CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - TAM-omgevingsplan Bijlagen bij de motivering

Raadsvergadering 26 mei 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit ‘TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven-Noord’23.213 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vastgesteld bestemmingsplan

TAMomgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

April 2026

TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

Inhoudsopgave Bijlagen bij de motivering

3

Bijlage 1

Participatieverslag

5

Bijlage 2

Mer-beoordeling

13

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

21

Bijlage 4

Ecologische quickscan

69

Bijlage 5

Stikstofberekening

125

Bijlage 6

Weging van het waterbelang

143

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

183

Bijlage 8

Onderzoek ontplofbare oorlogsresten

225

Bijlage 9

Verwerking vooroverlegreacties HS Noord

241

Bijlage 10

Nota van ambtshalve wijzigingen

245

2 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

Bijlagen bij de motivering

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 3 Gemeente Eindhoven

4 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

Bijlage 1 Participatieverslag

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 5 Gemeente Eindhoven

Communicatie en participatie Uitbreiding Hoogspanning (HS) station Eindhoven-Noord Aanleiding De energietransitie is in volle gang en het hoogspanningsnet in Nederland wordt steeds zwaarder belast. Op basis van de analyses blijkt dan ook dat de huidige transportcapaciteit in Noord-Brabant onvoldoende is. De prognoses laten zien dat in de komende jaren een groeiende vraag van elektriciteit tot knelpunten gaat leiden in deze regio. Deze vraag is voornamelijk gebaseerd op toename in midden- en kleinverbruik, maar wordt ook gevoed vanuit industriële grootverbruikers. Knelpunten worden onder meer veroorzaakt door de sterk gestegen productie van zonne- en windenergie en andere ruimtelijke ontwikkelingen waaronder uitbreiding en verduurzaming van regionale bedrijvigheid en woningbouw, maar ook door de stedelijke groei in de regio Eindhoven. De bestaande elektriciteitsinfrastructuur bereikt dus op veel plekken de maximale capaciteit. Berekeningen door TenneT en Enexis laten zien dat de vraag naar elektriciteit in 2050 maar liefst drie tot vijf keer hoger is dan nu. Dus is er uitbreiding nodig. Zo ook op hoogspanningsstation Eindhoven-Noord aan de Vredeoord 10 Als gevolg van de energietransitie is er een sterke toename van duurzame initiatieven, in het bijzonder de toename van decentrale opwek.

Deze toename heeft als gevolg dat de infrastructuur van Enexis Netbeheer en TenneT Netbeheer opgewaardeerd moet worden. Om gevraagde vermogens te ontsluiten is een uitbreiding van het hoogspanningsstation (HS-station) Eindhoven-Noord in de gemeente Eindhoven nodig. Door Enexis worden een nieuwe transformatoren en twee nieuwe middenspanningsgebouwen geplaatst. De opwek van elektriciteit met fossiele brandstoffen wordt op termijn vervangen door duurzaam opgewekte energie met o.a. zon en wind. Vanwege de weersafhankelijkheid neemt hiermee de druk op het elektriciteitsnet toe. Daarnaast neemt zowel in het landelijk gebied als in het stedelijk gebied de vraag naar elektriciteit toe. Beide trends leiden tot een grotere vraag naar transportcapaciteit van elektriciteit voor zowel bedrijven als huishoudens, ook in de regio Brabant-Oost. De uitbreiding van het station Eindhoven-Zuid zorgt voor meer ruimte op het elektriciteitsnet. Project De problematiek in en rond het 150/10kV-station Eindhoven-Noord is meerledig. Klanten hebben uitbreidingen aangekondigd, deze uitbreidingen kunnen niet door de bestaande bedrijfsmiddelen in 150/10kV-station Eindhoven-Noord worden opgevangen. Er zijn en komen ook steeds meer aanvragen om zon- en/of windparken aan te sluiten. Voor deze DOL-klanten wordt een aansluitmogelijkheid gerealiseerd.

1

Wat gaat er gebeuren? Om de aansluitcapaciteit (velden en vermogen) voor het HS/MS-station Eindhoven-Noord te vergroten wordt er een nieuw 10kV-(sub)blok C, blok D en een nieuwe HS/MS-transformator TR4 gerealiseerd. Daarnaast worden de huidige TR3 en TR5 voorzien van geforceerde koeling zodat de belastbaarheid wordt opgewaardeerd van 77 MVA naar 85 MVA.

Planning Voor de bouw en inbedrijfname van de nieuwe aanleg is een doorlooptijd van minimaal 18 maanden benodigd. De start van de werkzaamheden is gepland voor medio 2026. FASE Procedure wijziging omgevingsplan gereed Vergunningen Realisatie Enexis Realisatie gereed en inbedrijfname

PLANNING Q4 2025 Q4 2025 Q3 2026 t/m Q4 2027 Q1 2028

Doel van dit plan Het doel van het plan is om voor de stakeholders relevante informatie juist en tijdig via de meest aansluitende kanalen over te brengen. Voor dit project werken we volgens de Omgevingswet. Deze wet voorziet in vroegtijdige participatie en is per 1 januari 2024 van kracht. In de wet staat het actief laten meebeslissen, meedenken, adviseren en informeren van de omgeving centraal. De gemeente Eindhoven heeft voor participatie de Nota Participatiebeleid Omgevingswet en de Nota Inwoners en overheidsparticipatie van de gemeente Eindhoven opgesteld waarin de volgende uitgangspunten centraal staan: 1. Doelgericht maatwerk; 2. Bewust gesprek, 3. Energie & Vernieuwing. De mate en frequentie van participatie verschilt per project. Het project Eindhoven Noord is qua fysieke omvang vrij beperkt en betreffen hoofdzakelijk een verbouwing en een aantal ingrepen aan elektrotechnische installaties, alles binnen de bestaande hekken. Participatie zal vooral betrekking hebben met de directe omgeving, al blijft de te ervaren hinder zeer beperkt. 2

Stakeholders In onderstaande tabel zijn alle relevante stakeholders opgenomen met een analyse van hun houding, invloed en belang. Op basis van deze analyse is per stakeholder een gerichte strategie opgesteld. Stakeholder Rol Houding Belang Macht Invloed Vertrouwen/ Strategie Belang Gemeente Bevoegd gezag Positief Groot Zeer Beslisser Vriend Meebeslissen Eindhoven Waterschap De Bevoegd gezag Neutraal Geen Redelijk Beïnvloeder Coalitiegenoot Samenwerken Dommel Provincie Beleid/ bevoegd gezag Neutraal Klein Redelijk Beïnvloeder Coalitiegenoot Samenwerken Noord-Brabant TenneT Medegebruiker station Positief Groot Redelijke Gebruiker Vriend Meedenken GGZE Eigenaar gronden: Station en Positief Groot Redelijk Gebruiker/ Coalitiegenoot Samenwerken directe omgeving gebruiker Partijen op Bedrijven Neutraal Klein Niet Beïnvloeder Onbekend Informeren terrein GGZE ProRail Neutraal Klein Redelijk Beïnvloeder Coalitiegenoot Informeren De Herdgang Neutraal Klein Niet machtig Beïnvloeder Onbekend Informeren Issues Belangrijke issues voor dit project zijn: 1) Participatie GGZE 2) Communicatie directe omgeving via GGZE

3

Participatie Kader Eindhoven staat voor grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de energietransitie, de klimaatopgave, stedelijke transformatie en de woningbouwopgave. De Omgevingswet beoogt vanuit een integrale, benadering bij te dragen aan de realisatie van deze grote opgaven. De gemeentelijke belangen om de stedelijke opgaven te realiseren, de commerciële, persoonlijke of maatschappelijke belangen van initiatiefnemers, de wensen van toekomstige gebruikers en de gevolgen voor de omgeving komen samen in het participatietraject. Een zorgvuldig participatietraject draagt bij aan de legitimiteit van de besluitvorming, de inhoudelijke kwaliteit van beleid en plannen en de uitvoering daarvan. De gemeente heeft uiteindelijk de verantwoordelijkheid om alle belangen op transparante wijze te wegen om tot een besluit te komen dat bijdraagt aan de ontwikkeling van een leefbare stad waarin het fijn is om te wonen, werken en recreëren. Om hier richting aan te geven heeft de gemeente Eindhoven in 2021 de Nota Inwoners- en overheidsparticipatie (IOP) vastgesteld met drie uitgangspunten: Doelgericht maatwerk, Bewust gesprek en Energie en vernieuwing. De Nota IOP schetst een gemeenschappelijke basis hoe we met de stem van de omgeving (inwoners, ondernemers, en belangenorganisaties) kunnen omgaan.

De Omgevingswet geeft de gemeente en (externe) initiatiefnemers de vrijheid eigen keuzes te maken voor de inrichting van het participatieproces. Met andere woorden: de wijze waarop de participatie wordt georganiseerd is vormvrij. De locatie, de aard en omvang van het plan, het soort besluit, de omgeving en de betrokkenen zijn immers elke keer anders. Ook het moment waarop participatie start, verschilt per keer. En daarnaast verschilt de aanpak ook nog per fase in het proces. Participatieniveaus en Kernboodschap De participatiestrategie van Enexis is gebaseerd op drie participatieniveaus: informeren, raadplegen en adviseren. Afhankelijk van het project wordt de communicatie afgestemd op de mate waarin stakeholders betrokken worden. De kernboodschap, die altijd begint met het nut en de noodzaak van de werkzaamheden, vormt de basis van de communicatieaanpak. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de belangen van stakeholders als de vereisten van het project. Voor ieder participatieniveau worden specifieke communicatiemiddelen ingezet, variërend van informeren tot meer interactieve communicatie bij raadplegen en adviseren. Zo zorgt Enexis ervoor dat stakeholders op de juiste manier betrokken worden, met een focus op dialoog waar mogelijk. Participatie-aanpak EHVN De uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven-Noord is een relatief beperkte uitbreiding.

Hierdoor zal de impact van de uitbreiding op de omgeving gering zijn. In de directe omgeving van het hoogspanningsstation zijn enkele bedrijven. Daarnaast zijn stakeholders: Provincie Noord-Brabant, Gemeente Eindhoven en Waterschap De Dommel. Uit de stakeholdersanalyse volgt dat de stakeholders qua aanpak in drie groepen verdeeld kunnen worden: - Overheidsinstanties (Gemeente, waterschap en provincie) 4

-

GGZE Overige buren (Partijen op GGZE terrein, ProRail en de Herdgang)

Overheidsinstanties De betrokken instanties hebben een positieve houding tegenover het initiatief en hebben vooral een rol als bevoegd gezag. Met deze instanties vinden 1 op 1 overleg plaats, waarbij het project wordt besproken en wederzijdse afspraken worden vastgelegd. GGZE Station Eindhoven-Noord wordt uitgebreid op een perceel (WSL01-H-1703) dat in eigendom is van de GGZE en in erfpacht door Enexis. Enexis wenst deze grond te verwerven naast dat de zakelijkrecht-overeenkomsten voor de kabeltracées ter ontsluiting van het station moeten worden gesloten. De GGZE is geen tegenstander van de noodzakelijke uitbreiding het station. Er is een goede verhouding met de GGZE, ze hebben ook meegewerkt aan het bepalen van de geschikte tracées. De tracées zijn een losstaand project binnen Enexis, alleen de gesprekken rondom de grondzaakrechtelijke overeenkomsten worden gezamenlijk opgepakt om het zo soepel en overzichtelijk mogelijk voor de GGZE en Enexis te laten verlopen. Overige buren (partijen op terrein GGZE, ProRail en de Herdgang) De houding van de overige buren (op ProRail na) is onbekend. Gelet op de verwachte geringe impact op de omgeving van het initiatief wordt geen negatieve houding verwacht. Van belang is dat zij vooraf goed worden geïnformeerd. Voor de partijen op GGZE terrein wordt dat door de GGZE zelf gedaan, een door hun uitgesproken wens.

Met ProRail is afstemming geweest en hier wordt enkel een melding gewenst. De heeft nog niet gereageerd op onze aankondiging van de werkzaamheden, hen is gevraagd en aangeboden om op hun verzoek de werkzaamheden van Enexis tijdens een omgevingsgesprek nader toe lichten. Afhankelijk van de reactie zal besloten worden om de omgevingsdialoog plenair in een bijeenkomst of 1 op 1 te voeren. Landschapsplan Het station wordt omringt door bosrijk gebied, waar bij de werkzaamheden niet buiten de bestaande hekken wordt uitgebreid. Participatiemomenten In het traject hebben diverse communicatie- en participatiemomenten plaatsgevonden. Dit wordt opgenomen en bijgehouden in een ‘Participatielogboek Enexis - Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord’.

5

Communicatie Door gerichte communicatieacties willen we de omgeving zo goed mogelijk aangesloten houden, zodat zij voldoende geïnformeerd zijn over wat wanneer gebeurt. De momenten en kanalen die worden ingezet zijn opgenomen in de communicatiekalender. Communicatiestrategie Enexis hanteert in haar communicatie een benadering die draait om duidelijke, tijdige informatieverstrekking en verbinding met de omgeving. De kern van de omgevingscommunicatie is het uitleggen waarom uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en welke voordelen dit biedt, zoals een betrouwbare energievoorziening en verduurzaming van buurten. Het doel is om begrip te creëren door omwonenden vroegtijdig en regelmatig te informeren. Daarbij ligt de nadruk op de voordelen voor de buurt, het minimaliseren van overlast en het duidelijk beschrijven van de werkzaamheden. Communicatiekalender Informatie Project / werk-zaamheden / grondverwerving Toelichting project Toelichting project

Stakeholder GGZE

Kanaal Mail

Wie Enexis

Wanneer Q4 2024

GGZE Herdgang en ProRail

Enexis Enexis

Q1 2025 Q3 2025

Project / werkzaamheden

Inwoners gemeente Eindhoven -omgeving station GGZE (en via hen de partijen op hun terrein) En De Herdgang GGZE (en via hen de partijen op hun terrein) En De Herdgang

Gesprek Mail en Telefonisch Advertentie digitaal

maximaal 6 weken voor start bouw

Brief

Enexis - op gemeentepagina of pagina plaatselijke krant Enexis

Brief

Enexis

Maximaal 2 weken voor start bouw

Aankondiging werkzaamheden Eventueel (afhankelijk van de hinder): Nadere informatie uitvoering

6

maximaal 6 weken voor start bouw

Kanalen Online: website Enexis.nl/actueel. Offline: brieven (vooraankondiging werkzaamheden en start werkzaamheden), advertentie plaatselijke gedrukte krant, omgevingsgesprek. Afstemming gemeente De gemeente wordt op de hoogte gehouden van de communicatie naar de omgeving en krijgt een kopie van de verzonden brieven en advertentie. Aanpak per fase In de planfase vinden diverse overleggen plaats met de gemeente en GGZE. Tijdens de voorbereidingsfase worden de direct omwonenden met een brief geïnformeerd over het project, de werkzaamheden en globale planning. Omdat zij mogelijk overlast hebben van de werkzaamheden en het bouwverkeer, willen we hen zo snel mogelijk informeren. Op verzoek bieden wij een gesprek a/d keukentafel aan. Vlak voor de uitvoeringsfase worden de direct omwonenden verder geïnformeerd (met een brief en/of een inloopbijeenkomst) over de start bouwwerkzaamheden en de eventuele hinder die zij daarvan kunnen ondervinden. De gegevens van de aannemer worden gedeeld. De overige bewoners van gemeente Eindhoven-omgeving station worden op de hoogte gehouden middels een website bericht op de gemeentelijke pagina en/of plaatselijke krant. Algemene informatie wordt verstrekt middels de website Enexis.nl/actueel.

7

Bijlage 2 Mer-beoordeling

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 13 Gemeente Eindhoven

Memo

referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Revisie 02 20 maart 2026 Enexis Netbeheer B.V. L. Vermunt J. van den Broek 0498006.100 Enexis Uitbreiding Eindhoven Noord Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

Om te kunnen blijven voorzien in elektriciteit worden hoogspanningsstations door Enexis Netbeheer B.V. uitgebreid. Dit is noodzakelijk om de energietransitie mogelijk te maken en het sterk stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie op het netwerk aan te kunnen sluiten en op termijn ook de verwachte groei van de vraag naar elektriciteit te kunnen ondervangen. De infrastructuur dient worden aangepast en de capaciteit moet worden vergroot. Een ontwikkeling van Enexis is de uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven-Noord. Het plangebied is gelegen in Eindhoven Noord en ligt aan de Vredeoord. Het plangebied is gelegen op de percelen met de kadastrale aanduiding ‘WSL01-H-1703’, ‘WSL01-H-1317’, ‘WSL01-H-1318’ en ‘WSL01-H-1704’. De ligging van het plangebied is weergeven in onderstaand figuur. De nieuwe ontwikkelingen vinden allemaal plaats binnen het bestaande hoogspanningsstation.

Figuur 1 Ligging van het plangebied in Eindhoven (Bron: Cyclomedia)

Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

blad 1 van 6

datum 20 maart 2026 projectnummer 0498006.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

Aan de Vredeoord 10 te Eindhoven is het 150 kV-hoogspanningsstation Eindhoven Noord gelegen. Het hoogspanningsstation wordt uitgebreid. Enexis wenst het bestaande station uit te breiden met een nieuwe transformator en drie nieuwe 10 kV-gebouwen. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand hoogspanningsstation. Op onderstaand figuur is de toe te voegen bebouwing weergegeven ten opzichte van de bestaande bedrijfsgebouwen en energietuin. De planning is om te starten met de (voorbereidende) werkzaamheden in Q4 2026/Q1 2027. De ingebruikname staat gepland voor Q3 2028.

Figuur 2 Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord (Oranje= verwachte nieuwe bebouwing) (Bron: Enexis)

In het kader van de uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven Noord is een wijzigingsplan opgesteld. Deze beoordeling maakt onderdeel uit van de ruimtelijke procedure. In deze memo wordt beoordeeld of de ontwikkeling mogelijk kan leiden tot aanzienlijke milieueffecten.

1.2

Waarom een mer-beoordeling? Op grond van de Omgevingswet (artikel 16.43 lid 1 onder b alsmede lid 2 en 3) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11 en bijlage V) dient voor verschillende soorten projecten te worden bepaald of er ten gevolge van het desbetreffende project sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Afhankelijk van deze eventuele aanzienlijke milieueffecten is een milieueffectrapportage (mer, de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling van het bevoegd gezag. Ter voorbereiding van dat besluit is voor de voorgenomen ontwikkeling deze mer-beoordeling opgesteld. Er bestaan inhoudelijke vereisten voor het toetsen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. De notitie dient in te gaan op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de soort en kenmerken van het potentiële effect. Deze aspecten zijn verwoord in hoofdstuk 2 van deze mer-beoordeling. Deze aanmeldingsnotitie betreft de onderbouwing van het mer-beoordelingsbesluit en gaat in op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten. Met deze informatie zal het bevoegd gezag bepalen of er al dan niet een MER dient te worden opgesteld.

blad 2 van 6

datum 20 maart 2026 projectnummer 0498006.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

2.

Beoordeling

2.1

Kenmerken en locatie van de ontwikkeling Locatie Het plangebied is gelegen in een bebost gebied. Aan de noordwestzijde en zuidoostzijde is een beboste omgeving. Ten oosten van het plangebied is een moestuin gelegen en ten westen van het plangebied is het spoor gelegen. In de nabije omgeving is het landgoed De Grote Beek gelegen waar diverse maatschappelijke functies zijn gelegen. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand hoogspanningsstation. De begrenzing van het plangebied is in onderstaand figuur weergegeven.

Figuur 3 Begrenzing van het plangebied Hoogspanningsstation Eindhoven Noord (Bron: PDOK)

Ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling omvat de uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven Noord, gelegen in de gemeente Eindhoven. De capaciteit van de 150kV-hoogspanningsverbinding in Eindhoven Noord is niet meer toereikend om aan de transportbehoefte te voldoen. Enexis is voornemens het hoogspanningsstation uit te breiden met extra transformatorvermogen. De uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Noord 150 kV is bedoeld om de transportcapaciteit in verschillende delen van het 150kV-net te vergroten. De volgende uitbreidingen worden met het beoogde plan gerealiseerd: • Het bouwen van een nieuwe 100MVA transformator (T-4). • Het plaatsen van drie nieuwe 10kV-gebouwen (twee 24-velds en één 18-velds), blok C, D en E met bijbehorende modulaire blokken. De trafoboxen T3 en T5 worden de voedende verbindingen naar blok C en D. In de toekomstige representatieve bedrijfssituatie is trafo T3 wisseltrafo.

blad 3 van 6

datum 20 maart 2026 projectnummer 0498006.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

Figuur 4 Verwachte uitbreiding op het bestaande hoogspanningsstation (Bron: Enexis)

Kenmerken De uitbreiding van het hoogspanningsstation heeft geen bijzondere kenmerken ten aanzien van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen en het risico op ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. De ligging ten opzichte van gevoelige gebieden is als volgt: Het plangebied ligt niet in of grenst niet direct aan een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn het Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux op circa 7,6 km en Kempenland-West op 8,9 km van het plangebied. Het plangebied ligt tussen delen van het Natuurnetwerk Nederland. In een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is aangewezen dat het plangebied deel uitmaakt van diep grondwaterlichaam, cultuurhistorische waarden en landelijk gebied. Cumulatie In de omgeving van het plangebied zijn voor zover bekend geen andere ontwikkelingen welke zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten voor de (milieu)aspecten.

2.2

Kenmerken van het potentiële effect De kenmerken van het potentiële effect worden per milieuaspect geanalyseerd in onderstaande tabel met indien relevant een verwijzing naar het betreffende milieuonderzoek. Aspecten Verkeer en parkeren

Onderzoek De uitbreiding leidt niet tot een toename van de verkeersgeneratie. Er zal alleen verkeer zijn ten behoeve van onderhoud en werk (realisatie van nieuwe voorzieningen) aan het hoogspanningsstation. Dit is reeds aanwezig. Tijdens de realisatie van de uitbreiding zal het verkeer beperkt toenemen. Gezien de ligging op het bedrijventerrein

blad 4 van 6

datum 20 maart 2026 projectnummer 0498006.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

en de beperkte toename van het verkeer worden voor het aspect verkeer en parkeren geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Geluid

Uit het akoestisch onderzoek van Peutz (maart 2026) blijkt dat er sprake is van een akoestisch aanvaardbare situatie. De toename vanwege de uitbreiding is volledig verwaarloosbaar. Daarnaast zijn de geluidproductieplafonds (GPP) geborgd in de regels. De GPP’s zijn de geluidnormen in het omgevingsplan voor de langrijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Vanuit het hoogspanningsstation mag de geluidbelasting ter plaatse van deze geluidreferentiepunten niet hoger zijn dan de vastgelegde waarden. Hiermee wordt verzekerd dat de geluidbelasting vanuit het industrieterrein (het hoogspanningsstation) niet hoger is dan deze waarden. Gelet op de geluidbelasting op omliggende gevoelige objecten en het feit dat er gpp’s worden vastgesteld als waarden die het geluid vanuit het industrieterrein beperken, kan gesteld worden dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.

Luchtkwaliteit

De uitbreiding van het hoogspanningsstation leidt niet tot een verkeerstoename en leidt niet op een andere manier tot een significante toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er worden derhalve geen milieueffecten verwacht voor het aspect luchtkwaliteit.

Omgevingsveiligheid

Het plangebied ligt in een explosie-, brand- en gifwolkaandachtsgebied door de nabije ligging van het spoor. In de huidige situatie is dit ook het geval. Een hoogspanningsstation valt niet in de categorie ‘beperkt kwetsbare gebouwen’ en daarom worden er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht als gevolg van bovenstaande risicobronnen.

Natuur

Beschermde soorten Brabant Eco heeft in 2024 een ecologische QuickScan uitgevoerd voor het plangebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. Het is van belang om bij werkzaamheden zorgvuldig om te gaan met verlichting. Het plangebied biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten. De vegetatie in het plangebied is geen essentieel onderdeel van het leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten. Indien er vegetatie verwijderd wordt, wordt wel geadviseerd dit buiten het broedseizoen uit te voeren. Het is mogelijk dat beschermde amfibieën of reptielen het plangebied passeren en de directe omgeving gebruiken als onderdeel van het leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Men dient tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op de aanwezig fauna en indien noodzakelijk maatregelen te treffen. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Beschermde gebieden In de QuickScan is aangegeven dat de significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten. In de QuickScan is tevens aangeven dat er voor Natura 2000-gebieden geen directe effecten verwacht worden. Uit de AERIUS-berekening (Enexis, 2026) volgt geen bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar en dus zijn significante effecten als gevolg van stikstofdepositie uit te sluiten. Ook voor het aspect beschermde gebieden worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Bodemkwaliteit

Het volledige plangebied is momenteel reeds bestemd als nutsvoorziening. De ontwikkelingen vinden plaats binnen de huidige bedrijfsbestemming. De

blad 5 van 6

datum 20 maart 2026 projectnummer 0498006.100 betreft Mer-beoordeling Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord

bodemkwaliteit sluit daarmee aan bij de beoogde functie. Vanuit het aspect bodemkwaliteit worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

3.

Water en klimaatadaptatie

In het kader van de ontwikkeling is een weging van het waterbelang (Antea Group, 2026) opgesteld. Vanuit het waterschap De Dommel en de gemeente volgt een bergingseis van 63 m3. Door deze waterberging wordt wateroverlast voorkomen en wordt bijgedragen aan een klimaatadaptieve inrichting. De waterberging wordt geborgd in de regels. In de toekomstige situatie mag de waterkwaliteit niet verslechteren. Ook moet afstromend hemelwater zoveel mogelijk gescheiden afgevoerd worden om vervuiling te voorkomen. Voor het aspect water en klimaatadaptatie worden er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht, mits wordt voldaan aan de waterbergingseisen.

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

Op de gronden van het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor archeologische waarde. Een inventariserend booronderzoek (IVO-P) wordt geadviseerd om uit te voeren. Tijdens de werkzaamheden wordt een archeologische begeleiding geadviseerd. De archeologische waarden worden beschermd middels een dubbelbestemming. Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten gelegen. Het plangebied is gelegen in een cultuurlandschap met cultuurhistorische waarden. Door de huidige ligging van het hoogspanningsstation schaadt de voorgenomen ontwikkeling de cultuurhistorische waarden niet. Op basis van het voorgaande worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Duurzaamheid

Om duurzaam opgewekte energie op het net te kunnen aansluiten is het van belang dat er voldoende netcapaciteit is. Om mogelijkheden tot opwekking van duurzame energie mogelijk te maken is de ontwikkeling dan ook noodzakelijk en daarmee is er sprake van een positief milieueffect.

Gezondheid

Er is reeds ingegaan op de aspecten geluid en luchtkwaliteit. Er is sprake van een akoestisch aanvaardbare situatie en een hoogspanningsstation zorgt niet voor een significante toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Voor de toe te voegen modulaire blokken in het plangebied geldt dat de 0,4 µT contour niet verder reikt dan circa 8 meter vanaf de buitenzijde van de gebouwen. Voor transformatoren geldt dat deze afstand circa 3 meter bedraagt. De voorgenomen uitbreiding is daarmee zo gesitueerd dat de magneetveldcontour van 0,4 µT binnen het plangebied ligt. Binnen deze contour liggen geen gevoelige bestemmingen; deze liggen op een afstand van minimaal 200 m van de grens van het plangebied. Hiermee is voldoende invulling gegeven aan het voorzorgbeleid.

Conclusie Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en de locatie van het plan zijn, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse van de ontwikkeling. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht worden. Er wordt geconcludeerd dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een mer-procedure en het opstellen van een MER voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 6 van 6

20 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 21 Gemeente Eindhoven

Hoogspanningsstation Eindhoven Noord

Akoestisch onderzoek in verband met geprojecteerde uitbreidingen

Rapportnummer F 23152-1-RA-005 d.d. 2 maart 2026

Hoogspanningsstation Eindhoven Noord

Akoestisch onderzoek in verband met geprojecteerde uitbreidingen

Opdrachtgever: Enexis Netbeheer B.V. Rapportnummer: F 23152-1-RA-005 Datum: 2 maart 2026 Referentie: GvL/GvL/ /F 23152-1-RA-005 Verantwoordelijke: ing. G.R.M. van Leemput Opsteller: ing. G.R.M. van Leemput +31 858228629 g.vanleemput@peutz.nl

Peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid Nlingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon

F 23152-1-RA-005 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding en samenvatting

4

2

Uitgangspunten

5

2.1

Beschrijving van het station

5

2.2

Geprojecteerde uitbreidingen

6

Toetsingscriteria

8

3.1

VNG-richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’

8

3.2

Omgevingswet

10

4

Berekeningen

12

4.1

Geluidbronsterkten

12

4.2

Rekenmodel

12

4.3

Rekenresultaten

13

4.4

Geluidaandachtsgebied en GPP’s

15

Beoordeling en conclusie

18

5.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

18

5.2

Omgevingswet

19

3

5

F 23152-1-RA-005 3

1

Inleiding en samenvatting In opdracht van Enexis Netbeheer B.V. is een akoestisch onderzoek verricht in verband met geprojecteerde uitbreidingen bij hoogspanningsstation (HS) Eindhoven Noord, gesitueerd aan de Vredeoord 10 te Eindhoven. Het huidige station bestaat uit enkele bedrijfsgebouwen en drie transformatoren, elk met een vermogen van 77 MVA. Deze transformatoren staan opgesteld in half-open transformatorcellen. De uitbreidingen betreffen het plaatsen van drie nieuwe modulaire blokken en een extra transformator (T4) met een vermogen van 100 MVA. In de toekomstige representatieve bedrijfssituatie is trafo T3 wisseltrafo. Het totaal gelijktijdig te schakelen transformatorvermogen zal door de uitbreidingen hoger worden dan 200 MVA, waardoor het transformatorstation vanaf dan wordt beschouwd als een ‘activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken'. Dergelijke activiteiten mogen alleen op een 'industrieterrein' plaatsvinden. Voor 'industrieterreinen' dienen een geluidaandachtsgebied en geluidproductieplafonds (GPP's) in gedefinieerde geluidreferentiepunten (GRP's) te worden vastgesteld. De GPP’s dienen opgenomen te worden in het omgevingsplan. Op basis van de door Enexis verstrekte gegevens is een akoestisch rekenmodel opgesteld waarmee de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT ter plaatse van relevante beoordelingsposities zijn berekend.

Daarnaast zijn, met behulp van het rekenmodel, de bovengenoemde gegevens vastgesteld die in het omgevingsplan dienen te worden opgenomen. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting bij de gevoelige bestemmingen in de omgeving, op één positie na, overal lager is dan, of ten hoogste gelijk is aan 45 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. Hiermee wordt voor nagenoeg alle posities voldaan aan de toepasselijke criteria op basis van de VNGrichtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'. Alleen ter plaatse van Dr. Poletlaan 25 wordt op een hoogte van 5 meter een marginaal hogere waarde (45,8 dB(A)) berekend. Uit de berekeningen blijkt echter dat de geluidbijdrage van de nieuw te plaatsen transformator T4 op deze positie verwaarloosbaar laag is. Ook in de huidige situatie bedraagt de etmaalwaarde ter plaatse al (afgerond) 46 dB(A). De toename vanwege de uitbreiding is volledig verwaarloosbaar. Geconcludeerd kan worden dat sprake is van een uit akoestisch oogpunt evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

F 23152-1-RA-005 4

2

Uitgangspunten

2 .1 B es c hri j ving van he t s ta ti on

HS Eindhoven Noord is gesitueerd aan de Vredeoord 10 te Eindhoven. Op het station zijn enkele bedrijfsgebouwen en drie transformatoren (T1, T3 en T5) aanwezig. De transformatoren hebben alle een elektrisch vermogen van 77 MVA en staan opgesteld binnen betonnen cellen van 5,15 meter hoog, waarvan de bovenzijde en zuidwestzijde open zijn. De lay-out van het station is weergegeven in figuur f 2.1.

T5 T3 T1

f 2.1 Lay-out HS Eindhoven Noord (terreingrenzen in blauw kader)

HS Eindhoven Noord bestaat uit een Enexis-deel en een TenneT-deel. Het TenneT-deel betreft het schakelveld met C-bank aan de noordzijde van het terrein. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het Enexis-deel (het zuidelijk deel van het terrein met transformatoren en gebouwen). In de huidige representatieve bedrijfssituatie zijn er steeds twee van de drie transformatoren in bedrijf. T3 is wisseltrafo en staat uit (volgens het zgn. N-1 principe). F 23152-1-RA-005 5

Er worden op het perceel van Enexis geen relevante piekgeluiden ('maximale geluidniveaus') gemaakt. Dit aspect is daarom niet verder beschouwd. NB. Het schakelveld met vermogensschakelaars en C-bank behoren tot de activiteiten (‘zakelijk recht’) van TenneT.

2 .2 G epro j ec t eerde ui tbr eid inge n

Enexis is voornemens het hoogspanningsstation uit te breiden met extra transformatorvermogen. De uitbreidingen betreffen het bijplaatsen van een extra transformator (T4) met een vermogen van 100 MVA en drie modulaire blokken (MB’s), zie figuur f 2.2. De nieuwe trafo T4 zal vrij worden opgesteld.

MB-E T4 MB-C

MB-D

f 2.2 Lay-out van de geprojecteerde uitbreidingen HS Eindhoven Noord

Alle transformatoren zijn voorzien van koelventilatoren. Het in werking zijn van de koelventilatoren hangt mede af van de buitenluchttemperatuur en van de belasting van de betreffende trafo. De koelventilatoren kunnen ('worst case') gedurende de gehele dagen avondperiode in bedrijf zijn (ONAF-bedrijf, Oil Natural, Air Forced). In de nachtperiode staan de koelventilatoren uit (ONAN-bedrijf, Oil Natural, Air Natural). F 23152-1-RA-005 6

De bestaande transformator T3 blijft wisseltrafo. Het maximale gelijktijdig te schakelen transformatorvermogen bedraagt dan 254 MVA (2 x 77 + 1 x 100 MVA). Deze waarde is hoger dan 200 MVA waarmee voor het station vanaf dat moment milieucategorie 4.2 van toepassing wordt. Tevens zal het station worden beschouwd als een ‘activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken’ 1. 'Activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken' mogen alleen op een 'industrieterrein' plaatsvinden. Het begrip 'industrieterrein' wordt hierbij expliciet gereserveerd voor terreinen waarop dergelijke activiteiten zijn toegestaan. Voor 'industrieterreinen' dienen een geluidaandachtsgebied en geluidproductieplafonds (GPP's) in gedefinieerde geluidreferentiepunten (GRP's) te worden vastgesteld. De GPP’s dienen opgenomen te worden in het omgevingsplan, zie ook paragraaf 3.2. Voor de nieuw te plaatsen transformator (T4) zijn de volgende (maximale) geluidvermogens van toepassing: LW vollast ONAN-bedrijf (zonder koelventilatoren): maximaal 79 dB(A) LW vollast ONAF-bedrijf (met koelventilatoren in bedrijf): maximaal 89 dB(A) De bovenstaande geluidvermogens zijn gebaseerd op de door Enexis aan de leverancier van de transformatoren gestelde geluideisen.

1

Grote lawaaimakers ('activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken') worden aangewezen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), artikel 5.78b. in lid 1, onder c van dit artikel is ten aanzien van transformatorstations hiervoor het volgende aangegeven: "het gebruiken van niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer". F 23152-1-RA-005 7

3

Toetsingscriteria

3 .1 VN G-r i cht li jn ‘B edr i jven en mi l ieu zon er ing ’

HS Eindhoven valt onder het bestemmingsplan ‘De Grote Beek’ (vastgesteld op 25-062013 en thans onderdeel van het omgevingsplan). Voor het perceel waarop het hoogspanningsstation zich bevindt is de bestemming ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ van toepassing. Er is geen specifieke milieucategorie aangeduid. HS Eindhoven Noord is niet voorzien van een ‘geluidzone industrielawaai’ in het kader van de Wet geluidhinder, noch zijn een geluidaandachtsgebied en GPP’s vastgesteld. Het terrein van het transformatorstation geldt niet als ‘industrieterrein’ of als onderdeel daarvan. Het omgevingsplan staat daarom in de huidige situatie geen ‘activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken' toe ter plaatse. Om de wijzigingen op het station mogelijk te maken zal daarom het omgevingsplan moeten worden aangepast. NB. In dit geval moeten GPP’s in het omgevingsplan worden vastgelegd. Daarom kan deze activiteit niet met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden afgehandeld.

Voor een dergelijke planherziening wordt het stappenplan doorlopen zoals omschreven in de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering': Stap 1 Indien de richtafstand voor gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is mogelijk. (NB. Het gaat hier om bedrijfscategorie 4.2 (opgesteld transformatorvermogen tussen 200 en 1000 MVA) waarvoor een richtafstand van 300 meter van toepassing is bij een omgevingstype 'rustige woonwijk' en 200 meter bij een 'gemengd gebied'). Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is: Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: – 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) – 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) – 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: – 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) – 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) – 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde): inpassing is dan mogelijk. F 23152-1-RA-005 8

Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-richtlijn nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. In dit rapport wordt hier vooralsnog niet verder op ingegaan. In de VNG-richtlijn is aangegeven wanneer een omgeving als 'gemengd gebied' kan worden beschouwd: “een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. […]. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend”. In de onderhavige situatie kan door de ligging van het station langs de drukke spoorlijn Eindhoven-Tilburg-’s-Hertogenbosch, mogelijk gesproken worden van omgevingstype ‘gemengd gebied’. Vooralsnog is evenwel uitgegaan van omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De afstand van de dichtstbij gelegen geluidgevoelige bestemming (in dit geval ‘maatschappelijk/wonen’) tot de perceelsgrens bedraagt circa 210 meter. Vastgesteld wordt dat hiermee niet overal wordt voldaan aan de voorwaarde in 'stap 1'. Daarom dient ook 'stap 2' te worden uitgevoerd.

Hierbij worden de op de gevel van de gevoelige bestemmingen berekende geluidniveaus getoetst aan de richtwaarde voor een 'rustige woonwijk', te weten 45 dB(A) etmaalwaarde (dit komt overeen met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) overdag, 40 dB(A) in de avond en 35 dB(A) in de nacht). NB. De etmaalwaarde is de hoogste waarde van de volgende drie: – het LAr,LT van de dagperiode; – het LAr,LT van de avondperiode + 5 dB; – het LAr,LT van de nachtperiode + 10 dB. Met het beoordelen van de etmaalwaarde wordt feitelijk het geluidniveau voor de afzonderlijke geluidniveaus voor de dag-, avond- en nachtperiode beoordeeld, immers voor de avond geldt een 5 dB strengere grenswaarde dan voor de dag, en voor de nacht geldt een 10 dB strengere grenswaarde dan voor de dag. Indien wordt voldaan aan een etmaalwaarde van 45 dB(A), wordt automatisch voldaan aan de toepasselijke grenswaarde van 45 dB(A) voor de dag, 40 dB(A) voor de avond en 35 dB(A) voor de nacht.

F 23152-1-RA-005 9

3 .2 O mg evings wet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet krijgen gemeenteraden vergaande mogelijkheden om geluidnormen op te nemen in het omgevingsplan. Hiervoor heeft het Rijk instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (verder te noemen: Bkl). Deze instructieregels verplichten gemeenten om geluidnormen op te nemen in het omgevingsplan met als doel het normeren van ‘activiteiten’ die geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen (zoals woningen) kunnen veroorzaken. De instructieregels krijgen pas – voor burgers en bedrijven – juridisch normerende werking als zij vertaald zijn naar omgevingsplanregels. Vanaf 1 januari 2024 heeft iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege. Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg (met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht). Gedurende de overgangsfase (die eind 2031 afloopt) zal het nieuwe deel worden gevuld met de nieuwe, door de gemeente te bepalen, regels voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan is het omgevingsplan dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024) direct aanwezig is op grond van het overgangsrecht.

Het 'tijdelijke deel' bestaat uit: – de bestaande planologische regels, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen; – rijksregels over activiteiten (aangeduid als 'bruidsschat'). Deze rijksregels zijn onder de Omgevingswet naar gemeenten en waterschappen verhuisd. De regels in het voormalige Activiteitenbesluit behoren ook daartoe. Het gebruiken van "niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer" wordt onder de Omgevingswet aangemerkt als een "activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken" (zie Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), artikel 5.78b, lid 1 onder c). Voor dergelijke activiteiten moeten de volgende gegevens worden vastgesteld: 1. een industrieterrein (de begrenzing van het terrein waarop de genoemde activiteiten mogen plaatsvinden); 2. een geluidaandachtsgebied (de begrenzing van het gebied waarbinnen nieuwe ontwikkelingen moet worden getoetst aan de randvoorwaarden voor geluid rekening houdend met het industrieterrein); 3. geluidproductieplafonds (GPP's) in gedefinieerde geluidreferentiepunten (GRP's). De GPP's zijn de geluidnormen in het omgevingsplan voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. De GPP’s moeten daarom worden opgenomen in het omgevingsplan.

F 23152-1-RA-005 10

De bijbehorende gegevens moeten worden vastgelegd in het geluidregister. Het geluidregister voor industrieterreinen bevat in ieder geval het volgende: – de waarde van de GPP's en de ligging van de GRP's; – de aanduiding van het besluit waarmee het GPP is vastgesteld; – de geluidbrongegevens; – het geluidaandachtsgebied; – voor elk kalenderjaar het optredende geluidniveau op de GRP's. De GPP's hebben betrekking op de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Voor industrieterreinen gelden hierbij normen voor de dosismaten Lden en Lnight. De Lden in dB is de Europese dosismaat voor het geluid. Het betreft hier een energetische middeling van de gemiddelde geluidniveaus over de dagperiode (Lday), de avondperiode (Levening vermeerderd met 5 dB) en de nachtperiode (Lnight vermeerderd met 10 dB). Lday, Levening en Lnight zijn gelijk aan respectievelijk Ldag, Lavond en Lnacht. In formulevorm: Lden = 10·10log[(12·10Lday/10+4·10(Levening + 5)/10+8·10(Lnight + 10)/10)/24] De Lden gaat uit van jaargemiddelde waarden. Bij de bepaling van de L den wordt rekening gehouden met bijvoorbeeld seizoensinvloeden. Voor hoogspanningsstations is dit overigens over het algemeen minder of niet relevant.

NB. In het Bkl artikel 5.78b, lid 2 is aangegeven dat de activiteiten niet gelden als 'activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken' als is gewaarborgd dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 50 meter vanaf de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1 van het Bkl. Deze waarden zijn 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht. Het geluid afkomstig van hoogspanningsstations is tonaal van karakter. Het geluid zal hierdoor over het algemeen als hinderlijker worden ervaren dan ander, ruisachtig geluid. Gelet hierop kan bij de beoordeling van het geluid in de omgeving sprake zijn van een toeslag van 5 dB. Het criterium voor het toepassen van de toeslag is dat het geluid op de beoordelingslocatie duidelijk als 'tonaal' herkenbaar is binnen het totale aanwezige geluid (inclusief het omgevingsgeluid). Zowel onder de vorige regelgeving als onder de Omgevingswet is het toepassen van de toeslag niet expliciet verplicht. Wel wordt de mogelijkheid geboden om een dergelijke toeslag toe te passen en op te nemen bij de vaststelling van de zonegrens (systematiek onder de Wet geluidhinder) dan wel het vaststellen van de GPP's en het geluidaandachtsgebied (systematiek Omgevingswet).

In dit onderzoek is uitgegaan van het opnemen van de toeslag in zowel het geluidaandachtsgebied als in de GPP's.

F 23152-1-RA-005 11

4

Berekeningen

4 .1 G elu idbr onst er kten

De geluidbronsterkten van de bestaande transformatoren T1, T3 en T5 zijn ontleend aan eerdere geluidonderzoeken die ten behoeve van HS Eindhoven Noord zijn uitgevoerd (zie o.a. rapport FE 15811-1 d.d. 11 maart 2002 van Peutz, dat destijds ten behoeve van de Wm-vergunningaanvraag is opgesteld). Door de opdrachtgever is aangegeven dat de belasting van de huidige transformatoren niet significant zal wijzigen. Het geluidvermogen van de transformatoren zal daarmee ook niet veranderen. De gehanteerde geluidvermogens zijn weergegeven in bijlage 1.

4 .2 R e kenmode l

Op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 2 is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarmee de geluidimmisssie in de omgeving is berekend. Met behulp van het rekenmodel zijn in verschillende richtingen de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT berekend ter plaatse van de relevante beoordelingsposities (‘geluidgevoelige bestemmingen’) in de omgeving. De rekenposities zijn weergegeven in figuur f 4.1.

f 4.1 Rekenposities (01 t/m 06) bij gevoelige gebouwen in de omgeving van HS Eindhoven Noord F 23152-1-RA-005 12

Het terrein van het station en de verhardingen in de omgeving zijn gemodelleerd als akoestisch ‘grotendeels hard’ bodemgebied (B = 0,2). De rest van de omgeving is gemodelleerd als ‘grotendeels absorberende’ bodem (B = 0,8). NB. Voor het bepalen van het geluidaandachtsgebied en de GPP's zijn de bodemgebieden buiten het ‘industrieterrein’ aangepast naar B = 0, respectievelijk B = 1 conform de voorgeschreven rekenmethodiek in de Omgevingsregeling. Het geluid afkomstig van transformatoren is tonaal van karakter. Gelet hierop zal, op basis van bijlage IVh van de Omgevingsregeling, over het algemeen een toeslag voor tonaal geluid (5 dB) moeten worden toegepast. Eén en ander is evenwel afhankelijk van het geluidniveau van het transformatorgeluid in relatie tot het achtergrondgeluidniveau. In onderhavige situatie is ('worst case') uitgegaan van toepassing van de toeslag. De invoergegevens van het rekenmodel zijn weergegeven in bijlage 1.

4 .3 R e kenr esul ta t en

In tabel t 4.1 zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT weergegeven bij de relevante beoordelingsposities in de omgeving (zie figuur f 4.1). De geluidniveaus zijn weergegeven inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. t 4.1 Berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT en etmaalwaarden Letmaal na realisatie van de geprojecteerde uitbreiding Rekenpositie (zie figuur f 4.1)

LAr,LT in dB(A) incl. toeslag

Hoogte in m

dag

avond

nacht

Letmaal in dB(A)

01_A

(Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14

2

37,1

37,0

32,7

43

01_B

(Bedrijfs)woning Oirschotsedijk 14

5

38,3

38,2

33,9

44

02_A

Flat Grenenhout 8

2

32,6

32,4

28,2

38

02_B

Flat Grenenhout 8

5

34,2

34,0

30,0

40

02_C

Flat Grenenhout 8

8

34,8

34,6

30,9

41

02_D

Flat Grenenhout 8

11

35,0

34,8

31,2

41

02_E

Flat Grenenhout 8

14

35,3

35,2

31,5

42

02_F

Flat Grenenhout 8

17

35,7

35,5

31,9

42

03_A

Woning Naaldhout 38

2

32,2

32,1

27,8

38

03_B

Woning Naaldhout 38

5

33,8

33,7

29,5

40

04_A

Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen)

2

37,5

37,5

32,9

43

04_B

Dr.Poletlaan 15-19 (Maatsch. met wonen)

5

39,3

39,3

34,7

45

05_A

Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen)

2

38,6

38,6

33,9

44

05_B

Dr.Poletlaan 25 (Maatsch. met wonen)

5

40,4

40,3

35,8

46

06_A

Grote Beekstraat 16

2

34,2

34,1

29,3

39

06_B

Grote Beekstraat 16

5

35,7

35,7

31,0

41

F 23152-1-RA-005 13

In bijlage 2 zijn de resultaten in meer detail weergegeven (geluidbijdragen per brongroep, per rekenpositie). In figuur f 4.2 zijn de etmaalwaardecontouren weergegeven voor de representatieve bedrijfssituatie na de geprojecteerde uitbreidingen. De contouren, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid, zijn berekend voor een ontvangerhoogte van 5 meter boven maaiveld. De afstand van 50 meter vanaf de begrenzing van de locatie is weergegeven met een lichtblauwe lijn. Een etmaalwaarde van 50 dB(A) komt overeen met: - het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT in de dag van 50 dB(A) - het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT in de avond van 45 dB(A) - het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT in de nacht van 40 dB(A). De ligging van de 50 dB(A) etmaalwaardecontour bepaalt dus of al dan niet aan de voorwaarde in artikel 5.78b, lid 2 van het Bkl wordt voldaan.

f 4.2 Berekende etmaalwaardecontouren voor de representatieve bedrijfssituatie na realisatie van de geprojecteerde uitbreidingen, inclusief toeslag F 23152-1-RA-005 14

De 50 dB(A) etmaalwaardecontour reikt tot circa 205 meter buiten de perceelsgrenzen van het hoogspanningsstation. NB. In het Bkl artikel 5.78b, lid 2 is aangegeven dat de activiteiten niet gelden als 'activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken' als is gewaarborgd dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 50 meter vanaf de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht, niet meer bedraagt dan 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht. Uit figuur f 4.2 blijkt dat in deze situatie niet aan deze voorwaarde wordt voldaan.

4 .4 G elu id aand ac htsgeb i ed en G PP ’s

In figuur f 4.3 zijn de begrenzing van het industrieterrein en de grootte van het geluidaandachtsgebied weergegeven. De begrenzing van het industrieterrein betreft het Enexis-deel van het station. Het geluidaandachtsgebied is gedefinieerd als het gebied binnen de berekende geluidcontour 50 dB Lden waarbij een rekenhoogte van 30 meter wordt gehanteerd en een volledig harde bodem (B = 0) buiten het industrieterrein. Er wordt geen rekening gehouden met bebouwing buiten het industrieterrein, e.e.a. conform de voorgeschreven rekenmethodiek. Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied is de toeslag voor het tonale karakter van het geluid meegenomen.

f 4.3 Aanduiding industrieterrein (blauw gearceerd) en geluidaandachtsgebied (geel, inclusief toeslag)

F 23152-1-RA-005 15

De betekenis van het geluidaandachtsgebied is dat nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld de bouw van geluidgevoelige gebouwen) binnen het geluidaandachtsgebied specifiek moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Hiervoor zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.78s lid 3 t/m 5 Bkl). De waarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw gelden voor industrieterreinen zijn 50 dB Lden en 40 dB Lnight (standaardwaarde volgens tabel 5.78t Bkl), respectievelijk 55 dB Lden en 45 dB Lnight (grenswaarde volgens tabel 5.78u Bkl). Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel. Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan wel voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). De grootte van het industrieterrein bepaalt de onderlinge afstand van de geluidreferentiepunten (GRP's) en de afstand tot de grens van het industrieterrein. In dit geval bedraagt de oppervlakte van het industrieterrein circa 19.400 m². De onderlinge afstand en de afstand van de GRP's tot het industrieterrein bedraagt dan circa 70 m. In figuur f 4.4 is de ligging van de GRP's weergegeven (in totaal 16 punten).

f 4.4 Ligging geluidreferentiepunten (GRP’s)

F 23152-1-RA-005 16

In de GRP's worden de geluidproductieplafonds (GPP's) berekend. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: – berekening op een hoogte van 4 m; – een gemiddelde maaiveldhoogte (relevant bij geaccidenteerd terrein; in dit geval niet relevant); – het bodemgebied buiten het industrieterrein volledig absorberend (B = 1) en er wordt geen rekening gehouden met bebouwing buiten het industrieterrein. Voor wat betreft de bodemdemping van het terrein van het industrieterrein zelf wordt uitgegaan van de werkelijke situatie; – uitgaan van het rekenmodel (emissiemodel) waarmee het geluidaandachtsgebied is bepaald; – per GRP wordt de Lden en de Lnight vastgelegd als GPP. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de GPP's worden vastgesteld met een nauwkeurigheid van één decimaal. In tabel t 4.2 zijn de berekende GPP’s weergegeven inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. t 4.2 Overzicht geluidproductieplafonds (GPP's) Geluidreferentiepunt (GRP, zie figuur f 4.4)

GPP in dB inclusief toeslag tonaal geluid Lden

Lnight

GPP-01

48,8

40,6

GPP-02

50,6

42,5

GPP-03

54,1

46,1

GPP-04

50,6

41,6

GPP-05

46,4

36,1

GPP-06

50,0

41,3

GPP-07

52,2

43,9

GPP-08

52,3

44,3

GPP-09

51,8

43,8

GPP-10

51,7

43,5

GPP-11

49,5

41,4

GPP-12

48,1

39,9

GPP-13

47,0

38,9

GPP-14

47,1

38,9

GPP-15

47,6

39,3

GPP-16

47,9

39,7

In bijlage 3 zijn de ligging van de GRP’s (de exacte coördinaten) en de berekende GPP’s weergegeven. De vastgestelde GPP's gelden als maximale waarde voor de activiteiten op het industrieterrein. Daarmee wordt de geluidemissie van het industrieterrein beperkt (alle nieuwe activiteiten zullen moeten worden getoetst aan de GPP's). F 23152-1-RA-005 17

5

Beoordeling en conclusie

5 .1 E ven wi c ht ig e t oed e ling van fun c ti es aan lo ca t ies

HS Eindhoven valt onder het bestemmingsplan ‘De Grote Beek’ (vastgesteld op 25-062013 en thans onderdeel van het omgevingsplan). Voor het perceel waarop het hoogspanningsstation zich bevindt is de bestemming ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ van toepassing. Er is geen specifieke milieucategorie aangeduid. HS Eindhoven Noord is niet voorzien van een ‘geluidzone industrielawaai’ in het kader van de Wet geluidhinder, noch zijn een geluidaandachtsgebied of GPP’s vastgesteld. Het terrein van het transformatorstation geldt niet als ‘industrieterrein’ of als onderdeel daarvan. Het omgevingsplan staat daarom in de huidige situatie geen ‘activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken' toe ter plaatse. Om te bepalen of de geluidniveaus bij de woningen in de omgeving aanvaardbaar blijven na de geprojecteerde uitbreidingen bij HS Eindhoven Noord, is het stappenplan doorlopen zoals omschreven in de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'. In paragraaf 3.1 is gebleken dat de afstand van de dichtstbij gelegen geluidgevoelige bestemming tot de grens van het perceel van het transformatorstation circa 210 meter bedraagt. Vastgesteld wordt dat hiermee niet voor alle woningen wordt voldaan aan de voorwaarde in 'stap 1'. Daarom is ook 'stap 2' uitgevoerd.

Hierbij worden de op de gevel van de woningen berekende geluidniveaus getoetst aan de richtwaarde voor een 'rustige woonwijk', te weten 45 dB(A) etmaalwaarde (dit komt overeen met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) overdag, 40 dB(A) in de avond en 35 dB(A) in de nacht). Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting bij de gevoelige bestemmingen in de omgeving, op één positie na, overal lager is dan, of ten hoogste gelijk is aan 45 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. Hiermee wordt voor nagenoeg alle posities voldaan aan de toepasselijke criteria op basis van de VNGrichtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'. Alleen ter plaatse van positie 05 (Dr. Poletlaan 25, bestemming ‘maatschappelijk, met wonen’) wordt op een hoogte van 5 meter een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de maatgevende nachtperiode van bijna 36 dB(A) (46 dB(A) etmaalwaarde) berekend. Uit de berekeningen blijkt echter dat de geluidbijdrage van de nieuw te plaatsen transformator T4 op deze positie slechts 19 dB(A) is (zie pagina 2.15 in bijlage 2), en derhalve verwaarloosbaar ten opzichte van het totale geluidniveau. Met andere woorden: ook in de huidige situatie bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse al 36 dB(A) in de nacht. De toename vanwege de uitbreiding is volledig verwaarloosbaar.

Geconcludeerd kan worden dat derhalve sprake is van een uit akoestisch oogpunt evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). F 23152-1-RA-005 18

5 .2 O mg evings wet

Met uitzondering van het gebouw aan de Dr. Poletlaan 25 (bestemming ‘maatschappelijk, met wonen’) bevinden zich geen geluidgevoelige bestemmingen binnen het geluidaandachtsgebied. Hierbij moet worden opgemerkt, zoals ook al is aangegeven in paragraaf 5.1, dat de geluidniveaus ter plaatse van het gebouw aan de Dr. Poletlaan 25 niet relevant zullen toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Verder kan nog worden opgemerkt dat het geluidaandachtsgebied is gebaseerd op de 50 dB Lden-contour op 30 meter hoogte, uitgaande van een volledig hard bodemgebied (B = 0) rondom het ‘industrieterrein’. Het gaat hier echter om een rekenkundige, theoretisch bepaalde waarde omdat de omgeving in de huidige situatie vrijwel uitsluitend bos en grasvelden betreft (waarvoor zeker geen hard bodemgebied van toepassing is) en de het betreffende gebouw slechts 2 bouwlagen kent (een beoordelingshoogte van 30 meter lijkt momenteel niet aan de orde). Op basis van het bovenstaande en hetgeen is vastgesteld in paragraaf 5.1, kan gesteld worden dat ook na realisatie van de geplande uitbreidingen bij HS Eindhoven Noord sprake is van een uit akoestisch oogpunt evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16834433/1