Bijlage 2 - SPILmonitor Eindhoven 2021
Tekst van het document
SPILmonitor Eindhoven 2021 8 april 2022
Uitgevoerd in opdracht van de gemeente Eindhoven door dr. Miranda Peeters Lieke van Enckevort, MSc
INHOUD
MANAGEMENTSAMENVATTING ............................................................................................................................. 3 INLEIDING ................................................................................................................................................................ 7 TOELEIDING EN BEREIK VAN VVE ............................................................................................................................ 9 SAMENWERKING IN DE DOORGAANDE LIJN ......................................................................................................... 11 EDUCATIEF PARTNERSCHAP .................................................................................................................................. 14 INTEGRATIE ........................................................................................................................................................... 16 BIBLIOTHEEK OP HET SPILCENTRUM..................................................................................................................... 19 ONTWIKKELGEGEVENS BIJ VVE ............................................................................................................................. 22 DOORONTWIKKELING VAN DE SPILCENTRA ......................................................................................................... 26
BIJLAGE 1
METHODE ........................................................................................................................................ 31
BIJLAGE 2
OVERZICHT VAN DE RESPONDENTEN .............................................................................................. 33
2
MANAGEMENTSAMENVATTING Het lijkt erop dat SPILcentra gewend zijn geraakt aan beperkingen door corona, want professionals noemden dit veel minder als invloed op de begeleiding van peuters, onderwijs en ontwikkelingen in de SPILcentra. Een mogelijk effect is in enkele indicatoren terug te zien, bijvoorbeeld voor de instroom uit het buitenland, afstemming en de SPILfunctie in de wijk. De inhoud van de SPILmonitor is overwegend hetzelfde als in 2020. Omdat het onderdeel ‘Innovatie’ meerdere jaren stabiele positieve resultaten liet zien, is dit onderdeel niet meer in de SPILmonitor opgenomen. Verder zijn enkele vragen over opvoedondersteuning toegevoegd. Een ander belangrijk verschil met de vorige monitor zijn de bijgestelde ambities. Deze zijn voor educatief partnerschap, integratie en de ontwikkelresultaten allemaal hoger. De ambitie voor de doorstroom binnen het SPILcentrum is vervallen, omdat hier nauwelijks op gestuurd kan worden. Toeleiding en bereik voorschoolse educatie Het bereik voorschoolse educatie onder alle peuters van 2¼ tot 4 jaar stijgt net als in 2020 weer een procent naar 70%. Voor de doelgroeppeuters zelfs met 2% naar 91%. Ondanks de stijging en de naar beneden bijgestelde ambities, worden de ambities van respectievelijk 74% en 93% niet bereikt. De omvang van de doelgroep blijft met 31% hetzelfde als vorig jaar.
De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) kan niet aangeven hoeveel kinderen zijn gezien voor indicatie, omdat zij zijn overgegaan op een nieuw systeem. Het indiceren van kinderen voor vve heeft ondanks beperkingen door corona wel gewoon doorgang gevonden. Het aantal kinderen dat volgens de professionals een indicatie had moeten ontvangen, maar niet is geïndiceerd, is toegenomen van 148 naar 229. Die toename is zowel bij peuters als kleuters zichtbaar. Het aantal kleuters dat is geïndiceerd, maar die indicatie niet (meer) nodig heeft is dit jaar gestegen van 35 naar 46, voor de peuters is dit aantal nagenoeg hetzelfde als vorig jaar. Samenwerking in de doorgaande lijn Het aantal kinderen dat doorstroomt binnen het eigen SPILcentrum daalt ook dit jaar weer verder van 68% naar 63%. De instroom vanuit andere gemeenten neemt sterk toe van, 70 naar 129 kinderen. Daarbij valt vooral de toename van kinderen waarvan de vve-indicatie niet bekend is op. De instroom vanuit het buitenland neemt juist opvallend af van 277 naar 186 kinderen (verdeeld over 41 (SPIL)locaties). Naar verwachting hangt dit samen met inreisbeperkingen door corona. Het percentage locaties dat merkt dat de instroom van nieuwkomers grote consequenties heeft voor de begeleiding en het lesgeven is gestegen van 27 naar 38%.
Een aantal locaties stemt actief hun aanbod af op deze groep of op kinderen die het Nederlands niet goed beheersen maar al wat langer in Nederland zijn. In de overdracht vallen twee zaken op. Binnen het SPILcentrum zijn dit jaar minder kinderen warm overgedragen (90%, was 97%) en meer kinderen van buiten het SPILcentrum stromen in zonder overdracht (22%, was 13%). Belangrijkste redenen daarvoor zijn dat deze kinderen geen voorschool of een gastouder hebben bezocht, gevolgd door instromen vanuit het buitenland en geen of moeizame contacten met de overdragende voorschoolse partner. De samenwerking in de doorgaande lijn is voor het educatief handelen, aanbod en het terugkoppelen van resultaten wat minder sterk dan 2020. De afstemming over het pedagogisch klimaat is juist verbeterd. Geen van deze ambities worden behaald, maar de resultaten zijn overwegend wel hoger dan twee jaar geleden. Ook noemt geen van de SPLIcentra de afstemming nog als noodzakelijk verbeterpunt. Op alle SPILcentra wordt opvoedondersteuning geboden en deze wordt lager beoordeeld dan in 2020. Op 15 tot 18% van de SPILcentra zijn het samenwerken vanuit dezelfde visie, het toeleiden van ouders naar de juiste partner en de communicatie om vanuit gelijkwaardige informatie te werken wenselijke of noodzakelijke verbeterpunten.
Educatief partnerschap Op meer SPILcentra zijn ouders betrokken bij het maken van ouderbeleid, maar de samenwerking tussen voor- en vroegschool hierbij is juist gedaald. Mogelijk heeft dit te maken met beperkingen door corona of andere prioriteiten. Alle ambities op het gebied van informeren, communiceren en participeren zijn met 10% verhoogd. Daardoor worden de ambities voor het participeren in de ontwikkeling van het kind niet meer behaald, de andere wel. Wel geven meer locaties de participatie van ouders van doelgroepkinderen een voldoende. Het oordeel over informeren, communiceren en participeren van ouders van kinderen van 7 tot 12 jaar is juist over de hele linie wat gedaald. Communicatie met ouders heeft doorgang gevonden, maar corona had invloed op de manier waarop dit kon plaatsvinden. Vooral het informele contact is hierdoor minder geworden.
3
Integratie Het aantal SPILcentra dat hun SPILfunctie in de wijk kon vervullen is verder gedaald van 78 naar 71%. De ambitie van 85% wordt daarom nog niet behaald. Toch geven meerdere SPILcentra aan te hebben gewerkt aan het doorontwikkelen van deze functie binnen de gegeven mogelijkheden. Meer locaties hadden de mogelijkheid om groepen in de kinderopvang bewust divers samen te stellen, maar iets minder locaties geven aan dat voldoende te doen. 76% van de SPILcentra verzorgt extra taalaanbod (2020: 78%). Nagenoeg al deze locaties bieden extra taalaanbod voor kinderen, maar het percentage locaties dat ook extra aanbod voor volwassenen verzorgt daalt van 50 naar 40%. Het aanbod voor kinderen is gericht op kinderen met een taalontwikkelingsstoornis en kinderen die Nederlands niet als eerste taal spreken en/of laaggeletterd zijn. Voor ouders alleen op het leren spreken van de Nederlandse taal. Ruim een derde (38%) van de SPILcentra ontwikkelt dit aanbod (verder door). De focus lijkt daarbij vooral op aanbod voor kinderen met een NT2 achtergrond te liggen. Op minder SPILcentra dan in 2020 wordt laaggeletterdheid gesignaleerd (51%, was 60%). Op 32 van de 56 locaties wordt Engels als een tweede taal aangeboden. De leeftijd van de kinderen voor wie dit aanbod is bedoeld schuift iets naar beneden.
Meer locaties verzorgen dit aanbod voor kinderen tussen de 4 en 6 jaar in plaats van voor kinderen tussen de 7 en 12 jaar. Bibliotheek op het SPILcentrum Wat het gedifferentieerde aanbod dat kosteloos beschikbaar is inhoudt, lijkt bij zowel de voor- als vroegschool minder bekend. Dit aanbod wordt door de basisscholen lager beoordeeld dan in 2020. Maatwerkaanbod gericht op extra vragen dat in overleg is overeengekomen is ook minder bekend, maar dit wordt evenveel gebruikt als in 2020 en ook ongeveer hetzelfde gewaardeerd. Extra aanbod dat is vastgesteld in een inhoudelijke en financiële schriftelijke overeenkomst is juist meer bekend en wordt vooral op de basisscholen meer gebruikt (26%, was 10%). De beoordeling van alle soorten aanbod ligt tussen de 7 en 7,3. De beoordeling van de afstemming van de collectie op de populatie daalt iets. Meer dan in 2020 benoemen SPILcentra dit als ontwikkelpunt en geven aan een ruimere of meer afgestemde collectie te wensen of daarover te willen meedenken. Andere belangrijke ontwikkelingen rondom de SPILbibliotheek lagen dit jaar op het gebied van de leescultuur en rijker leesaanbod. De samenwerking met de mediacoach krijgt een ruime voldoende. Het faciliteren en regelen van zaken rondom de SPILbibliotheek is op 90% van de SPILcentra ten minste voldoende.
De bijdrage van de mediacoach aan coaching en professionalisering van teamleden kan nog worden versterkt: 18% van de SPILcentra benoemt dit als wenselijk of noodzakelijk verbeterpunt. Voor de beleidsmatige ondersteuning is dit 16%. Dit jaar konden SPILcentra aangeven of bijdragen aan de beleidsmatige ondersteuning van de mediacoach van hun SPILcentrum van toepassing was. Op ruim een kwart van de SPILcentra was dit niet het geval. Ontwikkelgegevens voor- en vroegschoolse educatie De ontwikkelgegevens betreffen deze monitor weer geheel de laatste registratie op de voorschool, in groep 2 en groep 3. In totaal zijn ontwikkelgegevens van 1.146 peuters, 1.681 kleuters en 1.835 leerlingen uit groep 3 gebruikt. Dat is voor de peuters en kleuters meer dan in 2020, voor groep 3 minder. Een groot verschil met voorgaande jaren is de verhoging van de ambities met 10 tot in een enkel geval 30%. Terwijl de resultaten overwegend stijgen, zijn er door die verhoging veel minder ambities gehaald. Van meer doelgroeppeuters en -kleuters dan in 2020 is de spraak-taalontwikkeling op niveau. Dat geldt ook voor het niveau van technisch lezen in groep 3. De geletterdheid van de doelgroeppeuters en – kleuters is juist wat gedaald. Door de verhoging van de ambities wordt geen van de taalambities voor de doelgroep gehaald. Voor rekenen zijn alle resultaten in de doelgroep heel licht gedaald.
Die daling is het sterkst voor de peuters. Geen van de hogere rekenambities wordt voor de doelgroep gehaald. In de niet-doelgroep stijgen voor taal bijna alle ontwikkelresultaten licht. Hierdoor behalen de peuters de verhoogde ambities, de kleuters en leerlingen uit groep 3 nog niet. Ook voor rekenen stijgen in de niet-doelgroep alle resultaten iets, maar wordt alleen door de peuters de doelstelling voor de cognitieve ontwikkeling (rekeninzicht) gehaald.
4
De ambities die voor de kwaliteit en ontwikkeling van de SPILcentra en voor- en vroegschoolse educatie zijn geformuleerd staan in de onderstaande tabel. Ambities die groen zijn gearceerd zijn behaald. Ambitie Eindhoven
Indicatoren 1 Toeleiding en bereik van voorschoolse educatie (VE)
2019
2020
2021
% van deze leeftijdsgroep in de Eindhovense bevolking
Kinderen gezien voor indicatie door de GGD
98
Bereik van VE onder alle 2¼ tot 4-jarige peuters
2019 78
2020 74
Bereik van VE onder 2¼ tot 4-jarige doelgroeppeuters
95
93
Samenwerking in de doorgaande lijn
96,9
98,4
?
68
69
70
90
89
91
% beoordeling cijfer 6 of hoger
SPILcentra die Speelinloop organiseren
80
89
Niet bevraagd
Niet bevraagd
Overdracht van voor- naar vroegschool
95
100
98
96
… educatief handelen
85
81
81
72
… pedagogisch klimaat
85
74
79
84
… aanbod
85
79
87
82
… resultaten die ze aan elkaar terugkoppelen
85
67
76
69
Afstemming tussen voor- en vroegschool over…
Educatief Partnerschap
% beoordeling cijfer 6 of hoger
Ouders en professionals informeren elkaar over de ontwikkeling van... 2020
2021
85
95
… niet-doelgroepkinderen van 0 tot 6 jaar
85
95
… kinderen van 7 tot 12 jaar
85
95
Ouders en professionals communiceren met elkaar over… de ontwikkelingvan van… … doelgroepkinderen 0 tot 6 jaar
85
… niet-doelgroepkinderen van 0 tot 6 jaar
85
… doelgroepkinderen van 0 tot 6 jaar
95
95
96
98
98
96
100
96
95
96
96
95
95
98
98
96
… kinderen van 7 tot 12 jaar 85 Ouders en professionals participeren in de ontwikkeling van…
95
96
98
100
… doelgroepkinderen van 0 tot 6 jaar
85
95
87
85
89
… niet-doelgroepkinderen van 0 tot 6 jaar
85
95
91
93
91
… kinderen van 7 tot 12 jaar
85
95
85
94
92
Integratie
93
% beoordeling cijfer 6 of hoger
SPILcentrum is SPIL in de wijk -voor corona periode
85
-tijdens corona periode Mate waarin voorschoolse groepen, indien mogelijk, bewust divers samengesteld zijn
2020
2021
85
90
81
78
71
nvt
69
nvt
87
92
90
Ontwikkelgegevens Taal Doelgroep De spraak-taalontwikkeling van doelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld De geletterdheid van doelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld De spraak-taalontwikkeling van doelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
% kinderen ontwikkeling (boven)gemiddeld 2020
2021
50
60
50 50
55
53
55
75
66
73
69
65
68
56
62
1 Groene arcering: een ambitie wordt gerealiseerd. Rode arcering: een ambitie wordt niet gerealiseerd.
5
Indicatoren 2 De geletterdheid van doelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld De technisch leesontwikkeling van doelgroepleerlingen eind groep 3 is gemiddeld of bovengemiddeld Niet-doelgroep
Ambitie Eindhoven 2020
2021
50
80
50
70
2020
2021
83
78
75
68
663
69
% kinderen ontwikkeling (boven)gemiddeld
De spraak-taalontwikkeling van nietdoelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld
80
90
87
89
90
De geletterdheid van niet-doelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld
80
90
91
91
92
De spraak-taalontwikkeling van nietdoelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
80
90
89
84
88
De geletterdheid van niet-doelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
80
90
93
89
89
70
603
71
De technisch leesontwikkeling van nietdoelgroepleerlingen eind groep 3 is gemiddeld of bovengemiddeld Ontwikkelgegevens Rekenen
80
Doelgroep
% kinderen ontwikkeling (boven)gemiddeld
De gecijferdheid van doelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld
70
80
79
81
76
De cognitieve ontwikkeling van doelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld
70
85
81
84
78
De gecijferdheid van doelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
70
90
87
85
83
De ontwikkeling van het logisch denken van doelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
70
85
85
82
80
58
523
51
De rekenontwikkeling van doelgroepleerlingen eind groep 3 is gemiddeld of bovengemiddeld
70
Niet-doelgroep De gecijferdheid van niet-doelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld De cognitieve ontwikkeling van nietdoelgroeppeuters is gemiddeld of bovengemiddeld
% kinderen ontwikkeling (boven)gemiddeld 90
95
92
93
94
90
95
93
94
95
De gecijferdheid van niet-doelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
90
95
94
92
93
De ontwikkeling van het logisch denken van nietdoelgroepkleuters is gemiddeld of bovengemiddeld
90
95
93
90
92
72
703
73
De rekenontwikkeling van niet-doelgroepleerlingen eind groep 3 is gemiddeld of bovengemiddeld
2
2019
90
Groene arcering: een ambitie wordt gerealiseerd. Rode arcering: een ambitie wordt niet gerealiseerd.
3 In verband met het verschuiven van de eindtoetsen door corona zijn in de SPILmonitor 2020 de mediotoetsen in de monitor verwerkt.
6
INLEIDING Voor u ligt de SPILmonitor 2021 van de gemeente Eindhoven. Deze SPILmonitor is in opdracht van de gemeente Eindhoven uitgevoerd door BCO Onderwijsadvies en -ondersteuning in de periode november 2021 tot en met maart 2022. SPIL staat voor SPelen, Integreren en Leren. De SPILmonitor gaat over onderwerpen die centraal staan in de visie SPIL, waaronder voor- en vroegschoolse educatie (vve). De SPILmonitor ontwikkelt zich door in aansluiting op beleidsontwikkelingen. Dit jaar zijn er echter weinig inhoudelijke aanpassingen in de monitor. Omdat de uitkomsten voor het onderdeel ‘Innovatie’ al enkele jaren hetzelfde beeld lieten zien, is dit onderdeel uit de monitor gehaald. In opstap naar een uitgebreider onderdeel ‘zorg en ondersteuning’ zijn er enkele vragen toegevoegd aan het onderdeel ‘Opvoedondersteuning 0-12 jaar op het SPILcentrum’ in het hoofdstuk ‘Samenwerking in de doorgaande lijn’. De resultaten in deze SPILmonitor kunnen beïnvloed zijn door de verplichte sluiting van kinderopvang en scholen tijdens de tweede coronagolf. Daarom zijn sommige onderdelen -net als vorig jaar- niet in de monitor opgenomen (bijvoorbeeld de Speelinloop), anders bevraagd (bijvoorbeeld de SPILfunctie in de wijk). Net als in 2020 hebben respondenten de mogelijkheid gehad hun antwoorden toe te lichten. Een samenvatting van deze toelichtingen is opgenomen in tekstvakken.
De ontwikkelgegevens zijn weer net als voordat corona uitbrak verzameld voor het laatste registratiemoment bij de peuters, in groep 2 en 3. In bijlage 1 is beschreven hoe de SPILmonitor Eindhoven 2021 precies tot stand is gekomen. In de SPILmonitor komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod: 1. Toeleiding en bereik van vve; 2. Samenwerking in de doorgaande lijn; 3. Educatief partnerschap; 4. Integratie; 5. Bibliotheek op het SPILcentrum; 6. Ontwikkelgegevens bij vve. In het laatste hoofdstuk zijn aanbevelingen gegeven bij de conclusies uit deze monitor.
De vragenlijsten zijn ingevuld door 50 SPILcentra (in één SPILcentrum alleen door de voorschool), zes stand-alone voorscholen en twee stand-alone vroegscholen. Deze twee stand-alone vroegscholen hebben de vragenlijst ingevuld met de stand-alone voorschool waar ze nauw mee samenwerken. Dat geldt ook voor één SPILcentrum. In totaal hebben 56 SPILcentra/locaties (51 vroegscholen en 56 voorscholen) informatie voor de SPILmonitor aangeleverd. De vragenlijst is dus gezamenlijk door voor- en vroegschool ingevuld, gemiddeld door 2,3 personen per locatie. Alle locaties hebben zo volledig mogelijk informatie voor de monitor aangeleverd. Dat toch onder een aantal figuren niet het volledige aantal locaties staat heeft een van de volgende redenen: 1. er zijn aantallen gevraagd en locaties hebben ‘nul’ geantwoord, 2. stand-alone locaties konden een vraag die specifiek voor SPILcentra was bedoeld niet invullen, of 3. de vraag was niet van toepassing voor een betreffende locatie.
8 april 2022 dr. Miranda Peeters Lieke van Enckevort, MSc.
7
Leeswijzer bij de figuren In de monitor is onder ieder figuur waarvoor dat van toepassing aangegeven hoeveel van de bevraagde locaties deze informatie betreft: Zowel SPILcentra als stand-alone locaties konden de vragen beantwoorden, daarom spreken we van locaties. ‘50/56 locaties’ betekent dat 50 locaties de vraag hebben beantwoord. 56 staat voor het aantal locaties dat de vraag had kunnen beantwoorden. Het gerapporteerde aantal, gemiddelde rapportcijfer en/of het percentage bij de indicator betreft het aantal locaties waarvoor gegevens beschikbaar zijn, in dit voorbeeld 50 locaties.
50/56 locaties
Alleen SPILcentra konden de vragen beantwoorden, stand-alone locaties niet. De betekenis van de aantallen voor en achter de backslash is verder hetzelfde als hierboven beschreven voor locaties
49/52 SPILcentra
85%
6,7
78%
Voor de meeste indicatoren is gevraagd een rapportcijfer te geven. Het gemiddelde rapportcijfer voor Eindhoven staat in het midden van de figuur, in dit voorbeeld een 6,7. In de vragenlijst is bij de rapportcijfers de schaal aangegeven die voorheen in de vve-monitor is gebruikt: onder rapportcijfers 1 tot 5: noodzakelijk verbeterpunt, onder 5 tot 6: wenselijk verbeterpunt, onder 6 tot 8: voldoende en onder 8 tot en met 10: voorbeeld voor anderen. Als het rapportcijfer in het centrum van een figuur ontbreekt is de indicator gebaseerd op een percentage wel of niet van toepassing, bijvoorbeeld het bereik van vve of het aantal leerlingen dat binnen het SPILcentrum doorstroomt van de voorschool naar de vroegschool.
De roze ring geeft het percentage locaties weer dat bij een indicator een rapportcijfer van 6 of hoger, dus ten minste een voldoende, heeft gegeven. Het percentage staat erbij vermeld. De donkergroene ring geeft de ambitie voor Eindhoven weer. Hoeveel procent van de locaties zou op de indicator volgens de ambitie ten minste een voldoende moeten behalen? Dit percentage staat erbij vermeld. Door het percentage van deze buitenring en roze ring te vergelijken kan worden bepaald of de ambitie bereikt is. Als deze ring in een figuur ontbreekt, dan is er (nog) geen ambitie geformuleerd voor deze indicator.
Daarnaast zijn er figuren waarin alleen aantallen of verdelingen van percentages zijn gegeven en zijn er enkele staafdiagrammen opgenomen die verdelingen van aantallen tonen (bijvoorbeeld het aantal onder- en overgeïndiceerde peuters). Voor indicatoren en vragen die vorig jaar ook in de SPILmonitor aan bod kwamen is bij de figuren, meestal in kleinere cirkels, aangegeven wat de resultaten van vorig jaar waren. Hierbij staat steeds het jaartal ‘2020’.
8
70%
6,9 80%
2020
2020
TOELEIDING EN BEREIK VAN VVE Doelgroepdefinities Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is erop gericht ieder kind gelijke ontwikkelkansen te geven. Peuters met een (dreigende) achterstand worden daarom gesignaleerd door de GGD aan de hand van de brede doelgroepdefinitie en geïndiceerd voor extra vve aanbod (16 uur per week). Niet-geïndiceerde peuters hebben recht op 8 uur vve aanbod. Voor kleuters wordt een smallere doelgroepdefinitie gebruikt. Alle basisscholen verzorgen vve-aanbod. VROEGSCHOOL 4-6 jaar (smalle definitie) Kinderen met een gewicht volgens de gewichtenregeling en met een geconstateerde taalachterstand.
VOORSCHOOL 0-4 jaar (brede definitie) Kinderen bij wie een (dreigende) taalachterstand is geconstateerd, aannemelijk veroorzaakt door een blootstellingsachterstand.
2020
Aantal doelgroeppeuters
Aantal peuters voor indicatie gezien door de GGD
Aantal peuters 2021
Percentage doelgroeppeuters
2021
3 2¼ tot 4 jaar 1 d 3 2021 e 1 Onbekend door c d overstap naar e 2018 e vve-geïndiceerde alle peuters een nieuw m peuters c 2021 2¼ tot 4 jaar systeem 2¼ tot 4 jaar b e e m 2020 2020 r b 2020 2020 2019 2 e 0 r Na indicatie informeert de GGD ouders over vve aanbod en leidt hen toe naar een voorschool zo dicht 1 mogelijk bij huis. De 2 8 van vve benadrukken. GGD houdt bij welke ouders geen gebruik maken van vve en waarom niet en blijft bij ouders het belang 0 1 8 98%
2.036
6.524
6.790
31%
31%
2.127
98,4%
Onderindicatie
Overindicatie
Kinderen zonder vve-indicatie, maar voor wie dat volgens de professional wel van toepassing is.
Kinderen met een vve-indicatie, maar volgens de professional is dat niet (meer) nodig.
240 200
100
148
= zij-instromers
35
80
geïndiceerd
160
87
120 80
77 peuters alsnog
194
35 97
Aantallen in de bolletjes betreffen 2020
6
60
40
61
40
72
78
6
37
40
20
97
35
38
0
0 Eindhoven
Basisscholen
(29/51)
Eindhoven
Kinderdagverblijven (23/56)
Percentages ondergeïndiceerde peuters
4,8% 2021
%
2,9% 2020
Basisscholen
(14/51)
Percentages overgeïndiceerde peuters
Kinderdagverblijven (16/56)
1,9% 2021
%
1,7% 2020
Voorscholen melden bij de GGD peuters voor wie er sprake is van onderindicatie. De GGD ziet deze peuters nogmaals en kan alsnog een indicatie afgeven. Momenteel worden indicaties van overgeïndiceerde peuters niet ongedaan gemaakt.
Zuidzorg informeert ouders over vve aanbod en leiden hen toe naar een SPILcentrum zo
9
De gemeente zorgt dat er voldoende vve-plaatsen beschikbaar zijn en monitort het bereik onder alle peuters en onder peuters die voor vve geïndiceerd zijn.
Bereik van vve 93%
Aantal beschikbare kindplaatsen 0-4 jaar 74%
(peildatum 01-01-2021)
70%
Volgens landelijk register kinderopvang
91% 69%
3.504 3.446 2020
2020
alle peuters van 2¼ tot 4 jaar
89% 2020
vve-geïndiceerde peuters van 2¼ tot 4 jaar
Vve-indicatie door de GGD in coronatijd Door de overstap naar een nieuw systeem is het aantal peuters dat voor indicatie is gezien door de GGD in 2021 niet meer te achterhalen. Corona heeft invloed gehad op de zorg die geboden kon worden. De GGD heeft gedurende een periode van plusminus drie maanden (maart, april, mei) alleen de kinderen fysiek op het consultatiebureau gezien als ze ook een vaccinatie nodig hadden. Overige zaken, waaronder het consult dat plaatsvind rond de twee jaar, gebeurde in deze periode telefonisch. Wel kon de GGD middels het afnemen van een telefonische anamnese beoordelen of het kind in aanmerking kwam voor een indicatie. Indicatiestelling heeft dus wel gewoon doorgang gevonden gedurende deze periode. Voor sommige kinderen waarbij de GGD risico’s inschatte is er extra contact geweest om te volgen hoe het kind zich ontwikkelde (telefonisch of via video-bellen). Verder merkt de GGD dat kinderen een periode niet of weinig naar de voorschool zijn gegaan waardoor zij mogelijk een achterstand in de (taal)ontwikkeling hebben opgelopen.
10
SAMENWERKING IN DE DOORGAANDE LIJN Een sterke doorgaande lijn binnen een SPILcentrum ondersteunt een ononderbroken ontwikkelproces van de kinderen. Die doorgaande lijn wordt sterker als een kind binnen een SPILcentrum doorstroomt van speelinloop naar voorschool naar basisschool én als professionals ontwikkelingsinformatie overdragen, goed samenwerken en hun handelen afstemmen. De overdracht van ontwikkelinformatie kan na instemming van de ouders op twee manieren plaatsvinden. 1. Via warme overdracht: een professional uit de voor- en vroegschool hebben (telefonisch) contact met elkaar om de overgedragen informatie te bespreken. 2. Via reguliere overdracht: de ontwikkelinformatie wordt digitaal of op papier overgedragen tussen partners.
Overdracht
(2.233 peuters) 95%
Overdracht binnen SPIL (1.401 peuters) 1%
96%
3%
48%
9%
7,5
geen regulier
7,6 98% 2020
90%
warm (contact)
97% 52 locaties
56/56 locaties
Eén SPILcentrum (=1% van de overgedragen kinderen binnen het SPILcentrum) heeft aangegeven dat er geen overdracht heeft plaatsgevonden binnen het SPILcentrum vanwege de verminderde bereikbaarheid van de partner door corona omstandigheden (lockdown, andere prioritering).
Doorstroom binnen het SPILcentrum (1.401 peuters)
32%
63% 37%
Instroom vanuit andere gemeenten op vroegschool op vroegschool met VVE-indicatie
21
zonder VVE-indicatie
45 7
67 23/51 locaties
17/51 locaties
68% buiten SPIL binnen SPIL
50-52/52 locaties
18
Overdracht vanuit andere of zonder voorschool/ opvang
41
op vroegschool VVE-indicatie onbekend 17/51 locaties
46%
13%
22%
(832 peuters) geen/ onbekend regulier
32% 39%
warm (contact)
50/52 locaties
21 SPILcentra (= 22% van de overgedragen kinderen die instromen van buiten het SPILcentrum) geven aan dat er geen overdracht heeft plaatsgevonden bij instroom van buiten het SPILcentrum. Genoemde redenen zijn: 1. de leerling heeft geen voorschool/ opvang (gastouder) bezocht (13x); 2. weinig of geen contact met andere voorscholen/ gastouders of contacten gaan moeizaam omdat de leerlingen van veel diverse voorschoolse opvang komen (4x); 3. leerling komt vanuit het buitenland (3x); 4. ouders geven geen toestemming voor de overdracht (2x); 5. snelle plaatsing/ zij-instroom op zeer kort termijn (2x); 6. leerlingen komen van een gastouder (1x); 7. overdracht vanuit kinderopvangcentra die vinden dat de overdracht bij ouders hoort te liggen (1x) 8. dit is (nog) niet ingeregeld (1x).
Getallen in de kleine bolletjes betreffen 2020 Nog mooi opmaken en dit ergens plaatsten
Overdracht Corona wordt in de toelichtingen nauwelijks meer genoemd als invloed op de overdracht. SPILcentra zijn over het algemeen tevreden over de overdracht binnen het eigen SPILcentrum en ontwikkelen deze door, bijvoorbeeld door de werkwijze te verduidelijken of afspraken aan te scherpen. Negen SPILcentra geven aan vooral verbetering te zoeken voor de doorstroom naar of vanuit een ander SPILcentrum. Genoemde verbeterwensen zijn: met alle voorscholen vindt een overdracht plaats, overdracht gebeurt niet alleen op papier, ouders geven eerder toestemming waardoor de overdracht ook eerder kan plaatsvinden, er hoeft minder tijd besteed te worden aan het achterhalen van gegevens, vve-indicaties vanuit andere gemeente of kinderdagverblijven zijn eerder of überhaupt bekend en dat ook kinderen van een ander SPILcentrum in de groep geobserveerd kunnen worden. 11
Instroom vanuit het buitenland Consequenties voor begeleiden op de voorschool
op voorschool zonder VVE-indicatie
32%
121 3,7 gemiddeld aantal
33/56 locaties
veel
155 4,6 1-23 2020
65
36%
24%
32%
range
5%
36%
40%
1-15
Consequenties voor lesgeven op de vroegschool
op vroegschool zonder VVE-indicatie
38%
3,1
1-12
gemiddeld aantal
range
27%
21/51 locaties
beetje nauwelijks
38%
24%
n.v.t. veel
122 5,5 1-50 2020
33 locaties met instroom vanuit het buitenland
41%
27%
beetje nauwelijks
21 locaties met instroom vanuit het buitenland
Impact van instroom van kinderen uit het buitenland Of het aantal kinderen uit het buitenland toeneemt verschilt per SPILcentrum. Acht voorscholen en acht vroegscholen geven aan dat leerlingen die uit het buitenland instromen meer individuele en extra begeleiding nodig hebben het gebied van taal (basiscommunicatie), sociaal-emotioneel welzijn (zich veilig/ vertrouwd voelen, verbinding maken of relaties aangaan) en/of samen spelen. Als aandachtspunten noemen zij de taalbarrière en de cultuurverschillen. De taalbarrière geldt ook voor kinderen van ouders die al even in Nederland zijn, maar thuis geen Nederlands spreken. Enkele voorscholen geven aan hun aanbod en organisatie al af te hebben gestemd op deze nieuwkomers of voornemens zijn dit te doen. Andere voorscholen geven aan dat kinderen die uit het buitenland komen en geen Nederlands spreken eerst worden doorverwezen naar de Wereldwijzer.
Bijdrage aan de doorgaande lijn
6,4 6,5
7,2 7,3
2020
56/56 locaties
2020
IB’er vroegschool
IB’er voorschool
vve coördinator
Afstemming tussen voor- en vroegschool over
7,0 7,4 49/56 locaties
ambitie
85% educatief handelen 56/56 locaties
9
pedagogisch klimaat 56/56 locaties
13
71
16
aanbod 56/56 locaties
9
73
18
63
29
voorbeeld voor anderen
voldoende
wenselijk verbeterpunt
noodzakelijk verbeterpunt
72% 90% 84% 82% 82%
2020
81% 90% 79% 90% 87% 90%
2020
53/56 locaties
Voor- en vroegschool stemmen aanbod af op resultaten die ze aan elkaar terugkoppelen 85%
6,1
69%
6,5 76% 2020
55/56 locaties
Afstemming van het aanbod op trends in de resultaten Toelichtingen lopen uiteen en betreffen steeds drie of vier SPILcentra. Als positieve toelichtingen worden genoemd dat het werken met eenzelfde leerlingvolgsysteem helpt de kinderen samen goed te volgen en dat geldt ook voor het samen voorbereiden van thema’s. Andere SPILcentra moeten nog bepalen hoe de resultaten (zowel op sociaal-emotioneel als didactisch gebied) in beeld te brengen als voorwaarde om te kunnen gaan delen. Er zijn nauwelijks locaties die corona of wisselingen van personeel in de toelichting als remmende invloed op de afstemming van het aanbod benoemen.
12
Opvoedondersteuning 0-12 jaar op het SPILcentrum Percentages in de bolletjes betreffen 2020
Opvoedondersteuning wordt geboden door... 35%
30%
26%
26%
18%
25% 20%
15%
29%
10%
29%
28%
10%
14%
5%
0% Pedagogisch ondersteuner van Lumens (n=50/56)
Generalist WIJ (n=49/56)
GGD (n=50/56)
Een andere instantie (n=24/56)
Andere instantie = IB’er kinderopvang/basisschool (8x), Kluppluz (5x), Omnia (4x), pedagogisch coach (2x), logopedie (2x), consultatie bureau (2x), Kentalis, OKJ, fysiotherapeut, expertisedienst van SALTO, loek@you, Partou, GGZE, VE begeleiding, VE coördinator.
56/56 locaties
Op het SPILcentrum... ... werken partners vanuit dezelfde visie en grondhouding
5
80
11 4
…komen ouders in contact met de juiste professional voor opvoed- en opgroeiondersteuning
9
77
13 2
…leidt communicatie tussen partners tot gelijkwaardige informatie
7
75
16 2
voorbeeld voor anderen
voldoende
wenselijk verbeterpunt
noodzakelijk verbeterpunt
6,8
Kwaliteit geboden opvoedondersteuning
7,2 2020
56/56 locaties
Opvoedondersteuning Opvoedondersteuning op het SPILcentrum is een belangrijk speerpunt en wordt daarom ook meer in detail gemonitord binnen de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Zowel de leden van de werkgroep als een tweetal SPILcentra geven in hun toelichting aan dat een gemiddeld cijfer voor opvoedondersteuning lastig te geven is, om dat de kwaliteit zeer persoonsof organisatie afhankelijk is. Acht SPILcentra geven aan dat de zichtbaarheid of vindbaarheid van de opvoedondersteuners verbeterd moet worden, zodat de ondersteuning en het contact ook laagdrempeliger en vanzelfsprekender wordt. Corona heeft hier in hun ogen deels invloed op gehad (er was minder persoonlijk contact en overleg mogelijk), maar zij zien dit niet als de enige factor. Zo noemen SPILcentra als verbeterpunten het verschil in kwaliteit en samenwerking per instantie, bijvoorbeeld ten aanzien van de snelheid van het opstarten van de hulpverlening en de communicatie. Ook wisselingen in teams van instanties worden als belemmerend ervaren, evenals verschil in visie of mening over de zorg die nodig is. Drie SPILcentra geven aan al verbeteringen te zien, bijvoorbeeld door een samen opgestarte pilot. Twee SPILcentra willen dit via meer samenwerking vanuit zorgcasussen ontwikkelen. Het valt de leden van de werkgroep op dat bij ‘andere instanties’ ook diensten worden genoemd die geen opvoedondersteuning bieden (bv.
de IB’er van de basisschool en Kentalis). Daaruit maken zij op dat nog onvoldoende bekend is wat er onder opvoedondersteuning op de locatie wordt verstaan. Zij zien dat ook in sommige toelichtingen.
13
EDUCATIEF PARTNERSCHAP Ouders en professionals in een SPILcentrum dragen samen zorg voor de ontwikkeling van een kind. Hoe beter zij samenwerken, hoe meer het kind daar in zijn of haar ontwikkeling van profiteert. Voorwaarde om educatief partnerschap te realiseren is dat ouders, professionals van het kinderdagverblijf en de basisschool samen het ouderbeleid maken.
Ouderbeleid Ouders zijn betrokken bij het tot stand komen van het ouderbeleid
Professionals van het kinderdagverblijf en basisschool maken samen het ouderbeleid gezamenlijk
ja
59% 41%
nee
55%
30% 45%
2020
70%
78%
2020
22%
2020
2020
56/56 locaties
56/56 locaties
53/54 locaties
Partnerschap tussen professionals van het SPILcentrum en ouders Het laagste niveau van samenwerking is informeren: ouders en professionals geven elkaar informatie over de ontwikkeling van het kind. Een niveau hoger communiceren ouders en professionals over die ontwikkeling. Het hoogste niveau van samenwerking is participeren: ouder en professional werken vanuit gedeelde informatie en goede communicatie samen aan de ontwikkeling van het kind. Dit heet educatief partnerschap.
Informeren
Communiceren
95%
95%
95%
95%
…van kinderen van 0 tot 6 jaar met vve-indicatie
Participeren
95%
7,2
89%
6,6
7,3
7,3 95%
7,6 96%
6,6 85%
2020
2020
2020
95% 98%
…van kinderen van 0 tot 6 jaar zonder vve-indicatie
96%
91%
7,4
7,4
6,8
7,5 98%
7,7 98%
6,9 93%
2019
2019
2019
95% …van kinderen van 7 tot 12 jaar zonder vve-indicatie
56/56 locaties
95%
95%
56/56 locaties
95%
95% 100%
96%
92%
7,3
6,8
7,4
7,6 100%
7,7 98%
6,9 94%
2019
2019
2019
14
50/51 locaties
Educatief partnerschap Bijna een kwart van de SPILcentra geeft ook dit jaar aan dat de maatregelen rondom corona van invloed zijn geweest op de betrokkenheid van ouders en het informeren, communiceren en participeren van ouders. Activiteiten konden niet doorgaan en de wijze van communiceren met ouders is door corona veranderd. Iedereen moest andere vormen van communicatie vinden. Digitale communicatie via ouderportalen en het voeren van online of telefonische gesprekken waren belangrijke alternatieven. Ook is er gebruik gemaakt van brieven. Oudergesprekken over welbevinden en ontwikkeling van het kind hebben doorgang gevonden, maar er zijn minder ongedwongen dagelijkse gesprekjes op school. Zes locaties ervaren weinig interesse of reacties van ouders, terwijl ze ouders wel veel informeren. Ook hierin vallen bij twee locaties de ouders van geïndiceerde leerlingen extra op. Een enkele locatie geeft aan dat met name het contact met ouders van geïndiceerde kinderen is afgenomen door corona. Met hen was digitaal overleg een stuk lastiger en de drempel voor deze ouders om vragen te stellen of de (voor)school te informeren werd daardoor hoger. Dat kan liggen aan de taalbarrière, cultuurverschillen, en/of beperkt inzicht in het Nederlands onderwijssysteem.
Er wordt een aantal bekende en nieuwere manieren genoemd om het educatief partnerschap te vergroten, zoals • het uitnodigen van ouders om eigen kennis en ervaringen in de groep/klas te delen; • informatieavonden organiseren voor ouders uit het buitland over de Nederlandse cultuur (cultuurcafé); • leerlingen en ouders uitnodigen om te vertellen over hun eigen afkomst; • workshops/bijeenkomsten gekoppeld aan een thema; • een klankbordgroep voor visietraject ouderbetrokkenheid; • onderzoeken van mogelijkheden om eigenaarschap van kinderen te vergroten over hun eigen ontwikkeling en ouders hierbij meer te betrekken (d.m.v. kindportfolio); • organiseren van gesprekken met ouders waaraan het kind ook deelneemt; • spelinloop; • kijkochtenden; • hulpouders.
15
INTEGRATIE SPILcentrum is SPIL in de wijk
52 SPILcentra/samenwerkingen
Het SPILcentrum vormt de SPIL in de wijk en is een vindplaats en werkplaats voor de ontwikkeling van kinderen en hun ouders. Zij zijn op een dusdanige 78% manier onderling betrokken dat het bevorderend is voor het opvoeden en opgroeien van kinderen en jeugdigen. 6,5 78%
85%
6,3
Deze vraag is daarnaast beantwoord door drie voorscholen die de vragenlijst als standalone locatie hebben ingevuld. Zij gaven twee keer een 8 en een 3. Omdat zij geen SPILcentrum zijn, is dit antwoord niet verwerkt in de figuur.
71%
2020
SPIL in de wijk Ontwikkelingen om SPIL in de wijk te worden of blijven zijn divers. Er zijn SPILcentra die aangeven dat • er plannen/doelen liggen of al stappen zijn gezet om de wijkfunctie te vergroten of verder door te ontwikkelen (7); • er door corona minder activiteiten zijn geweest, ze voorzichtiger waren met externen in de school en niet alle mogelijkheden konden worden benut door de corona maatregelen (6); • er wel aanbod is, maar dat dit nog niet voldoende zichtbaar is in de wijk (2); • de kinderen uit de wijk gebruik maken van het SPILcentrum, maar er verder geen koppeling is met de wijk (3); • ze als school in gesprek te zijn met de wijk, maar dat in het SPILcentrum de samenwerking nog meer samen moet worden gebracht (1); • er meerdere scholen zijn in de wijk, waardoor er veel keuze is voor ouders in de wijk (2); • er geen ambitie is voor een uitgebreidere wijkfunctie: de populatie vraagt hier niet om, of het SPILcentrum is meer streekgebonden dus op school zitten kinderen uit verschillende dorpen (3); • ze (nog) geen SPIL in de wijk zijn, de redenen hiervoor lopen uiteen en zijn hierboven genoemd (9).
Jonge kinderen vormen essentiële verbindingen met anderen door samen te spelen. Het is dus belangrijk dat kinderen met allerlei achtergronden en met of zonder vve- indicatie elkaar in de groepen tegenkomen. Diversiteit wordt in dit monitoronderdeel ingevuld als het hebben van wel of geen vve-indicatie.
Mogelijkheden om voorschoolse vve groepen bewust divers samen te stellen 0% 2020
4% 5%
14% 2020
ja, er zijn kinderen met en zonder vve-indicatie… nee, er zijn nagenoeg alleen kinderen met een vve-indicatie…
86% 2020
91%
nee, er zijn nagenoeg alleen kinderen zonder vve-indicatie…
Mate waarin de voorschoolse vve groepen bewust divers zijn samengesteld Dit is het oordeel van de 91% van de locaties 90% (zie hiernaast) die hebben aangegeven 90% door een diverse populatie bezocht te worden.
7,1
7,3 92% 2020
v
56 locaties
16
51 locaties
Extra taalaanbod Extra taalaanbod is aanbod dat SPILcentra verzorgen naast het standaard vve taalaanbod en naast verlengde taalinstructies bij de taalmethode in groep 3 tot en met 8. Er kan ook extra taalaanbod voor ouders worden verzorgd.
Extra taalaanbod voor specifieke doelgroepen?
Het extra taalaanbod van deze 76% (42 locaties) is voor 1%
36% 24%
78% 2020
ouders/volwassenen
kinderen
10%
2%
2020
22% 2020
76%
40% 58%
54% 33% 37%
53%
2020
2020
55/56 locaties
2020
42 locaties
Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis
nee
48%
50% 2020
Kinderen met NT2 achtergrond of van laaggeletterde ouders
ja
2% 2020
12%
Andere doelgroep We verzorgen geen extra taalaanbod gericht op specifieke groepen kinderen.
42 locaties Laaggeletterde ouders of volwassenen of met een NT2 achtergrond Andere doelgroep We verzorgen geen extra taalaanbod gericht op ouders of volwassenen .
Andere doelgroep kinderen: kinderen die voldoen aan de criteria om aan de schakelklas (2x), taalklas of taalplusklas deel te nemen; nieuwkomers (2x), kinderen die rechtstreeks uit een ander land komen; kinderen die uitvallen op taal krijgen aanbod buiten de groep (NPO). Bij ‘andere doelgroep kinderen’ worden ook enkele vormen van aanbod genoemd: Samen thuis in Taal, logopedie, flexibele 2-3 stamgroep. Andere doelgroep ouders/ volwassenen: ouders waarvan de kinderen woordenschat les volgen na schooltijd. Drie locaties hebben extra taalaanbod gericht op ouders/volwassen dat verzorgd wordt door andere instanties (bijvoorbeeld Lumens/ Humanitas). Twee locaties geven aan dat het taalaanbod heeft stilgelegen door corona of is gestopt vanwege te weinig animo.
Voornemens taalaanbod voor specifieke doelgroepen in te gaan richten?
31%
46%
2020
2020
5%
21%
7%
0% 2020
2020
18%
17% 15%
60% 26% 26% 2020
52% 55/56 locaties
2020
0% 2020
5%
7% 2020 7%
2020
33% 44% 2%
Het te ontwikkelen extra taalaanbod van deze 38% (21 locaties) is voor kinderen ouders/volwassenen
59%
36% 17% 2020
66%
2020
21 locaties
2020
21 locaties
2020
Laaggeletterde ouders of volwassenen of met een NT2 achtergrond
ja, we hebben extra taalaanbod, dat ontwikkelen we door
Kinderen met NT2 achtergrond of van laaggeletterde ouders
we hebben nog geen extra taalaanbod, maar dat gaan we ontwikkelen
Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis
Andere doelgroep
Andere doelgroep
Doelgroep niet aangegeven/ nog te bepalen.
Doelgroep niet aangegeven/ nog te bepalen.
We ontwikkelen geen extra taalaanbod gericht op ouders of volwassenen
we hebben extra taalaanbod, maar gaan dat niet doorontwikkelen nee, we gaan geen extra taalaanbod ontwikkelen
We ontwikkelen geen extra taalaanbod gericht op specifieke groepen kinderen.
Andere doelgroep kinderen: nieuwkomers; kinderen die uitvallen op taal krijgen aanbod buiten de groep (extra inzet na de lockdowns). Doelgroep ouders/volwassen niet aangegeven/ nog te bepalen: Eén locatie geeft aan extra taalaanbod in de toekomst te willen vormgeven voor ouders/volwassenen, maar zijn nog zoekt naar partners.
17
Extra taalaanbod op SPILcentra met veel instroom vanuit het buitenland? Er zijn in deze monitor twee SPILcentra waar meer dan 10 kinderen rechtstreeks vanuit het buitenland instroomden. De instroom op deze locaties was 17 en 22. Deze hogere instroom van kinderen uit het buitenland gaat samen met het hebben of ontwikkelen van extra taalaanbod voor kinderen met een NT2 achtergrond of voor laaggeletterde ouders. Beide locaties hebben geen voornemens om dit taalaanbod verder door te ontwikkelen.
Om ouders te kunnen wijzen op extra taalaanbod, is het van belang te signaleren wie hiervan kan profiteren, dus welke ouders laaggeletterd zijn.
Signaleren laaggeletterdheid
Kwaliteit signalering laaggeletterdheid Dit is het oordeel van de 51% van de locaties (zie hiernaast) die hebben aangegeven laaggeletterdheid te signaleren.
39% 2020
ja
51% 49%
5,8 6,0
nee
2020
61% 2020
55/56 locaties
28 locaties
Laaggeletterde ouders toeleiden naar taalaanbod Het Stercollege wordt ook dit jaar door twee SPILcentra genoemd als aanbieder van Nederlandse lessen. Daarnaast staat het op de planning van drie SPILcentra om cursussen aan te bieden aan ouders die geen of slecht Nederlands spreken. Bij twee van de drie SPIlcentra is dit niet doorgegaan of uitgesteld in verband met corona. Andere SPILcentra hebben hiervoor interesse of er zijn al plannen zijn gemaakt voor scholing. De twee SPILcentra die zichzelf een onvoldoende geven voor de signalering van laaggeletterdheid doen dat omdat ze alleen signaleren of informatie bieden, maar daar geen vervolgacties aan verbinden. Een enkel SPILcentrum geeft aan dat ze moeite hebben met het enthousiasmeren van ouders voor een taalcursus en dat dit onderwerp gevoelig ligt.
Internationalisering heeft een plaats in het programma
Vanaf welke leeftijd wordt structureel een tweede taal aangeboden
Kinderen leren naast Nederlands een andere taal.
Ingevuld door de 32 locaties (zie hiernaast) die ontwikkelen op het gebied van internationalisering (35 locaties in 2020).
94% 1-3 jr
6% 8% 2020
6% 3%
22%
4-6 jr
6,7
7-8 jr 9-10 jr
6,6 89% 2020
11-12 jr
32 van de 56 locaties ontwikkelen op dit gebied
6%
2020
66% 59%
20% 2020
3%
9% 2020
2020
De tweede taal die wordt aangeboden is op alle 32 locaties is Engels. Eén locatie biedt ook naschoolse les in Italiaans.
18
BIBLIOTHEEK OP HET SPILCENTRUM De bibliotheek op de SPILcentra beschikt over aanbod op drie niveaus. Niveau 1: Gedifferentieerd aanbod dat kosteloos beschikbaar is. Dit aanbod is beschreven en te bestellen in de Edushop (via de link in de brochure). Niveau 2: In overleg overeengekomen maatwerk dat is gericht op extra vragen. Dit aanbod is niet via aanbod op niveau 1 beschikbaar. Niveau 3: Extra aanbod dat is vastgesteld in een inhoudelijke en financiële schriftelijke overeenkomst. Het werken met aanbod in niveaus is recentelijk gestart. Om een bijdrage te kunnen leveren aan thema’s als vve, innovatie en integratie is het van belang dat het aanbod bekend is, gebruikt en gewaardeerd wordt.
waardering voorschool
16%
76%
7,0 2020
56/56 locaties
waardering basisschool
gebruik basisschool
van de locaties die aangeven van dit aanbod gebruik te maken
79% 13% 11%
6,9 Getallen in de kleinste bolletjes betreffen 2020
Niveau 1: kosteloos gedifferentieerd aanbod (via link Edushop) gebruik voorschool
Waardering afstemming van de collectie op de populatie van het SPIL
7,0 7,0
12%
van de locaties die aangeven van dit aanbod gebruik te maken
6%
82%
2020
5%
82% 10%
2020
8%
42/51 basisscholen
43/56 voorscholen We maken gebruik van dit aanbod
7,1 7,4
We weten wat dit aanbod inhoudt, maar gebruiken het niet
Het is ons onduidelijk wat dit aanbod inhoudt
Niveau 2: in overleg overeengekomen maatwerkaanbod
21%
49%
30%
14%
48% 34% 18%
20%
7,1 7,2
66%
2020
66% 27% 7%
7,3 7,4 2020
34/51 basisscholen
27/56 voorscholen
Niveau 3: formeel overeengekomen betaald extra aanbod 9%
50%
9%
41%
43% 48%
7,2
26% 29%
10% 55%
7,8
45%
2020
5/56 voorscholen
35%
7,3
7,2 2020
13/51 basisschool
Medewerkers van de bibliotheek geven aan dat in 2021 ongeveer een derde van hun werkgebied gebruikt maakt van extra, betaald aanbod (niveau 3). Dit is een enorme stijging ten opzichte van 2020. Die zie je niet terug in deze cijfers. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat er onduidelijkheid is over de gebruikte terminologie voor de verschillende soorten/ niveaus van aanbod.
19
De mediacoach die aan de bibliotheek op het SPILcentrum is verbonden is verantwoordelijk voor het concept ‘bibliotheek op SPIL’. Samen met het team van het SPILcentrum werkt zij aan de inzet van het aanbod zodat er een doorgaande lijn ontstaat die past bij de ontwikkeling van het SPILcentrum. Verder verzorgt zij ondersteuning op het gebied van taalvaardigheid, leesbevordering en digitale vaardigheden en maakt daarbij gebruik van de middelen die in de SPILbibliotheek beschikbaar zijn. In de bolletjes in de twee figuren hieronder zijn alleen percentages uit 2020 genoemd die ten minste 4% hoger of lager zijn dan dit jaar. monitor.
Gezamenlijke ontwikkelingen van SPILbibliotheek en team in 2020-2021 2%
2020
25% 2020
18%
6%
14%
22%
10%
22%
3% 5%
147 ontwikkelingen op 49/56 locaties Geen doorontwikkeling
Krachtiger en samenhangend leesbeleid
Betere afstemming collectie op wensen en behoeften SPILcentrum
Versterken van de leescultuur
Rijker leesaanbod, bv. door uitbreiding collectie
Afstemmen verantwoordelijkheden tussen bibliotheek, SPILcentrum en andere maatschappelijke organisaties
Meer projecten/ aanbod uit de webshop uitgevoerd
Anders
Bij ‘anders’ werd genoemd: een bieb op de voorschool; QR-code om een boek te kunnen lezen/kijken; opleiden voorleescoördinator en leesplan; nieuwe leesomgeving, schoolschrijver, vindbaarheid boeken en opgeruimdheid; uitleenpunt bij voorschool; gestart met het inzetten van een verbetertraject; voorschool heeft twee nieuwe mediacoaches/voorleescoördinatoren opgeleid.
Geplande gezamenlijke ontwikkelingen van SPILbibliotheek en team in 2021-2022 2%
16%
18%
17%
13%
14%
21%
2020
2020
22%
6%
6%
162 ontwikkelingen op 53/56 locaties
Bij ‘anders’ werd genoemd: pasjesaanvraag en/of lenen op de voorschool verbeteren (2x); uitleenpunt bij dagopvang, Bereslim promoten bij de intake en ouderavond weer oppakken voor de babygroep; meer ondersteuning gewenst vanuit de bieb met betrekking tot meertalige kinderen; betere afstemming met de mediacoach; opzetten van cultuurcafé’s, taalklas, buddyschap voor ouders; naschools aanbod; verlengde schooldag, schoolschrijver; nog onbekend. . huis kunnen, de gemaakte afspraken borgen en stimuleren dat ouders met kinderen boeken komen lenen in de bibliotheek.
Bijdrage van de mediacoach aan de samenwerking De wijze waarop de mediacoach zaken rond de SPILbibliotheek regelt en faciliteert is
De wijze waarop de mediacoach de pedagogisch medewerker en/of leerkracht coacht of ondersteunt in de professionalisering
2%
25%
2020
5%
2020
5%
7% 2020
14% 2020
25%
2%
16%
De wijze waarop de mediacoach het team vanuit de SPILbibliotheek beleidsmatig ondersteunt
4%
7%
2020
2020
16%
13%
5% 2020
11%
50% 66% 2020
65%
een voorbeeld voor anderen
69%
66%
2020
27% 27%
83% 2020
2020
voldoende
5%
7% 5%
2020
een wenselijk verbeterpunt
20
een noodzakelijk verbeterpunt
n.v.t.
56 locaties
Samenwerking tussen mediacoach en team
7,4 7,4 2020
56 locaties
Bijdrage van de mediacoach aan de samenwerking Elf SPILcentra doen een positieve uitspraak over de samenwerking met de mediacoach. Wat SPILcentra als prettig ervaren: de nieuwsbrieven zijn erg fijn, de mediacoach heeft een actieve en proactieve houding, neemt initiatief, is benaderbaar, denkt mee en denkt vernieuwend en out of the box, betrekt het team bij ontwikkeling, kijkt naar de behoeften en ondersteunt het team bij vraagstukken. Acht SPILcentra noemen verbeterpunten: die betreffen (1) de collectie (ze willen graag meer meedenken over de boeken die passen bij de doelgroep en thema's, een grotere of meer diverse boekcollectie), (2) de rol en taken van de mediacoach (duidelijker, want medewerkers weten haar nu onvoldoende te vinden of weten niet wat van de mediacoach verwacht mag worden, de mediacoach zou meer kunnen betekenen, meer duidelijkheid over uren en taken van de mediacoach, betere afstemming over
taken met voorschool, de mediacoach mag met meer ideeën en activiteiten komen) en tenslotte (3) het contact met de mediacoach (meer contact en de mediacoach mag meer onderdeel van het team worden). Er zijn drie SPILcentra die aangeven dat door corona niet alles uitvoerbaar is geweest en de samenwerking niet optimaal is geweest omdat de mediacoach weinig aanwezig kon of mocht zijn.
21
ONTWIKKELGEGEVENS BIJ VVE Het is wettelijk verplicht dat gemeente en vve-partners nagaan of hun inspanningen ook daadwerkelijk leiden tot de bedoeling van vve: het terugdringen van achterstanden op stadsniveau, zodat kinderen met een vve-indicatie zonder of hooguit met beperkte achterstanden aan groep 3 kunnen beginnen. Samen maakten gemeente en vve-partners hiervoor zogeheten ‘resultaatafspraken’. Bijna alle in 2019 vastgestelde resultaatafspraken of ambities zijn voor deze monitor met 10 tot in een enkel geval 30% naar boven bijgesteld. Het monitoren van de resultaten van vve in Eindhoven voor de peuters en kleuters wordt op de meeste locaties gedaan met KIJK! Met KIJK! wordt de ontwikkeling van (zeer) jonge kinderen op verschillende domeinen gevolgd (bv. sociaal emotioneel, motoriek, taal, rekenen). Dat gebeurt aan de hand van ontwikkelingslijnen. Daarin zijn per half jaar mijlpalen in de ontwikkeling beschreven. Pedagogisch medewerkers en leerkrachten observeren peuters en kleuters en registreren hun ontwikkeling aan de hand van die beschrijvingen. Om recht te doen aan de intentie van KIJK! spreken we in de SPILmonitor niet meer van ‘resultaten’ en ‘resultaatafspraken’, maar van ‘ontwikkelgegevens’ en ‘doelen bij de ontwikkelgegevens’.
Voor de ontwikkeling van kinderen in groep 3 wordt in de meeste gevallen gebruik gemaakt van de Citotoetsen voor technisch lezen en rekenen. Representativiteit tijdens corona Ook deze monitor kunnen de resultaten beïnvloed zijn door corona. In 2020 had corona invloed op de metingen, deze waren verschoven of vervallen. Dat is in deze monitor nauwelijks meer aan de orde. De gegevens zijn voldoende compleet (zie bijlage 2, van 86% van de voorscholen en 83% van de vroegscholen zijn resultaatgegevens verwerkt) en zo’n 97 tot 98% van de registraties zijn van hetzelfde moment: de laatste registratie voordat de peuters doorstromen naar de basisschool, eind groep 2 en eind groep 3. Corona heeft dit jaar dus niet de meting beïnvloed, mogelijk wel de uitkomsten. Representativiteit 87% van de voorscholen en 80% van de vroegscholen hebben gegevens aangeleverd uit KIJK! (beiden 1% meer dan in 2020). Zij vullen bijna allemaal de in de monitor gebruikte ontwikkelingslijnen voor taal en rekenen in. Voor de peuters zijn voor de lijn ‘geletterdheid’ het minst gegevens beschikbaar. Bij de kleuters zijn voor de ontwikkelingslijn ‘logisch denken’ het minst gegevens beschikbaar zijn. Deze lijnen worden niet standaard geregistreerd of zijn niet voor alle kinderen ingevuld.
De resultaten van de zeven voor- en tien vroegscholen die geen gebruik maken van KIJK! zijn dit jaar voor het eerst ook zoveel mogelijk in de monitoring verwerkt (zie bijlage 1, methode). Daardoor zijn er gegevens van meer locaties gebruikt dan in de monitor van 2020. De doelgroepkinderen in de leeftijdsgroep van de peuters zijn met 35% voldoende of oververtegenwoordigd in de beschikbare ontwikkelgegevens, want het aantal peuters met een vve-indicatie in Eindhoven is net als vorig jaar 31%. In 2016, 2017 en 2018 waren er respectievelijk 27%, 31% en 30% peuters met een vve-indicatie. Zij zijn nu kleuter of zitten in groep 3. De beschikbare ontwikkelgegevens betreffen 26% doelgroepkleuters en zo’n 25% doelgroepleerlingen in groep 3. In deze ontwikkelgegevens is de doelgroep dus zo’n 2 tot 5% ondervertegenwoordigd. Leeswijzer bij de ontwikkelgegevens Legenda Percentage kinderen van wie de geobserveerde ontwikkeling op dit gebied bovengemiddeld is.
89%
Percentage kinderen van wie de geobserveerde ontwikkeling op dit gebied gemiddeld is.
91%
Percentage kinderen van wie de geobserveerde ontwikkeling op dit gebied ondergemiddeld is.
Doelstelling behaald. Percentage kinderen van wie de geobserveerde ontwikkeling op dit gebied gemiddeld en bovengemiddeld is.
22
Doelstelling niet behaald.
De legenda bij de toetsgegevens van groep 3 staat onder de grafieken. De Romeinse cijfers duiden normcategorieën aan. In de landelijk genormeerde verdeling valt in iedere normgroep 20% van de kinderen. Groen (I en II) betekent ook bij deze resultaten bovengemiddeld, grijs gemiddeld (III) en rood ondergemiddeld (IV en IV).
23
Taal Niet-doelgroep
Doelgroep
Doelstelling taal • Voor 90% van de niet-doelgroep peuters en kleuters is de spraak-taalontwikkeling/ mondelinge taalontwikkeling en geletterdheid (boven)gemiddeld. • Voor 80% van de niet-doelgroep kinderen eind groep 3 is de technische leesontwikkeling (boven)gemiddeld.
Doelstelling taal • Voor 60% van de doelgroep peuters en voor 65% van de doelgroep kleuters is de spraak-taalontwikkeling/ mondelinge taalontwikkeling (boven)gemiddeld. • Voor 75% van de doelgroep peuters en voor 80% van de doelgroep kleuters is geletterdheid (boven)gemiddeld. • Voor 70% van de doelgroep kinderen eind groep 3 is de technische leesontwikkeling (boven)gemiddeld.
Peuters (3;6 – 4;10 jaar)
Peuters (3;5 – 4;6 jaar)
Ontwikkelniveau taal peuters 20/21 Geen doelgroep (n = 740/1.146) 100 80 60
80
90%
83
62
40
92%
60
89%
8
spraak-taal (n = 736/740)
53%
11
80
40
89%
88%
60
74
mondelinge taal (n = 1.236/1.240)
2020
56%
100
21
19
40
16 14
20
19 13 17
22
40 20
III
25%
Doelgroep vve-indicatie (n = 447/1.818)
60
60
IV
2020
29
30
geletterdheid (n = 436/441)
78%
80
80
V
mondelinge taal (n = 441/441)
Niveau technisch lezen groep 3 20/21
Geen doelgroep (n = 1.371/1.818)
60%
25
Groep 3 (toetsmoment E3)
Niveau technisch lezen groep 3 20/21
0
67 75%
2020
2020
Groep 3 (toetsmoment E3) 100
59 62%
0
geletterdheid (n = 1.221/1.240)
89%
8
38
20
84%
3
40
11
12
26%
80
20 0
geletterdheid (n = 338/403)
73% 2020
100
15
77
spraak-taal (n = 397/403)
Ontwikkelniveau taal groep 2 20/21 Doelgroep vve-indicatie (n = 441/1.681)
Ontwikkelniveau taal groep 2 20/21 Geen doelgroep (n = 1.240/1.681)
60
31
Kleuters (5;0 – 7;6 jaar)
Kleuters (5;2 – 7;8 jaar)
100
67 69%
2020
2020
2020
48 55%
0
geletterdheid (n = 645/740)
91%
2
45
20
0
7
40
20
10
71%
0
II
35%
Ontwikkelniveau taal peuters 20/21 Doelgroep vve-indicatie (n = 406/1.146) 100
9
28
Omvang van de doelgroep in deze ontwikkelgegevens
66%
I
2020
2020
24
V
IV
III
69%
II
I
Rekenen Niet-doelgroep
Doelgroep
Doelstelling rekenen • Voor 95% van de niet-doelgroep peuters en kleuters is de gecijferdheid en de cognitieve ontwikkeling /logisch denken (boven)gemiddeld. • Voor 90% van de niet-doelgroep kinderen eind groep 3 is de rekenontwikkeling (boven)gemiddeld.
Doelstelling rekenen • Voor 80% van de doelgroep peuters en voor 90% van de doelgroep kleuters is gecijferdheid (boven)gemiddeld. • Voor 85% van de doelgroep peuters en kleuters is de cognitieve ontwikkeling/ logisch denken (boven)gemiddeld. • Voor 70% van de doelgroep kinderen eind groep 3 is de rekenontwikkeling (boven)gemiddeld.
Peuters (3;6 – 4;10 jaar)
Peuters (3;5 – 4;6 jaar)
15
80 60 40
100
17 94%
78
6
5
60
20
93%
gecijferdheid (n = 660/740)
94%
2020
cognitieve ontwikkeling (n = 713/740)
81% (n = 358/403)
84%
2020
2020
100
92%
93%
26%
4
11
60
84
77
72
40 20
20
7
8
gecijferdheid
92% (n = 1.238/1.240) 2020
logisch denken
90% (n = 1.109/1.240)
85%
2020
2020
2020
40
19 13 14
20 0
V
IV
III
24%
Niveau rekenen groep 3 20/21 100
25 29
logisch denken (n = 403/441)
82%
Groep 3 (toetsmoment E3)
Geen doelgroep (n = 1.387/1.835)
60
76 80% 20
gecijferdheid (n = 425/441)
Niveau rekenen groep 3 20/21
80
83%
17
0
Groep 3 (toetsmoment E3)
70%
cognitieve ontwikkeling (n = 376/403)
80
60
100
22
Ontwikkelniveau rekenen groep 2 20/21 Doelgroep vve-indicatie (n = 441/1.681)
8
16
0
24
Kleuters (5;0 – 7;6 jaar)
Ontwikkelniveau rekenen groep 2 20/21 Geen doelgroep (n = 1.240/1.681)
40
75 78%
gecijferdheid
Kleuters (5;2 – 7;8 jaar)
80
73 76%
0
2020
100
3
40
20 0
3
80
95%
79
35%
Ontwikkelniveau rekenen peuters 20/21 Doelgroep vve-indicatie (n = 406/1.146)
Ontwikkelniveau rekenen peuters 20/21 Geen doelgroep (n = 740/1.146) 100
Omvang van de doelgroep in deze ontwikkelgegevens
73%
Doelgroep vve-indicatie (n = 448/1.835)
80
15 19
60
17
40
23
20
51%
26
0
II
52%
I
2020
2020
25
V
IV
III
II
I
DOORONTWIKKELING VAN DE SPILCENTRA In dit hoofdstuk zijn conclusies en aanbevelingen op een rij gezet, zodat duidelijk wordt waar bij de doorontwikkeling van de SPILcentra aan gewerkt kan worden. De aanbevelingen (rechts) zijn ingedeeld per thema en gekoppeld aan een constatering (links). Achter elke aanbeveling staat tussen haakjes welke vve-partner hiermee aan de slag kan gaan.
Toeleiding en bereik van vve Constatering
Aanbeveling
Het percentage kinderen dat in 2021 wordt aangemerkt als ‘ondergeïndiceerd’ is hoog en voor zowel de peuters als kleuters toegenomen ten opzichte van 2020. Ook het aantal kleuters dat is geïndiceerd, maar voor wie dit niet meer nodig lijkt (over geïndiceerd) is gestegen (p. 9).
1. Overweeg in de peuterperiode een moment in te bouwen om indicatie te heroverwegen en mogelijk terug te draaien als dat niet meer noodzakelijk lijkt, bijvoorbeeld tussen 3 jaar en 3 tot 6 maanden. De geobserveerde ontwikkelleeftijd zou voor peuters die hiervoor in aanmerking komen op sociaal emotioneel gebied en voor -voorwaardelijke- taal en rekenontwikkeling op of boven de kalenderleeftijd moeten liggen (kinderopvang en GGD). Aanbevelingen sinds 2020: 2. Pas de criteria voor indicatie zo eenduidig mogelijk toe, zodat zo min mogelijk sprake is van onder- en overindicatie (GGD). 3. Wees er voor indicatie zo tijdig mogelijk bij. Verwijs peuters op de kinderopvang die mogelijk alsnog in aanmerking komen voor een vveindicatie terug naar de GGD. Doe dit wat eerder of op basis van scherpere criteria dan nu het geval is, want basisscholen ervaren bij meer kinderen een achterstand in de taalontwikkeling. Een deel daarvan is te verklaren door zijinstroom vanuit het buitenland of instroom van peuters die niet naar een vve kinderopvanglocatie zijn geweest, maar niet alles. Overleg bij twijfel (anoniem) binnen het SPILcentrum over kinderen met voor- en vroegschool (kinderopvang).