nieuwe tuinen, die met groene of gebouwde overgangselementen op hun context werden aangesloten. Onderdelen van De Wielewaal laten zich gemakkelijk vervangen door andere, zolang de bosranden intact blijven en de landschappelijke inbedding van het hoofdhuis, met de mall naar het sterrenbos, het arboretum en cederpark, en daarbij het azalealaantje en het pinetum, gerespecteerd wordt.

99

Ven bij de Hut van Oom Ton.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13625991/2