CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Bestemmingsplan Kapelbeemd GDC-Zuid 2021

Raadsvergadering 4 april 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling ex artikel 6:19 Awb bestemmingsplan ‘Kapelbeemd GDC Zuid 2021’30.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bijzondere initiatieven In de toekomst kunnen en zullen zich kansen voordoen waarbij een nieuw (on brand) initiatief (Technologie, Design of Kennis), naar aard, reikwijdte en schaal, passend bij de ambities van Brainport Eindhoven zich wil vestigen op een locatie die daarvoor niet bestemd is. Een ondergeschikte vorm van detailhandel kan hier deel van uitmaken en valt dan ook buiten de daarvoor aangewezen locaties in de detailhandelsstructuur, zoals vastgelegd in deze nota. Het voorbeeld bij uitstek is Piet Hein Eek op Strijp R. In de detailhandelsnota zijn voorwaarden opgenomen waaronder dergelijke initiatieven kunnen worden toegestaan. Positie en perspectief per stadsdeel In de detailhandelsnota 'Wie kiest, wordt gekozen' is per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Voor dit bestemmingsplan speelt dat geen rol omdat hierin geen winkelcentrum genoemd wordt. Plangebied Onderhavig actualisatieplan richt zich op het vastleggen van de bestaande en vergunde situatie en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.

Conform de vigerende bestemmingsplannen is de volgende detailhandel toegestaan: productiegebonden detailhandel deel uitmakende van bedrijven, met uitzondering van detailhandel in voedings – en genotmiddelen; detailhandel in volumineuze goederen, alleen toegestaan binnen een deel van Bedrijventerrein - 1 (de strook ten zuiden van de Steenoven en de locaties aan de Boschdijk). Dit komt overeen met het gemeentelijk detailhandelsbeleid op bedrijventerreinen.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

59

3.10

Bedrijvigheid

Eindhoven is het kloppend hart van de Brainport regio Eindhoven. We leveren met onze bedrijventerreinen een groot aandeel in de totale werkgelegenheid van de regio. De bedrijventerreinen GDC (Noord en Zuid) en Kapelbeemd dragen bij aan deze werkgelegenheid en leveren direct banen op voor Eindhoven en de regio. Eindhoven zet zich in om deze bedrijventerreinen te behouden en te versterken. Daarvoor heeft de gemeente onder meer op 15 maart 2016 de Bedrijventerreinnennota met de ondertitel "Aan de slag voor waardevolle locaties" vastgesteld. Deze is gepubliceerd op 2 november 2016. Met deze nota wordt richting gegeven aan het beleid voor en de ontwikkelingsrichting van de bedrijventerreinen. De nota heeft betrekking op de 16 grootste (>5 ha) bedrijventerreinen van Eindhoven, inclusief campussen. De helft van de werkgelegenheid in Eindhoven en de regio hangt samen met deze 16 bedrijventerreinen. Daarmee zijn de terreinen een heel belangrijke pijler onder Brainport, de tweede economische motor van Nederland en een van de meest prominente hightech centra van Europa. Veel Brainport (gerelateerde) bedrijvigheid en economische clusters zijn op deze bedrijventerreinen - en die in de regio - gevestigd. Doel van de nota is de grote waarde die de terreinen hebben naar de toekomst toe te borgen en verder te vergroten.

Dit in het belang van het functioneren van de bedrijven en de welvaart en het welzijn van de inwoners in Eindhoven en Brainport. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het brede palet aan economische activiteiten en daarmee samenhangende wensen en eisen die aan de bedrijventerreinen in Eindhoven worden gesteld. Het plangebied In de nota worden de bedrijventerreinen van Eindhoven verdeeld in vier typen terreinen. Onderhavig plangebied is aangewezen als Modern-gemengd.

Modern gemengd kenmerkt zich door moderner en hoogwaardiger vastgoed en een verzorgde openbare ruimte. Deze bedrijventerreinen functioneren doorgaans goed en kennen over het algemeen een lager leegstandspercentage. Het zijn gewilde locaties vanwege de 60

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

goede ligging en bereikbaarheid. Er vestigen zich veel industriële-, maak-, bouw- en groothandelsbedrijven. Verkleuring Op een aantal bedrijventerreinen neemt de groei van andere functies toe, ook wel ‘verkleuring’ genoemd. Denk hierbij aan vestiging van sportscholen, detailhandel en (kamer)bewoning. Dit is vooral waarneembaar op binnenstedelijke terreinen. Daarnaast vindt met name op de modernere bedrijventerreinen een toename van kantoorachtige bedrijvigheid (herprofilering) vindt plaats. De terreinen krijgen hierdoor een andere uitstraling, maar ook nieuw toekomstperspectief. Verkleuring kan de waarde van de bedrijventerreinen vergroten. Tegelijkertijd kan verkleuring bedrijventerreinen beperken in hun functionaliteit voor de oorspronkelijke bedrijvigheid. Verkleuring moet dus zorgvuldig plaatsvinden, passend bij de desbetreffende locatie. De huidige bestemmingsplannen zijn nog veelal gebaseerd op de ‘oude fabrieksbedrijvigheid’ en behoeven mogelijk actualisatie. In onderstaande tabel staat per type bedrijventerrein de huidige eerste strategie en te volgen lijn. In het vervolg op de bedrijventerreinennota worden deze richtingen / strategieën uitgewerkt. Onderhavig actualisatieplan richt zich op het vastleggen van de bestaande/vergunde situatie en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

61

3.11

Kantoren

De Kantorenstrategie 2012-2020 (vastgesteld op 26 juni 2012) is verschenen midden in de financiële crisis van 2008 tot circa 2014. Deze crisis liet onder andere zijn sporen na op de nationale vastgoedmarkt. De kantorenmarkt kende toen vrijwel overal een hoog leegstandscijfer, zo ook in Eindhoven. Vandaar dat toen een gemeentelijk kantorenbeleid is ontwikkeld dat zich niet alleen richt op het voeren van regie op de nieuwbouw kantorenmarkt. Juist op de bestaande markt zijn maatregelen geïntroduceerd om deze gezonder te maken. Dat vraagt enerzijds om een positieve en actieve grondhouding van gebouweigenaren. Anderzijds is er vaak nog een (andere) vastgoedpartij nodig die op creatieve wijze met de leegstand aan de slag wil gaan. De gemeente Eindhoven speelt daarbij vooral een stimulerende en faciliterende rol. De Eindhovense werkwijze is toentertijd afgestemd met de andere 'kantoorgemeenten' in de stedelijke regio. Dit is vastgelegd in een 'Regionale programmering kantoorlocaties' d.d. november 2013. Op de bestaande kantorenmarkt ligt de focus op het goed op elkaar afstemmen van vraag en aanbod op de Eindhovense kantorenmarkt in kwantitatieve én kwalitatieve zin. Op die manier ontstaat een goede balans met toekomstbestendige locaties die bijdragen aan de realisatie van de Brainport-ambities van stad en regio.

Binnen Eindhoven worden drie afzonderlijke nieuwbouw kantorenmilieus onderscheiden, te weten Stationsgebied, Strijp-S en Flight Forum. Deze verschillende kantorenmilieus voorzien in een specifieke en onderscheidende behoefte. Het is belangrijk om deze onderscheidende kwaliteiten de komende jaren verder uit te bouwen. Het is daarnaast belangrijk dat ongebreidelde groei van de kantorenvoorraad, door toevoeging van niet duurzame / toekomstbestendige nieuwbouw, wordt voorkomen. Kantoorgebruikers die op zoek zijn naar nieuwe huisvesting worden daarom zoveel mogelijk bediend op de bestaande kantorenmarkt. Nieuwbouw van kantoren op geprioriteerde locaties en door middel van toekomstbestendige gebouwen is alleen met inachtneming van hiervoor genoemde uitgangspunten mogelijk. De gemeente Eindhoven werkt, uiteraard passend binnen wet- en regelgeving, mee aan de transformatie van leegstaande kantoren op het moment dat het een 'kansarm' gebouw betreft. We spreken van 'kansarm' op het moment dat de kans dat het gebouw nog als kantoor verhuurd kan worden, niet groot is. Op die manier draagt het beleid bij aan een gezonde, Eindhovense kantorenmarkt. Geen van bovenstaande prioritaire gebieden is gelegen binnen het plangebied van onderhavig bestemmingsplan.

Binnen het plangebied zijn dus geen nieuwe kantoorontwikkelingen toegestaan, met uitzondering van aan de bedrijfsactiviteiten ondergeschikte en daarmee samenhangende kantoorruimte. Dit was reeds toegestaan in de vigerende bestemmingsplannen.

3.12

Kabels, leidingen en straalpaden

In het plangebied van Bedrijventerrein Kapelbeemd ligt aan de westzijde, parallel aan de spoorlijn, een bovengrondse hoogspanningsleiding. Voor de leiding met bijbehorende zone is de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding opgenomen. Parallel aan de Mispelhoefstraat ligt de hogedruk aardgastransportleiding Z-506-01. Parallel aan de spoorlijn Eindhoven-'s-Hertogenbosch/Tilburg ligt de hogedruk gasleiding Z-519-01, waarvan een vertakking haaks op de spoorlijn door het midden van het plangebied loopt. Voor deze leidingen met bijbehorende zone is de dubbelbestemming Leiding - Gas opgenomen.

62

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. 4.1.2

Conclusie

Dit bestemmingsplan richt zich op het vastleggen van de bestaande situatie en van de functionele en ruimtelijke structuur. Er worden met onderhavig bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Gelet op het bovenstaande zijn is er geen reden voor het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordelingsplicht.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

63

4.2.1

Staat van bedrijfsactiviteiten

De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd in de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze staat is gebaseerd op bovengenoemde VNG - brochure. In deze staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieuemissies. Op grond van deze staat wordt een beleidsmatige selectie gemaakt van die bedrijfsactiviteiten die in het plangebied worden toegestaan. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q.

bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Plangebied Voor dit bestemmingsplan is de staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG aangepast. Bedrijven die in het algemeen vanwege de aard van de activiteiten niet passend zijn op een bedrijventerrein, zijn niet in de staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen (denk bijvoorbeeld aan bioscopen, dierentuinen, sporthallen, kantoren, etc.). Daarnaast worden bedrijven die gezien hun aard en activiteiten niet in onderhavig plangebied thuishoren en/of voor kunnen komen, uitgesloten. Vervolgens is een selectie gemaakt van de bedrijven behorende tot de voor het plangebied, al dan niet met ontheffing, toegelaten milieucategorie. De milieucategorisering in voorliggend bestemmingsplan is opgenomen conform de vigerende bestemmingsplannen.

Hierbij is een inventarisatie gedaan naar de bestaande milieucategorieën waar eventuele afwijkingen zijn ten opzichte van het vigerend bestemmingsplan naar voren zijn gekomen. Indien deze vergund zijn, zijn deze meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Er zijn in voorliggend bestemmingsplan twee bedrijventerrein bestemmingen opgenomen: Bedrijventerrein - 1 voor Kapelbeemd en Bedrijventerrein - 2 voor GDC-Zuid. Bij GDC-Zuid gaat het om bedrijven met een kavelgrootte van minimaal 1.000 m² en waarvan de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel bestaat uit overslag, groupage, distributie en assemblage van goederen, niet zijnde afvalstoffen. Afhankelijk van de betreffende aanduiding zijn binnen het plangebied bedrijven toegestaan 64

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

behorend tot de milieucategorieën 2 tot en met 4.2 of bedrijven die qua milieubelasting daarmee gelijk gesteld kunnen worden. Milieucategorie 1 en soms milieucategorie 2 (afhankelijk van de aanduiding) zijn niet wenselijk op een bedrijventerrein. Om deze reden zijn alleen bestaande bedrijven in deze milieucategorieën toegestaan. Deze zijn aangeduid. Binnen het plangebied ligt 1 bedrijf in milieucategorie 5.1: Lindegas Therapeutics Benelux B.V. aan De Keten 7. Dit betreft een bedrijf in de vervaardiging van industriële gassen. Dit bedrijf heeft een specifieke aanduiding gekregen. Bedrijven die niet op de bedrijvenlijst zijn vermeld, maar die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de bijgevoegde lijst van bedrijfsactiviteiten, kunnen via een afwijkingsprocedure worden toegestaan.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming.

Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen. 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Het plan ligt in de zone van diverse wegen zoals de A2, de N2, de Boschdijk, de Oirschotsedijk, de Mispelhoefstraat, de Anthony Fokkerweg en diverse wegen binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet niet in de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zodat geen nader akoestisch onderzoek naar de hoogte van de geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeerslawaai noodzakelijk is. Reconstructies van wegen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, die leiden tot een toename van de geluidbelasting met 2 dB of meer, worden niet toegestaan. 4.3.3

Railverkeerslawaai

Het plan ligt in de zone van de spoorlijn Eindhoven - 's-Hertogenbosch/Tilburg. Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet niet in de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zodat geen nader akoestisch onderzoek naar de hoogte van de geluidbelastingen ten gevolge van het railverkeerslawaai noodzakelijk is.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

65

4.3.4

Industrielawaai

De bedrijventerreinen Kapelbeemd en GDC-Zuid betreffen industrieterrein waar de vestiging van zogeheten grote lawaaimakers niet is toegestaan. Formeel hoeven deze terrein dan ook geen geluidzone te hebben, dit in tegenstelling tot terreinen waar wel grote lawaaimakers aanwezig mogen zijn. Voor elk bedrijf gelden afzonderlijke geluidvoorschriften, meestal ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen. Wanneer elk afzonderlijk bedrijf op elke woning een bepaalde geluidbelasting mag veroorzaken, betekent het dat die woningen door alle bedrijven samen een aanzienlijk hogere geluidbelasting kunnen ondervinden. Dit wordt de cumulatie van geluid genoemd. In de praktijk komt het er dus op neer dat woningen nabij een niet-gezoneerd industrieterrein minder goed beschermd zijn tegen geluid dan woningen nabij een gezoneerd industrieterrein. De gemeente kan op basis van de ruimte die de wet Geluidhinder biedt besluiten om een "vrijwillige gemeentelijke zone" voor industrieterreinen vast te leggen, bijvoorbeeld vanuit de wens om het akoestisch woon-/ leefklimaat rondom een industrieterrein te kunnen garanderen. Deze "gemeentelijke zone" dient dan in het bestemmingsplan te worden vastgelegd.

Middels vrijwillige zonering van de terreinen GDC-Zuid, GDC Noord en Kapelbeemd (zonebesluit 3 maart 2010) is beoogd geluidoverlast door de cumulatie van geluid voor omwonenden van deze industrieterreinen te voorkomen. De werkwijze is grotendeels hetzelfde als bij wettelijke zonering. Zo is er ook een zone vastgesteld en een zonebeheersplan opgesteld. De vrijwillige zonering heeft niet dezelfde rechtskracht als verplichte zonering. Het zonebesluit dient te worden doorvertaald in een bestemmingsplan. Wel kunnen er bij bestemmingsplan of bij zonebesluit voorwaarden en regels worden opgenomen die de zonering meer rechtskracht geven.

Begrenzing industrieterrein GDC Acht en Kapelbeemd

66

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Geluidcontour industrieterrein GDC Acht en Kapelbeemd

Het zonebesluit betreft het gebied binnen de groene lijn, maar buiten het industrieterrein. Op basis van het zonebesluit en zonebeheer wordt bepaald of bedrijven zich kunnen vestigen, dan wel welke geluidmaatregelen zij moeten treffen en worden bewoners beschermd tegen een maximaal toegestane geluidbelasting. Bewaking op het zonebesluit gebeurt door middel van een geluidbeheer- en bewakingsysteem. Daarbij wordt een administratie van bedrijven en bronnen bijgehouden. Bij iedere wijziging van bronnen en/of bedrijven op het industrieterrein, dan wel minimaal een maal per jaar wordt deze geactualiseerd. Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet niet in de uitbreiding van de bedrijven terreinen, zodat geen nader akoestisch onderzoek naar de hoogte van de geluidbelastingen ten gevolge van het industrielawaai noodzakelijk is.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

67

4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het plangebied ligt op enige afstand (circa 1,0 km) van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militaire luchthaven met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). De Wet luchtvaart regelt het gebruik van luchtvaartuigen en luchtvaartterreinen in Nederland. De wet voorziet in regels over besluitvorming en normen voor alle luchthavens. Op basis van deze wet is voor luchthaven Eindhoven een luchthavenbesluit vastgesteld. De Wet luchtvaart regelt onder andere dat grenswaarden moeten worden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Deze geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Kosteneenheden (Ke). De nadere regelgeving over de geluidsbelasting staat in het Besluit militaire luchthavens. De grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor het burgerluchtverkeer en voor het militaire luchtverkeer is in beginsel 35 Ke. Deze grenswaarde geldt voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen (art. 1 Besluit militaire luchthavens jo artikel 1.1 Bouwbesluit 2012) en voor standplaatsen en ligplaatsen. De ligging van de Ke contouren is opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven. In bijlage 7 is de 35 Ke contour voor het militaire luchtverkeer aangewezen en in bijlage 8 de contour van het commercieel burgerluchtverkeer. De cumulatieve Ke contouren staan in bijlage 3.

De 35 Ke contour is tevens in het Barro en Rarro verwerkt. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige objecten (woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, alsmede standplaatsen en ligplaatsen) toegestaan. De 35 Ke contour ligt over een gedeelte van het bedrijventerrein Kapelbeemd zoals te zien is in onderstaande figuur. Binnen de 35 Ke contour liggen geen geluidsgevoelige objecten. Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor onderhavig bestemmingsplan. De 35 Ke contour is opgenomen op de verbeelding.

Cumulatieve Ke-contouren luchthaven Eindhoven zoals opgenomen in het luchthavenbesluit Eindhoven (bijlage 3).

68

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Hoofdstuk 5 (met name onder titel 5.2) van de Wet milieubeheer bevat bepalingen over luchtkwaliteit. Dit hoofdstuk voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit gebeurt zodanig dat voldaan wordt aan de daartoe gestelde normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Hierdoor kunnen ruimtelijke ontwikkelingen doorgang vinden, terwijl ondertussen maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Sinds 1 januari 2015 moet voldaan worden aan de Europese grenswaarden: voor stikstofdioxide (NO2) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3, voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde van 40 microgram/m3 en een daggemiddelde van 50 microgram/m3. Het daggemiddelde mag jaarlijks maximaal 35 keer worden overschreden. Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellings-concentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex. 4.4.2

Besluit niet in betekenende mate bijdragen

In artikel 4 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn voor bepaalde categorieën projecten grenzen vastgesteld. Op grond daarvan kan worden gesteld dat deze een 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) leveren aan de luchtverontreiniging. Deze projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor: woningbouwlocaties die niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 1 ontsluitingsweg; woningbouwlocaties die niet meer dan 3000 nieuwe woningen omvatten in de situatie met 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; kantoorlocaties die niet meer dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 1 ontsluitingsweg en kantoorlocaties die niet meer dan 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte omvatten bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit, dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden en moet worden getoetst aan de normen. Samengevat Kort samengevat dienen nieuwe plannen te worden beoordeeld op basis van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen mits: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

69

4.4.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Met deze Algemene Maatregel van Bestuur wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Het besluit is gericht op de bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor stikstofdioxide en fijnstof. Het gaat met name om kinderen, ouderen en zieken. Het besluit voorziet in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is als een 'gevoelige bestemmingen' wordt mogelijk gemaakt. Voor rijkswegen geldt een zone van 300 meter aan weerszijden en langs provinciale wegen 50 meter, gemeten vanaf de rand van de weg. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als 'gevoelige bestemming': scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties niet als gevoelige bestemming gezien.

In aanvulling op het Besluit gevoelige bestemmingen is er een Brabantse “Handreiking gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit” opgesteld (maar in Eindhoven (nog) niet vastgesteld). Deze Handreiking heeft als uitgangspunt geheel nieuwe bestemmingen voor kinderen en ouderen (conform de AmvB gevoelige bestemmingen) niet te situeren binnen 50 meter van de wegrand van drukke gemeentelijke wegen (als eerstelijns bebouwing) of binnen 300 meter van snelwegen, ongeacht de berekende concentraties. 4.4.4

Goede ruimtelijke ordening

Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. In het algemeen is het verstandig om terughoudend te zijn met de vestiging van gevoelige bestemmingen nabij drukke (snel)wegen. De Gezondheidsraad concludeert niet voor niets dat ook bij concentraties beneden de grenswaarden gezondheidsschade kan optreden. 4.4.5

Planbeschrijving en toetsing

Het bestemmingsplan is conserverend van aard en voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor kan gesteld worden dat er geen sprake is van een “in betekende mate “ project zodat het bestemmingsplan niet zal leiden tot overschrijding van de luchtkwaliteitseisen. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit plan.

70

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Hierbij wordt ook een beschrijving gegeven van het wettelijk kader op gebied van externe veiligheid. Tot slot wordt het groepsrisico verantwoord. 4.5.1

Wettelijk kader

Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt; april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2011). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen van kracht geworden. Dit Basisnet geeft aan over welke routes (spoor, water en weg) gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkeling.

4.5.2

Gemeentelijk beleid: Visie Externe Veiligheid

De gemeenteraad van Eindhoven heeft de visie Externe Veiligheid 'Risico's de maat genomen'. vastgesteld Met deze visie wordt richting en uitwerking gegeven aan een verantwoorde veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidsverhogende condities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven op welke locaties in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd.

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

71

De beleidsvisie is opgebouwd aan de hand van een aantal gebiedsgerichte risicoprofielen. Daarin zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid voorwaarden opgenomen. Het plangebied GDC-Zuid/Kapelbeemd ligt binnen gebiedsgerichte risicoprofiel A 'Bedrijventerrein'. Behoudens de randen rondom de Kapelbeemd, deze vallen onder risicoprofiel C. Aan dit risicoprofiel A stelt de visie van het oogpunt van externe veiligheid de volgende voorwaarden: 4. Risicovolle bedrijven zijn aanwezig; 5. Bestemmingsplan staat uitbreiding en nieuwe risicovolle bedrijven toe; 6. Nieuwe risicovolle activiteiten gecontroleerd mogelijk maken indien ontwikkeling ook vanuit zelfredzaamheid en hulpverlening aanvaardbaar is; 7. Milieu-beschermingsniveau bij bedrijven moet conform landelijke wetgeving voldoen aan BBT (Best Beschikbare Technieken)/ VBS; 8. Zelfredzaamheid en beheersbaarheid worden op peil gebracht en restrisico's worden acceptabel bevonden; 9. Perceelsoverschrijdende bestaande risicocontouren PR-10-6/jaar krimpen tot binnen perceelsgrens en binnen deze contouren geen kwetsbare objecten; 10. Geen nieuwe en geen uitbreiding van bestaande perceelsoverschrijdende risicocontouren PR-10-6/jaar. Bij risicoprofiel C geldt dat er geen risicovolle bedrijven aanwezig zijn en ook niet mogen vestigen.

4.5.3

Plangebied

Binnen en in de omgeving van het plangebied liggen verschillende risicobronnen, zoals weergegeven in onderstaande figuur.

72

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen 200 meter van het spoor en de weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarnaast ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van viertal aardgasbuisleidingen. Ook ligt het plangebied in het invloedsgebied van verschillende risicovolle inrichtingen.

Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor Direct nabij het plangebied ligt de spoorweg route 12, Tilburg-Eindhoven (spoordelen AP, AR en AS). Over dit traject worden ook gevaarlijke stoffen getransporteerd. In de Regeling basisnet zijn vervoerscijfers opgenomen waarmee risicoberekeningen moeten worden uitgevoerd. Dit traject heeft plaatsgebonden risico van 1 meter (spoordeel AP en AR) en 6 meter (spoordeel AS) en plasbrandaandachtsgebied van 30 meter volgens de regeling Basisnet. Volgens het Bevt dient het groepsrisico te worden verantwoord indien een bestemmingsplan of omgevingsvergunning betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen 200 meter van een transportroute. De berekeningen voor de spoorweg is uitgevoerd op 28 april 2021 met het rekenprogramma RBM II. In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de berekeningen kenbaar gemaakt.

Het groepsrisico over de gehele route bedraagt 0,04* de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico over de totale route overschrijdt niet de oriëntatiewaarde. Daarnaast betreft het hier een conserverend bestemmingsplan, waardoor er dus ook geen sprake is van een stijging van het groepsrisico (van minimaal 10%). Conform artikel 8 lid 2 sub b Bevt kan een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de transport van gevaarlijke stoffen over het spoor hierdoor volstaan. Transport van gevaarlijke stoffen over de weg

Het plangebied ligt ook in het invloedsgebied van de snelweg A2/A58. Bedrijventerrein Kapelbeemd ligt in het invloedsgebied van het ten noorden gelegen wegvak B7, knooppunt Ekkersweijer A2/A58. Het bedrijventerrein GDC-Zuid ligt ook in het invloedsgebied van het ten westen gelegen wegvak B63 knooppunt Batadorp A2 t/m afrit 30 Eindhoven Centrum. Over beide wegvakken worden er gevaarlijke stoffen getransporteerd. In de Regeling basisnet zijn vervoerscijfers opgenomen waarmee risicoberekeningen moeten worden uitgevoerd. vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

73

Het wegvak B7 knooppunt Ekkersweijer A2/58 heeft geen plaatsgebonden risico volgens de regeling Basisnet en geen plasbrandaandachtsgebied. Het wegvak B63 knooppunt Batadorp A2 t/m afrit 30 Eindhoven Centrum heeft een plaatsgebonden risico van 21 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Volgens het Bevt dient het groepsrisico te worden verantwoord indien een bestemmingsplan of omgevingsvergunning betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen 200 meter van een transportroute. Het plangebied is gedeeltelijk gelegen beide wegvlakken. De berekeningen voor beide wegvlakken is uitgevoerd op 3 mei 2021 met het rekenprogramma RBM II.

Groepsrisico

Wegvak B7 Knooppunt Ekkersweijer A2/A58

In de huidige situatie bedraagt het groepsrisico over de totale route van dit wegvak 0,05* de oriënterende waarde. Het hoogtepunt van het groepsrisico ligt ten hoogte van Kapelbeemd en bedraagt ook 0,05* de oriënterende waarde.

Wegvak B63 Knooppunt Batadorp A2 t/m afrit 30 Eindhoven Centrum

74

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

In de huidige situatie bedraagt het groepsrisico over de totale route van dit wegvlak 0,48* de oriënterende waarde. Het hoogtepunt van het groepsrisico ligt ten hoogte van GDC-zuid en bedraag 0,48* de oriënterende waarde. Uit de berekening is gebleken dat het groepsrisico voor beide wegvlakken onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Het betreft hier een conserverend bestemmingsplan, waardoor er dus ook geen sprake is van een stijging van het groepsrisico (van minimaal 10%). Conform artikel 8 lid 2 sub b Bevt kan een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de transport van gevaarlijke stoffen over de weg hierdoor volstaan.

Buisleidingen Volgens het Bevb dient het groepsrisico te worden verantwoord indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Het plangebied is gelegen in het invloedsgebied van de volgende aardgasleidingen: - Z-519-01 - Z-519-05 - Z-519-06 - Z-506-01 Voor de buisleidingen geldt geen plaatsgebonden risico contour (10-6/jaar). Alle buisleidingen kennen een belemmeringstrook van 4 meter. Volgens het Bevb dient het groepsrisico te worden berekend en verantwoord indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Voor de berekeningen zijn de leidinggegevens aangeleverd door de Gasunie. Volgens de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) dient het groepsrisico voor de buisleiding te worden berekend met het rekenprogramma “Carola”. Op 28 april 2021 is de berekening voor alle relevante buisleidingen uitgevoerd.

Groepsrisico Z-519-01 De hoogte van het groepsrisico voor de buisleiding Z-519-01 is berekend op 0,01* de oriënterende waarde. vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

75

Uit de berekening is gebleken dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de buisleiding conform het Bevb kan hierdoor volstaan.

Z-519-05 De hoogte van het groepsrisico voor de buisleiding Z-519-05 is berekend op 0* de oriënterende waarde.

Er is dus geen sprake van een groepsrisico. Een verdere verantwoording blijft dan ook achterwege.

Z-519-06 De hoogte van het groepsrisico voor de buisleiding Z-519-06 is berekend op 0* de oriënterende waarde.

76

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Ook bij deze leiding is geen sprake van een groepsrisico. Een verdere verantwoording is voor deze buisleiding dan ook niet noodzakelijk.

Z-506-01 De hoogte van het groepsrisico voor de buisleiding Z-506-01 is berekend op 0,0012* de oriënterende waarde.

Uit de berekening is gebleken dat het groepsrisico bij alle relevante buisleidingen onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Het betreft hier een conserverend bestemmingsplan, waardoor er dus ook geen sprake is van een stijging van het groepsrisico (van minimaal 10%). Conform artikel 12 lid 3 Bevb kan een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de relevante buisleidingen hierdoor volstaan.

Inrichtingen Binnen het plangebied zijn verschillende risicovolle inrichtingen gevestigd.

Hauck Heat Treatment Eindhoven B.V. Binnen het plangebied is Hauck Heat Treatment Eindhoven B.V. gevestigd aan de Achtseweg-Noord 5. Binnen deze inrichting worden giftige gassen opgeslagen (chloor, koolmonoxide en ammoniak). Deze inrichting valt niet onder de werkingssfeer van het Bevi. Vanwege deze risicovolle activiteit kent de inrichting een invloedsgebied van 205 meter. Binnen dit invloedsgebied worden geen nieuwe kwetsbare gerealiseerd. Een verdere verantwoording zal dan ook buiten beschouwing worden gelaten. vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

77

Linde Gas Therapeutics Binnen het plangebied aan de Keten 7 en 8 is Linde Gas Therapeutics gevestigd. Het bedrijf houdt zich bezig met opslag, vullen, distributie en verkoop van gassen en gasmengsels in drukhouders voor medische en medicinale doeleinden. Dit is een BRZO-inrichting en Bevi-inrichting. Het invloedsgebied bedraagt 150 meter. Binnen dit invloedsgebied worden er geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd.

Op 2 maart 2012 is er een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd met het programma Safeti.

Uit de berekening is gebleken dat er geen sprake is van een groepsrisico. Conform artikel 12 lid 3 Bevi wordt er wettelijk advies gevraagd aan de Veiligheidsregio over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. DHL Express Aan de Achtseweg-Noord 20 is DHL Express gevestigd. Binnen deze inrichting wordt de activiteit 'Tijdelijke opslag gevaarlijke stoffen met een maximum van 30.000 kg in een vak' uitgevoerd. De inrichting valt niet onder de werkingssfeer van het Bevi. De activiteit kent een invloedsgebied van 846 meter, wat buiten de inrichtingsgrenzen rijkt. Het betreft hier een conserverend bestemmingsplan en er worden geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd. Een verdere verantwoording zal dan ook buiten beschouwing gelaten worden. Truckstop Acht Truckstop Acht B.V. is een LNG-tankstation gelegen aan het Schakelplein 30. Het LNG-tankstation wordt, conform het beleid dat is vastgelegd in de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations, beschouwd als een Bevi-inrichting. Deze installatie van 70 m³ heeft een plaatsgebonden risicocontour van 50 meter en een invloedsgebied van 277 meter. Binnen het invloedsgebied worden er geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd. Binnen de PR 10-06 contour bevindt zich geen bebouwing.

78

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Op 12 mei 2015 is middels het programma Safeti een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd. Bij deze analyse is een berekening gedaan van het groepsrisico.

Uit de berekening is gebleken dat het groepsrisico bij dit bedrijf onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Conform artikel 12 lid 3 Bevi wordt er wettelijk advies gevraagd aan de Veiligheidsregio over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.

Imperial Chemical Logistics Aangrenzend aan het bestemmingsplan is de inrichting Imperial Chemical Logistics aan de Achtsweg-Noord 13 gevestigd. Binnen de inrichting worden de activiteiten 'Tijdelijke opslag van gevaarlijke stoffen met een vergunde hoeveelheid van ca. 400.000 kg', 'Opslagtank met 900 liter ammoniak' en opslag van gasflessen met een waterinhoud van 102 kg zwavelwaterstof' uitgevoerd. Deze inrichting valt niet onder de werkingssfeer van de Bevi. Vanwege de risicovolle activiteiten kent de inrichting een invloedsgebied van 320 meter en kent een plaatsgebonden risicocontour van 20 meter. Het invloedsgebied reikt over de inrichtingsgrenzen. Binnen in het invloedsgebied worden geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd. Een verdere verantwoording zal dan ook buiten beschouwing worden gelaten. Gasdrukregel- meetstations Aan De Schakel 6 (Enexis) en aan de Achtseweg-Noord 5 liggen twee Gasdruk-regel en meetstations. Beide inrichtingen vallen niet onder de werkingssfeer van het Bevi. Er is geen PR 10-06 contour of een invloedsgebied waar rekening mee gehouden dient te worden.

Wel zijn er in het Activiteitenbesluit veiligheidsafstanden tot aan (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Met betrekking tot de opstelplaats van een gasdrukmeet- en regelstation ten opzichte van buiten de inrichting gelegen kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten, worden de in tabel 3.12 opgenomen afstanden in acht genomen (artikel 3.12 lid 6).

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

79

Het gasreduceerstation aan De Schakel 6 kent een doorzet 2500 m3/uur en het betreft een vrijstaand gebouw. De veiligheidsafstanden bedragen 10 meter tot kwetsbare objecten en 4 meter tot beperkt kwetsbare objecten. Het gasreduceerstation aan de Achtseweg-Noord 5 kent een doorzet 2540 m3/uur en het betreft een vrijstaand gebouw. De veiligheidsafstanden bedragen 10 meter tot kwetsbare objecten en 4 meter tot beperkt kwetsbare objecten. Voor beide stations geldt dat er binnen de vereiste veiligheidsafstanden geen (beperkt) kwetsbare objecten zijn gerealiseerd.

4.5.4

Verantwoording groepsrisico

Gezien de hoogte van het groepsrisico bij alle risicobronnen binnen dit plan, behoudens inrichtingen, wordt er een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Hierdoor wordt er tenminste ingegaan op de mogelijkheden voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid. Voor de inrichtingen geldt de volledige verantwoording.

Advies veiligheidsregio Ook is er wettelijk advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost (VRBZO). Dit advies is op 10 mei 2021 ontvangen. Conform artikel 9 van het Bevt, artikel 12 Bevb en artikel 13 Bevi dient advies te worden 80

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

gevraagd aan de Veiligheidsregio in verband met de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid. Op 13 april 2021 is er advies ontvangen. Het advies van de Veiligheidsregio luidt als volgt. - Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico's van de gevaarlijke stoffen; - Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe; - Op het bedrijventerrein Kapelbeemd is de bluswatercapaciteit voldoende, behalve rondom het spoortracé. Op het bedrijventerrein GDC-Zuid is de bluswatercapaciteit onvoldoende. Er wordt geadviseerd om in samenspraak met de Veiligheidsregio en de gemeente Eindhoven om te kijken naar de mogelijkheden om dit te verbeteren; Het advies is opgenomen in de verantwoording van het groepsrisico.

Hoogte groepsrisico en de dichtheid van personen In dit rapport zijn de hoogtes van het groepsrisico weergegeven (hoofdstuk 4) en de dichtheden van personen.

Bronmaatregelen Binnen de vergunning en bedrijfsvoering is best beschikbare technieken (BBT) toegepast. Mogelijkheden voor een lager groepsrisico Het betreft een conserverend plan, daarnaast zijn de terreinen al vol gebouwd. Er zijn geen mogelijkheden voor een lager groepsrisico.

De mogelijkheden voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid Beide bedrijventerreinen in dit plangebied zijn goed te bereiken. Verkeerskundig gezien is er sprake van een goede ontsluiting voor hulpdiensten. Bedrijventerrein Kapelbeemd is via de zuidkant bereikbaar vanuit het kerkdorp Acht en vanuit de oostkant is er een ontsluiting naar de Boschdijk. Voor het bedrijventerrein GDC-Zuid geldt dat deze bereikbaar is vanuit het noord via de Mispelhoefstraat en GDC-Noord, aan de westkant via de Oirschotsedijk en aan de zuidkant via de Anthony Fokkerweg. Verder dient het plan te voldoen aan de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. Volgens het advies van de Veiligheidsregio is de beheersbaarheid en de bestrijdbaarheid voor het conserverend bestemmingsplan Kapelbeemd voldoende, behalve voor het aanliggend spoortracé, wat een lastigere bereikbaarheid heeft door de aanwezigheid van een groenstrook en bijbehorende infrastructuur. Bluswatercapaciteit is rondom het tracé niet overal voorhanden en vraagt meer tijd om dit goed te onderzoeken wat de noodzakelijke (extra) voorzieningen zijn. In overleg tussen de gemeente en de Veiligheidsregio zal moeten worden bekeken welke mogelijkheden zijn om dit te verbeteren. Voor het conserverend bestemmingsplan GDC-Zuid geeft de Veiligheidsregio aan dat de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid onvoldoende is.

Bluswatercapaciteit is niet overal in het openbaar gebied (Achtseweg-Noord), inclusief het spoortracé, goed geborgd . In de huidige situatie zijn er grote complexen met diverse aard van functie en bedrijfsprocessen, welke ook een verschil laten zien in bouwjaar en in eigen (blus)voorzieningen. Recentelijk zijn er nieuwe aanvragen binnengekomen op gebied van energietransitie bij enkele inrichtingen (op- en overslag van grote hoeveelheden lithium Ion-batterijen) die vragen om een nieuwe kijk op incidentbestrijding bij deze inrichtingen. Daarnaast hebben diverse incidenten aangetoond in het plangebied dat bluswatercapaciteit vanuit de beleidsregels moeilijk is te realiseren. De Veiligheidsregio adviseert dat samen met de gemeente bekeken moet worden wat de vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

81

mogelijkheden zijn om de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid op dit bedrijventerrein te verbeteren.

De zelfredzaamheid Binnen het plan worden er geen nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor het vestigen van groepen verminderd zelfredzame personen. Om de zelfredzaamheid bij de huidige populatie ook nog te vergroten, kunnen verschillende maatregelen genomen worden: - het actief informeren van de werknemers over de aanwezige risico's en handelingsperspectieven. Hiermee wordt invulling gegeven aan het risicobewustzijn van de aanwezige personen. De informatie zorgt er daarnaast voor dat de gebruikers op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe ze moeten handelen. Dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. De VRBZO heeft hiervoor het document “handvatten risicocommunicatie” opgesteld. Deze kan als leidraad gebruikt worden. Daarnaast worden risico's en calamiteiten binnen Eindhoven gecommuniceerd via www.eindhoven.nl. Voor ruimtelijk ontwikkelingen vlakbij het spoor is voor het risico op een ongeval met het vervoer van gevaarlijke stoffen een risicocommunicatielijn ontwikkeld. De informatie hierover is te vinden via www.ophetjuistespoor.nl Op deze site staat onder andere uitgelegd hoe omwonenden van het spoor moeten handelen als zich een dergelijk incident voordoet. - Voor hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Dit kan met behulp van het zogenaamde waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS).

Het WASnetwerk is dekkend voor het plangebied. Het gebruik van WAS, aangevuld met het gebruik van NLAlert, kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt.

4.5.5

Conclusie

Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen voor onderhavig bestemmingsplan.

Voor de nadere onderbouwing van de externe veiligheid wordt verwezen naar het rapport externe veiligheid GDC Zuid / Kapelbeemd, opgesteld door de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant dat als bijlage 6 bij de toelichting is gevoegd.

4.6

Duurzaamheid

De ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn vastgelegd in het raadsprogramma Duurzaamheid. Een duurzame stad is een stad die rekening houdt met de behoeften van de huidige generatie zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Onderstaande tekst legt concreet uit wat we als stad willen en waar dat op gebaseerd is. 1. CO2 reductie Het klimaat verandert door de toegenomen uitstoot van CO2. Dat gaat sneller dan we gedacht hadden. De temperatuur op aarde neemt toe waardoor de weersomstandigheden extremer worden: meer hitte, meer droogte, hevigere neerslag, meer stormen enz. Om de gevolgen van de klimaatverandering beperkt te houden, moet de CO2 uitstoot drastisch dalen. Wereldwijd zijn eind 2015 afspraken gemaakt om te pogen het probleem van klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken: het klimaatakkoord van Parijs. Eindhoven onderschrijft dat akkoord door de in 2016 vastgestelde Klimaatverordening040. Hierin is vastgelegd dat de CO2 emissie van de stad teruggedrongen moet worden met 55% in 2030 en 95% in 2050. Referentiepunt daarbij is de emissie in het jaar 1990. In januari 2017 heeft de gemeenteraad in het 82

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

Klimaatplan 2016-2020 de doelstellingen van de klimaatverordening uitgewerkt. 1A) Aardgasloze verwarming Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot te realiseren is op termijn een volledig aardgasloze verwarming van de gebouwde omgeving noodzakelijk. We zetten daar als gemeente op in en dit is nadrukkelijk ook het Rijksbeleid. Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie in werking getreden. Te bouwen bouwwerken (in gewone taal: nieuwbouw) voor kleinverbruikers – woningen, winkels, kantoren – mogen niet langer worden aangesloten op aardgasnetten. Daarnaast streeft de gemeente er nadrukkelijk naar te voorkomen dat ALLE nieuwe ontwikkelingen nog op aardgas worden aangesloten. In het Klimaatplan 2016-2020 heeft de gemeenteraad vastgelegd dat 'zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat nieuwbouw nog wordt aangesloten op aardgas'. Het is voor bouwers en ontwikkelaars verstandig om zich te realiseren dat aardgas uitgefaseerd zal gaan worden en ook daar waar het nog niet wettelijk is bepaald nu al aardgasloos te bouwen of in ieder geval zodanig dat een alternatieve warmtevoorziening in de toekomst zonder grote ingrepen mogelijk is. 1B) Duurzame mobiliteit Om de vereiste 95% reductie in CO2 uitstoot in 2050 te bereiken, is een volledig CO2-emissievrije mobiliteit noodzakelijk.

Dit betekent dat op termijn voertuigen op fossiele brandstoffen (benzine, diesel en LPG) volledig zullen verdwijnen en vervangen zullen worden door emissievrije voertuigen (elektrisch, waterstof of anderszins). Naast emissievrije voertuigen, willen we ook minder voertuigen in het centrum van de stad om daarmee de leefbaarheid in onze groeiende stad overeind te houden. Dat betekent meer ruimte voor fietsen, wandelen smart mobility concepten, met een belangrijke rol voor autodelen, autonoom rijden en slimme openbaar vervoerconcepten. 1C) warmte- en energiebesparing Om tot een reductie van 95% CO2 uitstoot te komen in 2050 moeten we naast het dichtdraaien van de aardgaskraan, het overgaan op emissievrije mobiliteit en het zoveel mogelijk duurzaam opwekken, ook naar grote besparingen in energie en warmte. Dit kan door isolatie, mogelijkheden voor opslag, innovatieve technieken enz. 1D) duurzame energie opwekking Naast de reductie in CO2, willen we als stad ook graag in 2045 energieneutraal zijn. Dat betekent dat de hoeveelheid energie die we dan als stad gebruiken, bij voorkeur binnen de grenzen van stad of regio duurzaam opgewekt wordt. Om dit te realiseren is het noodzakelijk dat alle kansen voor duurzame opwekking genomen worden. Met name op gebied van zonne-energie zijn er kansen in Eindhoven.

2 Circulaire Economie Circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. We willen een afvalloze stad worden waar producten in gesloten technologische en biologische kringlopen gebruikt worden. (Grond)stoffen, materialen en producten die we gebruiken hebben geen negatieve effecten op mens en milieu, niet bij winning of productie, niet bij transport of gebruik en dus ook niet aan het einde van de levensduur. In ons plan van aanpak CE 2018-2020 hebben we de rijksambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben onderschreven net als de ambitie om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. 2A) duurzame materialen Materialen die in gesloten kringlopen steeds weer opnieuw gebruikt kunnen worden zonder schadelijke gevolgen voor mens of natuur, of die biologisch afbreekbaar zijn, zijn duurzame materialen. 2B) geen afval

vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven

83

In 2020 willen we 0% restafval hebben. In eerste instantie geldt deze ambitie voor het huishoudelijk afval maar uiteindelijk voor alle afval. 2C) flexibel en demontabel bouwen Om te voorkomen dat gebouwen afgebroken moeten worden, moet bij het ontwerp al rekening gehouden worden met de flexibiliteit en demonteerbaarheid van het gebouw. 2D) deeleconomie/ as a service concepten De deeleconomie biedt een nieuw model voor consumptie en bezit. In plaats van telkens nieuwe goederen aan te schaffen, kunnen we de spullen die we al bezitten delen en zo beter benutten. Betalen voor vervoer, verlichting, werkruimte enz. voorkomt dat we zelf voertuigen, lampen, stoelen enz. moeten bezitten. Door diensten als een service aan te bieden en niet als een product, kunnen ze efficiënter gebruikt worden en blijft de verantwoordelijkheid voor het (hergebruik van het) product bij de leverancier. 3) Natuur Eindhoven de groenste! Groene daken en gevels, biodiversiteit, klimaatadaptatie (het wordt steeds warmer en natter), stadslandbouw en aantrekkelijk groen voor recreatie, ontspanning en bewegen.

Hoe dragen nieuwe en herontwikkelingen in Eindhoven hieraan bij? Brengt het schade toe aan bestaande natuur of biedt het kansen voor toevoeging/uitbreiding? 3A) biodiversiteit Om biodiversiteit te behouden wordt op Europees niveau gewerkt aan een duurzaam ecologisch netwerk van grote natuurgebieden met goede verbindingen. Ook in Eindhoven willen we ecologische versnippering in onze stad tegen gaan. 3B) oppervlakte groen We willen geen verlies van groen in de openbare ruimte en daar waar mogelijk het groen versterken, ook op of aan onze gebouwen. 4. Sociale basisbehoeften The Natural Step neemt de 9 menselijke behoefte van Manfred Max Neef als uitgangspunt. Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor.

In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress. 4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. 4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen 84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12513870/2