Bijlage 2a - Bestemmingsplan Kapelbeemd GDC-Zuid 2021
Tekst van het document
Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed. Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. 3.5.3
Kamerverhuur en woningsplitsing
Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.
3.6
Archeologische en cultuurhistorische waarden
3.6.1
Archeologie
Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden 36
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012', dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise.
De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart
Toetsing plan aan de hand van de Archeologische waardenkaart en aan het gemeentelijk archeologiebeleid (2008)
Deelgebied Kapelbeemd Volgens de Archeologische waardenkaart c.q. beleidskaart is het deelgebied Kapelbeemd niet gekarteerd. Beleidsmatig geldt er hier geen onderzoeksplicht.
Deelgebied GDC-Zuid Binnen het deelgebied GDC-Zuid is het volgende van de Archeologische waardenkaart af te lezen: 1. Archeologisch onderzocht gebied & niet gekarteerd gebied. Beleidsmatig geldt er hier geen onderzoeksplicht. 2. Archeologisch waardevol of verwachtingsgebied. Beleidsmatig is dit specifieke gebied 'doorvertaald' naar een gebieden met een hoge archeologische verwachting in de gemeente Eindhoven, categorie III. Hier geldt dat archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is bij een verstoringsoppervlak van een geplande bodemingreep ? 100 m2 en een verstoringsdiepte ? 30 cm beneden maaiveld. Bij het voornemen tot grondwerkzaamheden van het terrein dat aan beide voorwaarden voldoet dient een archeologisch onderzoek te worden ingesteld naar de aan- of afwezigheid van (behoudenswaardige) archeologische resten.
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
37
Ad 1. Dit betreft het gebied A37 'Mispelhoef', globaal het terrein tussen de Oirschotsedijk, Mispelhoefstraat en De Schakel (en daarmee slechts een fractie van het op kaart als 'onderzocht' aangegeven terrein). In 1997 en 1998 is het terrein gedeeltelijk opgegraven. Op dit terrein bevond zich een kleine dekzandkop, waarin zich, zoals tijdens het archeologisch onderzoek bleek, een grafveld uit de Romeinse tijd bevond. Uit een latere periode (vermoedelijk 13e/14e eeuw) dateren enkele kuilen waarin houtskool werd geproduceerd. Kort na de opgraving is de zandkop afgegraven. Het daadwerkelijk opgegraven terrein had na het archeologisch onderzoek geen archeologische waarden meer. Ad 2. Dit betreft het gebied A55 'Hoeve De Mispelhoef' waarvan een relatief klein gedeelte langs de Oirschotsedijk binnen de plangrenzen van het bestemmingsplan ligt (zie bijlage 1 en 2). Hoeve De Mispelhoef is een voormalige kampontginning te Acht. De hoeve bestaat zeker sinds 1590 als deze wordt genoemd in historische bronnen. Er zijn aanwijzingen voor een laatmiddeleeuwse ouderdom
Contact Binnen de plangrenzen van het voorontwerp bestemmingsplan bevinden zich volgens de Archeologische waardenkaart zones die niet zijn gekarteerd of zijn aangegeven als archeologisch onderzocht. Vanuit beleidsmatig oogpunt betekent dit dat er vooraf geen rekening hoeft te worden gehouden met archeologisch (voor)onderzoek. Wel geldt dat als er archeologische resten (vondsten, sporen et cetera) worden aangetroffen bij de grondwerkzaamheden, deze op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 gemeld moeten worden bij de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit van de) gemeente. Er zal dan na overleg met initiatiefnemer bekeken worden hoe met deze toevalsvondst dient te worden omgegaan. Actualisatie beleid en beleidskaart In 2020 is de gemeentelijke archeologische waardenkaart uit 2008 geactualiseerd in de vorm van een archeologische verwachtingen- en waardenkaart (zie bijlage 3). De kaart uit 2020 wordt beschouwd als een gemeentedekkend bureauonderzoek. Hierbij zijn de archeologische waarden en verwachtingen omgezet in beleidscategorieën en zijn deze gecombineerd met verstoringsinformatie en de resultaten van eerdere onderzoeken binnen de gemeente.
Op de verwachtingen- en waardenkaart komen binnen de plangrenzen van het voorontwerp bestemmingsplan verschillende categorieën archeologische verwachting en waarde voor met daaraan gekoppeld vastgestelde oppervlakte en diepte ondergrenzen.
De planning is dat de nieuwe kaart in het najaar van 2021 als onderdeel van de geactualiseerde Erfgoedverordening ter vaststelling wordt voorgelegd aan de raad. De regels in de erfgoedverordening zullen dan per 1 januari 2022 overgaan in het Omgevingsplan van rechtswege. Aanvragen zullen dan worden getoetst aan de nieuwe kaart.
3.6.2
Cultuurhistorie
Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.
38
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven
De Mispelhoefstraat en de Oirschotsedijk zijn op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduid als 'historische wegenstructuur voor 1900'. De waterloop ten noorden van Kapelbeemd, parallel aan de A58, is aangeduid als 'historische waterloop'. Omliggend groen buiten het plangebied (Grote Beek, Wielewaal, Meerbos) is aangeduid als 'historisch landschap'. Algemeen Op de Cultuurhistorische Waardenkaart zijn landschappelijke/groene waarden van het historisch landschap (historische wegenstructuren, waterlopen en waterwegen, historisch landschap en groenstructuren) in kaart gebracht. In 2015-2017 en 2018-2019 zijn in opdracht van de gemeente Eindhoven cultuurhistorische onderzoeken uitgevoerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Deze onderzoeken hadden als doel de gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaart wat betreft het onderdeel historisch landschap nader te onderbouwen en waar nodig aan te vullen. Door middel van een cultuurhistorische inventarisatie en waardering is met deze onderzoeken allereerst het buitengebied en vervolgens het stedelijk gebied van Eindhoven gedetailleerd in beeld gebracht. In 2017 zijn de resultaten van het onderzoek naar het buitengebied gepubliceerd in het rapport 'De groene zoom van Eindhoven' (zie bijlage) en in 2019 verscheen het rapport van het stedelijk gebied 'Het landschap onder de stad' (zie bijlagen).
Onderhavig plangebied valt voor een klein deel onder het onderzoek van het buitengebied en verder onder het onderzoek van het stedelijk gebied. vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
39
De rapporten geven de diversiteit weer binnen de landschappen zoals deze zich tussen omstreeks 1840 en het moment van verstedelijking en deels ook al daarvoor manifesteerden. De 'Kenmerkenkaart' bij de rapporten geeft een overzicht van de afgedekte cultuurlandschappen (landschapstypen) met de nog bestaande en verdwenen landschapselementen. De 'Cultuurhistorische waarderingskaart historisch landschap' (buitengebied) en de kaart 'Herkenbaarheid prestedelijk landschap' (stedelijk gebied) geven respectievelijk de mate van waardering van de verschillende landschapstypen en de mate van herkenbaarheid van het prestedelijk landschap in de afzonderlijke deelgebieden weer. De waardering van nog bestaande landschapselementen wordt weergegeven op de 'Waarderingskaart landschapselementen'. Tot ver in de 20e eeuw breidde Eindhoven zich vooral uit over de oude akkers van Woensel, Strijp, Stratum, Tongelre en Gestel. Alhoewel deze ontwikkelingen veel van het vroegere landelijke karakter van het gebied hebben uitgewist, is er zeker nog het nodige in het buitengebied en stedelijk gebied te herkennen dat voortkomt uit de oude structuur van het platteland, het vroegere agrarisch cultuurlandschap. Het kan daarbij gaan om grotere structuren, zoals groene gebieden, maar ook om kleine verwijzingen als het verloop van een rooilijn, een oude boom of bomenrij of een wegtracé.
De mate waarin dit historisch landschap nog herkenbaar is, hangt mede af van de stedenbouwkundige ontwikkelingswijze van de stad. Met name in de wederopbouwperiode is veel van het bestaande landschap als een tabula rasa overschreven, terwijl vóór de Tweede Wereldoorlog er (noodgedwongen) en na 1975/1980 er resp. meer werd aangesloten en meer aandacht bestond voor de vroegere situatie. Zelfs wanneer een gebied door stedelijke ontwikkeling sterk gewijzigd is, zijn er nog verwijzingen naar het vroegere agrarisch cultuurlandschap te vinden. Algemene karakteristiek Het gebied Kapelbeemd - GDC-Zuid behoort vanouds tot Woensel. Met de annexatie van de gemeente Woensel in 1920 kwam ook het plangebied in de gemeente Eindhoven te liggen. Het cultuurlandschap van Woensel was in belangrijke mate georiënteerd op het Dommeldal, dat van noordnoordoost naar zuidzuidwest verloopt. Parallel aan het beekdal lag een langgerekte dekzandrug, die verder zuidelijk doorliep in het dorpsgebied van Strijp. Daarnaast behoorde ook het gebied rond Acht, ontstaan langs de Groote Beek die verder noordelijk in het Dommelsysteem mondde, vanouds tot het dorpsgebied van Woensel. Acht ligt, vanaf de Dommel bekeken, feitelijk 'tweede rang'. Zowel de langgerekte dekzandrug van Acht als die van Woensel liep in de gemeente Son en Breugel door. Vanaf Woensel bezien lag Acht aan de andere zijde van de Woenselse Heide.
Het landschap was hier veel kleinschaliger dan in Woensel. Rond het dorp Acht zelf lagen, evenals bij de nederzettingen van Woensel, veel kleine, door opgaand groen omgeven percelen. Het betreft hier de zone ten noorden en ten zuiden van de nederzetting. Heel karakteristiek voor Acht zijn de meer naar het zuidwesten gelegen kleinschalige vroege heideontginningen, die dikwijls enige vorm van regelmatigheid laten zien. Een voorbeeld is de strokenverkaveling achter de erven van Nieuw Acht, ten zuiden van de Mispelhoefstraat. Ten noorden daarvan lag een jonge droge landbouwontginning, een ontginningsvorm waarin ook de Woenselse Heide omgezet zou worden. Op de volgende kaart zijn diverse oorspronkelijke landschapstypen binnen het plangebied weergegeven:
40
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Gecombineerde kenmerkenkaart stedelijk en landelijk gebied. RAAP-rapport 'Het landschap onder de stad.'
Historisch cultuurlandschap Oude heideontginningen: GDC-Zuid Oude heideontginningen kenmerken zich door hun vaak systematische, soms onregelmatiger uitbreiding van het oude cultuurland. Vaak zijn het akkers aan de randen van het oude cultuurland, en opgaand groen was en is vaak veelvuldig aanwezig. In Eindhoven vinden we deze oude heideontginningen voornamelijk aan de randen van het grote heidegebied noordwestelijk van Woensel en Strijp. Opvallend is dat deze landschappen, alhoewel deels verstedelijkt, vaak nog wel herkenbaar zijn door het overnemen van de verkaveling en het behoud van enig groen en bebouwing. Dat geldt in dit geval zowel voor de kleinschaliger gebiedjes, zoals noordelijk van het Evoluon in Strijp, als het veel grootschaliger bedrijventerrein ten zuiden van het gehucht Nieuw Acht. De lengtewerking van de verkaveling is in dat laatste geval nog goed herkenbaar, aangevuld met de bebouwing langs de Mispelhoefstraat en die straat zelf. GDC-Zuid is grotendeels aangeduid als "kleinschalige heideontginning, zeer onregelmatig met opgaand bos". De zuidoostelijke hoek aan de Anthony Fokkerweg is aangeduid als "actieve heidebebossing". vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
41
Jonge heide- en broek ontginningen: Kapelbeemd Het areaal aan (voormalige) woeste gronden vinden we voornamelijk in het westen van het stedelijk gebied. Het gaat om het westelijk deel van de huidige Woenselse wijken, het gebied ten noorden van de Mispelhoefstraat en om Eindhoven Airport en omgeving. Deze voormalige heidevelden werden in de late 19e en vroege 20e eeuw op een uiteenlopende manier ingevuld. Delen werden met naaldbos beplant. Die heidebebossingen lagen vooral ter plaatse van het vliegveld en tegen de Boschdijk nabij Acht. De overige heidevelden werden tot landbouwgrond ontgonnen, veelal volgens een rationeel patroon. De herkenbaarheid van de heide- en broekontginningen in het huidige stedelijk weefsel wisselt sterk. In sommige gebieden, zoals in Woensel, is er relatief weinig of niets meer van te herkennen. Alleen richting de Oude Bossche Baan vinden we nog enkele structuren terug, zoals een bewaard gebleven driehoekig bosperceel en de nodige laanbeplanting. Elders is het gebiedskarakter als geheel veel sterker, zoals het lanenpatroon ten zuiden van de kern van Acht en de landelijke sfeer van het bedrijventerrein ten noorden van de Mispelhoefstraat. Op het vliegveld zijn bovendien nog enkele bospercelen bewaard gebleven. Kapelbeemd is grotendeels aangeduid als "droge landbouwontginning".
Alleen een klein deel in het oosten van Kapelbeemd is aangeduid als "kleinschalige heideontginning, open". Waardevolle historische gebieden GDC-Zuid kent voor het grootste deel een 'middel' herkenbaarheid. De diverse latere inpassingen hebben de hoofdstructuur van het landschap gedeeltelijk in stand gelaten. Alleen de zuidoostelijke hoek van het plangebied (bosperceel ten zuiden van Van Rooijen) aan de Anthony Fokkerweg kent een hoge herkenbaarheid. Kapelbeemd kent een lage herkenbaarheid.
42
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Kaart herkenbaarheid prestedelijk landschap. RAAP-rapport 'Het landschap onder de stad' Donkerpaars = hoge herkenbaarheid; midden paars = middel herkenbaarheid; licht paars = lage herkenbaarheid. De historische gehuchten (nederzettingen) zijn daarnaast gestippeld. Het donker paarse gebied is in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'.
Waardevolle historische elementen In het plangebied komen diverse waardevolle historische elementen. In het kader van dit bestemmingsplan zijn de elementen die als 'hoog' of 'zeer hoog' zijn gewaardeerd van belang. Het betreft de volgende zaken: De Oirschotsedijk, Mispelhoefstraat en Maasstraat zijn aangeduid als zeer hoog gewaardeerde elementen. De spoorweg is aangeduid als hoog gewaardeerd element. Langs de Mispelhoefstraat en de Maasstraat bevinden zich hoog gewaardeerde, monumentale bomen. De hoog gewaardeerde (oranje) en zeer hoog gewaardeerde (rood) elementen zijn op de volgende kaart weergegeven:
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
43
Waarderingskaart landschapselementen prestedelijk landschap. RAAP-rapport 'Het landschap onder de stad' De rode en oranje lijnvormige structuren (wegen, paden en bomenrijen) zijn waardevol en zijn in dit bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2'. De oranje bolletjes zijn monumentale bomen.
Regeling in het bestemmingsplan Om de aanwezige cultuurhistorisch landschappelijk waardevolle gebieden en elementen te beschermen is er in het bestemmingsplan voor deze gebieden en elementen een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' opgenomen. Deze dubbelbestemming geldt voor de gebieden die een hoge herkenbaarheid of een hoge of zeer hoge waarde hebben en voor de elementen die een hoge of zeer hoge waarde hebben. Naast wat in de hoofdbestemming is geregeld zijn hier ook regels met betrekking tot cultuurhistorie van toepassing. De betreffende landschapselementen die binnen een gebied met dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie - 2' liggen, vallen onder die dubbelbestemming. De elementen die niet binnen een gebied met dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' liggen, zijn apart op de verbeelding opgenomen met een dubbelbestemming.
44
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Voor de gebieden met een middel herkenbaarheid die hierboven zijn vermeld is geen dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' opgenomen. Binnen deze gebieden worden de historisch landschappelijke waarden geborgd met de hoofdbestemmingen. Monumenten In het plangebied zijn geen rijksmonumenten aanwezig. Wel is er in het plangebied één gemeentelijk monument gelegen. Het betreft een bakhuisje en put uit 1850 aan de Oirschotsedijk, tegenover restaurant De Mispelhoef. Het pand geniet bescherming als gemeentelijk monument. Er hoeft geen aparte regeling in het bestemmingsplan voor worden opgenomen om de monumentale waarde te beschermen. Wel is het pand aangeduid aangezien het in de groenbestemming is gelegen en daar niet zonder meer gebouwen zijn toegestaan. Beeldbepalende panden In het plangebied liggen tevens verschillende beeldbepalende panden, die van waarde zijn vanwege hun verschijningsvorm/architectuur en hun stedenbouwkundige kenmerken. Bovendien betreft het nog 'gave' panden: ze kenmerken zich door de oorspronkelijke architectuur en detailleringen en daarmee is de historie nog goed afleesbaar.
De bebouwing aan de op de cultuurhistorische waardenkaart aangeduide historische radialen en wegstructuren kenmerken zich voor het overgrote deel door een bescheiden maat, kleine variaties in bouwhoogte, rooilijnverschillen, afwisseling in vrijstaande en aaneengesloten bebouwing en een diversiteit aan bouwperioden. De tracés van de historische wegstructuren zijn afdoende geborgd met de hoofdbestemming verkeer. De historische wegstructuur van vóór 1900, de Mispelhoefstraat, wordt door RAAP hoog gewaardeerd. Langs de Mispelhoefstraat bevindt zich nog een aantal gebouwen dat dateert uit de periode voor of rond 1920 en daarmee nog een fysieke verwijzing zijn naar de pre-stedelijke situatie. In maat en positionering, maar ook in de vormgeving van de panden is dit nog duidelijk af te lezen. Het betreft agrarische bebouwing van rondom 1900 die nog verwijst naar de oorspronkelijke bebouwing langs de historische wegstructuur van voor 1900, de Mispelhoefstraat. De Mispelhoefstraat was een zogenaamd kransakkerdorp, een gehucht op zichzelf. Later (na 1823) kwam er een verbinding met de Oirschotsedijk. Het gaat om de volgende panden: Mispelhoefstraat 19 Mispelhoefstraat 25 Deze panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' gekregen op de verbeelding. Aan deze aanduiding is een sloopvergunningsstelsel gekoppeld.
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
45
3.7
Verkeer en parkeren
De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In de volgende paragrafen zijn de essentiële elementen voor het gebied Kapelbeemd - GDC-Zuid beschreven. Autoverkeer De wegencategorisering is in 2017 geactualiseerd. Er is een nieuwe tussencategorie opgenomen ten opzichte van de vorige wegencategorisering: de zogenaamde 'wijk- en buurtontsluitingsweg'. De A2/N2 en de A58 (beide buiten het plangebied) zijn aangeduid als stroomwegen. De Anthony Fokkerweg en de Boschdijk zijn aangeduid als gebiedsontsluitingsweg en De Schakel/ Achtseweg Noord zijn aangeduid als wijk- en buurtontsluiting. De overige wegen zijn erfoegangswegen. De bedrijventerreinen zijn voor autoverkeer goed bereikbaar. De Anthony Fokkerweg heeft een directe aansluiting op de N2. Met de nieuwe Wegenstructuur Eindhoven noordwest verandert de ontsluitingsstructuur. Realisatie vindt op dit moment plaats. De Oirschotsedijk (Groene Corridor) wordt afgesloten voor doorgaand verkeer en ingericht als doorfietsroute. Intentie is om de weg volledig af te sluiten voor autoverkeer, maar vanwege aanliggende bestemming is een beperkte verkeersfunctie mogelijk nog nodig (erftoegangsweg).
Er komt een nieuwe ontsluiting aan de noordzijde met een viaduct onder de A2/N2 over BIC-Noord richting Erica. Deze is naar verwachting gereed in 2023. De Challenge-variant wordt naar verwachting over enkele jaren uitgevoerd waardoor er een nieuwe ontsluiting van GDC op het hoofdwegennet (A58 via Westfields) ontstaat.
Kaart Regio en Randweg: automobilist
Fietsverkeer De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. Uit de mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is een fietsnetwerk opgenomen dat bestaat drie soorten fietsroutes. In volgorde van belangrijkheid; snelfietsroutes, primaire fietsroutes en secundaire fietsroutes. Deze fietsroutes zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. 46
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
De Oirschotsedijk is aangeduid als snelfietsroute (Oirschot - Eindhoven-Helmond). De snelfietsroutes zijn van het hoogste kwaliteitsniveau. Op een snelfietsroute moet een fietser in principe non-stop, comfortabel en veilig kunnen fietsen. Het zijn brede, vrijliggende asfaltfietspaden met goede verlichting en in principe voorrang op kruisend verkeer. De Oirschotsedijk ten noorden van de Antony Fokkerweg wordt ingericht als snelfietsroute (fietspad en fietsstraat). De primaire fietsroute loopt inmiddels anders over GCD. De doorsteek bij Van Rooijen, ten oosten van de Schakel in het verlengde van de Achtseweg-Zuid, is er niet meer. Nu loopt de fietsroute via de Schakel en de Achtseweg-Noord naar de onderdoorgang onder de randweg naast het spoor en verder naar Breeven in Best. De nieuwe fietsbrug over de A2 (Tegenbosch) buigt uit van de Anthony Fokkerweg. De Anthony Fokkerweg, Mispelhoefstraat en Achtseweg Noord zijn aangeduid als primaire fietsroute. De primaire fietsroutes zijn ook van een hoog kwaliteitsniveau. De kenmerken komen overeen met die van snelfietsroutes, maar het ambitieniveau om deze kenmerken te realiseren is iets lager. De Steenoven/Dinkelstraat (Kapelbeemd) is aangeduid als secundaire fietsroute. Secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen, maar worden wel gekenmerkt door een of andere vorm van fietsvoorzieningen.
Dat kunnen vrijliggende of aanliggende fietspaden zijn, maar ook fietsstroken of fietssuggestiestroken.
Kaart Regio en Randweg: fietser
Openbaar vervoer Eindhoven op Weg gaat uit van drie netwerken voor het openbaar vervoer: spoor, een Hoogwaardig Openbaar Vervoer netwerk (HOV-netwerk) en een netwerk van ontsluitende buslijnen.De spoorverbinding met stations en de HOV zijn ruimtelijk structurerend. Dwars door het plangebied loopt het spoor. Ter plaatse van GDC/Kerkdorp Acht is een nieuw station voorzien met Park & Ride. De route Anthony Fokkerweg/ Achtseweg Noord is opgenomen als doorstroomas OV met twee halteplaatsen. De mobiliteitsvisie is inmiddels enigszins verouderd. Er wordt gewerkt aan HOV3: Station Woensel - GDC - Airport. Het voorgenomen tracé voor HOV3 is voorzien over de Anthony vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
47
Fokkerweg, via De Schakel, Mispelhoefstraat naar Luchthaven Eindhoven. De status van Station Acht / Multimodale Knoop is onzeker. Op lange termijn nog in beeld afhankelijk van het ontwikkelpad dat Eindhoven (en de regio) kiest voor haar ruimtelijke opgave. Door het gebied rijdt daarnaast ook lijn 400 (Airport Shuttle via Anthony Fokkerweg Oirschotsdijk - Landsard), deze heeft echter geen halte op GDC. Het plangebied wordt op dit moment (begin 2021) met buslijnen 8 en 10 bediend.
Kaart Regio en Randweg: (H)OV reiziger
Autoparkeren De ruimte in de stad is beperkt en kostbaar. De gemeente moet dan ook de schaarse ruimte efficiënt gebruiken. Daarom worden bij een bouwplan eisen aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen gesteld. Uitgangspunt daarbij is dat deze op eigen terrein worden gerealiseerd. Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. We hebben te maken met een grote verdichtingsopgave in Eindhoven en tegelijk moeten we het centrum van Eindhoven goed bereikbaar houden. Er is straks minder plaats voor autoverkeer en parkeren in en om het autoluwe centrum. Daarom streven we nu naar het aanleggen van zo min mogelijk nieuwe parkeerplaatsen en we zetten zoveel mogelijk in op duurzame alternatieve vervoerswijzen: lopen, fietsen en openbaar vervoer. In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners.
Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we 48
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven. Verder is van belang dat elk bestaand adres of een nieuw adres waar een omgevingsvergunning is afgegeven na 2016 in het POET-overzicht (parkeren op eigen terrein) komt. Adressen uit dit overzicht kunnen geen (nieuwe) parkeervergunning aanvragen en hebben geen recht op een bezoekersregeling binnen betaald parkeergebieden. Bestaande parkeervergunningen worden niet meer verlengd. Dat gaan we in een vroeg stadium communiceren met de nieuwe bewoners.
3.8
Groen
3.8.1
Groenbeleidsplan
Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport. Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken.
Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan. Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd. In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
49
Ruimtelijke Strategieënkaart
Onderhavig plangebied is in het Groenbeleidsplan 2017 grotendeels aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend'. Delen langs de randen van het gebied zijn aangeduid als 'Multifunctioneel groen' en 'Natuur en landschap'. In deze gebieden worden als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden: Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal. Strategie 5: Multifunctioneel groen Het betreft voornamelijk aan de stadsrand gelegen gebieden met uiteenlopende groenfuncties, gericht op relatief intensieve benutting van het landschap. Het beleid is gericht op het versterken van het contact tussen de stedelingen en het landschap, derhalve met een relatief intensieve benutting van het landschap. Uitgangspunt daarbij is het behouden van de aanwezige natuur- en landschapskwaliteiten en waar mogelijk deze verder te ontwikkelen. Gebruiksfuncties zijn veelal volkstuinen, golfbanen, bos, natuureducatie, kleinschalige sportgebieden, maneges, wandelen, fietsen, maar ook landbouw.
Gebieden met deze aanduiding liggen voor een belangrijk deel in het Natuur Netwerk Brabant. Verdere verstedelijking (toevoeging van niet aan het groen gebonden functies of gebouwen) is in deze categorie derhalve niet aan de orde tenzij in geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. De aanleg van nieuwe sportcomplexen wordt uitgesloten (wel eventueel verplaatsing van sportterreinen naar minder kwetsbare locaties). Uitbreiding van sportcomplexen kan echter niet worden uitgesloten. Versterking van multifunctioneel groen als element van de ruimtelijke hoofdstructuur is in het bijzonder gewenst langs de Oirschotsedijk (verbinding met groengebied Groene Woud). 50
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Strategie 6: Natuur en landschap In deze gebieden staat het beoogde ongestoorde verloop van ecologische processen en de natuurontwikkeling voorop. Het beleid is erop gericht het contrast tussen stad en landschap te benutten door hierbij zoveel mogelijk scheiding van functies na te streven en deze gebieden te reserveren voor laagdynamisch grondgebruik: rustgebieden, behoud en ontwikkeling van natuur, landschappelijke samenhang en identiteit. De gebieden omvatten het door het rijk en de provincie ontwikkelde Natuur Netwerk Nederland en een nadere detaillering van de door het provincie aangegeven Natuur Netwerk Brabant, ecologische verbindingszones en delen van de regionale natuurontwikkelingsgebieden. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap zijn in deze gebieden de primaire activiteiten, gecombineerd met extensief recreatief medegebruik (natuurbeleving). Bestaande voorzieningen of gebouwen worden gedoogd, maar zullen voor zover ze niet ten dienste staan van het behoud of de ontwikkeling van natuur en landschap worden verwijderd na functiebeëindiging. Verstedelijking of andere ingrepen (infrastructuur) zijn in deze categorie niet aan de orde tenzij in zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken en met toepassing van compensatie. Beleidsregel groencompensatie Op 13 maart 2018 is de 'Regeling Groencompensatiefonds' vastgesteld.
Bij deze regeling hoort de 'Beleidsregel Groencompensatie'. Deze beleidsregel is bedoeld als afwegingskader bij aanvragen voor (ruimtelijke) ontwikkelingen die kunnen leiden tot aantasting van groen. Bij aantasting en verlies van groen is compensatie vereist, de Beleidsregel geeft hiervoor de richtlijnen. 3.8.2
Beleid Bomen
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2015. Deze is op 7 april 2015 door de gemeenteraad vastgesteld en op 24 augustus 2016 in werking getreden. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2015. Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing. Verordening Bomen Het bomenbeleid is gebaseerd op drie pijlers: behoud, versterking en ruimte voor dynamiek. Eindhoven wil een aantrekkelijke groene stad zijn en blijven. Bomen spelen daarbij een voorname rol. Een hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en recht doet aan het groene imago van de stad is waar de gemeente naar streeft. Duurzaam behoud van de groene signatuur staat voorop. Het bomenbestand dient echter ook aan te sluiten op intensief gebruik van de openbare ruimte en de gewenste ruimtelijke kwaliteit.
Dit betekent soms dat in een bepaalde situatie andere belangen preferabel zijn en bomen moeten wijken. Het bomenbeleid voorziet in die gevallen in de mogelijkheden tot mitigatie en compensatie. Groene kaart Een belangrijk onderdeel van de Verordening Bomen is de Groene Kaart. Het is een topografische kaart met daarop aangegeven de beschermde houtopstand. De Groene Kaart bevat verschillende categorieën houtopstanden. Voor bomen in gemeentelijk eigendom vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
51
(publiek eigendom) kent de Groene Kaart zes categorieën: Monumentale bomen; Waardevolle bomen; Basisbomen; Bomen hoofdstructuur; Bomen nevenstructuur; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend. De Groene Kaart kent daarnaast voor bomen in particulier eigendom (privaat eigendom) drie categorieën: Waardevolle bomen; Bomen in gebieden stad, groen beeldbepalend; Bomen op percelen van 500 m2 of groter. Voor het vellen van een houtopstand die deel uit maakt van tenminste één van deze categorieën is, behoudens een aantal vrijstellingen, een omgevingsvergunning verplicht. Nadere regels Bomen De Verordening is uitgewerkt in nadere regels Bomen. Deze zijn op 19 juli 2016 vastgesteld door het college en op 4 augustus 2016 in werking getreden. De beleidsregels geven inzicht in de wijze waarop het college gebruik maakt van de aan haar in de Verordening toegekende bevoegdheden tot het aanwijzen en plaatsen van houtopstanden op de Groene Kaart. Tevens zijn richtlijnen uitgewerkt voor omgang met overlast, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de weigeringsgronden bij beoordeling van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in houtopstanden. Het plangebied De zone rondom het spoor is aangeduid als 'Stad groenbeeldbepalend' op de Groene Kaart. Op de hoek Dinkelstraat/Maastraat staan enkele waardevolle particuliere bomen.
Dit bestemmingsplan gaat uit van het conserveren van de bestaande situatie, zodat hiermee geen effecten op de bomen zijn te verwachten.
3.9
Detailhandel
Leegstaande winkelpanden en borden met ‘opheffingsuitverkoop’ en ‘leegverkoop’ sieren de Nederlandse winkelstraten. Door onder meer de economische crisis en de toenemende invloed van internetverkopen heeft de retail-sector het erg moeilijk. Tegelijkertijd bieden de veranderingen in de sector ook nieuwe uitdagingen en mogelijkheden voor innovatieve concepten. Duidelijk is in ieder geval dat regionale afstemming steeds meer noodzakelijk wordt. Bovendien vraagt de provincie in de Verordening Ruimte om regionale afstemming en zijn regionale afspraken van belang voor de Ladder voor duurzame verstedelijking. Naar aanleiding hiervan heeft de Metropoolregio Eindhoven een detailhandelsvisie opgesteld. Hierin zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en de gevolgen daarvan beschreven. Vervolgens is er een visie opgesteld, op basis waarvan concrete afspraken geformuleerd zijn. In de subregio’s is vervolgens gewerkt aan subregionale detailhandelsvisies. Deze visies bieden een kader, maar vragen wel nog om lokale verankering. Dat is gebeurd in de gemeentelijke Detailhandelsnota. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende visies. De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 ingestemd met de regionale en subregionale visies. In diezelfde raadsvergadering is ook de gemeentelijke detailhandelsnota vastgesteld. Deze is op 2 november 2016 gepubliceerd.
52
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
3.9.1
Regionale detailhandelsvisie Metropoolregio Eindhoven
De detailhandelswereld is de laatste jaren sterk veranderd. Er zijn een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen: de economische crisis, toename internetdetailhandel, vergrijzing, huishoudenssamenstelling, veranderend consumentengedrag, het verdwijnen van supermarkten en andere voorzieningen (zoals banken, bibliotheken etc.) in centra en branchevervaging. Deze trends en ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor het winkellandschap. Goed voorzieningenniveau Het doel van de regionale detaihandelsvisie is om een goed voorzieningenniveau voor de inwoners van de regio te creëren. De detailhandelsstructuur in de regio is opgebouwd uit verschillende lagen. Het centrum van Eindhoven en Ekkersrijt vormen de top van de piramide. Beiden hebben een bovenregionaal verzorgingsgebied. De tweede laag van de piramide bestaat uit regionaal en bovenlokaal verzorgende centra. Deze centra hebben een belangrijke functie in de subregio of voor de omliggende gemeenten. Daarna volgen de grote en kleine kernverzorgende centra, de belangrijkste winkelcentra in de kernen met een lokaal verzorgingsgebied. De onderste laag van de piramide zijn de wijk- en buurtcentra (inclusief kerkdorpen). Naast alle centra zijn er in de regio diverse PDV-locaties. Op Ekkersrijt en de Engelseweg na hebben deze locaties veelal een lokaal verzorgingsgebied.
Detailhandelsstructuur Metropoolregio Eindhoven
Specifieke thema's Op drie regionale thema’s is specifiek ingezoomd. Het gaat om supermarkten, internetdetailhandel en marketing. Supermarkten zelf hebben de voorkeur voor een vestigingsplaats aan de rand van een centrum of net buiten het centrum. Echter, een gevarieerd aanbod in een centrum is van groot belang voor de levensvatbaarheid van het centrum. Daarom is het essentieel om supermarkten zoveel mogelijk in centra te vestigen of te behouden. Daarbij is het wel van belang dat de overheid de supermarkten zo goed mogelijk faciliteert (bijvoorbeeld bij parkeren, goede bereikbaarheid of een slimme oplossing voor een uitbreidingsvraag).
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
53
Internetdetailhandel kent allerlei (verschijnings)vormen met verschillende ruimtelijke consequenties. In de visie wordt ingegaan op deze vormen en aangegeven waar deze het beste gevestigd kunnen worden (zie de regionale afspraken die hieronder zijn beschreven). Tot slot het thema marketing. Gemeenten moeten niet allemaal hetzelfde willen zijn, maar een statement maken en dat ook met trots uitdragen. Vervolgens is het goed om evenementen en activiteiten aan te bieden die passen bij het profiel en het ook kunnen versterken. Regionale afspraken Op basis van de trends en ontwikkelingen en de visie, zijn in de detailhandelsvisie regionale afspraken geformuleerd. In de subregionale detailhandelsvisies worden deze afspraken nader uitgewerkt.
Detailhandel wordt geconcentreerd in bestaande winkelgebieden (ruimtelijke concentratie) om zo de hoofdstructuur te behouden en te versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het verzorgingsgebied en aantoonbaar kwaliteit toevoegen en de structuur versterken; Nieuwe detailhandelsontwikkelingen vinden in principe alleen plaats in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de leefbaarheid noodzakelijk is; Supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden; Solitaire supermarkten op bedrijventerreinen of perifere detailhandelslocaties zijn niet toegestaan; Perifere detailhandel (PDV) met een bovenlokale impact wordt geclusterd op bestaande locaties.
Er worden in principe geen nieuwe PDV-locaties met een bovenlokale functie toegevoegd; Er komt geen Retail Park of mega mall in de regio; Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid voor de consument zijn toegestaan op bedrijventerreinen (passen in reguliere bestemming); Zuivere afhaalpunten (pick-up points) worden geconcentreerd op bestaande detailhandelslocaties of op een kruispunt van passanten; Internetwinkels met een fysieke bezoekmogelijkheid en een showroom worden gezien als reguliere winkels en worden gerealiseerd op een bestaande detailhandelslocatie; Ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal afgestemd (nader gespecificeerd in subregionale detailhandelvisies), ontwikkelingen met een regionale impact worden regionaal afgestemd.
3.9.2
Detailhandelsvisie Stedelijk Gebied Eindhoven
In de detailhandelsvisie van de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven wordt gestreefd naar een sterke, vitale en dynamische detailhandelsstructuur. Het beleid is gericht op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur. Nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel mogen niet ten koste gaan van de bestaande (perspectiefrijke) winkelgebieden.
54
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Detailhandelsstructuur Stedelijk Gebied Eindhoven
Het regionaal detailhandelsbeleid streeft naar een heldere en evenwichtige voorzieningenstructuur, waarbij onderscheid en complementariteit van winkelgebieden centraal staan. Dit houdt in dat detailhandel zoveel mogelijk wordt geclusterd in winkelgebieden en verspreide bewinkeling wordt afgebouwd. Dit geldt ook voor grootschalige winkels zoals tuincentra en bouwmarkten. Indien deze ruimtelijk niet inpasbaar zijn, dan is vestiging buiten de aangewezen winkelgebieden in regionaal verband bespreekbaar. De afwegingen voor het al dan niet toestaan van nieuwvestiging van een tuincentrum of bouwmarkt is gericht op de consumentenverzorging in het verzorgingsgebied. De hoofdwinkelgebieden hebben allemaal een eigen functie in de structuur. Aard, omvang en samenstelling van het aanbod zijn afgestemd op de verzorgingsfunctie. De binnenstad van Eindhoven moet streven naar het toevoegen van het topsegment om haar positie te verstevigen. Perifere concentraties hebben een complementair en aanvullend aanbod ten opzichte van de centrumvoorzieningen en buurt- en wijkvoorzieningen. Verbreding van het aanbod is niet het uitgangspunt. Uitzondering hierop is de locatie Ekkersrijt. De consument verwacht in dit winkelgebied een compleet aanbod op het gebied van ‘in en om het huis’. Ekkersrijt dient uit te groeien tot één van de leidende perifere winkelconcentraties in Nederland.
De komst van een Retail Park (Mega Mall) in de regio is niet wenselijk. Een dergelijke ontwikkeling heeft een verstorend effect op de bestaande structuur en ondermijnt de ontwikkelingskansen van andere clusters. Internetafhaalpunten voor consumenten (met of zonder showroom) kunnen bestaande winkelgebieden versterken en worden daarom zoveel mogelijk in of aansluitend aan deze gebieden gesitueerd. Nieuwe initiatieven Het Rijk heeft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" in het leven geroepen om nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan te toetsen. In de regionale detailhandelsvisie is ook een soort 'ladder' opgenomen voor nieuwe initiatieven. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
55
principe meegewerkt als: 1. de initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief een meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. 2. aangetoond kan worden dat het initiatief resulteert in een versterking van de bestaande detailhandelslocaties. Wanneer dit niet het geval is, dient nadrukkelijk beargumenteerd te worden of er sprake is van meerwaarde en waarom het initiatief niet in- of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied kan worden gefaciliteerd. De argumenten dienen van ruimtelijke aard te zijn, bijvoorbeeld grootschaligheid/ ruimtelijke inpassing, bereikbaarheid en parkeren en bevoorrading. 3. aangetoond kan worden dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of in het beleid aangegeven ontwikkeling daarvan. Wanneer er op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau ingestemd wordt met een initiatief, dient het initiatief onderbouwd te worden op basis van ruimtelijke ordening relevante criteria (in de ruimtelijke onderbouwing). De ladder en de criteria zijn in regionale detailhandelsvisie uitgebreid beschreven. 3.9.3
Detailhandelsnota gemeente Eindhoven
Op 15 december 2015 is de Eindhovense detailhandelsnota “Wie kiest, wordt gekozen” vastgesteld. Zoals hiervoor beschreven heeft de detailhandelssector te maken met veel veranderingen. De veranderingen raken de consument, de ondernemer en de vastgoedeigenaar. Het is zaak om uit deze veranderingen een positieve impuls te halen. De veranderende markt zorgt immers ook voor nieuwe kansen die goede winkelgebieden verder kunnen versterken. Zeker voor een stad als Eindhoven is het belangrijk om gewenste initiatieven een plek te geven binnen de structuur. In de detailhandelsnota worden duidelijke keuzes gemaakt over waar welke vormen van detailhandel zijn toegestaan en waar niet. In de nota wordt eerst ingegaan op verschillende onderdelen. Vervolgens wordt per stadsdeel de positie en het perspectief van alle winkelcentra beschreven. Beleid op onderdelen Op onderdelen is de detailhandel aan grote veranderingen onderhevig. De volgende onderdelen zijn nadrukkelijk opnieuw tegen het licht gehouden: Perifere detailhandel De oorsprong van perifere detailhandel is gelegen in de aard en omvang van de artikelen. Winkels die vanwege de aard en omvang van de artikelen een groot oppervlak nodig hebben, krijgen ruimte in de daarvoor benoemde gebieden buiten reguliere winkelcentra. In de loop der jaren is de aard en omvang van de assortimenten op perifere locaties wel sterk gewijzigd.
Mede vanwege gunstigere marges is de nadruk steeds meer komen te liggen op niet-volumineuze assortimenten en branchevreemde artikelen. Onderscheid met aanbod in centrumgebieden is kleiner geworden. Ongebreidelde mogelijkheden op (bestaande en nieuwe) perifere locaties leiden echter tot sterke wijziging van de bestaande winkelstructuur en kunnen de vitaliteit van een binnenstad, stadsdeel- of boodschappencentrum aantasten. Gelet op de grote ruimtelijke, economische en maatschappelijke belangen, is dit in veel gevallen niet gewenst. Bij elke verruiming van beleid is dan ook steeds een afweging nodig van de gevolgen voor de bestaande en beoogde winkelstructuur. Centraal staat de uitdaging om de dynamiek op een verantwoorde wijze te faciliteren. Perifere detailhandel dient op een beperkt aantal aangewezen locaties ruimtelijk geclusterd te worden. Waar mogelijk en wenselijk (denk aan voldoende infrastructuur, maar ook potentiële overlast voor woongebieden), wordt met deze detailhandel aansluiting gezocht bij bestaande perifere winkelgebieden. In Eindhoven zijn dit Koopcentrum De Hurk, De Kade (Kanaaldijk-Noord) en Bisschop Bekkerslaan (De Tempel). Gezien de positie en het perspectief van Ekkersrijt wordt zeer weloverwogen omgegaan met uitbreiding van het perifere detailhandelsaanbod. 56
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
Detailhandel op bedrijventerreinen Vanuit het bedrijventerreinenbeleid is het ‘zuiver’ houden van bedrijventerreinen van belang. Bedrijventerreinen zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten die niet in woon- en/of centrumgebieden gewenst zijn vanwege hun impact op de omgeving. In principe is detailhandel op bedrijventerreinen niet toegestaan. Wel is productiegebonden detailhandel toegestaan. Dit sluit aan bij de ambitie van Eindhoven om ruimte te bieden aan experimenten en ondernemerschap. Voor productiegebonden detailhandel op bedrijventerreinen geldt als uitgangspunt dat dit ondergeschikt blijft aan de bedrijfsactiviteiten. Bovendien mag het geen afbreuk doen of beperkingen opleggen voor omliggende bedrijven op het bedrijventerrein. De voorkeur gaat ernaar uit dat er geen showroom bij een bedrijf komt. Bedrijven kunnen hun verkoopbare goederen via daarvoor bestemde locaties (winkelpanden) aanbieden. Indien er toch de wens, nut en/of noodzaak is om producten ter plekke te tonen, dan mag hier in principe maximaal 20% van het totale bedrijfsoppervlak voor worden gebruikt, met een maximum van 200 m². Vanwege de diversiteit van de initiatieven, dient elk initiatief echter afzonderlijk beoordeeld te worden op eventuele (structuurverstorende) effecten voor de perspectiefrijke winkelgebieden in Eindhoven en het betreffende bedrijventerrein.
Bovendien moet een initiatief voldoen aan het meest recente beleid op het gebied van externe veiligheid. Megasupermarkten Vanwege de mogelijke effecten van Megasupermarkten op de voorzieningenstructuur, met name op de winkelcentra die een belangrijke functie op het gebied van boodschappen doen hebben, wordt de solitaire vestiging van megasupermarkten niet toegestaan. Evenmin als de vestiging van dergelijke supermarkten op perifere detailhandelslocaties. Vestiging van een nieuwe megasupermarkt op een nieuwe locatie heeft met name gevolgen op buurt- en wijkniveau. Juist vanwege het feit dat deze buurt- en wijkstructuur zo zorgvuldig is opgebouwd en de inwoners beschikken over een supermarkt in de directe woonomgeving, is het behoud en de versterking hiervan uitgangspunt. In alle gevallen is de uiteindelijke locatie natuurlijk cruciaal voor de effecten. Inpassing van een megasupermarkt in de bestaande reguliere winkelcentra behoort tot de mogelijkheden. Reëler lijkt de kans dat een bestaande supermarkt uitbreidt tot grootschalige supermarkt. Een dergelijk initiatief (uitbreiding tot of nieuwvestiging van een megasupermarkt) in een van de bestaande winkelcentra wordt beoordeeld op de mogelijke effecten op het perspectief van de tot de structuur behorende winkelgebieden. Slechts wanneer geen structuur verstorende effecten worden verwacht, kan worden meegewerkt aan het initiatief.
Dit is in lijn met Europees (Europese Dienstenrichtlijn), landelijk en provinciaal beleid (ladder voor duurzame verstedelijking). Internethandel Met de komst van internethandel is een nieuw type bedrijf ontstaan met bijbehorende kenmerken. We maken onderscheid tussen twee typen internethandel: 1. Internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid Bij deze vorm van internethandel is er geen contact tussen internetwinkel en klant. Alle klantencontacten met de klant en de verzending van de goederen gebeurt uitsluitend via het internet of per post. Deze vorm van internethandel wordt in ruimtelijke zin niet aangemerkt als detailhandel. Zij kunnen voorkomen als uitsluitend kantoor maar ook als bezorgdienst. Locaties waar deze kantoorachtige internethandel zich kan vestigen zijn: bedrijventerreinen, kantoorlocaties, woonwijken (kleinschalig en mits zij geen overlast bezorgen), buitengebied en PDV-locaties. Locaties waar internet bezorgdiensten zich zouden kunnen vestigen zijn bedrijventerreinen, kantoorlocaties en PDV-locaties. 2. Internethandel met fysieke bezoekmogelijkheid Hier kan de klant de internethandel bezoeken om de bestelde artikelen af te halen, te vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
57
retourneren (de zogenaamde afhaalpunten). Daarnaast zijn er ook afhaalpunten waar ook andere zaken mogelijk zijn, zoals het presenteren, kopen, bestellen en omruilen van artikelen (de webwinkel). Een afhaalpunt is een vorm van internethandel met fysieke bezoekmogelijkheid en rekenen we juridisch-planologisch tot detailhandel. Dat wil zeggen dat afhaalpunten in principe ingepast kunnen worden op (de vele) locaties waar reeds een detailhandelsbestemming op zit. Door deze benadering is het mogelijk om grip te houden op de verdere ontwikkeling van dit fenomeen. Zelfstandige afhaalpunten, ook wel Pick-Up- Points, kunnen alleen of geclusterd (meerdere afhaalpunten dus) gevestigd worden. Door clustering kunnen verkeersstromen beter geconcentreerd worden. Webwinkels (waar ook artikelen gepresenteerd worden en / of waar men ook niet via internet bestelde artikelen kan kopen) beschouwen we als detailhandel. Ter voorkoming van ongewenste concurrentie op ruimtelijke aspecten zoals bereikbaarheid, parkeren of gebiedsbestemming bieden we voor deze vorm van detailhandel alleen mogelijkheden in winkelcentra en (mits passend in branchering) op PDV-locaties. Kringloopbedrijven en –winkels Kringloopwinkels (oftewel tweedehands winkels) richten zicht op het verhandelen van nog bruikbare artikelen die via diverse kanalen worden verkregen.
Daarnaast is er een bedrijfstak ontstaan die zich het best laat benoemen als kringloopbedrijven. Deze richten zich op het opruimen van boedels waarbij vervolgens, in het bedrijf, bruikbare en onbruikbare zaken van elkaar worden gescheiden en bovendien artikelen die nog bruikbaar gemaakt kunnen worden, worden opgeknapt of verwerkt tot grondstof of 'halffabricaat'. Kringloopbedrijven hebben daardoor een andere ruimtelijke impact op hun omgeving dan kringloopwinkels / tweedehands winkels. Vanwege de koppeling van de verkoop met andere bedrijfsmatige activiteiten en het doelgerichte bezoek door consumenten, is de vestiging van kringloopbedrijven op bedrijventerreinen min of meer gemeengoed geworden. Voor kringloopbedrijven geldt dan ook dezelfde beleidslijn als voor perifere detailhandel. Kringloopbedrijven zijn op de reguliere zgn. PDV-locaties (Categorie III) toegestaan voor wat betreft hun detailhandelsactiviteiten, omdat het aanbod voor een zeer groot deel voor “in en om het huis” is. Verder kan de beleidslijn voor productiegebonden detailhandel op bedrijventerreinen een uitkomst bieden voor kringloopbedrijven. Kringloopwinkels (winkels in tweedehands goederen zonder het totaalconcept van inzamelen en verwerken/repareren) worden als detailhandel beschouwd. Mogelijkheden voor vestiging in Eindhoven worden hiervoor dan ook alleen geboden in winkelcentra en op de zgn.
PDV-locaties (Cat. III, ook vanwege het grote aandeel “in en om het huis”). Trafficlocaties Trafficlocaties (stations, ziekenhuizen, campussen, tankstations) worden een steeds belangrijkere aankoopplaats. Detailhandel op dergelijke locaties past dan ook binnen de huidige trends en ontwikkelingen. Omvang en invulling hiervan moeten passen bij de functie van de locatie en het gebied en is ondergeschikt aan de hoofdactiviteit. De detailhandel dient dus hoofdzakelijk gericht te zijn op de reizigers / forensen of werknemers / studenten op de locatie en mag niet concurreren met de reguliere winkelgebieden. Denk hierbij aan mandjeswinkels of micromarkten (onbemande gemakswinkels met bijv. gekoelde drank en versartikelen). Het vestigen van afhaalpunten op deze locaties is mogelijk. Voor trafficlocaties geldt dat vanwege de diversiteit in verschijningsvorm elk initiatief afzonderlijk beoordeeld wordt. Winkelleegstand Leegstand van winkelpanden heeft diverse oorzaken, bestaat al langer en is een zichtbaar 58
vastgesteld Kapelbeemd - GDC-Zuid 2021 Gemeente Eindhoven
gevolg van de dynamiek in het winkellandschap. Leegstand is in de visie van de gemeente Eindhoven een maatschappelijk probleem wanneer de veiligheid in het geding komt of een dermate grote invloed op de directe omgeving heeft (zie ook paragraaf over voormalige (buurt)winkelstrips) dat hierdoor de vitaliteit van centrumgebieden onder druk komt te staan. Dat is immers niet altijd het geval. Zolang dat niet het geval is, is leegstand vooral een probleem van de eigenaar van het vastgoed. Het belang van leefbaarheid en waar mogelijk beperken van (mogelijke) leegstand is een van de uitgangspunten van de detailhandelsnota. Dat wordt gedaan door in eerste instantie scherpe keuzes te maken over waar we welke vormen van detailhandel een plek bieden en dus ook waar niet. Ook blijven we winkellocaties ruim bestemmen zodat verandering van functie eenvoudig blijft. Verder biedt de Stichting Middenstands- en Bedrijfshuisvesting (SMB) subsidie voor eigenaren of huurders die willen investeren in de uitstraling van hun pand. Een opgeknapt pand levert niet alleen meerwaarde op voor het bedrijf, maar zorgt ook voor het behoud van maatschappelijke en economische functies van de wijk waar het gevestigd is. Kortom, een positief effect voor het bedrijf en de omgeving.