Bijlage 2b - TAM-omgevingsplan Bijlagen bij de motivering
Tekst van het document
Dit rapport bevat 19 pagina’s, bijlage 1, bestaande uit 6 pagina’s en 3 figuren, bijlage 2, bestaande uit 17 pagina’s, bijlage 3, bestaande uit 2 pagina’s.
F 23152-1-RA-005 19
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel
F 23152-1-RA-005 1.1
Overzicht toetspunten Model: Groep:
Ehv-N na uitbreidingen (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - Omgevingswet, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. (Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14 Flat Grenenhout 8 Woning Naaldhout 38 Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen) Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen)
X 158674,19 159432,47 159418,70 159253,31 159173,17
Y 385585,87 385348,77 385471,69 386039,92 386080,63
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hoogte A 2,00 2,00 2,00 2,00 2,00
Hoogte B 5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
Hoogte C -8,00 ----
Hoogte D -11,00 ----
Hoogte E -14,00 ----
Hoogte F -17,00 ----
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
06
Grote Beekstraat 16
158880,84
386258,88
0,00
2,00
5,00
--
--
--
--
Ja
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
5-11-2025 09:58:19
F 23152-1-RA-005 1.2
Overzicht bodemgebieden Model: Groep: Naam 01
Ehv-N na uitbreidingen (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Industrielawaai - Omgevingswet, industrie Omschr. Grotendeels hard
X-1 158887,94
Y-1 385842,51
Oppervlak 26369,84
Bf 0,20
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
5-11-2025 10:19:19
F 23152-1-RA-005 1.3
Overzicht gebouwen Model: Groep:
Ehv-N na uitbreidingen (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - Omgevingswet, industrie
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. Bedieningsgebouw Enexis Gebouw Enexis Gebouw Enexis Gebouw Gebouw
X-1 159003,07 158934,07 158976,97 158938,52 158966,87
Y-1 385852,74 385791,10 385765,05 385743,00 385724,89
Hoogte 4,05 9,60 11,60 5,80 4,30
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
06 07 08 09 10
Trafocel 1 Trafocel 3 Trafocel 5 Modulair gebouw C Modulair gebouw D
158977,13 158959,28 158941,34 159015,39 158994,40
385805,34 385824,32 385843,21 385810,79 385765,05
5,15 5,15 5,15 5,30 5,30
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
11
Modulair gebouw E
158906,99
385838,54
5,30
0,00
Eigen waarde
0,80
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:02:42
F 23152-1-RA-005 1.4
Overzicht bronnen Model: Groep:
Ehv-N na uitbreidingen (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - Omgevingswet, industrie
Naam 01 01 02 02 03
Omschr. Tr1 ONAN-b Tr1 ONAF-b Tr1 ONAN-v Tr1 ONAF-v Tr3 ONAF-b
Groep Tr1 Tr1 Tr1 Tr1 Tr3
X 158980,41 158980,42 158978,56 158978,55 158962,14
Y 385797,72 385797,71 385795,72 385795,73 385817,40
Hoogte 0,10 0,10 3,00 3,00 0,10
Maaiveld 5,15 5,15 0,00 0,00 5,15
Hdef. Relatief aan onderliggend item Relatief aan onderliggend item Eigen waarde Eigen waarde Relatief aan onderliggend item
Type Uitstralend dak Uitstralend dak Uitstralende gevel Uitstralende gevel Uitstralend dak
Cb(D) -0,00 -0,00 --
Cb(A) -0,00 -0,00 --
Cb(N) 0,00 -0,00 ---
03 04 04 05 05
Tr3 ONAN-b Tr3 ONAF-v Tr3 ONAN-v Tr5 ONAF-b Tr5 ONAN-b
Tr3 Tr3 Tr3 Tr5 Tr5
158962,11 158960,18 158960,15 158943,94 158943,93
385817,41 385815,46 385815,48 385836,31 385836,31
0,10 3,00 3,00 0,10 0,10
5,15 0,00 0,00 5,15 5,15
Relatief aan onderliggend item Eigen waarde Eigen waarde Relatief aan onderliggend item Relatief aan onderliggend item
Uitstralend dak Uitstralende gevel Uitstralende gevel Uitstralend dak Uitstralend dak
---0,00 --
---0,00 --
----0,00
06 06 07 08 09
Tr5 ONAF-v Tr5 ONAN-v Uitlaat NSA Aanz.rooster NSA Tr4 ONAF
Tr5 Tr5 NSA NSA Tr4
158942,02 158942,01 158974,76 158978,24 158959,46
385834,25 385834,26 385745,47 385742,23 385833,79
3,00 3,00 2,40 3,50 3,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Uitstralende gevel Uitstralende gevel Normale puntbron Uitstralende gevel Normale puntbron
0,00 -10,79 10,79 0,00
0,00 ---0,00
-0,00 ----
09
Tr4 ONAN
Tr4
158959,46
385833,84
3,00
0,00
Eigen waarde
Normale puntbron
--
--
0,00
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:06:02
F 23152-1-RA-005 1.5
Overzicht bronnen Model: Groep:
Ehv-N na uitbreidingen (hoofdgroep) Lijst van Puntbronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - Omgevingswet, industrie
Naam 01 01 02 02 03
Tb(u)(D) -12,0000 -12,0000 --
Tb(u)(A) -4,0000 -4,0000 --
Tb(u)(N) 8,0000 -8,0000 ---
Lwr 31 ------
Lwr 63 59,10 62,80 59,10 62,80 57,40
Lwr 125 86,80 88,50 86,80 88,50 89,30
Lwr 250 84,60 87,70 84,60 87,70 85,70
Lwr 500 82,70 88,30 82,70 88,30 88,30
Lwr 1k 74,10 85,30 74,10 85,30 87,30
Lwr 2k 73,40 83,10 73,40 83,10 85,70
Lwr 4k 64,10 73,40 64,10 73,40 76,20
Lwr 8k 50,70 63,30 50,70 63,30 61,40
Lwr Totaal 90,02 94,05 90,02 94,05 94,55
03 04 04 05 05
---12,0000 --
---4,0000 --
----8,0000
------
55,50 57,40 55,50 57,40 55,50
88,20 89,30 88,20 89,30 88,20
83,60 85,70 83,60 85,70 83,60
83,80 88,30 83,80 88,30 83,80
78,90 87,30 78,90 87,30 78,90
76,10 85,70 76,10 85,70 76,10
69,90 76,20 69,90 76,20 69,90
64,80 61,40 64,80 61,40 64,80
91,01 94,55 91,01 94,55 91,01
06 06 07 08 09
12,0000 -1,0004 1,0004 12,0000
4,0000 ---4,0000
-8,0000 ----
------
57,40 55,50 76,60 68,60 65,00
89,30 88,20 91,50 80,10 78,00
85,70 83,60 83,00 86,20 80,00
88,30 83,80 76,40 91,10 82,00
87,30 78,90 68,60 95,10 84,00
85,70 76,10 66,70 98,00 82,00
76,20 69,90 62,90 90,60 78,00
61,40 64,80 50,00 80,80 70,00
94,55 91,01 92,34 101,01 89,07
09
--
--
8,0000
--
62,00
76,00
74,00
70,00
65,00
61,00
57,00
52,00
79,12
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:06:02
F 23152-1-RA-005 1.6
F 23152-1-RA-005 Figuur 1.1
F 23152-1-RA-005 Figuur 1.2
F 23152-1-RA-005 Figuur 1.3
Bijlage 2 Rekenresultaten
F 23152-1-RA-005 2.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 01_A Groep Groep Groep Groep Groep
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 01_A - (Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14 HS Eindhoven Noord Ja
Omschrijving (Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14 Tr5 Tr4 Tr1 NSA Tr3
Hoogte 2,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 37,1 36,4 26,0 23,0 22,9 --
Avond 37,0 36,4 26,0 23,0 ---
Nacht 32,7 32,4 15,8 20,1 ---
Etmaal 42,7 42,4 31,0 30,1 22,9 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.2
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 01_B Groep Groep Groep Groep Groep
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 01_B - (Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14 HS Eindhoven Noord Ja
Omschrijving (Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14 Tr5 Tr4 Tr1 NSA Tr3
Hoogte 5,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 38,3 37,6 27,0 24,5 24,5 --
Avond 38,2 37,6 27,0 24,5 ---
Nacht 33,9 33,5 16,8 21,3 ---
Etmaal 43,9 43,5 32,0 31,3 24,5 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.3
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 02_A - Flat Grenenhout 8 HS Eindhoven Noord Ja
Naam Bron/Groep 02_A Groep Groep Groep Groep Groep
Hoogte 2,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Omschrijving Flat Grenenhout 8 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Dag 32,6 29,6 28,6 19,7 19,4 --
Avond 32,4 29,6 28,6 19,7 ---
Nacht 28,2 25,9 24,2 9,1 ---
Etmaal 38,2 35,9 34,2 24,7 19,4 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.4
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 02_B - Flat Grenenhout 8 HS Eindhoven Noord Ja
Naam Bron/Groep 02_B Groep Groep Groep Groep Groep
Hoogte 5,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Omschrijving Flat Grenenhout 8 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Dag 34,2 31,0 30,6 20,7 20,0 --
Avond 34,0 31,0 30,6 20,7 ---
Nacht 30,0 27,5 26,2 10,8 ---
Etmaal 40,0 37,5 36,2 25,7 20,0 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.5
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 02_C - Flat Grenenhout 8 HS Eindhoven Noord Ja
Naam Bron/Groep 02_C Groep Groep Groep Groep Groep
Hoogte 8,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Omschrijving Flat Grenenhout 8 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Dag 34,8 32,0 30,7 21,1 20,4 --
Avond 34,6 32,0 30,7 21,1 ---
Nacht 30,9 28,9 26,5 11,9 ---
Etmaal 40,9 38,9 36,5 26,1 20,4 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.6
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 02_D - Flat Grenenhout 8 HS Eindhoven Noord Ja
Naam Bron/Groep 02_D Groep Groep Groep Groep Groep
Hoogte 11,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Omschrijving Flat Grenenhout 8 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Dag 35,0 32,0 31,3 21,3 20,6 --
Avond 34,8 32,0 31,3 21,3 ---
Nacht 31,2 28,9 27,2 12,4 ---
Etmaal 41,2 38,9 37,2 26,3 20,6 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.7
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 02_E - Flat Grenenhout 8 HS Eindhoven Noord Ja
Naam Bron/Groep 02_E Groep Groep Groep Groep Groep
Hoogte 14,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Omschrijving Flat Grenenhout 8 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Dag 35,3 32,3 31,6 21,5 20,8 --
Avond 35,2 32,3 31,6 21,5 ---
Nacht 31,5 29,2 27,5 12,6 ---
Etmaal 41,5 39,2 37,5 26,5 20,8 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.8
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 02_F - Flat Grenenhout 8 HS Eindhoven Noord Ja
Naam Bron/Groep 02_F Groep Groep Groep Groep Groep
Hoogte 17,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Omschrijving Flat Grenenhout 8 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Dag 35,7 32,6 32,0 21,6 20,9 --
Avond 35,5 32,6 32,0 21,6 ---
Nacht 31,9 29,6 27,9 12,8 ---
Etmaal 41,9 39,6 37,9 26,6 20,9 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.9
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 03_A Groep Groep Groep Groep Groep
Omschrijving Woning Naaldhout 38 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 03_A - Woning Naaldhout 38 HS Eindhoven Noord Ja Hoogte 2,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 32,2 29,1 28,2 21,4 17,0 --
Avond 32,1 29,1 28,2 21,4 ---
Nacht 27,8 25,5 23,7 11,3 ---
Etmaal 37,8 35,5 33,7 26,4 17,0 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.10
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 03_B Groep Groep Groep Groep Groep
Omschrijving Woning Naaldhout 38 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 03_B - Woning Naaldhout 38 HS Eindhoven Noord Ja Hoogte 5,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 33,8 30,6 30,1 22,4 17,8 --
Avond 33,7 30,6 30,1 22,4 ---
Nacht 29,5 27,1 25,7 12,7 ---
Etmaal 39,5 37,1 35,7 27,4 17,8 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.11
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 04_A Groep Groep Groep Groep Groep
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 04_A - Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen) HS Eindhoven Noord Ja
Omschrijving Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen) Tr1 Tr5 Tr4 NSA Tr3
Hoogte 2,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 37,5 35,2 32,5 26,8 13,1 --
Avond 37,5 35,2 32,5 26,8 ---
Nacht 32,9 30,7 28,6 16,6 ---
Etmaal 42,9 40,7 38,6 31,8 13,1 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.12
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 04_B Groep Groep Groep Groep Groep
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 04_B - Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen) HS Eindhoven Noord Ja
Omschrijving Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen) Tr1 Tr5 Tr4 NSA Tr3
Hoogte 5,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 39,3 37,3 34,0 27,8 13,6 --
Avond 39,3 37,3 34,0 27,8 ---
Nacht 34,7 32,7 30,1 17,7 ---
Etmaal 44,7 42,7 40,1 32,8 13,6 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.13
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 05_A Groep Groep Groep Groep Groep
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 05_A - Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen) HS Eindhoven Noord Ja
Omschrijving Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen) Tr1 Tr5 Tr4 NSA Tr3
Hoogte 2,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 38,6 36,5 33,5 27,8 13,3 --
Avond 38,6 36,5 33,5 27,8 ---
Nacht 33,9 31,8 29,6 17,6 ---
Etmaal 43,9 41,8 39,6 32,8 13,3 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.14
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 05_B Groep Groep Groep Groep Groep
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 05_B - Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen) HS Eindhoven Noord Ja
Omschrijving Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen) Tr1 Tr5 Tr4 NSA Tr3
Hoogte 5,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 40,4 38,4 35,0 28,8 13,8 --
Avond 40,3 38,4 35,0 28,8 ---
Nacht 35,8 33,8 31,1 18,6 ---
Etmaal 45,8 43,8 41,1 33,8 13,8 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.15
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 06_A Groep Groep Groep Groep Groep
Omschrijving Grote Beekstraat 16 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 06_A - Grote Beekstraat 16 HS Eindhoven Noord Ja Hoogte 2,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 34,2 30,8 29,4 27,2 8,1 --
Avond 34,1 30,8 29,4 27,2 ---
Nacht 29,3 26,8 25,1 17,1 ---
Etmaal 39,3 36,8 35,1 32,2 8,1 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.16
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, inclusief toeslag Geluidbijdrage per brongroep Rapport: Model: LAeq bij Bron/Groep voor toetspunt: Groep: Groepsreductie: Naam Bron/Groep 06_B Groep Groep Groep Groep Groep
Omschrijving Grote Beekstraat 16 Tr5 Tr1 Tr4 NSA Tr3
Resultatentabel Ehv-N na uitbreidingen 06_B - Grote Beekstraat 16 HS Eindhoven Noord Ja Hoogte 5,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Dag 35,7 32,3 31,3 28,2 8,6 --
Avond 35,7 32,3 31,3 28,2 ---
Nacht 31,0 28,4 27,0 18,2 ---
Etmaal 41,0 38,4 37,0 33,2 8,6 --
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:18:39
F 23152-1-RA-005 2.17
Bijlage 3 Overzicht GRP's en berekende GPP's
F 23152-1-RA-005 3.1
Rekenresultaten GPP's, inclusief toeslag met coördinaten GRP's Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Resultatentabel GPP's LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt GPP-01 GPP-02 GPP-03 GPP-04 GPP-05
Omschrijving Industrieterrein Enexis [1/16] Industrieterrein Enexis [2/16] Industrieterrein Enexis [3/16] Industrieterrein Enexis [4/16] Industrieterrein Enexis [5/16]
X 159145,04 159109,32 159071,59 159033,36 158973,87
Y 385841,21 385783,72 385727,45 385671,52 385645,29
Hoogte 4,00 4,00 4,00 4,00 4,00
Dag 45,7 47,3 50,7 49,5 47,1
Avond 45,7 47,3 50,6 45,8 39,1
Nacht 40,6 42,5 46,1 41,6 36,1
Lden 48,8 50,6 54,1 50,6 46,4
GPP-06 GPP-07 GPP-08 GPP-09 GPP-10
Industrieterrein Enexis [6/16] Industrieterrein Enexis [7/16] Industrieterrein Enexis [8/16] Industrieterrein Enexis [9/16] Industrieterrein Enexis [10/16]
158912,30 158863,79 158825,90 158818,26 158843,15
385671,15 385717,78 385773,31 385839,82 385901,19
4,00 4,00 4,00 4,00 4,00
48,9 49,7 49,4 48,8 48,5
45,1 48,3 48,7 48,3 48,5
41,3 43,9 44,3 43,8 43,5
50,0 52,2 52,3 51,8 51,7
GPP-11 GPP-12 GPP-13 GPP-14 GPP-15
Industrieterrein Enexis [11/16] Industrieterrein Enexis [12/16] Industrieterrein Enexis [13/16] Industrieterrein Enexis [14/16] Industrieterrein Enexis [15/16]
158878,37 158931,99 158989,59 159050,35 159096,11
385958,64 385997,25 386030,19 386006,93 385956,96
4,00 4,00 4,00 4,00 4,00
46,2 44,9 43,7 43,9 44,5
46,2 44,9 43,6 43,9 44,5
41,4 39,9 38,9 38,9 39,3
49,5 48,1 47,0 47,1 47,6
GPP-16
Industrieterrein Enexis [16/16]
159140,89
385906,18
4,00
44,6
44,6
39,7
47,9
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Omgevingswet, industrie, Geomilieu V2024 rev 1 Licentiehouder: Peutz bv
26-2-2026 14:24:15
F 23152-1-RA-005 3.2
Bijlage 4 Ecologische quickscan
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 69 Gemeente Eindhoven
Natuur
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Vredeoord 10 Eindhoven Rapportnummer: 2024-BE-0998 In opdracht van: T&G Terrein- en Groenvoorziening BV Zijweg Dungen 1a 5482 SB Schijndel
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2024-BE-0998 Opdrachtgever T&G Terrein- en Groenvoorziening BV Contactpersoon De heer W. Lucius Locatie Vredeoord 10 Eindhoven Auteur Freek Rovers Collegiale controle Frenk van de Wal
Opleverdatum 1 augustus 2024
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4 1.5 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 5
2.
BELEIDSKADER .............................................................................................................. 6 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 6 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 8 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 8
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 9 3.1 Ligging plangebied ............................................................................................................... 9 3.2 Huidige situatie invloedsgebied .......................................................................................... 9 3.3 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................... 10
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 12 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 12 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 13 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 13
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 15 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 15 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 16 5.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 26
6.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 27 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 27 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 28
7.
BRONNEN ................................................................................................................... 30
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
SAMENVATTING
Opdrachtgever is voornemens om het hoogspanningsstation aan het Vredeoord 10 te Eindhoven uit te breiden. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan in het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de mogelijk aanwezige beschermde soorten en hun functioneel leefgebied. Op basis van de uitgevoerde quickscan kan worden geconcludeerd dat het voorkomen van beschermde soorten zoals de eekhoorn, marterachtigen, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden op voorhand kan worden uitgesloten, evenals het voorkomen van beschermde flora.
Hoewel de bebouwing geschikte openingen voor vleermuizen biedt, heeft dit geen gevolgen voor de verblijfplaatsen van vleermuizen aangezien de bebouwing behouden blijft. De boom in en meerdere bomen rondom het plangebied kunnen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn, maar ook deze blijven behouden. De bebouwing biedt geen geschikte openingen voor gierzwaluwen en huismussen. Er geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Omgevingswet. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Freek Rovers Brabant Eco Juli 2024
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever T&G Terrein- en Groenvoorziening BV is het voornemen om het hoogspanningsstation aan het Vredeoord 10 te Eindhoven uit te breiden. De aanleiding hiervoor is de energietransitie. Het doel van de transitie is om een geheel duurzame energievoorziening te hebben in 2050 in Nederland, die dan voor 100% bestaat uit groene energie. Hiervoor dient de infrastructuur aangepast te worden en de capaciteit vergroot. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving.
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
1.5 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
2. BELEIDSKADER
De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 de Nederlandse wet waarin onder andere de Wet natuurbescherming is opgenomen. In de Omgevingswet is zowel de bescherming van planten- en diersoorten, als de bescherming van natuurgebieden en houtopstanden geregeld. De Omgevingswet bestaat uit een algemene wettekst dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en de Omgevingsregeling. Op enkele uitzonderingen na, zijn de provincies het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningverlening en handhaving.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van ruim 160 beschermde natuurgebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden) om bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving te beschermen. Deze gebieden zijn in de Omgevingswet strikt beschermd (artikel 5.1 Omgevingswet). Het is verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die een externe werking kunnen hebben op de gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden en ecologische verbindingszones dat helpt te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. De regels omtrent NNN-gebieden zijn door het Rijk en de provincies met elkaar afgesproken. De afspraken zijn vastgelegd in het ‘Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)’ en zijn uitgewerkt in de provinciale omgevingsverordeningen. Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op behoud van de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN (Bkl artikel 7.8). Bij activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN dienen deze gevolgen zodanig te worden gecompenseerd dat de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN behouden blijven.
2.2 Soortenbescherming De Omgevingswet maakt onderscheid tussen drie beschermingsregimes: bescherming van Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of omgevingsvergunning. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een omgevingsvergunning of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een omgevingsvergunning worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
2.2.1 Vogelrichtlijnsoorten De Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen treffen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen treffen om voor deze vogels een ‘voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen’. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. De Omgevingswet bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels in heel Nederland.
2.2.2 Habitatrichtlijnsoorten De Habitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden. Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitats en wilde planten- en diersoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van de Omgevingswet van toepassing.
2.2.3 Andere soorten De nationaal beschermde soorten, ‘andere soorten’, staan vermeld in bijlage IX van het Bal. Dit zijn soorten die in Nederland beschermd zijn en niet vermeld zijn in de Europese richtlijnen en verdragen. Het betreft een limitatieve lijst van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan voor die soorten geen omgevingsvergunning nodig. Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten art. 11.37 Bal
Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten art. 11.46 Bal
Beschermingsregime andere soorten (nationaal beschermd) art. 11.54 Bal
Lid 1a: Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen.
Lid 1a: Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlange I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Lid 1a: Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A opzettelijk te doden of te vangen.
Lid 1b: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Lid 1b: Het is verboden dieren als bedoeld onder a opzettelijk te verstoren.
Lid 1b: Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Lid 1c: Het is verboden eieren van vogels als bedoeld onder a te rapen en deze onder zich te hebben.
Lid 1c: Het is verboden eieren van dieren als bedoeld onder a opzettelijk te vernielen of te rapen in de natuur
Lid 1d: Het is verboden vogels als bedoeld onder a opzettelijk te storen.
Lid 1d: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a te beschadigen of te vernielen.
1c: Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B, opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Lid 1e: Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel: Verbodsbepalingen beschermingsregimes Omgevingswet
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
2.3 Bescherming van houtopstanden Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. De belangrijkste elementen met betrekking tot de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herbeplantingsplicht en de specifieke zorgplicht. De Omgevingswet verplicht de gemeenteraad om een bebouwingscontour houtkap vast te stellen in het omgevingsplan. Met het aanwijzen van de bebouwingscontour houtkap bepaalt de gemeente in feite wanneer de rijksregels (artikel 11.3 Bal) over het vellen van houtopstanden gelden. De rijksregels gelden als sprake is van het (deels) vellen van houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap met een oppervlakte van meer dan 10 are of wanneer die bestaan uit rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Er zijn uitzonderingen (artikel 11.111, Bal). De provincie is het bevoegd gezag voor handhaving en toezicht van de regels over houtopstanden en bepaalt welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Het indienen van een melding moet uiterlijk 4 weken en niet eerder dan 1 jaar voor het vellen gebeuren (artikel 11.126, Bal). In sommige gevallen is niet de provincie maar de minister van LNV het bevoegd gezag. Dat is het geval als het vellen van houtopstand of herbeplanten een activiteit van nationaal belang is of daarmee samenhangt.
2.4 Zorgplicht De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht (artikel 1.8 Omgevingswet). Dit houdt in dat overheden, bedrijven en burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. Deze algemene zorgplicht is niet van toepassing als er een specifieke zorgplicht geldt of er specifieke decentrale of rijksregels zijn. Naast de algemene zorgplicht is in de Omgevingswet ook een algemeen verbod opgenomen (artikel 1.7a Omgevingswet). Het is verboden om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Voor bijna alle activiteiten in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt een specifieke zorgplicht. Specifieke zorgplichten borduren voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter. Er geldt een specifieke zorgplicht voor onder andere flora- en fauna-activiteiten (artikel 11.27 Bal), Natura 2000-gebieden (artikel 11.6 Bal) en houtopstanden (artikel 11.16 Bal). Een specifieke zorgplicht verbiedt handelingen waarvan iedereen zou moeten weten dat ze niet door de beugel kunnen. Een handeling valt onder een specifieke zorgplicht als degene die de activiteit verricht weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die handeling nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook iets nalaten kan onder de specifieke zorgplicht vallen.
De specifieke zorgplichten gelden ook als er gedetailleerde rijksregels voor een activiteit zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan het Vredeoord 10, ten noordwesten van de kern van Eindhoven. Eindhoven is een stad en gemeente in de provincie Noord-Brabant. Eindhoven heeft een eigen luchthaven: Eindhoven Airport. Het plangebied is noordwestelijk gelegen van de kern van Eindhoven, oostelijk van de N2. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Eindhoven
Satellietfoto omgeving plangebied, plangebied is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
3.2 Huidige situatie invloedsgebied Het plangebied is een hoogspanningsstation en bestaat uit bebouwing, hoogspanningen, grasvelden en verharding. Het invloedsgebied bestaat verder uit bebossing, Philips de Jonghpark, volkstuinen en sportcomplex De Herdgang. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.
Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.
3.3 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan voor uitbreiding van het hoogspanningsstation aan het Vredeoord 10 te Eindhoven. Voor elk station waarvan bekent is dat er een vraag is naar extra capaciteit wordt een vooronderzoek gedaan. In het vooronderzoek wil initiatiefnemer inzicht hebben op de mogelijke risico’s. Hierin wordt gekeken naar grondzaken, planologische aspecten, bouwkundig en technisch (primair en secundair). Hiervoor wil initiatiefnemer een aantal onderzoeken laten uitvoeren, waaronder een quickscan ecologie. Dit om meer grip te krijgen op de mogelijke vervolgstappen en de doorlooptijd. De aanleiding hiervoor is de energietransitie. De energietransitie houdt in, de overgang van stroom uit fossiele brandstoffen, zoals gas, naar volledig groene energie. Duurzame (groene) energie wordt onder meer opgewekt vanuit zon, wind, biomassa en water. Het doel van de transitie is om een geheel duurzame
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998 energievoorziening te hebben in 2050 in Nederland, die dan voor 100% bestaat uit groene energie. Ook Enexis draagt hieraan bij door haar infrastructuur aan te passen en de capaciteit te vergroten.
Om de aansluitcapaciteit (velden en vermogen) voor het HS/MS-station Eindhoven Noord te vergroten worden twee nieuwe 10kV gebouwen (24 en 10 velden) gerealiseerd en een nieuwe trafobox TR4 (zonder wanden). Bron: Enexis Netbeheer
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Omgevingswet voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig in het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving. Het is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van het plangebied gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
4.2 Veldonderzoek Op maandag 15 juli 2024 in de namiddag hebben ecoloog Freek Rovers en junior ecoloog Veerle Basten in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren half bewolkt met een oostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 24 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied Vredeoord 10 ligt ten noordwesten van de kern van Eindhoven en bevindt zich in een omgeving die bestaat uit bebossing, het Philips de Jonghpark, volkstuinen en sportcomplex De Herdgang. Het plangebied omvat een hoogspanningsstation, die bestaat uit bebouwing, hoogspanningslijnen, gras en verharding. Het hoogspanningsstation is omheind met een hekwerk met daarbovenop prikkeldraad. Rondom het hekwerk en in de omgeving staan veel bomen. Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied bijna direct aan het spoor. Aan het noordoosten grenst het aan volkstuinen. De overige zijden liggen tegen bebossing. Aan de oostzijde ligt een verharde weg met een bomenlaan van linden. Aan de noordoostzijde van het plangebied staat een uitgebreide opstelling van metalen structuren, isolatoren en geleiders, geplaatst op een grindondergrond. Deze metalen structuren ondersteunen diverse hoogspanningslijnen die parallel aan elkaar zijn geïnstalleerd. Aan de zuidzijde van het plangebied staan meerdere gebouwen opgebouwd uit bakstenen en een plat dak. De vegetatie op het hoogspanningsstation wordt goed onderhouden, wat de toegankelijkheid en veiligheid verbetert. Er staat één rode beuk aan de zuidoostzijde binnen het hekwerk en delen van het terrein zijn bedekt met gras met daartussen enkele kruidensoorten.
Bebossing oostzijde plangebied
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Bomenlaan oostzijde plangebied
13
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
Hoogspanningsstation noordoostzijde
Hoogspanningsstation oostzijde
Hoogspanningsstation oostzijde
Hoogspanningsstation oostzijde met rode beuk
Hoogspanningsstation zuidzijde
Hoogspanningsstation zuidzijde
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 7 kilometer afstand van zuidelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux. Op ongeveer 9 kilometer afstand naar het zuidwesten ligt Natura 2000-gebied Kempenland-West en zuidoostelijk op 10 kilometer Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in rood en blauw aangegeven.
Minimaal 7 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu
Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000-gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius-berekening kan dit staven.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt te midden van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in bruine kleur.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
Plangebied is gelegen te midden van gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Natuurnetwerk Nederland-gebieden. Plangebied is met een rode cirkel aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt te midden van NNN gebied. De werkzaamheden zijn echter van een zodanige aard en altijd op afstand van het NNN gebied zodat er waarschijnlijk geen deel van het NNN gebied wordt aangetast. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening is nodig om externe effecten op Natura 2000-gebieden uit te sluiten. Het plangebied bevindt zich te midden een NNN-gebied, echter vinden de werkzaamheden altijd op afstand plaats. De werkzaamheden hebben geen invloed op de verbindende functie van het NNN. Negatieve effecten op het NNN kunnen op voorhand worden uitgesloten.
5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Vredeoord met nummer BE-0998 d.d. 5 juli 2024 geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 2 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 3 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten.
Per soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht in het plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998
5.2.1 Flora Volgens de NDFF is er de laatste vijf jaar 1 beschermde plantensoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze plant staat op de Rode Lijst en is sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoort is te vinden in de onderstaande tabel. Soort
Afstand plangebied
Habitat
Kartuizer anjer
0-2 km
Grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen
Kartuizer anjer Kartuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen. Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bossages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Veldbezoek flora Onder de Omgevingswet beschermde planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in natuurgebieden, zoals de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg, alsmede op bedrijfsterreinen als de Maasvlakte. Tijdens veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van beschermde soorten, echter zijn deze hier niet waargenomen. Het plangebied is grotendeels voorzien van gras met hier en daar kruidensoorten ertussen, zoals zuring en witte klaver. Verder is het gebied verhard met betonklinkers, -platen en grind. Aan de zuidoostzijde van het plangebied staat een grote rode beuk.
Vegetatie in het plangebied
Rode beuk zuidoostzijde plangebied
Deelconclusie flora Geen van de beschermde soorten is aangetroffen in het projectgebied, noch geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de algemene zorgplicht.
5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 9 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 5 vleermuissoorten, 3 marterachtigen en 1 overige soort. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998 Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuissoort
Afstand plangebied 0-2 km
Habitat en bescherming
Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger
0-2 km
Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd
0-2 km
Vaak bebouwing, strikt beschermd
Meervleermuis Rosse vleermuis
0-2 km 0-2 km
Vooral bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd
Gewone dwergvleermuis
Vooral bebouwing, strikt beschermd
Verblijfplaatsen Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De boom in het plangebied en meerdere bomen rondom het plangebied beschikken over een geschikte stamdiameter waarin vleermuizen een verblijfplaats kunnen vinden in bijvoorbeeld loshangend schors, holtes en gaten. Echter blijven de bomen die eventueel geschikt zijn behouden. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing in het plangebied biedt mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Er staan gebouwen die meerdere open stootvoegen hebben in de gevels. Omdat de bebouwing in het plangebied behouden blijft, blijven eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen eveneens behouden.
Open stootvoegen in de bebouwing in het zuiden van het plangebied
Foerageergebied Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn, zoals de bossen en weilanden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Vredeoord 10 Eindhoven, BE-0998 Vliegroutes Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Er zijn duidelijke lijnvormige elementen direct naast het plangebied aanwezig, die duiden op de aanwezigheid van een vliegroute, namelijk de bomenlaan bestaande uit linden aan de oostzijde van het plangebied. Doch zijn deze geen onderdeel van de ingreep en zullen gehandhaafd blijven. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen.
Mogelijke vliegroute langs bomenlaan oostzijde plangebied
Vleermuizen worden snel verstoord door verlichting. Soms kunnen vleermuizen door verlichting een verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied niet meer gebruiken. De mate waarin het licht vleermuizen verstoord is afhankelijk van de hoeveelheid licht, de lichtkleur en de gevoeligheid van de soort voor licht. De bomenlaan aan de oostzijde van het plangebied kan fungeren als vliegroute. Met de beoogde werkzaamheden dient extra aandacht te worden besteed aan het gebruik van licht. Er wordt geadviseerd om zoveel mogelijk bij daglicht te werken en indien kunstlicht nodig is, dit zodanig te richten dat de bomenlaan niet wordt verlicht, om zoveel mogelijk verstoring door licht te voorkomen. Deelconclusie vleermuizen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. De bebouwing heeft geschikte openingen voor vleermuizen. De boom in en meerdere bomen rondom het plangebied kunnen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn. De bebouwing en bomen blijven behouden en hierdoor geschikt. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen.