Bijlage 2a - TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur - Motivering
Tekst van het document
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
gesprek gaan over de de plannen. Aan het einde van de inloopbijeenkomsten is feedback gevraagd over de avond., waartoe 79 bezoekers het beschikbare formulier hebben ingevuld. Van dit participatieproces en alle reacties is een participatieverslag opgesteld met hierin een weergave van de ontvangen opmerkingen en de reactie vanuit ASML op de diverse thema's. Het “participatieverslag TAM plan” is hier als Bijlage 23 opgenomen. De diverse reacties zijn vervolgens daar waar mogelijk – gezien het ruimtelijk kader van deze documenten - meegenomen de verdere uitwerking en afronding van het TAM-omgevingsplan en de BOPA's. Uit de gegeven reacties tijdens de twee participatieronden is gebleken dat er vanuit de omgeving met name behoefte bestaat om duidelijkheid te krijgen over de maatregelen ten aanzien van bereikbaarheid en/of de wegenstructuur, behoud dan wel compensatie van groen/natuur en de positie en uitstraling van de diverse gebouwen op de nieuw te bouwen campus. Dit heeft er mede toe geleid dat deze drie belangrijke uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling heel concreet omlijnd zijn vastgelegd in de diverse documenten. De participatie zoals hiervoor beschreven heeft er met name mede toe geleid, dat de drie belangrijkste uitgangspunten voor deze ontwikkeling heel concreet omlijnd in de diverse documenten zijn vastgelegd.
In de eerste plaats zijn de noodzakelijke aanpassingen aan de wegenstructuur bindend gekoppeld aan de ingebruikname van ASML gebouwen en dus verplicht uitgevoerd voorafgaand aan de komst van ASML verkeer in het gebied. Vervolgens zijn de compensatiemaatregelen voor de aantasting van de natuur ter plaatse niet alleen in de regels geborgd, maar is bovendien een concreet bindend kader vastgelegd en in de regels geborgd voor de ASML buitenruimte, waarmee een uniek groen campusterrein zal ontstaan in het verlengde van de ontwikkelingen BIC 1 en BIC 2. Tenslotte is wat de ASML campus betreft tot stand gekomen een Beeldkwaliteitsplan voor de toekomstige gebouwen, waarmee ASML op basis van “vrijheid in gebondenheid” kan komen tot invulling van beide campusdelen met enerzijds een hoogwaardige gebouwvormgeving en - positionering en anderzijds voldoende ruimte om de gebouwen vorm te geven binnen de technische randvoorwaarden van de ASML bedrijfsvoering. De belangstellenden worden verder op de hoogte gehouden van ontwikkelingen rondom de planvorming op de website “asml.com/en/asml-dichtbij/bicnoord”.
5.4
Procedure TAM omgevingsplan
Het voorliggend plan betreft een zogenaamd TAM-plan. TAM staat voor 'Tijdelijke Alternatieve Maatregel'. Via het TAM wordt de mogelijkheid geboden om voor urgente gebiedsontwikkelingen het omgevingsplan te wijzigen via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. Het ontwerp-plan en op termijn het vaststellingsbesluit door de raad worden via DROP (Decentrale Regelgeving en Officiële Publicaties) in het Gemeenteblad gepubliceerd en het met IMRO vormgegeven plandeel wordt op de site Ruimtelijke Plannen geplaatst. Via de overbruggingsfunctie zijn deze TAM-plannen dan ook direct in de DSO Viewer via het Omgevingsloket te raadplegen. Het ontwerp-plan en de daarbij behorende stukken zijn gedurende een periode van zes weken (14 november 2025 t/m 29 december 2025) ter inzage gelegd (artikel 3:11 Awb). Binnen deze termijn had eenieder de mogelijkheid een zienswijze in te brengen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. De zienswijzen zijn beantwoord in de 'Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen', welke nota deel uitmaakt van het besluit tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan.
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
73
74
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 6
Visie en beleid op de locatie
In dit hoofdstuk wordt het beleid dat relevant is voor de activiteit toegelicht getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid van Rijk, provincie, waterschap en gemeente. Beleid dat niet relevant is voor de ontwikkeling is niet in dit hoofdstuk opgenomen.
6.1
Rijksbeleid en instructieregels
6.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. De diverse opgaven kunnen niet meer los van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden geldt deze omgevingsvisie dan ook als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Relatie met voorliggende ontwikkeling Een opgave in de NOVI is het realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie alsmede het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.. Dit TAM-omgevingsplan maakt het mogelijk om op de locatie te komen tot een ASML campus in aansluiting op het bestaande BIC 1 en het te realiseren BIC 2, zoals in hoofdstuk 2 beschreven.
De ladder voor duurzame verstedelijking is hierna beschreven in hoofdstuk 6. De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op de locatie. Conclusie Het plan voldoet aan de ambities uit de NOVI c.q. geeft invulling aan de opgaven van de NOVI. 6.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB's)
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's), met hierin regels voor het praktische uitvoeren van de wet. 1. Het Omgevingsbesluit (Ob); vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
75
2. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor de volgende onderwerpen gelden er Rijksinstructieregels.
Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl). Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl). Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl). Bschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl). Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl). Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl). Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen.
Relatie met voorliggende ontwikkeling Ten aanzien van dit project wordt in hoofdstuk 6 getoetst aan de volgende instructieregels uit het Bkl, waaruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.8; Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.10; Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.3, 6.4, 6.5, 6.6, 6.7, 6.10, 6.13 en 6.14. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1, 6.11 en 6.12. Conclusie Het plan geeft invulling aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. 6.1.3
Rijksbeleid water
Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied en technische maatregelen die kunnen worden ingezet. Hierbij geldt als voorkeursvolgorde : vasthouden, bergen en afvoeren. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij nieuwe projecten. Om aan te geven hoe wordt omgegaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelt de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) met hierin de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de Rijkswateren en -vaarwegen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de 76
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
functies van de Rijkswateren. Daarnaast worden in beeld gebracht de raakvlakken tussen water en andere thema's als landbouw, landschap, bodem en het energie- en klimaatbeleid. Relatie met voorliggende ontwikkeling Het NWP 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Gezien de kleinschaligheid van het initiatief en het gegeven dat de locatie niet in de aangewezen gebieden van het Rijk zijn gelegen, zullen de Rijksbelangen hieromtrent niet worden aangetast. Bovendien zijn de belangrijkste thema's hieruit doorvertaald naar het provinciaal- en waterschapsbeleid. Conclusie Het plan leidt niet tot strijdigheid met Rijksbeleid Water. 6.1.4
Luchthavenbesluit
Luchthaven- en beperkingengebied Een vastgesteld luchthavengebied (artikel 8.5, WLV) geldt als luchthavengebied als bedoeld in artikel 8.15, lid 2, Wet luchtvaart, zoals dat luidt na inwerkingtreding van de Ow. Een vastgesteld beperkingengebied (artikel 8.5, WLV) geldt als beperkingengebied als bedoeld in artikel 8.15, lid 2, Wet luchtvaart, zoals dat luidt na inwerkingtreding van de Ow. Dit staat in artikel 4.89 Invoeringswet Ow. In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit zijn het terrein van de luchthaven (het luchthavengebied), de gebruiksmogelijkheden (openstellingstijden, de geluidsruimte voor het militaire luchtverkeer en het burgerluchtverkeer, en het maximum aantal recreatieve vliegbewegingen per jaar) en het beperkingengebied vastgelegd. Relatie met voorliggende ontwikkeling De locatie ligt volledig in beperkingengebied rond Vliegbasis Eindhoven. Voor dit TAM-omgevingsplan is derhalve dit beperkingengebied van belang, bestaande uit: 1. de geluidszone: binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen; 2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten; 3.
het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt.
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
77
afbeelding : ligging locatie (rode cirkel) in relatie tot luchthaven Eindhoven
afbeelding : kaart beperkingengebied – Vliegbasis Eindhoven
De geluidzone Rond luchthaven Eindhoven liggen verschillende geluidzones. Er geldt een Ke geluidzone voor vliegtuiglawaai en een dB(A) geluidzone voor grondgebonden geluid van de luchthaven 78
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
(industrielawaai). Binnen de in het luchthavenbesluit Eindhoven opgenomen 35 Ke geluidszone mogen geen nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden gerealiseerd (aldus Besluit militaire luchthavens). Een gebouw met een reguliere onderwijsfunctie wordt in dit kader aangemerkt als ander geluidsgevoelig gebouw.
afbeelding : 50 en 55 dB(A) contour grondgebonden geluid
afbeelding : KE-geluidzones De locatie ligt binnen beide geluidzones. Zowel de geluidzone voor vliegtuiglawaai als de geluidzone voor industrielawaai legt beperkingen op aan het realiseren van geluidgevoelige objecten. Op de locatie worden geen geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. De geluidcontouren leggen daarom geen beperkingen op aan deze ontwikkeling. vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
79
De obstakelbeheergebieden Obstakelbeheergebieden zijn gebieden waarin hoogtebeperkingen gelden in verband met de veiligheid van het vliegverkeer en/of de werking van (navigatie)apparatuur die op en rond een luchthaven staat. Op grond van artikel 2 lid 3 Luchthavenbesluit Eindhoven liggen er rond de luchthaven twee obstakelbeheergebieden:
een obstakelbeheergebied vanwege de vliegfunnel en inner horizontal en conical surface (IHCS); een obstakelbeheergebied vanwege het instrument landingssysteem (ILS).
afbeelding : weergave obstakelbeheervlakken funnel / IHCS alsmede ILS Op grond van het luchthavenbesluit is op de gronden binnen de obstakelbeheergebieden artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens van toepassing. Dit artikel bepaalt, kort gezegd, dat de maximale toelaatbare hoogte van (nieuwe) objecten in overeenstemming moet zijn met de hoogtes die gelden voor de obstakelbeheergebieden. Hoogtebeperkingen vliegfunnel / IHCS (geen afwijking mogelijk) De locatie ligt binnen het obstakelbeheergebied van de vliegfunnel/IHCS. De locatie ligt deels in het oplopende vlak in het verlengde van de start- en landingsbaan, deels in het oplopende vlak aan de zijkant van de start- en landingsbaan en deels in het platte vlak van het IHCS (het inner horizontal surface). Het Besluit militaire luchthavens biedt geen mogelijkheid voor afwijking van het obstakelbeheergebied vanwege de vliegfunnel/IHCS.
80
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
afbeelding : obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS
afbeelding : Schematische weergave obstakebeheervlakken funnel/IHCS Hoogtebeperkingen ILS (afwijking mogelijk na toetsing bouwplan) De locatie ligt volledig binnen het obstakelbeheergebied van de ILS:
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
81
afbeelding: ILS-verstoringsgebied Het instrument landing system (ILS) is een radionavigatiesysteem waarmee in de luchtvaart een precisienadering van een landingsbaan kan worden uitgevoerd. Het is een naderingssysteem dat de piloot een nauwkeurig beeld geeft van de positie van zijn toestel ten opzichte van de ideale koerslijn en daalhoek naar een landingsbaan. ILS maakt landingen bij (zeer) slechte zichtcondities en automatische landingen mogelijk. Voor een doorsnijding van een obstakelbeheergebied vanwege het ILS of vanwege een aanwezige radar is wél een afwijking mogelijk. Doorsnijding van het obstakelbeheervlak van het ILS wordt toegestaan indien uit een daartoe uitgevoerd onderzoek blijkt, dat de beïnvloeding van het instrument landingssysteem onderscheidenlijk het radarbeeld uit oogpunt van de veiligheid van het luchtverkeer aanvaardbaar is. In zo'n onderzoek wordt gedetailleerd getoetst of een bouwplan verstorend is voor het ILS of de radar. Dit is onder andere afhankelijk van plaatsing, hoogte, vormgeving en materiaalgebruik van een object en vergt dus telkens een nieuwe afweging. Locatie versus obstakelbeheergebieden Onderstaande afbeelding geeft een weergave van de locatie in relatie tot beide obstakelbeheergebieden.
Uit deze weergave blijkt dat de voorgestane ASML bebouwing met een op de verbeelding aangegeven maximale bouwhoogte van deels 30 meter en deels 40 meter boven maaiveld (maaiveldhoogte in de locatie ligt op circa 19 meter + NAP) niet leidt tot een strijdigheid met de te respecteren hoogtebeperkingen vanwege funnel en IHCS (blauw = “take off climb” en rood = “approach surface”). Wat betreft de werking van het ILS kan uit de afbeelding wordt afgeleid dat vanwege de maaiveldhoogte van circa 19 meter + NAP bebouwing vanaf 21 meter hoogte in noordelijke richting oplopend tot 30 / 40 meter dient te worden getoetst.
82
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
afbeelding: locatie met obstakelbeheervlakken funnel/IHCS en ILS
Het vogelbeheergebied Rond luchthaven Eindhoven ligt een vogelbeheersgebied. In dit gebied zijn niet toegestaan:
oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties. In afwijking hiervan kan dit gebruik worden toegestaan als een verklaring van geen bezwaar is afgegeven indien aan de hand van een door de aanvrager in te dienen fauna-effectstudie is aangetoond dat een grondgebruik of een bestemming niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer. Het Luchthavenbesluit Eindhoven bevat geen definitie voor 'natuurbeschermingsgebied'. In de locatie wordt aan bepaalde gronden een natuurbestemming gegeven. Dit betreft echter gronden die in de huidige situatie al als bos/natuur in gebruik zijn. Binnen de bedrijfsbestemming zijn geen bedrijven beoogd die hier op grond van het Luchthavenbesluit niet mogen worden gevestigd. Dit wordt allereerst in de regels geborgd door de beperking tot een concrete bedrijfsvoering zoals bij ASML aan de orde is.
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
83
afbeelding vogelbeheersgebied (=lichtgroen) en luchthavengebied (=donkergroen) uit het Luchthavenbesluit Eindhoven
Anderzijds is in de regels opgenomen dat oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare, natuurbeschermingsgebieden, vogelbeschermingsgebieden, vishouderijen met extramurale bassins, extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal en afvalwaterzuiveringsinstallaties als strijdig gebruik worden aangemerkt. Behoudens een verklaring van geen bezwaar van de Minister van Defensie nadat is aangetoond dat het gewenste grondgebruik niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven Eindhoven. Conclusie Het luchthavenbesluit staat de uitvoering van de ASML campus op BIC Noord niet in de weg. 6.1.5
Bakens luchthaven Eindhovenen radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel
Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogten moet ook rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bakens luchthaven Eindhoven
84
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
afbeelding : hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB
Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen:
een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over de locatie, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.
Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt niet binnen dit radarverstoringsgebied.
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
85
afbeelding : Uitsnede uit kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen- arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel 6.1.6
Outer-horizontal
Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht. Door middel van dit TAM-omgevingsplan worden geen objecten hoger dan 150 meter mogelijk gemaakt.
86
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
Uitsnede uit kaart Outer horizontals luchthavens Oost Brabant
6.1.7
Veiligheid luchthaven Eindhoven
Voor externe veiligheid rond luchthavens geldt geen wettelijk kader. In het Luchthavenbesluit Eindhoven zijn geen risicocontouren vastgelegd rond de luchthaven. Rond luchthavens is sprake van ruimtelijk interimbeleid, dat is opgesteld door het voormalige ministerie van VROM. Dit interimbeleid is beschouwd in het bestemmingsplan voor BIC cluster 1 fase 1 en het daaraan ten grondslag liggende MER en is ook opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Eindhoven 2023'. In de bijbehorende rapportage 'Risicobeschouwing Buitengebied - 2017', geeft de Omgevingsdienst het volgende aan over het bouwen binnen risicocontouren van de luchthaven: In een brief van 28 oktober 2009 van het (voormalig) Ministerie van VROM is het ruimtelijke interimbeleid voor externe veiligheid voor de luchthaven Eindhoven opgenomen. In de bijlage van deze brief staan de voorwaarden opgenomen waaraan een gemeente zich moeten houden binnen de 10-6 en 10-5 plaatsgebonden risicocontouren van luchthaven Eindhoven. Dit beleid betekent dat:
er geen objecten mogen worden geprojecteerd in de 10-5 PR-contour waar mensen verblijven; voor zogenoemde 'pijplijnplannen' (voor gemeente Eindhoven zijn dat BIC en GDC Acht Noord) binnen de 10-6 PR-contour geldt een personendichtheid van 100 personen per hectare (richtwaarde) waarbij de bebouwing zo laag mogelijk wordt gehouden; functies voor groepen beperkt zelfredzame mensen, grote publiekstrekkers en evenementen worden uitgesloten. Vastgesteld kan worden dat zowel de PR 10-5 als de PR 10-6 contour over de locatie van BIC Noord ligt. Op basis van het interimbeleid gelden voor een deel van BIC Noord dus strenge restricties, namelijk dat daar geen objecten mogen worden gebouwd waar mensen verblijven (10-5 contour). Voor het deel van het terrein dat binnen de PR 10-6 contour valt, geldt voor wat betreft personendichtheid een richtwaarde van 100 personen per hectare. Dit deel zal geen vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
87
bebouwing kennen met een intensief gebruik.
Afbeelding : PR 10-5 en PR 10-6 contouren BIC Noord
6.1.8
Conclusie rijksbeleid
Zoals in deze paragraaf is beschreven en in hoofdstuk 6 nader is uitgewerkt passen de activiteiten binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.
6.2
Provinciaal beleid
6.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en 88
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. 2. 3. 4.
werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan een slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Voor ieder van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Analyse en conclusie Dit TAM-Omgevingsplan heeft betrekking op een activiteit ondersteunend aan de concurrerende duurzame economie, doordat ASML de mogelijkheid wordt gegeven haar high-tech bedrijvigheid in de Brainport-regio verder uit te breiden en daarmee een belangrijke economische motor te blijven van de Brainportregio waarbij bovendien wordt bijgedragen aan een klimaatproof Brabant en past aldus binnen de Brabantse Omgevingsvisie Het plan geeft invulling aan hoofdopgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 6.2.2
OmgevingsverordeningNoord-Brabant
Vanuit de Ow moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (Ovr) tegelijk met de Ow in werking getreden. In de Ovr staan regels voor: 1. Burgers en bedrijven en andere initiatiefnemers: dit zijn de zogenaamde algemene (rechtstreeks werkende) regels die betrekking hebben op activiteiten. Deze regels (hoofdstuk 3) bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten, of hiervoor een melding of vergunning nodig is en bevatten mogelijkheden voor maatwerk. 2. Bestuursorganen van de overheid (zoals gemeenten en waterschappen): dit zijn de zogenaamde instructieregels (hoofdstuk 4 en 5). Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die in het omgevingsplan (of BOPA) moeten worden opgenomen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun bevoegdheden en taken uitvoeren. Rechtstreekswerkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 3 van de Ovr zijn voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwater (-bescherming en -onttrekking), stortplaatsen, ontgrondingen, stiltegebied, natuur, varend ontgassen en provinciale wegen.
De meeste van deze regels waren voorheen opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.
Algemene regels voor activiteiten Deze regels in hoofdstuk 3 zijn rechtstreeks van toepassing op de activiteiten die met dit omgevingsplan mogelijk worden gemaakt.
Specifieke regels voor werkingsgebieden vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
89
Daarnaast zijn volgens kaart 1 van de Ovr binnen de locatie de volgende werkingsgebieden van toepassing waarvoor specifieke rechtstreekse regels gelden:
beperkingen veehouderij; diep grondwaterlichaam; geen attentiezone waterhuishouding. Beperkingen veehouderij Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van bestaande huisvestingssystemen voor een veehouderij. Binnen dit werkingsgebied geldt een uitzondering voor stoppende veehouderijen. Binnen de locatie zijn geen veehouderijen aanwezig of toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied niet relevant
Diep grondwaterlichaam Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van milieubelastende activiteiten. Binnen dit werkingsgebied is het verboden om milieubelastende activiteiten (conform artikel 3.11 Ow, te weten onconventionele winning van koolwaterstoffen) te verrichten. Binnen de locatie is geen sprake van een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.11 Ow. Om die reden is dit werkingsgebied niet relevant.
Geen attentiezone waterhuishouding Omdat de locatie is gelegen buiten de Attentie waterhuishouding is een omgevingsvergunning voor een open bodemenergiesysteem als bedoeld in artikel 3.19 Bal niet vereist.
Instructieregels De instructieregels betreffen de regels in de Ovr waarmee in het omgevingsplan en de besluitvorming door de gemeente rekening gehouden moet worden. Een omgevingsplan mag niet in strijd met de instructieregels worden vastgesteld. Alle regels in de Ovr hebben een gebied waar ze van toepassing zijn. Soms gelden de regels voor de gehele provincie, soms specifiek voor bepaalde werkingsgebieden. Onderstaand wordt ingegaan op de instructieregels uit hoofdstuk 5 Ovr die voor deze ontwikkeling en voor dit plangebied aan de orde zijn. Hierbij wordt de volgorde aangehouden van de betreffende paragrafen in de Ovr.
Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Een omgevingsplan geeft bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit (artikel 5.7). Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. Deze zorgplicht omvat een aantal basisprincipes: zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9) meerwaardecreatie (artikel 5.10) Zorgvuldig ruimtegebruik (art 5.8) 90
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; b. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling; c. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel, en; e. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. 2. Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder hoofdstuk 5 van de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden. Analyse en conclusie Voorliggend initiatief betreft de ontwikkeling van een ASML bedrijfsterrein aansluitend aan gronden in (huidig en toekomstig) gebruik als BIC (bedrijfs)locatie. Voor een toetsing aan de voorwaarden voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het Landelijk gebied wordt verwezen naar de toetsing onder artikel 5.56 Ovr. In paragraaf 6.1 is middels een ladderonderbouwing de behoefte naar deze ontwikkeling op deze locatie aangetoond en is aangetoond dat de ontwikkeling op de voorgenomen locatie passend wordt geacht.
De bebouwing wordt op een zorgvuldige wijze binnen de locatie gesitueerd, waarbij rekening wordt gehouden met en wordt uitgegaan van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke waarden. Met voorliggend initiatief wordt verder invulling gegeven aan de ontwikkeling van de high-tech BIC locatie, waarbij op een zorgvuldig wijze beslag wordt gelegd op de ruimte in het buitengebied van Eindhoven. De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in zoverre in lijn met artikel 5.8 Ovr. Voor het overige wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 5.56 Ovr.
Toepassing van de lagenbenadering (art 5.9) 1. Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a. welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd, en; b. hoe negatieve effecten worden voorkomen. 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: a. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, en; c. de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. 3. Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Analyse en conclusie Voor de toepassing van de lagenbenadering wordt verwezen naar de beschrijving van de huidige en toekomstige situatie in hoofdstuk 2.
Voor deze ontwikkeling is zorgvuldig rekening gehouden met de aanwezige waarden en functies (inclusief de wederzijdse effecten) binnen vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
91
en rondom de locatie. Met het plan is aangesloten op de waarden en bestaande structuren uit de directe omgeving. In hoofdstuk 6 van deze motivering worden de effecten van het plan op onder andere de bodem, het grondwater, archeologische waarden, infrastructuur, natuurnetwerk, water, cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot nadelige effecten. De aanwezige waarden en structuren in en om de locatie dienen bij de verdere uitwerking in acht te worden genomen.
Meerwaardecreatie (art 5.10) 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, en; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap, kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Analyse en conclusie De meerwaarde wordt met dit plan gecreëerd door:
het realiseren van een bedrijfsterrein voor ASML, zijnde het belangrijkste bedrijf in de Brainport regio; het realiseren van hoogwaardige bedrijfsbebouwing die ingepast wordt in het landschap, waardoor er een kwalitatief hoogwaardige bedrijfsomgeving met omliggend verblijfsgebied ontstaat; de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit in de vorm van het realiseren van landschapselementen, die bijdragen aan het landschapstype én de ecologie; De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met artikel 5.10 Omgevingsverordening.
Versterken van de omgevingskwaliteit (paragraaf 5.1.3) Deze paragraaf van de Omgevingsverordening bevat diverse maatwerkmogelijkheden waarmee de mogelijkheid wordt geboden om vanwege specifieke omstandigheden een uitzondering te maken op het bestaande beleid. Op voorliggend plan zijn de artikelen 5.11 (kwaliteitsverbetering landschap) en 5.12 (ontwikkelingsrichting) van toepassing.
Kwaliteitsverbetering landschap (artikel 5.11) 1. Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. 2. Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en dat de uitvoering is geborgd door: a. financiële, juridische en feitelijke vastlegging in het plan, of; b. nakoming van de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 6.2 Regionaal samenwerken. 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; 92
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
c. d. e. f.
het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone, of; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. 4. Als toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder b, wordt een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds verzekerd en wordt over de besteding van dat fonds periodiek verslag gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 6.2 Regionaal samenwerken. Analyse Op de locatie wordt een duurzame en gezonde ASML campus in een groene omgeving mogelijk gemaakt. Met als uitgangspunt het voor BIC bekende "Kwaliteitsboek Brainport Industries Campus" is gekomen specifiek voor BIC Noord tot de in deze motivering beschreven kaders waarbinnen ASML als hoogwaardig bedrijf kan uitbreiden en functioneren. Een gezonde werkomgeving is een schone, biodiverse en klimaatadaptieve groenblauwe omgeving, een omgeving die een gezonde levensstijl stimuleert, een omgeving die sociale interactie faciliteert en stimuleert en een omgeving die ruimte biedt aan innovatie. De ontwikkeling van BIC Noord is dan ook een integratie van de gebouwde omgeving en infrastructuur met de natuurlijke omgeving. De groene omgeving draagt in belangrijke mate bij aan een gezonde werkomgeving en vitale medewerkers.
Al deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het ontwerp van BIC Noord zoals uitgewerkt in deze motivering. De uitgangspunten vanuit de Ovr ten aanzien van de kwaliteitsverbetering leiden in het concrete geval tot een bijdrage gebaseerd op de uitgifteprijs van de te bebouwen gronden. Het door Antea Group uitgevoerde onderzoek naar compensatie van de directe NNB aantasting (vanwege de verplaatsing van de Dirk Noordhoflaan) leidde tot de conclusie dat volledige NNB-compensatie op of nabij de locatie mogelijk is, zodat aanvullende NNB compensatie fondsvorming niet aan de orde is. Dit laatste geldt niet voor de invulling van voormelde LIR-bijdrage aan landschappelijke kwaliteitsverbetering, die niet op de locatie buiten de bedrijfsbestemming vorm en inhoud kan worden gegeven in aanvulling op de NNB compensatie. De bijdrage zal worden gestort in een (door de gemeente Eindhoven nader te duiden) groenfonds, waaruit door deze overheden nader te bepalen maatregelen kunnen worden gefinancierd. Als onderdeel van dit TAM-omgevingsplan is (als bijlage bij de regels) een DOSP landschapsplan ASML buitenruimte voor de buitenruimte van het ASML terrein opgesteld.
Dat geeft een kader voor de inrichting van de ASML buitenruimte, behorend bij de diverse op te richten gebouwen en is afgestemd op de door de gemeente Eindhoven te verzorgen landschappelijke kwaliteitsverbetering van de bestaande en nieuwe EVZ zone naast de Ekkersrijt waarmee de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast. Via de planregels van dit TAM-omgevingsplan is het beeldkwaliteitsplan / landschapsplan voor de buitenruimte van het ASML terrein en de bijdrage in het landschapsinvesteringsfonds (LIR) geborgd. Deze LIR bijdrage zal worden voldaan in de vorm van storting door ASML van de normatief bepaalde bijdrage (1,7 miljoen euro) in een hiertoe te benoemen gemeentelijk fonds, waaruit conform afspraak met de Provincie door ASML bijdragen (terug) kunnen worden ontvangen indien de (gefaseerde) inrichting van het ASML buitenterrein voldoet aan DOSP landschapsplan ASML buitenruimte. Deze bijdragen kan enkel worden besteed aan fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit (landschappelijke maatregelen), en kan dus niet worden ingezet voor de bedrijfsfunctionele gebruiksbuitenruimte van ASML (grasveldjes, pauze-/ ontmoetingsplekken, terrassen, enz.).
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
93
Deze maatregelen voor landschappelijke kwaliteitsverbetering en de maatregelen voor natuurcompensatie vallen niet samen, het zijn verschillende onderdelen. Ook vanwege de weguitbreidingen ten koste van het landschap zijn maatregelen nodig gericht op kwaliteitsverbetering van het landschap. Om die reden is in artikel 10.3 opgenomen dat ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als 'Verkeer' de maatregelen, zoals vermeld in Bijlage 6 bij de regels, binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan gerealiseerd moeten zijn en in stand moeten worden gehouden. Het gaat om maatregelen als gevolg van het verleggen van de Dirk Noordhoflaan naar het zuiden, het aanleggen van extra rijstroken op de Spottersweg en de Anthony Fokkerweg, waarbij ook de aansluitingen worden aangepakt. De maatregelen worden in samenhang met de kwaliteit van het landschap bekeken. In de inpassingsvisie (bijlage 6) staan de leidende principes voor het defniiteve ontwerp en de verdere uitvoering. Conclusie Met de landschappelijke inpassing, de verzekerde kwaliteitsbijdrage en de juridische borging voldoet het plan aan artikel 5.11 Ovr.
Ontwikkelingsrichting (art 5.12) 1. Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2, mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. cp welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap, en; d. op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. 2. Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.
Analyse en conclusie Op basis van de inhoud van de motivering behorende bij onderhavig TAM-omgevingsplan is de conclusie dat de voorgestane ontwikkeling op deze locatie aanvaardbaar is en past in de ontwikkelingsrichting van het gebied. De wijze waarop de versterking van de omgevingskwaliteit plaatsvindt, is beschreven onder de toetsing van artikel 5.11 Ovr. Over het plan heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie. In overeenstemming met de Ovr is onderbouwd dat het plan past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.
Basis op orde (afdeling 5.2) Afdeling 5.2 bevat instructieregels ten aanzien van de volgende specifieke thema's waarvan voor dit TAM-omgevingsplan van belang zijn:
voorkomen grondwaterverontreiniging (paragraaf 5.2.2); Natuur Netwerk Brabant (paragraaf 5.2.5); Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden (paragraaf 5.2.6).
94
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
Voorkomen grondwaterverontreiniging (paragraaf 5.2.2) Dit aspect wordt bij de verdere uitwerking en uitvoering betrokken.
Natuur Netwerk Brabant (paragraaf 5.2.5) Het Natuur Netwerk Brabant (hierna: NNB) betreft de benaming voor de gebieden die voorheen werden gerekend tot de zogenoemde 'Ecologische Hoofdstructuur (EHS)'. Het NNB, waarvan de begrenzing is geactualiseerd, heeft tot doel om te komen tot een robuust netwerk van natuurgebieden inclusief de verbindingen daartussen. Gemeenten zijn verplicht de op de kaart opgenomen NNB in hun omgevingsplannen op te nemen. Een omgevingsplan dat is gelegen binnen een NNB moet strekken tot bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de betreffende gebieden. In dit TAM-omgevingsplan is het NNB bestemd als 'Natuur - 1', op basis waarvan deze gronden onderdeel (gaan) uitmaken van de ecologische hoofdstructuur in het kader van compensatiemaatregelen in de ecologische hoofdstructuur. Deze compensatiemaatregelen zien zowel op de realisatie van de bedrijfsbestemming op de locatie alsook de hiermee samenhangende aanpassingen aan de lokale wegenstructuur.
Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden (paragraaf 5.2.6) Ter plaatse van beek de Ekkersrijt op de locatie is sprake van Groenblauwe Waarden, zodat van toepassing is: Artikel 5.46 Groenblauwe waarden Een omgevingsplan ter plaatse van Groenblauwe waarden: a. strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken; b. bevat een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. stelt regels ter bescherming van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; en d. bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het versterken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied. Onderhavig omgevingsplan brengt geen wijziging ten aanzien van de beek de Ekkersrijt, zodat kan worden verwezen naar het voorheen bestaande planologisch regime.
Klimaat (afdeling 5.3) Voor het onderhavige plangebied betreffen de instructieregels daarnaast een aantal specifieke thema's. Ter plaatse van de locatie zijn is het thema “regionale waterberging” en “reservering waterberging” van toepassing. Hierop wordt nader ingegaan in 7.13 Water, paragraaf 7.13.3.
Ontwikkeling van stedelijke functies en mobiliteit (afdeling 5.5) Artikel 5.55 betreft een Duurzame stedelijke ontwikkeling binnen bestaand Stedelijk gebied. Dit artikel is hier niet van toepassing. De locatie is geheel gelegen binnen Landelijk Gebied waarop artikel 5.56 van toepassing is.
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
95
afbeelding : OV Noord Brabant uitsnede kaart 5 (landelijk gebied)
Artikel 5.56 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling 1. In afwijking van Artikel 5.55, eerste lid, aanhef, kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen, ter plaatse van Landelijk gebied als: a. binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12; d. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 6.2; e. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden, en; f. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een planmatige ontwikkeling ten behoeve van een samenhangende stedelijke structuur, die voorziet in de reguliere opvang van de woon- of werkbehoefte van een kern maar die vanwege de omvang niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. 3. Artikel 5.8, eerste lid onder a, is niet van toepassing op dit artikel.
Analyse en conclusie De locatie is gelegen binnen het werkingsgebied Landelijk Gebied. In (paragraaf 6.1 van) de motivering van dit plan is middels een ladderonderbouwing de vraag van ASML naar bedrijfsterrein in de regio aangetoond en is met zowel het nationaal, provinciaal als gemeentelijk beleid aangetoond dat de ontwikkeling op de voorgenomen locatie passend wordt geacht. De bedrijfsgebouwen worden op een zorgvuldige wijze binnen de locatie gesitueerd. Er is hierbij rekening gehouden met en uitgegaan van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke waarden. 96
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
Aan de voorwaarden van artikel 5.56 Ovr wordt voldaan. Het voorliggende plan, waarmee wordt voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor een specifieke vorm van high-tech bedrijvigheid binnen Landelijk gebied, past binnen de Ovr. Op de locatie zijn verder de volgende werkingsgebieden vanuit de verordening van toepassing:
Beperkingen grootschalige logistiek Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van grootschalige logistiek. Binnen de locatie is geen grootschalige logistiek toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant.
Stalderingsgebied Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van dierenverblijven. Binnen de locatie is de oprichting van dierenverblijven niet toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant.
Norm wateroverlast stedelijk gebied Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van waterberging. Binnen de locatie wordt voldoende ruimte gereserveerd om te kunnen voldoen aan de vereiste waterberging (nader toegelicht in paragraaf 6.11).
Wijziging omgevingsverordening Als gevolg van dit Tam-omgevingsplan is op onderdelen een wijziging van de Ovr aan de orde, te weten:
Aanpassing grenzen NNB Vervallen “regionale waterberging” en “reservering waterberging” Onder de Ovr is achteraf herbegrenzen het uitgangspunt geworden. Bjj de meeste locaties is het zo geregeld dat de ontwikkeling plaats mag vinden als aan de afwijkregels in de Ovr voldaan is. Een voorbeeld is het Natuur Netwerk Brabant. Hierin mag via een ruimtelijke procedure een ontwikkeling mogelijk gemaakt worden die strijdig is met natuurwaarden, mits aan de voorwaarden in de Ovr voldaan wordt, waaronder een voldoende en goed geborgde compensatie. De wijziging van het omgevingsplan is daardoor op het moment van vaststellen niet strijdig met de Ovr, ondanks de ligging in het NNB. Na inwerkingtreding van de wijziging verwerken wij deze in de eerst mogelijke kaartaanpassingsronde (waarbij het NNB verwijderd wordt). Deze kaartaanpassingsrondes vinden twee keer per jaar plaats. Het ontwerp van de eerste ronde ligt in mei/juni ter inzage en deze wijziging ligt in september voor aan GS ter vaststelling. Het ontwerp van de tweede ronde gaat in december ter inzage en vaststelling vindt plaats het volgende jaar aan het einde van het eerste kwartaal. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp (6 weken) kan iedereen een zienswijze indienen.
Met de Provinciale overheid is in het kader van bestuurlijk vooroverleg over de ontwikkeling van de ASML campus op BIC Noord de wijziging van de Omgevingsverordening en de in het kader hiervan voorgestelde compensatiemaatregelen besproken, waarbij werd geconcludeerd dat de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan in combinatie met de uitvoering van de voorgestelde compensatiemaatregelen niet leidden tot strijdigheid met de Omgevingsverordening. Conclusie Ovr Zoals in bovenstaande paragrafen is beschreven past het initiatief, de ontwikkeling van het ASML bedrijfsterrein op BIC Noord, binnen de Omgevingsverordening. vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven
97
6.2.3
De Brainport Principles
In de loop van 2020 zijn er kwaliteitscriteria geformuleerd voor nieuwe werklocaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven. Deze kwaliteitseisen, die op 2 juli 2020 door het portefeuillehoudersoverleg Economie zijn vastgesteld, zijn opgedeeld in 2 soorten: de Brainport Principles en de Kwaliteitscriteria. De 'Brainport Principles voor werklocaties' zijn basiskwaliteitseisen voor nieuwe ontwikkelingen. Op basis van die kwaliteitscriteria worden de ontwikkellocaties geprioriteerd. Voorop staat dat sprake is van evenwicht in vraag en aanbod, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Als Brainport principles zijn te noemen: 1. Passende beeldkwaliteit - we stellen eisen aan de kwaliteit van bedrijfsvastgoed. Uiteraard zijn er verschillen tussen binnenstedelijke bedrijventerreinen (hoge kwaliteitseisen) en functionele bedrijventerreinen (minder hoge kwaliteitseisen). 2. Duurzame werklocaties - werklocaties in het SGE lopen voorop op de thema's duurzaam, gezond, bereikbaar en klimaatadaptief. Concreet betekent dit dat nieuwe terreinen zoveel mogelijk energiepositief moeten zijn, dat ze indien mogelijk bijdragen aan de circulaire economie, voldoende groen en water herbergen, en op alle terreinen maatregelen zijn toegepast die de biodiversiteit bevorderen. Daarnaast dient de OV potentie maximaal te worden benut op nieuwe locaties. 3.
Georganiseerde werklocaties - bij nieuw te ontwikkelen locaties stellen we voorwaarden aan collectiviteit in de vorm van verplicht parkmanagement of een BIZ (Bedrijven Investering Zone). 4. Aantrekkelijk en gevarieerd werkmilieu - nieuwe locaties bieden ruimte voor bedrijvigheid van verschillende schaalgroottes en verschillende economische activiteiten, en mogelijkheid om voorzieningen te realiseren. Uiteraard zijn er verschillen tussen typen terreinen. Binnenstedelijke werklocaties vragen een ander voorzieningenniveau dan een grootschalig functioneel terrein. Er zijn uiteraard uitzonderingen, denk aan clustering van logistieke bedrijven of thematische terreinen. 5. Invloed voor bedrijven - terreinen worden vraaggericht ontwikkeld. We sluiten zo goed mogelijk aan bij de vraag van bedrijven. Vraag en aanbod worden structureel gemonitord. Er is geen sprake van kwantitatief en kwalitatief overaanbod. De eindgebruiker is bij de gronduitgifte al goed in beeld. 6. Benutting regionale schaalniveau - werklocaties kunnen een lokaal tot bovenregionaal verzorgingsgebied hebben. Een regionaal bedrijventerrein in een gemeente kan daarom ook de vraag vanuit buurgemeenten en zelfs buurregio's bedienen. Het plan geeft invulling aan deze principes.
In de locatie wordt op een markante locatie in Brainport invulling geven aan de ruimtebehoefte van ASML als belangrijkste actor in de hoogwaardige maakindustrie, waarbij – zoals ook in de cluster 1 fase 1 en fase 2 BIC – op een exemplarische wijze een uiterst moderne bedrijfsomgeving tot stand wordt gebracht. Uit overige – op het VOSP gebaseerde - paragrafen in deze motivering blijkt dat het een duurzame ontwikkeling betreft, waarmee de omgevingskwaliteit, het gebruik van duurzame energie, duurzame mobiliteit en economie wordt bevordert, en rekening wordt gehouden met klimaatverandering. 6.2.4
Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels
Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het initiatief en het plan binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Noord-Brabant.
98
vastgesteld TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur Gemeente Eindhoven