Bijlage 2 - Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Humperdincklaan
Tekst van het document
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 16 met betrekking tot geluid en hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.3 en 2.4 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 21 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze Indiener geeft aan dat gesprekken over de ontwikkeling moeizaam zijn verlopen, te weinig informatie werd gegeven door de ontwikkelaars en de input uit de buurt werd niet serieus genomen. Dit blijkt volgens indiener doordat beloofd werd om overlast in de bestaande buurt zo veel mogelijk tegen te gaan. Dit is slechts gedeeltelijk gehonoreerd. Er zijn beloftes gedaan waarvan in de ingediende plannen is afgeweken, zonder de buurt hierover te informeren. Indiener geeft aan dat geen sprake was van participatie in de laatste uitwerking van de plannen. Indiener wil graag eerst weer in een participatietraject de bouwhoogtes, groen en parkeersituatie duidelijker uitwerken.
Gemeentelijk standpunt De zienswijze ziet op het gevoerde participatietraject. Hiervoor verwijzen wij naar het gestelde in 2.2. In overleg met een afvaardigding van omwonenden zal groen in een werkgroep verder worden uitgewerkt. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en hetgeen is aangegeven in 2.2 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 22 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener is tegen de verhoogde verkeersdrukte omdat daardoor onveilige situaties ontstaan. Verder geeft indiener aan dat onvoldoende rekening is gehouden met omwonenden en zijn beloftes verbroken. Daarnaast vindt indiener de periode om een zienswijze in te dienen te kort. Gemeentelijk standpunt De verkeersafwikkeling is beschreven in de (geactualiseerde) verkeersnotitie, dat als bijlage onderdeel uitmaakt van de toelichting. Hieruit blijkt dat deze woningbouwontwikkeling leidt tot een toename van 1450 verkeersbewegingen. Deze toename kan goed afgewikkeld worden op de Glinkastraat en Humperdincklaan. In de bestaande situatie rijden namelijk circa 2000 voertuigen per etmaal op de Humperdincklaan en circa 4000 over de Glinkastraat. Ook de afwikkelcapaciteit van de twee kruispunten op de Keizer Karel V Singel en de Karel de Grotelaan is voldoende om deze extra verkeersbewegingen te verwerken.
Gelet op het vorenstaande is de bestaande infrastructuur toereikend voor de bereikbaarheid van het plan en leidt niet tot onveilige situaties. Indiener geeft niet aan waarom onvoldoende rekening is gehouden met omwonenden en welke beloftes verbroken zouden zijn. Er is een uitvoerig participatietraject gevoerd, waarbij de omwonenden meegenomen zijn. Hiervoor verwijzen wij naar het gestelde in 2.2. De periode (zes weken) om een zienswijze in te dienen is wettelijk vastgelegd. Het is niet mogelijk om een langere termijn te hanteren. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en hetgeen is aangegeven in 2.2 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 23 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze
Indiener geeft aan dat de bouwhoogtes afwijken van de eerder gemaakte afspraken. Door de hogere bouw wordt het licht weggenomen en het uitzicht belemmerd. Verder zal het verkeersgeluid via de wand van de nieuwbouw waarschijnlijk naar de woning kaatsen. Daarnaast is er nooit een grondige MER uitgevoerd volgens indiener. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot de opgenomen bouwhoogte in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.3. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit twee gebieden. Het braakliggend terrein waar het Grafisch Lyceum stond en het terrein waar momenteel nog de bebouwing van de internationale school staat. De maximale bouwhoogte daarvan is 7 meter. Met dit plan worden woongebouwen aan de Karel de Grotelaan toegestaan met een maximale hoogte van 23, 26, 29 en 35 meter en woongebouwen en grondgebonden woningen aan de Humperdincklaan met een maximale bouwhoogte van 20, 17 en 11 meter. In zoverre verandert het uitzicht door deze woningbouwontwikkeling. Maar de beoogde woningbouwontwikkeling is gelegen op een afstand van circa 41 meter van de woning van indiener (t.o.v. de beoogde woningbouw aan de Humperdincklaan). Gelet op deze afstand, de verdichtingsopgave in Eindhoven en het woningtekort vinden wij de verandering van het uitzicht aanvaardbaar. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen, daar voorziet deze ontwikkeling in.
De woningbouwontwikkeling leidt op deze locatie niet tot een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van indiener. Bovendien is volgens vaste rechtspraak (o.a. ECLI:NL:RVS:2017:469 en ECLI:NL:RVS:2019:4081), een zekere mate van inbreuk op de privacy en vermindering van het uitzicht inherent aan het wonen in een stad. Uit vaste rechtspraak volgt tevens dat geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. Daarnaast blijkt uit het in bijlage 7 bij de toelichting opgenomen studie ‘schaduwwerking nieuwbouw Humperdincklaan’ dat op geen enkel moment sprake is van schaduwwerking bij de woning van indiener als gevolg van de nieuwbouwontwikkeling. Er is dus ook geen sprake van vermindering van licht bij de woning van indiener. Met betrekking tot geluid wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 16. Conform de m.e.r.-regelgeving moet een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uitgevoerd worden en geen MER. Deze beoordeling is uitgevoerd en maakt als bijlage 4 onderdeel uit van de toelichting.
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 16 met betrekking tot geluid en hetgeen is aangegeven in 2.3, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 24 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat de bouwhoogtes afwijken van de eerder gemaakte afspraken. Door de hogere bouw wordt het licht weggenomen en het uitzicht belemmerd. Verder zal het verkeersgeluid via de wand van de nieuwbouw waarschijnlijk naar de woning kaatsen. Daarnaast is er nooit een grondige MER uitgevoerd volgens indiener.
Gemeentelijk standpunt Deze zienswijze is van dezelfde inhoud als de zienswijze onder 23. Wij verwijzen hiervoor naar ons standpunt onder zienswijze 23, waarbij we opmerken dat de woning van indiener is gelegen op een afstand van ruim 100 meter van de beoogde woningbouwontwikkeling. Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 23, ons standpunt onder zienswijze 16 met betrekking tot geluid en hetgeen is aangegeven in 2.3 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 25 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze Indiener geeft aan dat geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. Daarnaast leidt de bouwhoogte (5 tot 6 bouwlagen) tot vermindering van lichtinval, het verdwijnen van de avondzon, verdwijnen van privacy vanwege de hoge aantallen balkons en ramen tegenover de woning van indiener. Volgens indiener was eerder altijd sprake geweest van bebouwing die aan zou sluiten bij het dorpse karakter van de buurt. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt Deze zienswijze is van dezelfde inhoud als de zienswijze onder 5. Wij verwijzen hiervoor naar ons standpunt onder zienswijze 5, waarbij we opmerken dat de woning van indiener is gelegen op een afstand van circa 30 meter van de beoogde woningbouwontwikkeling. Conclusie zienswijze
Gelet op ons standpunt onder zienswijze 5 en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.5 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 26 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze Indiener geeft aan verrast te zijn door de bouwhoogte (5 tot 6 bouwlagen). Volgens indiener was eerder altijd sprake geweest van bebouwing die aan zou sluiten bij het dorpse karakter van de buurt. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot de opgenomen bouwhoogte in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.3. Met betrekking tot het dorpse karakter van de buurt wordt verwezen naar ons standpunt hierover onder zienswijze 5. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5. Conclusie zienswijze Gelet op het standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en hetgeen is aangegeven in 2.3 en 2.5, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 27 Bewoner Frits Philipslaan Zienswijze Indiener woont deels bij zijn moeder (Humperincklaan). Indiener geeft aan niet voldoende inspraak te hebben gekregen in het opstellen van de bouwplannen en daardoor geen sprake is van voldoende participatie. De eerdere beloftes over maximale bouwhoogtes en parkeergelegenheid worden niet nagekomen. Er is geen sprake van het behouden van een dorps karakter. Indiener vreest dat de rust in de straat verloren gaat door overstroming van verkeer en een tekort aan parkeerplekken.
Gemeentelijk standpunt Voor het participatieproces dat is gevoerd en de bouwhoogtes die zijn opgenomen in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.2 en 2.3. Niet is duidelijk wat indiener bedoeld met beloftes over parkeergelegenheid. Deze ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid, er is geen tekort aan parkeerplekken. Hiervoor verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. Met betrekking tot het dorpse karakter van de buurt wordt verwezen naar ons standpunt hierover onder zienswijze 5.
Met betrekking tot de verkeerstoename wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 22. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot voldoende parkeergelegenheid, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter, ons standpunt onder zienswijze 22 met betrekking tot de verkeerstoename en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 28 Bewoner Schumannstraat Zienswijze Indiener is het niet eens met de bouwhoogte. Deze bouwhoogte is niet wat is afgesproken. Volgens indiener neemt het bouwplan het licht en privacy weg. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot de opgenomen bouwhoogte in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.3. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit twee gebieden. Het braakliggend terrein waar het Grafisch Lyceum stond en het terrein waar momenteel nog de bebouwing van de internationale school staat. De maximale bouwhoogte daarvan is 7 meter. Met dit plan worden woongebouwen aan de Karel de Grotelaan toegestaan met een maximale hoogte van 23, 26, 29 en 35 meter en woongebouwen en grondgebonden woningen aan de Humperdincklaan met een maximale bouwhoogte van 20, 17 en 11 meter. De beoogde woningbouwontwikkeling is gelegen op een afstand van circa 82 meter van de achterzijde van de woning van indiener (t.o.v. de beoogde woningbouw aan de Humperdincklaan). Gelet op deze afstand, de verdichtingsopgave in Eindhoven en het woningtekort vinden wij de verandering in privacy, voor zover daarvan al sprake is, aanvaardbaar. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen, daar voorziet deze ontwikkeling in. De woningbouwontwikkeling leidt op deze locatie niet tot een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van indiener.
Bovendien is volgens vaste rechtspraak (o.a. ECLI:NL:RVS:2017:469 en ECLI:NL:RVS:2019:4081), een zekere mate van inbreuk op de privacy en vermindering van het uitzicht inherent aan het wonen in een stad. Uit vaste rechtspraak volgt tevens dat geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. Deze woningbouwontwikkeling is niet van invloed op de lichtinval voor de woning van indiener.
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en hetgeen is aangegeven in 2.3 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 29 Bewoner Schumannstraat Zienswijze Indiener geeft aan dat de bouwhoogte tot minder privacy zal leiden. Er zal ook inkijk zijn in de tuin en het huis. Daarnaast is er minder woonplezier doordat de tuin overschaduwd gaat worden waardoor ook in de winter minder warmte is in de tuin.
Gemeentelijk standpunt Indiener woont op hetzelfde adres als indiener onder zienswijze 28. Met betrekking tot privacy verwijzen wij naar ons standpunt hierover onder zienswijze 28. Met betrekking tot de door indiener gestelde inkijk in de tuin en het huis merken we op dat als er al sprake zou zijn van inkijk in de tuin en het huis, dit zeer minimaal is gelet op de afstand. Daarnaast blijkt uit het in bijlage 7 bij de toelichting opgenomen studie ‘schaduwwerking nieuwbouw Humperdincklaan’ dat op geen enkel moment sprake is van schaduwwerking bij de woning van indiener als gevolg van de nieuwbouwontwikkeling. Er is dus geen sprake van schaduwwerking en minder warmte. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en ons standpunt onder zienswijze 28 met betrekking tot privacy achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 30 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze 1. Dorps karakter en past niet in omgeving Indiener geeft aan dat het plan qua karakter niet in de omgeving past vanwege de grootte en bouwhoogte. Hier wonen mensen voor het dorpse karakter, kleine huisjes met een tuintje. De schetsen van het plan zijn daarnaast fantasieloos. Door dit plan verdwijnen ook de laatste stukjes groen in de wijk. Indiener is het niet eens met maximaal 400 wooneenheden gelet op de relatief hoge bevolkingsdichtheid in de wijk.
Door dit plan komen er 700-800 mensen bij waardoor indiener vreest voor het uiteenvallen van de sociale cohesie. Indiener geeft aan verschillende achterburen met een buitenlandse afkomst te hebben, maar dat deze mensen vaak na 6-12 maanden weer weg zijn. Door dit plan gaat een fraai randje Blaarthem verloren en daalt het woongenot, aldus indiener.
2. Participatie Volgens indiener is de buurt weinig betrokken bij het tot stand komen van dit plan. Het plan leeft in de buurt, maar er heerst onder buurtgenoten een gevoel dat er niets meer aan veranderd kan worden. Indiener geeft aan dat de informatiedag in oktober (2022) door bewoners heel negatief is ervaren. Er waren veel klachten, opmerkingen en suggesties waar weinig mee gedaan is. 3. Parkeren Het parkeerprobleem is volgens indiener de laatste jaren sterk toegenomen en heeft zijn grens bereikt. Volgens indiener is het naïef om te denken dat dit op te vangen is met deelauto’s. Gemeentelijk standpunt a. Dorps karakter en past niet in de omgeving In de toelichting in paragraaf 2.3 is gemotiveerd aangegeven hoe het plan stedenbouwkundig gezien aansluit op de omgeving. Met betrekking tot het dorpse karakter verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 5. Met betrekking tot de vrees van indiener inzake het uiteenvallen van de sociale cohesie, wat daar ook van zei, wordt opgemerkt dat dit geen aspect is dat in een bestemmingsplan gereguleerd kan worden. Het realiseren van maximaal 400 woningen draagt bij aan de verdichtingsopgave die in Eindhoven bestaat en voorziet in een behoefte gelet op het grote woningtekort. De woningbouwontwikkeling leidt op deze locatie niet tot een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van indiener. b.
Participatie De zienswijze ziet op het gevoerde participatietraject. Hiervoor verwijzen wij naar het gestelde in 2.2. c. Parkeren De beoogde woningbouwontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid en voldoet aan de parkeernota 2019. Hiervoor verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeergelegenheid, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en hetgeen is aangegeven in 2.2 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 31 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze Indiener geeft aan het niet eens te zijn met gebouwen hoger dan 5 verdiepingen. De voornaamste reden hiervan is privacy en de extra drukte op straat. Daarnaast wil indiener openbaar groen voor de wijk en niet alleen gebouwen. Gemeentelijk standpunt In de huidige situatie bestaat het plangebied uit twee gebieden. Het braakliggend terrein waar het Grafisch Lyceum stond en het terrein waar momenteel nog de bebouwing van de internationale school staat. De maximale bouwhoogte daarvan is 7 meter. Met dit plan worden woongebouwen aan de Karel de Grotelaan toegestaan met een maximale hoogte van 23, 26, 29 en 35 meter en woongebouwen en grondgebonden woningen aan de Humperdincklaan met een maximale bouwhoogte van 20, 17 en 11 meter. In zoverre verandert de (privacy)situatie door deze woningbouwontwikkeling. Maar de beoogde woningbouwontwikkeling is gelegen op een afstand van circa 41 meter van de woning van indiener (t.o.v. de beoogde woningbouw aan de Humperdincklaan). Gelet op deze afstand, de verdichtingsopgave in Eindhoven en het woningtekort vinden wij de verandering van de (privacy)situatie aanvaardbaar. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen, daar voorziet deze ontwikkeling in. De woningbouwontwikkeling leidt op deze locatie niet tot een (onevenredige) aantasting van de privacy en het woon- en leefklimaat van indiener.
Bovendien is volgens vaste rechtspraak (o.a. ECLI:NL:RVS:2017:469 en ECLI:NL:RVS:2019:4081), een zekere mate van inbreuk op de privacy en vermindering van het uitzicht inherent aan het wonen in een stad. Uit vaste rechtspraak volgt tevens dat geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. Met betrekking tot het groen in het bouwplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.4. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en hetgeen is aangegeven in 2.4 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 32 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze Indiener geeft aan dat geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. Daarnaast leidt de bouwhoogte (5 tot 6 bouwlagen) tot vermindering van lichtinval, het verdwijnen van de avondzon, verdwijnen
van privacy vanwege de hoge aantallen balkons en ramen tegenover de woning van indiener. Volgens indiener was eerder altijd sprake geweest van bebouwing die aan zou sluiten bij het dorpse karakter van de buurt. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt Deze zienswijze is van dezelfde inhoud als de zienswijze onder 5. Wij verwijzen hiervoor naar ons standpunt onder zienswijze 5, waarbij we opmerken dat ook de woning van indiener is gelegen op een afstand van circa 41 meter van de beoogde woningbouwontwikkeling.
Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 5 en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.5, achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 33 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. Daarnaast leidt de bouwhoogte (5 tot 6 bouwlagen) tot vermindering van lichtinval, het verdwijnen van de avondzon, verdwijnen van privacy vanwege de hoge aantallen balkons en ramen tegenover de woning van indiener. Volgens indiener was eerder altijd sprake geweest van bebouwing die aan zou sluiten bij het dorpse karakter van de buurt. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt Deze zienswijze is van dezelfde inhoud als de zienswijze onder 5. Wij verwijzen hiervoor naar ons standpunt onder zienswijze 5, waarbij we opmerken dat de woning van indiener is gelegen op een afstand van circa 54 meter van de beoogde woningbouwontwikkeling. Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 5 en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.5, achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 34 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze In 2018 is er een gezamenlijk ontwerp met bewoners uitgevoerd waarbij de woningen bestonden uit maximaal drie tot vier verdiepingen langs de Humperdincklaan en de Karel de Grotelaan. In het ontwerp
bestemmingsplan hebben de woningen 6 tot 12 bouwlagen. Indiener is het niet eens met deze hoogte om de volgende redenen: 1. Negatieve invloed op het dorpse karakter van de omgeving. 2. Aangetaste privacy als gevolg van de aanwezigheid van veel balkons. 3. Belemmering van zonlicht, wat direct invloed heeft op het welzijn van de bewoners. 4. Mogelijke problemen met de beschikbaarheid van parkeerplaatsen. Indiener verzoekt zowel de bouwer als de gemeente dringend om het huidige plan opnieuw te beoordelen in overleg met de bewoners die gedurende het hele proces hebben deelgenomen.
Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot de opgenomen bouwhoogte in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.3. Met betrekking tot het dorpse karakter en de privacy verwijzen wij naar ons standpunt hierover onder zienswijze 5. Daarnaast blijkt uit het in bijlage 7 bij de toelichting opgenomen studie ‘schaduwwerking nieuwbouw Humperdincklaan’ dat op geen enkel moment sprake is van schaduwwerking bij de woning van indiener als gevolg van de nieuwbouwontwikkeling. Er is dus geen sprake van belemmering van zonlicht bij de woning van indiener. De beoogde woningbouwontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid en voldoet aan de parkeernota 2019. Hiervoor verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren,ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en privacy en hetgeen is aangegeven in 2.3, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 35 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener is het niet eens met het ontwerp bestemmingsplan. Indiener geeft aan dat de inhoud van het ontwerp bestemmingsplan anders is dan eerder is gecommuniceerd. Indiener vreest dat de omliggende bomen met alle vogels zullen verdwijnen. Het plan sluit niet aan bij het dorpse karakter.
De flats worden 35 meter hoog, het parkje met groen verdwijnt en het plan brengt parkeerdrukte met zich mee. Verder maakt indiener zich zorgen over de avondzon en de privacy. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt
Niet wordt door indiener aangegeven op welk punt de inhoud van het ontwerp bestemmingsplan anders is. Voor zover indiener doelt op de opgenomen bouwhoogtes in het bestemmingsplan, verwijzen wij naar het gestelde in 2.3. Met betrekking tot het dorpse karakter wordt verwezen naar ons standpunt hierover onder zienswijze 5. De beoogde woningbouwontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid en voldoet aan de parkeernota 2019. Hiervoor verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. Indiener woont op hetzelfde adres als de indiener onder zienswijze 33. Voor wat betreft de zorgen over privacy en avondzon verwijzen wij naar ons standpunt hierover onder zienswijze 33. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5. Voor deze ontwikkeling is een bomeninventarisatie uitgevoerd (opgenomen als bijlage 17 bij de toelichting). In totaal hebben 59 bomen van de 239 een standplaats binnen de contour van de nieuw te realiseren bebouwing of werkgrens. Deze bomen kunnen daarom niet behouden blijven. De impact op de overige 180 bomen zal later worden onderzocht in de nader uit te voeren Boom Effecten Analyse. Het is inherent aan deze grote woningbouwontwikkeling dat niet alle bomen behouden kunnen blijven. Uitgangspunt is altijd geweest om zoveel mogelijk bomen te behouden en indien niet behouden kan worden, te verplaatsen indien mogelijk.
Bomen die niet behouden kunnen worden dienen gecompenseerd te worden. Dit wordt bij de kapvergunning geregeld te zijner tijd. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter, ons standpunt onder zienswijze 33 met betrekking tot privacy en avondzon en hetgeen is aangegeven in 2.3 en 2.5, achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 36 Bewoner Rimsky-Korsakowlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. Daarnaast leidt de bouwhoogte aan de zijde van de Karel de Grotelaan tot vermindering van lichtinval, het verdwijnen van de ochtendzon, verdwijnen van privacy vanwege de hoge aantallen balkons en ramen tegenover de woning van indiener. Daarnaast geeft indiener aan overrompeld te zijn door de bouwhoogtes (20 tot 35 meter). De
bewoners zijn hierover tijdens een inloopavond op 6 april 2023 voor het eerst geïnformeerd aldus indiener. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot participatie en de opgenomen bouwhoogte in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.2 en 2.3. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit twee gebieden. Het braakliggend terrein waar het Grafisch Lyceum stond en het terrein waar momenteel nog de bebouwing van de internationale school staat. De maximale bouwhoogte daarvan is 7 meter. Met dit plan worden woongebouwen aan de Karel de Grotelaan toegestaan met een maximale hoogte van 23, 26, 29 en 35 meter. In zoverre verandert de bestaande situatie door deze woningbouwontwikkeling. Maar de beoogde woningbouwontwikkeling is gelegen op een afstand van circa 57 meter van de woning van indiener. Gelet op deze afstand, de verdichtingsopgave in Eindhoven en het woningtekort vinden wij de verandering in het uitzicht en de (privacy)situatie aanvaardbaar. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen, daar voorziet deze ontwikkeling in. De woningbouwontwikkeling leidt op deze locatie niet tot een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van indiener. Bovendien is volgens vaste rechtspraak (o.a.
ECLI:NL:RVS:2017:469 en ECLI:NL:RVS:2019:4081), een zekere mate van inbreuk op de privacy en vermindering van het uitzicht inherent aan het wonen in een stad. Uit vaste rechtspraak volgt tevens dat geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat. Uit het in bijlage 7 bij de toelichting opgenomen studie ‘schaduwwerking nieuwbouw Humperdincklaan’ blijkt enkel in december en in maart om 9u s’ochtends sprake is van een beperkte schaduwwerking bij het appartementencomplex van indiener als gevolg van de nieuwbouwontwikkeling. De schaduwwerking van deze ontwikkeling op de woning van indiener is minimaal. Deze ontwikkeling voldoet aan het bezonningsbeleid. Dit vinden wij aanvaardbaar. Hierbij merken we op dat de woning van indiener is gelegen in een stedelijke omgeving. In een stedelijke omgeving mag enige hinder geduld worden. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5.
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.3 en 2.5 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 37 Bewoner Botstraat Zienswijze Volgens indiener is er geen sprake geweest van daadwerkelijke bewonersparticipatie. De bouwhoogte aan de zijde van de Humperdincklaan gaat ten koste van het woongenot. Het plan is anders dan eerder aan de bewoners is geschetst (te weten dorps karakter, laagbouw woningen en veel groen). Daarnaast geeft indiener aan dat het parkeerplan onrealistisch is in een wijk wat al zwaar onder druk staat. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot participatie, de opgenomen bouwhoogte en het groen in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.2, 2.3 en 2.4. Ten aanzien van het dorpse karakter verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 5. Met betrekking tot het aspect parkeren verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. De woningbouwontwikkeling leidt op deze locatie niet tot een (onevenredige) aantasting van het woon- en leefklimaat van indiener. De woning van indiener is op een afstand van circa 170 meter gelegen. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, zienswijze 5 met betrekking tot het dorps karakter en hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.3 en 2.4 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 38 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze a.
Participatie Indiener geeft aan dat niet aan het participatieproces is voldaan zoals de gemeente Eindhoven dit laat zien op www.eindhoven.nl/participatieomgevingswet. Hierbij geeft indiener aan dat: - participatie is uitgevoerd op level 2 terwijl indiener na het invullen van de Quick scan op een hoger level uitkomt; - niet alle stakeholders zijn betrokken; - er is nooit informatie vooraf over een participatieplan (CCP genoemd) gepresenteerd;
-
Tijdens een bijeenkomst op 26 mei 2021 is een VOSP voorgelegd als onderlegger voor o.a. deze bestemmingsplanwijziging. Dit zag op een bouwhoogte van 3 tot 4 bouwlagen aan de Humperdincklaan (dorpskarakter) en hogere bouwhoogte aan de Karel de Grotelaan (stedelijk karakter). Dit VOSP is aangepast maar indiener geeft aan hierover niet geïnformeerd te zijn. b. Planvoornemen Indiener verzet zich tegen de stelling dat de Karel de Grotelaan een Parkway is. Volgens indiener is de betekenis van Parkway ‘een brede landschappelijk mooie route, waar vrachtverkeer niet op toegestaan is en/of een weg door een stadspark en/of een weg met snelwegstandaarden door landschappelijk mooi gebied waar vrachtverkeer verboden is’. Daarnaast mist indiener in het plan een stuk over ontspanning, openbare ruimten voor bijeenkomsten en spelen. c. Geen behoefte aan woningen Volgens indiener is er geen behoefte aan deze ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Daarnaast mist indiener informatie over een verantwoording van in het plan gemaakte keuze van bestemmingen, de financiële uitvoerbaarheid en een beschrijving van de wijze waarop omwonenden en organisaties betrokken zijn bij de voorbereiding van het bestemmingsplan.
Verder stelt indiener dat het plan niet voldoet aan de provinciale regelgeving, artikel 3.42 lid 2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. d. Gemeentelijk beleid Volgens indiener is er geen visie gegeven op het behoud van het dorpse of stedelijke kwaliteit of het onderscheid hierin, is er geen visie op de sociale cohesie en op inclusie (bijvoorbeeld de toegankelijkheid van de gebouwen). Ten aanzien van de Interimstructuurvisie 2009 geeft indiener aan dat de visie op de sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau wordt gemist. Indiener verwijst hiervoor naar de visie die is omschreven in het document van 9 april 2019, genaamd ‘visie op wonen SGE’, met name blz 41. e. Financiële afspraken Indiener wil graag weten welke afspraken zijn gemaakt in de anterieure overeenkomst. Daarnaast is niet benoemd dat de ontwikkelaar verantwoordelijk is voor het uitbetalen van de planschade. Indiener wenst een bevestiging of documentatie over een planschadeovereenkomst. f. Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Indiener geeft aan dat Trefpunt Groen, Henri van Abbestichting en Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven positief zijn over het plan, maar wil graag weten wat aan deze partijen is voorgelegd en hoe de positieve besluitvorming heeft plaatsgevonden.
g. Verkeersnotitie, bijlage 3 bij de toelichting Het plan voorziet in twee parkeerkelders. Volgens indiener was eerder gecommuniceerd dat de parkeervakken op maaiveld zouden worden gerealiseerd mede gelet op de twee waterstromen die niet verstoord mogen worden. Verder vraagt indiener af waar de 20 parkeerplaatsen op eigen terrein in de groenstrook worden gerealiseerd en of het bestaande trottoir aan de Humperdincklaan daarmee komt te vervallen. Daarnaast vraagt indiener zich af wat de houdbaarheid van het parkeeronderzoek is aangezien deze tijdens de vakantieperiode is uitgevoerd (25 juni en 12 juli 2019). Ook vraagt indiener zich af wat de invloed is van een waarschijnlijke HOV4-lijn op dit project, met name voor de kruising Glinkastraat/ Karel de Grotelaan en voor de genoemde inprikker op de Karel de Grotelaan. h. Afval- en hulpdiensten Indiener wil nu al duidelijkheid over de route van de hulpdiensten. Indiener verzet zich tegen inzameling van afval op het straatgedeelte. Indiener wil dat de inzameling van afvalstromen op eigen terrein gepositioneerd worden. i. Bomeninvenatisatie, bijlage 17 bij de toelichting Indiener vraagt zich af of het later onderzoeken van de impact van het plan op 180 bomen in een nader uit te voeren Bomen Effect Analyse het gevolg is van een aangepast VOSP (na mei 26 mei 2021).
Gemeentelijk standpunt a Participatie Met betrekking tot participatie en de opgenomen bouwhoogte in het bestemmingsplan wordt verwezen naar het gestelde in 2.2 en 2.3. Met betrekking tot het aspect parkeren verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. b Planvoornemen De naoorlogse stadsuitbreidingen gingen gepaard met de aanleg van ruim opgezette boulevards met veel groen. De zogenaamde ‘parkway’. De Karel de Grotelaan is de centrale as van de stadsuitbreiding in Gestel uit 1955-1960 en tevens de uitvalsweg naar de Kempen. Deze naoorlogse benadering van nieuwe wegenstructuren in het groen heeft vanuit cultuurhistorie waarde. De beoogde ontwikkeling voorziet in woningbouw. Woonbedrijf is voornemens om in het plangebied ook een ruimte te creëren voor gemeenschappelijk gebruik ten behoeve van de buurt. Omdat Woonbedrijf heeft aangegeven dat dit nog niet voldoende concreet is en verder uitgewerkt moet worden, is dit niet meegenomen in dit bestemmingsplan. De Zone langs de Humperdincklaan wordt ingericht
als lineair park. Dit park is openbaar en kan ook door de buurt benut worden om te recreëren. c Geen behoefte aan woningen De toelichting van het bestemmingsplan betreft de onderbouwing dat deze woningbouwontwikkeling voldoet aan wet- en regelgeving en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Daarmee is het bestemmingsplan uitvoerbaar. De In bijlage 1, behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan is ook de ladderonderbouwing opgenomen. Hierin is gemotiveerd dat behoefte bestaat aan deze woningbouwontwikkeling. Daarnaast is in paragraaf 3.3.3 voldoende onderbouwd dat het plan ook voldoet aan de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant (artikel 2.42 lid 2 van de verordening). De Provincie heeft ook geen zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend. d Gemeentelijk beleid Ten aanzien van het dorpse karakter verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 5. Met betrekking tot de aspecten sociale cohesie en toegankelijkheid van gebouwen wordt opgemerkt dat dit geen aspecten zijn dat in een bestemmingsplan gereguleerd kan worden. Wat betreft de betrokkenheid van de omwonenden wordt verwezen naar het gevoerde participatietraject, eea zoals verwoord in 2.2. e Financiële afspraken Er is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin o.a.
afspraken zijn gemaakt over kostenverhaal, de aanleg van openbare ruimte, bovenwijkse voorzieningen en zekerheidsstelling. Daarnaast is in deze overeenkomst eventuele planschade afgewenteld op de ontwikkelaars.. f Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Het gehele concept van het ontwerp bestemmingsplan (dus de toelichting, regels en verbeelding) is voorgelegd aan deze partijen. De partijen hebben schriftelijk gereageerd. De resultaten van het overleg zijn opgenomen in paragraaf 9.2 van de toelichting. g Verkeersnotitie, bijlage 3 bij de toelichting In het plan komen twee parkeergarages op maaiveldniveau. Op de verbeelding is de gebiedsaanduiding ‘overige zone – zoekgebied parkeren’ opgenomen. Binnen deze zone mogen maximaal 20 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Op dit moment is nog niet duidelijk waar de parkeerplaatsen worden gesitueerd, vandaar dat een zoekgebied is opgenomen. Het bestaande trottoir aan de noordzijde van de Humperdinckaan komt te vervallen en wordt vervangen door een nieuw voetpad gelegen in het park dat parallel aan de Humperdincklaan gelegen is. De uitkomsten van het parkeeronderzoek zijn bruikbaar aangezien er ook gemeten is buiten de schoolvakantie. Welke effecten HOV4 zou
kunnen hebben voor het kruispunt van Karel de Grotelaan met de Glinkastraat is niet bekend. Dit is afhankelijk van keuzes die gemaakt worden in dat project. HOV4 is onderdeel van de ontwikkelas Zuid-West met een grote verdichtingsopgave. Mobiliteit en verkeersafwikkeling zijn thema’s die daarin breed aan bod komen. De inprikker is komen te vervallen. Hiervoor verwijzen we naar hoofdstuk 4 ‘Ambtshalve wijzigingen’. h Afval- en hulpdiensten Hulpdiensten moeten ten alle tijden het complex veilig kunnen bereiken. In de planvorming is hier rekening mee gehouden. Afvalinzameling wordt georganiseerd volgens beleid van de gemeente. Dit wordt door CURE uitgevoerd. i Bomeninvenatisatie, bijlage 17 bij de toelichting Het later onderzoeken van de impact van het plan op 180 bomen in een nader uit te voeren Bomen Effect Analyse heeft betrekking op het ‘tijdstip’ waarop bekend is/wordt welke werkzaamheden uitgevoerd moeten worden voor de werkzaamheden die gepaard gaan met het bouwen van de woningen. Dit heeft dus niks te maken met de aanpassingen die hebben plaatsgevonden in het plan.
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3, achten wij de zienswijze ongegrond. 39 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze Deze zienswijze is van gelijke strekking als de zienswijze onder 38. Gemeentelijk standpunt Voor ons standpunt verwijzen wij naar hetgeen is aangegeven onder zienswijze 38. Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 38, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3, achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 40 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze
Deze zienswijze is van gelijke strekking als de zienswijze onder 38. Gemeentelijk standpunt Voor ons standpunt verwijzen wij naar hetgeen is aangegeven onder zienswijze 38. Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 38, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3, achten wij de zienswijze ongegrond. PM conclusie zienswijze 38 opnemen.
Ad.41 Bewoner Laagstraat Zienswijze Indiener geeft aan dat de zienswijze betrekking heeft op het ontwerp bestemmingsplan en het m.e.r-beoordelingsbesluit. Indiener geeft aan dat er geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. In plaats van het toegezegde dorps aangezicht ligt er nu een totaal ander plan (alleen hoogbouw, minder groen en nauwelijks een park/speeltuin). Indiener verwijst ook naar de bijlagen bij de zienwijze.Daarnaast maakt indiener zich zorgen over de toekomstige parkeerdruk in de openbare ruimte en het verdwijnen van groen. De in het verleden gedane toezegging inzake het (terug) plaatsen van 12 bomen als gevolg van de nieuwbouw van woningen aan de Schumannstraat is nog niet uitgevoerd. Hierdoor en door deze ontwikkeling zullen de klimaatadaptatie- en groendoelstellingen in deze wijk niet gehaald worden, aldus indiener. Ook maakt indiener zich zorgen over voldoende schone lucht en leefomgeving in deze wijk indien er wordt doorgegaan met dit soort plannen. Gemeentelijk standpunt Door indiener wordt niet aangegeven waarom indiener zich niet kan verenigen met het m.e.r.-beoordelingsbesluit.
Indiener geeft geen argumenten waarom het college zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat, op basis van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Humperdincklaan, er geen nadelige milieueffecten te verwachten zijn waardoor geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. Met betrekking tot participatie en het groen in het plan wordt verwezen naar het gestelde in 2.2 en 2.4. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5.
Met betrekking tot de opmerking over het dorps karakter wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 5. Met betrekking tot parkeren wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 2. Verder wordt opgemerkt dat ten aanzien van deze ontwikkeling alleen aspecten kunnen worden behandeld dat gaat over dit bestemmingsplan en niet over een andere (al gerealiseerde) ontwikkeling (nieuwbouw Schumannstraat). Voor wat betreft klimaatadaptatie en groendoelstelling het volgende. In paragraaf 3.8 van de toelichting wordt ingegaan op het groen binnen het plangebied. Uit o.a. het Groenbeleidsplan 2017 volgt dat voor elke toegevoegde woning 8 m² groen gerealiseerd dient te worden. Dat wordt gedaan binnen het plangebied en is als zodanig in de regels geborgd door een voorwaardelijke verplichting (artikel 11). Dat betekent dat als alle 400 woningen worden gerealiseerd, minimaal 3.200 m² groen wordt toegevoegd in het plangebied. Overigens is het plangebied in het huidige bestemmingsplan bestemd als ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming is het planologisch gezien mogelijk om het gehele plangebied te bebouwen binnen de opgenomen bouwvlakken en te verharden (zowel binnen als buiten de bouwvlakken). Met betrekking tot de huidige bomen in het plangebied verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 35. Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan ons groen- en bomenbeleid.
In Eindhoven is in 2020 het klimaatbeleid vastgelegd in het Klimaatplan 2021-2025. Wij werken hard aan het klimaatadapatief houden van onze stad. Klimaatadaptatiebeleid is ondertussen vastgelegd in het Water- en klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2023-2026 en Groenbeleidsplan 2017. Dit beleid heeft ook zijn uitwerking binnen dit bestemmingsplan. Zo dient o.a. voldoende waterberging op eigen terrein gerealiseerd te worden en 8 m² groen toegevoegd te worden voor elke woning die gerealiseerd wordt. Deze maatregelen zijn geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels (artikel 10 en 11). Het bestaande groen in het plangebied wordt zoveel mogelijk ingepast in de plannen. Wat betreft de luchtkwaliteit wordt verwezen naar hetgeen is aangegeven in de toelichting in paragraaf 4.4 en het bijbehorend onderzoek in bijlage 8 bij de toelichting. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de luchtkwaliteitseisen. Voor wat betreft ons standpunt dat het woon- en leefklimaat niet (onevenredig) wordt aangetast verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 5, waarbij wordt opgemerkt dat de afstand van de woning van indiener tot de beoogde woningbouwontwikkeling circa 255 meter is.
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, het standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, het standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en het woon- en leefklimaat, het standpunt onder zienswijze 35 met betrekking tot de bomen en hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.4 en 2.5 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 42 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat de zienswijze betrekking heeft op het ontwerp bestemmingsplan en het m.e.r-beoordelingsbesluit. Indiener geeft aan dat er geen sprake is geweest van een (juiste) invulling van participatie. Het plan voorziet in hogere bouwhoogtes dan eerder is toegezegd. Indiener wil graag dat de dorpse sfeer van Blaarthem behouden blijft. Daarnaast maakt indiener zich zorgen over het huidige groen in de wijk. Dit wordt steeds minder, ook in het ontwerp bestemmingsplan. Eerder gedane toezeggingen inzake het toevoegen van groen worden niet nagekomen Hierdoor en door deze ontwikkeling zullen de klimaatadaptatie- en groendoelstellingen in deze wijk niet gehaald worden. Verder maakt indiener zich zorgen over de toekomstige parkeerdruk in de openbare ruimte. Gemeentelijk standpunt Deze zienswijze is van gelijke strekking als de zienswijze onder 41. Voor ons standpunt verwijzen wij naar hetgeen is aangegeven onder zienswijze 41.
Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 41, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en het woon- en leefklimaat, ons standpunt onder zienswijze 35 met betrekking tot de bomen en hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.4 en 2.5 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 43 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat de zienswijze betrekking heeft op het ontwerp bestemmingsplan en het m.e.r-beoordelingsbesluit. Indiener geeft aan dat er geen sprake is geweest van een (juiste) invulling van participatie. Het plan voorziet in hogere bouwhoogtes dan eerder is toegezegd. Volgens indiener waren grondgebonden woningen met 3-4 bouwlagen aan de Humperdincklaan toegezegd en dat het bouwplan zou aansluiten
bij het dorpse karakter van de buurt. Indiener verwijst naar de bijlagen bij de zienswijze. Indiener geeft aan dat de bouwhoogte voor bewoners in de omgeving leidt tot vermindering van lichtinval en privacy. Daarnaast vreest indiener een druk op de openbare ruimte met betrekking tot parkeren. Ook vreest indiener dat de nieuwe bewoners geen binding opbouwen met de buurt tenzij ‘doorverhuur’ via commerciële bureaus wordt verboden en er een bewoningsplicht komt voor de koopwoningen. Indiener maakt zich zorgen over het huidige groen in de wijk. Dit wordt steeds minder, ook in het ontwerp bestemmingsplan. Eerder gedane toezeggingen inzake het toevoegen van groen worden niet nagekomen Hierdoor en door deze ontwikkeling zullen de klimaatadaptatie- en groendoelstellingen in deze wijk niet gehaald worden.
Gemeentelijk standpunt Door indiener wordt niet aangegeven waarom indiener zich niet kan verenigen met het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Indiener geeft geen argumenten waarom het college zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat, op basis van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Humperdincklaan, er geen nadelige milieueffecten te verwachten zijn waardoor geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. Met betrekking tot participatie, de opgenomen bouwhoogtes en het groen in het bestemmingsplan wordt verwezen naar hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.3 en 2.4. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5. Met betrekking tot de vrees voor vermindering van lichtinval en privacy verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 5, waarbij wordt opgemerkt dat de afstand tussen de woning van indiener en de beoogde woningbouwontwikkeling circa 164 meter is. Met betrekking tot parkeren wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 2. Met betrekking tot de vrees van indiener inzake de binding van nieuwe bewoners met de buurt wordt opgemerkt dat dit geen aspect is dat in een bestemmingsplan gereguleerd kan worden. Met betrekking tot de kllimaatadaptatie- en groendoelstellingen verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 41.
Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder 5 met betrekking tot lichtinval en privacy, ons standpunt onder zienswijze 41 met betrekking
tot klimaatadaptatie en groen en hetgeen is aangegeven in 2.2, 2.3, 2,4 en 2.5, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 44 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat de zienswijze betrekking heeft op het ontwerp bestemmingsplan en het m.e.r-beoordelingsbesluit. Indiener geeft aan dat er geen sprake is geweest van een (juiste) invulling van participatie. Er ligt nu een ander plan dan eerder is toegezegd. Volgens indiener zou er meer groen en wandelpaden komen en speelruimte voor de jeugd. Verder geeft indiener aan dat de bebouwing te hoog is en de appartementen niet passend te vinden op deze locatie. Hiermee blijft geen dorps karakter behouden. Ook wordt het te druk met mensen en voertuigen. Indiener maakt zich zorgen om de parkeerruimte.
Gemeentelijk standpunt Door indiener wordt niet aangegeven waarom indiener zich niet kan verenigen met het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Indiener geeft geen argumenten waarom het college zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat, op basis van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Humperdincklaan, er geen nadelige milieueffecten te verwachten zijn waardoor geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. Met betrekking tot participatie en groen wordt verwezen naar hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.4. In de toelichting in paragraaf 2.3 is gemotiveerd aangegeven hoe het plan stedenbouwkundig gezien aansluit op de omgeving. Door indiener wordt niet aangegeven waarom de bebouwing te hoog is en niet passend is. Voor wat betreft het dorps karakter wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 5, voor het parkeren naar ons standpunt onder zienswijze 2. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren en zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karkater en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.4, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 45 Bewoner Frits Philipslaan Zienswijze Indiener woont deels van de tijd in de Humperincklaan. Indiener geeft aan niet voldoende inspraak te hebben gekregen in het opstellen van de bouwplannen en daardoor geen sprake is van voldoende participatie. De
eerdere beloftes over maximale bouwhoogtes en parkeergelegenheid worden niet nagekomen. Er is geen sprake van het behouden van een dorps karakter. Indiener vreest dat de rust in de straat verloren gaat door overstroming van verkeer en een tekort aan parkeerplekken. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot participatie en de opgenomen bouwhoogtes in het bestemmingsplan wordt verwezen naar hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3. Voor het dorps karakter wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 5, voor het parkeren naar ons standpunt onder zienswijze 2. Met betrekking tot de toename van verkeer wordt verwezen naar ns standpunt onder zienswijze 22. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter, zienswijze 22 met betrekking tot de verkeerstoename en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 46 Bewoner Schumannstraat Zienswijze Indiener heeft bezwaar tegen de bouwhoogte van 20 meter. Hierdoor is er inkijk in de tuin, schaadt het de privacy en is er sprake van verminderd zon/lichtinval. Indiener vreest ook voor parkeeroverlast. Dit plan is volgens indiener niet meer herkenbaar ten opzichte van een eerder plan dat in 2021 is gepresenteerd.
Verder geeft indiener aan dat dit plan de samenleving en leefbaarheid extra onder druk zet aangezien de bevolkingsdichtheid in Blaarthem hoog al is. Gemeentelijk standpunt Voor wat betreft de opmerking over inkijk, privacy en verminderd zon/lichtinval verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 28. Deze woning ligt in de nabijheid van de woning van indiener. Voor het aspect parkeren verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 2. Het realiseren van maximaal 400 woningen draagt bij aan de verdichtingsopgave die in Eindhoven bestaat en voorziet in een behoefte gelet op het grote woningtekort. Deze aantallen kunnen gelet op de omgevingsaspecten op deze locatie gerealiseerd worden. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 voor het aspect parkeren en zienswijze 28 met betrekking tot het woon-en leefklimaat, achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 47 Bewoner Rimsky-Korsakowlaan Zienswijze Indiener geeft aan dat zijn privacy, woongenot en daglicht wordt aangetast door het plan. Daarnaast zal er sprake zijn van meer geluidshinder van het verkeer op de Karel de Grotelaan. Gemeentelijk standpunt Voor wat betreft de opmerking over privacy, woongenot en daglicht verwijzen wij naar ons standpunt onder zienswijze 9. Deze woning ligt in de nabijheid van de woning van indiener. Met betrekking tot de vrees voor meer geluidshinder afkomstig van het verkeer wordt aangegeven dat in de huidige situatie al ruim 15.000 voertuigen per etmaal aanwezig zijn op de Karel de Grotelaan. Bij een worstcase scenario waarbij uitgegaan wordt dat alle verkeersbewegingen, afkomstig van deze ontwikkeling op de Karel de Grotelaan wordt afgewikkeld, ter plaatse van de woning van indiener, leidt dit tot een toename van maximaal 0,4 dB. Een verhoging van het geluidniveau wordt met het menselijk gehoor gemiddeld genomen pas waargenomen vanaf 2 dB. Hier kan tevens de vergelijking worden getrokken met de wettelijke systematiek (Wet geluidhinder) behorende bij reconstructies van wegen. Een toename van de geluidbelasting door wegverkeerslawaai wordt bij reconstructies niet als hinderlijk aangemerkt als deze minder dan 2 dB bedraagt (zonder afronding: minder dan 1,5 dB).
Gelet op het vorenstaande, en met in achtneming dat het een stedelijke omgeving betreft, achten wij een toename van 0,4 dB aanvaardbaar en niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande en ons standpunt onder zienswijze 9 met betrekking tot het woon- en leefklimaat achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 48 Bewoner Schumannstraat Zienswijze Indiener geeft aan dat geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. Daarnaast leidt de bouwhoogte tot vermindering van lichtinval, het verdwijnen van de avondzon, verdwijnen van privacy in de tuin en achterzijde van het huis vanwege de hoge aantallen balkons en ramen in het bouwplan. Volgens indiener was eerder altijd sprake geweest van bebouwing die aan zou sluiten bij het dorpse karakter van de buurt. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt
Deze zienswijze is van gelijke strekking als de zienswijze onder 5. Voor ons standpunt verwijzen wij naar hetgeen is aangegeven onder zienswijze 5 waarbij we opmerken de woning van indiener is gelegen op een afstand van circa 73 meter van de beoogde woningbouwontwikkeling. Conclusie zienswijze Gelet op ons standpunt onder zienswijze 5 en hetgeen is aangegeven in 2.2. en 2.5 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 49 Bewoner Rubinsteinlaan Zienswijze Volgens indiener is niet geluisterd naar de mening van de buurt en is van inspraak geen sprake. In het plan wordt geen rekening gehouden met het dorpse karakter. Indiener geeft aan dat er vele jaren in de Rubinsteinlaan, Busonilaan, Laagstraat en Humperdincklaan overlast is geweest van verkeer als gevolg van een winkel in de buurt. Sinds de winkel is gesloten, is er meer rust in de straat. Volgens indiener bewijst dit dat de wijk op het randje zit qua capaciteit. Met dit plan komen veel nieuwe bewoners in de wijk en daardoor is het evenwicht weg. Daarnaast geeft indiener aan dat parkeren een groot probleem zal zijn omdat er in de huidige situatie al weinig plek is. Het is niet realistisch dat er mensen komen te wonen die geen auto hebben, en een deelauto is geen alternatief, aldus indiener. Het aantal parkeerplaatsen dat gerealiseerd moet worden voor het plan moet realistisch zijn en niet wat de maatschappij fijn zou vinden.
Gemeentelijk standpunt Voor het participatieproces wordt verwezen naar het gestelde in 2.2. Met betrekking tot de toename van verkeer als gevolg van deze ontwikkeling wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 22. Met betrekking tot parkeren en dat deze ontwikkeling voldoet aan de parkeernota 2019 wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 2. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, zienswijze 22 met betrekking tot de verkeerstoename en hetgeen is aangegeven in 2.2, achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 50 Bewoner Laagstraat Zienswijze
Indiener geeft aan dat geen sprake is van een (juiste) invulling van participatie. Daarnaast leidt de bouwhoogte tot vermindering van lichtinval, het verdwijnen van de avondzon, verdwijnen van privacy voor bewoners in de buurt van de nieuwbouw. Volgens indiener was eerder altijd sprake geweest van bebouwing die aan zou sluiten bij het dorpse karakter van de buurt. Verder vreest indiener druk op de openbare ruimte met betrekking tot parkeren. Ook vreest indiener dat de nieuwe bewoners geen binding opbouwen met de buurt tenzij ‘doorverhuur’ via commerciële bureaus wordt verboden en er een bewoningsplicht komt voor de koopwoningen. Verder wordt verwezen naar de bijlagen bij de zienwijze. Gemeentelijk standpunt Met betrekking tot participatie wordt verwezen naar het gestelde in 2.2. Voor de reactie op de bijlagen wordt verder verwezen naar het gestelde in 2.5. De woning van indiener is gelegen op een afstand van ruim 236 meter van de beoogde woningbouwontwikkeling. Daarnaast heeft indiener nauwelijks tot geen zicht op de beoogde woningbouwontwikkeling. Er is dan ook geen sprake van vermindering lichtinval en aantasting van de privacy. Verder blijkt uit het in bijlage 7 bij de toelichting opgenomen studie ‘schaduwwerking nieuwbouw Humperdincklaan’ dat op geen enkel moment sprake is van schaduwwerking bij de woning van indiener als gevolg van de nieuwbouwontwikkeling.
Er is dus geen sprake van verdwijnen van (avond)zon bij de woning van indiener. Voor wat betreft het dorpse karakter wordt verwezen naar ons standpunt onder zienswijze 5. Met betrekking tot de vrees voor parkeerdruk in het openbaar gebied verwijzen wij hiervoor naar ons standpunt onder zienswijze 2. Met betrekking tot de vrees van indiener inzake de binding van nieuwe bewoners met de buurt wordt opgemerkt dat dit geen aspect is dat in een bestemmingsplan gereguleerd kan worden. Conclusie zienswijze Gelet op het bovenstaande, ons standpunt onder zienswijze 2 met betrekking tot parkeren, ons standpunt onder zienswijze 5 met betrekking tot het dorpse karakter en hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.5 achten wij de zienswijze ongegrond.
Ad. 51 Bewoner Humperdincklaan Zienswijze
Indiener geeft aan op een verkeerd spoor te zijn gezet door de gemeente en Woonbedrijf met onwaarheid. Het traject verliep volgens indiener als volgt: - Meerdere bijeenkomsten in 2019 waarin veel betrokken buurtbewoners participeerden in verschillende ontwerp-ideeën. - In 2020 was het vooral stil in het traject. - 26 mei 2021 teamsbijeenkomst (online inwonersavond) met Woonbedrijf en de gemeente. In deze bijeenkomst is tweemaal gezegd dat aan de Humperdincklaan grondgebonden woningen met een bouwhoogte van 3 tot 4 bouwlagen zou komen, aansluiten op het dorpse karakter van de wijk. Dit kwam ook terug in alle ontwerpvarianten. Aan de Karel de Grotelaan zou dan hogere, meer stedelijke bouw komen. Dit is na te luisteren op youtube (https://youtu.be/2bd-p6h6qRQ). - Medio 2021 oprichting werkgroep Verkeer om de oplossingen van de verkeersknelpunten opnieuw te onderzoeken. - Buurtbewoners informeerden regelmatig naar de exacte bouwontwerpen, maar dit werd vooruitgeschoven door de gebiedsontwikkelaars. Er is nooit teruggekomen op het bouwontwerp en de hoogtes. - Tijdens een inloopavond op 31 oktober 2022 (17 maanden later) werd het uiteindelijke ontwerp met woonblokken van 5 en 6 bouwlagen aan de Humperdincklaan gepresenteerd. De maatvoering werd pas begin februari 2023 ontvangen.
- 13 december 2022 is overleg geweest met een bewonersvertegenwoordiging en de gebiedsontwikkelaars omdat de buurt boos was over het gepresenteerde ontwerp op 31 oktober 2022. Volgens de gebiedsontwikkelaars is alles in mei 2021 duidelijk gepresenteerd. Na het overleg werden de bewoners aangesproken door een medewerkster van het door Woonbedrijf ingehuurde bureau ZET. De medewerkster bood haar verontschuldigingen aan voor het afkappen van vragen over bouwontwerpen en wanneer die op de agenda zouden. Daarnaast erkende ze dat er nooit op terug is gekomen en anderhalf jaar eerder al voor deze route om de bewoners buiten spel te zetten was gekozen. Bij dit gesprek waren meerdere buurtbewoners aanwezig die hebben gehoord wat door de medewerkster werd gemeld. Ook is dit gesprek vastgelegd. Indiener geeft aan e.e.a. te kunnen en zullen aanvoeren ter bewijsvoering, indien nodig. Verder geeft indiener aan dat vanaf de inloopavond op 31 oktober 2022 in de notulen/verslagen wordt aangegeven dat de buurt grotendeels enthousiast is en er slechts enkele kritische opmerkingen zijn. Volgens
indiener aperte onwaarheid. De petitie “Voor grondgebonden woningen en tegen woonblokken van 20 meter hoog aan de Humperdincklaan” is bijna unaniem door de bewoners van de Humperdincklaan ondertekend, ook bewoners van andere omliggende woonstraten hebben de petitie ondertekend. Volgens indiener is het participatieproces omzeild. Indiener vraagt om de gebiedsontwikkelaars terug te verwijzen naar de tekentafel met de opdracht om samen met de bewoners tot een gedragen ontwerp te komen dat recht doet aan wat participatie is en aan het dorpse karakter van Blaarthem. Gemeentelijk standpunt De zienswijze ziet vooral op het gevoerde participatieproces. Voor het participatieproces en het tot stand komen van het plan wordt verwezen naar het gestelde in 2.2 en 2.3. Conclusie zienswijze Gelet op hetgeen is aangegeven in 2.2 en 2.3 achten wij de zienswijze ongegrond. Ad. 52 Bewoner P Czn Hooftlaan Zienswijze Indiener gaat binnenkort verhuizen naar de Humperdincklaan. Indiener geeft aan dat nieuwbouw zeer gewenst is en noodzakelijk gelet op het woningtekort. Het participatieproces is echter eenzijdig verlopen waarbij zaken anders zijn voorgesteld. Indiener heeft één zwaarwegend bezwaar, te weten de bouwhoogte van 6 bouwlagen aan de Humperdincklaan. Dit leidt tot beperking van privacy en lichtinval.