CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Monitoringsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Centrumgebied

Raadsvergadering 12 oktober 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven Centrum13.679 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Uitvoeringsplan grondwatermonitoring Gebiedsgericht Grondwaterbeheer Eindhoven-Centrum Monitoringsplan periode jaar 1 t/m 5 Klant:

Gemeente Eindhoven

Referentie: BH4687_T&P_RP_2011121158 Status:

Definitief/3.0

Datum:

12 november 2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Larixplein 1 5616 VB EINDHOVEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 42 50 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Uitvoeringsplan grondwatermonitoring Gebiedsgericht Grondwaterbeheer

Eindhoven-Centrum

Ondertitel: Monitoring GGB Eindhoven Centrum Referentie: BH4687_T&P_RP_2011121158 Status: 3.0/Definitief Datum: 12 november 2020 Projectnaam: GGB Eindhoven Centrum Projectnummer: BH4687 Auteur(s): Bart Hoogenberg Gecontroleerd door: Erika van Mil Datum: 12 november 2020 Goedgekeurd door: Bart Hoogenberg Datum: 12 november 2020

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

1

2

Achtergrondinformatie

2

2.1

Gebiedsplan

2

2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4

Beheer- en doelgebiedsgrens Bodemverontreinigingen Kwetsbare objecten Normering

2 4 6 6

2.2

Monitoringsprogramma

7

2.2.1 2.2.2 2.2.3

Monitoringsdoelstellingen Uitgangspunten monitoringssysteem Fall-back maatregelen

7 10 11

3

Uitwerking monitoringsprogramma

12

3.1

Inleiding

12

3.2

Positiebepaling bemonsteringslocaties

12

3.2.1

Omgevingsgerichte monitoring (OM)

13

3.2.1.1

Controle Doelgebiedsgrens (en Beheergebiedsgrens)

13

3.2.1.2

Verificatie rand TU/e- terrein

16

3.2.1.3

Verificatie kwaliteit instromend grondwater Beheergebiedsgrens

17

3.2.2

Gebiedsgerichte monitoring (GM)

18

3.2.2.1

Verificatie bedreigde objecten

18

3.2.2.2

Verificatie pluimgedrag

22

3.2.2.3

Verificatie algemene gebiedskwaliteit

25

3.3

Fasering en monitoringsfrequentie

31

3.3.1 3.3.2 3.3.3

Fasering operationeel maken monitoringssysteem IJkmomenten Monitoringsfrequentie

31 34 35

3.4

Signaal- en actiewaarden

37

3.5

Fall Back maatregelen

39

3.6

Verslaglegging

40

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

ii

Projectgerelateerd

Bijlagen Bijlage 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Totaaloverzichten Overzicht grenzen GGB en verontreinigingscontouren Totaaloverzicht monitoringspeilbuizen Totaaloverzicht monitoring oppervlaktewater Totaaloverzicht peilbuizen met signaal- en actiewaarden Totaaloverzicht peilbuizen met Prioriteit 1 Overzicht aanwezige WKO en onttrekkingssystemen

Bijlage 2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Detailtekeningen Omgevingsmonitoring Deellocatie 12 Deellocatie 13 Deellocatie Tu/e Deellocatie Bovenstroomse zijde

Bijlage 3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Detailtekeningen Gebiedsgerichte monitoring Deellocatie Gender Deellocatie Dommel TU/e Deellocatie Dommel Vestdijk Deellocatie 1 en 2 Deellocatie 12 Deellocatie 13 Deellocatie 17 Deellocatie Onttrekkingen Neckerspoel Deellocatie WKO’s

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding

Het centrum van de gemeente Eindhoven kent een rijk industrieel verleden. Als gevolg hiervan is een erfenis achtergelaten in de vorm van grootschalige bodemverontreinigingen met chloorkoolwaterstoffen (VOCL) tot op grote diepte. Ten gevolge van natuurlijke verspreiding en het dynamisch gebruik van de ondergrond is de omvang toegenomen. Een gevalsgerichte saneringsaanpak voor deze verontreinigingen is hierdoor niet meer doelmatig en kosteneffectief. De verontreinigingssituatie heeft impact op diverse gebruiksvormen van de ondergrond en het realiseren van maatschappelijke opgaven (ruimtelijke ordening, klimaat, energie). De gemeente Eindhoven is daarom voornemens voor het centrumgebied Gebiedsgericht Grondwaterbeheer conform de Wet Bodembescherming toe te passen. Hiertoe is een Gebiedsplan opgesteld1, waarin de gebiedsgerichte aanpak van GGB is beschreven. Het Gebiedsplan heeft tot doel door gericht beheer en een daaruit voortvloeiende aanpak van aanwezige VOCl-verontreinigingen, duurzaam gebruik van de ondergrond binnen het centrumgebied eenvoudiger te maken. Hierbij worden de omgeving en kwetsbare objecten beschermd tegen de grondwaterverontreinigingen, wordt een optimale benutting van de ondergrond mogelijk gemaakt en vindt een verbetering van de grondwaterkwaliteit plaats.

Het Gebiedsplan maakt de samenhang en de afhankelijkheid van de verschillende vormen van gebruik van de ondergrond zichtbaar en geeft hiervoor randvoorwaarden. Het beschermen, benutten en verbeteren wordt bereikt door een monitoringsstrategie en het bevorderen van een gerichte saneringsaanpak van bronnen van verontreinigingen. Om aan te tonen dat de doelstellingen van het Gebiedsplan ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, zal de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater gemonitoord worden. Met onderhavig Uitvoeringsplan wordt een uitwerking gegeven van de wijze waarop de monitoring conform het Gebiedsplan zal worden uitgevoerd. Dit uitvoeringsplan zal gelijktijdig met het Gebiedsplan ter beoordeling aan het bevoegd gezag worden toegezonden. Het Uitvoeringsplan wordt periodiek geactualiseerd (evaluatie, herijking), waarna een gewijzigd Uitvoeringsplan wordt opgesteld. De resultaten van de monitoring worden enerzijds gebruikt voor het toetsen en optimaliseren van het gebruikte grondwatermodel2. Anderzijds kunnen lokale ontwikkelingen aanpassingen van de monitoringsstrategie noodzakelijk maken. Hiermee betreft dit Uitvoeringsplan een dynamisch document dat minimaal iedere 5 jaar geëvalueerd en geactualiseerd zal worden.

Het onderhavige Uitvoeringsplan beslaat daarom de eerste vijf jaar vanaf het moment van inwerkingtreding van het Gebiedsgericht grondwaterbeheer Centrumgebied Eindhoven.

1 2

Gebiedsplan Gebiedsgericht grondwaterbeheer Eindhoven Centrum, Gemeente Eindhoven, 19 oktober 2020 Geohydrologische modelstudie Centrumgebied e.o. te Eindhoven, Geofoxx, 17 maart 2020

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

1

Projectgerelateerd

2

Achtergrondinformatie

2.1

Gebiedsplan

In het Gebiedsplan is een uitwerking opgenomen van de aanwezige bodemverontreinigingen en de ontwikkelingen van de grondwaterverontreinigingen in relatie tot het gebruik van de ondergrond binnen het centrumgebied. Tevens is het juridisch kader en de organisatorische aspecten rondom GGB uitgewerkt. Voor detailinformatie hierover wordt verwezen naar het Gebiedsplan. De aspecten uit het Gebiedsplan die van belang zijn voor het Uitvoeringsplan van de monitoring zijn navolgend samengevat overgenomen.

2.1.1

Beheer- en doelgebiedsgrens

Ten behoeve van het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer is een Beheergebied gedefinieerd en omvat een groot deel van het centrum van Eindhoven. Bij de afbakening ervan is getracht zo veel als mogelijk aan te sluiten bij hydrologisch (De Dommel) of infrastructureel (binnenste / buitenste Ringweg) goed te onderscheiden elementen. Verdere overwegingen zijn: • het buiten het gebied houden van de ontwikkelingslocatie Strijp S. Voor deze locatie zijn, evenals voor het verder noordelijk gelegen Strijp R, separate afspraken voor omgang met grond(water)verontreinigingen gemaakt en plannen opgesteld; • het binnen de grenzen opnemen van alle relevante VOCl-verontreinigingen zoals die momenteel bekend zijn. Hierbij is er naar gestreefd het gebied niet groter te maken dan strikt noodzakelijk; • het omvatten van de meest relevante dynamische ontwikkelingen in het centrumgebied met verwacht effect op het grondwater. Hieronder vallen bestaande en toekomstige WKO-installaties, ondergrondse bebouwing en (tijdelijke) bemalingen; • het omvatten van het verwachte verspreidingsgebied van de verontreinigingen dat als gevolg van de natuurlijke stroming en dynamiek (m.n. WKO), ondanks bronaanpak, mogelijk beïnvloed zal worden. Het uiteindelijk bepaalde gebied is in navolgende figuur weergegeven.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

2

Projectgerelateerd

Figuur Dimensies Beheergebied Eindhoven-Centrum

Het gehele gebied omvat ca. 7,5 km2 en heeft een omtrek van 13,5 km. Horizontale gebiedsgrens Binnen het totale gebied is – horizontaal – sprake van een tweedeling: • Het Beheergebied (het rood omlijnde gebied). Dit omvat het gehele gebied, inclusief het noordelijke en noordoostelijke deel tot de buitenring. De noordelijke – stroomafwaartse – begrenzing van het Beheergebied is gedimensioneerd op de modelmatig bepaalde verspreiding (zonder additionele beheers- of saneringsactiviteiten) van het grondwater in een periode van ca. 50 jaar. Dit gebied is de procedureel vastgestelde maximale omvang van het gebied waarvoor het Gebiedsplan geldt; • Het Doelgebied (het groen omlijnde gebied). Dit omvat het gehele gebied waarbinnen verspreiding van de aangetoonde VOCl-verontreinigingen is toegestaan. Het omvat het gehele gebied behoudens het deel buiten de binnenring. Het is nadrukkelijk de wens om de verspreiding van de verontreinigingen tot dit gebied te beperken. Daarmee wordt het grondwatervolume dat mogelijk licht verontreinigd raakt (dit noemen we ‘vergrijzing’) in de toekomst zoveel mogelijk beperkt. Verticale gebiedsgrens Naast een horizontale gebiedsgrens is ook gekozen voor een verticale zonering omdat de strategische doelstellingen voor de kwaliteit van het grondwater boven en onder de 1e scheidende laag (aanwezig op ca.

90 m -mv) sterk verschillen: • Boven de 1e scheidende laag (behorend bij de formatie van Sterksel), in het 1e watervoerende pakket (WVP), is het beleid gericht op het faciliteren van stedelijke ontwikkelingen en het opheffen van knelpunten die het gevolg zijn van de aanwezigheid van de verontreinigingen; • Onder de 1e scheidende laag, in het 2e WVP, is het beleid gericht op het veilig stellen van de waterkwaliteit ten behoeve van menselijke consumptie (Strategische drinkwatervoorraad).

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

3

Projectgerelateerd

De verticale zonering biedt de beste mogelijkheid om de ondergrond optimaal te benutten en tegelijkertijd de bescherming van (toekomstige) grondwaterwinning te garanderen. De maximaal toegestane concentraties aan verontreiniging binnen het Beheergebied liggen namelijk duidelijk boven de maximale toegestane waarden ten behoeve van (potentieel toekomstige) drinkwaterwinning. De 1e scheidende laag is de enige barrière tussen het 1e en 2e watervoerende pakket en vormt in die zin de natuurlijke bescherming van de strategische drinkwatervoorraad. Aantasting van deze scheidende laag (doorboren etc.) is onwenselijk, vandaar dat een veilige marge wordt ingebracht door een afstand van ca. 10 meter boven de 1e scheidende laag aan te houden als verticale begrenzing van het Beheergebied. In verband met eenduidigheid wordt de ondergrens van het Beheergebied daarom vastgelegd op ca. 80 m mv (oftewel 60 m -NAP).

2.1.2 •

•

•

Bodemverontreinigingen

Het Gebiedsplan geldt alleen voor historische gevallen van bodemverontreinigingen met VOCl die in het Beheergebied liggen en die, publiekrechtelijk gezien, onder de verantwoordelijkheid van de GGBbeheerder vallen. In totaal is sprake van 18 bekende locaties oftewel “gevallen van bodemverontreiniging” met de stof VOCl binnen het Centrumgebied. Voor al deze locaties, behoudens de Witte Dame, geldt dat de gemeente Eindhoven verantwoordelijk is voor de (aanpak van de) verontreiniging. In totaal 16 “gemeentelijke” locaties bevinden zich binnen de doelgebiedsgrens en maken derhalve onderdeel uit van het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer en vallen, bij de start van het GGB, onder het Gebiedsplan. Navolgend is de nummering en de situering van de “gevallen van bodemverontreiniging” binnen Eindhoven Centrum opgenomen: 1. Hessen Kasselstraat 8; 2. Palingstraat; 3. Hallenweg ongenummerd; 4. Hallenweg 12; 5. Gestelsestraat; 6. Grote Berg 81-101; 9. Gagelstraat; 10. Vestdijktunnel; 11. Kruisstraat 68/68a; 12. Kruisstraat 97/138; 13. Tapuitstraat / Rietvinkstraat; 14. Bleekstraat; 15. Stratumseind 34/36; 16. Vestdijk Philip Morris; 17. Kerkstraat 10/34; 18. Begijnenhof.

De volgende gevallen van bodemverontreiniging maken op dit moment geen onderdeel uit van het Gebiedsgericht grondwaterbeheer van het Centrumgebied: 1. De Witte Dame (Verantwoordelijkheid verontreiniging ligt niet bij de gemeente Eindhoven); 2. Strijpsestraat / Den Bult (valt buiten begrenzing gebiedsplan; wordt gevalsgericht gesaneerd);

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

4

Projectgerelateerd

Figuur Verontreinigingen in grondwater in het centrumgebied.

Van de 16 “gemeentelijke” gevallen van bodemverontreiniging kunnen volgens de geohydrologische modelstudie de volgende verontreinigingen resulteren in een significante toename van de omvang en daardoor de doelstellingen van het Gebiedsplan in potentie bedreigen: 1. 2. 12. 13. 17.

Hessen Kasselstraat 8; Palingstraat; Kruisstraat 97/138; Tapuitstraat / Rietvinkstraat; Kerkstraat 10/34;

Het pluimgedrag van deze gevallen van bodemverontreiniging worden in het kader van het Gebiedsplan daarom specifiek gemonitoord.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

5

Projectgerelateerd

2.1.3

Kwetsbare objecten

In het gebiedsplan wordt rekening gehouden met de navolgende vastgestelde beschermde/kwetsbare objecten: • De IJzeren Man en de Karpendonkse Plas, gelegen in de noordoosthoek van Eindhoven, als onderdelen van het Nationaal Natuurnetwerk; • De Dommel, vallend onder de KRW-oppervlaktewaterlichamen; • Het 2e watervoerende pakket als strategische drinkwatervoorraad; • Gebieden met kwelsituatie of zeer ondiepe grondwaterstand, zie navolgende figuur. In deze figuur zijn de relevante kwelgebieden / laaggelegen gebieden zichtbaar als ‘donkerblauw’. Duidelijk is dat de gebieden in de directe nabijheid van De Gender en De Dommel gelegen zijn.

Figuur Overzichtstekening grondwaterstanden (ten opzichte van maaiveld) in het centrumgebied

2.1.4

Normering

Bescherming gebiedsgrenzen “De maximaal aanvaardbare concentratie aan verontreiniging buiten het beheergebied, bij het passeren van de Beheergebiedsgrens, is de interventiewaarde. Daarbovenop geldt als doelstelling dat de concentratie op de Doelgebiedsgrens enkel in uitzonderingsgevallen de interventiewaarde mag overschrijden.” Op de Beheergebiedsgrens, maar feitelijk op de Doelgebiedsgrens, mag de concentratie aan verontreiniging maximaal de interventiewaarde worden. De focus bij het gebiedsgericht beheer van het verontreinigde grondwater ligt op het bewaken van de grenzen van het Doel- en Beheergebied. Uiteindelijk resulteert een maatregel erin dat de gebiedsgrenzen, en het stroomafwaarts daarvan gelegen gebied, beschermd worden. Enkel in uitzonderlijke gevallen kan (door de GGB-beheerder) toegestaan worden dat de Doelgebiedsgrens overschreden wordt en dat verontreiniging zich mag verspreiden tot maximaal de Beheergebiedsgrens. In deze uitzonderingsgevallen zal een objectieve afweging gemaakt moeten worden op, in elk geval, de aspecten “grondwaterkwaliteit”, “doelmatigheid”, “te leveren 12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

6

Projectgerelateerd

inspanning”, “maatschappelijk belang van veroorzakend aspect”, “financiën” en overige relevante punten. Deze onderbouwing maakt onderdeel uit van de periodieke “evaluatie” en wordt ter informatie aan de diverse bij het gebiedsbeheer betrokken instanties (ODZOB/Waterschap/Provincie) gestuurd. Bescherming kwetsbare objecten “Er mogen geen risico’s voor mens of ecosysteem optreden, kwetsbare objecten dienen beschermd te worden.” Kwetsbare objecten moeten beschermd worden en risico’s voor mens en ecologie moeten voorkomen dan wel weggenomen worden. Het gaat dan met name om het wegnemen van humane risico’s en het verwijderen van verontreinigingsvracht dan wel het nemen van passende beheersmaatregelen bij de bron om nalevering naar de pluim te voorkomen. Binnen het Beheergebied bevinden zich enkele beschermde/kwetsbare objecten: • De Dommel als ecologische verbindingszone en als KRW-oppervlaktewater; • Karpendonkse plas en de IJzeren Man, beide onderdeel van het Nationaal Natuurnetwerk; • Gebieden met kwelsituatie of zeer ondiepe grondwaterstand binnen het Beheergebied; • Het 2e watervoerend pakket als onze strategische drinkwatervoorraad.

2.2

Monitoringsprogramma

Aan de hand van het monitoringprogramma wordt getoetst in hoeverre de doelstellingen van het Gebiedsplan ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. De monitoring in het Doel- /Beheergebied is gestoeld op twee kenmerken: 1. omgevingsgerichte (controlerende) monitoring op de gebiedsgrens, bedoeld om te toetsen of de beheerdoelstelling gerealiseerd wordt; 2. gebiedsgerichte (verifiërende) monitoring binnen het gebied, gericht op bescherming van bedreigde objecten, het toetsen van de pluimontwikkeling en de algemene grondwaterkwaliteit en daarmee (dus) de mogelijke risico’s voor het gebiedsbeheer. De GGB-beheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van de monitoring. De GGB-beheerder legt de resultaten van de monitoring en de eventuele te ondernemen aanvullende maatregelen ter goedkeuring voor aan het bevoegd gezag Wbb.

2.2.1

Monitoringsdoelstellingen

Op basis van de beschreven gebiedsgrenzen en -indeling en de gehanteerde uitgangspunten zijn de volgende monitoringsdoelen geformuleerd: Omgevingsgerichte (controlerende) monitoring 1. controle Doelgebiedsgrens (en Beheergebiedsgrens); 2. verificatie rand TU/e-terrein. De omgevingsgerichte monitoring richt zich primair op de verwachtingen van het geohydrologische model. Dit betekent dat doelgerichte monitoring wordt verricht op die plaatsen waar er sprake is – op grond van het model – van potentiële bedreiging van de Doelgebiedsgrens. Gebiedsgerichte (verifiërende) monitoring 3. verificatie bedreigde objecten; 4. verificatie pluimgedrag; 5. verificatie algemene gebiedskwaliteit.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

7

Projectgerelateerd

Doelgerichte omgevingsgerichte monitoring kan alleen indien periodiek voldoende informatie over de ontwikkelingen binnen het Beheergebied beschikbaar komt, de gebiedsgerichte monitoring. Hiermee wordt de algemene kwaliteit en de ontwikkeling daarin als gevolg van afbraak, maar ook dynamiek, binnen het Beheergebied gecontroleerd. De informatie komt van peilbuizen en bestaande (en nieuwe) bodemenergie-installaties en onttrekkingen. De monitoringsdoelen en de bijbehorende monitoringsinspanning worden navolgend toegelicht. Ad 1. Controle Doelgebiedsgrens (en Beheergebiedsgrens) Het uitgangspunt is dat op de Doelgebiedsgrens de concentratie in de pluim maximaal oploopt tot de interventiewaarde. Uit de modelberekeningen blijkt dat, zonder aanvullende saneringsmaatregelen, deze grens de komende 25 jaar waarschijnlijk nergens wordt bereikt. Gezien de grondwaterstromingsberekeningen zullen de volgende bekende verontreinigingspluimen deze grens in de periode daarna wel kunnen bereiken: - locatie 12 Kruisstraat 97/138 - locatie 13, Tapuitstraat De controle vindt waar mogelijk plaats op een “5-jaars”-afstand van de Doelgebiedsgrens. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde modelberekeningen is dit ca. 100 meter.

Uiteraard is bij al deze berekeningen uitgegaan van de op dit moment actieve WKO-systemen en onttrekkingen waarbij, in beperkte mate, geanticipeerd is op verwachte toekomstige ontwikkelingen. Omdat de schakeling van WKO-doubletten (combi van koude- en warmtebron) ten opzichte van elkaar grotendeels bepaalt of de grondwaterstroming min of meer stagnant of juist extra snel is, kan zeker niet enkel van modelvoorspellingen uitgegaan worden. Monitoring op de Doelgebiedsgrens is daarmee essentieel. Zoals eerder gesteld is het streven van de GGB-beheerder om verontreiniging niet verder te laten stromen dan deze (Doelgebieds-)grens. Hiermee is een zo gering mogelijk grondwatervolume betrokken in het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer en wordt maximale bescherming geboden aan de IJzeren Man en Karpendonkse Plas. Mocht om zwaarwegende redenen besloten worden om te accepteren dat de Doelgebiedsgrens wordt overschreden dan wordt op dat moment een nieuwe monitoringslijn ingericht ter hoogte van de Beheergebiedsgrens. NB: uit de modelberekeningen blijkt dat het verontreinigde grondwater in de toekomst ónder de IJzeren Man en Karpendonkse Plas door stroomt. Ad 2. Verificatie rand TU/e-terrein Middels de modelberekeningen is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd van mogelijke effecten als gevolg van de WKO-doubletten op het TU/e-terrein.

Hieruit is gebleken dat, bij de huidige verwachte schakeling van de WKO-systemen, eventueel aan de zuidwestkant van het terrein aanwezige verontreiniging - in relatief korte termijn, namelijk ca. 10 jaar - de oostkant van het terrein kan bereiken en daarmee de Doelgebiedsgrens. Aangezien de GGB-beheerder geen invloed heeft op de schakeling (of wijziging van de instelling) van dit bestaande WKO-systeem moet dit als een potentiële bedreiging voor het Gebiedsgerichte Beheer worden beschouwd. In de monitoringsopzet is rekening gehouden met een intensief meetnet aan de zuidwestzijde van het TU/e-terrein zodat de kwaliteit van het instromende grondwater bekend is. Feitelijk is dit monitoringsdoel een “voorloper” van de monitoring ten noordoosten van het TU/e -terrein. Het biedt tevens de kans om bij overschrijding een bewuste keuze te maken tussen “vergrijzing” van het grondwater onder het TU/eterrein en een extensieve beheersingsmaatregel aan de bedreigde zuidwestkant. 12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

8

Projectgerelateerd

Ad 3. Verificatie bedreigde objecten Vanuit de gebiedsinventarisatie in combinatie met de uitgevoerde modelberekeningen is een aantal bedreigde objecten gedefinieerd. De IJzeren Man en Karpendonkse Plas vallen buiten het Doelgebied en worden dus niet bedreigd door het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer. Mocht in een later stadium besloten worden om verontreiniging het Doelgebied uit en het Beheergebied in te laten stromen dan zullen beide plassen wél in dit monitoringsdoel betrokken moeten worden. De Dommel daarentegen valt binnen het Doelgebied en is, gezien de stromingsrichting in de deklaag en de kwelsituatie, een bedreigd object dat zeker aandacht behoeft. In eerste instantie wordt de monitoring hiervan risicogericht ingestoken. Dit betekent concreet dat op basis van de meest risicovolle grondwaterverontreinigingen op dit moment (beschouwd vanuit diepte, stromingsrichting en verontreinigingsgehalten) de monitoringslocaties van het oppervlaktewater worden geselecteerd. Op de volgende locaties wordt de oppervlaktewaterkwaliteit van de Dommel op termijn mogelijk bedreigd: • het oppervlaktewater in de zuidwesthoek van het TU/e-terrein, bedreigd door de verontreiniging “Kruisstraat 97/138; • het oppervlaktewater aan de zuidoostkant van het gebied ter hoogte van de Bleekstraat, bedreigd door de verontreiniging “Kerkstraat”. Ad 4.

Verificatie pluimgedrag De onder voorgaande monitoringsdoelen beschreven monitoringsinspanning richt zich met name op het “eindpunt”, op de maximaal toegestane verspreiding. In het kader van verantwoord Gebiedsbeheer is het uiteraard wenselijk, maar ook noodzakelijk, om eerder inzicht te hebben in het verspreidingsgedrag van de bekende grondwaterverontreinigingen en de invloed van alle WKO-systemen op de grondwaterstromingen en -kwaliteit. De GGB-beheerder zal hiertoe een selectie maken van bestaande (monitorings)peilbuizen van de drie gevallen van bodemverontreiniging die op grond van ligging, gemeten concentraties en huidige pluimgrootte een potentieel risico vormen voor de Doelgebiedsgrens. Dit zijn de verontreinigingen 12, Kruisstraat en 13, Tapuitstraat. De resultaten van deze monitoringspeilbuizen geven een vroegtijdig voorspellend gedrag op de Doelgebiedsgrens. Het doel van deze monitoring is om de risico’s van het Gebiedsbeheer beter, en eerder, in te kunnen schatten zodat indien nodig tijdig bijgestuurd kan worden. Ad 5. Verificatie algemene gebiedskwaliteit Naast de onder Ad 4. beschreven verificatie van het pluimgedrag van twee specifieke “gevallen van bodemverontreiniging” zal de GGB-beheerder een selectie maken van overige bestaande (monitorings-) peilbuizen van alle relevante, in het Beheergebied gelegen, “gevallen van bodemverontreiniging”.

Op grond van ligging en gemeten concentraties betreffen dit de locaties 1. Hessen Kasselstraat, 2. Palingstraat en 17. Kerkstraat. Ook gegevens die worden verkregen van de overige gevallen van bodemverontreiniging binnen de Doelgebiedsgrens (bijvoorbeeld de jaarlijkse monitoring locatie 7. Witte Dame) worden meegenomen bij de verificatie van de algemene gebiedskwaliteit. De resultaten die in het kader van de algemene gebiedskwaliteit worden verkregen hebben eveneens tot doel om de risico’s van het Gebiedsbeheer beter en eerder in te kunnen schatten zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Als onderdeel van dit monitoringsdoel geldt ook dat lopende beheersingen / onttrekkingen periodiek bemonsterd zullen worden, c.q. resultaten (in het kader van verplichte monitoring) gebruikt zullen worden: • diepere filters van de ontwatering Fellenoord/Neckerspoel; • influent beheersing Hessen Kasselweg; • influent beheersing Palingstraat. 12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

9

Projectgerelateerd

Daarnaast kunnen de GGB-beheerder meer gegevens ter beschikking staan, afhankelijk van de te maken afspraken. De GGB-beheerder kan, als onderdeel van de afspraken met initiatiefnemers, verzoeken om monitoringsgegevens van grondwateronttrekkingen, of met WKO-beheerders afspreken dat periodiek de concentratie VOCL in het onttrokken grondwater wordt gemeten. Het is cruciaal dat de GGB-beheerder en de ODZOB op dit vlak goede afstemming hebben over de ontvangen meldingen en vergunningaanvragen voor werkzaamheden in de ondergrond. De verplichting om informatie te leveren geldt ook voor probleemeigenaren die hun verontreinigingspluim overdragen aan de GGB-beheerder. Het is zeer aan te raden om, als onderdeel van de afkoopovereenkomst, de (voormalige) probleemeigenaar gegevens te laten verstrekken omtrent en/of betrekking hebbend op de grondwaterkwaliteit (bijv. van de bronsanering, van de monitoring van het effect van de bronsanering, c.q. effect naar pluim etc.). Met dergelijke gegevens van verontreinigingsconcentratie, -diepte en plaats van monstername kan het grondwaterbeheer, met name wijzigingen die in de loop van de tijd optreden, beter gestuurd worden.

2.2.2

Uitgangspunten monitoringssysteem

Diepte en ligging Voor de monitoringsopzet worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het verticale grondwatertraject tot ca. 60 m -mv wordt opgedeeld in drie relevante waterlagen, afgeleid van de grondwatermodellagen. De bijbehorende globale monitoringsdieptes zijn ca. 20-25 m -mv, 3540 m -mv en 50-55 m -mv. De exacte filterstelling wordt per locatie afgestemd op de bodemopbouw; - het verticale grondwatertraject tussen ca. 60 en ca. 80 m -mv wordt opgedeeld in twee relevante waterlagen. De bijbehorende globale monitoringsdieptes zijn ca. 65-70 m -mv en 75-80 m -mv. Ook hiervoor geldt dat de exacte filterstelling per locatie wordt afgestemd op de bodemopbouw; - ruimtelijke steekproefsgewijze verdeling langs de gehele Doelgebiedsgrens (h.o.h.- afstand ca. 800 meter); - de monitoringspeilbuizen op de grens (Doelgebied en Beheergebied) worden waar mogelijk op een “5-jaars”-afstand geplaatst. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde modelberekeningen is dit ca. 100 meter. Stoffen De monitoring richt zich alleen op de aanwezigheid van chloorkoolwaterstoffen (VOCl), aangezien het Gebiedsplan daar specifiek voor bedoeld is. Van deze VOCl’s is vinylchloride de meest belangrijke en kritische op grond van de grootste mobiliteit. Als analysepakket wordt het pakket VOCl-11 gebruikt.

Waar nodig wordt dit aangevuld met overige VOCl’s indien deze al eerder zijn aangetoond (als voorbeeld: de chloormethanen bij ’De Witte Dame’) en blijkt dat de parameters uit pakket VOCl-11 onvoldoende zekerheid bieden om als ‘gidsparameter’ te dienen. Frequentie en ijkmomenten De monitoring richt zich in eerste instantie op de bemonsteringslocaties waar binnen 10 jaar sprake kan zijn van een negatieve verandering van de grondwaterkwaliteit (hoogste prioriteit). Er wordt aangevangen met jaarlijkse monitoring, gedurende de eerste 5 jaar, om een goede databasis te leggen. Vervolgens vindt monitoring elke 5 jaar plaats (de ligging van de monitoringspeilbuizen is gebaseerd op een 5-jaars afstand van de grens). Indien er onverwachte resultaten uit de monitoring komen, vindt herbemonstering plaats na 3 maanden. 12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

10

Projectgerelateerd

Elke vijf jaar (in principe geen eindtermijn) is er een ijkmoment in het volgen van de verontreinigingen. Op dat moment wordt het Gebiedsbeheer geëvalueerd en worden de bevindingen vastgelegd in een evaluatierapportage. Indien mogelijk wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: - het moment waarop, naar verwachting, overschrijdingen van de interventiewaarde gemeten zouden kunnen gaan worden; - een bijgestelde verwachting van de stromingsrichting, waardoor de ontworpen locaties van de peilbuizen in relatie tot de stroombaan richting de Doelgrens niet meer overeenkomen; - een bijgestelde verwachting van de diepte van de grondwaterverontreiniging; - lay-out van WKO-systemen en de effecten daarvan op de grondwaterstroming en verspreiding van verontreiniging. Deze evaluatie wordt in overleg met het bevoegd gezag Wet bodembescherming (ODZOB als gemandateerde namens de gemeente Eindhoven) en met het bevoegd gezag Waterwet (de provincie Noord-Brabant en waterschap De Dommel) besproken. Op basis van de evaluatie wordt bekeken in hoeverre de resultaten van de monitoring, uitgevoerde saneringen of ontwikkelingen binnen het Doel- (of Beheer)gebied aanleiding geven om het monitoringprogramma (meetpunten, meetfrequentie) bij te stellen. Ook wordt bekeken óf en wélke bronsaneringsmaatregelen in de komende 5 jaar genomen kunnen of móeten worden.

2.2.3

Fall-back maatregelen

De Doel- en Beheergebiedsgrens zijn zo gekozen dat de kans op onverwachte effecten niet aannemelijk is. De vaststelling van deze grenzen is echter grotendeels gebaseerd op aannames en verwachtingen afkomstig uit een grondwatermodel en dus een versimpelde weergave van de werkelijkheid. Daarnaast speelt dat de toekomstige dynamiek in de ondergrond moeilijk te voorspellen en (vooralsnog) moeilijk te regisseren is. Als risico reducerende maatregelen zullen de verontreinigingssituatie en ontwikkelingen binnen het Doelgebied goed gemonitord worden (verificatie) en zullen daarnaast brongerichte saneringsmaatregelen genomen worden. Er bestaat echter een kans dat de doelen niet gehaald worden en dat fall-back maatregelen nodig zijn. Deze kans wordt nu als klein beoordeeld, maar dat kan wijzigen als gevolg van resultaten van de monitoring. In geval van (een gerede kans op) verspreiding voorbij de Gebiedsgrens zullen in overleg met betrokkenen de verder te nemen preventieve stappen bepaald worden. Er staan diverse opties open voor aanvullende maatregelen, bijvoorbeeld een gerichte onttrekking, een bioscherm, algehele stimulering biologische afbraak, innovatieve nieuwe technieken of een combinatie van verschillende mogelijkheden. Indien inzet van dergelijke maatregelen aan de orde is, zal in overleg met het bevoegde gezag de meest effectieve en duurzame maatregel worden ingezet.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

11

Projectgerelateerd

3

Uitwerking monitoringsprogramma

3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de nadere detailuitwerking van het monitoringsplan opgenomen in lijn met de gestelde uitgangspunten in het Gebiedsplan. In de detailuitwerking zijn de volgende onderdelen expliciet gemaakt: - De positie van de bemonsteringslocaties; - De monitoringsfrequentie; - De fasering en ijkmomenten van de uitvoering van de monitoring; - De signaal- en actiewaarden; - De procedure voor Fall-Back maatregelen.

3.2

Positiebepaling bemonsteringslocaties

Om vast te stellen of wordt voldaan aan de doelstellingen van het Gebiedsplan zijn de bemonsteringslocaties van het grondwater en oppervlaktewater bepaald om de ontwikkeling van de grondwaterkwaliteit te volgen. De posities van de bemonsteringslocaties zijn afgeleid op basis van de berekende stroombanen van het grondwater afkomstig van de gevallen van bodemverontreiniging die op grond van ligging, gemeten concentraties en huidige pluimgrootte een potentieel risico vormen voor de Doelgebiedsgrens of significant kunnen toenemen qua omvang. Het monitoringsnetwerk betreft een groot aantal kostbare meetpunten tot grote diepte. Voorkomen moet worden dat deze peilbuizen onbruikbaar raken door bijvoorbeeld werkzaamheden aan maaiveld waarbij peilbuizen over het hoofd worden gezien of door vandalisme. De afwerking van de peilbuizen dient zodanig te zijn dat de kans op beschadiging wordt geminimaliseerd (robuust, gebruik van afsluitbare beschermkokers). Verder zullen nieuwe peilbuizen pas worden geplaatst indien de verwachting is dat binnen 10 jaar sprake kan zijn van een negatieve verandering van de grondwaterkwaliteit (hoogste prioriteit, zie paragraaf 3.3.1). Bij de locatiekeuze worden voor zover mogelijk locaties geselecteerd op basis van de volgende criteria: • Locatie in eigendom van de gemeente Eindhoven. • De kans op beschadiging wordt als gering ingeschat.

• Geen locaties waarvoor ontwikkelplannen bestaan. • De locatie moet goed bereikbaar zijn en bij monstername niet leiden tot veel hinder voor de omgeving (bv verkeershinder). De locaties worden vastgelegd in het gemeentelijk beheerssysteem voor openbare voorzieningen. Indien peilbuizen toch op particulier terrein geplaatst moeten worden, wordt hiervoor zakelijk recht gevestigd. Er vindt periodiek onderhoud aan de peilbuizen plaats (zoals schoonpompen, opnieuw afwerken). Er dient rekening gehouden te worden met een gemiddelde levensduur van een peilbuis van 20 jaar, waarbij minimaal iedere 10 jaar onderhoud aan de peilbuizen wordt uitgevoerd. Bij de benaming van de bemonsteringslocatie is waar mogelijk aangegeven of het een omgevingsgerichte monitoring (OM) of een Gebiedsgerichte monitoring (GB) betreft. Indien de monitoring plaatsvindt in relatie tot een specifieke verontreinigingsbron of object dan is het locatienummer of -naam in de codering opgenomen. Als voorbeeld: - “OM.12” betreft de omgevingsgerichte monitoring in relatie tot locatie 12 Kruisstraat. - “GM.2.182” betreft de gebiedsgerichte monitoring in relatie tot locatie 2 Palingstraat, zijnde (bestaande) peilbuis 182. - “GM.D” betreft de gebiedsgerichte monitoring van de Dommel. 12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

12

Projectgerelateerd

Bij de bemonsteringslocaties is tevens de globale diepte van de bemonstering aangegeven. Voor de nog te realiseren bemonsteringslocaties geldt dat de uiteindelijke exacte bemonsteringsdiepten worden afgestemd op de bodemopbouw, de veldwaarnemingen en de verwachte voorkeursstroming van de verontreiniging. In navolgende paragrafen is in detailfiguren de posities van de bemonsteringspunten weergegeven. Voor een totaaloverzicht inclusief legenda word verwezen naar de figuren in de bijlagen.

3.2.1

Omgevingsgerichte monitoring (OM)

Bij de omgevingsgerichte monitoring is onderscheid gemaakt tussen de controle nabij de Doelgebiedsgrens, de controle bij de rand van het TU/e-terrein en de algemene controle van de beheergebiedsgrens.

3.2.1.1 Controle Doelgebiedsgrens (en Beheergebiedsgrens) Uit de grondwatermodellering is gebleken dat vanuit een tweetal bronlocaties binnen 50 jaar sprake kan zijn van verspreiding van sterk verontreinigd grondwater tot over de Doelgebiedsgrens. Voor deze twee locaties is navolgend de posities van de monitoringspeilbuizen toegelicht. De posities van de peilbuizen zijn zodanig gesitueerd dat deze zich in de berekende stroombanen van de grondwaterverontreiniging bevinden en op een afstand van circa 100 meter van de doelgebiedsgrens (5-jaars afstand).

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

13

Projectgerelateerd

Locatie 12 Kruisstraat 97/138 (OM.12) Uit de afgeleide stroombanen en de berekende verplaatsing van de grondwaterverontreiniging is bepaald dat vanaf locatie 12 Kruisstraat 97/138 verontreinigd grondwater ter hoogte van de Pastoriestraat/Onze Lieve Vrouwestraat de Doelgebiedsgrens zou kunnen overschrijden. Om tijdig te kunnen signaleren of de Doelgebiedsgrens wordt gepasseerd, worden 2 peilbuizen geplaatst, te weten OM.12.01 en OM.12.02. Op navolgende figuur is dit met

weergegeven.

In het Gebiedsplan is aangegeven dat er vanwege de onzekerheid in de stromingsrichting op een tweetal peilbuizen (OM.12.03 en OM12.04) aan weerszijde monitoring dient plaats te vinden. Op navolgende figuur is dit met weergegeven. Tevens wordt voorgesteld om het WKO-systeem van de Fontys Hogeschool aan de Rachelsmolen op te nemen in het monitoringsprogramma (zie verder paragraaf 3.2.2.3). Op navolgende figuur is dit met weergegeven.

Met het groene kader is aangegeven binnen welk gebied de peilbuis geplaatst dient te worden. Peilbuis

Positie

Filterstellingen (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

OM.12.01

Nabij Schoenmakersstraat 10

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

OM.12.02

Oostberm Montgomerylaan

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

OM.12.03

Nabij Bakkerstraat 32

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

OM.12.04

Berm langs fietspad J.F. Kennedylaan

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

WKO.RM

WKO Rachelsmolen (Fontys)

1e wvp

> 10 jaar

2

Tevens zullen in het kader van de pluimgerichte monitoring peilbuizen nabij de verontreinigingscontour worden gemonitoord (zie paragraaf 3.2.2.2).

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

14

Projectgerelateerd

Locatie 13 Tapuitstraat (OM.13) Uit de afgeleide stroombanen en de berekende verplaatsing van de grondwaterverontreiniging is bepaald dat vanaf locatie 13 Tapuitstraat verontreinigd grondwater ter hoogte van de Insulindelaan de Doelgebiedsgrens zou kunnen overschrijden. Om tijdig te kunnen signaleren of de Doelgebiedsgrens wordt gepasseerd, worden 2 peilbuizen geplaatst, te weten OM.13.01 en OM.13.02. Op navolgende figuur is dit met

weergegeven.

Met het groene kader is aangegeven binnen welk gebied de peilbuis geplaatst dient te worden. Peilbuis

Positie

Filterstellingen (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

OM.13.01

Ter plaatse van de westelijke parallelbaan van de Insulindelaan

26, 31, 36, 46, 56

> 10 jaar

2

OM.13.02

Ter hoogte van de Fuutlaan

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

Tevens zullen in het kader van de pluimgerichte monitoring peilbuizen nabij de verontreinigingscontour worden gemonitoord (zie paragraaf 3.2.2.2).

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

15

Projectgerelateerd

3.2.1.2 Verificatie rand TU/e- terrein Uit een gevoeligheidsanalyse is gebleken dat indien de grondwaterverontreiniging de WKO-bronnen op het TU/e-terrein bereikt de verontreiniging zich binnen een relatief korte termijn over het hele TU/e-terrein zal kunnen verplaatsen (afhankelijk van de toekomstige schakelingen van de WKO-bronnen). Hierdoor is het mogelijk dat de grondwaterverontreiniging in korte tijd de Doelgebiedsgrens ten noorden en oosten van het TU/e-terrein kan bereiken. Derhalve vindt monitoring aan de zuidelijke een westelijke rand van het TU/e-terrein plaats om tijdig vast te stellen of de grondwaterverontreiniging afkomstig van diverse verontreinigingsbronnen de WKO-bronnen op het TU/e-terrein kan bedreigen. Hiertoe worden 5 peilbuizen geplaatst, te weten OM.TUe.01 t/m OM.TUe.05. Op navolgende figuur is dit met weergegeven.

Met het groene kader is aangegeven waarbinnen de peilbuizen ruimtelijk verdeeld gesitueerd dienen te worden. Peilbuis

Positie

Filterstellingen (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

OM.TUe.01

Oostberm J.F. Kennedylaan (ten noorden van de Bunkertoren)

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

OM.TUe.02

Oostberm J.F. Kennedylaan (t.h.v. Vincent van den Heuvellaan)

30, 35, 40, 50, 60

> 10 jaar

2

OM.TUe.03

Zuidelijke berm langs fietspad Prof. Dr. 30, 35, 40, 50, 60 Dorgelolaan 2 (hoek Kennedyplein)

> 15 jaar

3

OM.TUe.04

Zuidelijke berm langs fietspad Prof. Dr. 30, 35, 40, 50, 60 Dorgelolaan nabij de Dommel

> 15 jaar

3

OM.TUe.05

Zuidelijke berm langs fietspad Prof. Dr. 30, 35, 40, 50, 60 Dorgelolaan nabij parkeerterrein P2

> 15 jaar

3

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

16

Projectgerelateerd

3.2.1.3 Verificatie kwaliteit instromend grondwater Beheergebiedsgrens In aanvulling op de omgevingsmonitoring waarbij verificatie van de kwaliteit van het grondwater langs de noordelijke Doelgebiedsgrens plaatsvindt, zal tevens verificatie plaatsvinden langs de overige zijden van de Doelgebiedsgrens. Eventuele bedreigingen van buiten het beheergebied kan hiermee worden aangetoond. Ook kunnen (lokaal) wijzigende geohydrologische omstandigheden het noodzakelijk maken extra verificatie van de grondwaterkwaliteit ter hoogte van de doelgebiedsgrens uit te voeren. In de lijn met het Gebiedsplan zal hiervoor langs de Doelgebiedsgrens globaal om de 800 meter een monitoringspeilbuis worden geplaatst. Op navolgende figuur is dit met weergegeven.

Bemonsterlocatie

Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

OM.ALG.01

Hoek Pastoriestraat/Slagerstraat

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.02

Hoek Boschdijk/Zernikestraat

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.03

Hoek Frederiklaan/Hulstlaan

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.04

Hoek Strijpsestraat/Engelsbergenstraat

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.05

Hoek Engelsbergenstraat/Karolingersweg

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.06

Hoek Maria van Bourgondielaan/Limburglaan

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.07

Hoek Christinastraat/Keizer Karel V Singel

30, 40, 50

> 15 jaar

3

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

17

Projectgerelateerd

Bemonsterlocatie

Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

OM.ALG.08

Hoek Jan van der Nootstraat/Gestelsestraat

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.09

Hoek Frederik van Eedenplein/Edenstraat

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.10

Hoek Wal/Bilderdijklaan

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.11

Nachtegaallaan 15/NRE-terrein

30, 40, 50

> 15 jaar

3

OM.ALG.12

Hoek Pelikaanlaan/Tongelresestraat

30, 40, 50

> 15 jaar

3

3.2.2

Gebiedsgerichte monitoring (GM)

Bij de Gebiedsgerichte monitoring is onderscheid gemaakt tussen de verificatie van: • Negatieve beïnvloeding van kwetsbare objecten; • het pluimgedrag van spoedeisende verontreinigingsbronnen; • de algemene gebiedskwaliteit.

3.2.2.1 Verificatie bedreigde objecten Oppervlaktewater Voorkomen moet worden dat de kwaliteit van het oppervlaktewater verslechterd als gevolg van instromend verontreinigd grondwater. In het Gebiedsplan is de Dommel aangemerkt als kwetsbaar object. In aanvulling op de Dommel zal ook verificatie plaatsvinden van de kwaliteit van het oppervlaktewater in de Gender. In navolgende figuur is met aangegeven waar de kwaliteit van het oppervlaktewater mogelijk in de toekomst wordt bedreigd als gevolg van de aanwezige verontreinigingsbronnen.

Navolgend zijn per locatie de bemonsteringslocaties toegelicht.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

18

Projectgerelateerd

Locatie Gendervijver (GM.18) Uit de afgeleide stroombanen en de berekende verplaatsing van de grondwaterverontreiniging is bepaald dat vanaf locatie 1 Hessen Kasselstraat verontreinigd freatisch grondwater (deklaag tot 25 m -mv) in de Gendervijver zou kunnen opkwellen. Om tijdig te kunnen signaleren of dit gaat optreden, wordt 1 peilbuizen in de stroombaan geplaatst, te weten GM.1.01. Op navolgende figuur is dit met weergegeven. Tevens vindt bemonstering van het oppervlaktewater plaats (GM.G.01). Op navolgende figuur is dit met weergegeven.

Bemonsterlocatie Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

GM.1.01

Nabij Maria van Bourgondielaan 1

10, 15, 20

> 15 jaar

3

GM.G.01

Gendervijver nabij Summa College

Oppervlaktewater net boven waterbodem

> 15 jaar

3

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

19

Projectgerelateerd

Locatie Dommel ter hoogte van TU/e (GM.12) Uit de afgeleide stroombanen en de berekende verplaatsing van de grondwaterverontreiniging is bepaald dat op termijn vanaf locatie 12 Kruisstraat 97/138 verontreinigd freatisch grondwater (deklaag tot 20 m mv) in de Dommel zou kunnen opkwellen. Om tijdig te kunnen signaleren of dit gaat optreden, worden twee peilbuizen in de stroombaan gemonitoord, te weten GM.12.01 en GM.12.02. Op navolgende figuur is dit met weergegeven. Tevens vindt bemonstering van het oppervlaktewater plaats (GM.D.01). Op navolgende figuur is dit met weergegeven.

Bemonsterlocatie Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

GM.12.01

Oostberm J.F. Kennedylaan (ten noorden van de Bunkertoren), naast OM.TUe.01

10, 15, 20

> 10 jaar

2

GM.12.02

Oostberm J.F. Kennedylaan (t.h.v. Vincent van den Heuvellaan), naast OM.TUe.02

10, 15, 20

> 10 jaar

2

GM.D.01

Dommel ter hoogte van de Bunkertoren

Oppervlaktewater net boven waterbodem

> 10 jaar

2

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

20

Projectgerelateerd

Locatie Dommel ter hoogte van Vestdijk/Stratumseind (GM.17) Uit de afgeleide stroombanen en de berekende verplaatsing van de grondwaterverontreiniging is bepaald dat vanaf locatie 17 Kerkstraat verontreinigd freatisch grondwater (deklaag tot 25 m -mv) in de Dommel zou kunnen opkwellen. Om tijdig te kunnen signaleren of dit gaat optreden, worden twee peilbuizen in de stroombaan geplaatst en gemonitoord, te weten GM.17.01 en GM.17.02. Op navolgende figuur is dit met weergegeven. Tevens vindt bemonstering van het oppervlaktewater plaats (GM.D.02 en GM.D.03). Op navolgende figuur is dit met weergegeven.

Bemonsterlocatie Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

GM.17.01

Ter hoogte van de Oude Stadsgracht 1 10, 15, 20

> 10 jaar

2

GM.17.02

Ter hoogte van de hoek Oude Stadsgracht en Molenstraat

10, 15, 20

> 10 jaar

2

GM.D.02

Dommel ter hoogte van de Vestdijk

Oppervlaktewater net boven waterbodem

> 10 jaar

2

GM.D.03

Dommel ter hoogte van brug Stratumseind

Oppervlaktewater net boven waterbodem

> 10 jaar

2

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

21

Projectgerelateerd

2e watervoerend pakket Ook het 2e watervoerend pakket is in het Gebiedsplan aangemerkt als een kwetsbaar object. In het 2e watervoerend pakket bevindt zich de strategische drinkwatervoorraad. Het 2e watervoerend pakket wordt van het eerste watervoerend pakket gescheiden door een 5 tot 10 meter dikke kleilaag. Deze kleilaag begint globaal op een diepte van 80 m -mv (ca 60 m-NAP). Voorkomen moet worden dat het grondwater tussen de 60 en 80 m -mv zodanig verslechterd dat op den duur ook het grondwater in het 2e watervoerend pakket verontreinigd kan raken. Vooralsnog worden geen specifieke peilbuizen geplaatst ten behoeve van de controle van het 2e watervoerend pakket. Op basis van de verticale ontwikkeling van de individuele gevallen van bodemverontreiniging die volgens de geohydrologische modelstudie significant in omvang kunnen toenemen, wordt geverifieerd of bedreiging van het 2e watervoerend pakket kan optreden. Dit betreffen de volgende locaties: 1. 2. 12. 13. 17.

Hessen Kasselstraat 8; Palingstraat; Kruisstraat 97/138; Tapuitstraat / Rietvinkstraat; Kerkstraat 10/34;

Daarnaast geeft de kwaliteit van het grondwater in de WKO-systemen een goed beeld van de grondwaterkwaliteit tot onder in het 1e watervoerend pakket. De resultaten die hiervan worden verkregen, worden in de beoordeling meegenomen.

3.2.2.2 Verificatie pluimgedrag Ten einde in een vroegtijdig stadium vast te stellen of ook op langere termijn voldaan zal worden aan de doelstellingen uit het Gebiedsplan wordt in aanvulling op de omgevingsmonitoring de pluimontwikkeling gevolgd van de verontreinigingsbronnen waarbij binnen 50 jaar de Doelgebiedsgrens overschreden zouden kunnen worden. Enerzijds wordt in het kader van onderhavige gebiedsgerichte aanpak peilbuizen gemonitoord die direct benedenstrooms van de verontreinigingspluim zijn gelegen. Anderzijds vindt een beschouwing plaats van de monitoring- en saneringsresultaten die worden verkregen bij de gevalsgerichte aanpak in het kader van de Wet Bodembescherming. Deze beschouwing vindt minimaal plaats op de ijkmomenten (zie paragraaf 3.3.2) en waar mogelijk tevens tijdens de tussentijdse evaluaties van de monitoringsronden. In onderhavige paragraaf zijn de peilbuizen geselecteerd die gebruikt zullen worden tijdens de gebiedsgerichte verificatie van de pluimontwikkelingen. Hierbij wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de peilbuizen die ten behoeve van de gevalsgerichte monitoring zijn geplaatst. De verificatie van het pluimgedrag vindt plaats bij de volgende verontreinigingsbronnen: - Locatie 12: Kruisstraat 97/138; - Locatie 13: Tapuitstraat.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

22

Projectgerelateerd

Locatie 12 Kruisstraat 97/138 (GM.12) Uit de beschikbare onderzoeksgegevens en de afgeleide stroombanen blijkt geen eenduidige verspreiding van grondwaterverontreiniging vanaf locatie 12 Kruisstraat. Modelmatig wordt een noordnoordoostelijke verspreiding verwacht, terwijl de onderzoeken ook een oostelijke verspreiding via het 1e watervoerend pakket laat zien. Op navolgende figuur zijn met de locaties van de (bestaande) peilbuizen benedenstrooms van de verontreiniging weergegeven die gebruikt zullen worden bij het volgen van het pluimgedrag.

Peilbuis

Filterstellingen (m-mv) Positie

Termijn tot bereiken

Prio

GM.12.608

19,5

< 10 jaar

1

GM.12.609

15

< 10 jaar

1

GM.12.808

30

< 10 jaar

1

GM.12.507

16

< 10 jaar

1

GM.12.602

21

< 10 jaar

1

GM.12.809

30

< 10 jaar

1

GM.12.804

14

< 10 jaar

1

12 november 2020

Hoek Weverstraat/Montgomerylaan

Ter hoogte van Visserstraat 20 Ter hoogte van Spinnerstraat 61 Ter hoogte van Visserstraat 16

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

23

Projectgerelateerd

Locatie 13 Tapuitstraat (GM.13) Uit de beschikbare onderzoeksgegevens en de afgeleide stroombanen is bepaald dat de grondwaterverontreiniging vanaf locatie 13 Tapuitstraat zich voornamelijk in noordelijke richting via de deklaag tussen de 10 en 20 m -mv verplaatst. Op navolgende figuur zijn met de locaties van de (bestaande) peilbuizen benedenstrooms van de verontreiniging weergegeven die gebruikt zullen worden bij het volgen van het pluimgedrag.

Peilbuis

Filterstellingen (m-mv) Positie

Termijn tot bereiken

Prio

GM.13.802

28

< 10 jaar

1

< 10 jaar

1

< 10 jaar

1

< 10 jaar

1

< 10 jaar

1

< 10 jaar

1

GM.13.803

22,7

GM.13.804

16

GM.13.601

14

GM.13.806

19,5

GM.13.807

28

12 november 2020

Ter hoogte van Meerkolklaan 3 (ontmoetingskerk) Hoek Meerkolklaan en Insulindelaan Ter hoogte van Spinhof 12

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

24

Projectgerelateerd

3.2.2.3 Verificatie algemene gebiedskwaliteit Ten einde in een vroegtijdig stadium vast te stellen of ook op langere termijn voldaan zal worden aan de doelstellingen uit het Gebiedsplan wordt de algemene ontwikkeling van de grondwaterkwaliteit binnen de Doelgebiedsgrens gevolgd en vastgesteld. Hierbij wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de onderzoeks- en saneringsresultaten die worden verkregen bij de gevalsgerichte aanpak van de (spoedeisende) gevallen van bodemverontreiniging (verspreidingsrisico’s) in het kader van de Wet Bodembescherming. Deze beschouwing vindt minimaal plaats op de ijkmomenten (zie paragraaf 3.3.2) en waar mogelijk tevens tijdens de tussentijdse (jaarlijkse) evaluaties van de monitoringsronden. Daarnaast bevinden zich binnen de Doelgebiedsgrens diverse grondwateronttrekkingen en WKO-systemen die op termijn zorgen voor een vergrijzing van de grondwaterkwaliteit en een grote invloed kunnen hebben op de verplaatsing van grondwaterverontreiniging. In aanvulling op de (spoedeisende) gevallen die de brongebiedsgrens kunnen bedreigen, zal de ontwikkeling van de verontreinigingspluimen van de volgende verontreinigingsbronnen worden gevolgd: - Locatie 1: Hessen Kasselstraat. - Locatie 12: Palingstraat. - Locatie 17: Kerkstraat.

Voor het bepalen van de algemene ontwikkeling van de grondwaterkwaliteit als gevolg van de WKO’s en onttrekkingen zal een verzoek gedaan worden bij de eigenaren om het onttrokken grondwater te mogen bemonsteren. Op de eigenaren van de volgende systemen zal een beroep gedaan worden aangezien deze systemen (op termijn) binnen het invloedsgebied van grondwaterverontreinigingen liggen: • WKO Studenthotel; • WKO Stationsgebied (noord en zuid); • WKO Rabobank; • WKO Rachelsmolen; • Ontwatering Fellenoord/Neckerspoel. Navolgend is een nadere uitwerking opgenomen van de voorgenomen monitoring van de algemene gebiedskwaliteit.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

25

Projectgerelateerd

Locatie 1: Hessen Kasselstraat (GM.1) Ter plaatse van de Hessen Kasselstraat vindt grondwateronttrekking plaats in het onderste deel van de deklaag (18-26 m -mv). Doel van de onttrekking is het realiseren van zo veel mogelijk vrachtverwijdering. Het grondwater dat met de individuele deepwells wordt onttrokken wordt geanalyseerd op VOCL. Ook worden peilbuizen binnen het gebied met de hoogste concentraties periodiek bemonsterd in het kader van de lopende sanering. In het kader van de monitoring van het gebiedsgericht grondwaterbeheer zullen de resultaten van de sanering in algemeenheid worden beschouwd. In aanvulling hierop zullen enkele peilbuizen benedenstrooms van de grondwaterpluim worden bemonsterd ten behoeve van het volgen van het pluimgedrag. Op navolgende figuur zijn met weergegeven en met

opm)

de locaties van deze bestaande peilbuizen

het centrale lozingspunt van de onttrekking.

peilbuis GM.1.01 betreft de peilbuis die in het kader van verificatie bedreigde objecten wordt bemonsterd (zie paragraaf 3.2.2.1)

Peilbuis

Filterstellingen (m-mv) Positie

Termijn tot bereiken

Prio

GM.1.805

32

Ter hoogte van Anna van Engelandstraat 8

< 10 jaar

1

GM.1.806

32

Ter plaatse van Maria van Bourgondielaan

< 10 jaar

1

GM.1.611

22

< 10 jaar

1

15

Hoek Hertog Jan I Laan / Karel de Grotelaan

GM.1.612

< 10 jaar

1

ONT.HK

19/24

Aartshertog Albertweg

< 10 jaar

1

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

26

Projectgerelateerd

Locatie 2: Palingstraat (GM.2) Ter plaatse van de Palingstraat vindt grondwateronttrekking plaats in het onderste deel van de deklaag (18-26 m -mv). Doel van de onttrekking is het realiseren van zo veel mogelijk vrachtverwijdering. Het grondwater dat met de individuele deepwells wordt onttrokken, wordt geanalyseerd op VOCL. Ook worden peilbuizen binnen het gebied met de hoogste concentraties periodiek bemonsterd in het kader van de lopende sanering. In het kader van de monitoring van het gebiedsgericht grondwaterbeheer zullen de resultaten van de voortgang van de sanering in algemeenheid worden beschouwd. In aanvulling hierop zullen enkele peilbuizen benedenstrooms van de grondwaterpluim worden bemonsterd ten behoeve van het volgen van het pluimgedrag. Op navolgende figuur zijn met peilbuizen weergegeven en met

de locaties van deze bestaande

het centrale lozingspunt van de onttrekking.

Peilbuis

Filterstellingen (m-mv) Positie

GM.2.182

20, 30, 40, 50

Hoek Wilhelminaplein/St Catharinastraat < 10 jaar

1

GM.2.71

20, 30, 40, 50

Hoek Oranjestraat/Anna van Egmondstraat

< 10 jaar

1

GM.2.72

20, 30, 40, 50

Hoek Julianastraat/Nassaustraat

< 10 jaar

1

ONT.PS

18-26

Mecklenburgstraat

< 10 jaar

1

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

Termijn tot bereiken

Prio

BH4687_T&P_RP_2011121158

27

Projectgerelateerd

Locatie 17 Kerkstraat (GM.17) Uit de beschikbare onderzoeksgegevens lijkt geen noemenswaardige verspreiding op te treden vanaf locatie 17 Kerkstraat. De afgeleide stroombanen van het grondwater in de deklaag zijn oostelijk richting de Dommel. In het eerste watervoerend pakket is sprake van een noordelijke stromingsrichting. Naar verwachting zijn nauwelijks tot geen bruikbare peilbuizen aanwezig ter plaatse van de verontreinigingslocatie. Voorgesteld wordt om door monitoring een eventuele noordelijke verspreiding te verifiëren. De oostelijke verspreiding via de deklaag is reeds ondervangen in het kader van de monitoring van het bedreigd object de Dommel. Op navolgende figuur zijn met de locaties van de te plaatsen peilbuizen benedenstrooms van de verontreiniging weergegeven die gebruikt zullen worden bij het volgen van het pluimgedrag.

Bemonsterlocatie Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

GM.17.01

Ter hoogte van de Oude Stadsgracht 1 10, 15, 20

> 10 jaar

2

GM.17.02

Ter hoogte van de hoek Oude Stadsgracht en Molenstraat

10, 15, 20

> 10 jaar

2

GM.17.03

Ter plaatse van Achterom (achterzijde Keizersgracht 19)

15, 20, 25, 30, 35

< 10 jaar

1

GM.17.04

Ter hoogte van de Rechtestraat 54

15, 20, 25, 30, 35

< 10 jaar

1

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

28

Projectgerelateerd

Ontwatering Fellenoord/Neckerspoel (ONT.FN) Ter plaatse van de fietstunnels ter hoogte van het Busstation aan de Fellenoord is sprake van een kwelsituatie waardoor grondwateroverlast kan optreden bij zware regenval. De kwaliteit van het grondwater is negatief beïnvloed door omliggende verontreinigingen. Om het wateroverlast tegen te gaan is drainage (horizontaal en verticaal) aangebracht. Bij verhoogd grondwater wordt het overtollig grondwater afgevoerd naar een verzamelbak (kelderruimte). Vervolgens wordt dit water geloosd op de riolering en bij extreme regenval vindt tevens overstort op de Dommel plaats. In het kader van het gebiedsgericht grondwaterbeheer zal het water uit de verticale ontlastingsfilters en het water in de kelderruimte periodiek worden bemonsterd. Op navolgende figuur is de situering van het verticale drainagesysteem en de kelderruimte weergegeven.

Bemonsterlocatie Positie

Bemonsterdiepten (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

ONT.FN.1a

Ontlastingsfilter 1a

5 - 6,5

< 10 jaar

1

ONT.FN.1b

Ontlastingsfilter 1b

7,5 - 9

< 10 jaar

1

ONT.FN.2a

Ontlastingsfilter 2a

5 - 6,5

< 10 jaar

1

ONT.FN.2b

Ontlastingsfilter 2b

7,5 - 9

< 10 jaar

1

ONT.FN.3a

Ontlastingsfilter 3a

5 - 6,5

< 10 jaar

1

ONT.FN.3b

Ontlastingsfilter 3b

7,5 - 9

< 10 jaar

1

ONT.FN.kelder

Kelderruimte

-

< 10 jaar

1

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

29

Projectgerelateerd

WKO-systemen (WKO) Een aantal open bodemenergiesystemen (WKO) bevinden zich globaal in de stroombanen van de grondwaterverontreinigingen die zich via het eerste watervoerend pakket over grotere afstand zouden kunnen verplaatsen. Verder is het de verwachting dat het aantal WKO-systemen in de komende jaren sterk zal toenemen. Op het moment dat een grondwaterverontreiniging in een WKO-systeem terecht komt zal gedurende het jaar verontreinigd grondwater van de ene bron naar de andere bron verplaatst worden en weer terug. Omdat de WKO-systemen over het hele dieptetraject van het 1e watervoerend pakket aanwezig is, zullen grondwaterverontreinigingen zich verdelen over het gehele pakket. Hierdoor treedt vergrijzing van de grondwaterkwaliteit op. Om de mate waarin dit optreedt te volgen (in relatie tot de doelstellingen van het Gebiedsplan) zal een verzoek bij de eigenaren worden gedaan om WKO-systemen te mogen bemonsteren. Hiervoor kan het verpompte grondwater bemonsterd worden of er kan gebruik gemaakt worden van de controlepeilbuis die veelal gelijktijdig met de aanleg van het WKO-systeem is geplaatst. Op de eigenaren van de volgende systemen zal een beroep gedaan worden aangezien deze systemen (op termijn) binnen het invloedsgebied van grondwaterverontreinigingen liggen: • WKO Studenthotel; • WKO Stationsgebied (noord en zuid); • WKO Rabobank; • WKO Rachelsmolen.

12 november 2020

MONITORING GGB EINDHOVEN CENTRUM

BH4687_T&P_RP_2011121158

30

Projectgerelateerd

Bemonsterpunt

Positie

Filterstellingen (m-mv)

Termijn tot bereiken

Prio

WKO.SH

WKO ter plaatse van The Studenthotel

ntb

> 10 jaar

2

WKO.KBC

WKO noordzijde Eindhoven CS

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743207/1