CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - TAM-omgevingsplan Motivering

Raadsvergadering 26 mei 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling wijzigingsbesluit ‘TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven-Noord’19.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2D) Deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier.

3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen. Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding?

3A) Biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan.

3B) Oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen.

4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 57 Gemeente Eindhoven

Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt).

4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.

4B) Gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte

4C) participatieve stad, betrok kenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen.

Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 7.14.2

Toetsing

Het uitbreiden van een hoogspanningsstation is benodigd om de energietransitie mogelijk te maken en het aanbod van duurzame elektriciteitsproductie op te vangen. Door het uitbreiden van een hoogspanningsstation wordt het elektriciteitsnet versterkt. De ontwikkeling draagt bij aan de energietransitie één van de duurzame pijlers, CO2 reductie, van gemeente Eindhoven.

58 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

7.14.3

Conclusie

Het aspect duurzaamheid levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.

7.15

Privaatrechtelijke verhoudingen

7.15.1

Algemeen

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van de ontwikkeling niet aannemelijk is. 7.15.2

Toetsing

Enexis en Tennet hebben de gronden van het hoogspanningsstation, waar ook de ontwikkeling plaatsvindt, al circa 50 jaar in gebruik in erfpacht. Wel is Enexis voornemens om de gronden in eigendom te krijgen. 7.15.3

Conclusie

Privaatrechtelijke verhoudingen vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.

7.16

Kabels, leidingen en straalpaden

7.16.1

Algemeen

Kabels en leidingen vervullen verschillende functies. De omvang en inhoud, en daarmee het risico bij beschadiging, verschilt hierdoor ook. Daarnaast kunnen kabels en leidingen in zowel openbare als privé-gronden gelegen zijn, waardoor verschillende belangen geraakt worden. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn de bestaande regels met betrekking tot de bescherming van kabels en leidingen opgenomen. Dit bestaat uit de ruimtelijke regels (beheersverordeningen en bestemmingsplannen) en de bruidsschat.

Ruimtelijke regels In het tijdelijk deel van het omgevingsplan staan regels voor buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Deze regels richten zich op de ligging en het type leiding (aard van de stof en bij gas, de maximale druk). In het tijdelijk deel van het omgevingsplan kunnen ook regels over ondergrondse hoogspanningsverbindingen staan. Deze regels richten zich op de afstand van bepaalde gebouwen tot magneetvelden. Daarnaast kunnen ook voor andere kabels en leidingen regels staan in de ruimtelijke regels van het tijdelijk deel, omdat ze naar het oordeel van het bevoegd gezag ruimtelijk relevant zijn.

Bruidsschat De regels uit de bruidsschat zijn relevant bij aanvragen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken. 7.16.2

Toetsing

De planologisch relevante kabels en leidingen zijn opgenomen op de verbeelding. 7.16.3

Conclusie

Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 59 Gemeente Eindhoven

7.17

Niet gesprongen explosieven

7.17.1

Algemeen

De term ontplofbare oorlogsresten (OO) is per 2021 van kracht geworden en vervangt de term conventionele explosieven (CE). In de praktijk worden OO en CE soms ook wel niet gesprongen explosieven (NGE) genoemd. NGE is een overkoepelende term. In artikel 4.10 van het Arbeidsomstandighedenbesluit is ten aanzien van OO vastgelegd dat in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van OO, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar oriënterend onderzoek moet worden ingesteld. De gemeente Eindhoven beschikt over kaarten met de gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van NGE's. In deze gebieden dient voorafgaand aan grondverzet explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) of een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek NGE's worden aangetroffen worden deze geruimd. 7.17.2

Toetsing

Voor het aspect niet gesprongen explosieven is een oriënterend onderzoek uitgevoerd door Arcadis, bijgevoegd in bijlage 8. Het onderzoek bepaald of er (aanvullend) OO-onderzoek uitgevoerd dient te worden voorafgaand het uitvoeren van de voorgenomen bodemingrepen. In dit oriënterend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Er zijn meerdere vooronderzoeken OO beschikbaar die zijn opgesteld conform het WSCS-OCE. Voor de onderzochte delen wordt in de vooronderzoeken OO geconcludeerd dat er sprake is van een gebied dat volledig onverdacht is op de aanwezigheid van OO. Er zijn geen aanvullende OO-maatregelen benodigd. 7.17.3

Conclusie

Het aspect niet gesprongen explosieven levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.

7.18

Magneetvelden

7.18.1

Algemeen

Sinds 2005 geldt een voorzorgbeleid vanuit het Rijk voor magnetische velden bij bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Het voorzorgbeleid is door het rijk in 2008 verduidelijkt. Bij brief van 21 april 2023 (kenmerk DGKE-DRE / 26746813) heeft het rijk het beleid uit 2005, inclusief de verduidelijking in 2008, herijkt. De brief van 21 april 2023 met het herijkte voorzorgbeleid vervangt het voorzorgbeleid uit 2005/2008. Het herijkte voorzorgbeleid is van toepassing op alle netcomponenten (van TenneT en regionale netbeheerders), dus niet alleen op bovengrondse hoogspanningsverbindingen maar ook op ondergrondse kabelverbindingen en hoogspanningsstations van TenneT en Enexis. In het herijkte voorzorgbeleid adviseert de Minister van Klimaat en Energie (Economische Zaken en Klimaat) in samenspraak met de staatssecretaris van VWS en op aanbeveling van de Gezondheidsraad om de blootstelling aan magneetvelden van alle netcomponenten (hoogspanningsverbindingen, -kabels en -stations), waar mogelijk en proportioneel, beperkt te houden. Dit moet bereikt worden door het nemen van proportionele bronmaatregelen bij de aanleg van nieuwe netcomponenten of het wijzigen van bestaande netcomponenten, waardoor de magneetvelden van deze netcomponenten zo klein mogelijk worden gehouden dan wel worden verminderd.

60 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

7.18.2

Toetsing

Voor de toe te voegen modulaire blokken in het plangebied geldt dat de 0,4 µT contour niet verder reikt dan circa 8 meter vanaf de buitenzijde van de gebouwen. Voor transformatoren geldt dat deze afstand circa 3 meter bedraagt. De voorgenomen uitbreiding is daarmee zo gesitueerd dat de magneetveldcontour van 0,4 µT binnen het plangebied ligt. Binnen deze contour liggen geen gevoelige bestemmingen; deze liggen op een afstand van minimaal 200 m van de grens van het plangebied. Hiermee is voldoende invulling gegeven aan het voorzorgbeleid. 7.18.3

Conclusie

Er zijn vanuit het aspect magneetvelden gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie.

7.19

Bedrijven en milieuzonering

7.19.1

Algemeen

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 7.19.2

Toetsing

Het voornemen valt onder de categorie "elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatievermogen 200 - 1.000 MVA". Deze is ingeschaald als milieucategorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter voor geluid en 50 meter voor gevaar. Het aspect geluid is reeds behandeld in paragraaf 7.3. Het aspect gevaar heeft betrekking op de magneetveldzone, deze is reeds behandeld in paragraaf 7.19. 7.19.3

Conclusie

Er zijn vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering gezien geen belemmeringen voor het toestaan van het voornemen op de locatie.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 61 Gemeente Eindhoven

62 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8

Financiële haalbaarheid

De Omgevingswet verplicht overheden in een aantal specifiek in de wet aangewezen bouwactiviteiten om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers. Het onderhavige project bevat geen van de in de wet aangewezen bouwactiviteiten en daarom kunnen de kosten niet op basis van de Omgevingswet worden verhaald. Er is sprake van een legesplan. De kosten worden verhaald op basis van het tarief dat staat vermeld in de gemeentelijke legesverordening.

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 63 Gemeente Eindhoven

64 oord

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N

Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 9

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 - Vanwege instructieregels aangewezen gebieden en locaties Hoofdstuk 3 - Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken Hoofdstuk 4 - Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken Hoofdstuk 5 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Hoofdstuk 6 - Ruimtelijke regels over bouwwerken Hoofdstuk 7 - Aanlegactiviteiten Hoofdstuk 8 - Algemene regels Hoofdstuk 9 - Overgangsregels

vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 65 Gemeente Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16834422/2