Bijlage 2 - Nota van zienswijzen en ambtsh. wijzigingen bp Achtse Barrier Heizoom 2015 (Hartje Barrier)
Tekst van het document
Pagina 60 van 84
Gemeentelijk standpunt Of een bepaalde plek een hangplek voor jongeren wordt is moeilijk te voorspellen, maar gezien de huidige situatie (veel “achterkantsituaties” voor parkeren, vuilcontainers en laden en lossen) is het niet ondenkbaar dat er een hangplek voor de jeugd ontstaat. In de nieuwe situatie worden een aantal achterkantsituaties weggenomen en zal er door de geplande woontoren veel meer zicht zijn op alle plaatsen binnen het plangebied. De kans dat jongeren daar dan willen gaan “rondhangen” is daarmee veel kleiner dan bij de situatie zoals die nu is.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.
2.18
Belangengroep 1
A. Geen onderzoek naar actuele vraag Er wordt als argument voor deze ontwikkeling aangevoerd dat winkelconcept, beeldkwaliteit en uitstraling gedateerd zijn en niet meer passen bij de actuele vraag. Uit het plan en de bijlagen blijkt echter niet wat de actuele vraag wel is en wie de actuele vraag stelt. Voor de uitbreiding van de Cantershoef wordt niet uitgelegd wat de toekomstbestendigheid betekent. Het aantal woningen dat wordt toegevoegd, wordt ook niet verklaard en dus lijkt het aantal arbitrair. De argumenten om tot planwijziging te komen, lijken vanuit de promotiesite gekopieerd te zijn. Gemeentelijk standpunt Het is correct dat het winkelconcept, beeldkwaliteit en uitstraling gedateerd zijn en passen niet meer bij de actuele vraag. De rommelige en inefficiënte stedenbouwkundige samenstelling maken het gebied tot een sociaal onveilige en weinig gastvrije plek. Er is veel verharding en weinig groen(beleving). Achterkanten voor parkeren, vuilcontainers, laden en lossen staan in schril contrast met de verblijfswaarden van de Groene Long. Het winkelcentrum is door het bovenstaande toe aan een revitalisering/modernisering, zodat het weer past bij de vraag/eisen van de deze tijd. Daarbij wordt het gebied heringericht met een toevoeging en gevarieerdheid van extra woning- en winkelaanbod en vergroening en kwaliteitsverbetering van het openbare gebied.
Pagina 61 van 84
Het aantal toe te voegen is bepaald door het beschikbare grondoppervlak te vermenigvuldigen met de maximaal toegestane bouwhoogte (45 meter) en dit te delen door de grootte van de gewenste woningen. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de technische eisen en ruimte voor trappen, gangen e.d. Hieruit blijkt het mogelijk om het volgende woonprogramma bestaande uit in totaal 112 woningen te realiseren: 40 stuks woningtype S – tweekamer appartement van ± 50 m2, sociale huur. 40 stuks woningtype M – tweekamer appartement van ± 60 m2, middenhuur laag. 32 stuks woningtype L – driekamer appartement van ± 70 m2, middenhuur hoog.
B. Integrale aanpak De marktpartijen komen samen tot de volgende conclusie: Op wijk- en buurtniveau is aldus behoefte aan een integrale aanpak om te komen tot een nieuw en levendig hart voor de Achtse Barrier. Echter, bij een integrale aanpak voor een nieuw en levendig hart voor de Achtse Barrier moeten volgens indiener ook wijkaccommodatie De Mortel en de sporthal worden betrokken. Gemeentelijk standpunt De wijkaccomodatie en de sporthal hebben een andere eigenaar en een eigen (economische) levensduur en zijn daarom niet bij de ontwikkeling betrokken. De voorliggende ontwikkeling heeft daardoor alleen betrekking op het winkelgebied, waarbij er ook woningen worden toegevoegd. C. Komst tweede supermarkt De komst van een tweede supermarkt wekt verbazing, want in de Detailhandelsnota Gemeente Eindhoven “Wie kiest wordt gekozen” wordt melding gemaakt van een bovengemiddeld aanbod in de dagelijkse artikelensector in Woensel-Noord. En ook dat vanuit de verzorgingsstructuur en leefbaarheidsoogpunt een buurtsteunpunt centraal in Acht gewenst is. Gemeentelijk standpunt Het winkelcentrum Achtse Barrier is een bestaand wijkwinkelcentrum in het noorden van de gemeente Eindhoven. De raad van de gemeente Eindhoven heeft 15 december 2015 “Wie kiest, wordt gekozen - Detailhandelsnota Gemeente Eindhoven” vastgesteld. Deze nota is bedoeld om duidelijkheid te bieden aan
Pagina 62 van 84
partijen die actief zijn in de Eindhovense detailhandel en /of die dit willen worden. We kiezen voor de bestaande verzorgingsstructuur en streven er dus naar om deze zoveel mogelijk te versterken. De locatie Ardèchelaan behoort tot een in de gemeentelijke detailhandelsnota aangewezen winkellocatie, heeft echter een matig perspectief en dient zich idealiter te versterken. De detailhandelsnota zegt hierover: “In het noordwesten van Woensel-Noord zouden in een blanco situatie de 2 centra in de Achtste Barrier worden samengevoegd tot één compleet wijkcentrum op een centrale plek in dit verzorgingsgebied. De stedenbouwkundige opzet van Achtse Barrier met een groen hart, biedt hiertoe echter geen voor de hand liggende mogelijkheden. Er zijn al tijden (zachte) plannen voor de ontwikkeling van de Ardèchelaan waar ook ruimtelijk mogelijkheden zijn (in tegenstelling tot het Biarritzplein). In dit geval streven we naar een versterking van Ardèchelaan tot wijkcentrum (klein). Dit zou bij voorkeur in combinatie met een herpositionering van het Biarritzplein moeten gaan. Qua ontwikkelingsrichting zou dan b.v. relocatie van de ondernemers naar Ardechelaan of andere centra met voldoende perspectief het streven zijn.”. De plannen waarvoor nu het bestemminsplan voorligt, gaan o.a.
uit van sloop van bestaande winkelmeters met herschikking van de bestaande aanbieders, optimalisering van de openbare ruimte en toevoeging van een discountsupermarkt (naast de reeds gevestigde full service supermarkt). Dit versterkt de positie van deze winkellocatie in de verzorgingsstructuur van Eindhoven. In het kader van het lokale detailhandelsbeleid is dit dus een gewenste ontwikkeling.
D. Omissie parkeerbehoefte ln de berekeningen van de parkeerbehoefte is Wijkaccommodatie De Mortel niet meegenomen. De genoemde totale parkeerbehoefte is daarmee niet volledig. Volgens indiener zijn er 70 parkeerplaatsen meer nodig. Bovendien wordt ten aanzien van de deelauto’s een fout gemaakt: in de gemeentelijke parkeernota wordt gesteld dat één deelauto 4 parkeerplaatsen vervangt. Dat betekent dat er per deelauto 3 parkeerplaatsen mogen komen te vervallen, en niet 4 omdat de deelauto zelf ook ergens moet staan. Verder wordt aangegeven dat een eventueel parkeertekort moet worden opgelost door het kleine groene speelveldje aan de Ardèchelaan hiervoor te bestemmen. Dit druist helemaal in tegen de eigen vergroeningsgedachte van het bouwplan.
Pagina 63 van 84
Gemeentelijk standpunt Wijkaccomodatie De Mortel is inderdaad niet meegenomen in de parkeerberekeningen, omdat De Mortel niet binnen het plangebied valt. Blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoeft een bestaand parkeertekort, voor zo ver daar al sprake van is, niet met een nieuwe ontwikkeling te worden opgelost. Dit betekent dat bij de herontwikkeling van het winkelcentrum een eventueel parkeerprobleem bij De Mortel niet hoeft te worden meegenomen. Overigens zijn bij het parkeeronderzoek door “Groen Licht Verkeersadviezen” (zie bijlage 3 bij de toelichting van het bestemmingsplan) de sporthal / wijkcentrum meegenomen in het onderzoek om zodoende de totale parkeerbehoefte inzichtelijk te hebben. Het parkeeronderzoek toont aan dat in de huidige / bestaande situatie, zelfs als ‘Almonte’ een thuiswedstrijd speelt, er geen sprake is van een feitelijk tekort aan parkeerplaatsen. Er wordt daarom geconcludeerd dat in de bestaande situatie er voldoende openbare parkeergelegenheid is. Voor de inzet van deelauto’s binnen geldt dat een deelauto vier reguliere parkeerplaatsen vervangt. Dit betekent dat als er één deelauto wordt ingezet, de parkeernorm met vier parkeerplaatsen omlaag gaat. De deelauto zelf neemt één parkeerplaats in (de vijfde parkeerplaats), maar dat is al verrekend is de normering.
Het bedoelde groen aan de Ardechelaan valt buiten het plangebied en heeft geen betrekking op de voorliggende ontwikkeling.
E. Niet alles is ingetekend De laad- en losplaatsen en de afvalcontainers zijn niet ingetekend. De geldautomaat en de brievenbus zijn niet langer aanwezig op het winkelplein. Het zijn echter wel zaken, die binnen het winkelcentrum zullen moeten worden gerealiseerd en die daarmee parkeerplaatsen kosten. Gemeentelijk standpunt Een bestemmingsplan regelt de gebruiksfuncties en bouwmogelijkheden, maar regelt niet de feitelijke invulling. Binnen bijvoorbeeld de verkeersbestemming zijn parkeerplaatsen toegelaten, maar waar de parkeerplaatsen precies moeten komen regelt het bestemmingsplan niet.
F. Keuze woontoren niet toegelicht
Pagina 64 van 84
De keuze voor een woontoren wordt niet toegelicht. Een woontoren is echter wel een duidelijke afwijking van het geldende wijkbeeld van vooral laagbouw met grondgebonden woningen en enkele gestapelde appartementsgebouwen. Gemeentelijk standpunt Diverse stedenbouwkundige studies zijn gedaan om het gewenste programma voor wonen, winkelen, parkeren en groen op een afgewogen wijze bij elkaar te brengen. Belangrijk is om een graduele aansluiting te krijgen die passend is bij zowel het grondgebonden wonen, alsook het hoge gestapelde gebouw van Cantershoef. Gekozen is voor een trapsgewijze opbouw van bouwvolumes, die aansluit bij de omgeving. Aan de Ardèchelaan is het volume afgestemd op de woonstraten met laagbouw. Aan het winkelplein is ruimte voor een gebouwvolume dat aansluit bij Cantershoef. Het vergroot de levendigheid en sociale interactie met het plein. In het parkachtige gebied van de Groene Long is de meeste ruimte en openheid. Daar kan een hoogte accent worden geplaatst zonder hinderlijk te zijn voor het bestaande wonen. Het accent markeert bovendien het hart van de wijk. Zo ontstaan drie verschillende bouwhoogten in het plan. De (verhoogde) plint van de bebouwing wordt voornamelijk gebruikt voor winkels en toegangen naar de woningen. Op het tweede niveau komt een nieuw woongebouw van 4 bouwlagen.
Door dit gebouw van een corridorontsluiting te voorzien worden de woningen intern ontsloten en ontstaat een alzijdig gebouw met louter voorkanten en veel ‘ogen en oren’. Een gezamenlijke daktuin en een parkeerdek verbinden oud- en nieuw Cantershoef. Het hoogteaccent van de woontoren vormt het derde niveau. Door de lichte uitkraging en de insnoering van het bouwvolume wordt gespeeld met de rankheid en oriëntatie van het gebouw. De gebouwhoogten variëren daarmee tussen 6 meter tot 41 meter hoog. Stedenbouwkundig zijn twee combinatie gebouwen te onderscheiden. De bestaande supermarkt (Jan Linders) wordt ter plaatse van de kassazone gekoppeld aan een overdekte passage en dagwinkels. Deze supermarkt is intern al recent aangepakt en opnieuw ingericht. Een nieuwe gevel voor het totale gebouw zorgt ook aan het exterieur voor een upgrade. Het andere combinatiegebouw is gekoppeld aan het bestaand Cantershoef. Het gebouw bestaat uit een commerciële - c.q. gemengde plint met daarboven wonen. De nieuwbouw en bestaande bouw bieden een variatie aan wooneenheden met verschillende oriëntaties op de omgeving. Een fietsenberging in de plint wordt verbonden met
Pagina 65 van 84
Cantershoef. Het bestaand bergingenblok van Cantershoef blijft behouden. Geconcludeerd wordt dat de bedoelde woontoren een hoogteaccent en herkenningspunt vormt en passend op de bedoelde locatie is.
G. De parkeerplaatsen op het winkelplein zijn anders gesitueerd dan in de presentatietekeningen die eerder zijn gedeeld. Op deze variant lijkt geen plaats ingeruimd te zijn voor groenvoorzieningen. Gemeentelijk standpunt Waar indiener de bedoelde tekening (bijlage 2 van de zienswijze) vandaan heeft is niet duidelijk, maar die tekening geeft niet het eindbeeld weer. De juiste tekening is de tekening die in bijlage 3 van de zienswijze staat.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.
2.19
Bewoner 17
A. Ontwerpbestemmingsplan is slecht onderbouwd Volgens indiener ontbreken er afbeeldingen in de toelichting, de bijlagen zijn gedateerd en de parkeerbehoefte zou onjuist zijn berekend. Gemeentelijk standpunt Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn een aantal onderzoeken ge-update en is ook de toelichting van het bestemmingsplan aangepast. Er bleken ook enkele afbeeldingen uit de toelichting van het bestemmingsplan te zijn weggevallen: deze zijn alsnog toegevoegd. Van een slechte onderbouwing van het bestemmingsplan is echter niet gebleken.
B. Sociaaleconomisch onderzoek ontbreekt Er ontbreekt onderzoek naar de winkelbehoefte in Achtse Barrier. Gemeentelijk standpunt
Pagina 66 van 84
De belangrijkste uitbreiding van het winkelgebied wordt gevormd door de toevoeging van een tweede supermarkt (Lidl). Dit is weldegelijk nader onderzocht (zie bijlage 2 bij de toelichting. In dit onderzoek wordt onder andere aangegeven: Het huidige supermarktaanbod binnen het verzorgingsgebied is zeer beperkt Het winkelcentrum Achtse Barrier heeft door de centrale ligging momenteel een functie voor de wijk Achtse Molen. Het verzorgingsgebied telt 15.565 inwoners. De gemiddelde huishoudensgrootte binnen het verzorgingsgebied is met 2,3 relatief groot voor Eindhovense begrippen. Verder valt op dat de leeftijdscategorie 45-65 jarigen is oververtegenwoordigd. In het verzorgingsgebied verdienen mensen relatief veel; het inkomen ligt 10,5% boven het Nederlands gemiddelde en 7,2% boven het gemiddelde in de gemeente Eindhoven. Binnen het verzorgingsgebied zijn slechts twee supermarkten gevestigd waarvan Albert Heijn (1.345 m² wvo) in 2023 de positie van Jan Linders heeft overgenomen binnen winkelcentrum Achtse Barrier. Jumbo heeft een vestiging aan het Biarritzplein (1.510 m² wvo) die naar verluidt goed functioneert. De winkel is eind 2019 gemoderniseerd, de bereikbaarheid en ontsluiting zijn ook van deze supermarkt matig en parkeren gebeurt op een parkeerdek.
De ontwikkeling van een tweede supermarkt kan gemotiveerd worden op basis van de huidige supermarktdichtheid binnen het verzorgingsgebied, deze ligt met 0,18 m² wvo per inwoner ver onder het landelijk gemiddelde van 0,27 m² wvo per inwoner. Discounters (Aldi en Lidl) zijn helemaal niet gevestigd in het verzorgingsgebied.
C. Strijd met “Detailhandelsnota Gemeente Eindhoven” Volgens indiener gaat het ontwerpbestemmingsplan voorbij aan de conclusies van “Detailhandelsnota Gemeente Eindhoven”. Gemeentelijk standpunt Het winkelcentrum Achtse Barrier is een bestaand wijkwinkelcentrum in het noorden van de gemeente Eindhoven. De raad van de gemeente Eindhoven heeft 15 december 2015 “Wie kiest, wordt gekozen Detailhandelsnota Gemeente Eindhoven” vastgesteld. Deze nota is bedoeld om duidelijkheid te bieden aan partijen die actief zijn in de Eindhovense detailhandel en /of die dit willen worden. We kiezen voor
Pagina 67 van 84
de bestaande verzorgingsstructuur en streven er dus naar om deze zoveel mogelijk te versterken. De locatie Ardèchelaan behoort tot een in de gemeentelijke detailhandelsnota aangewezen winkellocatie, heeft echter een matig perspectief en dient zich idealiter te versterken. De detailhandelsnota zegt hierover: “In het noordwesten van Woensel-Noord zouden in een blanco situatie de 2 centra in de Achtste Barrier worden samengevoegd tot één compleet wijkcentrum op een centrale plek in dit verzorgingsgebied. De stedenbouwkundige opzet van Achtse Barrier met een groen hart, biedt hiertoe echter geen voor de hand liggende mogelijkheden. Er zijn al tijden (zachte) plannen voor de ontwikkeling van de Ardèchelaan waar ook ruimtelijk mogelijkheden zijn (in tegenstelling tot het Biarritzplein). In dit geval streven we naar een versterking van Ardèchelaan tot wijkcentrum (klein). Dit zou bij voorkeur in combinatie met een herpositionering van het Biarritzplein moeten gaan. Qua ontwikkelingsrichting zou dan b.v. relocatie van de ondernemers naar Ardechelaan of andere centra met voldoende perspectief het streven zijn.”. De plannen waarvoor nu het bestemminsplan voorligt, gaan o.a.
uit van sloop van bestaande winkelmeters met herschikking van de bestaande aanbieders, optimalisering van de openbare ruimte en toevoeging van een discountsupermarkt (naast de reeds gevestigde full service supermarkt). Dit versterkt de positie van deze winkellocatie in de verzorgingsstructuur van Eindhoven. In het kader van het lokale detailhandelsbeleid is dit dus een gewenste ontwikkeling.
Conclusie zienswijze Mede naar aanleiding van deze zienswijze zijn een aantal onderzoeken van de toelichting van het bestemmingsplan ge-update. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen aan het bestemmingsplan zelf.
2.20
Bewoner 18
A. Verkeers- en parkeeroverlast Als gevolg van de voorgestelde plannen vreest indiener voor verkeersoverlast in de wijk en een gebrek aan parkeerruimte. Gemeentelijk standpunt
Pagina 68 van 84
Er is in het najaar van 2023 door “Groen Licht Verkeersadviezen” onderzoek gedaan naar de parkeersituatie in en rondom het voorliggende plangebied. In dit onderzoek is gewerkt met onderzoeksgebieden, waarbij een logische verdeling is gemaakt naar de functies in en om het plangebied met de bijbehorende parkeerplaatsen (zie onderstaande afbeelding).
Uit het parkeeronderzoek onder andere blijkt het volgende: - De bewoners van de Cantershoef parkeren op eigen terrein. De hoeveelheid parkeerplaatsen op eigen terrein is voldoende om te voorzien in de parkeerbehoefte van de Cantershoef. Omdat het een afgesloten terrein betreft, kunnen er geen derden parkeren waardoor er altijd voldoende parkeergelegenheid is voor de bewoners van de Cantershoef. - Voor de sporthal en het wijkcentrum geldt dat er geen hogere parkeerdruk dan 76% is gemeten. Dit betekent dat er dus voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Het is echter mogelijk dat op piekmomenten de bezoekers van de sporthal of het wijkcentrum in de Corezzelaan of de Auvergnelaan parkeren. De parkeernorm voor het wijkcentrum bedraagt 44 parkeerplaatsen (1.100 m² x 4,0 per 100 m²) en voor de sporthal 42 parkeerplaatsen (1.750 x 2,4 per 100 m²). Doordat de piekmomenten van beide voorzieningen op doordeweekse avonden ligt, is dubbelgebruik dan niet
Pagina 69 van 84
mogelijk. De parkeernorm komt daarbij uit op 86 parkeerplaatsen, terwijl er maar 41 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit betekent een bestaand (theoretisch) tekort van 45 parkeerplaatsen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hoeft een nieuwe ontwikkeling een bestaand parkeerplaatsentekort niet op te lossen. Immers, zonder de nieuwe ontwikkeling blijft het tekort ook als zodanig bestaan en verandert er dus feitelijk niets. Het voorliggende plan voorziet niet in een wijziging van het wijkcentrum/sporthal of de bijbehorende parkeerplaatsen, waardoor er geen verslechtering van de situatie zal optreden. In het parkeeronderzoek is er overigens voor gekozen om de sporthal / wijkcentrum mee te nemen in het onderzoek om zodoende de totale parkeerbehoefte inzichtelijk te hebben. Het parkeeronderzoek toont aan dat in de huidige / bestaande situatie, zelfs als ‘Almonte’ een thuiswedstrijd speelt, er geen sprake is van een feitelijk tekort. Er wordt daarom geconcludeerd dat in de bestaande situatie er voldoende openbare parkeergelegenheid is. Berekening aantal benodigde parkeerplaatsen op basis van de Nota Parkeernormen 2024. De 112 nieuwe appartementen: de bewoners van de nieuwe appartementen kunnen gaan parkeren op het parkeerdek op het dak van de nieuw te bouwen detailhandelszaken (het bruine vlak op bovenstaande afbeelding).
Het nieuwe woonprogramma bestaat uit: 40 stuks woningtype S – tweekamer appartement van ± 50 m2, sociale huur. Parkeernorm bewoners: 40 x 0,5 (appartement 50 - 75 m², sociale huur, restgebied) = 20. Parkeernorm bezoekers: 40 x 0,2 (appartement 50 - 75 m², sociale huur, restgebied) = 8. 40 stuks woningtype M – tweekamer appartement van ± 60 m2, middenhuur laag. Parkeernorm bewoners: 40 x 0,6 (appartement, huur vrije sector, restgebied) = 24. Parkeernorm bezoekers: 40 x 0,2 (appartement, huur vrije sector, restgebied) = 8. 32 stuks woningtype L – driekamer appartement van ± 70 m2, middenhuur hoog. Parkeernorm bewoners: 32 x 0,6 (appartement, huur vrije sector, restgebied) = 20. Parkeernorm bezoekers: 32 x 0,2 (appartement, huur vrije sector, restgebied) = 6. Totaal: 86 parkeerplaatsen. Hiervan zijn er 64 nodig voor de bewoners en 22 voor bezoekers. Voor de bewoners en hun bezoekers zullen 78 parkeerplaatsen worden aangelegd op het parkeerdek op de nieuw te bouwen supermarkt. Dit parkeerdek zal worden afgesloten met een slagboom, waardoor dubbelgebruik niet mogelijk is. De geplande ontmoetingsruimte is louter bedoeld voor de bewoners en bezoekers van de nieuw te bouwen appartementen en Cantershoef en de
Pagina 70 van 84
parkeergeneratie van de ontmoetingsruimte is dus al opgenomen in de bovengenoemde berekening. Hoewel de 86 normatieve parkeerplaatsen hoger ligt dan het aantal parkeerplaatsen dat zal worden aangelegd, is geen parkeerplaatsentekort te verwachten, omdat ook gekeken moet worden naar de aanwezigheidspercentages. Het drukste moment voor het gehele plangebied is de zaterdagmiddag. Op de zaterdagmiddag gelden voor zowel bewoners als hun bezoekers een aanwezigheidspercentage van 60%, waardoor er dan 86 x 60% = 52 parkeerplaatsen nodig zijn. Het drukste moment voor de bezetting van de parkeerplaatsen voor de woningen zijn de avonduren op werkdagen: 90% bezetting bewoners en 80% bezetting bezoek. Dit leidt tot een parkeervraag van 64 x 90% = 58 parkeerplaatsen + 22 x 80% = 18, waardoor in totaal 76 parkeerplaatsen nodig zijn. Er worden 78 parkeerplaatsen aangelegd, waardoor er dus voldoende aanbod is voor de vraag. Het wijkwinkelcentrum: het winkelcentrum zal bestaan uit twee supermarkten, kleinere detailhandelwinkel, horeca en dienstverlening met een oppervlakte van maximaal 4.750 m². Gezien het programma en de omvang van het aantal vierkante meters, wordt dit beschouwd als een wijkwinkelcentrum. De parkeernorm bedraagt 3,0 parkeerplaatsen per 100 m² aan bruto vloeroppervlak (wijkwinkelcentrum restgebied). Het aantal benodigde parkeerplaatsen is 47,5 x 3,0 = 143 parkeerplaatsen.
Er zullen voor de detailhandels/wijkwinkelcentrumfuncties 139 parkeerplaatsen worden aangelegd. Dit zijn openbare/vrij toegankelijke parkeerplaatsen, waarbij dubbelgebruik mogelijk is. Hierdoor moet ook worden gekeken naar de in het parkeerbeleid opgenomen aanwezigheidspercentages. Supermarkten hebben op zaterdagmiddag een aanwezigheidspercentage van 100%. Op koopavonden (het op een na drukste moment) bedraagt het aanwezigheidspercentage 80%. Winkels anders dan supermarkten zijn niet bij de aanwezigheidspercentages genoemd, maar zullen met supermarkten gelijk worden gesteld. Er is maximaal 4.600 m² aan detailhandel toegelaten, wat leidt tot een parkeernorm van 46 x 3,0 x 100% = 138 parkeerplaatsen. De op een na zwaarste functie is horeca (voor de resterende 150 m²), met een aanwezigheidspercentage van 75% op zaterdagmiddag. Dit levert een parkeervraag van 1,5 x 3 x 75% = 4 parkeerplaatsen. De normatieve parkeervraag komt hierdoor op zaterdagmiddagen 138 + 4 = 142 parkeerplaatsen. Er worden 139 parkeerplaatsen aangelegd, waardoor er normatief 3 te weinig zijn. Direct grenzend aan het plangebied zijn aan de Ardechelaan (15 parkeerplaatsen) en de Franse Baan (26 parkeerplaatsen) 41 openbare parkeerplaatsen aanwezig. Deze parkeerplaatsen worden gebruikt door de bewoners van de nabij gelegen woningen. Op
Pagina 71 van 84
zaterdagmiddag geldt voor bewoners een aanwezigheidspercentage van 60%, waardoor 41 x 40% = 16 parkeerplaatsen vrij zullen zijn. Hier kan het normatieve tekort van 3 parkeerplaatsen mee worden ingevuld en is sprake van een sluitende parkeerbalans. Als wordt gekeken naar het op een na drukste moment, koopavond, dan geldt voor de detailhandel een aanwezigheidspercentage van 80% en voor horeca 95%. De parkeervraag komt dan op (46 x 3,0 x 80%) + (1,5 x 3,0 x 95%) = 115 parkeerplaatsen. Met de 139 aan te leggen parkeerplaatsen wordt dan ruimschoots voorzien in de parkeerbehoefte. Ook uit het parkeeronderzoek/parkeertellingen van “Groen Licht Verkeersadviezen”, waarbij de resultaten geëxtrapoleerd zijn naar de nieuwe situatie, blijkt dat er in de nieuwe situatie voldoende parkeerplaatsen zullen zijn om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Hierdoor zijn over het algemeen geen parkeerproblemen te verwachten, al kan op zaterdagmiddagen de parkeerdruk als hoog worden ervaren (net zoals in de huidige situatie).
B. Schaduw De geplande woontoren zal zonlicht van het perceel van indiener wegnemen. Gemeentelijk standpunt Uit de bezonningsstudie blijkt dat in het voor- en najaar er halverwege de middag schaduw van de op te richten bebouwing zal zijn op het perceel van indiener. In zoverre zal indiener minder zonlicht ontvangen. Dit is echter maar gedurende enkele uren per dag het geval, waardoor niet gesteld kan worden dat er sprake is van onevenredig veel hinder.
C. Geluidsoverlast Door de plannen met betrekking tot de winkels verwacht indiener geluidsoverlast te ondervinden. Gemeentelijk standpunt Ten behoeve van de voorgenomen plannen zijn er geluidsonderzoeken uitgevoerd (zie bijlagen bij de toelichting) en hieruit blijkt dat er niet onevenredig veel geluidsoverlast te verwachten is. Hoewel een van de geplande supermarkten tegenover de woning van indiener is gelegen, is het parkeerterrein voor de winkels verder van de woning van indiener af gelegen, waarbij de op te richten bebouwing het geluid van het parkeerterrein deels kan tegenhouden. Geluidsoverlast is nooit volledig uit te sluiten, al is het subjectief: wat de een ervaart als overlast vindt
Pagina 72 van 84
een ander totaal niet hinderlijk. Van een onaanvaardbare geluidsoverlast zal blijkens de geluidsonderzoeken geen sprake zijn.
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.
2.21
Bewoner 19
Deze zienswijze is identiek aan die van “Bewoner 18”. Voor de beantwoording wordt daarom naar de beantwoording van “Bewoner 18” verwezen.
2.22
Bewoner 20
A. Informatievoorziening onvoldoende Indiener vindt dat de informatievoorziening over het plan onvoldoende is geweest. Zo is er geen informatieavond geweest waarbij bewoners uit de wijk uitleg hebben gekregen over de plannen. Gemeentelijk standpunt De omwonenden zijn in 2020 geïnformeerd middels nieuwsbrieven en de projectwebsite Hartje-Barrier.nl. Wegens de Coronapandemie en de bijbehorende maatregelen was het niet mogelijk om dit op een fysieke manier te organiseren. Er is daarom geen informatieavond georganiseerd, maar omwonenden konden wel digitaal participeren.
B. Aantasting uitzicht Indiener geeft aan nu vrij uitzicht te hebben op de groene long in de wijk, maar straks moet aankijken tegen de blinde muur van de nieuwe supermarkt. Gemeentelijk standpunt Indiener heeft nu zicht op de achterkant van de huidige winkels en woningen en op een parkeerplaats, waarbij in de verte enkele bomen zichtbaar zijn. Of er na uitvoering van de bouwplannen sprake is van een beter of slechter uitzicht is subjectief.
Pagina 73 van 84
C. Blinde muur Het is voor indiener onduidelijk hoe hoog de blinde muur van de LIDL wordt en waar de LIDL wil gaan lossen. Gemeentelijk standpunt De exacte hoogte kan pas worden bepaald bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. Het nu voorliggende bestemmingsplan laat een maximale hoogte toe van 6 meter. Waar er precies geladen en gelost zal worden is nog niet bekend, want dit komt bij het vergunningtraject aan de orde.
D. Indiener geeft aan straks vanuit zijn woning tegen de zijmuur van de LIDL aan te moeten kijken, waardoor zijn woning in waarde zal dalen. Hij wil daar compensatie voor. Gemeentelijk standpunt Als indiener van mening is dat zijn onroerend goed als gevolg van de voorgenomen plannen in waarde daalt, dan kan hij na vergunningverlening een aanvraag voor planschadevergoeding indienen. Er zal dan een onderzoek naar de waardedaling plaatsvinden door een onafhankelijke deskundige en als dan blijkt dat indiener onevenredig veel schade lijdt (meer dan het normaal maatschappelijk risico) dan krijgt hij deze schade vergoed, voor zo ver dit het maatschappelijk risico te boven gaat).
Conclusie zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen.
2.23
Waterschap De Dommel
A. Diverse wateraspecten zijn in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende uitgewerkt. Gemeentelijk standpunt Er heeft nader ambtelijke overleg en afstemming plaatsgevonden over de waterparagraaf tussen de gemeente Eindhoven en Waterschap De Dommel. Naar aanleiding hiervan is de waterparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan aangepast en is de dubbelbestemming
Pagina 74 van 84
“Waterstaat – Waterbergingsgebied” in het bestemmingsplan opgenomen. Hiermee is de gehele zienswijze beantwoord.
Conclusie zienswijze De zienswijze heeft geleid tot aanpassing van de waterparagraaf (hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan) en tot wijziging van het bestemmingsplan met het opnemen van de dubbelbestemming “Waterstaat – Waterbergingsgebied”. Wijzigingen naar aanleiding van deze zienswijze aan het bestemmingsplan: Regels Ingevoegd artikel 8: Waterstaat – Waterbergingsgebied”.
Artikel 8 Waterstaat - Waterbergingsgebied 8.1
Bestemmingsomschrijving
De voor `Waterstaat - Waterbergingsgebied´ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van het Regionale waterbergingsgebied en Reservering waterbergingsgebied, met de daarbij behorende bouwwerken. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bebouwing Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de waterberging. 8.2.2 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van gebouwen geldt een maximum bouwhoogte van 3 m. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 2 m. 8.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) mits het waterbergend vermogen van de gronden niet wordt aangetast. Alvorens burgemeester en wethouders beslissen op een daartoe strekkende omgevingsvergunning winnen zij advies in van het waterschap.
Pagina 75 van 84
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: c. het ophogen van gronden; d. het aanbrengen van kaden of het wijzigen daarvan. 8.4.2 Uitzonderingen Het in lid 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op een werk en werkzaamheden welke: e. het normale beheer of onderhoud betreffen; f. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; g. al legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; h. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend. 8.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 8.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden.
Alvorens burgemeester en wethouders beslissen op een daartoe strekkende omgevingsvergunning wordt advies ingewonnen bij het waterschap.
Verbeelding: - Dubbelbestemming “Waterstaat – Waterbergingsgebied” toegevoegd. Dit op verzoek van het waterschap, om de waterbergingsgebieden te beschermen.
Pagina 76 van 84
3 Ambtshalve wijzigingen Een aantal wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan worden ambtshalve doorgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op deze wijzigingen en waarom de wijzigingen worden doorgevoerd. Regels Artikel 1 Begrippen 1. De volgende begrippen worden toegevoegd om de leesbaarheid van het plan te vergroten en verkeerde interpretaties te voorkomen: o 1.8 archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). o 1.9 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden). o 1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). o 1.14 behoud ex situ: behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving. o 1.15 behoud in situ: behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen). o 1.28 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied. o 1.40 inwoning: a.
woonvorm, waarbij de volledig eigenaar/volledig eigenaren van de woning die gedurende de inwoning door hem/hen en eventueel zijn/hun gezin ten minste één jaar in ongewijzigde samenstelling (behoudens naar algemene maatstaven passende wijzigingen) wordt bewoond, in die woning één (of meerdere) kamer(s) in gebruik geeft/geven aan maximaal één persoon en maximaal twee minderjarige kinderen van die persoon; b. woonvorm, waarbij de hoofdhuurder van de woning van een woningcorporatie die gedurende de inwoning door
Pagina 77 van 84
hem en eventueel zijn gezin ten minste één jaar in ongewijzigde samenstelling (behoudens naar algemene maatstaven passende wijzigingen) wordt bewoond, in die woning één (of meer) kamer(s) in gebruik geeft aan maximaal één persoon en maximaal twee minderjarige kinderen van die persoon. o 1.41 kamerbewoning: woonvorm - niet zijnde inwoning in de zin van artikel 1.40 - waarbij sprake is van woonruimte die bestaat uit één of meer verblijfsruimten, die geen eigen afzonderlijke toegang heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche/bad en/of toilet) buiten die onzelfstandige woonruimte, met dien verstande dat hieronder niet wordt verstaan maatschappelijke voorzieningen in de vorm van beschermd en/of verzorgd wonen. De huisvesting van maximaal twee personen die geen gezamenlijk huishouden voeren wordt niet als kamerbewoning aangemerkt. o 1.49 onzelfstandige woonruimte: woonruimte (kamer) in een (deel van een) gebouw, die door de aard van de inrichting en het gebruik het privédomein van de bewoner is, die (mede) is aangewezen op het gebruik van gezamenlijke wezenlijke voorzieningen elders in dat (deel van het) gebouw. De begrippen in het bestemmingsplan staan op alfabetische volgorde en zijn door de bovenstaande toevoegingen van begrippen zo nodig vernummerd. 2.
De betekenis van het begrip “detailhandel” (1.24 in het ontwerpbestemmingsplan / 1.30 in het bestemmingsplan) wordt aangepast van “het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen internetwinkel/webwinkel en afhaalpunten. Onder detailhandel wordt in dit plangebied niet begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.” naar “het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen internetwinkel/webwinkel en afhaalpunten. Onder detailhandel wordt in dit plangebied niet begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel en tuincentrum.” Hierdoor vallen supermarkten ook onder het begrip detailhandel.
Pagina 78 van 84
Artikel 3 Detailhandel 1. 3.1 sub b: “is uitsluitend toegestaan op de begane grond,” is verwijderd (is al geregeld in sub p van het bestemmingsplan). 2. 3.1 sub n (van het bestemmingsplan) 4.400 m² veranderd naar 4.600 m². 3. 3.1: nummering is aangepast, zodat dit nu logisch is. 4. 3.2.1 sub c: ter verduidelijking is “%” toegevoegd. 5. 3.2.1 sub d: is ter verduidelijking veranderd van “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding 1’ mag - met afwijking van de ter plaatse toegestane bouwhoogte - een overkapping al dan niet voorzien van zonnepanelen worden gebouwd ten behoeve van auto’s met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter, gerekend vanuit het peil van het dak.” in “ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - 1’ mag, in afwijking van de ter plaatse toegestane maximum bouwhoogte, een voor auto's bedoelde overkapping, al dan niet voorzien van zonnepanelen, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3,5 meter gerekend vanaf het parkeerdek.” 6. 3.2.3 aanhef: toegevoegd ter verduidelijking is “, in afwijking van het bepaalde in 3.2.1,”. 7. 3.2.3. toegevoegd is sub a: “gebouwen voor het opwekken van duurzame energie mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;” Artikel 4 Verkeer – Verblijfsgebied (was artikel 5 is nu artikel 4): 1. 4.1: ter verduidelijking is de nummering aangepast. 2.
De bestemming Verkeer – Verblijfsgebied is verplaatst naar artikel 4. Artikel 5 Wonen (was artikel 4 is nu artikel 5): 1. 5.1 sub b is in overleg met initiatiefnemer verwijderd: “horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond, zoals genoemd in de `Lijst van horeca-activiteiten´ (bijlage 1) behorende tot de subcategorieën 1a, 1b en 2b;”. 2. 5.1 sub c is in overleg met initiatiefnemer verwijderd: “dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instellingen;”. 3. 5.1 sub d is in overleg met initiatiefnemer verwijderd:” maatschappelijke voorzieningen;”. 4. 5.1 onder “met dien verstande dat” sub e is verwijderd, omdat deze door de bovengenoemde verwijderingen geen betekenis meer heeft: “de onder 4.1. b. tot en met e. genoemde functies uitsluitend zijn toegestaan op de begane grond met een gezamenlijk bruto vloeroppervlak niet meer dan 450 m2 bvo;”. 5. 5.1 onder “met dien verstande dat” sub f is veranderd van “de onder 4.1. f genoemde functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - ontmoetingsruimte”, met een bruto vloeroppervlak
Pagina 79 van 84
6. 7. 8.
9.
niet meer dan 475 m² bvo, waarbij het bijbehorende terras met een maximale oppervlakte van 150 m² bvo is toegestaan ter plaatse van de aanduiding “terras”;” in “de onder 5.1. sub b genoemde functie uitsluitend is toegestaan op de begane grond ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van wonen ontmoetingsruimte”, met een inpandig bruto vloeroppervlak van maximaal 475 m² bvo en een bijbehorend terras met een maximale oppervlakte van 150 m² bvo ter plaatse van de aanduiding “terras”;. 5.1: naar aanleiding van bovengenoemde verwijderingen is 5.1 vernummerd, zodat er een logische nummering is. 5.2.3 aanhef: toegevoegd ter verduidelijking is “, in afwijking van het bepaalde in 5.2.1,”. 5.2.3. toegevoegd is sub a: “gebouwen voor het opwekken van duurzame energie mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;”. De bestemming Wonen is verplaatst naar artikel 5.
Ingevoegd is artikel 6: Waarde – Archeologie 3 Dit ter bescherming van de archeologische waarden. 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' (terrein van archeologische waarde) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 50 m2 van de grond wordt geroerd én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 6.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden.
Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van
Pagina 80 van 84
archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 50 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 6.4.2 Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 6.3. 6.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 6.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten
Pagina 81 van 84
gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden; b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Ingevoegd artikel 7: Waarde – Archeologie 4 Dit ter bescherming van de archeologische waarden. 7.1 Betemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' (hoge verwachting, historische kern) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: het bebouwen van gronden waarbij minder dan 100 m2 van de grond wordt geroerd, én; het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden.
Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 2. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 3. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
Pagina 82 van 84
7.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 100 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen.
7.4.2 Uitzonderingen Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 7.3. 7.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 7.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden. b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Pagina 83 van 84
Naar aanleiding van de invoeging van de beide bovengenoemde dubbelbestemmingen en de invoeging van de bestemming “Waterstaat – Waterbergingsgebied”, zijn de opvolgende regels in de hoofdstukken 3 en 4 vernummerd. Artikel 12 Parkeren bij wijziging gebruiksfunctie: Verwijderd is: “en opgenomen bij de planregels” (nu sub a). Toegevoegd is sub b: “als de onder a. genoemde beleidsregelingen worden gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling(en) bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.” De tekst van de aanhef is hierdoor “sub a” geworden.
Verbeelding: - Dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” toegevoegd. Dit om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met het archeologiebeleid. - Dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” toegevoegd. Dit om het bestemmingsplan in overeenstemming te brengen met het archeologiebeleid. - Bestemming “Wonen – 1” verandert naar “Wonen” zodat het aansluit op de regels van de bestemming “Wonen”.
Pagina 84 van 84