CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - SPILmonitor Eindhoven 2021

Gemeenteraad 19 juli 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel SPIL VVE 2023-202613.336 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het aantal doelgroepkinderen dat met voorschoolse educatie wordt bereikt schommelt sinds 2015 tussen de 88 en 92% (p.10).

De huidige werkwijze houdt in dat peuters die mogelijk alsnog in aanmerking komen voor een vve-indicatie via een feedbackloop terug worden verwezen naar de GGD voor de indicatie. Onderhoud hierover wederzijds nauw contact, zodat niet bereikte of niet ingeschreven vve-geïndiceerde peuters zo goed en gericht mogelijk gevolgd en bereikt worden (kinderopvang en GGD).

Samenwerking in de doorgaande lijn Constatering

Aanbeveling

Er vindt voor 22% van de peuters die uit een ander SPILcentrum instromen geen overdracht plaats, dit percentage is ten opzichte van 2020 sterk gestegen (p. 11).

1.

Als er geen gegevens van kinderen bekend zijn: bouw een vastgestelde periode in waarin de ontwikkeling van het kind in beeld wordt gebracht. Observeer het kind in die periode gerichter en frequenter. Stel criteria op voor risicosignalen in gedrag, taalontwikkeling of thuissituatie die leiden tot een leerlingbespreking of multidisciplinair overleg (basisschool). Aanbevelingen sinds 2020: 2. Probeer voor kinderen die geen voorschool, het kinderdagverblijf of gastouders bezochten via ouders ontwikkelinformatie te krijgen en mogelijk een contactpersoon om deze informatie mee te bespreken (kinderopvang en basisschool). 3. Maak overdrachtsafspraken met gastouders of kinderopvangorganisatie waarvan het SPILcentrum meerdere kinderen ontvangt (basisschool). 4. Zorg dat de eigen afspraken over overdracht altijd worden nageleefd (kinderopvang en basisschool). 26

Constatering

Aanbeveling

Er stromen minder kinderen rechtstreek vanuit het buitenland in op de SPILcentra, maar op bijna 40% van de locaties (dat is meer dan in 2020) heeft dit consequenties heeft voor het lesgeven (p. 12).

Aanbevelingen sinds 2020: 1. Overleg onderling met SPILcentra die hier veel mee te maken hebben over wat de invloed op het aanbod is en wissel ideeën en good practices uit over hoe hiermee om te gaan (SPILcentra). 2. Observeer kinderen in de eerste periode intensief en betrek de intern begeleider of vve-coördinator bij vermoeden gedragsvragen, zodat hier snel en gericht op in gespeeld kan worden (SPILcentra). 3. Werk ook in de periode van veiligheid en vertrouwen opbouwen al gestructureerd aan de taalontwikkeling. Leg bijvoorbeeld vast welke woordenschat wordt aangeboden rondom sociale interacties bij het samenspelen en routines in de groep. Verweef dit in de meer individuele begeleiding die de eerste kennismakingsfase vraagt (SPILcentra).

Afstemming over het educatief en pedagogisch handelen, aanbod en afstemming over ontwikkelresultaten is nog niet op ambitieniveau (p. 12).

Aanbevelingen sinds 2020: 1. Bepaal samen hoe de afstemming eruit ziet om voldoende te zijn en beschrijf daarvoor in het SPIL-jaarplan duidelijke afspraken of (streef)doelen. De vve-coördinator bewaakt de ontwikkeling. Plan gedurende het jaar werkafspraken waarin samen een ontwikkelthema wordt aangepakt. Laat dit onderwerp één keer per jaar de ontwikkelresultaten van de kinderen zijn (kinderopvang en basisschool). 2. Nodig, als samenkomen weer ongehinderd kan, partners van voor- en vroegschool uit voor elkaars vergaderingen of studiemomenten als daarvoor onderwerpen die horen bij de ontwikkelpunten geagendeerd zijn (kinderopvang en basisschool).

Wat opvoedondersteuning precies inhoudt is nog niet overal duidelijk. Dat blijkt uit genoemde opvoedondersteuners en de gegeven toelichtingen (p. 13).

Zorg dat de definitie van opvoedondersteuning beter bekend wordt. Bijvoorbeeld door deze te gebruiken in artikelen in nieuwsbrieven van de gemeente of de eigen stichting, dit een onderwerp van gesprek te maken op inhoudelijke bijeenkomsten of netwerken of hier definities voor aan te leveren voor de websites van de SPILcentra (gemeente, onderwijs- en zorgpartners).

Het oordeel van professionals over de opvoedondersteuning is licht gedaald. Goede communicatie om te werken vanuit gelijkwaardige informatie wordt door 18% van de SPILcentra genoemd als verbeterpunt (p. 13).

1. 2.

3.

Werk waar mogelijk met vaste contactpersonen die elkaar kennen (opvoedondersteuners, kinderopvang en basisschool). Organiseer, bijvoorbeeld maandelijks, een vast overlegmoment waarin doelen en bijdragen van partners aan de opvoeding van specifieke kinderen/ gezinnen wordt afgestemd. Doe dit waar mogelijk met de ouders erbij (vergelijk dit overleg met multidisciplinair overleg of zorg adviesteam) (opvoedondersteuners, kinderopvang en basisschool). Als er geen toestemming van ouders is om informatie te delen, bespreek casussen dan anoniem, zodat toch aan het opbouwen van een gedeelde visie wordt gewerkt (opvoedondersteuners, kinderopvang en basisschool).

27

Educatief partnerschap Constatering

Aanbeveling

De ambities voor het participeren van ouders in de ontwikkeling van hun kinderen worden door de verhoogde ambitie niet meer gehaald. De beoordeling hiervan stijgt voor doelgroepkinderen en daalt voor niet-doelgroepkinderen (p. 14).

1.

De beoordeling van het informeren, communiceren en participeren van ouders van niet geïndiceerde kinderen van 7 tot 12 jaar daalt licht, maar is nog ruim voldoende (p. 14).

Organiseer zodra de coronamaatregelen dat toelaten activiteiten waarbij ouders de school weer inkomen. Dat kan door de reguliere kalender met ouderactiviteiten weer op te pakken, maar kan ook iets extra’s betekenen. Bijvoorbeeld een uitgebreidere buitenactiviteit die kinderen en ouders samen uitvoeren waarin iedereen elkaar in een ongedwongen situatie tegen kan komen. Denk aan een vossenjacht, speurtocht, picknick, markt, tentoonstelling of sportactiviteiten. Betrek de kinderen en/of de wijk bij de organisatie hiervan (midden- en bovenbouw basisschool).

2. 3.

Ga na of acties om doelgroepouders meer te betrekken ook ingezet kunnen worden voor de ouders van niet-doelgroepkinderen. Of kijk juist of zij op een andere manier bereikt moeten worden. Gebruik manieren die tijdens het afstandsonderwijs werkten om ouders te betrekken ook nu er weer gewoon onderwijs wordt gegeven. Versterk het informele contact met ouders (zie hieronder) om zo een ingang te creëren om het over de bijdrage van ouders aan de ontwikkeling van hun kind te hebben (kinderopvang en basisscholen).

Integratie Constatering

Aanbeveling

In de coronaperiode, waarin veel minder contacten konden plaatsvinden, is het SPILcentrum minder SPIL in de wijk. De ambitie dat het SPILcentrum een SPIL in de wijk vormt wordt niet gehaald (p. 16).

Aanbevelingen sinds 2020: 1. Zorg voor goede relaties met relevante partners in de wijk en maak afspraken over zaken die samen opgepakt kunnen worden om de SPILfunctie invulling te geven als SPIL in de wijk. Sport, taal, opvoeding, festiviteiten, maar ook plek voor informatievoorziening en overleg over aan de wijk gerelateerde ontwikkelingen lijken daarvoor goede aanknopingspunten (SPILcentrum). 2. Maak afspraken hoe je elkaar structureel ontmoet als je niet samen een locatie deelt. Voer activiteiten samen op één locatie uit, met kinderen, maar ook als team van professionals (SPILcentrum).

Het aantal locaties dat extra taalaanbod verzorgt blijft met 76% ongeveer gelijk. Dit aanbod is op alle locaties gericht op kinderen. Op meer dan de helft van de locaties op kinderen met een NT2-achtergrond en op een derde van de locaties op kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (p. 17).

1.

Ondersteun het taalaanbod waar mogelijk visueel. Dit is effectief voor kinderen met een NT2-achtergrond en voor kinderen met een taalontwikkelings-stoornis (kinderopvang en basisscholen). Aanbevelingen sinds 2020: 2. Deel effectieve vormen van extra taalaanbod binnen de eigen organisatie en/of met partners (stichtingen, kinderopvang en basisschool). 3. Zet de mogelijkheden van de bibliotheek in om het extra taalaanbod te ondersteunen of uit te bouwen (SPILcentrum en SPILbibliotheek). 4. Stel meetbare doelen op voor de gewenste uitkomsten van dit aanbod. Denk daarbij breder dan toetsgerelateerde doelen, maar ook bijvoorbeeld aan aantal sociale interacties in de groep of op het speelplein of het aantal vriendjes of vriendinnetjes. Ga jaarlijks na hoe effectief het aanbod is. Doe dat ook als het aanbod verzorgd wordt door externe partners, bij voorkeur samen met hen (SPILcentrum en externe partners). 28

Het aantal locaties dat extra taalaanbod verzorgt gericht op laaggeletterde ouders of ouders met een NT2-achtergrond is met 10% gedaald. Een aantal locaties geeft aan dit via een externe partner te verzorgen (p. 17).

1.

Zoek samenwerking met partners die aanbod voor ouders gericht op de Nederlandse taal op het SPILcentrum of een andere locatie kunnen verzorgen (locaties die geen aanbod meer bieden of nog geen aanbod bieden, maar wel signaleren dat dit past bij de populatie). Aanbevelingen sinds 2020: 2. Informeer de ouders op verschillende manieren over het extra taalaanbod en partners waarmee wordt samengewerkt. Verweef de informatievoorziening in reeds bestaande contactmomenten, voor zo’n groot mogelijk bereik (bijvoorbeeld oudergesprekken, koffieuurtjes, presentatiemomenten van kinderen) (kinderopvang en basisschool). 3. Zoek naar mogelijkheden om ouders via hun kinderen met de Nederlandse taal te laten oefenen (kinderopvang en basisschool).

Bibliotheek op het SPILcentrum Constatering

Aanbeveling

Professionals weten iets minder goed dan in 2020 wat aanbod op niveau 1 en 2 inhoudt, maar juist beter wat aanbod op niveau 3 inhoudt. Ondanks die gestegen bekendheid blijft aanbod op niveau 3 -vooral bij de voorscholen (41%)- het minst bekend. Zij willen graag meedenken over een afgestemde collectie (p. 19).

1.

De belangrijkste ontwikkelingen lagen in 2021 op het gebied van de collectie: afgestemd en rijk leesaanbod. De aandacht voor krachtig samenhangend leesbeleid lijkt doorgeschoven naar 2022. Beleidsmatige ondersteuning van de mediacoach is op 16% van de SPILcentra een wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt (p. 20).

Aangepaste aanbevelingen sinds 2020: 1. Integreer waar mogelijk ontwikkelingen rondom extra taalaanbod en leescultuur en zet daarbij het leesbeleid ieder overlegmoment op de agenda. De mediacoach kan hier het voortouw in nemen om zo haar bijdrage aan de beleidsvorming meer zichtbaar te maken, onderwijsprofessionals te ontlasten en ervaringen van andere SPILcentra te delen (mediacoach en team van het SPILcentrum). 2. Zorg daarbij voor een zo goed mogelijk afgestemde collectie. Stem hierover af met de professionals (mediacoach). 3. Ga met het team van het SPILcentrum en de mediacoach na waar en/of hoe de mediacoach in de geambieerde ontwikkelingen kan coachen of een bijdrage kan leveren aan de professionalisering op de werkvloer. Dit is op 18% van de locaties een wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt (mediacoach en team van het SPILcentrum).

Richt ten minste jaarlijks een of meerdere contactmomenten in waarin met het team van het SPILcentrum gesproken wordt over de wensen in de collectie. De mediacoach kan op die momenten de verschillende soorten aanbod toelichten, zodat die meer bekendheid krijgen. Ook wijzigingen, zoals het samenvoegen van aanbod op niveau 2 en 3 kunnen dan worden besproken (mediacoaches). Aangepaste aanbeveling sinds 2020: 2. Ga met collega-mediacoaches na hoe het aanbod op -met name niveau 3- onder de aandacht is gebracht en pas effectieve aanpakken toe op SPILcentra waar dit aanbod onvoldoende bekend is (mediacoaches).

29

Ontwikkelgegevens bij vve Constatering

Aanbeveling

De resultaten voor de taalontwikkeling van wel- en nietdoelgroeppeuters en -kleuters stijgen veelal iets, maar zijn niet meer op niveau door een verhoging van de ambities (p. 24).

1.

De resultaten voor technisch lezen in groep 3 zijn vooral voor nietdoelgroepleerlingen gestegen, maar nog niet op het geambieerde niveau (p. 24).

Continueer de aanbevelingen van 2020: 1. Analyseer scherp welke niet-doelgroepleerlingen zich minder sterk ontwikkeld hebben om daar meer gericht aanbod op aan te kunnen sluiten: een doorsnede van de leerlingen of juist een specifieke groep (bijvoorbeeld met Nederlands als tweede taal en/of leerlingen voor wie de leesvoorwaarden als kleuter al niet goed ontwikkeld waren of juist wel?) (leerkrachten groep 3). 2. Vergroot de leestijd voor risicolezers (leerkrachten groep 3). 3. Zorg voor doelgerichte leeslessen waarin echt leeskilometers worden gemaakt en veel en gevarieerd wordt geoefend (leerkrachten groep 3). 4. Zet waar nodig preventieve programma’s in (leerkrachten groep 3).

De ontwikkelresultaten voor rekenen dalen licht in de doelgroep, vooral bij de peuters. In de niet-doelgroep stijgen ze juist licht (p. 25).

1.

2.

Continueer het aanbod voor de mondelinge taalontwikkeling en de wijze waarop die begeleid wordt. Daardoor komt de taalontwikkeling van meer peuters en kleuters verder op niveau. Besteed voor de doelgroepkinderen extra aandacht aan activiteiten rondom geletterdheid. Doe dit samen met de bibliotheek en de ouders. Werk met rijke hoeken waarin schrijfactiviteiten een plek hebben, een uitgebreide set aan themaboeken, een thematafel of -verteltafel, boekentassen die mee naar huis kunnen. Lees interactief voor en leer ouders (op locatie of via filmpjes) ook hoe ze dat kunnen doen (kinderopvang en basisscholen).

Creëer voor de peuters zoveel mogelijk levensechte en betekenisvolle rekensituaties. Gebruik tijdens de spelbegeleiding veel rekentaal (pedagogisch medewerkers). Aangevulde aanbevelingen sinds 2020: 2. Besteed gericht aandacht aan de ontwikkeling van rekentaal van vooral de doelgroep peuters en -kleuters (pedagogisch medewerkers en leerkrachten onderbouw). 3. Werk vanuit het handelingsmodel voor rekenen: eerst werk je aan begrip, dan vanuit afbeeldingen ven echte situaties, daarna wordt het rekenen meer schematisch om tot slot de stap naar formele handelingen te maken. Sla zeker bij het jonge kind de eerste twee stappen niet te snel over en verwerk die zoveel mogelijk in betekenisvolle en levensechte spelsituaties. Op die manier gaan het opbouwen van rekenbegrip, rekentaal en taal hand in hand (leerkrachten onderbouw).

30

BIJLAGE 1

METHODE

De werkgroep Werkgroepleden zijn afgevaardigd vanuit de betrokken besturen van Korein, Billies, Little Jungle, bibliotheek Eindhoven, SKPO en Salto. De werkgroepleden hebben de SPILmonitor mee doorontwikkeld en fungeerden als contactpersoon voor de SPILmonitor binnen hun bestuur. Zij hebben feedback gegeven op het conceptrapport. Dataverzameling De gemeente Eindhoven heeft gegevens aangeleverd over de toeleiding en het bereik. De onderwerpen: samenwerking in de doorgaande lijn, educatief partnerschap, integratie en bibliotheek op het SPILcentrum sluiten aan op de visie SPIL. Passend bij de indicatoren is met de werkgroep een vragenlijst opgesteld. De dataverzameling heeft plaatsgevonden via online vragenlijsten. SPILcentra en stand-alone locaties hebben de vragenlijst in december 2021 ontvangen. De vragenlijst is door betrokkenen van voor- en basisschool van een SPILcentrum gezamenlijk ingevuld. Stand-alone locaties vulden een eigen vragenlijst in. Enkele stand-alone locaties die nauw samenwerken met een specifieke vroegschool hebben er ook voor gekozen de vragenlijst samen in te vullen. In totaal hebben alle 50 SPILcentra (van één SPILcentrum alleen de voorschool), zes stand-alone voorscholen en twee stand-alone vroegscholen gereageerd.

De ontwikkelgegevens voor de peuters en kleuters zijn voornamelijk verzameld met behulp van het ontwikkelingsvolgmodel KIJK! en voor groep 3 voornamelijk de Cito toetsen. Anders dan voorgaande jaren zijn dit jaar ook gegevens van andere ontwikkelingsregistratiesystemen in de resultaten verwerkt. • Zeven voorscholen werken niet met KIJK! Van zes locaties zijn daarom geen gegevens gebruikt. Van één locatie (18 peuters) zijn bruikbare alternatieve gegevens (leerlijnen uit Looqin) van alleen de leerlingen met een vve-indicatie ontvangen. • Tien vroegscholen werken niet met KIJK!. Van vier van deze tien locaties zijn bruikbare alternatieve gegevens ontvangen. Twee van hen hebben CITO gegevens aangeleverd (46 kleuters), één locatie heeft gegevens van de leerlijnen van PRAVOO aangeleverd (13 kleuters) en één locatie heeft observatielijsten van de taalontwikkeling aangeleverd voor alleen de leerlingen met een vve-indicatie (10 kleuters). • Eén vroegschool volgt de leerlingen van groep 3 door middel van het leerlingvolgsysteem Looqin. Door incomplete aanlevering zijn de gegevens van deze vroegschool niet gebruikt. Eén andere vroegschool neemt de IEP-toets voor Rekenen af, deze gegevens zijn verwerkt en samengevoegd met de CITO Rekenen resultaten. De gegevens zijn voor 1.146 peuters vanaf 3 jaar en 5 maanden en voor 1.681 kleuters vanaf 5 jaar en 4 maanden aangeleverd4 en verwerkt.

De resultaten van de eindtoetsen5 in groep 3 voor technisch lezen (DMT) en voor rekenen (Rekenen-Wiskunde 3.0) zijn aangeleverd voor respectievelijk 1.818 en 1.835 kinderen. In bijlage 2 is per SPILcentrum te zien welke gegevens zijn ontvangen. Verwerking van de ontwikkelgegevens Er is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: Peuters Kleuters Spraak-taal ontwikkeling Mondelinge taalontwikkeling Taal Ontluikende geletterdheid Beginnende geletterdheid Ontluikende gecijferdheid Beginnende gecijferdheid Rekenen Cognitieve ontwikkeling Logisch denken

Peuters: Kleuters: Groep 3:

Groep 3 DMT 2018 (twee SPILcentra maken nog gebruik van DMT 2009) Rekenen-wiskunde 3.0 (één SPILcentrum maakt gebruik van IEP Rekenen)

registratie aan het eind van de peuterperiode of vanaf de 3;6 jaar. registratie van eind groep 2 of vanaf 5;4 jaar. de E3 lees- en rekentoetsen.

4 Eén leerling was 5.0 jaar en één leerling 5.2 jaar, omdat van hen de middenmeting i.p.v. een eindmeting is gebruikt. 5 Voor één

SPILcentrum zijn de toetsen uit maart gebruikt.

31

In KIJK! wordt de geregistreerde ontwikkelleeftijd vergeleken met de kalenderleeftijd van het kind op het registratiemoment. 1. De ontwikkeling is bovengemiddeld als een peuter vier maanden of meer voorloopt in zijn of haar ontwikkeling. Voor een kleuter is dit zes maanden. 2. De ontwikkeling is gemiddeld als een peuter minder dan vier maanden voor- of achterloopt in zijn of haar ontwikkeling. Voor een kleuter is dit zes maanden. 3. De ontwikkeling is ondergemiddeld als een peuter vier maanden of meer achterloopt in zijn of haar ontwikkeling. Voor een kleuter is dit zes maanden. Voor zowel peuters als kleuters is het percentage (doelgroep)kinderen in ieder van deze drie ‘ontwikkelniveaus’ berekend. Zo is rekening gehouden met het interval dat KIJK! hanteert voor de gemiddelde ontwikkeling. Voor groep 3 is gebruik gemaakt van de genormeerde toetsniveaus I tot en met V. Ook de resultaten uit de andere observatie- en registratie instrumenten die zijn gebruikt zijn onder te verdelen in ‘bovengemiddeld’, ‘gemiddeld’ en ‘ondergemiddeld’. In onderstaande tabel is toegelicht welke onderdelen zijn gebruikt en hoe de normering van het instrument is gebruikt om tot deze ontwikkelniveaus te komen.

Instrument

Ontwikkelgebied

Gebruikte informatie

Normering

Looqin (voorschool)

Spraaktaalontwikkeling Ontluikende geletterdheid Ontluikende gecijferdheid Cognitieve ontwikkeling Mondelinge taalontwikkeling

Taalvaardigheid

• • •

Bovengemiddeld: score 5 Gemiddeld: score 3 en 4 Ondergemiddeld: score 1 en 2

Beginnende geletterdheid

CITO Taal voor kleuters

• • •

Bovengemiddeld: score I Gemiddeld: score II en III Ondergemiddeld: score IV en V

Beginnende gecijferdheid Logisch denken

CITO Rekenen voor kleuters CITO Rekenen voor kleuters Taal lijnen 5.1 woordenschat, 5.2 woordgebruik, 5.3 zinslengte, 5.4 zinstypen, 5.5 verstaanbaarheid, 5.6 luisteren. Taal lijn 5.7 geletterdheid

•

Gemiddeld: derde rondje (de ontwikkeling is gewenst) of vierde rondje (het wonder/ vooruit gegaan). Ondergemiddeld: eerst rondje (achteruit gegaan) of tweede rondje (ongewenst gebleven)

CITO voor kleuters (vroegschool)

PRAVOO (vroegschool)

Mondelinge taalontwikkeling

Beginnende geletterdheid Beginnende gecijferdheid Logisch denken

Observatielijsten taalontwikkeling (vroegschool)

Mondelinge taalontwikkeling Beginnende geletterdheid Beginnende gecijferdheid Logisch denken

Logisch-wiskundig denken Logisch-wiskundig denken CITO Taal voor kleuters

•

Rekenen lijn 8.1.1 getallen: getallenrij Rekenen lijn 8.1.2 getallen: omgaan met hoeveelheden Ontwikkelingslijn 2.1 • spraakontwikkeling De vier lijnen van ontluikende- en beginnende • geletterdheid. • -

32

Bovengemiddeld: als een kleuter ongeveer 6 maanden of meer voorloopt in zijn of haar ontwikkeling. Gemiddeld: als een kleuter minder dan 6 maanden voor-of achterloopt in zijn of haar ontwikkeling. Ondergemiddeld: als een kleuter ongeveer 6 maanden of meer achterloopt in zijn of haar ontwikkeling.

BIJLAGE 2

OVERZICHT VAN DE RESPONDENTEN

In deze bijlage treft u een overzicht van de SPILcentra in de gemeente Eindhoven. Onder de tabel is genoteerd voor welke locaties gegevens ontbreken en welke gegevens dat zijn.

6

SPILcentrum

Voorschool

Vroegschool

SPILcentrum Mimosalaan

De Wonderboom

SPILcentrum Philipsdorp

Korein Schouwbroekseweg

Vrije basisschool De Regenboog Eindhoven Zuid Basisschool De Bergen

SPILcentrum Vlokhoven

Korein Pachtakker/ Samarialaan

Basisschool Cornelis Jetses

SPILcentrum Strijp Dorp

Partou Kinderopvang Apeldoornstraat

Basisschool Strijp Dorp

SPILcentrum Tafelbergplein

SALTO-Internationalschool Rise (basisschool De Driesprong behoorde in SPILmonitor 2020 nog tot dit SPILcentrum maar is in schooljaar 20212022 gefuseerd met basisschool ’t Karregat).

SPILcentrum Floralaan

Korein Rise (in SPILmonitor 2020 was dit nog Korein Tafelbergplein, Korein Rise en Tafelbergplein zijn in schooljaar 2021-2022 gefuseerd). Korein TU/e6 Korein Floralaan West

SPILcentrum ’t Karregat

Korein Urkhovenseweg

Basisschool ’t Karregat

SPILcentrum Achtse Barrier Zuid

Korein Marseillelaan

Basisschool De Klapwiek

SPILcentrum Mirabel

Partou Mirabelweg

Basisschool De Groene Vlinder

SPILcentrum Meerbos

Korein Meerwater

SPILcentrum Don Bosco

Korein Don Boscostraat

Basisschool Startbaan International school I-st@rt Montessorischool DeI-st@rt Trinoom International school

SPILcentrum Acht

Dikkie & Dik Acht

Basisschool Sint Antonius Abt

SPILcentrum Mensfort

Basisschool Atalanta

SPILcentrum Burghplan

Korein Barrierweg 't Parelbosch Pasqualinistraat7 ‘t Parelbosch De Waghemakerstraat Korein Sint Petrus Canisiuslaan

SPILcentrum Boschakker

Korein Jozef Israëlslaan

Basisschool De BoschAkker

SPILcentrum Blixembosch

Korein Ouverture/ Vuurvogel Korein Topaasring Korein Kiplinglaan

Basisschool De Boschuil

Kindcentrum Fellenoord

Korein Hemelrijken

Basisschool Fellenoord

SPILcentrum De Bennekel

Korein Bennekelstraat

Basisschool De Kameleon

SPILcentrum Genderdal

Korein Mendelssohnlaan

Basisschool Karel de Grote

SPILcentrum Fransebaan

Little Jungle Pappa Aap Little Jungle Pappa Leeuw8

Basisschool De Achtbaan

Speelleercentrum Boschdijk

Korein Wenckenbachstraat

Basisschool ’t Palet

SPILcentrum Generalenbuurt

Korein Generaal Boreelpad

Basisschool Rapenland

SPILcentrum Zuiderzeelaan

Little Jungle Mamma Olifant

Basisschool De Schelp

SPILcentrum Grasrijk-Waterrijk/ Slingertouw

Korein Grasland Korein Waterlinie

Basisschool ’t Slingertouw

SPILcentrum Keverberg

Korein Keverberg

Basisschool ’t Startblok

SPILcentrum Gerardusplein

Korein Seringenstraat Het Avontuur9

Basisschool De Talisman

Kindcentrum Theresia

Korein Zeelsterstraat Korein Van der Muydenstraat

Basisschool Theresia

Basisschool Floralaan

Basisschool Beppino Sarto

Stand-alone voorschool die sinds schooljaar 2021-2022 samenwerkt met SPIL Tafelbergplein.

7 Stand-alone voorscholen die samenwerken met SPIL Mensfort. 8 Stand-alone voorschool die samenwerkt met SPIL Fransebaan. 9 Stand-alone voorschool die samenwerkt met SPIL Gerardusplein.

33

SPILcentrum

Voorschool

Vroegschool

SPILcentrum Genderpark

Korein Maria van Bourgondiëlaan

Basisschool De Troubadour

SPILcentrum Trudo

Korein Sint Trudostraat

Basisschool Trudo

SPILcentrum Eckart

Billies

Basisschool Tweelingen

SPILcentrum Tuindorp

Korein Sint Adrianusstraat

Basisschool De Wilakkers

SPILcentrum Schoenmakerstraat/de Driestam

Dikkie & Dik Driestam

Jenaplanschool De Driestam

SPILcentrum Rochusbuurt

De Droomwereld Lucas Gasselstraat De Droomwereld Tuinstraat

Basisschool De Hasselbraam

SPILcentrum Sprookjesbosch

Bloemenkinderen

Basisschool De Vuurvlinder

SPILcentrum Hettenheuvel

Korein Hettenheuvellaan

Basisschool De Ontmoeting

SPILcentrum De Tempel

Korein Baarle Hertoglaan

Montessorischool De Tempel

SPILcentrum Norbertuslaan

Korein Tivolilaan Korein St. Norbertuslaan Dikkie & Dik Barrier

Basisschool De Klimboom

SPILcentrum Dommelbeemd

Korein Tarwelaan Koren De Koppele

Jenaplanschool De Bijenkorf

SPILcentrum Jagershoef/Prinsenjagt SPILcentrum Oldengaarde/Hanevoet

Dikkie & Dik Gerretsonlaan

Basisschool De Korenaar

Little Jungle Mamma Zebra

Jenaplanschool Hanevoet

SPILcentrum De Sterren

De Kleine Prins

Vrije School Brabant

SPILcentrum Kronehoef

Korein Frankrijkstraat

Islamitische basisschool Tarieq Ibnoe Ziyad

SPILcentrum Verona

Billies

Basisschool De Handreiking

Kindcentrum De Boog SPILcentrum Jasonstraat

Korein Koudenhovenseweg Zuid Bambino Christelijke Kindcentra

Basisschool De Boog Evangelische basisschool Online

SPILcentrum Lievendaal

Kids Society Erica

Basisschool De Schakel

Speelleercentrum De Spaaihoeve

Korein Cluselaan Korein Heraultlaan

Basisschool De Spaaihoeve

SPILcentrum Oude Gracht

Korein Muzenlaan

Basisschool Wethouder van Eupen

SPILcentrum Reigerlaan

Korein Kwartelstraat Korein Reigerlaan

Basisschool Reigerlaan

Korein Aldendriel (sinds schooljaar 2021-2022 gefuseerd met Korein Schelluinen)

Basisschool De Springplank

Korein Schelluinen

Basisschool De Hobbitstee

66 voorscholen

53 vroegscholen

SPILcentrum De Barrier

50 SPILcentra

Basisschool De Opbouw

Voorscholen waarvan geen (bruikbare) ontwikkelgegevens beschikbaar zijn: De Wonderboom, Korein Floralaan West, Korein Marseillelaan, Korein Bennekelstraat, Bloemenkinderen, Korein Baarle Hertoglaan, De Kleine Prins, Korein Cluselaan en Korein Heraultlaan. Overige voorscholen waarvan niet alle ontwikkelgegevens beschikbaar zijn: Korein Tivolilaan/St. Norbertuslaan (niet alle overzichten kunnen aanleveren) en Korein Zeelsterstraat/Van der Muydenstraat (alleen de gegevens van peuters met een vve-indicatie kunnen aanleveren). Vroegscholen waarvan geen (bruikbare) ontwikkelgegevens voor groep 2 beschikbaar zijn: SALTO-Internationalschool Rise, International school I-st@rt , basisschool ’t Karregat (ook geen gegevens van de leerlingen die van basisschool De Driesprong afkomen), basisschool De Klapwiek, basisschool Theresia, basisschool de Vuurvlinder, Jenaplanschool De Bijenkorf, Vrije School Brabant en basisschool De Spaaihoeve.

34

Overige vroegscholen waarvan niet alle ontwikkelgegevens voor groep 2 beschikbaar zijn: Evangelische basisschool Online (alleen de gegevens van kleuters met een vve-indicatie kunnen aanleveren). Vroegscholen waarvan geen (bruikbare) ontwikkelgegevens voor groep 3 beschikbaar zijn: SALTO-Internationalschool Rise, International school I-st@rt, basisschool De Klapwiek, Jenaplanschool De Bijenkorf en geen gegevens van de leerlingen die in schooljaar 2020-2021 op basisschool De Driesprong zaten. Overige scholen waarvan niet alle ontwikkelgegevens voor groep 3 beschikbaar zijn: Evangelische basisschool Online (alleen de zwakke leerlingen zijn eind groep 3 getoetst op de DMT). Vroegscholen waarvan de vragenlijst ontbreekt: International school I-st@rt en SALTO-Internationalschool Rise.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11785347/1