CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Bestemmingsplan IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt)

Raadsvergadering 20 september 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt)32.599 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.5.3

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 24 mei 2022 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing 2021' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende projectgebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal Beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.

Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart 32

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet - het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen.

Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.

Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger.

Toetsing Binnen de grenzen van het bestemmingsplangebied geldt grotendeels een hoge archeologische verwachting (categorie 5). Relatief kleine, 'losse' gebieden (schuren/bergingen) zijn gekarteerd als gebied zonder archeologische verwachting (categorie 8). In dit bestemmingsplan is categorie 5 vertaald naar een dubbelbestemming Waarde - Archeologie, namelijk: Waarde - Archeologie 5. Archeologisch (voor)onderzoek is verplicht bij initiatieven met een bodemverstoring over een oppervlak groter dan 250 m2 én dieper dan 0,3 m beneden maaiveld. Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van de herontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet nodig. Voor bodemroerende (bouw)werkzaamheden in de zone met categorie 8 geldt geen onderzoeksplicht. vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

33

Uitsnede Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (Berkvens/Arts 2022) gemeente Eindhoven met daarop de projectlocatie rood omkaderd

Categorie

Waarde / verw achting archeologie

Wanneer onderzoeksplicht van toepassing?

Cat. 5

Hoge archeologische verw achting

Bij bodemingrepen dieper dan 30 cm én groter dan 250 m2

Cat. 8

Geen archeologische verw achting

Geen onderzoeksplicht (vrijstelling bij bodemingrepen)

Archeologisch (voor)onderzoek Toetsing aan de archeologische verwachtingen- en waardenkaart heeft ertoe geleid dat een archeologisch vooronderzoek door middel van een bureau- en (verkennend) booronderzoek zal worden uitgevoerd. Onderzoeksbureau RAAP B.V. heeft reeds een rapport van een archeologisch bureauonderzoek en een plan van aanpak (pva) voor archeologische verkennend booronderzoek ter toetsing aan de gemeente Eindhoven aangeboden. Nu dat het pva is geaccordeerd, zal het verkennend booronderzoek worden uitgevoerd. Nadat het veldwerk is uitgevoerd, zullen de onderzoeksresultaten van het bureauonderzoek en booronderzoek worden geïntegreerd in één rapport. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de gemeente zijn goedgekeurd en eventuele vondsten en documentatie zijn gedeponeerd.

Conclusie In het plangebied is sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische 34

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

resten. Ter bescherming hiervan wordt een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' in het bestemmingsplan opgenomen. Op dit moment wordt archeologische vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen.

Meldingsplicht toevalsvondsten Ook in de delen waarvoor geen dubbelbestemming Waarde - Archeologie wordt opgenomen is de kans aanwezig dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.

3.6.2

Cultuurhistorie

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stadsen dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Eindhoven (plangebied rood omlijnd)

Hierboven is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Eindhoven opgenomen. Zoals op deze afbeelding te zien is, ligt het plangebied binnen een cultuurhistorisch stedenbouwkundig gebied, namelijk 'historisch stedenbouwkundig structuur' en grenst het aan historische wegenstructuren.

In paragraaf 2.1 is uitvoering ingegaan op het historisch perspectief van het plangebied.

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

35

Toetsing Voor het beoogde planvoornemen is een onderzoek naar de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van het plangebied uitgevoerd. Deze is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan.

Waardering van de ruimtelijke structuur De waarde van de ruimtelijke structuur zoals deze in de kleinschalig opgezette buurt aanwezig is, wordt bepaald door het feit dat het stratenpatroon en de rooilijnen sinds de bouw ongewijzigd zijn gebleven. Daarbij valt de contour van de wijk te relateren aan de perceelsstructuur die in de vroege negentiende eeuw aanwezig was. Omdat genoemde zaken veelvoorkomend zijn wordt aan de ruimtelijke structuur een gemiddelde (ondersteunende) waarde toegekend. Tevens valt de opbouw van de ruimtelijke structuur grotendeels te relateren aan het oorspronkelijke ontwerp, hetgeen de waardering van de ruimtelijke structuur ondersteunt.

De pleintjes met de monumentale platanen bij de Verwerstraat en de Bakkerstraat, die als het ware de zuidelijke hoekpunten markeren, worden eveneens als ondersteunend voor de ruimtelijke structuur aangemerkt.

De relatie tussen de breedte van de straat en de maat van de bouwmassa is een evenwichtig geheel en ondersteund de ruimtelijke structuur.

Waardering van de belevingswaarde De uiterst sobere doch karakteristiek te noemen architectuur van de bebouwing, die het resultaat is van de crisis, maakt dat de wijk een lage of indifferente belevingswaarde kent. De verspringende goot- en nokhoogten, de verschillende kapvormen en de architectuur van de hoekpanden in de Wassenaarstraat (nummer 32 t/m 36 en 39, 41) zorgen hierin voor enige variatie. De belevingswaarde van de wijk is door het vernieuwen van de vensters en deuren, waarvan de laatste tevens in een detonerende kleur zijn geschilderd, aangetast. Ook de geringe mate en de kleinschaligheid van de groenvoorziening zorgen voor een lage belevingswaarde van de wijk.

Waardering van de architectuur Zoals vermeld in de pararaaf waarin de bouwgeschiedenis wordt behandeld, heeft tussen ontwerp, een ruim opgezette wijk met architectonisch interessante bebouwing, en uitvoering een grote versobering plaatsgevonden vanwege de crisis. Het huidige zeer sobere karakter van de bebouwing is evengoed kenmerkend voor de bouwtijd te noemen en sluit aan bij soortgelijke (arbeiders) wijken die rond dezelfde tijd in Nederland werden gebouwd.

Door het vernieuwen van de vensters, deuren en dakbedekking is de als weinig uitgesproken te duiden architectuur van de bebouwing aangetast, deze aanpassingen zijn echter reversibel. Vanwege de geringe zeldzaamheid, het verstorende karakter en het onbeduidende materiaalgebruik vertegenwoordigen de aanpassingen een indifferente waarde.

Bovenstaande maakt dat de bebouwing een lage architectonische waarde kent. Qua grootte en opzet ondersteunt de bebouwing de waarde van de ruimtelijke structuur en de 36

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

stedenbouwkundige opzet. De waardering van de zeldzaamheid Aan het wijkje valt in sociaal opzicht een hoge zeldzaamheidswaarde toe te kennen. Deze waarde is vooral gelegen in het cultuurhistorische aspect; als protestantse enclave binnen een katholieke stad (en provincie) dat opvallend genoeg werd ontworpen door een Groningse architect.

De aard van de bebouwing, de opzet en het materiaalgebruik is veelvoorkomend en heeft als zodanig een lage tot geen zeldzaamheidswaarde (zie waardering van de architectuur).

De waardering van de historisch maatschappelijke betekenis In de waardering van de zeldzaamheid werd al genoemd dat de wijk op cultuurhistorische gronden een hoge waarde vertegenwoordigt. Dit valt direct te relateren aan de historisch maatschappelijke betekenis voor Eindhoven die hoog te noemen is.

De wijk werd namelijk gebouwd in een tijd waarin de industrialisatie van Eindhoven een grote vlucht nam en diverse woningbouwverenigingen woonwijken bouwden om de grote toestroom van arbeiders uit de provincie, of zelfs daarbuiten, op een naar de maatstaven van toen goede wijze te kunnen huisvesten. Het realiseren van dergelijke woonwijken werd bemoeilijkt door de crisis tussen 1919 en 1923.

De wijk vormt dus een onderdeel van een belangrijk punt in de (sociale) geschiedenis van Eindhoven. De versobering van het ontwerp is in historisch maatschappelijke licht bezien eveneens van betekenis. Deze heeft een directe relatie met de genoemde crisis welke ervoor zorgde dat de bouw van goedkope woningen door de vereniging stil kwam te liggen, of zoals in het geval van de Gildebuurt, sterk versoberde.

De waardering van de herkenbaarheid, de authenticiteit en de karakteristiek Omdat er geen ingrijpende wijzigingen hebben plaatsgevonden in de bebouwingsstructuur van de wijk, is het authentieke karakter nog duidelijk aanwezig en wordt daarom positief gewaardeerd. Ook aan de herkenbaarheid van de wijk wordt een positieve waarde toegekend als karakteristiek voorbeeld van een, noodgedwongen, eenvoudig vormgegeven arbeiderswijk uit het begin van de twintigste eeuw. Het vervangen van de vensters en deuren heeft er, zoals eerder gezegd, voor gezorgd dat de karakteristiek en de authenticiteit van de bebouwing is aangetast. Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze ingrepen reversibel zijn.

Cultuurhistorisch landschap In het onderzoek wordt de bomenrij aan de Verwerstraat hoog gewaardeerd. Dit wil zeggen dat dit cultuurhistorisch landschappelijk element behouden, hersteld en/ of versterkt moet worden. Hiervoor zal ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' worden opgenomen.

Conclusie De sloop van de bestaande woningen in de Gildebuurt is een noodzaak vanuit de technische staat van de woningen. Renovatie is financieel niet haalbaar. Daarnaast is er in de stad vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

37

Eindhoven en voor corporaties een verdichtingsopgave. Deze ontwikkeling kan daar een bijdrage aan leveren. De Gildebuurt is een cultuurhistorisch waardevolle wijk. De cultuurhistorische waarde en elementen van het bestaande plan vormt inspiratie voor het toekomstige plan. De cultuurhistorische waarde wordt vertaald in een heel aantal aspecten. De stedenbouwkundige opzet van de straten blijft compleet en behouden in de nieuwe planopzet. Deze wordt zelfs verbeterd/teruggebracht naar de oorspronkelijke gedachte (tuinwijk). De open hoeken, waardoor bijzondere verblijfsruimtes ontstaan worden gerespecteerd en geherinterpreteerd. De straatprofielen blijven in breedte behouden door de bestaande rooilijnen over te nemen. Elementen die in de originele planvorming zaten, maar niet uitgevoerd zijn, zijn nu aanleiding voor verbijzonderingen in het plan. Denk aan de centrale hof en de set backs in de gevels van de grondgebonden woningen. Verder zijn de in de bestaande woningen aanwezige poortjes een inspiratiebron voor de toekomstige ontwikkelingen. De diversiteit van verschillende typologieën zoals ook aanwezig in de bestaande bebouwing is ook voor de nieuwbouw een uitgangpunt. Hiermee ontstaat een gevarieerde en inclusieve gebruikers groep.

De identiteit van de van originele protestante enclave wordt verstevigd door een eenduidige stedenbouwkundige en architectonische benadering van de woningen en appartementen. Iets dat in de huidige bebouwing door de faseringen minder afleesbaar is. Er is een toolbox ontwikkeld waarin onderdelen van de bestaande bouw als inspiratie kan worden ingezet voor zicht in detaillering; materialisering van gebouw en openbaar gebied. Op deze manier wordt de waarde van het gebied beter voelbaar en blijft er een directe link naar het originele plan.

3.7

Verkeer en parkeren

3.7.1

Beleidskader

De mobiliteitsvisie 'Eindhoven op Weg' is in 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is het verkeersbeleid voor de komende decennia (planhorizon 2040) vastgelegd. Deze visie vormt het bestuurlijke beleidskader voor alle verkeers- en mobiliteitsopgaven. In maart 2022 is de mobiliteitsvisie geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. De actualisatie Eindhoven op Weg 2022 geeft een actueel overzicht van de stand van zaken van de beleids- en planontwikkeling binnen het thema mobiliteit en bereikbaarheid.

38

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019. De Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is vanaf 4 oktober 2019 van kracht en past in de ontwikkeling naar een groenere, bereikbare en duurzame stad. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 zijn ook fietsparkeernormen opgenomen. Door Goudappel is onderzoek uitgevoerd de verkeergeneratie, de verkeersafwikkeling en de parkeeropgave die deze ontwikkeling met zich meebrengt. Dit onderzoek maakt als bijlage onderdeel uit van de toelichting. Hieronder wordt op de uitkomsten ingegaan. 3.7.2

Stomp-principe

Bij het STOMP-principe geven we de S de meeste prioriteit, gevolgd door de T, de O, de M en dan pas de P. Zo vormt de mens het startpunt. Door functiemenging en compactheid toe te passen ontstaan gebieden waar lopen een aantrekkelijke optie is. Voor langere afstanden bieden fiets en OV uitkomst als schone en ruimte-efficiënte modaliteiten. MaaS – bijvoorbeeld deelvervoer – kan dit gebruik vergemakkelijken en verder stimuleren. De privéauto geldt als sluitstuk. STOMP vormt de basis voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit. Stappen (Voetgangers) In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse voorzieningen op loopafstand. De Woenselsemarkt ligt binnen 200 meter van de ontwikkeling. Daarnaast is tevens het centrum van Eindhoven te voet bereikbaar met 1,5 km. Binnen het plangebied wordt aandacht besteed aan het beperken van het gemotoriseerd verkeer en het verbeteren van de verblijfskwaliteit door middel van een duurzame inrichting van het plangebied. Trappen (Fietsen) De Gildebuurt kent goede fietsverbindingen richting het centrum van Eindhoven (1,5km) en het centraal station (circa 1 km), via de Montgomerylaan (vrijliggend fietspad) en de Kruisstraat (fietsstraat). De ontwikkeling draagt voornamelijk met goede fietsparkeervoorzieningen bij aan het stimuleren van het gebruik van de fiets. Hier wordt in paragraaf 3.7.6 nader op ingegaan.

OV vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

39

De ontwikkeling Gildebuurt kent een goede ontsluiting op het openbaar vervoer. Op acceptabele loopafstand van het plangebied is een HOV-bushalte gelegen (Fontys Rachelsmolen). De buslijnen 2 (4x per uur), 9 (2x per uur), 322 (2x per uur), 404 (4x per uur), 405 (4x per uur) en 406 (4x per uur) halteren op deze halte. Hiermee wordt onder andere het centraal station van Eindhoven ontsloten. Daarnaast gaan deze buslijnen richting Uden, Nuenen en Son.

Maas In de directe nabijheid van het plangebied is het huidige aanbod en gebruik van deelmobiliteit inzichtelijke gemaakt aan de hand van het aanbod van deelauto's en deelfiets, en -scooters: Deelauto's Er zijn 2 Deelauto's van Mywheels met zoneplek in de wijk Gildebuurt, waarvan 1 binnen de scope van het project. Voor deze ontwikkeling wordt de inzet en het gebruik van deelauto's op dit moment echter minder kansrijk geacht, vanwege de doelgroep (sociale huur). Woonstichting 'thuis is samen met de gemeente Eindhoven aan het onderzoeken of er voor de toekomst mogelijkheden zijn om deelauto's of een andere vorm van deelmobiliteit mogelijk zijn voor de doelgroep sociale huur. Indien hiervoor in de toekomst mogelijkheden zijn dan kunnen er parkeerplaatsen op het binnenterrein komen te vervallen en zal de vrijgekomen ruimte met groen ingevuld gaan worden. Deelfietsen/scooters in de Gildebuurt Uit onderzoek blijkt dat in een tijdsbestek van 3 dagen er in totaal circa 260 ritten van en naar de Gildebuurt zijn gemaakt. Het zwaartepunt ligt met name op Kruisstraat, Woenselse Markt en Fontys campus. Specifiek binnen het plangebied gaat het om circa 30-40 ritten in 3 dagen. Privé auto Voor het plangebied is de verkeersgeneratie, de verkeersafwikkeling en het parkeren voor de privé auto in beeld gebracht. Hier wordt in paragraaf 3.7.3 t/m 3.7.5 nader op ingegaan.

3.7.3

Verkeersgeneratie

Aan de hand van CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie in de huidige en toekomstige situatie bepaald. De verkeersgeneratie betreft de optelsom van de aankomende en vertrekkende ritten. Binnen de kencijfers wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en ligging van de ontwikkeling. Voor deze locatie net binnen de Ring in Eindhoven geldt als stedelijkheidsgraad 'zeer sterk stedelijk' en als ligging 'schil centrum'. In de huidige situatie kent de locatie 119 grondgebonden sociale huurwoningen. In de toekomstige situatie worden deze woningen gesloopt en worden er 54 grondgebonden sociale huurwoningen en 165 sociale kleine en middelgrote huurappartementen gerealiseerd. Per saldo betekent dit een verdichting van 100 woningen. Bij de verkeersgeneratie is ook rekening gehouden met een mobiliteitscorrectie van -25% indien een ontwikkellocatie binnen 400 meter hemelsbreed gelegen is van een HOV-halte (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) en station Strijp-S. Bij deze ontwikkeling is dat aan de orde: de Gildebuurt is binnen 400 meter van de HOV-halte Fontys Rachelsmolen gelegen. De CROW publicatie 381 stelt dat een lagere parkeernorm van -10% leidt tot 7,5% minder auto's. Oftewel parkeernorm van 25% lager reduceert de verkeersgeneratie met 18,75%. Hierdoor komt het toekomstige aantal verkeersbewegingen neer op ca. 440 motorvoertuigbewegingen op een weekdag, ca.

480 motorvoertuigbewegingen op een werkdag en ca 320 op een weekenddag. De verdichting van 100 woningen leidt tot een toename van ca 130 verkeersbewegingen op een weekdag, 140 verkeersbewegingen op een werkdag en ca 90 40

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

verkeersbewegingen op een weekenddag. 3.7.4

Verkeersafwikkeling

In het voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met een gewijzigde verkeerscirculatie ten opzichte van de huidige situatie. De Slagerstraat wordt autovrij en dus afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. In de Bakkerstraat wordt tweerichtings verkeer ingesteld in plaats van het huidige éénrichtingsregime om het gebied vanuit het oosten en westen bereikbaar te houden. Op de Wassenaarstraat wordt een eenrichtingsregime ingesteld in noordelijke rijrichting. Hiermee wordt het aantal keerbewegingen bij het verkeerslicht met de Pastoriestraat geminimaliseerd en wordt het aantal verkeersbewegingen in de wijk zo veel mogelijk beperkt.

Uit de analyse van de nieuwe verkeerscirculatie komt naar voren dat de intensiteiten naar verwachting niet groter zijn dan ca. 700 (werkdag) tot 1.000 (zaterdag) motorvoertuigbewegingen (mvt/etmaal) op de drukste straat in de buurt, de Verwerstraat. Op de overige wegvakken in het plangebied is de intensiteit lager. Er kan geconcludeerd worden dat de verschuivingen en toenames relatief klein zijn en naar verwachting geen knelpunten opleveren in de toekomst. De beperkte toename van de verkeersintensiteit heeft geen significant effect op de met verkeerslichten geregelde kruispunten Looierstraat Montgomerylaan, Pastoriestraat/ Montgomerylaan en Pastoriestraat/ Kloosterdreef. De hoogste toename in het plangebied is: 330 mvt per etmaal op een weekenddag en dat komt in het drukste uur neer op 33 extra voertuigen (10% van een etmaal) en; 230 mvt etmaal op een werkdag en dat komt in het drukste uur neer op 23 extra voertuigen . Dit zijn dermate lage aantallen voertuigen dat verkeerslichten deze fluctuaties kunnen verwerken en de verkeersafwikkeling op straat niet wijzigt.

3.7.5

Autoparkeren

Bij besluit van 17 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Parkeernormen 2016 vastgesteld. Hierin zijn normen vastgelegd voor parkeren. Deze nota is inmiddels geactualiseerd door de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019.

In de nota is dat uitgewerkt in de zogenaamde verplichte "HOV-reductie" (minder parkeerplaatsen bij stations en Hoogwaardig openbaar vervoer-haltes) en het stimuleren van gebruik van deelauto's voor bewoners. Als tweede aanpassing willen we de bestaande (privé) parkeercapaciteit beter en efficiënter gaan benutten ten opzichte van realisatie van parkeerplaatsen op eigen terrein. De derde belangrijke aanpassing is dat ontwikkelaars een bijdrage in het mobiliteitsfonds moeten storten, bij gebruik van reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen. Met dat geld willen we onder andere de opbouw van een stadsbreed deelmobiliteit netwerk op weg helpen. In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 hebben we eveneens de fietsparkeernormen geactualiseerd en gaan daar uitgebreider op toetsen en handhaven.

De parkeerbehoefte voor de ontwikkeling bedraagt 141 parkeerplaatsen. In het voorgenomen plan worden er 131 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd en de overige 10 plaatsen worden in de openbare ruimte opgelost. Omdat de Wassenaarstraat autoluw wordt gemaakt, de Slagerstraat autovrij en in de Bakkerstraat deels tweerichtingsverkeer wordt ingesteld, vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

41

komen er daarnaast maximaal 62 parkeerplaatsen in de openbare ruimte te vervallen.

Hiertoe is bekeken of de bezetting, binnen de loopafstand van 200 meter, na de ontwikkeling van de Gildebuurt onder de 90% ligt. De totale bezetting van het aantal openbare parkeerplaatsen in de omgeving van de ontwikkeling Gildebuurt ligt op alle meetmomenten in de week onder de 90%, behalve op de zaterdagmiddag. Op de zaterdagmiddag is er sprake van een evenement, want dan vindt de weekmarkt plaats op de Woenselse Markt. Na ontwikkeling van de Gildebuurt wordt de parkeerdruk op een zaterdagmiddag 92% en dat is lager dan de huidige parkeerdruk van 94%. Aangezien parkeerdruk grotendeels onder 90% ligt en tijdens de wekelijkse markt verbeterd, is het voor de Gildebuurt mogelijk om 10 parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te lossen en maximaal 62 parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te heffen.

3.7.6

Fietsparkeren

In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019' zijn eveneens de fietsparkeernormen opgenomen, waarop uitgebreider zal worden getoetst en gehandhaafd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders als uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen vastgesteld.

In de parkeeroplossing is rekening gehouden met 717 fietsparkeerplekken voor bewoners en bezoekers. Voor bewoners worden 673 fietsparkeerplekken in bergingen gerealiseerd. Voor elke woning, 219 in totaal, wordt een berging gerealiseerd die voldoet aan afmetingen van het bouwbesluit. Per woning zal een berging gerealiseerd worden van minimaal 5m2. Voor bezoekers van woningen worden 44 fietsparkeerplaatsen op maaiveld gerealiseerd. Het uitgangspunt is dat deze fietsparkeerplaatsen conform de Nota parkeernormen 2019 op eigen terrein zijn gelegen.

3.8

Groen

3.8.1

Groenbeleidsplan

Begin 2017 is een actualisatie van Groenbeleidsplan door de gemeenteraad vastgesteld. Dit Groenbeleidsplan 2017 is gemaakt met de veranderende rol van de overheid in het achterhoofd. Het voorziet in vier sporen "het verhaal van de stad", wat de waarde van groen is (functies als uitgangspunt), welke ambitie de gemeente daarmee heeft en het daadwerkelijke groenbeleid. Het groenbeleidsplan heeft als doel het duurzaam veiligstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met daarin passende functies. Hiermee levert de toepassing van het groenbeleid een wezenlijke bijdrage aan een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving als karakteristieke kwaliteit van Eindhoven. Een omgeving die leefbaar en klimaatadaptief is en een volwaardig vestigingsklimaat biedt voor Brainport.

Het groenbeleid sluit aan op de geomorfologische structuur van de stad: de structuur van dekzandruggen en beken (Dommel en Gender) die Eindhoven hebben gevormd. Op basis van de tuinstad gedachte is bij de verdere ontwikkeling van Eindhoven sterk ingezet op het behoud van de groene ruimten tussen de voormalige dorpen. Genneper Parken (tussen Stratum en Gestel), Brainport Park (tussen Strijp en Woensel) en De Karpen (tussen Woensel en Tongelre) vormen nog altijd imposante, groene wiggen, die tot diep in de stad reiken. Het behoud van de robuuste groenstructuur, die vanuit het buitengebied, via de wiggen tot aan de bomen bij de voordeur reikt, is een belangrijk uitgangspunt van het groenbeleidsplan.

42

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

Het Groenbeleidsplan heeft in principe betrekking op al het groen van Eindhoven, dus niet alleen het groen in eigendom van de gemeente. Omdat niet al het groen bescherming krijgt door een specifieke groenbestemming en de gemeente enkel directe invloed heeft op haar eigen eigendommen, is niet al het groen automatisch beschermd.

In het Groenbeleidsplan 2017 zijn onder andere procesafspraken genoemd die een relatie hebben met een ruimtelijke procedure. Het betreft een procesafspraak over groenplannen bij ontwikkeling van gebouwen of gebieden en de procesafspraak over de groenregelingen voor bomen (Verordening Bomen en Nadere regels bomen) en de Regeling Groencompensatiefonds. De genoemde groenplannen dienen een toelichting van de groene inrichting van een ontwikkeling te geven. Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan 2017 geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

Beoordeling plan Het projectgebied is in het Groenbeleidsplan 2017 aangeduid als 'Stad, rood beeldbepalend' in een groenarm gebied. In dit gebied wordt als ordeningsprincipe de volgende strategie(en) aangehouden:

Strategie 1: Stad, rood beeldbepalend In deze gebieden heeft groen een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit ('aankledingsgroen') of een recreatieve functie voor de woonomgeving (parken). Het beleid is gericht op behoud en ontwikkelen van deze groene elementen of functies. Het oppervlak groen binnen deze categorie zou niet verder af moeten nemen. Binnen de aangeduide groenarme buurten wordt gestreefd naar uitbreiding van het groenareaal.

Dit plangebied is tevens aangeduid als groenarme buurt.

Uitsnede kaart Groebeleidsplan 2017 (plangebied in 'Stad, rood beeldbepalend')

Beleidsregel groencompensatie Het Groenbeleidsplan 2017 omschrijft het beleid voor de combinatie van verdichten en vergroenen. Dit betekent dat voor iedere woning die wordt toegevoegd, er wordt gestreefd naar 8 m² toegevoegd groen. Ook kent de gemeente een regeling voor groencompensatie vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

43

(Beleidsregel groencompensatie), die kortweg inhoudt dat groen, dat plaats moet maken voor een ontwikkeling, door de ontwikkelende partij moet worden gecompenseerd, fysiek en/of financieel.

Gezien het voorgaande is een Groenplan opgesteld. De rapportage van het groenplan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Situatieschets groenvoorzieningen in planvoornemen

De bestaande situatie in de openbare ruimte bestaat grotendeels uit verharding. Het bestaande groen bestaat uit circa 170 m2 groen in de openbare ruimte en betreft de bestaande tuinen van de woningen. Voor het huidige planvoornemen geldt een compensatienorm van 8 x 100 (toegevoegde woningen) = 800 m2 groen. Beoogd wordt circa 5.000 m² groen te realiseren. Dit is een grote toename ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op het voorgaande voldoet dit plan aan het Groenbeleidsplan en Beleidsregel groencompensatie.

3.8.2

Beleid Bomen

Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bomen is vastgelegd in de Verordening Bomen 2021. Deze is op 6 april 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De Verordening en (uitwerking daarvan in) nadere regels Bomen is van toepassing op bomen die niet vallen onder de regelgeving van de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming is van toepassing op: bossen die buiten de 'bebouwde kom Wnb' liggen; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. 44

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

Voor bomen geldt dus of de Wet natuurbescherming of de Verordening Bomen 2021 Voor het vellen van bomen dient, behoudens een aantal vrijstellingen, een melding te worden gedaan bij de Provincie Noord Brabant. Er is een herplantplicht van toepassing.

Verordening Bomen 2021 In de Verordening Bomen 2021 is de bescherming van bomen geregeld, doordat voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig is. Daarbij kan ook nog worden gezorgd voor herplant van de te kappen bomen (compensatieplicht). De verordening bevat regels over hoe wordt omgegaan met overlast door bomen, de compensatieplicht bij kap, de indieningvereisten bij een vergunningaanvraag, de beoordeling (weigeringsgronden) van een kapaanvraag en het aanbrengen van verlichting in bomen. Conform de verordening is een vergunning voor kappen van bomen nodig als: bomen vanaf 45 cm stamomtrek op gemeentegrond of op particuliere percelen groter dan 250 m2; een houtopstand die voor de eerste keer wordt teruggesnoeid tot op de hoofdtakken of stam; een houtopstand, ongeacht de stamomtrek, die is aangelegd op grond van een herplant-, compensatie en/of instandhoudingsplicht op grond van artikel 6 of een overeenkomst met het college. voor het voorhanden of in voorraad hebben dan wel het vervoeren van een gekapte houtopstand of delen ervan met een plantenziekte is een omgevingsvergunning vereist, voor zover deze plantenziekte zich kan verspreiden is wel een vergunning nodig.

Groene kaart Er is een groene kaart waarop ter informatie het volgende is aangegeven: Groenstructuur van de gemeente Eindhoven (groene wiggen, groene dooradering en hoofgroenstructuur); Groenarme gebieden; Centrumgebied; Bebouwde komgrens Wet natuurbescherming; (Particuliere) percelen groter dan 250 m2. De informatie op de groene kaart is nodig om: Te duiden waar de waardevolle bomen staan; Te duiden waar de monumentale bomen staan; Inzicht te geven in de Bebouwde komgrens wet natuurbescherming; Inzicht te geven in de gebieden waar een compensatiefactor geldt in het geval financiële compensatie aan de orde is, het centrumgebied en de groenarme gebieden. Om de kaart actueel te houden wordt de informatie over de bomen op de kaart en de kadastrale situatie op de kaart, zeer frequent bijgewerkt. Zo blijft de kaart up-to-date en betrouwbaar voor zowel interne als externe gebruikers.

Compensatieplicht bomen Door het kappen van bomen gaat groen verloren. Het weggevallen groen moet in beginsel worden gecompenseerd. Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand (bomen) kunnen voorschriften worden verbonden. Onder andere kan een compensatieplicht worden opgelegd. In de Nadere regels Verordening bomen 2021 is bepaald wanneer een compensatieplicht ontstaat en hoe die wordt bepaald.

Nadere regels voor compensatie De Verordening is uitgewerkt in nadere regels voor compensatie. Deze zijn op 21 april 2021 vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

45

vastgesteld door het college en op 23 april 2021 in werking getreden. Het college mag op basis van de Verordening bomen 2021 compensatie opleggen zoals uitgewerkt in de 'Nadere Regels voor compensatie'.

Beoordeling plan Binnen en rondom het plangebied zijn bomen gesitueerd. Ten behoeve van de realisatie zijn werkzaamheden noodzakelijk binnen de kwetsbare boomzone. Voor het beoogde planvoornemen zijn middels een bomeninventarisatie en een Bomen Effect Analyse (BEA) de bomen in kaart gebracht die invloed gaan ondervinden van de herontwikkeling. Deze rapportage is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste conclusies uit deze rapportage.

Projectinvloed Bij werkzaamheden aan en onder straten is wortelschade te verwachten bij alle gemeentelijke straatbomen. Enkele bomen zullen mogelijk ernstige wortelschade ondervinden omdat werkzaamheden plaatsvinden binnen de stabiliteitskluit. Welke dit zijn is zonder ontwerp nog niet te zeggen.

Op basis van het meest recente stedenbouwkundig plan kan op voorhand worden gezegd dat met de bouw van woningen en de aanleg van parkeerplaatsen op een groot aantal particuliere bomen ruimtelijk beslag wordt gelegd. Werkzaamheden vinden plaats tot binnen de stamvoet van deze bomen.

Bij een aantal bomen is wortelschade te verwachten door de ontwikkeling, de bomen bevinden zich buiten het plangebied. Voor enkele bomen kan het hier potentieel gaan om ernstige wortelschade, omdat werkzaamheden plaatsvinden binnen de stabiliteitskluit van deze bomen.

Enkele bomen zijn (mogelijk) op te nemen in particuliere tuinen en plantsoenen. Het gaat om de haag met matige kwaliteit (Californische cipressen) in de tuin van Verwerstraat 76 en om een halfwas smalbladige es in de tuin van Bakkerstraat 18. Deze boom was niet volledig inspecteerbaar.

Conclusie en advies Bomen waarop volgens het huidige stedenbouwkundig plan ruimtelijk beslag wordt gelegd (allen particulier) dienen voor aanvang van het werk te worden verwijderd. Als er particuliere bomen zijn waarvan toch de wens van bestaat ze te behouden dienen ontwerpwijzigingen te worden doorgevoerd waarbij ontwikkelingen bij voorkeur plaatsvinden buiten de kwetsbare zone (kroonprojectie +1,5 meter). Werkzaamheden binnen de kwetsbare zone dienen te worden getoetst middels een vervolg-BEA.

Bij particuliere bomen waarbij (ernstige) wortelschade wordt verwacht dient groeiplaatsonderzoek te worden uitgevoerd zodra tuinen mogen worden betreden. Bovendien zijn voor enkele bomen (buiten plangrens) ontwerpwijzigingen nodig om ze te behouden omdat nu werkzaamheden plaatsvinden (aanleg parkeerplaats) binnen de stabiliteitskluit. Graafwerkzaamheden binnen de stabiliteitskluit zijn niet toegestaan;

46

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

Bij gemeentelijke straatbomen dient groeiplaatsonderzoek plaats te vinden zodra de plannen voor de verwijdering en aanleg van nutstracés bekend zijn. Mocht echter vooraf al duidelijk zijn dat graafwerkzaamheden binnen de stabiliteitskluit van bepaalde bomen niet kunnen worden voorkomen kan vooraf de keuze worden gemaakt deze bomen te verwijderen. Graafwerkzaamheden binnen de stabiliteitskluit zijn geen optie;

Bij bomen die ingepast kunnen worden in tuinen of plantsoen moet ten eerste bij één boom de keuze worden gemaakt of deze boom het behouden waard is op basis van een herinspectie zodra de tuinen kunnen worden betreden. Wanneer behoud wenselijk is dient groeiplaatsonderzoek in tuinen te worden uitgevoerd indien ontwikkelingen plaatsvinden binnen de kwetsbare zone (kroonprojectie +1,5 meter). Op dit moment is mogelijk niet alle informatie van deze bomen verkregen. De haag met Californische cipressen is van een matige kwaliteit en laagwaardig materiaal. De toekomstverwachting is laag en de haag is waarschijnlijk moeilijk tot niet inpasbaar. Aanbevolen wordt deze haag te verwijderen.

Compensatieplicht In dit geval worden een aantal bomen gekapt waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is. De te kappen bomen zullen worden gecompenseerd in het nieuwe plan door aanplant van nieuwe bomen binnen het plangebied.

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Het planvoornemen wordt dan ook niet belemmerd door de aanwezigheid van kabels, leidingen en straalpaden.

3.10

Windhinder, privaatrechtelijke belemmering en bezonning

3.10.1

Windhinder

Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft.

De toekomstige situatie voorziet in gelijksoortige bouwhoogten als in de bestaande situatie. Om deze reden is het in het kader van een zorgvuldige afweging niet nodig om nader in te gaan op windhinder. 3.10.2

Privaatrechtelijke belemmeringen

Uit jurisprudentie blijkt dat eigendomsverhoudingen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening in beginsel niet van doorslaggevende betekenis zijn. Hieraan kan slechts betekenis toekomen, indien privaatrechtelijke verhoudingen van een dusdanig evident belemmerende aard zijn dat in verband daarmee de realisering van het planvoornemen binnen de planperiode niet aannemelijk is.

Met het planvoornemen is geen sprake van privaatrechtelijke belemmering. Ten opzichte van de huidige situatie vinden er geen belangrijke veranderingen plaats die mogelijk vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

47

privaatrechtelijk tot belemmeringen zouden kunnen leiden. 3.10.3

Bezonning

Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Gemeentes zijn daarom vrij om een eigen invulling te geven aan de eisen omtrent bezonning.

Beleidsregels voor bezonning woningen Op 10 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de "beleidsregels voor bezonning woningen" vastgesteld. Uit deze beleidsregels volgt onder andere dat minimaal 2 uur zonneschijn per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober aanwezig dient te zijn op de gevel, ter hoogte van het midden van de vensterbank van het raam van de woonkamer.

Toetsing plan In het kader van de realisatie van het beoogde planvoornemen is een zonnestudie uitgevoerd. De totale zonnestudie is opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. Voor dit onderzoek is de gehele nieuwbouwontwikkeling met de daaraan grenzende bestaande bebouwing onderzocht. De nieuwbouwontwikkeling voldoet aan de gestelde norm. De bestaande bebouwing grenzend aan de nieuwbouwontwikkeling voldoet ook aan de gestelde norm met uitzondering van de woningen aan de Slagerstraat met nummer 35 t/m 43 en 36 t/m 42. Uit de intervalmetingen is gebleken dat de woningen op nummer 35 en 36 het meest beschaduwd worden en er is daarom een aanvullend onderzoek gedaan. In dit onderzoek is tussen de periode van 21 maart tot 21 september bekeken hoeveel zonuren er per dag op het bijbehorende perceel vallen. Dit is gedaan in de bestaande situatie en de nieuwe situatie. Hieruit volgt dat de hoeveelheid zonlicht met meer dan 50% verminderd ten opzichte van de bestaande situatie. In de nieuwe situatie zijn er dagen bij dat er minder dan 2 uur zonlicht valt op het perceel. Om toch te kunnen voldoen aan de gestelde norm is het noodzakelijk om de nieuwbouwontwikkeling aan te passen qua volume. Wanneer de achterste hoeken van het volume, welke grenzen aan de tuinkanten van Slagerstraat 35 en 36, wordt teruggebracht naar 1 bouwlaag kan worden voldaan.

Op deze manier is de vermindering van daglicht ten opzichte van de bestaande situatie niet meer dan 50% verminderd én is er minimaal 2 uur zonlicht op enig punt in de achtertuin. Hiermee wordt voldaan Beleidsregels voor bezonning woningen.

48

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 4

Milieuparagraaf

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Wettelijk kader

Met een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden de milieugevolgen van een plan in beeld gebracht. De m.e.r. is gebaseerd op Europese regelgeving. In Nederland is de m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r.. De Wm gaat vooral in op de procedure en de inhoudsvereisten. In het Besluit m.e.r. is geregeld in welke gevallen een m.e.r. moet worden opgesteld. Bij het Besluit m.e.r. is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een m.e.r.-plicht (onderdeel C) en een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: Kolom 1: de activiteit zelf Kolom 2: drempelwaarden activiteit Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief. Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten.

In dit kader zijn met name 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. van belang. Het gaat daarbij om: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen;

Stedelijk ontwikkelingsproject Uit de jurisprudentie volgt dat of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard, omvang en locatie van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Hieronder wordt ingegaan op deze aspecten.

Binnen het plangebied worden maximaal 219 woningen gerealiseerd na sloop van 119 woningen. De woningen worden nagenoeg op dezelfde locatie teruggebouwd, echter alleen met een hogere dichtheid. Het ruimtebeslag blijft nagenoeg gelijk. Het plangebied ligt in hoog stedelijk gebied. Een dergelijke stedelijke ontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woonmilieu. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als in de zin van het Besluit m.e.r.

Het planvoornemen zal wat betreft verkeer aansluiten op de aanwezige infrastructuur. De infrastructuur heeft voldoende capaciteit en hoeft hierdoor niet te worden opgeschaald. Het vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

49

plangebied is goed bereikbaar. De parkeerbehoefte die deze ontwikkeling met zich mee brengt wordt goed opgelost.

Tenslotte wordt nog opgemerkt dat de uitgevoerde onderzoeken aantonen dat het realiseren van deze woningen op de locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

4.2.1

Inleiding

Op basis van milieuzonering wordt bepaald welke categorieën bedrijven en/of inrichtingen in het plangebied zijn toegestaan. Dit houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG - brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven tot de omgevingstypen rustige woonwijk en gemengd gebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in de richtafstandentabel gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven. Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot gemengd gebied. 4.2.2

Beoordeling plan

Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 219 wooneenheden op een locatie waar in de huidige situatie 119 woningen aanwezig waren. Het gaat bij dit planvoornemen om deze reden om een toevoeging van 100 woningen ten opzichte van het geldend bestemmingsplan.

Het plangebied is gelegen nabij de Kruistraat en de Ring. Het omringende gebied is derhalve te typeren als 'gemengd gebied', zodat richtafstanden met één stap kunnen worden verlaagd.

De richtafstanden gelden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is.

In de directe omgeving liggen enkele kantoorpanden aan de Pastoriestraat. Aangrenzend aan het plangebied zijn enkele niet-woonfuncties gelegen, waaronder horecagelagenheden aan de Kruisstraat en café 'Ons Hoekske'. Deze behoren tot milieucategorie 1. VNG-milieuzonering adviseert een afstand voor geur en geluid van 10 meter tussen de horecagelegenheid en het 50

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

omgevingstype rustige woonwijk. Gezien het feit dat het plangebied onder omgevingstype 'gemengd gebied' valt, geldt een richtafstand van 0 meter. Een restaurant en/of café valt daardoor (bij gebied met functiemenging) in categorie A: 'Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd'. Tevens liggen ten zuiden van het plangebied op circa 60 meter een aantal percelen met de bestemming 'bedrijf'. Hier kunnen bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 vestigen. Deze bedrijven liggen op voldoende afstand tot het plangebied.

Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Aan de richtafstanden kan worden voldaan, waardoor enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en anderzijds worden niet-woonfuncties niet in de bedrijfsvoering belemmerd.

4.3

Geluid

4.3.1

Wettelijk kader

De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bronen/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in realisatie van wooneenheden. Deze zijn geluidsgevoelig in de zin van de Wgh. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen verschillende geluidzones. Om die reden is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van de deelaspecten wegverkeerslawaai en industrielawaai 4.3.2

Wegverkeerslawaai

Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Kronehoefstraat, Pastoriestraat, Veldmaarschalk Montgomerylaan en de Onze Lieve Vrouwenstraat. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen.

De gevels van enkele blokken zijn niet geluidbelast ten gevolge van de beschouwde 30 km/uur wegen. Voor de overige blokken geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen de richtwaarde met maximaal 6 dB overschrijdt. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn.

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

51

Voor de gezoneerde wegen Kronehoefstraat, de Onze Lieve Vrouwestraat en de Veldmaarschalk Montgomerylaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen en appartementen overschrijdt. Derhalve is voor deze wegen een procedure hogere waarde niet aan de orde. Voor enkele andere blokken geldt dat deze ten gevolge van de Pastoriestraat niet geluidbelast zijn. Voor de overige blokken geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen en appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. Voor vier blokken betreft de geluidbelasting maximaal 53 dB. Bij een ander blok is de geluidbelasting maximaal 50 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden.

Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Het verlengen en verhogen van het reeds aanwezige geluidscherm langs de Pastoriestraat gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en verkeerskundige aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Het verder verbeteren van het wegdek op de Pastoriestraat (bronmaatregel) is in de onderhavige situatie niet realistisch.

Om een hogere waarde te kunnen verlenen dient tevens voldaan te worden aan de in het “Hogere Waarden Beleid Geluid” d.d. maart 2010 en “het gemeenteblad Beleidsregels hogere waardenbeleid geluid” d.d. 17 juli 2018 van de gemeente Eindhoven genoemde aanvullende voorwaarden.

Uit de rekenresultaten blijkt dat de voorgevels van vier blokken met meer dan 53 dB geluidbelast zijn ten gevolge van de beschouwde 30 km/uur wegen. De woningen en appartementen van deze blokken beschikken allen over een volledig geluidluwe achtergevel. De woningen en appartementen van de overige blokken die ten gevolge van de Pastoriestraat of de beschouwde 30 km/uur wegen met niet meer dan 53 dB geluidbelast zijn, dienen formeel niet te beschikken over een geluidluwe gevel. Desalniettemin beschikken deze woningen allemaal over ten minste één geluidluw geveldeel (in het geval van de appartementen) of geluidluwe achtergevels ter plaatse van in ieder geval de begane grond (in het geval van woningen). Aan de geluidluwe gevels dient ten minste één verblijfsruimte te worden gesitueerd.

Daarnaast geldt dat de gecumuleerde geluidbelasting de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB niet mag overschrijden. Bij de voornoemde cumulatieve geluidbelasting van maximaal 57 dB geldt dat aan deze eis tevens wordt voldaan.

Derhalve wordt aan alle aanvullende eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid voldaan en wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 100a, lid 5 van de Wet geluidhinder.

Aangezien voor onderhavige plan sprake is van een procedure hogere waarde, is een 52

vastgesteld IV Oud Woensel 2012 (Gildebuurt) Gemeente Eindhoven

aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

Aangezien één blok niet geluidbelast is met meer dan 53 dB (exclusief aftrek) wordt voor dit blok een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woonen leefklimaat gewaarborgd. 4.3.3

Railverkeerslawaai

Het plangebied ligt op ongeveer 1 km van de spoorlijn. Het plangebied is dan ook niet gelegen binnen de zone van de spoorlijn (300 m). Het aspect railverkeerslawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan.

4.3.4

Industrielawaai

Het plangebied ligt niet in de geluidzone van een industrieterrein. Het aspect industrielawaai is dan ook niet aan de orde bij dit bestemmingsplan. 4.3.5

Luchtvaartlawaai

Het projectgebied ligt op hemelsbreed op ruim 5,5 kilometer van de luchthaven Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de 35Ke-geluidszone rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Het projectgebied ligt niet binnen deze vastgestelde geluidszone (35Ke-contouren). Deze geluidszone werkt daarom niet belemmerend voor dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12995491/2