CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Bp IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat)

Raadsvergadering 2 april 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat)29.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 29 november 2022 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven geactualiseerd. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart bestaat uit twee deelwaardenkaarten, te weten de waardenkaart historisch cultuurlandschap en de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed.

Op de waardenkaart historisch cultuurlandschap zijn aangegeven en gewaardeerd de historische landschappelijke gebieden (incl. historische nederzettingslocaties) en elementen (landschapselementen infrastructuur, waterstaat, opgaand groen, religie en funerair erfgoed en reliëf), die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven

Op de waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed zijn aangegeven de beschermde rijksen gemeentelijke monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke archeologische monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten, historisch waardevolle kunstwerken, historische wegen en waterlopen, historisch-stedenbouwkundige structuren en waardevol aangelegd groen en bomen, die belangrijk zijn voor de herkenbaarheid van de historische ontwikkeling van Eindhoven.

Uitsnede waardenkaart historisch cultuurlandschap (plangebied blauw omlijnd)

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

35

Uitsnede waardenkaart historische stedenbouw en erfgoed (plangebied rood omlijnd)

Hiervoor is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Het plangebied is gelegen binnen een gebied dat is aangeduid als 'historische stedenbouwkundige structuur'. De woningen in het plangebied zijn zogenaamde BBB-woningen. De woningen zijn in 1946 opgericht en zijn door het gebruikte prefab bouwsysteem (BBB) snel tot stand gebracht. De woningen zijn zowel van belang als waardevol cultuurhistorisch fenomeen (bouwen tegen extreme woningnood in wederopbouw) als stedenbouwkundig geheel, in de zeer ruime en groene opzet van de wijk (samenspel groen/infra/bebouwing) en met, ondanks beperkte budgetten, onderscheidende ontwerpkwaliteiten (architectuur/verschijningsvorm). Het gebied kenmerkt zich mede als gaaf geheel en vanwege zijn omvang ook als zeldzaam geheel.

Deze waarde is in het geldend bestemmingsplan met de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie - 3' vastgelegd. Hieraan is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld en een beperkt vergunningsstelsel voor werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden. Geregeld is dat de bestaande voorgevelrooilijn en goot- en bouwhoogte niet mag worden overschreden. Ook de bestaande dakvorm, dakhelling en nokrichting mag niet wijzigen. Om van bovengenoemde verboden te mogen afwijken is advies van de gemeentelijk cultuurhistoricus noodzakelijk en moet een cultuurhistorisch onderzoek worden ingebracht.

Voorafgaand van het stedenbouwkundig plan is een cultuurhistorisch onderzoek is uitgevoerd. De rapportage hiervan is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de conclusies uit dit onderzoek.

Cultuurhistorisch onderzoek De 50 BBB-woningen zijn van grote waarde voor de wederopbouwperiode van Eindhoven. De 36

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

woningen behoren tot de eerste woningen die in deze tijd werden gebouwd en werden gedurende de bouw bestemd voor de bewoners die vanwege de sloop in het centrum moesten verhuizen. Het gebruikte BBB-systeem werd in het hele land toegepast, maar is voor 1946 behoorlijk vroeg. Het systeem is zeer representatief voor de wederopbouwperiode, omdat het zowel een verregaande stroomlijning voor het bouwproces betekende om zo de woningnood aan te pakken, als dat er naar een antwoord werd gezocht op de materialen schaarste.

Het ontwerp van Zanstra, Giesen en Sijmons van 50 bungalows in blokjes van twee, wijkt sterk af van de gangbare systeembouw die was gericht op grotere volumes in rijtjes of stapelbouw. Ook de stedenbouwkundige opzet met een breed straatprofiel, gekromde straten, grote percelen en veel groen, wijkt sterk af van het uitbreidingsplan van De Casseres dat de basis voor de ontwikkeling van de wijk Doornakkers vormde. Deze opzet en de ruime bungalows konden door Zanstra, Giesen en Sijmons worden ontworpen vanwege de aandacht die Gemeentewerken voor het wederopbouwplan van Van der Laan nodig had en vanwege de hoge woningnood. Zowel architect als aannemer wilden met dit royale ontwerp waarschijnlijk de systeembouw op de kaart zetten. De bungalows wijken geheel af van de latere BBB-woningen in Eindhoven en hebben een hoge zeldzaamheid.

Ondanks de renovatie van 1981 is het ensemble van woningen en de straten niet aangetast en heeft het zijn kracht als eenheid behouden. Het geheel heeft een hoge authenticiteit en zeldzaamheid.

Qua bouwtechniek en materiaal neemt de zeldzaamheid van het BBB-systeem toe, maar er is geen overzicht van aantallen. Ook de zeldzaamheid van de betonblokken op sintelbasis neemt toe. Voor de gebruikshistorie is de woning Rustenburgstraat 33 van aanzienlijke waarde.

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

37

Waardestelling huidige woningen (blauw = hoge waarde; groen = positief; geel = indifferent; rood = geen)

Toetsing De als hoog gewaardeerde onderdelen in het plangebied zijn meegenomen in de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan. Zo blijft het straatpatroon en de bestaande openbare ruimte hetzelfde. De korrelgrootte van de huidige bouwvlakken blijft gehandhaafd, al worden er drie woningen ondergebracht onder één kap, in plaats van twee in de huidige situatie. De dakvorm en -richting blijft gelijk en ook het aantal bouwlagen blijft bij deze woningen gelijk. Hierdoor ontstaat hetzelfde stedenbouwkundige beeld, waardoor de als hoog gewaardeerde stedenbouwkundige structuur overeind blijft en als zodanig wordt gerespecteerd. Ook de perceelsafscheidende (tussen voortuin en openbare ruimte) groene hagen worden hoog gewaardeerd. Deze hagen worden zo veel mogelijk behouden, dan wel na de bouw opnieuw aangeplant.

Met inachtneming van bovengenoemde uitwerkingen in het plan wordt de aanwezige cultuurhistorische waarden voldoende gerespecteerd, waardoor het nieuwbouwplan kan worden gerealiseerd.

38

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

3.7

Verkeer en parkeren

3.7.1

Beleidskader

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld en recent geactualiseerd (Actualisatie Eindhoven op weg 2022). Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven.

3.7.2

Verkeersgeneratie

Door de realisatie maximaal 45 extra sociale huurwoningen zal het aantal verkeersbewegingen wijzigen. Conform de CROW publicatie 317 zijn er per functie verkeersgeneratiecijfers te onderscheiden om aannames te doen over de verkeersgeneratie. Het plangebied is gelegen in 'sterk stedelijk gebied' in de 'rest bebouwde kom'. Voor sociale huurwoningen wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie tussen de 4,5 à 5,3 verkeersbewegingen per woning. Het aantal woningen neemt toe met maximaal 45 woningen. De verkeersgeneratie neemt daarmee per saldo toe met circa 238 (lichte) vervoersbewegingen per etmaal. Omgerekend is dit een toename van circa drie à vier vervoersbewegingen per vijf minuten op de twee maatgevende momenten op een dag (ochtend- en avondspits). Verkeerskundig gezien is een dergelijke toename van het aantal vervoersbewegingen verwaarloosbaar.

3.7.3

Autoparkeren

Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019.

Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven.

Zolang de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 van toepassing is dient de parkeerbehoefte te worden opgelost conform deze nota. Dat betekent dat de parkeerbehoefte 134 parkeerplaatsen bedraagt. Hiervoor worden 75 parkeerplekken opgevangen in collectieve parkeerkoffers die op eigen terrein worden aangelegd. 3 parkeerplekken worden op eigen terrein opgevangen bij de 6 woningen die hun oprit behouden. Daarnaast worden 10 deelauto's ingezet. In restgebied staat 1 deelauto tot 4 parkeerplaatsen, maar omdat de deelauto zelf ook ergens moet staan, levert een deelauto in restgebied een voordeel op van 3 parkeerplekken. De inzet van 10 deelauto's levert daarmee 30 parkeerplekken op. Het restant van 26 parkeerplekken wordt afgekocht via het mobiliteitsfonds. 10 parkeerplekken kunnen via een verlaagd tarief worden afgekocht omdat de parkeerdruk in het openbaar gebied onder de 90% blijft. De overige 16 parkeerplaatsen worden tegen een hoger tarief afgekocht. vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

39

Nieuwe nota parkeernormen Door Goudappel is vooruitlopend op een nieuw vast te stellen nota parkeernormen, onderzoek gedaan naar de parkeeropgave. Dit onderzoek maakt als bijlage 3 onderdeel uit van de toelichting. Op basis van het uitgevoerde onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: Conform gemeentelijk beleid neemt de parkeerbehoefte met 72 parkeerplaatsen toe als gevolg van het beoogde plan; Het uitgevoerde maatwerk bestaat uit: 1. Een analyse naar het daadwerkelijke autobezit bij vergelijkbare woningtypen in het restgebied van Eindhoven; 2. Een onderbouwde gereduceerde bezoekersnorm op basis van kennis en ervaringscijfers. Conform de maatwerkberekening neemt de parkeerbehoefte met 54 parkeerplaatsen toe; Het parkeeraanbod wordt met netto 31 parkeerplaatsen uitgebreid; Als de restparkeerbehoefte in openbaar gebied wordt opgelost wordt de maximum 90% parkeerdruk die het gemeentelijke parkeerbeleid stelt in beide gevallen niet overschreden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid met de voorwaarde dat er een beroep kan worden gedaan op meer dan 10 parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Het beoogde planvoornemen kan voorzien in maximaal 78 parkeerplaatsen. Hiervan kunnen er 75 in collectieve parkeerkoffers gerealiseerd worden en nog 3 op een eigen oprit.

Voor de resterende opgave en het gebruik van de parkeerplaatsen in de openbare ruimte zal een bijdrage gedaan worden aan het mobiliteitsfonds van de gemeente Eindhoven. Initiatiefnemer zal in afstemming met gemeente Eindhoven bepalen hoeveel parkeerplaatsen er per parkeerkoffer gerealiseerd zullen worden. Het groen rondom de parkeerkoffers wordt zo ingericht dat het eenvoudig omgezet kan worden in extra parkeerplaatsen. Mocht in de praktijk blijken dat er toch parkeeroverlast ontstaat, kunnen deze plekken alsnog ingezet worden.

Fietsparkeren Vanuit de rekentool zijn 221 stallingen benodigd voor fietsen. Het beoogde planvoornemen voorziet in bergingen in (of nabij) het achtererfgebied (iedere woning één berging). De bergingen zullen de capaciteit bevatten voor 4 fietsen. In de openbare ruimte worden 64 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal biedt het plan ruimte voor 436 fietsen. Hiermee wordt voldaan aan de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. Ook zal voldaan worden aan Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.

40

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.

Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

Beoordeling plan Het projectgebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend' in een groenarm gebied. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden:

Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Dit plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

41

Uitsnede kaart Groebeleidsplan 2017 (plangebied in 'Stad, rood beeldbepalend')

Beleidsregel groencompensatie Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie (Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.

De gemeentelijk norm van 8 m2 toegevoegd groen per woning wordt ruim gehaald. Voor de 95 woningen zou de groennorm uitkomen op ca. 760 m2.

Het huidige openbare groen blijft gehandhaafd (en onveranderd). Extra collectief groen wordt gerealiseerd rondom de nieuwe woningen. Zoals in hoofdstuk 2 is toegelicht zullen de nieuwe woningen worden voorzien van een achtertuin danwel een veranda. De gronden rondom de veranda of achtertuin worden ingericht als collectief groen. In de huidige situatie zijn de gronden rondom de woningen in gebruik als privétuin. Deze wijziging van het gebruik van deze gronden zorgt voor een enorme stijging van het collectief groen in het plangebied, namelijk circa 11.000 m². Hiermee wordt beoogd een groene leefomgeving te creëren waarvan de gebruikers (de bewoners) collectief gebruik kunnen maken. Daarbij worden de bestaande groene kwaliteiten van het plangebied zo veel mogelijk behouden. Zo worden de bestaande bomen zo veel mogelijk behouden en worden de groene hagen ook zo veel mogelijk behouden (dan wel her-aangeplant na de bouwfase).

In bijlage 4 bij de toelichting is het groenplan nader beschreven en in bijlage 5 is de groenvisie opgenomen.

42

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021 Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.

Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

43

Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.

Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Beoordeling plan Binnen en rondom het plangebied zijn bomen gesitueerd. Om deze bomen goed in het toekomstig ontwerp te kunnen implementeren en om de kwaliteit van het huidige bomenbestand te onderzoeken is een bomen effect analyse (BEA) uitgevoerd. De rapportage van deze beoordeling is als bijlage 6 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen resultaten en conclusies.

Kwaliteit van het bomenbestand In totaal zijn er van de 203 bomen in het plangebied 168 geïnventariseerd. 35 bomen konden niet worden geïnventariseerd door de afwezigheid van de bewoners. Deze bomen worden nog geïnventariseerd waarna de BEA zal worden aangevuld. De kwaliteit van het geïnventariseerde bomenbestand is over het algemeen redelijk tot goed. In de tuinen staan veelal coniferen en bomen van de eerste grootte. Het gemeentelijk bomenbestand bestaat overwegend uit bomen van de eerste grootte. Alle bomen staan in ruime (deels) onverharde groeiplaatsen waarin ze uit kunnen groeien tot gezonde volwassen exemplaren. Elf bomen zijn van matige kwaliteit en twee bomen van slechte kwaliteit. De meeste bomen ondervinden voornamelijk concurrentie van nevenbomen waartegen ze het afleggen. Ernstige gebreken die de kwaliteit van de boom aantasten zijn niet aanwezig. Duurzaam behoud van deze bomen is op basis van standplaats met bijhorende concurrentie niet mogelijk.

Effect van geplande werkzaamheden Met uitzondering van de matige en slechte bomen zijn alle bomen in het plangebied duurzaam te behouden, mits de definitieve bouwvlakken worden gesitueerd buiten de kwetsbare boomzones én mits er wordt gewerkt volgens een aantal randvoorwaarden. De vraag is echter of duurzaam behoud van met name de particuliere bomen in alle gevallen wenselijk is. Vaak zijn exotische bomen toegepast. Met name het grote aandeel coniferen draagt maar beperkt bij aan de biodiversiteit. Echter in combinatie met de inheemse bomen die tezamen een 'groene corridor' vormen aan beide zijden van het projectgebied zijn ze het behouden waard. Het is raadzaam om te onderzoeken of het mogelijk is om bij de herontwikkeling meer toe te spitsen op het versterken van de 'groene corridor' en gemeenschappelijk groen centraal in het plangebied, waarin sociale cohesie en ontmoeting centraal staan. In deze gemeenschappelijke groene zones is meer ruimte voor grotere groene clusters met meer opties voor klimaatadaptatie en meer ruimte voor ecologische diversiteit. In de rapportage is ook nog advies gegeven die bij de verdere planvorming in acht wordt genomen. 44

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

Monetaire boomwaarde De totale monetaire boomwaarde van de 168 geïnventariseerde bomen samen bedraagt € 448.634,01 (excl. btw). De bomen die door het ontwerp en de werkzaamheden niet duurzaam te behouden zijn dienen via 'Nadere regels voor compensatie Verordening Bomen 2021' van de gemeente Eindhoven gecompenseerd te worden.

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

3.10

Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning

3.10.1

Windhinder

Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft.

De toekomstige situatie voorziet in gelijksoortige bouwhoogten, namelijk 2 bouwlagen. Om deze reden is het in het kader van een zorgvuldige afweging niet nodig om nader in te gaan op windhinder 3.10.2

Privaatrechtelijke belemmeringen

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het planvoornemen binnen de planperiode niet aannemelijk is.

Met het planvoornemen is geen sprake van privaatrechtelijke belemmering. Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk privaatrechtelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. 3.10.3

Bezonning

Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning.

Beleidsregels voor bezonning woningen Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

45

Toetsing plan Als gevolg van de realisatie van de woningen ontstaat ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden niet meer schaduwhinder, omdat de bestaande bouwhoogtes behouden worden.

46

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.

In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen;

Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten.

In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 1) een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2) een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of 3) een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer (categorie D.11).

Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 95 grondgebonden woningen op de locatie waar in de huidige situatie 50 grondgebonden woningen aanwezig zijn. Zes bestaande woningen blijven behouden en 44 woningen worden gesloopt. Het ruimtebeslag van vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

47

de voorziene bebouwing is daardoor beperkt en zelfs vergelijkbaar. Het plangebied ligt daarnaast in hoog stedelijk gebied. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. Het plangebied is goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt goed opgelost.

Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. Op basis hiervan, en op basis van de overige in dit Hoofdstuk 4 behandelde milieu- en omgevingsaspecten, kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de beoogde ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.2

Beoordeling plan

Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 95 woningen op de locatie waar in de huidige situatie reeds 50 woningen aanwezig zijn. Het plangebied kent dan ook een woonbestemming, zoals in paragraaf 1.3 is toegelicht. In die zin heeft het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen rol van betekenis, omdat de functie van het plangebied niet wijzigt. De bestaande niet-woonfuncties zijn in de huidige situatie reeds omgeven door woonfuncties. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is in het navolgende alsnog een toets gedaan. 48

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

De omliggende gronden zijn voornamelijk voorzien van een woonbestemming en met woningen bebouwd. Om deze reden is voor het grootste gedeelte sprake van een 'rustige woonwijk' en zijn in navolgende toets de originele richtafstanden toegepast. Dit geldt echter niet voor het noordelijke gedeelte van het plangebied. Dit gedeelte grenst aan de lintbebouwde Tongelresestraat met veel gemengde functies (zie ook navolgende afbeelding). Om deze reden is in de navolgende toets eerst ingegaan op dit gemengde gebied, waarbij is uitgegaan van de vermindering van één afstandsstap.

Uitsnede vigerende bestemmingsplannen (plangebied rood omlijnd) Gemengd gebied Tongelresestraat 404 Ten noordwesten van het plangebied is een perceel gelegen met de bestemming 'Gemengd' en functieaanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. In de achterliggende bedrijfshal is een klusbedrijf gevestigd die klussen uitvoeren op locatie. Gezien het feit dat het perceel een beperking kent waardoor maximaal milieucategorie 2 is toegestaan, kan worden geconcludeerd dat daarbij een richtafstand hoort van 10 meter (in 'gemengd gebied'). De afstand van de bestemming 'Gemengd' tot het plangebied is meer dan 10 meter, waardoor aan de richtafstand kan worden voldaan.

Tongelresestraat 430-432 Ten noorden van het plangebied is een perceel gelegen met de bestemming 'Kantoor'. Op dit adres is in de huidige situatie een voorlichtingsbedrijf gevestigd. Voor kantoren geldt de milieucategorie 1. Met inachtneming van 'gemengd gebied' geldt hiervoor een richtafstand van 0 meter. Hieraan kan worden voldaan. Tongelresestraat 446 Ten noorden van het plangebied is een perceel gelegen met de bestemming 'Bedrijf Verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'. Op dit adres is een tankstation (zonder LPG) gelegen. Voor tankstations in 'gemengd gebied' geldt de milieucategorie 2 en een richtafstand van 10 meter. Het plangebied is gesitueerd op meer dan 40 meter afstand, waardoor aan de vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

49

richtafstand kan worden voldaan. Rustenburgstraat 10-N01 Ten noorden van het plangebied is een nutsvoorziening gesitueerd. Deze nutsvoorziening is bestemd met de bestemming 'Bedrijf-Nutsvoorziening' en hiervoor geldt de milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter (in 'gemengd gebied'). Deze nutsvoorziening is gelegen op een afstand van circa 25 meter van de dichtstbijzijnde geprojecteerde woning. Aan de richtafstand kan worden voldaan. Tongelresestraat 446a - Rustenburgstraat 10 Ten noorden van het plangebied is een perceel gelegen met de bestemming 'Bedrijf'. Er is ter plaatse een winkel gevestigd voor kozijnen, overkappingen en dergelijken. De bestemming laat bedrijven toe tot en met milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter (in 'gemengd gebied'). Het plangebied is gesitueerd op meer dan 10 meter afstand. waardoor aan de richtafstand kan worden voldaan. Rustige woonwijk

Paul Krügerlaan 6 Ten zuiden van het plangebied is een buurthuis gevestigd. Het buurthuis kent de bestemming 'Maatschappelijk'. Voor buurt- en clubhuizen geldt de milieucategorie 2 en een richtafstand van 30 meter (voor het hinderaspect geluid). Aan deze richtafstand kan niet worden voldaan, gezien het feit dat het plangebied grenst aan dit buurthuis. Het betreft een reeds bestaande situatie die in de toekomst planologisch niet wijzigt, omdat met dit bestemmingsplan zowel de bestemming 'Maatschappelijk' als de bestemming 'Wonen' ongewijzigd blijven. Ook blijft het bouwvlak op dezelfde afstand geprojecteerd van het buurthuis. Er zijn geen gevallen bekend van geluidsoverlast. Vanwege deze omstandigheden kunnen beide bestaande functies in de toekomst voortbestaan en zijn aanvullende maatregelen niet nodig. Jan van Riebeecklaan 70-78 In dit pand (3 adressen) zijn op de begane grond gemengde functies toegestaan. In de huidige situatie is er een kapsalons, een bezorgrestaurant, een schoonheidssalon en een cafetaria gevestigd. Hiervoor geldt de milieucategorie 1 (richtafstand van 10 meter). Er is volgens het bestemmingsplan een maximale milieucategorie 2 toegestaan, waardoor er maximaal een richtafstand geldt van 30 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 50 meter, waardoor aan de richtafstand kan worden voldaan.

Generaal Bothastraat 3 Op dit adres is een muziekwinkel gevestigd. Voor detailhandel geldt de milieucategorie 1. Er is volgens het bestemmingsplan een maximale milieucategorie 2 toegestaan, waardoor er maximaal een richtafstand geldt van 30 meter. De afstand tot het plangebied bedraagt meer dan 40 meter, waardoor aan de richtafstand kan worden voldaan. Voor het overige zijn er geen ruimtelijk relevante niet-woonfuncties aanwezig. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de richtafstanden wordt voldaan, waardoor enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds worden niet-woonfuncties niet in de bedrijfsvoering 50

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

belemmerd.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken.

De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.

Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. Om deze reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de resultaten en conclusies. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Tongelresestraat. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen.

Voor de gezoneerde weg Tongelresestraat geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt.

Voor de 30 km/uur wegen Generaal Bothastraat, Jan van Riebeecklaan, Paul Krugerlaan en Tafelberglaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Voor de 30 km/uur wegen Rustenburgstraat en Veldmaarschalk Smutsstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de richtwaarde met respectievelijk maximaal 1 en 2 dB overschrijdt. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn.

Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. In de rapportage is voorts ingegaan op het gemeentelijk geluidbeleid. vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

51

4.3.3

Railverkeerslawaai

Voor spoorweglawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de spoorlijn Eindhoven Geldrop. In het kader van een goed woon- en leefklimaat is tevens de geluidbelasting ten gevolge van de spoorlijn Eindhoven – Geldrop inzichtelijk gemaakt.

Voor de spoorlijnen Eindhoven – Helmond en Eindhoven - Geldrop geldt dat de voorkeursgrenswaarde voor spoorweglawaai van 55 dB nergens wordt overschreden. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van spoorweglawaai niet aan de orde.

4.3.4

Industrielawaai

Het plangebied ligt niet in de geluidzone van een industrieterrein. Het aspect industrielawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het projectgebied ligt op hemelsbreed op ruim 9 kilometer van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het projectgebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor dit bestemmingsplan.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

52

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen.

Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

53

wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het planvoornemen ziet op de realisatie van maximaal 100 woningen. Op basis hiervan kan worden gesteld, voor zover daarvan al sprake is, dat deze ontwikkeling 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het project mag dan ook zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Aangezien woningen in de zin het Besluit gevoelige bestemmingen niet als een gevoelige bestemming worden gezien, hoeft niet aan dit besluit getoetst te worden.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied bepaald met de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Met behulp van de monitoringstool kan inzicht worden gekregen in de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wet milieubeheer. Uit de monitoringstool volgt dat ter hoogte van de Jeroen Boschlaan-Tongelresestraat zowel in de huidige situatie als voor 2030 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 onder de grenswaarden van 35 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden.

Uit de monitoringstool blijkt dat de optredende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied ruim onder de in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2) gestelde grenswaarden liggen. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan ten aanzien van luchtkwaliteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. 4.4.6

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

54

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord in een beknopte verantwoording. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico.

Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'.

Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

55

Uitsnede risicokaart (plangebied rood omlijnd) 4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de spoorlijnen Eindhoven – Weert en Eindhoven – Venlo vanwege het transport van de stofcategorieën A (brandbaar gas), B2 (toxisch gas) en D3 (toxische vloeistof). Het plangebied is tevens gelegen binnen een afstand van 200 meter vanaf de spoorlijn Eindhoven – Weert. Voor deze spoorlijn is daarom een groepsrisicoberekening uitgevoerd. Deze berekening is als bijlage 8 toegevoegd bij deze toelichting. Verder is het plangebied buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de spoorlijn gelegen en niet binnen een plasbrandaandachtsgebied.

Het groepsrisico is berekend in het rekenpakket RBM II versie 2.3. Het groepsrisico inclusief het beoogde planvoornemen blijft gelijk aan de huidige situatie. Het groepsrisico bedraagt 0,074 maal de oriëntatiewaarde.

Volgens artikel 7 van het Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes) moet bij elk plan binnen het invloedsgebied van een transportroute in elk geval een beperkte verantwoording worden uitgevoerd. Wanneer het plan binnen 200 meter van de transportas ligt moet een uitgebreide verantwoording worden uitgevoerd, tenzij het groepsrisico lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde of wanneer het groepsrisico ligt tussen 0,1 en 1 maal de oriëntatiewaarde en de toename van het groepsrisico minder is dan 10%.

In dit geval ligt het groepsrisico lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en neemt het groepsrisico niet toe. Er kan dus worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Deze verantwoording is opgenomen in hoofdstuk 5 van de bijbehorende Groepsrisicoberekening, bijlage 8.

56

vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

4.5.3

Beoordeling plan

Met de realisatie van onderhavig plan zal de populatiedichtheid in de dag- en nachtperiode toenemen. De beoogde woningen liggen echter niet binnen een invloedsgebied of plaatsgebonden risicocontour van een buisleiding, een inrichting of transportroute. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. De gemeenteraad heeft in het Klimaatplan 2021-2025 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt.

1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2021-2025 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is.

1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk. Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. vastgesteld IV Tongelre buiten de Ring 2019 (Rustenburgstraat) Gemeente Eindhoven

57

1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz.

1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.

2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken.

2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen.

2B) geen afval In 2030 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval.

2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13749061/4