CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Cultuurbrief 2025-2028

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Cultuurbrief 2025-2028 en Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-202818.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook zijn subsidievoorwaarden, definities en uitvraag van kwantitatieve gegevens zoveel mogelijk en passend op één lijn gebracht. Op deze manier worden de administratieve lasten verminderd voor de aanvragers die bij verschillende overheden aanvragen. Voor amateurkunst is er een financieringsregeling die wordt uitgevoerd door de instelling die de functie van huis voor amateurkunst en cultuurparticipatie vervult. Voor cultuureducatie worden o.a. structureel middelen ingezet door cofinanciering vanuit het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Dat budget is aanvullend op beschikbare budgetten voor/van de onderwijsinstellingen, zoals het programma Rijke Schooldag. Bij de uitvoering van het subsidiebeleid neemt Cultuur Eindhoven de volgende principes in acht: − gelijke toegang (door breed toegankelijke informatie over subsidies en een open procedure); − gelijke behandeling (aanvragen binnen een deelregeling worden op dezelfde manier behandeld); − transparante procedure (door het publiceren van relevante informatie over aanvragen, beoordeling en besluiten); − zorgvuldige procedure. Subsidieaanvragen worden beoordeeld door de Cultuurraad van Cultuur Eindhoven. Het advies van de Cultuurraad is gebaseerd op de beoordelingscriteria van de desbetreffende subsidieregeling. Er is altijd sprake van een meervoudig oordeel.

Dit zorgt voor een heldere onderbouwing en motivatie van elk besluit. Er zijn enkele functies die niet door Cultuur Eindhoven gesubsidieerd worden maar wel een duidelijke rol vervullen binnen het culturele ecosysteem. De functie van stedelijk museum voor moderne kunst wordt in Eindhoven ingevuld door het Van Abbemuseum. Dat is onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Dutch Design Foundation (DDF) vervult momenteel de functie van festival voor design, in de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS). Voor de periode 2025-2028 kan DDF wederom een aanvraag doen voor deze functie in de landelijke BIS. De cofinanciering van de gemeente Eindhoven wordt rechtstreeks door de gemeente verleend, de dekking voor de gemeentelijke bijdrage maakt geen onderdeel uit van het cultuurbudget. Het is wenselijk dat de meerjarenplannen van zowel het Van Abbemuseum als Dutch Design Foundation bekend zijn bij Cultuur Eindhoven vanwege de samenhang met andere gesubsidieerde organisaties en projecten. Daarnaast kan het college een advies aan de Cultuurraad vragen over het meerjarig beleidsplan van het Van Abbemuseum en/of DDF.

29

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

In de huidige periode is de functie van bibliotheek een onderdeel van de Eindhovense basis, die gesubsidieerd wordt door Cultuur Eindhoven. Daarnaast ontvangt de Bibliotheek Eindhoven ook meerdere subsidies van de gemeente. Het is wenselijk om alle subsidies die uit de gemeentelijke begroting jaarlijks aan de Bibliotheek verstrekt worden met ingang van 1 januari 2025 in te richten als één subsidierelatie van de gemeente Eindhoven met een meervoudige opdracht aan de Bibliotheek Eindhoven. Vanwege de steeds grotere focus van de Bibliotheek Eindhoven op maatschappelijke vraagstukken en doelen zoals laaggeletterdheid en eenzaamheid, en het feit dat de bibliotheek hierbij samenwerkt en/of zich verhoudt tot het onderwijs, sociaal domein en wijkgericht werken, ligt het voor de hand dat deze subsidierelatie volledig wordt uitgevoerd door de gemeente. De gemeente is het beste in staat om aansluiting op en samenhang met andere beleidsterreinen te bewaken. Omdat de bibliotheek ook een culturele functie heeft, blijft Cultuur Eindhoven betrokken als adviseur van het college. De Subsidieverordening 2025-2028 lijkt in grote lijnen op de Subsidieverordening 2021-2024. De hoeveelheid deelregelingen is onveranderd gebleven en deze zijn qua opzet ook voor het overgrote deel gelijk gebleven. Er zijn ten opzichte van de periode 2021-2024 enkele kleine wijzigingen.

Zo is het in 2025-2028 voor alle regelingen een vereiste dat de aanvrager gevestigd is in Eindhoven. Voor de deelregeling ‘Eindhovense basis’ geldt een nieuwe vereiste, namelijk het bevorderen van samenwerking en samenhang met Eindhovense makers. Het aantal functies dat gespecificeerd is binnen de deelregeling ‘Professionele kunsten Eindhoven in samenhang met provincie en Rijk’ is teruggebracht naar drie. Ook is cofinanciering van een andere overheid binnen die regeling in 2025-2028 een vereiste. Het maximaal aan te vragen bedrag binnen de projectregeling is opgehoogd naar € 35.000,-. Tot slot kan er binnen de Snelgeld-regeling niet meer worden aangevraagd als collectief zodat de impuls voor individuele maker centraal komt te staan. Het totaal aan te vragen bedrag is verhoogd naar maximaal € 5.000,-. Met deze verhoging van maximale bedragen doen we recht aan kostenstijgingen van de afgelopen jaren en krijgen individuele makers ook de kans om grotere projecten te initiëren. De beoordeling op toepassing van de codes en criteria zijn wel aangepast. Hier gaan we in hoofdstuk 3.1 verder op in.

3.1 Criteria subsidies 2025-2028 In de periode 2021-2024 hanteert Cultuur Eindhoven vier criteria voor het beoordelen van subsidieaanvragen: artistiek/inhoudelijke kwaliteit, zakelijke kwaliteit, publiekswerking en een lokaal, regionaal en/of landelijk belang. Naar aanleiding van de ervaringen met en evaluatie van de huidige systematiek, en het advies van de landelijke Raad voor Cultuur over de criteria voor beoordeling voor meerjarige subsidies van het Rijk, wordt de beoordeling in de periode 2025-2028 gedaan op basis van de volgende criteria: 1. artistiek-inhoudelijke kwaliteit; 2. zakelijke kwaliteit; 3. maatschappelijke relevantie, onderverdeeld in de volgende aspecten: A. meerwaarde voor het culturele ecosysteem in de stad; B. meerwaarde voor de inwoners van de stad en regio; C. meerwaarde voor het sociaal-maatschappelijke milieu in de stad; D. diversiteit en inclusie. In een gesprek met de sector over de criteria uit het advies van de Raad voor Cultuur bleek dat deze voor een deel niet bruikbaar zijn op gemeentelijk niveau. Artistiek/inhoudelijke kwaliteit en bedrijfsmatige gezondheid komen in feite overeen met de huidige criteria artistiek-inhoudelijke kwaliteit en zakelijke kwaliteit bij Cultuur Eindhoven. Het criterium maatschappelijke relevantie zorgt voor verwarring omdat er met betrekking daartoe een onderscheid kan zijn tussen lokale en landelijke context.

Tegelijkertijd heeft de Eindhovense Cultuurraad aangegeven dat ze een overlap ervaart tussen de criteria publiekswerking en lokaal belang, bij de uitvoering van de Subsidieverordening 2021-2024. Daarom kiezen we voor wijziging van de criteria, en om het criterium maatschappelijke relevantie specifiek op genoemde vier aspecten te (laten) beoordelen.

30

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

Definities Artistiek-inhoudelijke kwaliteit betreft de culturele waarde van de organisatie, beoordeeld op het gebied van vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht. Er moet sprake zijn van een visie in relatie tot de positie die de organisatie inneemt in de sector en de discipline. Oorspronkelijkheid vertaalt zich in onderscheidende activiteiten. Bij vakmanschap gaat het om vaardigheid waarmee de activiteiten tot stand komen en worden uitgevoerd. Tenslotte wordt beoordeeld of de activiteiten zeggingskracht hebben en het (beoogde) publiek zullen aanspreken. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit beperkt zich niet alleen tot het eindproduct, maar heeft ook betrekking op het proces waarbij dat tot stand komt. Onder zakelijke kwaliteit wordt verstaan dat de organisatie een gezonde bedrijfsvoering dient te hebben. Die geeft voldoende vertrouwen om de voorgenomen activiteiten inhoudelijk te realiseren en het beoogde publiek te bereiken. Van belang daarbij is dat er sprake is van een realistische mix van inkomstenbronnen, inclusief een visie op het omgaan met risico's. Ook de invulling van de principes van de Governance Code Cultuur wordt meegewogen bij de beoordeling. Aanvragers dienen in hun toelichting op de begroting te reflecteren op hun beloningsbeleid en het hanteren van eerlijke beloning conform de Fair Practice Code.

Reflectie op de toepassing van deze codes vormt tevens een verplicht onderdeel van de verantwoording. Maatschappelijke relevantie omvat de rol en positie die de aanvrager met haar programma of project inneemt in de stad. Daarbij wordt de samenhang met de regio en het opereren binnen de landelijke en internationale context niet uit het oog verloren.

A. meerwaarde voor het culturele ecosysteem in de stad De aanvrager heeft een relevante rol binnen het Eindhovense culturele ecosysteem en tevens een heldere visie op en strategie voor zijn betekenis binnen de gehele keten. De rol die hij invult wordt helder beschreven. Er zijn relevante verbindingen met Eindhovense makers en/of andere culturele initiatieven. B. meerwaarde voor de inwoners van de stad en regio Met dit aspect wordt beoordeeld of er een duidelijke visie is op het (duurzaam) bereiken van inwoners van de stad en regio. Het gaat dan om bestaand publiek maar ook om het verbreden van het publieksbereik. Op basis van een strategie en heldere doelstellingen kan worden beoordeeld of de beoogde doelgroep passend wordt benaderd en het aannemelijk is dat de doelen gerealiseerd worden. Hierbij wordt in acht genomen dat de ambitie passend is bij de aard van de organisatie. Er zijn heldere en realistische doelstellingen geformuleerd in het kader van toegankelijkheid en de Code Diversiteit en Inclusie met betrekking tot Publiek. C. meerwaarde voor het sociaal-maatschappelijke milieu in de stad De aanvrager heeft een duidelijke strategie voor het verbinden van de eigen culturele activiteiten met andere (maatschappelijke) sectoren zoals onderwijs, zorginstellingen, buurtinitiatieven, bedrijfsleven et cetera.

De aanvrager integreert op passende wijze maatschappelijke vraagstukken (zoals duurzaamheid, sociale cohesie en kansengelijkheid) in de eigen culturele activiteiten. D. diversiteit en inclusie De aanvrager omschrijft duidelijk zijn visie/ambitie inzake diversiteit en inclusie. De aanvrager heeft (minimaal drie) duidelijke en realistische doelstellingen geformuleerd ten aanzien van de Code Diversiteit en Inclusie. De ambities die gesteld zijn met betrekking tot de aspecten Programma en Partners sluiten aan bij de code, zijn passend bij de aard van de culturele activiteiten en zijn vertaald naar concrete stappen/acties.

31

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

Beoordeling Voor de verschillende criteria wordt de volgende puntentelling toegepast: 0 – Voldoet niet aan het criterium Er is stevige kritiek op het criterium op basis van de ingediende aanvraag en er zijn bijna geen positieve elementen te benoemen. Er is gerede twijfel over de uitvoerbaarheid/het realiteitsgehalte. De aanvraag roept veel vragen op ten aanzien van het criterium omdat deze slecht is uitgewerkt, essentiële informatie ontbreekt of de informatie is inconsistent.

5 – Voldoet aan het criterium Het criterium is voldoende uitgewerkt en helder in de aanvraag opgenomen. Er zijn punten van kritiek, maar deze doen weinig afbreuk aan de inhoud van de aanvraag en de verwachting is dat de aanvrager deze punten bij de uitvoering van het plan kan verbeteren. De vragen die de aanvraag oproept ten aanzien van het criterium staan de uitvoering van het plan niet in de weg.

10 – Voldoet in grote mate aan het criterium Er zijn weinig tot geen punten van kritiek ten aanzien van het criterium. De aanvraag is zeer goed uitgewerkt op basis van het criterium en de inhoud is helder beschreven, zorgvuldig en overtuigend onderbouwd. De aanvraag roept geen wezenlijke vragen op ten aanzien van dit criterium.

Bij het criterium maatschappelijke relevantie wordt elk aspect apart ook gewaardeerd op basis van deze puntentelling. Dat betekent dat een aanvraag maximaal 60 punten kan krijgen. Op basis van deze punten wordt de rangschikking van de aanvragen bepaald. Wanneer een aanvraag op één of meerdere van de criteria 0 punten scoort, wordt de aanvraag afgewezen en niet meegenomen in de rankschikking. Toepassing van codes in de beoordeling van aanvragen De drie codes, te weten de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie, zijn ontwikkeld door de culturele sector. Zij vormen de basis voor professionaliteit op het gebied van bestuur en toezicht, een fair en transparant beloningsbeleid voor werkenden in de sector en het beleid op het gebied van diversiteit en inclusie, zodat cultuur relevant en toegankelijk is voor allen. Alle drie de codes worden al in de huidige periode 2021-2024 in acht genomen bij de uitvoering van het subsidiebeleid, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen meerjarige subsidies en incidentele subsidies. Bij meerjarige subsidies zijn alle drie de codes in de periode 2025-2028 integraal onderdeel van de aanvraag. Dit houdt in dat er geen apart format komt waarin toepassing van de codes wordt beschreven maar dat wordt verwacht dat de codes verweven zijn in de gehele aanvraag.

Voor alle drie de codes geldt een basiseis die als voorwaarde voor subsidie geldt. Hoe de aanvrager de codes verder wil toepassen, moet in de aanvraag worden toegelicht.

Voor de Code Diversiteit & Inclusie is de basiseis: formulering van tenminste drie realistische doelstellingen voor de eigen organisatie ten aanzien van deze code.

Voor de Fair Practice Code is de basiseis: per 1 januari 2025 een beloningsbeleid toepassen binnen de organisatie dat in lijn is met landelijke richtlijnen inzake eerlijke beloning in de culturele sector.

Voor de Governance Code Cultuur is de basiseis: aanstelling van een onafhankelijk bestuur en/of onafhankelijke raad van toezicht, een overzicht van de organisatiestructuur, vastlegging van taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers en formulering van beleid voor een veilige werkomgeving.

Alle drie de codes zijn zowel onderdeel van de aanvraag als van monitoring gedurende de subsidieperiode. Zowel in monitorgesprekken als in jaarverantwoordingen wordt een reflectie hierop verwacht.

32

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

3.2 Deelregelingen In de periode 2021-2024 hanteert Cultuur Eindhoven zes deelregelingen voor cultuursubsidie: de Eindhovense basis, meerjarige subsidies voor professionele kunsten in samenhang met BrabantStad, tweejarige programma’s, projecten, Snelgeld en gilden. Deze deelregelingen hebben de afgelopen jaren goed gewerkt en voorzien in de verschillende behoeftes van aanvragers. Uit het stakeholdersonderzoek in de sector is gebleken dat de subsidiesystematiek positief wordt beoordeeld door de (potentiële) aanvragers. In grote lijnen blijven de deelregelingen in de periode 2025-2028 gelijk aan de huidige. Om administratieve lasten te verminderen, is er wel gekeken naar een passende aansluiting bij de subsidiesystematiek van het Rijk en de provincie Noord-Brabant. Verder is de planning zo ingedeeld, dat aanvragers van vierjarige subsidies nog kunnen aanvragen voor de tweejarige programmasubsidie in het geval hun eerste aanvraag niet wordt gehonoreerd. Subsidie kan alleen verleend worden aan makers en organisaties die gevestigd zijn in de gemeente Eindhoven.

3.2.1. Meerjarensubsidies A. Eindhovense basis Deze meerjarige subsidie is bedoeld om basisvoorzieningen in de cultuursector in stand te houden. Hierbij gaat het dan vooral om kunst en cultuur van een hoog professioneel niveau. Deze organisaties verzorgen een breed aanbod aan kunsten voor de inwoners. Naast deze taak organiseren zij ook educatieve activiteiten voor kinderen en/of jongeren en stimuleren ze cultuurparticipatie. Ook hebben ze een verantwoordelijkheid jegens creatieve makers in de stad. Subsidie uit het gemeentelijk cultuurbudget is een belangrijke, structurele bron van financiering. De subsidie voor de Eindhovense basis is vierjarig. In Eindhoven moeten, met het oog op het cultuurbeleid, de volgende basisfuncties aanwezig en voldoende gefinancierd zijn: − een bemiddelingsfunctie tussen onderwijs- en cultuuraanbieders (tevens penvoerder van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit); − concertzaal; − filmhuis;* − huis voor amateurkunst en cultuureducatie; − poppodium; − schouwburg; − stedelijk cultuurhistorisch museum; − vlakke vloertheater.* Voor afzonderlijke functies zijn er subplafonds. Indien er meerdere aanvragen worden ingediend voor dezelfde functie zal de Cultuurraad op basis van rangschikking adviseren aan welke aanvrager subsidie wordt verleend. B.

Professionele kunsten Eindhoven in samenhang met provincie en Rijk Deze meerjarige regeling voor professionele kunsten sluit aan op de meerjarige regelingen van de provincie en het Rijk. De subsidie uit het gemeentelijk budget is cofinanciering en kan maximaal 60% van de subsidiabele kosten bedragen. Een subsidie voor maximaal vier jaar voor de periode 2025-2028 wordt verstrekt aan organisaties die zich richten op ontwikkeling, productie en presentatie van professionele kunsten. Het betreft producerende gezelschappen en presenterende instellingen in alle disciplines, festivals, concoursen en ontwikkelinstellingen, zoals broedplaatsen en werkplaatsen.

*

Dit is een gecombineerde functie met een gedeeld subsidieplafond.

33

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

Er zijn subplafonds voor drie specifieke functies die onderdeel zijn van de landelijke BIS: − presentatie-instelling hedendaagse beeldende kunst; − symfonieorkest; − future lab design en technologie. Daarnaast is er een algemeen subsidieplafond waarbinnen de Cultuurraad op basis van de rangschikking adviseert over te verlenen subsidie. Het beschikbare budget voor deze aanvragers blijft op hetzelfde niveau als in de periode 2021-2024. Cultuur Eindhoven financiert in de periode 2021-2024 17 organisaties binnen deze regeling met een vierjarige subsidie. De provincie subsidieert in deze periode negen culturele organisaties in de stad. Vijf Eindhovense organisaties hebben een plek in de landelijke basisinfrastructuur (BIS) en vier organisaties ontvangen een meerjarige financiering van de rijksfondsen. Omdat een open inschrijving plaatsvindt voor andere organisaties bij rijksfondsen en voor ontwikkelinstellingen in de landelijke BIS, en de beoordelingen van aanvragen tegelijk lopen, wordt ook in de Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 voor deze aanvragers een open inschrijving toegepast. Bij de subsidieverlening is de cofinanciering van een andere overheid vereist. C.

Programmasubsidies De programmasubsidie is een tweejarige subsidiëring die kan worden verstrekt aan organisaties die activiteiten ontplooien op het gebied van cultuureducatie, vrijetijdsaanbod en/of professionele kunst. Dit met de nadruk op talentontwikkeling, onderzoek, productie of presentatie van kunst en cultuur binnen Eindhoven. Er is een algemeen subsidieplafond. De Cultuurraad adviseert over de te verlenen subsidie op basis van de rangschikking. De subsidie van Cultuur Eindhoven kan maximaal 80% van de subsidiabele kosten bedragen.

3.2.2. Eenmalige subsidies A. Projectsubsidies Projectsubsidies worden verstrekt voor activiteiten die duidelijk afgebakend zijn in tijd en omvang. Het betreft een eenmalige subsidie voor activiteiten gericht op ontwikkeling/productie/presentatie van professionele kunsten, op onderzoek, op talentontwikkeling of op cultuureducatie en cultuurparticipatie. De regeling bestaat zowel voor nieuwe activiteiten als terugkerende activiteiten of evenementen. Het maximaal te verlenen bedrag wordt verhoogd naar € 35.000,- en de subsidie kan maximaal 80% van de subsidiabele kosten bedragen. B. Snelgeld Snelgeld is een regeling voor een eenmalige subsidie waarvoor naast rechtspersonen ook natuurlijke personen kunnen aanvragen. Deze regeling is de enige waarbij creatieve makers kunnen aanvragen voor een impuls aan hun ontwikkeling/loopbaan door middel van productie, presentatie, onderzoek of ontwikkeltraject. Zowel makers als rechtspersonen kunnen aanvragen. Uit voorgaande jaren is gebleken dat er veel belangstelling is voor deze regeling. Onder andere vanwege inflatie is besloten het maximaal aan te vragen bedrag per publieksactiviteit in de periode 2025-2028 op te hogen naar € 5.000,-. Een maker mag als individuele aanvrager meerdere aanvragen per jaar doen, maar kan per jaar niet meer dan € 5.000,- aan subsidie ontvangen.

Hiermee hebben de makers ook de mogelijkheid om grotere projecten te initiëren en blijft de impuls voor individuele makers voorop staan. De criteria voor een aanvraag binnen het Snelgeld zijn afgeleid van de algemene criteria, maar gespecificeerd voor het doel en de doelgroep van het Snelgeld. De criteria zijn:

34

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

− voldoende artistiek-inhoudelijke kwaliteit van de aanvrager en activiteit: is er sprake van een professioneel maker (vakopleiding of autodidact met bewezen staat van dienst). In het geval van een organisatie wordt gekeken naar de positie in het (culturele) ecosysteem, bij de subsidiabele activiteit betrokken personen en aantoonbare ervaring met vergelijkbare projecten. Voor beide geldt dat de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd vanuit een artistieke visie omschreven is; − voldoende zakelijke kwaliteit wat betreft financiële haalbaarheid en ondernemerschap: is er sprake van een evenwichtige financieringsmix passend bij de activiteit, is er realistisch begroot en zijn de inkomsten/uitgaven toegelicht? De begroting sluit aan bij de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd. Daarnaast zijn er in 2025-2028 specifieke criteria voor rechtspersonen of natuurlijke personen: − bij een aanvraag van een natuurlijk persoon wordt gekeken naar de positie van de maker in het culturele ecosysteem en de ambitie die nagestreefd wordt met het project. De subsidie moet bijdragen aan een impuls in de professionele beroepspraktijk. De impuls wordt in de aanvraag voldoende omschreven en de aanvrager stelt heldere doelstellingen en ambities; − bij een aanvraag van een rechtspersoon wordt gekeken naar een publieksstrategie.

De aanvrager heeft zicht op de doelgroep waarvoor de activiteit bedoeld is, blijkend uit bijvoorbeeld een communicatiestrategie. De aanvrager is zich bewust van de doelgroep en er is (realistisch) omschreven hoe die doelgroep te bereiken.

3.2.3. Gelabelde subsidies Gelabelde subsidies worden verleend op basis van een collegebesluit en getoetst op een aantal specifieke aspecten. Hieronder vallen drie verschillende groepen: 1. Cofinanciering programma Cultuureducatie met Kwaliteit. Cultuureducatie met Kwaliteit is een meerjarige subsidie die verleend wordt op basis van convenantafspraken met het Rijk over cofinanciering van het programma. De gemeente Eindhoven draagt 50% bij en de activiteiten worden in Eindhoven uitgevoerd door CultuurStation als penvoerder. Het meerjarenplan wordt getoetst op de doelstellingen van het landelijke programma. Het bedrag wordt vastgesteld op basis van een bijdrage per inwoner. Aangezien het aantal inwoners van Eindhoven t.o.v. het peiljaar voor de huidige periode is gegroeid, is te verwachten dat de bijdrage van de gemeente en het Rijk zal worden verhoogd met € 10.000,- à € 15.000,-. 2. Samenhang met cultureel vastgoed In de periode 2021-2024 worden gelabelde subsidies verleend aan BROET en Baltan als bijdrage voor huisvesting in Natlab, op basis van een collegebesluit uit 2013 bij de verhuizing van beide organisaties naar deze locatie.

Daarnaast is voor de jaren 2023-2024 door het college subsidie verleend voor exploitatie van Pand P, met de intentie om deze afspraak te continueren binnen regulier beleid door het subsidieplafond van het Parktheater als huurder van Pand P te verhogen. Herziening van een bestaande huurovereenkomst heeft in 2023 geleid tot een aanpassing van de huur van Popei waarbij de huurverhoging wordt gecompenseerd met een gelabelde subsidie. Omdat de subsidies meerjarig zijn verleend, kan een substantiële huurverhoging niet opgevangen worden in de reguliere exploitatie. Voor de periode 2025-2028 wordt in overleg met de gemeentelijke afdeling Vastgoed bekeken voor welke gebouwen uit de kernportefeuille cultureel vastgoed een gelabelde subsidie een passend instrument is om de culturele functie te borgen. Leidende principes zouden hierbij moeten zijn dat de bijdrage voor huisvesting gebonden is aan de locatie en dat deze de culturele invulling van de locatie borgt en stimuleert.

35

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

3. Gilden De negen Eindhovense gilden krijgen een vast bedrag van € 1.750,- per jaar voor het uitvoeren van specifieke en openbare gilde-activiteiten. Deze bijdrage is in de periode 2021-2024 niet geïndexeerd. Omdat de jaarplannen van gilden getoetst worden op een beperkt aantal formele aspecten en alleen bestaande gilden in aanmerking komen voor subsidie, is een gelabelde subsidie in de periode 2025-2028 een geschikte werkwijze. Daarbij is het voorstel dat het vaste bedrag wordt opgehoogd tot € 2.000,- om recht te doen aan stijgende kosten/inflatie. 4. Overig De Eindhoven Cultuurprijs wordt tevens gefinancierd uit het subsidiebudget. Aangezien de prijs al sinds 2017 gelijk is gebleven is het voorstel om het prijzengeld vanaf 2025 te verhogen naar € 10.000,- i.p.v. de huidige € 7.500,- voor iedere prijs (Stimulering- en Waarderingsprijs). In de periode 2021-2024 was er nog een gelabelde subsidie voor de vrijwilligersinitiatieven die al sinds 2015 bewonersbibliotheken in de wijken draaiende houden. In 2025-2028 zal deze subsidie vallen onder de algemene subsidie die de bibliotheek ontvangt van de gemeente (zie introductie Hoofdstuk 3).

Samenvatting Soort subsidie

Regeling

Specificatie

Meerjaren-subsidies

Eindhovense basis

Functies: − bemiddelingsfunctie tussen onderwijs- en cultuuraanbieders (tevens penvoerder van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit); − concertzaal; − filmhuis; − huis voor amateurkunst en cultuureducatie; − poppodium; − schouwburg; − stedelijk cultuurhistorisch museum; − vlakke vloertheater.

Professionele kunsten Eindhoven in samenhang met provincie en Rijk

Functies: − presentatie-instelling hedendaagse beeldende kunst; − symfonieorkest; − future lab design en technologie. − Verder staat deze regeling open voor andere organisaties.

Programmasubsidies

Twee termijnen van twee jaar: 2025-2026 en 2027-2028.

Eenmalige Subsidies

Projectsubsidies Snelgeld

Gelabelde subsidies

Cofinanciering programma Cultuureducatie met Kwaliteit Samenhang met cultureel vastgoed Gilden

Overige

Eindhoven Cultuurprijs

36

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 3

Subsidieregelingen en werkwijze

Planning

*

Regeling 2025-2028

Indienen tussen

Besluit voor/ beslistermijn

Eindhovense basis

1 april – 31 mei 2024

1 november 2024 / 22 weken

Professionele kunsten Eindhoven in samenhang met provincie en Rijk

z.s.m. in december 2023 31 januari 2024

3 juli 2024 / 22 weken

Programmasubsidies

1 juli – 30 augustus 2024 1 april – 31 mei 2026

31 dec 2024* / 18 weken 4 oktober 2026 / 18 weken

Projectsubsidies

Vanaf 1 maand voor de deadline tot 2024: 30 september 2025: 31 januari, 30 mei, 30 september 2026: 30 januari, 29 mei, 30 september 2027: 29 januari, 31 mei, 30 september 2028: 31 januari, 31 mei

13 weken

Snelgeld

Jaarlijks tussen 1 januari en 31 mei 1 september en 31 december

4 weken

Gelabelde subsidies

Jaarlijks, uiterlijk 30 september

Deze datum biedt de mogelijkheid tot aanvragen voor partijen waarvan een vierjarige subsidieaanvraag is afgewezen.

37

Cultuurbrief 2025-2028

4. Financiën

Hoofdstuk 4

Financiën

38

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 4

Financiën

Het budget voor cultuur is in de periode 2021-2024 door de gemeente Eindhoven structureel verhoogd. Dit gebeurde o.a. door structurele middelen te bestemmen voor de functie future lab design en technologie, die ingevuld is door Next Nature Network, en sinds 2022 voor stadsdeelbibliotheken. Daarnaast wordt het subsidiebudget jaarlijks geïndexeerd door de gemeente. In de jaren 2020-2023 zijn er ieder jaar tevens incidentele middelen beschikbaar gesteld voor noodsteun en herstelmaatregelen vanwege Covid-19 en voor compensatie vanwege hogere energielasten (2022-2023). Hiermee is de culturele sector gesteund om de crises door te komen. De meeste culturele organisaties kunnen weer volop ondernemen en hebben een nieuwe balans gevonden. Desalniettemin is er een aantal specifieke knelpunten en zorgen voor de toekomst. De kostenstijgingen zijn in 2023 aanzienlijk vanwege hoge inflatie, inclusief energielasten, en hogere personeelskosten. Het toepassen van Fair Practice Code leidt met name bij kleine en middelgrote culturele organisaties tot een noodzakelijke verhoging van de beloning en daardoor tot financiële druk.

In het bestuursakkoord staat dat de naleving van de Fair Practice Code voorop staat en hierop door Cultuur Eindhoven scherp moet worden toegezien.01 Wil de gemeente met de toepassing van eerlijke beloning ook het cultuuraanbod in de stad op peil houden dan is voor komende jaren ook structurele verhoging van het budget nodig. Dit kan het beste gebeuren in nadere afstemming met het Rijk en de provincie, zodat de maatregelen van diverse overheden complementair zijn. Bij het Rijk is er extra budget voor Fair Pay beschikbaar en in het najaar van 2023 wordt besloten over de inzet hiervan. Voor de periode 2025-2028 zijn voor het financiële kader de volgende aspecten cruciaal: 1. Cultuurbudget op peil houden met indexering 2. Specifieke knelpunten 3. Kansen creëren

1. Cultuurbudget op peil houden met indexering In de periode 2025-2028 dient het cultuurbudget jaarlijks geïndexeerd te worden met inachtneming van de werkelijke kostenstijgingen. Uiteraard is indexering een algemeen beleidsinstrument voor meerdere sectoren waarbij de toegewezen indexering van het Rijk de financiële ruimte van de gemeente bepaalt. Tegelijkertijd levert de vergelijking met de werkelijke kostenstijgingen door b.v. de CPI-index, cao-ontwikkelingen en landelijk geldende richtlijnen voor Fair Pay, belangrijke informatie op. Daarmee wordt zichtbaar of het cultuuraanbod in de stad op hetzelfde niveau mogelijk blijft of dat op termijn culturele activiteiten noodgedwongen zullen worden verminderd. Tevens is een vergelijking met de indexering die door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan meerjarig gesubsidieerde organisaties wordt verleend een indicatie of de overheden bij cofinanciering gelijke tred houden. Uit de vergelijking van de indexering over 2022 en 2023 is gebleken dat de indexering van de gemeente in 2022 en 2023 in totaal 4,3% lager is geweest dan de indexering van het ministerie. Het zou bekeken kunnen worden op welke manier het mogelijk is om de indexering door diverse overheden beter op elkaar te laten aansluiten.

Door bij de jaarlijkse indexering van subsidies te (laten) beoordelen in hoeverre deze toereikend is om autonome kostenstijgingen te dekken, houdt de gemeente ook het cultuuraanbod in de stad op peil.

39

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 4

Financiën

2. Specifieke knelpunten Dit betreft: A. Budgetten voor de deelregelingen Snelgeld en Programma's; B. Implementatie eerlijke beloning conform Fair Pay; C. Risico's voor de exploitatie bij de grote podia; D. Samenhang met cultureel vastgoed. A. Budgetten voor de deelregelingen Snelgeld en Programma's Binnen de deelregeling Snelgeld en tweejarige Programma's is het beschikbare budget in de periode 2021-2024 structureel overvraagd. Omdat beide regelingen met name benut worden door individuele makers en nieuwe initiatieven uit de stad, zijn ze van belang voor een aantrekkelijk makersklimaat en voor toegankelijk cultureel aanbod en dynamiek in de stad. Het is noodzakelijk om de subsidieplafonds voor deze regelingen structureel te verhogen zodat een veelzijdig en divers aanbod in de stad behouden blijft. Voor Snelgeld worden bij het huidige budget regelmatig tientallen aanvragers afgewezen. Voor de kansen van individuele makers is de regeling cruciaal, daarom dient deze ook toegankelijk te blijven. De huidige financiële ruimte is duidelijk niet toereikend. Het college heeft uit de structurele middelen van het bestuursakkoord reeds een bedrag gereserveerd voor het Snelgeld.01 Voor de periode 2025-2028 stellen we voor om voor Snelgeld een totaalbedrag van € 500.000,- jaarlijks beschikbaar te stellen.

Voor de Programma's zijn door het college in de periode 2023-2024 incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld zodat alle positief beoordeelde organisaties daadwerkelijk hun plan kunnen uitvoeren. De knelpunten m.b.t. eerlijke beloning zijn bij de kleinere organisaties het grootst. Aangezien de Fair Practice Code ook voor deze regeling een vereiste is in 2025-2028, is een substantiële verhoging van het budget noodzakelijk. Voor de periode 2025-2028 adviseren we daarom om voor Programma's een budget van € 1.500.000,beschikbaar te stellen als subsidieplafond. Op deze manier blijft het huidige cultuuraanbod behouden en kunnen kleinere organisaties in de stad ook eerlijke beloning toepassen. B. Implementatie eerlijke beloning conform Fair Pay Implementatie van eerlijke beloning conform Fair Pay vraagt bij diverse organisaties om aanpassingen en daarmee een structurele verhoging van de kosten voor werkenden. Bij de grotere organisaties gaat het vooral om eerlijke beloning van zzp’ers en makers, bij de kleinere organisaties vaak om alle werkenden. Naar analogie van de tot nu toe bekende landelijke onderzoeken en berekeningen geldt dat de implementatie van Fair Pay om 5 à 10% extra middelen vraagt. Voor culturele organisaties in Eindhoven is hierover geen onderzoek gedaan.

Omdat we in de subsidieverordening 2025-2028 eerlijke beloning als een vereiste stellen, zal bij de aanvragen in 2024 blijken wat de financiële consequenties van implementatie van Fair Pay zijn. Hierbij is de samenhang met een verhoging van het subsidieplafond voor Programma's, zoals hierboven genoemd van belang. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een extra budget voor Fair Pay gereserveerd en zal naar verwachting in november 2023 beslissen hoe dit in de periode 2025-2028 wordt ingezet. De beslissing van het ministerie over deze middelen zal ook effect hebben op diverse organisaties in Eindhoven. De financiële vertaling naar maatregelen op gemeentelijk niveau dienen complementair te zijn. Ons voorstel is daarom dat we op basis van landelijke maatregelen en de aanvragen 2025-2028, die voor de zomer van 2024 worden ingediend, een nadere analyse maken van de knelpunten. Tevens formuleren we een advies dat in de begroting van 2025 kan worden geïmplementeerd.

40

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 4

Financiën

C. Risico's voor de exploitatie bij de grote podia De risico’s bij de vier grote podia in Eindhoven die de afgelopen jaren dankzij het steunpakket vanwege Covid-19 van diverse overheden overeind zijn gebleven, zijn nog relatief hoog. Omdat het gaat om de basisfuncties in het culturele ecosysteem zal in 2024 e.v. eventueel nog maatwerk nodig zijn om deze functies stabiel en duurzaam te laten functioneren, in het belang van een breed en toegankelijk cultuuraanbod in de stad. Hiervoor zou met nadere onderbouwing van actuele knelpunten en risico's ook een structurele verhoging van de beschikbare middelen voor desbetreffende subsidieplafond(s) kunnen worden overwogen. D. Samenhang met cultureel vastgoed De gemeente heeft een portefeuille cultureel vastgoed waarin culturele voorzieningen zijn opgenomen die voor de lange termijn in de stad behouden moeten blijven. Grotendeels gaat het om gebouwen met specifieke functies en gespecialiseerde invulling en inrichting. Culturele instellingen die huurder zijn van het gebouw worden vaak gesubsidieerd uit het cultuurbudget conform de subsidieverordening. De subsidie kan meerjarig of incidenteel zijn en daarin zijn huisvestingslasten opgenomen. Dat betekent dat in sommige gevallen ook het risico bestaat dat de huurder van een gebouw uit de portefeuille cultureel vastgoed onvoldoende middelen heeft om de activiteiten voort te zetten.

Tegelijkertijd blijkt in praktijk dat meerjarig verleende subsidies soms een hoger aandeel van de subsidie uit het cultuurbudget benodigd is voor de dekking van de huurlasten. Dat gebeurt om diverse redenen: omdat de huur op basis van CPI-index wordt verhoogd terwijl voor de indexering van subsidie niet CPI-index wordt toegepast, omdat huurovereenkomst tussentijds wordt gewijzigd vanwege veranderende omstandigheden zoals hogere kosten voor meerjarig onderhoudsplan of vanwege eenmalige investeringen. Behalve heldere en consistente toepassing van gelabelde subsidies t.b.v. huisvesting zou in overleg met de gemeentelijke afdeling Vastgoed gekeken kunnen worden naar eenduidige richtlijnen en afspraken om de hierboven genoemde risico's te mitigeren.

3. Kansen creëren In deze Cultuurbrief zijn ambities voor de komende periode geformuleerd die tevens incidentele of structurele investeringen vereisen, zoals uitbreiding van fysieke plekken en versterking van het cultuuraanbod dicht bij de inwoners. De fasering en hoogte hiervan hangt van de ambities af. De (co)financiering en realisering van nieuwe plekken voor cultuur vraagt om een plan van aanpak, in samenhang met stedelijke ontwikkeling en in samenwerking met diverse partijen. In ons voorstel voor het cultuurbudget houden we dit aspect daarom nu buiten beschouwing. Voor de culturele activiteiten adviseren we de gemeente om extra middelen te reserveren. In deze Cultuurbrief staat de ambitie voor meer cultuur in de wijken en aandacht voor jongeren voorop. Ons voorstel is om hiervoor in de periode 2025-2026 in totaal 1 à 1,5 miljoen Euro beschikbaar te stellen en flexibel in te zetten als opbouwen aanjaagbudget. De hoogte van het benodigde budget is mede afhankelijk van de kosten die gemaakt moeten worden voor de faciliteiten, zoals huisvesting. Daarna kunnen vanaf 2027 initiatieven en activiteiten in de wijken een structureel karakter krijgen op basis van de opgebouwde ervaring en resultaten. De structurele verhoging van de middelen wordt dus onderdeel van het reguliere budget vanaf 2027, op basis van een separaat actieplan met bijbehorend instrumentarium.

41

Cultuurbrief 2025-2028

Hoofdstuk 4

Financiën

Financieel voorstel Cultuur Eindhoven. Deelregelingen

Subsidie jaar 2024 incl. 5,2% indexering*

Subsidie bij gelijk budget jaar 2025

Toelichting voorstel Cultuur Eindhoven wijziging / intensivering periode 2025 - 2028

Voorstel intensivering jaarlijks

Voorstel subsidie jaar 2025

Voorstel totaal budget 2025 - 2028

Eindhovense basis Bemiddelingsfunctie onderwijs- en cultuuraanbieders

€ 419.336

€ 419.336

€ 419.336

€ 1.680.000

Stedelijk cultuurhistorisch museum

€ 881.066

€ 881.066

€ 881.066

€ 3.528.000

in de nieuwe beleidsperiode volledig via gemeente verlenen

Bibliotheek

€ 3.887.462

€0

€0

€0

Huis voor amateurkunst en cultuureducatie

€ 4.073.643

€ 4.073.643

€ 4.073.643

€ 16.296.000

Concertzaal

€ 5.230.829

€ 5.230.829

€ 5.230.829

€ 20.924.000

Poppodium

€ 1.129.689

€ 1.129.689

€ 1.129.689

€ 4.520.000

Schouwburg

€ 3.634.255

€ 3.634.255

€ 3.676.255

€ 14.708.000

€ 729.257

€ 729.257

€ 729.257

€ 2.920.000

€ 16.140.074

€ 64.576.000

€ 1.676.000

Filmhuis en Vlakkevloertheater

vanaf 2025 toevoeging extra middelen ad € 42.000 vanwege exploitatie Pand P analyse van meerjarige begrotingen 2025-2028 in 2024 uitvoeren en agenderen voor begroting 2025

Knelpunten Fair Pay en risico's continuïteit grote podia

€ 42.000

€0

p.m. € 42.000

€ 19.985.536

€ 16.098.074

presentatie-instelling hedendaagse beeldende kunst

€ 418.764

€ 418.764

€ 418.764

symfonieorkest

€ 107.795

€ 107.795

€ 107.795

€ 432.000

€ 554.000

€ 2.216.000

Totaal Eindhovense basis Professionele kunsten in samenhang met Rijk en provincie

€ 554.000

future lab design en technologie

vanaf 2025 valt future lab design en technologie in deze regeling i.p.v. gelabeld

subplafond voor andere aanvragers

€ 2.279.980

€ 2.279.980

€ 2.279.980

€ 9.120.000

Totaal professionele kunsten

€ 2.806.539

€ 3.360.539

€ 3.360.539

€ 13.444.000

Programma's (tweejarig)

€ 1.120.215

€ 1.120.215

€ 500.000

€ 1.620.215

€ 6.484.000

Extra middelen door B&W incidenteel ter beschikbaar gesteld

€ 300.550

€0

€ 540.000

€ 2.160.000

€ 200.000

€ 500.000

€ 2.000.000

€ 10.000

€ 193.000

€ 772.000

Projecten

€ 540.000

€ 540.000

Snelgeld

€ 300.000

€ 300.000

Gilden

€ 15.750

intensivering om huidig niveau activiteiten en Fair Pay mogelijk te maken incidentele middelen waren voor 2023-2024 en vervallen vanaf 2025 vanaf 2024 extra € 50.000 ingezet, gezien de ambitie voor versterking makersklimaat en behoefte vanuit het veld verhogen naar € 500.000 vanaf 2025 vanaf 2025 worden de Gilden meegenomen in de gelabelde subsidies.

Gelabelde subsidies intensivering budget nog afhankelijk van richtlijnen Rijk, bedrag is gebaseerd op het aantal inwoners, hogere bijdrage vanaf 2025 is te verwachten

€ 183.000

future lab design en technologie

€ 554.000

€0

Subsidie huurcompensatie locatie Natlab

€ 66.000

€ 66.000

Subsidie huurcompensatie Popei

€ 85.000

€ 85.000

heroverwegen hoogte gelabelde subsidie m.b.t. instandhouding voorziening makers

€ 15.750

verhoging naar € 2.000 jaarlijks per Gilde

Gilden € 20.000

€0

€ 908.000

€ 349.750

Eindhoven Cultuurprijs

€ 15.000

€ 15.000

Samenwerking Brabantstad

€ 40.960

€ 20.000

Bewonersbibliotheken Gelabeld

vanaf 2025 wordt future lab opgenomen in de regeling Professionele kunsten

€0

€0

€ 66.000

€ 264.000

€ 85.000

€ 340.000

€ 18.000

€ 72.000

€0

€0

€ 12.250

€ 362.000

€ 1.448.000

€ 5.000

€ 20.000

€ 80.000

€ 2.250

In de nieuwe beleidsperiode volledig naar gemeente

verhoging prijs naar € 10.000

€ 20.000

€ 80.000

Knelpunten - Fair Pay

nadere analyse en advies in 2024 - inschatting van minimaal benodigd budget

€ 500.000

€ 500.000

€ 2.000.000

Nieuwe ambities - cultuur in de wijken en jongerencultuur

in 2025-2026 incidenteel op basis van separaat plan van aanpak, daarna structureel

€ 750.000

€ 750.000

€ 3.000.000

€ 2.009.250

€ 23.812.828

€ 95.272.000

Totaal

*

€ 183.000

Cultuureducatie met Kwaliteit

Onder voorbehoud van de vaststelling van de begroting 2024.

€ 26.032.550

€ 21.803.578

42

Cultuurbrief 2025-2028

Bijlagen en bronnen

Bijlagen en bronnen

Leeswijzer In de bijlage zijn twee bronnen opgenomen waar inspiratie uit is gehaald voor het schrijven van de Cultuurbrief. Om wat achtergrondinformatie te verstrekken, hebben we voor beide bronnen een korte samenvatting gemaakt van de delen die we het meest gebruikt hebben. De derde bijlage geeft een overzicht van alle bijeenkomsten die hebben geholpen bij het tot stand komen van de Cultuurscan en Cultuurbrief.

43

Cultuurbrief 2025-2028

A.

Bijlagen en bronnen

Bijlagen Bijlage: ‘De Culturele Stad’ van Cor Wijn Eén van de bronnen waar inspiratie uit is gehaald voor de Cultuurbrief is het boek ‘De Culturele Stad’ van Cor Wijn.02 In dit boek wordt uitgelegd hoe beleid kan leiden tot een succesvolle culturele stad. Dit kan veel betekenen: een stad met een sterke creatieve economie, een stad met veel culturele voorzieningen, een plek waar creativiteit tot bloei kan komen of een vestigingsplek van creatievelingen. Ook gaat cultuur vaak hand in hand met de aantrekkelijkheid als woonstad. Wijn haalt de econoom Gerard Marlet aan, die onderzocht wat een stad aantrekkelijk maakt, onder andere op het gebied van cultuur. Hieruit bleek dat cultuur bijdraagt aan de attractiewaarde van de stad, maar dat niet alle culturele voorzieningen hier rechtstreeks aan bijdragen. Culturele activiteiten die volgens Marlet bijdragen aan ‘woonaantrekkelijkheid’ moeten kleinschalig en divers zijn, op een uitgekiende locatie in de stad liggen, continu beschikbaar zijn en gericht zijn op de plaatselijke bevolking. Na bovenstaande en andere modellen en definities van een culturele stad te hebben benoemd, oppert Wijn zes onderdelen voor een succesvolle culturele stad: een pluriform cultuuraanbod; productieklimaat en talentontwikkeling; culturele clusters en netwerken; stedenbouwkundige kwaliteit en diversiteit; een overheid met ambitie; cultureel erfgoed.

In figuur 01 staat het model van Wijn weergegeven. Cultureel erfgoed staat hierbij in het midden, omdat het cultureel erfgoed van een stad minder makkelijk te beïnvloeden is dan de andere factoren. Hiermee bedoelt Wijn overigens niet dat er geen beleid voor kan worden gemaakt.

Kompas Culturele stad Bron: De Culturele Stad, Cor Wijn

Plur ifo r aa m c nb ul o

t me eide h r i ve bit m

ta

w- t b o u ei S t e d e n a li t k w it k u n d i g e r site e e n div

Cultureel erfgoed

Pr o d k li m u c t i e le n to n a a t e n t w ikk e li n g

el re tu d

Ee n o a

Figuur 01

Clu s t e r s en net werken

44

Cultuurbrief 2025-2028

Bijlagen en bronnen

Wanneer het over de ontwikkeling van de culturele sector gaat, zijn vier van de elementen die Wijn in ‘De Culturele Stad’ noemt van belang: − productieklimaat en talentontwikkeling; − culturele clusters en netwerken; − een pluriform cultuuraanbod; − een overheid met ambitie. De makers zijn het fundament van een bruisende culturele stad. Voor een sterk makersklimaat is het belangrijk om goede faciliteiten te creëren en deze structureel in stand te houden. Zonder makers is er immers geen aanbod. Hiervoor is het nodig om een gezond productieklimaat te stimuleren, waarin veel mogelijkheden zijn tot talentontwikkeling op verschillende niveaus. Het tweede element, ‘culturele clusters en netwerken’, heeft wat ons betreft een grote meerwaarde. Netwerken tussen makers versterken disciplines maar ook de interdisciplinaire band, bijvoorbeeld samenwerkingen tussen een schrijver en een designer, of tussen een graffiti-artist en een muzikant. Mogelijkheden hiervoor vragen om een infrastructuur die deze ruimte biedt: ontwikkel- en werkplaatsen, toonplekken, ruimtes voor ontmoeting en experiment, zowel door het jaar heen als in de vorm van tijdelijke locaties of festivals. Dit hangt direct samen met het derde element, een pluriform cultuuraanbod. Er dient voldoende aanbod in de stad aanwezig te zijn zodat makers uit het gehele spectrum zich kunnen manifesteren.

Tot slot wordt gevraagd om een ‘overheid met ambities’. Eén die zich enerzijds sterk maakt voor een sterke sector en anderzijds de waarde inziet van culturele/creatieve makers bij het werken aan een leefbare, bruisende stad. Bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling, het inrichten van de openbare ruimte of sociale vraagstukken zoals eenzaamheid, kan worden samengewerkt met creatieve makers.

Bijlage: Gradaties binnen cultuurparticipatie Bezoekers van cultuur doen dit op verschillende niveaus van engagement of betrokkenheid. Om dit voor onszelf inzichtelijk te maken, hebben we gebruikgemaakt van een model (zie figuur 02) waarin verschillende gradaties binnen cultuurparticipatie worden weergegeven.04 De eerste gradatie, omringend, gaat over ontmoeting met cultuur in de omgeving. Dit zijn toevallige ontmoetingen met cultuur. Voorbeelden hiervan zijn het passeren van street-art, een band die toevallig in de stamkroeg speelt of culturele evenementen in de openbare ruimte. De omringende schil is een introductie met cultuur die mensen betrekt bij de volgende gradaties. De tweede stap is observerend en gaat over een gekozen ervaring van cultuur. Hier wordt cultuur beluisterd of bekeken die door anderen is samengesteld of geselecteerd, zoals een tentoonstelling in een museum, films in de bioscoop en concerten en voorstellingen. De derde is beherend, waarbij cultuur wordt beleefd en de keuze voor het onderwerp wordt gemaakt door de gebruiker zelf. Voorbeelden daarvan zijn muziek luisteren en een film kijken via streamingdiensten als Spotify en Netflix, maar ook cd’s of kunst verzamelen en boeken lezen vallen hieronder. De vierde stap heet interpreterend. Iemand maakt hierbij nog niet iets wat op zichzelf staat, maar voegt wel iets eigens toe aan een groter geheel.

Dat kan gaan over spelen in een band, acteren in een toneelstuk, maar zelfs de aankleding van je huis of werk kan hieronder vallen. De laatste gradatie, met de meeste creatieve controle, is creërend. Deze komt primair neer op het maken van kunst en cultuur in de puurste vorm, zoals schilderen, componeren en in een zekere zin improviseren.

45

Cultuurbrief 2025-2028

Bijlagen en bronnen

Figuur 02

Gradaties binnen cultuurparticipatie Bron: Brown (2004), zoals geciteerd in Waanders (2017)

Hoeveelheid creatieve controle Totale controle

C

re

In

te r

Geen controle

d

Geen controle

ëren

preteren

d

B e h ere n d

O b s e r ve r e n d O m r in g e n d

Dit model biedt een goede basis voor de reflectie of er in een stad voldoende voorzieningen en aanbod aanwezig zijn om de culturele loopbaan en ontwikkeling van inwoners te stimuleren. Het doel van dit model is dan ook niet om alle inwoners van een stad in de gradatie creërend te krijgen, maar in ieder geval de optie mogelijk te maken voor de mensen die daar interesse in hebben. Als er in alle gradaties aanbod is, wordt het makkelijker voor mensen om tussen de gradaties te bewegen. Het beleid van de overheid en instellingen kan het beste worden gericht op interesse wekken, conversie te vergroten – door het verhogen van de motivatie of verlagen van drempels daadwerkelijk bezoek bevorderen – en bezoekfrequentie te verhogen.

46

Cultuurbrief 2025-2028

Bijlagen en bronnen

Bijlage: Overzicht van bijeenkomsten Cultuurbrief en Cultuurscan Cultuurscan Ter voorbereiding op de Cultuurbrief schreef Cultuur Eindhoven de Cultuurscan. In deze scan wordt een weergave gegeven van de huidige situatie van kunst en cultuur in Eindhoven. Hiervoor hebben we naast verschillende openbare bronnen en rapporten ook gegevens gebruikt van door Cultuur Eindhoven gesubsidieerde instanties. Naast het team van Cultuur Eindhoven droegen medewerkers van de gemeente Eindhoven ook bij aan de totstandkoming van deze scan. Cultuur Eindhoven heeft tijdens het schrijven op meerdere momenten om input gevraagd van de sector. Bijeenkomst 1, 26 januari: Ontbijtsessie sector, Algemeen De ontbijtsessie op 26 januari was de eerste bespreking met de sector van de Cultuurscan en Cultuurbrief. Hierbij werd de sector ook gevraagd om input, waarbij duidelijk werd gemaakt dat dit ook na de sessie per mail welkom was. Tijdens de brainstorm kwamen verschillende thema’s naar voren die relevant waren voor zowel de Cultuurscan als de Cultuurbrief. Deze onderwerpen waren uiteenlopend, maar het beste samengevat in drie thema’s: het toekomstbeeld van de sector, de positie van de sector ten opzichte van de snelgroeiende stad en het versterken van de sector.

Bijeenkomst 2, 4 april: Bespreking, Algemeen Op 29 maart publiceerde Cultuur Eindhoven het eerste concept van de scan, met daarin de eerste drie hoofdstukken. Op 4 april besprak Cultuur Eindhoven dit concept met makers, instellingen en raadsleden tijdens een bijeenkomst in het Parktheater. Tijdens het algemene deel gaf directeur-bestuurder van Cultuur Eindhoven Tanja Mlaker een korte samenvatting van het eerste concept. Hierna volgden een paar vragen en opmerkingen over de concept-Cultuurscan vanuit de zaal. Er werd bijvoorbeeld gevraagd om meer aandacht voor bepaalde onderwerpen zoals diversiteit, amateurkunst, beeldende kunst en autonome makers. Ook was er interesse in meer informatie over Engelssprekende cultuurgebruikers in Eindhoven en publiek van buiten de gemeentegrenzen. Na het algemene gedeelte werden de aanwezigen opgesplitst in drie groepen, die mogelijke thema’s voor de Cultuurbrief bespraken. Het verslag daarvan is hieronder te vinden, in de sectie ‘Cultuurbrief.' Bijeenkomst 3, 13 april: Cultuurraad Ook de Cultuurraad van Cultuur Eindhoven heeft advies gegeven over de Cultuurscan en de Cultuurbrief. Met betrekking tot de Cultuurscan gaven zij vooral aan dat er aanpassingen nodig waren met betrekking tot de vormgeving en duiding van figuren. Verder gaf de raad nog enkele voorstellen voor aanvulling.

Andere feedback Een aantal raadsleden is gedurende het schrijfproces op de hoogte gehouden van de Cultuurscan. Verder werd het proces van de Cultuurscan en Cultuurbrief maandelijks besproken met Lawra Korfker en Trudy van Gurp, respectievelijk beleidsontwikkelaar en beleidsadviseur bij de afdeling Economie en Cultuur van de gemeente Eindhoven. Harry ten Caten, onderzoeker bij de gemeente Eindhoven, heeft ook bijgedragen aan het tot stand komen van de Cultuurscan. Tevens is feedback uit e-mails aan Cultuur Eindhoven meegenomen in het schrijfproces. Cultuur Eindhoven heeft ook meerdere keren samengezeten met een klankbordgroep, bestaande uit een breed samengestelde groep experts uit het veld. Deze groep bestond uit Siebe Weide (zelfstandig adviseur cultuursector), Ruud van Eeten (cultureel bestuurder en adviseur), Marianne de Bie (oud-wethouder jeugd, onderwijs

47

Cultuurbrief 2025-2028

Bijlagen en bronnen

en cultuur Breda), David Hamers (plaatsvervangend sectorhoofd Planbureau voor de Leefomgeving) en Siela Ardjosemito-Jethoe (adjunct-directeur Avans Hogeschool en diversiteitsexpert). Deze klankbordgroep gaf feedback op de Cultuurscan en eerste opzet van de Cultuurbrief. Daarbij werd met name structuur, leesbaarheid en consistentie van beide documenten van commentaar voorzien, aangezien de klankbordgroepleden als onafhankelijke lezers een brede blik op de culturele sector hebben.

Cultuurbrief Bij het tot stand komen van de Cultuurbrief werd er wederom een beroep gedaan op inbreng van buitenaf. Hiervoor zijn er meerdere bijeenkomsten geweest met verschillende groepen, om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van wat er in de beleidsperiode 2025-2028 nodig is op het gebied van cultuur in Eindhoven. Ook hebben we de ambities uit het bestuursakkoord 2022-2026 van de gemeente Eindhoven meegenomen.01 In februari stuurden de BIS-instellingen in Eindhoven een aanbevelingsbrief naar Cultuur Eindhoven, met daarin suggesties om mee te nemen bij het schrijven van de Cultuurbrief. Dat is gebeurd. Bijeenkomst 1, 4 april: Open gesprek met de sector Tijdens de eerste bespreking van de Cultuurscan waren onder anderen makers, vertegenwoordigers van instellingen en raadsleden aanwezig. Na een algemeen deel, waarin de Cultuurscan werd besproken, werden de aanwezigen opgesplitst in drie groepen. Vanuit Cultuur Eindhoven waren drie mogelijke thema’s geagendeerd voor de eerste Cultuurbrief. De eerste tafel besprak cultuur in groeiend Eindhoven, met vragen als: welke rol heeft cultuur in een groeiende stad? Waar liggen de opgaven voor de toekomst? De tweede tafel brainstormde over het makersklimaat in Eindhoven en wat er nodig is om dat te stimuleren.

De derde tafel besprak inclusie en participatie, met als hoofdvragen: hoe kan cultuur nog meer van en voor iedereen in de stad zijn? Wat is nodig om cultuur aantrekkelijk en toegankelijk te maken voor alle inwoners? Hoewel de tafels verschillende onderwerpen bespraken, was er een aantal onderwerpen dat toch aan alle tafels aan bod kwam. Het aanspreken van meer verschillende groepen in Eindhoven, het focussen op plekken voor makers en de verbinding tussen culturele makers en instellingen werden bijvoorbeeld genoemd als mogelijke onderwerpen voor de Cultuurbrief. Bijeenkomst 2, 13 april: Gesprek met de Cultuurraad Op 13 april kwam de Cultuurraad bijeen om feedback te geven op het concept voor de Cultuurscan. Tijdens het tweede deel van de bijeenkomst werd er gebrainstormd over mogelijke onderwerpen voor de Cultuurbrief. Hierbij werd vooral het ruimtegebrek in de stad genoemd. Ook werd het betrekken van nachtcultuur en de bedrijfsmatigheid van makers en instellingen besproken. Bijeenkomst 3, 8 mei: Open gesprek met de sector Ter voorbereiding op het schrijven van de eerste versie van de Cultuurbrief ontmoette Cultuur Eindhoven op 8 mei de sector. In groepen werd gesproken over subsidies en codes. Onder andere het advies van de landelijke Raad voor Cultuur over nieuwe beoordelingscriteria werd besproken. Over het mogelijke criterium ‘maatschappelijke betekenis’ waren veel vragen.

Enerzijds heeft kunst een inherente maatschappelijke betekenis, maar afhankelijk van hoe zwaar er getoetst zou worden is er dan misschien minder ruimte voor de intrinsieke waarde van kunst en cultuur. Als kunst en cultuur gebruikt wordt als oplossing, zou de subsidie uit het sociaal domein moeten komen. Over het criterium toegankelijkheid was de sector positief. Wat betreft de codes is er wat onzekerheid over hoe er getoetst gaat worden, of er wellicht een checklist komt en of het criterium wel voor elk type instelling even toepasbaar is.

48

Cultuurbrief 2025-2028

Bijlagen en bronnen

Verder was ook een van de conclusies dat criteria, welke het ook zijn, duidelijk omschreven moeten zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het criterium lokaal/bovenlokaal belang. Verder werd over het aanvraagproces opgemerkt dat er misschien een combinatie kan komen van een format en vrije ruimte, zodat alle aanvragers genoeg houvast hebben maar ook genoeg ruimte om plannen op hun eigen manier uiteen te zetten. Tot slot werd opgemerkt dat er meer gelet kan worden op duurzaamheid. Bijeenkomst 4, 25 mei: Gesprek met de Cultuurraad Op 25 mei kwam de Cultuurraad bijeen om de eerste ideeën te bespreken voor de Cultuurbrief en voor de tussentijdse evaluatie van het subsidieproces in de periode 2021-2024. Over het algemeen was de raad het erover eens dat de doorstroom van Snelgeld naar projectsubsidies beter kan. Wat betreft de criteria was er behoefte aan meer nadruk en duidelijkheid over het criterium lokaal belang. Het voorstel van de landelijke Raad voor Cultuur om te controleren op maatschappelijk belang werd begrepen, zolang hiermee cultuur niet wordt beperkt tot instrument en/of middel om maatschappelijke problemen op te lossen. Met betrekking tot de codes was de vraag of er een template gemaakt kan worden (zoals bij het Mondriaanfonds) om het reflecteren op de codes makkelijker en duidelijker te maken voor een aanvrager.

Bijeenkomst 5, 20 juni: Open gesprek met de sector Tijdens deze bijenkomst presenteerde de directeur-bestuurder van Cultuur Eindhoven een samenvatting van de eerste versie van de Cultuurbrief. Vervolgens werd feedback over de doelstellingen gevraagd aan de zaal. Hierbij ging het veelal over nieuwe, fysieke maak- en presentatieplekken, samenwerkingen tussen instellingen en de inhoud van het culturele aanbod. Verder werd er specifiek aandacht besteed aan de doelstellingen in verhouding tot de financiële situatie. Hierbij werd duidelijk dat er financiële knelpunten zijn en blijven, en dat makers en instellingen strategische keuzes moeten gaan maken. Bijeenkomst 6, 11 juli: Gesprek met de Cultuurraad Na het lezen van de eerste versie van de Cultuurbrief kwam de Cultuurraad bijeen om het concept te bespreken. Hierbij ging het vooral over onderwerpen die nog ontbraken in de brief. Ook werd een aantal zaken aangekaart dat al in de brief stond, maar meer nadruk mag krijgen. Verder ging deze vergadering vooral over de beoordelingssystematiek voor de subsidieverordening 2025-2028. Bijeenkomst 7, 29 augustus: Open gesprek met de sector Deze bijeenkomst gold als een laatste openbare bijeenkomst over de Cultuurbrief voordat deze naar het college gaat. Tijdens de bijeenkomst is er onder andere nog feedback gegeven over Fair Pay, samenwerking, cultuur in de wijken en residenties.

Andere feedback Ook bij de totstandkoming van de Cultuurbrief adviseerden Trudy van Gurp, Lawra Korfker en Harry ten Caten vanuit de gemeente. Tevens werden tijdens dit proces gemeenteraadsleden op de hoogte gehouden. Een aantal leden van de klankbordgroep heeft de Cultuurbrief van commentaar voorzien. Tot slot is er feedback uit e-mails aan Cultuur Eindhoven verwerkt in de Cultuurbrief.

49

Cultuurbrief 2025-2028

B.

Bijlagen en bronnen

Bronnen 01. Bestuursakkoord Eindhoven 2022-2026 - Samen morgen mooier maken. 02. De Culturele Stad. Cor Wijn, 2014. 03. Deze stad maakt. Cultuurvisie Eindhoven 2030. Initiatief van CKE, CultuurStation, Bibliotheek Eindhoven, Dutch Design Foundation, Effenaar, Eindhoven Museum, VONK*, Emoves, GLOW, MU, Muziekgebouw Eindhoven, Natlab, Parktheater, Philips Museum, STRP en Van Abbemuseum. 04. Brown, A. (2004), ‘The Values Study: Rediscovering the Meaning and Value of Arts Participation’, Hartford: Connecticut Commission on Culture and Tourism. Geciteerd in Waanders, J. (2017). 05. Designvisie 2023-2030 van het Eindhovense Designveld. 06. Verkenning naar de economische toegevoegde waarde en bredere impact van de designsector voor Eindhoven. Dialogic, 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13336370/2