Bijlage 2 - Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal
Tekst van het document
Reguleren van waterpeil en waterkwaliteit Het herstel van de bron draagt bij aan een natuurlijke regulerende werking van het waterpeil in ‘De Kromme Sloot’. Positieve invloed op de waterkwaliteit en verminderde kans op vervuiling en stilstaand water. Beleving en recreatie Creëren van aantrekkelijke waterpartijen en levendige waterbeweging in het gebied, wat de beleving en recreatieve mogelijkheden ten goede komt.
Samenwerking en bewustzijn Betrekken van lokale gemeenschap en belanghebbenden bij het bronherstelproject om bewustzijn te vergroten en draagvlak te creëren. Mogelijke samenwerking met overheidsinstanties, natuurorganisaties en omwonenden om het project te realiseren. De gewenste kwaliteit en waarde verhoging van het bronherstel van ‘De Kromme Sloot’ omvat een verhoogd waterpeil, verbeterde ecologische habitat en betere regulering van het waterpeil en de waterkwaliteit. Met de juiste planning, samenwerking en zorgvuldig onderzoek kan het bronherstel een positieve impact hebben op het lokale ecosysteem en de omringende leefomgeving.
Figuur 4.8 Streefbeeld van rabatten die water vast houden in plaats van versneld afvoeren
25 | Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal
5 Wat gaan we doen? En wanneer? Gemengd naaldbos Realiseren gemengd naaldbos door gefaseerde dunning met structuurvariatie met een zoom, mantel en kern (Horizontale en verticale gelaagdheid). Stimuleren en introduceren van Rijke strooisel soorten door 50 procent dunning, fasering in 40 jaar waarbij jaarlijks 5 procent wordt verwijderd en 5 procent wordt aangeplant met inheems plantmateriaal. Boomsoorten met ‘rijk strooisel’ zijn bijvoorbeeld (Winter)linde, Haagbeuk, Boswilg, (Veld)esdoorn, Zoete Kers, Hazelaar, Berk, Iep, Ratelpopulier, Europese vogelkers, Zwarte els en Es. Het aandeel rijke strooiselsoorten moet na 10 jaar 30 procent van de soortensamenstelling te vertegenwoordigen. Inheems plantmateriaal en natuurvolgend beheer is hier leidend. Honderd procent hergebruik van vrijgekomen materiaal laten liggen van doodhout, waarbij 10 procent van de bomen blijft staan als stam, resterend vrijkomend hout word ingezet als middel om de afstroom van water te vertragen en de bodem te laten functioneren als spons. Het (Eos) effectief organisch stof gehalte te verhogen met 1 procent per 10 jaar. Daarmee het (Eos) effectief organisch stofgehalte te verhogen met 1 procent per 10 jaar. Bovenstaande maatregelen verhogen de biodiversiteit Soortenrijkdom dient na 10 jaar met 50 procent te zijn toegenomen.
Gemengd loofbos Realiseren gemengd beukenbos door gefaseerde dunning met structuurvariatie met een zoom, mantel en kern (Horizontale en verticale gelaagdheid). Stimuleren en introduceren van Rijke strooisel soorten door 50 % dunning, fasering in 10 jaar waarbij jaarlijks 5 procent wordt verwijderd en 5 procent wordt aangeplant met inheems plantmateriaal. Boomsoorten met ‘rijk strooisel’ zijn bijvoorbeeld (Winter) linde, Haagbeuk, Boswilg , (Veld)esdoorn, Zoete Kers, Hazelaar, Berk, Iep, Ratelpopulier, Europese vogelkers, Zwarte els en Es. Het aandeel rijke strooiselsoorten dient na 10 jaar 30 procent van de soortensamenstelling te vertegenwoordigen. Inheems plantmateriaal en natuurvolgend beheer is hier leidend. Het aandeel rijke strooiselsoorten dient na 10 jaar 30 procent van de soortensamenstelling te vertegenwoordigen. Honderd procent hergebruik van vrijgekomen materiaal laten liggen van doodhout, waarbij 10 procent van de bomen blijft staan als stam, resterend vrijkomend hout word ingezet als middel om de afstroom van water te vertragen en de bodem te laten functioneren als spons. Het (Eos) effectief organisch stofgehalte te verhogen met 1 procent per 10 jaar.
Bovenstaande maatregelen verhogen de biodiversiteit voor doelsoorten (das, ree, groene-, grote bonte- en zwarte specht, eekhoorn, bosuil en ijsvogel.) Soortenrijkdom dient na 10 jaar met 50 procent te zijn toegenomen. Belangrijk om te vermelden dat alle werkzaamheden specifiek worden afgestemd op basis van de eerder uitgevoerde bosinventarisatie van Borgman Bosbeheer. Deze stukken zijn separaat van het beheerplan
Figuur 5.1 Voorbeeld van een gemengd loofbos met horizontale en verticale gelaagdheid
26 | Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal
Uitsluitend voetgangers toegestaan op de bospaden en recreatieve zones Gebruikers van het gebied betrekken bij de instandhouding van de biodiversiteit en kwaliteit van de wielewaal, gebruikers worden betrokken en geïnformeerd bij verbeteren van de huidige kwaliteit van het landgoed. Barrière vormen tussen paden en bosvlakken/ hoogwaardige natuur (beschermde gebieden). Actief stimuleren van een zoom en mantel door bosdunning en actief inplanten (groeiplaats gestuurd beheer). Denk hierbij aan de ontwikkeling van bramenstruweel. Barrière vormen door hergebruik van tak/stam hout, houtrillen stapelen langs de paden/wegen. Handhaving door Boa. Bovenstaande maatregelen zijn een doorlopend proces en worden tijdens de gehele looptijd van het beheerplan geïmplementeerd. Binnen 2 jaar na opstelling dienen de waardevolle rustgebieden aan de randen voorzien te zijn van een voorziening die betreding en afwijken van de gangbare paden onaantrekkelijk maakt. Handhaving door Boa’s wordt na openstelling per direct ingevoerd. Graasdruk verminderen en fauna beheer 2025 aanwezigheid van moeflons/muntjaks reduceren naar 0 individuen. Per direct verwilderde katten reduceren naar 0 individuen. Per direct (2023) monitoring van de wildstand door tellingen.
Monumentale laanstructuren met toekomstperspectief Staand dood hout en verwijdering Op een veilige manier prioriteit geven aan het behoud van staand/bestaand dood hout om biodiversiteit te stimuleren. In geval van verwijdering, zorgen voor gecontroleerde en veilige verwijdering om de omgeving en andere bomen te beschermen. Groeiplaatsen en organisch materiaal Per direct (2023) stoppen met intensief maaibeheer om organisch materiaal te behouden en spontane ontwikkeling van houtige gewassen of kruiden te stimuleren. Per direct (2023) Voortdurende inzet om groeiplaatsen te verrijken met organisch
27 | Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal
materiaal, door het laten liggen van organisch materiaal en te zorgen voor een gezonde bodem waarbij de verdichting streefwaardes van de bodem niet hoger mogen zijn dan 1,5 Mpa (voorkomen van betreding) Implementatie en voortgang Deze maatregelen worden continu uitgevoerd binnen het beheerplan van 2023-2050. Jaarlijkse verhoging van het aandeel staand dood hout met minimaal 5% en handhaven van minimaal 5% kroonstructuur als dood hout in de lanen. Instandhouding van boomgebonden habitats en groeiplaatsen gedurende het beheerplan. Doelstelling en resultaten Streven naar een toename van biodiversiteit en veilige leefomgeving voor flora en fauna (2023-2050) Geleidelijke transitie van monumentale bomen naar een veteranenfase, waarbij natuurlijke processen en biodiversiteit in combinatie met veiligheid centraal staan. (2023-2050) Inplanten/ aanhelen van laanstructuren met jonge aanplant. (alleen als dit een realistische kans van slagen heeft) Bos/Boombeheerder is gemachtigd om keuzes te maken betreft volledige laanvervanging of bijvoorbeeld selectieve dunning in combinatie met vervanging. Vervanging of aanplant mag niet ten koste gaan van de plaatselijke biodiversiteit of afname van ecosysteemdiensten.
6
2033: Na 10 jaar van de start: Het aandeel rijke strooiselsoorten in het gemengde naaldbos en gemengde loofbos dient 30 procent van de soortensamenstelling te vertegenwoordigen. Streven naar een toename van biodiversiteit en een toename van soortenrijkdom met 50 procent in de gemengde naaldbossen en gemengde loofbossen wordt bereikt.
2024-2035:
Tijdslijn Deze tijdslijn beschrijft gedetailleerd de acties die worden ondernomen in het bosen laanbeheer gedurende de periode van 2023 tot 2050.
2023-2025: Stoppen met intensief maaibeheer om organisch materiaal te behouden en spontane ontwikkeling van houtige gewassen of kruiden te stimuleren, praktisch betekent dit het creëren van zachte overgangen nabij intensief gemaaid gras. Voortdurende inzet om groeiplaatsen te verrijken met organisch materiaal, waarbij de verdichting streefwaardes van de bodem niet hoger mag zijn dan 1,5 Mpa (voorkomen van betreding). Start realisatie van gemengd naaldbos door gefaseerde dunning en structuurvariatie, met introductie van rijke strooiselsoorten. Fasering van 40 jaar begint, jaarlijks 5 procent dunning en 5 procent aanplant met inheems plantmateriaal. Start realisatie van gemengd loofbos door gefaseerde dunning en structuurvariatie, met introductie van rijke strooiselsoorten. Fasering van 10 jaar begint, jaarlijks 5 procent dunning en 5 procent aanplant met inheems plantmateriaal. Start van 100 procent hergebruik van vrijgekomen materiaal voor het verhogen aandeel doodhout, waarbij 10 procent van de bomen blijft staan als stam, en resterend vrijkomend hout wordt ingezet om waterafvoer te vertragen en de bodem als spons te laten functioneren.
2025: Reductie van aanwezigheid van moeflons/muntjaks naar 0 individuen. Reductie van verwilderde katten naar 0 individuen.
28 | Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal
Barrières worden gevormd tussen paden en bosvlakken/hoogwaardige natuur (beschermde gebieden). Actieve stimulatie van zoom en mantel in de bossen door bosdunning en actief inplanten (groeiplaats gestuurd beheer), inclusief de ontwikkeling van bramenstruweel. Barrières worden gevormd door hergebruik van tak/stamhout, houtrillen stapelen langs de paden/wegen. Binnen twee jaar na opstelling zijn waardevolle rustgebieden aan de randen voorzien van voorzieningen die betreding door bezoekers, en afwijken van de gangbare paden onaantrekkelijk maken.
2040: Monumentale bomen zijn geleidelijk overgegaan naar een veteranenfase, waarbij natuurlijke processen en biodiversiteit in combinatie met veiligheid centraal staan. Inplanten/aanhelen van laanstructuren met jonge aanplant begint, indien dit een realistische kans van slagen heeft en zonder afname van plaatselijke biodiversiteit of ecosysteemdiensten.
2023-2050: Handhaving door BOA’s wordt na openstelling per direct ingevoerd.
2023-2050: Jaarlijkse verhoging van het aandeel staand dood hout met minimaal 5% en handhaven van minimaal 5% kroonstructuur als dood hout in de lanen wordt voortgezet. Instandhouding van boomgebonden habitats en groeiplaatsen wordt voortgezet gedurende het beheerplan.
7 Communicatie De inhoud van dit groenbeheerplan is getoetst door de beheerders, landschapsarchitecten, ontwerpers, stadsecologen en cultuurhistorische specialisten van de gemeente Eindhoven. De plannen zijn gepresenteerd aan alle stakeholders buiten het ambtelijk apparaat, stakeholders zijn bevraagd en betrokken bij de plannen en hebben input geleverd. Reacties zijn opgehaald op de stadsbosdagen van 8 juni en 12 juli. Op deze stadsbosdagen kwamen de bewoners van het landgoed, stakeholders uit het gebied, inwoners en andere belanghebbenden. Na de stadsbosdag van 12 juli is een presentatie over het groenbeheerplan via een video op de website geplaatst. Via een online formulier kon men een reactie achterlaten. De reacties zijn verwerkt in dit plan. Vanaf 21 september wordt het groenbeheerplan (samen met de ontwikkelingsvisie van het stadsbos en Landgoed De Wielewaal) ter inzage gelegd. Iedereen kan reageren tot en met 27 oktober. Alle reacties worden eind dit jaar meegestuurd naar de gemeenteraad. Het groenbeheerplan wordt begin 2024 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
29 | Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal
Bronnen Ontwikkelingsvisie stadsbos Eindhoven & Landgoed De Wielewaal, ZUS (2023) Bosinventarisatie Borgman beheer (2023) Cultuurhistorisch onderzoek (Steenhuis&Meurs) (2023) Actueel Hoogtebestand Nederland. (2022). AHN viewer. van AHN Viewer | AHN Natuurwaarde onderzoek Vebego (2023) Quickscan Flora & Fauna Vebego (2023) Reactie TGE over de concept ontwikkelingsvisie Stadsbos. (2023)
30 | Groenbeheerplan Landgoed de Wielewaal