CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerpbegroting 2024 en MJR 2025-2027 ODZOB

Raadsvergadering 30 mei 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 ODZOB11.510 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BEGROTING 2024 EN MEERJARENRAMING 2025-2027 Versie 14 maart 2023

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 Versie 14 maart 2023

In opdracht van

Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven

Auteur

Kees van Daal

Datum

14 maart 2023

Status

Vastgesteld door het dagelijks bestuur

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

2

Inhoudsopgave

1

INLEIDING ................................................................................................................................................. 4

2

BELEIDSBEGROTING .................................................................................................................................. 5 2.1

3

4

5

6

Meerjarenvisie 2023-2027 ........................................................................................................................ 5

PROGRAMMAPLAN ................................................................................................................................... 6 3.1

Programma lokale dienstverlening .......................................................................................................... 7

3.2

Programma regionale samenwerking ...................................................................................................... 8

3.3

Algemene dekkingsmiddelen .................................................................................................................... 9

3.4

Kosten overhead ....................................................................................................................................... 9

3.5

Heffing vennootschapsbelasting ............................................................................................................ 10

3.6

Onvoorzien ............................................................................................................................................. 10

PARAGRAFEN .......................................................................................................................................... 11 4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................ 11

4.2

Financiering ............................................................................................................................................ 13

4.3

Bedrijfsvoering........................................................................................................................................ 15

4.4

Verbonden partijen................................................................................................................................. 16

FINANCIELE BEGROTING ......................................................................................................................... 17 5.1

Overzicht van baten en lasten ................................................................................................................ 17

5.2

Toelichting op het overzicht van baten en lasten ................................................................................... 17

5.3

Opbouw gemiddeld uurtarief ................................................................................................................. 21

5.4

Uiteenzetting financiële positie en de toelichting .................................................................................. 23

5.5

Meerjarenraming en de toelichting ........................................................................................................ 27

BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 28 6.1

Specificatie bijdrage per deelnemer ....................................................................................................... 28

6.2

Overzicht baten en lasten per taakveld .................................................................................................. 29

6.3

Overzicht baten en lasten (exploitatie) .................................................................................................. 30

6.4

Risico-inventarisatie ............................................................................................................................... 31

6.5

Lijst van afkortingen ............................................................................................................................... 32

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

3

1

INLEIDING

Voor u ligt de begroting 2024 met de meerjarenraming 2025–2027 van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant. Deze begroting is enerzijds gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2024 en toont anderzijds relevante voortschrijdende (financiële) inzichten. De begroting bestaat uit: •

Het programmaplan dat ingaat op de programma’s lokale dienstverlening en regionale samenwerking en daarnaast een toelichting geeft op ontwikkelingen in de overhead.

•

De presentatie van de verplichte paragrafen, voor zover deze voor de ODZOB van toepassing zijn.

•

De financiële begroting die nader ingaat op de ontwikkelingen van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie. Tevens wordt hier ingegaan op de meerjarenraming.

•

Bijlagen: de gespecificeerde bijdrage per deelnemer, het exploitatieoverzicht van baten en lasten, de geactualiseerde risico-inventarisatie en het overzicht van baten en lasten per taakveld.

De beleidsbegroting is beperkt van omvang. De reden hiervan is dat in het eerste kwartaal van 2023 de Meerjarenvisie 2023-2027 aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. Juist deze meerjarenvisie gaat in op uiteenlopende relevante ontwikkelingen. In de voorliggende ontwerpbegroting 2024 past het niet om vooruit te lopen op de vaststelling van deze visie. De in de diverse tabellen gepresenteerde realisatiecijfers over 2022 betreffen de (nog niet) door de accountant geverifieerde cijfers. De referentiecijfers uit de begroting 2023 hebben betrekking op de vastgestelde begroting 2023 en niet op de (nog vast te stellen) herziene begroting 2023.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

4

2 2.1

BELEIDSBEGROTING

Meerjarenvisie 2023-2027

In maart 2023 wordt, als opvolger van het concernplan 2019-2022, de meerjarenvisie 2023-2027 voorgelegd aan het algemeen bestuur. Deze visie is het uitgangspunt voor de te volgen koers van de ODZOB voor de komende jaren. Relevante ontwikkelingen die voortvloeien uit deze visie worden op een later moment ingevoegd in de p&c-cyclus. Afhankelijk van de beleidsmatige impact en de daaruit voortvloeiende financiële effecten betreft dit een bijstelling op de begroting 2024 of een opname in de kadernota 2025.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

5

3

PROGRAMMAPLAN

De ODZOB streeft naar de succesvolle uitvoering van de opgedragen werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving; zowel voor deelnemers als niet-deelnemende organisaties. In de begroting 2024 worden de volgende programma’s onderscheiden: •

Lokale dienstverlening

•

Regionale samenwerking

In onderstaand overzicht zijn de baten, lasten en saldi per programma weergegeven.

Programmaplan

* bedragen x 1€ Omschrijving

Baten

Lasten

Programma Lokale dienstverlening

28.124.720

19.762.203

8.362.517

Programma Regionale samenwerking

2.466.535

1.905.950

560.584

Algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

Overhead

0

8.913.102

-8.913.102

Heffing VPB

0

10.000

-10.000

Bedrag onvoorzien

0

0

0

30.591.255

30.591.255

0

Mutatie reserves

0

0

0

Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves

0

0

0

30.591.255

30.591.255

0

Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves

Saldo

Toevoeging en ont rekking reserves

Saldo van bat en en last en na mut at ie reserves

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

6

3.1

Programma lokale dienstverlening

Wat willen we bereiken? De ODZOB wil, met haar deelnemers, bijdragen aan een gezonde, veilige en gezonde leefomgeving. Wat gaan we daar voor doen? Onder dit programma vallen de werkzaamheden die de ODZOB uitvoert voor zowel haar deelnemers, als voor overige publieke organisaties. Kenmerkend hierbij is de een-op-een relatie tussen de ODZOB (als opdrachtnemer) en de opdrachtgever. De ODZOB richt zich op vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op inhoudelijke thema’s als milieu, bodem, water, landbouw, duurzaamheid, asbest, bouwen en ruimtelijke ordening. Wat mag het kosten? In onderstaand overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar basis- en verzoektaken getoond. De inhoudelijke toelichting volgt in paragraaf 5.2.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

7

3.2

Programma regionale samenwerking

Wat willen we bereiken? Ook bij dit programma is een gezonde, veilige en gezonde leefomgeving het uitgangspunt. Consensus tussen de deelnemers is hierbij van groot belang. In gezamenlijkheid wordt het collectief programma vastgesteld door het algemeen bestuur. Gemeentegrens-overstijgende ontwikkelingen, bundeling van expertise en schaalvoordelen liggen vaak ten grondslag aan onderdelen van dit programma. Het programma regionale samenwerking is breder dan het voorheen gebruikte collectief programma. Wat gaan we daar voor doen? Dit programma bestaat momenteel uit de volgende subprogramma’s: • Samen Sterk in Brabant (SSiB) •

Omgevingsveiligheid

•

Programma Omgevingswet

•

Overige collectieve taken

De (provinciebrede) regie en uitvoering van Samen Sterk in Brabant is belegd bij de collega’s van de ODBN. De financiële bijdrage vanuit onze regio loopt via de (begroting van de) ODZOB. De bekostiging van SSiB loopt tot en met 2024. In de loop van 2023 wordt aan elk algemeen bestuur van de Brabantse omgevingsdiensten de toekomstvisie op toezicht en handhaving in het Noord-Brabantse buitengebied voorgelegd; een vergezicht dat reikt tot aan 2030. Op basis hiervan volgt besluitvorming in elk bestuur over de toekomstige bekostiging van SSiB. Om niet vooruit te lopen op deze bestuurlijke afwegingen, maakt SSiB vooralsnog geen onderdeel uit van de meerjarenraming 2025-2027. De regionale werkzaamheden voor de Omgevingsveiligheid maken vanaf 2022 onderdeel uit van het programma. Dit geldt eveneens voor het ODZOB-programma Omgevingswet dat eindigt in 2024 en dat zich in het laatste jaar richt op de nazorg na de daadwerkelijke inwerkingtreding van de nieuwe wet. Het bestuurlijk vastgestelde Collectieve Programma maakt onderdeel uit van de overige collectieve taken. Sinds 2023 is hier een herijkt afwegingskader op van toepassing. Dit leidt tot een scherpere afbakening tussen structurele programmaonderdelen en projecten met een beperkte doorlooptijd. Wat mag het kosten? In volgende overzicht worden de baten en lasten, onderverdeeld naar de subprogramma’s, getoond.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

8

Raming van bat en en last en; Programma Regionale samenwerking Omschrijving

Realisatie 2022

* bedragen x 1€ Begroting 2023

Begroting 2024

Bat en Samen Sterk in Brabant (SSIB)

326.763

329.288

387.178

Omgevingsveiligheid

112.576

132.925

156.293

Programma Omgevingswet

483.295

415.233

488.232

Overige collectieve taken

961.121

1.220.302

1.434.832

1.883.755

2.097.749

2.466.535

Lasten

2.013.749

1.619.081

1.905.950

Totaal lasten

2.013.749

1.619.081

1.905.950

Tot aal saldo van bat en en last en

-129.994

478.667

560.584

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-474.409

0

0

Result aat

344.415

478.667

560.584

Totaal baten Last en

3.3

Algemene dekkingsmiddelen

Onderstaand het (verplichte) overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Voor de ODZOB is dit in de begroting 2024 niet van toepassing. Algemene dekkingsmiddelen

* bedragen x 1€ Realisatie 2022

Omschrijving

Baten Lasten Saldo Algemene dekkingsmiddelen

3.4

Begroting 2023

Begroting 2024

60.470

0

0

nvt

nvt

nvt

60.470

0

0

Kosten overhead

Het Besluit begroten en verantwoorden (Bbv) hanteert als definitie voor de overhead: “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Dit betreft derhalve de overheadfuncties van de ODZOB. Wat mag het kosten? Overhead

* bedragen x 1€ Realisatie 2022

Omschrijving

Begroting 2023

Begroting 2024

Baten

0

0

0

Lasten

7.799.874

7.484.748

8.913.102

Saldo overhead

-7.799.874

-7.484.748

-8.913.102

Toevoegingen aan reserves

0

0

0

Onttrekkingen aan reserves

-865.673

0

0

-6.934.201

-7.484.748

-8.913.102

Result aat Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

9

3.5

Heffing vennootschapsbelasting

Net als andere publieke organisaties valt de ODZOB onder de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen. Een klein deel van de onze activiteiten valt onder de Vpb-plicht. Wat mag het kosten? Heffing Vennoot schapsbelast ing Omschrijving

* bedragen x 1€ Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Baten

0

0

0

Lasten

32

10.000

10.000

Saldo VPB

-32

-10.000

-10.000

3.6

Onvoorzien

De ODZOB beschikt niet (meer) over een post onvoorzien. Onderstaand overzicht is enkel opgenomen voor het volledige beeld. Wat mag het kosten? Onvoorzien

* bedragen x 1€ Omschrijving

Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Baten

0

0

0

Lasten

0

0

0

Saldo Onvoorzien

0

0

0

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

10

4

PARAGRAFEN

Het Bbv schrijft voor dat in de beleidsbegroting ingegaan dient te worden op een zevental verplichte paragrafen. Voor de thema’s lokale heffingen, onderhoud kapitaalgoederen en grondbeleid geldt dat deze niet van toepassing zijn voor de ODZOB. Vandaar dat daar niet nader op ingegaan wordt. 4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Om adequaat en effectief te kunnen reageren op onvoorziene situaties met een onbekende impact dient de ODZOB te beschikken over een financiële buffer. Hierdoor kan de ODZOB risico’s opvangen zonder dat dit leidt tot een extra financiële bijdrage van de deelnemers. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de ODZOB kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken; dit betreft de algemene reserve. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de ODZOB loopt. Om het weerstandsvermogen te kunnen duiden is inzicht nodig in de aard en omvang van risico’s en in de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen komt tot uitdrukking in de verhouding (ratio) tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

𝑅𝑎𝑡𝑖𝑜 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 =

𝐵𝑒𝑠𝑐ℎ𝑖𝑘𝑏𝑎𝑟𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 𝐵𝑒𝑛𝑜𝑑𝑖𝑔𝑑𝑒 𝑤𝑒𝑒𝑟𝑠𝑡𝑎𝑛𝑑𝑠𝑐𝑎𝑝𝑎𝑐𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡

Indien deze ratio kleiner is dan 1, betekent dit dat de potentiële impact van de geïnventariseerde risico’s groter is dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het deel dat de ODZOB niet zelfstandig kan afdekken dient door de deelnemers in hun eigen weerstandsvermogen te worden afgedekt. De algemene reserve bedraagt, rekening houdend met het voorlopige resultaat over 2022, ultimo 2022 € 0,53 miljoen. Hierdoor is de omvang van de algemene reserve niet meer in overeenstemming met de regionale richtlijn én onvoldoende groot om gekwantificeerde risico’s af te kunnen dekken. De meest recente risico-inventarisatie is opgenomen in bijlage 4.3. De risico’s met de hoogste potentiële impact kennen een verwachtingswaarde van circa € 1,30 miljoen en de risico’s met een minder grote impact hebben een totale verwachtingswaarde van circa € 0,52 miljoen. In 4GR-verband is, omwille van de eenvoud, afgesproken dat de streefwaarde van de algemene reserve wordt gebaseerd op het totaal van de baten in de begroting. Het totaal van baten en lasten in de begroting 2024 ligt iets boven de 30 miljoen. Dit leidt er toe dat de streefwaarde van de algemene reserve verschuift naar € 1,5 tot € 2,0 miljoen. Tot en met 2023 is de streefwaarde van € 1,2 tot € 1,5 miljoen van toepassing.

In de herziene begroting 2023 wordt een voorstel gedaan om de algemene reserve aan te vullen tot de minimumwaarde die dan van toepassing is (te weten: € 1,2 miljoen). Hiervoor is in 2023 een éénmalige storting van ruim € 0,67 miljoen nodig. De weerstandsratio komt ultimo 2022 uit op circa 0,41. Indien de algemene reserve in de loop van 2023 wordt aangevuld tot een bedrag van € 1,2 miljoen, stijgt de weerstandsratio (per ultimo 2023) naar 0,93. Risicomanagement betreft het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de continuïteit (van de bedrijfsvoering) van de organisatie kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen. Vandaar dat tweemaal per jaar de risico-inventarisatie wordt geactualiseerd. De meest recente inventarisatie is opgenomen in bijlage 6.4. Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

11

Om een beeld te presenteren over de financiële positie van de ODZOB worden hier enkele kentallen gepresenteerd. Deze zijn afgeleid van de in paragraaf 5.4 getoonde geprognotiseerde balans. Kenget allen Realisat ie 2022

Raming 2023

Begrot ing 2024

Mjr 2025

Mjr 2026

Mjr 2027

-3,3%

Netto schuldquote

-2,5%

-6,6%

-3,7%

-3,1%

-3,6%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-2,5%

-6,6%

-3,7%

-3,1%

-3,6%

-3,3%

Solvabiliteitsratio

13,2%

22,2%

22,6%

23,0%

23,4%

23,9%

Structurele exploitatieruimte

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote De netto schuldquote toont de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve waarde duidt er op dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal is gelijk aan de ongecorrigeerde versie omdat de ODZOB geen leningen verstrekt. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. Het betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de alle reserves en het exploitatieresultaat. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele mutaties op de reserves te delen door de totale baten. Grondexploitatie en belastingcapaciteit Deze kengetallen zijn niet van toepassing op de ODZOB. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De kengetallen van de ODZOB sluiten aan bij wat verwacht kan worden bij een gemeenschappelijke regeling. Het huidige beleid waarbij de algemene reserve gemaximeerd wordt op basis van de geraamde baten betekent dat er niet expliciet gestuurd wordt op de solvabiliteit van de ODZOB.

Indien het risicoprofiel van de ODZOB een grotere betekenis krijgt in de streefwaarde van de algemene reserve zal dit leiden tot een verbetering van de solvabiliteit. De structurele exploitatieruimte heeft voor de ODZOB slechts een beperkte betekenis. Deelnemers mogen verzoektaken slechts onder voorwaarden en in beperkte mate verminderen. Daarnaast wordt in de begroting uitgegaan van een kostendekkend gemiddeld uurtarief, waardoor baten en lasten in principe structureel in evenwicht zijn.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

12

4.2

Financiering

In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en uitgangspunten gepresenteerd met betrekking tot kasgeldlimiet, rente, geldleningen en beleid ten aanzien van treasury. Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op de begroting heeft de ODZOB geen lange termijn rentevisie opgesteld. Rentetoerekening Onderstaand overzicht toont welke rentelasten en renteresultaat er verwacht wordt en wordt inzicht gegeven op welke wijze rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. Rent eschema

* bedragen x 1€

Omschrijving a

De externe rentelast over de korte en lange financiering

b

De externe baten (idem)

1.000 0

Saldo rentelasten en rentebaten c1 c2 c3

1.000

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0 0 0 0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1

Rente over eigen vermogen

d2

Rente over vreemd vermogen

1.000 0 0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.000

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-1.000

f

Renteresultaat op taakveld Treasury

0

De beperkte rentelast wordt toegerekend aan de overhead. Dit omdat vrijwel alle activa van de ODZOB aan dit taakveld zijn gerelateerd. Aangezien er geen rentebaten worden verwacht, is het resultaat nul. Leningen en kredietfaciliteiten De ODZOB financiert haar activiteiten voornamelijk door de werkzaamheden op voorschotbasis te factureren. Enkel voor de verzoektaken buiten de werkprogramma’s moet zelf financiering geregeld worden. Hiervoor beschikt de ODZOB over een kredietfaciliteit tot maximaal € 1,8 mln. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) heeft de wetgever de kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote impact hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Voor de ODZOB komt dit neer op een saldo in 2024 van maximaal ruim € 2,5 mln. Uit onderstaande tabel blijkt dat de ODZOB binnen deze norm blijft.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

13

Kasgeldlimiet

* bedragen x 1 € Omschrijving

ultimo 2022

ultimo 2023

ultimo 2024

- opgenomen gelden < 1 jaar

-

-

-

- schuld in rekening-courant

-

-

-

- door derden gestorte gelden < 1 jaar

-

-

-

669.602

669.602

669.602

- overlopende passiva

5.878.803

5.728.803

5.578.803

Totaal

6.548.406

6.398.406

6.248.406

1 Vlottende schuld

- overige schulden / overlopende passiva

2 Vlottende middelen - contante gelden in kas

-

-

-

- tegoeden rekening courant

4.655.351

4.919.098

4.208.769

- overige uitstaande tegoeden < 1 jaar

1.510.117

1.510.117

1.510.117

955.395

1.648.530

1.648.530

7.120.863

8.077.745

7.367.416

3.1 Totaal netto vlottende schuld (1 -/- 2)

-572.458

-1.679.340

-1.119.010

3.2 Toegestane kasgeldlimiet

1.891.711

2.099.242

2.508.483

Ruimte (3.2 -/- 3.1)

2.464.169

3.778.582

3.627.493

Begrotingstotaal

23.069.647

25.600.512

30.591.255

Normpercentage

8,20%

8,20%

8,20%

1.891.711

2.099.242

2.508.483

- overlopende activa Totaal 3 Toets kasgeldlimiet

Berekening toegestane kasgeldlimiet

Norm

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico op vaste schuld bestaat er een renterisiconorm. Deze norm schrijft voor welk deel van de leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Bij de ODZOB is in 2024 geen sprake van herfinanciering en daardoor wordt er voldaan aan de norm. Rent erisiconorm Variabelen

* bedragen x 1 € 2023

2024

2025

2026

1

Renteherzieningen

0

0

0

0

2

Aflossingen

0

0

0

0

3

Renterisico (1+2)

0

0

0

0

4

Renterisiconorm

5.120.102

6.118.251

5.945.016

5.945.016

5a Ruimte onder risiconorm (4 > 3)

5.120.102

6.118.251

5.945.016

5.945.016

5b Overschrijding risiconorm (3 > 4)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Begrotingstotaal

25.600.512

30.591.255

29.725.082

29.725.082

Percentage 20%

5.120.102

6.118.251

5.945.016

5.945.016

Minimumbedrag conform regeling

2.500.000

2.500.000

2.500.000

2.500.000

Berekening renterisiconorm (4)

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

14

4.3

Bedrijfsvoering

Fitte organisatie Een fitte organisatie is in staat om de juiste doelen vast te stellen in verbinding met zijn omgeving. Deze organisatie weet zich aan te passen aan veranderingen en aan toekomstige behoeften. Dit kan alleen in een klimaat waarin mensen zich kunnen ontwikkelen, verantwoording mogen nemen en voldoening scheppen in hun werk. Een fitte organisatie draait dus om voldoende én de juiste mensen op de juiste plek die met elkaar de processen zodanig kunnen vormgeven dat ze in staat zijn zich op een comfortabele manier aan te passen aan complexe opgaven van de toekomst. Fit heeft hierbij zowel betrekking op wendbaarheid als op conditie. Vitale en wendbare medewerkers zijn van belang om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. De ODZOB wil graag een fitte organisatie zijn, maar dit gaat niet vanzelf. Om doelen te bereiken in een dynamische omgeving moet gewerkt worden aan een blijvend aanpassingsvermogen. Werken aan de fitheid van de ODZOB bestaat uit het investeren in het omgevingsbewustzijn van medewerkers, maar ook uit het trainen in meer systematisch denken en door te werken met data. Het betreft uiteraard ook het vermogen om in teamverband met collega’s, deelnemers en ketenpartners samen te werken. Mede door het hoge ziekteverzuim in 2022 is de fitheid van de ODZOB verder onder druk komen te staan.

Vandaar dat in 2023 en 2024 vooral de aandacht gericht is op het weer fit krijgen van de ODZOB. Dit gaat niet vanzelf. Vandaar dat voor 2023 en 2024 een tariefsverhoging is voorzien. In de jaren daarna moet er voortdurende aandacht zijn om een fitte organisatie te blijven. Op dit moment kan niet worden uitgesloten dat de noodzakelijke blijvende aandacht voor een fitte organisatie permanente maatregelen vergt. Dit wordt de komende jaren duidelijk en zal zo nodig een passende plaats krijgen in de volgend jaar op te stellen ontwerpbegroting 2025. Kwaliteitsmanagement De ODZOB heeft kwaliteit hoog in het vaandel staan. De dienst investeert continu in voldoende capaciteit met de juiste kwaliteit. Het blijvend (kunnen) voldoen aan de VTH-kwaliteitscriteria is hier onlosmakelijk mee verbonden. Onze kwaliteitsvisie formuleert in de uitgangspunten nadrukkelijk dat we - uitgaande van het transparant en betrouwbaar toepassen van actuele kennis – kritisch zijn op onze dienstverlening en de verbetering daarvan. Waarbij we beseffen dat we alleen samen kwaliteit kunnen leveren. In de afgelopen twee jaar is er op het vlak van processen en systemen een aantal grote veranderingen doorgevoerd. De aanstaande inwerkingtreding van de omgevingswet heeft geleid tot het aanschaffen van een nieuwe applicatie voor ons primaire proces en alle processen zijn op deze nieuwe wet aangepast.

Voor de verdere verbetering van de kwaliteit van de VTH-uitvoering staat in 2023 een aantal verbeterprojecten op het programma, waarbij wordt ingezet op de doorontwikkeling van de processen en de implementatie daarvan in de systemen. Informatiegestuurd werken Het technische fundament voor informatiegestuurd werken is inmiddels gerealiseerd en er zijn mooie projecten gerealiseerd, waarbij met behulp van data de VTH-uitvoering wordt ondersteund. Insteek is om de focus van de uitvoering steeds meer te richten op het effect van de inzet (outcome) en niet op de inzet zelf (output). Dat betekent onder meer dat de data-analyse een steeds belangrijker onderdeel wordt van het primaire proces. Ook in de voorbereiding die vooraf gaat aan de uitvoering van de VTH-taken worden data steeds belangrijker.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

15

In 2023 zetten we verdere stappen om de mogelijkheden die informatiegestuurd werken biedt nog meer te kunnen benutten. Aan de hand van concrete projecten – waaronder bijvoorbeeld de ontwikkeling van het nieuwe Regionaal Operationeel Kader (ROK) – wordt verder gebouwd aan de datavolwassenheid van de dienst. Vervolg op het Interbestuurlijk programma VTH In 2022 hebben alle omgevingsdiensten een aanvraag ingediend bij het ministerie van I&W voor een financiële tegemoetkoming voor de te leveren bijdrage aan het IBP-VTH. Daar waar in eerste instantie de scope voornamelijk lag op 2023, blijkt dat er op verschillende onderdelen van een doorloop naar 2024 sprake is. Middels een zestal pijlerplannen leveren omgevingsdiensten een bijdrage aan een versteviging van het VTH-stelsel. Hierbij gaat het om de volgende thema’s: 1.

Robuuste omgevingsdiensten en financiering.

2.

Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging.

3.

Informatie-uitwisseling en datakwaliteit.

4.

Kennisinfrastructuur.

5.

Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving.

6.

Monitoring kwaliteit milieutoezicht.

4.4

Verbonden partijen

Sinds 2018 is de ODZOB aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). Deze stichting heeft zich ontwikkeld tot een expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbestedingen, waar inmiddels meer dan 35 publieke organisaties bij aangesloten zijn. De ODZOB heeft een indirect bestuurlijk belang (via vertegenwoordiging in de Vergadering van Aangeslotenen) en een financieel belang in de Bizob, vandaar dat Bizob hier als verbonden partij wordt gepresenteerd. De ODZOB heeft geen voornemens om zich aan andere organisaties te verbinden.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

16

5

FINANCIELE BEGROTING

5.1

Overzicht van baten en lasten

Overzicht van bat en en last en Realisatie 2022 Baten

Lasten

21.125.422

15.509.500

Begroting 2023 Saldo

Baten

Lasten

5.615.922

23.502.763

16.486.683

Begroting 2024 Saldo

Baten

Lasten

7.016.081

28.124.720

19.762.203

8.362.517

Saldo

Programma Programma Lokale dienstverlening - Basistaken 1)

8.103.839

5.909.489

2.194.350

10.516.766

7.377.285

3.139.481

13.147.886

9.238.534

3.909.352

- Verzoektaken 2)

13.021.582

9.600.011

3.421.571

12.985.997

9.109.397

3.876.600

14.976.835

10.523.669

4.453.166

1.883.755

2.013.749

-129.994

2.097.749

1.619.081

478.667

2.466.535

1.905.950

560.584

23.009.176

17.523.249

5.485.927

25.600.512

18.105.764

7.494.748

30.591.255

21.668.153

8.923.102

60.470

0

60.470

0

0

0

0

0

0

0

7.799.874

-7.799.874

0

7.484.748

-7.484.748

0

8.913.102

-8.913.102

Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB

0

32

-32

0

10.000

-10.000

10.000

-10.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

23.069.647

25.323.155

-2.253.508

25.600.512

25.600.512

0

30.591.255

30.591.255

0

Mutatie reserves

0

-2.253.508

2.253.508

0

0

0

0

0

0

Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves

0

-2.253.508

2.253.508

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten na mutatie reserves

23.069.647

23.069.647

0

25.600.512

25.600.512

0

30.591.255

30.591.255

0

Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves

0

Toevoeging en ont rekking reserves

1)

De gerealiseerde baten 2022 zijn inclusief € 35.591 externe projectkosten.

2)

De gerealiseerde baten 2022 zijn inclusief € 538.303 externe projectkosten.

5.2

Toelichting op het overzicht van baten en lasten

De baten van de ODZOB bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor werkzaamheden uit de lokale werkprogramma’s van de deelnemers en de deelnemersbijdragen voor de regionale samenwerking, waaronder het collectief programma. De door de ODZOB uitgevoerde activiteiten worden verrekend op basis van gerealiseerde uren tegen het toepasselijke tarief uit de producten- en dienstencatalogus (PDC). Daarnaast worden directe (project)kosten voor derden één op één doorbelast. De begroting 2024 is gebaseerd op de ramingen uit werkprogramma’s voor 2023 en het collectief programma 2023. Tevens is rekening gehouden met onderstaande ontwikkelingen in het VTH-domein. In de opgedragen werkprogramma’s voor 2023 is er vanuit gegaan dat de Omgevingswet in werking zou treden per 1 juli 2023. Deze datum is inmiddels verschoven naar 1 januari 2024. De meest relevante bijstellingen op de ramingen voor 2024 betreffen: •

Bevoegdheidsverschuiving bodemtaken van provincie naar gemeenten Vanaf 2024 maken de taken die voortvloeien uit de Wet bodembescherming (Wbb) onderdeel uit van de gemeentelijke werkprogramma’s. Gevolg hiervan is een hogere omzet van € 210.000.

•

Wet kwaliteitsborging bouwen Vanaf 2024 is de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) van toepassing op de (gemeentelijke) bouwtaken. Dit heeft gevolgen voor de gemeenten die de bouwtaak als verzoektaak bij de ODZOB ingebracht hebben. De verwachte daling van het opdrachtvolume komt uit op € 180.000.

•

Sloopmeldingen Nog niet alle gemeentelijke deelnemers hebben de werkzaamheden die voortvloeien uit het behandelen van sloopmeldingen/asbestsaneringen belegd bij de ODZOB. Aangezien dit een onderdeel is uit het Landelijke Basistaken Pakket, heeft de VTH-toezichthouder gemeenten aangespoord deze taken bij de ODZOB te gaan beleggen. Hierbij gaat het voor 2024 om een opdrachtvolume van € 270.000.

Het volume van de vastgestelde werkprogramma’s 2023 komt uit op € 22,31 mln. Door bovenstaande ontwikkelingen en de indexering van de kosten loopt dit op naar € 24,61 mln. Het geraamd volume van opdrachten buiten de werkprogramma’s (inclusief niet-deelnemers) komt uit op € 3,52 mln. Het totaal van het programma individuele dienstverlening bedraagt hierdoor € 28,12 mln.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

17

Het programma regionale samenwerking sluit op een bedrag van € 2,47 mln. De totale geraamde baten komen hierdoor uit op € 30,59 mln. De lasten bestaan voornamelijk uit personeelsgerelateerde kosten, waaronder salarissen en kosten externe inhuur. In de kostenramingen is rekening gehouden met: •

Het bereikte principeakkoord tussen werkgevers en vakbonden over de Cao voor 2023; zowel voor wat betreft de aangekondigde salarisverhogingen als een afname van het aantal werkbare dagen.

•

De prijsindexcijfers uit de Macro Economische Verkenning 2023, voor het begrotingsjaar 2024.

•

De benodigde externe inhuur wordt afgeleid van de totale benodigde capaciteitsinzet, rekening houdend met de verwachte inzet van medewerkers met een vast dienstverband.

•

De overige personele kosten hebben deels een variabel karakter (bewegen mee met de geraamde bezetting) en deels een vast karakter en zijn geactualiseerd op basis van onderliggende contracten en verwachte kostenstijgingen.

•

De afschrijvingen zijn gebaseerd op zowel de lasten die voortvloeien uit eerdere investeringen als uit nieuwe c.q. vervangingsinvesteringen.

De in de begroting 2024 toegepaste indexering wijkt marginaal af van de in de Kaderbrief 2024 gepresenteerde indexcijfers. Dit heeft te maken met een beperkte verschuiving in de verhouding tussen loon- en prijsgevoelige begrotingsposten. De indexering komt daarmee uit op 4,2%. Indexering t arieven index

gewicht

gewogen

Lonen

3,3%

67%

2,2%

Prijzen

5,9%

33%

2,0%

100%

4,2%

Totaal

De totale kostenraming (exclusief de geraamde afdracht voor de Vpb) sluit op € 30,58 mln. Onderstaand overzicht toont de verschillende kostenrubrieken op hoofdlijnen. Tevens wordt de kostentoerekening naar de programma’s gepresenteerd en wordt een toelichting gegeven op de ontwikkelingen per kostensoort. Last en naar kost ensoort en programma

POST

* bedragen x 1€ Programma Lokale dienstverlening

Programma Regionale samenwerking

Personeel

Overhead

Totaal

19.361.899

1.315.204

6.241.678

26.918.782

Uitbesteding

0

0

487.725

487.725

Kapitaallasten

0

0

292.000

292.000

383.795

26.070

1.891.698

2.301.564

19.745.695

1.341.274

8.913.102

30.000.071

0

581.185

0

581.185

19.745.695

1.922.459

8.913.102

30.581.255

Organisatiekosten TOTAAL LASTEN (vóór programmakosten) Externe programmakosten TOTAAL LASTEN

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

18

Personeel Om te komen tot de realisatie van 249.000 declarabele uren moet de ODZOB over een passende hoeveelheid personeel beschikken. Voor 2024 wordt uitgegaan van 1.306 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Deze declarabiliteitsnorm ligt lager dan eerder werd gepresenteerd in de Kaderbrief 2024. Het bereikte principeakkoord voor de nieuwe Cao die van toepassing is op het personeel van de ODZOB ziet op één extra verlofdag vanaf 2023 en één extra feestdag (5 mei) vanaf 2024. Als gevolg hiervan komt de benodigde personele inzet uit op 238,3 fte, die als volgt zijn verdeeld. •

Primair proces

•

Overhead

47,6 fte

•

Totaal

238,3 fte

190,7 fte (20% van het totaal)

Gemiddelde bezet t ing POST

* aantal in fte's Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Dienstverband

182,5

195,7

185,0

Inhuur / payroll Totaal

40,4

31,1

222,9

226,8

53,3 238,3

De flexibele schil in bovenstaande tabel komt uit op ruim 22% van de totale bezetting. De streefwaarde van de flexibele schil ligt op een lager niveau. De voortdurende krapte op de arbeidsmarkt maakt het werven (en behouden) van voldoende vast personeel tot een alles behalve eenvoudige opgave. De personele kosten (in totaal bijna € 26,92 mln.) bestaan uit de volgende categorieën: •

Salarissen eigen personeel

•

Externe inhuur

•

Opleidingen

•

Reis- en verblijfskosten

•

Overige personele kosten

De geraamde salariskosten komen in 2024 uit op bijna € 18,82 mln. Dat is ruim € 459.000 meer dan in 2023. De kosten voor externe inhuur stijgen eveneens, namelijk van € 3,26 mln. naar € 6,96 mln. Zoals blijkt uit bovenstaand overzicht over de gemiddelde bezetting wordt er, voorzichtigheidshalve, van uitgegaan dat de ODZOB over minder vast personeel kan beschikken dan werd verondersteld in de Begroting 2023. Consequentie hiervan is dat de raming voor externe inhuur hoger is dan eerder werd aangenomen. Dit laat onverlet dat het werven van vast personeel een hoge prioriteit kent. De raming voor de opleidingskosten kent een geringe stijging naar € 360.000. Het budget voor reis- en verblijfskosten daalt wegens minder reisbewegingen naar € 347.000. De overige personele kosten stijgen naar € 433.000. Dit vloeit voort uit hogere budgetten voor werving & selectie, Arbo en thuiswerkfaciliteiten. Uitbesteding Onder uitbesteding vallen de kosten voor extern onderzoek en advies. Het grootste deel van dit budget betreft advieskosten over inkoop (Bizob) en kosten voor de externe accountant. Daarnaast zijn hier de (tijdelijke) kosten geraamd om te komen tot een fitte organisatie; in 2024 betreft dit een budget van € 238.000. De totale raming voor uitbestedingen komt uit op € 488.000.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

19

Kapitaallasten Kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijvingen. Bij de ODZOB gaat het in praktische zin enkel om afschrijvingen omdat er nauwelijks sprake is van een externe financieringsbehoefte (met daaruit voortvloeiende rentekosten) voor deze investeringen. De kapitaallasten zijn in 2024 van een nagenoeg vergelijkbaar niveau als in 2023. De raming voor 2024 komt uit op ruim € 292.000. De afschrijvingen vloeien voort uit reeds lopende investeringen als nieuwe investeringen. Onlangs zijn de IT-investeringsplannen geactualiseerd. Dit geldt nog niet voor investeringen die gerelateerd zijn aan het kantoorpand van de ODZOB. Het huurcontract van het huidige pand loopt tot eind 2025. In 2023 wordt een aanvang gemaakt met een onderzoek naar de toekomstige huisvesting van de ODZOB. Paragraaf 5.4. bevat het geactualiseerde investeringsoverzicht voor 2024. Organisatiekosten De organisatiekosten hebben betrekking op onder andere kantoorkosten, IT-gerelateerde kosten, huur- en servicekosten en aanverwante zaken. De totale raming voor 2024 bedraagt € 2,31 mln. en dat is hoger dan in 2023 toen de raming uitkwam op € 1,93 mln. Noot: in de gepresenteerde referentiecijfers uit 2023 is geen rekening gehouden met de ongekend hoge inflatie die vorig jaar ontstond. De hogere kosten voor 2024 zijn voor het overgrote deel IT- en huisvesting-gerelateerd.

Externe programmakosten In het programma Regionale Samenwerking zijn externe programmakosten opgenomen die worden bekostigd door de deelnemersbijdragen aan dit programma. De zijn als volgt opgebouwd: •

Bijdrage aan SSiB

€ 387.178

•

Bijdrage Brabantbrede meldkamer

€ 117.580

•

Contractmanagement meetnet

€ 64.669

•

Diversen

€ 11.758

•

Totaal

€ 581.185

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

20

5.3

Opbouw gemiddeld uurtarief

Het gemiddeld uurtarief dat in de voorliggende begroting 2024 wordt gepresenteerd is, anders dan eerder bij de vaststelling van de Kaderbrief 2024 het geval was, inclusief de gevolgen van het bereikte principeakkoord voor de Cao 2023. Dit tarief bouwt voort op het tarief uit de herziene begroting 2023. •

Gemiddeld uurtarief herziene begroting 2023

•

Loonontwikkeling uit de MEV 2023 (2,2%)

€ 2,45

•

Prijsontwikkeling uit de MEV (2,0%)

€ 2,17

•

Nieuwe Cao: extra feestdag vanaf 2024

•

Gemiddeld uurtarief begroting 2024

€ 115,16

€ 0,74 € 120,52

Vanaf 2023 hebben onze medewerkers recht op één extra bovenwettelijke verlofdag. Hierdoor daalt de declarabiliteitsnorm van 1.320 uur per uur naar 1.313 uur per fte en stijgt het benodigd aantal fte. Dit effect is verwerkt in het gemiddeld uurtarief van de herziene begroting 2023. Vanaf 2024 is 5 mei een jaarlijkse feestdag voor werknemers bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Hierdoor daalt de declarabiliteit in 2024 naar 1.306 uur per fte in het primaire proces. Dit leidt tot een verhoging van het gemiddeld uurtarief met € 0,74 aanvullend op de gevolgen van het Cao-principeakkoord die zijn opgenomen in de herziene begroting 2023. Zoals in de afgelopen periode meerdere malen is toegelicht kampte de ODZOB in 2022 met een hoog ziekteverzuim. Hoewel de gehele publieke sector hier in 2022 mee geconfronteerd werd, is het voor de ODZOB van groot belang om dit verzuim te beteugelen. Aandacht van directie en management voor het personeel en een gedegen begeleiding vanuit de Arbodienst zijn daarbij relevante maar niet voldoende voorwaarden. Zoals toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering is het uitgangspunt voor de ODZOB een fitte organisatie, waarbij fit zowel betrekking heeft op de gezondheid van onze medewerkers als op die van de ODZOB. Er zijn (tijdelijk) middelen nodig om weer een fitte organisatie te worden, dit leidt tot een tariefstijging van € 0,95.

Dit als aanvulling op de compensatie wegens de lagere declarabiliteit (effect hoger ziekteverzuim op het uurtarief: € 2,05). Als gevolg hiervan bevat het gemiddeld uurtarief in de voorliggende begroting 2024 een tijdelijke component van € 3,00 per uur (te weten: € 2,05 + € 0,95). Daarmee ziet de opbouw van het gemiddeld uurtarief voor 2024 er als volgt uit: •

Structurele basis uurtarief herziene begroting 2023

•

Tijdelijke tariefopslag fitte organisatie

•

Gemiddeld uurtarief herziene begroting 2023

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

€ 117,52 € 3,00

21

€ 120,52

Het gemiddeld uurtarief voor 2024 komt uit op € 120,52 en is als volgt opgebouwd: Berekening gemiddelde uurt arieven

* bedragen x 1€ Direct

Totaal lasten

Overhead

Totaal

21.668.153

8.913.102

30.581.255

0

10.000

10.000

21.668.153

8.923.102

30.591.255

581.185

0

581.185

0

0

0

21.086.969

8.923.102

30.010.071

249.000

249.000

249.000

84,69

35,84

120,52

Vennootschapsbelasting Totaal lasten -/- Waarvan gedekt uit externe programmakosten -/- Algemene dekkingsmiddelen Kosten 2024 na dekking uit programmakosten en algemene dekkingsmiddelen Aantal declarabele uren2) Gemiddeld uurtarief

1)

Zie bijlage 6.3 "Overzicht baten en exploitatielasten" voor een nadere onderbouw ing van de lasten;

2)

Aantal directe fte's (190,7 fte) x aantal declarabele uren per directe fte (1.306 uur);

Kenget allen Realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Uurtarief1)

€ 101,66

€ 102,50

€ 120,52

Declarabele uren

223.338

244.933

249.000

FTE's direct

176,71

181,43

190,66

Gemiddeld aantal declarabele uren per directe FTE

1.264

1.350

1.306

Ziekteverzuim

8,1%

4,5%

6,0%

Direct

176,71

181,43

190,66

Overhead

46,21

45,36

47,66

222,92

226,79

238,32

FTE's

Totaal 1)

Realisatie tarief 2022, tariefscorrectie niet van toepassing;

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

22

5.4

Uiteenzetting financiële positie en de toelichting

De financiële positie wordt toegelicht in de volgende overzichten waarin de verwachte ontwikkelingen op de balans zijn weergegeven. Dit voor zowel het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming. Geprognotiseerde begin- en eindbalans: activa (Geprognost iceerde) balans per 31-12 ACTIVA

* bedragen x 1 € Realisat ie 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vast e act iva Immat eriële vast e act iva

0

0

0

0

0

0

Mat eriële vast e act iva

528.121

257.465

817.794

1.010.756

867.325

960.386

Investeringen met een economisch nut

528.121

257.465

817.794

1.010.756

867.325

960.386

0

0

0

0

0

0

528.121

257.465

817.794

1.010.756

867.325

960.386

Financiële vast e act iva Totaal vaste activa

Vlot t ende act iva Voorraden

0

0

0

0

0

0

Onderhanden werk

0

0

0

0

0

0

Uit zet t ingen met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar

5.914.998

6.178.745

5.468.416

5.125.455

5.118.885

4.875.824

Vorderingen op openbare lichamen

1.466.407

1.466.407

1.466.407

1.466.407

1.466.407

1.466.407

Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar;

4.404.881

4.668.628

3.958.299

3.615.337

3.608.768

3.365.707

43.710

43.710

43.710

43.710

43.710

43.710

Overige vorderingen Liquide middelen

250.470

250.470

250.470

250.470

250.470

250.470

Banksaldi

250.470

250.470

250.470

250.470

250.470

250.470

Overlopende act iva

955.395

1.648.530

1.648.530

1.648.530

1.648.530

1.648.530

De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen

0

- het Rijk

0

- overige Nederlandse overheidslichamen

0

Overige nog te ontvangen bedragen

529.828

Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

425.567

Totaal vlottende activa

7.120.863

8.077.745

7.367.416

7.024.455

7.017.885

6.774.824

TOTAAL ACTIVA

7.648.984

8.335.210

8.185.210

8.035.210

7.885.210

7.735.210

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

23

Geprognotiseerde begin- en eindbalans: passiva (Geprognost iceerde) balans per 31-12 PASSIVA

* bedragen x 1 € Realisat ie 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vast e passiva Eigen vermogen

1.012.315

1.848.541

1.848.541

1.848.541

1.848.541

1.848.541

Algemene reserve

530.774

1.200.000

1.200.000

1.200.000

1.200.000

1.200.000

Bestemmingsreserve

481.541

648.541

648.541

648.541

648.541

648.541

0

0

0

0

0

0

Resultaat boekjaar voor bestemming Voorzieningen

88.264

88.264

88.264

88.264

88.264

88.264

Spaarverlof

23.824

23.824

23.824

23.824

23.824

23.824

Bovenmatig verlofsaldo

64.440

64.440

64.440

64.440

64.440

64.440

Vast e schulden

0

0

0

0

0

0

Binnenlandse banken en overige financiele instellingen

0

0

0

0

0

0

1.100.579

1.936.805

1.936.805

1.936.805

1.936.805

1.936.805

Net t o vlot t ende schulden met een rent et y pische loopt ijd kort er dan 1 jaar

669.602

669.602

669.602

669.602

669.602

669.602

Overige schulden

669.602

669.602

669.602

669.602

669.602

669.602

5.878.803

5.728.803

5.578.803

5.428.803

5.278.803

5.128.803

Totaal vaste financieringsmiddelen Vlot t ende passiva

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, m.u.v van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

1.473.086

De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: - Europese overheidslichamen - het Rijk

644.534

- overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

3.761.183

Totaal vlottende passiva

6.548.406

6.398.406

6.248.406

6.098.406

5.948.406

5.798.406

TOTAAL PASSIVA

7.648.984

8.335.210

8.185.210

8.035.210

7.885.210

7.735.210

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

24

EMU-saldo EMU-saldo

* bedragen x 1 € Realisatie 2022

1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2023

2024

2025

2026

2027

0

0

0

0

0

0

260.667

270.655

288.492

307.039

308.431

306.939

3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

0

0

0

0

0

0

4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

0

0

848.821

500.000

165.000

400.000

5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

0

0

0

0

0

0

6a. Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs)

0

0

0

0

0

0

6b. Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa

0

0

0

0

0

0

7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

0

0

0

0

0

0

8a. Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)

0

0

0

0

0

0

8b. Boekwinst op grondverkopen

0

0

0

0

0

0

9. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

Berekend EMU-saldo

0

0

0

0

0

0

260.667

270.655

-560.329

-192.961

143.431

-93.061

Jaarlijkse arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Deze verplichtingen hebben betrekking op de verlofrechten van onze medewerkers. Mede door ruimere verlofregelingen wordt het steeds lastiger om een gedegen onderscheid te maken tussen het al dan niet bovenmatige deel van de verlofrechten van onze medewerkers. Dit kan gevolgen hebben voor de aard en omvang van de bestemmingsreserve die in het verleden is opgericht voor de jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen. Investeringen Investeringen worden ook wel materiële vaste activa of kapitaalgoederen genoemd. Kenmerkend zijn de meerjarige gevolgen. Het aanschaffen van materiële vaste activa gaat gepaard met het doen van investeringen. Goederen worden geactiveerd indien ze langere tijd meegaan en gedurende deze periode een bepaalde waarde behouden. De materiële vaste activa worden op de balans verantwoord. De (jaarlijkse) lasten die voortvloeien uit het investeren in materiële vaste activa maken onderdeel uit van het overzicht van baten en lasten; te weten de kapitaallasten. Invest eringen met een economisch nut Begrotingsjaar kredietaanvraag

2022 (incl. doorgeschoven krediet)

* bedragen x 1€ Besteding 2022

2023 0

2024 0

2025

2026

2027

648.821

Totaal 648.821

2023

0

0

2024

200.000

200.000

2025

500.000

2026

500.000 165.000

2027 Tot aal

0

0

848.821

500.000

165.000

165.000 400.000

400.000

400.000

1.913.821

Bovenstaand overzicht toont dat er in 2024 behoefte is aan een investeringskrediet € 200.000. Samen met het doorgeschoven restant krediet 2022 beschikt de ODZOB over voldoende middelen om de investeringen voor 2023 en 2024 af te dekken.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

25

Verloop reserves en voorzieningen De ODZOB beschikt naast de algemene reserve over een verlof-gerelateerde bestemmingsreserve. In 2022 zijn, mede op basis van aangescherpte instructies van de Commissie Bbv, een tweetal voorzieningen gevormd voor enkele specifieke onderdelen van de verlofrechten van het ODZOBpersoneel. De verwachte, op onderdelen nog indicatieve, ontwikkeling van de reserves wordt hieronder gepresenteerd. * bedragen x 1€

Stand en verloop van de reserves Realisatie 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Algemene reserve Saldo per 1-1

1.905.317

530.774

1.200.000

1.200.000

1.200.000

1.200.000

bij: Resultaat voorgaand boekjaar

1.045.965

0

0

0

0

0

0

669.226

0

0

0

0

af: Bestemmingsreserve verlofdagen

167.000

0

0

0

0

0

af: Implementatiekosten VTH-applicatie

366.023

0

0

0

0

0

af: Implementatiekosten Omgevingswet

19.762

0

0

0

0

0

af: Opvolging Rekenkameronderzoek

31.648

0

0

0

0

0

1.836.076

0

0

0

0

0

530.774

1.200.000

1.200.000

1.200.000

1.200.000

1.200.000

Saldo per 1-1

314.541

481.541

648.541

648.541

648.541

648.541

bij: Bestemmingsreserve verlofdagen

167.000

167.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

481.541

648.541

648.541

648.541

648.541

648.541

1.012.315

1.848.541

1.848.541

1.848.541

1.848.541

1.848.541

2023

2024

2025

2026

bij: Aanvulling tot minimumniveau € 1,2 miljoen

af: Bestuursrapportage 2022 Saldo per 31-12 Egalisat iereserve verlofkost en

af: Saldo per 31-12 TOTAAL VAN DE RESERVES

* bedragen x 1€

Stand en verloop van de voorzieningen Realisatie 2022

2027

Spaarverlof personeel 0

23.824

23.824

23.824

23.824

23.824

bij: Opbouw 2022

23.824

0

0

0

0

0

af: Saldo per 31-12

0

0

0

0

0

0

23.824

23.824

23.824

23.824

23.824

23.824

Saldo per 1-1

Realisatie 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Bovenmat ig verlofsaldo personeel Saldo per 1-1 bij: Bovenmatig aandeel 2022

0

64.440

64.440

64.440

64.440

64.440

64.440

0

0

0

0

0

af: Saldo per 31-12

0

0

0

0

0

0

64.440

64.440

64.440

64.440

64.440

64.440

TOTAAL VAN DE VOORZIENINGEN

88.264

88.264

88.264

88.264

88.264

88.264

Hoewel op dit moment niet duidelijk is wat de verwachtingen zijn over het spaarverlof van het ODZOBpersoneel en van de ontwikkeling in het bovenmatig aandeel binnen het verlofsaldo, ligt het in de lijn der verwachting dat hier de komende jaren mutaties in gaan optreden.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

26

5.5

Meerjarenraming en de toelichting

De meerjarenraming bij de begroting richt zich op de 3 jaren volgend op het begrotingsjaar; in dit geval betreft dat de periode 2025 tot en met 2027. Meerjarenraming van baten en lasten Overzicht van bat en en last en

* bedragen x 1€ Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

28.124.720

19.762.203

8.362.517

28.124.720

19.762.203

8.362.517

28.124.720

19.762.203

8.362.517

28.124.720

19.762.203

8.362.517 3.909.352

Saldo

Saldo

Saldo

Saldo

Programma Programma Lokale dienstverlening - Basistaken 1)

13.147.886

9.238.534

3.909.352

13.147.886

9.238.534

3.909.352

13.147.886

9.238.534

3.909.352

13.147.886

9.238.534

- Verzoektaken 2)

14.976.835

10.523.669

4.453.166

14.976.835

10.523.669

4.453.166

14.976.835

10.523.669

4.453.166

14.976.835

10.523.669

2.466.535

1.905.950

560.584

1.600.361

1.182.200

418.161

1.600.361

1.182.200

418.161

1.600.361

1.182.200

418.161

30.591.255

21.668.153

8.923.102

29.725.082

20.944.403

8.780.678

29.725.082

20.944.403

8.780.678

29.725.082

20.944.403

8.780.678

Algemene dekkingsmiddelen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

8.913.102

-8.913.102

0

8.770.678

-8.770.678

0

8.770.678

-8.770.678

0

8.770.678

-8.770.678

Heffing VPB

0

10.000

-10.000

0

10.000

-10.000

0

10.000

-10.000

0

10.000

-10.000

Programma Regionale samenwerking Totaal Programma's

Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves

4.453.166

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

30.591.255

30.591.255

0

29.725.082

29.725.082

0

29.725.082

29.725.082

0

29.725.082

29.725.082

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toevoeging en ont rekking reserves Mutatie reserves Totaal toevoeging en ontrekking aan reserves

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten na mutatie reserves

30.591.255

30.591.255

0

29.725.082

29.725.082

0

29.725.082

29.725.082

0

29.725.082

29.725.082

0

1)

De gerealiseerde baten 2022 zijn inclusief € 35.591 externe projectkosten.

2)

De gerealiseerde baten 2022 zijn inclusief € 538.303 externe projectkosten.

De meerjarenraming is opgesteld in prijzen 2024, er is dus geen indexering toegepast voor de jaren 2025 t/m 2027. Uit bovenstaande raming blijkt dat er vanaf 2025 geen middelen zijn opgenomen voor de nazorg op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarnaast zijn er, vooralsnog, geen middelen opgenomen voor de bijdrage aan Samen Sterk in Brabant. Dit omdat de huidige bestuurlijke afspraken doorlopen tot en met 2024. Meerjarenraming incidentele baten en lasten Dit is niet van toepassing. Meerjarenraming structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Dit is niet van toepassing.

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

27

344.729 1.740.074 484.918 1.375.934 394.947 972.240 1.305.634 446.080 418.591 385.883 807.866 329.125

297.483 753.030 232.300 760.240 402.506 447.694 536.657 294.825 394.288 324.970 560.281 298.440

406.467 1.670.348 405.237 1.118.864 499.004 990.217 1.127.287 424.414 503.024 389.450 862.005 446.169

497.503 2.039.250 501.869 1.532.243 604.953 1.218.977 1.457.318 443.685 618.310 480.390 1.034.415 501.764

91.447 247.254 74.149 135.222 52.802 150.406 94.531 44.063 73.013 48.249 83.073 61.097

69.632 171.483 48.759 87.457 29.757 100.619 56.470 21.488 51.433 27.471 49.128 38.336

6.626 34.145 7.734 26.055 8.561 20.146 23.664 8.180 6.390 7.968 17.082 7.572

3.172 29.609 5.640 9.693 2.467 17.625 2.379 2.379 3.172 793 4.847 3.172

12.017 12.017 12.017 12.017 12.017 12.017 12.017 12.017 12.017 12.017 12.017

427.720 1.397.021 552.151 1.068.571 1.362.787 399.622 545.297 432.141 951.342 440.667

157.901 512.694 89.846 419.005 745.372 110.082 56.211 28.932 286.545 114.071

269.819

884.327

462.306

649.566

617.416

289.540

489.086

403.210

664.797

326.596

Gemeente Geldrop-Mierlo

Gemeente Gemert-Bakel

Gemeente Heeze-Leende

Gemeente Helmond

Gemeente Laarbeek

Gemeente Nuenen

Gemeente Oirschot

Gemeente Reusel-de Mierden

Gemeente Someren

Gemeente Son en Breugel

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

28

664.779 257.839 7.025.167 Inclusief1) 1.198.622 23.009.176

260.370 139.058 1.748.663 0 0 10.516.766

392.679 192.305 7.694.074 2.954.900 870.000 25.600.512

468.555 260.295 9.464.726 2.830.572 686.783 30.591.255

87.454 30.484 649.154 0 0 2.466.535

56.124 14.056 291.204 0 0 1.434.832

13.674 2.825 191.700 0 0 488.232

5.640 1.586 31.424 0 0 156.293

12.017 12.017 134.827 0 0 387.178

381.101 229.811 8.815.572 2.830.572 686.783 28.124.720

113.991 65.283 6.319.082 2.830.572 686.783 14.976.835

267.110

164.528

2.496.490

0

0

13.147.886

Gemeente Veldhoven

Gemeente Waalre

Deelnemers buiten werkprogramma

Overige klanten

1)

Inclusief € 3.236.804 opdrachten buiten werkprogramma's door deelnemers

Totaal baten uit opdrachten

Provincie Noord-Brabant

517.839 316.016 453.656 599.752

52.884

28.572

9.123

3.172

12.017

546.868

107.630

439.238

Gemeente Valkenswaard

Gemeente Eindhoven

12.017

Gemeente Eersel

406.056

883.148

1.507.299

1.786.678

126.759

73.500

32.429

8.812

12.017

1.659.919

633.269

1.026.650

Gemeente Deurne 1.791.996

718.060 1.324.071

357.045

510.657

681.994

85.869

53.817

16.863

3.172

12.017

596.125

136.252

459.873

Gemeente Cranendonk 40.303

346.844

428.336

525.484

681.422

77.425

53.138

8.305

3.966

12.017

603.997

106.389

497.608

Gemeente Bladel

775.372

757.592

356.657

539.519

705.383

67.685

32.502

16.733

6.433

12.017

637.698

215.076

422.622

Gemeente Best

365.753

410.697

254.652

380.820

580.449

60.529

38.466

6.874

3.172

12.017

1.016.625

781.643

470.108

736.632

913.966

72.986

41.421

15.583

3.966

12.017

Totaal taken

519.921

Waarvan landelijke basistaken

840.980

Totaal taken

Totaal taken

131.193

TOTAAL

294.979

Overige collectieve taken

388.728

Programma Omgevingswet

546.001

SSIB

Realisatie 2022

Gemeente Bergeijk

TOTAAL

Programma Regionale samenwerking OmgevingsVeiligheid

Begroting 2023 (voor herziening)

Gemeente Asten

Verzoektaken

Programma Dienstverlening

Landelijke basistaken

Begroting 2024

* bedragen x 1€

6.1

Deelnemer

Bat en per deelnemer

6 BIJLAGEN

Specificatie bijdrage per deelnemer

6.2

Overzicht baten en lasten per taakveld

Bat en en last en per t aakveld

* bedragen x 1€ Baten

Lasten

Saldo

0.

Best uur en onderst euning

0.4

Overhead

0

8.913.102

-8.913.102

0.5

Treasury

0

0

0

0.8

Overige baten en lasten

0

0

0

0.9

Vennootschapsbelasting

0

10.000

-10.000

0.10

Mutaties reserves

0

0

0

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

0

0

7.

Volksgezondheid en milieu

7.2

Riolering

7.4

Milieubeheer

8.

Volkshuisvest ing, ruimt elijke ordening en st edelijke vernieuwing

8.3

Bouwen en wonen

Saldo van baten en lasten op taakvelden

Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

29

786.201

561.122

225.078

25.151.605

17.852.103

7.299.502

4.653.449

3.254.928

1.398.521

30.591.255

30.591.255

0

6.3

Overzicht baten en lasten (exploitatie) * bedragen x 1€

Baten

Realisatie 2022

Begroting 2023

Afwijking 2024 t.o.v. 2023

Begroting 2024

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

21.125.422

23.502.763

28.124.720

4.621.957

PROGRAMMA Programma Dienstverlening Programma Collectieve taken

1.883.755

2.097.749

2.466.535

368.786

Totaal baten programma's

23.009.176

25.600.512

30.591.255

4.990.743

Algemene dekkingsmiddelen Tot aal Bat en

Lasten

60.470

0

0

0

23.069.647

25.600.512

30.591.255

4.990.743

Totaal

Totaal

Toerekening aan programma's

Overhead

Totaal

Toerekening aan programma's

Overhead

Totaal

1

PERSONEEL

1.0

Fte

222,9

226,8

45,4

181,4

238,3

47,7

190,7

11,5

1.1

Salariskosten

15.895.526

18.361.916

4.266.446

14.095.470

18.821.074

4.773.707

14.047.366

459.157

1.2

Opleidingskosten

138.745

345.000

345.000

0

360.000

360.000

0

15.000

1.4

Reis- en verblijfskosten

225.839

377.000

80.044

296.956

347.000

80.121

266.879

-30.000

1.5

Overige personeelskosten

393.213

345.546

301.043

44.503

433.914

383.334

50.580

88.368

1.6

Inhuur

4.944.618

3.256.261

398.539

2.857.722

6.956.794

644.516

6.312.278

3.700.533

TOTAAL personeel

21.597.941

22.685.724

5.391.073

17.294.650

26.918.782

6.241.678

20.677.103

4.233.058

2

UITBESTEDING

2.1

Onderzoeken, advies

189.057

193.000

193.000

0

487.725

487.725

0

294.725

TOTAAL uitbesteding

189.057

193.000

193.000

0

487.725

487.725

0

294.725

3

KAPITAALLASTEN

3.1

Afschrijving gebouwen

84.094

90.000

90.000

0

85.000

85.000

0

3.3

Afschrijving machines, apparaten en installaties

144.171

166.000

166.000

0

196.000

196.000

0

30.000

3.4

Afschrijving overige materiële vaste activa

32.412

32.000

32.000

0

8.000

8.000

0

-24.000

3.6

Rente wegens externe financiering

-23.532

1.000

1.000

0

3.000

3.000

0

2.000

TOTAAL kapitaallasten

237.145

289.000

289.000

0

292.000

292.000

0

3.000

-5.000

4

ORGANISATIE KOSTEN

4.1

Telefonie (vast / mobiel)

25.500

0

28.000

0

4.2

Printen / kopieren

11.734

18.000

18.000

0

13.000

13.000

0

-5.000

4.3

ICT helpdesk / externe support

342.380

160.000

160.000

0

280.000

280.000

0

120.000

4.4

Automatisering / licenties / onderhoud

1.101.529

946.000

629.175

316.825

1.075.564

665.698

409.865

129.564

4.5

Kantoor / drukwerk / porto

50.415

66.000

66.000

0

70.000

70.000

0

4.000

4.6

Abonnementen / lidmaatschappen

83.262

107.000

107.000

0

109.000

109.000

0

2.000

4.7

Verzekeringen

42.674

43.000

43.000

0

52.000

52.000

0

4.8

Leaseauto's

45.361

54.000

54.000

0

57.000

57.000

0

3.000

4.10

Huur gebouw

292.769

299.000

299.000

0

359.000

359.000

0

60.000

4.11

Servicekosten pandgebonden (beheer)

199.223

210.000

210.000

0

257.000

257.000

0

47.000

4.13

Uitbesteding salaris administratie

465

0

0

0

1.000

1.000

0

1.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12624447/2