Bijlage 3 - Cultuurhistorisch en tuin historisch onderzoek De Wielewaal, Eindhoven
Tekst van het document
De Wielewaal, Eindhoven Cultuurhistorisch en tuinhistorisch onderzoek 522|2023
mei 2023
An
th
o yF on
er kk
we
g
Tegenbosch
Oir
ijk
r
ed
oo
ots
sp
sch
Het Zwarthuis Philips-de Jonghpark
Hut van Oom Ton
A2
Huis De Wielewaal
Het Withuis
Eindhoven Airport
Strijp T Flight Forum
Strijp R
Golfbaan Welschap
Til
bu rg
Strijp R se we
g
Philips-Van Lenneppark
Landgoed De Wielewaal Oirschotsedijk 1-5 5651 GB Eindhoven
Urban Sportpark
Drents Dorp
Evoluon
2
Inhoudsopgave Inleiding
5
A. Aanleg en gebruiksgeschiedenis Drie landschappen in een eeuw tijd Anton Philips en het Zwarthuis/Withuis De tuinontwerpen van Dirk Tersteeg Frits Philips en de Wielewaal
9 11 19 26 41
B. Beschrijving en ruimtelijke analyse van de huidige situatie
57
C. Cultuurhistorische waardestelling Kernwaarden Cultuurhistorische waardering
97 98 103
Bijlage
110
Eindnoten Literatuur Colofon
112 113 113
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
3
Bedrijfskaart De Wielewaal door de Heidemij. [De Wielewaal]
4
Inleiding Landgoed De Wielewaal aan de Oirschotsedijk in Eindhoven was bijna een eeuw lang in het bezit van de familie Philips. Eerst Anton Philips (1874-1951) en vervolgens zijn zoon Frits Philips (1905-2005) transformeerden een productiebos tot een uniek twintigste-eeuws landgoed aan de rand van de stad, grenzend aan de fabriekscomplexen van Philips in Strijp. De erven Philips verkochten een groot gedeelte van De Wielewaal in 2007 aan ondernemer Marc Brouwers, die het landhuis grondig heeft verbouwd. Nu de gemeente Eindhoven dit bezit heeft verworven met de intentie het een publieke betekenis voor de stad te geven, is de vraag wat de cultuurhistorische waarde van De Wielewaal inhoudt en hoe deze door nieuw gebruik herkenbaar is te maken en nieuwe betekenis kan krijgen. Dat is ook de aanleiding voor dit cultuurhistorisch en tuinhistorisch onderzoek, dat in opdracht van de gemeente Eindhoven is opgesteld. Plan van Onderzoek Het onderzoek is gebaseerd op de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek (z.j.) en een Plan van Onderzoek (PvO), dat de gemeente Eindhoven opstelde (R. Aarts, 7 juli 2022). Dit PvO vermeldt onder meer het volgende. Het onderzoek richt zich op De Wielewaal en betrekt daar ook de omgeving bij (het brede Philips erfgoed, de twee aangrenzende parken, Welschap, etc.).
De formele erfgoedstatus van De Wielewaal is een zeer hoog gewaardeerd historisch cultuurlandschap (historisch landschap op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart). Op het terrein bevinden zich twee gemeentelijke monumenten (Withuis en
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
Zwarthuis). Voor de groene zoom van Eindhoven stelde onderzoeksbureau RAAP in 2017 een cultuurhistorische waardenkaart op (onderzoeksrapport met kaartbijlagen).1 De vorming en ontwikkeling van het landschap rondom Eindhoven is hierin beschreven en gewaardeerd. Het doel van het onderzoek naar de Wielewaal is om hier een verdiepingsslag op uit te voeren, met name voor de transformatie van de heideontginning tot het landgoed van de familie Philips en de verdere ontwikkeling daarvan. Andere cultuurhistorische onderzoeken over het landschap en de parken in en om Eindhoven kunnen als input voor deze studie worden gebruikt.2 Het doel van de onderhavige studie is, zo stelt het Plan van Onderzoek, om de cultuurhistorische en tuinhistorische waarden van De Wielewaal in beeld te brengen, ten behoeve van de visievorming op het grotere stadsbos van Eindhoven (aansluitend op het Gebiedsprogramma Eindhoven Noordwest) en het opstellen van een ontwikkelingsplan voor De Wielewaal. Het onderzoek zal als afwegingskader dienen bij vraagstukken rondom beheer en onderhoud van de aanleg. Ten aanzien van vorm en inhoud vraagt het PvO om een gedetailleerde beschrijving van het verworven bezit en een beschouwing over verschillende niveaus, variërend van het gebied tot de componenten.
Van de aanwezige opstallen (Hut van Oom Ton, landhuis De Wielewaal) dienen de architectuurhistorische waarden van de buitenzijde geformuleerd te worden.
Verantwoording Landgoed De Wielewaal is samengesteld uit verschillende percelen die door Anton Philips werden aangekocht. De kern bestaat uit de ontginning bij het Zwarthuis, in 1914 verworven, en een uitbreiding uit 1920 met de ontginning bij het Withuis. De naam De Wielewaal dook pas in de jaren dertig voor eerst op, als aanduiding voor het landhuis dat Frits Philips op het terrein liet bouwen. Vanaf dat moment werd de naam voor het hele landgoed gebruikt. In de historische schets in dit rapport houden we tot 1934 voornamelijk de namen Zwarthuis en Withuis aan en daarna De Wielewaal. Het landgoed wordt tegenwoordig begrensd door de Oirschotsedijk, de Tegenboschweg, de Tilburgseweg en de Elburglaan. Het grondbezit van de familie strekte zich ook uit tot buiten deze grenzen, maar kreeg andere bestemmingen, zoals een park (PhilipsDe Jongh Wandelpark en Philips Van Lenneppark), sportcomplex (De Heerdgang en Tegenbosch) of golfbaan (Welschap). Op het terrein van De Wielewaal werden in de loop van de jaren percelen afgescheiden en met villa’s bebouwd. Dit onderzoek richt zich op het landgoed, zoals dat als een geheel functioneert – waarbij de afgesplitste villapercelen en hun tuinen niet of zijdelings zijn meegenomen.
5
Een van de entreeroutes.
Het rapport bestaat uit een historische en ruimtelijke analyse van het landgoed en de belangrijkste gebouwen, uitmondend in een cultuurhistorische waardering op hoofdlijnen, aan de hand van kernwaarden en een beschrijving van de materiële en immateriële waarden van het landgoed en de gebouwen. We konden voortbouwen op een cultuurhistorische scan, die we in 2020 in opdracht van Schipper Bosch uitvoerden. Bij het onderzoek waren de disciplines architectuur, architectuur- en landschapsgeschiedenis en landsontwerp betrokken. We baseerden ons op veldwerk, literatuur, archiefmateriaal (Regionaal Historisch Archief Centrum Eindhoven, gemeente Eindhoven Universiteit Wageningen, Nationaal Archief). Het was niet mogelijk om de Philips Company Archives en de privé archieven van de familie Philips te raadplegen. Van de op het terrein aanwezige gebouwen kon alleen huis De Wielewaal worden bezocht (in 2020), met dank aan de eigenaar Marc Brouwer. Voor het onderzoek werden gesprekken gevoerd met Warner Philips (†) en zijn vrouw Nel, Frits Philips jr, David van Lennep, de bewoner van de Hut van Oom Ton, en tuinman Frans Schepers. SteenhuisMeurs 23 mei 2023
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
6
1525 1525 1525 1525 1525 1525
g we se rg bu Til
Kadas a e kaa van de W e ewaa
1592 1592 1592 1592 1592 1592
kadas e n
WSL01A Til
402 402 402 402 402 402
bu rg se we g
404 404 404 404 404 404
WSL01A
WSL01A
1611 1611 1611 1611 1611
Legenda 7
O ir
W e ewaa E ndhoven_S r p
7
we ch os
13 Te
25
1453 1453 1453 1453
bo
sch
1456 1456 1456
16
1774 1774 1774 1774
An
1776 1776 1776 1776
th
on
y
Fo
kk
g
eg
we
erw
29
ge
nb
os
1777 1777 1777 1777
31 1464 1464 1464 1464 1464 1464
o sc
1453 1453 1453 1453 1453
15
12
1484 1484 1484 1484
1526 1526 1526 1526
1480 1480 1480 1480 14
1475 1475 1475 1475 1475 1475
29
14
16
1774 1774 1774
466 466 466 466 466
bo
c os nb ge Te
1477 1477 1477 1477 1477 1477
hw
1476 1476 1476 1476 1476 1476
eg
hw
1310 1310 1310 1310 1310
1786 1786 1786 1786 1786
sch
1781 1781 1781
1778 1778 1778
323 323 323 323 1779 1779 1779 1779 1779
5 1780 1780 1780 1780 1780
1476 1476 1476 1476 1476 1476
1593 1593 1593 1593 1593
3b
1308 1308 1308 1308 1308
1525 1525 1525 1525 1525 1525
1306 1306 1306 1306 1306 1306
1307 1307 1307 1307 1307
otse
ots
ed
ijk
ed
ijk
STR03F
1310 1310 1310 1310 1310
di jk
466 466 466 466 466
1478 1478 1478 1478 1478 1478
1592 1592 1592 1592 1592 1592 1311 1311 1311 1311 1311
ch
408 408 408 408 408
1477 1477 1477 1477 1477 1477
5
g we se urg Tilb
1480 1480 1480 1480 1480 1480
sch
1475 1475 1475 1475 1475 1475
O irs
467 467 467 467 467 467
O ir
414 414 414 414 414
1479 1479 1479 1479 1479 1479
1482 1482 1482 1482 1482 1482
g we se rg bu Til
c os nb ge Te
WSL01V
1783 1783 1783
1782 1782 1782
31464 1464 11464 1464 1464 1464
1469 1469 1469
eg
3b
1776 1776 1776 1776 1776 1776
5
1478 1478 1478 1478 1478 1478
1784 1784 1784
1773 1773 1773 1773 1773 1773
1785 1785 1785 1785 1785 1785
28
1480 1480 1480 1480 1480 1480
21
1777 1777 1777
1478 1478 1478 1470 1470 1470 1478 1478 1478 1470 1470 1470
1310 1310 1310 1310 1310
bebouwing
19
1775 1775 1775 1775
1465 1465 1465
en
WSL01V
overige perceelsgrens
ijk
323 323 323
1780 1780 1780 1455 1455 1455 1455 1455 1455
1463 1463 1463 1463
Teg
ed
1456 1456 1456
1462 1462 1462 1462 1466 1466 1466 1466 27
ots
WSL01V
1779 1779 1779 1454 1454 1454 1454 1454 1454
17
h
1467 1467 1467 1467 1467
25
sch
1402 1402 1402 1402 1402 Bos
1781 1781 1781 1781 1781
1778 1778 1778 1452 1452 1452
1474 1474 1474
1461 1461 1461 1461 1461
2
3 1468 1468 1468
1780 1780 1780 1780
3b 1479 1479 1479 1479 1479 1479
10
O ir
1782 1782 1782 1782 1782
1451 1451 1451 1451 1451 1451
13
nb
1783 1783 1783 1783
1785 1785 1785 1785
1786 1786 1786
11
ge
perceelsgrens binnen Wielewaal
1776 1776 1776
31 1589 1589 1589
sch
1460 1460 1460
323 323 323 323 1779 1779 1779 1779
1593 1593 1593 1593
1482 1482 1482 1482 1482 1482
bo
Te
8
1587 1587 1587 1587 1587 1587
1781 1781 1781 1781
1778 1778 1778 1778
28 1469 1469 1469 1469
en
9 28
1588 1588 1588 1588
1786 1786 1786 1786
ch
1470 1470 1470 1470
29
1448 1448 1448 Teg
1469 1469 1469 1469 1469 1469
1782 1782 1782 1782
1774 1774 1774 1774 1774
1401 1401 1401 1401 1401 1401 1777 1777 1777 1777 1777
1783 1783 1783 1783 1783
1785 1785 1785 1785
1466 1466 1466 1466 1466 1466 27
Te
1526 1526 1526 1526
1784 1784 1784
1773 1773 1773 1773
1463 1463 1463 1463 1465 1465 1465 1465
1484 1484 1484 1484
21
1775 1775 1775 1775
14 1462 1462 1462 1462
25
19
1474 1474 1474 1474
12 1461 1461 1461 1461
1467 1467 1467 1467
1447 1447 1447 1447 1447
16
1784 1784 1784 1784
1773 1773 1773 1773
463 463 463 463 463 463
ch
17 en
10 1460 1460 1460 1460
23
1468 1468 1468 1468
1456 1456 1456
21
1775 1775 1775 1775
27
os
Teg
8
1588 1588 1588 1588 1587 1587 1587 1587
1455 1455 1455 1455
sectiegrens
19
17
1474 1474 1474 1474 1474
h
12
1454 1454 1454 1454
15
o sc
15
14
1452 1452 1452 1452
13
nb
23
1402 1402 1402 1402 1402 Bos
1451 1451 1451 1451
11
ge
di jk
1589 1589 1589 1589
9
ijk
11
7
1448 1448 1448 1448
otse
ed
1402 1402 1402 1402 1402 Bos
9
10 ch
ots
g
eg
nb
erw
ge
kk
nb
eg
1447 1447 1447 1447
eg
Wielewaal Eindhoven_Strijp
Fo
ge
erw
hw
kk
osc
Fo
nb
y
O irs
1401 1401 1401 1401 1401 1401
ge
on
y
Te
th
on
8 463 463 463 463 463 463
Te
An
th
Te
An
sch
1308 1308 1308 1308 1308
n ge Te
sc bo
hw
414 414 414 414 414
1476 1476 1476 1476 1476 1476
eg
N Oirschots
Geproduceerd door GIS Maatwerk en Advies
1302 1302 1302 1302 1302
1306 1306 1306 1306 1306 467 467 467 467 467 467 1307 1307 1307 1307 1307
1525 1525 1525 1525 1525 1525 1305 1305 1305 1305 1305 1305
O irs
bu g
1612 1612 1612 1612
3c
O ir
sch
408 408 408 408 408
1302 1302 1302 1302 1302
3c
1789 1789 1789 1789 1789 1789
3d
3a
Til
103 103 103 103 103 103
1
1788 1788 1788 1788 1788 1788 1305 1305 1305 1305 1305
O ir
sch
bu rg
ijk
3
1300 1300 1300 1300 1300 1300
402 402 402 402 402 402
ots
103 103 103 103 103 103
we
1304 1304 1304 1304 1304
Elb
urg
g
laan
se
1429 1429 1429 1429 1429
1787 1787 1787 1787 1787
1301 1301 1301 1301 1787 1787 1787 1787 1787 1787
n
325 325 325 325 325 325
2546 2546 2546 2546 2546 2546
1612 1612 1612 1612
1611 1611 1611 1611 1611 1611
laa
WWW.KADASTER.NL
406 406 406 406 406
3c
394 394 394 394
1537 1537 1537 1537 1537 1537
3d Copyright © 2013 Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn. 3 Aan de kaart kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele 3a eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
1609 1609 1609 1609 1609
325 325 325 325 325 325
1789 1789 1789 1789 1789 1789
1549 1549 1549 1549 1549
eg
688 688 688 688 688 688
2
1535 1535 1535 1535
1599 1599 1599 1599 1599
2546 2546 2546 2546 2546 2546
1788 1788 1788 1788 1788 1788
1
4
gs ew
ed
1789 1789 1789 1789 1789
1
1429 1429 1429 1429 1429
Tilb ur
ijk
394 394 394 394 394 394
1537 1537 1537 1537 1537 1537
3
Legenda
ed
394 394 394 394
1537 1537 1537 1537 1537
3d
404 404 404 404 404 404
ots
(1 cm op de kaart is 30m in het terrein )
1788 1788 1788 1788 1788
3a
1305 1305 1305 1305 1305 1305
di jk
urg
g
we
we
se
se
1304 1304 1304 1304 1301 1301 1301 1301 1301 1301
1611 1611 1611 1611 1611 1611
otse
Schaal 1 : 3000
1311 1311 1311 1311 1311
rg
urg 404 404 404 404 404
ch
Elb
1592 1592 1592 1592 1592 1592
Til
g we se rg bu Til
Tilb
402 402 402 402 402 402
1636 1636 1636 1636
103 103 103 103 103 103
689 689 689 689 689 689
sectiegrens
urg
se
we
411 411 411 411 411 411
g
1429 1429 1429 1429 1429 1429
6
1549 1549 1549 1549 1549 1549
2
T ilb
1300 1300 1300 1300 1300
laa
8
urg
WIU
410 410 410 410 410 410
6
overige perceelsgrens
325 325 325 325 325 325
1675 1675 1675 1675 3915 3915 3915 3915
STR03F
urg Elb
la
2546 2546 2546 2546 2546 2546
an
8
1609 1609 1609 1609 1609
1532 1532 1532 1532 1532
T ilb 53 53 53 53 53 53
urg
se
we
WIU
410 410 410 410 410
1599 1599 1599 1599 1599 1599
1535 1535 1535 1535 1535 1535
51
50 50 50 50 50 50
1549 1549 1549 1549 1549 1549
g
688 688 688 688 688 688
4
bebouwing
12 265 265 265 265 265 265
51 51 51 51 51
1531 1531 1531 1531 1531
STR03C
1462 1462 1462 1462 1462
urg Elb
53
411 411 411 411 411 411
la
8
12
STR03E Geproduceerd door GIS Maatwerk en Advies
689 689 689 689 689 689
6
1676 1676 1676 1676 1676 1676
1598 1598 1598 1598 1598
rs, Apeldoorn.
h de intellectuele nkenrecht.
1636 1636 1636
an
51
STR03F
2
406 406 406 406 406
N
n
1787 1787 1787 1787
1598 1598 1598 1598 1598
Elb
STR03F perceelsgrens binnen Wielewaal
4
1676 1676 1676 1676 1676
WIU
410 410 410 410 410 410
1675 1675 1675 1675 1675 1675 3915 3915 3915 3915
STR03C
53
N
urg Elb
la
an
1532 1532 1532 1532 1532 1532
51
50 50 50 50 50 50
Schaal 1 : 3000
53 53 53 53 53 53
(1 cm op de kaart is 30m in het terrein )
12
STR03E
265 265 265 265 265
51 51 51 51 51
1531 1531 1531 1531 1531 1462 1462 1462 1462 1462
STR03C
53
WWW.KADASTER.NL Copyright © 2013 Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn. Aan de kaart kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
7 STR03E
De Hut van Oom Ton.
8
A. Aanleg en gebruiksgeschiedenis
Het heidelandschap bij Eindhoven. De huidige contour van de Wielewaal is wit gestippeld. Ca. 1885. [Topotijdreis]
10
Drie landschappen in een eeuw tijd Op negentiende-eeuwse kaarten van Eindhoven en omgeving is het vergeefs zoeken naar landgoed De Wielewaal. Ten westen van de dorpen Strijp en Woensel lag in plaats daarvan een uitgestrekt heidegebied, dat bestond uit de Strijpsche Heide, de Woenselsche Heide, de Zeeltsche Heide en iets verder weg de Achtsche Heide. Over de heidevelden liepen slingerpanden en enkele rechte wegen, waarin de Oirschotsedijk en de Postdijk zijn te herkennen. Latere kaarten, bijvoorbeeld uit 1885, laten zien dat het landschap een metamorfose tot productiebos had ondergaan. De heide was veranderd in een bos, waarin de paden een ruitjespatroon vormden dat aansloot op de bestaande dijken en wegen in het gebied. Tijdens het interbellum volgde een nieuwe transformatie en veranderde de ontginning in een landgoed, eerst om te ontspannen en daarna om er te wonen. Binnen het bosareaal werden open ruimten gecreëerd en prachtige tuinen aangelegd. Zo transformeerde het landschap in nog geen eeuw tijd van heide, via productiebos tot een weelderig landgoed. De drie fases worden in dit hoofdstuk geïntroduceerd, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van onderzoeken van BRO en RAAP.3 De heide Het natuurlijk landschap in de omgeving van Eindhoven is gevormd door dekzandafzettingen, die na de laatste ijstijd plaatsvonden.
Via breuklijnen in het zandpakket kon het water in noordwestelijke richting afstromen. Door het
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
Dopheide (links) en struikheide. [ecopedia.nl]
verdichten van de begroeiing kwam er een einde aan de zandafzettingen. Geleidelijk aan ontstond het kenmerkende Brabantse oerlandschap, met een stelsel van beken en begroeiing. De woeste gronden raakten op de natte plekken begroeid met dopheide. Op de drogere delen groeide struikheide, met hier en daar zandverstuivingen.4 De hogere dekzandruggen langs de beekdalen leenden zich uitstekend voor menselijke vestiging. Hoewel de oudst bekende sporen van bewoning zo’n 10.000 jaar oud zijn en akkerbouw en veeteelt al in de jonge steentijd (3.000-1.500 voor Christus) hun intrede deden, kwam de landbouw pas in de Middeleeuwen tot bloei.5 De natuurlijke omstandigheden leenden zich voor een afwisseling van hooi- en weilanden in de beekdalen en akkerbouw op de hogere gronden, die met plaggen vruchtbaar werden gemaakt. Boerenhoeven, zoals de Mispelhoef, den Hurk en Tegenbosch, dateren in hun eerste aanleg vermoedelijk uit de veertiende of vijftiende eeuw. Eeuwenlang bleef het landschap min of meer gelijk, met grote heidevelden, onderbroken door akkers. Ter plekke van de huidige Wielewaal liep vanouds de Postdijk als verbindingsroute tussen Eindhoven en Oirschot. In 1773 nam de nieuw aangelegde Oirschotsedijk deze functie over.
Naast deze routes behoren ook het ven (bij de Hut van Oom Ton) en de beide beken tot de herkenbare sporen van de Strijpsche Heide die in De Wielewaal zijn terug te vinden.
11
Het bosbouwlandschap bij Eindhoven. De huidige contour van de Wielewaal is wit gestippeld. Ca. 1915. [Topotijdreis]
12
Het bos Halverwege de negentiende eeuw veranderde het landschap rondom Eindhoven drastisch. In korte tijd werden grote stukken van de heide ontgonnen en met bos beplant. Een concrete aanleiding voor deze ontwikkeling was de vraag naar dennenhout vanuit de mijnen in België en later Limburg. Het hout was nodig om de mijnschachten en -gangen te kunnen stutten. De bossen dienden zowel nut als lust, want naast de productie van hout boden ze een ideale setting voor jachtpartijen.6 Om de schrale heidegronden met hout te kunnen beplanten, waren soms wel maatregelen nodig. Zo kon de grond in de negentiende eeuw worden bemest met guano, de voorloper van kunstmest. Guano was een soort versteende vogelpoep uit Peru en Ecuador, die rijk was aan meststoffen. Vanaf 1843 werd deze meststof door twee Nederlandse bedrijven geïmporteerd, maar de voorraden raakten snel uitgeput en in de late negentiende eeuw werd Guano nog maar mondjesmaat ingevoerd. Een van de stuwende krachten achter de ontginning van de woeste gronden was jonkheer Michael Alexander Joseph van der Beken Pasteel (1789-1864), een telg uit een Belgisch-Nederlandse familie.7 Hij was geboren en als jurist opgeleid in Leuven en vestigde zich in 1808 te Eindhoven.
Van der Beken Pasteel was jarenlang president van de arrondissementsrechtbank, een functie die hij combineerde met lidmaatschappen van Provinciale Staten van NoordBrabant (1823-1849) en de Eerste Kamer der Staten Generaal (1850-1859). Als ‘adjunct houtvester’ was hij tussen 1818 en 1852 namens de overheid verantwoordelijk voor het beheer van de woeste gronden rond Eindhoven. Dat weerhield hem er niet van zelf veel van deze gronden aan te kopen, zoals de heerlijkheid Aalst (1823) en
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
De greppels van het rabatbos op De Wielewaal.
uitgestrekte terreinen in Stratum, Woensel en Strijp. Hij verwierf onder meer de Woenselsche en Strijpsche heide, waar hij bossen aanplantte en het Withuis, het Zwarthuis en de houtvestershoeve bij de tegenwoordige Philips Fruittuin liet bouwen.8 In de natte omstandigheden rond de Oirschotsedijk konden zowel naald- als loofbomen groeien. Vanwege de grote vraag naar snelgroeiend dennenhout werd een aanzienlijk deel van het terrein met naaldbomen beplant. De bomen stonden in bosvakken, omgeven door wallen met hakhout en eikenlanen.9 Voor het ontwateren werden greppels tussen de bomenrijen gegraven. De vrijgekomen grond werd tussen de greppels opgebracht, zodat de bomen op hogere ruggen kwamen te staan. Dit wordt een ‘rabatbos’ genoemd. Opmerkelijk was dat bij de Oirschotsedijk, ter plaatse van het tegenwoordige Philips-De Jongh Wandelpark, aanvankelijk ook een agrarisch bedrijf werd aangelegd, Heidelust geheten. Een succes werd dit niet, want nog voor 1900 was deze onderneming omgevormd voor de bosbouw.10 Enkele jaren na de dood van Van der Beken-Pasteel werden zijn landerijen in opdracht van mevrouw de douairière en de erven op een openbare veiling verkocht. Aangeboden werd ruim 212 hectare bewerkte en onbewerkte heide in de gemeente Woensel, ‘voor het grootste gedeelte beplant met eene groote massa welwassende eikenboomen, dennen- en ander hout’, met daarop vier boerenhoeven.
In de gemeente Strijp ging het om ruim 100 hectare ‘welwassende dennenbosschen en opgaande boomen van verschillende wasdom’, grenzend aan het bezit in Woensel en daarmee ‘een schoon geheel uitmakende’. In de directe nabijheid maakte nog eens 133 hectare heide in de gemeente Zeelst
deel uit van de te verkopen terreinen.11 Het eigendom raakte bij deze verkoop versnipperd. Het Withuis was aan het einde van de eeuw eigendom van Emile Steyaert uit het Waalse Saint Ghislain (1893-1896). Hij overleed rond 1897, waarna de ontginning eerst overging op Salpieter Steyaert uit Antwerpen en vervolgens op Leon Steyaert uit Brussel. Het Zwarthuis was destijds in bezit van Caspar Houben uit Tilburg (1823-1899), een industrieel die in 1850 een textielververij was begonnen. Jaarlijks verschenen er advertenties in de plaatselijke kranten, met de aankondiging van houtverkopingen voor de boseigenaren (door een notaris), die meestal bij het Withuis of het Zwarthuis werden gehouden. Rondom de Oirschotsedijk en met name op het terrein van De Wielewaal herinnert veel aan de fase van de bosontginning: de orthogonale verkavelingsstructuur, de bosaanleg met dennen en eikenlanen, de rabatten, alsmede het Withuis en het Zwarthuis. 13
Het bosbouwlandschap bij Eindhoven. De huidige contour van de Wielewaal is wit gestippeld. Ca. 1930. [Topotijdreis]
14
Het landgoed De volgende fase in de ontwikkeling van wat nu De Wielewaal is, was een direct gevolg van de industrialisatie van Eindhoven en de opkomst van een nieuwe elite van fabrikanten en ondernemers. Mede door het graven van het Eindhovens kanaal (1846) en de aanleg van het spoor (1866) kon Eindhoven zich ontwikkelen tot een industrieel centrum van de textiel-, sigaren-, lucifer-, hout- en gloeilampenindustrie. De eerste fabrieken van Eindhoven concentreerden zich rond de oude stad en in het Dommeldal. De gloeilampenfabriek van Philips groeide vanaf de oprichting in 1891 vanaf de Emmasingel naar het noorden en het westen – richting de voormalige heidevelden en bosplantages. Eerst werd alle grond tussen de Emmasingel, de Willemstraat, de Vonderweg en het spoor opgekocht en volgebouwd. Halverwege de jaren twintig was dit gebied volledig in gebruik. Tot 1920 was de gemeente Eindhoven bescheiden van omvang en waren de omringende dorpen allemaal zelfstandige gemeenten: Strijp, Woensel, Tongelre, Stratum en Gestel. Om de stedelijke ontwikkeling, aangewakkerd door de industriële groei, in goede banen te leiden vond vanaf 1915 overleg tussen de verschillende gemeenten plaats. Dit ging echter zeer moeizaam, omdat de buurgemeenten het eigen belang van de dorpen boven het belang van ‘Groot-Eindhoven’ stelden. Om samenwerking af te dwingen werd gesproken over annexatie. Deze
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
‘dreiging’ leidde tot een wilde uitverkoop van grond. Philips, dat mede door het tijdelijk wegvallen van de Duitse concurrentie enorme winsten behaalde, profiteerde van de situatie. Zowel van particulieren, als van de gemeenten en de kerk werd op grote schaal grond ingekocht. Het ging om arme en daarmee goedkope heidegrond en landbouwgrond met boerderijen. De percelen vormden samen een aaneengesloten gebied met een lengte van wel vijf kilometer in noordwestelijke richting langs de spoorlijn naar Boxtel. Na het volbouwen van de Emmasingel en omgeving kon de NV Philips verder groeien richting Strijp. In 1927 werd gestart met de bouw van Strijp I, het huidige Strijp S, dat onder meer werd bestemd voor de productie van radio’s. Philips’ Bouwbureau realiseerde hier de zogenaamde Hoge Rug, een lange rij hoge betonnen fabrieksgebouwen. Met de oplevering van het Veemgebouw in 1942 was Strijp I (S) volledig bebouwd. Halverwege het oude en het nieuwe fabriekscomplex was Philipsdorp, waar het bedrijf tussen 1910 en 1923 honderden woningen voor de arbeiders had gebouwd. Iets verderop ontstond een andere Philips arbeidersbuurt, het Drents Dorp, dat grensde aan het landgoed bij het Withuis.
het bedrijf er kon bouwen, bleef het melkveebedrijf bestaan. Het terrein werd na de oorlog ontwikkeld, als onderdeel van Strijp II en III (T en R), met daartussen de Zwaanstraat. Ter plaatse van Strijp II (T) verdween de Oirschotsedijk. De historische structuur werd overschreven door een stelsel van spoor- en rangeerbanen. Beide terreinen II en III grensden aan de bossen van het Withuis, een terrein dat Anton Philips ongeveer tegelijk met Sans Souci voor zichzelf kocht. De helft van het landgoed, aan de zijde van het spoor (26 hectare), werd als openbaar park ingericht: het Philips-De Jongh Wandelpark. Het park was een cadeau van de familie Philips aan de gemeente Eindhoven, ter gelegenheid van de samenvoeging van de stad met de vijf randgemeenten in 1920. De andere helft van het Withuis, gelegen ten zuiden van de Oirschotsedijk werd bij het zes jaar eerder verworven grondbezit achter het Zwarthuis gevoegd. Zo ontstond een groot particulier landgoed in het bos, vlak tegen de bedrijfsterreinen van Philips aan. Bij de schenking va het Wandelpark werd de Postdijk ter plaatse van het landgoed als openbare weg opgeheven, de Oirschotsedijk bleef openbaar. De volgende hoofdstukken gaan nader in op gebruik en inrichting van het landgoed van de familie Philips.
Met de aankoop van boerderij Sans Souci kreeg Philips rond 1920 de beschikking over een terrein van 12 hectare aan weerszijden van de Oirschotsedijk. Tot het moment dat
15
Verkoopadvertentie van het Zwarthuis. [Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 12 september 1871] Overlijdensbericht timmerman van het Withuis. [Tilburgsche Courant, 29 juni 1895]
Advertentie tot de verkoop van meubelen wegens afloop van de huur. [De Peel- en Kempenbode, 21 mei 1904] Verkoopadvertentie van dennenbossen met twee huzien, een boomgaard, bouwland en weiland. [Nieuwe Rotterdamsche Courant, 23 mei 1914]
Verkoopadvertentie van het Withuis. [Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant, 14 februari 1920]
16
Grondeigendom van NV Philips en de familie Philips (geel en lichtgrijs), ongedateerd. [RHCE]
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
17
18
Anton Philips en het Zwarthuis/Withuis
Tuinarchitect D.F. Tersteeg in de tuin van de Vijverhof, de villa van Gerard Philips. [WUR]
Over het ontstaan en de stormachtige ontwikkeling van de firma Philips zijn vele boeken geschreven.12 Het initiatief tot de oprichting van een gloeilampenfabriek kwam van Gerard Philips (1858-1942). Hij reisde na zijn opleiding Werktuigbouwkunde aan de Polytechnische School in Delft naar Glasgow, waar hij gegrepen werd door de magie van het elektrisch licht. Na vijf jaar van omzwervingen, studie en experiment besloot hij om zich in Nederland op de productie van kooldraadgloeilampen toe te leggen. Een financier voor deze startup was gauw gevonden: vader Frederik Philips (1830-1900), een bankier uit Zaltbommel. Ze kochten een oude fabriek aan de Emmasingel in Eindhoven en richtten in 1891 ‘Philips en Co’ op. Pas vier jaar later kwam Gerards zestien jaar jongere broer Anton (1874-1951) in het bedrijf. In één gezin kwam alles samen: kapitaal (vader), technisch vernuft (Gerard) en zakelijk instinct (Anton). Dankzij dit driemanschap kon Philips vanuit het niets in enkele decennia tijd uitgroeien tot een wereldmerk. Na de Eerste Wereldoorlog richtte Philips zich behalve op gloeilampen ook op radio’s en scheerapparten. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen daar televisies en tal van andere elektrische apparaten bij.
De Vijverhof Gerard Philips woonde met zijn vrouw Jo van der Willigen vanaf 1896 in villa Vijverhof aan de Vestdijk, ongeveer op de plek waar nu een deel van Hotel Cocagne (Pullman) staat. In verband met De Wielewaal is het opmerkelijk dat hun tuin werd ontworpen door tuinarchitect D.F. Tersteeg (18761942) uit Naarden. Op een foto uit 1903 staat Tersteeg in de pas aangelegde tuin. Vanuit het huis voerden enkele treden naar beneden de tuin in, die met een structuur van recht op elkaar staande paden was ingedeeld in vakken met beplanting. Het centrale element was een verdiept terras
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
aan een vijver. Verder naar achter volgden een boomgaard en enige bijgebouwen. Bij zijn pensionering verkocht Gerard Philips de villa eind 1921 op een openbare veiling en vertrok naar Frankrijk. In advertenties voor de verkoop werd vooral de tuin aangeprezen, het ging om een ‘villa
met garage, planten- en kweekkasten, broeibakken, een tuinkoepel, bergplaatsen en een grooten tuin’.13 V. Gubbels kocht het pand met de drie achtergelegen bouwterreinen voor f. 51.800,-.14
19
Villa de Laak van Gerard Philips, ontworpen door J.W. Hanrath.
Tuinontwerp voor De Laak van L.A. Springer met de Dommel en de Lakerloop, 1905. [WUR]
20
De Laak Anton Philips vestigde zich na zijn verhuizing naar Eindhoven in 1895 in een pension. Drie jaar later huwde hij Annetje de Jongh uit Rotterdam (Anna Henriette Elisabeth Maria, 1878-1970). Ze gingen in een villa aan de Vestdijk wonen, tegenover een oude begraafplaats.15 Hier werden vier kinderen geboren: Anna Elisabeth Cornelie (18991996), Beppie (1900-1904), Frederik Jacques (‘Frits’, 19052005) en Henriëtte Anna (‘Jetty’, 1906-2007). In 1907 verhuisde het gezin naar de immense villa De Laak, een ontwerp van de Gooise architect J.W. Hanrath. De Laak had de grandeur van een buitenplaats aan de Vecht en besloeg met zijn tuin bijna drie hectare. 16 Het huis verrees op steenworp afstand van de Vestdijk, bij de monding van de Lakerloop op de Dommel. Destijds lag het perceel nog in de gemeente Tongelre. Tegenover De Laak liet sigarenkistenfabrikant J. Brüning tegelijkertijd villa Elsheim bouwen. 17 Philips en Brüning namen samen met de erven van luciferfabrikant C.H.F. Mennen, die hier in 1900 de eerste villa had gebouwd, het initiatief voor de oprichting van de Grondmaatschappij Stratum-Tongelre, die grond in de omgeving aankocht voor de ontwikkeling van het villapark, met de Parklaan als centraal element. L.A. Springer (1855-1940) uit Haarlem ontwierp de tuin van De Laak.
Hij was een aanhanger van de zogenaamde ‘gemengde stijl’, waarin een organische, landschappelijke parkaanleg met geometrische vormen werd gecombineerd. Zo konden sportvelden en grote gebouwen makkelijk in een parkontwerp een plek krijgen. In zijn latere werk
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
kreeg de functionele en rechtlijnige opzet de overhand in zijn ontwerpen. Opvallend aan de tuinen van De Laak was dat de Lakerloop werd omgelegd om de vijvers met karpers en forellen te voeden. Philips liet met een mallejan volwassen eikenbomen uit een bosje dat hij in Nuenen bezat overkomen.18 Volgens de biograaf van Anton Philips, Marcel Metze, was De Laak niet zomaar een huis: ‘Het was een manifest, waarmee de nu drieëndertigjarige Anton zijn statuur van Tycoon in wording openlijk demonstreerde. Te openlijk misschien, voor sommigen’.19 De Laak was (en is) een villa in de overtreffende trap – met de afmetingen van een paleis, omringd door een enorme tuin waarin stallen, garages, vijvers, een boomgaard en een tennisbaan waren opgenomen.20 In het huis vond een grote kunstcollectie onderdak, die was begonnen met Delfts Blauw en antiek, maar uitgroeide tot een grote schilderijenverzameling met werken van de Amsterdamse en Haagse school (Maris, Breitner, Mauve, Israels en Toorop) en oude meesters als Rembrandt, Van de Capelle, Steen, Cuyp, Hals, Potter, Rubens en Ruysdael.21 Al in 1898 had Anton Philips in Rotterdam voor 350 gulden een Van Gogh gekocht (‘de vleermuis’), slechts negen jaar na de dood van de schilder.22 De kunstcollectie van Anton Philips kon zich meten met die van de Rotterdamse havenbaronnen D.G. van Beuningen (1877-1955) en het echtpaar A.G.
Müller (1862-1941) en H.E.L. J. Kröller (18691939). Veel kunst van Anton Philips verhuisde later naar De Wielewaal en zou in 2007 door de erfgenamen worden geveild.23
In De Laak liepen werk en privé in elkaar over. Tal van vriendjes en vriendinnetjes van de kinderen kwamen hier spelen. Er logeerden (beroemde) gasten van over de hele wereld, artiesten, ‘royals’, politici en ondernemers. Ten tijde van de Eerste Wereldoorlog vonden tientallen Belgische vluchtelingen er onderdak. Tegelijk was het op De Laak een komen en gaan van functionarissen van het bedrijf, die kwamen tennissen of waren uitgenodigd door Anton Philips. Niet toevallig werden twee schoonzoons en zoon Frits later allemaal president-directeur van Philips. P.F.S. (Frans) Otten (1895-1969) was gehuwd met Anna en werkte bijna zijn hele werkzame leven voor het bedrijf. Hij was presidentdirecteur van 1939 tot 1961. Zijn opvolger was Frits Philips, die op zijn beurt plaatsmaakte voor H.A.C. (Henk) van Riemsdijk (1911-2005), de derde man van Jetty. Van Riemsdijk, president-directeur van 1971 tot 1977, was het laatste familielid op deze post. De Laak vormde geregeld het decor voor defilés van het personeel, hoewel in levensbeschrijvingen van Anton Philips ook vaak wordt benadrukt dat hij wars was van uiterlijk vertoon en het liefst normaal contact met de Eindhovense bevolking en het personeel onderhield. Anna Philips-De Jongh bleef tot haar dood in 1970 in huize De Laak wonen. Sinds 1975 is het huis bezit van de N.V. Philips.
21
Het Zwarthuis. [Gemeente Eindhoven] Het Withuis. [Gemeente Eindhoven]
Het Zwarthuis en het Withuis De erven van de industrieel Caspar Houben uit Tilburg lieten op 10 en 24 juni 1914 het Zwarthuis aan de Oirschotsedijk veilen. Het ging om ‘uitgestrekte goed wassende dennenbosschen, hakhout en gerooid bos, benevens twee goed onderhouden huizen met tuinen, bouwland en weiland, dreven met opgaande boomen en verpooting, alles gunstig aan één gelegen te Woensel aan weerszijden van den Oirschotschen Dijk’. Het landgoed was ruim 126 hectare groot. Op de eerste dag van de veiling werd ingezet op f. 43.100,- in percelen en f. 49.500,- in massa.24 Een week later bezegelde Anton Philips de koop, over deze transactie en de prijs die werd betaald is in de kranten van toen niets teruggevonden. Net als andere boseigenaren verkocht ook Philips geregeld hout uit zijn bossen. Tussen 1915 en 1930 verschenen tientallen annonces in het Eindhovensch Dagblad waarin hout in allerlei soorten en maten werd aangeboden. Steevast werd de verkoop onder leiding van een notaris georganiseerd bij het Zwarthuis en vanaf 1920 soms ook bij het Withuis. Een greep uit het aanbod: kastanjebomen, appelbomen, eiken en dennen mutsaards (takkenbossen), zwaar elzen schaarhout, eiken snoeisels, populieren, gekapte lariks, (zware) dennenbomen voor heipalen of planken, dennen puisten, brandhout, tophout, Canadabomen (industrie- of klomphout) en masthout.
Dat laatste was geschikt voor boonstaken, bouwhout, mijnhout, latten, weidepalen, heininghout en geriefhout. Een enkele keer werden ook andere zaken aangeboden, zoals het bovenstel van een laagkar.25
22
De Hut van Anton Philips, ontwerp van architect De Bazel, 1918. [HNI]
De Hut van Oom Ton Behalve voor de bosbouw diende het Zwarthuis voor het gezin van Anton Philips als vrijetijdsbestemming. Het Zwarthuis betekende een uitvlucht voor de familie, weg van De Laak en van de fabrieken en uit de stad die zozeer door de gloeilampenfabriek beheerst werd. In de bossen van het Zwarthuis kwam het gezin tot rust. Anton Philips had volgens zijn kleinzoon Frits geen bijzondere belangstelling voor de jacht, het gebruikelijke vertier in de bossen.26 De vakanties bracht de familie doorgaans al wandelend in Zwitserland door. Met het buiten bij Eindhoven kon het gezin naar hartenlust wandelen in de eigen bossen. Anton Philips ging er graag met bomen in de weer en schijnt in zijn vrije tijd zelfs zwarte varkens te hebben gefokt.27 De grootste attractie van het bos was het ven, zeker voor de kinderen. Philips liet het uitdiepen en zo ontstond een prachtige zwemvijver, waar mevrouw Philips-De Jongh ‘s-zomers de kinderen na schooltijd graag mee naartoe nam. Er werd ook met vriendjes en familie gekampeerd. Tijdens een reis naar Amerika in 1913 had Anton Philips bij een zakenrelatie een houten blokhut gezien.28 Hij vroeg architect K.P.C. de Bazel zo’n hut voor bij het ven te ontwerpen.
De Bazel, die voor Philips arbeiderswoningen bouwde in Philipsdorp (1916-1918) en beambten- en ingenieurswoningen in Villapark Tongelre (1916-1919), maakte een schets die op 1 april 1918 is gedateerd. De ‘Hut van Oom Ton’ werd gebouwd met hout van het landgoed, brandde af in de jaren dertig, werd herbouwd en bestaat, in verlengde vorm, nog steeds.
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
23
Ter verdere verfraaiing van de bossen achter het Zwarthuis, trok Philips tuinarchitect D.F. Tersteeg aan. Springer, de tuinarchitect van De Laak, was inmiddels op leeftijd en liep een beetje uit het werk. De bijna 20 jaar jongere Tersteeg, die in 1903 de tuin van Gerard Philips aan de Vestdijk had ontworpen, had een bloeiende praktijk en stond voor een nieuwe, ‘Architectonische Tuinstijl’- waarover meer in het volgende hoofdstuk. Tersteeg had reeds verschillende projecten in Eindhoven gerealiseerd, waaronder de tuin bij kasteel Eckart (1906). Welke opdracht Anton Philips precies aan Tersteeg gaf is niet helemaal duidelijk, in het archief zijn enkele ontwerptekeningen voor tuinen in het bos achter het Zwarthuis bewaard. Concreet ging het om een rotstuin naast het ven (ongedateerd), een doolhof (1917), het pinetum (1917-1919) en een sterrenbos (1920) bij de Postdijk. Tersteeg ontwierp voorts het Philips-De Jongh wandelpark voor een terrein dat oorspronkelijk bij het Withuis hoorde (1920). Hij was ook betrokken bij de tuinaanleg rondom huize De Wielewaal, het woonhuis voor Frits, de zoon van Anton Philips, dat in 1934 in gebruik werd genomen. Hiervan is geen ontwerp, maar wel een beplantingslijst bewaard gebleven. De tuinontwerpen komen in het volgende hoofdstuk aan bod.
Een volgende grote grondaankoop betrof een landgoed van 330 hectare in Valkenswaard in 1929. Op dit terrein waren verschillende vennen en dennenbosjes, die behoorden tot de mooiste plekken van Brabant. Bij de aankoop werd bedongen dat een deel van het landgoed een natuurterrein bleef, maar daar wel de aanleg van een golfterrein mogelijk was. Philips was er van overtuigd dat ‘gepaste’ recreatie het natuurbehoud ten goede kwam en zou bijdragen aan een positieve landschapsbeleving. Na enige aarzeling ging de gemeente Valkenswaard akkoord met het aanbrengen van 18 gaatjes (holes) in het natuurgebied.32 Naast 70 hectare natuur en 20 hectare voor de golfbaan, werd nog eens 30 hectare bij de Eindhovenseweg als openbaar park ingericht, het tweede Philips-De Jongh Wandelpark.
De Pan en De Golf Naast de kunstverzameling was het grondbezit een grote hobby voor Anton Philips.29 De natuur en het tuinieren gaven hem ontspanning, hoewel hij ook hier vol energie inging. Zijn biograaf Metze: ‘En al nam hij een boer in dienst voor het verzorgen van vee en varkens, een boswachter en een aantal bosarbeiders, hij bleef zich zijn leven lang persoonlijk bemoeien met details als beplanting en de aankoop van eikels en tamme kastanjes als zaaigoed’.30 Na
Het kan moeilijk anders of het project voor ‘de golf’ deed de aandacht van Anton Philips voor zijn bezit aan de Oirschotsedijk verslappen. Hij stortte zich met hart en ziel op de aanleg van de golfbaan en de inrichting van het omringende landschap: ‘Geen boom werd zonder zijn toestemming gekapt. Langs de zoom van het dennenbos, op de punten waar men tussen de golfbanen mooie doorkijkjes had, werden loofbomen geplant: berken, eiken en beuken. Verder gaven brem, slangenkruid en
de aankoop van het Zwarthuis en het Withuis volgenden andere terreinen op iets meer afstand van Eindhoven. Zo kocht Philips in 1924 landgoed De Pan, een gebied van 320 hectare tussen Maarheeze en Someren. Het was een verwaarloosd jachtterrein met bossen en een moeras. Hier richtte Philips zich op het herstel van de ontginning, door de afwatering te verbeteren en nieuwe bossen aan te planten. De heide werd zoveel mogelijk ontzien.31
toortsen kleur aan het landschap.’33 Ook bij de golf werd een vennetje uitgediept tot zwemplas. Na de opening van de golfclub, waarvan het lidmaatschap alleen op invitatie mogelijk was, bleef Philips zich om het landschapsschoon bekommeren. Hij nam plantenzaden uit het buitenland mee en kwam soms met bremstruiken of veldkeien aanzetten, die allemaal een plek op het terrein kregen. Dat de aandacht van Anton Philips verschoof van de Hut van Oom Ton met de zwemplas naar de privé golfclub in Valkenwaard, paste bij de fase waarin het gezinsleven terecht was gekomen. De kinderen waren volwassen, Anna Philips-De Jongh kreeg meer tijd voor de door haar zo geliefde sportbeoefening en in het prachtige decor van de golfbaan konden vrienden en relaties worden ontvangen. De zondagen werden voortaan doorgebracht op ‘de golf’. Philips zelf was het niet zozeer om het golfen te doen, hij zocht vooral de natuur. De golfclub in Valkenswaard bestaat nog steeds, onder de naam Eindhovensche Golfclub. Net als met zijn kunstverzameling was Philips met het grootgrondbezit een kind van zijn tijd. Tal van havenbaronnen en industriëlen uit Rotterdam en andere steden, kochten enorme landerijen en stortten zich op de bosbouw en het genot van het buitenleven in de natuur.
Zo kocht het echtpaar Müller-Krüller vanaf 1909 jachtterreinen op de Veluwe, die zouden uitgroeien tot een gebied van 9.000 hectare: de Hoge Veluwe met het Jachtslot van architect H.P. Berlage en een museum voor de kunstverzameling. D.G. van Beuningen verwierf in 1920 het landgoed Noorderheide in de gemeente Ermelo, waar een grote villa verrees en het terrein met waterpartijen en tuinaanleg werd verfraaid.
24
Met de klok mee: fruittuin Philips, Duitse woning en de Constant Rebecque Kazerne.
Fruittuin en kazerne Gedurende de jaren dertig liet Anton Philips vlakbij De Wielewaal in het kader van de werkverschaffing de Philips Fruittuin aanleggen. Het betrof een complex met moestuinen en boomgaarden, waarin personeel van het bedrijf gedurende de crisisjaren kon werken. De oogst kwam dan weer ten goede aan het personeel. De Fruittuin kwam tussen de Oirschotsedijk en de spoorlijn te liggen, even voorbij het Zwarthuis. De tuin bestaat nog steeds en is nu een bezoekerscentrum met streekwinkel en restaurant. Een ander werkverschaffingsproject in de omgeving was de aanleg van vliegveld Welschap in 1932 (nu: Eindhoven Airport). Tussen de Fruittuin en het Philips-De Jongh Wandelpark bouwde het Ministerie van Oorlog in 1938 de Constant Rebecque Kazerne aan de Oirschotsedijk. Het was er een van in totaal 16 nieuwe zogenaamde Boostkazernes, die vanwege de oorlogsdreiging verspreid over Nederland ontstonden. De kazerne werd tijdens de oorlog door de Duitsers gevorderd en met verschillende gebouwen uitgebreid. De kazerne behield tot 1996 een militaire functie en is tegenwoordig in gebruik als Internationale School.
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
25
De tuinontwerpen van Dirk Tersteeg Na de aankoop van het Zwarthuis in 1914 betrok Anton Philips de landschapsarchitect en kweker D.F. Tersteeg bij het verfraaien van het landgoed. In het tekeningenarchief van Tersteeg is geen integraal ontwerp voor het Zwarthuis gevonden, alleen voor losse tuinen in het bos. Er is wel een ontwerptekening van het gehele Philips-De Jongh Wandelpark, dat in 1920 van het Withuis werd afgescheiden. Het doet vermoeden dat Philips de ingrepen aan het Zwart- en Withuis op ad hoc basis aanpakte, terwijl het Wandelpark, dat aan de gemeente Eindhoven cadeau werd gedaan, in één keer werd ingericht. Voor dit hoofdstuk was het onderzoek van Bonica Zijlstra uit 1986 naar de Nederlandse Tuinarchitectuur tussen 1850 en 1940 een belangrijke bron.34 Vorming Dirk Frederik Tersteeg werd in 1876 geboren in Amsterdam en verhuisde toen hij vijftien jaar oud was naar Bussum. Zijn vader was aannemer. Zelf bezocht hij de HBS en daarna de Tuinbouwschool Linnaeus in Amsterdam (1892). Twee jaar later brandde deze school in de Watergraafsmeer af, om niet meer herbouwd te worden.35 Noodgedwongen zette Tersteeg zijn opleiding in de praktijk voort. Tussen 1894 en 1899 werkte hij bij rozenkwekers in Naarden en Trier en op een boomkwekerij in Orleans. Samen met zijn broer Jan richtte hij in 1899 een eigen kwekerij op in Naarden, die hij vanaf 1903 alleen voortzette.
Dat jaar kreeg hij de eerste opdrachten voor het maken van tuinontwerpen, waaronder de tuin van de Vijverhof van Gerard Philips aan de Vestdijk in Eindhoven. In een interview ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag vertelde Tersteeg in de Gooi- en Eemlander hoe hij als tuinontwerper bekend werd: ‘In mijn jeugd
Dirk Tersteeg. [WUR]
begon de groote trek naar buiten en dat was mijn geluk. Er kwam ambitie in buitenplaatsen en men begon zich tevens te interesseren voor den stand en de omgeving van het gebouw, twee factoren die van zeer veel belang zijn. Ik kreeg al spoedig relaties met architecten. Ik heb o.a. gewerkt onder De Bazel, Hanrath en Ed. Cuypers. Zij bouwden het hele land door en zoo kreeg ik ook allengs vrij veel bekendheid’.36 Architectonische Tuinstijl Dat het ontwerpen van tuinen in de villawijken een andere aanpak vereiste dan de aanleg van parken met een gesublimeerde landschapsaanleg werd Tersteeg snel duidelijk. Geïnspireerd door ontwikkelingen in het buitenland, zoals de Arts and Crafts Movement in Engeland, aangevoerd door William Morris (1834-1896) en John Ruskin (1819-1900), en de denkbeelden van Duitse architecten als Hermann Muthesius (1861-1927) en Paul Schulze-Naumburg (1869-1949), werd Tersteeg in Nederland het boegbeeld van de Architectonische Tuinstijl. Deze stijl was hem op het lijf geschreven, zoals hij zelf zei: ‘Oorspronkelijk (..) voelde ik veel voor het bouwvak, temeer omdat ik veel van teekenen hield. Toen ik tot den tuinbouw overging voelde ik mij dan ook speciaal aangetrokken tot het bouwen in het tuinvak: n.l.
de architectuur’.37 De Architectonische Tuinstijl werd in 1907 door Tersteeg toegelicht in ‘Het Huis Oud en Nieuw’, het tijdschrift van architect Eduard Cuypers: ‘Goede oplossingen te vinden voor den aanleg van middelmatig groote en kleinere tuinen bij nieuw-gebouwde buitenhuizen is een eisch van deze tijd. Nu moet de tuin als verruiming van die woningen beschouwd worden (..) [en] evenals het huis een architectonisch karakter dragen. (..) De tuin moet afgesloten 26
zijn van de omgeving – bij ’t huis behooren. Om zo’n tuin verlangt men een flinke omheining, die alle stoornissen van buiten weert. (..) Door de indeeling ontstaan te beplanten vakken voor groepen, dienende als afscheiding of insluiting, die nooit een willekeurige vorm kunnen hebben, zoo ook de bloemvakken. Op vele punten zal de aanleg plaats bieden voor zich in vrijheid ontwikkelende planten, terwijl de architectuur ook punten zal aanwijzen die om strakke vormen vragen.’38 De architectonische benadering van de tuinaanleg van Tersteeg is terug te zien in zijn tuinen, die als verlengstuk van de huizen werden ontworpen. Rondom het huis werden als het ware openluchtkamers gemaakt, waarin het interieur zich buiten de woning voortzette. Door architectonische elementen te gebruiken, zoals gemetselde tuinmuren, prieeltjes, trappen, bestrating en bouwkundige constructies, werd dit effect versterkt. De tuinkamers werden meestal met hoog opgaand groen van de buitenwereld afgeschermd. Zo werd de tuin een besloten interieur om het huis.
Zoals Zijlstra al opmerkte, paste Tersteeg deze aanpak in allerlei variaties toe in zijn villatuinen, maar bood zij geen soelaas voor grote openbare parken.39 Deze gaf hij een landschappelijke aanleg, waarin hij altijd wel plek vond voor zijn architectonisch repertoire van kiosken, pergola’s, muurtjes, gemetselde banken en openluchtkamers, dat met zorgvuldig ontworpen overgangen op het omringende landschapspark aansloot.
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
Andere tuinontwerpen van Tersteeg. Boven een villatuin aan de Beethovenlaan in Hilversum, onder een villatuin aan de 's-Gravelandseweg in Bussum. [WUR]
Tersteeg en het landgoed van Philips De ontginning achter het Zwarthuis zag er in 1914 weinig landschappelijk, bekoorlijk of gastvrij uit. Op het landgoed aan de Oirschotsedijk stond een beklemmende hoeveelheid dennenbomen in vakken op elkaar gepakt. De bomenzee werd slechts onderbroken door een orthogonaal patroon van eikenlanen. Alleen bij het vennetje was er wat lucht en reikte het zonlicht tot op de grond. Om een gerieflijk landgoed te krijgen, werden letterlijk ruimtes in het bos open gekapt, zodat er kamers ontstonden. Iedere open ruimte werd als een openluchtkamer ingericht, net zoals Tersteeg dat bij zijn villatuinen gewoon was te doen. De aanblik van kale boomstammen rondom de open gehakte ruimtes kon worden verzacht door de randen van iedere kamer te stofferen met kleinere bomen, struiken of bijzondere begroeiing. Tersteeg gebruikte hier grote aantallen rododendrons voor, die met hun massa en bladerdek een adequaat overgangselement tussen de open ruimtes en de bosplantage opleverden. Verder werden slingerende paden door de bosvakken toegevoegd, die samen met de al bestaande eikenlanen allerlei wandelroutes opleverden en de boskamers onderling verbonden. Binnen enkele jaren tijd ontstond een wandelpark, dat naar believen met boskamers of paden kon worden uitgebreid.
27
28
Ontwerptekening van de rotstuin van Tersteeg, ca. 1917-1919. [WUR] Trap in de rotstuin. [WUR]
De rotstuin De eerste boskamers die Tersteeg ontwierp, lagen bij het vennetje en achter de Oirschotsedijk, iets terzijde van het Zwarthuis. Vlakbij het ven, precies tegenover de Hut van Oom Ton, kwam een rockery of rotstuin. Mogelijk werd deze tuin aangelegd op de bagger die uit het ven was gehaald. De ontwerptekening van Tersteeg laat een padenstelsel zien op verschillende niveaus met daartussen enkele stenen trappen. De paden zijn getekend met een verharding van grote, onregelmatige stenen. De inkleuring van de langgerekte perken tussen de paden suggereert een talud. Met enige moeite zijn op de ontwerptekening plantennamen te onderscheiden, waaronder cotoneaster horizontalis (dwegmispel), halictrum dipterocarpum (akelei), primilus, chelona barbata (?) en delph (ridderspoor). Een foto in het archief van Tersteeg van een van de trappen in de rotstuin laat een trap van gestapelde stenen en een uitbundige bloemenpracht zien, tegen een decor van opgaande coniferen. Restanten van de rotstuin zijn nog terug te vinden op De Wielewaal, maar de tuin is vervallen en in een overwoekerde staat.
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
29
Ontwerptekening van het doolhof van Tersteeg, 1917. [WUR]
Het doolhof, 1917 Op korte afstand van de rotstuin werd in de jaren tien voor de kinderen en gasten van Anton Philips een flink doolhof aangelegd. De ontwerptekening van Tersteeg is gedateerd april 1917. Het labyrint had een rechthoekig grondplan (47 bij 35 meter) en was van twee zijden te betreden. Vanaf elke entree was het middelpunt op slechts één manier te bereiken. Philips liet het doolhof aanleggen op aandrang van zijn vrouw en wist de benodigde taxussen goedkoop op de kop te tikken. Vanwege de oorlog konden veel boomkwekerijen namelijk niet of minder exporteren en kwamen zij met interessante aanbiedingen.40 Van het doolhof rest tegenwoordig alleen een min of meer open plaats in het bos.
30
Aanleg bassin in het Pinetum, tekening van Tersteeg, 1919. [WUR]
Het Pinetum, 1917 Het pinetum, oftewel de naaldbomentuin, is een ontwerp van Tersteeg op De Wielewaal dat bewaard is gebleven. Het gaat om een langwerpige tuin nabij het Zwarthuis. Rondom een rechthoekig gazon zijn vele soorten naald- en dennenbomen verzameld. In de brede en gelaagde bosrand kunnen de bomen individueel worden beleefd. Tijdens de aanleg van deze tuin stuurde Anton Philips de bosbaas naar Zuid-Frankrijk om zeldzame boomsoorten te verzamelen.41 Het pinetum is van vier zijden te betreden via enigszins verborgen entrees en heeft de sfeer van een verstilde binnenwereld. Op het gazon werden vazen en beelden opgesteld en zijn solitaire coniferen geplant. Na de dood van Frits Philips zijn verschillende tuinvazen en beelden uit het pinetum geveild.42 In het midden van het pinetum is een waterbassin. De ontwerptekening hiervan is bewaard gebleven en dateert uit mei 1917. Tersteeg legde de waterspiegel precies op het niveau van het gazon. Langs de zijkanten kon in een strook van de vijver grond worden aangebracht voor waterplanten. De brede stenen rand werd vlak boven maaiveld neergelegd.
Het ontwerp klopt precies met hetgeen hij tien jaar eerder over vijvers had geschreven: ‘Waar het aanwezig zijn van water zoo weldaadig kan aandoen en gelegenheid geeft allerlei fraaie waterplanten in de nabijheid te hebben, daar moet de vijver ook passend in de geometrische tuinindeeling en, als behoorend bij het huis, geheel architectonisch opgevat worden (..) Een waterdicht gemaakt bassin moet men niet laten doorgaan voor een natuurlijken waterplas. Men moet eerlijk laten zien dat dit bassin niet natuurlijk is door een boven het water uitstekende rand, die zo’n mooie afscheiding kan vormen met het omgevende pad of gazon’.43
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
31
Het Pinetum met vijver en tuinornamenten, z.j. [WUR]
32
Ontwerptekening van het sterrenbos van Tersteeg, 1920. [WUR]
Het sterrenbos, 1920 Tussen de Postdijk en de Vensedijk ontwierp Tersteeg eind 1920 een sterrenbos, waar in het middelpunt van de ster acht paden samenkomen. Omdat de bosvakken ter plekke trapeziumvormig zijn, komen de paden onder verschillende hoeken op de ster uit. De bosvakken zijn met dennenbomen begroeid, rond het ‘rond-pointe’ tekende Tersteeg een wand van hoge naaldbomen. In de ster zelf bedacht hij vakken met lage begroeiing. Het sterrenbos werd uitgevoerd en onderging enkele jaren later een aanpassing met de komst van het huis De Wielewaal. Een breed en langwerpig gazon (‘de mall’) werd daarbij vanaf het huis op een van de lanen van de ster aangesloten.
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
33
34
Ontwerptekening van het Philips-de Jongh Wandelpark, Tersteeg, 1920. [WUR]
Foto van het wandelpark uit het fotoalbum van Tersteeg. [WUR]
Het Philips de Jongh Wandelpark, 1920 Kort na de aankoop van het Withuis met omringende landerijen in 1920, schonk de familie Philips de helft van de grond (26 ha) als wandelpark aan de gemeente Eindhoven. Het ging om een gedeelte tussen de Oirschotsedijk en de spoorlijn. In opdracht van Philips ontwierp Tersteeg de parkinrichting. Anders dan in het privé domein bij het Zwarthuis ging het daarbij niet om het ontwerpen van losse boskamers met ‘thematische’ tuinen, maar om een parkconcept voor het geheel. Tersteeg behield de orthogonale structuur van de ontginning, met rechthoekige vakken met dennenbomen en eikenlanen. Hij voegde daar twee nieuwe structuren en beplanting aan toe, en veranderde daarmee de plantage in een wandelpark. Ten eerste creëerde Tersteeg grote open ruimten, waardoor er ruimte in het bos ontstond en het park aan de binnenzijde een bosrand kreeg. Ten tweede bedacht hij een nieuwe padenstructuur in het bos, in de vorm van een soort ingewikkelde krakeling met rechtlijnige en organisch gekromde paden. Opvallend is het grote aantal entreepaden dat het park insteekt, vanuit alle zijden en zelfs aan de kant van het spoor. Met de open ruimten en de paden ontstond een geleding van het bos in zones met een specifieke sfeer, zoals organisch gevormde landschapselementen, een wat strenger, orthogonaal gedeelte, lange lijnen en centrale plekken.
De randen en de nieuwe paden werden met bomen, struiken (zoals rododendrons) en dubbele of driedubbele laanbeplanting verbijzonderd. In de opzet van het park bleef, net als op De Wielewaal, de oudere ontginningsstructuur herkenbaar. Zo zijn de orthogonale bospaden, haaks op de Oirschotsedijk, in de
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
padenstructuur van het wandelpark opgenomen. Ze werden tussen 1832 en 1852 aangelegd als onderdeel van de landbouwontginning Heidelust en lopen aan de overkant van het spoorlijn (aangelegd in 1866) verder op het terrein van Gezondheidscentrum De Grote Beek.44 In het hart van het park bouwde Tersteeg een kiosk voor versnaperingen. Voorts werden enkele tuinhuisjes gerealiseerd, om beschutting tegen wind en regen te bieden. De tuinhuisjes van hout en riet waren geen lang
leven beschoren, ze verdwenen in 1928. De muziektent, geschonken door Anton Philips ter gelegenheid van een koninklijk bezoek aan Eindhoven in 1927, ging in 1992 in vlammen op. Uit 1948 dateert de gemetselde entreepoort. Dit was een gift van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur van Philips aan het echtpaar Philips-De Jongh ter gelegenheid van hun gouden huwelijk.45 Even verderop staat een gemetselde gedenkzuil, die tien jaar eerder voor het robijnen huwelijk (40 jaar) was opgetrokken.
35
Beplantingslijsten van omgeving Huize de Wielewaal, 1934. [WUR]
De tuin rondom De Wielewaal Huis De Wielewaal werd in 1934 gerealiseerd, in opdracht van Frits Philips. Dat Tersteeg bij de inrichting van de tuinen rondom de villa was betrokken, bewijst een (ongedateerd) beplantingsplan met een lange lijst vaste planten en rotsplanten. De bijbehorende ontwerptekeningen zijn evenwel niet bewaard. De bouw van de villa wordt in het volgende hoofdstuk besproken, waarbij de tuin wordt getypeerd. Het feit dat Tersteeg tenminste tussen 1917 en 1934 aan de ontwikkeling van het landgoed heeft gewerkt, voedt de veronderstelling dat hij mogelijk als adviseur ook een rol had bij de aanleg van andere tuinen van De Wielewaal.
36
ot se jk
't nieuwe park
di
De Wielewaal, Eindhoven - SteenhuisMeurs
ch
Ten oosten van het Zwarthuis is op de luchtfoto van rond 1930 een boomgaard langs de Oirschotsedijk zichtbaar. Ten zuidoosten hiervan waren drie bomentuinen: het pinetum, het cederpark en het arboretum. Ze lagen alle drie als een aparte open ruimte in het ontginningsbos uitgespaard. Vanuit het cederpark liepen schuine paden het bos in, waarin het Azalealaantje is te herkennen. Verder naar het zuiden is het Sterrenbos van Tersteeg te zien, dat met een diagonaal pad uitliep op de moestuin (ook als ‘kerkhof’
irs
Voor de hut langs loopt de Hutweg, richting Oirschotsedijk. Haaks op dit pad waren rond 1930 de autoweg met sierkers, de rhodolaan en ‘t Nieuwe Park aangelegd. Dit laatste was een bostuin die bestond uit een open vierkant, dat 45 graden ten opzichte van de orthogonale structuur was gedraaid, met daaraan een driehoekige open ruimte. De Hutweg liep kort voor de Oirschotsedijk uit op een stenen bank, waarmee de zichtlijn werd afgesloten. Ten westen van deze as bestonden rond 1930 open ruimten, zoals de oude kwekerij en akkerland bij de Oirschotsedijk en een open veld in het bos, genaamd De Wildhoek. Erachter lag, ter hoogte van het Doolhof, een heideveld en huis Heideheem.
O
Overige tuinen Om een beeld te krijgen van het landgoed van Anton Philips zijn, naast de tuinontwerpen van Tersteeg, luchtfoto’s van rond 1930 een belangrijke bron. Hierop is te zien hoe de ontginning was ontwikkeld tot een privé wandelpark, enkele jaren voordat huis De Wielewaal werd gebouwd. Rondom het ven zijn twee tuinen van Tersteeg zichtbaar: de rotstuin en het doolhof. Aan de achterzijde van de Hut van Oom Ton ligt een rosarium, met een diepte van ongeveer 200 meter. Het rosarium zelf bestaat tegenwoordig niet meer, maar de boskamer is als gazon bewaard gebleven.
Het landgoed van Philips op een luchtfoto van Eindhoven, ca. 1930. [NIMH]
Zwarthuis rosarium doolhof
pinetum
ven Hut
rotstuin
cederpark
Po s
arboretum
tdi
Withuis
jk
sterrenbos
aangeduid) en het naastgelegen bouwland. Interessant aan deze opzet is dat de drie tuinen rondom het latere woonhuis De Wielewaal (cederpark, arboretum en de as van het sterrenbos) alle drie reeds rond 1930 als afzonderlijke, kleinere tuinen in het bos aanwezig waren.
37
Door Tersteeg ontworpen tuinen van kasteel Eckhart in Eindhoven. Foto's 1940. [WUR] Tuinaanleg van sportterrein Aalsterweg, ontworpen door Tersteeg, 1933. [WUR]