Bijlage 2 - Evaluatierapport armoede schulden gemeente Eindhoven - BMC
Tekst van het document
Bereikbare Bestaanszekerheid Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020-2024 Gemeente Eindhoven
De gemeente Eindhoven heeft de afgelopen jaren langs vele wegen een inspanning geleverd om een positieve invloed uit te oefenen op de bestaanszekerheid van haar inwoners.
2
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Managementsamenvatting
De evaluatie Deze evaluatie onderzoekt in hoeverre het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Eindhoven tussen 2020 en 2024 is uitgevoerd zoals bedoeld, wat de resultaten zijn, en of het beleid voldoet aan het ‘behoorlijkheidskader’ vanuit het perspectief van inwoners en maatschappelijke organisaties. De technische evaluatie is gedaan op basis van documenten van de gemeente en organisaties en cijfers van het CBS en de gemeente. We hebben praktijkervaringen opgehaald bij 10 organisaties en 26 inwoners. Conclusie In de gemeente Eindhoven wordt hard gewerkt aan een laagdrempelige en toegankelijke hulp en ondersteuning voor mensen in schulden of met een laag inkomen. Zowel beleidsmatig als uitvoerend zien we bevlogen organisaties die er alles aan doen om ondersteuning vanuit de gemeente en bij maatschappelijke partners zo laagdrempelig mogelijk te maken. Ondanks deze inzet zijn er nog diverse verbeterpunten op het gebied van beleid, monitoring en de regisseursrol van de gemeente. •D e gemeente Eindhoven heeft de afgelopen jaren langs vele wegen een inspanning geleverd om een positieve invloed uit te oefenen op de bestaanszekerheid van haar inwoners. •D e ambitie om inwoners sneller en effectiever te helpen is zichtbaar in alle inspanningen, maar het ontbreekt aan meetbare doelen in het beleid om dit ook te kwantificeren.
3
•V eel wat beoogd was te doen is gedaan, maar niet alles. Onvoorziene gebeurtenissen (zoals de energiecrisis) en landelijke en lokale (wijzigingen in) regelingen hebben de nodige capaciteit gevraagd. •H et gemiddelde inkomen van inwoners steeg, maar niet voor iedereen evenveel. Het gebruik van ondersteunende regelingen fluctueert. •D e inzet op vroegsignalering en toegankelijkheid van schuldhulpverlening lijkt geleid te hebben tot een groter bereik, maar de problematiek zelf blijft hardnekkig. Eindhoven volgt de landelijke trend als het gaat om de groei van schuldenproblematiek. De ervaringen van inwoners en organisaties hebben we gebruikt om te meten of het beleid van Eindhoven voldoet aan de vereisten van behoorlijk beleid (voorspelbaar, toegankelijk, uitvoerbaar en houdbaar). Daaruit concluderen we dat de bedoelingen van beleid goed zijn, maar in de praktijk nog niet altijd zo worden ervaren. Informatie is vereenvoudigd en daardoor is de ondersteuning vanuit de gemeente voorspelbaarder. Echter, regelingen wisselen en passen soms niet bij de individuele situatie van een inwoner. Rechtstreekse contactpersonen vanuit de gemeente of WIJeindhoven die goed kunnen meedenken zijn daarom heel belangrijk. Er is een grote hoeveelheid aan aanbod en organisaties die niet altijd op elkaar zijn afgestemd. Dit brede palet biedt kansen, maar vraagt wel meer regie vanuit de gemeente.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Aanbevelingen Voor de gemeente: • Ontwikkel een integrale, preventieve aanpak gericht op grondoorzaken en diverse doelgroepen, met aandacht voor life-events.
Ontwikkel een integrale, preventieve aanpak gericht op grondoorzaken en diverse doelgroepen, met aandacht voor life-events.
• Neem sterker de regie over het netwerk van partners en werk met gedeelde doelen, kaders en monitoring (bijv. via een gezamenlijk dashboard). • Ontwikkel een eenvoudiger en realistischer beleid met beperkte, meetbare doelen, en koppel dit aan andere beleidsterreinen. • Maak van beleidsmonitoring een jaarlijks proces samen met maatschappelijke partners. • Beoordeel pilots en apps kritisch op langetermijnimpact en borg succesvolle initiatieven structureel. • Behoud succesvolle elementen zoals vereenvoudigde aanvraagprocedures, laagdrempelige toegang en inzet van ervaringsdeskundigen.
Aanbevelingen Voor het hele netwerk: • Investeer in toegankelijke, herkenbare plekken voor hulp in de wijk, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. • Communiceer duidelijker en in meerdere talen over het ondersteuningsaanbod, via diverse kanalen. • Houd wachttijden en doorlooptijden actief in de gaten en neem gerichte maatregelen. • Werk aan een gezamenlijk, actueel overzicht van het ondersteuningsaanbod. • Stem intakeprocedures en overdrachten beter op elkaar af; leer van klantgerichte processen in het bedrijfsleven.
Maak van beleidsmonitoring een jaarlijks proces samen met maatschappelijke partners.
4
• Versterk samenwerking en visie binnen de keten en investeer in gezamenlijke kennis over cultuur, leefwereld en maatwerk.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Inhoudsopgave
H1 | Inleiding
6
1.1 1.2
8 10
Aanpak Leeswijzer
H2 | Technische evaluatie van het beleid 2020-2024
11
2.1 2.2 2.3 2.4
13 14 15 18
Aanpak Doelen in het beleidsplan Inspanningen Resultaten in cijfers
H3 | Ervaringen van betrokkenen
26
3.1 Aanpak 3.2 Analyse van bevindingen 3.2.1 Voorspelbaarheid 3.2.2 Toegankelijkheid 3.2.3 Uitvoerbaarheid 3.2.4 Houdbaarheid
28 32 32 38 42 46
H4 | Conclusie en aanbevelingen
52
4.1 4.2
54 57
Conclusies Aanbevelingen
Bijlage
61
Documentenstudie Organisaties en personen met wie we gesproken hebben
62 62
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
5
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1 1.1 Aanpak 1.2 Leeswijzer
H1 | Inleiding 6
Dit hoofdstuk beschrijft de opzet en verantwoording van de beleidsevaluatie van armoedeen schuldhulpverlening in de gemeente Eindhoven. We lichten toe welke onderzoeksvragen we hebben beantwoord, wat de scope van het onderzoek is en welke bronnen we hiervoor hebben gebruikt.
7
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
1.1 | Aanpak
We hebben het armoede- en schuldenbeleid van de gemeente Eindhoven geëvalueerd met een technische evaluatie (het tellen), het ophalen van de impact en verhalen achter de cijfers (het vertellen), en een participatietraject (input op nieuw beleid). Op basis van deze informatie geven we aanbevelingen voor een helder toekomstperspectief voor het nieuwe beleid.
Onderzoeksvragen Deel 1: e en technische evaluatie – Is het beleid uitgevoerd zoals bedoeld? En met welk resultaat? (in cijfers en verslagen)? Deel 2: e en kwalitatieve evaluatie – Voldoet het beleid aan het ‘behoorlijkheidskader’, zoals ervaren door de gemeente, maatschappelijke partners en inwoners? Deel 3: t oekomstperspectief – Welke concrete verbeterpunten zijn er voor het nieuwe beleid op armoede en schulden?
Het 'Beleidsplan Armoede en Schulden 20202024' staat niet op zichzelf. Ook aanpalend beleid zoals arbeidsmarkt, wonen, zorg, onderwijs en duurzaamheid heeft invloed op de bestaanszekerheid van inwoners en dus ook op de resultaten van het armoede- en schuldhulpverleningsbeleid. Deze ‘context’ van
8
het armoede- en schuldenbeleid hebben we niet specifiek onderzocht, maar we houden er wel rekening mee bij de aanbevelingen voor het toekomstperspectief. De periode van de terugblik is in principe vanaf 2020 tot en met 2024. Bij het ophalen van ervaringen van inwoners en samenwerkingspartners hebben we de tijdsafbakening van het beleid niet exact toegepast. In die gesprekken hebben we vooral gevraagd naar de recente ervaringen en de ontwikkelingen van de afgelopen periode. Het beleidsplan kent zowel kortetermijndoelen, gericht op de COVID-19-crisis, als zeven langetermijndoelen. In deze evaluatie richten we ons op deze langetermijn-beleidsdoelen. Voor de evaluatie hebben we de volgende bronnen gebruikt (die ook specifiek zijn benoemd in de bijlage): Documenten die zijn aangeleverd door de gemeente en maatschappelijke partners. Ook is gebruikgemaakt van openbare bronnen. Het gaat onder andere om beleidsadviezen, raadsstukken, onderzoeken, jaarverslagen, cliëntervaringsonderzoeken en verslagen van participatiebijeenkomsten rondom de Koers (2)040. Zie ook in de bijlage. Data die zijn aangeleverd door de gemeente en aangevuld met gegevens uit openbare bronnen zoals: CBS Statline en waarstaatjegemeente.nl. De gemeente heeft stuurgegevens aangeleverd, afkomstig van de afdeling Stuurinformatie, uitgevoerde enquêtes onder inwoners en in het verleden opgestelde evaluatierapporten.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Stakeholders zijn via de gemeente benaderd om mee te doen aan het onderzoek. Met vijftien organisaties is een diepte-interview afgenomen. Daarnaast hebben 26 organisaties deelgenomen aan de thematafels. Binnen de gemeente is met uitvoering, beleid en bestuur gesproken. Zie ook de bijlage voor het totaaloverzicht van de betrokken organisaties. Inwoners hebben op vrijwillige basis meegedaan aan dit onderzoek. In juni en juli is een groot aantal inwoners benaderd via de gemeente, organisaties of via andere inwoners. Van 40 inwoners kregen we contactgegevens door; uiteindelijk is bij 26 daarvan een interview afgenomen. Dit gebeurde telefonisch, tijdens een huisbezoek of in een buurthuis.
De analyse van de ervaringen van betrokkenen bij het beleid voeren we uit aan de hand van het ‘behoorlijkheidskader’. Dit denkkader (zie figuur 1) is door BMC ontwikkeld om gemeenten te onder steunen bij het vormen en evalueren van hun beleid op bestaanszekerheid. Het kader bestaat uit vier ‘stelselvereisten’ die naar het inzicht van de Commissie Sociaal Minimum1 nodig zijn voor behoorlijk beleid op bestaanszekerheid. Dit zijn: voorspelbaarheid, toegankelijkheid, uitvoerbaarheid en houdbaarheid. Op basis van deze stelselvereisten heeft BMC indicatoren geïdentificeerd waarmee gewogen kan worden in welke mate aan deze voorwaarden wordt voldaan. Naast inhoudelijke keuzes in het beleid van Eindhoven kijken we dus ook naar de voorwaarden waarbinnen dit beleid wordt opgesteld en uitgevoerd.
Figuur 1: Behoorlijkheidskader, minimumvereiste voor goed beleid
Toegankelijk • Sociale voorzieningen zijn toegankelijk. • Inwoners moeten kunnen rekenen op een respectvolle bejegening en privacy, zodat zij zich gezien en gehoord voelen. • Voor die inwoners voor wie geen standaard oplossing is, wordt gekeken naar een maatwerkoplossing.
Voorspelbaar • De regels zijn eenduidig, begrijpelijk en kenbaar. • Ambtenaren handelen voorspelbaar op basis van de regels. • Inwoners moeten kunnen vertrouwen op bestaande afspraken en regels die in beginsel voor iedereen gelijk zijn. • Inwoners weten wat hun rechten en plichten zijn en hebben zekerheid over wat er gebeurt als hun persoonlijke situatie verandert.
Behoorlijk beleid Uitvoerbaar • Uitvoerende professionals kunnen uit de voeten met de regels en de doelen. • De doelen van het beleid zijn te realiseren met de beschikbare mensen middelen en tijd. • De randvoorwaarden voor uitvoering (zoals ICT, juridisch, communicatie) zijn realiseerbaar.
1
Houdbaar • Draagvlak vergt dat een stelsel uit te leggen is aan de samenleving. • Betaalbaarheid vergt dat overheidsgeld zo veel als mogelijk terechtkomt bij de mensen die dat nodig hebben. • Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare middelen en capaciteit in de toekomst.
Een zeker bestaan, SCP, 2023
9
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
1.2 | L eeswijzer
Dit rapport begint met een beeld van het voorgenomen beleid en wat daarvan is gerealiseerd en met welk resultaat, aan de hand van een DoelenInspanningen-Netwerk (DIN) op basis van een documentstudie en data-analyse. Het volgende hoofdstuk is de analyse van de ervaringen van inwoners, maatschappelijke partners en de gemeentemedewerkers. De analyse vindt plaats aan de hand van de stelselvereisten voor behoorlijk beleid. Deze analyse leidt tot de conclusies en aanbevelingen voor toekomstbestendig beleid.
10
Deze analyse leidt tot de conclusies en aanbevelingen voor toekomstbestendig beleid.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2 2.1 Aanpak 2.2 Doelen in het beleidsplan 2.3 Inspanningen 2.4 Resultaten in cijfers 2.5 Conclusies technische evaluatie
H2 | Technische evaluatie van het beleid 2020-2024 11
Dit hoofdstuk is de technische evaluatie van het beleid van de periode 2020-2024. De beoogde beleidsdoelen relateren we aan de inspanningen, ontwikkelingen en waar mogelijk ook de resultaten en de vergelijking met andere gemeenten. Hiervoor kijken we wat feitelijk terug te vinden is in documenten en data. Aan de hand van een DIN (bijlage 1) hebben we inzichtelijk gemaakt wat de doelen van het beleid zijn en welke korteen langetermijninspanningen en activiteiten de gemeente Eindhoven heeft ingezet om deze te realiseren.
12
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2.1 | Aanpak
Het beleid en de uitvoering daarvan staan nooit stil. Het beleid is in 2020 op papier gezet met de kennis en de context van toen. In de jaren waar deze evaluatie betrekking op heeft (2020-2024) is veel veranderd en bijgesteld. Dat gebeurde soms expliciet, meestal meer impliciet, soms ingegeven door nieuwe landelijke wetgeving en opdrachten, soms door een crisis (bijvoorbeeld COVID-19 en energiecrisis) of door wisselingen in de organisatie of het personeel. Ook is het beleid bijgesteld aan de hand van onderzoeken, adviezen en participatietrajecten, bijvoorbeeld het onderzoek ‘Herijking en vereenvoudiging minimaregelingen’2, de jaarlijkse minima-effectrapportages, de inwonerservaringsonderzoeken en de participatiebijeenkomsten richting de Koers (2)040. We hebben voor dit onderzoek een overzichtsmatrix van alle onderzoeken gemaakt met de conclusies en aanbevelingen die daaruit komen. Sommige aanbevelingen en bevindingen uit deze onderzoeken blijven terugkomen sinds de vorige evaluatie van het beleid. Deze ‘rode draden’ zullen we in dit hoofdstuk ook benoemen. We hebben er ook een groot aantal subsidiebeschikkingen en jaarverslagen van organisaties zoals WIJeindhoven, Lumens, Neos, Voedselbank, Springplank040, Over Rood, Ergon, Stichting Maatschappelijke Hulpverlening (SMH) en Vrijwillige Hulpdienst Eindhoven (VHE) op nageslagen.
Hoewel de gemeente deze partijen niet allemaal direct aanstuurt, sluiten de activiteiten van deze organisaties wel aan bij de gemeentelijke beleidsdoelen. Daarmee dragen ze bij aan de resultaten van beleid. Deze bijdragen zijn daarom ter illustratie (zonder volledig te zijn) ook in de DIN opgenomen.
2
De cijfermatige onderbouwingen en kwantitatieve uitspraken in dit hoofdstuk komen uit de dataanalyse van door de gemeente aangeleverde informatie, aangevuld met openbare data (van het CBS, bijvoorbeeld). Hierbij hebben we de volgende kanttekening te plaatsen. De brondata waren beperkter dan vooraf ingeschat. Een eensluidende informatiehuishouding met de maatschappelijke partners en de gemeente lijkt te ontbreken, waardoor het ontbreekt aan (vergelijkbare) cijfers van de inzet en het effect van partners. Daarnaast constateren we dat informatie over het gebruik van regelingen (bijvoorbeeld het aantal mensen in schuldhulpverlening of het aantal gebruikers van minimaregelingen) wel aanwezig is, maar bijvoorbeeld niet het aantal aanvragers of het resultaat van de ondersteuning. De openbare data (bron: CBS) hebben de meeste inkomens- en vermogensgegevens tot en met 2023 beschikbaar. We hebben die aangevuld met gegevens over 2024, voor zover die beschikbaar zijn.
Herijking en vereenvoudiging minimaregelingen – Iedereen kan meedoen en focus op samen sterker in de toekomst, Purpose, april 2024
13
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2.2 | Doelen in het beleidsplan
Het beleidsplan bestaat uit korte- en langetermijn doelen. De kortetermijndoelen waren gericht op de COVID-19-crisis en bleken al vrij snel niet aan te sluiten bij de realiteit. Deze evaluatie gaat niet verder in op deze specifieke Covid-19-doelen, maar we constateren wel dat beleid een mate van flexibiliteit moet hebben om mee te kunnen bewegen met een maatschappelijke context die voortdurend in beweging is. Er zijn zeven, helder geformuleerde, langetermijn doelen opgesteld (zie DIN pagina 59 en pagina 60). De stand-van-zaken-brieven, waarmee de raad jaarlijks over de voortgang wordt geïnformeerd, laten zien dat deze doelen niet allemaal even onderscheidend zijn en dat inspanningen vaak voor meerdere doelen tegelijk gelden. Vanuit de verschillende perspectieven op sociale zekerheid lijkt Eindhoven met haar beleidsdoelen vooral gericht te zijn op ‘welzijn en zelfontplooiing'.
Het beleid definieert naast zeven doelen ook vijf uitgangspunten: transparantie, drempelloos, regie bij de gemeente, technologie en het betrekken van de inwoners. In het beleidsplan en de standvan-zaken-brieven wordt niet verder ingegaan op hoe deze uitgangspunten worden toegepast in het beleid of de inspanningen. Daarom zijn we via interviews met betrokkenen nagegaan in hoeverre deze principes in de praktijk herkenbaar zijn. Het rapport ‘Herijking en vereenvoudiging minimabeleid’ benoemt in 2024 dat Eindhoven relatief ruimhartiger is in het minimabeleid dan bijvoorbeeld Tilburg, Utrecht en Amsterdam. Het verschil ten opzichte van deze gemeenten zit met name in de hoogte van de Meedoenbijdrage en de Individuele Inkomenstoeslag. Door middel van de minima-effectrapportages (MER) houdt de gemeente vinger aan de pols om te zien of er geen groepen structureel onder het sociaal minimum komen op basis van de berekeningen van het Nibud.
Het beleid definieert naast zeven doelen ook vijf uitgangspunten: transparantie, drempelloos, regie bij de gemeente, technologie en het betrekken van de inwoners.
Voor het vaststellen van het inkomen zijn definitieve belastingaangiftes nodig. Die over 2024 komen pas in december 2025 beschikbaar. 4 Een brede blik op bijstand, SCP, 2023 3
14
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2.3 | I nspanningen
In het beleidsplan worden 45 inspanningen benoemd, variërend van concreet tot abstract. Twintig richten zich op schuldhulpverlening, zeven op bewindvoering, vijf op communicatie en bereik, twee op regie en samenwerking, en één op (maatwerk)ondersteuning bij armoede. Uitgaand van dit beleidsplan, lijkt de focus van de ambitie vooral te liggen op schuldhulpverlening en minder op het verminderen van armoede. Dat is te verklaren: in relatie tot de wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) moest er veel gedaan worden. Ook lijkt het beeld iets vertekend doordat het bestaande reguliere aanbod van ondersteuning bij armoede (bijvoorbeeld de minimaregelingen) niet expliciet in het beleidsplan genoemd wordt. Op basis van de jaarlijkse voortgangsrapportages aan de gemeenteraad van Eindhoven krijgen we inzicht in welke inspanningen wel/niet zijn ingezet. In de voortgangsrapportages lezen we dat er van de 45 voorgenomen inspanningen een groot deel is opgepakt. Zeker op het terrein van betere informatievoorziening en communicatie naar en met inwoners om hulp laagdrempelig te maken, is veel inspanning geweest.
Daarnaast zijn in de afgelopen vier jaar veel nieuwe beleidsontwikkelingen op de gemeente afgekomen die niet voorzien waren in 2020, maar die wel invulling dienden te krijgen, bijvoorbeeld herstel van de kinderopvangtoeslagaffaire, energietoeslag, verkorting van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) en de tijdelijke uitbreiding van minimaregelingen.
15
Hieronder geven we een beeld van de ‘output’ van projecten en inspanningen met, waar beschikbaar, de stand van zaken in 2025. Niet alle output is terug te herleiden naar een strategisch doel of inspanning uit het beleidsplan, maar deze is wel illustratief voor de vele activiteiten.
• Bouwdepot: nadat 3 pilotgroepen en 75 jongeren zijn bereikt, is het Bouwdepot als vaste aanpak ondergebracht bij WIJeindhoven. • Geldfit: 49% van de Brainport-inwoners werd bereikt met Geldfit en een derde ondernam actie. • Financiële educatie: deze is aangeboden aan 79 klassen op 10 verschillende scholen. • Energietoeslag: deze is uitbetaald en uitgebreid naar huishoudens met een inkomen tot 130% WML. • Eindhovense Klusbus: deze heeft 15759 adressen bezocht voor energiebesparende maatregelen. • Stichting Leergeld: deze stichting bereikt 70% van de doelgroep (stijging van 5%). • Pilot menstruatie-uitgiftepunten: deze zijn er nu op zeven locaties, waaronder de werkplaatsen FinanciënXL en stadhuis.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
• Kwikstart-app: deze is gelanceerd voor jongeren (app waarin landelijk en lokale informatie voor jongeren verzameld is op één plek).
• Halvering van aflossingstermijn schulden.
• Schuldenknooppunt: er zijn 149 conve nanten met lokale ‘vaste lasten’-partijen.
• BKR-registratietermijn verkort: de termijn is verkort van vijf jaar naar zes maanden, waardoor inwoners sneller perspectief hebben op een schuldenvrije toekomst. toekomst.
• Jongeren perspectieffonds (JPF): dit fonds groeit in bereik (33 jongeren in 2023, 53 jongeren in 2025) en is onderdeel van het reguliere aanbod geworden.
• Convenantafspraken over in-, door- en uitstroom van inwoners onder bewind: dit ging van een pilot naar een structurele werkwijze met nu acht bewindvoerders.
• Meedoenbijdrage: deze is verruimd naar 130% WML. • Individuele Inkomenstoeslag: de doelgroep is aangepast naar inwoners die niet 60 maar 48 maanden een laag inkomen hebben. • Mondzorgkosten: er is een tijdelijke vergoeding voor mondzorgkosten. • Witgoed-omruilactie: dit is gestart in juni 2025. • Verjaardagsdozen: deze zijn voor alle jongeren in de buurt De Bennekel die 18 jaar worden. De pilot wordt geëvalueerd.
16
In het beleidsplan worden 45 inspanningen benoemd. Deze zijn niet altijd even onderscheidend en gelden vaak voor meerdere doelen tegelijk.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Niet alle voorgenomen inspanningen zijn opgepakt of gerealiseerd zoals bedoeld. Wij geven hieronder enkele voorbeelden: • Het beleidsplan zegt samen met de partners in de stad een Agenda van de stad op te stellen. Hoewel er wel een hackathon is gehouden, lijkt deze agenda daarna niet meer terug te komen. Uit de interviews met maatschappelijke partners bleek dat zij zich niet betrokken voelden bij de gezamenlijke realisatie ervan. • Agenda van de stad: wel een hackathon, maar lijkt niet omgezet te zijn in een agenda met partijen. • Jaarlijks gesprek met maatschappelijke organisaties over doelen en ondersteuning: wel in het kader van subsidierelatie, maar niet met alle partners en ook niet vanuit het realiseren van de beleidsdoelen.
• Schuldenpreventie bij specifieke kwetsbare groepen: sterke focus op jongeren en minder op de andere genoemde groepen (ouderen, laaggeletterden, licht verstandelijk beperkten en inwoners met een migratieachtergrond). • (Afspraken met ketenpartners over) inspelen op life-events: inspanningen rondom het '18 jaar worden’, maar nog niet specifiek bij andere lifeevents. • Budgetcursus: nadruk lag op individuele begeleiding en coaching, een budgetcursus wordt niet genoemd. • (Onderzoek naar) het in eigen beheer nemen van schuldenbewind: het is onderzocht, maar een expliciet besluit om wel/niet in eigen beheer te nemen is niet teruggevonden.
• Wanbetalersregeling: wel inzicht in het aantal wanbetalers, maar geen wanbetalersregeling.
• (Onderzoek naar) verhoogd schuldentarief voor bewindvoering beperken tot maximaal vier jaar: dit specifieke onderzoek of de invoering van de beleidswijziging vinden we niet terug.
• Doorbraakmethode van SchuldenLabNL en het zoeken naar onconventionele oplossingen zijn wel ingezet, maar vragen nog verdere inbedding.
• Doorbreken van intergenerationele armoede: weinig aanbod en expliciete aandacht voor teruggevonden.
17
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2.4 | Resultaten in cijfers
Deze paragraaf geeft inzicht in de cijfermatige ontwikkelingen van de financiële positie van inwoners in Eindhoven tussen 2020 en 2023 of 2024 (afhankelijk van de beschikbaarheid van CBS-data). Het levert een kwantitatief beeld van de stand van zaken op de strategische doelen uit het beleidsplan 2020-2024.
Figuur 2: P articuliere huishoudens met een inkomen tot 120% WML, bron CBS 2024 %% huishoudens met inkomen onder sociaal minimum huishoudens met in onder 120%120% sociaal minimum 15
10
2.4.1 | Minder armoede en duurzaam schuldenvrij Het beleid stelt als doel: ‘meer inwoners structureel uit armoede’ en ‘meer inwoners duurzaam schuldenvrij’. Er zijn in het beleidsplan geen definities of indicatoren gekoppeld aan dit doel. We hanteren voor deze evaluatie daarom de inkomensposities van inwoners (CBS), het aantal geregistreerde schulden (CBS) en de beleving van financiële zekerheid bij inwoners (inwonersenquête). Op basis van de inkomens- en vermogensgegevens van het CBS zien we dat het gemiddelde inkomen per inwoner in Eindhoven tussen 2020-2023 is gestegen (figuur 2). Het percentage huishoudens met een inkomen onder de 120% is tussen 2020 en 2023 afgenomen, maar laat na 2022 wel weer een lichte stijging zien.
18
5
0
2020
2021
2022
2023
Figuur 3: Gemiddeld inkomen per inwoner in Eindhoven (18-65 jr), bron CBS 2024
Gemiddeld persoonlijk inkomen Gemiddeld persoonlijk inkomen(x1000 per inkomensontvanger per inkomensontvanger euro) (x1000 euro) 42 41 40 39 38 37 36 35 34 33 32 31
2020
2021
2022
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2023
Figuur 4: Aantal inwoners dat aangeeft moeite te hebben met rondkomen en schulden heeft, Schulden en financiële zorgen in Eindhoven bron: Eindhoven inwonersenquête 2024 Schulden en financiële zorgen in Eindhoven
Naast de gegevens van het CBS hebben we ook de inwonersenquête met informatie over de ervaren financiële zekerheid geanalyseerd. De volgende figuren laten zien dat rond 2022 meer inwoners moeite hebben met rondkomen. We zien een duidelijke verbetering tussen 2022 en 2024 als het gaat om financiële beperkingen. Een voorbeeld zijn de beperkingen rondom het verwarmen van woningen; dat ging van 14% in 2022 naar 6% in 2024. Wel blijven er financiële beperkingen bestaan rondom het aankopen van meubilair en schoolartikelen (inwonersenquête).
20 15 10 5 0
Schulden en financiële zorgen in Eindhoven 25 20 15 10 5 0
2020
2020
2021
2022
2021
Kan moeilijk rondkomen
Kan moeilijk rondkomen
2023
2022
2023
Heeft schulden (excl. hypotheekschuld)
Heeft schulden (excl. hypotheekschuld)
Figuur 5: Percentage inwoners met een bijstandsuitkering, Bron: Gemeentelijke monitor Sociaal Domein Aandeel huishoudens met een Aandeel huishoudens metbijstandsuitkering een bijstandsuitkering Aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering
nu
ar i2 jaap 02 nuril 0 ar 20 ok ajulii 2020 to pri 20 20 be l 2 2 r 00 ojakn juli20 20 toua 202 beri 20 jaap r 220 0 nur 0 2 airl 2 201 i 0 ok ajpuli 20221 to ril20 1 b 2 jao jeur 0221 nk u li2 1 toa 2002 br jaa ei r2 211 npu 202 rail 02 ri2 1 20 ok ajpurli 02222 to l220 b 0 joak jeurli 2222 ntuo 220 ba 02 ja erir2 222 anpu 200 rairli 2232 a 2200 ok jpurliil 2233 to 2200 bj 2 joakt eurli 2 233 nuob 200 ja areir 2233 anpua 22002 r ri 243 ap il 220 0 ok jurlil 2 2244 t i20 okobjeul 0224 to ri 2 4 be 2002 r 2 244 02 4
5,8% 5,8% 5,7% 5,7% 5,6% 5,6% 5,5% 5,5% 5,4% 5,4% 5,3% 5,3% 5,2% 5,2% 5,1% 5,1% 5,0% 5,0% 4,9% 4,9% 4,8% 4,8%
ja
Het aandeel huishoudens met een bijstands uitkering in Eindhoven is tussen 2020 en 2022 gedaald en daarna gelijk gebleven (figuur 5). Dit is een ontwikkeling die vergelijkbaar is met die in andere grote gemeenten in Brabant (de B5: Tilburg, Breda, ‘s Hertogenbosch, Helmond, Eindhoven). Het aantal inwoners met schulden was redelijk stabiel, maar laat in 2023 een lichte stijging zien (figuur 6). Dit is zichtbaar in de cijfers van het CBS van het aantal inwoners met geregistreerde schulden (figuur 6) en wordt ook door inwoners zelf aangegeven in de inwonersenquête (figuur 4).
25
Gemeente Eindhoven b5 b5 Gemeente Eindhoven
Figuur 6: Aantal inwoners met geregistreerde schulden, Bron: CBS, 2024 Geregistreerde schulden in Eindhoven 2020-2024 2020-2024 Geregistreerde schulden in Eindhoven Geregistreerde schulden in Eindhoven 2020-2024
11500 11000
8,8
11500
8,6
11000
8,4
10500 10500
9500
9000
9000
8500
8500
8,4
8 8 7,8 7,8 7,6 7,6 7,4 7,4
2020 2020
2021 2021
2022 2022
20232023
2024 2024
absoluut inwoners met geregistreerde schulden absoluut aantalaantal inwoners met geregistreerde schulden percentage inwoners met schulden percentage inwoners met schulden (%) (%)
19
8,6
8,2 8,2
10000 10000 9500
8,8
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Verschil tussen wijken Het gemiddelde inkomen De gemiddelde stijging in welvaart is niet in alle wijken gelijk. In Oud-Gestel valt bijvoorbeeld in Eindhoven is per meer dan een op de vijf huishoudens onder de inwoner tussen 120%-grens. De stijging in inkomen is voor alle 2020-2023 gestegen. wijken in Eindhoven zichtbaar, maar de groei is vooral sterk in de wijken Doornakkers en Erp (respectievelijk 25% en 24% groei t.o.v. 2020). Als we kijken naar inwoners met schulden per wijk, dan komen ook de wijken met relatief hogere inkomens in beeld (bijvoorbeeld Doornakkers). In de meeste wijken is het aantal inwoners Figuur 7: percentage inwoners met met geregistreerde problematische schulden geregistreerde schulden per wijk, CBS 2024 gestegen. Alleen in Oud-Woensel is dit percentage sinds 2021 gedaald. Het actuele beeld (2024) Huishoudens met geregistreerde problematische schulden Huishoudens met geregistreerde problematische van het percentage inwoners met geregistreerde schulden in Eindhoven (%), 2024-01 in Eindhoven (%), 2024-01 schulden per wijk ziet u in figuur 7 hieronder.
20
minder dan 5,0
7,0 tot 9,0
11,0 of meer
5,0 tot 7,0
9,0 tot 11,0
Geen data beschikbaar
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Armoede volgens de nieuwe definitie Het CBS heeft in 2024 een nieuwe meetmethode en definitie van armoede ontwikkeld. In deze definitie wordt meer rekening gehouden met het vermogen van mensen en ook de uitgaven. In 2023 was het percentage ‘armen’ in Eindhoven volgens deze nieuwe definitie 4,1%. In 2022 was dat 4,4% (zie figuur 8). Cijfers over de andere jaren zijn niet beschikbaar. Met twee meetmomenten is het voor deze evaluatie te weinig om een uitspraak te kunnen doen. De gemeente kan dit cijfer in de toekomst wel gaan gebruiken om de ontwikkeling van armoede volgens de nieuwe meetmethode te volgen.
Figuur 8: Percentage inwoners dat leeft in armoede volgens de nieuwe meetmethode, CBS 2024 % in armoede (nieuwe definitie)
% in armoede (nieuwe definitie)
5 4 1 1 1 0 2022
2023
Economische groei Of deze bovenstaande kwantitatieve ontwikkelingen een gevolg zijn van het beleid, is niet vast te stellen. Daarvoor spelen te veel andere factoren ook een rol, bijvoorbeeld de economische situatie en het rijksbeleid op inkomen, werk, toeslagen en sociale regelingen. De economische en demografische opbouw van Eindhoven is iets afwijkend van de vier andere grote Brabantse gemeenten (B4) en de veertig 100+-gemeenten in Nederland (G40). De economische groei van de gemeente heeft als effect dat het inwonersaantal groeit en dat dit relatief meer bestaat uit mensen met een hoog inkomen. Een gemiddelde stijging van welvaart betekent dus niet per se dat inwoners minder arm zijn. Zo zien we bijvoorbeeld dat de welvaartsgroei per wijk sterk uiteenloopt.
21
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2.4.2. | Meedoen Het beleid stelt als doel: 'alle inwoners kunnen in de samenleving meedoen, ook met een laag inkomen’.
Tabel 1 hieronder geeft inzicht in hoeveel regelingen er worden verstrekt. Eindhoven heeft in de geëvalueerde beleidsperiode veel inspanningen gedaan om de aanvraag voor de Meedoenregeling te vereenvoudigen en bijvoorbeeld automatisch te verstrekken als mensen een bijstandsuitkering hebben. In 2022 zijn de meeste Meedoenbijdragen verstrekt. Deze stijging is een gevolg van de energietoeslag die dat jaar hierbij werd meegerekend. In 2023 en 2024 zijn de aantallen vergelijkbaar met vóór 2022. De Individuele Inkomenstoeslag werd in 2021 het vaakst verstrekt. De collectieve zorgverzekering laat een lichte daling zien in het gebruik sinds 2021. Diezelfde daling zien we bij de bijzondere bijstand. In 2024 was het gebruik ervan wel weer iets hoger dan in 2023. Bij al deze regelingen moet er rekening mee worden gehouden dat de groep die er potentieel gebruik van kan maken (afhankelijk van de voor de regeling geldende inkomensgrens) in deze jaren in omvang fluctueert.
Met de Meedoenregeling wordt aan mensen met een inkomen lager dan 130% van het wettelijk sociaal minimum (WML) financiële ruimte geboden om te besteden aan sport of vrije tijd. Daarnaast is er voor deze groep inwoners onder andere gratis busvervoer, zwemles voor kinderen, een bibliotheekabonnement, een collectieve zorgverzekering, en een bijdrage voor schoolproducten van Stichting Leergeld (in het rapport ‘Herijking minimaregelingen’ en de ‘Minima-effectrapportages’ wordt uitgebreid ingegaan op het effect en bereik van deze regelingen). Ook inwoners met een schuldregeling die door de afloscapaciteit op het sociaal minimum terechtkomen, kunnen de Meedoenbijdrage ontvangen.
Tabel 1 - Gebruik van gemeentelijke armoederegelingen tussen 2020 en 2024
2020
2021
2022
2023
2024
Meedoenbijdrage
Verstrekkingen
17366
18507
22335
22086
18650
Individuele Inkomenstoe-slag
Verstrekkingen
1621
4119
4090
4037
3825
Collectieve Zorgverzekering
Gebruikers
-
11711
10998
10682
10781
Bijzondere Bijstand *
Verstrekkingen
6118
14810
11083
10275
10670
* inwoner kan meer dan één verstrekking voor bijzondere bijstand hebben
22
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Naast de (financiële) ondersteuning vanuit de gemeente is op het ‘meedoen’-doel ook veel ondersteuning vanuit maatschappelijke organisaties. Zo geven bijvoorbeeld de Voedselbank, de Speelgoedbank en het Steunpunt Materiële Hulpvragen ook materiële ondersteuning. Dat is veelal een aanvulling op dat wat de gemeente biedt. Er is geen totaal inzicht in wat de participatiegraad van inwoners met een laag inkomen zou zijn zonder deze ondersteuning. Het hierboven genoemde ondersteuningsaanbod verlaagt financiële drempels, zodat ook inwoners met een laag inkomen kunnen deelnemen aan bijvoorbeeld sport. Zoals echter uit de inwonersenquête blijkt, ervaren mensen met een laag inkomen ook veel andere belemmeringen om mee te kunnen doen. Ze voelen zich minder gelukkig dan mensen met een hoger inkomen (3% t.o.v. 15%)5, ervaren een slechtere gezondheid (25% ten opzichte van 5%), voelen zich minder zelfredzaam (25-30% t.o.v. 6%) en hebben een beperkter netwerk (18% t.o.v. 6%). Dit pleit voor een integrale benadering van het ondersteuningsaanbod en aandacht voor alle leefgebieden zoals dat met de pilot Keten Werk en Geld (gestart 2025) ook wordt beoogd.
5
Eindhoven heeft in de geëvalueerde beleidsperiode veel inspanningen gedaan om de aanvraag voor de Meedoenregeling te vereenvoudigen en bijvoorbeeld automatisch te verstrekken als mensen een bijstandsuitkering hebben.
Inwonersenquête 2024
23
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
2.4.3 | Preventie, vroegsignalering en schuldhulpverlening Het beleid stelt als doel ‘voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen’ (preventie), ‘meer inwoners met beginnende betaalproblemen vinden en snel passende hulp aanbieden’ (vroegsignalering) en ‘inwoners met schulden beter en sneller helpen’ (Schuldhulpverlening). De ingezette preventieve maatregelen zijn gericht op het vergroten van financiële weerbaarheid en bewustwording. De extra inspanningen zijn in de beleidsperiode vooral op jongeren gericht (Financiële educatie op scholen, Jongeren Perspectief Fonds en Bouwdepot). Ook het programma Financieel Fit van Brainport voor Elkaar is een belangrijke preventieve inspanning. Deze projecten en pilots zijn over de afgelopen jaren uitgebreid en na positieve evaluaties structureel gemaakt. De verwachte impact voor de komende jaren is groter.
geregistreerd. De pilot is omgezet naar een vaste werkwijze. In 2024 is het aantal signalen toegenomen naar 15.000 per jaar en er is een stijging van 20-30% te verwachten. Het is moeilijk vast te stellen in welke mate vroegsignalering daadwerkelijk voorkomt dat inwoners financiële problemen krijgen, maar de uitbreiding van het netwerk en een groeiend bereik lijken een positieve tendens. Daar waar schulden zijn, biedt de gemeente schuldhulpverlening. Uit tabel 2 blijkt dat het aantal gemeentelijke schuldhulpverleningstrajecten (waarbij de gemeente een plan van aanpak maakt om problematische schulden aan te pakken) sinds 2021 is toegenomen. Dit wijst erop dat meer mensen worden bereikt met hulp om van hun schulden af te komen. Een van de beleidsdoelen van de gemeente was ook om het gebruik van bewindvoering terug te dringen. In tabel 2 is te zien dat dat sinds 2021 inderdaad is gelukt. Sinds 2020 neemt het aantal beëindigde schuldregelingen af.
Om tijdig betalingsachterstanden te kunnen signaleren is in 2021 gestart met de pilot 'vroegsignalering'. Gemiddeld werden in 2021 circa 1.000 meldingen van convenantpartners
Tabel 2 - Ontwikkelingen op ‘schuldhulpverlening’ tussen 2020 en 2024
2020
2021
2022
2023
2024
Bewindvoering
2766
2931
2898
2751
2686
WGS-beschikkingen
–
539
684
750
763
Beëindigde schuldregelingen
141
107
84
75
70
24
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Dit wijst er op dat meer mensen worden bereikt met hulp om van hun schulden af te komen.
25
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 3.1 Aanpak 3.2 Analyse van bevindingen 3.3 Conclusies over beleid en uitvoering volgens betrokkenen
H3 | Ervaringen van betrokkenen 26
Naast het ‘tellen’ van de resultaten hebben we in dit onderzoek vooral ingezet op het ‘laten vertellen’. De ervaringen van direct betrokkenen zoals inwoners, professionals, vrijwilligers, bestuurders of beleidsmedewerkers, vertellen ons hoe het beleid uitpakt in de werkelijkheid. Die gaan verder dan de goede bedoelingen en ambities van het beleid. De bevindingen uit de interviews en gesprekken zijn talrijk en kleurrijk. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we de respondenten benaderd hebben. Daarna gaan we per ‘vereiste’ van behoorlijk beleid in op wat we gezien en gehoord hebben. Dit relateren we aan de doelen van het beleidsplan en de bevindingen in hoofdstuk 2. Vervolgens trekken we conclusies uit de bevindingen die de opmaat zijn voor de aanbevelingen in hoofdstuk 4.
27
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
3.1 | Aanpak
Gesprekken met inwoners Het streven was om 40 inwoners te spreken. Uiteindelijk hebben 26 inwoners meegedaan6. Inwoners konden kiezen voor een telefonisch interview of een gesprek op locatie, zoals thuis of in het buurthuis. Maatschappelijke partners hebben inwoners benaderd voor deelname. Daarnaast hebben we respondenten gevraagd om mensen uit hun netwerk te vragen voor deelname. Zo is het gelukt ook mensen te spreken die (nog) niet in beeld zijn bij de gemeente of organisaties. We hebben met acht mannen en achttien vrouwen gesproken. Sommige interviews waren groepsgesprekken. • Qua leeftijd hebben we vooral gesproken met inwoners van midden 30 en tussen de 50 en 65 jaar. Daarbij was de jongste respondent 24 en de oudste 76 jaar. De gemiddelde leeftijd was 52 jaar.
5
• Het merendeel van de respondenten is alleenstaand. Twee respondenten wonen samen met een partner. Vijf respondenten wonen thuis met kinderen. Ook hebben we respondenten gesproken die tijdelijk bij een vriend wonen of weer bij hun ouder(s) zijn gaan wonen. • Twaalf respondenten ontvangen een bijstandsuitkering. Zeven respondenten ontvangen AOW, een WIA en een WAO. Vier respondenten halen hun inkomsten uitsluitend uit werk en twee respondenten werken, waarbij inkomsten aangevuld worden vanuit de bijstand. Meerdere respondenten doen vrijwilligerswerk of zetten zich in voor een buurtcomité of vrijwillige inzamelacties, bijvoorbeeld voor Sinterklaas.
We hebben wel de gegevens van 40 contacten ontvangen, maar we hebben niet iedereen kunnen bereiken, ondanks meerdere pogingen. Het betreft uiteraard ook een kwetsbare doelgroep, waarbij dit te verwachten valt.
28
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Interviews met betrokkenen Via de gemeente hebben we een overzicht gekregen van betrokken partners op het terrein van armoede en schuldhulpverlening en de toegangsroutes tot ondersteuning. Tien organisaties daarvan hebben we benaderd voor een interview. Ook hier zijn we via deze organisaties in contact gekomen met andere organisaties die meer op afstand staan van de gemeente. Naast organisaties hebben we binnen de gemeente de beleidsmedewerkers gesproken (van armoede/schuldhulpverlening, werk/inkomen en inclusie), medewerkers in de uitvoering (consulenten en managers) en de wethouder. In bijlage 2 staat een overzicht van de betrokken personen en organisaties en hun rol in het ondersteunen van inwoners. In de gesprekken met de maatschappelijk partners zijn we vooral ingegaan op de doelen van het beleid en hun ervaringen met de voorgenomen inspanningen van de gemeente om het beleid te realiseren. De samenwerking met de gemeente en met andere organisaties stond daarin centraal. Ook hebben we gevraagd naar wat zij zien dat goed gaat in het ondersteunen van inwoners en waar verbeteringen zijn voor de toekomst. De gesprekken met de medewerkers van de gemeente gingen ook over de samenwerking, maar veelal over de inspanningen om het beleid te laten slagen en verbeteren.
7
Thematafels Tijdens het onderzoek hebben we op twee momenten een bijeenkomst georganiseerd om partijen in de stad te laten meedenken over het volgende op te stellen beleid, na deze evaluatie. Deze bijeenkomsten (ook wel thematafels genoemd) waren onderdeel van het participatieproces met de stad, zoals toegezegd aan de raad in mei 20257. De bijeenkomsten bestonden uit twee onderdelen. Een reflectiemarkt bood de deelnemers de mogelijkheid hun ervaringen te delen over vier kernthema's: de schuldhulpverleningsketen, de toegankelijkheid van ondersteuning, de samenwerking met de gemeente en het ondersteuningsaanbod. Daarnaast werden Vissenkom-gesprekken gevoerd om dieper in te gaan op de verschillende rollen binnen de beleidsontwikkeling. Hierbij werd specifiek gekeken naar het toekomstperspectief, met inbreng van beleidsmedewerkers, maatschappelijke partners en raadsleden. De thematafels zijn relevant voor dit hoofdstuk, omdat hier ook organisaties aan deelnemen die niet apart zijn geïnterviewd en doordat de diversiteit van aanwezigen waardevolle inzichten opleverde. Figuur 9 is een praatplaat die de opbrengsten van deze thematafels weergeeft en een concrete weergave is van het gezamenlijke perspectief van de betrokken partners. Het verslag van de thematafels is als losstaand document toegevoegd bij dit rapport.
Collegebrief Participatieplan evaluatie en ontwikkeling beleidsplan Armoede en Schulden, mei 2025
29
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Gesprekken gingen over doelen van beleid, samenwerking en ervaringen met de uitvoering
30
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Figuur 9: Beeldend verslag van thematafels juni 2025
3.2 | A nalyse van bevindingen
Inwoners en samenwerkingspartners handelen vanuit eigen kunnen en de eigen vraag en niet vanuit het door de gemeente gestelde beleid. Ze zijn hier niet of nauwelijks mee bekend. We hebben de uitkomsten uit de gesprekken daarom niet gerelateerd aan de precieze beleidsdoelen, maar aan de meer generieke vereisten voor ‘behoorlijk beleid’ (zie hoofdstuk 1). In deze paragraaf staan per behoorlijkheidsvereiste (voorspelbaarheid, toegankelijkheid, uitvoerbaarheid, houdbaarheid) de meest kenmerkende bevindingen, ingekleurd met enkele citaten van inwoners en organisaties.
3.2.1 | Voorspelbaarheid Voorspelbaar beleid betekent dat inwoners weten waar ze aan toe zijn. Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat regels en kaders duidelijk zijn en dat de uitvoering daarvan door de gemeente en maatschappelijke partners logisch en consequent verloopt, ook als er onverwachte dingen in hun eigen leven gebeuren. Dit sluit aan bij de doelen van de gemeente in het beleidsplan 20202024, waarin ze nastreeft om sneller passende hulp te bieden en zich inspant om regels te vereenvoudigen en de communicatie te verbeteren (zie hoofdstuk 2).
‘Er is altijd bij mij angst dat zaken afgewezen worden, daar lig ik wakker van, want de impact is heel groot.’
32
Bevindingen ten aanzien van voorspelbaarheid Bekend met beschikbare ondersteuning: de meeste inwoners weten dat er verschillende regelingen zijn voor mensen met een laag inkomen, maar lang niet altijd welke. Het krijgen van informatie gaat via verschillende routes: • Via-via: veel kennis (en mening) over regelingen, zoals de Meedoenbijdrage, komt uit het eigen informele netwerk, zoals buren, familie en vrienden (mond-tot-mond). • Gemeentelijke communicatie: soms worden inwoners proactief geïnformeerd via de krant of een brief van de gemeente, zoals bij de witgoedregeling of de jaarlijkse formulieren voor de langdurigheidstoeslag. Inwoners die nieuw zijn in de gemeente zouden graag in het begin een totaaloverzicht krijgen van bij wie ze met welke vraag terechtkunnen en welke regelingen er zijn. Sommige inwoners benoemen dat ze het algemene nummer van de gemeente bellen met een hulpvraag en goede ervaringen hebben met hoe ze dan geholpen worden. De frontofficemedewerkers van de gemeente hebben de kennis om inwoners met inkomensondersteunende vragen goed door te verwijzen en/of te helpen. • Via generalisten van WIJeindhoven: sommige inwoners geven aan dat ze getipt zijn door de generalisten van WIJeindhoven. In die gevallen hebben de generalisten vaak ook geholpen bij de aanvraag.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
• Via (maatschappelijke)organisaties: informatie aan inwoners over het beschikbare ondersteuningsaanbod komt ook vanuit de organisaties, meestal met eigen naam/logo. Dit geeft naamsbekendheid, maar leidt ook tot versnipperde informatie naar inwoners, temeer omdat organisaties zelf ook moeite hebben inzicht te krijgen in het totale beschikbare aanbod. • Overige: ook deurwaarders, werkgevers (via Brainport) en de krant worden genoemd als bron voor hoe inwoners weten wat er mogelijk is qua ondersteuning.
‘Op een gegeven moment ben ik doorverwezen naar Lumens, want ik zag geen lichtpuntje meer. En daar hebben ze mijn leven weer op weg geholpen. Zij belden me, of ze iets konden betekenen. Dus dat was echt heel mooi. Dat ging over meer dan schulden, ook over verlies, verwerking en trauma's.’
33
‘Heel positief, ging niet altijd over mijn schulden maar ook de rest erom heen, als je daar niet over praat lossen je schulden ook niet op. Het ging echt over allerlei leefgebieden.’
Een (vast) aanspreekpunt: een generalist (van WIJeindhoven) als vast aanspreekpunt of een vrijwilliger van bijvoorbeeld Maatje040 worden door geïnterviewde inwoners over het algemeen als prettig ervaren. Ze kunnen hier altijd terecht voor vragen, ook per WhatsApp. Ook de vaste fysieke inloopmomenten van Werkplaats Financiën XL zijn voor inwoners fijn, omdat ze weten dat ze daar terechtkunnen met vragen. Wel geven ze aan dat meer inloopmomenten fijn zou zijn. Als contactpersoon worden voornamelijk WIJeindhoven en Werkplaats Financiën genoemd. Tevredenheid hangt af van een vaste, empathische en deskundige contactpersoon die goed meedenkt, wat leidt tot een gevoel van gezien en geholpen worden. Het contact met schuldhulpverleningsconsulenten wordt het vaakst positief omschreven. Hun vermogen om breed mee te denken, taalgebruik aan te passen en een gevoel van vertrouwen te creëren, zelfs door buiten werktijden bereikbaar te zijn, wordt gewaardeerd. Inwoners benoemen veel verloop van medewerkers en contactpersonen als aandachtspunt, waardoor het vertrouwen weer opnieuw gezocht moet worden. Ook merken ze op dat niet iedereen dezelfde kennis of dezelfde interpretaties van regels heeft; vrijwilligers zijn niet altijd op de hoogte van alle regelingen. Dit doet afbreuk aan het vertrouwen in en de voorspelbaarheid van de ondersteuning.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Weten waar je recht op hebt: in de gesprekken met inwoners komt regelmatig terug of ze ergens wel of geen recht op hebben. Soms wordt genoemd dat ze eerder wel recht op iets hadden (bijvoorbeeld gratis bibliotheek), maar dat dingen weer veranderd zijn. Er is onzekerheid over of er met een verandering in hun situatie (bijvoorbeeld het ontvangen van een AOW of beëindiging van bewindvoering) ook recht op ondersteuning (bijvoorbeeld de Voedselbank of Meedoenregeling) verdwijnt. Het liefst willen mensen stabiliteit en zekerheid. Sommigen benoemen dat nog liever te willen dan een paar euro’s meer. Pilots en eenmalige acties (zoals bijvoorbeeld de Witgoedregeling) zijn ‘leuk’, zeggen inwoners, maar helpen niet echt structureel. De gemeente stelt (online) tools zoals 'BerekenUwRecht' en Kwikstart beschikbaar, waarmee inwoners van tevoren kunnen zien of ze met hun inkomen ergens recht op hebben. In gesprekken met inwoners en maatschappelijke partners hebben we niet gehoord dat ze hier ook gebruik van hebben gemaakt. Meer bekendheid van deze tool kan bijdragen aan meer ‘voorspelbaarheid’.
‘Ze denkt ook goed mee met mijn vragen. Ik kan haar altijd een bericht sturen als ik ergens mee zit. Ik voel me echt gezien en gehoord door haar.’
34
'Het is ook onduidelijk wat er gebeurt als je te veel op de rekening hebt staan. Je weet niet altijd wat de grens is; bij beslaglegging mag er bijvoorbeeld boven een bepaalde grens alles opstaan en daaronder niet. Budgetbeheer is daar ook niet altijd duidelijk over.'
Eenduidige regels en toepassing daarvan: de toegangsdrempels zijn niet voor elke regeling hetzelfde en zijn (ook onlangs nog) tussentijds aangepast. Dit maakt inwoners afhankelijk van de expertise van consulenten, generalisten of vrijwilligers. Meerdere inwoners geven aan dat het ook afhankelijk kan zijn van wie je tegenover je hebt of iets wel of niet wordt aangeboden. Als het gaat om het toepassen van maatwerk, geeft ook de uitvoering aan dat het per professional verschilt hoe ver ze hierin willen gaan. Waar sommigen meebewegen en meedenken, blijven anderen strak vasthouden aan regels. Organisaties zoals bijvoorbeeld de Voedselbank hebben toegangsdrempels die soms weer net anders zijn. Het komt voor dat de Voedselbank inwoners afwijst die door andere organisaties juist naar de Voedselbank zijn doorverwezen voor voedselhulp. Dit
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
‘Ze heeft wel een inkomensconsulent, die vrijwillig is en helpt wanneer dit mogelijk is; dit is dus geen vaste begeleiding. WIJeindhoven is vaak onduidelijk en stuurt haar van loket naar loket. Zo sprak ze de generalist van de gemeente, die dan aangaf dat zij contact met de gemeente moest zoeken voor hulp in de zorg, wat onlogisch aanvoelde.’
draagt niet bij aan de voorspelbaarheid voor inwoners. Ook kan het zijn dat de hulp afhankelijk is van de beschikbaarheid van vrijwilligers, bijvoorbeeld bij Stichting Over Rood. Dit is buiten de verantwoordelijkheid van het gemeentelijk beleid, maar voor inwoners is het een integrale beleving van de ‘ondersteuning’. Doorverwijzingen en onduidelijke rollen: organisaties hebben hun eigen visie op wat werkt bij schulden of armoede. Welke ondersteuning een inwoner krijgt, kan hierdoor afhangen van de plek waar inwoners hun hulpvraag stellen. Ook of een inwoner wel of niet wordt doorverwezen en naar wie, hangt af van hoe de samenwerking is tussen bepaalde organisaties. De samenwerking tussen WIJeindhoven, Lumens en JPF loopt bijvoorbeeld goed en wordt door inwoners als positief ervaren. Zoals een medewerker van WIJeindhoven het verwoordt: ‘Vertrouwen in elkaar als professionals is heel belangrijk. Je hoopt dat bij overdracht collega’s je visie overnemen omdat je de inwoner kent. Maar er zijn ook collega’s die strak in de regels blijven zitten, daarmee help je de inwoner niet’.
35
'Ik krijg ook hulp via Maatje040, die helpen met het aanvragen bij instanties of bepaalde aangiftes. Als je 10 euro extra bij een collectieve ziekte verzekering doet, heb je de eigen bijdrage niet nodig. Dit moet je dan ergens uitzoeken. Je moet echt expert worden in alle regelingen, soms lukt het wel maar niet altijd.'
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Onverwachte situaties: de onvoorspelbaarheid van levensgebeurtenissen waardoor armoede of schulden om de hoek komen kijken, kan de gemeente niet voorkomen. Wel heeft de gemeente duidelijk in haar beleid staan dat ze met haar partners in zal zetten op life-events, om inwoners dan passende hulp te bieden en te voorkomen dat door life-events de financiële problemen vergroten. We hebben inwoners gesproken die een verhuizing, een ongeval van een kind, het overlijden van een familielid in het buitenland, dakloosheid en huiselijk geweld hebben meegemaakt. Geen van hen heeft echter gemerkt dat de hulpverlening inspeelde op de mogelijke financiële gevolgen van het ‘lifeevent’. Voor inwoners telt de ervaring met het UWV, een Wmo-aanvraag, mantelzorg en/of Veilig Thuis mee in de ervaren ondersteuning bij ingrijpende levensgebeurtenissen. Ze merken op dat er dan niemand is die zo ‘breed’ kan meedenken op alle levensdomeinen. Budgetbeheer: inwoners merken op dat de toeslagen, uitkering en andere bijdragen allemaal op verschillende momenten in de maand op de rekening komen. Het is moeilijk om grip te houden op wat er binnen gaat komen en of en wanneer welke rekening betaald kan worden. Sommige inwoners vinden om die reden bewindvoering en budgetbeheer fijn. Dit maakt voorspelbaar met welk budget ze rond moeten komen en dit voorkomt dat ze voor onvoorziene betalingen komen te staan.
Een inwoner gaf aan liever wat minder inkomen te hebben, zodat ze wel gebruik kan blijven maken van de Voedselbank en bewindvoering. Dit laat zien dat ‘voorspelbaarheid’ soms opweegt tegen ‘eigen regie’.
36
'De schuldhulpverlener heeft mij goed uitgelegd. Veel geduld met mij. Ik heb PTSS en ADHD. En ik was drugsverslaafd. Na drie jaar wordt alles beter, zei ze. Ik was lastig en brutaal. Ik duwde stukken van tafel. Zij bleef volhouden. Ik ben haar dankbaar. Hoe lang het begin met de aanvraag duurde weet ik niet meer.’
‘Als je gaat googlen dan krijg je dat je bij de rechter moet komen, dat je onder bewind komt te staan. Dan krijg je horrorverhalen. Nee, ik wist niet echt waar ik terecht kon. En wat de juiste hulp zou zijn.’
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Veel kennis (en mening) over regelingen komt uit het eigen informele netwerk, zoals buren, familie en vrienden.
37
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
3.2.2 | Toegankelijkheid Toegankelijk beleid op het gebied van bestaanszekerheid houdt in dat inwoners zonder hoge drempels gebruik kunnen maken van sociale voorzieningen. Dit betekent dat het aanbod bekend, bereikbaar, beschikbaar, bruikbaar, betaalbaar, begrijpbaar, betrouwbaar, begripvol en betreedbaar moet zijn. Dit sluit aan bij de doelen van de gemeente in het beleidsplan om laagdrempelig en passende hulp te kunnen bieden en het mogelijk te maken dat iedereen mee kan doen, ook met een laag inkomen.
‘Soms is het duidelijk, soms niet. Bij de witgoedregeling moest je een brief meenemen en dan was het goedgekeurd en dan konden zij bij bepaalde winkels terecht. Gratis OV moet je één keer per jaar verlengen als je in het systeem zit.’
38
‘Dat er in vaktermen wordt gesproken die je totaal niet kent. Dat vond ik wel lastig, je gaat niet zeggen ‘wat bedoel je nou’. Dat vond ik heel lastig.’
Bevindingen ten aanzien van toegankelijkheid Voor iedereen toegankelijk: de gemeente investeert in verschillende toegangspunten en de verbinding daartussen. We horen in de gesprekken de verscheidenheid in ‘routes’ terugkomen. De huidige uitvoeringspraktijk laat onvoldoende zien of de doelgroep zo optimaal mogelijk wordt bereikt. Er zijn (inkomens)drempels om hulp te krijgen. Hulp kan dus ontoegankelijk zijn voor mensen die net boven de grens vallen, ondanks dat zij te weinig geld hebben om rond te komen. De onzichtbare drempel van schaamte en taboe om hulp te vragen, horen we in de interviews vaak terug. Het steeds opnieuw moeten delen van een kwetsbaar verhaal en de formulieren en informatieplicht/ papieren vergroot die drempel. Omdat de stap naar formele hulp/instanties als erg groot voelt, wordt vaak eerst bij het informele netwerk navraag gedaan. Eindhoven zou meer kunnen investeren in de verbinding met sleutelfiguren en informele organisaties.
Bereikbare bestaanszekerheid | Beleidsevaluatie Armoede en Schuldhulpverlening 2020 - 2024 gemeente Eindhoven
Aanvraagprocedures: het aanvraagproces voor schuldhulpverlening in Eindhoven kent voor inwoners uiteenlopende ervaringen. Waar sommigen het als vlot en bevrijdend ervaren door snelle begeleiding en duidelijke uitleg, stuiten anderen op frustraties door lange wachttijden, verloren formulieren en wisselende contactpersonen. De begeleiding bij het verzamelen van documenten varieert sterk en het gebruik van vakjargon kan onduidelijkheid scheppen. Wel geven de meeste respondenten aan dat er goed is uitgelegd wat ze konden verwachten en konden ze al hun vragen stellen. De aanvraag van de Meedoenregeling lijkt voor de meeste inwoners goed te doen. De kwijtschelding van belastingen en met name bij het waterschap wordt vaker genoemd als ‘gedoe’ en 'ingewikkeld'. De bekendheid van deze mogelijkheid tot kwijtschelding lijkt ook minder groot. Doordat organisaties een eigen aanmeldsysteem en intakeproces hebben, moeten inwoners hun verhaal vaak opnieuw doen. Gegevens worden niet of nauwelijks gedeeld en er is weinig sprake van warme overdracht. Daarnaast zijn de verschillende gemeentelijke regelingen belegd bij aparte ‘loketten’; met eigen aanvraagmethodes en -momenten. Denk hierbij aan aanvragen voor bijstand, minimaregelingen, bijstand voor zelfstandigen (BBZ), kwijtschelding van belastingen, en begeleiding naar werk.
Het is deze optelsom waardoor mensen uiteindelijk afhaken en de ondersteuning als ‘ontoegankelijk’ ervaren.
39
‘Bij mij ging het vlot, binnen twee weken kon ik daar terecht en binnen een week aan de slag. Het zorgde voor ontlading, het was wel lastig om op tafel te gooien en om erover te praten, het is heel persoonlijk. En toen was het echt of ik kan alles loslaten. Weer ademruimte.’