CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Memo en nota van zienswijzen

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Fietspad HTCE – De Run’17.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De Provincie heeft ons bij schrijven van 5 oktober 2023 laten weten dat zij het plan hebben bekeken aan de hand van de provinciale belangen zoals die zijn verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) en dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 12. Waterberging (bewoners 1 t/m 5, 7, 8, 12, 19, 20, 21, 22) Wat de gevolgen zijn van de aanleg van ca. 800m3 berging langs het fietspad is niet onderzocht. Het gaat om een fietspad op een 45cm verhoogd plateau van 5,5 m breed met aan beide zijden van het fietspad een meter brede zandvulling als waterberging. Een dergelijk plateau over bijna 1km kan niet als kwaliteitsverbetering van het landschap worden gezien. Gemeentelijk standpunt Ad. 12 Vanwege de aanleg van extra verharding moet er extra water worden opgevangen. Dit is op basis van de watertoets berekend op 800m3. In de bermen van het fietspad wordt dit door middel van zandvulling

30

opgelost. Ook is er een berekening gemaakt voor de waterkerende functie van de dijk, waarmee de stabiliteit van de dijk bij hoog water is geborgd. Het aanleggen van een gedeelte van het fietspad op een verhoogd dijklichaam is op verzoek van en in overleg met het waterschap De Dommel tot stand gekomen. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 13. Financiële aspecten (bewoners 1, 2, 3, 5, 21, 22, 25) Een onderbouwing van kosten en baten en wijze van financieren is niet gegeven. Er is geen rekening gehouden met gestegen aannemingskosten en met de onvoorziene kosten van verhoging en verbreding van de dijk waarover het fietspad is gepland, de extra kosten voor de waterberging, de extra kosten voor de herstructurering van de voetpaden en daarmee samenhangende kap en natuuraanpassing. Verder is geen rekening gehouden met kosten vanwege bezwaar- en rechtbankprocedures en de uren van ambtenaren die samenhangen met het fietsproject de uitvoering daarvan en advieskosten van externe adviseurs. Gemeentelijk standpunt Ad. 13 Voor de realisatie van de fietsroute is een sluitende begroting opgesteld. Alle kosten worden gedekt door bijdragen van de gemeente Eindhoven samen met de provincie Noord-Brabant, het Waterschap De Dommel en de samenwerkende partijen in maatregelenpakket De Run.

Hieronder ligt een afspraak tot het uitvoeren van het maatregelenpakket. Het Waterschap De Dommel is sinds een jaar betrokken bij dit project. Ook zal zij financieel een bijdrage doen voor de verhoging van de waterkering waar het fietspad op ligt. Alle kosten die in dit project zitten, zijn in beeld. Dit is inclusief alle genoemde kosten. Het project is daarmee dan ook economisch uitvoerbaar. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

14. Het participatieproces (bewoners 1, 2, 3, 5, 11, 13 t/m 18, 21, 22, 25 t/m 44, 46, 47, 48, 50, 51) 14.a] De gemeente heeft zich niet gehouden aan de regels uit de

31

Verordening Samenspraak en Inspraak Gemeente Eindhoven en niet aan de Verordening inwonersparticipatie van december 2023. Van samenspraak is geen sprake. Het participatieproces is mislukt. 14.b] Door Antea is het rapport “Verkenning snelfietsroute De Run – HTCE” van 8-10-2018 opgesteld. Dit rapport bevat alleen kwalitatieve beoordelingsaspecten die niet te toetsen vallen. Het aspect dat omwonenden mogelijk in hun belangen geschaad zouden worden is daar niet in meegenomen. Het rapport bevat ernstige tekortkomingen. In het rapport is naar de gewenste uitkomst toegewerkt. De gemeente heeft sinds 5-11-2018 gekozen voor de voorkeursroute en lijdt sindsdien aan tunnelvisie, ondanks protesten van belanghebbenden burgers. De gemeente gaat blind af op het rapport van Antea, waarbij geen aandacht is besteed aan het rapport van prof. M. Berenos en ir. P. Verscharen met 26 punten van kritiek. 14.c] De gemeenteraad is op 13-11-2018 via een RIB geïnformeerd dat het voorkeurstracé is vastgesteld op basis van het Antea-rapport. Op 11-12-2018 is de gemeenteraad via een RIB geïnformeerd dat het project van de snelfietsroute onderdeel uitmaakt van het maatregelenpakket bereikbaarheid De Run. Pas in april 2019 worden bewoners geïnformeerd over de gekozen route. Eind 2020 wordt besloten een “participatietraject” te starten tussen gemeente en bewoners met een klankbordgroep.

De gemeente stelt bij het besluit voor de tracékeuze van 8-112022 dat verkeersveiligheid en natuurwaarden nog zouden worden getoetst. Eerst op 28 augustus 2023 vindt een eindanalyse plaats, daarin staan de nodige onduidelijkheden en onzekerheden over de gevolgen en nog te nemen maatregelen voor ecologie en natuur. Nergens zijn bewijzen dat met mitigerende maatregelen de ecologie wordt gehandhaafd c.q. versterkt. 14.d] De klankbordgroep die in het leven werd gesteld, werd geleid door een persoon die werkzaam was bij Royal Haskoning BV en ook eerder betrokken was bij de snelfietsroute door Veldhoven. Deze persoon was niet onpartijdig, maar gaf er blijk van de voorkeursroute te willen goedpraten. Door hem is systematisch naar de voorkeursroute toegewerkt. Gaandeweg het proces bleek de klankbordgroep van status te zijn veranderd in ‘adviesorgaan’ met goedvinden van wethouder M. List, dit is in strijd met de zorgvuldigheidseisen van de Awb.

32

14.e] Het traject voldeed volgens de gemeentelijke ombudsman niet aan 4 van de 8 uitgangspunten uit de Verordening Samenspraak & Inspraak. Ondanks die uitkomst heeft de gemeenteraad vastgehouden aan de uitkomst van de klankbordgroep. Er hadden deskundigen in de klankbordgroep moeten zitten. Nu dat niet het geval was, is dat gezien de opdracht in strijd met de Awb. Via raadsinformatiebrieven gaat er foutieve c.q. gekleurde informatie naar de raad, wat een ernstig vergrijp is tegen de Behoorlijkheidswijzer. 14.f] Hoofdstuk 9.3 en bijlage 8 van de toelichting bevatten onjuiste informatie en voldoen niet aan artikel 3.1.6, lid 1, sub e Bro. 14.g] De gemeente vermeldt niet dat er een procedure is gestart bij de rechtbank tegen het besluit over de definitieve tracékeuze. Dit besluit van 23-11-2023 is bij de gemeente intern genomen, maar had vanwege de rechtsgevolgen en de daarbij behorende rechtsbescherming van burgers gepubliceerd moeten worden met de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar en beroep. Niet alleen de normen voor een zorgvuldig participatieproces maar zelfs de essentiële vereisten van rechtsbescherming van burgers zijn veronachtzaamd en overtreden. Gemeentelijk standpunt Ad. 14.a] De Verordening inwonersparticipatie is op onderhavige procedure niet van toepassing.

Deze verordening is vastgesteld op 11 december 2023, en op 1-1-2024 in werking getreden, ruim nadat het ontwerpbestemmingsplan al was voorbereid en de participatie daarvoor op basis van de Verordening Samenspraak en Inspraak al was doorlopen. Wat betreft de wijze waarop het proces is doorlopen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van deze nota, waarin dit onderwerp uitvoerig is besproken. Ad. 14.b] In reactie op dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar hoofdstuk 2 waarin is ingegaan op de onderwerpen participatie en de klankbordgroep. Het na de rapportage van Antea uitgevoerde proces bevat een zorgvuldige integrale afweging. Daarnaast zijn alle reacties die tijdens het ontwerpproces van de fietsroute zijn ontvangen opgenomen in de Rapportage samenspraak fietsroute De Run - HTCE Ad. 14.c] In de natuurtoets WNB en het nader onderzoek WNB en het extra natuurwaardenonderzoek, opgesteld door Antea, zijn alle

33

mitigerende en natuurversterkende maatregelen gerapporteerd. Deze maatregelen zijn verwerkt in het groenplan van het definitief ontwerp en ook in het activiteitenplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag op grond van de Wet natuurbescherming. Deze rapporten zijn te vinden op de projectwebsite en zijn ook opgenomen als bijlagen bij de toelichting. De onderzoeken zijn erop gericht aannemelijk te maken dat als gevolg van de planontwikkeling geen onevenredig negatieve effecten voor de natuur te verwachten zijn, eventuele negatieve effecten als gevolg van mitigerende maatregelen gecompenseerd kunnen worden en op voorhand maatregelen te benoemen die de natuur in het gebied verder versterken. Deze onderzoeken en de uitwerking naar de maatregelen hebben in nauwe samenwerking met deskundigen van TGE plaats gevonden. Ad. 14.d] Deze klacht is aan de orde gesteld bij de gemeentelijke Ombudscommissie. Vanwege het feit dat de klacht niet gebaseerd was op eigen waarnemingen en niet nader onderbouwd was heeft de Ombudscommissie zich onthouden van het geven van een oordeel over deze klacht. Vanuit de gemeente is daarbij aangegeven dat de betreffende externe consultant begin 2020 is ingehuurd als adviseur op het gebied van fietsroutes en fietsbeleid. De Gemeente heeft hem de rol van procesbegeleider van de klankbordgroep toebedeeld.

De vraagstelling en onderzoeksgebied die zijn geformuleerd hebben het vertrekpunt voor het advies van RHDHV bepaald. Bij de projecten in Eindhoven en Veldhoven hebben beide gemeenten ieder hun eigen vraagstelling en onderzoeksgebied geformuleerd. Deze projecten zijn dus ook verschillend door RHDHV benaderd. De gemeente Eindhoven heeft uiteindelijk haar eigen besluit genomen. Ad. 14.e] In hoofdstuk 2 onder paragraaf 2.2.3 van deze nota is hier al op ingegaan. Dat er foutieve en/of gekleurde informatie via de Raadsinformatiebrieven met de raad is gedeeld, is naar onze mening niet juist. Ad. 14.f] We zijn van mening dat de verstrekte informatie in hoofdstuk 9.3 en het participatieverslag (bijlage 11 van de toelichting) op juiste wijze zijn weergegeven en in overeenstemming is met artikel 3.1.6, lid 1 onder e, van het Bro. Ad. 14.g] Op het ingestelde verzoek om voorlopige voorziening heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 14 maart 2024 uitspraak gedaan waarbij ook uitspraak op het beroep in hoofdzaak is gedaan. Het college was namelijk van mening dat het besluit om de definitieve tracékeuze geen besluit was waar bezwaar en/of beroep tegen opstond.

34

Het bezwaar hiertegen was door het college niet-ontvankelijk verklaard. De Voorzieningenrechter is tot de conclusie gekomen dat die beslissing correct was en heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 15. Argumenten niet steekhoudend (bewoners 1, 4, 6 t/m 10, 12, 15, 20, 21, 22, 24 t/m 48, 50, 51) 15.a] Hoofdstuk 9.3 vermijdt het oorspronkelijke uitgangspunt nl. dat de route “schakel in de regionale snelfietsroutes” moet worden. De gebruikte argumenten zijn niet steekhoudend: - een verbeterde bereikbaarheid tussen deze beide campussen. Dit is een onzinnig argument. De gemeente heeft zelf enige tijd geleden op haar website gemeld, dat er weinig fietsers zijn die starten op de HTCE en dan met eindbestemming naar bedrijven op De Run rijden of omgekeerd; - Er is geen getalsmatige onderbouwing van de betreffende aantallen fietsers gegeven; - Tussenliggende woongebieden zijn er niet op de route. Een getalsmatige onderbouwing om hoeveel fietsers van tussenliggende woongebieden het gaat, ontbreekt. - Sterker nog, de bewoners van dit gebied willen het huidige extensieve recreatieve medegebruik van het fietspad in de natuur handhaven en hiervoor strijden tot op het hoogste rechtelijke niveau.

- De argumentatie vermijdt volledig het doel van de route waarvoor provincie en rijk subsidie verlenen via het Maatregelenpakket bereikbaarheid De Run, namelijk dat de route moet dienen als schakel in regionale snelfietsroutes. 15.b] De gemeente heeft het besluit niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. 15.c] Een dergelijke fietsroute brengt bezwaren met zich, zoals verkeersveiligheid voor zowel fietsers als voetgangers door dwarsverkeer en uitritten, maar ook de verminderde toegankelijkheid van het parkje tussen Hanevoetvijver en de Dommel voor wijkbewoners.

35

Gemeentelijk standpunt Ad. 15.a] Hoofdstuk 9.3 uit de toelichting handelt over de doorlopen samenspraak procedure. De argumenten die tot de keuze voor de fietsroute hebben geleid, staan daarin niet centraal. Dat besluit is in een eerder stadium genomen. Centraal staat in het kader van de bestemmingsplanprocedure of het bestaande fietspad verbreed en voor een gedeelte verhoogd mag worden aangelegd, waarbij vanwege veiligheidsaspecten het pad op enkele plaatsen een iets gewijzigd verloop krijgt, en of dat gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening een aanvaardbaar plan betreft. Het huidige extensief recreatieve gebruik van het fietspad blijft ook mogelijk onder dit bestemmingsplan. Het fietspad krijgt de bestemming ‘verkeerverblijfsgebied’, waardoor het zowel voor woon-werkverkeer, als recreatief fietsverkeer kan worden gebruikt. Ad. 15.b] We zijn van mening dat het besluit om tot de routekeuze te komen, en ook het besluit om tot vaststelling van het bestemmingsplan te komen zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk gemotiveerd. Wij verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 2.1. Ad. 15.c] Dit bezwaar lijkt zich met name te richten tegen dat onderdeel van de fietsroute dat in het bestemmingsplan ‘Gestel buiten de ring 2020’ al als passend wordt beschouwd en waarvoor de herinrichting van dat gedeelte van de fietsroute als fietsstraat al vrijwel in zijn geheel is uitgevoerd.

Het betreffende gedeelte van de fietsroute is uit de verbeelding van onderhavig bestemmingsplan verwijderd, vanwege het feit dat bij het definitieve ontwerp is gebleken dat de fietsroute niet ten koste hoeft te gaan van een stukje groen in het bestemmingsplan Gestel buiten de ring 2020. Wij zijn van mening dat wat betreft verkeersveiligheid de nieuwe fietsroute voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Diverse verkeersveiligheidsanalyses zijn daartoe uitgevoerd. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 16. Natuurwaardenonderzoek (bewoners 4, 6, 7, 8, 11 t/m 15, 19 t/m 22, 24, 25, 30 t/m 40, 42 t/m 51) Het natuurwaardenonderzoek is niet volledig en bevat onwaarheden. Het hoge talud en het verflauwen daarvan zou ecologie ten goede

36

komen, terwijl elders staat dat het talud al op verschillende plaatsen flauw is en dus geen mitigerende maatregel betreft. De onderzoekers gaan in het rapport uit van verbreding van een fietspad voor recreatief gebruik en dus niet over grote aantallen fietsers voor woonwerkverkeer. Aan het rapport mogen dus geen conclusies worden verbonden. Een toets of de ecologie versterkt kan worden met een optelsom van alle positieve en negatieve aspecten ontbreekt. Niet is onderzocht wat de invloed op de natuur is als het aantal fietsbewegingen enorm toeneemt. Niet wordt aangegeven of aan alle voorwaarden voldaan kan worden. De onderzoeken zijn nog niet afgerond waardoor niet alle benodigde informatie beschikbaar is om een beslissing te nemen. Niet bekend is hoe is getoetst of de mitigerende maatregelen voldoende zijn. Ook wordt geen afweging gemaakt ten opzichte van schade die wordt aangericht aan dit natuurgebied. De fietsroute levert lichtverstoring op. Verlichting geeft te allen tijde een verslechterde situatie van de ecologie. Verwezen wordt naar een bijlage n.a.v. het natuurwaardenonderzoek en het extra terreinbezoek waarbij maatregelen met de gemeente en TGE zijn besproken. Niet duidelijk is welke bijlage wordt bedoeld. Gemeentelijk standpunt Ad. 16 Uit de reactie wordt niet duidelijk waarom het natuurwaardenonderzoek niet volledig is noch welke onwaarheden het bevat.

Uit de diverse onderzoeken die ten behoeve van de natuur zijn uitgevoerd, kan niet worden afgeleid dat de onderzoekers zijn uitgegaan van een fietspadverbreding voor recreatief gebruik. Uit de onderzoeken blijkt juist dat de verbreding van het fietspad zelf wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling als gevolg waarvan rekening gehouden dient te worden met beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Of het fietspad recreatief en/of voor woon-werkverkeer kan worden gebruikt, kan daarbij in het midden worden gelaten. Het laatste onderzoek heeft plaatsgevonden in augustus 2023, daarmee zijn alle benodigde onderzoeken uitgevoerd. Daarmee is ook bekend dat als gevolg van de uitvoering van dit plan bij inachtneming van de aanbevelingen voor de mitigerende maatregelen geen onevenredige gevolgen voor de natuur te verwachten zijn. Voor enkele soorten is een ontheffing vereist van de Provincie Noord-Brabant. Gelet op de mitigerende maatregelen die daarvoor kunnen worden uitgevoerd, is de verwachting dat de vereiste ontheffing kan worden verleend. Een activiteitenplan ten behoeve van de ontheffing is samen met de ontheffingsaanvraag bij de provincie ingediend.

37

Of de voorgestelde mitigerende maatregelen in het kader van de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voldoende zijn, is ter beoordeling van het bevoegd gezag gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. Ten aanzien van de genoemde bijlage gaat het om de bijlage ‘Mitigerende en versterkende maatregelen Fietsroute De Run-HTCE’ bij de Raadsinformatiebrief van 8 november 2022. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 17. De Bomen Effect Analyse (bewoners 11, 25, 49) Naast de bomen die gekapt moeten worden zullen veel bomen uitvallen. Het verdwijnen van enorme treurwilgen kan niet gecompenseerd worden op een andere plek omdat het niet dezelfde waarde voor het natuurgebied kan opleveren. Het rapport is onvolledig omdat het effect van de opnieuw in te richten wandelpaden niet is opgenomen in het onderzoek. Veel bomen sneuvelen als gevolg van de werkzaamheden. Nergens blijkt of en in welke mate de adviezen uit de BEA bij uitvoering van de werkzaamheden worden toegepast. De BEA laat in de opgenomen plattegronden recente aanpassingen van de route niet zien. Gemeentelijk standpunt Ad. 17 Het aantal bomen dat ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan gekapt dient te worden bedraagt 9. Dit aantal wordt met 17 bomen in ruime mate gecompenseerd binnen het park.

Zoals in de BEA beschreven worden de twee treurwilgen niet gekapt. Om alle bomen die behouden kunnen worden te beschermen wordt er een werkprotocol boombescherming opgesteld en wordt de uitvoering begeleid door een ecoloog. Alle adviezen uit BEA van 2023 (Cobra sjabloon (eindhoven.nl)), die zijn opgesteld naar aanleiding van het laatste definitieve ontwerp, worden in dit werkprotocol verwerkt. Het college heeft de BEA met de bijbehorende adviezen ten aanzien van de te treffen beschermingsmaatregelen juist laten opstellen, omdat de gemeente het behoud van groen en de daarmee gepaard gaande natuurwaarden zeer belangrijk acht en zich daartoe ook zal inspannen om met inachtneming van die adviezen het project te gaan verwezenlijken. Wat betreft de nog aan te leggen wandelpaden geldt, dat het gaat om onverharde wandelpaden die niet ten koste van bomen zullen gaan. De

38

uitvoering daarvan maakt overigens geen deel uit van dit bestemmingsplan, aangezien die werkzaamheden als passend binnen het bestemmingsplan Gestel buiten de ring 2020 worden gezien. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 18. Verkeersveiligheid (bewoners 4, 6, 7, 8, 12 t/m 16, 18 t/m 22, 24 t/m 30, 33 t/m 40, 42 t/m 51) Nergens in de toelichting is iets terug te vinden wat de toekomstige aantallen fietsers per uur zullen zijn op het fietspad langs de Dommel. De gemeente verzuimd de verwachte toekomstige aantallen fietsers per uur in de spits te noemen. Alleen het aantal van 4200 op de Ulenpas wordt genoemd. Deze zijn te laag ingeschat en niet volgens CROW-richtlijnen bepaald. Een telling uit juni 2023 laat zien dat op diverse dagen al meer dan 4500 fietsers per etmaal voorbijkomen. Mogelijk is dit hogere getal veroorzaakt door een tijdelijke omleiding, maar dat geeft aan dat de aantallen van de gemeente te laag zijn ingeschat. De gemeente heeft geen onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke herkomst en bestemmingen van fietsers. Er is geen personenvervoersvraag tussen HTCE en bedrijventerrein De Run. Het heeft dan geen zin om het te hebben over de fietsbereikbaarheid.

Het fietspad is met 3,5 m te smal volgens de landelijke richtlijnen van het CROW en de kans op gevaarlijke situaties is daarbij zeer groot. Het fietspad wordt plaatselijk versmald tot 3,5 meter om bomen te kunnen behouden. Het pad moet zeker 5,5 m breed worden op basis van de berekende toekomstige aantallen fietsers. Doordat het fietspad op een verhoging met 45 cm van de dijk komt te liggen, loopt een fietser die van het pad raakt ernstig gevaar volgens het verkeersveiligheidsaudit-rapport. Het plan is strijdig met de duurzaam veilig principes uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. De groenstrook in Hunenborg wordt aangetast t.b.v. het snelfietspad. Dit betekent maximale verkeersonveiligheid door kruisingen en uitritten. De fietsroute loopt deels over fietspaden maar ook over Hunenborg en Ulenpas. Dit zijn woonstraten waar ook auto’s rijden. Over een fietspad mogen geen auto’s rijden. Fietsstraten zijn in het geldende bestemmingsplan niet toegestaan.

39

De brug over de Dommel en de oversteek van de ringweg op de HTCE zijn buiten het ontwerp gehouden m.b.t. verkeergevaar. Aan de doelstelling om HTCE veilig bereikbaar te maken wordt niet voldaan. Gemeentelijk standpunt Ad. 18 Wat betreft de fietsroute over Hunenborg geldt dat wij van mening zijn dat de fietsroute past binnen het voor dat gedeelte geldende bestemmingsplan ‘Gestel buiten de ring 2020’. Aanvankelijk leek een deel van het fietspad op een stukje van de groenbestemming aan Hunenborg gesitueerd te moeten gaan worden, wat ten koste zou gaan van een boom. Inmiddels is gebleken dat het gedeelte van de route over Hunenborg niet op de groenbestemming komt te liggen, maar volledig past binnen de strook van de bestemming ‘Verkeer-verblijfsgebied’ en daarmee de boom ter plaatse behouden kan blijven. De groenstrook aan Hunenborg blijft daarmee intact. Gelet hierop wordt de verbeelding van het bestemmingsplan aangepast, door het gedeelte van de fietsroute over Hunenborg uit het bestemmingsplan te halen. Aan deze nota is als bijlage toegevoegd het memo “aantallen fietsers en prognose”. Dit memo staat al geruime tijd op de projectwebsite van de gemeente. Hieruit blijkt het verwachte aantal fietsers ter hoogte van het plangebied per werkdag 1815 bedraagt. In het jaar 2030 wordt gerekend op een totaal aantal fietsers per werkdag langs de Dommel van 2465.

Op grond van fietstellingen ligt het aantal fietsers tijden spitsuur op 1518% van het totaal aantal. Uitgaande van 18% betekent dat dat tijdens spitsuur ca. 444 fietsers per uur. Het fietspad langs de Dommel is met 3,5 meter breedte geschikt om op een veilige manier ca. 600 fietsers per uur te kunnen verwerken. Op de fietsroute zijn diverse verkeersveiligheidsaudits uitgevoerd. Als gevolg van de laatste audit is het advies overgenomen om het hoogteverschil voor de fietser zo aan te leggen dat dit ook duidelijk is voor de fietser. Dit wordt gedaan door het fietspad te begrenzen met boomstammen in de bermen naast het fietspad. Daarmee wordt op een natuurlijke manier duidelijk gemaakt dat er een hoogteverschil ligt achter de boomstammen. De brug over de Dommel en de oversteek van de ringweg op de HTCE worden niet gewijzigd en zijn goed aangesloten op deze fietsroute. Dit valt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Overigens liggen deze locaties op grondgebied van de HTCE, waardoor de gemeente niet over de weginrichting gaat.

40

Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 19. Omgevingsvisie 2020 (bewoner 25) Er wordt verwezen naar de omgevingsvisie 2020 maar er is niet vermeld dat op grond van deze visie in dit gebied geen nieuwe stedelijke functies toegestaan mogen worden. Ten onrechte is de huidige fietsroute die in de omgevingsvisie is aangewezen als ‘secundaire fietsroute’ aangewezen als snelfietsroute. Volgens de visie is het plan een aansluiting te maken naar het zuidwesten naar de onderdoorgang bij de Hogt. Hierdoor wordt het natuurgebied verder aangetast, als gevolg van de keuze voor deze route. Het beleid is voor dit gebied gericht op rust en duisternis. Uitgangspunt is geen verlichting. Een drukke regionale snelfietsroute met verlichting kan hier dus niet. Gemeentelijk standpunt Ad. 19 De verbreding van het bestaande fietspad, betreft geen nieuwe stedelijke functie. Er is immers al een bestaand verhard fietspad aanwezig. De huidige fietsroute is in de Omgevingsvisie 2020 niet aangewezen als ‘secundaire fietsroute’ zoals in de zienswijzen wordt gesteld. Dit blijkt uit de kaart die is opgenomen op pagina 23 van de visie. De Omgevingsvisie 2020 kent het begrip ‘secundaire fietsroute’ niet. Wel komt het begrip ‘snelfietsroute’ hierin voor.

Het fietspad door het park maakt deel uit van de snelfietsroutes die in de Omgevingsvisie zijn aangeduid als “streefnetwerk 2025”. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 20. Niet in betekenende mate bijdragen (bewoner 25, 49) Het bestemmingsplan staat ook het gebruik als woonstraat toe, waardoor wel gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Verder wordt niet gehandhaafd op gemotoriseerd gebruik van het fietspad, op voorhand kan dan niet geconcludeerd worden of het plan wel of niet in betekenende mate zal bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

41

Gemeentelijk standpunt Ad. 20 Vanwege het feit dat het gedeelte van Hunenborg dat recent als fietsstraat is ingericht past binnen het bestemmingsplan "Gestel buiten de ring 2020”, wordt dat gedeelte van het ontwerpbestemmingsplan uit het plan genomen. Dat betekent dat het plangebied van het vast te stellen bestemmingsplan kleiner wordt. Het plangebied ziet uitsluitend op het fietspad dat door het park loopt en waarop geen gemotoriseerde voertuigen zijn toegestaan. Daarmee staat op voorhand vast dat het plan niet kan bijdragen aan luchtverontreiniging. In de zienswijzen wordt terecht gewezen op het feit dat dat het gebruik als woonstraat van het fietspad als toegestaan gebruik is opgenomen in de bestemmingsomschrijving. Dat is uiteraard een gebruik dat ter plaatse van het fietspad door het park feitelijk niet gerealiseerd kan worden. Om die reden wordt de bestemmingsomschrijving gewijzigd door het gebruik als woonstraat en ten behoeve van parkeervoorzieningen uit de bestemmingsomschrijving te verwijderen. Conclusie zienswijzen Deze zienswijze geeft aanleiding de regeling in artikel 5.1 gewijzigd vast te stellen. 21. Aantasting waterhuishoudkundige situatie (bewoner 25) De constructie voor het fietspad op een verhoogde waterkering met waterberging en faunapassages leidt tot een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige situatie.

Niet duidelijk is waar en hoe de faunapassages er moeten komen en of dat niet strijdig is met de functie van de waterkering. Hoe wordt verzekerd dat de Dommel niet overstroomt richting het woongebied via de faunapassages? Niet duidelijk is of sprake is van negatieve effecten op de waterhuishouding en of er over negatieve effecten met het waterschap is gesproken. Gemeentelijk standpunt Ad. 21 De locaties van de faunapassages zijn aangegeven in het definitief ontwerp van de fietsroute die met de omgeving is gedeeld en ook op de projectwebsite is opgenomen (zie bijlage 2 bij de regels). Deze locaties en de werking van de waterkering zijn afgestemd met TGE en besproken met het Waterschap. Door specifieke faunapassages te plaatsen die dichtgezet kunnen worden, kan overstroming van de Dommel voorkomen worden.

42

Conclusie zienswijze Dit onderdeel uit de zienswijze leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 22. Handhavingsnota (bewoner 25) In de toelichting wordt verwezen naar de Handhavingsnota Leefbaarheid 2018-2021. In hoeverre is deze nota nog actueel? Gemeentelijk standpunt Ad. 22 Deze is nog vigerend. 23. Geen tijdwinst door snelfietsroute (bewoner 48) De aan te leggen snelfietsroute levert nauwelijks tijdwinst op en is overbodig. Maximaal 0,5 tot 2,5 minuut voor een klein aantal werknemers van ASML en de HTCE. De natuur wordt onnodig aangetast. Er moeten bomen worden gekapt. De route voert door een woonwijk. Levert overlast op voor bewoners en is niet veilig aan de Ulenpas vanwege de vele uitritten. Met een kleinere investering, minder overlast voor bewoners, en zonder aantasting van de natuur kan de fietsroute langs de Locatellistraat, Roffart, Meerveldhovenseweg en Kempenbaan worden verbeterd. Gemeentelijk standpunt Ad. 23 Wij zijn van mening dat als gevolg van de verbreding van het fietspad de natuur niet onevenredig wordt aangetast. De uitgevoerde onderzoeken tonen aan dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op de natuur. Bovendien worden juist maatregelen genomen om de directe omgeving van het fietspad een positieve natuurimpuls te geven, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande natuurwaarden.

Het aantal bomen dat moet worden gekapt wordt ruimschoots gecompenseerd, zoals blijkt uit het groenplan. Wat betreft verkeersveiligheid voldoet het fietspad aan de daarvoor te hanteren inrichtingsadviezen. Conclusie zienswijze Dit onderdeel uit de zienswijze leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

43

De regels 24. Artikel 1.27 (bewoner 25) De omschrijving in artikel 1.27 “Extensief recreatief medegebruik” is erg summier. Voorgesteld wordt de omschrijving van de VNG te gebruiken. Gemeentelijk standpunt Ad. 24 Wij zijn van mening dat de omschrijving ruim genoeg is. Juist door de recreatievorm niet limitatief weer te geven, zijn andere vormen van extensieve recreatie naast wandelen en fietsen niet uitgesloten. Bovendien is een uniform begrip in het kader van het Omgevingsplan, waar dit bestemmingsplan van rechtswege deel van zal gaan uitmaken gewenst. Conclusie zienswijze Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

25. Artikel 5.1 (bewoner 25) De bestemming woonstraten of parkeervoorzieningen kunnen niet toegestaan worden in het natuurgebied tussen Hanevoetvijver en Dommel. Dat zou autoverkeer mogelijk maken, wat in strijd is met de bestemming van het gebied en de aangrenzende natuurgebieden van NNB. Gemeentelijk standpunt Ad. 25 Zie voor de reactie het antwoord op de zienswijzen onder ad. 20, voorgesteld wordt de bestemmingsomschrijving van de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied aan te passen. Conclusie zienswijze Deze zienswijze geeft aanleiding de regeling in artikel 5.1 gewijzigd vast te stellen. 26. Artikel 3.1 en 4.1(bewoner 25) In artikel 3.1 en 4.1 is de omschrijving onduidelijk. Als aan a, b, c en d niet tegelijk moet worden voldaan is de omschrijving onbruikbaar omdat het natuurgebied dan volledig geasfalteerd zou kunnen worden voor een verharde weg omdat het aan d voldoet.

44

Gemeentelijk standpunt Ad. 26 Wij zijn van mening dat artikel 3.1 niet op deze manier geïnterpreteerd kan worden. In artikel 3.1 staat immers wat betreft wegen dat het moet gaan om “instandhouding van (onverharde) wegen”. Dat impliceert dat de betreffende weg al dient te bestaan op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt en van rechtswege deel zal uitmaken van het Omgevingsplan van de gemeente Eindhoven. De aanleg van nieuwe wegen (verhard of onverhard) is daarmee binnen de bestemmingen ‘Natuur- 1’ op grond van het bestemmingsplan/omgevingsplan dan ook niet mogelijk. Wat betreft artikel 4.1 - de bestemming ‘Natuur-2’ - geldt dat binnen deze bestemming de aanleg en/of instandhouding van wegen niet is toegestaan. Conclusie zienswijze Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. De verbeelding 27. Aanduiding NNB op bestemming ‘Natuur – 1’ (bewoner 25) Onder het fietspad is de bestemming ‘Natuur -1’ niet aangeduid. Nabij het afwateringskanaal is een stuk ‘Natuur – 1’ opgenomen op de verbeelding in het ontwerpbestemmingsplan. Ten onrechte is het NNB-gebied dat onder het fietspad doorloopt niet aangeduid. Het beoogde fietspad loopt dwars door de ecologische verbindingszone. Aanleg van het fietspad maakt inbreuk op de ecologische waarden. Gemeentelijk standpunt Ad.

27 Wat betreft de opmerking dat het NNB- gebied dat onder het fietspad loopt niet is aangeduid moet worden opgemerkt dat dit wel is gebeurd. Aan dit gebied is namelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – ecologische verbindingszone’ toegekend. Daarmee is het in de Omgevingsverordening opgenomen provinciale belang dat bij handhaving van het NNB-gebied is gediend, in voldoende mate verzekerd. Niet voor niets heeft de provincie met het plan kunnen instemmen. Dat de verbreding van het fietspad inbreuk maakt op de ecologische waarden, wordt enkel gesteld maar niet nader onderbouwd. Uit de door ons uitgevoerde natuuronderzoeken blijkt dat van een onevenredige aantasting van ecologische waarden als gevolg van de verbreding van het fietspad geen sprake is.

45

Conclusie zienswijze Dit onderdeel uit de zienswijze leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

46

4. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Regels In artikel 5 wordt lid 5.1 gewijzigd door sub a. ‘woonstraten’, sub c. ‘parkeervoorzieningen’ en sub e. ‘speelvoorzieningen’ (ambtshalve) uit de bestemmingsomschrijving te verwijderen, waarna het volledige lid 5.1 als volgt komt te luiden: De voor `Verkeer - Verblijfsgebied´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voet- en fietspaden; b. groenvoorzieningen; c. kunstobjecten; d. nutsvoorzieningen; e. voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende: g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5. Ambtshalve wijzigingen Regels Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Fietspad HTCE – De Run’ In artikel 1 Begrippen wordt het volgende gewijzigd: -

Ín artikel 1.5 ‘Archeologisch onderzoek’ wordt de tekst vervangen door de volgende tekst: “onderzoek dat voldoet aan de 'Archeologierichtlijnen' van de gemeente Eindhoven, welk onderzoek wordt verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).”

-

Na het begrip 1.17 Bouwen wordt ingevoegd het begrip 1.18 Bodemingreep, dat luidt: “alle grondwerkzaamheden/activiteiten die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologisch bodemarchief.”

-

Na artikel 1.40 wordt toegevoegd:

47

1.41. Onevenredige verstoring archeologische waarden: “Van een onevenredige verstoring is in ieder geval sprake als naar het oordeel van het college archeologische resten in de bodem bij voorkeur behouden moeten worden.” -

De artikelen 1.41 t/m 1.50 worden vernummerd van 1.42 t/m 1.51.

In artikel 5 ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ wordt na lid 5.2 toegevoegd lid 5.3 ‘Strijdig gebruik’ dat luidt: “Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals vermeld in lid 5.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van het fietspad zonder dat binnen 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de mitigerende maatregelen als opgenomen in bijlage 1 van de regels zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden.” Artikel 7 ‘Waarde – Archeologie 6’ wordt als volgt gewijzigd: -

In lid 7.2.1 onder a worden de woorden “minder dan” vervangen door het woord “maximaal”. Het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. In lid 7.2.1 onder b. worden na het woord “plaatsvinden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 2500m2”, waarna het volledige lid 7.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 2500 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 2500 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld.

-

Van lid 7.3.1 ‘Voorwaarden’ wordt de volledige tekst vervangen, zodat het volledige lid 7.3.1. Voorwaarden als volgt komt te luiden: a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én;

48

2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan; b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt aan de omgevingsvergunning tot afwijking de verplichting verbonden tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen, tenzij het belang bij behoud van de archeologische waarden in de bodem zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager. -

In lid 7.4.1 wordt in de eerste zin van het artikel de tekst “van 2500m2 of meer, “ vervangen door de tekst: “meer dan 2500m2”, waarna de zin als geheel als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 uit te voeren:”

-

In lid 7.4.1 onder j wordt de volledige tekst vervangen door de volgende tekst: “het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt”.

-

Lid 7.4.3 “Toelaatbaarheid” wordt in zijn geheel vervangen door de volgende tekst waarna het volledige lid 7.4.3 als volgt komt te luiden: a. De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische

49

waarden, kan de in lid 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. Artikel 8 ‘Waarde – Archeologie 7’ wordt als volgt gewijzigd: -

In lid 8.2.1 onder a worden de woorden “minder dan” vervangen door het woord “maximaal”. Het woord “én” aan het einde van de zin wordt verwijderd. In lid 8.2.1 onder b. worden na het woord “plaatsvinden” toegevoegd de woorden “over een oppervlakte vanaf 25.000m2”, waarna het volledige lid 8.2.1. onder a en b als volgt komt te luiden: a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 25.000 m2 van de grond wordt geroerd; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 25.000 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld.

-

Van lid 8.3.1 ‘Voorwaarden’ wordt de volledige tekst vervangen, zodat het volledige lid 8.3.1. Voorwaarden als volgt komt te luiden: a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan; b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt aan de omgevingsvergunning tot afwijking de verplichting verbonden tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen, tenzij het belang bij behoud van de archeologische waarden in de bodem zwaarder weegt dan het belang van de aanvrager.

50

-

In lid 8.4.1 wordt in de eerste zin van het artikel de tekst “van 25.000m2 of meer, “ vervangen door de tekst: “meer dan 25.000m2”, waarna de zin als geheel als volgt komt te luiden: “Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 25.000 m2 uit te voeren:”

-

In lid 8.4.1 onder j wordt de volledige tekst vervangen door de volgende tekst: “het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt”.

-

Lid 8.4.3 “Toelaatbaarheid” wordt in zijn geheel vervangen door de volgende tekst waarna het volledige lid 8.4.3 als volgt komt te luiden: a. De in lid 8.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan. b. Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen.

51

Verbeelding Op de verbeelding wordt het gedeelte van de fietsroute over de straat Hunenborg uit de verbeelding verwijderd. Onderstaand afbeelding met het gedeelte van de fietsroute vanuit Hunenborg het park in uit de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan.

Wordt gewijzigd naar

52

Toelichting In de toelichting worden bijlagen aan de toelichting toegevoegd en geactualiseerd. De bijlagen zijn/waren ook al op de projectwebsite van de gemeente te vinden. Daarnaast zijn teksten geactualiseerd.

53

6. Bijlagen 1.

Memo aantallen fietsers en prognose (update augustus 2022)

54

Aantallen fietsers Huidige situatie Fietsroutes van en naar De Run In de huidige situatie zijn er meerdere fietsroutes die Eindhoven verbinden met De Run. Deze routes zijn in kaart gebracht met het project Mijn040routes. Hierbij zijn de verplaatsingen van ruim 2000 deelnemers gedurende een aantal maanden vastgelegd. In totaal ruim 200.000 trips te voet, per fiets, met de bus, trein en auto. Op de kaart hieronder zijn de fietsers te zien. Waar meer gefietst wordt is de oranje lijn breder.

Figuur 1: Routes van fietsers vanuit het onderzoek Mijn040routes Op de kaart is te zien dat er voor fietsers op dit moment vier routes zijn tussen Eindhoven en Veldhoven. 1. Genderpark – Beemdstraat – Nelson Mandelapark – Cranendonck – Julianastraat 2. Hoogstraat/Karel de Grotelaan – Meerveldhovenseweg – Kempenbaan 3. Floralaan-West – Antoon Coolenlaan/Bayeuxlaan – Locatellistraat – fietspad Klotputten – Ulenpas 4. Floralaan-West – Antoon Coolenlaan/Bayeuxlaan – Locatellistraat – fietspad Klotputten – O.L. Vrouwendijk. Uit de gegevens van Mijn040routes is niet te zien hoeveel fietsers er zijn per route, maar wel is te zien dat route 1 het drukst is, gevolgd door route 3. Route 4 wordt nauwelijks gebruikt.

Fietstellingen Er zijn fietstellingen van de vier routes gedaan bij de onderdoorgangen onder de randweg A2/N2. De telling van juni 2019 geeft de hoogste aantallen fietsers. Juni is in de regel de drukste fietsmaand. Het aantal fietsers ligt vooral in de herfst- en wintermaanden lager. Uit de cijfers blijkt duidelijk dat route 1 via Cranendonck van en naar De Run verreweg het meest wordt gebruikt.

Telpunt: (Cranendonck) 1 (Cranendonck) 2 (Meerveldhovenseweg) 2 (Meerveldhovenseweg) 3 (Ulenpas) 3 (Ulenpas) 3 (Ulenpas) 3 (Ulenpas) 3 (Ulenpas) 3 (Ulenpas ten oosten van Hunenborg) 3 (Ulenpas ten oosten van Hunenborg) Hunenborg 4 (Fietspad langs Dommel bij Hanevoetvijver) 4 (Fietspad langs Dommel bij Hanevoetvijver) 4 (Fietspad ten zuiden van randweg langs Dommel)

Periode Maart 2018 Juni 2019 Maart 2018 September 2020* Maart 2018 Juni 2019 September 2020* September 2021* Juni 2022 September 2021*

Fietsers per werkdag 3.474 6.342 1.297 1.266* 1.875 2.835 1.617* 2.165* 3.092 1.274*

Fietsers per weekdag 2.787 5.131 1.075 1.083* 1.392 2.155 1.283* 1.677* 2.401 1.024*

Juni 2022

1.851

1.479

Juni 2022 September 2021*

1.639 1.217*

1.275 974*

Juni 2022

1.815

1.460

Maart 2018

33

41

*telling niet representatief als gevolg van Covid-19. Aantallen liggen 40-50 % lager dan normaal. De meest recente telresultaten (van de telling in september 2021) zijn op onderstaand kaartje weergegeven in zwart. Het gaat om gemiddeldes van de werkdag.

Voor de route via de Ulenpas is ook geteld waar de fietsers vandaan kwamen en naar toe gingen. Uit de tellingen bleek dat van alle fietsers op de Ulenpas-West (100%), 50% van en naar de oostkant van de Ulenpas fietst en 50 % van en naar de Hunenborg en verder langs de Dommel.

Brommers/scooters en snelle e-bikes

Ook is het aantal brommers/scooters en het aantal snelle e-bikes (speed pedelecs) geteld (op 6, 11 en 13 oktober 2020). Brommers/scooters maken 8 % deel uit van het totaal (brommers/scooters, speed pedelecs, e-bikes en fietsen samen). Snelle e-bikes maken 0,5 % deel uit van het totaal.

Verwachte aantallen fietsers Tellingen van maart 2018 lieten zien dat op de onderdoorgang Ulenpas (bij het viaduct N2/A2) op een gemiddelde werkdag 1.875 fietsers reden. Tellingen van juni 2019 lieten zien dat op de onderdoorgang Ulenpas (bij het viaduct N2/A2) op een gemiddelde werkdag 2.835 fietsers reden. Dit suggereert een behoorlijke seizoensinvloed (32 %), maar het gaat niet om hetzelfde jaar en is daarmee ook niet helemaal vergelijkbaar. Om extra inzicht te krijgen in de seizoensinvloed op het fietsgebruik is de data gebruikt van de fietsteller aan de Bayeuxlaan. Hier blijkt het gemiddeld aantal fietsers per dag in de maanden januari/februari afgerond 15 % lager te liggen dan in de maanden mei/juni. De ontwikkeling van het aantal fietsers op de fietsverbinding is afhankelijk van vele factoren: 1. De groei van het aantal arbeidsplaatsen op De Run. Met name ASML is hard gegroeid de laatste jaren. De komende jaren zal ASML gaan uitbreiden ten Noorden van de Kempenbaan-Oost (De Run 1000). Het aantal werknemers groeit daarmee van circa 15.000 naar circa 17.500. Fietsers van Eindhoven naar de nieuwe uitbreiding van ASML ten noorden van de Kempenbaan-Oost zullen echter niet of nauwelijks van de route over de Ulenpas gebruik maken, omdat de route langs de Meerveldhovenseweg of Cranendonck veel korter en sneller is. 2. De effecten van de COVID-19 pandemie.

Nu thuiswerken voor veel bedrijven de norm is geworden, is de verwachting dat ook in de situatie na de COVID-19 pandemie meer mensen thuis blijven werken en meer mensen vaker thuis werken dan voorheen. Dat zal een structureel effect hebben op het aantal verplaatsingen (zowel van gebruikers van het openbaar vervoer, fietsers als automobilisten). Het zal in ieder geval lange tijd duren voordat het aantal fietsers dat van de fietsverbinding gebruik maakt weer in de buurt komt van het oude niveau van voor de crisis. In september 2020 (vóór de tweede lockdown) lag het aantal fietsers op ongeveer de helft van het aantal dat in 2019 is geteld). Voor ASML bijvoorbeeld is het beleid er op gericht dat personeel gemiddeld gezien 1 à 2 dagen per week thuis blijft werken na de pandemie (30 % van de werktijd). Dat betekent voor ASML dat er minder fietsritten worden gemaakt door personeel. Maar sinds de tellingen in 2019 is het personeelsbestand echter ook gegroeid. Die effecten zullen elkaar deels compenseren. 3. Met een zogenaamde “fietspotentiescan” (een model dat het aantal fietsers voorspelt als een bepaalde fietsverbinding wordt verbeterd) is berekend dat er als gevolg van de verbetering van de fietsverbinding tussen De Run en de HTCE ongeveer 130 extra fietsers mogen worden verwacht.

Dat is een stijging van 5,7% ten opzichte van het hierboven weergegeven gemiddeld aantal fietsers op een gemiddelde werkdag. Hiermee komt het totaal uit op ongeveer 2.500 fietsers per gemiddelde werkdag met uitschieters naar 2.950 fietsers in de drukke juni-maand. Een eerdere berekening van de fietspotentiescan in 2016 voor een langere fietsroute (van Geldrop naar De Run) liet hogere waarden zien aan nieuwe fietsers, namelijk 4.140 fietsers. De berekende cijfers uit 2016 zijn echter een behoorlijke overschatting is uit ervaring gebleken bij andere fietsroutes. Het getal moet met ongeveer 0,6 worden vermenigvuldigd (2.484 fietsers dus). Dat is het totaal van nieuwe fietsers op een deel van de route Geldrop-De Run. Verreweg de meeste fietsers fietsen echter niet de hele route, maar een (klein) deel van de route en slaat vervolgens af naar de bestemming (bv. Eindhoven-Zuid, HTCE). Naar schatting zal maximaal 20 % van de nieuwe fietsers gebruik maken van het deel van de fietsroute langs de Dommel/Hunenborg/Ulenpas. Dat zou neer komen op circa 500 extra fietsers, onder de voorwaarde dat de route Geldrop-De Run ook daadwerkelijk in zijn geheel wordt gerealiseerd. Daar zijn op dit moment nog geen concrete plannen voor. 4. Nieuwe ontwikkelingen in het fietsnetwerk.

Zo wordt in Veldhoven de fietsstructuur langs de KempenbaanOost verbeterd, met een onderdoorgang onder de Kempenbaan-Oost (fietsvallei). Ook zijn er plannen om de fietsvoorzieningen langs de Peter Zuidlaan tussen de Heistraat en Cranendonck te verbeteren. Bovendien zijn er plannen om een noord-zuid gerichte fietsroute aan te leggen tussen de Kempenbaan-Oost en de Ulenpas aan Veldhovense zijde. Wat het effect van deze ontwikkelingen zal zijn op het fietsgebruik op de route Ulenpas/Hunenborg/langs de Dommel) is nauwelijks in te schatten. Enerzijds kan de verbetering van de fietspaden langs de Kempenbaan-Oost ervoor zorgen dat fietsers vanuit de route langs de Dommel/Hunenborg/Ulenpas worden aangetrokken. Tegelijkertijd kan de noord-zuid gerichte fietsroute extra fietsers aantrekken vanuit oostelijke delen van Veldhoven naar de HTCE. Naar verwachting zullen deze

5.

effecten elkaar deels compenseren, maar zal er geen sprake zijn van een significante toename of afname van het aantal fietsers op de route Ulenpas/Hunenborg/Dommel. De jaarlijkse gemiddelde groei van het fietsverkeer in Eindhoven ligt tussen de 1 en 3 procent, waarbij de laagste waarden gelden voor woongebieden waar nauwelijks ruimtelijke ontwikkelingen zijn en de hoogste waarden voor het centrumgebied en transformatiegebieden als Strijp-S. Naar schatting zal de groei in het studiegebied ongeveer 2 % per jaar bedragen.

In onderstaande tabel is een prognose opgenomen voor de aantallen fietsers in het jaar 2030. Er is gewerkt met een bandbreedte, met twee kolommen (“scenario laag” en “scenario hoog”). We verwachten dat de daadwerkelijke toekomstige aantallen er ergens tussenin zullen liggen.

Uitgangssituatie 2019 (pre Corona) voor Ulenpas-West Extra fietsers als de route GeldropDe Run geheel wordt gerealiseerd (fietspotentiescan) Jaarlijkse groei 2 % (+ 22 % tot 2030) Totaal aantal fietsers op de Ulenpas-West (afgerond) Totaal aantal fietsers op de Ulenpas-Oost (afgerond) Totaal aantal fietsers op de Hunenborg/Backenhage/fietspad langs de Dommel (afgerond) Groei in 2030 t.o.v. 2019

Scenario laag in 2030

Scenario hoog in 2030

2.355 fietsers (gemiddelde van winter en zomertelling) + 500 fietsers

2.835 fietsers (hoogste telling in piekmaand juni)

+ 628 fietsers

+ 733 fietsers

3.480 fietsers

4.070 fietsers

2.050 fietsers

2.395 fietsers

1.960 fietsers

2.290 fietsers

48 %

44 %

+ 500 fietsers

Fietstellingen Backenhagen / Park Onderstaand zijn de tellingen van twee locaties opgenomen uit 2022. Deze tellingen geven een beeld van de verdeling van de intensiteiten over de dag.

Tellocaties

Locatie 1

Locatie 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175622/1