Bijlage 2a - TAM-omgevingsplan Motivering
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
TAMomgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord
April 2026
TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstation Eindhoven Noord
Inhoudsopgave Motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Besluitgebied
7
1.3
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
9
2.1
Ruimtelijk
9
2.2
Functioneel
10
Hoofdstuk 3 Toekomstige situatie
11
3.1
Ruimtelijk
11
3.2
Functioneel
12
Hoofdstuk 4 Toetsing aan omgevingsplan
13
4.1
Geldend ruimtelijk kader
13
4.2
Strijdigheden met omgevingsplan
14
4.3
Overige verordeningen
14
Hoofdstuk 5 Voorbereiding en participatie
15
5.1
Voorbereiding en vooroverleg
15
5.2
Participatie
15
Hoofdstuk 6 Visie en beleid op de locatie
17
6.1
Rijksbeleid
17
6.2
Provinciaal beleid
20
6.3
Gemeentelijk beleid
23
Hoofdstuk 7 Fysieke leefomgeving en milieu
27
7.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
27
7.2
Mer-beoordeling
28
7.3
Geluid
29
7.4
Luchtkwaliteit
31
7.5
Geur
34
7.6
Bodem
35
7.7
Omgevingsveiligheid
36
7.8
Verkeer en parkeren
39
7.9
Groen
39
7.10
Natuur
43
7.11
Weging van het waterbelang
46
7.12
Archeologie
51
7.13
Cultuurhistorie
54
7.14
Duurzaamheid
55
2 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
7.15
Privaatrechtelijke verhoudingen
59
7.16
Kabels, leidingen en straalpaden
59
7.17
Niet gesprongen explosieven
60
7.18
Magneetvelden
60
7.19
Bedrijven en milieuzonering
61
Hoofdstuk 8 Financiële haalbaarheid
63
Hoofdstuk 9 Artikelsgewijze toelichting
65
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 3 Gemeente Eindhoven
4 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Motivering
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 5 Gemeente Eindhoven
6 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Enexis Netbeheer b.v. (hierna: Enexis) is voornemens het hoogspanningsstation aan de Vredeoord 10 in Eindhoven uit te breiden. De uitbreiding is benodigd voor de energietransitie. Het doel van de transitie is om geheel duurzame energievoorziening te hebben. Hiervoor dient de infrastructuur aangepast te worden en de capaciteit vergroot. De uitbreiding van het hoogspanningsstation past niet binnen het huidige planologisch regime. Het doel van het voorliggende wijzigingsplan is een passend juridisch-planologisch kader te scheppen op basis waarvan de gewenste ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
1.2
Besluitgebied
Het plangebied is gelegen in Eindhoven Noord en ligt aan de Vredeoord. Het plangebied is gelegen op de percelen met de kadastrale aanduiding 'WSL01-H-1703', 'WSL01-H-1317', 'WSL01-H-1318' en 'WSL01-H-1704'. De ligging van het plangebied is weergeven in onderstaand figuur. De nieuwe ontwikkelingen vinden allemaal plaats binnen het bestaande hoogspanningsstation.
Figuur 1.1: Plangebied van het hoogspanningsstation (bron luchtfoto: PDOK)
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 7 Gemeente Eindhoven
1.3
Leeswijzer
Deze motivering bestaat uit negen hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk vormt een inleiding op de omgevingsplanwijziging. In hoofdstuk 2 en 3 van deze motivering is de visie op het plangebied gegeven. In deze hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt het omgevingsplan getoetst. In hoofdstuk 5 komt de voorbereiding en participatie aan bod. De hoofdstukken 6 en 7 geven de achtergronden en motivering op de gemaakte keuzes weer. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de beleidskaders van Rijk, provincie, regio en gemeente. In hoofdstuk 7 komen de omgevingsaspecten aan bod. In hoofdstuk 8 wordt de financiële haalbaarheid getoetst. In hoofdstuk 9 staat een artikelsgewijze toelichting.
8 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Ruimtelijk
De uitbreiding vindt plaats op het kadastrale perceel WSL01-H-1703. De omgeving van het plangebied bestaat uit bosgebied. Ten noordoosten van het plangebied is een volkstuin gelegen. Ten zuidwesten van het plangebied ligt een treinspoor met aan de andere zijde van het spoor sportvelden en bijbehorende voorzieningen.
Historisch perspectief Het plangebied bevond zich aan het eind van de 19e eeuw ter plaatse van de Woenselsche Heide. Ten westen van het plangebied is in 1918 het Rijkskrankzinnigengesticht in gebruik genomen, later vernoemd tot Rijks Psychiatrische Inrichting en Ziekenhuis De Grote Beek. Het staat nu bekend als Landgoed De Grote Beek van GGzE. Delen van de oorspronkelijke verkaveling, met een parallel aan het Vredeoord verlopend lanenpatroon, zijn in het zuidelijk deel van het landgoed nog steeds zichtbaar. Deze eikenlanen dateren van ongeveer 1850. Het oudste deel van het nog bestaande bosbestand dateert van ongeveer 1890. Bij de bouw van het oorspronkelijke complex is het bos zoveel mogelijk in stand gelaten; er werd slechts bos gekapt op plaatsen waar gebouwen, wegen en tuinen waren geprojecteerd. Het hoogspanningsstation en bijbehorende hoogspanningsleiding is in de jaren '50 gerealiseerd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 9 Gemeente Eindhoven
Figuur 2.1: Situatie in het plangebied en omgeving in 1900 (linksboven), 1945 (rechtsboven), 1960 (linksonder) en 1980 (rechtsonder)
Verkeersstructuur/ontsluitingen Het plangebied is gelegen in Eindhoven Noord en wordt ontsloten door de Vredeoord en de Dokter Poletlaan. Deze sluit aan op de Boschdijk. De Boschdijk gaat over in de Eindhovenseweg Zuid welke aansluit op de A2 en de ring van Eindhoven.
2.2
Functioneel
In de huidige situatie bestaan er zes hoogspanningsstations in Eindhoven, zie onderstaand figuur. Deze stations zijn gelegen rondom het buitengebied van Eindhoven. Het bestaande hoogspanningsstation in Eindhoven Noord bestaat uit een 150-10 kV hoogspanningsstation. Vanuit het hoogspanningsstation Eindhoven Noord zijn er verbindingen naar Best en Eindhoven Oost. Het huidige station bestaat uit enkele bedrijfsgebouwen en drie transformatoren, elk met een vermogen van 77 MVA. Deze transformatoren staan opgesteld in halfopen transformatorcellen.
Figuur 2.2: Hoogspanningsstations Eindhoven (bron: HoogspanningsNet Netkaart)
10 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
3.1
Toekomstige situatie
Ruimtelijk
Aan de Vredeoord 10 te Eindhoven is het 150 kV-hoogspanningsstation Eindhoven Noord gelegen. Het hoogspanningsstation wordt uitgebreid. Enexis wenst het bestaande station uit te breiden met een nieuwe transformator en twee nieuwe 10 kV-gebouwen. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaand hoogspanningsstation. Op onderstaand figuur is de toe te voegen bebouwing weergegeven ten opzichte van de bestaande bedrijfsgebouwen en energietuin. Het bestaande bouwvlak dient te worden vergroot om de nieuwe bebouwing mogelijk te maken.
Figuur 3.1: de verwachte nieuwe bebouwing MB-E, MB-C en MB-D (geel) en TR-4 (paars). De waardevolle boom blijft behouden (BM).
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 11 Gemeente Eindhoven
3.2
Functioneel
De capaciteit van de 150kV-hoogspanningsverbinding in Eindhoven Noord is niet meer toereikend om aan de transportbehoefte te voldoen. Enexis is voornemens het hoogspanningsstation uit te breiden met extra transformatorvermogen. De uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Noord 150kV is bedoeld om de transportcapaciteit in verschillende delen van het 150kV-net te vergroten. De volgende uitbreidingen worden met het beoogde plan gerealiseerd: Het bouwen van een nieuwe 100MVA transformator (TR-4). Het plaatsen van nieuwe 10kV-gebouwen (één 24-velds en één 18-velds), blok C, D en E met bijbehorende modulaire blokken. De trafoboxen T3 en T5 worden de voedende verbindingen naar blok C en D. In de toekomstige representatieve bedrijfssituatie is trafo T3 wisseltrafo.
Figuur 3.2: Nieuwe bouwvlak (blauw) van het hoogspanningsstation (bron: Enexis).
12 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
4.1
Toetsing aan omgevingsplan
Geldend ruimtelijk kader
Het geldend ruimtelijke kader wordt gevormd door het tijdelijke omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder plaatselijke verordeningen en bestemmingsplannen. Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden.
Bestemmingsplan De Grote Beek Het vigerende planologisch regime in het plangebied is het bestemmingsplan 'De Grote Beek' (vastgesteld op 25 juni 2013). Binnen het plangebied geldt de bestemming 'Bedrijf Nutsvoorziening' met de functieaanduiding 'Nutsbedrijf. Daarnaast geldt er op diverse delen van het terrein de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanning'. Het bouwvlak heeft de volgende maatvoeringen 'maximum bebouwingspercentage 40%' en 'maximum bouwhoogte 10 m'. Er zijn ook twee gebiedsaanduidingen 'veiligheidszone - hoogspanningsverbinding' en 'veiligheidszone - leiding'. Daarnaast is een functieaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen aan de oostzijde van het plangebied. Hier is tevens een bouwvlak gelegen met de bijbehorende maatvoering van maximum bouwhoogte 10 m en maximum goothoogte 6 m.
Figuur 4.1: Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan De Grote Beek 2013 (bron: Regels op de kaart)
Paraplubestemmingsplan waterberging vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 13 Gemeente Eindhoven
Dit bestemmingsplan is opgesteld met als doel om een planologisch kader te bieden om waterberging te borgen in de fysieke ruimte. Het bestemmingsplan reguleert ruimtelijk de klimaatadaptatie voor de gehele gemeente.
Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing 2021 Dit bestemmingsplan is opgesteld met als doel om een uniforme regeling voor parkeren, kamerbewoning en woningsplitsing te hebben. Dit volgt uit het geldende parkeerbeleid en de huisvestingsverordening van de gemeente Eindhoven.
Paraplubestemmingsplan archeologie 2023 Met dit bestemmingsplan wordt een planologisch kader geboden waarmee ter bescherming van het archeologisch erfgoed, in omgevingsvergunningen voorwaarden gesteld worden aan bouw- en/of aanlegactiviteiten, voor zover deze activiteiten de ondergrenzen overschrijden, die zijn gesteld bij de in 2022 vastgestelde geactualiseerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
4.2
Strijdigheden met omgevingsplan
Ten aanzien van het project worden er drie bouwwerken gebouwd. Er is sprake van de realisatie van een transformator (TR4) en er is sprake van de bouw van twee nieuwe 10kV-gebouw (18- en 24-velds). De transformator is gelegen binnen het bouwvlak. De bouwhoogte is 7,3 m. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag ter plaatse van de aanduiding 'nutsbedrijf' niet meer dan 3 m bedragen (hoewel gebouwen een hoogte mogen hebben van 10m binnen het bouwvlak). De transformator TR4 is een 'bouwwerk geen gebouw zijnde' en dient zodoende lager te zijn dan de maximale bouwhoogte van drie meter. Dit is niet het geval. Er is zodoende voor de transformator TR4 een planologische belemmering op basis van het bestemmingsplan 'De Grote Beek'. De 10kV-gebouwen (respectievelijk 24- en 18-velds) zijn circa 30 m (24-velds) en 25 m (18velds) lang, 7m breed en 5,3m hoog. De bouwwerken zijn (gedeeltelijk) buiten het bouwvlak gesitueerd en zijn daarom in strijd met de bestemmingsplanregels. Het totaal gelijktijdig te schakelen transformatorvermogen zal door de uitbreidingen hoger worden dan 200 MVA, waardoor het transformatorstation vanaf dan wordt beschouwd als een 'activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken'. Dergelijke activiteiten mogen alleen op een 'industrieterrein' plaatsvinden.
Voor 'industrieterreinen' dienen een geluidaandachtsgebied en geluidproductieplafonds (GPP's) in gedefinieerde geluidreferentiepunten (GRP's) te worden vastgesteld. Dit is niet het geval. Zodoende moet er een omgevingsplanwijziging worden doorgevoerd. De voorliggende motivering biedt de juridisch-planologische basis voor de realisatie van de uitbreiding van het hoogspanningsstation Eindhoven Noord.
4.3
Overige verordeningen
In hoofdstuk 6 wordt getoetst aan de provinciale verordening. In hoofdstuk 7 worden bij de toetsing per milieuaspect getoetst het de relevante regelgeving (o.a. instructieregels Bkl, Bruidsschat en lokale verordeningen binnen het tijdelijke deel van het omgevingsplan).
14 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5
5.1
Voorbereiding en participatie
Voorbereiding en vooroverleg
Het onderhavige plan is in onderling overleg tussen de gemeente en Enexis tot stand gekomen. Het conceptplan is voor advies toegestuurd aan de vooroverlegpartners die zijn betrokken bij de zorg voor de ruimtelijke ordening, of belast met behartiging van belangen die in dit plan in het geding zijn. De inbreng van de vooroverlegpartners en de gemeentelijke reactie daarop is terug te lezen in bijlage 9 bij deze motivering. Het ontwerp van het wijzigingsbesluit TAM-omgevingsplan Uitbreiding HS-station Eindhoven Noord heeft ter inzage gelegen van 23 december 2025 tot en met 2 februari 2026. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Bij de vaststelling zijn wel ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze staan vermeld in de 'Nota van ambtshalve wijzigingen', te vinden in bijlage 10 bij deze motivering.
5.2
Participatie
In de Omgevingswet staat het actief laten meebeslissen, meedenken, adviseren en informeren van de omgeving centraal. De gemeente Eindhoven heeft voor participatie de Nota Participatiebeleid Omgevingswet en de Nota Inwoners en overheidsparticipatie van de gemeente Eindhoven opgesteld waarin de volgende uitgangspunten centraal staan: 1. Doelgericht maatwerk; 2. Bewust gesprek, 3. Energie & Vernieuwing. De mate en frequentie van participatie verschilt per initiatief. Het voornemen Eindhoven Noord is met betrekking op de fysieke omvang vrij beperkt en betreffen hoofdzakelijk de realisatie van een nieuwe transformator en twee 10kV-gebouwen. Participatie zal vooral betrekking hebben op de directe omgeving van het hoogspanningsstation. De participatiestrategie van Enexis is gebaseerd op drie participatieniveaus: informeren, raadplegen en adviseren. Afhankelijk van het project wordt de communicatie afgestemd op de mate waarin stakeholders betrokken worden. De kernboodschap, die altijd begint met het nut en de noodzaak van de werkzaamheden, vormt de basis van de communicatieaanpak. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de belangen van stakeholders als de vereisten van het project. Voor ieder participatieniveau worden specifieke communicatiemiddelen ingezet, variërend van informeren tot meer interactieve communicatie bij raadplegen en adviseren.
Zo zorgt Enexis ervoor dat stakeholders op de juiste manier betrokken worden, met een focus op dialoog waar mogelijk. Het hoogspanningsstation Eindhoven- Noord wordt uitgebreid. De uitbreiding vindt plaats op een bestaand bedrijventerrein en hoogspanningsstation. De uitbreiding bestaat uit een nieuwe transformator en twee nieuwe 10 kV-gebouwen. De uitbreiding is een relatief beperkte uitbreiding doordat het een bestaand station is. Enexis gebruikt een passende participatiestrategie voor de voorgenomen ontwikkeling. De strategie en de resultaten van het proces worden verwerkt in een participatieverslag. Het participatieverslag is toegevoegd als bijlageaan het voorontwerpplan.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 15 Gemeente Eindhoven
16 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
Visie en beleid op de locatie
6.1
Rijksbeleid
6.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet heeft een aantal wetten gebundeld over de leefomgeving. Daarbij behoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toets De ontwikkeling draagt bij aan de prioriteit van ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Daarnaast draagt het bij aan een duurzaam economisch groeipotentieel.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de NOVI.
6.1.2
Luchthavenbesluit
Baken luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven is een baken (zie figuur 3.1) aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 17 Gemeente Eindhoven
Figuur 6.1: Afbeelding hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt.
Figuur 6.2: Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. 18 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel
Outer-horizontal Met de "outer-horizontal" moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de "outer-horizontal" kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze "outer-horizontal" heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.
Figuur 6.3: Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant. Oranje= gebied kansarm voor hoge obstakels. Groen= gebied kansrijk voor hoge obstakels. Rood= gebied ongeschikt voor hoge obstak el. Ster = plangebied
Toetsing De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties. Onderhavig plangebied ligt niet binnen het radarverstoringsgebied. De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in het rode gebied van de kaart 'Outer horizontals luchthavens Oost Brabant'. Dit betekent dat het gebied ongeschikt is voor hoge obstakels. Hoogbouw en windturbines zijn niet toegestaan in het rode gebied. De uitbreiding van een hoogspanningsstation is geschikt voor dit gebied. vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 19 Gemeente Eindhoven
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het luchthavenbesluit.
6.2
Provinciaal beleid
6.2.1
Brabantse Omgevingsvisie
De provincie Brabant geeft in haar Omgevingsvisie haar wensbeeld weer dat richting geeft in het formuleren van doelstellingen. Dit zo gehete Panorama is een toekomstbeeld waaraan de provincie met alle partijen wil werken. Het Panorama en de opgave om Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatproef te laten zijn wordt in vier hoofdopgaven onderscheid. Deze hoofdopgaven zijn met elkaar verbonden en werken op elkaar in. De vier hoofdopgaven betreffen: 1. 2. 3. 4.
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; en Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave en zijn daarmee ook verankerd. Deze basisopgave betreft het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Elke ontwikkeling in Brabant moet bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit.
Werken aan de Brabantse energietransitie Het doel binnen de provincie Brabant is het 100% verduurzamen van energie tot 2050. Tot 2030 is het doel om broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 ten minste met 50% te reduceren en ten minste 50% duurzame energie te gebruiken. Om het doel te behalen wordt een tweesporenbeleid door de provincie gehanteerd, namelijk: Verminderen energieverbruik; en Verduurzaming energie Werken aan een klimaatproof Brabant Het doel binnen de provincie is om Brabant klimaatbestendig en waterrobuust in te richten tot 2050. Het doel is om tot 2030 de eerste grote gebiedsopgaven ten behoeve hiervan te realiseren.
Werken aan de slimme netwerkstad Het doel van de provincie tot 2050 is het stedelijk netwerk van Brabant te laten functioneren als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-west-Europese metropool. Het doel tot 2030 is voor Brabantse partijen om te werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied.
Werken aan een concurrerende en duurzame economie Het doel tot 2050 is voor de provincie op Brabant het top kennis- en innovatieregio in Europa te maken. Tot 2030 streeft de provincie er ook naar om Brabant de top-kennis en innovatieregio in Europa te maken.
20 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling maakt een uitbreiding van hoogspanningsstation Eindhoven Noord mogelijk. De uitbreiding van een hoogspanningsstation draagt bij aan het versterken van het elektriciteitsnet. Hierdoor kan het stijgende aanbod van duurzame elektriciteitsproductie, zoals zonne- en windenergie op het netwerk worden aangesloten. Het zorgt voor het transport en de aansluiting van duurzame energie op het net. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de energietransitie opgave voor Brabant. De omgevingsvisie is vertaald in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hieraan wordt getoetst in de volgende paragraaf.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Brabantse Omgevingsvisie.
6.2.2
(TAM-) omgevingsverordening Noord-Brabant
Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt, dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De provincie heeft als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Inmiddels is de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. In de omgevingsverordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt. De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. 2. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. 3. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. 4. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. 5. Er is een attentiezone geluid opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. In de omgevingsverordening staan regels voor: 1.
Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. 2. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Omgevingsverordening voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 21 Gemeente Eindhoven
Toetsing Binnen de instructieregels van de omgevingsverordening voor het omgevingsplan zijn basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen, het betreft: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering. Meerwaardecreatie. De bepalingen voor zorgvuldig ruimtegebruik worden behandeld in hoofdstuk 7 bij de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Kaart 1: rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen Vanuit deze kaart is het plangebied aangewezen als een gebied waar beperkingen voor veehouderijen gelden en geen attentiezone voor waterhuishouding is. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt geen veehouderij toegestaan en/of mogelijk gemaakt. Ook is het een diep grondwaterlichaam. De water gerelateerde aspecten worden beoordeeld in de weging van het waterbelang in hoofdstuk 7.
Kaart 2: Instructieregels gemeenten: aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden Het plangebied is gekenmerkt met cultuurhistorische waarden. Hiermee wordt het plangebied beschermt voor het cultureel erfgoed. De ontwikkeling voorziet niet in het verstoren van de cultuurhistorische waarden. Een nadere beschrijving van cultuurhistorie en erfgoed wordt beschreven in hoofdstuk 7.
Kaart 3: Instructieregels gemeente: natuur en stiltegebieden Rondom het plangebied liggen gronden die onderdeel zijn van Natuur Netwerk Brabant. De effecten op beschermde natuurgebieden worden beoordeeld in de natuurtoets, zie hiervoor hoofdstuk 7.
Kaart 5: Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant Dit betreffen regels over het landgebruik met betrekking tot landelijk gebied. Het plangebied is aangewezen als landelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats bij een bestaand hoogspanningsstation, het plangebied is reeds bestemd voor een nutsvoorziening. De provincie streeft naar een duurzame verstedelijking en een toekomstbestendig landelijk gebied. Hierdoor is het principe 'kwaliteitsverbetering van het landschap' geïntroduceerd. Voor ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn in de notitie “Uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering landschap Noord-Brabant” regels opgesteld om de kwaliteit van het landschap te behouden. Binnen deze regeling zijn drie categorieën vastgesteld van ruimtelijke ontwikkelingen. De onderhavige ontwikkeling valt onder categorie 2. Dit is een relatief kleinschalige ontwikkeling met een beperkte impact op de omgeving. Tegenover deze ontwikkeling dient een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer te staan. Zoals eerder aangegeven vinden de ontwikkelingen in dit plan allemaal plaats op het bestaande hoogspanningsstation. De uitbreiding bestaat uit het plaatsen van een nieuwe transformator en twee nieuwe 10 kV-gebouwen.
Dit is een kleinschalige ontwikkeling met weinig tot geen impact op de omgeving. Er is geen sprake van uitbreiding buiten het station. Het plangebied wordt aan de noordoost- en zuidwestzijde begrensd door respectievelijk een 22 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
volkstuinencomplex en de spoorlijn Eindhoven - Den Bosch. Aan alle overige zijden bevindt zich tot op de grens van het hoogspanningsstation bos- en natuurgebied dat onderdeel is van het NNB. Het hoogspanningsstation is hiermee landschappelijk volledig ingepast. Verdere inpassing op het terrein van het hoogspanningsstation zelf is niet mogelijk vanwege de ligging van assets en afgaande kabels. Formeel gezien valt het plan in categorie 2. Gezien het voorgaande wordt het opstellen van een landschapsplan in deze specifieke situatie niet noodzakelijk geacht. Er zijn ook regels opgenomen ter beperking van grootschalige logistiek, deze zijn niet relevant voor de onderhavige ontwikkeling.
Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied Het plangebied ligt binnen een stalderingsgebied en er liggen beperkingen voor veehouderijen (ook al benoemd bij kaart 1). Deze zijn niet relevant voor de onderhavige ontwikkeling.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het gestelde in de (TAM-)omgevingsverordening Noord-Brabant.
6.3
Gemeentelijk beleid
6.3.1
Omgevingsvisie Eindhoven
Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Met ons hebben meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Op 16 juni 2020 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een integraal verbindende visie voor de fysieke leefomgeving die focus aanbrengt bij het inrichten van onze stad en stimuleert om samen te werken aan de stedelijke opgaven. De omgevingsvisie is gebaseerd op bestaand beleid. Het hebben van een omgevingsvisie is onder de nieuwe Omgevingswet verplicht. Omdat een omgevingsvisie allesomvattend is, willen we die lerende wijs ontwikkelen. Dat betekent concreet dat we, eerder dan wettelijk verplicht, met een omgevingsvisie komen. Maar dan wel een 'light-variant' (versie 1.0), die we één of twee jaar later gaan aanvullen en verfijnen. Deze omgevingsvisie (versie 1.0) is gebaseerd op het bestaand beleid. Het document vervangt niet de bestaande beleidsdocumenten, maar is een aanvullend beleidsdocument. De interim structuurvisie blijft daarom nog steeds van kracht. Bij het opstellen van een omgevingsvisie versie 2.0 wordt de interim structuurvisie wel ingetrokken.
Brainportregio De Brainportregio is een technologische topregio en één van de belangrijkste pijlers van de Nederlandse economie. De sleutel tot dit succes is samenwerking. Het is een regio van contrasten en dat maakt ons uniek: een hecht netwerk van steden, stedelijke buurgemeenten, dorpen en bewoond landelijk gebied. Je bent snel in de stad of juist in het groen, er is cultuur én natuur. We zijn sterk in high tech, design en innovaties en kennen een dynamische economie en een gastvrije bourgondische levensstijl. De strategie van de regio is gericht op het sterker maken van deze kwaliteiten door aan te haken op de eigen kracht en identiteit van de deelgebieden.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 23 Gemeente Eindhoven
Ambitie Als centrumstad vervult Eindhoven een cruciale rol bij de versterking van Brainport Eindhoven als economische wereldspeler op het gebied van kennisintensieve maakindustrie en design. Om internationaal concurrerend te blijven, streeft Eindhoven samen met de regio naar een excellent woon- en werkklimaat. Eindhoven zet daarom in op gezonde en duurzame verstedelijking met behoud van stedelijke en dorpse kwaliteiten en met bijzondere aandacht voor sociale cohesie en inclusie. Eindhoven is in staat om zich snel aan te passen aan de steeds veranderende vraag naar geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, werken, verblijven en recreëren. Deze ambitie vertaalt zich naar vier deelambities. Eindhoven als: economische wereldspeler; gezonde en toekomstbestendige stad; een sociale, inclusieve en gastvrije stad en een authentieke stad met sterke gebieden. Van ambitie naar stedelijke opgaven Als we onze ambities leggen naast de huidige kwaliteiten en structuren van de stad en de actuele trends en ontwikkelingen, zien we een aantal stedelijke opgaven voor de stad. Brainport Eindhoven blijft groeien, mede door de sterke economische positie. De ambities en groei vragen om ruimte voor nieuwe woningen, bedrijven en voorzieningen. Ruimte die we bieden door te verdichten in het gebied binnen de Ring en door te verdichten nabij voorzieningen als HOV en winkelcentra.
Met name binnen de Ring is voldoende ruimte om te verdichten, omdat er nog relatief weinig mensen wonen. Met de keuze voor verdichten binnen de Ring gaan we duurzaam om met de (groene) ruimte die de stad heeft. We behouden hiermee de kwaliteit van de groenstedelijke woonwijken, de landschapsparken en het buitengebied. De keuze voor een compact stedelijke woonmilieu gaat gepaard met forse investeringen in o.a. bereikbaarheid, luchtkwaliteit, groen en voorzieningen. Eindhoven wil een leefbare en een inclusieve stad zijn waar iedereen kan profiteren van het succes van de Brainport. Dat vraagt om keuzes ten aanzien van het woning- en voorzieningenaanbod. Het verschil tussen de ambitie en de huidige stand van zaken in Eindhoven leidt tot zes concrete stedelijke opgaven: Werken aan een gezonde groei van de stad Werken aan een aantrekkelijk en hoogstedelijk centrum Werken aan leefbare, sociale wijken met een sterke identiteit Werken aan een duurzame en concurrerende economie Werken aan de energietransitie van de stad Werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid Samen werken aan de stedelijke opgaven Dit zijn de opgaven waar we als gemeente de komende jaren samen met onze partners aan werken. Wij werken zelf aan deze opgaven, maar stimuleren ook andere partijen in de stad om dit te doen. We bepalen samen met de stad en regio wat kansrijke initiatieven en locaties zijn.
We geven prioriteit aan initiatieven die bijdragen aan meerdere stedelijke opgaven tegelijkertijd en kwaliteit toevoegen aan de stad. Hiernaast zetten we in op het beschermen en versterken van de stedelijke en groene hoofdstructuur van de stad. De gemeente organiseert het werken aan de stedelijke opgaven met thematische en gebiedsprogramma's en stimuleert o.a. via regels en uitgangspunten zoals opgenomen in de omgevingsvisie dat ook andere initiatiefnemers bijdragen aan het realiseren van de opgaven.
24 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Toetsing Het uitbreiden van hoogspanningsstation Eindhoven Noord leidt tot een versterking van het elektriciteitsnet. De uitbreiding is benodigd om aan snelle groei van elektriciteitsaanbod via wind- en zonne-energie, de verduurzaming en de verwachte toename van de vraag te voldoen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de energietransitie van Eindhoven.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsvisie Eindhoven.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 25 Gemeente Eindhoven
26 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 7
Fysieke leefomgeving en milieu
7.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
7.1.1
Algemeen
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.
Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 7.1.2
Toetsing
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de uitbreiding van een hoogspanningsstation. Op basis van de uitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465 (Inpassingsplan DW380 Doetinchem - Voorst) en de uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon) wordt een hoogspanningsverbinding en transformatorstation niet onder een nieuw stedelijke ontwikkeling gezien. Een toetsing aan de Ladder is derhalve niet benodigd. 7.1.3
Conclusie
De Ladder vormt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling.
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 27 Gemeente Eindhoven
7.2
Mer-beoordeling
7.2.1
Algemeen
De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor mer-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De planmer-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 7.2.2
Toetsing
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd. Deze mer-beoordeling is opgenomen als bijlage 2 bij deze motivering. Hieronder wordt ingegaan op de conclusie van de beoordeling. Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse van de ontwikkeling. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen aanzienlijke milieueffecten optreden, dan wel dat effecten met mitigerende maatregelen en nader onderzoek worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. 7.2.3
Conclusie
Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
28 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
7.3
Geluid
7.3.1
Algemeen
Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen, en industrieterreinen en activiteiten enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds.
Geluid door (spoor) wegen en industrieterreinen De mate waarin het geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen de omliggende geluidgevoelige functies mag belasten is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarin zijn instructieregels opgenomen die erop zijn gericht het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein te beheersen (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt daarbij onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (GPP) en bronnen met een basisgeluidemissie (BGE). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Daarom moet bij nieuwe ontwikkelingen gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de voornoemde bronnen, het geluid van deze bronnen op geluidgevoelige gebouwen altijd beoordeeld worden (artikel 3.20 Bkl). Daarbij wordt getoetst aan de onderstaande waarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente Eindhoven heeft de instructieregels voor gemeente- en waterschapswegen verwerkt in een nota "Geluidbeleid Verkeers- en spoorwegen zonder Geluidproductieplafonds".
Tabel 7.1: Standaardwaarde en grenswaarde vanuit het Bkl
Als de (gezamenlijke) geluidbelasting niet voldoet aan de standaardwaarde kunnen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om het geluid te verminderen tot de standaardwaarde. Het Bkl biedt de mogelijkheid om een hogere geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toe te staan tot de grenswaarde, ook voor de geluidbelasting op bestaande geluidgevoelige gebouwen. Het bevoegd gezag kan dit alleen toestaan als met geluidbeperkende maatregelen niet aan de standaardwaarde voldaan kan worden. In dat geval moet gemotiveerd worden dat de maatregelen niet getroffen worden vanwege overwegende bezwaren van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, technische of financiële aard. Bovendien moet de binnenwaarde van 33 dB vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 29 Gemeente Eindhoven
(artikel 4.30 Bbl) te allen tijde gewaarborgd zijn. Een geluidgevoelig gebouw kan binnen meer dan één geluidaandachtsgebied liggen. In dat geval moet bij de vaststelling van een hogere waarde, onderzoek worden gedaan naar de effecten van de cumulatie van alle geluidbronnen tezamen.
Geluid door activiteiten Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, dient - naast het geluid afkomstig van (spoor)wegen en industrieterreinen - ook het geluid van overige activiteiten in de fysieke leefomgeving beoordeeld te worden. Bij een aanpassing van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten met gebruiksruimte op geluidgevoelige gebouwen. Het gaat hierbij om het geluid van alle milieubelastende activiteiten met een functionele binding tezamen. In de afweging betrekt de gemeente de specifieke plaatselijke situatie en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. Rekening houden met geluid werkt twee kanten op, het gaat om het toelaten van: activiteiten met gebruiksruimte nabij geluidgevoelige gebouwen; geluidgevoelige gebouwen nabij bestaande activiteiten met gebruiksruimte. Dit wijzigingsbesluit maakt activiteiten met geluidruimte mogelijk in de nabijheid van geluidgevoelige gebouwen. Hierbij geldt dat getoetst moet worden aan de standaard- en grenswaarden zoals omschreven in het permanente omgevingsplan of - indien dat nog niet aanwezig is - de standaard- en grenswaarden uit het Bkl (artikel 5.65 en 5.66).
Voor de beoordeling van geluidhinder afkomstig van activiteiten moet rekening worden gehouden met verschillende soorten geluidhinder, namelijk: Geluidhinder afkomstig van één of meerdere activiteiten op een locatie (directe hinder). Maximale geluidhinder; dit zijn de piekniveaus die optreden als gevolg van activiteiten op een locatie. 7.3.2
Toetsing
In opdracht van Enexis is een akoestisch onderzoek verricht door Peutz in verband met geprojecteerde uitbreidingen. Dit onderzoek is bijgevoegd in bijlage 3.
Resultaten Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting bij de gevoelige bestemmingen in de omgeving, op één positie na, overal lager is dan, of ten hoogste gelijk is aan 45 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag voor het tonale karakter van het geluid. Hiermee wordt voor nagenoeg alle posities voldaan aan de toepasselijke criteria op basis van de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering'. Alleen ter plaatse de Dr. Poletlaan 25 (bestemming 'maatschappelijk, met wonen') wordt op een hoogte van 5 meter een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de maatgevende nachtperiode van bijna 36 dB(A) (46 dB(A) etmaalwaarde) berekend. Uit de berekeningen blijkt echter dat de geluidbijdrage van de nieuw te plaatsen transformator T4 op deze positie slechts 19 dB(A) is, en derhalve verwaarloosbaar ten opzichte van het totale geluidniveau. Met andere woorden: ook in de huidige situatie bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse al 36 dB(A) in de nacht. De toename vanwege de uitbreiding is volledig verwaarloosbaar.
Ligging geluidaandachtsgebied 30 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
In onderstaand figuur zijn de begrenzingen van het beoogde plan en de grootte van het geluidaandachtsgebied na uitbreiding weergegeven. Het geluidsaandachtsgebied geeft het gebied weer waarbinnen de nieuwe ontwikkelingen moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag aan de hand van het Bkl. Het vigerende geluidaandachtsgebied is te raadplegen via de Centrale Voorziening Geluidgegevens.
Figuur 7.1: Aanduiding industrieterrein en geluidaandachtsgebied (inclusief toeslag) (bron: Peutz) 7.3.3
Conclusie
Uit het onderzoek volgt dat er vanuit akoestisch oogpunt sprake is van een planologisch inpasbare situatie. De geluidproductieplafonds (GPP) zijn geborgd in de regels. Het geluidaandachtsgebied is te raadplegen via de Centrale Voorziening Geluidgegevens. Het aspect geluid levert geen belemmering op voor de onderhavige ontwikkeling.
7.4
Luchtkwaliteit
7.4.1
Algemeen
Het Rijk toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) dan verwacht mag worden. Soms worden hier de rijksomgevingswaarden overschreden of is de achtergrondconcentratie zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Bij een aanvraag voor één of meerdere activiteiten in een aandachtsgebied, dient het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit beoordeeld te worden. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. In Afdeling 2.2 van het Bkl zijn omgevingswaarden opgenomen voor stikstofoxiden, stikstofdioxiden, fijnstof, benzeen, lood, koolmonoxide en ozon. In Nederland worden over het algemeen alleen voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) mogelijk overschrijdingen vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 31 Gemeente Eindhoven
verwacht. Uit paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl volgt vervolgens dat wanneer een (wijziging van het) omgevingsplan activiteiten toestaat die leiden tot een verhoging van die concentratie stikstofdioxide dan wel fijnstof in de buitenlucht, de omgevingswaarden als genoemd in afdeling 2.2. in acht worden genomen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Tabel 7.2: Jaargemiddelden luchtkwaliteitsnormen
De gemeente Eindhoven heeft een luchtaandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijn stof. Dit houdt in dat voor iedere ontwikkeling de luchtkwaliteit getoetst dient te worden. Een wijzigingsbesluit voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen indien: aannemelijk is gemaakt dat het plan niet leidt tot het overschrijden van een grenswaarde danwel niet leidt tot een toename van reeds bestaande overschrijding van een grenswaarde; aannemelijk is gemaakt dat de luchtkwaliteit als gevolg van het plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; danwel bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit, door een met het plan samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (saldering); aannemelijk is gemaakt dat het plan NIBM bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen. Luchtvervuiling door milieubelastende activiteiten Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat algemene Rijksregels voor lucht bij milieubelastende activiteiten. Voor veel milieubelastende activiteiten gelden regels die de emissie naar de lucht moeten beperken, alsmede een zogenaamde zorgplicht. Deze verplicht bedrijven vooraf na te gaan op welke wijze zij verontreiniging van de buitenlucht kunnen voorkomen of beperken. Bedrijven worden geacht preventieve maatregelen te nemen.
De regels voor luchtemissies staan in hoofdstuk 4 en 5 van het Bal. De regels hebben tot doel de luchtkwaliteit te beschermen en te verbeteren. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 7.4.2
Toetsing
Tijdens de aanleg van het hoogspanningsstation zijn tijdelijk extra verkeersbewegingen noodzakelijk. In de gebruiksfase is het hoogspanningsstation onbemand en vindt enkel verkeer plaats voor toezicht en onderhoud. Het voornemen beïnvloedt dan ook niet in betekenende mate de luchtkwaliteit. Aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In de drie onderstaande figuren wordt getoond dat dat huidige concentraties voor PM2,5, PM10 en NO2 ruimschoots onder de grenswaarden zitten.
32 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
Figuur 7.2: Huidige concentraties PM2,5/m3 (Bron: Atlasleefomgeving)
Figuur 7.3: Huidige concentraties PM10/m3 (Bron: Atlasleefomgeving)
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 33 Gemeente Eindhoven
Figuur 7.4: Huidige concentraties NO2/m3 (Bron: Atlasleefomgeving) 7.4.3
Conclusie
Voor luchtkwaliteit is getoetst op de verkeersaantrekkende werking en toename van concentraties luchtverontreinigende stoffen. Door de wijze van gebruik van het hoogspanningsstation wordt de luchtkwaliteit niet beïnvloedt. Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de ontwikkeling.
7.5
Geur
7.5.1
Algemeen
Er zijn diverse sectoren waarbij geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten. De gemeente moet bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan rekening houden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Rekening houden met geur werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van activiteiten met gebruiksruimte in de buurt van geurgevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande activiteiten met gebruiksruimte (geurveroorzakende bedrijven); Aanvaardbare geurhinder De geur van een activiteit (met gebruiksruimte) op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Gemeenten bepalen zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vinden. De gemeente legt in het omgevingsplan vast wat de plaats is waar waarden voor geur gelden. Ook kennen sommige activiteiten afstandsregels. Dit zijn minimumafstanden tussen een geurgevoelig gebouw en een geurveroorzakende activiteit. De gemeente Eindhoven heeft nog geen normen voor geurhinder opgenomen in het permanente omgevingsplan.
Om te bepalen of sprake is van aanvaardbare geurhinder hanteert 34 oord
vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven N
Gemeente Eindhoven
de gemeente de Beleidsregel industriële geur als toetsingskader. In de beleidsregel zijn normen opgenomen voor gebiedstypen. In onderstaande tabel zijn de normen weergegeven.
Tabel 7.3: Waarden geur
Geurhinder door activiteiten Activiteiten die op enige wijze geurhinder veroorzaken moeten voldoen aan de regels die in het (tijdelijk) omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit die voorheen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, gelden de regels uit de Bruidsschat. Op termijn worden de regels uit de bruidsschat geïntegreerd in het (permanente) omgevingsplan van de gemeente. Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). De beoordelingsregels zijn opgenomen in afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. 7.5.2
Toetsing
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt geen activiteit mogelijk gemaakt met een gebruiksruimte in de buurt van geurgevoelige gebouwen. De ontwikkeling laat geen geurgevoelig gebouw toe in de buurt van bestaande activiteiten met geurveroorzakende bedrijven. Nadere toetsing op het aspect geur is niet benodigd. 7.5.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
7.6
Bodem
7.6.1
Algemeen
Uit de Omgevingswet volgt dat gemeenten primair verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de fysieke leefomgeving, waaronder ook de zorg voor (de kwaliteit van) de bodem wordt verstaan. Het wettelijk instrumentarium onder de Omgevingswet is voor wat betreft de bodem gebaseerd op drie pijlers: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie); 2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); 3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen). Om een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie toe te staan, dient op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.89i en 5.89j) aangetoond te worden dat de vastgesteld TAM-omgevingsplan Uitbreiding hoogspanningsstationEindhoven Noord 35 Gemeente Eindhoven
bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik. Een locatie is bodem-gevoelig als hier een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend of toebehorend aan een bodemgevoelig gebouw, zoals een tuin of terrein. Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan; een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zijn. Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zijn (op grond van artikel 5.89i Bkl) opgenomen in het omgevingsplan. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. 7.6.2
Toetsing
Het volledige plangebied is momenteel reeds bestemd als nutsvoorziening. De ontwikkelingen vinden plaats binnen de huidige bedrijfsbestemming. De bodemkwaliteit sluit daarmee aan bij de beoogde functie. Indien benodigd vindt nader onderzoek plaats in de uitvoeringsfase. 7.6.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
7.7
Omgevingsveiligheid
7.7.1
Algemeen
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). In hoofdstuk 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn alle activiteiten opgenomen waarbij een vaste norm van toepassing is en voor welke activiteiten een berekening van PR-contour en aandachtsgebied vereist is.