CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2c - TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur - Regels

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan BIC Noord – ASML en wegenstructuur11.596 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarbij dient tevens een Aanbestedingsprotocol in overleg met de inkoopadviseur van de gemeente Eindhoven te zijn opgesteld, waarin is aangegeven op welke wijze de opdracht voor de uitvoering van Werken en werkzaamheden wordt gegund. Dit Aanbestedingsprotocol dient aan Burgemeester en wethouders te worden voorgelegd. Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk 8 weken na ontvangst van de raming en het protocol omtrent de instemming met het protocol. n. De gunning van de opdrachten voor de Werken en werkzaamheden vindt plaats in overeenstemming met het Aanbestedingsprotocol waarmee door Burgemeester en wethouders is ingestemd. o. Het is verboden werken, werkzaamheden en bouwwerken uit te voeren in strijd met de eisen zoals opgenomen in dit artikel 28.1.2.

74

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4 bouwwerken

Artikel 29

Activiteiten met betrekking tot

Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

75

76

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 30 Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten 30.1

Toepassingsbereik

De in dit artikel opgenomen beoordelingsregels gelden in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan. 30.2

Beoordelingsregels parkeerplaatsen

a. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen. Aan de hand van de normen zoals opgenomen in Bijlage 1 alsmede de NEN-norm 2443, wordt bepaald of hieraan wordt voldaan. b. Bij ontwerp en realisatie van een gebouwde parkeervoorziening wordt zorg gedragen voor voldoende doorstroming van verkeer, zodat in geval van aan de omvang van de parkeervoorzienign gerelateerd gebruikelijk verkeersaanbod in ochtend- en avondspitsperiode terugslag op de openbare ruimte wordt voorkomen. 30.3

Maatwerkvoorschriften maatvoering (fiets)parkeervoorzieningen

a. Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de maatvoering van de parkeervoorzieningen, indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is. b. Een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken met fietsparkeervoorzieningen moet voldoen aan de beleidsregeling 'Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen'; c. Als de onder b. genoemde beleidsregeling wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling(en) bepaald of sprake is van voldoende fietsparkeergelegenheid. 30.4

Aanvraagvereisten beoordeling normering auto's en fietsen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden gegevens en bescheiden verstrekt over de inrichting van parkeervoorzieningen. 30.5

Groenopgave

a. Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in voldoende groenopgave. Aan de hand van de 'Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven' wordt bepaald of hieraan voldaan is. b. De groenopgave zoals bepaald onder sub a. geldt uitsluitend voor zover deze verder reikt dn vereist op grond van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant. c. Als de onder sub a. bedoelde beleidsregeling wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling bepaald of er sprake is van voldoende groenopgave. 30.6

Waterberging

In afwijking van de 'Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven' wordt een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in een waterberging van tenminste 75 mm per m² verharding binnen bedrijf. 30.7

Stikstof

a. Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat er geen sprake is van toename van stikstofemissie op Natura 2000 gebieden vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is verleend dan wel op grond van de op dat moment van verlening van de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit noodzakelijk is. vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

77

b. Bij de bepaling van de toename van stikstofemissie op Natura 2000-gebieden zoals bedoeld in sub a. moeten ook de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen worden meegerekend. 30.8

Bodemkwaliteit

Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. 30.9

Beeldkwaliteit gebouwen en buitenruimte

a. Met het oog op het bereiken van een goede beeldkwaliteit wordt een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als vaststaat dat wordt voldaan aan de beeldkwaliteit van het betreffende soort bouwwerk zoals opgenomen in het DSOP beeldkwaliteit in Bijlage 2 bij deze regels. b. In geval van een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bedrijfsgebouw (niet zijnde een gebouwde parkeervoorziening) in het oostelijke bouwvlak worden de eisen over de beeldkwaliteit van kantoorgebouwen toegepast op het betreffende bouwwerk. c. Onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken is de aanwijzing van de bijbehorende buitenruimte. Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat, dat voor wat betreft de inrichting van de bijbehorende buitenruimte wordt voldaan aan het bepaalde in Bijlage 4 “DOSP Landschapsplan ASML buitenruimte”. 30.10

Beoordelingsregel overbouwingen

Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarvan deel uitmaken een of meer overbouwingen, wordt alleen verleend als vaststaat, dat de overbouwingen zodanig van verlichting of lichtuitstraling beperkende maatregelen worden voorzien dat deze geen onevenredige aantasting opleveren voor de in de ecologische verbindingszone (EVZ) "Ekkersrijt" voorkomende soorten. Hieraan zal zijn voldaan indien geen sprake is van verlichting aan de buitenzijde van de overbouwing en aan de binnenzijde hiervan intern gerichte verlichting.

78

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 5

Artikel 31

Ruimtelijke regels over bouwwerken

Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwwerken en bevat regels over bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

79

80

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 32

Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

81

82

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 33 33.1

Bouwwerken ter plaatse van Bedrijf

Gebouwen bij bedrijf

Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. een gebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak; b. gronden ter plaatse van bedrijf mogen maximaal 80% worden bebouwd en/of verhard; c. gebouwen mogen in totaal maximaal 428.400 m2 bvo bedrijfsvloeroppervlakte omvatten, waarbij gebouwde parkeervoorzieningen niet in de berekening van deze oppervlakte worden betrokken; d. de maximale bouwhoogte bedraagt zoals op de verbeelding opgenomen; e. in geval van bebouwing op een afstand van minder dan 30 meter tot gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant - niet zijnde ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt” - is het bepaalde in artikel 7.3 lid g van toepassing; f. in het oostelijke bouwvlak wordt bij de positionering van gebouwen c.q. gebouwensembles zorggedragen voor twee bebouwingsvrije zone's met een breedte van minimaal 25 meter waardoor een oost-west zichtlijn ontstaan vanaf de Rijksweg naar de Ekkersrijt; g.

In afwijking van het bepaalde in lid f mogen boven of in deze gronden overbouwingen worden gebouwd in de vorm van inpandige verbindingen met bijbehorende ondersteunde constructies tevens omvattende leidingentracés tussen bedrijfsbebouwing, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bouwhoogte bedraagt minimaal 4 m1 en maximaal 14 m1 ten opzichte van peil; 2. de dakhelling bedraagt minimaal 0° en maximaal 10°; 3. de breedte van de overbouwing bedraagt niet meer dan 10 m1 h. in het westelijk bouwvlak is aaneengesloten bebouwing al dan niet verbonden via een interne verbindingsgang (aorta) toegestaan; i. ondergronds bouwen is toegestaan onder gebouwen en in gronden aansluitend aan deze gebouwen, mits de verticale diepte niet meer bedraagt dan 4 meter en het ondergronds bouwen niet leidt tot onevenredige waterhuishoudkundige effecten; j. het totaal maximaal aantal parkeerplaatsen bedraagt 6.538, met inachtneming waarvan het maximaal aantal parkeerplaatsen in het westelijk bouwvlak 4.650 kan bedragen en het maximaal aantal parkeerplaatsen in het oostelijk bouwvlak 3.000 kan bedragen; k.

in afwijking van het bepaalde onder sub j., geldt in geval van toepassing van een lagere parkeernorm als bedoeld in Bijlage 1 een dienovereenkomstig lager maximaal aantal parkeerplaatsen voor nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen, behoudens voorzover op dat moment sprake is van bestaande parkeerplaatsen in gebouwde parkeervoorziening(en); l. parkeerplaatsen worden gerealiseerd in een gebouwde parkeervoorziening; m. de gebouwde parkeervoorziening in het westelijk bouwvlak wordt ontsloten via de bestaande wegenstructuur (bestaande Dirk Noordhoflaan) waarbij de verkeersafwikkeling van en naar de Spottersweg zal plaatsvinden; n. de gebouwde parkeervoorziening in het oostelijke bouwvlak wordt ontsloten via de nieuwe wegenstructuur zoals opgenomen in Bijlage 3 van deze regels (nieuwe Dirk Noordhoflaan) waarbij de verkeersafwikkeling van en naar de Spottersweg zal plaatsvinden en waarbij voorafgaand aan de realisatie van deze nieuwe wegenstructuur de gebouwde parkeervoorziening in het oostelijke bouwvlak kan worden wordt ontsloten als beschreven in sub m., voorzover het totaal aantal parkeerplaatsen (vanuit beide bouwvlakken) dat op deze wijze wordt ontsloten niet meer dan 4.650 bedraagt; o.

parkeervoorzieningen, voor zover het betreft invalideparkeerplaatsen, parkeerplaatsen voor hulpdiensten, taxi's en voor fietsverkeer alsmede tijdelijke parkeervoorzieningen vooruitlopend op de realisatie van een gebouwde parkeervoorziening mogen voor een periode van maximaal vijf jaar buiten een gebouwde parkeervoorziening worden gerealiseerd, waarbij het maximaal aantal parkeerplaatsen 50% bedraagt van de sub i. genoemde aantallen en uit onderzoek is gebleken dat als gevolg van de tijdelijke vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

83

parkeervoorzieningen de aanwezige natuurwaarden niet direct of indirect worden aangetast.

33.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 3 m1 en deze dienen te worden gerealiseerd met inachtneming van artikel 30.9; b. blustanks en dergelijke zijn toegestaan mits deze achter de gevel van het bedrijvengebouw staan; c. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten is maximaal 10 m1; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 4 m1.

33.3

Beoordelingsregels van nutsvoorzieningen en voorzieningen voor duurzame energie

Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte is 5 m1; b. de maximale oppervlakte is 15 m2.

84

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 34 34.1

Bouwwerken ten behoeve van groen

Beoordelingsregels van gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 34.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Groen' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2 m1; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 m1;

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 35 35.1

Bouwwerken ter plaatse van Natuur - 1

Beoordelingsregels van gebouwen - overbouwingen

Ter plaatse van 'Natuur - 1' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan overbouwingen in de vorm van inpandige verbindingen met bijbehorende ondersteunde constructies tevens omvattende leidingen-tracés tussen bedrijfsbebouwing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijf', met inachtneming van de volgende regels: 1. een overbouwing mag uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2'; 2. de bouwhoogte van een overbouwing bedraagt minimaal 4 m1 en maximaal 14 m1 ten opzichte van peil; 3. de dakhelling bedraagt minimaal 0° en maximaal 10°; 4. de breedte van de overbouwing bedraagt niet meer dan 10 m1; 5. het aantal overbouwingen bedraagt niet meer dan 4; 6. de ondersteunende constructies staan tenminste 5 meter uit het hart van de Ekkersrijt; 7. de ondersteunende constructies mogen geen onevenredige afbreuk doen aan een gezond en functionerend ecosysteem van de EVZ-Ekkersrijt. Hiervan is sprake als toepassing wordt gegeven aan mitigerende maatregelen zoals natuurvriendelijke materialen, nestvoorzieningen etc. op, om of nabij de ondersteunende constructies zulks ter beoordeling van de gemeente. 35.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Natuur - 1' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. het oprichten van perceelafscheidingen is niet toegestaan, met uitzondering van open afrasteringen met een hoogte van maximaal 1 m1; b. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde zend-, ontvang- en/of sirenemasten, geldt een maximum bouwhoogte van 2 m1; c. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maxima; d. voor loopbruggen over de Ekkersrijt op maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 2' geldt een breedte van maximaal 2,5 m1 en een maximum aantal van 3; e. voor een verkeersverbinding ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 1' als onderdeel van een rondweg voor de functie Bedrijf geldt een breedte van maximaal 8 m1; f. de constructieve onderdelen van de loopbruggen moeten buiten de feitelijke oevers van de Ekkersrijt worden gesitueerd; g. voor de onder d en e genoemde bouwwerken geldt dat, de betreffende bruggen geen onevenredige afbreuk mogen doen aan een gezond en functionerend ecosysteem van de EVZ-Ekkersrijt. Hiervan is sprake als toepassing wordt gegeven aan mitigerende maatregelen zoals natuurvriendelijke materialen, nestvoorzieningen etc.

op, om of nabij de bruggen, zulks ter beoordeling van de gemeente.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

87

88

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 36 36.1

Bouwverkeer ter plaatse van Verkeer

Beoordelingsregels gebouwen

Ter plaatse van 'Verkeer' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 10 lid 2 bedoelde functies, voor onder andere nutsvoorzieningen en ten behoeve van voorzieningen voor duurzame energie. Daarbij gelden de volgende regels: 1. de maximum bouwhoogte van gebouwen is 3 m1; 2. de maximum oppervlakte van gebouwen is 15 m2; b. een brug en de daarbij behorende verkeersvoorzieningen mag binnen de functieaanduiding 'brug' worden gebouwd.

36.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Verkeer' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2 m1; b. de maximum bouwhoogte van kunstwerken is 10 m1; c. de maximum bouwhoogte van overige gebouwen, geen gebouwen zijnde, is 4 m1.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

89

90

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 37 37.1

Bouwwerken ter plaatse van Verkeer - Verblijfsgebied

Beoordelingsregels van gebouwen en gebouwen - overbouwingen

Ter plaatse van 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan overbouwingen in de vorm van inpandige verbindingen tevens omvattende leidingen-tracés tussen bedrijfsbebouwing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijf', met inachtneming van de volgende regels: 1. een overbouwing mag uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2'; 2. de bouwhoogte bedraagt minimaal 4 m1 en maximaal 14 m1 ten opzichte van peil; 3. de dakhelling bedraagt minimaal 0º en maximaal 10º; 4. de breedte van de overbouwing bedraagt niet meer dan 10 m1; 5. het aantal overbouwingen bedraagt niet meer dan 4. 6. bijbehorende ondersteunde constructies zijn niet toegestaan. b. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 11 lid 2 bedoelde functies, voor onder andere nutsvoorzieningen en ten behoeve van voorzieningen voor duurzame energie. Daarbij gelden de volgende regels: 1. de maximum bouwhoogte van gebouwen is 3 m1; 2. de maximum oppervlakte van gebouwen is 15 m2.

37.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2 m1; b. de maximum bouwhoogte van kunstwerken is 8 m1; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 4 m1.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

91

92

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 38 38.1

Bouwwerken ter plaatse van Leiding - Gas

Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van 'Leiding - Gas' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

38.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Leiding - Gas' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 12 lid 1 omschreven functie: 1. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 5 m1.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

93

94

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 39 39.1

Bouwen ter plaatse van Leiding - Leidingstrook

Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van 'Leiding - Leidingstrook' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

39.2

Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Leiding - Leidingstrook' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 13 lid 1 omschreven functie; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 m1.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

95

96

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

Artikel 40 40.1

Bouwwerken ter plaatse van Waarde - Archeologie - 4

Aanwijzing vergunningplicht binnen 'Waarde - Archeologie - 4'

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie - 4 (hoge archeologische verwachting, historische kern).

40.2

Uitzondering vergunningplicht

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in 37.1, is niet benodigd indien: a. maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd; en b. werkzaamheden plaatsvinden vanaf 100 m2 tot een maximale diepte van 0,3 m onder maaiveld.

40.3

Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen 'Waarde - Archeologie - 4'

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 39 lid 1 wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 40 lid 1 alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/of; b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een Programma van Eisen.

40.4

Aanvullende beoordelingsregels in plaats van vergunningplicht

Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 40 lid 1 niet.

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

97

98

vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16598566/5