Bijlage 2 - Memo en nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan: Fietspad HTCE - De Run
Gemeente Eindhoven Ruimtelijk Beleid en Ontwikkeling – Ruimtelijke Ordening Concept 13 mei 2024
Inhoud 1.
Inleiding
3
2.
Inhoudelijke hoofdpunten
4
2.1 Doel van fietsroute, als onderdeel van fietsnetwerk
4
2.2 Participatieproces en besluit routekeuze
6
2.3 Verkeersveiligheid
9
2.4 Natuur en ecologie
11
3.
Zienswijzen
13
4.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen
47
5.
Ambtshalve wijzigingen
47
6.
Bijlagen
54
2
1. Inleiding Deze nota van zienswijzen hoort bij het bestemmingsplan Fietspad HTCE - De Run. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 14 december 2023 tot en met woensdag 24 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om digitaal, schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de terinzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het Gemeenteblad van 13 december 2023 gepubliceerd. Ook is kennisgegeven van de mogelijkheid om een digitale versie van het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn de zienswijzen opgenomen en samengevat. De samenvatting heeft uitsluitend tot doel om de leesbaarheid van deze nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen zijn de volledige brieven met bijlagen, zoals deze bij de gemeente zijn binnengekomen, betrokken. In hoofdstuk 2 van deze nota wordt op een aantal aspecten ingegaan dat in diverse zienswijzen naar voren is gebracht. In hoofdstuk 3 wordt verder ingezoomd op de zienswijzen en worden de aspecten behandeld die niet – of niet met zoveel woorden in hoofdstuk 2 zijn beschreven.
De zienswijzen zijn daarmee in hoofdstuk 2 en 3 van deze nota van een gemeentelijk standpunt voorzien. Verder zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn in hoofdstuk 4 opgenomen.
3
2. Inhoudelijke hoofdpunten Een aantal van de zienswijzen heeft betrekking op het doel van deze fietsroute als onderdeel van het fietsnetwerk van Eindhoven. Daarnaast zijn er meerdere vragen gesteld over het participatieproces en de besluitvorming over de routekeuze. Ook de verkeersveiligheid en natuur zijn onderwerpen waar in meerdere zienswijzen bij stil wordt gestaan. In dit hoofdstuk wordt om die reden op deze breed besproken onderwerpen ingegaan. 2.1 Doel van fietsroute, als onderdeel van fietsnetwerk Het doel van deze fietsroute is het verbeteren van de (fiets)bereikbaarheid van de bedrijventerreinen c.q. campussen De Run en de High Tech Campus Eindhoven (HTCE) en de omliggende woongebieden in Veldhoven en Eindhoven voor onder meer forensen, scholieren en recreanten. Tegelijkertijd betekent de vernieuwde fietsroute een verbetering voor de ecologie in het gebied langs de Dommel. Dit blijkt uit de maatregelen die voortvloeien uit de diverse onderzoeken naar flora en fauna en de natuurwaarden in het gebied. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 2.4. Deze maatregelen zijn onderdeel van het project waar het bestemmingsplan deel van uitmaakt. De groei van woon- en werklocaties, zoals De Run (ASML) en de HTCE, en de daarbij toenemende verkeersdruk leidt tot de vraag naar betere alternatieven voor het autoverkeer.
Met de opkomst van de (elektrische) fiets en andere vormen van (deel)mobiliteit wordt de vraag naar goede fietsroutes voor alle gebruikers ook groter. Deze twee ontwikkelingen vragen om verbeteringen en aanpassingen van de infrastructuur. De fietsroute tussen De Run en de HTCE is onderdeel van de visie op de ontwikkeling van de fietsnetwerken uit het Masterplan Mobiliteit 2050. Het college van burgemeester en wethouders heeft na een zorgvuldig participatieproces met de omgeving in november 2022 het tracé (Ulenpas, Hunenborg, Backenhagen en langs de recreatieplas Hanevoet) en het voorlopig ontwerp van de fietsroute vastgesteld. Deze fietsroute draagt bij aan de mobiliteitsdoelen van de gemeente Eindhoven die beschreven staan in de visie ‘Actualisatie Eindhoven op Weg’ en sinds 19 december 2023 ook in het Masterplan Mobiliteit 20501 . 1. Alles is dichtbij: Het fiets- en loopnetwerk verbindt de inwoners met de dichtstbijzijnde dagelijkse voorzieningen en OV-halten. We 1
Masterplan Mobiliteit 2050; ‘Wij gaan vooruit’, d.d. 19 december 2023, 12 maart 2024 door de gemeenteraad vastgesteld.
4
zetten in op wijkgerichte uitwerkingsplannen met meer focus op lopen en fietsen (o.a. door het oplossen van barrières en invullen van missing links). De grote (her)ontwikkelingslocaties worden voorbeeldwijken voor lopen en fietsen. 2. Een passend netwerk voor elke vervoerswijze: Lopen en fietsen staan op één. We investeren in een loop- en fietsnetwerk met voldoende comfort en aantrekkelijkheid en het weghalen van fysieke barrières en hindernissen voor voetgangers en fietsers op routes. Ook is deze fietsroute onderdeel van het fietsnetwerk. Zoals in het Masterplan Mobiliteit 2050 wordt beschreven, wordt met doorfietsroutes en stadsroutes het fietsnetwerk verder doorontwikkeld en aangesloten op de regionale F-routes. Zie onderstaande afbeelding voor het volledige netwerk.
Afbeelding 1. Het fietsnetwerk waar de gemeente Eindhoven de komende jaren aan werkt.
De fietsroute loopt van De Run in Veldhoven naar de HTCE op Eindhovens grondgebied. Het deel van de fietsroute De Run – HTCE op Veldhovens grondgebied is na aanpassing van het bestemmingsplan voor dit deel reeds gerealiseerd. Het deel van de fietsroute tussen de gemeentegrens met Veldhoven en het park, waarvoor geen aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk was, wordt conform de plannen omgebouwd naar een fietsstraat.
5
2.2 Participatieproces en besluit routekeuze 2.2.1 Participatieproces In het rapport van AnteaGroup uit 2018 is op basis van ruimtelijke argumenten een eerste onderzoek gedaan naar de verschillende routes. In die tijd is ook vooroverleg geweest met o.a. de Provincie NoordBrabant, Brabant Water, Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) en waterschap De Dommel. Vervolgens hebben de colleges van Eindhoven en Veldhoven in het najaar van 2018, op basis van onderzoek van AnteaGroup2, besloten om het tracé via de Ulenpas, Hunenborg, Backenhagen langs de zuidzijde van de plas bij Hanevoet richting High Tech Campus Eindhoven (HTCE) te laten lopen. Na de besluitvorming over het voorkeurstracé in 2018 is er door diverse belanghebbenden en de gemeenteraad aangegeven dat bij deze routekeuze uit 2018 de omgeving onvoldoende was betrokken en is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Om alsnog een goede invulling te geven aan de participatie is in 2020 een uitgebreid en zorgvuldig proces ontworpen met een klankbordgroep, bewoners van de wijken Hanevoet en Ooievaarsnest en betrokken partijen, zoals de Fietsersbond en TGE en is uitgebreide informatievoorziening op de projectwebsite geplaatst.
De klankbordgroep bestond uit een evenredige vertegenwoordiging van de diverse belangen: bewoners van Ooievaarsnest, Hanevoet, De Bennekel, Trefpunt Groen Eindhoven, de Fietsersbond en opleidingsinstituut Yuverta. Met deze klankbordgroep is opnieuw gekeken naar de alternatieve routes. In dit proces is tevens transparant gemaakt welke afwegingen zijn gemaakt om te komen tot een definitieve tracékeuze. Participatieproces met klankbordgroep (tijdsperiode 2020-2021) Op basis van zes bijeenkomsten is met de leden van de klankbordgroep een proces doorlopen van het benoemen van problemen/knelpunten, tot het selecteren van mogelijke tracés en het bespreken van ontwerpmogelijkheden. Uiteindelijk zijn in de laatste bijeenkomst de leden van de klankbordgroep gevraagd hun voorkeur ten aanzien van de drie overgebleven tracés aan te geven.
2
“Verkenning snelfietsroute De Run-HTCE” van AnteaGroup, d.d. 8 oktober 2018, projectnr. 0416894.00
6
Een meerderheid van de klankbordgroep heeft de voorkeur uitgesproken voor route 1. Hierover is de omgeving geïnformeerd via een wijkinformatiebrief en de projectpagina op de website van de gemeente Eindhoven3 en heeft ook de omgeving haar mening kenbaar kunnen maken. Op basis van de resultaten van dit participatietraject gecombineerd met de opvattingen van inhoudsdeskundigen heeft het college eind 2022 besloten dat de route Ulenpas, Hunenborg, Backenhagen en park Hanevoet het definitieve tracé voor de doorfietsroute De Run – HTCE zou worden. 2.2.2 Besluit routekeuze Route 1 is om de volgende redenen gekozen: Het is de kortste route: 1,6 km; Het huidige fietspad door het park hoeft alleen te worden verbreed en de straat door de wijk te worden heringericht; Meer groen op Ulenpas; Duidelijke scheiding tussen voetpad en fietspad mogelijk bij de route door het park Hanevoet; Het is mogelijk om over de huidige brug 't Werdje (brug over het Afwateringskanaal) de fietsroute te laten lopen; Mogelijkheid om verkeersveiligheid te verbeteren (vooral tussen fietsers en auto's) ten opzichte van de huidige situatie in de woonwijk,
3 website van de gemeente Eindhoven: www.eindhoven.nl/projecten/maatregelenpakket-
bereikbaarheid-de-run/fietsroute-de-run-htce
7
Bushalte midden in bussluis (geen kruising van stilstaande bus met fietsers).
Route 2 is om de volgende redenen afgevallen: Langere route voor fietsers (1,95 km). Fietsers zijn net als water, zoeken altijd de kortste route; Van de Binckhorst links afslaan naar de Klotputten zit een onlogische scherpe bocht voor fietsers; Ten noorden van de Klotputten loopt een wandelpad dat veel wordt gebruikt en niet verloren mag gaan. Fietsen mag niet ten koste gaan van wandelen. Fietsers moeten worden gescheiden van de wandelaars en dus moet naast het wandelpad ten noorden van de recreatieplas in Klotputten een extra fietspad worden aangelegd. Verbreding van de dijk over een afstand van ongeveer 175 meter bij de Klotputten is nodig indien er een extra fietspad naast het bestaande wandelpad aangelegd zou worden. Route 3 is om de volgende redenen afgevallen: Deze route is langer dan andere routes (2,3 km); Route loopt door het Natuur Netwerk Brabant (NNB), door het waterwingebied van Brabant Water én door het regionale waterbergingsgebied Onaantrekkelijke omgeving door lawaai en stank van de snelweg; Sociale veiligheid: verder van de wijk af en stuk donkerder; Kosten aanleg nieuwe infrastructuur en brug. 2.2.3 Ombudscommissie Eindhoven In 2021 en 2022 zijn twee klachten ingediend bij de Ombudscommissie Eindhoven over de gemeente Eindhoven met betrekking tot voorliggend project.
Eén klacht zag onder andere op de samenspraak en participatie in de klankbordgroep. De Ombudscommissie heeft de klachten voor een gedeelte gegrond bevonden namelijk ten aanzien van het onderdeel dat de gemeente geen juiste of goed gemotiveerde informatie heeft gestuurd over een aanmelding uit de Backenhagen voor deelname aan de klankbordgroep, alsmede dat de gemeente niet zorgvuldig is geweest en onduidelijk in haar communicatie over de samenstelling, werkwijze en doel van de klankbordgroep wat bij de verzoeker tot bepaalde verwachtingen had geleid. Op de andere punten heeft de Ombudscommissie de klacht ongegrond beoordeeld of zich onthouden van een oordeel. Voor wat betreft de andere klacht was de Ombudscommissie het met de klager eens dat in de beantwoording van een e-mail waarin vier concrete vragen waren gesteld, de verzoeker geen duidelijke antwoorden heeft gekregen. De gemeente had daardoor de Behoorlijkheidswijzer geschonden, in het bijzonder A. Open en duidelijk en B. Respectvol. Voor het overige achtte de
8
Ombudscommissie zich voor enkele gronden niet bevoegd deze te beoordelen, onthield de Ombudscommissie zich van een oordeel of achtte de Ombudscommissie de klachten ongegrond.
2.3 Verkeersveiligheid 2.3.1 Fietsaantallen/prognoses Op dit moment zijn er vier routes tussen Veldhoven en Eindhoven. Van 2018 tot 2022 zijn er fietstellingen op deze vier routes uitgevoerd. In het document Aantallen fietsers en prognose (augustus 2022)4 staan de tellingen van huidige fietsers (2018-2022) en de prognoses voor het aantal fietsers per gemiddelde werkdag tot aan 2030 beschreven. De prognose en dus de ontwikkeling van het aantal fietsers op deze fietsverbinding is afhankelijk van verschillende factoren. Deze factoren zijn in het hierboven genoemde document nader onderbouwd en betreffen kort samengevat: - De groei van het aantal arbeidsplaatsen op De Run, met name ASML; - Een berekening met de “fietspotentiescan” (een model dat het aantal fietsers voorspelt als een bepaalde fietsverbinding wordt verbeterd); - Nieuwe ontwikkelingen in het fietsnetwerk; - De jaarlijkse gemiddelde groei van het fietsverkeer in Eindhoven (naar schatting zal de groei in dit gebied ongeveer 2 % per jaar bedragen). 2.3.2 Verkeersveiligheidsaudit Er zijn drie verschillende verkeersveiligheidsaudits gedaan, namelijk op het schetsontwerp in 2021 door DTV Consultants5, op het voorlopig ontwerp in 2022 door Goudappel6 en op het definitief ontwerp door het park in 2023 door Goudappel7.
Deze documenten zijn te raadplegen via de website van de gemeente Eindhoven over dit project: Meer informatie over de fietsroute | Gemeente Eindhoven en zijn ook als bijlage bij de toelichting gevoegd. Deze verkeersveiligheidsaudits zijn uitgewerkt binnen de duurzaam veilig principes: Functionaliteit, Biomechanica en Psychologica. De audit 4
Dit document is te raadplegen via de website van de gemeente Eindhoven: Meer informatie over de fietsroute | Gemeente Eindhoven 5 Rapport ‘Verkeersveiligheidsaudit doorfietsroute, High Tech Campus Eindhoven-De Run’, d.d. 10 december 2021, kenmerk 210367/PSm. 6 Rapport ‘Verkeersveiligheidsaudit Snelfietsroute De Run-HTCE-beoordeling bestaande situatie en voorlopig ontwerp’, d.d. 29 juli 2022, kenmerk 012677.20220713.N1.03 7 Rapport ‘Beoordeling verkeersveiligheid aanpassing dwarsprofiel park’, d.d. 18 augustus 2023, kenmerk 012677.20230609.N1.02
9
op verkeersveiligheid toont aan dat het voorlopig ontwerp (c.q. de aanpassing naar een fietsstraat en verbreding van het fietspad in het park) voor alle gebruikers verkeersveilig is en dat de verkeersveiligheid ten opzichte van de huidige situatie verbetert. In de verkeersveiligheidsaudit van het voorlopig ontwerp is geconcludeerd dat de breedte van het fietspad van 3,5 meter voldoet bij een maximale fietsintensiteit van 600 fietsers per uur en 0% brom- en snorfietsers. Dit maximale aantal wordt op grond van de maximale prognose voor dit deel van de fietsroute (2465 fietsers per etmaal op een werkdag in 2030) niet gehaald. Uit de tellingen blijkt dat ongeveer 18% van de fietsers per etmaal in het drukste spitsuur rijdt. Dit betekent 444 fietsers per uur. Dit past binnen de uitgangspunten voor intensiteiten en regime zoals in de ontwerpnota van deze fietsroute. Het huidige fietspad is een onverplicht fietspad en dit blijft in de definitieve situatie gehandhaafd. Dit betekent dat het gebruik ervan door brommers en speedpedelecs niet is toegestaan, tenzij het scooters of snorfietsen betreft met een elektrische aandrijving met een maximale snelheid tot 25 km/uur. Ook wordt in het ontwerp het wandelnetwerk in het park gecompleteerd en losgekoppeld van de fietsstructuur door extra wandelpaden te realiseren.
Hierdoor hoeven wandelaars niet meer over het fietspad te lopen, wat bijdraagt aan de veiligheid van fietser én wandelaar. In de verkeersveiligheidsaudit behorende bij het definitief ontwerp voor het fietspad door het park is de aanbeveling gedaan om het hoogteverschil zo te maken dat dit duidelijk zichtbaar is voor fietsers. Wij hebben in het ontwerp dit hoogteverschil duidelijk gemaakt door boomstammen in de bermen langs het fietspad te plaatsen. Zie onderstaande afbeelding hoe dit eruit komt te zien.
10
2.4 Natuur en ecologie Om een goed beeld te vormen van de binnen het plangebied aanwezige beschermde soorten en habitats is een natuurtoets8 uitgevoerd (zie bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Naar aanleiding van deze natuurtoets heeft een extra veldonderzoek plaatsgevonden (zie bijlage 8 bij de toelichting van het bestemmingsplan) waarbij de maatregelen uit de natuurtoets verder zijn onderzocht. Vervolgens bleek een extra natuurwaardenonderzoek9 nodig (zie bijlage 9 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Uit deze natuurtoets en het extra natuurwaardenonderzoek is gebleken dat de verbreding van de bestaande fietsroute door het park Hanevoet aanvaardbaar is vanuit de regelgeving over beschermde soorten en dat de natuurwaarden kunnen worden versterkt, mits er mitigerende en versterkende maatregelen worden genomen. Deze mitigerende maatregelen zijn – voor zover reëel mogelijk - als voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsplanregels opgenomen. De maatregelen uit de natuurtoets zijn verplicht vanuit de wet natuurbescherming. Deze zijn dus al onderdeel van de ontheffing wet natuurbescherming. Vanuit het natuurwaardeonderzoek zijn de volgende concrete maatregelen benoemd die we in de voorwaardelijke verplichting onderbrengen: De eenmalige maatregelen zijn als volgt:
Tijdens werkzaamheden fietspad ontoegankelijk maken d.m.v. paddenschermen Inzaaien bermen (zie groenplan) Faunapassage(s) (zie groenplan) Dood hout (waaronder takkenhopen) terugbrengen in de directe omgeving (zie groenplan) Opstellen Ecologisch Werkprotocol ter bescherming van bomen Plaatsing oeverzwaluwwand/ijsvogelwand (zie groenplan) Bijenburcht en/of zandige delen creëren (zie groenplan) Talud langs wateren aanpassen (talud verflauwen) (Tijdens terreinbezoek met Trefpunt Groen Eindhoven is geconstateerd dat er in de huidige situatie een goede verhouding is tussen flauw hellende oeverdelen en oeverdelen voor recreatief medegebruik, zodat deze maatregel niet nodig is).
8
“Natuurtoets fietsroute De Run-HTCE te Eindhoven van Anteagroup, d.d. 10 juni 2022, projectnr. 0476777 9 “Rapportage nader onderzoek ecologie-fietsroute De Run-HTCE van Anteagroup, d.d. 28 augustus 2023, projectnr. 0476777.100
11
De lange termijn maatregelen zijn als volgt:
Aanpassen maaibeheer (afgestemd met beheer) Snoeibeheer bomen aanpassen (gefaseerd snoeien) (afgestemd met beheer) Onderhoud oeverzwaluwwand/ijsvogelwand (afgestemd met beheer) Bewoners en betrokken partijen in de omgeving stimuleren tot vergroenen en/of het plaatsen van soort-specifieke kasten
Er worden tijdens de realisatie van het project door het park Hanevoet mitigerende maatregelen getroffen voor de bever en otter. Voor de alpenwatersalamander worden voorafgaand aan de werkzaamheden, gedurende de werkzaamheden en na afloop van de werkzaamheden mitigerende maatregelen getroffen. De eenmalige en lange termijn maatregelen staan beschreven in het activiteitenplan ten behoeve van de aanvraag ontheffing Wnb. Voor zover mogelijk zijn deze ook in het bestemmingsplan vastgelegd in een voorwaardelijke verplichting in artikel 5.3 van de regels. Daarnaast wordt in dit kader dynamische verlichting op het fietspad aangebracht. In het kader van verkeersveiligheid is het noodzakelijk om verlichting op het fietspad te plaatsen. Deze verlichting is ’s avonds en ‘s nachts uitgeschakeld en schakelt aan naar een veilig lichtniveau als er beweging is. Deze verlichting heeft geen tot weinig effect op flora en fauna zoals vleermuizen doordat deze enkel op het fietspad en niet op de omgeving wordt gericht. In het vervolgonderzoek van de natuurtoets10 is de exacte inpassing van deze maatregelen bepaald en dit is verwerkt in het groenplan van het definitief ontwerp. Voor enkele soorten is een ontheffing vereist van de Provincie Noord-Brabant. Gelet op de mitigerende maatregelen die daarvoor kunnen worden uitgevoerd, is de verwachting dat de vereiste ontheffing kan worden verleend.
Een activiteitenplan ten behoeve van de ontheffing is samen met de ontheffingsaanvraag bij de provincie ingediend. Of de voorgestelde mitigerende maatregelen in het kader van de ontheffing op grond van de Wnb voldoende zijn, is ter beoordeling van het bevoegd gezag gedeputeerde Staten van de provincie NoordBrabant.
10 Zie Rapportage nader onderzoek ecologie van Anteagroup d.d. 28-8-2023
12
3. Zienswijzen Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan Fietspad HTCE - De Run zijn 51 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. De zienswijzen zijn ontvankelijk. In veel zienswijzen zijn gelijke en/of vergelijkbare reacties gegeven, om die reden zijn deze zienswijzen samengevat en gebundeld weergegeven en van inhoudelijke reacties voorzien. Bij de beantwoording is aangegeven of in de zienswijzen aanleiding is gevonden het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen of niet. In het voorgaande hoofdstuk is op een aantal aspecten ingegaan die breed in de zienswijzen zijn aangevoerd. Hieronder wordt een samenvatting van de zienswijzen weergegeven en worden ze voorzien van een gemeentelijk standpunt, waarbij voor de aspecten die in hoofdstuk 2 al zijn besproken wordt volstaan met een verwijzing naar dat hoofdstuk. In verband met de privacy zijn de naam- en adresgegevens van de indieners van de zienswijzen in een aparte bijlage opgenomen. Deze bijlage is niet digitaal beschikbaar, maar wel analoog. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen kenbaar gemaakt door: 1. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 2. Een bewoner van een woning aan Twickel te Eindhoven; 3. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 4. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 5.
Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 6. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 7. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 8. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 9. Twee bewoners van een woning aan Allersma te Eindhoven; 10. Een bewoner van een woning aan Ridderzaal te Eindhoven; 11. Een bewoner van een woning aan Weldam te Eindhoven; 12. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 13. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 14. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 15. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven 16. Een bewoner van een woning aan Aldendriel te Eindhoven; 17. Een bewoner van een woning aan Karel de Grotelaan te Eindhoven; 18. Een bewoner van een woning aan Radboud te Eindhoven; 19. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 20. Een bewoner van een woning aan Weldam te Eindhoven; 21. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven;
13
22. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 23. Een bewoner van een woning aan Hartelstein te Eindhoven; 24. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 25. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 26. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 27. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 28. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 29. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 30. Een bewoner van een woning aan Backenhagen te Eindhoven; 31. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 32. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 33. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 34. Een bewoner van een woning aan Rooswijck te Eindhoven; 35. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 36. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 37. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 38. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 39. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 40. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 41. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 42. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 43. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 44. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 45.
Bewoners van een woning aan Bennekelstraat te Eindhoven; 46. Een bewoner van een woning aan Herinkhave te Eindhoven; 47. Een bewoner van een woning aan Hunenborg te Eindhoven; 48. Een bewoner van een woning aan Ulenpas; 49. Wijkvereniging Ooievaarsnest; 50. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven; 51. Een bewoner van een woning aan Ulenpas te Eindhoven. Zienswijzen argumenten 1. Historisch perspectief (bewoners 6, 7, 8, 12, 15, 20, 21, 22, 24, 29 t/m 51) In het huidige bestemmingsplan is het fietspad bestemd voor “uitsluitend voor extensief recreatief gebruik”. Het wordt een drukke doorgaande snelfietsroute door een recreatief uitloop/natuurgebied. Een drukke doorgaande fietsroute is niet toegestaan in het huidige bestemmingsplan. Ten onrechte wordt er van uit gegaan dat het fietspad binnen het geldende bestemmingsplan al gebruikt zou mogen worden voor druk woon-werkverkeer. In het geldende bestemmingsplan is Hunenborg aangeduid als ‘woonstraat’. Omdat een ‘woonstraat’ in de toelichting niet is
14
gedefinieerd moet worden uitgegaan van het begrip in de Van Dale, namelijk een straat met beperkt verkeer ten behoeve van de bewoners. Doorgaand fietsverkeer van HTCE naar De Run is dan niet toegestaan. Het doorgaande fietsverkeer mag geen gebruik maken van het stukje Hunenborg, op een fietspad mag geen autoverkeer. Het ontwerpbestemmingsplan kan zo niet worden vastgesteld. Gemeentelijk standpunt Ad. 1 In het bestemmingsplan Buitengebied 2006 is het fietspad gelegen in de bestemming ‘Multifunctioneel groen (GHS)’ en heeft het fietspad de nadere aanduiding ‘fietspad’. Op grond van de bijbehorende doeleindenomschrijving zijn de gronden bestemd onder andere voor “- in ieder geval ter plaatse van de aanduiding “fietspad” op de kaart: voor een verhard fietspad;”. Enige beperking voor het aantal fietsers dat er gebruik van mag maken vloeit daar in het vigerende bestemmingsplan niet uit voort. Naast een aantal andere doeleinden zijn de gronden mede bestemd voor “extensief recreatief medegebruik”. In het bestemmingsplan Buitengebied wordt onder extensief recreatief medegebruik verstaan: “die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuuren landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.” Dat betekent dat ook de gronden buiten het fietspad voor wandelen en/of fietsen ingericht en gebruikt mogen worden, zij het dat het dan geen verharde fietspaden zijn.
Voor de straat Hunenborg geldt het bestemmingsplan ‘Gestel buiten de ring 2020’. De straat heeft daarin de bestemming ‘VerkeerVverblijfsgebied’. Op grond van de bijbehorende bestemmingsomschrijving zijn deze gronden onder andere bestemd voor “a. woonstraten, b. pleinen en c. voet- en fietspaden”. De herinrichting van de straat waarbij de fiets meer ruimte krijgt, is binnen het geldende bestemmingsplan passend. De Hunenborg was aanvankelijk in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen omdat bij de bocht in de straat komende vanuit het park, het in eerste instantie er op leek dat een stukje van de groenbestemming nodig was voor de herinrichting van de straat. Dit blijkt bij het definitieve uitvoeringsontwerp voor de fietsroute echter niet het geval. Om die reden wordt het gedeelte van het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan dat op de Hunenborg lag, niet langer op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. De uitleg dat vanwege het ontbreken van een begrip “woonstraat” in de toelichting, een woonstraat moet worden gezien als een straat met
15
‘beperkt’ verkeer is naar onze opvatting niet juist. Bij een gebrek aan een definitie van het begrip ‘woonstraat’ in de regels, dient naar onze opvatting onder een ‘woonstraat’ te worden verstaan een straat met luw verkeer waardoor het prettig voor mensen is om er te wonen, waarbij onder luw verkeer wordt verstaan, weinig gemotoriseerd verkeer. Als gevolg van de verbreding van het fietspad in het park en de herinrichting van de straat op de Hunenborg verandert er aan de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer niets en blijft het een woonstraat met luw verkeer die als gevolg van de herinrichting naar fietsstraat beter geschikt is voor de fietsers op de route, omdat de weginrichting aangeeft dat de fiets hier een belangrijke plek heeft. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 2. Fietspad onverenigbaar met de bestemmingen (Bewoners 1 t/m 6, 9, 10, 15 t/m 19, 21, 22, 26 t/m 44, 46, 47, 48, 50, 51) 2.a] In het ontwerpbestemmingsplan zijn de bestemmingen ‘natuurwaarde 1 en 2’ voor multifunctioneel groen en de bestemming ‘verkeer en verblijfsgebied’ voor het fietspad opgenomen naast de dubbelbestemmingen ‘beschermingszone natte natuurparel’ en ‘reservering waterberging’. Niet toegelicht is hoe de natuurbestemmingen verenigbaar zijn met de bestemming verkeers- en verblijfsgebied van het fietspad.
2.b] Op grond van artikel 3.1.3 van het Bro dient het bestemmingsplan een beschrijving van de bestemmingen te bevatten, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Als doel van de snelfietsroute is in de toelichting aangegeven een verbeterde bereikbaarheid tussen de beide campussen en van bewoners die in de nabijheid van de fietsroute wonen. Dit is verder niet onderbouwd. Er is weinig fietsverkeer wat van de ene naar de andere campus rijdt. De bewoners van de tussenliggende wijk Ooievaarsnest-Zuid hebben niet om het fietspad gevraagd. Het drukke snelfietspad is niet op een veilige manier door de woonstraten aan te leggen. 2.c] Behalve het fietspad moet er een ingrijpende verandering van de natuur in het plangebied plaats vinden, waaronder het kappen van bomen en de herstructurering van de voetpaden. De doelomschrijving van het fietspad is onvolledig, inconsequent en misleidend.
16
2.d] De bedoeling is immers om een snelfietsroute te realiseren als onderdeel van een bovenregionale snelfietsroute tussen Eersel en Geldrop via Veldhoven en Eindhoven. Afspraken hierover zijn in 2018 al met stakeholders buiten de burgers om gemaakt. Volgens de gemeente is de snelfietsroute nodig als vervolg op een soortgelijke wijziging van het bestemmingsplan in Veldhoven. Veldhoven heeft echter in de procedure tegen dat bestemmingsplan bij de Raad van State aangegeven dat voortzetting van het fietspad over grondgebied van Eindhoven niet noodzakelijk is. 2.e] Het beoogde fietspad tussen Hunenborg en Hanevoet/Klotputten voldoet niet aan het bestemmingsplan Gestel buiten de ring 2020. De uitleg dat een deel van het fietspad dat valt in het bestemmingsplan Gestel buiten de Ring 2020 daarin passend is, is een uitleg die is aangevochten bij de rechtbank zodat die uitleg onzeker is. 2.f] De gemeente spreekt over een ‘doorfietsroute’ terwijl sprake is van een zware snelfietsroute in een woon-/recreatief/verblijfsgebied. 2.g] De gemeente maakt berekeningen van het aantal snelfietsers op basis van gemiddelden van huidige gemeten aantallen. Daardoor is het toekomstige aantal 500 tot maximaal 4200 snelfietsers op Ulenpas. Uitgaande van betere berekeningen gaat het om een toekomstig aantal snelfietsers van 6000 tot 9000 per etmaal.
2.h] Er wordt slordig omgegaan met het Duurzaam Veilig principe van functionaliteit. Snelfietsroutes verbinden steden en dorpen en horen dus niet thuis in bebouwde kommen. Gemeentelijk standpunt ad. 2.a] Het ontwerpbestemmingsplan kent de bestemmingen ‘natuurwaarde 1’ voor één klein stukje en ‘natuurwaarde 2’ voor enkele kleine gebieden. Op die gebieden lag het oude fietspad. Vanuit verkeersveiligheidsoogpunt dient het fietspad voor een klein stuk verlegd te worden om aanpassing van een bocht mogelijk te maken teneinde een veilige aansluiting van de doorfietsroute op de brug te kunnen maken. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ voor een heel klein stukje van het water onder de brug, maar niet – zoals het bestemmingsplan Buitengebied 2006 die wel kent – de dubbelbestemming ‘beschermingszone natte natuurparel’. Vanwege het feit dat ter plaatse van het te verbreden fietspad, de
17
ontwikkeling ten behoeve van natte natuur feitelijk niet langer mogelijk is, is die dubbelbestemming voor deze gronden niet langer gehandhaafd. In het vigerende bestemmingsplan is het verharde fietspad toegestaan en mogen de gronden binnen de bestemming gebruikt worden ten behoeve van extensieve recreatief medegebruik. In de bestemming ‘Natuur - 2’ is eveneens voorzien in het gebruik van de gronden ten behoeve van extensieve recreatie. Het fietspad met de bestemming ‘Verkeer- en Verblijfsgebied’ heeft primair een verkeersfunctie gekregen, waar het die functie in het vigerende plan in feite ook al had. De bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ kan prima bestaan naast de bestemmingen Natuur - 1 en Natuur - 2, waarbinnen wegen, voet- en fietspaden in stand mogen worden gehouden. Ad. 2.b] Het doel van het fietspad is hiervoor uitvoerig beschreven in paragraaf 2.1. Het doel van de bestemming waar in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening naar wordt verwezen betreft een ander doel. Artikel 3.1.3 is erop gericht dat in het bestemmingsplan wordt aangegeven welke doeleinden met de bestemming worden gediend. Binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ zijn dat de in de bestemmingsomschrijving opgenomen doeleinden. Ad.
2.c] Als gevolg van het verleggen van een gedeelte van het fietspad vanwege de verkeersveilige aansluiting op de brug, en ook als gevolg van het verbreden van het fietspad zullen er in het bestemmingsplangebied in totaal 9 bomen gekapt moeten worden. Voor een groter aantal bomen zijn maatregelen nodig om deze duurzaam te kunnen behouden. Een en ander blijkt uit de Bomen Effect Analyse die deel uitmaakt van het bestemmingsplan (bijlage 1 in de toelichting) waar TGE in haar advies aan de gemeente ook uitgebreid bij stil heeft gestaan. De herstructurering van voetpaden, betreft een ontwikkeling die buiten het plangebied gaat plaatsvinden en passend is binnen het voor dat gedeelte geldende bestemmingsplan Buitengebied 2006. Het feit dat deze bomen gekapt en/of extra beschermd moeten worden is juist zorgvuldig in kaart gebracht. Van onvolledigheid, inconsequentie en misleiding is daarbij geen sprake. Dat deze aspecten niet zijn benoemd in het doel van het fietspad, is op zich niet zo vreemd aangezien we het hier hebben over gevolgen die bij realisering van het fietspad pas aan de orde zijn, maar welke vooraf in kaart gebracht moeten zijn. De gemeente zorgt bovendien dat de gemeente dat de te kappen bomen worden gecompenseerd conform het gemeentelijk bomenbeleid en de benodigde maatregelen ter bescherming van de andere bomen bij de uitvoering van de werkzaamheden in acht worden
18
genomen. Ad. 2.d] Wat namens de gemeente Veldhoven in een procedure bij de Raad van State over het fietspad op het Veldhovens grondgebied is gezegd, staat los van de mobiliteitsdoelen van de gemeente Eindhoven welke in de Visie Eindhoven op Weg 2022 en in het Masterplan Mobiliteit 2050 staan beschreven, aan welke doelen met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen. Ad. 2.e] Wij zijn van mening dat voor zover de straat tussen Hunenborg en Hanevoet/Klotputten wordt heringericht, waarbij het accent ligt op het gebruik ten behoeve van de fiets, passend is binnen het bestemmingsplan ‘Gestel buiten de ring 2020’. Enkele bewoners hebben zich tot de voorzieningenrechter gewend omdat het college het verzoek om handhavend op te treden tegen het gebruik van de straten Hunenborg en Ulenpas voor een drukke doorgaande fietsroute had afgewezen. Inmiddels heeft de voorzieningenrechter op 27 maart 2024 over deze kwestie uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen. De uitspraak houdt in dat het college terecht van handhaving heeft afgezien, omdat de voorzieningenrechter met het college van mening is dat het gebruik van deze straten ten behoeve van de fietsroute passend is binnen de bestemming. Ad. 2.f] Aanvankelijk werd de naam ‘snelfietsroute’ gebruikt. Op de eerste plaats werd namelijk gedacht aan een fietsroute die mensen snel van a naar b zou kunnen brengen.
Naderhand is bedacht dat het niet alleen een route is om mensen snel van a naar b te laten verplaatsen, maar de route ook voor bewoners van de omliggende wijk ervoor zorgen kan dat zij een ‘doorfietsroute’ hebben. Later is bovendien gebleken dat de term ‘snelfietroute’ de indruk deed ontstaan, dat de route ook door speed pedelecs gebruikt mocht worden, terwijl het om een onverplicht fietspad gaat, waar speed pedelecs niet zijn toegestaan. Gelet op deze redenen is de term aangepast naar ‘doorfietsroute’. Ad. 2.g] In het document Memo aantallen fietsers en prognose (update augustus 2022)11 staan de tellingen van huidige fietsers (2018-2022) en de prognose tot aan 2030 beschreven (zie bijlage 1 bij deze Nota van Beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen). De prognose en dus de ontwikkeling van het aantal fietsers op deze fietsverbinding is afhankelijk van verschillende factoren. Deze factoren zijn in het hierboven genoemde document nader onderbouwd en betreffen kort samengevat: 11
Dit document is te raadplegen via de website van de gemeente Eindhoven: Meer informatie over de fietsroute | Gemeente Eindhoven
19
-
-
De groei van het aantal arbeidsplaatsen op De Run, met name ASML; Een berekening met de “fietspotentiescan” (een model dat het aantal fietsers voorspelt als een bepaalde fietsverbinding wordt verbeterd); Nieuwe ontwikkelingen in het fietsnetwerk; De jaarlijkse gemiddelde groei van het fietsverkeer in Eindhoven (naar schatting zal de groei in dit gebied ongeveer 2 % per jaar bedragen).
Op grond van deze analyse is een prognose van het aantal toekomstige fietsers gemaakt van 2080 tot 2465 op het fietspad langs de Dommel. Op grond van de tellingen is de maximale uurintensiteit te verwachten van ongeveer 18% (uit telling op fietspad in het park uit 2021 is bekend dat tussen 9 – 10 uur 235 fietsers langs reden op een etmaaltotaal van 1217). Dit betekent dat er op het drukste uur in de toekomst naar verwachting maximaal 444 fietsers zijn. De berekening van 6000 tot 9000 fietsers berust naar onze mening niet op een onderbouwing op grond van realistische verwachtingen. Ad. 2.h] Het ontwerpprincipe Functionaliteit van wegen houdt volgens SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) in dat wegvakken en kruispunten voor alle vervoerswijzen die van de weg gebruikmaken in principe maar één verkeersfunctie hebben (mono functionaliteit) - stromen of uitwisselen - en dat het wegennet een hiërarchische en doelmatige opbouw van deze functies heeft. Niet valt in te zien waarom met dit fietspad niet aan dat ontwerpprincipe wordt voldaan. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 3. Groenbeleidsplan 2017 (bewoners 1, 2, 5 t/m 8, 12 t/m 19, 21 t/m 25, 29, 30, 47, 49) 3.a] Het ontwerpbestemmingsplan voldoet niet aan het Groenbeleidsplan 2017.
Er is niet onderbouwd in hoeverre de doelstellingen van de snelfietsroute verenigbaar zijn met het Groenbeleidsplan. Het realiseren van infrastructuur is binnen een dergelijk gebied in principe niet gewenst. Een uitzondering wordt gemaakt voor projecten met een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor geen deugdelijke alternatieven zijn en waarvoor compensatie zal plaatsvinden. De afweging van alternatieven is nooit gemaakt en is niet meegenomen bij de
20
aanwijzing van de voorkeursroute in het Antea-rapport. 3.b] Niet is onderzocht en aangetoond of er behoefte is aan een extra fietsvoorziening voor beide campussen en voor buurtbewoners. Cijfers daarover zijn niet bekend gemaakt. Naar de bewoners in het gebied wordt niet geluisterd. Het alternatief geeft de bewoners veel minder overlast en is ook beter voor de fietsers. Het voorgestelde alternatief (door Belangengroep Leefbaar en Wijkvereniging Ooievaarsnest) via de tunnel A2 naar Brinckhorst strak langs de A2 naar campus HTCE is nooit serieus onderzocht. Een motivering voor afwijzing van dit alternatief ontbreekt. De beoogde fietsroute verbindt de campussen van HTCE en De Run niet en bereikt de HTCE niet. Verzocht wordt de tracévariant te laten onderzoeken door een bureau dat niet met de uitvoering is belast. Ook wordt verzocht de bestemmingsplanprocedure stil te leggen. Gemeentelijk standpunt Ad. 3.a] Niet is aangegeven op welk onderdeel het bestemmingsplan met het Groenbeleidsplan 2017 in strijd zou zijn. Wij zijn van mening dat het bestemmingsplan met het Groenbeleidsplan 2017 in overeenstemming is. Zo past het fietspad bijvoorbeeld in de ambitie om het gebruik van niet duurzame energiebronnen te verminderen, waarbij groene routes als stimulans dienen om de fiets te pakken in plaats van de auto.
Alsmede in de ambitie om met een netwerk van routes bij te dragen aan het inrichten van routes voor woon-werkverkeer en recreatief gebruik, en het ontwikkelen van recreatieve stadlandverbindingen tussen centrum, stadsparken en buitengebied. De afweging over de alternatieve routes is beschreven in hoofdstuk 2 van deze nota. Ad. 3.b] Vooropgesteld moet worden dat het hier niet gaat om een extra fietsroute, maar om het opwaarderen van een bestaande fietsroute. Zoals in paragraaf 2.1 van deze nota is toegelicht leidt de groei van de regio tot een toenemende behoefte aan mobiliteit. Het Masterplan Mobiliteit 2050 geeft aan dat wordt ingezet op duurzame en gezonde mobiliteit en het verder ontwikkelen van de betreffende fietsroute is als belangrijke doorfietsroute in het beleid opgenomen. Ook is een prognose opgenomen van het te verwachten aantal fietsers in de toekomst. Het genoemde alternatief is tijdens het proces met de klankbordgroep uitvoerig onderzocht. Op ruimtelijke aspecten, afstand en haalbaarheid is deze route uiteindelijk niet gekozen. Alle verslagen van deze
21
bijeenkomsten zijn openbaar en te vinden op onze projectwebsite. De fietsroute die aangelegd gaat worden is de meest directe en korte verbinding tussen De Run (Veldhoven) en de HTCE in Eindhoven. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 4. Voetpadenstructuur (bewoners 1, 2, 3, 5, 9, 10, 16, 17, 18, 21, 26, 27, 28, 29) 4.a] Een nevendoelstelling is de voetpadenstructuur in het natuurgebied te verbeteren. Het gebied tussen de vijver Klotputten en de Dommel tot aan de aansluiting met Hunenborg is smal en kwetsbaar. Er ligt een half verhard voetpad. Vanwege de vele wandelaars wordt door een aantal van hen noodgedwongen gebruik gemaakt van het fietspad op de dijk. Ook worden fiets- en voetpad gebruikt door vissers met aanhangwagens. Hoe gaat de gemeente het gebrek aan ruimte oplossen? Gemeentelijk standpunt Ad. 4 De gemeente is niet van mening dat er hier een gebrek aan ruimte is. Om in de drukke perioden met fietsers de wandelaars voldoende ruimte te geven, complementeren we de huidige voetpadenstructuur. Door deze toevoeging hoeven de twee verkeersstromen elkaar niet te raken. Wandelaars mogen altijd gebruik maken van het fietspad, mits dit veilig is.
Het gebruik van het fietspad door vissers met auto’s en aanhangwagens is niet toegestaan, zodat dit een kwestie van handhaving betreft en los staat van de beoogde ontwikkeling. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 5. Handhaving (bewoners 1, 2, 3, 5, 9, 10, 15, 21, 24, 25, 49) 5.a] Het deel van de route tussen Klotputten en Dommel wordt aangelegd als onverplicht fietspad, waar brom-snorfietsers en pedelecs niet zijn toegestaan. Voorbij wordt gegaan aan het illegale intensief gebruik van het fietspad door forensen, waar eigenlijk volgens het huidige bestemmingsplan alleen extensief recreatief gebruik is toegestaan. Omdat het een kort gedeelte
22
van de gehele route betreft is handhaving hierop onmogelijk. Nergens blijkt uit wat de duidelijke regels zijn om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven. Dat betekent dat brom- en snorfietsers en speed pedelecs gebruik zullen maken van het fietspad. Als gevolg daarvan betekent dit geluidsoverlast in het natuurgebied. 5.b] Volgens het verkeerveiligheidsaudit rapport moet met het illegale gebruik van de snelfietsroute rekening worden gehouden. De breedte van 350cm is dan onvoldoende om brommers en pedelecs toe te kunnen laten. De gemeente handelt niet netjes richting de bewoners door als “wisselgeld” te willen gebruiken dat speed pedelecs niet worden toegestaan, terwijl op termijn wordt verwacht dat deze wel worden toegestaan. 5.c] De gemeente staat al jaren toe dat het natuurgebied achteruitgaat. In de zomermaanden wordt het als een soort dagcamping gebruikt zonder dat daartegen wordt opgetreden. Ook wordt niet gecontroleerd of gehandhaafd op loslopende honden die een grote bedreiging voor vogels en ander wild vormen. In de bestemmingsvoorschriften is niets terug te vinden over het tegengaan hiervan. Gemeentelijk standpunt Ad. 5a] In het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2006, zijn de gronden vanaf Hunenborg tot aan de brug over het water bij de HTCE bestemd als ‘Multifunctioneel groen’ met de nadere aanduiding ‘fietspad’.
In de doeleindenomschrijving is aangegeven voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. Eén van de genoemde bestemmingsomschrijvingen luidt “Extensief recreatief gebruik”. Dit is één van de diverse gebruiksdoelen die binnen de bestemming is toegelaten. Onverharde fietspaden zijn binnen de bestemming “Multifunctioneel groen” niet uitgesloten, verharde fietspaden in beginsel wel, maar zijn expliciet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘fietspad’. Anders dan in de zienswijzen wordt verondersteld, geldt ter plaatse van het als zodanig aangeduide fietspad geen beperking ten aanzien van de wijze waarop dat fietspad wordt gebruikt. Met andere woorden het is op grond van het geldende bestemmingsplan niet verboden om voor woonwerkverkeer van het bestaande fietspad gebruik te maken. Aangezien het fietspad ook na realisering van het bestemmingsplan aangeduid zal blijven met het verkeersbord voor “onverplicht fietspad”, geldt - net als nu - dat bromfietsers en speed pedelecs op dit fietspad niet zijn toegestaan. Dat dit in de praktijk wel gebeurt, betreft een aspect van handhaving van de verkeerswetgeving en staat niet in de weg aan de
23
toewijzing van de bestemming ‘verkeer- verblijfsgebied’. Ad. 5.b] Deze veronderstelling is niet juist. We kiezen er nu juist voor de breedte te beperken tot 3,5 meter zodat ook later het fietspad niet geschikt is voor bromfietsers en speedpedelecs. In de laatste verkeersveiligheidsaudit is dan ook het profiel voor het fietspad met een wegbreedte van 3,5 meter ter beoordeling aan het adviesbureau voorgelegd. Er is vanuit huidig beleid geen sprake van dat speed pedelecs worden toegelaten. De reden hiervoor is dat de snelheid niet boven de 25 km/uur mag komen te liggen vanwege de verkeersveiligheid. Ad. 5.c] Het geschetste gebruik als dagcamping is op grond van het geldende maar ook dit in procedure zijnde bestemmingsplan niet toegelaten. Het bestemmingsplan beschrijft welk gebruik is toegestaan en sluit daarmee andere gebruiksvormen uit. Dat er van het gebied gebruik wordt gemaakt voor andere doeleinden dan waarvoor het is bestemd, staat in beginsel los van dit in procedure zijnde bestemmingsplan. Mocht deze bewoner een dergelijk strijdig gebruik in de toekomst constateren dan staat het hem of haar vrij de gemeente te verzoeken hiertegen handhavend op te treden. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 6.
Ontwikkeling landelijk gebied en duurzame verstedelijking (bewoners 1, 2, 3, 5, 9, 10, 16, 17, 18, 20, 21, 26 t/m 29) De snelfietsroute trekt extra regionaal woon-werkverkeer en bovenregionaal recreatief fietsverkeer. De overlast voor de natuur zal niet beperkt blijven tot het gebied tussen Hunenborg en de ingang HTCE. Veel fietsers zetten de route voort over het deels onverharde pad vlak langs de Dommel tussen ingang HTCE en Burg. Holstlaan achter de sportvelden, een kwetsbaar gebied. Aan deze gevolgen is geen aandacht besteed. Een motivering waarom een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven ontbreekt. Gemeentelijk standpunt Ad. 6 De beschreven route over het onverharde pad langs de Dommel tussen ingang HTCE en Burg. Holstlaan achter de sportvelden bestaat ook in de huidige situatie en kan ook op dit moment al worden gebruikt.
24
De verbreding van het fietspad in het park zal naar onze mening daarom geen effect hebben op het gebruik van het onverharde pad. Het begrip stedelijke ontwikkeling is opgenomen in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt in: ”stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Volgens de Nota van Toelichting worden onder "andere stedelijke voorzieningen" als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro, verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure. Het fietspad als zodanig valt daar niet onder. Het begrip stedelijke ontwikkeling is in de loop der jaren verder in de jurisprudentie ingevuld, maar een fietspad als het onderhavige kan ook mede gelet op de jurisprudentie daar niet toe worden gerekend. Nu geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling kan ook de ladder voor duurzame verstedelijking niet worden doorlopen, aangezien voor de toepassing daarvan sprake moet zijn van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 7. Natuurnetwerk Brabant (bewoners 1, 6, 7, 8, 14, 15, 19, 20, 21, 24, 25, 36, 37, 40, 49) 7.a] Volgens de toelichting (par.
3.2.1) wordt het fietspad aangelegd door een deel van het Natuur Netwerk Brabant. De fietsroute doorkruist op diverse plaatsen het NNB. Een grote toevloed van snelfietsers veroorzaakt niet alleen extra geluid en verstorende bewegingssnelheden van fietsers, maar ook bijkomende verschijnselen als weggeworpen bekers en voedselresten. Ook de extra verharding van het wegdek en de productie van kunstlicht zijn slecht voor de natuur. Een drukke snelfietsroute van bijna 1 km op een verhoging van 45cm met aan weerszijden een afstand van minder dan l0m tot NNBgebieden geeft een grote verstoring voor overstekende dieren. 7.b] Het argument dat als gevolg van de verbreding van het fietspad de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied verbeteren, is niet juist omdat het gebied slechts geschikt is voor ‘beperkte’ extensieve recreatieve mogelijkheden. Dat het fietspad dat over een EVZ loopt in de huidige situatie in strijd met de bestemming wordt gebruikt, kan niet worden
25
aangegrepen om een breder fietspad te rechtvaardigen. 7.c] De T profielen voor het maken van de 45 cm hoge verticale wanden steken nog een stuk buiten het plangebied van 550cm breed. Omgerekend betekent dit dat er nog 300m2 natuur wordt aangetast buiten het plangebied van het fietspad. Gemeentelijk standpunt Ad. 7.a] In par. 4.7.1 van de toelichting is het volgende opgenomen. “Het beoogde fietspad gaat met een (al bestaande) fietsbrug over een NNB-gebied (De Dommel). Het projectgebied is wel omsloten door delen van het NNB. Dit betreft de Recreatieplas Hanevoet, De Dommel en de daaromheen gelegen terreinen. Delen van het NNB-gebied bevinden zich tot ongeveer één meter ten zuiden van het fietspad en (in de aanloop richting en) onder de bestaande (en beoogde) fietsbrug.” Het bestemmingsplan ligt voor het overige niet in een NNB-gebied. Wat betreft het effect op de natuur, daar is onderzoek naar gedaan in de natuurtoets en de aanvullende onderzoeken. Ons is niet gebleken dat deze onderzoeken niet juist zijn uitgevoerd of lacunes vertonen, zodat we van mening zijn dat op basis van deze onderzoeken en de daaruit voortvloeiende maatregelen het bestemmingsplan kan worden uitgevoerd zonder onevenredige gevolgen voor de natuur. Ad.
7.b] Dat het gebied slechts geschikt zou zijn voor ‘beperkte’ extensieve recreatie is een subjectieve invulling van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied. Ook in het geldende bestemmingsplan dat onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan, waar het huidige fietspad in ligt en dat dus voor het overgrote deel van kracht blijft binnen het Omgevingsplan, is geen beperking gesteld aan het extensief recreatieve medegebruik. De stelling dat het fietspad dat over een ecologische verbindingszone (EVZ) loopt in de huidige situatie in strijd met de bestemming wordt gebruikt is niet juist. In de huidige situatie is de EVZ namelijk niet in het vigerende bestemmingsplan opgenomen, zodat er om die reden al geen sprake kan zijn van strijd met de bestemming. In dit bestemmingsplan wordt de EVZ juist wel opgenomen in het bestemmingsplan. Daarbij is aan de EVZ een zogenaamde dubbelbestemming toegekend, die het gebruik ten behoeve van andere bestemmingen die ook aan deze gronden zijn toegekend niet uitsluit. Ad. 7.c] Zoals uit onderstaande afbeelding blijkt worden aan de zijkanten van het T-profiel aan één zijde ingegraven en aan de andere zijde met grond bedekt. Op deze grond wordt de bestaande berm en begroeiing
26
teruggebracht, waardoor geen sprake is van aantasting van de natuur. Deze voorzieningen worden voor een gedeelte ook aangelegd in de gronden van het bestemmingsplan Buitengebied 2006, in de bestemming Multifunctioneel groen. Deze zijn met de bestemming Multifunctioneel groen in overeenstemming.
Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 8. Zorgvuldig ruimtegebruik (bewoners 1, 4, 6, 7, 12 t/m 14, 19 t/m 22, 24, 25, 30 t/m 48, 50, 51) Bij een zorgvuldig ruimtegebruik had gekozen moeten worden voor de alternatieve route. Onduidelijk is hoe de ontwikkeling gepaard kan gaan met een verbetering van het landschap. De route is in strijd met de geldende bestemmingsplannen en beleidsplannen en verstoort het landschap en de natuurbeleving. De gemeente doet alsof het alleen om een verbreding van het fietspad gaat, maar aan de gevolgen voor het gebied wordt nauwelijks tot geen aandacht besteed. Geen aandacht is besteed aan het standpunt van buurtbewoners dat het huidige fietspad in strijd is met het bestemmingsplan Buitengebied 2006 en daarover nog een procedure wordt gevoerd bij de rechtbank. Gemeentelijk standpunt Ad. 8 De reden voor de gedeeltelijke verhoging van het fietspad op een dijklichaam heeft te maken met het feit dat het fietspad een regionaal waterkerende functie heeft en het moet voldoen aan de nieuwe veiligheidsnorm van een keer in de 100 jaar overstromingskans ten behoeve van een toekomstig klimaat. Hierover heeft met het waterschap afstemming plaats gevonden.
Het standpunt dat het huidige gebruik van het fietspad in strijd is met de het bestemmingsplan Buitengebied 2006 delen wij niet. Wat betreft de lopende procedure hierover bij de rechtbank wordt verwezen naar het antwoord zoals hiervoor is gegeven onder ad. 2.e.
27
Het standpunt dat de beoogde verbreding en verlegging van het fietspad in strijd is met het bestemmingsplan Buitengebied 2006 delen wij wel. Dat vormt dan ook de aanleiding het bestemmingsplan Fietspad HTCE De Run in procedure te brengen. Niet eens zijn we het echter met de stelling dat het bestemmingsplan Fietspad HTCE - De Run in strijd is met beleidsplannen. Het bestemmingsplan past namelijk binnen de door de gemeente gehanteerde kaders zoals o.a. neergelegd in het Masterplan Mobiliteit 2050 en de Omgevingsvisie Eindhoven. Zoals eerder aangegeven zijn de gevolgen voor het gebied aan de hand van de uitgevoerde natuurtoetsen in kaart gebracht (zie de reactie op onderdeel 7). Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 9. Afstemming met provincie (bewoners 25, 40, 49) Ten onrechte doet de gemeente het voorkomen alsof het om een kleine wijziging gaat. Het fietspad is bestemd is voor extensief recreatief gebruik en wordt een drukke regionale snelfietsroute. De uitleg laat niet zien dat wordt voldaan aan artikel 3.32 (landschappelijke waarden in de Groenblauwe mantel). Met een fietspad op een 5,5m brede constructie kan onmogelijk worden voldaan aan de regels van dit artikel. Er heeft geen volledige afstemming met de provincie plaatsgevonden.
Omdat de route deels over NNB-gebied loopt zullen er additionele eisen van de provincie zijn die nog niet in kaart zijn gebracht. Van kwaliteitsverbetering van het landschap zoals artikel 3.9 IOV voorschrijft is geen sprake. Een snelfietsroute op een te verhogen waterkering van 5,5 m breed met een verticale wand van 45 cm boven de bestaande waterkering met verlichting over bijna 1km lengte langs de Dommel geeft onvermijdelijk een grote verstoring van het landschap en voldoet niet aan artikel 3.32 IoV. Het hoogteverschil maakt het bovendien ondoenlijk om even te stoppen met de fiets en van het pad af te gaan om te recreëren. Gemeentelijk standpunt ad. 9 De opvatting dat het bestaande fietspad alleen is bestemd voor extensief recreatief gebruik, is niet juist. In het bestaande bestemmingsplan is het bestaande fietspad gelegen binnen de bestemming Multifunctioneel groen.
28
De gronden behorende tot deze bestemming zijn onder meer aangewezen voor extensief recreatief medegebruik. Daarnaast is in de doeleindenomschrijving als apart doel opgenomen dat de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘fietspad’ in ieder geval zijn aangewezen voor een verhard fietspad. Dit fietspad kan dan tevens ook worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, maar het gebruik daarvan is daar niet toe beperkt. Het is dus ook gewoon een fietspad dat voor woon-werkverkeer mag worden gebruikt. Ook het gebruik van het te verbreden fietspad mag gebruikt blijven worden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Wat betreft het gedeelte van het fietspad dat over NNB-gebied van de provincie loopt, heeft afstemming met de provincie plaats gevonden en is door de provincie akkoord bevonden. Van strijd met artikel 3.32 IoV is dan ook geen sprake. Het hoogteverschil geldt niet voor het gehele fietspad, maar over een lengte van ongeveer 450 meter. Daarnaast is voldoende mogelijkheid om te stoppen met de fiets om van het park te genieten. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 10. Alternatieve fietsroute (bewoner 1) Onduidelijk is wat de gemeente onder ‘secundaire fietsroute’ verstaat. Gemeentelijk standpunt ad.
10 De term ‘secundaire fietsroute’ is afkomstig uit de visie “Eindhoven op Weg 2013”. In 2022 is de visie Eindhoven op Weg geactualiseerd. Het onderscheid tussen ‘primaire’ en ‘secundaire fietsroutes’ komt daar niet meer in voor. Zowel de primaire en secundaire routes worden in de geactualiseerde visie aangeduid als behorend tot het ‘fietsnetwerk’. De passage in de toelichting is aangepast aan de geactualiseerde visie. Conclusie zienswijzen Dit onderdeel uit de zienswijzen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 11. Fietspad en vervolgaansluitingen over NNB en EVZ (bewoners 1, 4, 7, 8, 11, 12, 13, 15, 20, 30 t/m 48, 50, 51) Het geplande fietspad en zeker de vervolgaansluitingen gaan over NNB en EVZ. De fietsroute kruist gebieden van het NNB en vormt een barrière tussen het NNB-gebied en de Hanevoetvijver
29
en het gebied langs de voor vogels die van en naar de vijvers en de Dommel verplaatsen. De suggestie wordt gewekt dat het een park is, maar het is een natuurgebied dat onderdeel is van NNB en een EVZ. De aanleg van het fietspad is in strijd met het Groenbeleidsplan. Het ‘Nee, tenzij’ principe moet worden toegepast. Ook in de provinciale verordening staat dat in bestaand stedelijk gebied de natuur tot 50 meter rond de Dommel beschermd en versterkt moet worden. De snelfietsroute komt op plaatsen op nog geen 3 m van de Dommel te liggen en zal de migratiefunctie van de EVZ vernietigen. Dat is strijdig met de regels rondom NNB. Gemeentelijk standpunt Ad. 11 Het NNB-gebied ligt ten noorden en zuiden van het plangebied. Voor een beperkte strook wordt als gevolg van de verbreding van het fietspad met de aanpassing van het talud het NNB-gebied geraakt. Hierover heeft overleg met de provincie plaatsgevonden en zij zijn akkoord met de aanleg. Daarnaast hebben we in het kader van het wettelijk vooroverleg het concept-ontwerpbestemmingsplan voor reactie voorgelegd aan de Provincie.